ArticlePDF Available

De spinnenfauna van enkele rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 4, drie jaar bemonsteringen in het Natuurreservaat

Authors:

Abstract and Figures

103 species of spiders were collected during 3 years continuous sampling with pitfall traps of 2 heathland patches in Nature Reserve Zevenkerken southwest of Bruges. Several rare and interesting species were discovered and discussed. Besides a large amount of species characteristic for forest and shrubs also an important part of the spider fauna in these heathlands consist of species characteristic for dry, oligotrophic grasslands. Also some species of heathland and dunes were found. 12 species are mentioned as threatened on the Red list of spiders of Flanders. Six species are catalogued as endangered, six as vulnerable. Restoration of heathland in Zevenkerken and Bruges in general in the context of spider-and insect-friendly management are discussed.
Content may be subject to copyright.
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 167
De spinnenfauna van enkele rode dopheidegebieden nabij
Brugge: Deel 4, drie jaar bemonsteringen in het Natuurreservaat
Zevenkerken in 2014-2015-2016
Wouter Dekoninck*, Cato Dekker**, Marc Van Kerckvoorde***, Lut Van Nieuwenhuyse**** &
Léon Baert*
* Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Vautierstraat 29, B-1000 Brussel, België
** HAS Hogeschool, Spoorstraat 62, 5911 KJ Venlo, Nederland
*** Vennestraat 6, B-9051 Sint-Denijs-Westrem, België
**** Monterreystraat 43, B-9000 Gent, België
Abstract
103 species of spiders were collected during 3 years continuous sampling with pitfall traps of 2 heathland patches in
Nature Reserve Zevenkerken south-west of Bruges. Several rare and interesting species were discovered and discussed.
Besides a large amount of species characteristic for forest and shrubs also an important part of the spider fauna in these
heathlands consist of species characteristic for dry, oligotrophic grasslands. Also some species of heathland and dunes
were found. 12 species are mentioned as threatened on the Red list of spiders of Flanders. Six species are catalogued as
endangered, six as vulnerable. Restoration of heathland in Zevenkerken and Bruges in general in the context of spider-
and insect-friendly management are discussed.
Keywords: Araneae, Erica cinerea, Calluna vulgaris, heideherstel, beheer
Samenvatting
Tijdens een jaarrond bemonstering met bodemvallen in twee heidegebieden in Natuurreservaat Zevenkerken ten
zuidwesten van Brugge werden gedurende 3 jaar 103 soorten spinnen verzameld. Er werden enkele zeldzame en
bijzondere spinnensoorten gevonden, die we hier bespreken. Naast een aanzienlijk deel soorten, karakteristiek voor
bossen en struweel, werden heel wat soorten van droge schrale graslanden en enkele soorten voor duin en heide
gevonden. Twaalf soorten komen voor op de Rode Lijst voor Vlaanderen waarvan er zes als bedreigd en zes als zeldzaam
staan vermeld. Enkele suggesties voor heideherstel en een spinnen- en insectenvriendelijk beheer in Zevenkerken en
Brugse heidegebieden worden aangehaald.
Résumé
Durant un échantillonnage d’une durée de 3 ans, à l’aide de pièges au sol, réalisé dans deux réserves naturelles à
Zevenkerken, situées au sud-ouest de Bruges, 103 espèces d’araignées ont été capturées. Quelques espèces
intéressantes et spéciales sont discutées. A côté d’un grand nombre d’espèces typiques pour les forêts, beaucoup
d’espèces caractéristiques de prairies sèches et arides ont été trouvées ainsi que quelques espèces vivant dans les
dunes et les bruyères. 12 espèces sont citées dans la Liste Rouge pour la Flandre, dont 6 sont menacées et 6 très rares.
Quelques suggestions pour le rétablissement de bruyères et pour une gestion positive pour les populations
d’araignées et d’insectes sont données pour Zevenkerken et pour les bruyères brugeoises.
Inleiding
Tijdens de periode 2014-2017 werden ten westen van Brugge meerdere heidegebieden, gedomineerd door
rode dopheide-en struikheidevegetatie, bemonsterd met bodemvallen. Er werden heel wat soorten spinnen
gevonden (zie o.a. DEKONINCK et al., 2018a; 2019a;b;c). Uit deze eerste spinneninventarissen bleek dat er
vooral soorten van droge schrale graslanden, duinen en heide werden gevonden. Opvallend was dat,
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 168
niettegenstaande de meeste van deze heidegebieden in een mozaïek van bosbestanden liggen, er relatief
weinig spinnensoorten karakteristiek voor bossen voorkomen. Deze echte bossoorten blijken dus zelden te
foerageren in de open stukken heide die omgeven zijn door bos. Vanaf april 2014 tot en met maart 2017
werden twee sites in Natuurreservaat Zevenkerken (Sint-Andries, Brugge) continu met drie bodemvallen
bemonsterd. De spinnen die tijdens het eerste jaar van deze bemonstering werden gevonden, werden reeds
gepubliceerd in DEKONINCK et al., 2018a.
Naast een rijke spinnenfauna bleken reeds ook andere interessante insecten voor te komen in dit reservaat.
In de site werden meerdere exemplaren van de zeldzame bijensoort Lasioglossum majus, de Grote
bandgroefbij gevonden (pers. Med. A. Pauly), werd de Sneeuwvlo Boreus hyemalis ontdekt (DEKONINCK et al.,
2015), werd een nieuwe soort duizendpoot voor België ontdekt: Geophilus easoni Arthur et al., 2011 (LOCK
et al., 2017) en kwam een interessante roofvliegenfauna voor (DEKONINCK et al., 2018b).
We presenteren hier de resultaten van de spinnen ingezameld gedurende 3 jaar bemonstering in het
reservaat Zevenkerken in twee sites, nl site ZP, een oud stuk heide met een in de winter van 2013-2014
afgegraven poel ter hoogte van de parking voor het reservaat aan de Diksmuidse Heerweg, en site ZK, een
stuk verboste heide dat werd afgegraven in de winter van 2013-2014 tijdens een LIFE-project. Deze laatste
site was bij aanvang van de bemonstering in volle ontwikkeling van kaal zand naar struisgras en later ook
rode dopheide en struikheide (Figuren 1 en 2).
Materiaal en methode
Studiegebied
Tijdens een zoektocht naar de aanwezigheid van een karakteristieke heide-entomofauna in enkele rode
dopheidegebieden in het Brugse, wordt sinds 2014 bemonsterd met bodemvallen. Van 4 april 2014 tot 31
maart 2017 werden twee heidestations in het Reservaat Zevenkerken onder de loep genomen (Figuren 1 en
2).
Het eerste station (ZP) te Zevenkerken Heidereservaat is gelegen ter hoogte van de parking voor het
reservaat aan de Diksmuidse Heerweg en daar was er gedurende de eerste 2 jaar van de bemonstering,
seizoensbegrazing met Castlemilk Moorit schapen. In de winter van 2013-2014 werd de poel daar uitgediept
(zie figuur 2C). De dominante vegetatie was er struikheide met hier en daar fragmenten rode Dopheide
(ES1067, N 51°9'10.32" E 3°9'2.24").
Het tweede station (ZK) is een verboste heide waar tijdens de winter 2013-2014 dankzij een LIFE-project
grote delen werden afgegraven en er kaal zand vrij kwam te liggen. Enkele plekken met open struikheide
werden niet afgegraven. In die plekken was de dominante vegetatie struikheide en struisgras. Tijdens de
eerste twee jaar van de bemonstering was er seizoensbegrazing met Castlemilk Moorit schapen (ES1067, N
51°9'10.32" E 3°9'2.24").
Bemonstering
Insecten en spinnen inventariseren met bodemvallen laat toe om op een gestandaardiseerde en objectieve
manier nagenoeg 90 % van de op de bodem rondlopende entomofauna te verzamelen. Vooral groepen als
spinnen, loopkevers en mieren worden reeds heel lang op een dergelijke manier in Vlaanderen bemonsterd.
Per site werden drie bodemvallen geïnstalleerd op ongeveer 5 m van elkaar op een rechte lijn. De
bodemvallen werden met een 3.5% formaldehyde oplossing gevuld. Er werd een klein beetje detergent aan
de oplossing toegevoegd om de oppervlaktespanning ter verlagen zodat o.a. spinnen niet in staat zouden zijn
over het wateroppervlak te lopen en te ontsnappen. De vallen werden om de twee weken geledigd.
We groepeerden de resultaten van de bemonstering hier per jaar met ZP1 en ZK1 het eerste jaar
bemonstering van die site (4 april 2014 tot en met 17 april 2015), ZP2 en ZK2 het tweede jaar bemonstering
(17 april 2015 tot en met 15 april 2016) en ZP3 en ZK3 het derde jaar bemonstering (16 april 2016 tot en met
31 maart 2017). Alle specimens werden ondergebracht in de collecties van het KBIN.
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 169
Figuur 1: Situering van het Heidereservaat te Zevenkerken (Sint-Andries) ten zuidwesten van Brugge.
Figuur 2: Station ZP (A) en Station ZK (B) bij aanvang van de bemonstering en na de LIFE-werken. C is de poel aan de
rand van station ZP waarvan de oevers ook werden afgegraven.
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 170
Figuur 3: Overzicht van de twee bemonsterde sites in heidereservaat Zevenkerken. ZP1en ZK1 zijn de sites tijdens het
eerste jaar bemonstering van die site (4 april 2014 tot en met 17 april 2015), ZP2 en ZK2 tijdens het tweede jaar
bemonstering (17 april 2015 tot en met 15 april 2016) en ZP3 en ZK3 tijdens het derde jaar bemonstering (16 april 2016
tot en met 31 maart 2017).
Resultaten
Algemene resultaten
In totaal werden verspreid over de 3 jaar op de twee sites samen 103 verschillende soorten spinnen en 4101
individuen gevonden. In station ZP werden 88 soorten en 2413 individuen ingezameld en in ZK vonden we
72 soorten en 1688 individuen. Het aantal spinnensoorten per site nam af, voor het afgegraven stuk ZK, van
55 soorten in het eerste jaar naar 51 in het tweede jaar en 41 het derde jaar. Voor het heidestuk ter hoogte
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 171
van de parking langs de Diksmuidse Heerweg, station ZP nam het aantal soorten spinnen ook af van 63 in het
eerste jaar naar 57 in het tweede jaar en 51 in het derde jaar.
Het aantal spinnen dat werd ingezameld nam af in het afgegraven deel station ZK. Het eerste jaar werden er
685 spinnen, het tweede jaar 518 en het derde jaar 485 spinnen gevonden. In station ZP echter werden in
het tweede jaar meer spinnen gevonden dan het eerste en laatste jaar nl: 1029 ten opzicht van respectievelijk
764 en 620. Dit was vooral te wijten aan de hoge aantallen van Centromerita concinna, een soort voor open
droog grasland (ZP1: 181 individuen, ZP2: 385 individuen, ZP3: 66 individuen) en in mindere mate de soort
Alopecosa pulverulenta een heidesoort (ZP1: 102 individuen, ZP2: 187 individuen, ZP3: 137 individuen).
Rode-Lijstsoorten volgens MAELFAIT et al., (1998)
Er werden in totaal twaalf Rode-Lijstsoorten gevonden. Van de twaalf soorten zijn er zes bedreigd: Arctosa
perita (Gewone zandwolfspin), Cheiracanthium virescens (Groene spoorspin), Drassodes pubescens (Harige
muisspin), Hahnia nava (heidekamstaartje), Ozyptila sanctuaria (Bleke bodemkrabspin) en Trachyzelotes
pedestris (Stekelkaakkampoot). Volgens MAELFAIT et al., 1998 hebben al deze soorten een
habitatpreferentie voor droge oligotrofe graslanden (God).
Zes van de twaalf soorten staan als kwetsbaar op de Rode Lijst vermeld. Twee soorten hebben een
habitatvoorkeur voor droge oligotrofe graslanden (God) namelijk Euryopis flavomaculata
(Geelvlekjachtkogelspin) en Phlegra fasciata (Gestreepte springspin). De soort Arctosa leopardus
(Moswolfspin), heeft een voorkeur voor natte oligotrofe graslanden (Gow). Drie kwetsbare soorten hebben
een voorkeur voor droog loofbos: Hahnia helveola (Boskamstaartje), Xerolycosa nemoralis
(Bosrandwolfspin) en Pardosa saltans (Zwarthandboswolfspin).
Verder werden vier soorten gevonden die zeldzaam zijn in Vlaanderen door hun beperkte noordelijke
verspreiding (RG, N): Scotina celans (Bonte bodemzakspin), Pardosa hortensis (Geelarmpje), Pardosa
tenuipes (Veldwolfspin) en Philodromus rufus (Bonte renspin). Dit zijn zuidelijke soorten die sterk in opmars
zijn. Dit zijn strikt gezien geen Rode-Lijstsoorten.
Deze Rode Lijst (voor Vlaanderen) opgesteld in 1998 is, gezien het groot aantal faunistische onderzoeken
uitgevoerd gedurende de laatste 20 jaar in ons land, aan herziening toe. Veel van deze Rode-Lijstsoorten
blijken een grotere verspreiding te tonen dan in 1998 ingeschat.
Veranderingen in aantallen van Rode-Lijstsoorten tijdens 3 jaar bemonsteren
In station ZK nam het aantal Rode-Lijstsoorten af (6, 4, 4) terwijl dat aantal in station ZP nagenoeg gelijk
bleef (7, 6, 7). In station ZK nam het aantal individuen van Rode-Lijstsoorten toe (13, 48, 58), terwijl dit in
Station ZP nagenoeg gelijk bleef (24, 30, 20)
De kwetsbare soort Xerolycosa nemoralis nam toe in station ZK: 4, 42, 46 en nam af in station ZP: 10, 7, 2.
Deze soort werd in hoge aantallen gevonden in het nabijgelegen heidegebied Ter Heyde tijdens de
bemonstering van 2016-2017 (in totaal 622 individuen). Deze soort komt voor in alle tot nu toe
bemonsterde heidegebieden in het Brugse en is vermoedelijk een veel algemenere soort dan haar Rode-
Lijststatus doet vermoeden.
Arctosa perita verscheen het tweede jaar in station ZK (met twee individuen) en nam toe tot 6 individuen in
het derde jaar bemonstering. Deze soort is kenmerkend voor kale zandgrond met zeer schaarse vegetatie,
waar ze een woonhol uitgraaft (LAMBRECHTS et al., 2015). Ook deze Rode-Lijstsoort is een algemene soort in
de Brugse heidegebieden.
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 172
Tabel 1: Overzicht van alle aangetroffen spinnensoorten en individuen per station en per jaar in Zevenkerken alsook
hun eventuele Rode-Lijstcategorie (RL) volgens MAELFAIT et al. (1998), met EN: endangered = bedreigde soort, VU:
vulnerable = kwetsbare soort, IN: indeterminate (not enough data to have an idea of being threatened or not) = Rode-
Lijstcategorie onbepaald, RG: Rare geographically restricted species = zeldzaam door beperkte geografische
verspreiding in Vlaanderen (N northern en S southern limit of their geographical range). Verder staat Fdd (Forest
Decidious Dry) voor droge loofbossen, Fddv (Forest Dry Deciduous Verges) voor randen van droge loofbossen, Fddd
(Forest Decidious Dry with large quantities of dead wood in the litter layer) droge loofbossen met dood hout in de
strooisellaag, God (Grassland Oligotrophic Dry) voor droge voedselarme graslanden, en bij deze categorie b: with
patches of bare ground, t: with grassy tussocks, r: with rough vegetation, en Gowt (Grassland Oligotrophic Wet
Tussocks) voor natte voedselarme graslanden met graspollen.
Species
ZK
1
ZK 2
ZK
3
Totaal
ZK
ZP
1
ZP 2
ZP
3
RL
RL
HAB
Habitat
Agelena labyrinthica
1
1
j
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Agroeca brunnea
4
7
2
13
6
2
2
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Agroeca proxima
4
6
1
11
3
2
6
NT
HEIDE
Agyneta decora
1
1
NT
ONBEPAALD
Agyneta rurestris
29
2
31
2
3
NT
GRASLAND OPEN
Agyneta saxatilis
0
8
NT
GRASLAND OPEN
Alopecosa pulverulenta
98
105
4
207
102
187
137
NT
HEIDE
Arctosa leopardus
0
1
4
VU
Gowt
MOERAS/VEEN
Arctosa perita
2
6
8
EN
Godb
DUIN/HEIDE
Bathyphantes gracilis
12
3
10
25
4
6
4
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Centromerita bicolor
8
3
8
19
1
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Centromerita concinna
90
62
192
344
181
385
66
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Centromerus dilutus
1
1
2
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Centromerus sylvaticus
42
20
4
66
71
6
50
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Ceratinella brevis
1
5
6
1
NT
GRASLAND OPEN
Cercidia prominens
1
1
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Cheiracanthium virescens
0
1
EN
Godt
DUIN HEIDE
Cicurina cicur
1
1
2
4
2
NT
STRUWEEL/BOS
Clubiona diversa
1
1
NT
DUIN/HEIDE
Clubiona neglecta
0
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Cnephalocotes obscurus
1
1
1
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Dicymbium nigrum
1
1
1
3
2
2
1
NT
ONBEPAALD
Diplocephalus picinus
0
1
NT
GRASLAND OPEN
Drassodes cupreus
3
1
1
5
7
5
4
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Drassodes lapidosus
var. macer
0
1
4
NT
STRUWEEL/BOS
Drassodes pubescens
2
1
3
5
6
6
EN
Godt
STRUWEEL/BOS
Enoplognatha thoracica
0
3
3
NT
HEIDE
Episinus angulatus
0
1
NT
DUIN HEIDE
Erigone atra
16
2
24
42
9
2
1
NT
ONBEPAALD
Erigone dentipalpis
191
53
78
322
31
4
7
NT
ONBEPAALD
Ero furcata
0
1
NT
STRUWEEL/BOS
Euophrys frontalis
0
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Euryopis flavomaculata
0
1
VU
Godt
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Evarcha falcata
2
1
1
4
1
NT
BOS HEIDE
Gonatium rubens
1
2
3
4
1
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 173
Gongylidiellum vivum
3
1
4
1
2
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Hahnia helveola
1
1
1
VU
Fddd
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Hahnia montana
2
2
1
4
3
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Hahnia nava
3
3
EN
Godr
DUIN/HEIDE
Hahnia pusilla
3
1
4
IN
X
ONBEPAALD
Haplodrassus signifer
7
2
9
7
1
3
NT
STRUWEEL/BOS
Heliophanus cupreus
2
2
NT
STRUWEEL/BOS
Macrargus rufus
1
1
2
2
2
NT
STRUWEEL/BOS
Mangora acalypha
1
0
1
0
NT
HEIDE
Mermessus trilobatus
3
2
16
21
2
4
1
NEW
#
ONBEPAALD
Metellina mengei
1
1
NT
ONBEPAALD
Micaria pulicaria
1
1
2
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Micrargus herbigradus
1
1
2
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Microlinyphia pusilla
1
1
1
4
NT
GRASLAND OPEN
Microneta viaria
0
2
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Minyriolus pusillus
3
3
3
2
NT
ONBEPAALD
Monocephalus fuscipes
0
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Neon reticulatus
0
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Oedothorax fuscus
1
1
1
3
1
1
NT
ONBEPAALD
Oedothorax retusus
0
1
NT
ONBEPAALD
Ozyptila sanctuaria
4
4
1
5
8
EN
Godt
DUIN
Ozyptila trux
0
3
1
NT
MOERAS/VEEN
Ozyptila westringi
0
1
NEW
MOERAS/VEEN
Pachygnatha clercki
3
1
1
5
1
2
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Pachygnatha degeeri
9
5
2
16
41
11
4
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Palliduphantes ericaeus
2
2
4
2
1
NT
HEIDE
Palliduphantes insignis
2
1
3
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Palliduphantes pallidus
0
1
NT
ONBEPAALD
Pardosa amentata
1
4
3
8
4
15
1
NT
ONBEPAALD
Pardosa hortensis
14
45
20
79
16
13
2
RG
N
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Pardosa nigriceps
0
3
1
NT
HEIDE
Pardosa palustris
2
2
NT
HEIDE
Pardosa pullata
49
49
10
108
40
93
111
NT
ONBEPAALD
Pardosa saltans
0
4
1
VU
Fddv
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Pardosa tenuipes
1
2
3
11
1
RG
N
GRASLAND OPEN
Philodromus rufus
0
1
RG
N
STRUWEEL/BOS
Phlegra fasciata
2
2
4
1
7
1
VU
Godb
DUIN/HEIDE
Phrurolithus festivus
1
1
1
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Piratula hygrophilus
2
2
5
3
4
NT
ONBEPAALD
Piratula latitans
1
1
NT
MOERAS/VEEN
Pisaura mirabilis
0
2
NT
ONBEPAALD
Pocadicnemis juncea
1
1
NT
ONBEPAALD
Pocadicnemis pumila
1
4
5
10
1
1
NT
ONBEPAALD
Prinerigone vagans
1
1
NT
MOERAS/VEEN
Robertus lividus
0
2
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Saaristoa firma
1
1
NT
STRUWEEL/BOS
Salticus zebraneus
0
1
NT
STRUWEEL/BOS
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 174
Scotina celans
0
1
RG
N
ONBEPAALD
Tallusia experta
0
1
NT
ONBEPAALD
Tapinocyba praecox
0
6
NT
ONBEPAALD
Tegenaria picta
1
1
1
NT
HEIDE
Tenuiphantes mengei
8
9
1
18
11
4
8
NT
ONBEPAALD
Tenuiphantes tenuis
11
5
16
5
4
NT
ONBEPAALD
Tetragnatha extensa
0
1
NT
MOERAS/VEEN
Tetragnatha pinicola
0
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Tiso vagans
8
5
13
1
17
4
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Trochosa ruricola
0
2
NT
ONBEPAALD
Trochosa terricola
20
15
8
43
41
76
43
NT
ONBEPAALD
Walckenaeria acuminata
5
9
3
17
27
45
44
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Walckenaeria atrotibialis
3
3
24
9
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Walckenaeria nudipalpis
0
1
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Xerolycosa nemoralis
4
42
46
92
10
7
2
VU
Fddv
HEIDE
Xysticus cristatus
3
8
4
15
15
11
7
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Xysticus kochi
6
6
2
1
NT
STRUWEEL/BOS/STROOISEL
Zelotes pedestris
1
3
4
2
EN
Godt
GRASLAND OPEN
Zelotes pusillus
4
6
8
18
9
51
52
NT
DUIN/HEIDE
Zelotes subterraneus
5
2
7
7
NT
OPEN/MOS/KALK/GRASLAND
Zora spinimana
2
1
3
4
NT
MOERAS/VEEN
Totaal
685
518
485
1688
764
1029
620
De bedreigde soort Ozyptila sanctuaria, verscheen het derde jaar in station ZK (4 individuen) en nam ook
toe in station ZP: 1, 5, 8. De soort werd voordien ook gevonden in beide stations in het heidegebied ter
hoogte van het Kruis der Gefusilleerden (DEKONINCK et al., 2019b), in het nabijgelegen heidegebied Ter
Heyde (DEKONINCK et al., 2019c) en komt waarschijnlijk in de meeste heidegebieden ten westen van Brugge
voor. LAMBRECHTS et al., (2014) meldt dat deze soort steeds frequenter gevangen wordt in Vlaanderen en
vermeldt de soort van het nabijgelegen Vloethemveld waar in 2009 zeven dieren gevangen in twee dicht bij
elkaar gelegen locaties (LAMBRECHTS et al., 2014).
Voorkeurshabitat van de aangetroffen spinnensoorten (naar MAELFAIT et al., 1998 en ROBERTS, 1998)
Met behulp van de publicaties van MAELFAIT et al., (1998) en ROBERTS (1995) werd er voor elke soort een
eenduidige habitatcategorie afgebakend zoals we dat ook al eerder deden bij de bespreking van de
spinnenfauna van enkele Rode dopheidegebieden nabij Brugge (DEKONINCK et al., 2018a; 2019a,b,c). alle
soorten werden in één van de volgende habitatcategorieën ondergebracht: I) duinen, II) duinen en heide,
III) heide, IV) moeras en veen, V) eurytope ‘onbepaalde’ soorten (soorten waarvan de habitatpreferentie
niet eenduidig is bepaald), VI) grasland (open, mos, kalkgrasland), VII) bossen (struweel, strooisel).
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 175
Figuur 4: Habitatpreferentie voor alle spinnensoorten ingezameld in de twee sites in Zevenkerken gedurende de 3 jaar
bemonsteren.
61 % van de aangetroffen soorten bleek een habitatpreferentie te hebben voor struweel/ en of bos,
moeras of geen specifieke habitatvoorkeur te hebben. In tegenstelling tot andere bemonsterde
heidegebieden bleek dat we hier dus relatief weinig soorten van duin, heide of open habitat hebben
gevonden nl 39%.
Figuur 5: Overzicht van het aantal soorten per habitatpreferentie per site voor de drie opeenvolgende jaren van de
bemonstering in Zevenkerken.
Tijdens de drie jaar bemonsteren bleek het aantal soorten van bos en struweel, open grasland, heide alsook
de soorten zonder enige habitatpreferentie af te nemen in beide sites. Het aantal soorten van duinen en
heide nam toe in station ZP.
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 176
Figuur 6: Het aantal individuen per habitatpreferentie per site per jaar tijdens de 3 jaar bemonstering in Zevenkerken
Het aantal individuen van bos en struweel alsook van de soorten zonder een specifiek habitatpreferentie
nam af gedurende de 3 jaar bemonsteren. Het aantal individuen van duin/heide en duinen nam toe doorheen
de tijd. Dit was vooral het geval in station ZK (Figuur 7). In de afgegraven site bleek het aantal individuen van
soorten karakteristiek voor bossen en struweel alsook de eurytope soorten (habitatpreferentie onbepaald)
af te nemen naarmate de site zich verder ontwikkelde van afgegraven kaal zand naar struisgras en later
heidevegetatie.
Figuur 7: Het aantal individuen met de habitatpreferenties duin/heide, struweel en bos en onbepaald per site per jaar
tijdens de 3 jaar bemonstering in station ZK te Zevenkerken.
Discussie
De twee heidegebieden in Zevenkerken bleken een rijke spinnenfauna te herbergen en we vonden er
ongeveer 1/7 van de Belgische fauna (BOSMANS & VAN KEER, 2017). Dit hoge aantal voor een eerder beperkte
bemonstering (enkel 2x3 bodemvallen, geen sleepvangsten of andere bijkomende handvangsten) is
mogelijks te verklaren doordat er jaarrond werd bemonsterd en dus ook de winteractieve soorten werden
ingezameld. Verder is al meermaals gebleken dat tijdens meerdere jaren bemonsteren van eenzelfde site, er
ieder jaar nieuwe soorten worden gevonden. Dit bleek hier ook zo. We vermoeden dat het nog langer
bemonsteren van de site mogelijks nog nieuwe soorten zou hebben opgeleverd.
De heidegebieden die in de nabije omgeving van Zevenkerken liggen blijken een min of meer gelijkaardige
spinnenfauna te hebben. In Ter Heyde, een heidegebied op slechts 400m afstand (zie Figuur 1), werden in
vier sites slechts 74 soorten gevonden tijdens één jaar bemonstering. De jonge leeftijd van deze site (pas
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 177
gekapt en omgezet naar heide in 2012 en 2014) en beperkte (en te smalle) oppervlakte van Ter Heyde en het
feit dat Ter Heyde grenst enerzijds aan landbouwgrond en anderzijds aan een bosbestand met Corsicaanse
den (Pinus nigra var. corsicana) werd in DEKONINCK et al. 2019c aangehaald als verklaring hiervoor. Een ander
vele groter heidegebied in de buurt, Vloethemveld (zie Figuur 1 voor ligging; ook LIFE werken en afgraving
van bestaande verboste heidefragmenten) werd intensiever bemonsterd met o.a. aanvullende
sleepvangsten en handvangsten in 2009 en 2012 en 6x2 bodemvallen (LAMBRECHTS et al., 2014). Het totaal
aantal soorten daar, namelijk 131, voor alle vangsttechnieken was dan ook veel hoger dan wat in
Zevenkerken werd gevonden. Toch bleken de 12 bodemvallen slechts 102 soorten opgeleverd te hebben in
2009 en 2012 samen, een vergelijkbaar aantal soorten als 6 bodemvallen over 3 jaar in Zevenkerken.
Spinnen bemonsteren met bodemvallen op dezelfde plek over meerdere jaren kan ons ook informatie
opleveren over veranderingen in de spinnenfauna (wijzigingen in aantallen soorten en aantallen individuen).
In habitats in volle ontwikkeling zoals de afgegraven site ZK geven dergelijke staalnames een idee in welke
richting spinnengemeenschappen evolueren en reageren op beheer en ingrepen. Daar bleek het aantal
individuen van soorten karakteristiek voor bossen en struweel alsook de eurytope soorten
(habitatpreferentie onbepaald) af te nemen naarmate de site zich verder ontwikkelde van afgegraven kaal
zand naar struisgras en later heidevegetatie. Het aantal individuen van duin en heidesoorten nam toe. Het
heideherstel door middel van afgraven van de verboste heide blijkt dus op termijn wel een gunstig effect te
zullen hebben op de spinnenfauna. Het laatste jaar van de bemonstering was site ZP privé-eigendom
geworden. De nieuwe eigenaars plaatsten twee pony’s op het reservaat. Na enkele maanden bleek dat
daarvan reeds een negatief effect was te zien in het veld. De paarden foerageerden vaak ter hoogte van de
bodemvallen van station ZP alwaar ze ook bijgevoederd werden. Het aantal soorten alsook het aantal
individuen nam af. Een verdere bemonstering of herhaling van de bemonstering 2014-2016, 5-10 jaar na de
ingrepen kan een aantal hier gesuggereerde bevindingen eventueel bevestigen.
Dankwoord
We willen alle beheerders en verantwoordelijken die ons toestemmingen gaven om de Brugse
heidegebieden te bemonsteren alsook ons logistiek steunden tijdens dit langetermijn onderzoek, bedanken:
Luc Maene en Rebecca Devlaeminck (Stad Brugge), Yan Verschueren, Hilde Denolf, Sam Mondelaers (Stad
Brugge, Natuureducatief Centrum Beisbroek); Stefaan Verplancke en Karim Neirynck (conservators Rode
dopheidegebied en Heidegebied Zevenkerken) en in het bijzonder de Abdij Zevenkerken. Verder willen we
de volgende mensen bedanken omdat zij meehielpen met het veldwerk: Wout Dekoninck, Jonas Van
Kerckvoorde, Yuri Walscharts, Luca Borgato, Luna, Milo en Stien Dekoninck. Tenslotte willen we het Koninklijk
Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en Patrick Grootaert en Patrick Semal in het bijzonder,
bedanken voor hun constante steun voor dit project.
Referenties
BOSMANS, R. & VAN KEER K., 2017. Een herziene soortenlijst van de Belgische spinnen (Araneae). Nieuwsbrief van de
Belgische Arachnologische Vereniging, 32(2): 39-69.
DEKONINCK, W., VANKERKVOORDE, M. & VAN NIEUWENHUYSE, L., 2015. Eerste waarnemingen van de sneeuwvlo Boreus
hyemalis (Linnaeus, 1767) voor West-Vlaanderen: een zeldzame soort of een soort die zelden wordt waargenomen?
(Mecoptera: Boreidae). Bulletin S.R.B.E./K.B.V.E, 151: 134-139.
DEKONINCK, W., VAN KERCKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L., DE BAERE, D., LAMBRECHTS, J. & BAERT, L., 2018a. De spinnenfauna
van enkele heidegebieden nabij Brugge. Deel 1: bemonsteringen 2014-2015. Nieuwsbrief van de Belgische
Arachnologische Vereniging, 33(3): 133-149.
DEKONINCK, W., TOMASOVIC, G., BORGATO, L., VAN KERCKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L., 2018b. Asilidae in restored
heathland patches near Bruges: surprisingly species rich ! (Diptera). Bulletin SRBE/KBVE, 145 (3): 193-199.
DEKONINCK, W., VAN KERCKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L., D’HONDT, B., BRAEM, S., & BAERT, L., 2019a. Spinnen en
Nieuwsbr. Belg. Arachnol. Ver. (2019), 34(3): 178
loopkevers ingezameld tijdens een korte bodemvalbemostering te Doeveren (Zedelgem-Oostkamp). Nieuwsbrief van de
Belgische Arachnologische Vereniging, 34(1): 1-9.
DEKONINCK, W., VAN KERKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L., PARMENTIER, T. & BAERT, L., 2019b. De spinnenfauna van enkele
Rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 2 : bemonsteringen in Provinciedomein Tillegembos in 2015-2016.
Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging, 34(2): 116-127.
DEKONINCK, W. DEKKERS, C., VAN KERKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L. & BAERT, L., 2019c. De spinnenfauna van enkele Rode
dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 3: bemonsteringen in Natuurreservaat Ter Heyde (Sint-Andries) in 2016-2017.
Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging, 34(3): 131-139.
LAMBRECHTS, J., DE KONINCK, H., JACOBS, M. & ZWAENEPOEL, A., 2014. Spinnen in het Vloethemveld te Zedelgem (West-
Vlaanderen). Monitoring in 2009 en 2012 van LIFE-werkzaamheden. Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische
Vereniging, 29 (1-2): 16-35.
LAMBRECHTS, J., VAN KEER, J., JACOBS, M., BOYDENS, W. & AMELOOT, E., 2015. De spinnenfauna van de subrecente duinen van
de Schuddebeurze (Middelkerke, provincie West-Vlaanderen). Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische
Vereniging, 30 (2): 66-83.
LOCK, K., VAN KERKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUSYE, L. & DEKONINCK, W., 2017. Geophilus easoni Arthur et al., 2001 new to
Belgium (Myriapoda: Chilopoda: Geophilidae). Bulletin S.R.B.E./K.B.V.E, 153: 23-26.
MAELFAIT, J-P., BAERT, L., JANSSEN, M. & ALDERWEIRELDT, M., 1998. A Red list for the spiders of Flanders. Bulletin van het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, 68: 131-142.
ROBERTS, M. J., 1998. Tirion spinnengids. Vertaald en bewerkt door Aart Noordam. Tirion, Baarn. 397 blz.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Article
Full-text available
Asilidae were collected during 3 consecutive years in 4 restored heathland patches west of Bruges. In total 9 species were collected. The surprisingly rich Asilidae fauna found in these rather young heathlands in the northwest of Belgium is discussed and compared with other Asilidae communities elsewhere in Flanders. Comments are given on the different trapping methods used. White pan traps seem to be more efficient to collect many species of robberflies than yellow pan traps and pitfall traps. However also yellow pan traps can collect many specimens in absence of white pan traps.
Article
Full-text available
131 species of spiders were collected during a year-round sampling with pitfall traps of 8 heathland patches west of Bruges. One species, Ozyptila westringi, was recorded for the first time in Belgium, 20 species are mentioned as threatened on the Red list of spiders of Flanders and one species is catalogued as critically endangered on that list: Pirata uliginosus. An important part of the spider fauna in these heathlands consist of species characteristic for heathland, dunes and dry, oligotrophic grasslands. Notwithstanding these heathlands are embedded in a matrix of forest, we observed that the number of forest species was rather low. Management and restoration of heathlands near Bruges are discussed.
Article
Full-text available
During a pitfall sampling in the winter of 2014-2015 in some heathland relicts near Bruges, Boreus hyemalis (Linnaeus, 1767) was recorded at three sites. These are the first records of this species for the Province West Flanders. Formerly, this species was only known in Flanders from large and spacious heathlands and shifting sand dunes. As an adult, Boreus hyemalis is only active during the coldest period of the year, even when soils are covered with snow and ice. Probably this species is more common than so far assumed, but because during winter entomological surveys are very rare, this species has probably been overlooked at several places. We give an update of its current observed distribution in Belgium and we discuss the recent observations in the western part of Belgium. Samenvatting Tijdens een bodemvalbemonstering in de winter van 2014-2015 in enkele Brugse heiderelicten werd op drie plaatsen de soort Boreus hyemalis (Linnaeus, 1767) of sneeuwvlo gevonden. Dit zijn de eerste waarnemingen van deze soort voor de provincie West-Vlaanderen. De soort werd in Vlaanderen tot nu toe enkel gevonden in uitgestrekte heidegebieden en stuifduinen. De sneeuwvlo is als adult enkel actief in de koudste periode van het jaar, zelfs wanneer de grond bedekt is met ijs en sneeuw. Vermoedelijk is deze soort algemener dan er tot nu toe werd verondersteld, maar omdat er in de koudste wintermaanden zelden naar insecten wordt gezocht, werd deze soort hoogstwaarschijnlijk hier en daar over het hoofd gezien. We geven hier de huidige gekende verspreiding en bespreken deze recente waarnemingen in het westen van ons land. Résumé Lors d'un échantillonnage à l'aide de pièges à fosse dans des landes reliques près de Bruges en hiver 2014-2015, Boreus hyemalis (Linnaeus, 1767), ou puce des neiges, a été recensé dans trois sites. Ce sont les premières observations de cette espèce en Flandre occidentale. Autrefois, elle était connue de Flandre seulement dans de grandes étendues de landes et de dunes. En tant qu'adulte, Boreus hyemalis est actif uniquement pendant la période la plus froide de l'année, même lorsque les sols sont gelés ou couverts de neige. Cette espèce est probablement plus fréquente qu'on ne le pensait jusqu'ici, mais vu sa phénologie et le peu de prospections entomologiques en hiver, elle est probablement passée inaperçue. Nous mettons à jour sa distribution en Belgique et nous discutons des observations récentes pour la partie occidentale.
Article
Full-text available
Opgedragen aan Jean-Pierre Maelfait en Jean Kekenbosch, auteurs van vroegere versies van de soortenlijst van de Belgische spinnen. Samenvatting De auteur geeft een overzicht van de soorten die sinds de laatste catalogus van de spinnen van België (BOSMANS & VANUYTVEN, 2001) als nieuw werden vermeld. Het aantal steeg van 679 soorten, waarvan 6 onvoldoende gedocumenteerd, naar 701 soorten, waarvan 2 onvoldoende gedocumenteerd. Het aantal waargenomen exotische spinnen nam sterk toe van 7 naar 27. Er wordt tevens een overzicht gegeven van alle wijzigingen in de arachnologische nomenclatuur sinds 2001. Ten slotte wordt een nieuwe soortenlijst gepubliceerd. Résumé L'auteur donne un résumé des espèces mentionnées comme nouvelles pour la faune de Belgique depuis le dernier catalogue de BOSMANS & VANUYTVEN (2001).De 679, dont 6 insuffisamment documentées, le nombre d'espèces s'est elevé à 701, dont 2 insuffisamment documentées. Le nombre d'araignées exotiques observé a augmenté considérablement de 7 à 27 espèces. L'auteur donne également un aperçu de tous les changements de nomenclature depuis 2001.Une nouvelle liste de la faune aranéologique belge est présentée.
De spinnenfauna van enkele Rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 2 : bemonsteringen in Provinciedomein Tillegembos in 2015-2016
  • W Dekoninck
  • M Van Kerkvoorde
  • L Van Nieuwenhuyse
  • T Parmentier
  • L Baert
DEKONINCK, W., VAN KERKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L., PARMENTIER, T. & BAERT, L., 2019b. De spinnenfauna van enkele Rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 2 : bemonsteringen in Provinciedomein Tillegembos in 2015-2016. Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging, 34(2): 116-127.
De spinnenfauna van enkele Rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 3: bemonsteringen in Natuurreservaat Ter Heyde
  • W Dekoninck
  • C Dekkers
  • M Van Kerkvoorde
  • L Van Nieuwenhuyse
  • L Baert
DEKONINCK, W. DEKKERS, C., VAN KERKVOORDE, M., VAN NIEUWENHUYSE, L. & BAERT, L., 2019c. De spinnenfauna van enkele Rode dopheidegebieden nabij Brugge: Deel 3: bemonsteringen in Natuurreservaat Ter Heyde (Sint-Andries) in 2016-2017. Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging, 34(3): 131-139.
De spinnenfauna van de subrecente duinen van de Schuddebeurze
  • J Lambrechts
  • J Van Keer
  • M Jacobs
  • W Boydens
  • E Ameloot
LAMBRECHTS, J., VAN KEER, J., JACOBS, M., BOYDENS, W. & AMELOOT, E., 2015. De spinnenfauna van de subrecente duinen van de Schuddebeurze (Middelkerke, provincie West-Vlaanderen). Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging, 30 (2): 66-83.
Tirion spinnengids. Vertaald en bewerkt door Aart Noordam. Tirion
  • M J Roberts
ROBERTS, M. J., 1998. Tirion spinnengids. Vertaald en bewerkt door Aart Noordam. Tirion, Baarn. 397 blz.