Technical ReportPDF Available

In deze onderwijsmodule maken studenten met een technische (ruimtelijk) ontwerpende achtergrond kennis met de ruimtelijke kant van de energietransitie en het nut en de noodzaak van participatie daarbij. Ze denken na over het vormgeven van participatie en de uitdagingen daarbij. De module geeft professionals met een meer technische achtergrond een handvat om aan de slag te gaan met participatie en maakt hen vaardiger in het verder kijken dan de technische uitdaging.

Authors:
  • Amsterdam University of Applied Sciences

Abstract

Deze handleiding legt de opbouw van de onderwijsmodule Participatie in de Energietransitie uit. De colleges, het spel en de onderzoeksopdracht voor studenten. Het vormt de technische achtergrond van de onderwijsmaterialen.
Aan de slag met participatie in de
energietransitie
Onderwijsmodule om betrokkenen in de energietransitie
basisvaardig te maken in participatie - docentenhandleiding
Centre of Expertise Urban Technology
2020 2021
Aan de slag met participatie in de
energietransitie
Onderwijsmodule om betrokkenen in de energietransitie
basisvaardig te maken in participatie - docentenhandleiding
Author
dr. Melika Levelt
department
Centre of Expertise Urban Technology
Date
30-Jun-21
Project type
Top-Up Omgevingscanvas voor de Energietransitie
Version
1.0
© 2021 CCBY-SA
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 3 of 10
Table of contents
Contents
Summary ..................................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Table of contents ................................................................................................................................... 3
Contents .................................................................................................................................................. 3
1. Achtergrond en opbouw van de collegereeks ....................................................................... 4
1.1 Aanleiding: de energietransitie is een ruimtelijke transitie en participatie verplicht .................... 4
1.2 Doel: betrokkenen in de energietransitie basisvaardig maken in participatie ............................. 4
1.3 Opbouw van de collegereeks ...................................................................................................... 5
1.3.1 Argumentatielijn van de collegereeks ......................................................................................... 5
1.3.2 De bouwstenen van de collegereeks .......................................................................................... 5
2. Toelichting op de verschillende onderdelen uit de reeks ..................................................... 6
2.1 Introductiecollege: de energietransitie als ruimtelijke transitie en de rol van participatie ........... 6
2.2 Rollenspel Participatie in de Energietransitie .............................................................................. 6
2.3 Verdiepingscollege: Aan de slag participatie voor een energiepositieve wijk ............................. 7
2.4 Verdiepingsopdracht participatie in de energietransitie: Gebiedsmapping en advies voor
participatie ................................................................................................................................... 8
2.5 Herhalings- en verdiepingscollege: Het belang van participatie voor het realiseren van
een succesvolle transitie naar een energiepositieve wijk ........................................................... 8
Literatuurlijst en achtergrondinformatie ........................................................................................... 10
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 4 of 10
1. Achtergrond en opbouw van de collegereeks
1.1 Aanleiding: de energietransitie is een ruimtelijke transitie en participatie
verplicht
De energiestransitie is een transitie met een enorme ruimtelijke impact: “De duurzame opwekking van energie, zal
onvermijdelijk zorgen voor een zichtbare verandering van het landschap en de stad” (Routekaart Amsterdam
Klimaatneutraal 2050). De overgang van fossiele op hernieuwbare energie vergt de ontwikkeling van een geheel
nieuwe boven- en ondergrondse ruimtelijke infrastructuur. Voor de aanleg van die infrastructuur zijn
omgevingsvergunningen nodig. Voor netwerkbeheerders en ontwerpers van oplossingen voor duurzame
energielevering in wijken en steden staat participatie met belanghebbenden ver van hun bed afterwijl ze er door de
invoering van de Omgevingswet wel mee te maken krijgen. Een aanvrager of initiatiefnemer van een project met een
ruimtelijke impact moet onder de Omgevingswet in een aanvraag voor een omgevingsvergunning aangeven of, en zo
ja, hoe er overleg is geweest met belanghebbenden. Ook moet dan worden aangegeven wat er met het resultaat van
de participatie is gedaan (artikel 7.4 van de Omgevingsregeling). De aanvrager heeft dus zelf de verantwoordelijkheid
om belanghebbenden te informeren en te betrekken.
In deze onderwijsmodule maken studenten met een technische (ruimtelijk) ontwerpende achtergrond kennis met de
ruimtelijke kant van de energietransitie en het nut en de noodzaak van participatie daarbij. Ze reflecteren op hoe
participatie vormgegeven kan worden en de uitdagingen die daarbij komen kijken. Het doel hiervan is professionals
met een meer technische achtergrond een handvat te geven waarmee ze aan de slag kunnen met participatie en om
hen vaardiger te maken in het verder kijken dan de technische uitdaging. De reeks nodigt hen uit om mee te denken
met wensen en vereisten die uit de samenleving komen.
De module bouwt voort uit inzichten die in het project R-LINK door HvA en partners zijn opgedaan.
1.2 Doel: betrokkenen in de energietransitie basisvaardig maken in participatie
Studenten met een technische opleiding komen toenemend in projecten te werken waarin burgerparticipatie een
vereiste is. Het doel van deze module is studenten op het gebied van participatie basisvaardig te maken. Dit betekent
dat zij:
Kennen:
Het wettelijk kader (Omgevingswet) waarbinnen participatie een vereiste is bij projecten in de
energietransitie;
Bekend zijn met de rol van en vereisten voor participatie in het wettelijk kader en beleidsafspraken dat
leidend is voor de energietransitie (Klimaatakkoord, RES, Omgevingswet)
De basisvormen van participatie volgens de ladder van Arnstein;
De stappen in de ontwerp- en plancyclus a.h.v. het Omgevingscanvas voor de Energietransitie.
Kunnen:
De kenmerken van participatie analyseren in een specifiek project a.h.v. ladder van Arnstein en de stappen
in de ontwerp- en plancyclus zoals beschreven in het Omgevingscanvas.
Voorstellen doen voor het concreet integreren en organiseren van participatie in de ontwerp- en plancyclus
van een project;
Uitdagingen van participatie benoemen in de ontwerp- en plancyclus van een project a.h.v. het
Omgevingscanvas voor de Energietransitie en het rollenspel Participatie in de Energietransitie.
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 5 of 10
1.3 Opbouw van de collegereeks
1.3.1 Argumentatielijn van de collegereeks
De hoofdlijn van de argumentatie in de module is dat de energietransitie een ruimtelijke transitie is die
ingrijpt in de leefomgeving en het dagelijks leven van mensen. De transitie kan alleen succesvol worden
gerealiseerd als mensen kunnen participeren: dit is zo omdat participatie tot inhoudelijk betere plannen
leidt, omdat participatie een vereiste is in wet- en regelgeving waardoor als het niet goed is geregeld
plannen tegengehouden kunnen worden en omdat praktische medewerking nodig is van burgers om
plannen uit te voeren (burgers moeten soms bijvoorbeeld zelf investeren en hun gedrag aanpassen).
Bovendien kan een slecht uitgevoerde transitie het vertrouwen van burgers in de overheid schaden wat
de democratie verzwakt. Maar participatie kost ook veel inspanning terwijl de transitie niet kan wachten.
We staan dus voor een enorme opgave om te balanceren tussen tempo, vertrouwen en technische- en
financiële haalbaarheid van de energietransitie. Als technisch opgeleide professional heb je hier een
belangrijke rol in te spelen. Kant en klare oplossingen zijn er niet. De kennis uit deze module helpt je om
je hierin te ontwikkelen en in concrete projecten welbewust mee aan de slag te gaan. Participatie is lastig
doordat: 1) de energietransitie technisch ingewikkeld is; 2) veel plannen al zijn gemaakt op
beleidsniveaus waar mensen in een specifieke wijk geen invloed (meer) op kunnen hebben als plannen
voor hun wijk of huis gemaakt worden; 3) het lastig is om als ontwerper plannen die na lang ploeteren
technisch en financieel kloppend lijken, weer los te laten als dit vanuit maatschappelijke participatie
gevraagd wordt. Terwijl participatie juist vaak pas echt goed op gang komt (voor mensen begrijpelijk
wordt) als plannen al vrij ver zijn uitgewerkt en concreet wordt wat ze voor mensen betekenen.
1.3.2 De bouwstenen van de collegereeks
De collegereeks bestaat uit de volgende onderdelen:
Introductiecollege: de energietransitie als ruimtelijke transitie en het belang van het kennen van een plek
voor het realiseren van de energietransitie;
Rollenspel Participatie in de Energietransitie;
Verdiepingscollege: Aan de slag met participatie voor een energiepositieve wijk;
Verdiepingsopdracht participatie in de energietransitie: Gebiedsmapping en advies voor participatie in de
energietransitie
Herhalings- & Verdiepingscollege: Het belang van participatie voor het realiseren van een succesvolle
transitie naar een energiepositieve wijk.
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 6 of 10
2. Toelichting op de verschillende onderdelen
uit de reeks
2.1 Introductiecollege: de energietransitie als ruimtelijke transitie en de rol van
participatie
Dit college neemt de studenten mee in de volgende denkstappen
1. De energietransitie is een transitie met een ruimtelijke impact (dia’s 2-3)
2. Omdat de transitie een ruimtelijke impact heeft, moet je met de ruimte rekening houden in het
ontwerp en de uitvoering van plannen Dit geldt zowel fysieke als maatschappelijke kenmerken (dia 4)
3. Onder de Omgevingswet wordt op dat laatste punt veel verwacht van participatie en is participatie
daarom ook verplicht (dia 5).
4. Maar hoe realistisch is dit eigenlijk? (dia 6)
5. Voordat de energietransitie in een dorp, wijk of buurt landt is al veel geregeld en besloten op een
hoger bestuursniveau (dia’s 7-8).
6. De burger heeft lang niet altijd doorgehad wat daar speelde. De plannen in de eigen wijk of buurt
kunnen dus rouw op het dak vallen en veel vragen oproepen (dia’s 9-10)
7. Dia’s 11- 24 werken de vragen van dia 10 uit aan de hand van onderzoeksresultaten uit R-LINK (zie
voor meer informatie uit dit onderzoeksproject De Nijs, Levelt, Majoor, 2020, Open Stad).
8. Daarna volgt een samenvatting van de inzichten tot nu toe (dia’s 25-27)
9. Dia 28 introduceert een samenvattend beeld om na te denken over wat participatie in de
energietransitie vraagt: schakelen tussen schaalniveaus (fases in projectontwikkeling) en tussen de
inhoud van een project en de mogelijkheden en wensen van een plek (voor meer informatie over dit
beeld, zie Levelt, 2020, Het Omgevingscanvas).
2.2 Rollenspel Participatie in de Energietransitie
Dit spel heeft als doel om deelnemers te laten ervaren hoe verschillend de ideeën en belangen rond
participatie kunnen zijn voor verschillende belanghebbenden in de energietransitie en hoe ingewikkeld
maar ook belangrijk het is om met elkaar na te denken over wat participatie zou kunnen en/of moeten
inhouden bij het realiseren van de energietransitie. In het spel kruipen de deelnemers in de rol van een
betrokkene bij de energietransitie in de Houtwijk in de stad Vechtdrecht. Zij proberen tot een plan te
komen voor participatie in de energietransitie in de wijk waarin recht wordt gedaan aan drie voorwaarden:
1. Burgers kunnen en mogen echt meedoen;
2. Burgers zijn goed geïnformeerd over inhoud en proces;
3. De randvoorwaarden zijn helder.
Lukt het om het met elkaar eens te worden of blijven de meningen verdeeld? Hoe gelijk kan het speelveld
eigenlijk worden voor verschillende deelnemers in de energietransitie?
Het spel is ontwikkeld op basis van een analyse van door studenten uitgevoerde verdiepingsopdrachten
en van krantenartikelen over de energietransitie. (zie de handleiding bij het spel) De opzet van het spel is
bedacht binnen het R-LINKproject als spel over participtie in gebiedsontwikkeling (zie
https://rlink.tertium.nl/workshop-ongelijk-speelveld/).
Uitleg van het spel en een toelichting er op is te vinden in het document: Uitleg+toelichting spel
participatie energietransitie_HvA_Juni2021.pdf. Het spel kan het best op een fysieke locatie worden
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 7 of 10
gespeeld in twee bijeenkomsten waar deelnemers vooraf huiswerk voor krijgen. Het minimum aantal
deelnemers is 5, dan wordt het spel niet met alle rollen gespeeld. Er zijn 10 rollen. Met 12 spelers, kan
een onafhankelijk voorzitter in twee spelersgroepen worden aangesteld. Het beste wordt het spel als met
2 of meer parallele groepen wordt gespeeld.
2.3 Verdiepingscollege: participatie in de energietransitie
In dit college:
Herhaalt de inzichten uit het eerste college (dia’s 2-10) en vult deze aan met een verwijzing naar een
krantenartikel en podcast en informatie over hoe partipatie in het klimaatakkoord en de RES-sen is
geregeld. Het luisteren naar de podcast kan goed als huiswerk vooraf gegeven worden.
Daarna volgt een verdieping op hoe participatie vormgegeven kan worden waarin het eigenlijke doel
van het college aan bod komt: studenten basiskennis overbrengen waarmee zij zelf gestructureerd
kunnen nadenken over het vormgeven van participatie voor de energietransitie in een wijk.
Studenten krijgen in dit college ook uitleg over de verdiepingsopdracht.
Structuren die studenten aangereikt krijgen om na te denken over het vormgeven van participatie zijn:
De verschillende ruimtelijke schaalniveaus waarop plannen worden gemaakt en participatie
vormgegeven wordt;
De mate waarin er ruimte is voor particpatie (hoeveel ligt al vast vanuit een ander schaalniveau en
welke inbreng kan nog worden gegeven);
De verschillende fasen in planontwikkeling en -uitvoering waarin participatie een rol kan spelen;
De verschillende doelstellingen die aan participatie gekoppeld kunnen worden;
(Dia’s 11-15, dia 13 nodigt studenten uit n.a.v. een Mentimeter met elkaar in discussie te gaan over de
ruimte die er in de energietransitie is voor participatie.)
Daarnaast krijgen studenten een aantal hulpmiddelen aangereikt om te ontdekken hoe ze participatie
kunnen vormgeven:
Dia 16 introduceert de Participatiewijzer. Hier kunnen uiteraard ook veel andere sites worden
genoemd.
Dia’s 17-22 introduceert Het Omgevingscanvas als een hulpmiddel voor mapping, het in kaart
brengen en leren kennen van de omgeging waar je in aan de slag gaat. Zie voor een uitgebreide
uitleg van het Omgevingscanvas Levelt (2020).
In dia 22 wordt de opdracht geïntroduceerd om een wijk die een postive energy district moet worden
te mappen. Op deze dia is het centrale figuur van het omgevingscanvas getekend dat laat zien dat
beleid dat in de top wordt besloten en verantwoord, alleen goed verantwoord kan worden als het
steunt op een gezamenlijk inzicht in de uitdagingen en keuzes die hebben voorgelegen. Dat
gezamenlijke inzicht is op zijn beurt ontstaan uit een goede mapping, een goed inzicht in het gebied
met al haar belanghebbenden, belangen, betekenissen en wensen, zowel wat betreft een specifiek
project maar vooral ook wat betreft de plek zelf.
Dia 23 introduceert de 2e opdracht.
Dia 24 geeft nog twee laatste inzichten mee die studenten uitnodigen dieper te graven dan het eerste
gezicht om hun wijk te leren kennen en om oor te hebben voor alles wat er speelt en geen belangen
uit te sluiten, hoe klein ze ook zijn.
Dia 25 vat alles nog een keer samen.
n.b. in de cirkel die terugkomt op dia’s 17, 21 en 25 staat in het blokje rechtsboven ‘ burgers’ hier worden
ook belanghebbenden mee bedoeld die bijvoorbeeld een bedrijf hebben in de wijk maar ook de school en
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 8 of 10
andere instellingen die een rol in de wijk spelen. Wel is van belang dat de focus in de opdracht primair op
bewoners en gebruikers van de wijk is.
2.4 Verdiepingsopdracht participatie in de energietransitie: Gebiedsmapping en
advies voor participatie
Deze opdracht voeren studenten in ongeveer een week uit. Er kan ook meer tijd voor worden
uitgetrokken. Uitgangspunt is dat studenten de wijk in gaan om een gebied te ‘mappen’: in kaart te
brengen wat er speelt en hoe de wijk in elkaar zit als basis voor een kort advies aan de gememeente over
hoe de participatie in de energietransitie aangepakt moet worden.
Doel van deze opdracht is dat studenten ervaren:
Dat je niet van achter je bureau er achter kunt komen wat er in een wijk speelt: dat je echt de wijk in
moet;
Hoeveel verschillende mogelijkheden voor het inrichten van participatie er zijn en hoe lastig het is
daar goede en onderbouwde keuzen in te maken.
Deze opdracht is dus meer ervaringsgericht dan gericht op het opdoen van uitputtende kennis over het
vormgeven van participatie. Wel is een doel dat studenten de kennis over het structureren van participatie
(naar ruimtelijk schaalniveau, fase van het beleidsproces, doel van participatie) uit het verdiepingscollege
toepassen en zich eigen maken zodat zij dit ook later kunnen toepassen als zij in de praktijk aan de slag
gaan met participatie.
2.5 Herhalings- en verdiepingscollege: Het belang van participatie voor het
realiseren van een succesvolle transitie naar een energiepositieve wijk
Het doel van dit college is alle eerder ontvangen kennis nog eens te herhalen en te verrijken zodat het
nog beter zal beklijven. Daarnaast is het doel van het college om de studenten te motiveren voor het
betrekken van burgers, hoe lastig dat ook is door ze te doordringen van het belang er van. Dit college
herhaalt deels wat in eerdere colleges al is verteld. Het is ook te volgen als het 2e college en de opdracht
niet zijn gegeven.
Het college neemt studenten mee in de volgende gedachtegang:
1. De energietransitie gaat iedereen aan;
2. Je bent er niet met een technisch goed ontwerp vanachter je bureau;g
3. Je moet bedrijven, overheid en burgers mee krijgen;
Goed plan
Geld
Vergunningen
Acceptatie
4. Hoe kun je dat doen?
Burgerinitiatief
Burger actief op uitnodiging
Burger als consument
Welke rol burger kan krijgen verschilt per situatie maar burgers zullen altijd in meerdere of mindere
mate deze rollen moeten krijgen.
Aanvullingen op wat eerder is verteld zijn in dit college:
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 9 of 10
Verwijzingen naar het rapport SCP 2020: Op weg naar aardgasvrij wonen. De energietransitie vanuit
burgerperspectief;
Een verwijzing naar een aanpak voor het bereiken van de burger als consument, de Deugden-aanpak
in de energietransitie die is ontwikkeld door Tertium
Een verwijzing naar een podcast met Henk Ovink die heel mooi uitlegt waarom het zo belangrijk is
om ook als technicus te starten met luisteren en ontdekken wat het echte, complexe probleem is
omdat anders nooit een goede oplossing gevonden kan worden.
Aan de slag met participatie in de energietransitie
Centre of Expertise Urban Technologyversion 1.0
© 2021 CCBY-SA 10 of 10
Literatuurlijst en achtergrondinformatie
Levelt, Melika (2020) Het Omgevingscanvas. Een hulpmiddel voor ambtenaren, ondernemers en
burgers bij het maken, verrijken en verantwoorden van ruimtelijke plannen, Amsterdam:
Hogeschool van Amsterdam, Urban Technology
Levelt, Melika (2021) Handleiding bij Participatie in de Energietransitie Een rollenspel,
Hogeschool van Amstedam, Uitleg+toelichting spel participatie energietransitie_HvA_Juni
2021.pdf
De Novi in een notendop
Platform31: Relatie Energietransitie en de Omgevingswet
Bontenbal, Henrie (2018) “De energietransitie heeft een flinke ruimtelijke impact”, Rooilijn 51(4), p. 272-277.
Te vinden via: http://archief.rooilijn.nl/download?type=document&identifier=669490
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.