PresentationPDF Available

Zuidelijke invasie: individuele identificatie van Zuidelijke glazenmakers

Authors:

Abstract

Summary Haak N. 2020 Southern invasion: individual identification of Blue-eyed hawkers The Blue-eyed hawker (Aeshna affinis) is a rare species in the Netherlands with increased presence in recent years, probably due to warming climate. We aimed to collect information on presence and dispersal of the species in Netherlands by identifying individual dragonflies using their wing vein pattern. In summer of 2020 images suitable for identification were collected from observers all over the Netherlands using 'citizen science'. This allowed identification of 343 different individuals. It proved difficult to get conclusive data on presence and potential migration. Most individuals at a specific location, including all females, were identified only one time. For the males at one location (Dishoek) 27% were seen on multiple days but the average for the rest of the country was only 4%. When individuals were seen on multiple days the difference between observations was at most a few days. No individual was identified at multiple locations in Netherlands. Because of the relatively few observation locations and times it cannot be excluded that individuals move to different locations, similar to what was found in an earlier study for Migrant hawkers (Aeshna mixta). The data shows that there are sometimes far more individuals at a certain location than one would think based on amounts reported by individual observers and that numbers in several locations increased strongly in 2020. Keywords Blue-eyed hawker, Aeshna affinis, individual identification, wing, wing vein pattern, fingerprint, migration, climate, CMR. full text in Dutch
Zuidelijke invasie: individuele identificatie van Zuidelijke glazenmakers
door Niek Haak, december 2020; met dank aan talloze waarnemers uit heel Nederland!
De afgelopen jaren zagen we toenemende veranderingen in het leefgebied van vele planten en
dieren onder invloed van klimaatwijziging en andere menselijke invloeden. Libellen kunnen zich
makkelijk verplaatsen en zich zo aanpassen aan veranderende omstandigheden. De opmars van
'zuidelijke' libellensoorten in ons land als gevolg van hogere temperaturen is momenteel goed
zichtbaar. Hoe de verandering van het leefgebied van libellen tot stand komt is vaak onduidelijk
maar zeker interessant en ook nuttig om te begrijpen als we ze beter willen beschermen. Het direct
volgen van libellen om te weten waar ze vandaan komen of naar toe gaan is bij de huidige stand van
de techniek vrijwel onmogelijk dus we moeten ons behelpen met andere methodes.
Individuele herkenning
De Zuidelijke glazenmaker (Aeshna affinis) is een neefje van de Paardenbijter (Aeshna mixta). Ze
zijn in ons land een zeldzame verschijning die vroeger vooral vanuit de buurlanden in het zuiden en
oosten naar Nederland kwam en die zich sinds de jaren negentig op enkele locaties heeft gevestigd.
In Zeeland worden ze vooral gezien in Zeeuws-Vlaanderen en de kuststreek. In 2018 en 2019
onderzocht ik de aanwezigheid van Paardenbijters in de omgeving van Middelburg door individuele
libellen te herkennen via hun vleugeladerpatroon (1-3). Daarbij bleek dat slechts een klein
percentage van de Paardenbijters voor langere tijd op dezelfde plek blijft. De overgrote meerderheid
blijft hooguit 1-2 dagen en wordt daarna niet meer teruggezien. Er is bij deze soort dus sprake van
migratie of gericht zwerven en het zou kunnen dat de Zuidelijke glazenmaker vergelijkbaar gedrag
vertoont. Paardenbijters en Zuidelijke glazenmakers hebben een sterk vergelijkbare lichaamsbouw
en dat geldt ook voor de vleugels. Het leek me leuk om te kijken of mijn identificatie methode voor
Paardenbijters geschikt is om de verspreiding van Zuidelijke glazenmakers door Nederland te
volgen op basis van meldingen op de waarneming.nl website. Terwijl de Paardenbijter hier zeer
gangbaar is en in grote aantallen kan voorkomen is de Zuidelijke glazenmaker juist zeldzaam. Door
de felblauwe kleur vallen de mannetjes makkelijk op en omdat het een zeldzame soort is zullen ze
eerder gemeld worden op waarneming.nl. Door de relatief kleine aantallen is het mogelijk om
geïdentificeerde exemplaren voor heel Nederland te vergelijken, iets wat bij Paardenbijters door de
zeer grote aantallen vrijwel onmogelijk is. Als deze libellen – net als de Paardenbijters – zich
frequent verplaatsen en niet op een vaste locatie blijven dan zou je verwachten bepaalde individuen
in de loop van het seizoen op verschillende locaties te kunnen aantreffen. Dit zou ook aanwijzingen
kunnen opleveren voor hoe de soort zich door het land verspreidt, bijvoorbeeld hoe ze geschikte
nieuwe voortplantingslocaties vinden.
Libellen tellen
Groot Vroon bij Dishoek op Walcheren is een locatie waar de Zuidelijke glazenmaker de afgelopen
jaren regelmatig werd gezien. Bij waarnemingen tot 2020 ging het steeds om een of hooguit twee
exemplaren tegelijk wat doet vermoeden dat het om zwervers gaat. Bij zeldzame soorten kan een
sterk vertekend beeld ontstaan van het aantal aanwezige exemplaren doordat ze relatief vaker
gemeld worden op websites zoals waarneming.nl en soms ook waarnemers van elders aantrekken,
zodat een enkel individu kan resulteren in een groot aantal waarnemingen. Ook het aantal
exemplaren dat individuele waarnemers melden is om diverse redenen geen betrouwbare maatstaf
voor hoeveel libellen werkelijk aanwezig zijn. Waarnemingen van de Zuidelijke glazenmaker bij
Groot Vroon zijn daarvan een goed voorbeeld.
Ik zag deze libel daar zelf in 2015 voor het eerst en was gefascineerd door de prachtige, felblauwe
verschijning en het territoriale gedrag van de mannetjes die soms een tijdje vlak voor de camera
blijven hangen. Voor dat jaar toont waarneming.nl drie waarnemingen van 1-2 mannetjes (twee
waarnemingen zijn dubbel gemeld). In 2016 waren er op dezelfde locatie geen drie maar ineens 53
waarnemingen, van opnieuw 1-2 mannetjes tegelijk. Ik heb de vele foto's uit dat jaar gecheckt met
mijn identificatie methode, en in alle gevallen waar identificatie mogelijk was bleek het om
hetzelfde mannetje te gaan dat van minimaal 26 augustus tot 23 september op de locatie bleef. Of er
echt een tweede exemplaar was blijft onzeker. Een complicerende factor is dat op deze locatie vaak
Paardenbijters aanwezig zijn die in deze tijd van het jaar van een afstandje ook fel blauw kunnen
ogen en zich soms net als een Zuidelijke glazenmaker gedragen. Als u ze niet uit elkaar kunt houden
bent u de enige niet: de libellen hebben er zelf blijkbaar ook moeite mee gezien meerdere
waarnemingen van mengtandems van Zuidelijke glazenmaker en Paardenbijter ;)
In 2017 en 2019 waren er bij Groot Vroon slechts enkele waarnemingen van weer 1-2 mannetjes,
eigenlijk net als in 2015; in 2018 werd de soort er helemaal niet gezien. Hoewel er in voorgaande
jaren enkele keren mogelijk een vrouwtje van de Zuidelijke glazenmaker gezien is bij Groot Vroon
was er daarvan geen bewijs(-foto). Ook larven, larvenhuidjes of pas uitgeslopen exemplaren zijn er
nooit gezien. Het is dus niet duidelijk of er sprake is van locale voortplanting. De vraag is dan: is er
een kleine locale populatie die zich goed verstopt en daarom zelden gezien wordt, of komen deze
libellen van elders en zoeken ze onderweg de meest geschikte voortplantingslocaties op?
Een mogelijkheid om meer inzicht te krijgen in aanwezigheid en verspreiding is om individuele
libellen te herkennen om te zien hoe lang ze ergens aanwezig zijn en of ze ook op andere locaties
opduiken. Probleem daarbij is dat je niet weet waar de libel naar toe gaat, en dus heel veel
waarnemingen van verschillende locaties nodig hebt om een verplaatsing te kunnen registreren.
tabel 1: waarnemingen Zuidelijke glazenmaker bij Dishoek, 2015-2020
jaar waarnemingen (1) aantal gezien (2) aantal ID (3)
(Groot Vroon)
2015 3 2 1
2016 53 2 1
2017 3 2 3
2018 0 0 0
2019 4 1 2
2020 48 10 39 (3xF, 36xM)
(Dishoekse Bos Noord)
2015-2019 0 0 0
2020 11 5 5 (5xM)
(1) aantal waarnemingen van Zuidelijke glazenmaker imago volgens waarneming.nl
(2) maximaal aantal exemplaren dat tegelijk gezien is volgens waarneming.nl
(3) aantal verschillende individuen, geïdentificeerd met vleugeladerpatroon
figuur 1: waarnemingslocaties voor Aeshna affinis in zuidelijk Nederland (heatmap 2016-2020; bron: waarneming.nl)
Invasie in corona-tijd
Mijn plan was om in 2020 iedereen die op waarneming.nl een foto van een Zuidelijke glazenmaker
plaatste die geschikt leek voor identificatie te vragen om een betere foto en daarmee zoveel
mogelijk individuen in heel Nederland te identificeren. Zo hoopte ik te zien of individuen in de loop
van de tijd op verschillende locaties opduiken; als ze net zo reislustig zijn als de Paardenbijters zou
je dat wel verwachten. Het project liep echter anders dan ik gedacht had. Om te beginnen was er de
corona crisis die de waarnemingen op diverse manieren bemoeilijkte. Dit was een extra aanleiding
om te kijken of je als waarnemers samen maar op afstand interessante waarnemingen kunt doen.
Verreweg de meeste waarnemers die ik via de waarneming.nl website om hun originele foto's vroeg
deden mee, en sommigen gingen zelfs speciaal er op uit om extra foto's te maken voor het project.
De kwaliteit en het aantal foto's per locatie wisselde sterk maar er bleef genoeg materiaal over om
een indruk te krijgen van de Zuidelijke glazenmaker populatie op diverse locaties in het land in de
loop van het seizoen, iets wat een individuele waarnemer nooit voor elkaar zou krijgen. Op dat punt
was het resultaat van dit experiment boven verwachting :)
De grote verrassing kwam van de Zuidelijke glazenmakers zelf: net zoals er in 2019 een sterke
toename was van waarnemingen van de Zadellibel in Nederland, bracht 2020 een 'invasie' van
Zuidelijke glazenmakers in Nederland. De statistiek van waarneming.nl suggereert een ruime
verdubbeling van het aantal individuen ten opzichte van 2019, maar op basis van mijn onderzoek
denk ik dat de toename op sommige locaties veel groter was.
figuur 2:
trend van het aantal
waarnemingen van de
Zuidelijke glazenmaker
voor heel Nederland
in de loop der jaren.
bron: waarneming.nl
Identificatie methode
Voor inzicht in de aanwezige populatie van een soort wordt vaak gebruikt gemaakt van capture-
mark-recapture (CMR) studies. Er zijn meerdere methodes om een individuele libel te markeren
en/of herkennen. Welke methode geschikt is hangt af van de doeleinden van een onderzoek, de
locale situatie en beschikbare middelen. Bij onderzoek van libellen is vangen voor markering of om
ze van dichtbij te bekijken vaak niet mogelijk en om meerdere redenen ook niet gewenst. Veel
soorten vertonen individueel variërende kenmerken die gebruikt kunnen worden voor identificatie.
Omdat individuen van een afstand meestal sterk op elkaar lijken is een camera nodig om details te
registreren waarmee individuen kunnen worden onderscheiden. Bruikbare identificatie kenmerken
bij libellen zijn o.a. het door mij gekozen vleugeladerpatroon, het vlekkenpatroon op lijf/kop (4) en
beschadigingen van de vleugels (alleen laat in het seizoen, omdat de vleugels anders nog gaaf zijn).
Bij aankondiging van mijn onderzoek ontstond er discussie over de door mij gekozen identificatie
methode, reden om er hier nader op in te gaan. Ik heb gekozen voor het vleugeladerpatroon omdat
ik daarmee bij de verwante Paardenbijter al ervaring had opgedaan (1,2) en de methode in een
aantal opzichten superieur is aan andere identificatie methodes:
1. Het vleugeladerpatroon is zeer uniek, meer nog dan een vingerafdruk en in principe voldoende
om alle individuen van een soort uit elkaar te kunnen houden. Door sommige onderzoekers wordt
geschat dat bij dit soort libellen minstens 10^30 verschillende vleugeladerpatronen mogelijk zijn.
2. Het patroon is stabiel vanaf het moment dat de vleugels bij de metamorfose uitharden en zal – in
tegenstelling tot bijvoorbeeld een vlekkenpatroon op het lichaam – niet meer wijzigen tijdens de
levensduur van de libel (levensduur van een Aeshna affinis imago is 1-2 maanden). Ook als delen
van de vleugel beschadigd raken blijven er voldoende unieke kenmerken over voor identificatie.
3. Het patroon is (gedeeltelijk) te formaliseren, waardoor in principe automatisch gezocht kan
worden of een individu al eerder waargenomen is. Dit is essentieel bij vergelijken van grote
aantallen individuen op verschillende locaties.
Deze methode heeft ook een aantal nadelen:
1. Er is een foto nodig met voldoende resolutie om verschillende individuen betrouwbaar te kunnen
onderscheiden. Op de foto moeten individuele vleugelcellen en de secundaire vleugeladers goed
zichtbaar zijn. Foto's met lage resolutie op een website zoals waarneming.nl zijn niet geschikt.
2. De vleugels moeten onder de juiste hoek gefotografeerd worden, omdat anders het aderpatroon
onvoldoende zichtbaar is. Dit is relatief eenvoudig als de libel uitrust maar sommige soorten /
individuen gaan zelden rusten op een toegankelijke plek. Ook in de vlucht zijn goede identificatie
foto's mogelijk; dit stelt echter extra eisen aan de foto apparatuur en de ervaring van de fotograaf
maar is door het territoriaal gedrag van de mannetjes makkelijker dan bij Paardenbijters.
3. Een onrustige achtergrond, ongelijkmatige verlichting etc. kan het lastig maken om benodigde
details te onderscheiden. In dit onderzoek bleek dit vooral een probleem bij de vrouwtjes die
meestal alleen te fotograferen zijn tijdens de paring (met onhandige positie van de vleugels) of het
ei-afzetten (meestal in tandem met mannetje, vleugels vlak boven de ondergrond/modder en vaak
ook nog op een minder zichtbare plek waardoor details van de vleugel moeilijk te zien zijn).
4. Ook door andere redenen zoals sterke vervuiling van de vleugel (vooral bij oudere exemplaren)
kunnen details slecht zichtbaar zijn. Dit is soms te ondervangen door foto's te maken vanuit
verschillende hoeken of met een hogere resolutie, maar dat is in de praktijk niet altijd mogelijk.
De genoemde nadelen gelden tot op zeker hoogte ook voor de andere fotografische identificatie
methodes. Het is goed om deze beperkingen in het achterhoofd te houden want ze zorgen dat in de
praktijk identificatie van waargenomen individuen niet altijd mogelijk of betrouwbaar is. In dit
onderzoek bleek dat de meerderheid van de individuen slechts één keer goed gefotografeerd zijn;
een enkeling was minder cameraschuw en kwam tientallen keren op de foto, meestal in de loop van
een paar dagen. Dat betekent ook dat waarschijnlijk een flink aantal individuen niet geïdentificeerd
kon worden omdat er geen foto van voldoende kwaliteit van ze gemaakt is.
Het visueel vergelijken van de vleugelfoto's van honderden individuen is – zelfs als de libellen op
een gestandaardiseerde manier gefotografeerd worden – zeer tijdrovend. Ondanks de snelle
vooruitgang op het gebied van beeldherkenning en machine learning is er nog geen software die
betrouwbaar individuele libellen kan herkennen, zeker niet bij foto's met zeer diverse herkomst. Ik
heb me bij dit onderzoek geconcentreerd op een paar relatief makkelijk te formaliseren kenmerken
van de vleugeladerstructuur; afhankelijk van het aantal individuen dat onderscheiden moet worden
kunnen extra kenmerken toegevoegd worden.
Ik kijk in eerste instantie naar de zgn. anal loop en een vergelijkbaar gebiedje dat daar tegenaan ligt
(zie volgende pagina, figuur 3). Deze gebieden hebben een functie in de aerodynamica van de
vleugel en zijn tot op zekere hoogte kenmerkend voor de soort. Door de positie op de vleugel is de
kans dat ze in de loop van de tijd door beschadiging verdwijnen klein. Voor deze gebieden wordt
het aantal vleugelcellen genoteerd (bij de Zuidelijke glazenmaker meestal 4 tot 10 cellen, een
enkele keer 3 of 11) bij zowel de linker als rechter achtervleugel. Het vleugeladerpatroon is niet
symmetrisch en linker en rechter vleugel zullen dus vaak verschillen. Verder noteer ik of er binnen
deze gebiedjes cellen zijn die aan alle kanten door andere cellen omringd worden, wat makkelijk te
zien is (aantal meestal 0, soms 1 of 2). De anal loop is vrijwel altijd goed herkenbaar aan de locatie
op de vleugel en de begrenzing door een relatief dikke cirkelvormige vleugelader. De tweede 'loop'
is niet altijd even duidelijk begrensd en het vergt meer ervaring om deze te zien (mede afhankelijk
van de lichtval). Soms is er twijfel mogelijk welke cellen hier bij horen en in hoogst uitzonderlijke
gevallen is de anal loop sterk vervormd wat tellen onmogelijk maakt - maar op een andere manier
zeer kenmerkend is. Een korte inventarisatie van een klein stukje van de vleugels levert een reeks
van acht getallen op die in principe voldoende onderscheidend is om duizenden individuen uit
elkaar te houden, zelfs als sommige details onduidelijk zijn (theoretisch ~200.000 mogelijkheden,
in de praktijk minder omdat de waardes niet onafhankelijk zijn en sommige vaker voorkomen).
In een enkel geval zullen verschillende individuen toch dezelfde 'formule' hebben en dan moet even
gekeken worden naar andere details, bijvoorbeeld naar de onderlinge configuratie van de cellen
binnen de anal loop of een ander makkelijk herkenbaar deel van de vleugel. Omdat in dat geval
slechts enkele foto's vergeleken worden is dit relatief snel te doen. Voor twijfelgevallen kan ook
gebruik gemaakt worden van kenmerkende details zoals eerder beschreven voor de Paardenbijter
(1,2): extra kleine of extra grote vleugelcellen, cellen met afwijkende vorm of onvoltooide
vleugeladers. Voor een voorbeeld zie figuur 4. Tijdens dit onderzoek kwam ik slechts één geval
tegen waar twee libellen op basis van zowel de 'formule' als enkele aanvullende kenmerken op de
foto's aanvankelijk identiek leken. Uiteindelijk bleek de vleugeladerstructuur toch duidelijk te
verschillen, wat ook voor de hand lag omdat de betreffende foto's genomen waren met bijna twee
maanden tussentijd en op ver van elkaar verwijderde locaties.
Afhankelijk van de kwaliteit van de foto, de lichtval, de stand van de vleugels, de achtergrond
achter de vleugel etc. is het aantal vleugelcellen niet altijd met zekerheid vast te stellen. Soms is
zelfs op een goede foto het aantal voor discussie vatbaar, bijvoorbeeld omdat er bij sterke vergroting
van de vleugel een extra (heel kleine) vleugelcel zichtbaar wordt die wellicht op andere foto's niet te
zien is, of omdat vleugelcellen bij beter kijken niet netjes gescheiden zijn. Met deze onzekerheid
moet rekening gehouden worden bij het zoeken en vergelijken. Als te weinig kenmerken zichtbaar
zijn voor automatisch zoeken is soms toch nog identificatie mogelijk door foto's visueel te
vergelijken op andere details maar dat moet beperkt blijven tot uitzonderingen omdat het anders
teveel tijd kost. Met een geschikt computer programma is het mogelijk om meer geformaliseerde
kenmerken te registreren en daarmee te zoeken. De identificatie wordt dan betrouwbaarder ook als
een deel van de kenmerken onzeker is, maar het invoeren van de gegevens kost zo wel meer tijd.
Een individu werd in dit onderzoek als geïdentificeerd beschouwd als de kenmerken voor de
'formule' voldoende zichtbaar waren op de foto of als er andere vleugeldetails waren waarmee het
individu later ondubbelzinnig geïdentificeerd zou kunnen worden.
figuur 3: toelichting identificatie methode; getelde vleugelcellen zijn gemarkeerd met een rode punt
figuur 4: voorbeeld van gebruik van aanvullende
kenmerken voor identificatie. In de copula foto
hierboven zijn beide libellen slecht zichtbaar
doordat ze tussen het riet zaten. Bij het vrouwtje
(F002) zijn desondanks de belangrijkste
identificatie kenmerken goed te zien.
Bij het mannetje zijn de kenmerken rond de
vleugelbasis onzichtbaar maar er zijn voldoende
andere opvallende details (rood gemarkeerd)
waaruit blijkt dat het hier om mannetje M006 gaat
die twee dagen later duidelijker op de foto kwam.
Meestal zijn niet alle details goed zichtbaar op een
foto, maar als ze voldoende specifiek zijn dan zijn
enkele overeenkomende details al voldoende voor
zekere identificatie.
figuur 5: individu M018 gefotografeerd op 5, 11, 15 en 18 augustus 2020; opvallende details zijn rood gemarkeerd
Topdrukte op Groot Vroon
Nergens in Nederland was de 'zuidelijke invasie' duidelijker dan op Groot Vroon. In 2020 was het
aantal waarnemingen van deze libel volgens waarneming.nl daar iets lager dan in 'topjaar' 2016
maar er werden veel meer individuen gezien, een enkele keer zelfs tien tegelijk. Ook leverde 2020
voor het eerst foto's op van vrouwtjes, paring en ei-afzetting. Dat sprake is van locale voortplanting
lijkt zo vrijwel zeker, al is er nog geen larve of larvenhuidje gezien.
Uit mijn onderzoek blijkt dat het aantal verschillende individuen op Groot Vroon in de loop van
2020 veel groter was dan de tien die een enkele keer tegelijk gezien zijn, namelijk minstens 39
exemplaren (36 mannetjes en 3 vrouwtjes), plus nog vijf exemplaren bij een poeltje even verderop
in het Dishoekse Bos! Dat aantal is vele malen groter dan in voorgaande jaren en zeker nog een
onderschatting. Zo werd op 4 augustus het aantal aanwezige exemplaren door Jan Goedbloed
geschat op minstens tien, maar er konden slechts drie individuen geïdentificeerd worden vanaf foto;
of de andere exemplaren die Jan zag ooit herkenbaar op de foto zijn gekomen is raden. Anderzijds
schatte ik zelf op 15 augustus dat er vijf exemplaren aanwezig waren maar achteraf bleek ik acht
individuen op de foto te hebben. In de hele provincie Zeeland werden 60 individuen geïdentificeerd.
Helaas waren er buiten Walcheren weinig waarnemingen met een voor identificatie bruikbare foto;
dat beperkte de mogelijkheden om vast te stellen of er sprake was van verplaatsing van individuen
tussen diverse locaties. Voor overige waarnemingen in Zeeland zie de bijlage.
tabel 2: identificatie Zuidelijke glazenmakers bij Dishoek in 2020
datum waarneming(1) fotograaf/locatie gezien(2) individuen(3)
17/7 196384976 Belfroid, Dishoek M M004
19/7 196585897 Haak, Dishoek 2M,1F M005,M006,F002
21/7 196730221 Haak, Dishoek M,F M006,F003
1/8 197538561 Haak, Dishoek M M009
4/8 197744468 Goedbloed, Dishoek 10 M013
4/8 197759514 Haak, Dishoek 7 M015,M016
5/8 197812214 Haak, Dishoek 1M -
5/8 197812247 Haak, Dishoek 3M M017,M018
5/8 197812503 Haak, Dishoek 3M M019
5/8 197814199 Klootwijk, Dishoek 3M M017
6/8 197884616 Haak, Dishoek 5M 1F M015,M020,M021,F006
10/8 198178053 Haak, Dishoek 6M 1F M018,M024,M025,M026,M028,M028,M053
11/8 198255378 Haak, Dishoek 6M 1F M018,M025,M029,M030,M031
11/8 198255200 Haak, Dishoekse Bos 4M M032
13/8 198379247 Haak, Dishoek 5M 1F M025,M029,M035,M036
14/8 198438152 Klootwijk, Dishoek 4M M029
15/8 198503508 Haak, Dishoek 5M M018,M029,M037,M038,M039,M040,M041,M054
15/8 198504382 Haak, Dishoekse Bos 2M M042
15/8 198512759 Bosma, Dishoekse Bos 3M M042 (4)
16/8 198585836 Haak, Dishoek 6M M018,M025,M029,M041,M043,M044
16/8 198586757 Haak, Dishoekse Bos 5 M042,M045,M046,M047
17/8 198636217 Haak, Dishoek 5M 1F M018,M025,M037,M044
18/8 198688444 Haak, Dishoek 5M M018,M025,M044,M048
18/8 198688460 Haak, Dishoek 1M M041
18/8 198689242 Haak, Dishoekse Bos 1M M042
19/8 198739309 Haak, Dishoek 4M M018,M049,M050
19/8 198739336 Haak, Dishoekse Bos 1M M042
14/9 200118687 Haak, Dishoek 2M M051
21/9 200491861 Goedbloed, Dishoek 1M M052 (4)
22/9 200537312 Haak, Dishoek 2M M052
(1) bij het onderzoek gebruikte waarnemingen, met nummer van waarneming.nl. In enkele gevallen
is de waarneming.nl foto gebruikt. Waarnemingen zonder voor ID bruikbare foto zijn weggelaten.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
(4) identificatie op basis van vleugelbeschadigingen, aderpatroon niet zichtbaar
De meeste individuen (waaronder de weinige vrouwtjes) werden slechts op één dag gezien, elf van
de 36 mannetjes werden op meerdere dagen gezien met meestal enkele dagen verschil tussen de
diverse waarnemingen (tabel 3). Drie van deze mannetjes werden op minstens vijf verschillende
dagen gezien en mannetje M018 zelfs op acht verschillende dagen, van 5 tot 19 augustus. Met deze
gegevens is niet te zeggen hoe lang individuele exemplaren bij Groot Vroon aanwezig waren; ook
de twee weken van mannetje M018 zijn nog kort vergeleken met de levensduur van een imago (1-2
maanden). Geen enkele van de exemplaren die bij Groot Vroon werden geïdentificeerd is eerder of
later elders in Nederland gefotografeerd. Ook de vijf exemplaren die werden geïdentificeerd bij een
poeltje in het Dishoekse Bos, op slechts 0.5 km afstand, zijn niet op Groot Vroon zelf gezien. Het is
raden of de individuen die eenmalig gezien werden ook op andere dagen aanwezig waren, of alleen
voor een kort bezoek langskwamen. Elders in het land was herhaalde waarneming van hetzelfde
individu op verschillende dagen nog veel meer dan bij Groot Vroon een uitzondering op de regel.
tabel 3: waarneming van individuele Zuidelijke glazenmakers bij Dishoek
ID locatie datum identificatie aantal ID foto's
F002 Dishoek 19/7/2020 1
F003 Dishoek 21/7 1
F006 Dishoek 11/8 1
M004 Dishoek 17/7 3
M005 Dishoek 19/7 9
M006 Dishoek 19/7,21/7 12
M009 Dishoek 1/8 3
M013 Dishoek 4/8 1
M015 Dishoek 4/8,5/8,6/8 26
M016 Dishoek 4/8 3
M017 Dishoek 5/8 15
M018 Dishoek 5/8,10/8,11/8,15/8,16/8,17/8,18/8,19/8 14
M019 Dishoek 5/8 2
M020 Dishoek 6/8 8
M021 Dishoek 6/8 1
M024 Dishoek 10/8 3
M025 Dishoek 10/8,11/8,13/8,16/8,17/8,18/8 13
M026 Dishoek 10/8 1
M027 Dishoek 10/8 1
M028 Dishoek 10/8 2
M053 Dishoek 10/8 1
M029 Dishoek 11/8,13/8,14/8,15/8,16/8 4
M030 Dishoek 11/8 1
M031 Dishoek 11/8 1
M032 Dishoekse Bos 11/8 1
M035 Dishoek 13/8,16/8 5
M036 Dishoek 13/8 3
M037 Dishoek 15/8,17/8 4
M038 Dishoek 15/8 4
M039 Dishoek 15/8 3
M040 Dishoek 15/8,18/8 2
M041 Dishoek 15/8,16/8,18/8 13
M042 Dishoekse Bos 15/8,16/8,18/8,19/8 12
M043 Dishoek 16/8 4
M044 Dishoek 16/8,17/8 3
M045 Dishoek 16/8 1
M046 Dishoekse Bos 16/8 1
M047 Dishoekse Bos 16/8 3
M048 Dishoek 18/8 2
M049 Dishoek 19/8 4
M050 Dishoek 19/8 7
M051 Dishoek 14/9 4
M052 Dishoek 21/9,22/9 2
M054 Dishoek 15/8 1
Waarnemingen overig Nederland
Ik heb me voor de resultaten van dit onderzoek geconcentreerd op de locatie Dishoek / Groot Vroon
omdat op andere locaties het beeld vaak te fragmentarisch was. Uiteindelijk lukte het om met de
door vele andere waarnemers ter beschikking gestelde foto's 343 verschillende exemplaren te
identificeren voor heel Nederland (46x F, 297x M). Dit aantal is door de 'invasie' in 2020 veel groter
dan ik vooraf verwacht had, wat de analyse van de resultaten bewerkelijker maakte. Waarnemers
kijken maar op een beperkt aantal locaties en tijden, niet alles wordt op waarneming.nl gemeld en
slechts een deel van de foto's (als die er al zijn) is geschikt voor identificatie met mijn methode. Het
werkelijk in Nederland aanwezige aantal individuen van de soort in 2020 zal dus veel hoger zijn
dan het door mij geïdentificeerde aantal. Vooral bij de vrouwtjes was een betrouwbare identificatie
in veel gevallen onmogelijk omdat op de foto te weinig vleugeldetails zichtbaar waren.
In tabel 4 zijn de belangrijkste gegevens voor 2020 van enkele waarnemings hotspots en overig
Nederland vermeld. Een gedetailleerd overzicht van alle waarnemingen is te vinden in de bijlage.
tabel 4: VERGELIJKING HOTSPOTS
gebied afmeting aantal ID ID op meer tegelijk waarnemingen
in km2 (1) F+M (2) dagen (3) gezien (4) (5)
Dishoek, Groot Vroon 0,1 39 (3+36) 11 10 48
poel Dishoekse bos Noord 0,001 5 (0+5) 1 5 11
Schotsman-Noord (Zeeland) 1 8 (1+7) 0 9 14
overig Zeeland 8 (2+6) 0
HoekvanHolland, Kapittelduinen 1,6 45 (3+42) 3 20 138
Flevoland, Hulkesteinse Bos 10,0 40 (4+36) 4 30 116
Lelystad HH/Oostvaardersplassen 75 26 (2+24) 0 15 32
Kampina, overstromingsvlakte 0,5 25 (3+22) 1 11 68
Kampina overige locaties 20 18 (4+14) 0 5 >38
Winterswijk (grens, Witte Veen) 5 27 (7+20) 3 7 56
Vierhouten, Saxenheim/Mosterdveen 1,1 12 (4+8) 1 11 71
Nederland overig 90 (13+77) 0 ~670
(1) afmeting is bij benadering (belangrijkste waarnemings locaties, het totale gebied is soms groter)
(2) het aantal via vleugelfoto geïdentificeerde individuen op deze locatie in 2020
(3) het aantal individuen op de locatie dat op meerdere dagen geïdentificeerd is
(4) het maximale aantal individuen dat tegelijk gezien is op de locatie in 2020 volgens waarneming.nl
(5) totaal aantal waarnemingen van imago's op de locatie gedurende het hele seizoen volgens waarneming.nl
Territoria en gedrag
De Zuidelijke glazenmaker man heeft op Groot Vroon een duidelijke voorkeur voor zijn territorium:
een soort paadje dat het riet inloopt, meestal met een wildspoor in de vochtige modder waar na de
paring het vrouwtje in tandem de eitjes afzet tussen de pootafdrukken op de grond. Ook de andere
waarnemingslocatie in de buurt, een onopvallende paardenpoel in een weilandje in het Dishoekse
Bos, had zulke kenmerken: zowel de mannetjes als een vrouwtje hadden grote belangstelling voor
de diepe pootafdrukken vlakbij het riet langs de poel. Elders in het land kiezen de libellen vaak een
vergelijkbare omgeving met gedeeltelijk droogvallende graslanden of rietvelden. Het territorium
wordt bewaakt vanaf een rustplekje aan de kant of zwevend in de lucht. Rivalen worden bestookt in
een kort luchtgevecht en ook andere libellen zoals de veel grotere Grote keizerlibel worden zonder
pardon verjaagd. Mannetjes wisselen regelmatig van territorium, vaak na een schermutseling van
enkele seconden met een rivaal. Dat je met een ander exemplaar te maken hebt is meestal alleen
achteraf op een foto te zien. Een grappige ervaring was hoe ik op een dag probeerde alle mannetjes
te fotograferen (ik had er minstens 5-6 gezien) door een paar keer alle territoria bij Groot Vroon
langs te lopen en ze te fotograferen zodra ze gingen zitten. Thuis bleek dat ik bijna iedere keer
hetzelfde mannetje op de foto had, steeds op een andere locatie – blijkbaar een exemplaar dat vaak
van territorium wisselde en regelmatig ging zitten of graag op de foto ging ;)
De vrouwtjes van deze soort krijg je zelden te zien, eigenlijk alleen als een mannetje ze geschaakt
heeft voor de paring of als ze in tandem eitjes leggen. Bij Paardenbijters worden vrouwtjes 2-3 keer
minder vaak gezien dan mannetjes, bij de Zuidelijke glazenmaker is het verschil nog veel groter.
Blijkbaar zijn vrouwtjes van deze soort erg goed in zich verstoppen en de mannetjes goed in ze
vinden, of wellicht zoeken de vrouwtjes de heren zelf op in hun territorium. Ik zag zelf dit jaar op
Ter Hooge bij Middelburg in een grote groep jagende Paardenbijters een libel die afweek wat betreft
kleur en vlieggedrag; ik kon ter plekke niet zien om welke soort het ging. Thuisgekomen bleek uit
de foto's dat het een vrouwtje van de Zuidelijke glazenmaker was. In 2019 had ik op Ter Hooge ook
al eens een Zuidelijke glazenmaker man in een zwerm jagende Paardenbijters zien meevliegen maar
een rustend exemplaar is daar nog nooit gezien. De weinige waarnemingen van vrouwtjes (met
foto) zijn ook een aanwijzing dat er bij dit soort onderzoek waarschijnlijk veel gemist wordt.
foto onder: Groot Vroon bij Dishoek in oktober 2020. Tijdens de zomer staat vrijwel het hele terrein droog.
Nog meer zuiderlingen
De Zuidelijke glazenmaker was niet de enige libel die het goed deed in 2020: andere 'zuidelijke'
soorten zoals de Zuidelijke heidelibel (Sympetrum meridionale) en Zuidelijke keizerlibel (Anax
parthenope) laten de laatste jaren toenemende aantallen zien waarbij de steeds warmere zomers
zeker een rol spelen. Alleen de Gaffelwaterjuffer (Coenagrion scitulum) die in het afgelopen
decennium sterk in opkomst was deed het dit jaar in Nederland een stuk minder, mogelijk onder
invloed van de zeer droge zomer; daarbij is het afwachten of het om een trendbreuk gaat of een
tijdelijke dip in een stijgende lijn.
Zou de toename van de Zuidelijke glazenmaker in ons land samengaan met een afname van de
Paardenbijter? Deze twee soorten zijn in Zeeland voor een deel op dezelfde locaties te vinden en
hoewel de Zuidelijke glazenmaker een maand eerder vliegt zit er aanzienlijke overlap in het
vliegseizoen. Wat mij opviel is dat de Zuidelijke glazenmakers bij Dishoek alleen te zien zijn bij
mooi weer; bij minder zon of vanaf ongeveer windkracht 4 zijn ze snel verdwenen. Paardenbijters
vliegen soms nog bij windkracht 6-7 en zijn ook bij minder fraai weer regelmatig te zien. De
aantallen Paardenbijters in Nederland lieten de laatste tien jaar schommelingen zien zonder een
duidelijk toenemende trend maar er was er wel een andere verandering te zien. Op Ter Hooge bij
Middelburg verschenen ze dit jaar veel later dan normaal en werd het grootste aantal (minstens 200
stuks) op 13 september gezien, ruim een maand later dan in voorgaande jaren al was er in 2019 ook
al een verschuiving van 1-2 weken (3). Die opmerkelijke verschuiving is landelijk ook duidelijk: de
piek in aantallen valt normaal begin augustus maar in 2020 was het eind augustus – vermoedelijk
als gevolg van de steeds warmere en droge zomers.
Het blijft afwachten of de 'invasie' van de Zuidelijke glazenmaker in 2020 een eenmalige
aangelegenheid was, maar de kans lijkt me groot dat de soort nu definitief gevestigd is op
Walcheren en diverse andere locaties in Nederland.
figuur 6: het aantal waarnemingen van Zuidelijke glazenmaker en Paardenbijter voor heel Nederland, volgens
waarneming.nl. N.B.: de hier vermelde aantallen hebben geen relatie met de aantallen individueel geïdentificeerde
Zuidelijke glazenmakers in het hier beschreven onderzoek. Bron grafieken: waarneming.nl
Belangrijkste resultaten en discussie
1. In dit onderzoek werden voor heel Nederland 343 Zuidelijke glazenmakers geïdentificeerd
waarbij mannetjes sterk in de meerderheid waren. Op diverse locaties werden in de loop van het
seizoen veel meer exemplaren geïdentificeerd dan het maximale aantal dat daar tegelijk gezien is
door individuele waarnemers. Het blijft onzeker hoeveel individuen werkelijk op een locatie
aanwezig zijn. Het aantal geïdentificeerde exemplaren zal – met name bij de vrouwtjes – een
onderschatting zijn van het totaal aantal individuen voor een locatie in de loop van het seizoen.
2. Slechts een klein deel van de individuen (27% bij Dishoek, 4% voor rest van Nederland) werd op
meer dan een dag geïdentificeerd wat de mogelijkheid open laat dat de meeste exemplaren alleen
tijdelijk aanwezig zijn, vergelijkbaar met wat ik eerder vond voor de Paardenbijter. De tijdsduur
tussen eerste en laatste waarneming van een individu was meestal hooguit enkele dagen en slechts
in twee gevallen twee weken, korter dan de gemiddelde levensduur van een imago. De afwijkende
resultaten bij Dishoek hebben waarschijnlijk te maken met de beperkte afmeting van het terrein, de
intensievere waarneming vergeleken met andere locaties en het gebruik van veel vliegfoto's (op
andere waarnemingslocaties zijn vrijwel alle identificatie foto's van rustende exemplaren).
3. Geen enkel individu werd ook nog op een andere locatie in Nederland geïdentificeerd (op meer
dan +/- 1 km afstand van de eerste waarneming). Mijn idee om zo de verspreiding van de libellen
door Nederland te kunnen volgen bleek dus niet realiseerbaar. Overigens is een dergelijke
verplaatsing van Paardenbijters tussen verschillende locaties ook nog nooit vastgesteld, maar voor
die soort is wel duidelijk dat de meeste exemplaren (in Zeeland) rondtrekken en niet op een vaste
plek blijven. Het blijft dus onduidelijk in hoeverre de Zuidelijke glazenmakers in ons land op een
vaste locatie blijven of zich verplaatsen naar elders.
De waarnemingen suggereren dat er in de loop van de tijd op een waarnemingslocatie individuen
verdwijnen en andere verschijnen. Dit kan verklaard worden doordat de libellen verdeeld over het
seizoen uitsluipen en een beperkte levensduur hebben (bijvoorbeeld door predatie), zodat ze niet
allemaal tegelijk aanwezig zijn. Als het uitsluipen in een relatief korte periode gebeurt – de ervaring
in zuidelijk Europa voor deze soort – en de levensduur langer is dan zou het kunnen dat de libellen
vooral gezien worden als ze foerageren of actief zijn voor de voortplanting en de rest van de tijd
buiten beeld blijven. Anders gezegd: er is een 'vaste bezetting' op een locatie maar slechts een klein
deel daarvan is op een bepaald moment te zien.
Een andere verklaring voor de resultaten is dat er een aanzienlijk verloop is in de op een locatie
aanwezige individuen doordat ze zich regelmatig verplaatsen naar elders en afgewisseld worden
door andere exemplaren, waarbij een deel wellicht van ver weg komt (in warme zomers komen wel
vaker 'zuidelijke invasies' voor). De vraag is dan of de relatief grotere aantallen op diverse locaties
in 2020 betekenen dat er daar sprake is van locale voortplanting, of dat dit locaties zijn die door
zwervers met voorkeur bezocht worden vanwege de ligging (bijvoorbeeld aan de kust) of omdat het
een voor de soort gunstige biotoop is. Afhankelijk van de frequentie van verplaatsingen, het aantal
mogelijke verblijfslocaties en de intensiteit van waarnemingen zijn vermoedelijk veel meer
waarnemingen (met goede foto voor identificatie) nodig om hierover uitsluitsel te geven.
Van de paar bij dit onderzoek gefotografeerde juveniele exemplaren werd er geen enkele later
teruggevonden. Als individuen die we hier zien overwegend uit het buitenland afkomstig zijn en na
aankomst in Nederland meestal op een vaste plek blijven valt dat ook niet simpel te achterhalen.
Bij Paardenbijters is al eens vastgesteld dat die na uitsluipen – in tegenstelling tot sommige andere
libellen – direct een eind weg vliegen (5) en ook bij de Zadellibel (Anax ephippiger) lijkt dat
gebruikelijk. Beide soorten kunnen over grote afstanden migreren en bij de verwante Zuidelijke
glazenmaker moeten we dus ook met die mogelijkheid rekening houden.
Dit onderzoek was ook een experiment om na te gaan of waarneming door een groot aantal
waarnemers via internet geschikt is om inzicht te krijgen in aanwezigheid en verplaatsing van
libellen door fotografie. De bruikbaarheid van foto's van willekeurige waarnemers voor identificatie
varieerde sterk. Wel bleek dat de meer ervaren fotografen foto's aanleveren die bijna altijd prima
geschikt zijn voor identificatie. De sterk wisselende kwaliteit en eigenschappen van foto's maken
een visuele vergelijking veel lastiger dan wanneer met gestandaardiseerde foto's van dezelfde
waarnemer gewerkt wordt. Met meer gerichte instructie vooraf (voor de minder ervaren fotografen)
zou een dergelijk project waarschijnlijk nog betere resultaten opleveren.
Het zou mooi zijn als een waarnemer bij aanleveren van een foto de identificatie data zelf online
kan invoeren (enkele minuten werk) en direct feedback krijgt of het individu al bekend is of dat er
aanvullende data nodig is bijvoorbeeld omdat een bepaald kenmerk niet zichtbaar was. Nu gebeurde
de analyse noodgedwongen achteraf, wat niet handig is om op de ontwikkelingen te kunnen
inspelen en medewerkers enthousiast te houden. In principe lijkt mijn methode een goed CMR
hulpmiddel voor onderzoek van libellen, zeker als een deel van de analyse geautomatiseerd wordt.
Referenties
(1) Haak N. 2019. Identificatie van individuele libellen. Brachytron 20(1): 3-17.
https://www.brachytron.nl/brachytron-201/
(2) Haak N. 2019. Identificatie van individuele libellen. De Zeeuwse Prikkebeen 3/2019, 9-16
http://www.vlinlibzeeland.nl/wp- content/uploads/2019/12/Prikkebeen-2019-3.pdf
(3) Haak N. 2020. Individual identification and tracking of Aeshna mixta dragonflies
https://www.researchgate.net/publication/340621982
(4) Schneider B, Wildermuth H. 2009. Libellen als Individuen - zum Beispiel Aeshna cyanea
(Odonata: Aeshnidae) Entomo Helvetica 2: 185-199
https://www.libellen.li/pdf/Schneider%20&%20Wildermuth%202009.pdf
(5) Hardersen S. 2007. Telemetry of Anisoptera after emergence: First results (Odonata)
International Journal of Odonatology 10(2):189-202
https://www.researchgate.net/publication/233800622
Samenvatting
De Zuidelijke glazenmaker (Aeshna affinis) is in Nederland een zeldzame soort die de laatste jaren
vaker gezien wordt, waarschijnlijk onder invloed van een warmer klimaat. Doel van dit onderzoek
was om meer informatie te krijgen over aanwezigheid en verspreiding van deze libel in Nederland
door individuele exemplaren te identificeren op basis van hun vleugeladerpatroon. Daartoe zijn in
zomer 2020 via 'citizen science' zoveel mogelijk foto's van de soort verzameld uit heel Nederland.
Hiermee konden 343 verschillende exemplaren geïdentificeerd worden. Het bleek moeilijk om een
goed beeld te krijgen van populatie en eventuele verplaatsing van de libellen. Het overgrote deel
van de individuen op een locatie, waaronder alle vrouwtjes, werd eenmalig geïdentificeerd. Van de
mannetjes werd landelijk – met uitzondering van de locatie Dishoek – slechts 4% op meerdere
dagen gezien, bij Dishoek 27%. Als een individu op meer dagen gezien werd was dat meestal met
hooguit enkele dagen verschil tussen de waarnemingen. Geen enkel individu werd op verschillende
locaties in Nederland gezien. Door het beperkte aantal waarnemingslocaties en -momenten kan niet
worden uitgesloten dat er sprake is van verplaatsing van individuen naar andere locaties, zoals
eerder bij de Paardenbijter werd gevonden. Duidelijk is wel dat er op een locatie soms veel meer
individuen aanwezig zijn dan op basis van gewone waarnemingen wordt aangenomen en dat er in
2020 op de meeste locaties een sterke toename was van het aantal individuen van deze soort.
Trefwoorden
Zuidelijke glazenmaker, Aeshna affinis, individuele identificatie, vleugel, vleugeladerpatroon,
vingerafdruk, migratie, klimaat, CMR.
Summary
Haak N. 2020 Southern invasion: individual identification of Blue-eyed hawkers
The Blue-eyed hawker (Aeshna affinis) is a rare species in the Netherlands with increased presence
in recent years, probably due to warming climate. We aimed to collect information on presence and
dispersal of the species in Netherlands by identifying individual dragonflies using their wing vene
pattern. In summer of 2020 images suitable for identification were collected from observers all over
the Netherlands using 'citizen science'. This allowed identification of 343 different individuals. It
proved difficult to get conclusive data on presence and potential migration. Most individuals at a
specific location, including all females, were identified only one time. For the males at one location
(Dishoek) 27% were seen on multiple days but the average for the rest of the country was only 4%.
When individuals were seen on multiple days the difference between observations was at most a
few days. No individual was identified at multiple locations in Netherlands. Because of the
relatively few observation locations and times it cannot be excluded that individuals move to
different locations, similar to what was found in an earlier study for Migrant hawkers (Aeshna
mixta). The data shows that there are sometimes far more individuals at a certain location than one
would think based on amounts reported by individual observers and that numbers in several
locations increased strongly in 2020.
Keywords
Blue-eyed hawker, Aeshna affinis, individual identification, wing, wing vene pattern,
fingerprint, migration, climate, CMR.
Bijlage: alle waarnemingen met individuele identificatie
N.B.: In enkele gevallen is voor identificatie de originele foto van waarneming.nl gebruikt, bijvoorbeeld omdat op de
website geen (geldig) email adres was vermeld of de waarnemer niet meewerkte aan het onderzoek. Waarnemingen
zonder voor identificatie bruikbare foto zijn alleen bij uitzondering opgenomen.
ZEELAND
datum waarneming(1) fotograaf/locatie gezien(2) individuen(3)
17/6 194329770 Scheijbeler, Clinge MJ M001
20/6 194518790 Bekaert, Koewacht MJ M002
22/6 194679694 Bekaert, Zuiddorpe 2MJ M003
26/6 194962382 Buijs, Vlissingen F F001
17/7 196384976 Belfroid, Dishoek M M004
19/7 196585897 Haak, Dishoek 2M,1F M005,M006,F002
21/7 196730221 Haak, Dishoek M,F M006,F003
30/7 197375493 Klootwijk, Heikant M M007
31/7 197422130 Muusse, Schotsman 9 M008
1/8 197538561 Haak, Dishoek M M009,
1/8 197546699 Muusse, Schotsman 5 M010,M011
1/8 197551421 Muusse, Schotsman M M012
2/8 197607855 Haak, Middelburg F F004
4/8 197744468 Goedbloed, Dishoek 10 M013
4/8 197772367 Waanders, Schotsman M M014
4/8 197759514 Haak, Dishoek 7 M015,M016
5/8 197812214 Haak, Dishoek 1M -
5/8 197812247 Haak, Dishoek 3M M017,M018
5/8 197812503 Haak, Dishoek 3M M019
5/8 197814199 Klootwijk, Dishoek 3M M017
6/8 197884616 Haak, Dishoek 5M 1F M015,M020,M021,F006
7/8 197950183 Klootwijk, Schotsman 7-10M M022,M023,F005
10/8 198178053 Haak, Dishoek 6M 1F M018,M024,M025,M026,M028,M028,M053
11/8 198255378 Haak, Dishoek 6M 1F M018,M025,M029,M030,M031
11/8 198255200 Haak, Dishoekse Bos 4M M032
12/8 198312247 Kiefer, Heikant M M033
12/8 198369517 Bekaert, Heikant M M034
12/8 198369552 Bekaert, Heikant M M033
13/8 198379247 Haak, Dishoek 5M 1F M025,M029,M035,M036
14/8 198438152 Klootwijk, Dishoek 4M M029
15/8 198503508 Haak, Dishoek 5M M018,M029,M037,M038,M039,M040,M041,M054
15/8 198504382 Haak, Dishoekse Bos 2M M042
15/8 198512759 Bosma, Dishoekse bos 3M M042 (4)
16/8 198585836 Haak, Dishoek 6M M018,M025,M029,M041,M043,M044
16/8 198586757 Haak, Dishoekse bos 5 M042,M045,M046,M047
17/8 198636217 Haak, Dishoek 5M 1F M018,M025,M037,M044
18/8 198688444 Haak, Dishoek 5M M018,M025,M044,M048
18/8 198688460 Haak, Dishoek 1 1M M041
18/8 198689242 Haak, Dishoekse Bos 1M M042
19/8 198739309 Haak, Dishoek 4M M018,M049,M050
19/8 198739336 Haak, Dishoekse Bos 1M M042
14/9 200118687 Haak, Dishoek 2M M051
21/9 200491861 Goedbloed, Dishoek 1M M052 (4)
22/9 200537312 Haak, Dishoek 2M M052
60 individuen geïdentificeerd (6xF, 54xM).
11 mannetjes op meerdere dagen geïdentificeerd (uitsluitend bij Dishoek).
(1) gebruikte waarnemingen met nummer van waarneming.nl.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female, J=juveniel)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
(4) identificatie op basis van vleugelschade (aderpatroon niet zichtbaar)
FLEVOLAND, Zeewolde / Hulkesteinse Bos
datum waarneming(1) fotograaf/plaats gezien(2) ID(3)
26/6 195009927 Schrier, Zeewolde M M100
26/6 195194626 Ronhaar, Zeewolde M M100
12/7 196050301 Bakker, Zeewolde M M102
13/7 196126793 Ellie&Jos, Zeewolde 2xM M101
13/7 196139597 Lakeman, Zeewolde M M101
18/7 196494075 Schrier, Zeewolde M M103
20/7 196680606 Schrier, Zeewolde 7M M104,M105,M106,M107
20/7 196696014 Meijer, Zeewolde 2M M104
21/7 196930596 Hofstede, Zeewolde 3M M108
21/7 196763074 deBruyn, Zeewolde 2M M107
29/7 197303600 Schrier, Zeewolde 5M F101,M109
30/7 197349387 Westra, Zeewolde MF F102,M128
30/7 197365144 Lootsma, Zeewolde 5 F102,M128
2/8 197631343 Kreuzen, Zeewolde 2M M110
4/8 197744106 Steenbergen, Zeewolde 12M M111
5/8 197818245 Geling, Zeewolde 4 M129
5/8 197848124 Vrolijk, Zeewolde F F103
8/8 198030634 Geling, Zeewolde 6 M130
9/8 198094728 Oost, Zeewolde 3M M125
10/8 198178301 Schrier, Zeewolde 29M M112,M113,M114,M115,M116,M117
12/8 198333080 Schrier, Zeewolde 30 M115,M118 t/m M126
14/8 198455835 vdHeide, Zeewolde 3M M127
14/8 198482807 vdHeijden, Zeewolde 3M M127
15/8 198505584 Staal, Zeewolde M M131
19/8 199118681 Nagtegaal, Zeewolde M M132
19/8 199119013 Nagtegaal, Zeewolde M M133
21/8 199127907 Geesteranus, Zeewolde FM F104,M134
22/8 198897871 Zondervan, Zeewolde M M135
40 individuen geïdentificeerd (4xF, 36xM). Vier mannetjes (M104,M107,M115,M125)
werden op twee verschillende dagen geïdentificeerd, met 1-2 dagen tijdverschil.
FLEVOLAND, Lelystad Hollandse Hout en Oostvaardersplassen
20/6 194484091 Roeland, Lelystad FJ F151
19/7 196541098 Roeland, Lelystad 10M M151
22/7 196829661 Roeland, Lelystad 10M M152,M153
22/7 196842699 deJong, Lelystad 10M M152,M153,M154
26/7 197082003 Roeland, Lelystad 10 F152,M155,M156,M157,M158,M159,M160,M161
26/7 197087143 Roks, Oostvaard. M M162
26/7 197099750 deMeijer, Oostvaard. M M162
28/7 197241610 Seegers, Lelystad M M163
29/7 197304982 Roeland, Oostvaard. M M164
1/8 197514886 Roeland, Oostvaard. M M165
2/8 197610599 Leenders, Oostvaard. M M166
4/8 197771876 Verbraaken, Lelystad 10M M167,M168,M169
7/8 197959929 Schrier, Lelystad 8M 1F? M170,M171,M172,M173,M174
26 individuen (2xF, 24xM); geen enkel individu op meerdere dagen geïdentificeerd
(1) gebruikte waarnemingen met nummer van waarneming.nl.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female, J=juveniel)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
HOEK VAN HOLLAND, Kapittelduinen
datum waarneming(1) fotograaf gezien(2) ID(3)
13/7 196109063 van Antwerpen M M200
20/7 196677525 Wielinga M M201
22/7 196818143 Schrijvershof 2M M202,M203
23/7 196878704 van Yperen 6MV M204
23/7 196884102 Verlind M M205
26/7 197112443 van Antwerpen M M206
31/7 197428977 van Dorland MF F201
31/7 197461196 Schets 20
1/8 197513934 Luijendijk 2M M207
1/8 197549787 Schrama M M208
1/8 197558103 Wielinga 3 M208
1/8 197558134 Wielinga M M208
2/8 197602645 van Gasteren 5 M209,M210
2/8 197610260 van Yperen 2M M208,M211
2/8 197705835 Aalders 2M M212,M213
4/8 197739383 van Gasteren 3M M214
4/8 197740871 Kranenburg M M214
4/8 197742828 Oosterlee 4M M223
4/8 197762423 vd Voort 11M
4/8 197765432 vd Burg 10 M221
4/8 197768488 Axel M M218,M223,M224
4/8 - Wielinga HvH M213,M216,M217,M218,M219,M221,M222
5/8 197817686 van Dam FM F202
5/8 197823382 Holscher MF F202,M225
5/8 198011596 Cuper 2M M228
6/8 197910055 Wielinga 10 F203,M226,M227
7/8 Schenk 1 M238
14/8 198434373 de Groot M M229
14/8 198464519 Schenk 3M M230
15/8 198535957 Wielinga 15 M230,M2312,M232,M233,M234,M235,M236,M237
24/8 199042529 Kester M M239
27/8 199147817 van Yperen M M240
2/9 199464324 Schrijvershof M M241
18/9 200314401 van 't Bosch M M242
19/9 - Schenk M M243
totaal 45 individuen (3xF, 42xM)
Drie mannetjes (M208, M213, M230) op twee verschillende dagen geïdentificeerd.
VIERHOUTEN, Saxenheim en Mosterdveen (GE)
datum waarneming(1) fotograaf aantal(2) ID(3)
18/8 198684670 Plaisier M M301
21/8 198885750 Mol F F301
22/8 198961445 Veurink F F302
24/8 199015576 Wissink 2M F303,M302,M303
24/8 199041124 Jorritsma FM F303,M302,M304,M305
28/8 199202867 Visbeek M M307
1/9 199411722 Belterman 3M M308
2/9 199521617 Muusse 4M M301,M306
totaal 12 individuen (4xF, 8xM)
Een mannetje (M301) op twee verschillende dagen geïdentificeerd, met twee weken tussentijd.
(1) gebruikte waarnemingen met nummer van waarneming.nl.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female, J=juveniel)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
WINTERSWIJK/BUURSE
datum waarneming(1) fotograaf/plaats gezien(2) ID(3)
12/6 193860093 Kolders, Winterswijk FJ F251
24/6 196249295 Lanjouw, Winterswijk M250
23/7 - Lanjouw, Buurse M251
6/8 197887989 Foekens, Buurse 3M M252
7/8 197957196 Foekens, Buurse 4M+F M253,F252
8/8 198017414 Foekens, Buurse 4M M254
8/8 198017480 Foekens, Buurse 2M M255
8/8? 198021314 Zomer, Buurse 2M M256
8/8 - Lanjouw, Buurse F253
9/8 198097167 Zomer, Buurse 4M M256,M257,M252
9/8 198763724 Lanjouw, Winterswijk MF M258,M259,F254
9/8 198763764 Lanjouw, Winterswijk M M261
9/8 198763795 Lanjouw, Winterswijk M M260
10/8 198182580 Foekens, Buurse MF M262,F255
15/8 198763118 Lanjouw, Winterswijk M M264,M263
15/8 198763582 Lanjouw, Winterswijk M M265
16/8 198598126 Schuller, Buurse 2M 1F M267,F256
16/8 198759630 Lanjouw, Winterswijk 2M M268
19/8 - Lanjouw, Buurse 3 M264,M263
21/8 198867131 Verhoeven, Buurse M M269,F257
27 libellen geïdentificeerd (7xF, 20xM). Identificatie vrouwtjes niet betrouwbaar wegens
onvoldoende detail; mogelijk enkele exemplaren dubbel geïdentificeerd. Mannetjes M252, M263
en M264 zijn op twee verschillende dagen geïdentificeerd, met enkele dagen tijdverschil.
KAMPINA
datum waarneming(1) fotograaf/locatie gezien(2) ID(3)
22/6 194693038 Sonja&Lex, Kampina FJ F350
18/7 - Raats, Banisveld F F351
6/8 197868906 Heynens, Kampina M M351
6/8 197874236 Ekker, Kampina F F352
7/8 197947045 Sonja & Lex, Kampina OB 5 M352
9/8 198121278 Ekker, Kampina OB 10 F353,M353
10/8 198171383 Sonja&Lex, Kampina OB 6M 2F M354
12/8 198337748 Ekker, Kampina OB 8 F354,M355,M356,M357,M358,M359
14/8 198423378 Lamers, Kampina OB M M360
14/8 198435124 Sonja&Lex, Kampina 11M M361
14/8 198435294 Sonja&Lex, Kampina OB 8 F355,M362,M363
15/8 198498959 Raats, Kampina OB 3M M370,M371
15/8 198498961 Raats, Kampina OB 5M M367,M368,M369
15/8 198498963 Raats, Kampina Bisschopsv. 1M M366
15/8 - Raats, Kampina M360,M364,M365
16/8 198565159 Roks, Kampina OB 2M M372
16/8 198570883 Sonja&Lex, Kampina OB 2M M373
16/8 198570960 Sonja&Lex, Kampina OB 5M M374
20/8 198791858 Sonja&Lex, Kampina OB 2M M375,M376
21/8 198862109 Raats, Kampina 4M M377,M378,M379,M380
21/8 177774498 Raats, Banisveld F356,M381,M382,M383,M384,M386
21/8 198862107 Raats, Winkelsven 5M M385
OB = Overstromingsvlakte van de Beerze
41 libellen geïdentificeerd (7xF, 36xM).
Een mannetje (M360) gezien op twee dagen met 1 dag tijdverschil.
(1) gebruikte waarnemingen met nummer van waarneming.nl.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female, J=juveniel)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
NEDERLAND OVERIG
datum waarneming(1) fotograaf/locatie gezien(2) ID(3)
12/6 194642511 vdHeijden, Hengelo FJ F402
13/6 193660049 Gotink, Zelhem FJ F401
19/6 194453338 Tinnemans, Susteren FJ F403
21/6 194571708 terHaar, Groningen MJ M401
22/6 194657152 Bosma, Eemshaven MJ M402
27/6 195079572 vanNoort, Middelaar MJ M403
28/6 195415248 vanKrimpen, Ruurlo MJ M404
10/7 195872987 Schippers, Wintelre M M405
11/7 195972318 Klijnsma, Swarteweisein M M406
13/7 196178262 Koster, Groningen M M407
18/7 196482037 Hoppenbrouwers, Gendt 5xM M408
18/7 196489258 Vogels, Gendt 3xM F404,M409,M410
19/7 196554807 Schellekens, Rosmalen M M411
20/7 196649217 Hartog, Gendt M M412
23/7 196901990 Wildschut, Udenhout M M415
23/7 196910353 Ellie&Jos, Langenboom 2M1V F405,M416
23/7 196966409 vanHouten, Doetinchem 2M M413,M414
26/7 197091340 Bouwman, Soerendonk 2M M417
28/7 197226903 Wissink, Rosmalen 2M M418
30/7 197362778 Sonja&Lex, de Geest 3M M419
30/7 197362978 Neijts, Bergeijk 3M M421
30/7 197380260 vHouten, Doetinchem 2F F406
30/7 197387186 Benard, Erp M M420
30/7 197520259 denUyl, Rosmalen M M422
31/7 197441869 Vogels, Beuningen 4M M424
31/7 197453254 Sonja&Lex, Vlijmen 3M M423
31/7 197459610 denOuden, Tongelaar 3M M425
3/8 197681453 Hartog, DNA 2M M429
3/8 197682641 Hartog, Gendtse polder 2M M426,M427
3/8 - Schippers, Casteren(NB) M M428
3/8 197683322 vanHoof, Weert 2M M430
5/8 197801968 Bruijsten, Bemmel 2M M431
5/8 197834858 denOuden, Mill M M432
6/8 197878986 vdHaar, Best 2M M434
6/8 197881845 Sonja&Lex, Vught M M433
7/8 197983013 Sonja&Lex, Nijkerk 3M M435
8/8 197996143 Damen, Valkenswaard 2 M436
8/8 198023462 Drost, Ede 2M, F M437,M438
11/8 198244865 Westenbrink, Gorsel 2M M439
11/8 198256985 Portengen, Lentevreugd 4 M440
12/8 198400864 Bom, Volkel M M441
13/8 198404857 Sonja & Lex, Nijkerk 3M 1F F407
13/8 198405162 Sonja & Lex, Nijkerk 6M 1F F408,M442
14/8 198428400 vYperen, Lentevreugd 3M M444
14/8 198429136 Drost, Ede 1M M445
14/8 198433164 denOuden, Langenboom 1M M447
14/8 198434070 denOuden, Langenboom 1M M446
14/8 198435019 Berkhoudt, Lentevreugd 2M M443
14/8 198440372 vanHoof, Soerendonk 4M M448
15/8 198488251 Vogels, Beuningen M M449
15/8 198496770 Neijts, Eersel M M451
15/8 198498495 vdSchans, Castelre MF F410
15/8 198505047 Cools, Udenhout 3M M452
15/8 198509492 Westenbrink, Gorssel MF F409,M450
15/8 198512438 vdDungen, Lentevreugd 2M M453
16/8 198580548 Vrolijk, Budel 4M M454,M455,M456,M457
16/8 198615983 Sonja&Lex, Nijkerk M M458
16/8 - Raats, Oss M473,M474,M475,M476,F413
17/8 198630603 Dekker, Amsterdam M M459
18/8 198696180 Schermerhorn, Wilp M M460
19/8 198741694 Offereins, Gendtse polder 5M M461,M462,M463
19/8 198750439 Raats, Boukoul M M477
20/8 198808905 Linnartz, Zundert 6M M464
21/8 198875655 Bruijsten, Langenboom M M465
21/8 198876867 Sonja&Lex, Hilversum F F411
23/8 199119902 Nagtegaal, Weerribben M M466
23/8 198973513 Kloen, Veenendaal M467
27/8 199145951 Verhoeven, Volthe (OV) F F412
10/9 199868882 Schrier, America M M469
199883555 Keizer, Camperduin M M468
13/9 - Dicasa, Brunsum M470,M471,M472
90 individuen (13xF, 77xM)
Geen enkel individu werd op meerdere dagen gezien.
(1) gebruikte waarnemingen met nummer van waarneming.nl.
(2) aantal visueel waargenomen Zuidelijke glazenmakers (M=male, F=female, J=juveniel)
(3) op basis van foto geïdentificeerde individuen (M=male, F=female met volgnummer voor ieder
uniek individu). N.B.: soms zijn er meerdere waarnemingen voor dezelfde dag/locatie!
alle foto's in dit artikel zijn gemaakt in de omgeving van Dishoek door Niek Haak (periode 2015-2020)
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Presentation
Full-text available
Update with 2019 observations for individual ID and tracking of Aeshna mixta dragonflies, using their wing vene pattern for identification.
Article
Full-text available
The behaviour of Anisoptera during the period between emergence and the onset of sexual activity is poorly known, mainly because freshly emerged adults are hard to follow. In the present study the system RECCO® Transmitter/Receiver and custombuilt tags made from Schottky diodes and copper wire were used to monitor freshly emerged Anisoptera. The system had an average maximum detection distance of ca 85 m. Ten individuals of Libellula fulva were successfully tracked for up to five consecutive days. They almost exclusively utilized trees or shrubs as perches at heights ranging from 1.8 to ca 31 m. Open meadows or open river bank vegetation, which were present close to the release site, were never used for perching. Considering that human observers can reasonably detect adult anisopteran up to a height of 3 m, 92.5% of all registered perch sites were “out of reach”. The maximum distances covered on the first day averaged 37.7 m and 31.1 m for males and females, respectively. Two individuals, followed for four and five days respectively, remained in relatively small areas of 480 m2 - 2,500 m2 for three and four consecutive days. Five tagged individuals of Aeshna mixta showed a very different behaviour from L. fulva. Already in the first hours after release, all flew distances of more than 200 m and were lost. The telemetry system used was not suitable to study this species immediately after emergence.
Article
Individual dragonflies can be identified from a large number of individuals using a picture of their wing venation, similar to identification of humans based on fingerprints or facial recognition. This offers interesting opportunities for dragonfly research although lack of suitable identification software can still be a challenge. In a small city park in the middle of Middelburg (Zeeland, the Netherlands), every summer a relatively large group of Migrant hawkers (Aeshna mixta) can be seen that hunt or rest in het park but do not originate there. Using photographs of wing patterns, I registered which individuals were present in the park from day to day. During the research period from July to October 2018, 1008 different Migrant hawkers were identified of which the large majority visited the park just once and left within one day after arrival. Only 9.4% of identified individuals were seen on more than one (two or three) days and just 1.9% visited the park on days that were more than one week apart. The observations suggest that the Migrant hawkers that visit the park are part of a migratory stream or at least show directional swarming. Keywords: Migrant hawker, Aeshna mixta, individual identification, wing, wing venation, wing vein pattern, fingerprint, migration
  • B Schneider
  • H Wildermuth
Schneider B, Wildermuth H. 2009. Libellen als Individuen -zum Beispiel Aeshna cyanea (Odonata: Aeshnidae) Entomo Helvetica 2: 185-199