BookPDF Available

PLAGIAAT IN ONDERZOEK EN ONDERWIJS

Authors:

Abstract

Deze bundel bevat een serie beschouwingen rond het thema plagiaat, waarin diverse onderwerpen en perspectieven aan bod komen. Zo wordt plagiaat bezien tegen de achtergrond van wetenschappelijke integriteit (zie de bijdragen van Jonathan Soeharno, Ton Hol en, voor de meer procedurele kant, Judith Zweistra), historische perspectieven (Keimpe Algra), het auteursrecht (Peter Blok), eisen aan en verantwoordelijkheden van wetenschappers (Egbert Dommering en, in contrast met de eisen die aan studenten worden gesteld, Adrienne De Moor-van Vugt)
PLAGIAAT
IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS
Prof. dr. mr. Jonathan Soeharno &
prof. dr. Keimpe Algra (redactie)
Vereniging van Universiteiten, Den Haag 2021
Plagiaat in
onderzoek en
onderwijs
De bundel Plagiaat in onderzoek en onderwijs is een publicatie van de VSNU.
Redactie:
Prof. dr. mr. Jonathan Soeharno
Prof. dr. Keimpe Algra
Met ondersteuning van Dorien van der Schot, MSc.
Projectcoördinator: Soe Dings, MSc. (VSNU)
Vormgeving: BUREAUBAS
De artikelen in deze publicatie zijn geschreven door:
Prof. dr. ir. Karen Maex
Prof. dr. mr. Jonathan Soeharno
Prof. dr. Keimpe Algra
Prof. mr. Ton Hol
Prof. mr. dr. Peter Blok
Prof. mr. Egbert Dommering
Prof. dr. Adrienne de Moor-van Vugt
Mr. Judith Zweistra
Vereniging van Universiteiten, Den Haag 2021
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT
IN ONDERZOEK EN
ONDERWIJS
2
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT
IN ONDERZOEK EN
ONDERWIJS
VOORWOORD


Het onderwerp v an deze bundel is een onderwerp dat aan de kern r aakt van wie we zijn en wat we doen, namelijk het
recht doen aan de s chouders waar wij als wetenschapper s op staan, het originele denkwerk van w ie ons voorgingen
in de zoektocht na ar het vermeerderen van kennis. Dat is waar wetensc happelijke integriteit, en o ok het voorkomen

wetenschap.

themamiddag van 26 januari 2021 over plagia at en wetenschappelijke integriteit te openen en een voor woord voor

schendingen van wetenschappelijke integrit eit door wetenschappelijke medewerkers en plagiëring door student en in

prof.dr.em. Dymph van den Boom. Die kwestie, en het adv ies erover door een externe commissie, liet duidelijk zien dat
het vraag stuk ingewikkeld is en vele verschillende facett en kent.
In deze bundel worden vele van die ver schillende facetten belicht. Ze is een weer gave van genoemde themamiddag.
Zo komen onder andere aan de orde h oe we het begrip ‘schenden van de wetenschapp elijke integriteit ’ moeten
versta an; hoe het historis ch geëvolueerd is; wat de juridische elementen zijn die hierbij be trokken kunnen zijn; en of er
verschillende eisen zijn die aan ac ademici en studenten worden gesteld.
Over één ding zijn we het allemaal eens: ver wijzingen naar eerdere werken zijn zowel wenselijk als absoluut es sentieel.
Bovendien moeten ver wijzingen geen onduidelijkheden toelaten. Maar niet elke ver wijzing is gelijk, en niet elk
voortbouw en op de eerder opgebouwde kennis vereist dezelfde behandeling. Contex t bepaalt deels de wijze waarop
gerefereerd d ient te worden, en er zijn gradaties en nuances, en de omvang v an die gradaties en de mate van die
nuances hangen af van de wet enschappelijke disciplines waarbinnen het onderzoek plaat svindt.
Dit is waarom het zo belang rijk is dat er mondiaal gezien overeenstemming is tus sen wetenschappers binnen dezelfde
disciplines over hoe men binnen die discipline dient te citer en, etc. Dit is dan ook waarom klachtencommis sies voor
wetenschappelijke integrit eit een beroep kunnen doen op expert ise uit de verschillende vakgebieden om hun eigen
werk aan te vullen.


op verschillende manieren. In het opleiden van jonge mens en tot academici leren studenten plagiaat initieel kennen
als een min of meer objectief b egrip in hun studieomgeving, hetgeen voor al inhoudt dat zij geen werk v an elkaar

moeten de lijnt jes waarbinnen zij dienen te werken zo helder mogelijk zijn.

onderzoek spraktijk, maar dan begrepen als ‘cor rect citeren’ of ‘recht doen aan elka ars werk’. Dat is een veel opener en

als recht doen aan elka ars werk wordt beschouwd in het ene gebied, is d at niet per se in het ander e. En het verst aan
ervan is ook aan v erandering door de tijd onderhevig.

van de begrippen ‘plagia at’ en ‘recht doen aan elkaars werk ’. Wetenschap vernieuwt cons tant, en ook ons begrip van
‘recht doen aan elkaar s werk’ dient daarom mee te g roeien.
Om een compleet en gede tailleerd beeld te krijgen van deze uitda gingen, hebben we discu ssies zoals in deze bundel
nodig, tussen alle be trokkenen, om te kijken waar we raakvlakken k unnen vinden ondanks verschillende inzichten en
visies.
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 3


deze bundel ons denken en handelen zullen verdiepen en verster ken.

huidige discussie. Die benad ering laat mooi zien dat het begrip zowel cultureel b epaald is als bepaalde continuïteiten


 
 
van rechtsbe scherming genieten. In zijn doorwrochte bi jdrage laat Peter Blok zien dat plagiëren in de academische

per ongeluk is geschied, wordt er bi j onjuist citeren door een wetenschapper g ewogen in welke context dit plaatshad,
wat de omvang was en of er de intentie om t e plagiëren achter zat. De context wor dt op een andere wijze in stelling
 

de misstap beging ook e ven schuldig is. Dat juist in deze tijd van ‘alternatieve feiten’ waarheid sgetrouw citeren weer

het waarheid sbeginsel die ten gr ondslag liggen aan het citaatrecht.

aan te pakken. Hij pleit er onder andere vo or “de klachtdrempel hoog t e houden maar vervolgens consequent lichter e
veroordelingen buiten het b ereik van sanctionering te laten vallen. Lichtere w angedragingen zijn dan overgelaten aan
het zelfcorrigerend ver mogen van de wetenschap, niet aan zelfregulering.” Daarin ligt dan een b elangrijke taak vo or de

in de klachtenprocedu re. Zo gaat zij in op de vraag of de mogelijkheid tot anoniem klagen niet k an leiden tot indiening
van klachten om onzuivere r edenen, de redenen om deze mogelijkheid wel of niet op te nemen in klachtenpro cedures.

Integriteit nu expliciet wel to elaat), ma ar wel de mogelijkheid vertrouwelijk te klagen, namelijk zodat de na am van de
klager bekend is bij de klachtenc ommissie maar niet bekend wordt bij de beklaagde of anderen.

We zijn ons als universiteiten bewu st van onze grote verantwo ordelijkheid in deze problematiek naar zowel klager
als beklaagde, naar zowel klacht encommissie als universitaire en wetenschappelijke gemeens chap in haar geheel.

wetenschap st aat, en dat het een essentiële taak is van we tenschappers om het werk van anderen te r especteren en als
zodanig te erkennen en van bes tuurders en leidinggevenden om ervoor t e zorgen dat de onderzoekscult uur, f aciliteiten
en procedure s hieraan een positieve bijdrage leveren.
De themamiddag wa s een mooi voorbeeld van hoe we hier als wetenschapp ers werk van maken. Ook deze
themabundel laat goed zien d at het ontwikkelen van de notie van wetenschapp elijke integriteit en corr ect citeren een



4
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT IN
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
PLAGIAAT IN ONDERZOEK
EN ONDERWIJS PLAGIAAT
IN ONDERZOEK EN
ONDERWIJS
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 5
6
INHOUDSOPGAVE
 3
Prof. dr. ir. Karen Maex, Recto r Magnicus UvA
Inleiding 8
Prof. dr. mr. Jonathan Soeharno & pr of. dr. Keimpe Algra
 11
Prof. dr. mr. Jonathan Soeharno
  25
Prof. dr. Keimpe Algra
 35
Prof. mr. Ton Hol
 47
Prof. mr. dr. Peter Blok
 59

Prof. mr. Egbert Dommering
 73

Prof. dr. Adrienne de Moor-van Vugt
 83

Mr. Judith Zweistra
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 7
INLEIDING

Deze bundel bevat een serie b eschouwingen rond het thema plagiaat, wa arin diverse onderwerpen en
perspec tieven aan bod komen. Zo wordt plagiaat bezien tegen de acht ergrond van wetenschappelijke
integriteit (zie de bijdragen van Jonathan S oeharno, Ton Hol en, voor de meer procedur ele kant, Judith Zweistra),
historische per spectieven (Keimpe Algra), het auteursrecht (Pet er Blok), eisen aan en verant woordelijkheden van
wetenschapper s (Egbert Dommering en, in contrast met de ei sen die aan studenten worden gesteld , Adrienne De
Moor-van Vugt).
Deze serie bijdrag en, met een primaire foc us op plagiaat in de wetenschap en in het wetenschapp elijk onderwijs,
is noodzakelijker wijze selectief. Er zouden nog legio andere relev ante thema’s en invalshoeken kunnen worden
toegevoegd. Zo wor dt de veel besproken en veel bekritiseerde n otie van ‘zelfplagiaat’ in deze bundel niet
gethematiseerd. D e bundel pretendeert ook zeker niet ‘het laat ste woord’ te bieden. Daar voor is het fenomeen te
complex. De inzet van deze bund el is veeleer om een aantal facett en te belichten die deze complexiteit mede bepalen.

precies zou zijn dat deze als e en onfeilbaar criterium geb ruikt kan worden om uit te maken wat plagiaat is en wat niet.


de slotalinea van de bijdrage v an Ton Hol: Is alle plagiaat wel plagiaat? Daarentegen wordt in deze bundel veelal gebruik

(p. 23): plagiaat is het gebruik zonder passend e erkenning van ideeën, werk wijzen, resultaten of teksten van ee n ander.
Bij de redac tie van de bundel is geen consensus nages treefd, en in die zin illustreert de bund el zelf ook dat er over

enkele rode draden te ont waren. De eerste en belangri jkste r ode draad is dat plagiaat ertoe doet

licht vergrijp lijken, het komt verhoudingsge wijs vaak voor. Meer inhoudelijk doet plagiaat ertoe omd at het de taak
van de moderne wet enschap is om telkens iets nieuws toe te voegen aan b estaande kennis. Daartoe moe t het voor
alle betrokkenen, intern maar ook vo or het bredere publiek, transparant zijn wiens wer k nieuw is en wiens werk niet.
Het belang van plagiaat omvat maar over stijgt dus ook het (niet) geven van kr ediet (door de plagiator) aan wie krediet
toekomt (de geplagieerde): plagiaat raak t aan het vertrouwen in wetenschap zelf.
De tweede r ode draad is dat plagiaat grad aties kent. Plagiaat kan bij voorbeeld begrepen worden als een sch ending
van wetenschappelijke integr iteit in brede
dan aan het niet voldoende str even naar de principes (van bijvoorbeeld ‘eerlijkheid’ en ‘ transparantie’) of de ‘normen

van, in de kern, deugdethische opro epen tot een zo behoorli jk mogelijke wetenschap, aan individuele wetenschappers,

echter ook worden beg repen als schending van wetenschappelijke integriteit in smalle zin. Het gaat dan om de vra ag
welk plagiaat moet worden gesanctioneerd 
wangedragingen van indi viduele wetenschappers. Ook binnen deze verz ameling kent plagiaat echter gr adaties: gaat
het bijvoorbeeld om e en ernstige normoverschrijding, (verw ijtbaar) onzorgvuldig gedrag, b edenkelijk gedrag of een

afweging van zowel feit en als normen. Bij dat laatste geldt dat de normen niet alleen s terk per vakgebied kunnen
verschillen, maar ook – nu de normen zoals die g olden ten tijde van de gedraging vigeren – per moment in de t ijd.

studenten, die in vergelijking met de r egelingen voor wetensch appers een hogere graad van re chtsbescherming

die plagiaat vast stellen (de CWI’s en het LOWI) niet bevoegd zijn te adviseren over sanc ties of maatregelen, dat
het aan derden (en vooraf aan b etrokkenen) onbekend is welke maatregelen of sancties worden (of zullen worden)

het terrein van de wet enschap, waarin de goede naam van de wetensch apper cruciaal is voor het besta an en verloop
8

beschuldiging kan een gr ote, negatieve impact hebben.
Kortom, plagiaat doe t ertoe. Het gaat daarbij immer s om het vertrouwen in wetenschap. Maar nu ance is vereist.


verschillen per vakgebied en p er periode. Ten slotte vragen d e bijdragen aandacht voor de recht sbescherming voor

zorgvuldig heid en verdergaande discussie. De ze bundel hoopt daaraan een bijdra ge te leveren.
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 9
WAT IS EEN SCHENDING
VAN WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS EEN
SCHENDING VAN
10
WAT IS EEN SCHENDING
VAN WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS EEN
SCHENDING VAN
WAT IS EEN
SCHENDING
VAN WETEN-
SCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT?

 

|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 11
1. Een hoge lat

integriteit geschon den zou hebben. Maar wanneer is er sprake van een schending van wet enschappelijke integriteit?

te zijn van een schending bij, bijvo orbeeld:
 2
tekortkomingen in de verwijzingsplicht; 3
(mogelijke) schending van iemands auteursrech t; 4
 5
oncollegiaal gedr ag; 6
(een patroon) van onzorgv uldigheid met betrekking tot bronvermelding; 7 of
schending van bronvermeldingsnormen die (ook) voor st udenten gelden. 8
Er kan dan volgens het LOWI weliswaar sp rake zijn van onzorgvuldig (slordig of ondo ordacht) handelen 9 of zelfs
verwijtbaar onzorgvuldig handelen, 10 zonder dat dit bet ekent dat er sprake is van een schending van wetenschappelijke
integriteit. 11
Maar hoe is het mogelijk dat een k lacht over schending van wetenschappelijke integriteit ongegrond is, ter wijl er wél
wordt geconcludeer d dat er (verwijtbaar) onzo rgvuldig is gehandeld? Is het wel uit te leggen aan het b rede publiek, aan
studenten in het bijzonder, dat een wetenschapper die de ver wijzingsnormen schendt die deze zelf aan studenten
 
Over die vragen g aat dit artikel. Ik zal toelichten waarom de lat zo hoog ligt , maar ook dat de klachtprocedure in de
praktijk kan leiden t ot verwarring.
2. Integriteit
Eerst iets over he t begrip integriteit. Tegen de achtergrond van de alomtegenwoordigheid van integr iteit(schendingen)
in de media, 12 is het bijna niet voo r te stellen dat het huidige spreken over integriteit relatief nieuw is. In de
afgelopen decennia is integrit eit een veelgebruikt, zelfs alledaags, beg rip geworden met een prominente plaats in
gedragscodes, 13 14 en managementtaal 1 5 (denk aan integriteitsmana gement, instrumenten ter

ethiek, is het begrip integr iteit relatief recent tot ontwikkeling gekomen. Waar integritei t tot nog niet zo heel lang

termen als onkreukba arheid, heelheid of onaantastbaarheid, 16 b estrijkt integriteit nu een kleur rijk palet – variërend
 

 
 
 
 
 
 
 
10 herhaaldelijk

11 
12 
13 Het Institute of Busines s Ethics

 

 Harvard Business Review
16 The Integrity of th e Judge. A Philosophical Inquiry.
12
van morele opvatt ingen, legitimiteitsk westies tot de deugdzaamheid zelf. 17

negatieve term is. Het g aat over datgene dat onaangetast is (integ riteit komt van het Latijn non-tangere – niet aanr aken),
iets dat ‘boven alle t wijfel verheven’ dient te blijven. In lijn met deze negatieve lading meent men dan o ok eerder dat
integriteit ‘geschonden’ is dan ‘gesla agd’ (iets dat overigens in de vele mediadiscu ssies over het onderwerp ook goed t e
zien is).
 positieve
in order to sell one’s soul, one must have something to sell.” 18 De b eroemde Duitse socioloog Max
Weber noemde dit ook wel het “ereaspe ct” 19 van een professie of inst ituut: datgene waarop de legitimiteit van d ie
professie of dat instit uut gestoeld is. De opkomst van integriteit scodes sinds de jaren ‘90 in bedrijven, profe ssies en
instituties lijkt d an ook vooral deze vraag te willen beant woorden: wat moet – positief gest eld – boven alle twijfel
verheven blijven?
3. De ziel van de wetenschap – over verbittering en
gedrevenheid

Daarover wordt, gele t op de vele nationale en internationale gedragscodes w etenschappelijke integriteit – die de
laatste decennia 20 als paddenstoelen uit de gr ond zijn geschoten – gevarieerd gedac ht. 21
Deze codes bes chrijven een keur aan waarden, normen, principes, st andaarden, regels, deugden, (zorg)plichten en
goede, kwes tieuze of slechte praktijken. 22 Denk aan:
- epistemi sche eisen zoals controleerbaarheid, w aarachtigheid, transparantie en objec tiviteit;
- (morele) deugden 
- zorgplichten voor we tenschappelijke instellingen, waaronder het zorgdragen vo or een veilige
onderzoeks omgeving en het genereren van maatschappelijke impact;
- gewoonteregels of r egels omtrent de omgang tussen wetensc happers, denk aan eerlijkheid met betrekking tot
geven van credits, of het vragen van toestemming voor verm elding als auteur; of
- juridische normen, bijvoorbeeld m et betrekking tot proefper sonen of proefdieren, of diefstal van geg evens. 23
In deze verscheidenheid valt wel een r ode draad te ontwaren. D e bovengenoemde Max Weber sprak aan het einde van
zijn leven de rede Wetenschap als beroep uit . In die rede, die misschien zelfs ver plichte kost zou moe ten zijn voor jonge
wetenschapper s, gaat hij in op wat de “innerlijke roeping tot de wetenschap” 24 inhoudt.
 Philosophical QuarterlyEthics
Integrity. A Philosphical Inquiry
The Journal of PhilosophyBeyond Virt ue: Integrity and Morality.Public
Integrity.Integrity and the Fragile Self
The Stanford Enc yclopedia of Philosophy
>.
 
19 Max Weber, Wetenschap als beroep / Politiek als ber oep
20 
Tussen fout en fraude Integ riteit en oneerlijk gedrag in het wete nschappelijk onderzoek

21  Sci
Eng Ethics 
22 Res Integr Peer Rev
European Code of Conduct for Research
Integrity 2017
23 
 Weber 2012, p. 13. Zie D.B. Resnik, The ethics of science. An introductio n

|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 13
Verbittering
Maar voordat hij d at doet, zet Weber de toehoorder met beide benen op de g rond. Weber zegt dat je aan jonge
wetenschapper s “de volgende gewetensv raag” moet stellen:


Weber vervolgt :


 25
Waar gedrevenheid is, ligt kennelijk de kans op ver bittering op de loer. Het is een samenspel dat in de praktijk van
wetenschappelijke integrit eit helaas een alledaags fenomeen is: verbit tering omdat iemand is gepasseerd vo or een
hoogleraar schap, verbittering omdat iemand niet is geciteerd t erwijl die meende de eerste t e zijn die iets had bedacht,


  26
Gedrevenheid

kan”, zegt Weber. 27 Het gaat om volledige toewijding aan de zaak
zegt – het ga at om de ‘godheid’ of de ‘daimon’ die over een zaak heerst. 28

om te zoeken naar waarheid . 29 Zijn werkwijze was simpel: mensen bevr agen om er zo achter te komen of ze echt iets
wisten of slechts meenden iets te weten. Hij legde hen, zogezegd, langs de “maat staf van de god” 30: beter te w eten iets niet
te weten dan – de “domheid van de erg ste soort” 31menen iets te weten terwijl je het niet weet.

compromisloos het weten-niet-te-weten te stellen boven het menen-te-weten
en feit boven mening.
4. Prudentie en de alledaagsheid van de wetenschap

verantwoor delijkheid op alle wetenschappers om ervo or te zorgen dat deze kern wordt bescher md in het alledaagse

valorisatie, impact, politieke of mor ele opvattingen, lucratief contrac tonderzoek en wat al niet meer. Over de waarde v an al
deze belangen van en voor de wet enschap mag men (sterk) van mening verschillen, 32 maar niet over de kerndri jfveer: het
kritische waar heidsstreven door cons tante bevraging. Dat vormt de niet aan te t asten ziel van de wetenschap – de gr ondslag
van haar legitimiteit.
 Weber 2012, p. 13.
26      Malaf ide klachten over wetenschappelijk e integriteit

 
 
iedereen mo et de individuele keuze make n wat voor hem de god is en wat de du ivel.”
29 
30 Plato 2011, 23b.
31 Plato 2011, 29b1.
32 Waartoe is de universiteit op aarde . Wat is er mis? En hoe kan het beter?
14
gif beker bracht.
Om tegenwoordig in de weten schap te overleven, zijn al die andere zaken – publicatiecijfer s, ranglijsten,

kennelijk van (levens)belang. In de afgelopen decennia is het wetenschappelijk ‘be drijf’ ingrijpend veranderd : er

de complexiteit van onder zoek is toegenomen en dat geldt ook voor het palet aan v erantwoordingseisen waar onder
de roep om valorisatie. En laten we vo oral ook niet vergeten: de wetenschap is voor ve el mensen eenvoudigweg een
vorm van broodwinning gewor den. 33 34

tegenwoordig onmiskenbaar tot het einde v an een wetenschappelijke loopbaan.
Maar wanneer is het dan goed? Parallel aan de veranderingen in de wetenschap in de afgelop en decennia, is er de
afgelopen decennia werk gemaak t van de beantwoording van juist de ze vraag. Dat is goed te zien aan de al eerder
genoemde nationale en internationale ge dragscodes. De daarin gema akte uitwerkingen in waarden, st andaarden,
principes, deugden en bes t, questionable and bad practices willen nadere duiding geven aan het e reaspect van de
wetenschap in het kr achtenveld van allerlei belangen, dilemma’s en verleidingen. 35
 36 – d at er ruimte moet blijven v oor waar het bij integriteit in de
kern om gaat: het in telkens wiss elende omstandigheden maken van de juiste afweging. 37 In de ethiek wordt hiervoor
het woord prudentie of praktisch e wijsheid gebruikt 38 : wikken en wegen ten aanzien van zowel normen als feiten.

die weer per contex t kan verschillen:



 39
Er zal dus stee ds moeten worden afgewogen wanneer he t goed is. Dit past bij de aard van de we tenschap: methoden
en discussies lop en sterk uiteen per wetenschapsgebied en vor men steeds ook zelf weer het onder werp van kritiek. Het
is dan ook weinig verras send dat gedragscodes telkens we er geüpdatet worden. De concretis ering van de ziel van de
wetenschap – het conc rete antwoord op de vra ag wat wetenschappelijke integriteit inhoudt – is dan ook geen s tatisch
gegeven, maar een zaak v an continue, prudente herijking door de academische geme enschap.
5. Schendingen van wetenschappelijke integriteit –
breed en smal
geschonden is. Kort gezegd, k an deze vraag breed of
smal worden opgevat. 40 In brede zin is de v raag, waar schiet de wetenschap tekort in he t boven twijfel stellen van haar

33 , The great betrayal
 
excellentietraject. Di scussies over weten schap,
onderwijs en de univer siteitThe slow profes sor. Challenging the culture of speed in the
academy
 

Wetenschappelijk onder zoek: dilemma’s en verleidingenwww.knaw.nl
36 
 
 Ethica Nicomachea 
39 
 
Discipline, toez icht en straf. De geboorte van de g evangenis,
Surveiller et punir. Naissance de la prison
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 15
Breed – voortdurend tekortschieten door vele actoren

boven twijfel s tellen van haar “beschermwaarde ziel”?

 41 ook streefnormen zoals “optimale
precisie” 42 en “vermi jd dat de (…) beoordeling van de result aten en de weging van mogelijke verklaringen worden

of politieke). 43

wetenschappelijke integrit eit gebeuren dus aan de lopende band.
peer
reviewers
Wat die verantwoordelijkh eden inhouden en hoe zich die tot elkaar verhouden, is verre van uit gekristalliseerd
en vereist voor tdurende doordenking. Maar duidelijk is dat zij allen tekort ku nnen schieten als het gaat om de
waarborging van w etenschappelijke integriteit.
Zo is het aan de instelling om de juiste “onderzo ekscultuur” – een veilige, inclusieve en open cult uur waarin
onderzoekers zich ver antwoordelijk en aanspreekba ar voelen, dilemma’s kunnen delen en gemaakte f outen kunnen
bespreken zonder bang te hoeven zijn voor de c onsequenties 44 – te creëren, te zorgen d at er “heldere instructies” en
“protocollen” zijn en om de “aandacht vo or wetenschappelijke integriteit in het onderw ijs” te verankeren. 45 Te denken
valt ook aan het zorgdr agen voor adequate supervisie en inter visie, 46 het tegengaan van intimidatie (voor zover
relevant voor weten schappelijke integriteit), (meldings)procedures ten a anzien van mogelijk wangedrag, aandacht
voor ethiek bij aanname en prom otie van personeel, open toegang tot br onnen en duidelijke regels voor de omgang
met mens en dier. Ook hier is (helaas) sprake van een voor tdurend tekortschiet en.
Ik benadruk hier de – in de gedrag scodes uitgebreid beschreven – ver antwoordelijkheden en zorgplichten v an de
instellingen, 47 omdat bij de schendings vraag de nadruk mijns inziens te veel wordt gelegd op individuele wetenschapper s.
Terwijl de cultuur waarin zij op ereren soms net zo belangrijk is, en niet zelden ook bepalend. 48
Smal – te sanctioneren schendingen 49
 
procedure s en normen, als een te sanctioneren 50 schending van wetenschappelijke integrit eit?

 

bestuur advies in t e winnen van een commissie wetenschappelijke integriteit en, in bepaalde g evallen, een tweede
 
 
 
 
 


 
zijn, aanleiding kan geven tot wetenschappelijk wangedrag en t ot oneerlijke gedragingen (te ambitieuze personen die zich onttrek ken
aan supervisie of inter visie, te geringe controle (peer review, peer pressure) en het negeren van vro ege signalen van afwijkend gedrag),

 

Sci Eng Ethics
 Towards a Responsible Resear ch Climate. Findings from ac ademic researcher s in Amsterdam. VU DISS 2021.

 
beleidsdocumenten he t bereik smaller wordt en de nadruk vooral komt te liggen op repressie.
  
16



en sector en – de wetenschappelijke gemeenschap nauwelijks reg ulering kent. Ext erne regulering doet immers per

het spel, namelijk van bevordering van e en kritisch waarheidsstr even zonder welke een vrije samenleving niet mogelijk
is. 51gegund
benoemingen.

de instelling te nemen maatregelen als gevolg van e en integriteitsschending één van de weinige manieren om
bijvoorbeeld ben oemingen voor het leven te doorbreken of promoties te laten s chorsen. Teveel regulering k an ook een

terrein en er zullen hoe dan ook f outen worden gemaakt. Teveel tucht haalt de lucht eruit die de we tenschap nodig
trial and error te ontwikkelen. 52
Het is daarmee vo oreerst aan de wetenschappelijke gemeens chap zelf om integriteit te waarborgen. Iedere a ctor

 peer review,
fora of symposia. D e primaire drijfveer van de wetensc hap – het kritisch waarheidsst reven door continue bevraging –
vormt daarmee o ok de motor van het zelfcorrigerend vermogen van d e wetenschap. 53
Maar het zelfcorriger end vermogen van de wetenschap werkt niet alti jd, 54 met name niet als er sprake is van kwade
opzet. Dan moet zelfcorrectiezelfregulering. 55
Uitsluitingen
Zelfregulering ziet maar op ee n beperkt bereik. Zo zijn de volgende drie categ orieën uitgesloten:
1. heel wat potent iële schenders 
die geen wetenschappe r zijn maar wel bij het onderzoek betrokken zijn, zoals onder steunend personeel,
studenten of part iciperende burgers;
2. regulier wetenschappelijk debat 56 waaronder me thodologische discussies, profes sioneel verschil van inzicht, 57
maar ook eerlijke fouten 58 of zelfs blun ders 59 in de wetenschap; en
3. int egriteitsklachten die in feite neerkomen op ru zies of geschillen die in de kern niet met de
wetenschapsbeo efening als zodanig te maken hebben. 60 Die zijn overgelaten aan de rechter of and ere vormen
van geschilbeslechting.
Het mag duidelijk dat deze categor ieën wel vallen onder het brede begrip van integriteit schendingen, wat natuurlijk bij
uitstek geldt voor de t weede categorie – regulier we tenschappelijk debat.
 Zie Philip Kit cher, Science in a Democratic Soci ety. Lanham: Prometheus 20 11; zie ook de bijdr agen in K. van Berkel, C. van B ruggen,
Academische vri jheid. Geschiedenis en actualiteit
 Ars Aequi
 nullius in verba

 
 
 
  
 dishonesty en error.
 
The Guardian
60 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 17
Tegengesteld aan de drijfveer
Welke schendingen van wetenschappelijke integriteit len en zich dan wel voor regulering? Het basisbeginsel is eigenlijk
heel simpel: wanneer de gedrag ing tegengesteld is aan de kerndri jfveer v an de wetenschap. Wanneer het weten-niet-te-
weten niet meer boven het menen-te-weten is verheven, maar spr ake is van doen alsof je het (zelf) weet.
In de kern is dit het geval bij fabr icage, vervalsing of plagiaat: de drie dood zonden van de wetenschap. Overigens kan

 61
Het haaks handelen op de ba sisdrijfveer van de wetens chap schendt het vertrouwen in de wetensc hap. Er is

onderzoeker (zelfst andig) tot zijn of haar conclusies is gekomen, maar moet en daarop kunnen vertrouwen. 62 D eze
vertrouwensr elatie wordt zwaar geschonden als een wet enschapper doet alsof hij het (zelf) we et terwijl hij niet (zelf)
 63

schending van wetenschapp elijke integriteit.


 64 En er zijn
ook questionable research pr actices zoals hoaxing, forging, trimming en cooking. 65
 66 In die

wanneer er een duidelijke intentie is om anderen b ewust op het verkeerde been t e zetten. 67

normschendingen, bijvoorb eeld met betrekking tot de behandeling van proef personen of proefdieren, kunnen tot de
vasts telling van een schending leiden.
kunnen
geven tot de vas tstelling van een schending van wetenschappelijke integri teit, zoals wanneer:
 

 
verklaringen wordt bepaald d oor commerciële of politieke belangen;
 
 
 
bestaat over de r esultaten; en
  68

gedraging die de wetenschapp elijke integriteit schendt. 69 D eze kan immers tot doel hebben om een collega monddood
te maken: een go ed getimede klacht, bijvoorbeeld, k an een succesvolle loopbaan van een veelbelovende ( jonge)
61 

plagiaat verbod en (deels overlappend e) regels van auteursre cht regels verwijs ik na ar de bijdrage van Pet er Blok aan deze bundel.
62 
63 
 
 
66 
 
 
69 
men weet of had moe ten weten dat deze onjui st is.”
18
wetenschapper in de kiem smor en. Het is een triest gegeven dat alleen al de beschuldiging van e en schending de
reputatie van een we tenschapper ernstig kan beschadigen.
Kortom: te sanc tioneren schendingen van wetenschappelijke integriteit kennen een hoge lat. In de kern genomen
komen alleen gedragingen die haak s staan op de kerndrijfv eer van de wetenschap voor zelfr egulering in aanmerking,
terwijl het over ige is overgelaten aan het zelfcorrigerend vermogen van de ac ademische gemeenschap.
6. Door elkaar lopen van schendingsbegrippen in de
klachtprocedure
Het blijkt niet altijd even gemakkelijk om de t wee vormen van schendingen – breed en smal – van elka ar te
onderscheiden. Dit kan in e en tweetal opzichten leiden tot ver warring in de klachtprocedure 70 met b etrekking tot
wetenschappelijke integriteit.
Hoge klachtdrempel versus lage beoordelingsdrempel
In lijn met het smalle begrip van integrit eitsschendingen is de klachtdrempel hoog. Wie wil klage n over een vermeende
schending van wetenschapp elijke integriteit, k an niet klagen over het feit d at iemand onbehoorlijk (e.g. onzorgvuldig,
 
gebruikt. Een klacht mo et (onderbouwd) g aan over de zwaarste
 71 Een hoge lat du s.
Maar in de prakti jk gebeurt he t nogal eens dat het bestuur van de ins telling, op advies van een commissie
wetenschappelijke integrit eit of het LOWI, tot de conclusie komt d at er weliswaar géén sp rake is van een schending
van wetenschappelijke integr iteit (het smalle begrip), maar wel sprake is van ‘lichter ’ wangedrag (het brede begr ip).
onzorgvuldig gedrag en verwijtbaar onzorgvuldig
gedragbedenkelijk gedrag en lichte tekor tkoming hanteert 72).
ongegrond zijn: de klacht mocht immer s alleen gaan over de
zwaars te categorie, namelijk schendingen van wetenschappelijke integr iteit (smal begrepen).

bronvermelding. De instelling kan tot de conclu sie komen dat er geen sprake is van schending van wetenschapp elijke
 
de instelling kan ook concluderen d at het handelen onzorgvuldig was, bijvo orbeeld omdat het allemaal wel erg slordig

Dat de beoordelingsdr empel lager ligt dan de klachtdrempel is – tuchtr echtelijk bezien –ongewoon en kent geen
duidelijke parallel met de tucht stelsels van andere vrije beroepen, zoals adv ocaten, artsen of notariss en. Overigens
hanteren deze – en andere – tu chtstelsels een lagere klachtdremp el, namelijk van schending van de te ver wachten
behoorlijkheid, betam elijkheid of zorgvuldighei d die van de beroepsbeoefenaar mag wor den verwacht. De bovengenoemde
klacht over slordige bronvermelding zou d an gegrond
een schending van (wetenschapp elijke) integriteit helemaal niet in beeld t e komen: niet in de klacht en niet in de

 Ik karak teriseer de klacht procedure hiern a (ook) als tuchtproced ure. Deze is in de afgelopen jare n van karakter ver anderd. De
klachtenpro cedure is destij ds in het leven geroep en om het instellingsbest uur te helpen bij het maken van e en zorgvuldige af weging
bij potentiël e misstanden. Het bes tuur kon daart oe advies inwinnen van een co mmissie wetenschappeli jke integriteit en het LOWI.

is gaan fung eren: klagen gebeur t vaker direct bij de c ommissie die vervolgens pa rtijen (klager en bek laagde) op tegenspraak h oort,

Deze proce dure is de afgelopen jaren o ok meer gejuridisee rd: niet zelden staan e r advocaten aan weer szijden. Deze ontw ikkeling stelt
scherpere eisen aan de recht sbescherming die partijen toekomt, wat (mede) de achtergrond vormt v an mijn kritische opmerkingen.
 
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 19
Het huidige stelsel kan echt er leiden tot de verwarrende en soms verr assende situatie dat de klacht ongegrond wordt
verklaard (ge en schending) maar het gedrag toch wor dt veroordeeld (wel (verwijtba ar) onzorgv uldig). De betrokken
wetenschapper kan bi jvoorbeeld menen dat hij of zij hier onvoldoende op voorber eid kon zijn in het verweer (dat
immers op de klacht was gericht 7 3) en dat daarmee zijn of haar recht op een e erlijk proces is geschonden. Daarentegen
kan het brede publiek juist men en dat de wetenschapper er ten onrechte met e en sisser vanaf is gekomen: hoe kan h et
dat terwi jl er van alles aan de hand is, de klacht to ch ongegrond is?
Het zou mijns inziens beter zijn om – zoals ook in ander e tuchtstelsels gebruikelijk is – de klachtdrempel
en de beoordelingsdr empel gelijk te trekken. Dan zou ofwel de klachtdremp el omlaag moeten of wel de
beoordelingsdr empel omhoog, steeds met als doel dat de b eoordeling en sanctionering (sancties of maat regelen)
 
meeste tucht stelsels, als gezegd, niet de zware klachtd rempel van een schending van integriteit. Het is mogelijk om
hierbij aansluiting te zoeken, zodat ook lichte re tekortkomingen kunnen worden vast gesteld en daaraan sanct ies
of maatregelen kunnen worden v erbonden. Maar met het oog op de bijzondere positie v an de wetenschap met de
gewenste lage gr aad van regulering (zie hierboven; en met het oog op de gebrekk ige recht sbescherming, zie hierna),

lichtere beoordelingen – ander s dan bijvoorbeeld als een overw eging ten overvloede 74 – buiten het ber eik van de
procedure t e laten vallen.
Ongewisse straf
Een tweede br on van mogelijke verwarring ligt in het verlengde hier van. Er is namelijk geen eenduidige catalogus


de beklaagde als tegen anderen, zonder bep erkingen. 75 Maar de omlijning is niet sluitend, 76 en ook het onderscheid
tussen maat regelen en sancties niet helder. 77 
onderscheid da artussen) kan ertoe leid en dat de beklaagde ook bij ongegronde klachten de indruk kan kr ijgen gestraft te


 

 78
Met andere woorden: de k lacht kan ongegrond zijn, maar als er toch geoordeeld wo rdt dat er sprake is van,
bijvoorbeeld, onzor gvuldig gedrag, kunnen er alsnog (sanc tionerende) maatregelen volgen. De betrokken
 Dit geldt te meer b ij verrassingsbe slissingen, bijvoorbeeld w anneer een commissie of het LOWI de k lacht geheel ongegrond a cht, maar
nog wel iets anders is tegengekomen in het dossier d at als ‘onzorgvu ldig’ wordt bestempeld.
 D aarbij geldt natuurlijk d at het instellingsbest uur altijd al maatregelen k an nemen, ook los van een klach tprocedure.
  
 
bevoegdheden tot het opleggen van r echtspositionele sancties in ernstige gev allen, bijvoorbeeld berisping, overplaatsing, degradatie

instelling het nodig a chten om zich te wenden tot ins tanties die belas t zijn met toezicht of bevo egd zijn (andere) bestuurs rechtelijke,
tuchtrec htelijke of strafrecht elijke sancties op te leg gen. (…) Los van de vraag of een sanc tie moet worden opg elegd, is van belang dat


projectleider s, onderzoeksdirecteu ren en leidinggevenden daarop aanspreken, om te zorgen dat de kwaliteit szorg wordt verbeterd,

 
gaat om een sc hending van de wetenschap pelijke integriteit, be denkelijk gedrag of een lichte t ekortkoming. Het kan ook nod ig zijn

verbeterd, alle normen goed wor den nageleefd en tijdige detectie plaatsv indt.”
 
(“berisping, overplaatsing, degrad atie of ontslag”) en eventueel door anderen worden opgelegd (e.g. “bevorderen dat de be voegdheid
als promotor op t e treden wordt opges chort” of “zich t e wenden tot instantie s die belast zijn met to ezicht of bevoegd zijn (andere)

instanties a ls een sanctie of eerd er als een maatregel te geld en? En in hoeverre vallen bijvo orbeeld een waar schuwing of een berisping –
die in andere tuchtst elsels als tuchtrechtelijke maatregelen worden omschreven – als een recht spositionele sanctie te kenmerken?
 
20
wetenschapper wee t dus tot op het laatste moment niet wa ar hij of zij aan toe is. 79 In dit opzicht is de
rechtsbes cherming met betrekking tot wetenschappelijke integr iteit gebrekkig (wat overigens op zichzelf ook weer een
reden kan zijn om zowel de klacht drempel als de beoordelingsdrempel hoog te h ouden). 80
Dit ligt heel anders in t uchtstelsels voor andere vrije ber oepen (bijvoorbeeld advocaten, ar tsen of notarissen).
Daar weet de bekla agde van tevoren of hij of zij na een gegronde klacht, b ijvoorbeeld, (i) geen maatregel, (ii) een
waarschuwing, ( iii) een berisping, (iv) een sch orsing of (v) zelfs verwi jdering uit de beroepsgroep tegemoe t kan zien –
en min of meer bij welke zwaar te welke sanctie of maatregel zal volgen. Hierbij speelt over igens een belangrijke rol d at
deze tuchtrecht ers zelf in het gepubliceerde dictum zowel de erns t van de normschending vasts tellen als de sanctie of
maatregel opleggen. Door d e afstemming van kwalif icatie en sanctie (of maatregel), kunnen zij maat werk leveren in het
individuele geval. Deze situ atie verschilt wezenlijk van die bij wetenschappelijke integriteit (zie hierna).
De rol van de instelling
 
(het bestuur v an) de instelling in de klachtenproced ures wetenschappelijke integriteit.
Het is de instelling die beslist (a) of integriteit geschonden is en ( b) welke sanctie of maatregel er w ordt opgelegd
(kennelijk dus ook als integriteit nie t geschonden is). Maar terwi jl de instelling voor het bepalen of integr iteit wel of
niet is geschonden nog advies d ient in te winnen van, bijvoorb eeld, een commissie wetenschappelijke integriteit of

maatregelen geen advies in t e winnen en hoort zij partijen niet. 81

hoort. 82 Daarmee
 

welke sanctie of maatreg el dient te volgen, al een eerste stap in de goede r ichting kunnen zijn (zie ook de aanbeveling

Meer ten gronde lijk t het echter raadzaam om, zoals ook bi j studenten het geval is (waarvo or ik verwijs na ar de

beslissingen (over de schendingsvr aag en de sanctievraag) v olledig in handen worden gelegd van e en van de instelling
onafhankelijke tuchtrechter, ondersteund d oor of geheel bestaand uit lekenrechters (wetens chappers) om recht te doen
aan zelfregulering.
Dat zou meteen een ander pr obleem oplossen.

zij, zoals hierboven beschrev en, zelf een zware ver antwoordelijkheid voor integriteit , bijvoorbeeld ten aanzien van de

wangedragingen. Deze t wee petten kunnen schur en.
Bij, bijvoorbeeld, hoge me diadruk zou een instelling in de verleiding kunnen komen om misstanden af te wentelen
op individuen: een wetenschapp er wordt dan ontslagen, berispt of uit de afdeling geplaatst, t erwijl (eventueel)

de rotte appel, ter wijl de ‘fruitmarkt ’ of de ‘fruitmand’ buiten besch ouwing blijven. 83 Maar ter wijl de instelling op
 
 
 Overigens zullen de kla ger en het brede publiek do orgaans niet te wet en komen welke sanctie of maat regel wordt opgelegd. In d at
 
op zichzelf genomen een soort sanc tie is.
 

 Zo t oonde zich het LOWI eens onverbid delijk in een plagiaatza ak waarin de wetensc happer tijdens de hoor zitting spijt had bet uigd
en ook aangaf de f out te zullen herstellen. De ze spijtbetuiging zou slec hts voor de door de inst elling te nemen maatregelen r elevant

 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 21
wetenschapper, bijvoorbeeld als wer kgever. Hier speelt een belang van bescher ming van het welzijn van werknemers.
In 2019 publiceerde de British Medical Journal over de ernstig neg atieve gevolgen die tuchtprocedures k unnen hebben
voor de gezondheid, het per soonlijke leven en het professioneel func tioneren van artsen. 84 Waaro m zou dit anders zijn
voor wetenschapper s?
7. Besluit
De vraag wat een s chending is van wetenschappelijke integriteit, kan br eed of smal worden opgevat. In brede zin is de
vraag, wa ar de wetenschap tekortschiet in het b oven twijfel stellen van haar ereasp ect. Het antwoord op deze vr aag
is dat wetenschap voor tdurend wordt geschonden en door vele ac toren, want de wetenschap is bijvoorb eeld nooit

In smalle zin is de vraag welke gedragingen als te sanc tioneren 
ligt nu aanmerkelijk hoger: namelijk wanneer de gedra ging van de individuele wetenschapper tegengesteld is
aan de kerndrijf veer van de wetenschap. In de kern is dit het geval bij fabr icage, vervalsing of plagiaat – de drie
doodzonden v an de wetenschap – maar het bereik is ruimer en omvat bijvoor beeld ook de valse beschuldiging van een
integriteitschend ing.

gevolg daar van kunnen zowel wetenschappers als het bre de publiek in onzekerheid verkeren: is de klacht geg rond of
ongegrond, het gedr ag van de wetenschapper kan in beide gevallen neg atief beoordeeld worden. En de wetenschapp er
kan in beide gevallen een sanc tie of, als ongegrond, een ma atregel tegemo et zien zonder dat hij of zij vooraf weet
 

 
disciplinar y procedures and dis closure of disciplinar y measures on their pr ofessional pract ice, health and career opp ortunities?
Briti sh Medical Journal
22
WAT IS EEN SCHENDING
VAN WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS
EEN SCHENDING VAN
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WAT IS EEN
SCHENDING
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 23
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN EN
CITEREN
24
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN EN
CITEREN
HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN
CITEREN

 

|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 25
1. Inleiding
In deze bijdrage wil ik het conc ept plagiaat en de daarmee verbonden conc epten van auteurschap, intellectueel
eigendom, omgang met bronnen en originaliteit v anuit een historisch perspect ief belichten. Een ‘geschiedenis
van het plagiaatbeg rip’ bieden is uiteraard niet wat ik beoog. Dat zou niet alleen de hier gegeven k aders, maar ook
mijn competenties te bu iten gaan. Ik wil selectief enkele historische lijnen tr ekken die, zoals zal blijken, niet zonder


naar het verleden.

pragmatische re den dat dit nu eenmaal de periode is waar ik mij profe ssioneel mee bezighoud. Het is ook de periode
waar de oorspr ong ligt van de ter m ‘plagiaat’ en van de metafoor ‘pronken met and ermans veren’, en d e antieke
discussies zijn in belang rijke mate bepalend geweest voor het debat in de vro egmoderne tijd, dat in feite veelal als
een herhaling van zetten ge zien kan worden. Bovendien kan ik daarmee laten zien dat ‘ged oe’ over plagiaat niet
een typisch m odern verschijnsel is dat, bijvoorb eeld, samen zou hangen met de uitvinding van de boekdru kkunst,
of met de latere groot schalige en vercommercialiseerde boekpr oductie of het kapitalistische c oncurrentiebeginsel.
Discussies over plag iaat zijn door de eeuwen heen te traceren, en beg innen al in de eerste e euwen van de westerse

waar plagiaat in de oudheid in bep aalde contexten vrij gemakkelijk werd ger elativeerd, de c ontext van de moderne
wetenschap daar g een ruimte voor biedt.
2. De plagiarius en de kraai

dichter Martialis t waalf boeken met epigrammen, puntige gedichten, vaak g rappig, soms bijtend of scabreus. 2 In



feite geen controle m eer op het verspreidingsproces; copy right bestond niet en er was ook geen manier om zicht te
houden op de mate waarin een t ekst vermenigvuldigd werd en cir culeerde. Dat betekent echter niet dat een notie als
artistiek intellec tueel eigendom niet bestond. Mar tialis vergelijkt dan ook een andere dichter die zijn gedic hten in het
openbaar voordr aagt als waren het zijn eigen artis tieke producten met een ‘kidnapper ’ (plagiarius), letterlijk iemand die
met een net (plaga) andermans slaven of zelfs vrije bur gers vangt en ontvoer t. De ‘tekstdief ’ wordt dus aangeduid als
‘mensendief’, een metafoor m ogelijk gemaakt door die andere metafoor v an het gedicht als een ‘vrijgelatene’.
Elegantiae latinae linguae, (praefatio bij b oek 2) de term over

het corresponder ende substantief plagium. In de zeventiende eeuw verschijnen er dan ook tr actaten over plagiaat met
titels als Dissert atio philosophica de plagio literario Syllabus plagiariorum
plagiarist, plagiaire etc.) eveneens in de moderne talen. 3
Plagiaat is een onderwe rp dat Martialis kennelijk aan het hart gaat: ve rspreid over zijn werk zijn er een aantal


het gebruikelijke woord voor ‘dief ’ (fur
bent een dief ”’. Ma ar ook het woord fur wordt in feite in metafo rische zin gebruikt: het is duidelijk dat Martialis’
 
symbolische eigendom, het feit d at iemand anders met zijn creativiteit pronk t en furore maakt. De kw estie is dan ook

denkbare sanct ie is het publiekelijk aan de kaak stellen van de plagiator, en dat is Martialis dus wel to evertrouwd.
 
schrijver s als Tacitus, Pliniu s, Iuvenalis) leze men Louis Couper us’ kleurrijke hist orische roman De komed ianten, die overigens Mart ialis
Liber spectaculorum
bekend als het Colo sseum).
 
26
Ongeveer een eeuw vóór Mar tialis zijn epigrammen schreef, vinden we bij een andere Romeinse dichter, Horatius, ook
de eerste plek wa ar plagiaat beschreven wordt als ‘pronken met andermans ve ren’. In één van zi jn Brieven

gestichte openbar e bibliotheek op de Palatijn, maar dat ze zijn eigendom, zijn eigen vond st, dienen te zijn (ik citeer ook





zijn eigen sombere uiterlijk zich too it met pauwenveren. Daarmee maakt hij zich belach elijk bij de andere kr aaien en



gestolen veren en plagia at al expliciet:




 4
voorbeelden door er op te wijzen dat de oude Romeinse dichters en de modern e Italianen zoals Petrar ca, indien men
hun ontleningen zou weghalen, gereduce erd zouden worden tot een ‘Horatiaanse kr aai’ (‘corneille Horacienne’). 5
Ook nu nog komen we de metafoor v an de gestolen veren vaak tegen in boek titels en publicaties over plagiaat, en

 6
3. Literair plagiaat en imitatio
Terug naar de oudheid. Horatius en Mar tialis stellen plagiaat aan de kaak en keuren het duidelijk af. Maar wat zij
daarbij op het o og hebben is in feite de meest krasse vor m van plagiaat: het kopiëren zonder bronvermelding van
complete teks ten – wat men tegenwoordig in het Engels ‘wholesale plagiar ism’ noemt. In de antieke literatuur zien
we echter ook ‘kleinere’ vorm en van plagiaat: het kopiëren van literaire ideeën, plot s, individuele frases, zinnen of
versregels. De publieke houding hier tegenover lijkt niet eenduidig geweest te zi jn. Enerzijd s waren er in de oudheid al
‘plagiaatjager s’. Zi j schreven tractaten die geheel g ewijd waren aan het aanwijzen van vormen v an plagiaat bij allerlei
Peri klopês
(‘Over diefst al’). 7
geleerde werk Das Plagiat in der griechischen Liter atur 8
de houding die in deze trac taten werd ingenomen tegenover plagiaat niet het hele verha al was. We moeten namelijk
bedenken dat in de antieke literatuur en r etorica het navolgen van vereerde hoog kwalitatieve voorbeelden (in het
mimêsis, in het Latijn als imitatio) juist van jongs af aan in het onder wijs werd aangeleerd –
kinderen moeste n met dit doel grote hoeveelheden tek sten uit het hoofd leren – en in de retoric a en literatuur als

synthetiser ende handboek retorica (Institutio orator ia


verbeteren. Het zal du idelijk zijn dat in zo’n cultuur de grens t ussen wat kon gelden als verantwoor de imitatio dan wel
 
 
 
 
 
als ‘parallellen’ of als tekene n van mogelijke beïnvloeding do or eerdere auteur s werd gepresentee rd, werd in de Peri klopês tradit ie
polemisch gedu id als bewijzen van plagia at.
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 27
imitatio was, voor de ander als plagiaat
kon gelden. Daarmee wa s een beschuldiging van plagiaat van dit typ e in veel gevallen een kwestie van al dan niet
polemische ‘fr aming’.

zijn Eclogae
jaartelling, een kleine eeuw na zijn do od, werd hij door sommigen, die hem kennelijk zijn inmiddels canonieke status

terug in het werk van Macr obius (aan het begin van het zesde boek van zijn Saturnalia), die ongetwijfeld teruggr ijpt
op materiaal uit eerdere debat ten. 9
 
bewondering vas tstellen dat ze bij hem beter klinken dan op hun oorspr onkelijke plaats (melius hic quam ubi natum est
sonare miremur, 6, 1, 6). 10 Het tweed e argument is opmerkelijker: schrijvers en dichter s vormen een gemeenschap met
een ‘gedeeld eigenaarsc hap van zaken’ (tekst en dus) waar ze onderling gebruik van kunnen maken (societas et rerum
communio poetis scriptoribusque omnibus inter se exercenda c oncessa est

brief (Ep. 
novam faciem) te geven, wat geen
kwestie is v an stelen wat van iemand anders is, ‘want die woord en zijn publiek bezit’ (sunt enim publica). Dit moeten
we niet lezen als een vrijbrief vo or ‘wholesale plagiarism’ zoals we dat bij Martialis tegenk wamen; het gaat hier niet

het symbolische intellec tuele eigendom van hun werk. Maar hij mag wel elementen eruit c reatief gebruiken in een
schrijfcultuur die immer s op imitatio
Macrobius – voor al op de literaire vorm.

traditie te st aan, de gelegenheid biedt noties als originaliteit en eigendom te relativeren. In feite wor den twee
belangrijke traditionele r edenen om plagiaat af te keuren – de geplagieerde wordt be stolen, en de plagiator pronkt
met andermans veren – afgez wakt of zelfs ontzenuwd: hier wordt niet gepronk t met andermans veren, maar wordt iets
mooiers gemaak t, en hoe kun je stelen wat van iedereen is? Hoe men deze ‘ontlas tende’ argumenten weegt teg enover

context.
Wie Hall Bjørnstad’s bundel Borr owed Feathers: Plagiarism and the Limits of Imitation in Early Modern Europe leest, ziet
dat de problematiek van plagia at versus creatieve imitatio min of meer in dezelfde vor m terugkeert in vroegmode rne
debatten over liter air plagiaat – niet ver wonderlijk misschien, gezien het prestige en de impact van de ant ieke
literatuur in deze periode. 11

in toenemende bepaald wor dt door een door velen gedeelde poetic a, die originaliteit van de dichter een ijkpunt
maakt voor de dicht ers zelf en voor de literaire kritiek. Een klas sieke tekst in dit ver band is Wordswor th’s ‘Essay
Poemsnieuwe poëzie

universe’ en voeg t hij toe dat ‘every author, as far as he is gr eat and at the same time original has had the task of
creating the tas te by which he is to be enjoyed’. 12
creëren van een nieuw e smaak: voor imitatio is minder tolerantie, en het kan dus o ok minder makkelijk als ‘ontlastende’
omstandigheid gelden bij e en beschuldiging van plagiaat. Integendeel, plagiaat krijg t nu naast een ethische ook een

zeker als de ontleningen in hun nieuwe context onvoldoend e geïntegreerd zijn. Het is gemakkelijk om naast
Wordsworh andere vo orbeelden te vinden, maar ik raak hier te ver buiten het gebie d van mijn eigen competentie en
verwijs liever na ar Tilar Mazzeo’s boek Plagiarism and Literar y Property in the Romantic Period (2006). Dat laat overigens
zien dat de overgang gr adueel is, een kwestie van accent, en nie t absoluut. 13
 
10 
11 
12 
13  

28
4. Ontleningenenbronvermeldinginnon-ctionele
teksten
Tot nu toe hebben we het voornamelijk gehad over auteur schap, originaliteit en plagiaat in wat wij ‘liter aire’ teksten
zouden noemen. Toch zien we daar al enkele noties die we ook in mode rne debatten over plagiaat in de wetenschap
tegenkomen:
 klop ê, furtum);
 
 
 
bevoordelen van de plag iator (pronken met andermans veren). 14
Een belangrijk verschil is echt er dat de traditie van imitatio ‘ontlastende’ c ontexten biedt, waarin niet als zodanig
gemarkeerde ontleningen accept abel zijn, en waarin er van onterecht benadelen of bevo ordelen eigenlijk geen sprake
is.
Laten we nu onze blik verplaats en van literaire teksten naar tek sten waarin kennis werd gedeeld: w etenschappelijke,

teksten) adequat e bronvermelding belangrijk wordt gevonden. In grote lijnen is hier het antieke be eld vergelijkbaar
met wat we zagen rond liter aire teksten. Enerzijds zien w e dat de plagiaatjagers ook dit soor t teksten in het vizier
hebben en dat dus ook in deze g enres plagiaat bekritiseerd wordt. 1 5 Ook vinden we wel auteurs die aangeven het
noemen van bronnen eigenlijk de rigueur  
zevenendertig boeken Nat uralis histor ia 
opdrachtbrief a an de latere keizer Titu s, die aan het werk voor afgaat, contraste ert hij deze praktijk met die van veel
tijdgenoten waar bij materiaal van oudere auteurs gewo on is overgeschreven zonder de bron te vermelden (vetere s
transcriptos ad verbum neque nominatos, Praef
zeker geen gemeengoed was. En inder daad lijken er op het gebied van bronvermelding geen eenduidige conventies
geweest te zijn. 16
Het hielp om te beginnen niet mee dat de voe tnoot – vandaag de dag bij uit stek de plaats voor bronvermeldingen –
nog niet bestond. 17 In de oudheid en in de middele euwen moest informatie over bronnen in de hoofdtek st worden
opgenomen, hetgeen natuurli jk al bepaalde beper kingen oplegde, als men een enigszins doorlopende tekst



De architec turapraefatio 18 Dat is
 
het eerste b oek van zijn astronomische handboek (Caelestia, vermoedeli jk te dateren in de t weede eeuw van onze
jaartelling) aan d at hij in het twe ede boek zal spreken over argumenten en berekeningen met b etrekking tot de
groott e van de zon, en meldt dan daarbij gebruik te maken van het werk ‘ van sommigen die daarover geschreven
hebben, waaronder Posidoniu s’. D e Romeinse geschied schrijver Tacitus noemt b ronnen doorgaans alleen wanneer die
elkaar tegenspreken, maar mee stal gebruikt hij anonieme aanduidingen als ‘volgens de m eer betrouwbare bronnen’
of ‘men zegt’. Er zijn ook teks ten waarin bronnen helemaal niet genoemd wor den. Een korte blik op twee genres,

citatiecultuur w at beter te begrijpen.
In de antieke geschiedschri jving werd in het algemeen het door eerdere auteur s vergaarde historische mater iaal gezien
als iets dat gewoo n de werkelijkheid representeerde, omdat het uiteindelijk w as gebaseerd op publieke documenten
of op mondelinge overlevering, en daarme e net zomin als die documenten of overlevering zelf ‘van iemand’ in het
 intentionaliteit een rol speelt in de d ebatten –


  
hebben geplagie erd in het aan Egy pte gewijde twe ede boek van zijn Historiën.
16 
 

 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 29

 19 De eigen bijdr age van de afzonderlijke historische auteurs wer d dan ook niet zozeer verwacht in de
vorm van eigen resear ch of het boven water halen van nieuwe feiten, als wel in de vormgeving en present atie van het
materiaal, en eventueel het t oevoegen van een moraliserende of politieke ‘t wist’. 20
het niet noemen van bronnen d us niemand benadeeld, en werd er, zolang die eigen ‘twist’ of d at eigen perspe ctief
herkenbaar was, ook niet gep ronkt met andermans veren.



Physica


te expliciteren door c oncrete auteursnamen te noemen. 21 Die tr aditie kan kennelijk gezien worden als een soort


 Physica van

 
verschilt. Belangrijker d an bronvermelding is zijn eigen synthese van het materiaal t ot een goed lopend commentaar
voor zijn eigen universitair e onderwijspraktijk. In de late middeleeuw en zien we ook dat delen van commentaren
die geschreven zijn aan de m eest prestigieuze universit eiten, Parijs en Oxford, elders in Europa do or lokale
commentatoren zonder bronver melding benut en overgeschreven w orden ten dienste van hun eigen universitaire
onderwijs. 22

commentaar traditie dezelfde twee elementen teg enkomen die ook bij literair e teksten niet als zodanig gemarkeerde
overnames konden legitimeren: (i ) het te gebruiken materiaal kan, om redenen die kunnen ver schillen, worden
beschouwd als een so ort gemeenschappelijk eigendom, en (ii) het wordt geplaat st in een nieuwe context, waarbi j in dit

is in zo’n context niet of nauwelijks aan de or de, en het stelen van symbolisch eigenaarsch ap dus ook niet.
5. Plagiaat: een achterhaald concept?
Wat ik hier geboden heb zijn niet meer dan een paar s electieve historische terug blikken. Enkele conclusies laten zich op
basis van dit beperk te materiaal niettemin al wel trekken.
Ten eerste, dat plagiaat en plagiaatbes chuldigingen in de westerse cultuur geen exclu sief modern verschijnsel zijn.
Het is mogelijk dat het opkomend individu alisme van de vroeg moderne tijd, de ontwikkeling van de boekdrukk unst
(waardoor er ineens ook e en economische factor in het geding k wam, want een boek was iets wa armee je geld kon

bewezen is dat niet, en het v alt ook moeilijk in te zien hoe dit bewezen kan worden. Ten tweede kunnen we c onstateren

er anders tegen auteur schap, eigenaarschap, ontleningen zonder bronvermelding en plagiaat werd aangekeken dan
wij vandaag de d ag geneigd zijn te doen. Dit brengt mij op een bew eging die we de laatste decennia hebben zien

inzichten, de ernst van plagiaat te relativeren.
19 Ov er de notie van ‘communeaux ’ of ‘commons’ (gedeel de grond, gemeenscha ppelijk weiden), ook in de context van d e vroegmoderne

20 

 


21 Philoponus In Physica 
alleen nog als hij een g root deel van diens comm entaar letterlijk kopieert.
22 
30
Is het terecht dat in ged ragscodes voor wetenschapp elijke integriteit plagia at steevast bij de drie ‘hoofd zonden’

af proberen te houden v an plagiëren in papers en scripties? Zitten wij d aarbij niet veel te veel vast aan e en

dat hier besproken werd ons niet d at we ook anders kunnen aankijken tegen intellectu eel eigenaarschap en dus
ook tegen ontleningen zonder bronvermelding? En is dit niet des t e meer urgent in de context van de moderne
wetenschap, die een enorm en dynamisc h systeem vormt waarin iedere en voortdurend van alle kanten beïnvloe d

van intellectueel eigen dom problematisch geworden, en daarmee du s ook de notie van plagiaat. Een plagiator doet

vertegenwoor diger van deze stroming is Rebecca Moore Howar d, met name met haar boek Standing in the Shadow of
Giants (1999).
De empirische const ateringen dat de moderne wetenschap een enorm en ze er dynamisch systeem is, en dat wij
allen aan talloze invloeden onderhevig zi jn, leiden niet vanzelf naar de conclu sie dat in zo’n context intellec tueel



de postst ructuralistische notie van de ‘doo d van de auteur’, zoals die in de vorige eeuw werd ontwikkeld door Michel

stelden zij, kort samenge vat, dat het autonome ‘ik’ van de auteur een illusie is, omd at ieder individu is ingekapseld in

De op zichzelf vrij triviale ge dachte dat wij allen op een bepaalde manier door onze omgeving gev ormd worden,
wordt hier verabsoluteer d en krijgt een welhaast met afysis che onontkoombaarheid. In die vorm is deze theorie
zien onszelf immers nog steeds wél als aute ur (en niet als louter een
voelen s ymbolisch eigenaarschap, en daarom vinden we het onaangenaam

gewicht: de intuïties en ge voelens waar ze naar verwijzen zijn immers volgens de t heorie zelf wezenlijk illusoir. Maar


The Death and Return of the
Author. Criticism and Subjectivity in Barthes, Foucault and Derrida


gepresenteer d, uiteindelijk gebaseerd is op niet meer dan een con testeerbare, en de facto
theorie, en dat er geen red en is om deze als bewezen te beschouwen.
Daarnaas t wordt er vanuit deze beweging een scala aan ideolog ische overwegingen in stelling gebracht. Eigendom,
ook intellectueel eigend om, wordt verbonden me t kapitalistische productie structuren, ongelijkheid, proce ssen
van uitsluiting, male dominance
 23 En die is niet in alle opzichten
voor iedereen even over tuigend. Ik vermoed tenminste dat niet ieder een zal willen meegaan met de claim van Deborah
Halbert dat ‘appropriation and plag iarism are acts of sedition against an alr eady established mode of knowing, a way of
knowing indebted to male cre ation and property right s’. 2 4
gepleegd door stude nten is de insteek deels ideologisch. Zo claimt Rebecca Mo ore Howard dat wij door plagiëren te
verbieden onze student en als een ‘gatekeeper ’ de toegang ontzeggen tot de academis che elite. Plagiaat (of verdunde

namelijk in staat als outsider s de taal van de wetenschap te leren, en doc enten die daar vanuit hun geprivilegieerde
machtspositie barrièr es tegen opwerpen zijn bezig met een vorm van uitsluiting. 25

die studenten willen stimuleren om hu n eigen stem te vinden en zelf na te denken, juist om ze langs die weg zelfst andig
toegang te geven tot ac ademia. 26 Met andere woorden, ook de ideologisc he argumenten achter de theorie van Moor e
Howard c.s. zijn op zijn minst bet wistbaar.
23  
deel
 
 
26 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 31



en diachrone beïnvloedingen. Die be schrijving op zichzelf kan echter de conclusies die get rokken worden ten aanzien

van de moderne wet enschap tenminste twee argumenten die lat en zien dat de aanhangers van deze stroming de
verkeerde conclusies tr ekken.
Ten eerste, de moderne wetensch ap is – anders dan, bijvoorbeeld, het min of meer st atische aristotelische wereldbeeld
van de middeleeuwse sch olastiek – in sterke mate dynamisch en incrementeel: zij gr oeit en verandert in een zeer rap
tempo. In die context wor dt door de buitenwer eld terecht van onderzoekers ver wacht dat ze meer bieden dan een
rehash van bes taande kennis, dat ze iets nieuws t oevoegen aan dat grote sys teem waar ze schatplichtig aan zijn en
daarmee bijdr agen aan de dynamiek ervan. Ze worden da arvoor betaald en daar op beoordeeld, in peer review van

bijdrage van een ander is w el degelijk een vertekenende verstoring, die aan d e plagiator onterechte credits 
Ten tweede, juist vanwege de omv ang, de complexiteit en de dy namiek van de moderne we tenschap is het van belang

ontleende met corr ecte citaties helder gemaakt w ordt. Plagiaat verstoort dit pr oces en schaadt daarmee zowel de
lezer, aan wie informatie over de genese van ideeën wo rdt onthouden, als de transparantie van de wetensc hap zelf.
Correct Citeren
bij plagiaat inmiddels om méér ga at dan alleen om de belangen van auteur en plagiator. 27
Deze aspec ten van de moderne wetenschap lijken in het wereldbe eld van de aanhangers van de hier beschreven vorm

dat, waar er in het verle den misschien contexten zijn geweest w aarin plagiaat minder ernstig genomen kon worden, de
moderne wetenschap zo’n ontlast ende context juist niet biedt. En dat laat zien dat hist orisering van het plagiaatbegrip
niet vanzelf leidt tot relativering.
Bibliograe
Borrowed Feathers: Plagiarism and the Limits of Imitation in Early Modern Europe, Oslo.
Historiography, Ancient, Medieval, & Modern, Chic ago.
The Death and Return of the Author: Criticism and Subjectivity in Barthes, Foucault and Derrida ( 3rd edition),
Edinburgh.



The Footnote, a Curious Hist ory
The Nature of Natural Philosophy in the Late Middle Ages, Washington.
Correct Citeren
)
Mazzeo, T. (2006) Plagiarism and Literary Property in the Romantic Period, Philadelp hia.
Plagiarism in Latin Literature, Cambridge.
Moore Howard, R. (1999) Standing in the Shadow of Giants: Plagiarists, Authors, Collaborators,
Posner,The Little Book of Plagiarism

Das Plagiat in der griechischen Literatur, München.
False Feathers: A Perspec tive on Academic Plagiarism, Heidelberg.
 

is Plagiarism a Problem?’).
32
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
HISTORISCHE PERSPECTIEVEN
OP PLAGIAAT, ONTLENEN
EN CITEREN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN HISTORISCHE
PERSPECTIEVEN OP PLAGIAAT,
ONTLENEN EN CITEREN
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 33
WANNEER EN WAAROM IS
PLAGIAAT EEN SCHENDING
VAN DE WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
34
WANNEER EN WAAROM IS
PLAGIAAT EEN SCHENDING
VAN DE WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
WANNEER EN
WAAROM IS
PLAGIAAT EEN
SCHENDING
VAN DE WETEN-
SCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT?

 
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 35
1. Wat is het probleem?
Wanneer men de adviezen van commissies wet enschappelijke integriteit 2 over plagiaat doorneemt d an vallen een
paar dingen op. Op het eers te gezicht lijkt men het erover eens te zijn wat moet w orden verstaan onder plagiaat.

overgenomen. Er lijkt ook over eenstemming te bestaan over de reden w aarom plagiaat problematisch is. Iemand
die plagieert pr onkt met andermans veren en dat is iets wat in de we tenschap niet mag. Het getuigt van disrespe ct

is om op basis van de ont wikkelde criteria voor plagiaat te adviseren en zien we d at commissies de zaken die ze
krijgen voorgelegd niet ove r een kam scheren. Het ene advies is het andere niet. Bij e en beoordeling van een klacht
kan kennelijk niet simpel worden volsta an met het vaststellen van overlapp en in de tekst van een wetenschappelijk
product v an een beklaagde met teksten van d erden. Commissies hanteren bepaalde wegingsf actoren om de ernst
te kunnen vast stellen van het plagiaat dat ze vast stellen. Er zijn zwaardere en lichtere vor men van plagiaat en soms

 
zijn: veel of weinig. Ook vinden commissies het van belang of de over genomen passages slechts bes chrijvingen geven
van een bepaalde st and van zaken, of dat daarin ook ideeën van een ander e onderzoeker zijn opgenomen. In geval
van ideeën is het voor c ommissies relevant na te gaan of deze ideeën re eds (min of meer) algemeen gedeeld zijn of

voor commissies ook wel uit of sprake is v an opzettelijke en bewuste overname s, of dat sprake is van slordigheid of
nalatigheid. Wanneer we tot slot kijken naar de oor delen van de commissies over de ernst van de geconst ateerde


de tekortkomingen komt ook tot uit ing in de adviezen die commissies soms ge ven over mogelijke sancties. Ook in
geval men uiteindelijk oorde elt dat sprake is van schending van wetenschappelijke integrit eit, ziet men wel dat
wordt geadviseerd g een sanctie te verbinden aan het gec onstateerde vanwege de geringe omvang of het feit d at de
 

plagiaat is het andere niet. 3
In deze bijdrage wil ik prober en, mede tegen de achter grond van wat we zien in de behandeling van klachten

ontwikkelende prak tijk van klachtbehandeling dan is het duidelijk dat wat wordt aange duid als plagiaat niet in alle


 4 De v raag is dan hoe de zwaard ere en
lichtere vormen van elkaar t e onderscheiden? Wanneer is sprake van een schending van wetenschapp elijke integriteit
en wanneer niet? Om deze vra ag goed te kunnen beantwoord en is het noodzakelijk om zicht te krijgen op de reden

veren moet pronken, of gaat he t om iets meer of anders? Tot slot is er ook de vraag of de notie van plagiaat niet te




tekortkomingen’?
2 Hieron der ook begrepen het LOWI. D e adviezen van de universi taire commissies wet enschappelijke integrit eit zijn gepubliceerd op de


adviezen door ge bruik te maken van de zoekf unctie.
 
).
 

36
2. Plagiaat en betrouwbare wetenschap
Wetenschap en betrouwbaarheid
Waarom is plagiaat een schending van w etenschappelijke integriteit? Plagiaat wordt in menige gedrag scode
wetenschappelijk integri teit op dezelfde hoogte gesteld als het f abriceren, verzinnen en vervalsen van d ata. 5 Dit is ook
 6 Waarom fabricatie en v ervalsing van data worden bescho uwd als een schending
van de wetenschappelijke integ riteit valt niet moeilijk in te zien. Wetenschap staat voor betr ouwbare kennis 7
data waar op wetenschappelijke inzichten zijn gebaseerd, zijn ver zonnen dan wel gemanipuleerd, zijn daarmee de
wetenschappelijke conclu sies uit het onderzoek onbetrouwba ar, st erker nog, misleidend. Het verzinnen van data of het
vervalsen d aarvan raakt het har t van de wetenschap. In de wetenschap sta at waarheid, althans het streven daar naar,
centraal. Wil de weten schap die waarheidspretentie wa armaken dan moet men erop kunnen vertr ouwen dat haar

past daar nie t bij.
Wat maakt nu dat plagiaat wordt ge zien als een van de drie ‘hoofdzonden’ van wetenschapp elijk handelen? Waarom
wordt plagiaat naas t fabricatie en vervalsing aangemerk t als een (ernstige) schending van wetenschappelijke
integriteit? Raak t plagiaat – net als fabricatie en vervalsing – het har t van de wetenschap? Maakt plagiaat dat de
bodem onder wetensc happelijke uitspraken wordt weggeslagen, doordat ze door plag iaat niet meer betrouwbaar zijn,
althans de pretentie van w aarheid niet kunnen waarmaken? Dat is nog maar de vraag. Zolang de ideeë n of tekst en
die men van anderen overneemt z onder duidelijke bronvermelding – want zo kunnen we plagiaat omschrijven 8 – op
zichzelf wetenschappelijk hout snijden, is de betrouwbaarheid van de wetens chap door het plagiaat niet in het geding.
Kennelijk is er iets anders mis met plag iaat, wat kan verklaren dat het als een ‘hoofd zonde’ wordt gezien.
De integere wetenschapper
Er wordt wel gezegd, dat plagia at een ernstige schending van wetenschappelijke integrit eit is, omdat daarmee
de integriteit van de we tenschapper zelf in het geding is, in die zin dat hij als onderzoeker onbetrouwb aar wordt.

betrouwba ar, zijn ged rag door te plagiëren maakt dat hij zelf niet me er betrouwbaar of integer is. Iemand die delen
van een wetenschappelijke (gepublice erde) tekst v an een andere wetenschapper of diens ideeën overneemt zonder
correc te bronvermelding, is niet integer en wel op verschillende manieren. In de eerst e plaats is een wetenschapper

is dat men zich mooier voordo et dan men is: men pronkt met andermans veren. 9 Dat pro nken met andermans veren
vinden we op zichzelf al verwerp elijk. Daar komt bij dat men, do or in zijn werk te lenen van anderen zonder hierin
transparant te zijn, zijn werkg ever op het verkeerde been kan zetten. D ie kan de indruk krijgen met een bijzonder
talent te maken te hebben, ter wijl wat zo bijzonder is aan het werk van de onderzo eker (deels) is ontleend aan anderen.

uitbrengen, terw ijl het (gedeeltelijk) oud nieuws is. 10


vraag of dit gedr ag ook in strijd met de wetenschappelijke integriteit is? Indien we erop uitkomen d at plagiaat inderda ad
ook een schending van de wet enschappelijke integriteit is, rijst nog de vraag of d at dan in alle gevallen geldt. En als dat
niet het geval is, wanneer is d an wel en wanneer dan niet sprake van een schending van weten schappelijke integriteit?
 
 


 
inzicht betro uwbaar is. Onbetrou wbare kennis is geen kennis.
 
 

10 Binnen sommige disciplines, zoals bijvo orbeeld de geneeskun de, speelt hierbij ook dat men h et aantal publicatie s over een en hetzelfde
onderzoek wil beperken. Het herhaald publicer en over hetzelfde onderzoek wordt op strenge wijze tegengeg aan.
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 37
Integere wetenschap
Om te begrijpen w aarom plagiaat eventueel een schending van de wet enschappelijke integriteit kan opleveren,
moeten we de gron dslag daarvan losmaken van, of in ieder geval ru imer trekken dan, de integ riteit van de
wetenschapper zelf. We proberen immers te b egrijpen waarom plagiaat naas t of op dezelfde ‘hoogte’ als fabricatie
en vervalsing wordt geze t. Deze laatste twee wange dragingen raken – net als bij plagiaat – de integriteit v an de
wetenschapper zelf, maar zij worden z waar aangerekend, omdat ze de betrouw baarheid van de wetenschap als

men dat het nieuwe inzichten oplever t en onze kennis van iets vermeerdert. He t maakt hierbij niet zoveel uit of

vooruitgang wil bo eken in of rond bepaalde v raagstukken. Dit impliceert dat men nie t zit te wachten op een herhaling

de wetenschapper om met nieuw e dingen te komen en niet onnodig geld en tijd te verknoeien door wat we al wet en
opnieuw naar voren te brengen. Dat impliceer t dat steeds zichtbaar mo et worden wat men als onderzoeker bijdraag t
aan het vakgebied en het d omein van de kennis. Men komt er niet met het presenteren van wat ander en reeds hebben
voortgebr acht. Zichtbaar maken wat de eigen vernieuwende bijdrage aan de w etenschap is, vraagt om zorg vuldige
bronvermeldingen. Daarmee w ordt immers duidelijk in hoeverre men in zijn onderzoek leunt op w at anderen reed s
hebben gepreste erd en wat de eigen, nieuwe inbreng is. In de wetenschap is innovatie, zijn ‘game changers’ belangri jk.
De vraag is echt er of deze benadering inzichtelijk maakt waarom plagiaat e en schending van de wetenschappelijke


 
integer wetenschapper te zijn. Men zou zo’n wetenschapper wellicht kunnen ver wijten dat hij zijn wetenschappelijke
incompetentie ver sluiert door me t andermans veren te pronken. Maar, zo zagen we, ook dit verklaart niet wa arom
plagiaat op zichzelf een schending is van wetenschappelijke integriteit is en op hetzelfde niveau s taat als fabricatie en
vervalsing.
We zijn echter wel een stapje ver der gekomen. In de hier besproken benadering gaat het erom dat de wet enschapper
zichtbaar moet maken wat hij bijd raagt aan de wetenschap. Hij moe t zijn werk legitimeren en verantwoorden na ar
buiten toe, naar zowel de wet enschap als naar de maatschappij. Welnu, ik denk dat de sleutel voor een begrip v an
plagiaat als schending van weten schappelijke integriteit ligt in deze notie van verant woordelijkheid en dan niet zozeer
met betrekking tot d e vernieuwing binnen de wetenschap, maar eerder met betrek king tot de betrouwbaarheid erv an,
precies zoals in geval v an fabricatie en vervalsing.
Verantwoordelijkheid en verantwoording
In de notie van verant woordelijkheid komen wetenschappelijke integriteit in zowel obje ctieve als in subjectieve zin

voor wetenschappelijke kennis door gaat betrouwbaar is, althans voor zover de we tenschap stellige uitspraken doet.

onderzoek. Be trouwbare en daarmee integere w etenschap is dus helder over de (mate van) betrouwbaarh eid van
wetenschappelijke inzichten. Ik noem dit integ riteit in objectieve zin, want verbonden met wet enschap als domein van
kennis. Dit impliceert dat de weten schap als zodanig kan worden aangesproken op haar bev indingen en deze zal die dan
ook steed s moeten kunnen verantwoord en. ‘Dat is nu eenmaal mijn mening’ is geen verantwoor ding. Deze integriteit
van de wetenschap als zod anig vraagt echter om integere ond erzoekers. Deze integriteit van onder zoekers zelf noem ik
integriteit in subjec tieve zin. Deze subjectieve integriteit h oudt in dat de individuele onderzoeker moet bijdr agen aan de
betrouwba arheid van de wetenschap als zodanig. Dit impliceert dat e en onderzoeker de verantwoordelijkh eid op zich
neemt om dat wat hij toev oegt aan het geheel van best aande wetenschap betrouwb aar is en voorover dat hij daarover
niet zeker is, dit ook duidelijk wordt aangegeven. 11 D aarom is het verzinnen of vervalsen van d ata zo’n kwalijk iets in
wetenschappelijk onderzo ek. De wetenschapper schiet hier tekort in zijn verant woordelijkheid naar een betrouwbare
wetenschap, want hij kan wat hij d aaraan toevoegt nie t verantwoorden als passend b innen het domein van kennis.
Welnu, de crux van plagiaat als schend ing van wetenschapp elijke integriteit lig t precies op dit vlak. Bij plagiaat wordt de
betrouwba arheid van de wetenschap geraakt, o mdat de plagiaris niet alles wat hij in zijn wetenschappelijke produc tie

11 

38
Kritische toets
In wetenschappelijk onderzo ek bouwt men voort op en maak t men gebruik van het onderzoek van anderen. Omd at
het hier niet om eigen onderzoek g aat, zal men dat wat men van andere onderzo ekers overneemt om h et eigen
onderzoek gest alte te geven niet geheel voor eigen rekening kunnen nemen. Weliswaar kan men er op wijzen dat


onderzoek van ander en niet in al zijn facetten kennen en daarom o ok niet volledig kunnen verant woorden. In

verricht onderzo ek hij leunt. Wat komt voor eigen rekening en wat voor rekening van ander en? 12 Het belang van
transparantie over w at op eigen onderzoek en w at op andermans onderzoek berust, komt held er tot uitdrukking in de

 
niet het geval is. 13 Deze n orm kan men, naast vele andere, begrijpen teg en de achtergrond van de wetenschappelijke
pretentie betr ouwbare kennis voort te brengen. Om van bep aalde kennis te kunnen zeggen dat die betrouwbaar is,

weet waarop hij zi jn pijlen moet richten. Daarvoor is het med e van belang dat hij weet van wie bepaalde inzichten



 14
 15

 
wetenschappelijke str oming die niet algemeen aanvaar d is. Het is in de wetenschap niet anders. Ook hier is binnen
een bepaalde discipline va ak sprake van vers chillende stromingen, worden ver schillende methodes van onderzoek
gehanteerd, hebben wetens chappers over bepaalde kwesties uitg esproken ideeën die niet door alle wetenschappers
worden gedeeld. Het z al niet vaak voorkomen dat wetenschapper s partijdig zijn, zoals een echtgenoot of vriend van
een aangever mogelijk zal zijn, maar d at neemt niet weg dat zij de wer kelijkheid door een bepa alde bril bekijken.
Inzicht daarin is wezenlijk voor een krit ische toets van wetenschapp elijke inzichten.
Kritische toets en betrouwbaarheid

 

de betrouwba arheid ervan toeneemt. Kritiek is nie t een bijkomstigheid van wetenschappelijk onderzo ek, maar maakt





van plagiaat wordt een kr itische beoordeling van het wetenschappelijk wer k van een onderzoeker bemoeilijkt, want
minder goed controleer baar. 16
12 Dit ne emt niet weg dat een onderzoeker moet kunnen verantwo orden waarom hij de resultaten van door anderen verr icht onderzoek
gebruikt (of juist ni et gebruikt).
13 
 Onder bijzondere oms tandigheden worden in strafproced ures anonieme getuigen toegelaten, maar in die gevallen is de rechter wel op
de hoogt e van de identiteit van de ge tuige.
 
deskundigen ingebracht. In ieder geval best aat de mogelijkheid van contraexpertise.
16 
fabricer en, vervalsen en plagia at het volgende: ‘Deze drie vo rmen van schending worde n als buitengewoon erns tig beschouwd omdat zi j
de weergave van het onderzo ek aantasten.
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 39
3. Literatuur en adviezen commissies
wetenschappelijke integriteit

het problematisch kar akter van plagiaat, wordt ook het hier uitge werkte punt van de frust ratie van kritiek en de

academics plagiarize they ar e damaging academic discourse. They are ob scuring facts, for example, who came up w ith
 17

transparantie van d e inhoud van de wetens chap in die zin dat de genese van ideeën niet goed getr aceerd kan worden.’
 18
  

 19 Wanneer is plagiaat dan wel even er nstig?

het criterium van ‘pr onken met andermans veren’, zien we een enkele keer ook het hier uitgewer kte criterium worden
gehanteerd. Zo wordt in een v an de gepubliceerde adviezen overwogen d at het geconst ateerde plagiaat een mildere
 
wordt genoemd van de oor spronkelijke onderzoeker wiens idee wor dt beschreven. De c ommissie vindt het echter
problematisch dat de contr oleerbaarheid van het werk van de onder zoeker lastig is gemaakt. ‘Het geva ar bestaat dat
de uit tweede hand over genomen tekst selectief of verkeerd is overg enomen en derhalve niet overeenkomst met de
originele b ron.’  20 Overigens is dit advies ook nog interessant om dat het de verantwoordelijkheid van de o nderzoeker
onderstre ept duidelijk te maken waarop hij kan worden aangesproken en w at voor rekening van anderen is. Zo leest
men: ‘De Commissie acht ook deze vorm v an ontlening aan het werk van and eren ongeoorloofd, want in strijd met het
gebod om niet de tek st van anderen te presenteren als een eigen welover wogen en zelfstandig gekozen formulering.’ 21
4. Tussenconclusie
Ik kom tot een tussenc onclusie. Heldere en zorgvuldige bronvermeld ing is om verschillende reden en van belang.
De vraag is echt er wanneer we hierbij van een schending van wetenschap pelijke integriteit kunnen spr eken, met
nadruk op ‘wetens chappelijke’. ‘Pr onken met andermans veren’ is niet inte ger te noemen, maar het is de vraag of

wetenschappelijke integrit eit is evenmin aan de orde als een onderzoeker verhult niets nieuw s te brengen en louter het
werk van andere onder zoekers reproduceer t. Misschien is zo iemand een slecht, althans niet creatief onderzo eker te
noemen, maar het is de vra ag of hij daarmee de wetenschappelijke integri teit schendt. Het niet of niet op zorgvuldige
wijze verwijzen na ar andermans ideeën of teksten kan een s chending van de wetenschappelijke integriteit opleveren

wetenschappelijke integrit eit is hierbij in het geding omdat het wetenschappelijk debat wordt b emoeilijkt.
 
 
19 Idem.
20 
21 Idem.
40
5. Directe en indirecte aantasting van de
betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis

betrouwba arheid van de wetenschap raken en de manier waarop plagia at dat doet. Wetenschappelijke resultaten
die berust en op vervalste of verzonnen data zi jn sowieso niet be trouwbaar. In geval van plagiaat ligt dat anders.

de betrouwba arheid van de wetenschap niet per se is aanget ast. Zoals we hebben betoogd kan plagia at de
betrouwba arheid en daarmee ook de integriteit van de we tenschap raken, omdat resultaten van weten schappelijk
onderzoek moeilijker te to etsen zijn, minder gemakkelijke te controleren zijn. Zou men in geval van f abricatie en

het eerder om een indire cte aantasting daar van.
6. Zwaardere en lichtere vormen van plagiaat
Dit brengt ons bij e en tweede, met het bovensta ande samenhangende verschil tussen fabr icatie en vervalsing aan
de ene kant en plagiaat aan de ander e kant. Zoals hiervoor impliciet al naar voren is gekomen wordt – and ers dan in
geval van fabric atie en vervalsing – bij plagiaat de betrouwb aarheid van de wetenschap niet in alle gevallen aangeta st,
ook niet op een indirec te manier. Wanneer men e en voorbeeld van een ander overneemt zonder bronver melding, of
een aardige beschr ijving van iets, bijvoorbeeld wat de wet telijke taken en bevoegdheden zijn van een instelling als

deze wijze wordt geplagieer d, zal echter niet snel geneigd zijn hetgeen is beschr even aan een kritisch onderzoek te
onderwerpen. He t voorbeeld en de beschrijving raken immers niet de kern v an het onderzoek. Dat wordt anders als
het gaat om conce ptueel plagiaat, dat wil zeggen het zonder deugdelijke bronverm elding overnemen van idee ën of
inzichten van een ander. De lezer zal de naar voren gebr achte ideeën en inzichten aan een nader onderzo ek willen


 
gevallen van plagiaat een sch ending van de wetenschappelijke integriteit vormen.
Intentie en tekstomvang
De hier bepleite waard e van betrouwbaarheid van wetens chappelijk onderzoek maakt inzichtelijk waaro m bepaalde
criteria voor plagia at dienen te worden ger elativeerd en in de pr aktijk ook va ak worden gerelativeerd. De vra ag is
echter of daarbij op juis te wijze wordt gerelativeerd. In de adviezen van c ommissies wetensch appelijke integriteit komt

dat sprake is van nalatigheid of slordigheid. O ok maakt het vaak uit of het gaat om een omv angrijke tekst die zonder
bronvermelding is overgenomen of dat he t gaat om slechts enkele kortere pa ssages. Beide criteria – intentioneel of niet
en omvangrijk teks tgedeelte of niet – zijn op het eerste gezicht z onder meer relevant, tamelijk helder en voor de hand


we onderscheid willen maken tu ssen zwaardere en lichtere vorm en van plagiaat.
Intentie
Laten we eers t kijken naar de notie van intentie. Men zou ook van opzet kunnen spreken. Iemand die opzet telijk


wetenschapper, hebben we hier inderdaad een intere ssante invalshoek. Echter, het onderscheid tussen opzet en
schuld is in de prakti jk in bepaalde gevallen niet zo onder scheidend als men op het eerste gezicht miss chien zou
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 41

bijvoorbeeld een s amenvattingen gemaakt van dat werk en we et achteraf niet meer wat nu wel en niet letterlijk uit het

 


wat mis. Dat is mogelijk ook het geval bij plag iaat: een ‘menselijke fout’. Het wordt anders als men van een ander iet s
overneemt dat voor het eigen b etoog relevant is en moeilijk weg te denken, of althans, de argumentatie s terker maakt.
Het wordt dan moeilijker om weg te komen met slor digheid of menselijke fout. Ik maak opnieuw een vergelijking met
het recht. In het verkeer w ordt grotere oplettendheid en voor zichtigheid verlangd naarmate situaties risicovoller zijn.
Een slordigheid op de snelweg kan fat ale gevolgen hebben. Even afgeleid door de ruziënde kinderen op de acht erbank
 
worden aangerekend. In gev al van plagiaat speelt iets vergelijkbaar s. Bij het bestuderen van andermans idee ën en
inzichten past een gr otere zorgvuldigheid en oplet tendheid dan wanneer het gaat om aar dige formuleringen of

wetens andermans ged achtengoed overnemen zonder daar helder over te zi jn, is erg. Het is echter niet veel minder
erg als dat gebeur t uit nalatigheid. De verantwoordelijkheid om be trouwbare, dus ook controleerb are wetenschap
te leveren wordt hierbij onvold oende serieus genomen, en dat staat los v an de intenties. We zien datzelfde terug bij
vervalsing van dat a. In de term ‘vervalsing’ ligt de int entionaliteit opgesloten. Expres de data manipuleren o p een
wetenschappelijk onverant woorde wijze levert een sch ending op van de wetenschappelijke integriteit. Maar het
kan ook gebeuren d at een wetenschapper stelselmatig slordig te werk ga at bij het produ ceren van beelden in het
onderzoek. Hier is niet sprake v an intentie, maar het slordige ge drag raakt wel degelijk de betro uwbaarheid van
uitkomsten van de onder zoeken. In het licht van die betrouwbaarheid schiet de w etenschapper tekort, ook al had hij
niet de intentie om de data te v ervalsen. 22 Zo kwam een commissie we tenschappelijke integriteit vanwege herhaalde
slordigheden bij het ver vaardigen van beelden tot het oor deel dat sprake was van schending van de wet enschappelijke
integriteit. Hier komt bij dat het zelden voorkomt d at een wetenschapper r uiterlijk zal toegeven opzettelijk iets te
hebben misdaan. In geval v an plagiaat wordt veelal do or beklaagde aangegeven dat dat ‘per ongeluk’ is g ebeurd.
 2 3
wetenschap en da armee van het belang van controleerbaar heid kan ook slordigheid of onzorgvuldigheid zodr a het

sterk criterium om t e bepalen of in het concrete geval al dan niet sprake is v an een schending van wetenschappelijke
integriteit.
Tekstomvang
Een andere manier om lichtere en zw aardere vormen van plagiaat te onder scheiden zoekt men soms in de omvang van
de overgenomen tek st. Ook dit criterium biedt niet veel houva st. Men spreekt soms al van plagiaat in geval her en d er
zinnen voorkomen in een teks t die letterlijk zijn overgenomen van een tek st van een andere wetenschapper zonder


mogelijk wel aan de orde wanneer g rotere delen tekst zijn overgenomen v an een ander. Zo is het voorgekomen dat een

scriptie te verw ijzen. 24
van het plagiaat, maar e erder de inhoud van de overgenomen tekst. Zi jn daarin idee ën of inzichten van een ander e
onderzoeker overgenomen zonder br onvermelding, dan wordt die overname zwaarder aangerekend dan w anneer het
om teksten g aat die meer beschrijvend en feitelijk van aar d zijn. Men kan de relevantie van aard en inhoud – feitelijk of

van een gering aantal over eenstemmende woorden uitsluitend van b eschrijvende of feitelijke aard buiten het
22 


23 


om het onterecht niet toekennen van auteur schap.
 
probleem van aut eurschap in plaats v an een kwestie v an plagiaat. Het LOWI benaderd e de casus van 2012 vanui t die invalshoek.
42
plagiaat moeten wor den gehouden. 25
aantal woorden b estaat en meer dan louter beschr ijvend is en ideeën en inzichten bevat plagiaat wel degelijk aan


werkwijze en van ve el onzorgvuldigheden bij het cit eren en verantwoorden van gebruik te bronnen, maar men achtte

van belang. Er was geen spr ake van opzet en beklaagd e had zich ingespannen om voor de publicatie verbeteringen

overgrote deel een algemeen, feit elijk en beschrijvend kar akter hadden. 26 In een andere zaak const ateert de commissie

inhoudelijk het nodige met elkaar te maken hebb en. Ze worden geschreven binnen een en dezelfde onderzo ekschool.


gaat om schending van de we tenschappelijke integriteit. De commissie is voor ts van oordeel dat een en ander geen
 
deel van het onder zoek. 27

bevindingen (lees idee ën en inzichten) komt. Iets vergelijkb aars zien we ook terug in een ander advies. Hierin oorde elt
de commissie dat ‘geen sprake is van con ceptueel plagiaat, in de zin van het overnemen van idee ën van anderen.
 
 28
Kennelijk was het voor de commis sie van belang of het plagiaat al d an niet betrekking had op de onderdelen waarin de

7. Plagiaat in het onderwijs 29
De hier geschets te benadering wringt met de prak tijk van het onderwijs. Daar zien we een me er rigide aanpak van

mag men er bij studenten niet v anuit gaan dat zij weten hoe corr ect te citeren. In het leerproc es zijn heldere, eenduidige

gezichtspunt worden g ecorrigeerd. Zeker in de fase wa arin een student inmiddels behoort te weten h oe te citeren – bij
de eindscriptie bijvo orbeeld – kan de student dan ook worde n gesanctioneerd wanneer hij de r egels niet goed toepast.
Belangrijker wellicht is het punt dat de st udent moet worden beoordeeld op de eigen leer prestaties. In het onderwijs,
waaronder ook nog he t promotietraject valt, is s teeds de vraag aan de orde of de s tudent in staat is om op eigen kracht,
zij het met de nood zakelijke begeleiding, (uiteindelijk) zelfst andig onderzoek te verrichten. Dit betekent d at – net
 30 De


het onderwi js een meer strenge benadering van het plagiaat a an de orde is. Maar ook hier kan men zich afvragen of niet
meer nuanceringen moe ten worden aangebracht bij de beoor deling van teks tovernames. Het ene plagiaat is het andere

 31
Bij wijze van conclusie: Is alle plagiaat wel plagiaat?
Wanneer men plagiaat ziet in het licht van schendingen v an wetenschappelijke integriteit, rijst de vr aag of alles wat
binnen de academische wereld plag iaat wordt genoemd wel dat predicaat ver dient. Zou men er niet beter aan doen de

 
26 
 
 
29 
30  
31 LOWI advies 2013,nr2.
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 43
deze bijdrage heb ik aangege ven dat er redenen zijn prudent om te gaan met de n otie van plagiaat. Het ene plagiaat
is het andere niet. Door d e vraag te stellen waarom plagiaat in veel c odes wetenschappelijke integriteit op het zelfde
niveau als fabricatie en ver valsing van data wordt gesteld, wor dt duidelijk waarom men terughoudend moet zi jn.
Plagiaat zou moeten word en gereserveerd voor gevallen w aarin de integriteit en daarmee de bet rouwbaarheid van

We zien echter dat – ook in gevallen waarin men pr onkt met andermans veren – nadere criteria wo rden gehanteerd
om de ernst van het plagia at te kunnen bepalen en de vraag te kunnen beant woorden of sprake is van een schending
van wetenschappelijke integr iteit. Daarbij zien we dat in veel gevallen waarin welisw aar sprake is van niet correct
citeren, bij het gebruik d at men maakt van andermans tekste n, niettemin duidelijk is dat men he t werk van die


omgesprongen, nog altijd wel duidelijk genoeg zi jn dat het ga at om het werk van een and ere onderzoeker. Ook is
de overlap soms heel gering en zeker wanneer he t slechts om feitelijke beschrijvingen gaat en niet om id eeën of





 

 
van plagiaat voorzic htig om te gaan. Tot slot is ook de vraag a an de orde of in gevallen van mogelijke schending van de
wetenschappelijke integrit eit de lat niet hoger moet worden gelegd om commissies en betr okken partijen niet onnodig
zwaar te bela sten. 32
32 
44
WANNEER EN WAAROM
IS PLAGIAAT EEN
SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT? WANNEER
EN WAAROM IS PLAGIAAT
EEN SCHENDING VAN DE
WETENSCHAPPELIJKE
INTEGRITEIT?
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 45
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
46
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT
 1
 
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 47
1. Inleiding



 2





 3 Interessant is d e grond
voor die veroordeling: inbreuk op het aut eursrecht. Het verhaal illustreer t dat er sprake kan zijn van overlap tuss en
schending van auteursr echt en plagiaat in de zin van de academische gedrag sregels, dat wil zeggen de gedragsregels
voor wetenschapper s en studenten. Deze bijdrage ga at over die overlap. Het doel is om de verschillen tussen beide
begrippen duidelijk te maken en door de c ontrastwerking de bet ekenis van het plagiaatb egrip te verhelderen. Daartoe
volgt hierna, na een kor te inleiding in het auteursrecht, een vergelijking tus sen plagiaat en schending van auteursrecht
aan de hand van de begr ippen ‘werk ’, ‘auteur ’ en ‘inbreuk’.
De focus v an deze bijdrage op het auteursrecht mo et niet de suggestie wekken dat het auteursr echt het enige
rechtsgebied is d at relevant is voor plagiaatkwestie s. Plagiaat is geen wet telijk begrip, maar het kan uiteenlopende
juridische consequent ies hebben, waaronder arbeidsrecht elijke (ontslag of andere maatregelen t egen een plagiërende
universitaire werknemer), onderwi jsrechtelijke (sancties tegen een plagiërende student) en cont ractenrechtelijke
(vorderingen op basis van wanpr estatie ten opzichte van een uitgever). 4
2. Inleiding auteursrecht
2.1 De twee soorten rechten van auteurs
Het auteursrecht be staat uit persoonlijkheidsrechten en ex ploitatierechten. De persoonlijkheidsre chten beschermen

op naamsvermelding relev ant. Op basis daarvan kan de aut eur zich onder bepaalde voorwaar den verzetten tegen
publicatie van een werk zonder ver melding van zijn of haar naam en tegen publicatie onder vermelding van andermans
naam. 5
 
van de auteur op verv eelvoudiging en openbaarmaking van een werk. Deze re chten stellen de auteur in staat geld te
verdienen met zijn of haar werk . Op basis van deze rechten kan de rechth ebbende zich ertegen verzett en dat anderen
het werk verspreiden, ook als d at gebeurt met duidelijke vermelding van de naam van de aute ur. In dat opzicht k an het
auteursrecht he t delen van kennis veel verdergaand belemmeren dan d e plagiaatregels.
2.2 De grondslagen van het auteursrecht

uit dat het auteursr echt een subjectief recht is van de aut eur. In die nadr uk op de rechten en belangen van de auteur
onderscheidt het auteu rsrecht zich van de plagiaatregels.
 Archéologie copier-coller
juni 2011 (online beschikba ar).
 
 
 
48
De auteursrec htelijke theorieën kunnen, in navolging van een uit de ethiek bekend onderscheid, wor den verdeeld
in deontologische theorieën en utilit aristische theorieën. De deontologische theor ieën zien een auteursrechtelijk
beschermd werk als een u itdrukking van de persoonlijkheid van de maker en be schouwen het daarom vanzelfsprekend
dat de band tus sen maker en zijn of haar werk bescherming verdient. In deze benadering zijn de auteur srechtelijke
exploitatierechten en per soonlijkheidsrechten een erkenning van de band tussen maker en werk .
In de utilitaristische the orieën is het auteursrecht geen doel op zich, maar e en instrument dat het algemeen

te stimuleren. Het auteur srecht is dan plat gezegd een worst die auteur s wordt voorgehouden en die hen moet

persoonlijkheid srechten zijn om andere redenen van waar de voor de auteur. Het recht op naamsvermelding waarbor gt
bijvoorbeeld d at een auteur de erkenning krijg t die hij of zij verdient. In een academische contex t vormt die waardering
een belangrijke prikkel, vaak meer d an de exploitatierechten. In het algemeen is een wetens chappelijk auteur namelijk


 
voor de statu s van die wetenschapper, dat dat vooruitzicht alléén va ak al voldoende stimulans biedt vo or nachtenlang
zwoegen aan een p ublicatie.
Hoewel in de utilitaristisch e theorieën het algemeen belang het einddoel is, is ook in deze theorie ën het auteursrecht
primair een recht waar mee de auteur zijn eigen belangen kan dienen. Die focus op de be scherming van de rechten
en belangen van de auteur is veel minder st erk aanwezig in het plagiaatbegrip. De gedrag sregels met betrekking
tot plagiaat voorkomen niet alleen b enadeling van de auteur, maar zijn ook gericht op het wa arborgen van een
eerlijke beoordeling van de pre staties van de wetenschapper of stu dent en van de transparantie van de wetensch ap.
Plagiaat is bijvoorbeeld o ok oneerlijk ten opzichte van de peers 
medestudenten. Die h ebben namelijk meer inspanningen moeten doen om hetzelfde result aat te bereiken. Plagiaat
is bovendien oneerlijk ten opzichte v an de beoordelaars van het werk van d e plagiator, zo als een promotiecommissie
of scriptiebegeleider, en de personen en inst anties die afgaan op hun oordeel, zoals werkgever s die ervan uitgaan dat

een wetenschappelijk werk v an waarde, omdat de herkomst van het werk van b elang kan zijn bij de beoordeling van de
betrouwba arheid ervan.
2.3 De beperkingen van het auteursrecht
Het auteursrecht is g een absoluut recht. De waarde van auteu rsrechtelijke bescherming moet in evenwicht zijn met
de rechten van ander en en met het algemeen belang, zoals het belang van onderwi js, onderzoek en de toegang
tot informatie. 7
openbaarmaking kan hebben op he t delen van informatie, is vooral een balans met de informatievrijheid no odzakelijk,
dat wil zeggen de vrijheid van and eren dan de auteursrechthebbende om informat ie te verzamelen, te gebruiken en te
verspreiden.
De auteurswe t stelt met het oog op die informatievrijheid vers chillende grenzen aan auteur srechtelijk bescherming.
Zo waarborg t de zogeheten citaatexceptie dat der den auteursrechtelijk beschermde we rken kunnen aanhalen, ook
als de auteur daar niet mee ins temt. 8
van auteursre chtelijke bescherming: het werk. De rest van dit hoof dstuk zal duidelijk maken hoe dat werkbegrip

auteursrecht zich op die p unten onderscheidt van plagiaat in de zin van de voor wete nschappers en studenten
geldende gedrag sregels.
 Correct citeren, april 2014 (online beschikbaar), p. 5.
 

algemeen belang, me t name op het gebied van onder wijs, onderzo ek en de toegang tot informat ie’).
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 49
3. Het werk
3.1 Het werk in de zin van het auteursrecht
Het auteursrecht b eschermt verschillende categorieën van we rken, met inbegrip van wet enschappelijke werken. 9
Daaronder vallen werken op papier, zoals boeken, papers, ar tikelen en scripties, maar ook mondelinge voordrachten,
digitale uitgaven en audio visuele presentaties.

schepping van de maker is. 10

het criterium is niet vold aan wanneer voor de totstandkoming van he t materiaal technische overwegingen, regels of
andere beperkingen gelden die g een of te beperkte ruimte laten voor cr eatieve vrijheid.
Deze invulling van het werkbegr ip brengt me e dat bij de beantwoording van de vr aag of materiaal in aanmerking komt
voor auteursre chtelijke bescherming, een onderscheid moet wor den gemaakt tussen de subjec tieve en de objectieve
kenmerken van het materiaal. De subje ctieve kenmerken zijn het resultaat van vr ije en creatieve keuzes en kunnen
de basis vormen voor een a anspraak op auteursrechtelijke besch erming. De object ieve kenmerken zijn het resultaat
van keuzes die zijn bepa ald door technische overwegingen, regels of andere b eperkingen. Die kenmerken kunnen
niet bijdragen aan de o orspronkelijkheid van een werk. Bij wetenschapp elijke publicaties schuilen de subje ctieve
kenmerken in de regel in de vorm, de wijze van pre sentatie van het onderwerp en het t aalgebruik. 11 De onbeschermde

hypothesen, onderzoek smethoden en wetenschappelijke modellen die de auteur in de publicatie presente ert. 12 Het
creëren van die inhoud k an weliswaar veel inspanning en deskundigheid van de auteur hebben gever gd, maar de
auteur kan daarm ee geen ‘persoonlijke noot’ tot uitdr ukking brengen. 13 Daarom biedt de inhoud van wetens chappelijk
materiaal als zodanig in het algemeen ge en grond voor auteursrechtelijke besc herming.
Dat de inhoud van wetenschappeli jk werk in het algemeen niet auteur srechtelijk beschermd is, brengt niet me e dat



ruimte voor vrije en cr eatieve keuzes ten aanzien van onder meer de wijze v an presentatie van het onderwer p en het

de beantwoor ding van de vraag wie kan worden aangemerk t als auteur en wanneer er sprake is van een inbreuk op het

3.2 Het werk in de zin van de gedragsregels

resultaten of tek sten van een ander. De voor de studenten geldende regels ge ven het plagiaatbegrip een vergelijkbare

ideeën, gegevens, analyses, redener ingen, theorieën en technieken als plagiaat. 1 4


reikwijdte v an het auteursrecht. In het algemeen komen ideeën, pro cedures en onderzoeksr esultaten als zodanig, dat
wil zeggen los van een oor spronkelijke uitdrukking svorm, niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bes cherming.

 
10 Infopaq).
11 Infopaq
12 
13 Football Dataco), 
 
 

50
plagiëren van (de oorspronkelijke delen van) tek sten.

plagiaatverb od. Het plagiaatverbod verze t zich namelijk niet tegen het overne men van wetenschappelijk werk van
anderen als zodanig, maar alleen teg en het gebruik van het werk van een ander zonder pas sende erkenning. Toepa ssing
van het plagiaat verbod op ideeën, procedures en onder zoeksresultaten zal de ver spreiding van die producten van
academische arbeid d aarom niet of nauwelijks belemmeren. Toevoegen van een bronvermelding is namelijk in het
algemeen een kleine moeite.
Bovendien past he t bredere object van besch erming bij de in paragr aaf 2.2 beschreven ruime ratio van het
plagiaatverb od. Omdat het plagiaatverbod ond er meer een oneerlijke beoordeling van wetenschapper s en studenten
beoogt t e voorkomen, moet het plagiaatbegrip alle aspec ten omvatten waarop de pre staties van wetenschappers

trekken, maar juist (ook) de objec tieve trekken van een prestatie. Welke aspec ten dat precies zijn, kan in de loop
der tijd veranderen en p er discipline verschillen. 15
centraal st aan en zal in die vakgebieden wellicht minder waarde worden gehe cht aan tekstplagiaat dan in de talen en
de rechts wetenschap. Dat kan verklaren waarom, zoals Dommering opmerk t in zijn bijdrage aan deze bundel, in de
exacte wet enschap de citeerpraktijk aanzienlijk minder gede tailleerd is dan in de letterkunde en re chtswetenschap.
4. De auteur
4.1 De auteur in de zin van het auteursrecht
Het auteursrecht elijke begrip ‘maker’ is nauw verb onden met het hiervoor besproken auteur srechtelijke werkbegrip.


doorgaans alleen de s chrijver ervan aanspraak kan m aken op het auteursr echt. Dat geldt ook als anderen dan de

bijvoorbeeld een ho ogleraar een onderzoek opzet en uit voert en een assistent de re sultaten daarvan optekent
in een onderzoek sverslag zonder bemoeienis van de hooglera ar, is de a ssistent de maker van het verslag. De
 
vorm is in dit voorbeeld uit sluitend het resultaat van de inspanningen van de as sistent. De situatie is anders als de

gezamenlijk auteursre cht. 16
tegen de verspreiding van d e tekst door derden. 17

uitvoerder m aar de ontwerper de maker als een werk tot st and is gebracht naar iemands ontwerp en onder d iens
leiding en toezicht. 18


mogelijk dat de beschermd e auteursrechtelijke trekken van het result erende artikel voornamelijk het resulta at zijn
van de creatieve keu zes van de onderzoeker. In dat geval zal het auteursrecht volled ig toekomen aan de onder zoeker
 
verwoording v an de plannen van de onderzoeker.

wordt aangemerkt als maker als he t vervaardigen van werken tot de ta ak van de werknemer behoort en de
 Zie over de histor ische verandering van h et plagiaatbegrip en de v erschillen tussen d isciplines ook de bijdrage v an respectie velijk

16 
hoogleraar en de assist ent op delen van de tekst.
 
 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 51
  19 Het

zal dus doorg aans toekomen aan de universiteit. De univer siteit kan in het algemeen echter geen aanspra ak maken
op het auteursre cht op de wetenschappelijke werken van haar persone el. 20 Het produc eren van wetenschappelijke

het bestuur v an de universiteit doorgaans geen zeggen schap over de inhoud van hun publicaties, laat staan over de
uitdrukkingsvor men die wetenschappers in hun publicaties hanteren.
 21 In
de praktijk gebe urt het bijvoorbeeld regelmatig dat een u itgeverij eist dat een auteur zijn of haar auteur srechten
overdraag t aan de uitgever. In die situatie vallen de maker van het werk en de rechthebben de op de exploitatierechten
niet meer samen. Het is dan uit sluitend de uitgever die de exploitatierechten t e gelde kan maken en zo nodig kan
handhaven als anderen kopieën van het wer k verspreiden. De uitgever kan het auteur srecht in die situatie zelfs
inroepen tegen de auteur, als die laatst e zijn of haar werk wil verspreiden buiten de kanalen van de uit geverij om.
Persoonlijkheidsr echten, zoals het recht op naamsvermelding, zijn niet overdr aagbaar. 22
belangen die deze rechten b eschermen zijn zo nauw aan de persoon van de maker verb onden dat overdracht niet

 
vermelding van de naam van de auteu r publiceert, kan zowel de uitgever als de auteur zich d aartegen verzett en, de
uitgever op grond v an de exploitatierechten, de auteur op basis van zijn per soonlijkheidsrechten.
4.2 De auteur in de zin van de academische gedragsregels

code bepaalt d at de wetenschapp er moet staan voor een eerlijke toedeling van aut eurschap en verwijst op dit punt

wezenlijke intellectuele bijdr age moeten hebben geleverd aan tenminste één v an de volgende elementen: de opzet van

 

dat met een wezenlijke bijdrage a an een publicatie niet alleen wordt gedoeld op het schrijv en van tekstdelen, maar ook
op het concipiëren en ontwer pen van het onderzoeksprojec t, het doen en uitwerken van experimenten, het delen en

en het kritisch her zien van tekstdelen en het zo bijdrag en aan de interpretatie ervan. 23
Zowel het auteursre cht als de wetenschappelijke gedragsregels koppelen d e aanspraak van een wetenschapper op


uitsluitend om de bijdr age aan de subjectieve trekken van e en wetenschappelijke publicatie, zoals de wijze van
presentatie van on derzoeksresultaten en het t aalgebruik. In de wetenschappelijke gedragsr egels gaat het ook – of juist

Mede vanwege de hier voor genoemde verschillen tussen de ged ragsregels en het auteursrecht t oetsen commissies die
schendingen van wetensc happelijke integriteit be oordelen auteurschap in het algemeen niet aan auteur srechtelijke
maatstaven. 24 25

met betrekking tot aut eurschap zijn geschonden.
19 
20 Auteursrecht, Devent er: Wolters Kluwer 2019, paragraaf 2.13.
21 
22 Auteursrecht, 
23 
 
 
52
5. De inbreuk
5.1 De inbreuk op het auteursrecht
De auteursrec htelijke exploitatierechten zijn de exclusieve recht en van de maker op verveelvoudiging en

Openbaar maken omvat het versp reiden van het werk, bijvoorbeeld door he t verkopen van exemplaren of het online ter
beschikking stellen van het wer k.
Het auteursrecht b eschermt niet alleen tegen overname van het volledige werk. O ok verveelvoudiging en
openbaarmaking van een de el van het werk levert een schending van het aute ursrecht op. Het overgenomen deel
 26 Zo zal in het
algemeen geen sprake zijn van een aut eursrechtinbreuk als uit een wetenschappelijke public atie alleen de inhoud
is overgenomen en niet de kenmerken van de public atie die het persoonlijk stempel van de auteur ku nnen dragen,
zoals de wijze van present atie en het taalgebruik. De auteursr echthebbende kan anderen dus niet belet ten de in een
wetenschappelijke publicatie geopenba arde ideeën en inzichten vervat in andere woorden verder t e verspreiden, zelfs
niet als dat gebeurt zon der bronvermelding.
Een illustratie van de be grenzing van de auteursrechtelijke bescher ming biedt een recht szaak tussen een technisch
adviesbureau en een ver voerswetenschappelijk instituut. 27 Het adviesbur eau verweet het wetenschapp elijke instituut
inbreuk te maken op zijn auteursre cht op twee rapporten do or gebruik te maken van gegevens uit die rapport en.
De rechter ver wierp die aantijging omdat de kennis en gegevens uit de rappor ten niet in aanmerking komen voor
auteursrecht elijke bescherming. De zaak zou m ogelijk een andere uitkomst kunnen hebben gehad als het instituut o ok
teksten uit de r apporten had gekopieerd, maar dat w as niet komen vast te staan in de pr ocedure.
Dat de beschermingsomv ang van het auteursrecht is beperk t door het werkbegrip impliceert niet dat alleen spr ake
is van een schending van auteur srecht op een tekst als een ander die woor delijk overneemt. Het exclusieve recht
van de auteur omvat ook zogehet en bewerkingen, zoals nabootsingen in gewijzigde vorm. 28 Ook e en vertaling of

auteursrecht elijk beschermde t rekken van het werk terugkomen.
De exclusiviteit van de e xploitatierechten staat niet era an in de weg dat de rechthebbende een ander toes taat het werk
te verveelvou digen of openbaar te maken. Dat kan door overdracht van het r echt of door verlening van een licentie. In
het laatste g eval staat het de licentienemer vrij het w erk te verveelvoudigen en openbaar te maken overe enkomstig de

De exploitatierec hten zijn ook niet absoluut. Er gelden beperkingen voor divers e vormen van hergebruik van een
werk. Zo staat de zogehet en citaatexceptie onder voorwaar den toe een werk te citeren. 29 Daarbij moe t, voor zover
redelijkerwijs m ogelijk, wel de bron, waar onder de naam van de maker, op duidelijke wijze worden vermeld. Ook

fenomeen te beschr ijven, levert dus niet noodz akelijkerwijs een aut eursrechtinbreuk op.
De persoonlijkheid srechten geven de maker onder meer het recht zich t e verzetten tegen openbaarmaking v an het
werk zonder vermelding van de eigen naam en t egen openbaarmaking onder andermans naam. De maker kan afst and

is afstand niet mogelijk voor zov er gaat om het verzetsrecht t egen openbaarmaking onder andermans naam. 30

per abuis zonder bronvermelding overnem en van een klein stukje tekst z al veelal moeten worden aangemerkt als een
schending van auteursr echt. De omvang van de inbreuk en de toerekenbaarheid er van kunnen echter wel meewegen
bij het al dan niet opleggen van m aatregelen aan de inbreukmaker. Zo zal een inbreukmaker alleen verplicht zijn tot
schadevergoed ing als hij wist of redelijker wijs moest weten dat hij inbreuk maak te. 31 Een strafrechtelijke veroordeling
26 Infopaq
 BIE 1987, 4 ( Van Es/NVI).
 
29 
30 
31  
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 53

zeldzaam. De handhaving van he t auteursrecht ligt primair in handen van de rec hthebbende, die tegen inbreuken


zoals bij groot schalige namaak en recidive. 32
5.2 De schending van de gedragsregels
Zoals hiervoor al aan de or de kwam, is de reikwijdte van de ac ademische gedragsregels ruimer dan he t auteursrecht.

oorspronkelijk zijn in auteursr echtelijke zin. Plagiaat van ideeën, procedures en d ata zal wel een sc hending van de
gedragsreg els inhouden, maar in het algemeen geen s chending van auteursrecht.

gedragsreg els. Zoals hiervoor is opgemerkt, beogen de ac ademische gedragsregels niet alleen de belangen v an
de geplagieerde auteur t e beschermen, maar ook een oneerlijke beoordeling van de plag iator te voorkomen en
de transparantie v an de wetenschap te bevorderen. Die bred e ratio van het plagiaatverbod in de ac ademische
gedragsreg els brengt mee dat die regels ook geschon den kunnen zijn als de geplagieerde auteur al lang niet meer in

temporele beperking niet . Ook het overnemen van zeer oude bronnen moet met p assende bronvermelding gebeuren.
De relatief beperk te rol van auteur bij de academische gedr agsregels blijkt daarnaa st uit het feit dat instemming
van de geplagieerde aute ur niet volstaat om een verwijt van plag iaat te pareren. De gedragsregels b eschouwen de
toestemming van de auteur nie t als rechtvaardigingsgr ond. De meeste regelingen voor studenten b epalen zelfs
expliciet dat de auteur ‘medeplichtig ’ is aan plagiaat als zijn of haar werk met toestemming of mede werking is
overgenomen.

onder de academische ge dragsregels een schending niet alleen aan de orde bij wh olesale plagiarism, dat wil zeggen
een volledige en ongewijzigde kopie van het w erk van een ander. Ook het overnemen van delen van een werk en het
overnemen van werk in gewijzigde vo rm is in strijd met de gedragsregels als d at gebeurt zonder passende erkenning.
Zo oordeelde het LOWI dat bij ingekor te en anderszins geredigeerde tek sten de redacteur de o orspronkelijke auteur
altijd kenbaar moet maken. 33 Ook de me este plagiaatregelingen voor studenten bep alen expliciet dat het geheel of
gedeeltelijk overnemen, parafr aseren of vertalen van ander mans werk plagiaat kan opleveren.



aldus de code. Ook de vo or studenten geldende regelingen beschrijven plag iaat als ‘wetenschappelijk wangedrag ’ en
benadrukken dat plagia at een ‘zeer ernst ig vergrijp’ is. 34 De academische gedra gsregels lijken plagiaat dus in te delen

smalle zin, dat wil zeggen: te sanctioner en normschendingen.

overname van andermans werk zond er passende erkenning een vorm van plagiaat en dus in beg insel een schending
van wetenschappelijke integr iteit meebrengen, ook al gaat het om het overnemen van enkele wo orden zonder
gebruik van aanhalingstekens, vormt de ov ergenomen tekst een verw aarloosbaar deel van het werk van de plagiator,
presenteer t de plagiator de inhoud van de tekst niet als eigen werk, lig t de bijdrage van het werk van de plagiator in het
 

van wetenschappelijke integr iteit in brede zin.
32 Auteursr echt, Deventer: Wolters Kluwer
2019, paragraaf 12.3 en de da arin genoemde document en.
33 LOWI 22 juli 2013.
 


54
De regeling van plagiaat wijk t op het punt van de inherente ernst af van die van de mees te andere normen uit de

niet zonder meer een schending van w etenschappelijke integriteit op. Bij dergelijke andere normen hang t het van een


eventuele opzet van de onder zoeker, d e opvattingen in het vakgebied en het met de over treding behaalde voordeel.
Deze genuanceer de aanpak lijkt ook op zijn plaats bij het overnemen v an andermans werk. De commissies voor
de beoordeling van wet enschappelijke integriteit hanteren die genuanceer de benadering ook al. Zij plegen bij
de vast stelling of in plagiaatzaken spr ake is van een te sanc tioneren schending van wetenschappelijke integri teit
verschillende omstand igheden mee te weg en, zoals de intentie, de normen in het vakg ebied en de begeleiding van de
vermeende plagiator. 35
‘schending van de wetenschapp elijke integriteit ’, ma ar ook ‘plagiaat’ te zwaar is.

Omdat de plagiaatregels nie t alleen gericht zijn op besc herming van de belangen van de geplagieerde auteur,
kunnen ook anderen dan de aut eursrechthebbende optreden teg en overtredingen. Bij een overtr eding van het
plagiaatverb od door een wetenschapper kan dat door e en klacht in te dienen bij het bestuur van de instelling waar de
  36 De gepubliceerde uit spraken van de door de instellingen ingeschakelde
adviescommissies laten zien d at de klager in het algemeen niet de aute ur is en dat die klachtprocedures ook zonder de
geplagieerde auteur t e horen kunnen uitmonden in een oordeel dat al dan niet spr ake is van plagiaat.
6. Conclusies en aanbevelingen
Het overnemen van academis ch werk van een ander zonder passende erkenning kan zowel een inbreu k op

fundamentele ver schillen tussen de regelingen. Ten eerste is het auteursre cht een veel verdergaand recht, om dat ook
verveelvoudig ing en openbaarmaking van werk m ét passende erkenning van de bron een schending van auteu rsrecht
kan opleveren. Ten tweede is de reik wijdte van het auteursrecht, v anwege het vergaande karakt er, vo orbehouden
aan materiaal dat in str ikte zin oor spronkelijk is. Bij academische werken komt dat er in grote lijnen op neer dat
auteursrecht elijke bescherming is beper kt tot de vorm ervan, zoals de woordkeu ze en wijze van presentatie. Het
overnemen van de inhoud van ac ademische werken, zoals de ideeën en gegevens, staat ander en auteursrechtelijk
 

auteursrechtelijke k westies.
De vergelijking met het auteur srecht leert wel dat bij geschillen over de overnam e van werk, zoals plagiaatkwesties,

eerlijke beoordeling van ac ademisch werk waarborgen, moet de beo ordeling van plagiaat zich richten op die aspecten
van een academisch wer k die beslissend zijn voor de beoordeling ervan. D e vaststelling van die aspec ten en vooral de
onderlinge weging ervan k an verschillen per vakgebied en veranderen in de loop van de ti jd.
Heroverweging ver dient het uitgangspunt van de academische g edragsregels om iedere overname van wer k zonder


van het verbod op het ov ernemen van andermans werk zonder passende erkenning moe ten worden gescheiden van
de beoordeling van de erns t ervan. Die ernst kan worden geto etst aan algemene wegingscriter ia, zoals de omvang
van de overtr eding, de opzet, de opvattingen in het vakgebied en het met de ov ertreding behaalde voordeel. De

gereserve erd voor ernstige overtredingen van het verb od op het overnemen van andermans werk zonder passende
erkenning. Die genuanceerde benader ing sluit ook aan bij de wijze w aarop de commissies voor de beoordeling van
wetenschappelijke integriteit plagia atzaken al beoor delen.
 

36 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 55
56
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN
AUTEURSRECHT PLAGIAAT EN AUTEURSRECHT
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 57
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
58
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE SCHOUDERS
VAN REUZENSTAAN OP DE
SCHOUDERS VAN REUZEN’
STAAN OP DE
SCHOUDERS
VAN REUZEN’



 
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 59
1. Bij wijze van inleiding
Orion en Cedalion


e eeuw en of het van hem is, is
trouwens ook niet zeker. De eerste versie is in het Latijn: ‘nanos gigantum humeris insidentes’ en zij is uitgebeeld in
de gebrandschilder de ramen in de kathedraal van Chartr es waar de evangelisten als dwergje s zitten op de schouders

mythologie, waar de blinde reus Orion werd afgebeeld met zijn knecht C edalion gezeten op zijn schouders om te
fungeren als zijn ogen.

Philosophiae naturalis principia mathematica, waarin hij voor het eers t zijn theorie van de zwaart ekracht ontvouwde,

hij was dus eigenlijk de uit vinder van de zwaartek racht, zo betoogde hij. Dat was niet wa ar, ma ar ook niet helemaal

baanbeweging der hemellichamen, zonder welke hij niet tot zijn univer sele wet had kunnen komen. De verhouding
was inmiddels zo verzuur d dat geen van beide dwergen de ander nog het licht in de ogen gun den (een uitdrukking, zo
realiseer ik mij nu, die misschien ook wel is afgeleid v an de reus Orion en zijn knecht Cedalion).
Het waarheids- en het oorspronkelijkheidsbeginsel
Deze casu s bevat alle ingrediënten van het citaatr echt. Daarin onderscheid ik het oorsp ronkelijkheidsbeginsel en het
waarheidsbeginsel.
Met het oorspronkelijkheidsbeginsel doel ik op de plicht dat wie zich in zijn scheppingen base ert op iemand anders,
verwijst na ar degenen aan wiens ‘oorspronkelijke’ werk hij ontleent, omdat die de credits toekomen. Het gaat dus om de
vraag van wie wat 
moreel en de inhoud van de norme n is niet precies de zelfde, zoals ik hierna zal laten zien. Maar in beide gev allen zijn
het normen in het belang van de auteurs. Het maakt uit hoe oud het werk is wa arnaar wordt verwezen en of het om een

het minder nauw.
Met het waarheidsbeginsel bedoel ik dat er een plicht is een juist beeld te geven van de kennis w aar men zich op baseert.
Dit beginsel komt in twee v arianten: een autoritaire (het waarh eidscriterium wordt ontleend aan het ge zag van een
wereldlijke of religieuze autoritei t) en een rationele (waarh eid wordt ontleend aan empirisch gefundeerd gez ag van
de rede). De eerste variant ziet op r eligieuze, door de volk sgeest of een andere autoriteit geopenba arde waarheid: het
zijn ‘geloofswaarhe den’. De t weede variant is de wetenschappelijke en bes chermt het belang van de integriteit van
(het werk van) wetenschap w aaraan ontleend wordt. Het bescher mt echter ook het belang van het publiek daarover

waarheidsbeg insel steeds vaker. Ik kom er aan het slot op terug.
Vervalsing en plagiaat
Ik moet eerst nog de b egrippen ‘vervalsing’ en ‘plagiaat ’ verduidelijken, omdat deze vaak door elkaar worden g ehaald.
Bij vervalsing ga at het om het maken van een zo ‘natuurgetrouwe’ naboot sing van stijl en inhoud van het
 
werk. De naboot ser neemt dus de identiteit van de nageboot ste auteur aan. Dit is het beroemde gev al van de

 Isaac Newton en het ware we ten, Amsterdam: Bert Bakker 2010, p. 9 en p. 192-193.
  Het Verschil van Mening, Ams terdam: Bert Bakker/Prometheus 2016, hoofd stuk 7, ‘Van geopenbaarde waarheid naar
sceptische waarheid’.
60
e 
e eeuw Bredius ervan wis t te overtuigen dat het schilderij ‘De



museum Boijmans, maar w ordt daar nu getoond als het gedenkw aardige historische feit van deze vergis sing: dus als


omvat een groot gebied v an het manipuleren van data bij empirisch onder zoek of het verzinnen van onderzoek dat niet

Plagiaat
De term ‘plagiaat ’ in de titel van deze bundel legt ten onrechte h et accent op het oorspronkelijkheidsbeginsel, ter wijl
bij wetenschappelijk cit eren, ook en vooral het waarheidsbegins el in het geding is. Plagiaat in enge zin is voornamelijk
auteursrecht elijk ingekleurd, omdat he t daarbij meestal gaat om he t klakkeloos overnemen van teksten van and eren in
eigen werk zonder de bron te noem en. We tenschappelijk plagiaat omvat dat ook, maar vat ik hier breder op, omdat in
de wetenschap de schend ing van het waarh eidsbeginsel in mijn opvatting ernstiger is.
De opzet van dit artikel
De opzet van deze besch ouwing ziet er als volgt uit. Ik zal eerst ingaan op de cult urele omgeving waarin het gebruik
van voorbeelden plaat svindt. Dat doe ik omdat de culturele normen mijns inziens vo or dit onderwerp van groot belang
Le déjeuner
 

|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 61
sur l’herbe 
beroemde schilderijen f oto’s naschilderde.
 Daarna ga ik dieper in

het fake


wetenschappen.
Ik rond af met een beschouwing d at het waarheidsbeginsel dat de wetens chap in het algemeen en bij citeren in het
bijzonder huldigt, in dit ti jdperk van post- truth weer (in vergelijking met de jaren der tig van de vorige eeuw) betekenis
krijgt als maat schappelijke verantwoordelijkheid van de we tenschapper in het publieke debat. Tenslotte toets ik mijn

veranderd zou kunnen worden.
2. Voorbeelden uit cultuur en wetenschap
Beeldende kunst: een oud en een recent geval
Manet
Laat ik beginnen met een b eroemd voorbeeld uit de geschiedenis van de b eeldende kunst: Le déjeuner sur l’herbe

mannen op het gras veld onder de bomen is gebaseerd op een schilderij u it de 16e eeuw dat bekend s taat als ‘Le Concert
e eeuw



 
van de twee mannen om ha ar heen af draait en de toeschouwer aankijk t; voor haar ligt een als student uit die ti jd
geklede man met een st udentenmutsje op die zich half opricht en een betoog ho udt, en schuin achter haar zit een man
die voor zich uit peinzend in de vert e kijkt; noch de vrouw noch de zit tende man richten zich tot de orerende man die
daardoor in de lucht pr aat. Op de achtergrond zien we een geklede nimf achtige vrouw zich staand in een vijver wa ssen.
De strekking van he t schilderij is eigentijds: het is een aanval op de mora al van zijn collega’s en opdrachtgevers in het
Parijs van zijn tijd. Manet b rak met de codes van het naakt s childeren en wat een schilderi j letterlijk behoorde voor

kunstkritieken opnam, noemd e het zijn eerste echt originele schilderij. Hij laat de naak theid van de vrouw in gesprek
met twee gekle de mannen zien in de natuur als commentaar op de collectie v an het Louvre dat vol hangt met naak te
  Manet gebruikt het b eroemde voorbeeld dus als een (ironis ch) wapen.
Eigenlijk kleedt hij de naakt e vrouw twee keer uit: eers t uit de mythologische beeldtraditie v an naakte (half) godinnen

Le bon combat, formuleer t
hij dat als volgt:



 
beeldende kunst: www.egbertdommering.nl. Ik zal hierna enige malen n aar deze blog verwij zen (ook voor het beeldmateri aal), waar
Nederlands e
Jurisprudentie 1979, 339, m.nt. L. Wichers Hoeth ken i k als (mede) behandelend advocaat in hoger beroep en ca ssatie.
 L e bon combat
62



 7

waarheidsbeg insel. Of, zoals de geciteer de Zola het formuleerde: ‘En daarom haat ik de onnadenkend vr olijke mensen,
de kunstenaar s en critici die op een zotte manier van de waarh eid van gisteren die van vandaag willen maken.’
Le déjeuner werd een iconis ch schilderij dat door moderne beeldende kuns tenaars als referentiepunt werd gebr uikt.
L e déjeuner 

maquettes, telkens met s tijlvariaties. De liggende, orerende man verander t daarin geleidelijk in een soort priest er
met een kerkmuts je op die steeds centraler in de voor stelling komt te zitten


posities van Le déjeuner a annemen.
 
impuissant s ne veulent pas agrand ir le cadre; ils ont dress é la liste des oeuvres dé jà produites, et ont ainsi o btenu un vérité relative d ont


hais.’
 Le déjeuner sur l’herb e’, in: Picasso et les Maîtres

   (geraadpleegd
januari 2021).
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 63
Le déjeuner is daarme e ook een voorbeeld van het object v an studie van de kunstgeschiedenis w aarbinnen het
bestuderen v an de ontlening als cultuurfenomeen een belangrijke t ak van sport is.



naar aanleiding van één van haar b elangrijke schilderijen. Dat beeldde de weduwe van de in de Congo verm oorde
Lumumba af en was ‘let terlijk’ gebaseerd op een nieuwsf oto uit die tijd.
De beschuldiging werd geui t dat het naschilderen van foto’s geen (hoge) kunst is. Patrick L umumba was een

nadat bekend is geworden d at hij is vermoord . Het was in de Congo van die tijd een teken van rouw d at de weduwe

een aangrijpend t afereel dat Dumas qua onderwer p en compositie letterlijk overneemt, al ‘knipt ’ zij een stuk uit de
omgeving van de foto op haar s childerij weg om de dramatis che beleving van het leed van de weduwe uit te ver groten.


foto had (nog) geen iconische s tatus (zoals bijvoorbeeld de ber oemde foto van het moment van neerschie ten van

publiek dat de foto kende. Er ontbrak een g emeenschappelijk cultureel referentiek ader tussen de schilderkunst en




belangrijke (later vaak ber oemd geworden) fotografen, die zich eraan sto orden dat zij geen credits van de inmiddels
wereldberoemde s childeres kregen d at zij de auteurs waren van haar inspiratiebr onnen. Het publiek van de
tentoonstelling had dit referentiek ader niet.
In dit geval zijn zowel het waarh eidsbeginsel als het oorspronkelijkheidsbeg insel in het geding, maar
omdat de zaak dicht tegen h et heden aan ligt en het om het gebruik van identieke expr essie gaat, komt het
oorspronkelijkheidsb eginsel meer op de voorgrond te sta an.
10 Ik schreef daarover ee n blog, dat ik hierbij gebruik. 
verwant ma ar afwijkend geval d at ik om redenen van beper king niet behandel:  (Tuy ma ns).
11 
64
Wetenschappelijke ontlening

De
kern van de economie, een enorm succ es als inleiding economie op de middelbare sch ool. Economie werd in die tijd een

deze periode het bo ek Economie voor het voortgezet onderwi js publiceerden. Heertje me ende dat dit een boek plagiaat
was van ‘De kern’ en beg on een procedure vanwege dit boek, die wer d voortgezet tot de Hoge Raad. Hij baseerde
zich op het auteursre cht, maar koos daarvoor een mo eilijke grondslag: hij st elde dat zijn boek volkomen origineel van
opzet was, met een nieuwe ‘mo delmatige benadering’ en d at ook de belangrijke theorie van Keynes (die een verband
legt tus sen de omvang van de overheidsbesteding en welv aart) door hem op een volkomen nieuwe manier werd


Dit zijn moeilijke stellingen voor de toepas sing van het auteur srecht, omdat daarin een heilig principe is dat het
niet ideeën bescher mt (die zijn vrij) maar alleen expr essies (de manier waarop ideeën zijn vormgegeven). Het Hof
oordeelde dat de orig inele inhoudelijke aanpak niet door het aute ursrecht wordt beschermd, en het v ond de gestelde
overeenstemming in formuleringen te g ering. De Hoge Raad ging hierin mee. Inter essant in dit arrest is eigenlijk
alleen de overweging dat de o orspronkelijkheid van een wetenschappelijk werk voor e en belangrijk deel wordt
veroorza akt door de plaats die het werk te midden v an andere wetenschappelijke werken inneemt. Kort gezegd : ‘de
stand van de wet enschap’ is een belangrijke factor om de oor spronkelijkheid te beoordelen en dat valt buiten het
auteursrecht . Overeenstemming op formeel niveau is daard oor minder belangrijk.
Heert je en zijn uitgever hadden ongetwijfeld een ec onomisch belang bij de plagiaatsactie, omd at ‘De kern’ zeer
succesvol wa s op de middelbare scholen en vele drukken kende. Bij Heert je speelde echter ook en met name het
morele belang dat zijn oorspr onkelijkheid als wetenschapp er niet erkend en zichtbaar gemaakt werd voor het p ubliek.
Hij had een heel nieuwe aanpak van het o nderricht in de economie ontwikkeld en dat werd ver zwegen.
De zaak werd door He ertje opgezet op basis van he t oorspronkelijkheidsbeginsel, maar door de rec hters afgedaan op
basis van het wa arheidsbeginsel: het ging niet om expressie maar om de ‘st and van de wetenschap’.
Conclusie van dit onderdeel
Zowel cultuur als wetensc hap vormen een historisch gebouw waar toe de bewoners zich kritisch verho uden. Het gaat
om de ‘stand van de cult uur of de wetenschap’ waarin de tijdgenoten een nieuw e rol spelen. Daar zien we de twee
varianten van het wa arheidsbeginsel botsen. Het ga at om ideeën waarvoor het auteur srecht niet het ordenende
principe is, hoogsten s een hulpmiddel.
In de Manet casus g aat het om receptie of afwijzing van cult urele vormen. Hoewel het om vormprincipes ga at die in
beginsel onder het auteur srecht vallen (zie de bijdrage van Peter Blok), speelt het door het t ijdsverloop (dat geldt tot
zeventig jaar na de dood van d e auteur) geen rol. Het is eerder een waarheids debat wat de juiste weergave van de
samenleving is: een botsing tu ssen de autoriteitsvariant en de r ationele variant.
12 
13 
niveau had ingezet (detail vergelijking op formuleringen van zinnen, identiek woordgebruik, volgorde, bewu ste variatie om zich

bronvermelding gedeelten van het werk wa aronder nieuwe, originele formuleringen en beschouwingen, soms letterlijk waren
overgenomen.’ In hoger beroep had het Hof daarin nog aanleiding gevonden drie economen de vr aag voor te leggen hoe origineel dit
was en deze de skundigen, die Heert je niet bijzonder vriend elijk gezind waren, hadden na lang zo eken in de vakliteratuur ver gelijkbare
benaderingen ge vonden, al hadden zij op deta ilniveau wel een frappante g elijkenis geconstate erd, zodat aannemelijk w as dat de
auteurs bij h et schrijven van hun inleiding ‘ De kern’ naast hun conc ept boek hadden liggen.
 Daar door wordt deze beslissing in de v akliteratuur gezien al s een voorbeeld dat een w etenschappelijk werk e en ‘minder persoonlijk
Auteursrec ht,
Deventer: Wolters Kluwer Ned erland 2019, p. 187. Het hangt er maar vanaf. De eerste zin uit J.H. Huizinga’s Herf sttij der Middeleeuwen is,
auteursrechtelijk ge zien, een juweel: ‘Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensv ormen veel scherper uiterlijke v ormen dan nu.’
|
Plagiaat in onderzoek en onderwijs 65
In de Dumas casu s is het auteursrecht wel in het geding: het ging om de credits