Are you Holstein-Saj, R., van?

Claim your profile

Publications (3)1.69 Total impact

  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: To test the hypothesis that pest species diversity enhances biological pest control with generalist predators, we studied the dynamics of three major pest species on greenhouse cucumber: Western flower thrips, Frankliniella occidentalis (Pergande), greenhouse whitefly, Trialeurodes vaporariorum (Westwood), and two-spotted spider mites, Tetranychus urticae Koch in combination with the predator species Amblyseius swirskii Athias-Henriot. When spider mites infested plants prior to predator release, predatory mites were not capable of controlling spider mite populations in the absence of other pest species. A laboratory experiment showed that predators were hindered by the webbing of spider mites. In a greenhouse experiment, spider mite leaf damage was lower in the presence of thrips and predators than in the presence of whiteflies and predators, but damage was lowest in the presence of thrips, whiteflies and predators. Whitefly control was also improved in the presence of thrips. The lower levels of spider mite leaf damage probably resulted from (1) a strong numerical response of the predator (up to 50 times higher densities) when a second and third pest species were present in addition to spider mites, and (2) from A. swirskii attacking mobile spider mite stages outside or near the edges of the spider mite webbing. Interactions of spider mites with thrips and whiteflies might also result in suppression of spider mites. However, when predators were released prior to spider mite infestations in the absence of other pest species, but with pollen as food for the predators, we found increased suppression of spider mites with increased numbers of predators released, confirming the role of predators in spider mite control. Thus, our study provides evidence that diversity of pest species can enhance biological control through increased predator densities.
    Full-text · Article · Jun 2010 · BioControl
  • G.J. Messelink · Holstein-Saj, R., van · L.W. Kok · J. Cortez Arriola
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: Biologische bestrijding van plagen met natuurlijke vijanden komt in veel gewassen onvoldoende tot stand. De reden hiervoor is dat veel natuurlijke vijanden zich maar matig, of zelfs helemaal niet vestigen in een gewas in perioden met weinig voedsel. Dit rapport geeft de resultaten weer van een haalbaarheidsstudie naar de mogelijkheden om alternatief voedsel in te zetten voor ondersteuning van natuurlijke vijanden in de glastuinbouw. Daarbij hebben we ons beperkt tot generalistische roofmijten en roofwantsen. Literatuur laat zien dat er goede mogelijkheden zijn om predatoren op alternatieve voedselbronnen te kweken. Deze studies waren hoofdzakelijk gericht op de ontwikkeling van massakweken. Het ondersteunen van roofmijten en roofwantsen op gewassen met alternatief voedsel is een nog weinig beproefde methode, maar krijgt wereldwijd steeds meer aandacht. In dit onderzoek hebben we 16 voedselbronnen getest die waren in te delen in de categorie (1) alternatieve prooidieren, (2) (bijen)pollen en (3) kunstmatige voedselbronnen op basis van eiwitten, koolhydraten, suikers en vitamines. De voedselbronnen zijn zowel in het laboratorium als in de kas beoordeeld.De kasproeven lieten zien dat er mogelijkheden zijn om roofmijtpopulaties op gewassen te ondersteunen met goedkoop kunstmatig voedsel. De voedselbronnen waren in staat op chrysant dichtheden van 2 tot 4 roofmijten per blad in stand te houden. De tot nu toe onderzochte producten waren matig of niet geschikt voor reproductie. Literatuur laat zien dat alternatief voedsel veel mogelijkheden biedt voor het verbeteren van de biologische bestrijding, maar dat er ook risico¿s aan verbonden kunnen zijn. Ook dat laatste moet worden onderzocht. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen substituut-voedsel, dat voedsel van een prooi volledig kan vervangen, en supplementair voedsel, dat voornamelijk de levensduur verlengt, maar niet geschikt is voor reproductie. Verder is er behoefte aan onderzoek om een alternatieve voedselbron verder te ontwikkelen tot een goedkoop, commercieel toepasbaar product. Mogelijkheden liggen er bij zowel kunstmatige voedselbronnen als bijenpollen.
    No preview · Article · Jan 2009
  • G.J. Messelink · Holstein-Saj, R., van
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: In november 2004 is het project “Geïntegreerde gewasbescherming amaryllis” van start gegaan. Eén van de onderdelen was een inventarisatie van spontaan optredende natuurlijke vijanden op 15 amaryllisbedrijven. Het doel van dit onderdeel is om potentiële kandidaten voor de biologische bestrijding van trips en narcismijt in amaryllis op te sporen. Deze inventarisatie is uitgevoerd in het voorjaar van 2005.
    No preview · Article · Jan 2006