ArticlePDF Available

Paul Ponsaers, ‘Het gaat niet om oorlog, maar om ordinaire criminaliteit’, De Standaard, 05-10-2017, door Marjan Justaert.

Authors:

Abstract

Criminoloog Paul Ponsaers bekijkt moslimterrorisme in historisch verband DS 05-10-2017 Marjan Justaert 'Het gaat niet om oorlog, maar om ordinaire criminaliteit' 'Bommen komen niet uit de lucht vallen: de uitbouw van het jihadisme in ons land is al meerdere decennia bezig.' Volgens criminoloog Paul Ponsaers (UGent) wordt te vaak vergeten dat terrorisme een fenomeen van lange adem is. Hij maakt zich sterk dat de kans op georganiseerde aanslagen zoals in Brussel vandaag kleiner is dan vóór 22 maart 2016.
Jihadi’s in België
Criminoloog Paul Ponsaers bekijkt moslimterrorisme in historisch verband
DS 05-10-2017 Marjan Justaert
‘Het gaat niet om oorlog, maar om
ordinaire criminaliteit’
‘Bommen komen niet uit de lucht vallen: de uitbouw van het jihadisme in ons land is al
meerdere decennia bezig.’ Volgens criminoloog Paul Ponsaers (UGent) wordt te vaak
vergeten dat terrorisme een fenomeen van lange adem is. Hij maakt zich sterk dat de kans op
georganiseerde aanslagen zoals in Brussel vandaag kleiner is dan vóór 22 maart 2016.
Nee, het jihadisme in België is niet
begonnen bij Fouad Belkacem en zijn
Sharia4Belgium ook al wordt de man
dikwijls als de ‘bron’ gezien. Het huidige
terrorisme is het resultaat van de
geschiedenis, meent emeritus hoogleraar
Paul Ponsaers. De criminoloog deed
onderzoek naar wat zich de voorbije 25 jaar
in ons land heeft voltrokken en
reconstrueerde de filières van jihadisten als
een speurder die met stift verbanden legt tussen de foto’s op zijn whiteboard. Zijn jongste
pennenvrucht is een encyclopedisch aandoend naslagwerk waarin alle Massouds, Malika’s en
Mohammeds van het moslimterrorisme de revue passeren.
In uw boek trekt u een lijn tussen de groupes islamiques combattants van de jaren negentig en
de Syriëstrijders van vandaag, hoewel zij toen nauwelijks uit de pampers waren.
‘En toch zijn er linken, via een aantal anciens of veteranen van het Belgisch jihadisme. Neem
Farid Melouk (°1965). Het “adresboek van de Europese jihadi’s”, noem ik hem. Eén van de
leiders van de Groupe Islamique Armé (GIA), die zijn invloed als kwik over de hele
wereldbol heeft verspreid.’
‘Melouk is begin jaren negentig vanuit Algerije naar België
afgezakt, om er de aanslagenreeks van 1995 in Frankrijk voor te
bereiden. In maart 1998 kon hij gearresteerd worden in Elsene,
tijdens “Operatie Lock”, na een vuurgevecht van niet minder dan
dertien uur. Een jaar later werd hij veroordeeld tot negen jaar
gevangenisstraf voor poging tot moord, bezit van een wapen,
verboden wapendracht, bezit van explosieven, vals paspoort,
schriftvervalsing, rebellie en bendevorming. Hij wordt uitgeleverd in
Frankrijk, alwaar hij intra muros Djamel Beghal en Chérif Kouachi
leert kennen. Kouachi, die in januari 2015 de terreuraanslag op de
redactie van Charlie Hebdo in Parijs zal plegen. Beghal wordt op
zijn beurt gezien als de leermeester van Nizar Trabelsi en heeft ook
contacten met Molenbekenaar Bassam Ayachi.’
‘Het gaat nog verder: in november 2015 valt de politie binnen in het appartement van Hasna
Ait Boulahcen in Frankrijk, haar neef Abdelhamid Abaaoud het brein achter de aanslagen in
Parijs wordt neergeschoten. Op de gsm van de jonge vrouw wordt een foto aangetroffen van
een lachende Abaaoud naast … Farid Melouk. De foto is wellicht genomen in Syrië, waar
Melouk een trainingskamp zou hebben opgericht.’
Waarom is het belangrijk dat die historische verbanden niet onderschat worden?
‘Omdat het bewijst dat radicalisering niet zozeer een kwestie is van psychologische processen
of van een vage ideologie die ze aanhangen, maar veeleer van het aanleren van technische
kennis. Rekruteringscirkels, propagandastrategieën, logistieke netwerken of
financieringsstromen zijn veel doorslaggevender in de geschiedenis dan het ideologische
aspect. Ik ben ervan overtuigd dat de doctrine van Edwin Sutherland crimineel gedrag is
aangeleerd, niet aangeboren ook voor terrorisme geldt.’
U vergelijkt het met de maffia. Tegelijkertijd is het financiële aspect heel erg afwezig.
Terroristen plegen doorgaans geen aanslagen om rijk te worden.
‘Dat kom je ook in andere criminaliteitsfenomenen tegen. Niet elke moord wordt gepleegd
om het geld. Bij terrorisme gaat het meer om de heroïek en de broederschap. Men cultiveert
intern het eigen grote gelijk, zoals bij een sekte.’
Maar uw punt is: terrorisme is een vorm van brutale criminaliteit, die ook zo moet aangepakt
worden?
‘Natuurlijk. Men vergelijkt de strijd tegen terreur graag met een oorlog, maar dat is in mijn
ogen fout. Criminaliteit en terreurbestrijding zijn geen twee verschillende zaken, terwijl ze dat
wel zijn in het huidige beleid. Men doet alsof terreur een absolute eigenheid heeft, dat er van
jihadisten geen profiel te maken heeft, dat we in een ongeziene oorlog terecht zijn gekomen
waarvoor geen draaiboek bestaat. Dat soort theorieloos relativisme helpt ons niet verder,
integendeel: het vergroot het risico op tunnelblindheid.’
‘We moeten goed voor ogen houden dat terroristen niet speciaal zijn. Het zijn ordinaire
boeven die zich bijgeschoold hebben in technische vaardigheden zoals het maken van een
bom. De Syriëstrijders van vandaag zijn in grote mate jongeren die meegezogen worden door
veteranen “aanjaagfiguren”, zeg maar – en die geen besef hebben van de ruimere
geopolitieke context waarin ze in meespelen en waarin hun leiders veelal streven naar het
omverwerpen van een seculiere staat om er een islamitische staat te installeren.’
Evalueer eens de Belgische aanpak.
‘De laatste jaren heeft Justitie een enorme inhaalbeweging gemaakt. We volgen mensen goed
op. Er zijn veel processen, met veel veroordelingen, dikwijls bij verstek. Dat geeft het
voordeel dat we die mensen meteen kunnen vasthouden als we ze aantreffen. Op dat vlak is er
duidelijkheid. In de toekomst gaat die aanpak vruchten afwerpen.’
Hoe ziet u, tot slot, de toekomst?
‘Het is hout vasthouden, maar volgens mij is de kans op een minutieus voorbereide aanslag
van een georganiseerd terreurnetwerk, kleíner dan voorheen.’
‘Waarom? Er zijn de voorbije jaren en maanden veel scharnierfiguren geëlimineerd –
veroordeeld, gevlucht, overleden, opgesloten en adresboeken uitgekuist. Dat sluit natuurlijk
niet uit dat je morgen in Vlaanderen kunt meemaken wat net in Las Vegas is gebeurd. Het
fundamentele verschil is: bij die lone wolves gaat het wél om psychologie, niet om
georganiseerde criminaliteit.’
Het boek ‘Jihadi’s in België’ van Paul Ponsaers is uitgegeven bij Maklu.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.