PreprintPDF Available

Het virus en de stad: wederopbouw na corona

Authors:
Preprints and early-stage research may not have been peer reviewed yet.

Abstract and Figures

Ik schreef dit essay in opdracht van de Gemeente Amsterdam over ‘Het virus en de Stad.’ Ik rondde het af in juli 2020, dus het is een soort flessenpost uit de periode tussen de coronagolven in. Terugkijkend is het opvallend dat het begin van polarisatie rondom de coronamaatregelen al vroeg na de eerste golf zichtbaar was. Ook springt in het oog dat de angst voor het virus en de gevolgen zeer ongelijk is verdeeld.
Content may be subject to copyright.
Prof dr Justus Uitermark
Universiteit van Amsterdam
j.l.uitermark@uva.nl
29 juli 2020
Het virus en de stad: wederopbouw
na corona1
Introductie
Tussen 9 en 16 maart veranderde Nederland onherkenbaar. Op 9 maart kondigde
premier Rutte aan dat het coronavirus zich in Nederland aan het verspreiden was.
Het onderwerp van de persconferentie was serieus maar de toon was luchtig. Rutte
barstte in lachen uit toen hij na de persconferentie uit de macht der gewoonte
RIVM-directeur Van Dissel de hand drukte. Een week later was van luchtigheid niets
over. Met een stalen gezicht bereidde Rutte ons voor: veel mensen zullen ziek
worden, sociaal contact wordt grotendeels opgeschort, veel werknemers en
ondernemers moeten noodgedwongen thuis zitten.
De samenleving was gegrepen door angst. In de meeste Nederlandse huiskamers
was het een dagelijks ritueel: vol ongeloof kijken naar de grafieken met de
exponentiële groei van het aantal infecties, ziekenhuisopnames en, met enige
vertraging, overledenen. Voor de coronacrisis gaven Nederlanders gemiddeld een
royale 7,5 voor hun geluksgevoel, begin april was dat teruggelopen naar een 6,3.2
Grote delen van de bevolking rond een derde rapporteerden somberheid,
stress, slaapproblemen en eenzaamheid als gevolg van corona.3
De coronacrisis laat geen plek onberoerd en dat geldt zeker voor Amsterdam. De
internationaal georiënteerde economie wordt harder geraakt, inwoners zijn kleiner
behuisd, eenzaamheid kwam er al meer voor, sociale cohesie en vertrouwen zijn
verhoudingsgewijs laag, relatief veel inwoners hebben een zwakke mentale of
fysieke gezondheid. Ook voor wie niet in een traditioneel kwetsbare positie zit kan
1 Dit essay is geschreven in opdracht van de Gemeente Amsterdam. Met dank aan David van Gelder
voor onderzoeksassistentie en Bram Festen voor het leggen van contacten met respondenten. Dank
aan Fenne Pinkster en Bram Festen voor commentaar.
2 Erasmus Happiness Economics Research Organisation (2020) Geluk ten tijde van COVID-19:
Nederlandse bevolking ongelukkiger, vooral ouders en mensen met inkomensonzekerheid. Online:
https://www.eur.nl/en/ehero/news/geluk-ten-tijde-van-covid-19-nederlandse-bevolking-
ongelukkiger-vooral-ouders-en-mensen-met
3 RIVM en GGD (2020) Onderzoek gedragsmaatregelen corona en welbevinden Amsterdam. RIVM-
gedragsunit en GGD’en.
de crisis hard aankomen. Meer dan de helft van de Amsterdamse huishoudens
bestaat uit één persoon. Als zij zich aan de regels houden, hebben ze in geen
maanden iemand aangeraakt.
Maar er was meer dan angst en somberheid alleen. Het antwoord op fysieke
verwijdering was sociale toenadering. Er voltrok zich een wonder4: politieke
scheidslijnen telden niet, liefdadigheid en solidariteit bloeiden op, er was
ongekende steun voor de zorg. De Bijenkorf, toch een icoon van het
consumentisme, had in de etalage niet de laatste mode maar een oproep om
elkaar te steunen. Buurtplatforms zagen een toevlucht van vrijwilligers, er hingen
beren en harten in de ramen, er werd geklapt en gezongen voor het
zorgpersoneel. Corona bood een les in wederzijdse afhankelijkheid en een
oefening in collectieve zorgzaamheid.
De corona-uitbraak markeert een breuk met de normaliteit. Van de tram nemen en
dansen in een club tot en met de steeds aanzwellende stromen toeristen of almaar
stijgende prijzen: weinig is nog vanzelfsprekend. Nu het stedelijk leven is
opgeschort, hebben we als Amsterdammers een keuze: wat hervatten we? En nu
de overheid een ongekend grote rol heeft ingenomen in de economie en
samenleving door strikte regels en omvangrijke steunpakketten is de vraag: wat
voor stad maken we?
Dit essay blikt terug op veranderingen in de stad sinds de corona-uitbraak met als
doel om bedreigingen en mogelijkheden voor de toekomst te ontwaren. De focus
ligt telkens op verbondenheid de relaties die Amsterdammers met elkaar hebben
en de betrokkenheid die zij voelen maar tegen de achtergrond van ingrijpende
ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en woningmarkt.
In de volgende sectie peil ik de stemming in Amsterdam sinds de uitbraak: hoe
hebben de mentale scheidslijnen zich ontwikkeld? Wie zijn er nu kwetsbaar,
angstig, boos? Vervolgens kijk ik hoe het de solidariteit is vergaan. Hoe hebben
Amsterdammers zich ingezet voor elkaar tijdens de crisis en wat zijn de
vooruitzichten van wederzijdse hulp? Als laatste onderzoek ik de mogelijkheden
voor een nieuw verhaal. Terwijl de economische en sociale ontwrichting voortduurt,
maakt het motto “samen tegen corona” niet langer energie en enthousiasme los.
De “triomf van de stad” en “de hypochondrische stad” twee verhalen waarmee
commentatoren de stad hebben gediagnosticeerd - geven elk een gekleurd beeld
en geen van beide een aanlokkelijk toekomstperspectief. De “nieuwe normaliteit”
van een “1,5-metersamenleving” is al helemaal niet aansprekend. Maar wat zijn dan
wel ingrediënten van een wervend Amsterdams verhaal?
Tussen vrees en vertrouwen
4 Peeters, P.-H. (2020) Gabriël van den Brink: ‘Op het moment van een crisis komt de geschiedenis
open te liggen,’ Sociale Vraagstukken. On-line:
https://www.socialevraagstukken.nl/interview/gabriel-van-den-brink-op-het-moment-van-een-crisis-
komt-de-geschiedenis-open-te-liggen/
Een verbluffende eensgezindheid maakte zich meester van Nederland nadat de
maatregelen waren afgekondigd om de verspreiding van het coronavirus in te
perken. De acceptatie en opvolging van ongekend ingrijpende maatregelen was
vrijwel universeel. Nieuws en overheidsinformatie vermengden zich: avond na
avond, item na item werd kijkers op het hart gedrukt om zich te strikt te houden aan
de maatregelen. Keer op keer op werden we opgeroepen om elkaar te steunen.
Mensen die het waagden om naar het strand te gaan of een wandeling door de
bossen te maken werden aan de schandpaal genageld: asociaal en onbehoorlijk.
Dat een economische recessie zich zou aandienen was een zekerheid maar de
gedachte daaraan liet zich wegdrukken door de angst voor de exponentiële groei
van het aantal infecties, ziekenhuisopnames en doden.
We zien in deze periode een combinatie van een grote negatieve impact én een
groot vertrouwen in de gekozen aanpak. In landelijk onderzoek, uitgevoerd begin
april, voelt tussen de 30 en 40 procent van de respondenten zich persoonlijk
bedreigd door het virus, tussen de 60 en 70 procent vreest voor familie, tussen de
70 en 80 procent voor Nederland en tussen de 80 en 90 procent voor Europa en de
wereld.5
Bij vragenlijsten ingevuld tussen 20 en 24 april 2020 geeft telkens ongeveer een
derde van de Amsterdammers aan meer last te ondervinden van angstigheid,
somberheid, stress, slaapproblemen en eenzaamheid.6 Toch is er ook de
overtuiging dat het lijden niet voor niets is: er is zeer groot vertrouwen in de
overheid en de experts; een magere zes procent van de respondenten heeft
(helemaal) geen vertrouwen in de aanpak van de overheid.7 Er was begrip en
geduld, zelfs onder groepen die het hardst werden geraakt.8 Een bijzonder
kenmerk van de aanpak is dat de overheid voortdurend een beroep op ons doet:
was je handen, houd afstand, blijf thuis. De oproep is ingegeven door medische
overwegingen maar een extreem belangrijk neveneffect is dat burgers deelgenoot
en zelfs dragers worden van de aanpak. Anders dan op basis van eerdere studies
werd verwacht9 waren fatalisme en verzet zeldzaam: mensen voegden zich met
overtuiging naar de uitgevaardigde richtlijnen. Er was niet alleen maar angst maar
ook waardering. In enquêtes vroeg Fenne Pinkster in samenwerking met de Dienst
Onderzoek en Statistiek of Amsterdammers hun stad, woning, buurt na corona
5 Van Bochove, M. (2020) Omgaan met angst, stress en risico's. In: Engbersen et al. (2020)
6 RIVM en GGD (2020) Onderzoek gedragsmaatregelen corona en welbevinden Amsterdam. RIVM-
gedragsunit en GGDen.
7 Hierbij moet worden bedacht dat respondenten die de moeite nemen een door de overheid
uitgezette vragenlijst in te vullen waarschijnlijk niet tot het meest wantrouwende deel van de
bevolking behoren.
8 Zoals velen las ik deze periode obsessief de laatste berichtgeving en ik kan me maar een
organisatie herinneren die zich aan dit patroon van inschikkelijkheid en terughoudendheid onttrok:
de KNVB. Terwijl de intensive care volstroomde en de dodentallen opliepen, drong de KNVB aan op
een herstart van competitie en duidelijkheid. Dat laatste kreeg de KNVB wel, het eerste niet.
9 Van Bochenove verwijst in dit verband naar een studie van Kok e.a. waarin de reactie op een
potentiële pandemie wordt gesimuleerd. Zie: Van Bochove, M. (2020) Omgaan met angst, stress en
risico's. In: Engbersen et al. (2020)
meer, even veel of minder waarderen. Voor de meeste respondenten maakt corona
geen verschil (“even veel”) maar het aandeel respondenten wiens waardering voor
de stad, buurt en woning is gestegen is een veelvoud van het aandeel
respondenten waar de waardering juist is gedaald.10
Onder het gezamenlijke vertrouwen in de overheid en het gedeelde conformisme
aan de richtlijnen gingen vanaf het begin echter scheidslijnen schuil. Mensen met
de zekerheden van een hoge opleiding, een goede gezondheid en goede baan
conformeerden zich vooral aan de regels vanwege een besef van
lotsverbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid terwijl groepen in een
kwetsbare positie, vooral mensen met een lage opleiding of broze gezondheid, dat
vaker deden vanwege angst en uit lijfsbehoud. Rotterdams onderzoek vindt grote
verschillen tussen leeftijdsgroepen11 maar nog opvallender zijn verschillen naar
opleidingsniveau. Veel vaker dan mensen met een hoge of middelbare opleiding
voelen respondenten met een lage opleiding zich persoonlijk bedreigd door het
virus, vervallen ze vaker in fatalisme (“er is niets dat we kunnen doen”) en gaan
contact met vrienden en familie uit de weg12allemaal signalen van angst en
verwijdering. De angst voor het virus hangt samen met een precaire economische
positie: maar liefst 52,4 procent van de laag opgeleiden gaf aan dat zij direct
inkomensverlies hadden als gevolg van de coronacrisis, twee tot drie keer zoveel
als respondenten met midden- en hoge opleiding.13
Nu de stad in stappen open gaat komen deze scheidslijnen meer aan de
oppervlakte. De lotsverbondenheid en gedeelde verantwoordelijk worden steeds
minder gevoeld. Enquêtes laten zien dat conformiteit nog altijd hoog is maar snel
afneemt, waarbij veel respondenten aangeven dat de 1,5-metersamenleving op
termijn onhoudbaar is. Meer dan nog enquêtes laat het straatbeeld zien dat
mensen naar elkaar toe trekken, bij elkaar zitten, elkaar aanraken, zeker bij mooi
weer. Het uithoudingsvermogen is eindig en de verlokkingen zijn groot. Ook is
velen inmiddels duidelijk dat transmissie in de open lucht een zeldzaamheid is. Wie
gezond en optimistisch is, laat zich met schaamte of gretigheid terugvallen in oude
gewoontes. En nu de betovering van de saamhorigheid voorbij is, worden experts
en autoriteiten steeds meer in twijfel getrokken (Figuur 1). Demonstranten tegen de
noodwet en restricties zijn de voerhoede van een snel groeiende groep critici en
sceptici.
10 Dit zijn voorlopige bevindingen omdat de enquête op het moment van schrijven wordt verwerkt.
Voor precieze cijfers, uitsplitsing naar groepen en kwalitatieve duiding van de resultaten is tot nog
toe geen mogelijkheid geweest.
11 Slechts 13,2 procent van de respondenten tussen de 18 en 34 jaar vinden het coronavirus
beangstigend terwijl de percentages voor 50 jaar en ouder boven de 55 uitkomen.
12 Ibid.
13 Engbersen, G. e.a. (2020) De bedreigde stad: De maatschappelijke impact van COVID-19 op
Rotterdam. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, pagina 22.
Figuur 1. Veranderende sentimenten (foto’s gemaakt door auteur)
Ondertussen zijn er andere groepen die verder gaan dan wat de experts vragen. Bij
mijn tochten door de stad viel me op dat het aantal mondkapjes in de Bijlmer
aanzienlijk groter is dan binnen de ring. Of dat is omdat mensen zichzelf of anderen
willen beschermen valt niet te zeggen maar in ieder geval duidt het op een vrees
voor besmetting die elders minder uitgesproken is. Een andere manifestatie van
angst is dat sommige ouders hun kinderen niet naar school laten gaan. Bij die
keuze spelen persoonlijke omstandigheden een rol maar de absentie lijkt ook een
weerspiegeling van angst of wantrouwen: geruststellende of relativerende
berichten vanuit de overheid en experts komen niet aan of worden niet geloofd.
Cijfers over schoolverzuim na corona vertonen een pijnlijk voorstelbaar patroon: er
is nauwelijks schoolverzuim in het Centrum en Zuid en veel in Nieuw West en
Zuidoost (Figuur 2).
Figuur 2. Verzuimmeldingen naar stadsdeel (aantal leerlingen) tussen 6 april en 22 juni 2020. Het
betreft verzuimmeldingen die ondanks herhaalde pogingen niet door de school zelf konden
worden afgehandeld. Data: Gemeente Amsterdam.
Bij oppervlakkige waarneming kan het lijken alsof het openbaar vervoer inmiddels
weer als voorheen functioneert maar dan met verplichte mondkapjes. Een enquête
van At5,14 afgenomen in juni 2020, wijst echter uit dat bijna de helft van de
Amsterdammers minder met het openbaar vervoer reist en dat ruim dertig procent
dat helemaal niet meer doet. Van de reizigers die wel gaan, is de helft een beetje
bangom besmet te raken, een vijfdeerg bang.” Angst is er niet alleen voor het
virus maar ook voor andere reizigers. Ondanks dat veel reizigers zich zorgen maken
spreekt een overgrote meerderheid anderen niet aan op naleving van de regels uit
angst voor agressie. Ook uit deze cijfers komt het beeld naar voren van een
cosmetisch herstel van de normaliteit: er reizen weer mensen met het openbaar
vervoer maar onder de oppervlakte zijn er angst en zorgen.
Een aantal vertegenwoordigers van migrantenorganisaties, geïnterviewd door de
GGD, geeft aan dat onder hun achterban beangstigende berichten een vruchtbare
voedingsbodem vinden. Tofaha Mulla-Elias van Brandaris, een organisatie voor
vluchtelingen en oorlogsslachtoffers, geeft aan dat door verkeerde informatie en
nepnieuws er “echt veel angst is, bijna een soort paniek. Mensen zijn zo bang dat ze
niet meer naar de winkel durven, niet meer op hun balkon durven zitten.” Terwijl er
14 At5 (2020) Veel ov-gebruikers bang om besmet te raken. Online:
https://www.at5.nl/artikelen/202709/veel-ov-gebruikers-bang-om-besmet-te-raken
ook desinformatie is over kruiden die zouden beschermen tegen corona, is er
overwegend angst, aangewakkerd door wantrouwen. Zo was er een hardnekkig
gerucht in de buurt dat overvliegende helikopters ziektekiemen zouden uitstrooien.
Behalve de rekkelijken en de angstigen zijn er ook mensen die nog strikt de
richtlijnen volgen. Aanvankelijk vormde deze groep de grote meerderheid maar
mijn indruk is dat de omvang snel terugloopt en daarmee ook het gevoel er niet
alleen voor te staan. Fenne Pinkster verwoordt het sentiment dat onder deze groep
leeft: “Mijn vader woont al 50 jaar in de binnenstad. Hoewel hij regelmatig moppert
over toeristen, heeft hij zich altijd thuis gevoeld. Tot gisteren in de
#haarlemmerstraat, waar zijn 20 & 30-jarige medebewoners te beroerd waren om
ruimte te geven.15 Ergernissen over onbeleefdheid waren er al langer maar die
krijgen een extra gewicht nu ons is ingeprent dat ouderen zullen sterven als
onvoldoende afstand wordt gehouden: een boodschap die bij de onbevreesden
inmiddels uitwerking verliest maar die veel ouderen met zich meedragen.
Uit deze schets blijkt dat het virus en de restricties zeer uiteenlopend worden
bezien en beoordeeld: belevingswerelden drijven uit elkaar. Dit komt overeen met
de bevindingen van cultuurhistoricus Anneleen Arnout die constateert dat
hoogopgeleiden “genoten van wandelingen in de buurt of mooie architectuur die
plotseling opviel” maar dat laagopgeleiden minder romantiek in het stille
straatbeeld ontwaren en angstiger zijn.16 Naast verschillen in belevingswereld, zien
we ook de proliferatie van fysieke scheidslijnen in de vorm van plexiglas,
mondkapjes en waarschuwingsbordjes. Die scheidslijnen grijpen vooral in op onze
contacten in openbare plekken. Twee types relaties komen daardoor onder druk te
staan: met vreemden en met instanties. De openbare ruimte is bij uitstek de plek
waar we in aanraking komen met vreemden: met mensen die we niet al kennen en
die vaak uit andere milieus komen. De bakker die een kind een koekje geeft, de
krant die wordt doorgegeven in een café, iemand die omgevallen is omhoog
helpen. Door samen te zijn in dezelfde ruimte en subtiel signalen uit te wisselen
ontstaat vertrouwdheid, soms zelfs verwantschap. Dit type van vluchtige en
oppervlakkige contacten is gebaseerd is op snelle waarnemingen: even kijken, dan
weer wegkijken; een klein stapje opzij om iemand wat meer ruimte geven; een
korte mededeling; een blik van verstandhouding: het zijn contacten die niet
onmogelijk zijn geworden maar de dagelijkse rituelen die groepen vreemden met
elkaar verbinden staan wel onder druk. Ook relaties met instanties komen onder
druk te staan. Bij bankfilialen, tankstations en trams zijn in de afgelopen jaren
afscheidingen geleidelijk weggehaald om menselijker, directer contact mogelijk te
maken. Nu worden de afscheidingen weer opgetrokken en uitgebouwd. Zeker
wanneer vertrouwen al onder druk staat, zal dit leiden tot grotere irritatie of verdere
15 Op Twitter: https://twitter.coenneGeo/status/1263559024466944004
16 Geciteerd in: Le Clercq, A. (2020) ‘Hoogopgeleiden genoten van de lege straten, laagopgeleiden
ervoeren vooral angst,’ De Volkskrant, 16 juni 2020.
verwijdering. De restricties maken het niet onmogelijk om met elkaar samen te
leven maar wel net iets moeilijker.
Solidariteit en zelforganisatie
Samen staan we voor een enorme opgave,zei Mark Rutte op 16 maart in zijn
toespraak tot het land. “Dank voor de manier waarop de maatregelen zijn
opgevolgd en de hartverwarmende voorbeelden van onderlinge hulp en
solidariteit. Het doet goed te merken dat we voor elkaar klaar staan als de nood aan
de man is.”17 Inderdaad, er was een stortvloed aan initiatieven. Mensen plaatsten
beertjes achter de ramen voor kinderspeurtochten en harten om het zorgpersoneel
te eren. In whatsappgroepen circuleerden berichten om af te nemen bij restaurants
die geen omzet meer hadden, mensen boden zichzelf aan als bezorger of
taxichauffeur en ondernemers die geen markt meer hadden voor bloemen of
concerten boden ze aan bij verpleeghuizen.
Terwijl mobiliteit drastisch werd beperkt en we werden teruggeworpen op hun
eigen omgeving, won de buurt aan belang. Op bomen en lantaarnpalen hingen
briefjes van bewoners die zich spontaan organiseerden om hun buren bij te staan.
Bewoners gingen langs bij oudere of kwetsbare buren om een praatje te maken
“hoe gaat het?” kreeg opeens een diepere betekenis en hulp aan te bieden. In
Rotterdams en Haags onderzoek rapporteren respondenten betere buurtrelaties en
een hoger vertrouwen in de buurt, ook in buurten waar doorgaans wantrouwen
overheerst en buurtgenoten weinig met elkaar hebben.18 Ook belangrijk: bewoners
met een zwakke gezondheid, de groep die zou moeten profiteren van de
opgewekte solidariteit, ervaren nog meer dan anderen dat relaties en vertrouwen in
de buurt verbeterd zijn. Het is waarschijnlijk dat verreweg de meeste
hulpinitiatieven tot stand kwamen in informele verbanden van vrienden, familie en
buren maar ook bij formele instanties liep het storm. Het gebruik van de app
Nextdoor, bedoeld voor mensen die burenhulp vragen of aanbieden, steeg met 80
procent sinds de uitbraak.19
17 Toespraak premier Rutte 16 maart 2020. Online:
https://www.youtube.com/watch?v=D3QPmphUK_M
18 Engbersen, G. e.a. (2020) De bedreigde stad: De maatschappelijke impact van COVID-19 op
Rotterdam. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken (hoofdstuk 5); Rusinovic, K. e.a. (2020)
Berichten uit een stille stad. De maatschappelijke impact van COVID-19 in Den Haag. Den Haag: De
Haagse Hogeschool.
19 Dit zijn geaggregeerde cijfers voor alle 11 landen waarin Nextdoor actief is, waaronder
Nederland. Cijfers voor Nederland zijn niet beschikbaar. https://edition.cnn.com/2020/03/18/tec
h/nextdoor-coronavirus/index.html
Figuur 3. Solidariteit in de buurt (foto gemaakt door auteur)
Ook in Amsterdam was er een hausse van betrokkenheid, solidariteit en charitas. Bij
Burennetwerk Amsterdam meldden zich meer dan 1000 Amsterdammers die hun
buren wilden helpen.20 Dat was veel meer dan het Burennetwerk met zo’n 1200
ingeschreven ‘goede buren’21op zo’n korte termijn kon verwerken. Bij “Voor
Elkaar,” een initiatief van de aantal vrijwilligers- en welzijnsorganisaties, meldden
maar liefst 6000 Amsterdammers dat ze graag anderen willen helpen. Daar
tegenover stonden 600 Amsterdammers die via het platform hulp vroegen: er was
een factor 10 meer aanbod dan vraag.
20 Interview Henriette van der Meij, afgenomen door David van Gelder, 8 juni 2020.
21 Volgens https://www.burennetwerk.nl/over-ons/ (geraadpleegd 14 juni 2020).
Bij weer een ander platform, Wij Amsterdam, opgericht door de Gemeente22,
meldden zich tot en met 26 mei 440 initiatieven. We weten dat bewoners met een
hogere status meer vertrouwen in mensen en instituties hebben, hun buurt hoger
waarderen en meer middelen en energie hebben om zich in te zetten, dus we
zouden kunnen verwachten dat initiatieven vooral tot stand komen in de gegoede
buurten. Daarvan is echter geen sprake. De initiatieven zijn ongelijk verspreid maar
de frequentie valt niet samen met sociaaleconomische scheidslijnen. Nieuw West
spant de kroon. Als er één stadsdeel is waar het aantal geregistreerde initiatieven
achterblijft, is dat het Centrum (Tabel 1).
Er was, kortom, een explosie van initiatief en betrokkenheid door de hele stad
heen. Er waren veel initiatieven van en voor uiteenlopende groepen. So far, so
good. Terwijl de aanvankelijke reactie tot optimisme stemt, is er aanleiding voor
pessimisme als we kijken naar de langere termijn.
1. Er is een mismatch tussen vraag en aanbod. Overaanbod is als zodanig geen
probleem: dat er één vraag naar hulp is voor elke 10 aanbieders is zonder
meer positief. Het lijkt er echter op dat het aanbod veel sneller terugloopt
dan de vraag. Veel van de mensen die zich meldden als aanbieder zijn
inmiddels terug aan het werk. Ondertussen neemt de structurele vraag naar
hulp toe. We zien bijvoorbeeld dat het aantal mensen dat gebruik maakt van
de voedselbank gestaag toeneemt: van 20 februari tot 20 juni steeg het
aantal klanten bij de voedselbank van 1278 naar 1639.23 Structurele
achterstanden nemen geleidelijk toe terwijl het aanbod van hulp afneemt.
2. Naast een temporele is er ook een kwalitatieve mismatch. Een oudere vrouw
met Parkinson schreef me aan om te zeggen dat zij lijdt onder de grote
aandacht voor de eenzamen en de kwetsbaren. Ze voelde zich miskend nu
minister De Jonge van VWS, allerlei maatschappelijke organisaties en
welwillende buurtbewoners het op zich hadden genomen de eenzamen uit
hun isolement te verlossen met een overvloed aan aandacht. De tekeningen
van buurtkinderen, de uitnodigingen om een praatje te maken: het kwam
voor haar voort uit een behoefte om iets te doen, niet uit interesse in haar
belevingswereld. Dit is één geval maar ik denk dat dit een breder probleem
raakt. Veel van de kwetsbaarheid en eenzaamheid is structureel en
hardnekkig. Mensen kunnen depressief zijn, zijn niet in staat zichzelf te
verzorgen; ze voldoen niet aan het ideaalbeeld van de kwetsbare oudere
die dankbaar is voor elk teken van interesse of zorg.
Toen Rochdale besloot tijdens de lockdown om alle oudere huurders te
bellen met de vraag of zij hulp nodig hadden, gaf een kwart aan daar
22 Een van mijn gesprekspartners stoorde zich eraan dat de Gemeente zelf een nieuw initiatief had
opgericht in plaats van bestaande initiatieven te versterken. Ik heb de ontstaansgeschiedenis van Wij
Amsterdam of andere platforms niet in detail onderzocht maar dit past wel in het beeld dat de
gemeentelijke organisatie is ingesteld op het opstarten van nieuwe, beeldbepalende, tijdelijke
initiatieven en minder op het verdiepen en versterken van initiatieven met anderen.
23 Data afkomstig van de Gemeente Amsterdam.
behoefte aan te hebben.24 Dat is een zeer hoog percentage als we ons
bedenken dat de corporatie rondbelde in een periode dat er talloze
initiatieven waren om ouderen te steunen. Blijkbaar sloten die initiatieven
niet zodanig aan op de leefwereld van de ouderen dat zij er gebruik van
wilden of durfden te maken. Achter een begrip als “vraagverlegenheid”25
de verlegenheid die mensen in nood hebben om hulp te vragen gaat vaak
diepe kloof in belevingswereld schuil. Generiek aanbod van steun via
platforms of briefjes wekt dan niet het vertrouwen dat nodig is. We weten
bovendien uit onderzoek dat hulpvragers vaak ook hulpaanbieders zijn:
hulpbehoevenden die geen hulp verlenen doen meestal geen beroep op
hulp van anderen.26 Vermoedelijk worden met informele initiatieven vooral
mensen bereikt die al aansluiting hadden met hulpnetwerken en is er een
grote groep die hierbuiten valt.
3. In de hausse van initiatieven is het eenvoudig over het hoofd te zien wat het
meest directe gevolg van de restricties was: vrijwel al het lopende
vrijwilligerswerk kwam tot stilstand. Maatjesprojecten, musea, Huizen van de
Wijk, theaters, bibliotheken moesten allemaal sluiten en de vrijwilligers
konden dus ook niet helpen. Terwijl deze organisaties en initiatieven weer
opstarten, betekent dat nog niet dat de vrijwilligers aan de slag kunnen of
gaan. Veel van de vrijwilligers bevinden zich in de risicogroepen vanwege
hun leeftijd of broze gezondheid. Het gestaalde kader van loyale vrijwilligers
heeft een knauw gekregen.
Initiatieven en organisaties zullen herstartproblemen ervaren. Veel
communicatie verloopt via internet, waardoor de warmte van menselijk
contact, een drijvende kracht achter veel vrijwilligerswerk, minder aanwezig
is. Nog los daarvan zullen voor veel initiatieven de gevolgen van een
gedwongen onderbreking groot zijn. Soms valt te horen dat mensen staan te
popelen om weer te beginnen maar dat is niet altijd zo. Zo zagen
sportscholen hun ledenaantal met een derde dalen.27 Wie drie maanden niet
naar een orkest, schaakclub of kookclub gaat, kan de zinnen verzetten.
Natuurlijk, een groot deel van de mensen komt terug en sluit zich weer aan,
maar een ander deel doet dat niet of met reserve. Zelfs een kleine terugloop
kan een nekslag betekenen voor organisaties die toch al tekorten van leden
of vrijwilligers hadden.
24 Interview Mirthe Biemans, uitgevoerd door David van Gelder.
25 Linders, L. (2010) De betekenis van nabijheid. Nijmegen: Sdu.
26 Bochove, M. van en E. Snel (2020) Solidariteit: hulp geven en ontvangen. In: Engbersen et al.
27 Nu.nl (2020) Sportscholen verliezen een derde van leden. Online:
https://www.nu.nl/economie/6060439/sportscholen-verliezen-een-derde-van-leden-zijn-pas-weer-
gezond-in-2021.html'
Tabel 1. Initiatieven Wij Amsterdam geregistreerd per 26 mei 2020. Bron: Gemeente Amsterdam (2020) Rapportage Wij Amsterdam week 8
Centrum
Nie uw-
West
Noord Oost West Zuid Zuidoost
Landelijk
Diensten aan huis (horeca en
bezorgen)
02 7 2 5 2 1 17 541
Eenzaamheid en kwetsbare
groepen
111 11 611 9 6 37 18 110
In de buurt en burenhulp 713 410 12 7 2 22 885
Zorg 10 0 0 1 0 0 10 618
Onderwijs 01 0 0 3 0 3 7 10 24
Technologie en online tools 000000 1 7 6 14
Thuisvermaak 01 0 2 2 1 2 19 18 45
Sport en bewegen 153316 0 26 853
Werk en ondernemers 2000 0 0 1 8 7 18
Overig 0 7 0 2 0 2 0 19 232
Totaal 12 40 25 25 35 27 16 172 88 440
Totaal per 1000 inwoners 0.14 0.26 0.26 0.18 0.24 0.19 0.18 0.20
Verhalen over de stad en het virus
In het bovenstaande heb ik een aantal ontwikkelingen geschetst, nu wil ik
nadrukkelijker de vraag stellen hoe we die kunnen duiden en er richting aan
kunnen geven. Een eerste observatie is dat de magie van eensgezindheid is
vervlogen. Waar in bijvoorbeeld de Verenigde Staten de werkloosheid
explodeerde en corona politieke scheidslijnen accentueerde, was in Nederland het
motto “samen tegen corona” aanvankelijk geloofwaardig. Inmiddels heeft dit
verhaal echter aan relevantie en overtuigingskracht verloren. De gezamenlijke
beleving heeft plaatsgemaakt voor fragmentatie: sommigen willen en kunnen hun
oude leven hervatten, anderen zijn terughoudend, angstig vanwege het virus of
nog in afwachting van de uitgestelde economische dreun. De gezamenlijke
planbureaus (CPB, PBL en SCP) constateren terecht dat het “nieuwe normaal” van
de “1,5-metersamenleving” geen wenkend perspectief biedt.28
Welke andere verhalen zijn voor handen voor Amsterdam? Enerzijds is er de hoop
dat “de triomf van de stad” sinds een aantal jaar uitgeroepen door beleidsmakers,
commentatoren en stadsbestuurders en internationaal uitgedragen door Ed
Glaeser’s met zijn Triumph of the City29slechts tijdelijk is opgeschort. We weten
dat sinds het uitbreken van de crisis de bevolking van Amsterdam krimpt, vooral
door een vertrekoverschot van internationale inwoners als expats en
uitwisselingsstudenten. Dit is onmiskenbaar een trendbreuk30 maar er is alle reden
om aan te nemen dat de stad glans zal herwinnen met het herstellen van
internationale verkeersstromen en dat de toestroom van talent, bezoekers en
investeringen weer op gang zal komen naarmate de restricties worden versoepeld.
Veel van de gegevens die ik boven heb gepresenteerd suggereren dat vooral hoog
opgeleide Amsterdammers met goed gemoed hun stadse leven willen hervatten.
De terrassen wachten. Maar los van de vraag of dit triomfalistische perspectief reëel
is, is het de vraag of het aanlokkelijk is. De “triomf van de stad” gaf altijd al een
onvolledig en gekleurd (of misschien juist: wit) perspectief op de stad. Het was
nooit een verhaal over Nieuw West of Zuidoost, over ouderen, eenzaamheid,
uitsluiting of verdringing. Terug naar de “triomf van de stad” betekent dan terug
naar oververhitting van de woningmarkt, spanningen tussen toeristen en bewoners
en ongelijkheden tussen een kosmopolitische klasse en een lokaal gebonden
precariaat.
Anderzijds is er het beklemmende vooruitzicht van de “hypochondrische stad.”31
Eerst ontstaat sociale verwijdering door smetvrees, vervolgens ongelijkheid en
armoede door een ongekende economische recessie. Voor veel Amsterdammers
28 SCP, PBL, CPB (2020) Aandachtspunten voor een herstelbeleid Briefadvies Covid-19 Overleg
Planbureaus
29 Glaeser, E. (2011) Triumph of the City. New York: Picador.
30 Couzy, M. (2020) Trendbreuk: bevolking Amsterdam krimpt sinds uitbraak corona, Het Parool.
Online: https://www.parool.nl/amsterdam/trendbreuk-bevolking-amsterdam-krimpt-sinds-uitbraak-
corona~b89e7f05/
31 Hospers, G-J en P. Renooy (2020) De hypochondrische stad. Online:
https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/de-hypochondrische-stad/
waren de stille straten niet een verademing of curiositeit maar een voorbode van
een nieuwe normaliteit van angst en onzekerheid. Wenselijk is het vooruitzicht van
de hypochondrische stad in ieder geval niet, reëel is het tot op zekere hoogte. Niet
de hele stad is kwetsbaar maar veel stadsbewoners wel. Ze zijn angstig voor het
virus, hebben weinig vertrouwen in anderen of de overheid en hebben zware
economische tijden in het vooruitzicht. Toch is ook de diagnose van hypochondrie
niet volledig en op punten onjuist. Een eerste probleem is het begrip:
hypochonders beelden zich in dat ze ernstige ziektes hebben terwijl er feitelijk
weinig aan de hand is. Dat zal opgaan voor een deel van de angstige
stadsbewoners maar een veel groter deel maakt zich terecht zorgen. De diagnose
van hypochondrie miskent ook de onvermoede veerkracht van de stad in de
nasleep van de corona-uitbraak. Amsterdammers schoten elkaar op ongekende
schaal te hulp. Ook de grootschalige protesten tegen racisme en de
coronarestricties passen niet in het beeld van angstige berusting. De stad heeft zich
niet laten gijzelen door corona en koerst nu ook niet onvermijdelijk af op grotere
ongelijkheden en sociale verwijdering.
De toekomst van de stad ligt nooit vast, is altijd open, maar nu is dat voelbaarder.
Als de stad triomfalistisch noch hypochondrisch is of zou moeten willen zijn, wat
dan wel? Opvallend genoeg zijn het normaal gesproken kleurloze instanties die
aandringen op een nieuw verhaal en een nieuwe strategie. De Nederlandsche Bank
bepleit investeringen in woningbouw en verduurzaming. De gezamenlijke
planbureaus (CPB, PBL en SCP) zetten in op investeringen vanuit een breed
welzijnsperspectief:
In de periode vóór het uitbreken van de coronapandemie constateerden de
planbureaus al dat er, naast veel positieve ontwikkelingen in de brede
welvaart, met name negatieve ontwikkelingen op het terrein van wonen,
sociale samenhang en milieu (in het ‘hier en nu’), economisch en natuurlijk
kapitaal (‘later’) en milieu en grondstoffen (‘elders’) aan de orde zijn. … Deze
crisis lijkt een moment om reeds in gang gezette veranderingen te
versnellen, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in de zorg, het onderwijs en
ten aanzien van meer duurzaamheid. Schonere lucht, een stillere
leefomgeving, digitaal werken, verminderde drukte, de herwaardering van
publieke diensten, dit alles geeft een doorkijk naar mogelijke alternatieven.32
Wat de planbureaus hier voorstellen is niet een herstel maar een heroriëntatie en
correctie.33 Economie en samenleving moeten en kunnen niet teruggebouwd
worden maar moeten opnieuw opgebouwd. Een wederopbouw.
In de marge van het publieke debat hebben Amsterdamse stadsbestuurders zich
bekend tot bestuursfilosofieën die goed aansluiten op dit verhaal. Een voorbeeld is
het municipalisme: een bestuursfilosofie die de invloed van internationaal kapitaal
32 Ibid. Pagina’s 2, 4.
33 Ghorashi, H. (2020) Corona toont ons de grenzen van het normale. Sociale Vraagstukken. Online:
https://www.socialevraagstukken.nl/corona-toont-ons-de-grenzen-van-het-normale/
wil terugdringen door de stad onder democratische controle te brengen.34 Een
ander voorbeeld is Raworth’s ‘donuteconomie’ die economische groei ecologisch
wil begrenzen en ten dienste wil stellen aan de bevolking.35 Centraal in beide
bestuursfilosofieën staat het idee dat de lokale democratie terrein moet herwinnen
op de markt, en dan vooral op het internationaal kapitaal.
Het stil vallen van het toerisme biedt een onverwachte kans om deze ideeën in de
praktijk te brengen. De centrale boodschap, ook uitgedragen door de
burgemeester, is: we willen de binnenstad teruggeven aan de Amsterdammer.36
We moeten even op ons laten inwerken dat dit veronderstelt dat de binnenstad de
Amsterdammers ontnomen is: een pijnlijke constatering. Met de kennis van nu
komen alle maatregelen tegen het massatoerisme van voor de coronacrisis
halfslachtig over. Kijkend naar een grafiek over het aantal hotelgasten krijgt “flatten
the curve(of “crush the curve”) een andere betekenis (zie Figuur 4). Het toerisme
maakt onderdeel uit van een breder proces waarbij de woningmarkt steeds meer
losgekoppeld raakt van de lokale economie en samenleving. Huizenprijzen stegen
tot grote hoogte in heel Nederland maar nog meer in Amsterdam (Figuur 5).
Figuur 4. Hotelgasten in Amsterdam, 1904-2019
34 Pels, D. (2019) Stad zonder vrees, De Groene. Online: https://www.groene.nl/artikel/stad-zonder-
vrees
35 Boffey, D. (2020) Amsterdam to embrace 'doughnut' model to mend post-coronavirus economy,
The Guardian. Online: https://www.theguardian.com/world/2020/apr/08/amsterdam-doughnut-
model-mend-post-coronavirus-economy
36 Couzy, M. (2020) Amsterdam wil binnenstad teruggeven aan Amsterdammers, Het Parool. On-
line: https://www.parool.nl/amsterdam/amsterdam-wil-binnenstad-teruggeven-aan-
amsterdammers~b19ee2c5/
Figuur 5. Prijzen van koopwoningen in de vier grote steden en Nederland.37
Het massatoerisme verstoort de sociale verbanden van buurten, ontwricht de
woningmarkt, tekent de stad.38 Juist de meest centrale en betekenisvolle plekken
de Dam, de grachten, de musea worden ontkoppeld van de rest van de stad. Als
de gemeentelijke overheid erin slaagt om invulling te geven aan het streven om de
binnenstad terug te geven aan de Amsterdammers, zal dat verregaande gevolgen
hebben, en niet alleen voor de binnenstad. Centraal-stedelijke gebieden zijn bij
uitstek de plekken waar mensen uit de hele stad elkaar treffen in winkels of horeca
maar door de overweldigende aanwezigheid van toeristen stonden die functies
sterk onder druk. Als Amsterdammers weer hun weg vinden naar de binnenstad
wordt dat weer knooppunt en hart van de stad. Dankzij een volksinitiatief
Amsterdam heeft een Keuze” – staan nu voor het eerst fundamentele maatregelen
tegen massatoerisme op de agenda.
Het teruggeven van de binnenstad aan de Amsterdammers biedt een wenkend
perspectief: we vieren de bevrijding van het massatoerisme. De grote groep
Amsterdamse twintigers en dertigers die waren verstoken van ontmoetingen en
vertier zien niet alleen een terugkeer maar de normaliteit maar de ruimte wordt
voor hen opnieuw ingericht. Die ruimte krijgt een specifieke vorm, namelijk die van
het terras. Toen Amsterdammers werd gevraagd om plannen in te dienen voor de
1,5-meter-samenleving, waren het vooral horecaondernemers die reageerden: 981
37 Ten Teije, S. (2020) Koopwoning Amsterdam voor het eerst gemiddeld boven half miljoen euro,
Het Parool. On-line: https://www.parool.nl/amsterdam/koopwoning-amsterdam-voor-het-eerst-
gemiddeld-boven-half-miljoen-euro~b0250089/
38 Pinkster, F.M. en W.R. Boterman (2017) When the spell is broken: gentrification, urban tourism and
privileged discontent in the Amsterdam canal district, Cultural Geographies 24(3): 457-472.
van de 1132 aanvragen waren verzoeken tot het inrichten of uitbreiden van
terrassen.39
Hoe aansprekend dit verhaal “na corona hernemen Amsterdammers de
binnenstad” ook is, het appelleert aan specifieke groepen en belangen: die van
de overwegend gezonde en gegoede Amsterdammers die graag op een terras
zitten en de horecaondernemers waarbij zij bestellen. Dat roept een paar vragen
op.
De eerste vraag is of het mogelijk is een bredere invulling te geven aan het
“teruggeven van de binnenstad aan de Amsterdammer.” Al jaren beschrijven
auteurs de opkomst van een monocultuur in snel gentrificerende buurten buiten
het centrum waar de bevolking divers is maar de terrasbezoekers homogeen.40 Het
risico bestaat dat de binnenstad de ene monocultuur, namelijk die van het
massatoerisme, inruilt voor de andere, namelijk die van de gentrifiers. Kunnen ook
Amsterdammers die niet de behoefte of mogelijkheden hebben om op terrassen te
vertoeven profiteren van de bevrijding van het massatoerisme? Nu is de tijd om na
te denken wat voor evenementen de binding van diverse groepen divers qua
levensfase, inkomen, levensstijl, achtergrond, lichamelijke gesteldheid met de
stad kunnen vergroten.41 Tot enkele jaren geleden organiseerde de Gemeente een
straatvoetbaltoernooi waarbij de finale werd gespeeld op de Dam. Een schijnbaar
klein voorbeeld maar het illustreert hoe de binnenstad in ieder geval voor een
moment ruimte biedt aan jongeren voor wie doorgaans weinig in de stad is te
vinden. Een ander voorbeeld zijn de boekenmarkten die ook een publiek trokken
dat doorgaans niet in de binnenstad was te vinden.
De tweede vraag is wat de stad te bieden heeft aan groepen en gebieden die in de
eerste plaats al niet leden onder de toestroom van toeristen maar die wel gebukt
gingen onder een opeenstapeling van andere problemen. Anders gezegd: we
hebben al een verhaal voor het centrum maar is er ook een verhaal voor de
periferie? Zoals boven aangegeven zijn die perifere groepengrofweg de groepen
onder modaal, buiten de ring of met een zwak gestel harder geraakt door corona,
zowel mentaal als materieel. Bij aanvang van de restricties namen ook deze
gebieden en onder deze groepen het vertrouwen en de betrokkenheid sterk toe
maar ook werden kwetsbaarheden zichtbaar.
Uit stadsgesprekken die wethouder Rutger Groot Wassink voerde met deelnemers
van het Amsterdamse middenveld bleek dat sommige groepen moeizaam bereikt
39 AT5 (2020) Gemeente ontvangt bijna duizend aanvragen voor groter terras. Online:
https://www.at5.nl/artikelen/202740/gemeente-ontvangt-bijna-duizend-aanvragen-voor-groter-
terras.
40 Bijvoorbeeld: Slager, S. (2016) Help, de hipsters nemen mijn buurt over. Trouw. On-line:
https://www.trouw.nl/nieuws/help-de-hipsters-nemen-mijn-buurt-over
41 Met ‘divers’ bedoel ik dus niet ‘etnisch divers,’ al hangt etniciteit uiteraard wel samen met de
dimensies die ik hier noem.
werden.42 Na het invoeren van de maatregelen was de gemeentelijke overheid een
tijd alleen zichtbaar in de gedaante van handhavers en de coronabus. De
gemeente probeerde ook contact te leggen via intermediairs in het middenveld
maar dat verliep moeizaam. In de woorden van ambtenaren van de gemeente was
er in de crisisperiode een samenspel van “formeel en informeel” maar organisaties
in het Amsterdamse middenveld hadden vooral het idee dat ze op eigen initiatief
moesten improviseren. Het beeld dat opkomt is dat van een lokale overheid op
afstand: wie niet de nationale media volgde of geloofde werd niet goed bereikt.
Wellicht zien we hier het perverse neveneffect van beleid dat was gericht om
efficiëntie maar tegelijk banden met het middenveld ondergroef: de stadsdelen zijn
opgeheven, ambtenaren rouleren snel, aanbestedingsprocedures hebben de
binding van jongeren- en welzijnswerk met buurten verminderd, buurtcentra zijn
gesloten of afgeslankt. Binnen die constellatie kunnen nog steeds initiatieven
ontstaan maar de verbindingen zijn vluchtiger en zwakker, vooral met groepen die
zich niet thuis voelen in de bureaucratische of creatieve participatietrajecten zoals
de gemeente die uitzet. Er is dus alle reden om corona te zien als stresstest: welke
netwerken konden worden geactiveerd, hoe liepen informatiestromen? En, net zo
belangrijk, waar waren er juist geen verbindingen? De antwoorden op die vragen
bepalen waar de komende tijd een opgave ligt.
Waar in de periode na de uitbraak van corona maatschappelijke initiatieven een
centrale rol speelden, zal de overheid een dragende rol moeten spelen bij het
opbouwen van de stad in en na een diepe recessie. In hoeverre de Gemeente die
rol kan vervullen hangt uiteraard af van de beschikbare middelen. Anders dan het
Rijk moet de begroting van de Gemeente sluitend zijn, waardoor grootschalige
steunpakketten zijn uitgesloten.43 De nationale overheid zou wel gericht kunnen
investeren om verduurzaming, lokalisering en gelijkheid te bevorderen maar kiest
daar nog niet voor: de steunpakketten zijn tot nu toe vooral bedoeld om inkomens-
en omzetverlies als gevolg van de restricties te compenseren.
De middelen voor een wederopbouw ontbreken vooralsnog maar de contouren
van een programma tekenen zich wel af. Zoals gezegd pleiten DNB, CPB, PBL en
SCP voor meer investeringen in duurzaamheid, onderwijs en woningbouw. Het
manifest van 15 burgemeesters geeft een lokale invulling aan die ambitie: investeer
de gebieden die er al het slechtst aan toe waren en nu het hardst worden geraakt.44
De wederopbouw na corona en in tijden van recessie moet inderdaad grotendeels
gestalte krijgen op lokaal niveau, in het bijzonder in de wijken die het hardst zijn
geraakt. Dit biedt niet alleen de mogelijkheid om de aanpak af te stemmen op de
42 Ik woonde eind juni 2020 één gesprek bij en baseer me verder op impressies van ambtenaren.
43Municipal bonds,’ oftewel gemeentelijke obligaties, kunnen mogelijk een oplossing bieden, maar
zijn uiteraard niet zonder risico’s.
44 Halsema, F. et al. (2020) Kom op voor de meest kwetsbare gebieden. Urgente oproep 15
burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling tegen te gaan. Online:
https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2020/06/Manifest-kwetsbare-
gebieden.pdf
lokale situatie en arbeidsmarkt maar ook om bewoners bij de aanpak te. Uit het
voorgaande blijkt dat angst en zorgen zich samenballen in perifere gebieden en bij
kwetsbare groepen maar ook dat vertrouwen toenam en initiatieven genomen
werden toen dat nodig was. Dat is een aansporing om niet de fout te herhalen om
de bewoners van deze wijken als probleem te zien. Tijdens het stedelijke
vernieuwingsbeleid zoals dat gevoerd werd tussen 1997 en 2008 was het
belangrijkste doel om met ingrepen in de woningvoorraad (minder sociale huur en
meer koop) de bewonerssamenstelling van wijken te veranderen (hogere inkomens
en meer autochtonen). Gezien het wantrouwen ten aanzien van de zittende
bevolking dat hieruit spreekt, is het misschien niet verbazingwekkend dat een
evaluatie van het SCP vond dat de buurtinzet van bewoners sterk terugliep door de
beleidsinterventies.45
Laat de wederopbouw na corona wel democratiserend werken. Dat kan vooral door
bij alle maatregelen die nu worden genomen niet alleen oog te hebben voor het
primaire, beoogde effect (zoals bijvoorbeeld het inhalen van
onderwijsachterstanden of het vinden van een baan) maar ook voor secundaire
effecten voor netwerken en gemeenschappen. Zoals het indammen van het virus
niet alleen een medische zaak was, zo is het opnieuw opstarten en weer opbouwen
van de stad ook niet alleen een economische taak. Een paar voorbeelden.
Ten eerste kunnen bewoners een grote rol spelen bij investeringen in onderwijs. In
dit verband biedt de Kinderfaculteit Pendrecht uit Rotterdam een inspirerend
voorbeeld. Met financiering van de charitatieve stichting Verre Bergen leidt de
bewonersorganisatie Vitaal Pendrecht een grootschalig programma van extra-
curriculaire activiteiten, inclusief sportaanbod, zondagscolleges, cursussen (in
onderwerpen variërend van ICT tot musicals) en high dosage tutoring.46 Terwijl
professionals verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijsprogramma, spelen
ouders en bewoners een centrale rol, waardoor het versterken van sociale relaties
en bevorderen van individuele competenties elkaar versterken.
Ten tweede kan Amsterdam inzetten op het benutten van de kwaliteiten van
bewoners die door de recessie (tijdelijk) geen inkomen hebben. De effectiviteit van
arbeidsmarktbeleid wordt doorgaans gemeten aan de hand van de kans dat
iemand weer werk vindt of een opleiding gaat volgen. Dat is nog steeds een
relevant criterium maar nu de werkloosheid dreigt op te lopen, vooral in kwetsbare
gebieden, is het ook zaak om werklozen die iets willen doen voor en in hun
omgeving niet te ontmoedigen. Tijdens de vorige crisis die in de nasleep van de
financiële ineenstorting van 2008 was er een toevloed aan vrijwilligers door het
45 SCP (2013) Werk aan de Wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid. Den
Haag: SCP. Pagina 15.
46 High dosage tutoring is een kostbare interventie maar levert ook veel op, zowel in termen van
studiesucces als sociaal-emotionele ontwikkeling. Volgens Amerikaanse berekeningen betalen
investeringen in high dosage tutoring zich ruimschoots terug. Zie: Paulle, B., de Ree, J. en Kielman,
A. (2019) High Dosage Tutoring: een remedie tegen kansenongelijkheid in Amsterdam? In H. van de
Werfhorst, en E. van Hest (red) Gelijke kansen in de stad (blz. 82-96). Amsterdam: Amsterdam
University Press.
terugvallen van de werkgelegenheid. Ook nu ligt een scherpe stijging van de
werkloosheid in het vooruitzicht. De Amsterdamse experimenten om mensen die
afhankelijk zijn van een uitkering meer bewegingsvrijheid te geven bieden een
goede oefening.
Ten derde kan Amsterdam nagaan hoe de veerkracht van bewoners en
professionals ook na de crisis gebruikt kan worden. Doordat de verwerking van
hulpvragen, bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg, de
schuldhulpverlening of de WMO, zo goed als stil kwam te liggen, waren mensen op
zichzelf teruggeworpen. Er ligt een stuwmeer van hulpaanvragen. Toch blijken
cliënten en patiënten vaak minder reddeloos dan gedacht. Ed van Hoorn, activist in
de ggz-cliëntenbeweging, ziet dat het wegvallen van hulptrajecten en kaders niet
alleen beangstigend is:
Sommige mensen blijken onvermoede krachten in zichzelf te vinden, breken
door hun rolvernauwing heen door anderen te helpen, of ordenen hun leven
opnieuw.... Het psychische probleem trekt zich kennelijk terug want er zijn
belangrijkere dingen aan de orde. Men herwint autonomie. Het zou ook
kunnen zijn dat het virus een nieuwe gezamenlijkheid schept waarin we voor
even allemaal gelijk zijn. En de ggz-cliënt voelt zich bij die gelijkheid zeer
wel. Laten we hopen dat dat zo blijft.47
Dit is een waarschuwing aan professionals en beleidsmakers om niet in oude
routines te vervallen. Omgekeerd zijn er onder hoge tijdsdruk werkwijzen ontstaan
die juist wel het behouden waard zijn. Een coördinator van de daklozenopvang
vertelde me dat hij zich bevrijd voelde tijdens de coronacrisis. Door een gevoel van
urgentie en het wegevallen van bureaucratische routines kon zijn team functioneren
als bevlogen actiegroep in plaats van ambtelijke eenheid.
Conclusie
De coronacrisis dwingt de stad tot reflectie: willen we terugkeren naar de
normaliteit van voor corona? Die vraag wordt nu toegespitst op het massatoerisme
in de binnenstad. Voorstanders en tegenstanders komen ruimschoots aan het
woord in het publieke debat en worden gehoord door politici. Maar ook buiten het
centrum speelt de vraag hoe Amsterdam terug kan komen na de coronacrisis. Over
die vraag wordt niet op het scherp van de snede gediscussieerd terwijl er wel veel
op het spel staat. Aan de ene kant is er het vooruitzicht van stijgende werkloosheid
en blijvende kwetsbaarheid. De problemen van voor de crisis zijn niet opgelost,
maar zelfs verergerd. Aan de andere kant heeft de stad een onvermoede veerkracht
en ongekende zorgzaamheid aan de dag gelegd. Bewoners, professionals en
ondernemers gaven thuis toen werd gevraagd om hun bijdrage en inzet. Waar op
basis van theoretische modellen werd verwacht dat veel mensen apathisch of
cynisch zouden reageren, was het gezamenlijk terugdringen van het virus een
47 Hoorn, E. (2020) Ggz-cliënten lijken wel te varen bij coronacrisis, Sociale Vraagstukken. Online:
https://www.socialevraagstukken.nl/ggz-clienten-lijken-wel-te-varen-bij-coronacrisis/
oefening in democratisering en samenwerking. Om te voorkomen dat de nasleep
van corona en het begin van een economische recessie Amsterdam verder
ontwrichten zijn grootse plannen en ingrijpende maatregelen nodig, juist in de
gebieden en voor de groepen die tot nu toe buiten beeld blijven. “Samen voor de
wederopbouw van Amsterdam” is misschien niet zo aansprekend als “samen tegen
corona” maar het is wel de opgave waar we voor staan.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Werk aan de Wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid. Den Haag: SCP
SCP (2013) Werk aan de Wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het krachtwijkenbeleid. Den Haag: SCP. Pagina 15.
High Dosage Tutoring: een remedie tegen kansenongelijkheid in Amsterdam? In H. van de Werfhorst, en E. van Hest (red) Gelijke kansen in de stad
  • B De Ree
  • J En Kielman
High dosage tutoring is een kostbare interventie maar levert ook veel op, zowel in termen van studiesucces als sociaal-emotionele ontwikkeling. Volgens Amerikaanse berekeningen betalen investeringen in high dosage tutoring zich ruimschoots terug. Zie: Paulle, B., de Ree, J. en Kielman, A. (2019) High Dosage Tutoring: een remedie tegen kansenongelijkheid in Amsterdam? In H. van de Werfhorst, en E. van Hest (red) Gelijke kansen in de stad (blz. 82-96). Amsterdam: Amsterdam University Press.