ArticlePDF Available

Waterconflicten in de 21 ste eeuw: kiezen tussen 'veiligheid' en ontwikkeling

Authors:

Abstract

"Water conflicts" became a focus of attention in the 1990's, when environmental problems like water scarcity were expected to add to already sensitive geopolitical contexts in areas like the Middle East or Central Asia. As a result, water resources became a security concern, with corresponding policies of securitizing the solution to the problem of water scarcity. We suggest that de-securitising water is key to a more sustainable approach. In this context, we will introduce the concept of environmental security as a rather recent subject in security studies, and how policy makers try to apply the new insights. Further, we will make clear that water scarcity has an especially political dimension, based in ideological motives, and therefore a solution can be found in policies, too, when turning water into a resource for broader cooperation and integration.
Waterconflicten in de 21
ste
eeuw: kiezen tussen ‘veiligheid’ en
ontwikkeling
In: Internationale Spectator, 66, 3, maart 2012.
Stefan Deconinck is politicoloog en historicus. Hij was als onderzoeker achtereenvolgens verbonden
aan de Universiteit Gent, de Katholieke Universiteit Brussel en het Koninklijk Hoger Instituut voor
Defensie. Hij specialiseert zich in de problematiek van veranderingen in leefmilieu en veiligheid, en
over het onderwerp van de geopolitiek van waterschaarste beheert hij de website www.waternet.be
Contact: Stefan.Deconinck@gmail.com
Abstract
“Water conflicts” became a focus of attention in the 1990’s, when environmental problems like water
scarcity were expected to add to already sensitive geopolitical contexts in areas like the Middle East
or Central Asia. As a result, water resources became a security concern, with corresponding policies of
securitizing the solution to the problem of water scarcity. We suggest that de-securitising water is key
to a more sustainable approach.
In this context, we will introduce the concept of environmental security as a rather recent subject in
security studies, and how policy makers try to apply the new insights. Further, we will make clear that
water scarcity has an especially political dimension, based in ideological motives, and therefore a
solution can be found in policies, too, when turning water into a resource for broader cooperation and
integration.
Oorlog om water
Rond 22 maart –Wereldwaterdag- vindt om de drie jaar een Wereld Waterforum (WWF) plaats. Dit
jaar is Marseille de gaststad voor het 6
de
WWF.
1
Het is een groots evenement, waar de “watersector”
in de ruimste betekenis van het woord (overheden, vertegenwoordigers van verkozen organen,
internationale organisaties, academici, drinkwaterbedrijven, NGO’s, en diverse aanbieders van
diensten als ontzilting, waterzuivering, elektriciteitsopwekking, of irrigatie) om de drie jaar de staat
van het water in de wereld opmaakt. Er wordt onder meer gediscussieerd over toegang tot water
(‘recht op water’), over gezondheidsaspecten die met water hebben te maken, over de gevaren van
noodsituaties (teveel water, te weinig water), de impact van klimaatverandering of verstedelijking en
de bescherming van ecosystemen.
Een vast thema op het WWF zijn ook steeds de conflicten over water. Sessies die in dit kader worden
georganiseerd, kunnen steeds op veel interesse rekenen, want “oorlog om water” spreekt erg tot de
verbeelding. Het beantwoordt aan een basisangst van de mens: in extreme omstandigheden zullen
we moeten vechten om het laatste restje water, om niet van ontbering om te komen. Verschillende
indicatoren vertellen ons dat de omstandigheden inderdaad extremer worden: watervoorraden
slinken, de bevolking groeit, de alternatieven voor meer water zijn beperkt. Als landen voelen dat de
veiligheid en het welzijn van hun inwoners in het gedrang komt wanneer de buren ook steeds meer
van de voorraad opeisen, lijkt het scenario voor een gewelddadig conflict daarom niet zo ver gezocht.
In combinatie met bestaande politieke spanningen in heel wat regio’s waar water schaars is, zou
water wel eens olie op een smeulend vuur kunnen zijn. Vandaar de gevleugelde woorden van de
Egyptische president Anwar Sadat, die aan het einde van de jaren ’70 sprak over water als “the only
matter that could take Egypt to war again.Of Ismail Serageldin, een directeur van de Wereldbank,
die in dezelfde lijn ook wateroorlogen voorspelde: If the wars of this century were fought over oil,
the wars of the next century will be fought over water.
2
Dit soort uitspraken vormen catchy
krantenkoppen en flitsende lijnen op journaals, en hebben spectaculaire titels van boeken
opgeleverd zoals “Water wars”, “Rivers of fire” of “Resource wars: the new landscape of global
conflict”.
Het idee lijkt aannemelijk maar de vraag is of het wel waar is. Leidt toenemende waterschaarste tot
wateroorlogen? Stevenen we onvermijdelijk af op gewelddadige conflicten over watervoorraden? Of
zet schaarste aan tot beter beheer van de voorraden en dus samenwerking tussen de verschillende
gebruikers, zodat geweld juist wordt vermeden? Deze vragen vormen het voorwerp van discussie,
die niet enkel vanuit academisch oogpunt interessant is voor onderzoekers aan universiteiten, maar
ook heel relevant is voor beleidsmakers die zich willen inzetten voor het vermijden van conflicten.
Ecoconflicten: conflicten van de toekomst
De studie van de samenhang tussen milieuproblemen, zoals waterschaarste, en conflicten is vrij
recent, en deed opgang in de periode dat de Koude Oorlog op haar laatste benen liep. Door het
einde van de Oost-Westtegenstelling was er ruimte om conflicten vanuit een ander perspectief te
bekijken en zo ging er (hernieuwde) aandacht naar de link tussen veiligheid, milieuproblemen en
ontwikkeling. Wetenschappelijke kennis over de precieze relatie tussen milieuproblemen,
grondstoffenvoorraden en conflicten was in die periode nog heel beperkt en de environmental
conflicts vormden aan het begin van de jaren ’90 een vrij nieuw onderzoeksterrein. De kennis
hierover maakte in de voorbije twee decennia een snelle ontwikkeling door, onder invloed van
kritiek, discussie en inzichten uit nieuwe empirische studies, waardoor eenvoudige
verklaringsmodellen met slechts enkele variabelen en simpele oorzaak-gevolgrelaties uitgroeiden tot
steeds complexere modellen met een groeiend aantal ingrijpende factoren.
3
De evolutie in omvang
en kwaliteit van de jaarrapporten van het Environmental Change and Security Project (ECSP) van het
Woodrow Wilson International Center for Scholars is daar een mooi voorbeeld van.
4
De vraag is nu hoe deze wetenschappelijke bevindingen omgezet kunnen worden in beleid. Waar
moeten beleidsmakers ingrijpen in de veelheid aan variabelen om te voorkomen dat veranderingen
in het milieu of schaarste aan natuurlijke hulpbronnen samenlevingen laten afglijden naar
gewelddadige conflicten?
Het rapport van het VN Milieuprogramma (UNEP) Understanding environment, conflict, and
cooperation” van 2004 was op het eerste zicht ontnuchterend. Er werd gesteld dat de inzichten in de
relatie tussen milieuproblemen en politieke instabiliteit nog onvoldoende ontwikkeld waren om er in
het beleid doelgericht iets mee te doen.
5
Dat toonde niet enkel aan hoe relatief recent de aandacht
was voor de problematiek van milieuconflicten maar het liet ook zien dat het omzetten van analyses
naar instrumenten en mechanismen waarmee preventief kan worden opgetreden, geen evidentie
was. Deze conclusie geldt nog steeds in 2012.
Internationale organisaties hebben zich hierin pragmatisch opgesteld. Ook al is niet iedereen het met
elkaar eens over hoe milieuproblemen precies inwerken op conflicten, het feit dat verandering en
achteruitgang van het milieu daar een rol in speelt, is een voldoende reden om er rekening mee te
houden. Ze ondersteunen daarom initiatieven die vaak geval per geval zoeken naar specifieke
oplossingen voor conflicten die gekoppeld kunnen worden aan milieuproblemen. Vanaf het midden
van de jaren ’90 ondersteunt het Science Committee van de NAVO diverse onderzoeksinitiatieven
over environmental security en conflicten.
6
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in
Europa (OVSE) vraagt bijzondere aandacht voor de veiligheidsrisico’s die verbonden zijn aan het
slecht beheer van watervoorraden, en ondersteunt programma’s die gericht zijn op samenwerking in
regio’s zoals de Kaukasus, de Balkan of het bekken van het Aralmeer en de Organisatie voor
Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) had in de “Guidelines on conflict, peace and
development co-operation” aandacht voor de economische implicaties van problemen die te maken
hebben met environmental security
7
.
Binnen de Verenigde Naties zijn een 25-tal organisaties, agentschappen en programma’s betrokken
bij het UN-Water initiatief (UN Water, 2009). Binnen hun eigen specialisatie hebben diverse UN-
organisaties daarbij ook aandacht voor de problematiek van water/milieuschaarste en conflicten. De
Division of Early Warning and Assessment (DEWA) van UNEP bijvoorbeeld probeert aan de hand van
indicatoren op tijd te waarschuwen voor situaties waar veranderingen in het milieu, al dan niet door
menselijk toedoen, een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid.
8
Waterschaarste is vooral een politiek probleem
Wereldwijd stijgt de vraag naar water, door groei van de bevolking en economische ontwikkeling.
Meer bewoners op aarde -we zijn al met meer dan 7 miljard mensen- betekent ook: meer monden te
voeden. Daardoor stijgt niet enkel het directe watergebruik (het water dat we nodig hebben om te
drinken, om ons voedsel te bereiden en voor onze hygiëne) maar ook de waterconsumptie in de
landbouw neemt toe omdat er voor al die extra mensen meer voedsel verbouwd moet worden.
Wereldwijd is landbouw de grootste gebruiker van water, en naarmate er beroep moet worden
gedaan steeds marginalere landbouwgrond zal er per geproduceerde eenheid steeds meer moeten
worden bemest en geïrrigeerd. Veel watervoorraden staan daardoor al onder druk van
overconsumptie en vervuiling. Die druk zal alleen maar toenemen naarmate in opkomende
economieën de welvaart stijgt en er daardoor ook meer water zal worden gebruikt door de
nijverheid en de gezinnen.
9
Water wordt dus in heel veel landen schaarser, hoewel ‘schaars’ een relatief begrip is. Kijken we
bijvoorbeeld naar de meest gebruikte indicator van schaarste, de gemiddelde beschikbare
hoeveelheid water per hoofd van de bevolking. Met behulp van deze indicator kunnen lijstjes
opgesteld worden van landen naar de graad van schaarste. Er zijn landen waar water volgens deze
indicator schaars is, maar waar er heel efficiënt mee wordt omgesprongen en waar de effecten van
schaarste veel minder voelbaar zijn dan in landen die op papier beter gerangschikt zijn maar in de
praktijk meer last hebben van schaarste.
Totale hernieuwbare
watervoorraad
Watergebruik
Gemiddeld watergebruik
per persoon per jaar
België
20,
0
km³
7,44 km³
695
Nederland
89,7 km³
8,86 km³
532 m³
Canada
3.300 km³
44,72 km³
1.386 m³
Saudi
-
Arabië
2,4 km³
17,32 km³
705 m³
Egypte
86,8 km³
68,30 km³
809
Ethiopië
110 km³
5,56 km³
65
Soedan
154 km³
37,32 km³
864
Figuur 1: Vergelijking van de beschikbare hernieuwbare watervoorraden, het totale watergebruik en de
gemiddelde hoeveelheid water per persoon.
10
Saoedi-Arabië heeft naast hernieuwbare watervoorraden ook
een grote ontziltingscapaciteit, vandaar het watergebruik dat de beschikbare hoeveelheid hernieuwbaar water
ver overstijgt. In Ethiopië is het huidige watergebruik erg laag, en het potentiële gebruik hoog, in Egypte is de
limiet om meer te consumeren bijna bereikt. Let ook op de vergelijkbare beschikbaarheid van water in
Nederland en Egypte, en het gigantische verschil in consumptie (in hoofdzaak geïrrigeerde landbouw in
Egypte).
Deze indicator zegt ons dus over hoe het is om met een bepaalde hoeveelheid water te moeten
leven. Dat komt ook omdat waterschaarste niet louter de resultante is van vraag en aanbod, zoals de
indicator doet uitschijnen, maar ook van de wijze waarop het beschikbare water wordt verdeeld. Wie
geen toegang heeft tot voldoende water voor de dagelijkse behoeften, kan niet optimaal gebruik
maken van de mogelijkheden voor ontwikkeling en leeft dus in een toestand van waterarmoede.
Deze ongelijke verdeling van water (en schaarste) is vaak een bewuste, politieke keuze om sectoren
of groepen binnen de samenleving te bevoordelen ten koste van andere. Bijvoorbeeld bij de keuze
voor irrigatie- en proceswater voor producten voor de export ten koste van drinkwater- en
voedselvoorziening voor de eigen bevolking, de keuze voor een onevenwichtige verdeling van water
tussen stad en platteland, of de keuze voor de marginalisering van armen of etnische minderheden.
Het vergroot de kwetsbaarheid van deze groepen, maakt ze vatbaarder voor de effecten van
armoede, en waar deze keuzes eerder worden ingegeven door overwegingen van macht en
dominantie in plaats van ontwikkeling, ligt hierin de kiem van een ecoconflict verborgen.
Water zet aan tot samenwerking
Ecoconflicten spelen zich in deze redenering dus vooral af binnen de grenzen van een land, waar
verschillende bevolkingsgroepen of sectoren met elkaar concurreren. In de verhalen over
waterschaarste gaat het daarentegen vaak om de internationale dimensie van conflicten, binnen een
van de 263 stroomgebieden die gedeeld worden door twee of meer landen, en die bijna de helft van
het landoppervlak van onze planeet beslaan.
Algemeen geldende internationale regels over het gebruik en de verdeling van het water uit
internationale stroomgebieden bestaan er niet. Een poging om een aantal basisprincipes te vast te
leggen in een VN-Waterconventie mislukte omdat er, ondanks 20 jaar vergaderen, wereldwijd nog
geen 30 landen bereid bleken om deze tekst uit 1997 te ratificeren. Staten bepalen dus in principe
steeds soeverein hoe ze met hun water omgaan en in welke mate ze daarin rekening houden met
andere oeverstaten. In de praktijk blijkt toch dat oeverstaten er in het overgrote deel van de gevallen
afspraken maken om eventuele discussies en conflicten te vermijden en op een vreedzame wijze op
te lossen. Sommige verdragen resulteerden in de oprichting van internationale organen, zoals de
International Joint Commission (IJC, opgericht in 1909 met als doel om het internationale
stroomgebied van de Sint-Lawrencerivier en de Grote Meren op de grens van Canada en de
Verenigde Staten te beheren. Deze onpartijdige commissie is nog geen supranationale organisatie,
maar het principe gaat in die richting. Minder verregaand maar daarom niet minder onbelangrijk zijn
vormen van intergouvernementele samenwerking in de Niger Basin Authority (1980) in West-Afrika,
de Mekong River Commission (1995) in Zuid-Oost Azië, het Nile Basin Initiative (1999) in het
stroomgebied van de Nijl en de Internationale Maascommissie (2002) in West-Europa.
Bovendien moeten we onze eerdere uitspraak, dat algemeen geldende internationale regels over het
gebruik en de verdeling van het water uit internationale stroomgebieden niet bestaan, ook wat
nuanceren. Diverse internationale milieuconventies hebben betrekking op aspecten van het beheer
van internationale stroomgebieden. De Ramsar-conventie uit 1971 (bescherming van vochtige
gebieden of wetlands), de Conventie ter Bestrijding van Woestijnvorming (1994) of de Conventie van
Rio over Biologische Diversiteit (1992) zijn daar voorbeelden van. In het kader van de VN
Economische Commissie voor Europa (UNECE) keurden de lidstaten in 1992 een conventie goed over
de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren, die
qua inhoud zeker niet moet onderdoen voor de Waterconventie van 1997. Maar desondanks bestaat
er zelfs in Europa niet veel enthousiasme om de Waterconventie van 1997 te ratificeren – staten
hebben blijkbaar toch nog steeds wat koudwatervrees als het gaat over hun soevereine zeggenschap
over ‘hun’ watervoorraden.
Al bij al kunnen we dus stellen dat water landen eerder dichter tot elkaar heeft gebracht dan dat het
leidt tot oorlog.
11
Maar bieden deze resultaten uit het verleden ook garanties voor de toekomst?
Veiligheid als bron van conflict
Er zijn inderdaad gevallen te noemen waarin de waterproblematiek deel is gaan uitmaken van een
ruimer politiek conflict tussen staten. Spanningen over het gebruik van water zien we opduiken in
gebieden waar de druk op de voorraden al bijzonder groot is –water wordt ervaren als extreem
schaars– en afspraken over duurzaam beheer worden onmogelijk gemaakt door bestaande
rivaliteiten.
De klassiekers zijn bekend. De Nijl, waar Egypte en Soedan als belangrijkste consumenten zich
bedreigd voelen door de voornemens van landen aan de bron (Ethiopië, het gebied van de Grote
Meren) om in de toekomst zelf meer water te gaan gebruiken voor irrigatie of de opwekking van
elektriciteit. De Jordaan en het water van de Westelijke Jordaanoever, waar Israël en de Arabische
buren allemaal het grootste deel claimen van een eerder bescheiden stroompje, en waar de
levensvatbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat van afhangt. De Eufraat en Tigris, waar
Turkije op de top zit van de watertoren die Syrië en Irak van water voorziet. De Indus, waar
kernmogendheden Pakistan en India elkaar grondgebied betwisten. In al deze gevallen wordt
controle over water ingeroepen als een essentieel element van nationale veiligheid, en worden
ideologische argumenten ingeroepen: zionisme en de bestaansreden van Israël, Arabisch of
islamitisch nationalisme, revanchisme voor vergane glorie. Water wordt op die manier verveiligd, om
de terminologie van de School van Kopenhagen te gebruiken.
12
Verveiliging verhult drijfveren of
belangen die in het spel zijn, die niets met het genoemde probleem te maken hebben maar die liever
verzwegen worden. Voor het verhaal over ‘waterconflicten’ is verveiliging daarom een interessant
concept omdat het een verklaring geeft waarom waterschaarste in het ene land tot een
veiligheidsprobleem wordt uitgeroepen, ook al is de situatie er objectief niet veel slechter dan in een
ander land waar water niet als een veiligheidsprobleem wordt gezien.
Ontveiligen als sleutel tot de oplossing
Als we in deze potentiële conflictzone’s kijken naar de manier hoe er met het schaarse water wordt
omgesprongen, moeten we vaststellen dat juist deze verveiliging een duurzame aanpak van het
schaarsteprobleem verhindert, en efficiënt waterbeheer in de weg staat. Nergens anders als bij
water is de contradictie tussen veiligheid en ontwikkeling zo duidelijk voelbaar, daarin zijn de
indicatoren duidelijk. De enige oplossing is daarom water te ‘ontveiligen’, waardoor niet ideologie
maar duurzame ontwikkeling de rationaliteit wordt als maatstaf voor het beleid. Vanwege het bij
uitstek grensoverschrijdende karakter van het probleem kunnen de betrokken partijen bijna niet om
een regionale aanpak heen, en het idee van absolute soevereiniteit is in zo’n geval niet vol te
houden. Wat in Europa begon met supranationaal beheer van energie en staalproductie, kan
misschien als voorbeeld dienen voor huidige vijanden die in de toekomst echte waterveiligheid voor
hun bevolking willen garanderen.
Het is daarom ook belangrijk om Ismail Serageldin verder aan het woord te laten – die van de
oneliner over wateroorlogen. Nu mag hij de zin afmaken die voor de krantenkoppen steeds werd
ingekort: “If the wars of this century were fought over oil, the wars of the next century will be fought
over water - unless we change our approach to managing this precious and vital resource”. Dit laatste
stuk van zijn uitspraak zien we zelden terug in citaten. Waarom? Misschien omdat een discours over
wateroorlogen veel spectaculairder en simpeler is dan het saaie verhaal over ontwikkeling en
bestrijden van armoede.
1
Zie de website van het WWF via http://www.worldwaterforum6.org
2
Homer-Dixon T. (1998). ‘Environmental scarcity and mass violence’, in: Ó Tuathail G., Dalby S., Routledge P.,
The geopolitics reader. London, Routledge.
Starr J. (1991). ‘Water wars’. In: Foreign Policy, 82.
3
Een goed overzicht van deze ontwikkeling wordt gegeven in Brauch, H., Liotta P., & Rogers P. (2003). Security
and environment in the Mediterranean. In: H. Brauch, P. Liotta, A. Marquina, P. Rogers & M. Selim (ed.),
Security and environment in the Mediterranean: conceptualising security and environmental conflicts. Berlin:
Springer.
4
Woodrow Wilson International Center for Scholars (2012). Environmental change and security program, via
http://www.wilsoncenter.org/program/environmental-change-and-security-program
5
UNEP (2004). Understanding environment, conflict, and cooperation. Nairobi: United Nations Environmental
Programme.
6
NATO (2012). Science for peace and security: environmental security. NATO, via http://www.nato.int/science/
7
OCSC (2012). Water, security and co-operation. Office of the Co-ordinator of OCSE Economic and
Environmental Activities, via http://www.osce.org/eea/
OECD (2001). Guidelines on conflict, peace and development co-operation. OECD: Paris.
8
UNEP (2012). Division of Early Warning and Assessment, via http://www.unep.org/dewa
9
Björklund, G., R. Connor, et. al. (2009). ‘Demographic, economic and social drivers’. In: UNESCO, Water in a
chaning world (United Nations World Water Development Report 3). Paris: UNESCO. Een actualisering van dit
rapport wordt trouwens in maart 2012 voorgesteld op het WWF in Marseille. Zie daarvoor
http://www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/water/wwap/wwdr/wwdr4-2012/
10
Gegevens op basis van Gleick P. (2011). The world’s water: the biennial report on freshwater resources 2011-
2012. Washington: Island Press.
11
Dit is ook de benadering van UNESCO in het PCCP-programma (From potential conflict to cooperation
potential) waarin de organisatie probeert om een vreedzame oplossing van waterconflicten te stimuleren (zie
http://www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/water/ihp/ihp-programmes/pccp/).
UNESCO brengt dit thema ook prominent op het WWF in Marseille.
12
Buzan, B., O. Waever, & J. de Wilde (1998). Security: a new framework for analysis. Boulder: Lynne Rienner.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Security and environment in the Mediterranean
  • H Een Goed Overzicht Van Deze Ontwikkeling Wordt Gegeven In Brauch
  • P Liotta
  • P Rogers
Een goed overzicht van deze ontwikkeling wordt gegeven in Brauch, H., Liotta P., & Rogers P. (2003). Security and environment in the Mediterranean. In: H. Brauch, P. Liotta, A. Marquina, P. Rogers & M. Selim (ed.), Security and environment in the Mediterranean: conceptualising security and environmental conflicts. Berlin: Springer.
Understanding environment, conflict, and cooperation. Nairobi: United Nations Environmental Programme
UNEP (2004). Understanding environment, conflict, and cooperation. Nairobi: United Nations Environmental Programme.
Science for peace and security: environmental security
  • Nato
NATO (2012). Science for peace and security: environmental security. NATO, via http://www.nato.int/science/
Water, security and co-operation. Office of the Co-ordinator of OCSE Economic and Environmental Activities
OCSC (2012). Water, security and co-operation. Office of the Co-ordinator of OCSE Economic and Environmental Activities, via http://www.osce.org/eea/ OECD (2001). Guidelines on conflict, peace and development co-operation. OECD: Paris.
Demographic, economic and social drivers
  • G Björklund
  • R Connor
Björklund, G., R. Connor, et. al. (2009). 'Demographic, economic and social drivers'. In: UNESCO, Water in a chaning world (United Nations World Water Development Report 3). Paris: UNESCO. Een actualisering van dit rapport wordt trouwens in maart 2012 voorgesteld op het WWF in Marseille. Zie daarvoor http://www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/water/wwap/wwdr/wwdr4-2012/