ResearchPDF Available

Ervaringen met thuiswerken tijdens COVID-19: Europees vragenlijstonderzoek onder 5000 kenniswerkers gedurende de eerste weken van de lockdown - Rapportage Nederland

Authors:

Abstract

Dit rapport geeft de resultaten weer van een Europees vragenlijstonderzoek onder 5000 kenniswerkers gedurende de eerste weken van de lockdown. Het gaat vooral over hoe deze kenniswerkers het thuiswerken tijdens COVID-19 beleven, bijvoorbeeld wat betreft voordelen en nadelen.
1
Ervaringen met thuiswerken tijdens COVID-19:
Europees vragenlijstonderzoek onder 5000 kenniswerkers
gedurende de eerste weken van de lockdown
Rapportage Nederland1
Marc van Veldhoven/Departement Human Resource Studies/Tilburg University
Marco van Gelder/Veldhoen + Company
8 Juni 2020
1 Hartelijk dank aan de volgende personen voor hun bijdrage aan de totstandkoming van dit
onderzoeksrapport: Christine Ipsen, John Paulin Hansen, Kathrin Kirchner, Karen Belk, Hanne van
Veldhoven, Carla van Veldhoven, Maaike van den Berk, Angele de Vries, Corine Schouten, Aniek
Verhoeven, Clemens van Diek, Margot van Brakel.
2
Inhoudsopgave
1. Inleiding ......................................................................................................................... 3
2. Methode ......................................................................................................................... 4
3. Korte beschrijving van de respondenten ......................................................................... 5
4. Resultaten ...................................................................................................................... 6
4.1 Nadere beschrijving van het thuiswerken............................................................... 6
4.2 Algemene werkbeleving vergeleken met normaal .................................................. 7
4.3 Voor- en nadelen/schalen ...................................................................................... 7
5. Kunnen we de manier waarop individuen thuiswerken ervaren mogelijk herleiden tot
dimensies zodat we meer focus kunnen aanbrengen in deze materie? ............................. 8
6. Kunnen we betrouwbare scores uitrekenen over voordelen en nadelen, en hoe
verhouden de voordelen zich dan tot de nadelen? ......................................................... 10
7. Hoe verhoudt Nederland zich tot andere EU-landen? .................................................... 13
8. Samenvatting van de belangrijkste resultaten en enkele aanbevelingen ......................... 13
9. Literatuurverwijzingen ................................................................................................. 18
10. Bijlagen ........................................................................................................................ 20
10.1 Appendix A. NL-versie van de vragenlijst ........................................................... 21
10.2 Appendix B. Resultaten deel1/losse items ........................................................... 33
10.3 Appendix C. Resultaten deel2/schalen ................................................................. 42
11. Over de auteurs ............................................................................................................ 49
3
1. Inleiding
Thuiswerken wordt al decennialang veelbesproken in wetenschap en praktijk (Bailey & Kurland,
2002; Gajendran & Harrison, 2007; Messenger & Gschwind, 2016). Alhoewel gedurende het
einde van de 20e eeuw werd gespeculeerd dat een groot deel van de arbeid zou gaan
plaatsvinden via thuiswerken, is thuiswerken in de loop van de decennia niet uitgegroeid tot de
dominante manier van werken voor alle werknemers. Thuiswerken vinden we vooral bij
kenniswerkers (dat wil zeggen hoogopgeleide professionals en managers), en dan nog voor de
meesten van hen slechts voor een kleiner deel van de werktijd (Parent-Thirion et al., 2017).
Door de COVID-19 pandemie is in de eerste helft van 2020 een unieke situatie ontstaan.
Omwille van de gezondheid werden wereldwijd ongekende maatregelen van kracht om de
verspreiding van het virus tegen te gaan, waaronder een dringend advies/verplichting tot thuis
werken (lockdown). In Nederland is dit vanaf midden maart het geval.
Er is eerder al het nodige gepubliceerd over de beleving van thuiswerken onder werkenden
(Bailey & Kurland, 2002; Gajendran & Harrison, 2007; Sardesmukh et al., 2012), en over het
verschil tussen werkdagen op kantoor en werkdagen thuis bij personen die parttime thuis werken
(Vega et al., 2015; Biron & van Veldhoven, 2016).
De huidige situatie in 2020 is uniek, enerzijds vanwege de maatschappelijke schaal waarop
thuiswerken nu ineens de norm is geworden, anderzijds vanwege het min of meer verplichtende
karakter van het thuiswerken. Het is om meerdere redenen relevant om de beleving onder
werknemers van de huidige situatie te onderzoeken (Rudolph et al., 2020; Bapuji et al., 2020).
Voor de korte termijn: we leven in een maatschappelijke crisissituatie, maar hoe pakt dit uit qua
beleving van het thuiswerken? Ervaren de meeste mensen de huidige situatie qua thuiswerken
individueel ook daadwerkelijk als een crisis? Antwoorden op deze vragen hebben mogelijk
impact op hoe we kijken tegen crisismanagement in een periode als deze. Dit is relevant
wanneer we bijvoorbeeld met een tweede golf van COVID-19 te maken zouden krijgen.
Voor de lange termijn: de huidige periode is te beschouwen als een maatschappelijk experiment
met mogelijk enorme impact voor de toekomst: wat als we op grote schaal hierna zouden blijven
thuiswerken? Moeten we hierna op een andere manier tegen thuiswerken aan gaan kijken?
Antwoorden op deze vragen hebben mogelijk gevolgen voor na de Coronacrisis, zowel voor de
periode waarin we weer langzaam terugkeren naar onze werkplekken, als ook voor daarna.
4
2. Methode
Met enige variatie tussen Europese landen werd medio maart een lockdown van kracht die
thuiswerken inhield voor de meeste werkenden (buiten de zogenaamde vitale beroepen).
Prof.dr. Christine Ipsen en prof. Dr. John Paulin Hansen van de Technische Universiteit van
Denemarken (DTU, nabij Copenhagen) hebben in de week na de Deense lockdown een
vragenlijst opgezet om de ervaringen van thuiswerken te meten in Denemarken. De vragenlijst is
door beide hoogleraren in samenwerking met de staf van de afdeling Management van DTU
(tijdens enkele bijeenkomsten van de onderzoeksgroep) opgesteld.
De vragenlijst bestaat deels uit zogenaamde losse items, deels uit zogenaamde schalen. Losse
items staan op zichzelf, dat wil zeggen het betreft een enkele vraag die als zodanig ook meteen
als resultaat kan worden geïnterpreteerd. Soms is het echter beter om over een bepaald
onderwerp meer dan één vraag te stellen, en wordt er een somscore berekend over een reeks
van items, dat noemen we dan een schaal. Er waren overigens ook de nodige open vragen in de
vragenlijst opgenomen. Deze zijn -mede vanwege de verschillende talen die zijn gebruikt door de
respondenten- niet eenvoudig te verwerken en laten we hier verder vooralsnog buiten
beschouwing.
Eind maart hebben Christine Ipsen en John Paulin Hansen contact gelegd met collega-
onderzoekers in diverse Europese landen en sinds de tweede week van april zijn data verzameld
in andere Europese landen, met name in Oostenrijk, Finland, Duitsland, Italië, Spanje, Zweden,
UK en ook Nederland. De Nederlandse vertaling waarover hier wordt gerapporteerd is in de
eerste week van april gemaakt door de eerste auteur. Een volledig exemplaar is te vinden in
Appendix A. Dataverzameling hiermee heeft plaatsgevonden vanaf de tweede week van april.
Het was nadrukkelijk de bedoeling van het onderzoek om de vroege, initiële reacties van
werkenden op het verplicht thuiswerken te onderzoeken. Het onderzoek was eenmalig. Hoe de
beleving van het thuiswerken zich ontwikkelt tijdens de Coronacrisis en daarna is ook een
relevant vraagstuk, maar dit is voor een ander onderzoek. Op basis van de huidige studie
kunnen we daar geen verdere informatie over bieden. De sluitingsdatum voor de
dataverzameling waarover hier wordt gerapporteerd was 11 mei. Het onderzoek heeft in de
betrokken landen dus 4-6 weken gelopen, er bestond hierin enige variatie per land.
Gezien de korte voorbereidingstijd was het niet mogelijk om tot representatieve steekproeven
over te gaan in de betrokken landen, dat wil zeggen steekproeven die elk onderdeel van een
landelijke beroepsbevolking goed zouden representeren. We hebben gebruik gemaakt van
werving van respondenten via eigen “social media”-kanalen (LinkedIn, Facebook) en via het
5
web. Op voorhand was hiermee duidelijk dat we op deze manier vooral kenniswerkers zouden
weten te werven voor het onderzoek, dat wil zeggen hoofdzakelijk professionals en managers.
Het onderzoek zoals het hier wordt gerapporteerd, is dus niet representatief voor de hele
beroepsbevolking van de onderzochte landen. Het is wel indicatief voor professionals en
managers zoals werkzaam in genoemde Europese landen, waaronder Nederland.
De vragenlijst is ook verspreid en ingevuld door duizenden studenten, maar studenten zijn in
deze rapportage verder buiten beschouwing gelaten. Over de specifieke bevindingen onder
studenten wordt centraal vanuit het hele project gerapporteerd in een afzonderlijk rapport. Verder
hebben we alleen personen betrokken in de analyse die aangaven vanaf de lockdown volledig
thuis te werken. Alle respondenten vulden expliciet een “informed consentin voor het gebruik
van hun antwoorden ten behoeve van dit onderzoek. De data worden geanonimiseerd bewaard
en beheerd bij DTU. Wij werkten voor de analyses in deze rapportage met een door DTU
aanleverde selectie en kopie van de data.
Ruim 8000 personen hebben in de periode t/m 11 mei de lijst ingevuld. Hiervan voldeden 4835
personen aan de hierboven genoemde criteria. De respons in Nederland bleef wat achter bij die
in sommige andere Europese landen. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat in april langs
meerdere kanalen surveys werden georganiseerd naar thuiswerken in Nederland (onder andere
via TNO, EUR, HAN, KiM, Intermediair en dergelijke). Deze onderzoeken waren in onderlinge
concurrentie met elkaar wat betreft aandacht en respons. Uiteindelijk deden 236 Nederlandse
respondenten mee aan onze studie die voldeden aan alle criteria, tegen 4599 personen uit
andere Europese landen. In de rest van deze tekst bespreken we de kenmerken en resultaten
van de Nederlandse respondenten (NL) versus de respondenten uit de andere Europese landen
(EU).
3. Korte beschrijving van de respondenten
In Appendix B wordt allerlei beschrijvende informatie meer volledig weergegeven voor de NL en
EU-respondenten.
Zowel bij de NL als de EU-respondenten zien we relatief weinig deelnemers van onder de 20 en
boven de 60 jaar. De grootste afzonderlijke groep qua leeftijd is in NL die tussen 30 en 40 jaar; in
EU die tussen 40 en 50 jaar. Van de respondenten is in NL ruim 70% vrouw, in EU is dat bijna
60%. Qua hoogst behaalde opleiding zien we dat we vooral met hoogopgeleide respondenten te
maken hebben: in NL is bijna 100% HBO of hoger opgeleid, in EU is dat circa 90%. In zowel NL
als EU is de groep met een universitaire master als hoogst behaalde opleidingsniveau, de
grootste subgroep. Ongeveer een kwart van de NL-groep woont alleen, en zo ook in EU. 35%
6
van de NL-groep en ook de EU-groep heeft 1 of meer kinderen thuis wonen van onder de 15
jaar. Qua soort werk worden de volgende subgroepen in NL het meest aangegeven (hier kon
men meer dan 1 antwoord aankruisen): administratief werk, onderzoek, ontwikkeling, en
management. In de EU-groep waren dit: administratief werk, onderzoek, ontwikkeling,
management, en leraar.
Zoals uit het bovenstaande blijkt is de responsgroep zeker geen random steekproef uit de
beroepsbevolking. Het betreft vooral hoogopgeleide professionals en managers, zoals verwacht,
waarbij er vooral opvallend veel vrouwen meededen aan het onderzoek. Dus nogmaals: de
responsgroep is selectief. Deze is niet te beschouwen als representatief voor alle sectoren en/of
alle beroepen in de onderzochte landen, maar wel als indicatief voor kenniswerkers, zowel in NL
als in de EU. Voor onderzoek binnen de EU over leven en werken ten tijde van COVID-19,
waarbij wel gebruik is gemaakt van random, representatieve steekproeven uit de
beroepsbevolking van alle lidstaten verwijzen we naar het lopende onderzoek van Eurofound
(Ahrendt et al., 2020). Het onderzoek van Ahrendt et al. (2020) biedt veel waardevolle informatie,
maar gaat niet of nauwelijks in op hoe mensen het thuiswerken momenteel beleven, bijvoorbeeld
qua voor- en nadelen. Wat de beleving van het thuiswerken betreft beschouwen we het huidige
onderzoek dan ook als aanvullend op het onderzoek van Eurofound.
4. Resultaten
4.1 Nadere beschrijving van het thuiswerken
Zie ook voor deze resultaten in meer volledige vorm Appendix B.
In de survey is gevraagd naar redenen voor het thuiswerken. Met merendeel van de
respondenten in NL en EU gaf aan dat dit opgelegd was (NL circa 80%; EU circa 90%).
Zoals eerder gezegd is incidenteel thuiswerken, d.w.z. om incidenteel iets af te ronden of voor te
bereiden, normaal gesproken op de meeste thuiswerkers van toepassing. Dat wordt bevestigd in
deze sample: In NL werkte voor de crisis circa 80% maximaal een dag thuis per week. In Europa
lag dit ook op 80%. Toch is er binnen deze categorie wel verschil tussen NL en EU. Helemaal
nooit eerder thuisgewerkt heeft slechts 10% in NL maar circa 30% in EU. Een dag per week
thuiswerken vóór de crisis geeft in NL circa 40% van de respondenten aan, maar in EU ligt dit
slechts op circa 15%. Kortom, het aandeel werknemers zonder enige ervaring met thuiswerken is
in de EU-groep beduidend groter dan in de NL-groep.
Op de stelling dat men vooraf adequaat was geïnformeerd over het thuiswerken vanuit de
organisatie, antwoordt in NL 60% eens of sterk mee eens. In de EU is dat 70%. Op de vraag
welke IT men vooral gebruikt bij het thuiswerken tijdens COVID-19 geven NL en EU deels
dezelfde antwoorden: zo wordt email bijzonder veel gebruikt (bijna 100% gebruikt vaak/altijd
7
email in NL en EU), evenals conferentiesystemen als Zoom, Skype, Facetime, etc. (80%
vaak/altijd). Relatief weinig gebruikt worden Facebook groepen en SMS. Ook veel gebruik wordt
gemaakt van gedeelde on-line documenten, groupware, en telefoon; dit geldt in zowel NL als EU
(meer dan de helft van de respondenten gebruikt deze typen IT vaak/altijd). NL maakt iets meer
gebruik van apps als Messenger en Whatsapp: circa 75% gebruikt deze IT-vormen vaak/altijd in
NL, tegen circa 40% in de EU.
4.2 Algemene werkbeleving vergeleken met normaal
In de survey zitten enkele losse items die de respondent uitnodigen om de huidige (crisis-)
situatie te vergelijken met normaal. Hieruit blijkt het volgende:
Meer werkuren maken dan gewoonlijk, daar is circa 40% van de respondenten het mee eens of
sterk mee eens, zowel in NL als EU. Maar ook 40% is het hiermee oneens/sterk mee oneens. Dit
plaatje is dus nogal gedifferentieerd binnen de onderzoeksgroep. Minder werk gedaan krijgen
dan gewoonlijk wordt overwegend beantwoord met oneens/sterk oneens (in NL: circa 50%; in
EU: 60%). Is het veeleisender dan gewoonlijk? Hier zien we eenzelfde beeld als bij het maken
van meer werkuren. Ongeveer 40% van de groepen NL en EU scoort hier aan beide zijden van
neutraal. Tenslotte werd aan het eind van de vragenlijst een meer algemene evaluatieve vraag
gesteld: ”is uw huidige werksituatie al met al meer/minder uitdagend dan normaal?”. Opvallend is
dat de respondenten bij deze vraag meer neigen naar de antwoordmogelijkheden “meer
uitdagend” of veel meer uitdagend, zowel in NL als EU. Slechts 24% van de respondenten vindt
de huidige situatie minder/veel minder uitdagend in de EU, tegen 32% in NL.
4.3 Voor- en nadelen/schalen
Hierboven hebben we gerapporteerd over de losse items in de vragenlijst, althans voor zover het
de kwantitatieve vragen betreft. De mogelijke voor- en nadelen van het thuiswerken i.v.m.
COVID-19 voor individuele werknemers zijn gemeten met schalen, er waren 11 items over
mogelijke voordelen en 16 over mogelijke nadelen.
De antwoorden van onze duizenden respondenten op deze 11 plus 16 items over voor- en
nadelen kunnen we gebruiken om enkele belangrijke onderzoeksvragen mee te gaan te
beantwoorden:
1. Kunnen we de manier waarop individuen thuiswerken ervaren mogelijk herleiden tot
dimensies zodat we meer focus kunnen aanbrengen in deze materie?
2. Kunnen we betrouwbare scores uitrekenen over voordelen en nadelen, en hoe
verhouden de voordelen zich dan tot de nadelen?
3. Hoe staat NL ten opzichte van andere EU-landen qua voor- en nadelen?
8
Zie voor de uitgebreide resultaten met betrekking tot deze onderzoeksvragen Appendix C.
Hieronder beantwoorden we de gestelde vragen kort één voor één.
5. Kunnen we de manier waarop individuen thuiswerken ervaren
mogelijk herleiden tot dimensies zodat we meer focus kunnen
aanbrengen in deze materie?
De 27 voor- en nadelen laten zich met behulp van exploratieve factoranalyse terugbrengen tot
drie groepen voordelen, en drie groepen nadelen. In onderstaande tabel sommen we de zes
groepen op en plaatsen we elk item bij de groep waar deze het meest bij hoort. De items staan
hierbij gesorteerd op de mate waarin ze bepalend zijn voor de beleving van de genoemde groep
items (oftewel dimensie). Deze analyse hebben we uitgevoerd op het bestand van alle
respondenten gecombineerd (NL+EU).
9
Tabel 1. Dimensies/factoren x items gesorteerd op factorlading (het getal tussen haakjes)
Voordelen
- Betere fit met eigen sociale voorkeuren
11g Ik vind de sfeer bij mij thuis beter dan op mijn werk (.63)
11m Het is makkelijker om met mensen in contact te komen dan normaal (.63)
11j Ik bespaar reistijd van en naar mijn werk (.59)
11l Ik krijg een kans mijn oude gewoontes te doorbreken en mijn routines te veranderen (.56)
11f Ik kan dicht bij mijn familie en vrienden zijn (.41)
- Meer efficiency in het werk
11c Ik krijg een mogelijkheid om eens ander werk te doen waarvoor ik normaliter geen tijd
heb (.72)
11d Ik hoef geen tijd te besteden aan lange vergaderingen (.71)
11b Ik krijg tijd te focussen op mijn werk zonder onderbrekingen door andere mensen (.66)
- Meer eigen regie over de werkdag
11i Ik heb niemand die me op de vingers kijkt (.76)
11e Ik kan pauze nemen wanneer ik maar wil (.62)
11h Ik kan mijn eigen eten en drinken nuttigen (.57)
Nadelen
- Virtualisering
13i Ik mis dat ik het huis uit kan gaan (.69)
13a Ik kan mijn collega’s en andere mensen niet zoveel zien als ik zou willen (.64)
13j Ik krijg niet genoeg beweging als ik niet op mijn werkplek ben (.63)
13m De fysieke omstandigheden in mijn huis maken geen goede werkomgeving mogelijk (.56)
13f Ik mis het eten en andere voorzieningen die we op mijn werkplek hebben (.53)
13n Het kost mij meer moeite dat ik mijn normale routines niet kan gebruiken (.51)
13o Ik voel me meer “vastzitten aan mijn computer” dan op mijn werkplek (.48)
13h Ik word afgeleid door andere mensen thuis (.44)
- Minder (zinvolheid van het) werk
13l Ik ben bang dat er niet genoeg werk zal zijn dat ik thuis kan doen (.78)
13e Ik weet niet wat voor werk ik zou moeten doen (.73)
13k Het werk dat ik thuis doe is niet zo interessant als dat wat ik op mijn werkplek doe (.67)
13d Ik vind het moeilijk om gefocust te blijven op werk wanneer ik alleen ben (.52)
13g Het is een financieel probleem voor mijn werk dat ik niet op mijn werkplek kan zijn (.50)
- Inadequate werkmiddelen
13b Ik heb (fysieke) apparatuur nodig om mijn werk te doen waar ik thuis geen toegang tot
heb (.80)
13c Ik heb data of documenten nodig om mijn werk te doen waar ik thuis geen toegang tot
heb (.79)
13p Ik maak me zorgen over werktaken die ik zou willen doen maar vanuit thuis niet kan doen
(.58)
10
Voor het grootste deel spreken de groepjes vragen en de bijbehorende labels voor zich. Het is
belangrijk om te bedenken dat de groepering van de items is afgeleid uit de antwoordpatronen
van de 5000 respondenten. Laten we de groep items bij het eerste voordeel als voorbeeld
nemen. Dat deze items bij elkaar staan onder het label “Betere fit met eigen sociale voorkeuren”,
betekent dat personen die aangeven de sfeer thuis beter te vinden dan op het werk (item 11g),
ook vaker rapporteren meer te besparen op reistijd (item 11j) en de huidige periode vaker te
ervaren als een mogelijkheid bestaande routines/patronen te doorbreken (item 11l). Deze “items”
gaan dus qua beleving vaak samen., ze vormen samen een dimensie in hoe de respondenten
het werken ten tijde van COVID-19 beleven. Hetzelfde geldt voor de andere vijf dimensies zoals
genoemd in de tabel.
6. Kunnen we betrouwbare scores uitrekenen over voordelen en
nadelen, en hoe verhouden de voordelen zich dan tot de nadelen?
Uit een analyse van de interne consistentie (betrouwbaarheid) met behulp van Cronbach’s alpha
is gebleken dat de 11 (voordelen) respectievelijk 16 (nadelen) items inderdaad kunnen worden
gebruikt om betrouwbare schaalscores te maken voor de voor- respectievelijk nadelen van
thuiswerken. Ook dit hebben we gedaan op de gecombineerde data (NL+EU). De alpha voor de
voordelen is .74, voor de nadelen .83.
De subdimensies zoals hierboven besproken kunnen ook tot schaalscores worden verwerkt. Bij
de nadelen is de schaalscore dan telkens adequaat qua betrouwbaarheid (.74, .72 en .71 voor
de drie dimensies respectievelijk, d.w.z. virtualisering, minder zinvolheid en inadequate
werkmiddelen). Bij de voordelen is de betrouwbaarheid acceptabel voor de tweede dimensie
(.62; meer efficiency), en voldoet aan het minimum voor dimensies 1 en 3 (respectievelijk .58 en
.54, d.w.z. betere fit met sociale voorkeuren en meer eigen regie over de werkdag), maar dit is
wel lager dan eigenlijk nodig zou zijn voor een betrouwbare schaalscore.
We kunnen een plaatje maken waarin alle individuen worden geplot qua ervaren voordelen
versus ervaren nadelen, een zogenaamde scatterplot. We doen dit voor NL en EU afzonderlijk,
zie figuur 1 en figuur 2.
11
Figuur 1: Scatterplot voordelen (prosco) versus nadelen (consco) NL
Figuur 1: Scatterplot voordelen (prosco) versus nadelen (consco) NL
Figuur 1: Scatterplot voordelen (prosco) versus nadelen (consco)
Figuur 2: Scatterplot voordelen (prosco) versus nadelen (consco) EU
12
Het middelpunt van de schalen (neutraal) ligt bij een score van 3, aangegeven met de
stippellijnen. Horizontaal staan de nadelen (consco), verticaal de voordelen (prosco). Figuur 2
oogt een stuk drukker dan Figuur 1, dat komt doordat er meer observaties zijn in EU dan in NL.
Qua patroon zien we in beide figuren eenzelfde beeld: het accent van de puntenwolk zit
linksboven, d.w.z. de onderzoeksgroepen NL en EU kennen beide relatief veel mensen met veel
voordelen en weinig nadelen. Er zitten in deze onderzoeksgroep van professionals en managers
ook wel personen aan de negatieve kant (rechtsonder: veel nadelen, weinig voordelen), en in de
overige twee “kwadranten” (rechtsboven/linksonder), maar deze groepen zijn kleiner dan de
groep die vooral voordelen ervaart.
Een andere manier om dit weer te geven is om alle respondenten in vier kwadranten in te delen
op basis van hun gemiddelde score qua ervaren voordelen en ervaren nadelen in termen van
laag en hoog. Laag wil in dit verband zeggen dat men over al de 11 (voordelen) respectievelijk
16 (nadelen) items heen gemiddeld onder de 3 heeft gescoord, oftewel, dat men vaker met
“oneens/sterk oneens” heeft geantwoord dan met “eens/sterk eens. Hoog wil zeggen dat men 3
of daarboven heeft gescoord, d.w.z. vaker met “eens/sterk eens” dan met “oneens/sterk oneens”.
Dit levert het volgende plaatje op.
Figuur 3. Respondenten ingedeeld naar laag/hoog in voordelen versus nadelen
Figuur 3 laat zien dat de groep respondenten die gedurende de vroege periode van de lockdown
vooral de voordelen ziet en minder de nadelen duidelijk het grootst is, ruim groter dan de andere
3 groepen bij elkaar.
13
7. Hoe verhoudt Nederland zich tot andere EU-landen?
Zie ook voor deze analyses Appendix C. De vergelijking tussen NLen EU is gedaan door
zogenaamde T-testen uit te voeren op de verschillen in de gemiddelde scores qua voordelen en
nadelen, zowel wat betreft de totaalscore als wat betreft de scores voor de subdimensies (drie
soorten voordelen, drie soorten nadelen).
Wanneer we de NL-respondenten vergelijken met die in de andere EU-landen qua voor- en
nadelen, dan zien we geen significante verschillen in gemiddelde totaalscore op de voordelen
(prosco) noch op de nadelen (consco).
Wanneer we op het niveau van de subdimensies gaan kijken naar de resultaten, dan zijn er wel
degelijk verschillen. Bijvoorbeeld bij de nadelen. Wat betreft “minder zinvolheid van het werk
(con2) zien we dat dit sterker aangegeven wordt in NL (ongunstig resultaat dus vanuit NL
gezien), maar qua inadequate werkmiddelen (con3) zien we dat dit juist beduidend minder sterk
wordt aangegeven in NL (gunstig resultaat dus vanuit NL gezien). Doordat de richting van deze
verschillen tussen NL en EU anders is voor deze twee subdimensies van nadelen, heffen deze
subdimensies elkaar op in de totaalscore, en zien we bij de totaalscore geen verschil tussen NL
en EU. Bij de voordelen zien we verschillen bij de eerste subdimensie, dat wil zeggen een betere
fit met de eigen sociale voorkeuren (pro1). Hiervoor scoort NL beduidend lager dan de EU.
8. Samenvatting van de belangrijkste resultaten en enkele
aanbevelingen
De COVID-19 pandemie creëerde begin 2020 een bijzondere situatie voor veel werkenden.
Omdat overheden overgingen tot een lockdown moesten zij gedwongen thuis hun
werkzaamheden voortzetten, met alle (economische) gevolgen van dien. Het is belangrijk te
onderzoeken hoe deze situatie wordt ervaren door professionals en managers. Dergelijk
onderzoek kunnen we goed plaatsen tegen de achtergrond van de brede aandacht die nu
ontstaat voor de implicaties van COVID-19 voor arbeid, management, en organisatie in het
algemeen (Rudolph et al., 2020; Bapuji et al., 2020, Sinclair et al., 2020). In dit Europese
onderzoek, dat heeft plaatsgevonden aan het begin van de lockdown, hebben wij de ervaringen
onderzocht van 5000 professionals en managers die volledig vanuit thuis werkten ten gevolge
van de lockdown.
De eerste conclusie is dat er op individueel niveau sprake is van een zeer gedifferentieerd beeld,
voor sommigen is de crisisperiode intensiever, vergt meer aanpassing etc., voor anderen is het
precies omgekeerd. Een belangrijke aanbeveling is dan ook dat de universele reactie op
14
thuiswerken niet bestaat. Idealiter sluiten maatregelen aan bij de individuele voorkeuren en
situatie van werkenden, dan wel geven dergelijke maatregelen werkenden mogelijkheden om de
match te maken tussen het werk (alle facetten daarvan bij elkaar genomen), hun privésituatie en
zichzelf (Van Veldhoven et al., 2020). In dit rapport ligt het accent op situatieve aspecten met
betrekking tot het werk, maar uit de literatuur is bekend dat bij thuiswerken de privésituatie en de
individuele voorkeuren, bijvoorbeeld ten aanzien van het begrenzen van privé ten opzichte van
werk, een grote rol spelen (Kossek et al., 2006; Grant et al., 2013).
De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is, dat er gemiddeld genomen meer voordelen van
thuiswerken worden ervaren dan nadelen. Hieruit volgt dat het voor beleid belangrijk is om niet
per definitie uit te gaan van een crisis- of probleemsituatie bij het kijken naar de periode na de
Coronacrisis. Er is hier sprake van een grootschalig, ongevraagd maatschappelijk experiment
met thuiswerken waarvan velen vooral voordelen zien (Bloom, 2014). Laten we dus vooral kijken
hoe we deze voordelen kunnen bestendigen, wellicht zelfs versterken in de periode na COVID-
19.
De voordelen die de respondenten ervaren hebben te maken met a. een betere fit met de eigen
sociale voorkeuren, b. het thuis efficiënter kunnen werken dan op kantoor, en c. meer eigen regie
over de werkdag. Hieraan gekoppeld kunnen we aanbevelingen doen die erop gericht zijn deze
voordelen te bewaren in de periode na COVID-19.
Ad a. Het ervaren van een betere fit met de eigen sociale voorkeuren lijkt in belangrijke mate
afhankelijk van het met enige planbare regelmaat kunnen komen tot thuiswerken. Dit voordeel is
waarschijnlijk moeilijk te behouden als we na de Coronacrisis teruggaan naar incidenteel
thuiswerken en/of alleen nog thuiswerken om iets af te maken/bij overwerk. Fit met het eigen
sociale leven/de voorkeuren daarin vraagt om structureel thuiswerken, en we bevelen dus aan te
onderzoeken of na de Coronacrisis structureel thuiswerken de norm kan worden voor de meeste
kenniswerkers, ook voor hen die dit vóór de crisis niet of nauwelijks deden (Bloom et al., 2015).
Nederland kent overigens al relatief veel werkenden die structureel thuis werken. In andere
Europese landen zou dit een grotere stap zijn dan hier in Nederland.
Ad b. Efficiënter werken, bijvoorbeeld door minder tijdverlies aan vergaderingen, toekomen aan
achterstallige klussen en dergelijke, heeft alles te maken met werk- en organisatieroutines. De
aanbeveling is hier om naarmate de crisis afneemt kritisch als organisatie naar dergelijke
routines te kijken en te schrappen waar dat kan. Tegelijkertijd zou het een mogelijk nieuwe aan
te bevelen organisatieroutine kunnen zijn om periodiek met zijn allen even niet naar kantoor
gaan en even geen reguliere meetings hebben. Een dergelijke routine geeft individuen de
mogelijkheid om eens op te ruimen, te schonen en klaar te zijn voor nieuwe dingen.
15
Ad c. Mensen waarderen tenslotte dat er niemand op hun vingers kijkt, dat ze meer hun eigen
ding kunnen doen, tot en met pauze- en eetpatroon. Het is de moeite waard om naarmate de
Coronacrisis afneemt te bekijken in hoeverre de neiging tot micromanagement vanuit de
organisatie en/of vanuit het team wel echt in het voordeel is van de organisatie/het team.
Werkenden zelf lijken hier niet per se op te zitten wachten. Het zou interessant zijn te exploreren
of dit na COVID-19 kan worden doorbroken, zodat we dit voordeel niet meteen weer inleveren
wanneer we weer massaal terugkeren naar kantoor. Hierbij is het van belang dat
lijnmanagers/teamleden dit mogelijke nieuwe normaal accepteren en ondersteunen in plaats van
beperken. Het aanpassen van de managementstijl en manier van samenwerken is hierin cruciaal
(Baruch, 2000; Allen et al., 2015). De stap hiernaartoe is voor managers vaak bespreekbaar als
tegelijkertijd een vorm van sturen op resultaat kan worden bewerkstelligd (Baane et al., 2010).
Tot nu toe hebben we vooral de voordelen belicht. Ook al zijn de nadelen minder sterk
uitgesproken dan de voordelen door onze respondenten, ze zijn er wel, en voor sommige
personen wegen ze ook zwaar. Het is belangrijk voor het beleid met betrekking tot thuiswerken
om de nadelen zoveel mogelijk te minimaliseren dan wel helemaal weg te nemen. De
belangrijkste nadelen die de respondenten ervaren, vallen ook uiteen in drie delen. Hier gaat het
om a. het (vele) virtuele werken, b. het minder ervaren van de zinvolheid van het werk, en
tenslotte c. om het ontbreken van de juiste middelen om het werk vanuit thuis (goed) te kunnen
verrichten. Van deze drie is de eerste, virtualisering, het enige nadeel dat algemeen wordt
erkend door de respondenten, de andere twee nadelen worden slechts door sommigen ervaren,
niet door iedereen.
Ad a. Virtualisering is tegen te gaan door bewustwording en zelfmanagement bij thuiswerkers
over het begrenzen van de virtuele werkactiviteiten, het belang van face-to-face contact te
benadrukken, lichaamsbeweging te stimuleren, enzovoort. De belangrijke rol van zelfregulatie bij
thuiswerken wordt reeds sinds lange tijd onderkend (Baruch et al., 2000; Allen et al., 2015), en
komt dus ook nu terug als belangrijk focus qua implicaties van COVID19. Organisaties kunnen -
juist ook bij kenniswerkers- informele activiteiten stimuleren en faciliteiten bieden om dergelijke
negatieve kanten van scherm-gebonden, bewegingsarm werk te voorkomen. Dit bevelen we dan
ook van harte aan. Het is van belang dat medewerkers voldoende variatie in hun dagelijkse
activiteiten hebben, waarin handelingen in de analoge en digitale werelden elkaar afwisselen.
Omdat de meeste activiteiten bij thuiswerken gekoppeld zijn aan digitale werkmiddelen en
elektronisch gemedieerde communicatie kan dit tot monotone arbeid en uitputting leiden. Het
dogma van werken tussen 09:00 en 17:00 in een vast patroon met enkel beeldschermwerk en
nauwelijks pauze moet doorbroken worden op dit soort werkdagen. Beeldschermwerk is
overigens ook zonder Coronacrisis dusdanig sterk toegenomen in de EU en in NL gedurende de
16
laatste decennia, dat een gezonde mate van beeldschermwerk voor werkenden ook in het
algemeen een prioriteit is qua arbeid en gezondheid (Parent-Thirion et al., 2017; Hooftman et al.,
2020).
Ad b. Het wegvallen van (zinvolle kanten van het) werk is niet bij iedereen een even groot issue,
maar sommige werkenden geven aan dat thuiswerken negatieve gevolgen heeft voor de inhoud
van het werk, de kwaliteit van de werkrelaties, het plezier dat men eraan ontleent, het inkomen
en dergelijke. Aanbeveling hier is om dit te benaderen net als andere bedreigingen van
hulpbronnen (resources) in het werk. Het (dreigend) verlies van belangrijke resources is te
beschouwen als stressor, en dergelijke stressoren kunnen leiden tot stressreacties. Hier kan
men individuele werknemers op monitoren, al dan niet via het inschakelen van stafdiensten en/of
contractors (Arbo/HRM/bedrijfsmaatschappelijk werk/bedrijfspsycholoog). Dit is een volgende
belangrijke aanbeveling op basis van deze resultaten.
Ad c. Het ontbreken van adequate werkmiddelen (machines, documenten, software etc.) is een
kwestie van herbezinnen op de locatie c.q. allocatie van belangrijke organisatiefaciliteiten en/of
het verbeteren van IT-voorzieningen. Wellicht is het ook mogelijk dat organisaties meer
faciliteren bij het verkrijgen van de juiste werkmiddelen thuis (zoals een instelbare bureaustoel,
snelle computer, goede internetverbinding, tweede beeldscherm, scanner, software enzovoort)
en bij het kunnen beschikken over een geschikte plek om thuis te werken. Door dit te
inventariseren en meer te faciliteren vanuit de organisatie kan dit “nadeel” worden
gecompenseerd of wellicht zelfs volledig opgelost. Hier ligt een volgende aanbeveling voor de
periode na COVID-19.
Nederland scoort gunstiger dan andere landen in de EU als het gaat om het kunnen beschikken
over adequate werkmiddelen. Dit mogelijke nadeel is hier dus minder van toepassing. Nederland
scoort minder gunstig op twee andere gebieden. Het eerste gebied betreft de fit met de eigen
sociale voorkeuren. Dit rapporteren respondenten in andere EU-landen sterker dan
respondenten in NL. Wat betreft het tweede gebied: door de NL-groep wordt sterker aangegeven
dan in andere EU-landen dat men zinvolle aspecten van het werk verliest. Dit nadeel weegt hier
in Nederland dus relatief sterk. Bij de constatering van deze verschillen past wel een
kanttekening. De NL-onderzoeksgroep is relatief klein. Ook is de onderzoeksgroep niet landelijk
representatief. Dus is grote voorzichtigheid geboden bij het verbinden van conclusies aan de hier
gepresenteerde vergelijkingen tussen NL en EU.
We interpreteren de in deze studie gevonden verschillen vooralsnog volgens de lijnen van
“verminderde meeropbrengst”. Hiermee wordt het volgende bedoeld: NL heeft vóór de
Coronacrisis al op grotere schaal structureel thuiswerken ingevoerd dan elders in Europa, en
zowel de infrastructuur vanuit de organisatie als het privéleven zijn hier in NL al meer op
17
aangepast. De voordelen van thuiswerken zijn hier in Nederland wellicht dan ook al deels
behaald, en extra voordeel is steeds moeilijker te behalen. Tegelijkertijd zijn eventuele nadelen
wellicht sneller en nadrukkelijker in beeld.
We hopen met dit onderzoek en met deze aanbevelingen een bijdrage te leveren aan het verder
gestalte geven aan thuiswerken, tijdens en na COVID-19. Op basis van het onderzoek kunnen
wij in ieder geval concluderen dat thuiswerken een volwassen optie is voor professionele en
managementmedewerkers, rekening houdend met de hierboven genoemde aanbevelingen qua
voor- en nadelen.
18
9. Literatuurverwijzingen
Ahrendt, D., Sandor, E., Leoncikas, T., Wilkens, M., & Mascherini, M. (2020). Eurofound, Living,
working and COVID-19: Methodological note of Wave 1. Luxembourg: Publications Office of the
European Union, Luxembourg.
Allen, T. D., Golden, T. D., & Shockley, K. M. (2015). How effective is telecommuting? Assessing
the status of our scientific findings. Psychological Science in the Public Interest, 16(2), 40-68.
Baane, R., Houtkamp, P., & Knotter, M. (2010). Het nieuwe werken ontrafeld. Assen: Uitgeverij
Van Gorcum.
Bailey, D. E., & Kurland, N. B. (2002). A review of telework research: Findings, new directions,
and lessons for the study of modern work. Journal of Organizational Behavior, 23(4), 383-400.
Bapuji, H., Patel, C., Ertug, G., & Allen, D.A. (2020). Corona Crisis and inequality: Why
management research needs a societal turn. Journal of Management (in press).
Baruch, Y. (2000). Teleworking: benefits and pitfalls as perceived by professionals and
managers. New technology, work and employment, 15(1), 34-49.
Biron, M., & van Veldhoven, M. (2016). When control becomes a liability rather than an asset:
Comparing home and office days among part-time teleworkers. Journal of Organizational
Behavior, 37(8), 1317-1337.
Bloom, N. (2014). To raise productivity, let more employees work from home. Harvard Business
Review, 92(1/2), 28-29.
Bloom, N., Liang, J., Roberts, J., & Ying, Z. J. (2015). Does working from home work? Evidence
from a Chinese experiment. The Quarterly Journal of Economics, 130(1), 165-218.
Gajendran, R. S., & Harrison, D. A. (2007). The good, the bad, and the unknown about
telecommuting: Meta-analysis of psychological mediators and individual consequences. Journal
of Applied Psychology, 92(6), 1524.
Grant, C. A., Wallace, L. M., & Spurgeon, P. C. (2013). An exploration of the psychological
factors affecting remote e-worker's job effectiveness, well-being and work-life balance. Employee
Relations.
Hooftman, W., Mars, G., Knops, J., Van Dam, L., De Vroome, E., Janssen, B., Pleijers, A., & Van
den Bossche, S. (2020). Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2019: Methodologie en
globale resultaten. Leiden/Heerlen: TNO/CBS.
Kossek, E. E., Lautsch, B. A., & Eaton, S. C. (2006). Telecommuting, control, and boundary
management: Correlates of policy use and practice, job control, and work–family
effectiveness. Journal of Vocational Behavior, 68(2), 347-367.
Messenger, J. C., & Gschwind, L. (2016). Three generations of Telework: New ICT s and the (R)
evolution from Home Office to Virtual Office. New Technology, Work and Employment, 31(3),
195-208.
Parent-Thirion, A., Biletta, I., Cabrita, J., Vargas, O., Vermeylen, G., Wilczynska, A., & Wilkwns,
M. (2017). Eurofound, Sixth european working conditions survey–overview report
(update). Luxembourg: Publications Office of the European Union, Luxembourg.
19
Rudolph, C.W., Allan, B., Clark, M., Hertel, G., Hirschi, A., Kunze, F., Shockley, K., Shoss, M.,
Sonnentag, S., & Zacher, H. (2020). Pandemics: Implications for Research and Practice in
Industrial and Organizational Psychology. Industrial and Organizational Psychology:
Perspectives on Science and Practice (in press).
Sardeshmukh, S. R., Sharma, D., & Golden, T. D. (2012). Impact of telework on exhaustion and
job engagement: A job demands and job resources model. New Technology, Work and
Employment, 27(3), 193-207.
Sinclair, R.R., Allen, T., Barber, L., Bergman, M., Britt, T., Butler, A., Ford, M., Hammer, L., Kath,
L., Probst, T., & Yuan, Z. (2020). Occupational health science in the time of COVID-19: Now
more than ever. Occupational Health Science (in press).
Van Veldhoven, M., Van den Broeck, A., Daniels, K., Bakker, A. B., Tavares, S. M., &
Ogbonnaya, C. (2020). Challenging the universality of job resources: Why, when, and for whom
are they beneficial?. Applied Psychology, 69(1), 5-29.
Vega, R. P., Anderson, A. J., & Kaplan, S. A. (2015). A within-person examination of the effects
of telework. Journal of Business and Psychology, 30(2), 313-323.
20
10. Bijlagen
10.1 Appendix A. NL-versie van de vragenlijst
10.2 Appendix B. Resultaten deel1/losse items
10.3 Appendix C. Resultaten deel2/schalen
21
10.1 Appendix A. NL-versie van de vragenlijst
Ervaringen met thuiswerken - Lente 2020
Wij zijn een internationale groep onderzoekers van universiteiten in Denemarken, Nederland,
Spanje en het Verenigd Koninkrijk, onder leiding van de Technische Universiteit van
Denemarken (DTU). Wij doen onderzoek doen naar het gebruik van digitale technologie tijdens
de COVID-19/Coronavirus uitbraak, naar hoe mensen nu samenwerken, en hoe mensen het
werken of afstand nu organiseren.
Er zijn 23 vragen in deze enquête.
Introductie en toestemming
Voor we beginnen met het verzamelen van de data, moeten wij er zeker van zijn dat u het
volgende heeft gelezen, begrijpt en hiermee akkoord gaat:
Wat is het doel van deze enquête?
Leren van de ervaringen van mensen terwijl zij momenteel werken of studeren vanuit thuis.
Welke data wordt verzameld?
Vrijwillige demografische kenmerken (bijv. leeftijd, sekse), meningen over thuiswerken en
ervaringen met digitale technologie die samenwerken op afstand mogelijk maakt.
Worden de data van deze enquête persoonlijk aan mij gekoppeld en bewaard?
Nee, deze enquête is anoniem: er worden geen persoonlijk identificeerbare data (bijv. naam,
geboortedatum, e-mailadres, IP-adres of locatiegegevens) verzameld of bewaard.
Hoe wordt de data verwerkt?
Statistische analyses zullen worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de
hoofdonderzoeker (DTU), met wetenschappelijke rapportage als doel, per land en voor alle data
gezamenlijk. De rapportages zullen alleen informatie bevatten die is geaggregeerd.
Hoe wordt de data opgeslagen?
De anonieme antwoorden zullen worden opgeslagen in een beveiligde opslag gelegen op de
Technische Universiteit van Denemarken (DTU) tot het einde van het onderzoek (April 2022).
Hoe kan ik mijn data verwijderen?
U kunt klikken op “Exit” in het uiterste rechtse deel van de pagina en de enquête verwijderen, of
contact met ons opnemen via een unieke ID-code die u kunt aanmaken.
Hoe kan ik contact opnemen?
- Verantwoordelijke onderzoekers bij DTU: Prof. John Paulin Hansen: (insert link here) en
Christine Ipsen: (insert link here)
- Verantwoordelijke voor databeheer bij DTU: Ane Sandager: (insert link here)
- Nederlandse versie: Prof. Marc van Veldhoven (Tilburg University, Department of HR Studies):
(insert link here)
22
1. Kunt u a.u.b. bevestigen dat:
- U ouder bent dan 18 jaar;
- U de informatie hierboven heeft gelezen en begrepen;
- En u vrijwillig instemt om deel te nemen aan deze enquête?
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- Ja
- Nee
Mijn huidige werksituatie
2. Werkt u vanuit thuis sinds de COVID-19 virusuitbraak?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u
de informatie hierboven heeft gelezen en begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan
deze enquête?)
! Kies één van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende antwoorden:
- Ja, ik werk alleen nog vanuit thuis
- Ja, ik werk soms vanuit thuis
- Nee
3. Waarom werkt u momenteel vanuit thuis?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kruis alle toepasselijke antwoorden aan
Kruis a.u.b. alle antwoorden aan die van toepassing zijn:
- Omdat het mij is opgelegd om het zo te doen
- Omdat ik er de voorkeur aan geef om het zo te doen
- Omdat ik ziek ben
- Omdat ik denk dat ik wellicht drager ben van het virus
- Omdat ik normaliter vanuit thuis werk
4. Op welke dag bent u gestart met thuiswerken?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Geef a.u.b. een datum:
23
5. Hoe zou u de ervaring met thuiswerken beschrijven in uw eigen woorden?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Schrijf a.u.b. hier uw antwoord:
6. Hoeveel dagen per week werkte u gemiddeld parttime of fulltime vanuit thuis vóór de
uitbraak van het COVID-19 virus? (Geef a.u.b. het aantal dagen aan waarop u meer dan
één uur vanuit thuis werkte) *
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- Ik heb nog nooit eerder vanuit thuis gewerkt
- Minder dan een dag
- Een dag
- Twee dagen
- Drie dagen
- Vier dagen
- Vijf dagen
- Zes dagen
- Zeven dagen
Mijn huidige werksituatie II
7. In hoeverre bent u het eens met de uitspraak?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
24
Kies a.u.b. het geschikte antwoord bij elke uitspraak:
Sterk
mee
oneens
Mee
oneens
Neutraal
Mee
eens
Sterk
mee
eens
Digitale systemen
8. Hoe vaak maakt u gebruik van onderstaande systemen deze dagen? Beantwoord a.u.b.
de vraag voor alle genoemde systemen.
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
25
Kies a.u.b. het geschikte antwoord voor elk systeem:
Nooit
Nauwelijks
Soms
Vaak
Altijd
E-mail
Gedeelde on-line documenten
Conferentiesystemen
(bijv. Facetime, Skype, Zoom of
andere)
Facebook groepen
Andere zogenaamde “groupware”
programma’s (bijv. MS Team, Lotus
Notes, Wire, Zoho, Slack, Trello of
andere)
Telefoon
Communicatie apps (bijv.
Messenger, WhatsApp of andere)
SMS
9. Als u gebruik maakt van andere digitale systemen om vanuit thuis te werken, wilt u
deze dan hieronder specificeren.
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Schrijf a.u.b. hier uw antwoord:
10. Met hoeveel mensen heeft u naar schatting contact gedurende een dag waarop u
thuiswerkt?
!Kies één van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- 1
- 2-4
- 5-9
- 10-14
- 15-19
- 20-24
- 25-29
- 30-39
- 40-49
- 50-59
- 60-69
- 70-79
- 80-89
- 90-100
- +100
26
Voordelen van thuiswerken
11. In hoeverre bent u het er mee eens of oneens dat de volgende aspecten positief
worden beïnvloed door uw thuiswerken?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Kies a.u.b. het geschikte antwoord voor elk aspect:
Sterk
mee
oneens
Mee
Oneens
Neutraal
Mee
Eens
Sterk mee
eens
Ik draag bij aan het verlagen van het
risico op het verspreiden van
COVID-19
Ik krijg tijd om te focussen op mijn
werk zonder onderbrekingen door
andere mensen
Ik krijg een mogelijkheid om eens
wat ander werk te doen waarvoor ik
normaliter geen tijd heb
Ik hoef geen tijd te besteden aan
lange vergaderingen
Ik kan pauze nemen wanneer ik
maar wil
Ik kan dicht bij mijn familie en
vrienden zijn
Ik vind de sfeer bij mij thuis beter
dan op mijn werk
Ik kan mijn eigen eten en drinken
nuttigen
Ik heb niemand die me op de
vingers kijkt
Ik bespaar reistijd van en naar mijn
werk
Ik stel mezelf niet bloot aan het
risico om ziek te worden
Ik krijg een kans om mijn oude
gewoontes te doorbreken en mijn
routines te veranderen
Het is makkelijker om met mensen
in contact te komen dan normaal
27
12. Als u andere voordelen heeft ervaren van het thuiswerken, geef deze dan hieronder
weer.
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Schrijf a.u.b. hier uw antwoord:
Nadelen van thuiswerken
28
13. In hoeverre bent u het er mee eens of oneens dat de volgende aspecten negatief
worden beïnvloed door uw thuiswerken?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Kies a.u.b. het geschikte antwoord voor elk aspect:
Sterk
mee
oneens
Mee
Oneens
Neutraal
Mee
Eens
Sterk
mee
eens
Ik kan mijn collega’s en andere
mensen niet zoveel zien als ik zou
willen
Ik heb (fysieke) apparatuur nodig
om mijn werk te doen waar ik thuis
geen toegang tot heb
Ik heb data of documenten nodig
om mijn werk te doen waar ik thuis
geen toegang tot heb
Ik vind het moeilijk om gefocust te
blijven op werk wanneer ik alleen
ben
Ik weet niet wat voor werk ik zou
moeten doen
Ik mis het eten en andere
voorzieningen die we op mijn
werkplek hebben
Het is een financieel probleem voor
mijn werk dat ik niet op mijn
werkplek kan zijn
Ik word afgeleid door andere
mensen thuis
Ik mis dat ik het huis uit kan gaan
Ik krijg niet genoeg beweging als ik
niet op mijn werkplek ben
Het werk dat ik thuis doe is niet zo
interessant als dat wat ik op mijn
werkplek doe
Ik ben bang dat er niet genoeg werk
zal zijn dat ik thuis kan doen
De fysieke omstandigheden in mijn
huis maken geen goede
werkomgeving mogelijk (verstelbare
stoel en tafel, genoeg licht, stilte,
goede monitor, etc.)
Het kost mij meer moeite dat ik mijn
normale routines niet kan gebruiken
Ik voel me meer “vastzitten aan mijn
computer” dan op mijn werkplek
Ik maak me zorgen dat er
werktaken zijn die ik zou willen
doen maar vanuit thuis niet kan
doen
29
14. Als u andere nadelen heeft ervaren van het thuiswerken, geef deze dan hieronder weer
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Schrijf a.u.b. hier uw antwoord:
Demografische informatie
15. Wat voor werk doet u momenteel? U mag meerdere antwoorden aanklikken.
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kruis alle toepasselijke antwoorden aan
Kruis a.u.b. alle antwoorden aan die van toepasssing zijn:
- Ik ben student
- Ik doe administratief werk
- Ik doe onderzoek
- Ik ontwikkel systemen, plannen of modellen
- Ik ben een manager
- Ik zit in de communicatie
- Ik ben leraar en begeleider
- Ik zit in de commercie
- Ik monitor systemen
- Ik werk in de productie
- Ik werk aan creatieve producties
- Anders:______________________________________________
30
16. Wat is uw leeftijd?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkeheden:
- 10-20 jaar
- 21-30 jaar
- 31-40 jaar
- 41-50 jaar
- 51-60 jaar
- Ouder dan 60 jaar
- Wil ik liever niet zeggen
17. Met welk geslacht identificeert u zichzelf het meest?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- Vrouw
- Man
- Wil ik liever niet zeggen
- Anders: ___________________________________
18. Wat is uw hoogst behaalde opleidingsniveau?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies slechts één van de volgende mogelijkheden:
- Geen opleiding afgerond
- Basisschool
- Middelbare school
- Lager beroepsonderwijs
- Middelbaar beroepsonderwijs
- Hoger beroepsonderwijs
- Universitaire Bachelor
- Universitaire Master
- Universitair Doctoraat
- Overige
31
19. In welk land verblijft u momenteel?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies één van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
(lijst van landen, alleen beschikbaar in het Engels)
20. Hoeveel jonge mensen en volwassenen, inclusief uzelf, bevinden zich in huis terwijl u
thuiswerkt tijdens COVID-19?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5 of meer
21. Hoeveel kinderen onder 15 jaar bevinden zich in huis terwijl u thuiswerkt tijdens
COVID-19?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- 0
- 1
- 2
- 3
- 4 of meer
32
Algemene situatie
22. Al met al, kijkend naar uw huidige werk- en leefsituatie, hoe zou u deze omschrijven?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
! Kies een van de volgende antwoorden
Kies a.u.b. slechts één van de volgende mogelijkheden:
- Veel minder uitdagend dan normaal
- Iets minder uitdagend dan normaal
- Net zo uitdagend als normaal
- Iets meer uitdagend dan normaal
- Veel meer uitdagend dan normaal
23. Heeft u nog aanvullende opmerkingen of feedback?
Beantwoord deze vraag alleen als de volgende zaken van toepassing zijn:
Antwoord was ‘Ja, ik werk soms thuis’ of ‘Ja, ik werk alleen thuis’ bij vraag ‘2 [UK1]’ (Werkt u
thuis sinds de virusuitbraak van COVID-19) en Antwoord was ‘ja’ op de vraag ‘1 [UK00]’ (Kunt
u bevestigen dat: - u meer dan 18 jaar bent; -u de informatie hierboven heeft gelezen en
begrepen; - en u vrijwillig instemt mee te doen aan deze enquête?)
Schrijf a.u.b. hier uw antwoord:
Hartelijk dank voor uw deelname!
John Paulin Hansen, Professor & Christine Ipsen, Hoofd van de onderzoeksgroep, DTU
Management, Technische Universiteit van Denemarken.
Marc van Veldhoven, Professor, Departement Human Resource Studies, Tilburg University.
Dien uw enquête in.
Bedankt voor het invullen van deze enquête.
33
10.2 Appendix B. Resultaten deel1/losse items
Ervaringen met thuiswerken - Lente 2020
- Ruwe resultaten data t/m 11 mei 2020
- Alle respondenten hebben “informed consent” gegeven
- Alleen respondenten die fulltime thuis werken sinds COVID-19
- Alleen werkenden, geen studenten
- NL: 236 respondenten (4,9%)
- EU-overige landen: 4599 respondenten (95,1%); met name uit Oostenrijk, Denemarken,
Finland, Duitsland, Italië, Spanje, Zweden en UK
- Tot nu toe alleen kwantitatieve onderdelen van de survey verwerkt
Waarom werkt u momenteel vanuit thuis?
Hier zijn meerdere antwoorden mogelijk, dus elke sub-optie kan in theorie tot 100% lopen
NL EU
Omdat het mij is opgelegd om het zo te doen 81.8% 88.8%
Omdat ik er de voorkeur aan geef om het zo te doen 29.8% 21,4%
Omdat ik ziek ben 0% 1,4%
Omdat ik denk dat ik wellicht drager ben van het virus 2,5% 8,2%
Omdat ik normaliter vanuit thuis werk 5,1% 4,3%
Hoeveel dagen per week werkte u gemiddeld parttime of fulltime vanuit thuis vóór de
uitbraak van het COVID-19 virus? (Geef a.u.b. het aantal dagen aan waarop u meer dan
één uur vanuit thuis werkte)
NL EU
Ik heb nog nooit eerder vanuit thuis gewerkt 10,2% 27,7%
Minder dan een dag 30,1% 36,8%
Een dag 38,1% 16,3%
Twee dagen 10,6% 7,0%
Drie dagen 4,2% 2,7%
Vier dagen 1,3% 1,8%
Vijf dagen 4,7% 5,5%
Zes dagen 0,4% 0,9%
Zeven dagen 0,4% 1,2%
34
In hoeverre bent u het eens met de uitspraak?
Antwoordpercentage
Sterk
mee
oneens
Mee
oneens
Neutraal
Mee eens
Sterk mee
eens
Gedurende deze tijden werk
ik meer uren dan gewoonlijk
NL: 8,1
EU: 14,2
NL: 33,9
EU: 26,9
NL: 20,8
EU: 20,3
NL: 26,3
EU: 23,1
NL: 11,0
EU: 15,6
Gedurende deze tijden krijg
ik minder werk gedaan dan
gewoonlijk
NL: 13,1
EU: 27,9
NL: 36,4
EU: 29,9
NL: 11,4
EU: 14,2
NL: 28,8
EU: 20,9
NL: 10,2
EU: 7,2
Gedurende deze tijden is
mijn werk veeleisender dan
gewoonlijk
NL: 7,2
EU: 8,5
NL: 30,9
EU: 27,6
NL: 20,8
EU: 26,5
NL: 33,1
EU: 28,4
NL: 8,1
EU: 9,1
De informatie die ik heb
gekregen vanuit mijn werk of
opleiding heeft me goed
voorbereid op het werken
vanuit thuis
NL: 3,8
EU: 2,5
NL: 10,6
EU: 9,5
NL: 28,0
EU: 16,0
NL: 42,4
EU: 43,0
NL: 15,3
EU: 29,0
Ik kan goede relaties
onderhouden met mijn
collega’s of medestudenten
terwijl ik thuiswerk
NL: 2,5
EU: 3,1
NL: 16,9
EU: 16,7
NL: 16,4
EU: 16,5
NL: 46,4
EU: 46,0
NL: 17,4
EU: 17,7
35
Hoe vaak maakt u gebruik van onderstaande systemen deze dagen? Beantwoord a.u.b. de
vraag voor alle genoemde systemen.
Hier zijn meerdere antwoorden mogelijk, dus elke sub-optie kan in theorie tot 100% lopen
Antwoordpercentage
Nooit
Nauweli
jks
Soms
Vaak
Altijd
E-mail
NL: 0
EU: 0,2
NL: 0,4
EU: 0,9
NL: 1,7
EU: 2,6
NL:
21,6
EU:
18,2
NL:
76,3
EU:
78,2
Gedeelde on-line documenten
NL: 8,1
EU: 5,9
NL: 8,9
EU: 8,4
NL: 18,2
EU: 17, 2
NL:
32,2
EU:
31,1
NL:
32,6
EU:
37,7
Conferentiesystemen
(bijv. Facetime, Skype, Zoom of andere)
NL: 4,2
EU: 4,8
NL: 3,4
EU: 4,8
NL: 10,6
EU: 14,2
NL:
42,8
EU:
36,3
NL:
39,6
EU:
39,9
Facebook groepen
NL:
83,9
EU:
76,8
NL: 9,7
EU:
11,2
NL: 2,5
EU: 6,4
NL: 2,5
EU: 3,6
NL: 1,3
EU: 2,0
Andere “groupware” (bijv. MS Team, Lotus
Notes, Wire, Zoho, Slack, Trello of andere)
NL:
27,1
EU:
33,9
NL:
10,6
EU: 9,7
NL: 16,1
EU: 11,4
NL:
21,2
EU:
18,5
NL:
25,0
EU:
26,5
Telefoon
NL: 0,4
EU: 4,2
NL:
10,2
EU:
13,0
NL: 20,3
EU: 27,9
NL:
38,1
EU:
33,5
NL:
30,9
EU:
21,5
Communicatie apps (bijv. Messenger,
WhatsApp of andere)
NL: 3,0
EU:
26,8
NL: 7,2
EU:
16,4
NL: 23,3
EU: 19,1
NL:
39,4
EU:
21,3
NL:
27,1
EU:
16,5
SMS
NL:
54,7
EU:
40,2
NL:
29,7
EU:
29,2
NL: 13,6
EU: 19,4
NL: 1,3
EU: 8,4
NL: 0,8
EU: 3.0
36
Met hoeveel mensen heeft u naar schatting contact gedurende een dag waarop u
thuiswerkt?
NL EU
1 1,7% 2,9%
2-4 23,7% 24,5%
5-9 43,1% 33,1%
10-14 17,4% 19,6%
15-19 7,8% 7,7%
20-24 4,3% 4,4%
25-29 0,4% 2,6%
30-39 0,9% 2.0%
40-49 0,9% 0,9%
50-59 0% 1%
60-69 0% 0,2%
70-79 0% 0,1%
80-89 0% 0,2%
90-100 0& 0,2%
+100 0% 0,6%
Voordelen van thuiswerken
Dit zal worden verwerkt/gerapporteerd in 3 dimensies op basis van de factoranalyse (zie
Appendix C).
We rapporteren hieronder voor de volledigheid ook de gemiddelde scores per item op een schaal
van 1 (sterk oneens) tot 5 (sterk eens).
37
In hoeverre bent u het er mee eens of oneens dat de volgende aspecten positief worden
beïnvloed door uw thuiswerken?
Gemiddelde
score
Ik draag bij aan het verlagen
van het risico op het
verspreiden van COVID-19
NL: 4,45
EU: 4,64
Ik krijg tijd om te focussen op
mijn werk zonder
onderbrekingen door andere
mensen
NL: 3,31
EU: 3,47
Ik krijg een mogelijkheid om
eens wat ander werk te doen
waarvoor ik normaliter geen
tijd heb
NL: 2,86
EU: 3,04
Ik hoef geen tijd te besteden
aan lange vergaderingen
NL: 3,07
EU: 2,97
Ik kan pauze nemen wanneer
ik maar wil
NL: 3,56
EU: 3,65
Ik kan dicht bij mijn familie en
vrienden zijn
NL: 3,41
EU: 3,42
Ik vind de sfeer bij mij thuis
beter dan op mijn werk
NL: 2,78
EU: 2,96
Ik kan mijn eigen eten en
drinken nuttigen
NL: 3,80
EU: 3,81
Ik heb niemand die me op de
vingers kijkt
NL: 3,06
EU: 2,72
Ik bespaar reistijd van en
naar mijn werk
NL: 4,30
EU: 4,39
Ik stel mezelf niet bloot aan
het risico om ziek te worden
NL: 4,21
EU: 4,43
Ik krijg een kans om mijn
oude gewoontes te
doorbreken en mijn routines
te veranderen
NL: 3,16
EU: 3,31
Het is makkelijker om met
mensen in contact te komen
dan normaal
NL: 2,28
EU: 2,54
Nadelen van thuiswerken
Dit zal worden verwerkt/gerapporteerd in 3 dimensies op basis van de factoranalyse (zie
Appendix C).
We rapporteren hieronder voor de volledigheid ook de gemiddelde scores per item op een schaal
van 1 (sterk oneens) tot 5 (sterk eens).
38
In hoeverre bent u het er mee eens of oneens dat de volgende aspecten negatief worden
beïnvloed door uw thuiswerken?
Gemiddelde
score
Ik kan mijn collega’s en andere
mensen niet zoveel zien als ik zou
willen
NL: 3,98
EU: 3,83
Ik heb (fysieke) apparatuur nodig om
mijn werk te doen waar ik thuis geen
toegang tot heb
NL: 2,02
EU:2,68
Ik heb data of documenten nodig om
mijn werk te doen waar ik thuis geen
toegang tot heb
NL: 1,83
EU: 2,18
Ik vind het moeilijk om gefocust te
blijven op werk wanneer ik alleen
ben
NL: 2,02
EU: 2,42
Ik weet niet wat voor werk ik zou
moeten doen
NL: 1,57
EU: 1,58
Ik mis het eten en andere
voorzieningen die we op mijn
werkplek hebben
NL: 2,01
EU: 2,23
Het is een financieel probleem voor
mijn werk dat ik niet op mijn
werkplek kan zijn
NL: 1,61
EU: 1,71
Ik word afgeleid door andere
mensen thuis
NL: 2,69
EU: 2,52
Ik mis dat ik het huis uit kan gaan
NL: 3,79
EU: 3,71
Ik krijg niet genoeg beweging als ik
niet op mijn werkplek ben
NL: 3,19
EU: 3,08
Het werk dat ik thuis doe is niet zo
interessant als dat wat ik op mijn
werkplek doe
NL: 2,29
EU: 2,15
Ik ben bang dat er niet genoeg werk
zal zijn dat ik thuis kan doen
NL: 1,90
EU: 1,84
De fysieke omstandigheden in mijn
huis maken geen goede
werkomgeving mogelijk (verstelbare
stoel en tafel, genoeg licht, stilte,
goede monitor, etc.)
NL: 2,91
EU:3,07
Het kost mij meer moeite dat ik mijn
normale routines niet kan gebruiken
NL: 2,62
EU: 2,52
Ik voel me meer “vastzitten aan mijn
computer” dan op mijn werkplek
NL: 3,50
EU: 3,10
Ik maak me zorgen dat er werktaken
zijn die ik zou willen doen maar
vanuit thuis niet kan doen
NL: 2,23
EU: 2,38
39
Wat voor werk doet u momenteel? U mag meerdere antwoorden aanklikken.
Hier zijn meerdere antwoorden mogelijk, dus elke sub-optie kan in theorie tot 100% lopen
NL EU
Ik doe administratief werk 16,5% 40,2%
Ik doe onderzoek 23,7% 21,6%
Ik ontwikkel systemen, plannen of modellen 18,2% 18,9%
Ik ben een manager 17,4% 21,8%
Ik zit in de communicatie 11,9% 11,9%
Ik ben leraar en begeleider 13,6% 19,1%
Ik zit in de commercie 3,0% 5,8%
Ik monitor systemen 3,4% 6,5%
Ik werk in de productie 0 3,8%
Ik werk aan creatieve producties 4,2% 4,0%
Wat is uw leeftijd?
NL EU
10-20 jaar 0% 0,1%
21-30 jaar 22,9% 12,9%
31-40 jaar 30,9% 27,7%
41-50 jaar 22,5% 30,1%
51-60 jaar 19,5% 22,4%
Ouder dan 60 jaar 4,2% 5,8%
Wil ik liever niet zeggen 0% 0,4%
Met welk geslacht identificeert u zichzelf het meest?
NL EU
Vrouw 71,6% 59,6%
Man 28% 38,8%
Wil ik liever niet zeggen 0,4% 1,6%
40
Wat is uw hoogst behaalde opleidingsniveau?
NL EU
Geen opleiding afgerond 0% 0%
Basisschool 0% 0,3%
Middelbare school 0,8% 2,4%
LBO/MBO 0% 7,1%
HBO/Associate degree 14,0% 10,3%
Universitaire Bachelor 1,7% 14,6%
Universitaire Master 64,0% 45,1%
Universitair Doctoraat 19,5% 16,3%
Hoeveel jonge mensen en volwassenen, inclusief uzelf, bevinden zich in huis terwijl u
thuiswerkt tijdens COVID-19?
NL EU
1 26,3% 27,2%
2 30,9% 33,5%
3 16,9% 17,9%
4 15,7% 16,5%
5 of meer 10,2% 4,8%
Hoeveel kinderen onder 15 jaar bevinden zich in huis terwijl u thuiswerkt tijdens COVID-
19?
NL EU
0 63,1% 64,7%
1 16,7% 16,7%
2 13,7% 16,0%
3 of meer 6,4% 2,6%
41
Al met al, kijkend naar uw huidige werk- en leefsituatie, hoe zou u deze omschrijven?
NL EU
Veel minder uitdagend dan normaal 8,5% 6,6%
Iets minder uitdagend dan normaal 23,7% 17,6%
Net zo uitdagend als normaal 20,3% 27,8%
Iets meer uitdagend dan normaal 30,5% 35,4%
Veel meer uitdagend dan normaal 16,9% 12,6%
42
10.3 Appendix C. Resultaten deel2/schalen
Ervaringen met thuiswerken - Lente 2020
- Ruwe resultaten data t/m 11 mei 2020
- Alle respondenten hebben “informed consent” gegeven
- Alleen respondenten die fulltime thuis werken sinds COVID-19
- Alleen werkenden, geen studenten
- NL: 236 respondenten (4,9%)
- EU-overige landen: 4599 respondenten (95,1%); met name uit Oostenrijk, Denemarken,
Finland, Duitsland, Italië, Spanje, Zweden en UK
- Tot nu toe alleen kwantitatieve onderdelen van de survey verwerkt
Schalen op basis van vraag 11 en 13 in de lijst
Vraag 11 (voordelen) en vraag 13 (nadelen) bevatten 13 resp. 16 voor- en nadelen van het
thuiswerken door COVID-19. Dit materiaal leent zich goed om te analyseren welke
samenvattende dimensies kunnen worden onderscheiden in de voor- resp. nadelen van
thuiswerken (n.a.v. COVID-19).
Hiertoe zijn exploratieve factoranalyses uitgevoerd.
Op voorhand zijn items 11a en 11k uitgesloten van deze analyses omdat deze verband houden
met de hele aanleiding voor het thuiswerken, namelijk het voorkomen van verdere verspreiding
van COVID19, en we wilden hier vooral kijken wat de impact is van het thuiswerken door COVID-
19, zowel in positieve als in negatieve zin.
De resterende 11 items m.b.t. voordelen en 16 items m.b.t. nadelen zijn intern consistente
schalen.
Cronbach’s alpha: Vraag11 Vraag13
Voordelen nadelen
NL .68 .78
EU .74 .84
Combinatiedata NL+EU .74 .83
Dat de items van de voordelen onderling voldoende samenhangen, en ook de items van de
nadelen onderling, wil niet zeggen dat de bevraagde voor- en nadelen in de beleving van de
respondenten allemaal een en dezelfde dimensie afdekken. Factoranalyses wijzen meer in de
richting van verdere differentiatie in de achterliggende dimensies.
Dit volgt uit een exploratieve factoranalyse met PCA en Varimax (we hebben meer verschillende
soorten exploratieve factoranalyses gedaan, maar de factoroplossing komt telkens met lichte
variaties neer op wat we hier rapporteren).
43
PCA/Varimax
Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van de NL en EU-data gecombineerd.
We rapporteren de factorladingen (componenten) na rotatie.
Vraag 11:
Rotated Component Matrixa
Component
1
2
3
Q11b
.372
.657
-.089
Q11c
.225
.719
.034
Q11d
.023
.714
.193
Q11e
-.036
.493
.621
Q11f
.409
.010
.332
Q11g
.625
.223
.155
Q11h
.483
-.046
.566
Q11i
.078
.054
.759
Q11j
.587
.015
.186
Q11l
.556
.225
.070
Q11m
.625
.199
-.156
Merendeels levert dit een heldere factoroplossing op, d.w.z. de items verdelen zich mooi over de
3 factoren. Sommige items laden op 2 factoren redelijk hoog, maar dan toch wel weer sterker op
een van deze 2, dus kunnen we alsnog indelen bij 1 bepaalde factor.
44
Vraag 13
Rotated Component Matrixa
Component
1
2
3
Q13a
.637
.115
.132
Q13b
.180
.087
.800
Q13c
.047
.167
.788
Q13d
.416
.524
.013
Q13e
.131
.733
.000
Q13f
.527
.155
-.103
Q13g
.108
.499
.216
Q13h
.436
.108
.082
Q13i
.691
.135
.010
Q13j
.630
.068
.060
Q13k
.284
.666
.213
Q13l
.040
.776
.138
Q13m
.558
.030
.301
Q13n
.510
.344
.299
Q13o
.479
.161
.232
Q13p
.158
.478
.575
Merendeels levert dit ook hier een heldere factoroplossing op, d.w.z. de items verdelen zich mooi
over de 3 factoren. Sommige items laden ook bij de nadelen op 2 factoren redelijk hoog, maar
dan toch wel weer sterker op een van deze 2, dus kunnen we alsnog indelen bij 1 bepaalde
factor.
Op basis hiervan kunnen we een tabel maken die aangeeft welke dimensies we hebben
gevonden in de beleving van voor- en nadelen van thuiswerken i.v.m. COVID-19. Deze staan
hieronder. Per dimensie (factor) geven we weer welke items daar onder vallen, gesorteerd op
factorlading (op basis van de resultaten hierboven).
45
Tabel met dimensies/factoren x items gesorteerd op factorlading (het getal tussen haakjes)
Voordelen
- Betere fit met eigen sociale voorkeuren
11g Ik vind de sfeer bij mij thuis beter dan op mijn werk (.63)
11m Het is makkelijker om met mensen in contact te komen dan normaal (.63)
11j Ik bespaar reistijd van en naar mijn werk (.59)
11l Ik krijg een kans om mijn oude gewoontes te doorbreken en mijn routines te veranderen (.56)
11f Ik kan dicht bij mijn familie en vrienden zijn (.41)
- Meer efficiency in het werk
11c Ik krijg een mogelijkheid om eens ander werk te doen waarvoor ik normaliter geen tijd heb
(.72)
11d Ik hoef geen tijd te besteden aan lange vergaderingen (.71)
11b Ik krijg tijd om te focussen op mijn werk zonder onderbrekingen door andere mensen (.66)
- Meer eigen regie over de werkdag
11i Ik heb niemand die me op de vingers kijkt (.76)
11e Ik kan pauze nemen wanneer ik maar wil (.62)
11h Ik kan mijn eigen eten en drinken nuttigen (.57)
Niet meegenomen:
11a Ik draag bij aan het verlagen van het risico op het verspreiden van COVID-19
11k Ik stel mezelf niet bloot aan het risico om ziek te worden
46
Nadelen
- Virtualisering
13i Ik mis dat ik het huis uit kan gaan (.69)
13a Ik kan mijn collega’s en andere mensen niet zoveel zien als ik zou willen (.64)
13j Ik krijg niet genoeg beweging als ik niet op mijn werkplek ben (.63)
13m De fysieke omstandigheden in mijn huis maken geen goede werkomgeving mogelijk (.56)
13f Ik mis het eten en andere voorzieningen die we op mijn werkplek hebben (.53)
13n Het kost mij meer moeite dat ik mijn normale routines niet kan gebruiken (.51)
13o Ik voel me meer “vastzitten aan mijn computer” dan op mijn werkplek (.48)
13h Ik word afgeleid door andere mensen thuis (.44)
- Minder (zinvolheid van het) werk
13l Ik ben bang dat er niet genoeg werk zal zijn dat ik thuis kan doen (.78)
13e Ik weet niet wat voor werk ik zou moeten doen (.73)
13k Het werk dat ik thuis doe is niet zo interessant als dat wat ik op mijn werkplek doe (.67)
13d Ik vind het moeilijk om gefocust te blijven op werk wanneer ik alleen ben (.52)
13g Het is een financieel probleem voor mijn werk dat ik niet op mijn werkplek kan zijn (.50)
- Inadequate werkmiddelen
13b Ik heb (fysieke) apparatuur nodig om mijn werk te doen waar ik thuis geen toegang tot heb
(.80)
13c Ik heb data of documenten nodig om mijn werk te doen waar ik thuis geen toegang tot heb
(.79)
13p Ik maak me zorgen over werktaken die ik zou willen doen maar vanuit thuis niet kan doen
(.58)
Somscores voor de schalen
Op basis van de interne consistentie kunnen we schaalscores berekenen voor al de voordelen bij
elkaar (proscore) en voor al de nadelen bij elkaar (conscore). De subdimensies zoals hierboven
besproken kunnen ook tot schaalscores worden verwerkt. Bij de nadelen is de schaalscore dan
telkens adequaat qua betrouwbaarheid (.74, .72 en .71 voor de drie dimensies respectievelijk).
Bij de voordelen is de betrouwbaarheid acceptabel voor de tweede dimensie (.62), en voldoet
aan het minimum voor dimensies 1 en 3 (respectievelijk .58 en .54). De variabelen Pro1 t/m pro3
hieronder bevatten de scores voor de voordelen-dimensies, de variabelen con1 t/m con3
bevatten de scores voor de nadelen-dimensies. Om de interpretatie van de zo verkregen scores
te vergemakkelijken hebben we de somscore over de items telkens gedeeld door het aantal
items, zodat de range tussen 1 en 5 blijft, en geïnterpreteerd kan worden van sterk oneens (1) tot
sterk eens (5), met 3 als neutrale punt.
47
Analyses op de schaalscores
De scores qua voor- en nadelen (en hun subdimensies) kunnen we vergelijken tussen NL en EU.
Dit zijn de gemiddelden en standaarddeviaties van de 2 groepen. De variabele “nl” geeft aan met
welke groep we te maken hebben:
NL=0 (EU, N=4599), NL=1 (NL, N=236).
Group Statistics
nl
N
Mean
Std. Deviation
consco
.00
4599
2.5371
.64854
1.00
236
2.5352
.53271
prosco
.00
4599
3.2997
.59174
1.00
236
3.2361
.52645
con1
.00
4599
3.0773
.79901
1.00
236
3.1423
.66570
con2
.00
4599
1.8588
.71741
1.00
236
1.9593
.65937
con3
.00
4599
2.4131
.98224
1.00
236
2.0282
.79070
pro1
.00
4597
3.3027
.68379
1.00
236
3.1303
.59001
pro2
.00
4599
3.1623
.91451
1.00
236
3.0819
.95718
pro3
.00
4599
3.3944
.78956
1.00
236
3.4732
.70038
De schaalscores van beide groepen zijn vervolgens met elkaar vergeleken m.b.v. een T-test voor
onafhankelijke steekproeven. De resultaten hiervan zijn hieronder weergegeven:
48
Independent Samples Test
Levene's
Test for
Equality of
Variances
t-test for Equality of Means
F
Sig.
t
df
Sig. (2-
tailed)
Mean
Differenc
e
consco
Equal variances assumed
14.281
.000
.043
4833
.966
.00184
Equal variances not assumed
.051
272.026
.959
.00184
prosco
Equal variances assumed
4.386
.036
1.616
4833
.106
.06352
Equal variances not assumed
1.796
266.402
.074
.06352
con1
Equal variances assumed
13.417
.000
-1.226
4833
.220
-.06491
Equal variances not assumed
-1.445
270.954
.150
-.06491
con2
Equal variances assumed
5.801
.016
-2.108
4833
.035
-.10057
Equal variances not assumed
-2.275
264.369
.024
-.10057
con3
Equal variances assumed
27.097
.000
5.922
4833
.000
.38488
Equal variances not assumed
7.198
273.605
.000
.38488
pro1
Equal variances assumed
3.138
.077
3.801
4831
.000
.17240
Equal variances not assumed
4.342
268.461
.000
.17240
pro2
Equal variances assumed
1.275
.259
1.314
4833
.189
.08036
Equal variances not assumed
1.261
257.503
.209
.08036
pro3
Equal variances assumed
2.881
.090
-1.503
4833
.133
-.07880
Equal variances not assumed
-1.675
266.593
.095
-.07880
49
11. Over de auteurs
Prof. Dr. Marc van Veldhoven is hoogleraar bij het Departement Human Resource Studies van
Tilburg University. Marc houdt zich bezig met onderwijs, onderzoek en impact op het gebied van
Arbeidspsychologie en strategisch HRM, onder andere in relatie tot nieuwe technologieën. Hij
werkt sinds 20 jaar in de wetenschap, maar werkte daarvoor geruime tijd als adviseur in het veld
van Arbeid en Gezondheid.
Marco van Gelder MBA. BA. is senior consultant bij Veldhoen + Company, de wereldwijde
experts in een Activity Based Workstyle en heeft meer dan 20 jaar ervaring in het adviseren van
organisaties in meerdere landen. Marco is tevens promovendus aan de Universiteit van Tilburg
(departement Human Resource Studies) waarbij hij zich richt op het bestuderen van paradoxen
in wendbare organisaties.
... From 26 th March, we contacted fellow researchers in several European countries; Sweden, Germany, UK, the Netherlands (Veldhoven & Gelder, 2020), Spain and Italy and Canada and the US. Those who accepted the invitation translated the survey into their national language. ...
Technical Report
Full-text available
Mid-March 2020 the current novel coronavirus outbreak, Covid-19, forced national governments across the world to order people to work from home (WFH), unless they had jobs of high necessity. Being in an unprecedented situation in Denmark and with our research interest in digital transformations, knowledge intensive work, management of distance work and management of both employee wellbeing and performance management, we designed a survey that focused on the experiences of WFH. The aim was to investigate the early, initial reactions of people working from home, their use of digital technology during the ongoing Covid-19 outbreak, how they collaborated and organized remote work, measure the experiences of working from home and reasons behind their experiences. The survey was first launched in Denmark (20th March) and then followed by seven other European countries, plus two outside Europe. This report presents results from data collected in the period from 21st of March until 11th of May with more than 100 national full responses from participants that worked fully from home since the Covid-19 lockdown, which means 4643 responses from eight European countries. The sampling was conducted by invitations send out through social media, local news channels and via professional networks (e.g. LinkedIn). The respondents were mainly knowledge workers and managers; a small majority of the respondents were women (60%). The questionnaire was also distributed among thousands of students, but this report presents only results from professionals and managers working from home. Given the short preparation time, we have not yet been able to construct a representative sample from each of the countries involved until mid-May 2020. The data set presented here are not to be viewed as representative for the entire labor force in the investigated countries. There may be important differences across professions, industries, and regions that we cannot address in the current analysis. Examples of early results are that a majority of professionals working from home in Denmark, report that they get more work done compared to being physically in a workplace (58%) and 41 % report that they work fewer hours. Danish managers of knowledge work found their work during the pandemic to be more challenging than the employees did. Across countries, Danish leaders are more challenged with their new tasks as distance managers than their German colleagues are. Overall, across Europe professionals within our samplings of knowledge workers found their new work conditions to be mostly positive as they appreciated the advantages of WFH, whereas managers found the situation more challenging. The study provides insights into the discussion about how to proceed with the implementation of a WFH-practice when this will is required, where the employees wish for it and where there will be financial benefits to be harvested. Acknowledgement We want to thank and acknowledge our student assistance Björgvin Hjartarson, Professor Marc van Veldhoven, Tilburg University, all the national partners and our research group members at DTU Management, Denmark, for making this survey possible.
Article
Full-text available
The main aim of this paper is to present a framework that organizations, and HR professionals in specific, can use while leading the conversations to shape their hybrid ways of working, aimed at aligning organizational and employee needs. What follows is a general framework was needed, which can be used to start and guide the conversation about the future way of working within organizations. It is clear that there is no one-size-fits-all solution for shaping the future way of working. Therefore, our goal is to provide a conceptual framework to get the future way of working conversation started. Within this framework, there is also the necessary freedom to reach an optimal solution within almost all organizations.
Article
Full-text available
In a cross-sectional study among 623 employees of a higher education institution, we examined the relations between perceived competence, autonomy, relatedness, intrinsic motivation, and productivity during the first lockdown in the spring of 2020. The results indicate that, relative to the period before the lockdown, the employees experienced an increase in autonomy and competence, but a decrease in relatedness, intrinsic motivation, and productivity. Structural equation modelling revealed that the decrease in productivity can be explained by a decrease in intrinsic motivation, which in turn can be explained by changes in relatedness, autonomy, and perceived competence. Thus, during the lockdown, both positive and negative motivational consequences of teleworking were observed. However, the ultimate consequence for employees’ productivity was negative. An important difference between this study and previous studies on the topic of teleworking, is that the present examined the motivational process under extreme circumstances in which employees had to switch overnight form onsite to remote working.
Article
Full-text available
Workers bear a heavy share of the burden of how countries contend with COVID-19; they face numerous serious threats to their occupational health ranging from those associated with direct exposure to the virus to those reflecting the conflicts between work and family demands. Ten experts were invited to comment on occupational health issues unique to their areas of expertise. The topics include work-family issues, occupational health issues faced by emergency medical personnel, the transition to telework, discrimination against Asian-Americans, work stressors, presenteeism, the need for supportive supervision, safety concerns, economic stressors, and reminders of death at work. Their comments describe the nature of the occupational health concerns created by COVID-19 and discuss both unanswered research questions and recommendations to help organizations reduce the impacts of COVID-19 on workers.
Article
Full-text available
Purpose The purpose of this study was to examine telework using a within-person research methodology and to broaden the typical outcomes investigated in regards to telework. Design/Methodology/Approach Data were obtained from a large U.S. government organization from both supervisors and non-supervisors. Surveys were completed on five consecutive workdays when employees were either teleworking or not (n = 180). On average, employees teleworked 2.13 days during data collection. Findings Employees generally have a more positive work experience while teleworking. They report higher levels of job performance and job satisfaction, and did better on an objective creative task when teleworking. Implications Research findings can vary in magnitude and even direction when considered at different levels of analysis. The results of this study support the generally positive findings about telework from between-person research at the within-person level. Managers can utilize this information to appropriately consider when employees need to be in the office and when teleworking is a viable alternative. Originality/Value This is the first study to examine telework from a within-person perspective using modern teleworking employees. In addition, the outcomes associated with telework were expanded to include a broader conception of performance (i.e., creative performance). By using a within-person methodology, we can more comprehensively understand the phenomenological experience of telework.
Article
We believe it is timely to provide more contextualized research on why, when, and for whom job resources are beneficial, or in contrast, harmful. From a theoretical lens, at least, such an approach would shed light on some unexpected negative implications of job resources. Moreover, it will also allow for a more realistic study of the complex phenomena of job resources and an increased understanding of their nature and function in the context of work (Hobfoll et al., 2018). This is also important from a practical point of view, as knowledge on why, when, and for whom resources may have positive or negative effects will provide guidance to help practitioners in designing high-quality work.
Article
Teleworking, the increasingly common practice, which involves working away from the office using technology, entails changes in the experience of work. Such changes may influence the demands and resources associated with a job. While research on burnout has addressed the role of exhaustion and job engagement using the Job Demands‐Resources model, existing literature has focused on traditional work modes. This paper explores the effects on job demands and resources to understand the processes through which telework impacts the exhaustion and engagement of the teleworker. We find that the positive effect of telework revolves around reduced work pressure and role conflict and increased autonomy. The negative effect of telework is expressed through increased role ambiguity and reduced support and feedback. Overall, we find that telework is negatively related to both exhaustion and job engagement and that job demands and resources mediate these relationships.
Marc van Veldhoven is hoogleraar bij het Departement Human Resource Studies van
  • Prof
  • Dr
Prof. Dr. Marc van Veldhoven is hoogleraar bij het Departement Human Resource Studies van
is senior consultant bij Veldhoen + Company, de wereldwijde experts in een Activity Based Workstyle en heeft meer dan 20 jaar ervaring in het adviseren van organisaties in meerdere landen
  • Mba Marco Van Gelder
  • Ba
Marco van Gelder MBA. BA. is senior consultant bij Veldhoen + Company, de wereldwijde experts in een Activity Based Workstyle en heeft meer dan 20 jaar ervaring in het adviseren van organisaties in meerdere landen. Marco is tevens promovendus aan de Universiteit van Tilburg (departement Human Resource Studies) waarbij hij zich richt op het bestuderen van paradoxen in wendbare organisaties.