Technical ReportPDF Available

Eindrapport Vlaams Economisch Relancecomité

Authors:

Abstract

De COVID-19-crisis kwam onverwacht en heeft een wereldwijd schokeffect veroorzaakt. Al snel werd duidelijk dat de gezondheidscrisis niet daartoe beperkt ging blijven. De nodige, verregaande maatregelen om het aantal slachtoffers te beperken en de druk op het gezondheidssysteem te verlichten, hadden en hebben nog steeds een grote operationele en financiële impact op de wereldwijde economische activiteiten. De situatie verschilt sterk tussen sectoren, doch het is duidelijk dat economisch herstel niet de verhoopte V-vorm zal hebben, maar dat de impact van de COVID-19-crisis langdurig zal zijn. Het ondernemersvertrouwen staat op een historisch laag peil en toont geen snelle stijging nu operationele activiteiten terug werden opgestart. Tevens staat ook het consumentenvertrouwen op zijn laagste peil in 10 jaar. Voorlopige maatregelen om het virus onder controle te houden en tegelijk de economische activiteiten te hervatten zouden een GDP-reductie tot mogelijk 8,5% teweeg brengen en leiden tot de zogenaamde 90%-economie. Het is duidelijk dat Vlaanderen voor de uitdaging staat om economische doorbraken te stimuleren en Vlaanderens welvaart en welzijn veilig te stellen. Daarbij weten we dat de situatie blijvend fragiel is, zolang een breed beschikbaar vaccin geen structurele oplossing kan bieden. De Vlaamse overheid wil ondernemers, werknemers en burgers maximaal ondersteunen in deze uitdaging. Hiervoor is een coherent Vlaams plan nodig op korte en middellange termijn met kordate maatregelen. Op korte termijn is in de eerste plaats nood aan maatregelen waarvan een aantal reeds door de Vlaamse regering werden gelanceerd . Op middellange termijn dienen maatregelen te worden uitgewerkt voor de versterking van onze economie. Dit betekent dat het momentum van de COVID-19-crisis moet aangewend worden om een aantal sociaal-economische doorbraken, die anders meer tijd hadden gevraagd, te realiseren. Dat is enkel mogelijk op basis van een grondige analyse van de situatie, die van dag tot dag aan wijzigingen onderhevig is. Om de Vlaamse overheid te ondersteunen in het maken van de juiste analyses en om voor de nodige maatregelen concrete adviezen te formuleren, richtte ze een Economisch Relancecomité op van onafhankelijke experts, op basis waarvan de Vlaamse Regering beslissingen zal nemen. Het Economisch Relancecomité bestaat enerzijds uit een economisch adviescomité en anderzijds een economische kerngroep. Het economisch adviescomité bestaat uit 11 leden. 6 leden zijn experts, 5 leden zijn afgevaardigden van de leden van de kern, uitgebreid met Begroting. De 6 experten zijn: Koenraad Debackere, Stijn Baert, Marion Debruyne, Wouter De Geest, Ans De Vos en Geert Noels. Het voorzitterschap wordt waargenomen door Koen Debackere. EY Consulting ondersteunt het economisch adviescomité inhoudelijk en administratief. Het economisch adviescomité heeft zich gedurende de periode van 1 juni t.e.m. 12 juli hier ernstig over gebogen. Gedurende 5 fysieke vergaderingen, tussentijdse MS Teams calls, contacten en huiswerk, hebben de 6 experten hun adviezen aan de economische kerngroep op Vlaams niveau inhoud en vormgegeven. Concreet werden de doelstellingen en noodzakelijke fundamenten voor 11 aanbevelingen benoemd. De algemene visie die daarbij werd gehanteerd is als volgt samen te vatten: Het momentum van de COVID-19 crisis wordt gebruikt om de nodige transformatieve doorbraken te accelereren, waardoor niet enkel de negatieve impact van de COVID-19 crisis wordt gemitigeerd, maar tegelijk zijn deze doorbraken nodig om Vlaanderen naar een sterkere concurrentiële positie te stuwen. Op die manier kan deze crisis een opportuniteit zijn om versneld vooruit te gaan op een aantal domeinen en een toekomstgericht en aantrekkelijk verhaal te schrijven. De adviezen zijn erop gericht om economische doorbraken te creëren op middellange termijn, maar dit betekent niet dat elk bedrijf kan gevrijwaard worden van de negatieve (en mogelijks fatale) effecten van de huidige crisis. Het is niet de betrachting van onderhavige analyse en adviezen om een vangnet te creëren voor elk geïmpacteerd bedrijf, noch om nu reeds diepgaande maatregelen praktisch uit te werken. Het is wel de bedoeling om de hoofdlijnen van economische doorbraken te beschrijven. De geformuleerde adviezen zijn gericht aan de economische kerngroep. Verdere analyse en onderzoek zijn noodzakelijk om deze adviezen om te zetten tot concrete maatregelen en om ze te richten aan het ruime publiek. Door de circulariteit (verwevenheid) van economische en maatschappelijke doorbraken, bevatten de hiernavolgende fundamenten en aanbevelingen op drie hoofdassen naast economische, ook maatschappelijke elementen. Daarom kunnen de hiernavolgende adviezen best samen gelezen worden met deze van het maatschappelijk adviescomité. Met z’n allen moeten we ervoor gaan om Vlaanderen, de Vlaamse bedrijven en alle Vlaamse burgers wendbaar en weerbaar te maken tegen toekomstige COVID-19 of andere economische of gezondheidsschokken en gecombineerd Vlaanderen performanter, socialer en duurzamer te maken. Dit advies is geen eindpunt, maar is de start van een proces, waarbij een verdere vertaling van de geformuleerde aanbevelingen moet volgen, alsook een structurelere opvolging van die actiepunten.
1
In opdracht van de
Vlaamse regering
WWW. planvoorvlaanderen
Vlaanderen:
welvarender,
weerbaarder en
wervender
Economisch adviescomité
14 juli 2020
2
INHOUDSTAFEL
INLEIDING 3
DOELSTELLINGEN 6
AANBEVELINGEN 8
AANBEVELING 1: ZET IN OP EEN PRODUCTIVITEITSOFFENSIEF VIA ONDERNEMEND
GEDRAG EN GERICHTE INVESTERINGEN 10
AANBEVELING 2: ZET MAXIMAAL IN OP INTERNATIONALE HEFBOMEN 16
AANBEVELING 3: MAAK ALLE MAATREGELEN INCLUSIEF 19
AANBEVELING 4: VOER BELEID OP BASIS VAN EEN EVIDENCE-INFORMED AANPAK 23
AANBEVELING 5: STIMULEER INNOVATIE 27
AANBEVELING 6: EVOLUEER NAAR EEN SYSTEEMDENKENDE OVERHEID 30
AANBEVELING 7: ZET IN OP DIGITALE ECONOMIE Digitaal Vlaanderen 32
AANBEVELING 8: KIES VOOR EEN DUURZAME ECONOMIE Duurzaam Vlaanderen 37
AANBEVELING 9: HERDENK ONZE ZORGECONOMIE Zorgzaam Vlaanderen 41
AANBEVELING 10: DYNAMISEER ONZE ARBEIDSMARKT 44
AANBEVELING 11: MAAK VAN VLAANDEREN EEN PERMANENT LERENDE SAMENLEVING 50
AFRONDENDE SYNTHESE 54
BIJLAGEN 59
Pagina 3
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Inleiding
Economisch adviescomité
De COVID-19-crisis kwam onverwacht en heeft een wereldwijd schokeffect veroorzaakt.Al snel werd
duidelijk dat de gezondheidscrisis niet daartoe beperkt ging blijven.De nodige, verregaande maatregelen
om het aantal slachtoffers te beperken en de druk op het gezondheidssysteem te verlichten, hadden en
hebben nog steeds een grote operationele en financiële impact op de wereldwijde economische
activiteiten.De situatie verschilt sterk tussen sectoren, doch het is duidelijk dat economisch herstel niet de
verhoopte V-vorm zal hebben, maar dat de impact van de COVID-19-crisis langdurig zal zijn.
Het ondernemersvertrouwen staat op een historisch laag peil en toont geen snelle stijging nu operationele
activiteiten terug werden opgestart.Teven s staat ook het consumentenvertrouwen op zijn laagste peil in
10 jaar.
Voorlopige maatregelen om het virus onder controle te houden en tegelijk de economische activiteiten te
hervatten zouden een GDP-reductie tot mogelijk 8,5% teweeg brengen en leiden tot de zogenaamde 90%-
economie.Het is duidelijk dat Vlaanderen voor de uitdaging staat om economische doorbraken te
stimuleren en Vlaanderens welvaart en welzijn veilig te stellen.Daarbij weten we dat de situatie blijvend
fragiel is, zolang een breed beschikbaar vaccin geen structurele oplossing kan bieden.
De Vlaamse overheid wil ondernemers, werknemers en burgers maximaal ondersteunen in deze uitdaging.
Hiervoor is een coherent Vlaams plan nodig op korte en middellange termijn met kordate maatregelen.Op
korte termijn is in de eerste plaats nood aan maatregelen waarvan een aantal reeds door de Vlaamse
regering werden gelanceerd .Op middellange termijn dienen maatregelen te worden uitgewerkt voor de
versterking van onze economie.Dit betekent dat het momentum van de COVID-19-crisis moet aangewend
worden om een aantal sociaal-economische doorbraken, die anders meer tijd hadden gevraagd, te
realiseren.Dat is enkel mogelijk op basis van een grondige analyse van de situatie, die van dag tot dag aan
wijzigingen onderhevig is.
Om de Vlaamse overheid te ondersteunen in het maken van de juiste analyses en om voor de nodige
maatregelen concrete adviezen te formuleren, richtte ze een Economisch Relancecomité op van
onafhankelijke experts, op basis waarvan de Vlaamse Regering beslissingen zal nemen.Het Economisch
Relancecomité bestaat enerzijds uit een economisch adviescomité en anderzijds een economische
kerngroep.
Het economisch adviescomité bestaat uit 11 leden. 6 leden zijn experts, 5leden zijn afgevaardigden van de
leden van de kern, uitgebreid met Begroting.
De 6experten zijn:
Koenraad Debackere
Stijn Baert
Marion Debruyne
Wouter De Geest
Ans De Vos
Geert Noels
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Inleiding
Pagina 4
Economisch adviescomité
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Het voorzitterschap wordt waargenomen door Koen Debackere.EY Consulting
ondersteunt het economisch adviescomité inhoudelijk en administratief.
Het economisch adviescomité heeft zich gedurende de periode van 1juni t.e.m. 12 juli
hier ernstig over gebogen.Gedurende 5fysieke vergaderingen, tussentijdse MS Tea m s
calls, contacten en huiswerk, hebben de 6experten hun adviezen aan de economische
kerngroep op Vlaams niveau inhoud en vormgegeven.Concreet werden de
doelstellingen en noodzakelijke fundamenten voor 11 aanbevelingen benoemd.
De algemene visie die daarbij werd gehanteerd is als volgt samen te vatten:
Het momentum van de COVID-19 crisis wordt gebruikt om de nodige transformatieve
doorbraken te accelereren, waardoor niet enkel de negatieve impact van de COVID-19
crisis wordt gemitigeerd, maar tegelijk zijn deze doorbraken nodig om Vlaanderen
naar een sterkere concurrentiële positie te stuwen.Op die manier kan deze crisis een
opportuniteit zijn om versneld vooruit te gaan op een aantal domeinen en een
toekomstgericht en aantrekkelijk verhaal te schrijven.
De adviezen zijn erop gericht om economische doorbraken te creëren op middellange
termijn, maar dit betekent niet dat elk bedrijf kan gevrijwaard worden van de
negatieve (en mogelijks fatale) effecten van de huidige crisis.Het is niet de betrachting
van onderhavige analyse en adviezen om een vangnet te creëren voor elk
geïmpacteerd bedrijf, noch om nu reeds diepgaande maatregelen praktisch uit te
werken.Het is wel de bedoeling om de hoofdlijnen van economische doorbraken te
beschrijven.De geformuleerde adviezen zijn gericht aan de economische kerngroep.
Verdere analyse en onderzoek zijn noodzakelijk om deze adviezen om te zetten tot
concrete maatregelen en om ze te richten aan het ruime publiek.
Door de circulariteit (verwevenheid) van economische en maatschappelijke
doorbraken, bevatten de hiernavolgende fundamenten en aanbevelingen op drie
hoofdassen naast economische, ook maatschappelijke elementen.Daarom kunnen de
hiernavolgende adviezen best samen gelezen worden met deze van het
maatschappelijk adviescomité.
Met z’n allen moeten we ervoor gaan om Vlaanderen, de Vlaamse bedrijven en alle
Vlaamse burgers wendbaar en weerbaar te maken tegen toekomstige COVID-19 of
andere economische of gezondheidsschokken en gecombineerd Vlaanderen
performanter, socialer en duurzamer te maken.
Dit advies is geen eindpunt, maar is de start van een proces, waarbij een verdere
vertaling van de geformuleerde aanbevelingen moet volgen, alsook een structurelere
opvolging van die actiepunten.
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Pagina 5
Economisch adviescomité
Pagina 6
6
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Doelstellingen
Post-COVID-19 Vlaanderen moet performanter, socialer en duurzamer worden.
Dat zal in elke beleidsdaad en maatregel moeten weerspiegeld worden.De beoogde ambitie is het herstel
in Vlaanderen bevorderen, zonder de volgende generaties nodeloos te belasten, en het momentum van
COVID-19 aanwenden om een toekomst te verzekeren die de volgende generatie motiveert om ervoor te
studeren, erin te werken en mee te bouwen aan een betere economie en maatschappij.
In lijn met deze ambitie, heeft het adviescomité concrete doelstellingen geformuleerd.De eerste drie
moeten onze regio welvarender, weerbaarder en wervelender maken: (1) Vlaanderen bij de sterkste drie
regio’s brengen qua BBP/capita, (2) de Vlaamse werkzaamheidsgraad naar 80%verhogen en (3)
transformatieve doorbraken realiseren.Deze drie doelstellingen zijn, zoals verderop wordt uitgewerkt,
onlosmakelijk verbonden met een vierde, noodzakelijke ambitie:de Vlaamse begroting terug naar een
evenwicht brengen.
Inzetten op groei als middel voor welzijn
Vlaanderen dient een BBP per capita te halen waarmee ze tot de top 3EU-regi o ’s behoort.Dit vormt een
absolute voorwaarde tot behoud en versterking van Vlaanderens welvaart en welzijn.Concreet:om de
budgettaire uitdagingen het hoofd te bieden die de COVID-19-crisis en de vergrijzing met zich meebrengen,
zonder een stap terug te moeten zetten in gezondheidszorg en sociale ondersteuning, is het nodig dat onze
economie groeit.Hiervoor is het bouwen van een sterkere concurrentiële positie van Vlaanderen een
absolute noodzaak.Zonder deze concurrentiële sterktes wordt het immers een onmogelijke opdracht deze
groei te realiseren waardoor het tevens heel moeilijk wordt te werken naar een begroting in evenwicht.
Doel werkzaamheidsgraad 80% niet lossen
Vlaanderen dient een nog aantrekkelijker werkplek te worden.Net zoals andere topregio’s dat zijn.Een
dynamisering van de arbeidsmarkt en een permanent lerende samenleving moeten bijdragen tot het
halen van de in het Vlaams regeerakkoord vooropgestelde werkzaamheidsgraad van minstens 80 %onder
de bevolking op beroepsleeftijd.
Vlaanderen had voor de COVID-19 crisis een hoge proportie inactieven -slechts 1op 10 niet-werkenden op
beroepsleeftijd was werkzoekend.De huidige crisis dreigt de groep niet-werkende werkzoekenden
substantieel te verhogen, maar tegelijk zijn er sectoren waar de vraag naar talent groot blijft.
Om de ambitie van minstens 80%werkzaamheidsgraad te realiseren, is daarom actie nodig om (1)
inactieven richting arbeidsmarkt te verleiden, (2) werkzoekenden wendbaarder te maken, en (3)
bijkomende werkloosheid maximaal te vermijden door in te zetten op werk-werk transities.Een inclusieve
en diversiteitsvriendelijke arbeidsmarkt waarin levenslang leren het sleutelwoord is, is hiertoe cruciaal.
Vlaanderen heeft tevens nood aan een kwantumsprong in levenslang leren. “Heropleiden,heropleiden,
heropleidenmoet ervoor zorgen dat openstaande vacatures door mismatch met de beschikbare
werkzoekenden geen gemiste kans worden en de sectoren van de toekomst kunnen accelereren met dank
aan meer arbeidskrachten.
BBP/capita top 3 EU
Werkzaamheid naar
80%
Transformatieve
doorbraken
Begroting naar
evenwicht
Economisch adviescomité
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Momentum aangrijpen voor toekomstgerichte transformatieve investeringen
Vlaanderen moet inzetten op een beperkt aantal transversale en toekomstgerichte investeringen in drie
doorbraakthema’s, gekoppeld aan belangrijke maatschappelijke en economische transities:digitaal
Vlaanderen, duurzaam Vlaanderen en zorgzaam Vlaanderen.Hierbij worden projecten beoogd, generiek,
voor bestaande bedrijven met transversale kruisbestuiving door alle sectoren heen, en specifiek, via
speerpunt ecosystemen die instaan voor Vlaamse economische ontwikkeling die zich kan meten met de
meest performante regi o’s ter wereld.
Een transformatief innovatiemodel in digitalisering, duurzaamheid en zorg, moet Vlaanderen een top-vijf-
positie doen verwerven tussen de meest toonaangevende innovatieve regio ’s en landen van de Europese
Unie.Nu de 3%-norm als aandeel in het BBP voor uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling van overheid
en ondernemingen in zicht komt, is die top-vijf-positie een realistische doelstelling.
Investeringen in hefbomen voor een digitale economie, een duurzame economie en een zorgeconomie
door het stroomlijnen, het verschuiven en het herprioritiseren van beleidskeuzes, tevens gekoppeld aan
inkomsten door een interne Vlaamse taksshift en ingebed in een meerjarige begrotingsaanpak die de
gulden regel van begrotingsdiscipline hanteert en gericht is op innovatie en toekomstbestendige
opleidings-en arbeidsmarktmaatregelen, dragen bij tot de internationale positie van Vlaanderen als
attractieve regio waar economische en maatschappelijke excellentie primeert.Dit dient transversaal te
gebeuren.Een inhaalbeweging om bv.Vlaanderens doelstellingen in het klimaatakkoord van Parijs te
halen, bouwt knowhow en competitiviteit op die we vervolgens kunnen vermarkten en exporteren.
De pandemie maakt de ambities die de Vlaamse regering had vastgelegd in haar regeerakkoord niet
minder relevant of realistisch integendeel.Dit regeerakkoord fungeert als ankerpunt en als minimum om
de voorgestelde transformaties te sturen.
Begroting : werken naar evenwicht
Het is van cruciaal belang dat de Vlaamse regering werkt naar een begroting in evenwicht.Dit houdt in:
1. De Coronaschok opvangen in deze legislatuur.Dit veronderstelt een strikt begrotingspad zodat de
uitgaven op niveau komen van de structurele inkomsten met 2024 als belangrijke mijlpaaldatum.
2. Vlaanderen heeft een lange termijn budgettaire norm:we voeren een uitgavennorm in als budgettair
kompas.
3. Heractiveer de Gulden Vlaamse begrotingsregel:focus op overheidsinvesteringen (ESR7) die de netto
actief positie versterken en stel daartoe een investeringsnorm op.
4. Vlaanderen streeft naar een minimale financiële B-rating daarbij weliswaar rekening houdend met het
beleid van de ratingagentschappen die bij hun rating bepaling op Vlaams niveau steeds uitgaan van de
rating die ze geven aan het federale niveau.
5. Vlaanderen optimaliseert haar begrotingsprocessen en werkt met strikte spendingreviews.
In wat hierna volgt, werken we 11 aanbevelingen uit die, samengenomen, bijdragen tot het realiseren van
bovenvermelde doelstellingen en die, bij doordachte uitvoering, bijdragen aan een meer welvarend,
weerbaar en wendbaar Vlaanderen.Deze 11 aanbevelingen omvatten voorstellen tot beleidsinitiatieven
en acties die enerzijds focussen op de fundamenten voor een performanter, socialer en duurzamer
Vlaanderen, en anderzijds op concrete doorbraken en belangrijke transformaties.
Pagina 7
Economisch adviescomité
Pagina 8
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Aanbevelingen
Vlaanderen dient zes transversale fundamenten voor een performanter, socialer en duurzamer Vlaanderen
te koesteren om de hierboven vermelde doelstellingen en hierna weerhouden aanbevelingen te realiseren.
Het nemen van nodige en zichtbare maatregelen om een nieuwe opflakkering van het virus op te sporen
en in te dijken, zal in elk geval bevorderlijk werken om het vertrouwen te creëren dat er geen nieuwe
lockdown nodig zal zijn.Dat vertrouwensherstel,zowel voor ondernemers als consumenten, is absoluut
noodzakelijk voor economische doorbraken.Zonder vertrouwen in de toekomst, blijven bedrijven
aarzelen om nieuwe investeringen te doen en consumenten om grote aankopen te doen.Vertrouwen is
ook een cruciaal fundament voor maatschappelijk herstel want belangrijk voor het mentaal welzijn van
alle burgers.
Tens l otte bevelen we aan om te leren uit de aanpak van de voorbije maanden door (1) de aanpak en
resultaten in de ons omringende landen te analyseren, (2) een ex post-analyse uit te voeren van de
executie en effectiviteit van de maatregelen die bij ons zijn genomen (3) de ontwikkeling van een systeem
van kwaliteitsborging en -monitoring om die effectiviteit in kaart te brengen en op te volgen en (4) de
“best-in-class”-aanpak van succesvolle en vergelijkbare landen zoals bv.Oostenrijk, Zwitserland, Zuid-
Korea, Singapore en Duitsland te analyseren en te implementeren zodat in geval van heropflakkering snel
kan geschakeld worden.
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Innovatie
Evidence-
informed
aanpak
Systeem-
denkende
overheid
Inclusie
Productiviteit
s-offensief
Internationale
hefbomen
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
De zes voorgaande aanbevelingen vormen de fundamenten die de noodzakelijke context creëren om de
doelstellingen die bij het begin van dit rapport geformuleerd werden, te realiseren.Als bovenbouw op
deze fundamenten bepleiten we in wat volgt vijf aanbevelingen in de richting van doorbraken voor
Vlaanderen.Het zijn vijf cruciale keuzes om het momentum dat de COVID-19-crisis ons biedt aan te
grijpen om te komen tot een welvarender, weerbaarder en wervelender Vlaanderen:
Inzetten op de digitale economie
Kiezen voor een circulaire/duurzame economie
Vernieuwen en versterken van onze zorgeconomie
De arbeidsmarkt dynamiseren:zorgen dat de frictie vraag-aanbod vermindert en de uitdaging van
flexibele loopbanen en werk-werk transities wordt aanpakt
Maak van Vlaanderen een permanent lerende samenleving:leren is werken en werken is leren
Deze 5aanbevelingen doen we zowel generiek als specifiek.Generiek betekent dat doorheen alle
sectoren moet gestimuleerd worden.Specifiek betekent dat Vlaanderen vandaag een aantal speerpunten
heeft die kunnen het verschil maken internationaal wat betreft ondernemerschap, samenwerking met
ondernemingen, en kennisontwikkeling.
Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender
Aanbevelingen
Pagina 9
Economisch adviescomité
ZET IN OP EEN PRODUCTIVITEITSOFFENSIEF VIA
ONDERNEMEND GEDRAG EN GERICHTE INVESTERINGEN
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 1:
Productiviteitsdenken als centraal paradigma
Publieke middelen zijn schaars en dienen gericht en doelmatig te worden ingezet.Investeringen dienen
beleidsondersteunend te zijn en strategische beleidskeuzes moeten van bij het begin via impactanalyses
hun nut, doelmatigheid en productiviteit bewijzen (zie fundament rond evidence-informed aanpak).
Tegelijkertijd dienen hefbomen te worden geïdentificeerd om tot een maximale output te komen ter
maximalisering van het productiviteitsoffensief.
Tijdelijke en gerichte overheidsinvesteringen in de huidige economische context en dynamiek van de
overheidsschuld (sic lagere rente versus economische groei) kunnen efficiënt zijn en de begroting zelfs meer
opleveren dan ze kosten.Hiervoor is wel een overheid nodig die de nodige barrières en bottlenecks
wegwerkt en de markt en investeerders hun werk laat doen.Durfcultuur, in plaats van risico-avers gedrag
en het mijden van onzekerheid, dient hierbij het leidmotief te zijn.
Daarenboven kan met het verschuiven en kritisch herbekijken van bestaande middelen, mogelijks de
noodzakelijke ruimte gecreëerd worden.Een Vlaamse taksshift kan hierbij helpen om gerichte investeringen
in de productiviteitsverhogende infrastructuur aan te moedigen.Onze regio moet de fiscale speelruimte die
ze na opeenvolgende staatshervormingen heeft gekregen, optimaliseren.Vlaanderen hoeft niet op alle
domeinen een leidende rol te spelen.Een nauwgezette analyse en implementatie van mogelijke hefbomen
kan hier soelaas brengen.
Gesteund door investeringen in infrastructuur
Vlaanderen heeft te lang vastgehouden aan de klassieke recepten in het kader van haar infrastructuur, zo
ook op vlak van mobiliteit.
Een van de positieve effecten die de COVID-19-crisis meebracht, is de switch naar actieve mobiliteit.We
gingen massaal aan het wandelen, lopen en fietsen.Het klassiek recept van meer infrastructuur en meer
openbaar vervoer, werkt niet (langer).Laat ons de kans grijpen om de missing links op vlak van mobiliteit
versneld op te lossen en bijvoorbeeld de omslag te maken naar Vlaanderen fietsland,naar analogie met
Nederland.Openbaar vervoer minder uitbouwen met bussen en trams die lange, kronkelende trajecten
moeten aandoen en vaak veel capaciteit op overschot hebben, maar wel gerichte oplossingen op maat van
de minder mobiele reiziger, voorzien door marktspelers zoals deelmobiliteit, deelfietsen en MaaS (mobility
as aservice),…. Verschuivingen in investeringen dus van klassieke passieve (auto, openbaar vervoer)
vervoersmodi naar actieve vervoersmodi (stappen, fietsen).Dit in combinatie met de recente succesvolle
ervaringen van thuiswerken of afstandswerken,toont een substantieel potentieel voor wat betreft de
fileproblematiek en in een ruimere context:onze ecologische voetafdruk.Dergelijke gerichte investeringen
in mobiliteit en arbeidsorganisatie hebben immers een directe impact op het vele productiviteitsverlies dat
onze gestolde mobiliteit vandaag veroorzaakt.
Productiviteitsoffensief
Pagina 10
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
We kennen al jaren de lijsten van de missing links of projecten.De Vlaamse overheid heeft hier belangrijke
stappen gezet, maar zal nog verder keuzes moeten maken om prioritaire investeringen (inclusief
achterstanden in onderhoud) versneld uit te voeren.We stellen een investeringskalender voor met een
parlementaire monitoring op uitvoering.Een debat rond vergunningenbeleid, Europese hefbomen, en de
mogelijkheid om duurzame investeringen in de tijd te spreiden, kunnen hier integraal deel van uitmaken.
gericht op andere kerntaken van de Vlaamse overheid
Een kerntaak van de overheid is ook ervoor te zorgen dat een digitale infrastructuur aanwezig is, mee
evolueert met technologische ontwikkelingen en internationaal de benchmark doorstaat (o.a. 5G-netwerk)
met toepassingen in gezondheidszorg, mobiliteit en duurzaamheid.
Op vlak van onderwijs benadrukken we dat dit domein een cruciale rol speelt voor zowel welvaart als
welzijn.Vlaanderen is in toenemende mate een kenniseconomie en investeringen hierin zijn bijzonder
kritisch voor onze toekomst.State-of-the-art infrastructuur (gebouwen, didactische hulpmiddelen, digitale
leerplatformen en innovatief lesmateriaal, enz.) behoren tot één van de meest existentiële keuzes om
Vlaanderen wendbaar en ‘top of class’ te maken.
Productieve investeringen in de zorg staan vandaag centraal.We denken hierbij aan performante
ziekenhuisinfrastructuur (gebouwen en uitrusting aangepast aan de evoluerende zorgnoden, inclusief hun
digitale transformatie), sociale huisvesting (als garantie op een kwalitatieve woning aan een betaalbare prijs
voor mensen met een lager inkomen), en gezien de toenemende vergrijzing aan kwalitatief zorgvastgoed
(zoals rusthuizen).
Water of “het blauwe goud” is een schaars goed geworden.De vraag naar drinkwater neemt elk jaar toe.
Meer welvaart, groeiende industrialisatie en een grotere populatie zetten het drinkwater onder druk.En er
is meer dan enkel het drinkwater.Waterzuivering is cruciaal qua investeringen met een directe link naar
ecologische investeringen.Waterleidingen, buffers en irrigatiesystemen vervolledigen het plaatje.In het
kader van holistisch duurzaam waterbeheer dient hierbij ook aandacht te zijn voor de broodnodige
optimalisaties en investeringen in rioolinfrastructuur.
De energietransitie (inclusief decarbonisering) vereist eveneens een masterplan op het vlak van
investeringen in productiemiddelen en infrastructuur.Het vergunningenbeleid moet in de delicate
evenwichten tussen de verschillende facetten van ecologie, resoluut kiezen voor de doorvoering van de
investeringen die de transformatie mogelijk maken.
Pagina 11
AANBEVELING 1
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
De veerkracht in onze samenleving blijft enkel bestaan indien we echt ondernemerschap, zowel op sociaal
als economisch vlak ruimte geven.We focussen daarom op de rol die de overheid kan spelen in het creëren
van de context waarin ondernemerschap en ondernemend gedrag kan bloeien en Vlaamse bedrijven in een
sterkere positie komen te staan o.a. door structurele barrières weg te nemen die innovatie, en groei
belemmeren, vertrouwen in de toekomst creëren, alsook de nodige stimulansen geven aan bedrijven om te
innoveren en investeren.Deze zijn noodzakelijk om de schok van de COVID-19-crisis te dempen, de lange-
termijn competitiviteit van ondernemingen te stutten, en de werkgelegenheid gecreëerd door innovatieve
groeibedrijven te ondersteunen.We stellen vast dat in crisistijd de roep om overheidsinterventie groot is.
Het risico bestaat echter dat de overheid zich op meer en meer fronten in de economie en de maatschappij
gaat inwerken, vaak met suboptimale resultaten.Dit getuigt van weinig vertrouwen in de veerkracht van de
Vlamingen en het maatschappelijk weefsel, alsook in de dynamiek van onze economie.De overheid kan
nooit zoveel kennis en kunde hebben als de optelsom van haar burgers en bedrijven.De veerkracht in onze
samenleving blijft enkel bestaan indien we echt ondernemerschap, zowel op sociaal als economisch vlak,
meer ruimte geven.
Het aanmoedigen van ondernemerschap doorheen de maatschappij blijft een belangrijke uitdaging,
aangezien we internationaal laag scoren in ondernemerschaps-attitude en -activiteit.Concreet kan dit
gebeuren door te werken aan een positieve beeldvorming van ondernemerschap, het wegwerken van
penalty’s voor wie risico’s neemt, en ondernemerschap vanaf jonge leeftijd te integreren in het onderwijs.
Het stimuleren van ondernemerschap beperkt zich niet tot ondernemingen maar is even relevant in het
onderwijs, de zorgeconomie en de overheid.In het onderwijs is daarom innovatie nodig om reeds op jonge
leeftijd een ondernemende attitude te stimuleren die zich bijvoorbeeld kan doortrekken in
ondernemerschap omtrent de eigen loopbaan.
Wat het herstel van de economie betreft moetenbeleid en instrumenten zich richten op het versterken van
de vermogensstructuur/balans van levensvatbare ondernemingen.Om dit succesvol te doen is maatwerk
vereist.Dit maatwerk gebeurt best door actoren die én de financiële structuur én de haalbaarheid van het
verdienmodel van de onderneming kunnen beoordelen.Transformatie en opzet van een duurzaam
bedrijfsmodel staan daarbij centraal.Het is duidelijk dat er in alle economische sectoren levensvatbare
bedrijven zijn die in staat zijn om op basis van innovatie en professioneel ondernemerschap hun
verdienmodel duurzaam te consolideren met tevens oog voor hun exportgerichte slagkracht.Levensvatbare
bedrijven verdienen transparante toegang tot een portfolio aan instrumenten die hen toelaten, waar nodig,
hun balansen te versterken, zowel dilutief als niet-dilutief.Uiteraard zal de markt hier haar werk doen, en
dus ook private investeerders.
Stimuleer ondernemerschap en ondernemend gedrag
AANBEVELING 1
Pagina 12
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Ook de overheid dient de ondernemingscultuur in te bedden in haar functioneren.Een ondernemende
overheid biedt immers hernieuwde kansen om beleidsexperimenten en -innovaties uit te tekenen, te
evalueren en door te voeren.Die beleidsinnovaties maken Vlaanderen slagkrachtiger door meer
regelluwheid te introduceren, de huidige complexiteit inzake procedures en instrumenten te reduceren, en
de competenties van de Vlaamse overheid te versterken.
Net als een ondernemer dient zij daarbij keuzes te maken.Zo o.a. welke domeinen gaat men aan de private
sector overlaten, in welke gaat men als overheid een leidende rol opnemen (en actief ondersteunen) en
waar gaat men een volgerspositie aannemen en (Europese) hefbomen aanwenden.
Binnen dit kader zien we de rol van de overheid als orkestrator, facilitator en gangmaker om een context te
creëren waarin ondernemerschap en ondernemend gedrag kunnen bloeien.
Het is daarbij belangrijk voor Vlaanderen om haar overheidsfinanciën op orde te hebben.Begrotingsmatig
is er immers weinig maneuvreerruimte.De overheid dient daarom zo veel als mogelijk rekening te houden
met het formuleren en prioriteren van beleidskeuzes waarbij de toekomstige financiële ademruimte niet
extra belast wordt.
Steun aan bedrijven die niet levensvatbaar zijn of de grote transformaties op vlak van digitalisering en
duurzaamheid niet aankunnen, dient binnen dit paradigma van groei en transformatie bijgevolg stopgezet
te worden.Dit houdt in: (1) geen toegang meer te verschaffen tot subsidies en steuninstrumenten en (2) bij
x-durige tekorten (zombiebedrijf) onmiddellijke stopzetting te triggeren (“license to operate”).Gevolgen
voor de werknemers dienen daarbij in kaart gebracht te worden en aanleiding te geven tot het proactief
uitreiken om werk-werk transities te bevorderen (bv doorstart/ transitietrajecten).
Om maximaal haar beleid te kunnen uitvoeren, dient de overheid naar structuren en financiële
instrumenten rekening te houden met multiplicator-effecten en private hefbomen.Inventiviteit en
doordachte begrotingsimpact staan hierbij centraal.We denken hierbij aan drie opportuniteiten die we
hieronder verder uitwerken:PPS-structuren (blending) met de nodige rendementsprojecties, Fund-of-Fund
activiteiten in PPS-context en het beter gebruiken van Europese hefbomen.
ook bij de overheid
AANBEVELING 1
Pagina 13
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
De ondernemers c.q. investeringsrol, die op lange termijn een return genereert en budgetmatig zinvol is,
kan een belangrijke hefboom worden in het creëren van economische groei en vertrouwen in de toekomst.
Het is hierbij nodig dat de overheid ook zelf een doordachte en actieve rol van investeerder opneemt,
zonder marktverstorend te werken enerzijds en zich marktefficiënt te gedragen anderzijds.Dit kan door
expliciete hefboommechanismen te hanteren, meer bepaald het steeds mee mobiliseren van private
middelen (institutioneel en individueel) in grotere investeringsvehikels (bij voorkeur ook op Europees
niveau of met Europese hefbomen) met een dubbele missie: (1) investeringen in relevante infrastructuur
verhogen (bv. 5G) en (2) balansversterkende investeringen in ondernemingen ondersteunen (via PPS-
investeringsvehikels of tegenwoordig ‘blending’ genaamd).Op deze manier is de overheid een actieve
mede-investeerder die zich onthoudt van marktverstoring en marktfalen kan remediëren.
Bedoeling is om een multiplicator-effect te creëren en zo duurzame beleidsruimte te creëren via
bijvoorbeeld de volgende concepten of opportuniteiten:
Innovatieve concepten zoals het PILE-concept1, m.n. het ontwerp van een Europees investeringsvehikel
dat middelen op de markt mobiliseert en deze investeert in projecten die door overheden (nationaal en
lokaal) worden voorgesteld (en goed bevonden na screening en evaluatie) waarbij de betreffende
overheid dan overgaat tot een meerjarige projectlease met mogelijkheid na looptijd van de lease het
infrastructuurgoed te verwerven aan een te bepalen restwaarde.Cofinanciering met overheid kan hierin
tevens worden beoogd.Er moet voor gewaakt worden dat deze PPS of PILE-constructies niet duurder
worden voor de overheid, maar een win/win blijven tussen privé en overheid.
Investeerders aantrekken in fiscaal vriendelijke instrumenten die tevens voldoende liquide zijn en waar
de overheid als ‘sleutelinvesteerder kan optreden naast institutionele investeerders en spaarders.Qua
modaliteiten zouden beschermingsclausules worden geïncorporeerd die gewaardeerd worden door
investeerders en de publieke opinie en tevens een doorbraak in de risicoloze cultuur brengen.
De klassieke tol-of kilometerheffingen met fiscale en ecologische impact en die gebruikt worden in het
kader van een interne Vlaamse taksshift.
(1) PILE staat voor Public Infrastructure Leasing Europe, een concept dat momenteel onderzocht en uitgewerkt wordt door Patrick Vanhoudt en Wim Moesen.
PPS (blending) structuren met de nodige rendementsprojecties
AANBEVELING 1
Pagina 14
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Inzake solvabiliteit kunnen “Treuhandfondsen” als Blending Facilities met private equity focus en aanpak,
met investeerders die publiek (bv.PMV, LRM) en privaat zijn maar ook middelen die via Asset Managers
fiscaal vriendelijk gefunneld worden naar dergelijke fondsen (bv.“underserved masses” benadering)
overwogen worden.Mogelijke garantieregelingen die voor de overheid maximaal begrotingsneutraal zijn,
zijn een optie2.
Op dit vlak spelen institutionele investeerders en de krachtenbundeling met hen in FoF activiteiten nog een
belangrijkere rol.Echter, hun belang in infrastructuurinvesteringen mag niet worden overschat.
Investeringen in infrastructuur wordt vandaag geschat op slechts 1-3% van het totale beheerde vermogen
van pensioenfondsen en dit is vaak het gevolg van de beperkte investeringsomvang van deze projecten in
vergelijking met de gebruikelijke tickets waarin ze beleggen.Om deze klasse van investeerders te
betrekken, zal het er op aan komen voldoende liquide structuren op te zetten want bv.
pensioenspaarfondsen zullen niet instappen in fondsen waarbij het kapitaal voor een langere termijn
vaststaat.
In deze context kunnen ook spaargelden worden gemobiliseerd.Belangrijke elementen in het aantrekken
van deze gelden zullen liquiditeit (opvraagbaarheid), beperken van verliezen (‘veilige belegging’, flooring,
(beperkte) kapitaalsgaranties), en herkenbaarheid (cf.succes van coöperatieve, win/win lening) zijn3.De
overheid kan tevens de rol van facilitator opnemen4.
Hefbomen en de Blending van financieringwordt vnl.ook ingezet om de financiële kloof te overbruggen
voor projecten met een hoog risico die, ondanks het genereren van enige kasstromen, nog steeds als te
riskant worden beschouwd om particulier kapitaal aan te trekken.Dit is het zogenaamde marktfalen.Hier
kan Vlaanderen ook steunen op Europa.Bijvoorbeeld daar waar het gaat om embryonale technologieën en
bijhorende infrastructuren zoals bijvoorbeeld de waterstofeconomie, kwantumrekenen, CO2captatie,
landfill mining etc.Verschillende noordelijke landen zijn zo bijvoorbeeld kapitaalrondes gestart bij de EIB en
institutionele en private investeerders voor nieuwe projecten rond energie, telecominfrastructuur en
innovatie5.
2In deze context zien we ook praktijkvoorbeelden.In Duitsland is er bijvoorbeeld het Corona Matching Facility initiatief waarbij EIF priv ate investeringsfondsen ondersteunt bij
nieuwe kapitaalrondes.In Zweden verstrekt de overheid risicokapitaal aan ALMI Invest, één van de belangrijkste VC-fondsen aldaar.In Litouwen wordt een €1 miljard blending
fonds opgezet gefinancierd door overheid (10%), een obligatie-uitgifte (40%) en een institutionele tranche (50%).
3Voorbeelden zien we bij het ‘French Tech bridge’ (€80mvoor start-ups) met co-financieringstranches voor particuliere investeerders.
4Voorbeelden zijn: 1) het BUILD-programma in de VS, dat, met gedelegeerd beheer op lokaal overheidsniveau, niet alleen kostenefficiënter bleek te zijn, maar ook de
aggregatie van vergelijkbare kleine projecten in lokale programma’s heeft gestimuleerd, om een kritische massa te bereiken in termen van gecumuleerd investeringsvolume en
2) het Northern Australia Infrastructure Fund (NAIF), opgericht in 2016 met de rol van ‘market gap’ financier en biedt risicobeperkende maatre gelen aan waarmee andere
kredietverstrekkers kunnen worden aangetrokken voor ten minste 50%van de schuldquota van projecten
5Dit is het geval voor bijvoorbeeld Alternative Fuels Infrastructure (AFI), Alternative Fuel Vehicles/Vessels (AFVV) en telematicat oepassingen, die zoud en kunnen worden
ondersteund door Europese overheidssubsidies, op basis van hun risico op marktfalen en het daaruit v oortvloeiende verlies van hun nog niet zichtbaar potentieel.Aangezien
bijvoorbeeld het AFI-netwerk nog in de kinderschoenen staat, zal dit soort subsidieondersteuning van cruciaal belang zijn in de beginfase van de implementatie. Op
middellange termijn, met toenemende technologie beschikbaarheid en toenemende vraag, zal de vraag naar subsidieondersteuning afnemen
AANBEVELING 1
Fund-of-Fund activiteiten in PPS context
Europese hefbomen gebruiken
Pagina 15
ZET MAXIMAAL IN OP INTERNATIONALE HEFBOMEN
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 2:
De Vlaamse economie is een open, internationaal georiënteerde kenniseconomie.Zelfs in de anders-
globale wereld, betekent dit dat de internationale expansie en activiteiten van onze ondernemingen
centraal blijven staan.De internationale dimensie is bovendien een cruciaal gegeven bij de
levensvatbaarheid van transformatietrajecten voor veel bedrijven.Vlaanderen heeft daarbij het voordeel
omringd te zijn door sterke handelspartners (o.a. Duitsland, Nederland) die op zich motoren van
economisch herstel en groei zijn in Europa.Als naburige handelspartner is het dus belangrijk dat Vlaamse
bedrijven, door hun rol en positie in internationale waardeketens die vanuit deze handelspartners
getrokken worden, te consolideren en te versterken.
Het maximaal benutten van internationale kansen vereist focus op exportsteun, exportbegeleiding,
opleiding, aantrekken en mobiliseren van internationaal talent en ondernemerschap.Waarbij we blijvend
oog hebben voor het bewaken en beheersen van onze loonhandicap (in interactie met het federaal niveau)
en het aantrekken van internationale investeerders naar Vlaanderen.De governance en werking van FIT
moet daartoe verder geoptimaliseerd worden om Vlaanderen in het buitenland nog meer effectief te
promoten als aantrekkelijke kennisregio, gebruik makend van alle troeven (logistiek, talent, innovatie
ecosysteem, investeringssteun en fiscaliteit, …) die Vlaanderen biedt.
Internationale kansen benutten en aanwenden
Pagina 16
Economisch adviescomité
Versterken van groei en export via hefbomen van
internationaal ondernemerschap (en ondernemend talent)
Het stimuleren van export bij KMO’s dient een centrale rol te krijgen.Hoewel grote bedrijven en
dochterondernemingen van multinationals tekenen voor de meerderheid van de export, spelen KM O ’s in
toenemende mate een centrale rol bij het genereren van nieuwe export in Vlaanderen.
Vlaanderen kent als kenniseconomie daarenboven heel wat onontgonnen potentieel inzake
dienstenexport,wat ook in belangrijke mate te linken valt aan de innovatie-assen digitale-, duurzame-en
zorgeconomie (vnl.de verdere ontwikkeling van de digitale economie in Vlaanderen biedt sterke
internationaliseringskansen door de activa-lichte schaalbaarheid die hiermee vaak gepaard gaat).
Dienstverleners in deze sectoren zijn dan ook vaak ‘born globals’, relatief kleine bedrijven die toch een
zeer internationaal speelveld kennen en een belangrijke exponent van het toekomstige exportsucces van
Vlaanderen kunnen en moeten vormen.
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Dergelijke beloftevolle groeibedrijven en andere internationaliserende Vlaamse bedrijven hebben nood aan
een holistische benadering voor een succesvolle internationalisering.Internationalisering moet dan ook
beter geïntegreerd worden in al bestaande groeibegeleidingstrajecten voor Vlaamse groeibedrijven.Een
goede samenwerking tussen VLAIO en FIT is cruciaal om beloftevolle innovatieve groeibedrijven snel en
extensief internationaal hun weg te laten vinden.VLAIO versterkt verder zijn loketfunctie om hét
aanspreekpunt te zijn bij de Vlaamse overheid voor alle ondernemers in Vlaanderen (stimuleren van groei,
innovatie, ondernemerschap, clusterwerking).Door verdere afstemming en integratie met de gevestigde
werking van het FIT op het vlak van internationalisering, wordt deze loketfunctie verder versterkt.
Internationaal talent aantrekken gebeurt nu in beperkte mate, bv.met het Odysseus programma van het
FWO voor de Vlaamse universiteiten.Het aantrekken van internationaal talent moet echter meer zijn,
zowel qua schaal als qua scope.Niet enkel wetenschappelijk talent, maar ook experttalent, ondernemend
talent enz.Dit betekent het opzetten van eenvoudige en transparante onthaalstructuren,transparantie
creëren met betrekking tot loopbaan-en gezinsaspecten (pensioenen, sociale zekerheid, onderwijs,
gezondheidszorg …). Ook werk maken van een post-study werkvisum om internationale studenten te
kunnen aantrekken en behouden, is noodzakelijk om beter te kunnen meespelen in de internationale
oorlog voor talent.Samengevat, zorgen dat internationaal talent zich erkend en gewaardeerd weet, niet
alleen door de instelling die het aantrekt, maar ook door Vlaanderen als leefgemeenschap (leven, wonen
en werken), staat centraal in een braingain-strategie.
AANBEVELING 2
Aantrekken internationaal talent
Pagina 17
Economisch adviescomité
Versterken van groei en export via hefbomen van
internationaal ondernemerschap (en ondernemend talent)
Maximaliseren van Europese hefbomen
Vlaanderen dient maximaal in te zetten op het benutten en creëren van Europese hefbomen.Concreet
gaat het daarbij dan enerzijds om het mobiliseren van middelen van Europese instellingen (zoals
bijvoorbeeld Europese Commissie, Europese Investeringsbank [EIB], en de European Investment Fund
[EIF]) als co-investeerders in hogergenoemde vehikels.De werking en de meerwaarde van deze hefbomen
wordt toegelicht in Aanbeveling 1.
Via IPCEI-projecten (Important Projects of Common European Interest) wil de EU de lidstaten stimuleren
om middelen te bundelen in grote projecten die bijdragen aan de concurrentiekracht van de Unie.Er
dient te worden ingezet op het ontwikkelen van een strategische aanpak voor maximale aanwezigheid in
relevante IPCEIs met Vlaamse industrie en kennisinstellingen (bv.waterstofeconomie, elektrificatie en
batterijtechnologie,…).
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Daarnaast dienen ook Europese subsidiemechanismen maximaal benut te worden door Vlaamse private en
publiek actoren.In elk geval dienen we beter te doen dan juste retour” wat betreft dergelijke middelen.
Uit een recente studie van VLEVA blijkt dat voor bepaalde programma’s, zoals Horizon 2020,CEF Transport,
Creative Europe en Interreg,Vlaanderen relatief sterk scoort op het aantrekken van Europese steun.
Gegeven het innovatiepotentieel van Vlaanderen liggen er echter nog heel wat mogelijkheden om de
return voor Vlaanderen verder te optimaliseren.De toegangswegen naar Europese steun zijn dan ook vaak
minder goed gekend, aanvragen zijn complex en er wordt een eerder beperkte lokale ondersteuning
geboden om zich als actor een weg te banen in het kluwen.
Het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (VLEVA) wordt verder gedynamiseerd en gepositioneerd als
slagkrachtige Vlaamse European desk in symbiose met alle relevante beleidsactoren zoals VLAIO, FIT en
FWO.VLEVA wordt versterkt tot de organisatie die voor Vlaanderen op Europees niveau insteken vanuit de
relevante dimensies (economie, innovatie, sociaal, arbeid, leren) bundelt en maximaal
ondersteunt/probeert af te dwingen.Vandaag is er nog te veel versnippering door het reageren van de
verschillende actoren richting Europa elk vanuit hun competenties die de daadkracht en effectiviteit van
Vlaamse initiatieven niet ten goede komt.
Er dienen binnen VLEVA-middelen voorzien te worden om een betere ondersteuning te bieden aan de
verschillende actoren op vlak van Europese steunmogelijkheden.Het gaat hierbij enerzijds om
inventarisatie en sensibilisering, maar ook om ondersteuning door (externe) experten ter voorbereiding van
de aanvraagdossiers die voortvloeien uit deze Europese opportuniteiten.Deze middelen kunnen gezien
worden als seed money voor het binnenhalen van Europese middelen als hefboom voor Vlaanderen.Een
intensifiëring van de afstemming en coördinatie tussen VLEVA, FIT en VLAIO is daarbij ook aangewezen om
vanuit de loketfunctie van deze laatste een verbeterde doorstroom van Vlaamse bedrijven naar Europese
steunprogramma’s te verzekeren.
AANBEVELING 2
Vlaamse European desk:Europese fondsen en initiatieven
inventariseren en faciliteren
Pagina 18
Economisch adviescomité
MAAK ALLE MAATREGELEN INCLUSIEF
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 3:
Alle maatregelen die worden genomen om de geformuleerde doelstellingen te realiseren, dienen de
inclusiviteitstoets te doorstaan.Een Mattheüseffect, waardoor enkel die burgers en ondernemingen die ook
zonder maatregelen zelfredzaam zouden zijn er beter van zouden worden, moet worden vermeden.
Inclusiviteit is essentieel om de doelstelling van 80%werkzaamheidsgraad in Vlaanderen te kunnen behalen
en dit is niet enkel vanuit economisch oogpunt van belang.Door de noodzakelijke aandacht voor inclusieve
maatregelen, realiseert de economische en werkzaamheidsmotor zijn rol in het verwezenlijken van
belangrijke maatschappelijke doelstellingen rond welzijn, armoedebestrijding, gelijke kansen, stijgen op de
sociale ladder, ...
Iedereen activeren is de kernboodschap, met specifieke aandacht voor het verhogen van de
tewerkstellingsgraad en het ondernemerschap bij mensen met een migratieachtergrond, kortgeschoolden,
personen met een arbeidshandicap, langdurig zieken, leefloners.De crisis vraagt daarnaast ook focus op die
groepen die door instroom van nieuwe werkzoekenden, (nog meer) achterop dreigen te geraken in het
vinden of behouden van werk, namelijk (ongekwalificeerde) schoolverlaters, 55-plussers, langdurig
werkzoekenden, en bij uitbreiding de reeds grote groep inactieven op de arbeidsmarkt.
Ook de mate waarin maatregelen bijdragen tot de aanpak van armoede en het verminderen van het
armoederisico, is hierbij van belang als toetssteen.De aanpak van vraagt een structurele aanpak, die steunt
op beschikbare data en die leidt naar werk en naar een structurele en substantiële versteviging van
financiële en andere steun aan de werkende Vlaamse gezinnen6.
De overheid dient ook voor dit fundament te werken met ambitieuze en duidelijke doelstellingen (vb. %
afstuderende vrouwen met migratieachtergrond met diploma Xdie werken na Ymaand, intrede van X
langdurig zieken in job en na Ymaand nog steeds werkzaam …). In Aanbeveling 4over evidence-informed
aanpak wordt uitgebreider ingegaan op de voordelen, te volgen principes enz.
Om deze doelstellingen te realiseren, zijn acties nodig op meerdere fronten.
Ten eerste dient de overheid het kader te scheppen voor structurele samenwerkingen om kwetsbare
groepen te begeleiden naar werk of ondernemerschap in de vorm van lokale partnerships,
samenwerkingsverbanden tussen bedrijven/ondernemers, VDAB, intermediairen, scholen, en dergelijke
meer.Deze lokaal ingebedde structuren aligneren vraag en aanbod, rekening houdend met de specifieke
kenmerken en uitdagingen van de lokale arbeidsmarkt.De concrete actoren in dit verband zijn te bepalen in
functie van de lokale noden.Zowel actoren aan vraag-als aan aanbodzijde maken deel uit van de structuur.
Er is een stimulans, een kader vanuit de overheid om deze verbanden op te zetten, doch geen verplichting
wat toelaat om de uitwerking ‘op maat’ te maken.
6Specifieke maatregelen hiertoe worden uitgewerkt in het te verschijnen expertenadvies relancebeleid
Vlaamse arbeidsmarkt en ook in het adv iesrapport van het maatschappelijk relancecomité.
‘Geen maatschappelijke doorbraken zonder economische
doorbraken, maar evenzeer geen economische doorbraken
zonder maatschappelijke doorbraken’
Pagina 19
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Daarbij dient specifiek te worden ingezet op actieve coaching met targets, met name in het toeleiden van
mensen met een migratieachtergrond naar ondernemerschap (of jobs).Zelfstandig ondernemerschap is
immers een belangrijk kanaal van sociaal-economische integratie en mobiliteit voor mensen met een
migratieachtergrond.De verwachting is dat in Vlaanderen (net zoals in andere landen en regio’s)
ondernemers met een migratieachtergrond harder zullen worden geraakt door de COVID-19-crisis omwille
van diverse redenen.Het te verschijnen expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt formuleert
oplossingen om dit op te vangen.
Ten tweede is actieve monitoring en bijsturing van de kansen op werk bij (nieuwe) kwetsbare groepen
nodig.Het risico op verdringing van langdurig werklozen en schoolverlaters door nieuwe (n.a.v. COVID-19)
werkzoekenden is reëel en verdient aandacht.Op basis van profiling wordt ingeschat dat de nieuwe
instroom een sterker profiel heeft dan de cohortes voor de crisis (lees:een grotere kans maakt om binnen
de 6maanden werk te vinden), wat bij een dalende arbeidsvraag tot verdringing van andere groepen kan
leiden.Het is daarom belangrijk de reeds langdurig werkzoekenden nog actiever op te volgen.
In vorige recessies behoorden jongeren tot de kwetsbare groep met hogere kans op werkloosheid en
blijvende littekens op hun verdere (levens)loopbaan.Ook leidt dit tot verlies van menselijk kapitaal voor de
samenleving terwijl we juist nieuwe kennis en inzichten nodig hebben.Het is dus cruciaal (langdurige)
jeugdwerkloosheid te voorkomen, en daarbij is specifieke aandacht nodig voor NEETs (jongeren die noch in
opleiding noch aan het werk zijn in de groep van 15-24 jarigen).Daarom is het een prioriteit om aan de
groep van jongeren een goede start op de arbeidsmarkt te bieden en de jongerengarantie uit te breiden:
elke jongere die nieuw op de arbeidsmarkt komt en geen werk heeft of werkloos wordt, krijgt binnen de 3
maanden jobcoaching, toegang tot opleiding en/of werkervaring, of een tweede kans tot (voltijds)
onderwijs.Dit is in lijn met de ambitie in landen als Finland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk.
Aangezien de kans op werk voor deze jongeren sterk gehypothekeerd wordt door de COVID-19-crisis zal er
een substantiële verhoging van het aantal werkervaringsplaatsen in de private en non-profitsector nodig
zijn en bevelen we aan om het aantal IBO’s (individuele beroepsopleidingen) de komende twee jaar te
verdubbelen,met daarbij bijzondere aandacht aan een representatieve instroom van kandidaten met een
migratieachtergrond.
Ook ‘nieuwe’ kwetsbare groepen,naar aanleiding van de COVID-19 crisis, moeten in kaart worden
gebracht.We denken dan aan diegenen die potentieel kwetsbaar zijn om in langdurige werkloosheid
terecht te komen omdat hun kennis en vaardigheden verouderd zijn.Hieronder vallen onder meer
werknemers met een hoge anciënniteit die lange tijd geen bijkomende opleiding meer gevolgd hebben en
dus een hoge kans op obsoletie hebben.We onderscheiden hier ook de groep van ‘kwetsbare
ondernemingen’ die in deze tijd extra onderzoeks-en beleidsaandacht nodig hebben:bedrijven die het nu
moeilijk krijgen omwille van de crisis met collectief ontslag of faillissement als gevolg, ondernemingen in
krimpsectoren of met een verouderd personeelsbestand en een gebrek aan matuur personeelsbeleid.Ook
bij bedrijven kan een Mattheüseffect spelen wanneer het vooral die ondernemingen zijn die zich bewust
zijn van het belang van duurzame loopbanen en competentieontwikkeling, die gebruik maken van
stimuleringsmaatregelen en daardoor zichzelf verder versterken;terwijl ondernemingen die er wel baat bij
hebben, maar door een verouderd personeelsbeleid weinig aandacht hebben voor toekomstbestendigheid,
hun continuïteit op termijn ondergraven door hier geen aandacht aan te schenken7.
7 Zie hiervoor ook het te verschijnen expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt.
AANBEVELING 3
Pagina 20
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Om de kansen op werk van langdurig werklozen te verhogen, bevelen we aan om meer in te zetten op
vrijwilligerswerk als springplank richting werk.Een van de meest verrassende bevindingen uit onderzoek
met fictieve sollicitaties op de Vlaamse arbeidsmarkt was de hoge impact die het vermelden van
vrijwilligerswerk had op de kans om uitgenodigd te worden voor een jobinterview.Indien personen met een
Turkse naam vrijwilligerswerk op hun cv vermeldden, was er geen sprake meer van ongunstige behandeling.
Een mogelijke verklaring voor deze bevinding is dat vrijwilligerswerk bij een “mainstream” organisatie een
hoge mate van sociaal-culturele integratie signaleert, wat werkgevers volgens internationaal onderzoek als
een wenselijke eigenschap zien.Onderzoek op basis van de gegevens uit de European Social Survey leidt tot
bevindingen in dezelfde richting:vrijwilligers hebben, na controle voor persoonskenmerken, een hoger
inkomen.Vrijwilligerswerk lijkt dus te werken als een springplank richting betere kansen op de
arbeidsmarkt.In die optiek valt het te overwegen om (1) de beperkingen die gelegd worden op het
vrijwilligerswerk dat werklozen kunnen doen, zeker in moeilijke economische tijden, in kaart te brengen en
te overwegen deze te relaxeren en (2) vrijwilligerswerk actief te stimuleren tijdens inburgeringstrajecten.
Het gebruik van vrijwilligerswerk als springplank leent zich ideaal voor experimenteel te testen beleid, met
bijvoorbeeld speeddating tussen kansengroepen en vrijwilligersorganisaties.
Om de effectiviteit van bovenstaande maatregelen te garanderen, is het nodig om tegelijk ook in te zetten
op het wegwerken van potentiële vooroordelen bij schakels in het arbeidsveld (scholen, VDAB,
werkgevers, …) ten opzichte van de aangehaalde kansengroepen.Maar ook het wegwerken van
belemmerende percepties bij de doelgroepen zelf is nodig.Het engageren van verenigingen en organisaties
die de doelgroepen vertegenwoordigen in lokale partnerschappen is daarom van belang.
Vervolgens is het belangrijk om “momenteel passieve” burgers op de arbeidsmarkt niet per definitie of
onbewust uit te sluiten van faciliterende maatregelen (vb.de jobcoach)8. De overheid dient waakzaam te
zijn voor ongunstige neveneffecten:maatregelen op basis van een vraaggerichte financiering maken immers
ook hier het Mattheüseffect zichtbaar (vb.vooral hooggeschoolden maken significant meer gebruik van
loopbaancheques).Door gerichte benadering van kansengroepen, onder meer via de voorgestelde
competentiecheck, kan de inclusie verhoogd worden (zie ook Aanbeveling 3). Naast klassieke
kansengroepen, zoals personen met een migratieachtergrond en kortgeschoolden, dient het beleid ook
voldoende gericht te zijn op 55-plussers zolang mogelijk actief te houden.We hebben hun menselijk
kapitaal immers nodig om met voldoende sterke schouders de uitdagingen die de COVID-19-crisis en de
vergrijzing met zich meebrengen, het hoofd te bieden.Tegelijk weten we uit recent onderzoek dat er
belangrijke stigma bestaan jegens oudere werknemers, bijvoorbeeld dat zij duur, minder flexibel en minder
mee met technologie zouden zijn.Bovendien biedt het federale beleidskader weinig duidelijkheid aan 55-
plussers, met stilliggende werven inzake zware beroepen, SWT en koppeling van lonen aan anciënniteit.Het
is voor hen dan ook niet helder met welke horizon zij eventueel investeren in levenslang leren.De Vlaamse
Regering dient formeel en informeel bij de federale beleidsmakers aan te dringen op een doortastende
aanpak van deze dossiers.
Activatie is tenslotte maar effectief mits een flankerend beleid gericht op werkbaar werk.De uitdagingen
om werk en gezin te combineren vormen immers ook een potentiële belemmering van de stap naar actieve
participatie.Deze belemmeringen moeten geïdentificeerd en weggewerkt worden het verbinden van
vraag-en aanbodzijde via maatwerk en flexibiliteit.
8Zoals aangehaald in Aanbeveling 3.
AANBEVELING 3
Pagina 21
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Activatie is tenslotte maar effectief mits een flankerend beleid gericht op werkbaar werk.De uitdagingen
om werk en gezin te combineren vormen immers ook een potentiële belemmering van de stap naar actieve
participatie.Deze belemmeringen moeten geïdentificeerd en weggewerkt worden het verbinden van
vraag-en aanbodzijde via maatwerk en flexibiliteit.
Een belangrijke piste is om daarbij het te klassieke, lineaire denken over loopbanen te doorbreken en
maatregelen te nemen die duurzame loopbanen ondersteunen.Dit vraagt om de concretisering van een
transitionele arbeidsmarkt waarin leren, werken, zorgen en rusten kunnen worden
gecombineerd/afgewisseld doorheen de loopbaan.In het te verschijnen expertenadvies relancebeleid
Vlaamse arbeidsmarkt worden hiervoor een aantal voorstellen geformuleerd, waaronder het uitwerken van
een aangepast kader voor hybride loopbanen over sectoren heen (bv.onderwijs en privésector) (zie ook
Vlaanderen visie 2050).
Daarnaast kunnen werkgevers samen met werknemers heel wat stappen zetten richting duurzame
loopbanen waarbij men oog heeft voor werkbaar werk waarin zinvolheid en kwaliteit van arbeid
kernelementen zijn elementen die niet enkel waardevol zijn voor de werknemers zelf maar die ook van
belang zijn vanuit een economisch en tewerkstellingsperspectief:werkbaar werk zorgt voor minder
ziekteverzuim, houdt mensen langer aan de slag, werkt verbindend en productiviteitsverhogend.
Dit kan worden gerealiseerd door werkgevers en werknemers te stimuleren om binnen de onderneming in
te zetten op sociale innovatie,bijvoorbeeld via kennisdeling en leercirkels.Ook het uitwerken van
maatregelen rond ondersteuning inzake thuiswerk en flexibilisering van de arbeid (met oog voor noden
werknemers én werkgevers) valt hieronder.Ook het zorgen voor een uitbreiding en flexibilisering van
kinderopvang/naschoolse opvang op maat van wie werkt (en werk zoekt) is een aandachtspunt.Zorg voor
voldoende plaats, invulling, een prijs die niet belemmerend werkt en flexibele uren.
AANBEVELING 3
Pagina 22
Economisch adviescomité
VOER BELEID OP BASIS VAN EEN EVIDENCE-INFORMED
AANPAK
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 4:
Tegen de achtergrond van de budgettaire uitdaging is het cruciaal om gerichte keuzes te maken zodat
overheidsmiddelen worden ingezet waar ze het beoogde resultaat opleveren.Dat vereist een evidence-
based aanpak om de juiste keuzes te kunnen onderbouwen.Ons sociaaleconomisch beleid is momenteel
onvoldoende evidence-informed”, laat staan dat het evidence-based is.Gevolg:we zetten vaak schaarse
middelen ondoelmatig in en missen kansen om de welvaartstaat te versterken.Bovendien is de evidentie
waar de overheid zich op kan baseren te weinig kwaliteitsvol.In onderstaande gaan we op beide
uitdagingen in.
Additionaliteit, multiplicator-effecten en complementariteit zijn veel gebruikte en gehanteerde concepten.
Echter, op niveau van individuele instrumenten en maatregelen zijn ze vaak onvoldoende begrepen, in kaart
gebracht, gemeten en geëvalueerd.Vaak worden ze aangewend om nadat maatregelen al zijn genomen
ze te verkopen.
Vandaar de noodzaak om voor Vlaanderen een degelijk evidence-based meet-en monitoringsysteem in
plaats te hebben voor het geheel en de samenhang van maatregelen die in dit rapport worden voorgesteld.
Een toekomstbestendig economisch beleid bestaat er ook in, op basis van een evidence-informed
benadering, de effecten van verschillende maatregelen en instrumenten in kaart te brengen en op te
volgen, waarbij ook afgeleide effecten van publieke investeringen in de relevante, omringende landen
worden opgevolgd.
In de opvolging van een aantal beleidsbeslissingen, hanteert de Vlaamse Regering reeds het werkpaard van
de ‘spending reviews’ om na te gaan of de ‘return on investment’ van geïnvesteerde euro’s wel gerealiseerd
wordt.Vertrekkende vanaf dit model zijn twee evoluties cruciaal: (1) naast een ex post beleidsevaluatie
dient beleid ook ex ante op doelmatigheid getest te worden en (2) deze doelmatigheidstoetsen moeten
structureel ingebakken geraken.Dit zal de Vlaamse overheid eveneens helpen haar begrotingsprocessen
transparanter en eenvoudiger te maken.
Concreet dient een strikt kader gehanteerd te worden voor de selectie, opvolging, effectmeting, en
bijsturing van alle substantiële maatregelen volgens het evidence-informed D-D-D-C-principe:
1. Digitale disruptietoets:het heeft geen zin om de economie van gisteren te redden.We moeten bouwen
aan de economie van morgen.Dat is geen slogan, maar een versnelde realiteit door de COVID-19-crisis.
Bedrijven, maar ook de Vlaamse overheid, hebben de noodzaak meer dan ooit gevoeld om digitaal te
gaan en hebben een disruptietest ondergaan.We moeten deze attitude ondersteunen, maar zeker niet
de indruk geven dat het alleen door de COVID-19-crisis nodig was.Alle bedrijven moeten een digitale
strategie ontwikkelen en het moet een voorwaarde zijn voor steun van de overheid.
Evidence-based beleid
Pagina 23
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
2. Duurzaamheidstoets:alle (herstel)maatregelen moeten bijdragen aan de inspanningen die Vlaanderen
in de volgende decennia levert.Dit zal onze economie niet verzwakken, maar net versterken.Onze regio
heeft de kennis, de sectoren en de wil om de klimaatdoelen van Parijs te behalen.We zijn een
exporterende economie en als we vandaag ambitieuze doelen zetten, worden dat morgen onze
exportproducten.Duurzaamheid is niet enkel beperkt tot het louter economische, maar dient gezien te
worden als socio-economisch met gevoel voor mens en/of planeet.Evaluatietools dienen in dat opzicht
steeds een multi-stakeholder perspectief op te nemen.
3. Deugdelijk bestuur:De COVID-19-crisis heeft tal van kwetsbaarheden blootgelegd in ons
overheidsbestel, maar tegelijk is het niet ondenkbaar dat bestaande, imperfecte structureren via het
relancebeleid bijkomende middelen krijgen.Deze vergrote verantwoordelijkheid kan alleen gegeven
worden als de governance gemoderniseerd wordt.Dit betekent onder meer depolitisering, mogelijke
bijsturing van structurele organen, zich richten op kerntaken, monitoring van belangenconflicten,
grondige doorlichting van een aantal grote uitgavenposten (zoals ICT, kinderbijslag en onderhoud van
infrastructuur) en het betrekken van onafhankelijke expertise.Vlaanderen moet hier best-in-class willen
zijn.Qua governance brengen we bijkomend nog een extra dimensie in via de vijf actoren binnen een
‘quintuple helix’ kennisinstellingen, ondernemingen, overheden, maar ook maatschappij en
middenveld, dit met het oog op een maximale economische en maatschappelijke impact (cf.multi-
actor evaluatie).
4. Competentie-evaluatie:Vlaanderen spreekt de term excellentie veelvuldig uit, maar realiseert dit
onvoldoende.De “zesjescultuur” bestaat niet alleen in onderwijs, maar ook op heel veel
beleidsvlakken.Het beleid moet ambitie niet alleen uitspreken, maar een duidelijk traject uitwerken om
dit te bereiken:met KPI’s, evaluatie en bijsturing.Dit dient niet alleen voor bijvoorbeeld de verhoging
van de werkzaamheidsgraad te gebeuren, maar ook voor de subsidies en investeringen in capaciteit (op
basis van kennis en infrastructuur).De mate waarin bedrijven en overheidsstructuren erin slagen ook
de competentie bij de eigen werknemers te monitoren en aan te zwengelen (zie Aanbeveling 10
omtrent de dynamisering van de arbeidsmarkt) is in deze een aandachtspunt.
Dit kan bereikt worden door het invoeren van een procesmatige aanpak ter evaluatie van maatregelen, en
toekomstige investeringen in innovaties en andere zaken.Die belangrijke componenten in deze aanpak:
1. Rol innovatief beleid eerst op experimentele schaal uit.Economisch beleid wordt idealiter op
experimentele schaal uitgetest (“randomised controlled trials”), dan geëvalueerd en verfijnd, om pas
daarna gewestelijk of nationaal uitgerold te worden.Door de lukrake selectie van “proefpersonen” in
de groep die het experimentele beleid ondergaat”, kunnen we een verschil in uitkomsten (bijvoorbeeld
tewerkstelling, loonevolutie of gezondheid) tussen deze groep en de controlegroep van niet-
geselecteerden ondubbelzinnig toewijzen aan het experimentele beleid.Met andere woorden:aan het
gemeten beleidseffect kan een oorzakelijke interpretatie gegeven worden.Er zouden binnen de
Vlaamse begroting middelen kunnen vrijgemaakt worden voor het experimentele uittesten van
innovatief beleid via deze “randomised control trials”, waarbij de verschillende beleidsdomeinen dan
voorstellen kunnen doen om uit deze middelen te putten.Deze investeringen zullen zichzelf zonder
twijfel terugverdienen:het finaal geïmplementeerde beleid zal doelmatiger en daardoor zuiniger zijn.
Het recente werk “Good Economics for Hard Times” van Nobelprijswinnaars Banerjee en Duflo kan een
methodologisch startpunt zijn alleszins dient de overheid bij deze experimenten goed ondersteund te
worden.
AANBEVELING 4
Pagina 24
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
2. Installeer rigoureuzere auditmethodologie om maatregelen bij te sturen:De complexiteit van de
evaluatie van genomen maatregelen ligt erin dat hun effect niet steeds zichtbaar is op korte termijn.
Het is daarom essentieel om gedurende de looptijd van de maatregel, deze op een continue wijze te
kunnen evalueren.Het logboekdenken, en installeren van een rigoureuzere auditmethodologie is dan
ook essentieel.Dit impliceert dus een continue opvolging en verhoging van de effectiviteit van
agentschappen, instrumenten en maatregelen (zie ook verder)
3. Voer scenario-denken in (Wat als?):De COVID-19-crisis heeft ons nogmaals geleerd dat niemand over
“dekristallen bol beschikt die ons zicht kan geven op de toekomst.Daarenboven hebben de
omstandigheden ons geleerd dat er niet één pad is dat bewandeld kan worden en dat er verschillende
mogelijkheden zijn hoe mensen, bedrijven en overheden reageren op genomen acties en maatregelen.
Het is daarom belangrijk om scenario-denken en stress testing (cf.bankencrisis) mee te nemen bij elke
ex ante afweging van nieuw beleid.Dit scenario-denken kan ondersteund worden door de opstart van
een Vlaams sociaaleconomisch panel om bij het uitwerken van langetermijndoelstellingen én acute
beleidsvraagstukken sneller een zicht te krijgen op situatie, perceptie en oorzaak-gevolg-relaties bij een
representatief staal aan burgers en ondernemingen.
Een beleid dat bereid is haar beslissingen meer op de evidentie te baseren, is een eerste noodzakelijke
voorwaarde om te komen tot een doelmatiger beleid.Een tweede noodzakelijke voorwaarde is dat de
evidentie waarop men zich baseert van de hoogste kwaliteit is.
Dit vraagt in de eerste plaats dat doorbraken moeten gerealiseerd worden in het ontsluiten en in real-time
ter beschikking hebben van de belangrijkste sociaal-economische gegevens.Dat de VDAB de afgelopen
weken een procedure moest doorlopen om een zicht te krijgen op welke Vlamingen tijdelijk werkloos
waren, is niet wenselijk.Dat de Vlaamse Statistische Authoriteit (VSA) pas over enkele maanden haar
corona-enquête bij een Vlaamse toevalssteekproef zal kunnen organiseren omdat, ook voor vragen van
binnen de overheid, de procedures vanuit het rijksregister bijzonder omslachtig zijn, geeft aan dat er heel
wat inertie te ruimen is.Momenteel vinden de evidentie en het beleid elkaar te weinig.Twee belangrijke
oorzaken zijn dat de evidentie, onder de vorm van het Vlaams beleidsgericht onderzoek, te zeer verkokerd
is en zich te weinig richt op de dynamische Vlaamse beleidsagenda.
AANBEVELING 4
Good governance van de evidence
Pagina 25
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Er is dan ook nood aan een onafhankelijke Vlaamse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die
zorgt voor een structurele wisselwerking tussen alle beleidsdomeinen beleid en al het beleidsgericht
onderzoek.Deze Raad dient te focussen op drie doelstellingen voor het beleidsgericht onderzoek:
coördinatie, kwaliteitsgarantie en beleidsimpact.Wat de coördinatie betreft, dient deze interface enerzijds
de belangrijkste beleidsdoelstellingen van de Vlaamse regering te linken aan financieringsstromen (zoals
ES F, VLAIO, FIT) binnen dewelke onderzoek zou kunnen opgezet worden dat het realiseren van deze
beleidsdoelstellingen via evidence-based beleid mogelijk maakt en inspirerend kan werken richting het
uitwerken nieuwe beleidsdoelen deze wisselwerking is cruciaal.Idealiter worden incentiefsystemen
opgezet zodat onderzoeksprojecten die effectief aansluiten bij de beleidsagenda van de Vlaamse regering
gestimuleerd worden.Anderzijds dient de interface een overzicht te houden over al het beleidsrelevante
onderzoek dat via deze stromen gebeurt.Deze interface komt idealiter ook tot een kwaliteitscontrole,
zodat enkel beleidsonderzoek dat voldoet aan enkele belangrijke criteria (zoals “peer review”) doorstroomt
naar het beleid.In het geval de interface vanuit haar coördinerende en kwaliteitsgaranderende functie
onderzoek oppikt dat beleidsrelevant is, dient de interface een lobbyende rol op te nemen om effectieve
beleidsimpact na te streven, teneinde het onderzoek niet grotendeels dode letter te laten blijven, maar
aanleiding te laten geven tot een doelmatiger beleid.
Twintig jaar geleden (in 2001), werd met het “Programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek”
gekozen voor een structuur die moest toelaten een permanente voeding van het beleid met evidentie te
krijgen.Academici van verschillende universiteiten werden samengebracht om het beleid op zes thema’s te
voeden op basis van wetenschappelijk onderzoek.Door een ondoelmatige multiplicatie van het aantal
steunpunten en een te passieve invulling van de onderzoeksagenda hebben deze echter niet hun doel
bereikt en zijn ze in 2014 grotendeels afgeschaft.Een concrete piste om de Vlaamse overheid mee op het
spoor te zetten richting meer evidence-based” beleid zou dan ook kunnen zijn om te gaan voor
Steunpunten 2.0.Deze moeten gekenmerkt worden door de volgende drie eigenschappen.Ten eerste
moeten de Steunpunten 2.0 minstens deels gericht zijn op het voeren van voor de overheid relevante
(data-)collectie en onderzoek op basis van “state-of-the-art” onderzoeksmethodes.Op die manier worden
de comparatieve voordelen van onderzoekers aan de universiteiten en hogescholen uitgespeeld.Ten
tweede moeten de Steunpunten 2.0 duurzame samenwerkingsverbanden tussen experten van
verschillende onderzoeksgroepen impliceren.Op die manier hoeft het beleid zich minder te beroepen op
ad hoc samenwerkingsverbanden en kan het terugvallen op meer geoliede teams waarin idealiter
interdisciplinaire competenties worden samengebracht en zal Vlaamse beleidsdata ook veel beter
geëxploiteerd worden.Te n derde moeten de Steunpunten 2.0 minstens deels een dynamische
onderzoeksagenda hebben.Dat wil zeggen:niet alle onderzoeksvragen zijn van bij de start vastgelegd.Op
die manier kan wendbaarder ingespeeld worden op nieuwe beleidsdoelen binnen de Vlaamse regering
en/of de Vlaamse overheid.
Een belangrijke randvoorwaarde in deze is vanzelfsprekend het rigoureus inzetten van een goed bestuur
van agentschappen van de overheid en hun instrumenten, en het remediëren van weeffouten (zie ook
elders).Dit impliceert ook een nood aan continue opvolging en verhoging van de effectiviteit van
agentschappen, instrumenten en maatregelen.Tegelijk moeten we in deze ook voorbij de eigen structuren
en de eigen regio durven kijken.Benchmarking met en ons laten inspireren door de best presterende
Europese regio’s moet de regel worden.
AANBEVELING 4
Pagina 26
Economisch adviescomité
STIMULEER INNOVATIE
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 5:
Vlaanderen positioneerde zich in 2017 reeds ver boven het EU-gemiddelde voor wat betreft de O&O
intensiteit (uitgaven aan O&O in percentage van het BBP).Vlaanderen wenst nu haar transformatief O&O
innovatiemodel verder naar een top-5 positie te tillen door: (1) voluit in te zetten op de versterking van de
innovatiebasis van het bedrijfsleven, (2) te blijven investeren in excellent, nieuwsgierigheidsgedreven
fundamenteel onderzoek dat op zijn beurt de innovatieketen voedt en (3) overheidssteun voor innovatie te
toetsen aan de objectieven en additionaliteit (impact van de steun op het Vlaamse maatschappelijk en
economisch weefsel).
Vlaanderen kan bogen op excellente onderzoekers met een brede internationale uitstraling dankzij hun
toponderzoeksresultaten.De Vlaamse economie is in toenemende mate kennisintensief, zoals de O&O-
intensiteit van Vlaanderen ook aantoont.Op het vlak van investeringen in onderzoek en ontwikkeling is er
daardoor de facto aansluiting bij de absolute top in de EU, in lijn met de Europese 3%-norm (O&O
intensiteit van 3%). Veel ondernemingen zijn zeer bedrijvig op het vlak van innovatie en de aandacht van
km o’s in het innovatiegebeuren is ook de laatste jaren toegenomen met bijhorende resultaten.
Om deze dynamiek van innovatie en groei verder te stimuleren, blijft een belangrijke uitdaging het
aanmoedigen van ondernemerschap doorheen de maatschappij.Ondernemingen moeten vlot aansluiting
vinden bij onderzoeks-en ontwikkelingsactiviteiten en belangrijke technologische innovaties oppikken.
Want innovatie is de motor om toegevoegde waarde te creëren en de Vlaamse positie inzake
arbeidsproductiviteit en internationalisatie te versterken en te consolideren.Deze dynamiek staat de laatste
10 jaar hoog op de Vlaamse regeringsagenda en blijft dat ook in tijden van en na COVID-19.Om dit te
realiseren blijft Vlaanderen vasthouden aan rigoureuze benchmarking reviews van haar onderzoeks-en
innovatieinstrumentarium evenals het meten van de additionaliteitseffecten die binnen het bedrijfsleven
met die innovatiesteun bereikt worden.Ook de effectieve werking van de innovatie-agentschappen wordt
opgevolgd en waar nodig bijgestuurd en geoptimaliseerd.
Om de innovatie doorheen de waardeketen verder te stimuleren dient te worden ingezet op de juiste
steunmaatregelen met de juiste impact bij de bedrijven.Daarnaast dienen ook de fundamenten van de
innovatie bij bedrijven te worden versterkt.Dit kan door te bouwen op excellent fundamenteel onderzoek
en de talentinput in het innovatieproces te optimaliseren met behulp van Science, Technology, Health,
Engineering and Mathematics (STHEM).
Innovatiebasis bedrijven versterken
Pagina 27
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
Zoals aangegeven in de beleidsnota van 8november 2019 “Economie, Wetenschapsbeleid en Innovatie
2019-2024”, vormt de groei en bloei van grensverleggend wetenschappelijk onderzoek een succesfactor
voor innovatie en ontwikkeling zowel op maatschappelijk als op economisch vlak.Het ‘door
nieuwsgierigheid gedreven’ onderzoek legt de basis voor allerhande vormen van innovatie en is mede
grondlegger van de opleiding van de kenniswerkers.Dit onderzoek zorgt voor de kennisverruiming die
noodzakelijk zal zijn voor het aanpakken van de grote maatschappelijke uitdagingen en voor technologische
doorbraken.Bovendien draagt dit ook bij tot de culturele ontwikkeling en de internationale uitstraling van
onze regio.
Excellentie blijft het sleutelwoord bij wetenschappelijk onderzoek.Vlaanderen moet de ambitie hebben
om aan de hand van dit criterium het meest excellente onderzoek te financieren.Of het nu gaat om het
aanmoedigen van internationalisering of het uitbouwen van nieuwe onderzoeksinfrastructuur.Excellentie
zal steeds het uitgangspunt zijn.Naast excellentie willen we een klimaat creëren dat leidt tot belangrijke
wetenschappelijke doorbraken.
Excellent fundamenteel onderzoek blijft de basis voor nieuwe toepassingen en innovatie de beste garantie
voor het stimuleren van de competitiviteit van ondernemingen.Vlaanderen blijft zich inzetten voor
fundamenteel onderzoek in bredere onderzoeksdomeinen waarin het excelleert maar ook in het kader van
een beperkt aantal transversale en toekomstgerichte thema’s, gekoppeld aan belangrijke maatschappelijke
en economische transities.We dienen ook blijvend aandacht te hebben in de onderzoeksdomeinen waarin
we excelleren maar die niet direct aan de transities gebonden zijn (bv.cultuurwetenschappelijk onderzoek).
Deze transities zijn niet nieuw, maar komen wel in een stroomversnelling n.a.v. de COVID-19 crisis.De
investeringen in de drie verschillende economische innovatie-assen staan hierbij centraal: 1) Digitale
economie (zie Aanbeveling 7 – Vlaanderen Digitaal) , 2) Duurzame economie (zie Aanbeveling 8 – Duurzaam
Vlaanderen), 3) Zorgeconomie (zie Aanbeveling 9Zorgzaam Vlaanderen).
Nu Vlaanderen de 3% O&O-norm zo goed als behaald heeft komt het er dus op aan (1) deze inspanningen
die de basis vormen voor competitiviteit en transformatie vol te houden, ook in budgettair minder
makkelijke tijden en (2) de lat qua kwaliteit en impact van die inspanningen steeds hoger te leggen zodat
we ons steeds meten met de “best in class” voor de onderzoeks-en innovatie-activiteiten die gesteund
worden.
AANBEVELING 5
Fundamenteel onderzoek stimuleren
Pagina 28
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
De belangrijkste steunverstrekkende instanties die Vlaamse middelen hanteren in het kader van de in
voorliggende nota bepaalde fundamenten zijn VLAIO (innoveren &ondernemen), FIT (internationalisatie en
export), VDAB/ESF (leren en werkbaar werk) en PMV (financiering).Elk van deze instanties heeft specifieke
bevoegdheden en verleent steun met specifieke objectieven kaderend binnen deze bevoegdheden, de
doelstellingen van Vlaanderen en de Europese richtlijnen (GBER, REDII, …).
In Vlaanderen wordt voor de meeste steunprogramma’s (o.a. de maatregelen van VLAIO, E SF, F I T, EFRO…)
bij de steunaanvraag gevraagd en geëvalueerd wat het resultaat zal zijn van het project en wat de
toegevoegde waarde (stimulerend effect/additionaliteit) van de steun hierbij zal zijn.Zo wordt bijvoorbeeld
bij Strategische transformatiesteun concreet bevraagd wat het verschil zou zijn tussen het project met en
zonder de steun en welke impact het ontvangen van de steun zou hebben op Vlaanderen, de economie
(indirecte spillovereffecten) en de onderneming zelf.Achteraf, bij de rapportering of bij de indiening van
nieuwe steunaanvragen (voor alle subsidieprogramma’s), wordt de informatie van de ondernemingen
geactualiseerd en gecontroleerd.De informatie wordt niet publiek beschikbaar gesteld, maar wordt
vergaard en geanalyseerd.Daarbij is de meetbaarheid van de impact van een project (of volledig
programma) niet steeds een eenvoudig gegeven.Al naar gelang het type project kan de additionaliteit sterk
variëren.De hamvraag die hier voornamelijk dient te worden gesteld is:“Wat als de begunstigde de steun
niet zou ontvangen hebben?”.Hierbij zijn dan een hele variatie aan antwoorden mogelijk, zoals blijkt uit
Tabel 1. Deze vragen worden vandaag reeds met geijkte datacollectie en geavanceerde methodologische
onderbouw door ECOOM in kaart gebracht en beantwoord.Zo worden de additionaliteitseffecten van de
Vlaamse innovatie-instrumenten op regelmatige basis in kaart gebracht en geëvalueerd.
Uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid dat om het effect dat de toegekende steun teweegbrengt, te
kunnen bepalen een heel aantal parameters in ogenschouw dienen te worden genomen.
AANBEVELING 5
De additionaliteit en objectieven van de overheidssteun
optimaliseren
Wat zou er gebeuren indien de steun niet zou worden toegekend?
Economisch stagnatie van de omzet/verkoop
uitblijven van (vervolg)investeringen
herlokaliseren van activiteiten naar goedkopere loonlanden
Innovatie het trager/niet onderzoeken/ontwikkelen/lanceren van nieuwe
producten/diensten
het uitblijven van innovatie
dalen van de kennisopbouw in Vlaanderen
Sociaal uitblijven van nieuwe jobcreatie
verliezen van jobs (grote ontslagrondes)
het niet/sterk minder organiseren van opleidingen met als gevolg een
kennis-verliezende werkende bevolking
Duurzaamheid niet/minder snel halen van milieudoelstellingen
investeringen in goedkopere, minder duurzame alternatieven
Pagina 29
Economisch adviescomité
EVOLUEER NAAR EEN SYSTEEMDENKENDE OVERHEID
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
AANBEVELING 6:
De overheid dient de integratie van economische noden, arbeidsmarktdynamieken en opleidingsbehoeften te
faciliteren door middel van een systeembenadering.
Systeemfalen bij de overheid en tussen overheidsdiensten dient weggewerkt te worden en het aantal
overlegstructuren, platformen, raden, enz.dient herbekeken te worden.Een vuistregel zou kunnen zijn dat
voor elke bijkomende structuur er twee dienen geschrapt te worden.
De overheid dient zelf systemisch gebruik te maken van Digitaal-Duurzaam-Deugdelijk bestuur-Competentie
(D-D-D-C) checks bij elke inzet van publieke middelen over beleidsdomeinen heen (zie Aanbeveling 4omtrent
evidence-informed beleid).Ze dient investeerders te incentiveren.Het is hierbij belangrijk ervoor te waken
dat er geen effecten worden geïntroduceerd die concurrentievervalsend werken t.o.v. private partijen.
De overheid dient continu vroegere investeringen via impactanalyses, economisch en maatschappelijk, te
evalueren.Hierbij dient beleidsleren als hefboom tot maximaliseren van het productiviteitsoffensief
beschouwd te worden.Gezien er geen overheidsmiddelen beschikbaar zijn om recurrent meer uit te geven,
dient de focus gelegd op scherpe keuzes inzake het inzetten van middelen en eventuele taksshifts.
Rekeningrijden kan een voorbeeld zijn van begrotingsneutrale financiering.Ook werkbare verdienmodellen in
PPS-structuren voor investeringen kunnen een oplossing zijn (zie Aanbeveling 1omtrent
productiviteitsoffensief).
De economie van vandaag is een netwerkeconomie.Waardeketens zijn globaal, technologie impacteert heel
wat maatschappelijke en economische actoren en sectoren.Publieke en private actoren zijn in toenemende
mate onderling afhankelijk voor hun activiteiten en waardecreatie.Het gevolg van deze evolutie is dat meer
en meer economische activiteiten een systemisch karakter hebben.We denken hierbij, bijvoorbeeld, aan de
financiële sector waar instellingen een systemische impact hebben op economie en maatschappij of de
gezondheidszorg waar de systemische impact bij falend beleid eveneens zwaar is.Het gevolg is dat er meer
en meer aandacht nodig is voor potentieel systeemfalen dat zware gevolgen kan hebben voor welvaart en
welzijn.De overheid, ook de Vlaamse, moet zich bijgevolg heruitvinden tot een systeemdenkende overheid.
Een overheid die in staat is grenzen van sectoren en beleidsdomeinen te overstijgen, ook deze binnen de
overheid zelf.De overheid wordt dus in toenemende mate een orkestrator, facilitator en gangmaker in ons
maatschappelijk-economisch systeem, waarvan de grenzen continu beïnvloed worden door internationale
competitie en acties van andere overheden en instellingen (bv.handelsoorlogen, Brexit, etc.).
De systeemdenkende overheid
Pagina 30
Een overheid die systeemfalen identificeert en remedieert
Economisch adviescomité
Focus op 6 fundamentele bouwstenen
De rol van orkestrator bestaat erin dat de overheid een cruciale rol kan spelen in het samenbrengen van
complementaire partijen die de basis vormen voor een sterk ecosysteem of platform, cf.Vlaanderen
Digitaal, Duurzaam Vlaanderen, Zorgzaam Vlaanderen.De ondernemingen dragen verder de initiatieven,
waarbij de rol van de overheid is om deze te faciliteren en te coördineren.
De rol van facilitator bestaat erin de context te creëren waarin ondernemerschap wordt gestimuleerd en
versterkt.
De rol van gangmaker bestaat erin om pilootprojecten op te zetten of structurele barrières weg te nemen
die innovatie en groei belemmeren, alsook de nodige investeringen te faciliteren.Betrachting is
voornamelijk om via doelgerichte publieke investeringen of regelgevende ingrepen, bv.in 5G infrastructuur-
ontwikkeling, de productiviteitsgroei te stimuleren, met als startpunt het wegwerken van
productiviteitsbottlenecks (waarbij digitalisering, mobiliteit en opleiding prominent figureren).
De overheid moet in zijn eigen werking een meer prominente voorbeeldrol spelen.De crisis heeft
aangetoond dat thuiswerken of afstandswerken veel haalbaarder is dan we op voorhand hadden gedacht.
Veel bedrijven hebben snel de omslag kunnen maken en dat geldt ook voor de Vlaamse overheid.Met een
combinatie van thuiswerk en werken in gedecentraliseerde kantoren kunnen we de positieve impact op
de levenskwaliteit en minder woon-werkverkeer bestendigen.De concentratie van overheidsdiensten in
Brussel kan vervangen worden door flexibele kantoren doorheen Vlaanderen die gedeeld worden door
verschillende overheidsdiensten.
De decentralisering kan ervoor zorgen dat werken met de fiets de norm wordt.Dit wordt gefaciliteerd door
veilige fietsenstallingen, douches, een fietsvriendelijke omgeving, fietsherstelling, enz.Thuiswerk kan
structureel ingepast worden in het personeelsbeleid van de Vlaamse overheid.
AANBEVELING 6
Decentralisatie van overheidsdiensten en nieuwe mobiliteit
Pagina 31
Economisch adviescomité
ZET IN OP DIGITALE ECONOMIE Digitaal Vlaanderen
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 7:
Digitalisering draagt een enorm groeipotentieel.Door een globaal waargenomen krimpende
beroepsbevolking en dalende productiviteitsgroei wordt productiviteit de belangrijkste motor van groei.In
België is het aandeel 20-64-jarigen op de volledige bevolking gedaald van 60%naar 58%in het laatste
decennium en is de productiviteitsgroei significant afgenomen in de laatste 50 jaar:van een jaarlijkse
stijging van meer dan 4% in de jaren 70 en 2% in de jaren 80 en 90 naar meer dan 1% in het eerste
decennium na de eeuwwisseling en 0.5% sinds 2010.Om terug aansluiting te vinden bij het koppeloton,
moeten we sterk inzetten op digitale technologie.Het is immers een sterke drijfveer van
productiviteitsgroei en kan 60%van het totaal tegen 2030 inhouden.
COVID-19 blijkt een katalysator voor de digitale maatschappij in België.We zien dat de digitale handel is
toegenomen, het geloof in het belang van webshops en onlineverkoop zal verder toenemen.Ook de
werkomgeving is op vele plaatsen in sneltempo gedigitaliseerd.De doorbraak van telewerken, als
volwaardig alternatief, lijkt te zijn ingezet.Daarnaast is innovatie aangewakkerd, heel wat ondernemers
dienen hun businessmodel te herzien.COVID-19 onthult daarom verder de maatschappelijke impact van
een digitale samenleving:meer flexibiliteit, productiviteitswinst en verlichte druk op mobiliteit.Dit
momentum moet worden aangegrepen om de visie voor een digitale samenleving uit te rollen.
De digitale economie is een transversaal thema dat voor haar succes afhankelijk is van onderwijs, talent,
kennis, ondernemerschap, arbeidsmarkt, infrastructuur en duurzaamheid om te kunnen slagen.Een
overkoepelende en coherente aanpak op elk van deze raakvlakken is noodzakelijk om progressie te maken
naar een digitale economie toe.
Het antwoord op deze uitdagingen is “Digitaal Vlaanderen” en mobiliseert alle actoren rond 5them a’s om
de Digitale Samenleving te realiseren.De visie voor Vlaanderen als digitale samenleving vatten we samen in
Digitaal Vlaanderen, gebouwd op vijf pijlers:de Digitale Economie, de Digitale Overheid, de Digitale
Industrie, Digitaal Talent en Digitale Infrastructuur.. Deze domeinen zijn onderling afhankelijk en versterken
elkaar, en we streven ernaar alle actoren rond deze visie te mobiliseren.
Context
Digitaal Vlaanderen
Pagina 32
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 7
Digitale economie
In de ons omringende landen staat de digitale economie hoog op de agenda en wordt werk gemaakt van
een integrale aanpak.De COVID-19 crisis zorgt daar bovenop voor een versnelling en extra investeringen in
digitalisering als onderdeel van de doorbraakmaatregelen.Het is duidelijk dat de vlucht vooruit op
digitalisering als route wordt gezien om de crisis het hoofd te bieden.Hierbij gaat het voornamelijk om
maatregelen die bedoeld zijn om op middellange en lange termijn het competitief voordeel te versterken
en economische groei te stimuleren. Wil Vlaanderen niet achterop blijven, dan moeten we ook een
versnelling hoger gaan in het uitvoeren van een beleidsplan Digitale Economie.Het voorbeeld van Estland
toont dat ook een kleine regio toonaangevend kan zijn als een moonshot target wordt gesteld, de krachten
gebundeld worden en een coherente agenda wordt uitgewerkt.
Concreet dient een beleidsplan Digitale Economie richting te geven aan de opschaling van digitale kanalen
(bv. e-commerce) en businessmodellen (bv.mobility as aservice).Ook de verdere digitalisering van het
werk (bv.telewerk) en een herziening van de regelgeving (bv.tewerkstelling in deeleconomie) zijn hierbij
cruciaal.Vlaanderen heeft een achterstand op deze domeinen en kan de versnelling die door de COVID-
crisis is ingezet, vasthouden en voortzetten.Digital-proof-regelgeving wordt een cruciaal element om
ervoor te zorgen dat de digitale maatschappij zich op een inclusieve en rechtvaardige wijze ontwikkelt.
Concreet betekent dit dat een digitale maatschappij enkel succesvol is als de digitalisering voor iedereen
toegankelijk is.Deze inclusieve benadering dient steeds in evenwicht te worden gebracht met de ambitie
die we nodig hebben om toonaangevend te zijn op bepaalde domeinen en om ruimte te bieden aan
initiatieven die erop gericht zijn om nieuwe doorbraken te realiseren die internationaal mee aan de top
staan, zowel op gebied van ondernemerschap als kennisontwikkeling.De digitale economie dient beide
elementen inclusie en toonaangevend steeds te incorporeren.
Digitale overheid
Digitale Overheid als tweede pijler beoogt een step-up in digitalisering van publieke diensten.Allereerst
ambiëren we dat de overheid hier een rolmodel is (“Lead by example”), en de digitalisering van interacties
tussen overheden en burgers/bedrijven significant versnelt (i.e. een opschaling van het huidige Vlaanderen
Radicaal 2.0 initiatief).Een tweede luik van de Digitale Overheid kijkt naar de ontwikkeling van “smart city”
platformen9,die zich toespitsen op belangrijke maatschappelijke domeinen, incl.slimme mobiliteit en
slimme energie.
Digitale industrie
De digitale industrie is een derde belangrijke pijler in het bekomen van een digitale samenleving.De
digitale industrie richt zich op Industrie 4.0 (“I40”) en de versterking van digitale ecosystemen.We
ambiëren de opzet van een grootschalig en internationaal I40 programma.Met het I40 programma willen
we eerst en vooral de focus brengen op de uitrol van een digitale transformatie met betrekking tot
organisatie, talent, structuur, cultuur enz.(met ondersteuning voor KMO’s).
9Er valt heel hiervoor wat inspiratie te halen uit buitenlandse initiatieven zoals Amsterdam Smart C i ty, het Outdoor Living Lab in Denemarken en Smart City
Sweden.Vlaanderen moet deze goede voorbeelden omarmen en de geleerde lessen mee nemen in de ontwikkeling van eigen platformen inzake “sm art cities”
en de verdere digitalisering van de eigen dienstverlening
Pagina 33
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 7
Daarnaast is het implementeren van I40 technologieën (bv.AI/big data analytics, A/VR, 3D printing,
robotics, Io T, digital twins) cruciaal om de volgende stap te zetten.Een laatste essentieel element, is de
stimulatie van een cultuur gericht op data-uitwisseling.Ook hiervoor kunnen we ons laten inspireren door
buitenlandse succesverhalen.Duitsland, bijvoorbeeld heeft traditioneel een zeer sterke maakindustrie en
heeft een I40 programma op wereldtopniveau uitgebouwd, Platform Industrie 4.0, met een belangrijke
focus op kmo’s.Deze inzet op Industry 4.0 dienen we te koppelen aan het inzetten op de digitale
speerpunteneconomie die verder bouwt op de bestaande speerpuntclusters:chemie, materiaalindustrie,
energie, logistiek, agrovoeding en de blauwe cluster.
De transformatie van de maakindustrie richting industry 4.0 is in grote mate afhankelijk van het succesvol
en complementair inzetten van menselijke en digitale competenties in bedrijfsprocessen en innovatieve
businessmodellen.
Digitaal talent
Deze vaststelling sluit naadloos aan bij de vierde pijler, digitaal talent als essentiële voorwaarde om te
komen tot een digitale samenleving.Inzetten op digitaal talent heeft een tweeledig doel:eerst en vooral
zorgen voor een versnelling van de digitale transitie in het onderwijs (aanpak en curriculum) en daarnaast
het radicaal omscholen van de werknemers.
1. Het leerplichtonderwijs als belangrijke partner voor het klaarstomen van digitaal
talent
De versnelde digitalisering van het onderwijs is een hefboom die de toegang tot educatie verbreedt en de
technologie heeft het potentieel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren (bv.gepersonaliseerd
leren).Het onderwijs dient op verschillende vlakken een versnelling hoger te schakelen.In de eerste plaats
naar de individuele leerlingen, digitaal onderwijs moet zo vroeg mogelijk beginnen.Geen enkel kind mag
de school verlaten zonder digitale vaardigheden.Op langere termijn bieden de eerste digitale stappen
perspectieven om te gaan werken aan hogere digitale vaardigheden (zoals coding en bredere STHEM-
competenties).
Ook voor de scholen en de individuele leerkrachten is er nood aan een visie rond digitalisering en
competentie-ontwikkeling.Het huidig en toekomstig onderwijzend personeel dient meegenomen te
worden in een digitaal bad van nieuwe competenties, dit zowel in het digitaliseringsluik als de bredere
21st century skills”,ruimere cognitieve en sociale vaardigheden die noodzakelijk zijn om in een digitale
economie mee te kunnen.Concreet gaat dit onder meer over de integratie van programmeerlessen en een
verhoogd aandeel van lesgeven via computer.Digitalisering biedt meer mogelijkheden tot gepersonaliseerd
leren wat tempo, inhoud en timing betreft.Dit vraagt van leerlingen competenties op het vlak van
zelfregulering die ook later in een digitale werkcontext essentieel zullen zijn.Een inclusieve aanpak
betekent dat in het onderwijs ook expliciet aandacht gegeven wordt aan deze meta-competentie.
Pagina 34
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 7
Digitale vaardigheden zijn intussen opgenomen in de eindtermen.Om de realisatie ervan te
ondersteunen raden we aan om te kijken naar innovatieve manieren om leerkrachten vanuit de praktijk in
te schakelen.Het voorbeeld van “hybride docenten” uit Nederland en het proefproject “duaal lesgeven”
dat in september start met werknemers uit de chemie-en farmasector dienen daarbij opgevolgd te worden
met het oog op verdere uitbreiding10.
Het is aanbevolen toe te leiden naar groeibedrijven/ start ups en ‘weg te leiden’ van krimpsectoren/-
bedrijven (mogelijkheden interorganisationele transities bekijken op regionaal niveau).
2. Het toekomstbestendig maken van werknemers is een gedeelde verantwoordelijkheid
Het toekomstbestendig maken van werknemers vereist een dialoog en nauwe samenwerking tussen
werknemer, leidinggevende en HR.Inzetten op de digitale omscholing van werknemers is essentieel om
competenties te laten mee evolueren.Daarbij is het nodig om ruimer in te zetten dan enkel op digitale
competenties ook bij werkenden zijn de 21st century skills” zoals omgaan met veranderingen, flexibele
ingesteldheid en het oplossen van complexe problemen, van belang om wendbaar en inzetbaar te blijven in
de huidige of toekomstige jobs.Een inclusieve digitale economie houdt dus ook in dat zowel bedrijven als
de overheid investeren in de inzetbaarheid van werknemers door permanente vorming.Net zoals bij de
vorming van leerkrachten, zullen immers digitale, sociale en cognitieve vaardigheden nog belangrijker
worden dan vandaag.
De link met levenslang leren is groot,het is cruciaal dat de focus ligt op fundamentele, nieuwe
vaardigheden.Een concrete aanpak kan erin bestaan om de middelen voor het bestaande leercheque-
systeem uit te breiden met een focus op digitale competenties,en die ook inzetbaar te maken voor
kortere en digitale opleidingen (zonder de vereiste loopbaanbegeleiding-stap).Andere mogelijke
voorbeelden zijn de competentiecheck als onderdeel van arbeidsmarktadvies en het uitwerken van
inzetbaarheidsplannen (zie verder).
Bij digitale transformaties is het van belang om dat ondernemingen tijdig de verbinding leggen met wat dit
betekent voor hun menselijk kapitaal:een digitale transformatie kan immers maar succesvol zijn in
zoverre werknemers competent en gemotiveerd zijn om deze transformatie mee te implementeren.Al te
vaak wordt deze vertaalslag te laat gemaakt waardoor de interne mismatch tussen benodigde en
aanwezige competenties te groot wordt, met ontslag als gevolg.In het belang van zowel de onderneming
als de werknemers is daarom tijdig inzetten op up-en reskilling essentieel.We bevelen daarom aan om
gerichte ondersteuning te stimuleren onder andere door een nauwere verbinding van VLAIO-
steunmaatregelen zoals de KMO-portefeuille aan het adviesverlening en opleiding gericht op het
toekomstbestendig maken van medewerkers richting digitale organisatie.
Consistent met het reeds uitgewerkte principe van ecosystemen, bevelen we aan om in de creatie van
ecosystemen/clusters van bedrijven samen in te zetten op het in kaart brengen van competentienoden en
opleidingen.In het Vlaamse economische landschap, met veel KMO’s, is het aangeraden clusters en
netwerken aan te moedigen.
10 zie het te verschijnen adviesrapport relance Vlaamse arbeidsmarkt
Pagina 35
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 7
3. Een andere arbeidsorganisatie
Naast inzetten op onderwijs en de digitale omscholing van werknemers vraagt de digitale economie ook
om een andere arbeidsorganisatie,onder andere gekenmerkt door kortere beslissingslijnen,
empowerment van werknemers en leidinggevenden,een versterkte autonomie en virtueel teamwerk.
Digitalisering maakt andere manieren van werken, zoals afstandswerken, mogelijk.Belangrijke
randvoorwaarde om dit te realiseren is niet enkel een wijziging van de vaardigheden (bijvoorbeeld:virtueel
teamwerk) maar ook meer specifiek een wijziging in cultuur en attitude in bedrijven.Verschuiven naar
telewerken vraagt een ander leiderschap en vereist een voldoende mate van digitale maturiteit aan de
top van de organisatie.Om deze veranderingen te stimuleren kan onderzocht worden of het specifiek
inzetten van bv.de KMO-portefeuille, maar ook ESF-middelen, kunnen gericht worden op dergelijke
ondersteuning.
Digitale diensten &infrastructuur
Tot slot kan een digitale economie maar gebouwd worden op digitale diensten en infrastructuur.Een
kerntaak van de overheid is ervoor zorgen dat deze digitale infrastructuur aanwezig is,mee evolueert met
technologische ontwikkelingen en internationaal de benchmark doorstaat.De overheid heeft hierbij ook de
kans om data-infrastructuur ter beschikking te stellen, die nieuwe AI-toepassingen met publiek nut
mogelijk maakt in domeinen zoals gezondheid, mobiliteit en duurzaamheid.Het zijn ook dergelijke
toepassingen die een duurzame transitie mogelijk maken door een digitale transitie.
Slotsom is dat Digitaal Vlaanderen een aantal doorbraken vereist binnen de 5opgesomde pijlers.Onder
Digitale economie stellen we voor dat private technologie-investeringen worden ondersteund, toegang tot
kapitaal en middelen voor start-ups wordt voorzien, en vraag-gestuurde O&O wordt gestimuleerd.Van een
‘Digitale overheid’ verwacht een digitale samenleving een “lead by example” rol, een faciliterend klimaat
voor digitale infrastructuur, toegang tot technologie en professionalisering van de publieke IT-
investeringsprocessen.Een Digitale industrie 4.0 (“I40”) die gericht is op het versterken van digitale
ecosystemen via een grootschalig en internationaal I40 programma dat gericht is op de verdere toepassing
van I40 technologieën.Onder ‘Digital talent, is een op digitalisering afgestemde arbeidsregulatie,
onderwijs en een levenslange bij-en omscholing vereist.Tot slot heeft Digitaal Vlaanderen onder ‘Open
Vlaanderen’ nood aan een grote afzetmarkt, internationale samenwerking en buitenlands kapitaal.
Pagina 36
Economisch adviescomité
KIES VOOR EEN DUURZAME ECONOMIE Duurzaam
Vlaanderen
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 8:
Investeringen in slimme duurzaamheid bieden economische opportuniteiten en vormen de basis voor een
gezonde groei en ruggengraat voor de economie van morgen.Deze visie vatten we samen in Duurzaam
Vlaanderen, een holistische aanpak die duurzame economie en infrastructuur samenbrengt.Het doel van
Duurzaam Vlaanderen is om Vlaanderen naar de top te brengen inzake decarbonisering, ondersteund door
fors verhoogde klimaatambities.Het gaat over de realisatie van een toekomstgerichte en innovatieve
economie, op mensenmaat, die ook aandacht heeft voor de volgende generaties.Duurzaam Vlaanderen
omvat zes ambities.
1. Verhogen Vlaamse klimaatambities en versneld inzetten op decarbonisering
Vandaag scoort België laag op de Climate Change Performance Index (19de van de EU-2711). Vlaanderen
heeft al aangegeven dat het de Europese klimaatdoelen tegen 2020 wellicht niet zal halen.We leggen
vandaag met onze toenemende ‘klimaatschuld’ een hypotheek op de mogelijkheden van de toekomstige
generaties.
De Vlaamse klimaatstrategie streeft ernaar om de globale temperatuurstijging te beperken tot ver onder
2°C ten opzichte van het pre-industriële niveau, zoals voorzien in het klimaatakkoord van Parijs.Wil
Vlaanderen deze ambitieuze doelstelling halen, dan moeten we dringend de krachten bundelen,
bijkomende middelen mobiliseren en een rol als innovatieve voortrekker opnemen.Met een doorgedreven
systeemverandering dienen we de uitstoot van broeikasgassen versneld terug te dringen en in te spelen op
economische opportuniteiten die hieruit voortkomen.
De Vlaamse industriële bedrijven zijn state-of-the-art wat milieu en klimaat betreft.Verdere stappen
richting duurzaamheid kunnen voor onze bedrijven gunstig uitpakken, waarbij ze zich kunnen opwerpen als
wereldleiders.Een level playing field is daarvoor wel noodzakelijk.Wanneer de EU zijn Emission Trading
System (ETS) verstrengt, moet dit gepaard gaan met een Europese carbon border heffing om zo een gelijk
speelveld te creëren met de rest van de wereld.Een heffing op CO2is een efficiënte en effectieve manier
om aan klimaatmitigatie te doen en stimuleert bovendien de groene economie.Vlaanderen moet ervoor
zorgen dat alle emissies buiten ETS (transport, huisvesting, landgebruik, industrie, energie…) ook
onderhevig zijn aan carbon pricing.De prijs van CO2en de energieprijs worden als referentie gebruikt voor
het steunniveau aan de bedrijven.
Vlaanderen moet innoveren en zich verankeren in de sectoren waarin het sterk staat.Hiervoor moeten de
wisselwerkingen tussen de sectoren (energie, bouw, voeding, staal) gemaximaliseerd worden.Er dient
een strategie ontwikkeld te worden voor het exporteren van technologische oplossingen die bijdragen aan
het aanpakken van de klimaatuitdaging in overleg met de betrokken sectoren en FIT.De export van deze
Vlaamse vergroeningstechnologie en -economie heeft een positieve return op onze economie én op de
globale uitstoot.
11 https://www.climate-change-performance-index.org/
Ambities Duurzaam Vlaanderen
Pagina 37
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 8
Vlaanderen moet een sterke rol opnemen in de Europese en internationale consortia voor onderzoek en
innovatie naar waterstoftechnologie en dit in nauwe samenwerking met regionale partners en netwerken
(speerpuntclusters Catalisti, Flux50,de Blauwe Cluster en Waterstofnet).Vlaanderen ondersteunt zelf
tevens de uitbouw van CCS-netwerken en CCU-installaties (Carbon Capture &Storage en Carbon Capture &
Usage), maximaal ondersteund door Europese middelen.
2. Investeren in innovatie inzake duurzame technologie en businessmodellen
Er is een opportuniteit voor Vlaanderen om volop in te zetten op de ontwikkeling van technologie en
businessmodellen die duurzame oplossingen genereren.Vlaanderen zet met de moonshot ‘Vlaamse
industrie koolstofcirculair en CO2arm tegen 2050in op innovatief onderzoek omtrent duurzame
technologieën.Naast de moonshot en het clusterbeleid zet Vlaanderen in op instrumenten inzake
innovatiesteun om innovatieve oplossingen voor bedrijven op het vlak van energie en klimaat in alle
maatschappelijke sectoren te ondersteunen.Het is echter door het samenbrengen van de expertise van
onderzoekspartners en bedrijfspartners dat innovatief energieonderzoek in Vlaanderen kan verankerd
worden en vertaald naar economische ontwikkeling.
3. Koppelen speerpuntbeleid aan brede verduurzaming binnen het
bedrijfsleven
Het Vlaamse clusterbeleid dient gekoppeld te worden aan een brede verduurzaming doorheen het
bedrijfsleven.De optimalisering van steuninstrumenten moet tegemoetkomen aan maatschappelijke
thema’s (zoals CO2-reductie, waterverbruik, circulaire economie en energiegebruik) en de ondernemingen
in hun investeringsbeleid hierin stimuleren.De implementatie van zowel slimme ecologie-investeringen als
de slimme integratie van technologieën met een ecologievoordeel, moet aangemoedigd worden.Naast de
reguliere instrumenten op het vlak van ecologiesteun dient Vlaanderen het operationeel programma EFRO
2021-2027 maximaal in te zetten voor de realisatie van een groener, koolstofarm Vlaanderen.De
investeringspremie voor energiebesparende maatregelen van de netbeheerders en de Ecologiepremie Plus
moeten verder worden geoptimaliseerd.
4. Verder integreren van duurzaamheid in personeelsbeleid en
talentontwikkeling
Bij duurzaam ondernemen wordt gestreefd naar waardecreatie op economisch, ecologisch en sociaal vlak,
in open dialoog met stakeholders.In 2019 stond België op een matige 11eplaats binnen de EU SDG
Index12.Nochtans kan duurzaam ondernemen bedrijven tal van voordelen bieden inzake risicobeheersing,
kostenbesparing, klantenrelaties, personeelsbeleid, flexibiliteit en innovatie.Denk daarbij aan een
verschuiving in benefits weg van bedrijfswagens door meer in te zetten op openbaar vervoer, de fiets,
maar ook tele-/thuiswerken.Het eerder aangehaalde inzetten op sociale innovatie (zie aanbeveling rond
inclusie) valt ook onder duurzame bedrijfsvoering.Ook investeren in de lange termijn inzetbaarheid van
medewerkers is een vorm van duurzaam personeelsbeleid.
12 https://eu-dashboards.sdgindex.org /countries/belgium
Pagina 38
Economisch adviescomité
Inzetten op 5 transformatieve doorbraken
AANBEVELING 8
De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals, SDG’s) geven richting aan de
invulling van duurzame bedrijfsvoering en ESF-middelen kunnen worden ingezet om organisaties te
ondersteunen om deze in hun HR-beleid op te nemen.
Meer algemeen kan binnen het domein van de sociale economie meer worden ingezet op de verbinding
met duurzaamheid via eco-sociale innovaties (sociale innovaties met een sterke ecologische oriëntatie).
Tens l otte vraagt het inzetten op een duurzame economie ook om de ontwikkeling van
duurzaamheidscompetenties.Deze zijn niet enkel technisch van aard, maar omvatten ook aspecten zoals
systeemdenken, lange-termijn denken, complexe problemen kunnen oplossen, en stakeholder
management.Innovaties in onderwijs, door bijvoorbeeld in te zetten