ArticlePDF Available

Meert, D., Devroe, E., Ponsaers, P. (2006). “Het debat geopend - Naar de kern van de taak”, Orde van de Dag, n°33, 3-6.

Authors:
  • Flemish Peace Institute

Abstract

H e t d e b a t g e o p e n d N a a r d e k e r n v a n d e t a a k DIRK MEERT, ELKE DEVROE EN PAUL PONSAERS Na de politiehervorming in 1998 is het stellen van prioritei-ten nog nooit zo erg aan de orde geweest als vandaag, en dat uit zich onder meer in nationale en zonale veiligheids-plannen. De politie heeft niet meer voor alles tijd, is te duur geworden en de opdrachtgevers (bestuurlijk en gerechte-lijk) willen weten en meten waar de duurbetaalde politie-capaciteit naartoe gaat. Er werd gekozen voor het COP-model (Community (Oriented) Policing), dat het mogelijk moet maken de politie opnieuw dichter bij de burger te brengen. Meer aandacht voor slachtofferzorg en meer blauw op straat waren immers de grote slogans in de witteballonnenmarsen. Intussen gaat de helft van de politietijd op aan dienstverlening, en voert de politie (en niet alleen de wijkagent) een waaier van onbegrensde en diffuse dienst-en hulpverleningstaken uit. In Nederland is het debat over wat politie nu eigenlijk moet doen en niet moet doen al veel langer aan de gang, en worden conve-nants afgesloten tussen overheid en politie. Ook België werd gevoelig voor deze problematiek. Op 8 juni 2005 organiseerde de Senaat een colloquium onder de titel 'Het kerntakendebat-lokale overheden en (private) veiligheid', waarbij alleen de lokale politie in de kijker werd gezet. Was hiermee de aftrap gegeven tot een vernauwing van het debat naar de privatiseringsdiscussie? Ook binnen overhe-den rijzen vele vragen, en wordt de COP-werkwijze niet steeds even hartelijk onthaald. Menig beleidsmaker zet politiemensen aan 'terug naar de orde van de dag te keren en zich bezig te houden met de kerntaken'. Dat dit vaak synoniem wordt voor de uitdrukkelijk repressievere invulling van de taakstelling zal de politie zelf niet ont-gaan. En komt deze verstrakking ten goede aan de burger? Ook politiemanagers discussiëren en vragen zich af of ze zich eigenlijk wel inlaten met activiteiten die voor hen bestemd zijn. Discussiestof genoeg dus om dit thema aan De orde van de dag te stellen en hier een themanummer aan te wijden. De locomotieftekst 'Het kerntakendebat: kiezen voor een democratische politie: wat is dat?' van Paul PONSAERS, professor criminologie universiteit Gent, Elke DEVROE, assistent criminologie VUB en Dirk MEERT, beleidsmede-werker politiezone TARL, situeert dit actuele thema historisch en belicht diverse aspecten van de problematiek. De auteurs proberen in deze bijdrage een antwoord te vinden op de vraag die in de titel gesteld wordt: 'Wat is een democratische politie?' Politie maakt deel uit van het 'sociaal contract' dat de burger met de staat afsluit om zijn vrijheid te garanderen. Politie als 'verdediger' en 'be-schermer' van deze vrijheid is dus gemachtigd tot het gebruiken van legaal geweld, indien nodig. De auteurs schetsen de verdere ontwikkeling van de politiefunctie in een democratische rechtsstaat en de (kern)taken die uit de diverse politiemodellen voortvloeien. Actuele evoluties zoals 'betaal'-politie op de vrije markt, de opkomst van private veiligheid en andere nieuwe veiligheidsberoepen verscherpen de tekst tot de kern van het debat en geven uiteraard aanleiding tot heel wat verschillende meningen en standpunten van diverse auteurs. In haar bijdrage 'De grensvervaging tussen politie en krijgsmacht ... een ander perspectief op het huidige kernta-kendebat' verruimt Marleen EASTON, docent sociologie en management aan de Hogeschool Gent, de horizon van dit debat. Het is duidelijk dat ook de krijgsmacht gebukt gaat onder een identiteitscrisis en dat ook deze FOD een kernta-kendebat voert. Zij breit met deze tekst verder op het militaire karakter van de politie en de vervagende grenzen, dat in punt 2 van de locomotieftekst werd uitgewerkt. Uiteindelijk ligt de geschetste situatie nog vers in het geheugen; de rijkswacht was sinds 1957 een apart krijgs-machtonderdeel met een eigen budget. De demilitarisering van de rijkswacht werd pas in 1992 volledig uitgevoerd, waarna deze macht zich uitsluitend met politietaken kon gaan bezighouden. Haar interessante en originele bijdrage beschrijft de gelijkenissen en verschilpunten tussen politie en krijgsmacht en handelt over de grensvervaging die geleidelijk tussen beiden groeit. 'Is het onderscheid tussen interne en externe veiligheid nog relevant om in de toe-komst een onderscheid te maken tussen politie en krijgs-macht?' zo vraagt zij zich af. Hierbij waarschuwt ze voor de installatie van een neomilitaire politie die de realisatie van de gemeenschapsgerichte politie in het gedrang kan brengen. Aan de andere kant besluit ze dat het ontbreken van beleidsdiscussies over wat de politie en de krijgsmacht voor elkaar kunnen betekenen en de absolute afwezigheid van enige gestructureerde samenwerking tussen de twee, niet echt bevorderlijk is voor een herbezinning die moet leiden tot een complete reorganisatie van ons Belgisch veiligheidsbestel. In de bijdrage 'Gerechtelijke opsporing: een oude kerntaak van de nieuwe politie' focust Bart VAN LIJSEBETH, procu-reur des Konings te Antwerpen, op de COP-problematiek en de (her)intrede van de traditionele politionele recherche-functie. Hij verklaart de revival van de opsporingstaak en geeft COP nog wel kans op slagen, maar stelt een naams-verandering voor van 'community oriented policing' naar 'community oriented (security) policing', stof voor heel wat discussie. Voorts beschrijft hij in de praktijk hoe de procureur des Konings optreedt als 'lokale spelverdeler', die een taakverdeling vaststelt en taakafspraken tussen de
maart 2006 | Aflevering 33 | De orde van de dag 3
Het debat geopend
Naar de kern van de taak
DIRK MEERT, ELKE DEVROE EN PAUL PONSAERS
Na de politiehervorming in 1998 is het stellen van prioritei-
ten nog nooit zo erg aan de orde geweest als vandaag, en
dat uit zich onder meer in nationale en zonale veiligheids-
plannen. De politie heeft niet meer voor alles tijd, is te duur
geworden en de opdrachtgevers (bestuurlijk en gerechte-
lijk) willen weten en meten waar de duurbetaalde politie-
capaciteit naartoe gaat. Er werd gekozen voor het COP-
model (Community (Oriented) Policing), dat het mogelijk
moet maken de politie opnieuw dichter bij de burger te
brengen. Meer aandacht voor slachtofferzorg en meer
blauw op straat waren immers de grote slogans in de
witteballonnenmarsen. Intussen gaat de helft van de
politietijd op aan dienstverlening, en voert de politie (en
niet alleen de wijkagent) een waaier van onbegrensde en
diffuse dienst- en hulpverleningstaken uit. In Nederland is
het debat over wat politie nu eigenlijk moet doen en niet
moet doen al veel langer aan de gang, en worden conve-
nants afgesloten tussen overheid en politie. Ook België
werd gevoelig voor deze problematiek. Op 8 juni 2005
organiseerde de Senaat een colloquium onder de titel ‘Het
kerntakendebat – lokale overheden en (private) veiligheid’,
waarbij alleen de lokale politie in de kijker werd gezet.
Was hiermee de aftrap gegeven tot een vernauwing van het
debat naar de privatiseringsdiscussie? Ook binnen overhe-
den rijzen vele vragen, en wordt de COP-werkwijze niet
steeds even hartelijk onthaald. Menig beleidsmaker zet
politiemensen aan ‘terug naar de orde van de dag te keren
en zich bezig te houden met de kerntaken’. Dat dit vaak
synoniem wordt voor de uitdrukkelijk repressievere
invulling van de taakstelling zal de politie zelf niet ont-
gaan. En komt deze verstrakking ten goede aan de burger?
Ook politiemanagers discussiëren en vragen zich af of ze
zich eigenlijk wel inlaten met activiteiten die voor hen
bestemd zijn.
Discussiestof genoeg dus om dit thema aan De orde van de
dag te stellen en hier een themanummer aan te wijden.
De locomotieftekst ‘Het kerntakendebat: kiezen voor een
democratische politie: wat is dat?’ van Paul PONSAERS,
professor criminologie universiteit Gent, Elke DEVROE,
assistent criminologie VUB en Dirk MEERT, beleidsmede-
werker politiezone TARL, situeert dit actuele thema
historisch en belicht diverse aspecten van de problematiek.
De auteurs proberen in deze bijdrage een antwoord te
vinden op de vraag die in de titel gesteld wordt: ‘Wat is
een democratische politie?’ Politie maakt deel uit van het
‘sociaal contract’ dat de burger met de staat afsluit om zijn
vrijheid te garanderen. Politie als ‘verdediger’ en ‘be-
schermer’ van deze vrijheid is dus gemachtigd tot het
gebruiken van legaal geweld, indien nodig. De auteurs
schetsen de verdere ontwikkeling van de politiefunctie in
een democratische rechtsstaat en de (kern)taken die uit de
diverse politiemodellen voortvloeien. Actuele evoluties
zoals ‘betaal’-politie op de vrije markt, de opkomst van
private veiligheid en andere nieuwe veiligheidsberoepen
verscherpen de tekst tot de kern van het debat en geven
uiteraard aanleiding tot heel wat verschillende meningen en
standpunten van diverse auteurs.
In haar bijdrage ‘De grensvervaging tussen politie en
krijgsmacht ... een ander perspectief op het huidige kernta-
kendebat’ verruimt Marleen EASTON, docent sociologie en
management aan de Hogeschool Gent, de horizon van dit
debat. Het is duidelijk dat ook de krijgsmacht gebukt gaat
onder een identiteitscrisis en dat ook deze FOD een kernta-
kendebat voert. Zij breit met deze tekst verder op het
militaire karakter van de politie en de vervagende grenzen,
dat in punt 2 van de locomotieftekst werd uitgewerkt.
Uiteindelijk ligt de geschetste situatie nog vers in het
geheugen; de rijkswacht was sinds 1957 een apart krijgs-
machtonderdeel met een eigen budget. De demilitarisering
van de rijkswacht werd pas in 1992 volledig uitgevoerd,
waarna deze macht zich uitsluitend met politietaken kon
gaan bezighouden. Haar interessante en originele bijdrage
beschrijft de gelijkenissen en verschilpunten tussen politie
en krijgsmacht en handelt over de grensvervaging die
geleidelijk tussen beiden groeit. ‘Is het onderscheid tussen
interne en externe veiligheid nog relevant om in de toe-
komst een onderscheid te maken tussen politie en krijgs-
macht?’ zo vraagt zij zich af. Hierbij waarschuwt ze voor
de installatie van een neomilitaire politie die de realisatie
van de gemeenschapsgerichte politie in het gedrang kan
brengen. Aan de andere kant besluit ze dat het ontbreken
van beleidsdiscussies over wat de politie en de krijgsmacht
voor elkaar kunnen betekenen en de absolute afwezigheid
van enige gestructureerde samenwerking tussen de twee,
niet echt bevorderlijk is voor een herbezinning die moet
leiden tot een complete reorganisatie van ons Belgisch
veiligheidsbestel.
In de bijdrage ‘Gerechtelijke opsporing: een oude kerntaak
van de nieuwe politie’ focust Bart VAN LIJSEBETH, procu-
reur des Konings te Antwerpen, op de COP-problematiek
en de (her)intrede van de traditionele politionele recherche-
functie. Hij verklaart de revival van de opsporingstaak en
geeft COP nog wel kans op slagen, maar stelt een naams-
verandering voor van ‘community oriented policing’ naar
‘community oriented (security) policing’, stof voor heel
wat discussie. Voorts beschrijft hij in de praktijk hoe de
procureur des Konings optreedt als ‘lokale spelverdeler’,
die een taakverdeling vaststelt en taakafspraken tussen de
Tot de kern van de taak Het debat geopend
4 maart 2006 | Aflevering 33 | De orde van de dag
politiediensten maakt voor de uitvoering van gerechtelijke
opdrachten. Interessant is de beschrijving van de casus
Antwerpen, waarbij materiegebonden overeenkomsten
werden ondertekend tussen de GDA’s (gedeconcentreerde
gerechtelijke diensten), de lokale politiekorpsen en het
parket, met als doel het verzekeren van een gestructureerde
en afgesproken toewijzing van opdrachten aan lokale, dan
wel aan federale politie.
De bijdrage van Antoinette VERHAGE, wetenschappelijk
vorser criminologie universiteit Gent, ‘Over kerntaken
gesproken ... Opsporing als vergeten onderdeel van het
kerntakendebat’, handelt ook over opsporing en belicht in
het bijzonder de problematiek van private opsporing. Meer
algemeen levert deze tekst een insteek voor de discussies
rond de overheveling van politietaken naar de private
sector. Welke (politionele) taken mogen door private
bewakingsagenten worden uitgeoefend en welke taken
blijven de kern uitmaken van de democratische functie van
politie? De auteur geeft aan dat de wetswijziging van 3 juni
2004, waarbij een aantal politietaken werden toevertrouwd
aan bewakingsagenten, de discussie over de ‘marktwaarde’
van het recht op veiligheid inzet. Ze schetst de omvang van
de private recherche, de terreinen waarop ze zich begeeft,
en de samenstelling. Zo zijn er private onderzoekers in
onderzoeksafdelingen van grote bedrijven, zelfstandige
privédetectives, security consultants en forensic auditors.
Deze bijdrage maakt de bezigheden van interne onderzoeks-
diensten van grote bedrijven transparant, en geeft voorzich-
tigheidscommentaren bij een doorgedreven samenwerking
tussen politie en private opsporing. Besluitend waarschuwt
de auteur voor een té instrumentele, bedrijfsmatige politie
die de COP-visie zou laten verwateren.
Els ENHUS, professor criminologie VUB gaat in haar
bijdrage ‘Politie en nieuwe functies in veiligheid: commu-
nicerende vaten?’ in op de actualiteit van de ‘nieuwe
veiligheidsberoepen’. In een uitgebreid wetenschappelijk
onderzoek in opdracht van Binnenlandse Zaken bestudeerde
zij deze nieuwe tendens. Ze geeft aan dat een kerntakendebat
niet moet gaan over de taken zelf, maar wel over de ‘wijze
waarop’ de taken moeten worden ingevuld, en de Belgische
politie moet dit takenpakket invullen vanuit een community
policing-visie. Bijkomend aan deze vernieuwde invulling
duiken er allerlei nieuwe beroepen op, gefinancierd door de
overheid, uitgeoefend door personen die herkenbaar zijn
aan kledij en/of andere attributen. Het gaat dan om veilig-
heidsbeambten, stadswachten, observatiewachten, lijnhel-
pers, citycoachers, ... De auteur geeft toelichting over wat
deze beroepen juist inhouden, de taken die ze uitvoeren en
de band met de traditionele politietaken. Een aantal grafie-
ken ondersteunt deze bijdrage met statistisch materiaal.
Ten slotte laten we een aantal politiemensen zelf aan het
woord. Freddy CARLIER, korpschef politiezone Gent, bijt
de spits af in zijn bijdrage ‘Het afstoten van politietaken:
een middel om het hoofd boven water te houden of een
handige manier om de gemeenschapspolitiezorg in de kiem
te smoren?’. Hiermee leidt een lange en veelzeggende titel
het artikel in, en zet direct de toon. Ook de eindzin ‘Is
hulpverlening dan alleen een oneindige politietaak?’ toont
het belang van deze tekst aan. Carlier schetst de onmoge-
lijkheid om alle politietaken op een even intensieve manier
te kunnen afhandelen; er moeten prioriteiten worden
gesteld. Hij stelt dat iedereen, en zeker na de rondzendbrief
van 1999, het erover eens is dat de ‘oneigenlijke admini-
stratieve taken’ niet langer door politie moeten worden uit-
gevoerd. De kern van het vraagstuk ligt elders, de ‘capaci-
teit: daar is het hem om te doen’ aldus de auteur. Iedereen
wil meer blauw op straat, en een aanspreekbare, zichtbare
politie. Niet alles is echter mogelijk; de auteur hekelt het
‘en-en-beleid’ waarbij steeds meer van de politie wordt
gevraagd en geen bijkomende middelen worden toegekend.
Besluitend raadt hij ten stelligste af het kerntakendebat te
voeren over de afschaffing van de COP-strategie, en
vermoedt hij dat dit debat onder andere meer helderheid
zou kunnen brengen over welke taken door privémaat-
schappijen kunnen worden uitgevoerd zonder daarbij de
‘veiligheidszorg aan de industrie over te laten’. De auteur
neemt duidelijke standpunten in als hij stelt dat de COP-
strategie bewaard moet blijven en de probleemoplossende
ingesteldheid van de politie niet mag verdwijnen.
De bijdrage van Willy BRUGGEMAN, professor KUB en
hoofd van de federale politieraad, ‘Monopolisering van
kerntaken van en door politie, mede vanuit Nederlands
perspectief’, gaat dieper in op de Nederlandse ervaring,
waar het ‘nieuwe bedrijfsmatige denken’ een sterke
invloed had op politiebeleid en -organisatie. Hij geeft aan
dat dit bedrijfsmatig denken uiteraard zijn invloed heeft op
de opinies over wat politie wel of niet zou moeten doen.
De Nederlandse regering heeft de notitie ‘kerntaken’
voorgelegd, ook aan de politieautoriteiten, waarna een
publicatie van dit gemotiveerd verslag volgde. Het debat
wordt publiekelijk gevoerd en de stellingen zijn bekend. Zo
zijn de gemeenten in eerste instantie aanspreekbaar voor de
regie van het integrale veiligheidsbeleid. Al blijft de
regering erbij dat het gebiedsgebonden werken het uit-
gangspunt bij uitstek is voor politioneel werken, toch
werden zgn. ‘prestatieconvenants’ afgesloten tussen de
korpsen en het Kabinet, die zich vooral toespitsen op de
regulering van justitiële taken van politie (opsporing en
handhaving). Deze bijdrage biedt een interessante concreti-
sering van dit debat in Nederland en reikt leerrijke elemen-
ten aan om de Belgische discussie te voeden.
Als afsluiter laat Dirk VAN NUFFEL, korpschef zone
Damme/Knokke-Heist en voorzitter van de Vaste Commis-
sie van de lokale politie, in zijn bijdrage ‘Blauw staat niet
in steraanbieding! Over politiekerntaken: diepgaande
bezinning of gewoonweg pragmatisme?’ de diverse in de
locomotieftekst aangehaalde discussiepunten aan bod komen,
en reikt elementen van antwoord aan op het vraagstuk naar
de plaats van een democratische politie in de samenleving.
De diverse rondzendbrieven over dit (beleids)thema stellen
zich volgens hem immers onvoldoende vragen over de
grenzen van een politietaak in een democratie. Hij geeft
een evolutief overzicht van het falen om de ‘oneigenlijke
politietaken’ definitief af te schaffen en waarschuwt voor
de nefaste gevolgen van een eventueel limitatieve opsom-
Tot de kern van de taak Het debat geopend
maart 2006 | Aflevering 33 | De orde van de dag 5
ming van taken die de politie niet zou ‘mogen’ uitvoeren.
‘Kerntakendiscussies mogen er immers niet toe leiden dat
bepaalde problemen in de samenleving geen plaats krijgen
omdat zij niet passen binnen het kerntakendebat van de
politie’, zo geeft hij aan. Ook hulpverlening kan een
politionele taak zijn, en het tijdig opzetten van overleg met
andere onvermijdelijke partners in de veiligheidszorg een
noodzaak. De bijdrage is zeer scherp en kritisch geschreven,
en zit boordevol degelijke stellingen, tips naar bepaalde
werkwijzen en voorzichtigheidscommentaren voor gevaar-
lijke valkuilen. Besluitend stelt de auteur dat de lokale
overheid de belangrijkste rol heeft bij het activeren en
coördineren van al die personen die betrokken zijn bij het
voorkomen van onveiligheid. Hij pleit hierbij voor een
continu overleg tussen de verantwoordelijken voor het
integrale veiligheidsbeleid waarbij de kerntaken van de
politie flexibel zijn en afgestemd worden aan de plaatse-
lijke en veranderende omgevingsfactoren.
Reageren?
Orde van de Dag wil een breed discussieforum over criminaliteit en samenleving bieden. Wilt u reageren op de teksten in
dit nummer? In een volgende aflevering kan uw reactie verschijnen in een rubriek Het debat aangevuld.
Stuur uw bondige (maximaal 1 bladzijde A4) teksten voor 10 april 2006 naar: Karl Van Cauwenberghe, hoofdredacteur,
p/a: Kluwer Overheid, Motstraat 30, 2800 Mechelen, of e-mail naar karl.vancauwenberghe@skynet.be, met vermelding
van het artikel waarop u reageert. Anonieme reacties, en reacties zonder of met onvolledig adres, worden niet in aanmer-
king genomen. De redactie behoudt zich het recht voor teksten te weigeren, in te korten of te redigeren.
Tot de kern van de taak Het debat geopend
6 maart 2006 | Aflevering 33 | De orde van de dag
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.