ChapterPDF Available

Bruggeman, W., Easton, M., Devroe, E., Ponsaers, P. (2010). “Conclusie : Kijken naar de toekomst van de politie”, in Evaluatie van 10 jaar politiehervorming, Bruggeman, W., Devroe, E., Easton, M. (eds.), Panopticon Libri n°4, Antwerpen-Apeldoorn: Maklu, 281-285.

Authors:
  • Flemish Peace Institute

Abstract

De evaluatie van 10 jaar politiehervorming in België is een ideaal moment gebleken om even te bezinnen over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of de inspanningen van de afgelopen jaren succesvol zijn geweest en of de aansturing en de hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid, effectief is. De politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd zijn door resultaten van gevoerd wetenschappelijk onderzoek. En dit zijn slechts enkele vragen die opduiken over de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Belangrijk is de uiteindelijke doelstelling voor ogen te houden en dat is bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat. In relatie tot de toegenomen verwachtingen van de burgers ten aanzien van de politie duikt meteen ook het vraagstuk op of de politie efficiënt is in haar functioneren. Het is een vraag die vanuit New Public Management en in een context van mondiale, economische crisis eveneens in andere overheidssectoren opduikt 1. Valkuil daarbij is het optillen van het efficiëntievraagstuk tot een doel an sich en de maatschappelijke functie van de overheidssector in kwestie buiten beschouwing te laten. Zo wijst de huidige Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid van de Vlaamse regering Peeters in haar advies op het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid van het College van Ambtenaren-generaal (17 mei 2010) op de noodzaak om de algemene discussie over wat de basisfunctie is van de overheid in de samenleving en wat de overheid moet/kan doen en wat eventueel niet; als uitgangspunt te hanteren bij het behandelen van het efficiëntievraagstuk 2. Met andere woorden efficiëntie in relatie tot effectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening. Een redenering die ook voor ons politiebestel van belang is en die in meerdere bijdragen in deze publicatie wordt aangekaart. De visie op de rol en plaats van de politie in de samenleving is een cruciaal uitgangspunt bij het maken van deze oefening. En dat het beleid daarin een keuze heeft gemaakt voor een gemeenschapsgerichte politiezorg is alvast een richtinggevend referentiekader 3. Vraag is dan of de hervorming in het licht van dit referentiekader heeft geleid tot een efficiëntere en effectievere politiestructuur en een 1 Voor wat de Vlaamse overheid betreft zie Vlaanderen in Actie Pact 2020 en de daarin vooropgestelde doelstellingen met concrete streefcijfers. Het Pact wil onder andere meer mensen aan de slag krijgen, een betere levenskwaliteit creëren en een efficiënt en doeltreffend bestuur verzekeren. 2 Voor meer hieromtrent zie http://www2.vlaanderen.be/bestuurszaken/CEEO/. 3 Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (WGP), B.S. 05 januari 1999.
1
Conclusie
Kijken naar de toekomst van de politie
Willy Bruggeman
Elke Devroe
Marleen Easton
Paul Ponsaers
De evaluatie van 10 jaar politiehervorming in België is een ideaal moment gebleken om
even te bezinnen over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich
de vraag of de inspanningen van de afgelopen jaren succesvol zijn geweest en of de
aansturing en de hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid, effectief is. De
politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de
vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici
vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd zijn door resultaten van
gevoerd wetenschappelijk onderzoek. En dit zijn slechts enkele vragen die opduiken over
de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Belangrijk is de uiteindelijke
doelstelling voor ogen te houden en dat is bijdragen tot een meer democratische politie
voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
In relatie tot de toegenomen verwachtingen van de burgers ten aanzien van de politie
duikt meteen ook het vraagstuk op of de politie efficiënt is in haar functioneren. Het is
een vraag die vanuit New Public Management en in een context van mondiale,
economische crisis eveneens in andere overheidssectoren opduikt
1
. Valkuil daarbij is het
optillen van het efficiëntievraagstuk tot een doel an sich en de maatschappelijke functie
van de overheidssector in kwestie buiten beschouwing te laten. Zo wijst de huidige
Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid van de Vlaamse regering Peeters in haar
advies op het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid van het College van
Ambtenaren-generaal (17 mei 2010) op de noodzaak om de algemene discussie over wat
de basisfunctie is van de overheid in de samenleving en wat de overheid moet/kan doen
en wat eventueel niet; als uitgangspunt te hanteren bij het behandelen van het
efficiëntievraagstuk
2
. Met andere woorden efficiëntie in relatie tot effectiviteit en
kwaliteit van de dienstverlening.
Een redenering die ook voor ons politiebestel van belang is en die in meerdere bijdragen
in deze publicatie wordt aangekaart. De visie op de rol en plaats van de politie in de
samenleving is een cruciaal uitgangspunt bij het maken van deze oefening. En dat het
beleid daarin een keuze heeft gemaakt voor een gemeenschapsgerichte politiezorg is
alvast een richtinggevend referentiekader
3
. Vraag is dan of de hervorming in het licht van
dit referentiekader heeft geleid tot een efficiëntere en effectievere politiestructuur en een
1
Voor wat de Vlaamse overheid betreft zie Vlaanderen in Actie Pact 2020 en de daarin vooropgestelde
doelstellingen met concrete streefcijfers. Het Pact wil onder andere meer mensen aan de slag krijgen, een
betere levenskwaliteit creëren en een efficiënt en doeltreffend bestuur verzekeren.
2
Voor meer hieromtrent zie http://www2.vlaanderen.be/bestuurszaken/CEEO/.
3
Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee
niveaus (WGP), B.S. 05 januari 1999.
2
kwaliteitsvolle politiezorg. Uit de bijdrage van Bruggeman en De Ruyver blijkt dat
precies daarover geen éénduidige uitspraak mogelijk is en een genuanceerd beeld
opduikt.
Het is ondertussen duidelijk dat er niet meteen een rechte lijn bestaat tussen politieke
keuzes voor een politiemodel (in casus de gemeenschapsgerichte politiezorg) en de
uitvoering ervan op het terrein. Net daar duiken interessante probleemstellingen op voor
wetenschappelijk onderzoek, wat onlangs interessante onderzoeksrapporten heeft
opgeleverd en in de seminaries uitgebreid aan bod is gekomen, zo blijkt uit de bijdrage
van Devroe. De samenleving alsook het functioneren van de politie is immers vaak
minder ‘maakbaar’ en ‘mechanisch’ dan vele beleidsnota’s laten uitschijnen. Een
spanning die ook in meerdere bijdragen in deze publicatie wordt aangekaart.
Deze vaststellingen betekenen niet dat de maatschappelijke keuzes genomen door het
beleid, en de daarmee gepaard gaande keuze voor een politiemodel, onbelangrijk zouden
zijn. Deze beleidskeuzes, in casus de keuze voor een gemeenschapsgerichte politiezorg,
schetsen immers mee de contouren waarin de interacties tussen beleid, politie en
wetenschap plaatsvinden. Contouren die, zo blijkt uit de bijdrage van Ponsaers, uniek zijn
voor elk land en mee van invloed zijn op de inbedding van en inhoud van het gevoerde
politieonderzoek. De onvermijdelijke vraag die dan opduikt is welke thema’s op de
onderzoeksagenda staan in relatie tot de Belgische politie van morgen.
Na het rapport vanwege de federale politieraad met de evaluatie van 10 jaar
politiehervorming en de receptie ervan overheerst de indruk dat de politiehervorming
positief dient geëvalueerd te worden, weze het dat op diverse onderdelen dient
bijgestuurd. Wellicht zijn er goede redenen om aan te nemen dat deze globale conclusie
pertinent is.
Niettemin blijft het zo dat de evaluatie die de federale politieraad maakte in grote mate
een interne evaluatie is geweest, welke gebaseerd is op gesprekken en interviews met
bevoorrechte getuigen uit het overheidsapparaat zelf. Een reële externe evaluatie is er
eigenlijk niet doorgevoerd. Ook geen evaluatie die gebaseerd is op een wetenschappelijk
methodische wijze, laat staan door politieonderzoekers vanuit diverse universiteiten en
hogescholen
4
.
Het leidt geen twijfel dat er als het ware nood is aan een goed monitoringsysteem dat
inzet op de evaluatie van de implementatie van COP binnen het vernieuwde bestel.
Eigenlijk is er immers geen evaluatie hiervan doorgevoerd, wel van een aantal
deelaspecten ervan, maar niet van de reële implementatie ervan in zijn volledige breedte.
Indien een dergelijke evaluatie er niet komt lopen we het risico dat COP in toenemende
mate het voorwerp zal gaan uitmaken van al te voortvarende en partiële kritieken, nog
4
BRUGGEMAN, W., PONSAERS, P. (2009), “Editoriaal : Evaluatie 10 jaar politiehervorming”, in :
Panopticon, Antwerpen, Jg. 30, nr. 4, p. 1-20 (ISSN 0771-1409).
3
voordat deze politievisie ten volle tot ontplooiing is kunnen komen. Al te dikwijls wordt
wetenschappelijk onderzoek hierbij aan de kant geschoven
5
.
Voorzitter van de VCLP, korpschef Dirk Van Nuffel, breekt in deze reader een lans om
in deze context criminologen en politiewetenschappers hun rol van “paardenfluisteraars”
te laten spelen, waarbij hij alludeert op het feit dat zij hun stem luider moeten laten
klinken, zodat zij vaker gehoord zouden worden door beleidsmakers en het Belgisch
politieonderzoek ingrijpender zou vermaatschappelijken. De voorzitter parafraserend zou
dat eigenlijk betekenen dat de Belgische politieonderzoekers niet langer fluisteren”,
maar ten gepasten tijde hun stem harder zouden moeten laten doorklinken, desnoods
roepen
6
. Het volstaat onzes inziens dan ook niet langer om binnenskamers, in de
coulissen van het politiebeleid, goedbedoelde en welwillende commentaren mee te geven.
Politieonderzoekers zullen harder en doortastender moeten doorpraten en zich ook
moeien in het publieke debat over politie en veiligheid
7
.
Uiteraard kunnen politieonderzoekers dat enkel doen op basis van een gedegen en
verdiepte kennis van hetgeen er beweegt op de politiële werkvloer, kortom op basis van
wetenschappelijk onderzoek naar de politiepraktijk. Het is en blijft dan ook essentieel dat
onderzoekers kunnen blijven participeren aan dat gesprek op basis van
onderzoeksbevindingen en empirisch materiaal. Onderzoekers mogen zich immers niet al
te snel laten leiden door ideologische en principiële stellingnamen. Het verdient dan ook
aanbeveling dat overheden het politieonderzoek, en meer precies evaluatie-onderzoek,
blijven en in toenemende mate faciliteren. Enkel ernstig ‘evidence based policy’ kan in
dit verband aangemoedigd worden
8
.
Onvermijdelijk moet in deze context worden nagedacht over twee grote thema’s die zich
naar aanleiding van 10 jaar politiehervorming met brute kracht opdringen. Een eerste
thema is de evaluatie van het politiebestel an sich. Als er één vaststelling is die blijft
bovendrijven in meerdere bijdragen in deze bundel dan is het de noodzaak aan een
methodisch goed voorbereide evaluatie van het functioneren van het politiebestel zodat
5
DEVROE, E., PONSAERS, P. (2008), “Veel beleidsinformatie, weinig gebruik: over het informatiedeficit
van verborgen tendensen”, in : Orde van de Dag - Jubileumeditie ter gelegenheid van 10 jaar Orde van de
Dag. De hervormingen bij politie en justitie: in gespreide dagorde, VAN CAUWENBERGHE, K. (ed.), Kluwer,
Mechelen, nr. 41, p. 161-174 (ISBN : 978 90 46 51865 6).
6
Het zou verkeerd zijn de indruk te wekken dat politieonderzoekers dit debat niet zouden opzoeken.
Hierbij kan de evaluatie in herinnering gebracht worden die de redactie van het tijdschrift Orde van de
Dag organiseerde : EASTON, M., ENHUS, E., PONSAERS, P., VAN DE SOMPEL, R. (ed.), De Politiehervorming
- Een evaluatie vanuit de praktijk, Themanummer Orde van de Dag, Kluwer, Mechelen, 2003, nr. 23, pp.
148 (ISSN : 1781-9210), en later hernam in : VAN CAUWENBERGHE, K. (ed.), Orde van de Dag -
Jubileumeditie ter gelegenheid van 10 jaar Orde van de Dag. De hervormingen bij politie en justitie: in
gespreide dagorde, Kluwer, Mechelen, nr. 41 (ISBN : 978 90 46 51865 6).
7
DE KIMPE, S., PONSAERS, P., « Meten van tevredenheid van de burger over de politie : is er nog ruimte
voor criminologen ? », in : Naar een dj-overheid Burgers en hun overheid, REYNAERT, H., VAN DE
WALLE, S., VERLET, D. (eds.), Vanden Broele, Brugge, 2006, p. 107-128 (ISBN : 90 8584 232 8).
8
PONSAERS, P. (2010), “Onderzoek als vormgever van beleid, of beleid als vormgever van onderzoek ?”,
in : PONSAERS, P. (Ed.), Themanummer Evaluatieonderzoek, Panopticon, Antwerpen, Jg. 31, nr.3, 1-10
(ISSN 0771-1409).
4
bijsturing ‘onderweg’ mogelijk wordt. Vanuit deze betrachting is de hier besproken
evaluatie 10 jaar na de Wet op de Geïntegreerde politie misschien een té ambitieuze opzet
geweest gezien de tijd die doorgaans vereist is om veranderingsprocessen van dergelijke
omvang tot hun volle ontplooiing te laten komen. Bovendien ontbreekt het aan voldragen
systemen voor monitoring van verandering bij politie of worden beschikbare cijfers en
data nauwelijks in functie van deze doelstelling gehanteerd.
Dit eerste thema wint bovendien nog aan kracht in tijden waarin besparingsoperaties de
politiek gijzelen. Grote investeringen moeten nu éénmaal resultaten genereren en dat
geldt ook voor de politiehervorming. Zo blijkt uit de bijdrage van Bruggeman dat er heel
wat belastinggelden voor de hervorming van ons politiebestel zijn aangewend. Vanuit een
economische logica is ‘waar voor geld’ een legitieme vraag die ook in het buitenland
steeds meer hardop wordt gesteld
9
. Meteen genereert dit thema onderzoeksvragen naar de
implicaties van de budgettaire besparingen voor het functioneren van de politie zowel
naar de aard van de taken die ze uitvoert (waarmee het kerntakendebat opnieuw wordt
opgerakeld) als naar de wijze waarop de taken worden uitgevoerd. In hoeverre dreigt met
andere woorden de gemeenschapsgerichte politiezorg hierbij aan belang in te boeten. Het
lijkt ons de moeite om dat in ons achterhoofd mee te nemen naar de toekomst toe.
Het succes van deze toekomstperspectieven staat of valt zo lijkt met de bereidheid tot
samenwerking. Wat de drie ‘werelden’ (beleid, politie en wetenschap) die elkaar
hierboven hebben ontmoet gemeen hebben is immers precies de noodzaak tot interne en
externe samenwerking. Dat samenwerking binnen de politie en tussen de politie en haar
partners vereist is om succesvol te zijn, lag als motivatie mede aan de vele hervormingen
die het politiebestel de laatste jaren heeft gekend. Net zoals er ook samenwerking is
vereist binnen en tussen diverse veiligheidsgerelateerde beleidsdomeinen zoals justitie,
welzijn, huisvesting etc. is er ook samenwerking vereist tussen academici om de tot op
zekere hoogte beperkte know-how die er aanwezig is te bundelen en de ‘grenzen’ die
tussen instituties gecreëerd en in stand gehouden worden te overbruggen. Bovendien
vereist de vermaatschappelijking van het politieonderzoek, zoals Van Nuffel heeft
toegelicht, een nauwe samenwerking en uitwisseling tussen politie en academici.
Interageren en schakelen lijkt daarmee de boodschap voor de toekomst.
Dat ook het Centrum voor Politiestudies daarin een rol heeft vervuld in het verleden en
dat ook in de toekomst kan, bleek uit Easton’s betoog. Het centrum kan inspelen op de
door Bruggeman geformuleerde nood aan betere borging en transfer van het uitgevoerde
en uit te voeren wetenschappelijk onderzoek naar de politiepraktijk enerzijds en op
agenda-setting van het politieonderzoek anderzijds. Hoe en in welke vorm is momenteel
onderwerp van discussie in de vernieuwde Raad van Bestuur, die sinds 1 juni 2010 aan de
slag is
10
. Vast staat dat ook hier de bereidheid tot samenwerking, los van institutionele
banden, het uitgangspunt zal zijn bij de stimulering van uitwisseling tussen beleid,
onderzoek en politie.
9
POLICING AFTER THE RECESSION: A European Policing Research Institutes Collaboration (EPIC)
Programme A Discussion Paper. Drafted by Professor Martin Innes, UPSI, Cardiff University, 12 February
2010.
10
Zie www.politiestudies.be
5
Het evenwicht tussen beleid, politie en wetenschap is niettemin duidelijk ‘kwetsbaar’.
Eigen logica’s beheersen deze werelden en inspanningen zijn vereist om vruchtbare
uitwisselingen tot stand te brengen. We beschouwen deze publicatie als een uitgestoken
hand aan hen die bereid zijn samen verder te gaan. We zijn ervan overtuigd dat
verschillende ‘platformen’ daartoe gestalte kunnen geven omdat de vorm er uiteindelijk
niet toe doet. Verandering is zelden gegenereerd door institutioneel denken maar door
initiatief van onderop en daar is ook de vruchtbare aanzet tot discussie naar aanleiding
van de evaluatie van 10 jaar politiehervorming getuige van. Bruggen bouwen lijkt
momenteel niet alleen voor de politieke gezondheid van ons land maar ook voor het
legitiem functioneren van onze politie en de noodzakelijke creativiteit binnen de
academische wereld onontbeerlijk.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.