ArticlePDF Available

Het grootmoedigheidsbeginsel

Abstract

Het grootmoedigheidsbeginsel, Naar een eerlijke en open overheid Grootmoedigheid: het is een ouderwets aandoend woord voor een tijdloze deugd. Volgens Van Dale betekent grootmoedig: edelmoedig, onzelfzuchtig. Etymologisch is het begrip verwant met edelmoedig, nobel, ridderlijk, ruimhartig, menslievend, mededogen, rechtvaardig, vrijgevig en onbaatzuchtig. In de ethiek kent het begrip een wisselende betekenis, van Aristoteles, Cicero tot in het heden. Het gaat te ver om in dit blog de moraalgeschiedenis te bespreken, maar ik wil hier een rechtsbeginsel beschrijven voor de overheid en daarmee vergelijkbare organisaties-een rechtsstatelijk beginsel derhalve waarop burgers en rechtzoekenden zich desnoods bij de rechter kunnen beroepen. Anders geformuleerd: Wees eerlijk, herstel je fouten direct uit eigen beweging en compenseer ruimhartig. Ik pleit niet voor een terugkeer naar vroeger, maar voor het redden van het kind uit het badwater. Dat doe je door het goede-publieke waarden en bureaucratische principes als onpartijdigheid, gelijkheid rechtmatigheid en obectiviteit-in ere te herstellen. Pas daarna is de overheid rijp voor responsiviteit, maatwerk en andere 'prettige projecten'. 1 Omgekeerd werkt niet; het leidt volgens de neuropsychologie tot ongelukken en mogelijk zelfs tot oninteger gedrag. Dat betekent niet nog meer regels, systemen en protocollen (bureaucratisme), maar bevorderen van het naleven en internaliseren van de belangrijke rechtsstatelijk principes die menselijke waardigheid, gelijkheid en rechtvaardigheid bevorderen. Is de organisatie inclusief personeel voldoende weerbaar op deze principes, dan is zij in staat om daarbinnen zo veel mogelijk menselijkheid door informele oplossingen en maatregelen te betrachten. De zwalkende overheid Hoewel hier niet statistisch onderbouwd, meen ik dat collega's en ik dusdanig vaak ervaren dat de attitude van bestuurders en medewerkers van de overheid-vroeger overheidsdienaren geheten-is veranderd in defensief gedrag-tot kleingeestigheid en machtsvertoon aan toe-2 dat dit geen toeval meer is. In dit blog gaat het te ver om een uitgebreide sociologische en bestuurskundige analyse uiteen te zetten, maar de kern is wel dat het beginsel van de dienende overheid, van onkreukbaarheid en rechtmatigheid, niet meer bij ieder van hen tussen de oren zit. Hiernaar wordt overigens wel onderzoek gedaan. Dit heeft onder meer tot gevolg dat bestuurders en medewerkers zich lang niet meer altijd als civil servants gedragen, maar als 'mensen'. Die zich te zeer bekommeren om hun belang, hun ego, het imago van de organisatie en de in Nederland veel voorkomende vriendschapscultuur in de werkomgeving. Daarin figureren burgers en andere buitenstaanders wel, maar doen er niet essentieel toe. 3 De laatsten moeten zich aan de 1 Vrij naar mijn proefschrift Mensen met Macht, waarin wordt gewezen op hoe organisaties en mensen zich ontwikkelen: eerst algemene regels en verantwoording, dan vrijheid in verantwoordelijkheid. 2 Alles op zichzelf betrekken, niet weerbaar zijn, predenderen geen vergissingen of fouten te maken, niet accepteren dat anderen op (vaak evidente) tekortkomingen wijzen. 3 Dit naar zichzelf en eigen belang gericht zijn past bij trends die al voor de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet, maar die als: individualisering, persoonlijke groei, marktdenken, en sinds pakweg "Paars": afbouw van het
1
Het grootmoedigheidsbeginsel
Naar een eerlijke en open overheid
Grootmoedigheid: het is een ouderwets aandoend woord voor een tijdloze deugd. Volgens
Van Dale betekent grootmoedig: edelmoedig, onzelfzuchtig. Etymologisch is het begrip
verwant met edelmoedig, nobel, ridderlijk, ruimhartig, menslievend, mededogen,
rechtvaardig, vrijgevig en onbaatzuchtig. In de ethiek kent het begrip een wisselende
betekenis, van Aristoteles, Cicero tot in het heden. Het gaat te ver om in dit blog de
moraalgeschiedenis te bespreken, maar ik wil hier een rechtsbeginsel beschrijven voor de
overheid en daarmee vergelijkbare organisaties – een rechtsstatelijk beginsel derhalve
waarop burgers en rechtzoekenden zich desnoods bij de rechter kunnen beroepen. Anders
geformuleerd:
Wees eerlijk, herstel je fouten direct uit eigen beweging en
compenseer ruimhartig.
Ik pleit niet voor een terugkeer naar vroeger, maar voor het redden van het kind uit het
badwater. Dat doe je door het goede publieke waarden en bureaucratische principes als
onpartijdigheid, gelijkheid rechtmatigheid en obectiviteit in ere te herstellen. Pas daarna is
de overheid rijp voor responsiviteit, maatwerk en andere ‘prettige projecten’.1 Omgekeerd
werkt niet; het leidt volgens de neuropsychologie tot ongelukken en mogelijk zelfs tot
oninteger gedrag. Dat betekent niet nog meer regels, systemen en protocollen
(bureaucratisme), maar bevorderen van het naleven en internaliseren van de belangrijke
rechtsstatelijk principes die menselijke waardigheid, gelijkheid en rechtvaardigheid
bevorderen. Is de organisatie inclusief personeel voldoende weerbaar op deze principes, dan
is zij in staat om daarbinnen zo veel mogelijk menselijkheid door informele oplossingen en
maatregelen te betrachten.
De zwalkende overheid
Hoewel hier niet statistisch onderbouwd, meen ik dat collega’s en ik dusdanig vaak ervaren
dat de attitude van bestuurders en medewerkers van de overheid vroeger
overheidsdienaren geheten – is veranderd in defensief gedrag –tot kleingeestigheid en
machtsvertoon aan toe 2 dat dit geen toeval meer is. In dit blog gaat het te ver om een
uitgebreide sociologische en bestuurskundige analyse uiteen te zetten, maar de kern is wel
dat het beginsel van de dienende overheid, van onkreukbaarheid en rechtmatigheid, niet
meer bij ieder van hen tussen de oren zit. Hiernaar wordt overigens wel onderzoek gedaan.
Dit heeft onder meer tot gevolg dat bestuurders en medewerkers zich lang niet meer altijd als
civil servants gedragen, maar als ‘mensen’. Die zich te zeer bekommeren om hun belang,
hun ego, het imago van de organisatie en de in Nederland veel voorkomende
vriendschapscultuur in de werkomgeving. Daarin figureren burgers en andere
buitenstaanders wel, maar doen er niet essentieel toe.3 De laatsten moeten zich aan de
1 Vrij naar mijn proefschrift Mensen met Macht, waarin wordt gewezen op hoe organisaties en mensen zich
ontwikkelen: eerst algemene regels en verantwoording, dan vrijheid in verantwoordelijkheid.
2 Alles op zichzelf betrekken, niet weerbaar zijn, predenderen geen vergissingen of fouten te maken, niet
accepteren dat anderen op (vaak evidente) tekortkomingen wijzen.
3 Dit naar zichzelf en eigen belang gericht zijn past bij trends die al voor de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet,
maar die als: individualisering, persoonlijke groei, marktdenken, en sinds pakweg “Paars”: afbouw van het
2
regels houden en de overheid controleert de naleving. De overheid legt te laat uit en acteert
strategisch. Dat leidt begrijpelijkerwijs tot afnemend vertrouwen en ontevredenheid; social
media staan er vol mee.
De gevolgen:
- de overheid die burgers verwijt dat zij voor zichzelf opkomen de overheid
beschouwt zichzelf als gezaghebbend, terwijl er aan kennis en kunde behoorlijk wat
ontbreekt;
- de overheid die zich wel erg gemakkelijk het recht toeëigent om de burger – en zijn
gemachtigden – zonder voldoende aanwijzingen daartoe te beschuldigen van fraude,
rechtsmisbruik, brutaliteit…;
- de overheid die burgers eenzijdig de maat meet en elke fout de burger keihard
aanrekent – met vaak enorme gevolgen voor die burger;
- de overheid die penny wise pound foolish liever doorprocedeert dan te schikken en
dan zelf de burger verwijt dat die ‘terugprocedeert’;
En dus:
- Geen coulance;
- Geen ongelijkheidscompensatie;
- Open gesprekken uit de weg gaan;
- Intimideren, roddelen en spelletjes spelen;
- Geen level playing field: bewijzen achterhouden, feiten verdraaien, liegen… - het
moet maar eens zo helder worden gezegd met hooguit als gevolg een
proceskostenveroordeling;
- Medewerkers die er een afwijkende mening of werkwijze op nahouden, worden
eruitgewerkt, middelmatigheid wordt beloond zo verdwijnt het kritisch
denkvermogen.
Advocatenkantoren die voor de overheid optreden corrigeren dit gedrag niet, maar
bevestigen vaak het toernooimodel: de burger moet ‘(mond)dood’ en het kantoor wordt
ingehuurd om zaken te winnen. En dat is niet moeilijk, want de grenzen van hun middelen,
energie en doorzettingsvermogen is eerder bereikt dan die van een grote instantie. Ik merk
soms dat diverse rechters – niet de doorgewinterde types die van geen enkele partij op
voorhand onder de indruk zijn, de ‘echte rechters’ – zich vooral ook beschouwen als
ambtenaren en daarom te solidair zijn met de ‘zielige overheid’. De prikkel voor de overheid
om kwaliteit te leveren, is dan wel erg mager.
Ik schets hier een zwart beeld, maar het is helaas geen grote uitzondering de
Toeslagenaffaire en het Groninger gepruts zijn exemplarisch voor veel zaken die nooit het
nieuws halen.4
Lessons learned
overheidsapparaat, grotere onzekerheid, afrekencultuur, verslechtering van degelijke kennis en
burgerschapsvorming, tweedeling in de samenleving: ‘zij die meedoen en meebeslissen en zij die ondergaan’, etc.
4 Dat dit weinig opvalt, is dat rechters ook lang niet altijd de volledige dossiers en dus de feiten goed hebben
kunnen zien. Uitspraken worden becommentarieerd (geannoteerd) door rechtswetenschappers die deze dossiers
en feiten verder ook niet kennen. De kwaliteit van rechtspraak in overheidszaken wordt op die manier niet echt
onafhankelijk getoetst.
3
Begin jaren ’90 begon ik letterlijk achter het loket als huisvestingsambtenaar in een klein
gemeente. Een ding heb ik daar wel geleerd: je zit er niet voor jezelf, je staat er niet ‘als
jezelf’. Je bent een toevallige representant van de overheid en je hebt ervoor te zorgen dat
de burger krijgt waar hij recht op heeft. En dat hij niet krijgt waar hij geen recht op heeft. En
dat vooral het laatste zo snel mogelijk op een nette manier wordt uitgelegd en afgehandeld.
Je bent de civil servant van dienst, meer niet.
Als amper 23-jarige, ben ik door sommige teleurgestelde woningzoekenden bedreigd ‘jij
dood’ ‘ik achtervolg je naar je huis’ ‘ik sleur je dwars door het loket’, beledigd ‘ik wil niet
geholpen door een vrouw’, geintimideerd: ‘ik zorg dat je je baan kwijtraakt’ uitgescholden
‘kutambtenaar’. Vraag me niet hoe dat kon, maar vanaf het begin besefte ik dat dit gedrag
niet tegen mij was gericht, maar tegen de institutie. Daardoor kon ik het hanteren; was het
privé zo tegen mij gericht, dan had ik me heel anders gevoeld. Als het me te gortig werd
‘drankkegel kwam je tegemoet’, ‘onverstaanbaar geschreeuw’, dan beëindigde ik het
gesprek door te melden dat het me beter leek dat we het op een ander moment voortzetten.
Gelukkig is het in mijn geval bij woorden gebleven. En nog veel gelukkiger had ik de steun
van doorgewinterde collega’s. Die eerlijk genoeg waren om me te vertellen dat ik soms
incidenten aan mijn eigen onhandigheid of arrogantie te danken had. Werd er een klacht
tegen me ingediend (als street level bureaucrat heb je daar nu eenmaal een abonnement
op), dan ging ik naar de klachtencommissie en gaf mijn kant van het verhaal en werkte mee
aan een oplossing en herstel van de relatie.
Deed ik iets niet goed, dan kreeg ik dat van de baas te horen. Die ging mij echt niet
verdedigen als er terecht was geklaagd. Hetzelfde deed ik trouwens omgekeerd ook niet;
waarom ook? Een fout moet je herstellen, niet wegmoffelen of terugblazen. Excuses
aanbieden is ook een hele goeie. Van de overheid en haar medewerkers mag worden
verwacht dat die – niet pas na drie jaar procederen de eerste stap zet zij zit in een
machtspositie, de burger niet.
De bovenmenselijke overheid
Wordt de burger boos? Dan is dat niet tegen jou gericht, maar tegen het systeem. En zeker
als die burger achteraf gelijk heeft, dan past daarvoor primair veel begrip en erkenning van
de fout. Ik heb mijzelf als burger of gemachtigde van een burger of ondernemer – oplopend
tegen zo’n kafkaïeske instelling – ook vaak genoeg machteloos gevoeld. Oplopen tegen een
muur van zwijgen, arrogantie, weigeren informatie te geven, spelletjes spelen, pesten, jokken
etc.: het drijft mensen tot wanhoop. Anders wordt het slechts – maar wie bepaalt dat? – als
het evident is dat de burger écht geen punt heeft, of écht te kwader trouw opereert. Uiteraard
mogen dan de luiken dicht.
Vind ik dat je als medewerker in de publieke sector maar alles moet pikken? Nee, natuurlijk
niet. Maar wel dat de overheid als organisatie en dus ook al haar medewerkers:
politieagenten, beleidsmedewerkers, Wmo-consulenten, ombudsmannen, rechters, (vrijwel)
niets persoonlijk moeten nemen. Je zit er als professional, niet ‘als mens’. Pas als iemand
echt een grens overgaat: geweld, discriminatie, intimidatie, dan moet worden ingegrepen. En
zelfs dan past daar begrip voor machteloze woede, zeker als blijkt dat dit wordt veroorzaakt
door eerder gedrag van de organisatie zelf. Ik noem dit de ‘schoolpleindoctrine’:
Wie begonnen is, zal het wel hebben gedaan.
Alles wat daarna volgt, is dan een (over)reactie. Om dat te kunnen hanteren moeten
medewerkers goed moeten worden geëquipeerd om met burgers of cliënten om te gaan.
4
Maar al te vaak worden zij, soms na een nutteloze cursus maar nog vaker zonder training, in
het diepe gegooid. Zij hebben ook niet altijd voldoende inhoudelijke kennis en vlieguren om
boven de materie te staan, wat tot onzekerheid leidt; daar worden professionals doorgaans
niet responsiever van. Dat leidt niet alleen tot geschillen, maar ook tot suboptimale
besluitvorming: het persoonlijke wordt meegenomen naar het werk.
Grootmoedigheid is in het belang van samenleving
In veel opzichten mag van de overheid – en dus ook van de mensen die daarin functioneren
bovenmenselijkheid worden verwacht. Omdat die overheid een machtspositie heeft, moet
hij de wijste zijn, over zijn schaduw heenstappen. Ook als dat in een andere situatie – in het
privedomein of sociale leven niet zou hoeven, moet de overheid dat wel doen.
Grootmoedigheid dus.
De samenleving is gebaat bij overheid die burgers niet de maat neemt, ze niet als vijand
beschouwt, of bij voorbaat al als lastig. Die niet primair bezig is met zichzelf indekken en
afschermen. Die geen procedures tegen burgers opstart omdat ze die lastig vinden tenzij
het echt niet anders kan. Die het gesprek aangaat. Die fouten en vergissingen ruiterlijk
toegeeft en schade ruimhartig en zo snel mogelijk herstelt.
En vooral: een overheid die eerlijk is. Die zo volledig mogelijk de waarheid vertelt: aan de
burger, de volksvertegenwoordiging, de media en aan de rechter. Die al zeker geen
advocatenkantoren achter burgers aanstuurt om ongerechtigheden en vergissingen te
verhullen met lange teksten. Die niet wraakzuchtig is. Die uitspraken van de rechter niet
naleeft, maar doorprocedeert tot de burger het van ellende opgeeft. Zo’n overheid is niet mijn
overheid. Die is niet mijn rechtsstaat.
Wat krijgt die overheid ervoor terug? Gezag, vertrouwen, werkplezier, minder procedures,
lagere kosten. Een nieuw gevoel van eigenwaarde en eigen identiteit. Weerbaarheid. Zal dit
altijd lukken? Uiteraard niet sommige burgers willen ook echt niet het goede. Maar vaak
lukt het wel. Het zou voor zich moeten spreken en het positieve recht en de rechtsstatelijke
literatuur gaan hier ook van uit. Dit blijkt niet altijd genoeg. Vandaar een nieuw beginsel, dat
moet worden geformuleerd als rechtsbeginsel waar de overheid zich uit eigen beweging aan
dient te houden, maar dat desnoods kan worden afgedwongen bij de rechter zelf.
Wat betekent het grootmoedigheidsbeginsel concreet?
- eerlijkheid: over feiten, over belangen, zo snel mogelijk;
- vergissingen en onregelmatigheden zo snel mogelijk erkennen;
- schade uit eigen beweging en ruimhartig zo snel mogelijk herstellen;
- verantwoording afleggen: dat doe je gracieus en zonder weg te duiken;
- kwaliteit leveren, ook als niemand het ziet;
- je eigen ‘ik’, je meningen en emoties zo veel mogelijk thuislaten;
- fouten en onwelgevalligheden van burgers – binnen grenzen – accepteren;
- integriteit: niet je eigen belang of oneigenlijke belangen nastreven;
- je verlies nemen zonder rancune.
Moeilijk? Zeker! Maar het is een publieke plicht, die uitstijgt boven het domein van de moraal.
Ik wens de overheid veel grootmoedigheid toe.
Caroline Raat
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.