ChapterPDF Available

De Gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen: verbinding tussen gedetineerde vader en kind

Authors:
  • Verslavingszorg Noord Nederland

Abstract

Detentie heeft niet alleen een invloed op het leven van gedetineerden, maar ook op het leven van hun gezinsleden. Het onderhouden van een positieve relatie kan bijdragen aan een succesvolle re-integratie en het welzijn van kinderen van gedetineerden. Het is voor vaders in detentie echter niet makkelijk om de band met gezinsleden te onderhouden. De Family Approach in Wales en de Gezinsbenadering in Nederland spelen hierop in, met als hoogste doel om de problematiek onder kinderen van gedetineerden te verlichten en hardnekkige patronen van intergenerationele doorgave van crimineel gedrag te doorbreken. De eerste resultaten uit wetenschappelijk onderzoek zijn veelbelovend. Er worden nu belangrijke eerste stappen gezet, waarbij een cruciale rol weggelegd is voor de professionals van nu en van de toekomst.
De Gezinsbenadering in
penitentiaire inrichtingen:
verbinding tussen gedeti-
neerde vader en kind
Simon Venema, Petrick Glasbergen
en Annelies Kassenberg
Samenvatting
Detentie heeft niet alleen een invloed op het leven van gedetineer-
den, maar ook op het leven van hun gezinsleden. Het onderhouden
van een positieve relatie kan bijdragen aan een succesvolle re-inte-
gratie en het welzijn van kinderen van gedetineerden. Het is voor
vaders in detentie echter niet makkelijk om de band met gezins-
leden te onderhouden. De Family Approach in Wales en de Gezins-
benadering in Nederland spelen hierop in, met als hoogste doel om
de problematiek onder kinderen van gedetineerden te verlichten en
hardnekkige patronen van intergenerationele doorgave van crimi-
neel gedrag te doorbreken. De eerste resultaten uit wetenschappe-
lijk onderzoek zijn veelbelovend. Er worden nu belangrijke eerste
stappen gezet, waarbij een cruciale rol weggelegd is voor de
professionals van nu en van de toekomst.
8
124
Verslaving in context
125
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
8.2 Gevolgen van detentie voor kinderen van gedetineerden
De detentie van een vader of moeder is voor kinderen een ingrijpende veran-
dering in hun leven. Alhoewel het precieze cijfer onbekend is, is het duidelijk
dat er dagelijks duizenden kinderen in Nederland zijn met een ouder in de
gevangenis (De Kinderombudsman, 2017). Door de detentie van een ouder
verandert de thuissituatie van deze kinderen ingrijpend. In veel (maar niet
alle) gevallen valt één van de primaire verzorgers van het kind weg door
detentie.
Kinderen van gedetineerden voelen zich vaak verdrietig en boos. Daarnaast
hebben zij ook vaker last van stigmatisering en pesterijen door hun omge-
ving zoals op school en in de buurt (Ezinga & Hissel, 2010). Vanwege schaam-
te durven kinderen niet altijd te vertellen aan anderen dat hun vader in de
gevangenis zit. Als andere kinderen wel op de hoogte zijn, mogen ze soms
niet meer met de kinderen van een gedetineerde ouder spelen. Overigens
weten niet alle kinderen van de detentie van hun ouder af (Chui & Yeung,
2016). Het komt vaak voor dat de kinderen wordt verteld dat hun vader aan
het werk is of dat hij op vakantie is. Als kinderen niet geïnformeerd zijn over
de detentie van hun, dan is het vaders moeilijker om hun vaderrol weer op
te pakken na detentie (Chui, 2016).
Kinderen met een ouder in detentie hebben een verhoogde kans om proble-
matiek zoals depressieve klachten, agressief en delinquent gedrag te verto-
nen (Murray, Farrington, & Sekol, 2012). Deze moeilijkheden op jonge leeftijd
kunnen zich vertalen naar problemen op latere leeftijd. Kinderen van een
gedetineerde ouder hebben tweemaal zoveel kans heeft op de ontwikkeling
van gezondheid- en psychische problemen dan de kinderen zonder een ge-
detineerde ouder (Liebling & Maruna, 2006). Psychische problemen worden
veroorzaakt een gevoel van verlies door de scheiding met een gedetineerde
ouder, ongerustheid en een gevoel van angst over het welzijn van de gedeti-
neerde ouder en door identificatie van het kind met het criminele gedrag van
de ouder en imitatie hiervan.
Op latere leeftijd blijken kinderen van gedetineerde vaders dan ook een
grotere kans te hebben om zelf in detentie raken (Murray & Farrington, 2005)
Dit fenomeen van het ‘doorgeven’ van detentie van vader op kind wordt
intergenerationele criminaliteit genoemd. Een veel gehoord getal is dat kin-
deren van gedetineerden zes keer meer kans hebben later zelf in ook detentie
raken ten aanzien van kinderen zonder ouder in detentie. Dit getal is echter
8.1 Gedetineerde vaders en gezinsrelaties
Op een gemiddelde dag zitten in Nederland 11.139 mensen in de gevangenis
(Dienst Justitiële Inrichtingen, 2019), waarvan de meeste mannen zijn (95%
in 2017). Ongeveer de helft van deze mannen is vader. Binnen de gevangenis
is doorgaans weinig aandacht voor vaderschap. Dit is opvallend, omdat de
gezinssituatie van gedetineerden belangrijk is tijdens en na detentie.
No man is an island”, is een beroemd citaat van de Engelse dichter John
Donne (1572-1631). Donne gaf daarmee aan dat mensen niet gedijen wanneer
zij geïsoleerd zijn van anderen. Mensen hebben anderen nodig om te kunnen
functioneren. Die sociale binding in een gezin, een familie en in buurten is
een belangrijke beschermende factor voor crimineel gedrag van mensen
(Hirschi, 1969). Voor gedetineerden is de verwijdering tussen hen en hun
gezin nadelig, omdat juist sterke gezinsrelaties een gunstige invloed hebben
op de kans dat gedetineerden na detentie stoppen met criminaliteit (Laub
& Sampson, 2003).
Onder gedetineerden komt problematiek als verslaving, depressie, angst-
stoornissen, psychotische problemen en in het ergste geval zelfmoord(-
neigingen) relatief vaker voor dan in de reguliere bevolking (Dirkzwager,
Nieuwbeerta, & Fiselier, 2009). Sterke gezinsrelaties kunnen een belangrijke
rol spelen in het verlichten van deze problemen tijdens detentie. Wat het
complex maakt is dat detentie juist vaak verregaande gevolgen heeft voor de
relaties van de gedetineerde met naasten. Door de fysieke barrière tussen de
gedetineerde en zijn gezin neemt het contact en daarmee vaak ook de kwali-
teit van gezinsrelaties af (McKay et al., 2018; Mowen & Visher, 2016)
Niet alleen tijdens, maar ook na detentie zijn gezinsrelaties een belangrijke
hulpbron voor een succesvolle terugkeer in de samenleving. Ex-gedetineer-
den met sterkere vader-kind relaties gaan minder vaak de fout in, vinden
vaker werk en hebben een beter mentaal welzijn dan ex-gedetineerden met
minder sterke vader-kind relaties (Visher, 2013). Na vrijlating kunnen gezins-
leden ex-gedetineerden verder ondersteunen door te helpen met het vinden
van een woonplaats en van werk, het op orde krijgen van financiën en het
bieden van emotionele ondersteuning na vrijlating (Mowen, Stansfield, &
Boman, 2019). Het hebben van sterkere relaties met naasten is een belang-
rijke reden om niet opnieuw de fout in te gaan (Laub & Sampson, 2003).
126
Verslaving in context
127
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
de ouder zien in de gevangenis. Deze momenten van contact kunnen kinde-
ren steun bieden en helpen om de relatie met hun ouder te onderhouden,
maar kunnen ook emotioneel en stressvol zijn (Poehlmann-Tynan, Burnson,
Runion, & Weymouth, 2017). Naast een knuffel en een zoen aan het begin
en eind van het bezoek is fysiek contact bij regulier bezoek niet toegestaan.
Vooral voor jongere kinderen is dit vaak moeilijk te begrijpen. Bovendien zijn
reguliere bezoekersruimtes in een gevangenis meestal weinig kindvriendelijk
ingericht en rumoerig. Ook de aanwezigheid van andere gedetineerden kan
bij kinderen gevoelens van angst oproepen. De soms lange reistijden en
lastige bezoektijden maken het voor kinderen moeilijk om hun ouder te
bezoeken en in te passen in hun andere bezigheden, zoals school.
Naast de beperkte mogelijkheden tot contact is er met name in mannen-
gevangenissen detentiecultuur waarin een ‘gevangenisidentiteit’ wordt
gepromoot. Hierbij horen macho-gedragingen, zoals van je afbijten. Deze
gedragingen van een gevangenisidentiteit staan vaak haaks op een positieve
vaderschapsidentiteit (Arditti, Smock, & Parkman, 2005; Dyer, 2005). Ex-
gedetineerde Rein Gerritsen beschrijft dit fenomeen in zijn boek ‘Filosoof in
de bajes’: “je identiteit zal veranderen […]. Kwam je de gevangenis binnen als
individu, dan ken je jezelf na het verloop van een aantal weken niet meer
terug” (2014, p. 25). Hij beschrijft dat je als gedetineerde iedere dag opnieuw
moet uitstralen dat je een “alfamannetje” bent, en moet laten zien dat met
jou niet te sollen valt. Ook al was je voorafgaand aan detentie misschien
helemaal niet zo.
8.4 Maatschappelijke aandacht
Langzaam vertalen de groeiende wetenschappelijke inzichten over het belang
van gezinsrelaties voor gedetineerden zich in beleid. Dit is te zien in Neder-
land waar in oktober 2018 de motie Van der Graaf is aangenomen door de
Tweede Kamer. Hierin wordt geregeld dat “het bezoeken van familie voor het
werken aan een stabiel gezinscontact en het programmatisch werken aan
de opvoedingsrol in het gezin” worden opgenomen in de re-integratiedoelen
voor gedetineerden.
Een ander voorbeeld is dat de Raad van Europa in april 2018 een aanbeveling
heeft aangenomen die “onderstreept dat kinderen met gedetineerde ouders
behandeld moeten worden met inachtneming van hun mensen- en kinder-
rechten” (Reef & Schuyt, 2018, p. 282). Deze aanbeveling heeft het thema
ouderschap in detentie internationaal op de kaart gezet, en biedt een
omstreden, en ligt waarschijnlijk lager. In Nederland en Zweden zijn patro-
nen van intergenerationele doorgave van criminaliteit minder uitgesproken
dan in de Verenigde Staten (Murray, Bijleveld, Farrington, & Loeber, 2014).
Ondanks deze nuances lijkt er sprake te zijn van hardnekkig patronen van
intergenerationele doorgave crimineel gedrag.
Hoe het leven van een kind verandert door de detentie van een ouder is te
begrijpen vanuit het sociaalecologische model van de ontwikkelingspsycho-
loog Bronfenbrenner (1979). Bronfenbrenner beschouwt de ontwikkeling van
kinderen niet alleen als individueel proces, maar als een dynamisch proces,
waarbij kind-, ouder-, gezins- en omgevingsfactoren in wisselwerking van
invloed zijn. Naast individuele kenmerken van de kinderen is het vooral de
omgeving van kinderen die meebepaalt hoe zij zich ontwikkelen. Die omge-
ving bestaat naast gezin en school uit vrienden, sportclub en de buurt. De
detentie van een ouder heeft een impact op deze omgeving; de samenstelling
van het gezin verandert en de mogelijkheid tot het onderhouden van ouder-
kind relaties wordt beïnvloed door het gevangenisregime. Bovendien kan de
detentie van een ouder gevolgen hebben voor het eigen sociale netwerk van
een kind in de vorm van stigmatisering en uitsluiting. Volgens Bronfenbren-
ner is het daarom van belang om de verschillende leefwerelden waarin kin-
deren opgroeien te verbinden. En daarin staat hij niet alleen. Verschillende
psychologische, pedagogische en sociologische theorieën onderstrepen het
belang van verbinding van de leefwerelden voor een gunstige ontwikkeling
van kinderen (Epstein & Sanders, 2002).
8.3 Vader-kind relaties tijdens detentie
De negatieve gevolgen van de detentie van een ouder kunnen mogelijk be-
perkt worden wanneer een gedetineerde ouder betrokken blijft bij de opvoe-
ding. De ouders weten welke ontwikkeling de kinderen hebben doorgemaakt
en de kinderen weten dat hun ouders hen ‘zien’, wat het gemakkelijker
maakt om de band verder te versterken. Kinderen die positieve relaties on-
derhouden met hun vader tijdens detentie ervaren minder negatieve gevol-
gen wanneer hun vader weer terugkomt (Lösel, Pugh, Markson, Souza, &
Lanskey, 2012).
Betrokken blijven bij de opvoeding van een kind is voor gedetineerde ouders
echter niet gemakkelijk. De mogelijkheden voor ouder-kind contact zijn be-
perkt tot bezoek, telefonisch contact, contact per post en speciale ouder-kind
dagen. Tijdens bezoek en ouder-kind dagen kunnen kinderen hun gedetineer-
128
Verslaving in context
129
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
In 2010 is voor gedetineerde vaders in Parc Prison een speciale Family Inter-
ventions Unit geopend. Dit is een aparte vleugel waarop de 62 gedetineerde
vaders die aan het project meedoen gehuisvest zijn. In tegenstelling tot een
aantal andere afdelingen binnen Parc Prison, is de sfeer hier rustig. Op de
afdeling hangen grote borden, met teksten als ‘children are great imitators,
let’s give them something great to imitate’. De overeenkomst tussen de tek-
sten op deze borden is dat ze allemaal een positieve vaderschapsidentiteit in
plaats van een gevangenisidentiteit stimuleren. Op elke celdeur hangt een
bordje met het persoonlijke doel van elke gedetineerde: “I want to be the best
dad I can be”. Bovenin het cellencomplex hangen honderden bordjes met
de doelen van gedetineerden die eerder aan het project meegedaan hebben.
Op de afdeling hangen uit papier geknipte vlinders, met daarop teksten
geschreven door kinderen: “I want my dad to take me places when he comes
home” en “I hope daddy tickles me”.
Niet alleen visueel, maar ook vanuit het personeel dat werkzaam is op de
afdeling is er veel aandacht voor zaken omtrent het gezin van de gedetineer-
de vaders. Wanneer nieuwe gedetineerde vaders in Parc Prison arriveren,
krijgen ze bezoek van het Parc Supporting Families (inductie) Team. Dit team
biedt informatie, advies en begeleiding aan gevangenen en hun gezinnen.
In de laatste 6 tot 12 maanden van detentie kan de vader bij goed gedrag en
voldoende motivatie op de Family Interventions Unit geplaatst worden. Het
eerste bezoek van het Parc Supporting Families Team aan de nieuwe vaders
is erop gericht relaties buiten de gevangenis en vooral zijn gezinsrelaties in
beeld te krijgen. Hierdoor leert het Parc Supporting Families Team waar de ge-
vangene of zijn gezin steun kan gebruiken. De gedetineerde zelf krijgt infor-
matie over programma’s en workshops die het Parc Supporting Families Team
aanbiedt. Voorbeelden van programma’s waar vaders gebruik van kunnen
maken zijn Fathers Inside en Family Man, ontwikkeld door welzijnsorganisatie
Safe Ground.
Fathers Inside is een cursus van vier ochtenden per week die in totaal acht
weken duurt. Tijdens deze acht weken leren gedetineerden over de ontwik-
keling van een kind, de behoeften van kinderen, hoe een effectieve vader uit
de gevangenis te zijn en hoe zij kunnen bijdragen aan de opvoeding van hun
kinderen. Ze leren er om meer open te zijn, om een vader te kunnen zijn in
plaats van een “stoere crimineel”. Ze worden gezien als vaders die proberen
te zorgen voor hun kinderen. Het doel is dat vaders tijdens deze cursus de
gevangenisomgeving vergeten en gewoon een vader kunnen zijn. Tijdens de
laatste sessie presenteren de vaders aan de gezinsleden wat ze tijdens de
Europese standaard voor de gehele strafrechtketen als het gaat om het
belang en de rechten van kinderen van gedetineerden.
8.5 Family Based Approach in Wales
De groeiende wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke aandacht
voor de gevolgen van detentie voor het leven van gedetineerden en hun ge-
zinnen heeft er in 2006 toe geleid dat in Her Majesty’s Prison & Young Offender
Institution (HMP & YOI) Parc Prison in Wales de Family Based Approach is ont-
wikkeld. Deze aanpak is gericht op:
1. Het verminderen van detentieschade voor kinderen van gedetineerden
2. Het terugdringen van intergenerationele doorgave van crimineel gedrag
3. Het verlagen van recidive van ex-gedetineerden
In Parc Prison zijn veel mogelijkheden om kinderen en gezinnen in te zetten
als hulpbron tijdens de gevangenisstraf van een vader, wat een groot verschil
is met de geïsoleerde, niet-ondersteunde activiteiten in de andere gevange-
nissen in de regio. Parc Prison is ingericht op de aanwezigheid van kinderen.
Families en naasten die de gevangenis bezoeken worden ontvangen in een
aparte welkomstruimte, die los staat van het gevangeniscomplex (het Visitors
Center). Hier ligt speelgoed en staat een glijbaan. Op deze manier komen
kinderen niet meteen in aanraking met het intimiderende gevangeniscom-
plex, bestaande uit een metaalscan, fouilleren en besnuffeld worden door
een drugshond. Familie van gedetineerden wordt bij een bezoek aan de
gevangenis niet ontvangen door het gevangenispersoneel, zoals in de mees-
te gevangenissen, maar door medewerkers van kinderwelzijnsorganisatie
Barnardo’s. De route naar de bezoekersruimte in de gevangenis is overdekt
en versierd met bloemen. Als kinderen onderweg naar boven kijken, zien ze
een vrolijke houten constructie. Als kinderen opzij kijken, zien ze bloemen en
versierde muren, met de tekst ’welcome friends and family’ in mozaïekstenen
geschreven. Dit is bedoeld om de blik van kinderen af te leiden van de tralies
en het prikkeldraad.
De bezoeken zelf vinden plaats in de Family Intervention Lounge, een kind-
vriendelijke bezoekersruimte waar de filosofie achter het bezoek nadrukkelijk
is verschoven van beveiliging naar re-integratie. Deze filosofie staat haaks op
de ‘traditionele’ kijk op bezoekmomenten, waar bezoek voornamelijk wordt
beschouwd als een risico; bezoekers kunnen drugs of andere verboden waren
met zich meebrengen.
130
Verslaving in context
131
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
detentie met zich meebrengt. Deze cursussen hebben als doel om de ouder-
schapsvaardigheden van de vaders (verder) te ontwikkelen. De opzet is dat
vaders deze kennis in de praktijk kunnen brengen tijdens de bezoekmomen-
ten. Geïnspireerd door het voorbeeld uit Wales worden ook in Veenhuizen
de deelnemende vaders bij elkaar geplaatst op een speciale vleugel binnen
de gevangenis, de zogeheten ‘vadervleugel’. Het idee hierachter is dat vaders
elkaar positief beïnvloeden, waardoor een cultuur van vaderschap ontstaat
op de vleugel, in plaats van de traditionele machocultuur.
Als gedetineerden meedoen aan de Gezinsbenadering kunnen ze hun gezin
ontmoeten in een speciale gezinskamer. Dit is een kamer waarin gedetineer-
den en hun gezin vrij kunnen bewegen, en waar geen direct toezicht is van
bewakers (penitentiair inrichtingswerkers). Kinderen kunnen hier, in tegen-
stelling tot in gewone bezoekersruimtes, hun vader aanraken en bij hem op
schoot zitten. Ook hebben vaders de mogelijkheid om een aantal keer per
week via Skype te bellen met hun gezin.
Het vierjarige zoontje van vader en gedetineerde Erwin wil ’s avonds niet eten.
Erwin weet er alles van, want sinds enige tijd legt zijn vriendin via Skype af en toe
zo rond half vijf een verbinding waarbij hij kan zien dat zijn zoontje samen met
zijn vriendin aan tafel zit. Zelf zit Erwin ook met een bord warm eten en laat hij
zijn zoontje zien dat hij ook zit te eten. “Kijk, papa eet ook, nou jij een hapje”.
Niet alle gedetineerden zijn geschikt om deel te nemen aan de Gezins-
benadering. In de gevangenis staat de veiligheid voorop. Gedetineerden moe-
ten aan vier selectiecriteria voldoen om mee te mogen doen aan de Gezins-
benadering. Ten eerste mag het delict dat een vader heeft gepleegd niet
schadelijk zijn voor het kind (denk aan gewelddadige delicten naar kinderen).
Ten tweede moet de gedetineerde aantoonbaar gemotiveerd zijn om relaties
met zijn gezin op te bouwen of te onderhouden. Ten derde moet de gede-
tineerde goed gedrag vertonen binnen de inrichting; als hij zich misdraagt
mag hij niet meedoen. Als laatste moet ook de moeder of verzorger van de
kinderen goedkeuring geven om mee te doen aan de Gezinsbenadering.
In de Gezinsbenadering spelen ketenpartners een belangrijke rol. Samen met
ketenpartners (zoals sociale teams en de reclassering) wordt voorafgaand
aan deelname bekeken welke hulpinstanties al bekend zijn bij het gezin, en
of het voor de kinderen positief is als het contact wordt versterkt. Daarnaast
is de opzet dat ketenpartners de brug tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ slaan en
bieden zij cursussen en workshops aan de vaders en gezinnen aan.
cursus hebben geleerd, gespeeld in een toneelstuk. Dit stuk is vaak gebaseerd
op het verhaal van de egoïstische reus, een reus die leerde barrières te slech-
ten en zijn vrienden en familie binnen te laten om geluk te ontvangen.
Family Man is een collectief leerprogramma voor vaders in de gevangenis
waarvoor gezinsrelaties worden ingezet. Het doel is vaardigheden te ontwik-
kelen die van belangrijk zijn voor hun vaderschap, of partnerschap, bij het
volgen van een opleiding of het zoeken van werk. Er wordt gewerkt aan
attitudes, denken en gedrag. Bij dit programma is ook een rol weggelegd
voor gezinsleden. Een gezinslid is bijvoorbeeld betrokken bij het opstellen
van een actieplan “what next day” waarin realistische acties en doelen voor
de gedetineerde en zijn gezin opgesteld worden.
De Family Based Approach wordt niet alleen door het team van Parc Prison
uitgevoerd. Na verloop van tijd is duidelijk geworden dat het belangrijk is om
samen te werken met externe instanties vanwege de verschillen in organisa-
tieculturen, de opleidingsachtergronden van de professionals en het gebrek
aan tijd van het gevangenispersoneel om alle programma’s te draaien. De
gevangenis is een organisatie met een eigen cultuur die ongunstig is voor de
strategische doelen van de Family Based Approach. Externe hulpverlenende
instanties zoals Barnardo’s, Safe Ground en M-pact zijn vervolgens gevraagd
mee te denken en te doen.
8.6 Gezinsbenadering in Nederland
In de context van de groeiende maatschappelijke, wetenschappelijke en
politieke aandacht voor de rol van gezinsrelaties voor gedetineerden en
hun gezinsleden is in Nederland in 2018 de Gezinsbenadering gestart. Via
uitwisselingsprojecten van studenten van de Hanzehogeschool Groningen
naar HMP & YOI Parc Prison in Wales hebben de noordelijke penitentiaire
inrichtingen kennis genomen van de Family Approach. De inrichtingen in
Veenhuizen en Leeuwarden zijn gestart met de Nederlandse variant van dit
project: de Gezinsbenadering. Net als in Wales is dit programma gericht op
het versterken van gezinsrelaties van gedetineerden en het stimuleren van de
vaderrol. Het doel van de Gezinsbenadering is in de eerste plaats de proble-
matiek van kinderen van gedetineerden (depressieve klachten, agressief en
delinquent gedrag) te verlichten.
Net als in Wales volgen de Nederlandse vaders in de Gezinsbenadering
wekelijks cursussen die gericht zijn op de moeilijkheden vaderschap in
132
Verslaving in context
133
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
8.8 Ten slotte
Langzaam groeit de wetenschappelijke, maatschappelijke en politieke aan-
dacht voor de gevolgen van detentie voor gezinsleden van gedetineerden.
Onderzoek laat zien dat het onderhouden van positieve gezinsrelaties tijdens
detentie gunstige gevolgen kan hebben voor zowel gedetineerden als voor
hun gezinsleden. Voor gedetineerden kunnen positieve gezinsrelaties de
re-integratie bevorderen en voor kinderen van gedetineerden kan het moge-
lijk detentieschade beperken. In gevangenissen worden er steeds meer inter-
venties opgezet die gericht zijn op het onderhouden of herstellen van gezins-
relaties. De Family Approach in HMP & YOI Parc Prison is hier een succesvol
voorbeeld van en de Nederlandse Gezinsbenadering in de PI Veenhuizen en
Leeuwarden volgt dit voorbeeld. Ook in andere landen als Denemarken,
Zweden, Duitsland en de Verenigde Staten zijn er veelbelovende initiatieven.
De grootste uitdaging voor succesvolle implementatie van deze interventies
is dat de aandacht van gevangenissen binnen naar buiten moet verschuiven.
De betrokkenheid van welzijnsorganisaties en ketenpartners bij dit proces
is van groot belang. Gevangenissen zelf missen vaak de kennis en kunde om
volop in te kunnen zetten op het onderhouden van positieve gezinsrelaties
tijdens detentie. Hiervoor is een frisse en discipline-overstijgende blik nodig.
Er is daarom een cruciale rol weggelegd voor de professionals van de toe-
komst.
8.9 Referenties
Arditti, J. A., Smock, S. A., & Parkman, T. S. (2005). “It’s been hard to be a
father”: A qualitative exploration of incarcerated fatherhood. Fathering,
2(3), 267–288. https://doi.org/10.1108/17506200710779521
Bronfenbrenner, U. (1979). The ecology of human development: Experiments
by nature and design. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Chui, W. H. (2016). Incarceration and family stress as understood through the
family process theory: Evidence from Hong Kong. Frontiers in Psychology,
7, 1-10.
Chui, W. H., & Yeung, A. Y. (2016). Understanding the conspiracy of silence:
Factors associated with whether caregivers choose to disclose incarcer-
ation information to children with imprisoned fathers. Prison Journal,
96(6), 877–893. https://doi.org/10.1177/0032885516671921
Het Nederlandse project is ten tijde van het schrijven van dit hoofdstuk nog
in een pilotfase. Daarbij moeten nog verschillende obstakels overwonnen
worden. Het grootste obstakel heeft te maken met de gevangeniscultuur.
De gevangenis kent een cultuur die voornamelijk gericht is op veiligheid,
en minder op gezinsrelaties. Werknemers van het gevangeniswezen zijn ge-
schoold in veiligheid en doorgaans niet als hulpverlener. Voor een optimale
implementatie van de Gezinsbenadering is een cultuuromschakeling nodig.
De ervaring uit Wales leert dat zo’n cultuuromschakeling mogelijk is, maar
wel een proces van lange adem is (Clancy & Maguire, 2017). Een ander obsta-
kel betreft de invulling van de betrokkenheid van ketenpartners. Ook is zijn
er nog vragen rondom welke gedetineerden wel en welke niet geschikt zijn
voor deelname aan de Gezinsbenadering en hoe de Gezinsbenadering verder
kan worden verbeterd. Het Lectoraat Verslavingskunde & Forensische Zorg
van de Hanzehogeschool Groningen speelt door middel van actieonderzoek
een actieve rol in het vinden van een antwoord op deze en andere vragen.
8.7 Werkt de Gezinsbenadering?
Een evaluatie van de Family Based Approach laat zien dat de interventie in
Wales positieve gevolgen voor zowel gedetineerden als hun gezinnen heeft
(Clancy & Maguire, 2017). Voor het onderzoek zijn 83 gezinnen over langere
tijd gevolgd. Het onderzoek laat zien dat contact tussen de gedetineerde en
zijn gezin is toegenomen door deelname aan het project. Het onderzoek laat
zien dat deelname aan de Family Approach leidt tot een verbetering in het
psychosociale welzijn van kinderen van gedetineerden. Daarnaast hadden
kinderen na deelname aan de Family Based Approach minder vaak hulp nodig
van hulpverleners dan voor de deelname. Ook zijn er indicaties dat de kans
op recidive na vrijlating voor de gedetineerde vaders is verlaagd door deel-
name aan het programma. Medewerkers van de gevangenis en van kinder-
welzijnsorganisatie Barnardo’s geven aan tevreden te zijn over de werking
van het programma.
Het is nog afwachten of de Gezinsbenadering in Nederland ook positieve
effecten heeft. Op het moment van het schrijven van dit hoofdstuk wordt
een evaluatie uitgevoerd door de Hanzehogeschool Groningen. De resultaten
van deze evaluatie zullen rond 2022 beschikbaar zijn.
134
Verslaving in context
135
De gezinsbenadering in penitentiaire inrichtingen
reentry from prison. Journal of Offender Rehabilitation, 57(2), 162–187.
Mowen, T. J., Stansfield, R., & Boman, J. H. (2019). Family matters: Moving be-
yond “if” family support matters to “why” family support matters during
reentry from prison. Journal of Research in Crime and Delinquency, 56(4),
483–523. https://doi.org/10.1177/0022427818820902
Mowen, T. J., & Visher, C. A. (2016). Changing the ties that bind. How incar-
ceration impacts family relationships. Criminology & Public Policy, 15(2),
503–528.
Murray, J., Bijleveld, C. C. J. H., Farrington, D. P., & Loeber, R. (2014). Effects
of parental incarceration on children: Cross-national comparative studies.
Washington, DC: American Psychological Association.
Murray, J., & Farrington, D. P. (2005). Parental imprisonment: effects on boys’
antisocial behaviour and delinquency through the life-course. Journal of
Child Psychology and Psychiatry, 46(12), 1269–1278. https://doi.org/10.1111/
j.1469-7610.2005.01433.x
Murray, J., Farrington, D. P., & Sekol, I. (2012). Children’s antisocial behavior,
mental health, drug use, and educational performance after parental in-
carceration: A systematic review and meta-analysis. Psychological Bulletin,
138(2), 175–210.
Poehlmann-Tynan, J., Burnson, C., Runion, H., & Weymouth, L. A. (2017).
Attachment in young children with incarcerated fathers. Develop-
ment and Psychopathology, 29(02), 389–404. https://doi.org/10.1017/
S0954579417000062
Reef, J., & Schuyt, P. M. (2018). Aanbeveling van de Raad van Europa aangaan-
de kinderen van gedetineerde ouders. Sancties, 49, 281–292.
Visher, C. A. (2013). Incarcerated fathers: Pathways from prison to home.
Criminal Justice Policy Review, 24(1), 9–26.
Clancy, A., & Maguire, M. (2017). Prisoners’ children and families: Can the walls
be ‘invisible’? Evaluation of Invisible Walls Wales. Geraadpleegd van https://
icpa.org/library/prisoners-children-and-families-can-the-walls-be-invisi-
ble-evaluation-of-invisible-walls-wales/?download
De Kinderombudsman. (2017). Zie je mij wel? Geraadpleegd van https://www.
dekinderombudsman.nl/publicaties/rapport-zie-je-mij-wel
Dienst Justitiële Inrichtingen. (2019). Dit is DJI. Geraadpleegd van https://
www.dji.nl/binaries/Dit is DJI maart 2019 Nederlands_tcm41-121756.pdf
Dirkzwager, A. J. E., Nieuwbeerta, P., & Fiselier, J. P. S. A. (2009). Onbedoelde
gevolgen van vrijheidsstraffen. Een literatuurstudie. Tijdschrift Voor Crimi-
nologie, 51(1), 21–41.
Dyer, W. J. (2005). Prison, fathers, and identity: A theory of how Incarceration
affects men’s paternal identity. Fathering: A Journal of Theory, Research,
and Practice about Men as Fathers, 3(3), 201–219. https://doi.org/10.3149/
fth.0303.201
Epstein, J.L. & Sanders, M.G. (2002). Family, school, and community part-
nerships. In: Bornstein, M.H. (ed.) Handbook of parenting: Vol. 5. Practical
issues in parenting (pp. 507–437). Erlbaum; Mahwah, NJ.
Ezinga, M. A. J., & Hissel, S. C. E. M. (2010). Kinderen van gedetineerde
moeders. Tijdschrift voor Criminologie, 52(1), 36-51.
Gerritsen, R. (2014). Filosoof in de bajes. Leusden: ISVW.
Hirschi, T. (1969). Causes of delinquency. Berkeley: University of California
Press.
Laub, J. H., & Sampson, R. J. (2003). Shared beginnings, divergent lives: delin-
quent boys to age 70. Cambridge, Massachusetts, and London, England:
Harvard University Press.
Liebling, A. & Maruna, S. (2006). The effects of imprisonment. Cullompton:
Willan Publishing.
Lösel, F., Pugh, G., Markson, L., Souza, K., & Lanskey, C. (2012). Risk and pro-
tective factors in the resettlement of imprisoned fathers with their families.
McKay, T., Lindquist, C. H., Kennedy, E. K., Feinberg, R., L, Wehr, J., … Com-
fort, M. (2018). “Always having hope”: Father-child relationships after
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Article
Full-text available
The present study examined young children's attachment behaviors during paternal incarceration and reported on initial validity of a new measure used to rate children's attachment-related behaviors and emotions during visits in a corrections setting. Seventy-seven children, age 2 to 6 years, and their jailed fathers and current caregivers participated in the home visit portion of the study, whereas 28 of these children participated in the jail visit. The results indicated that 27% of children witnessed the father's crime and 22% of children witnessed the father's arrest, with most children who witnessed these events exhibiting extreme distress; children who witnessed these events were more likely to have insecure attachments to their caregivers. Consistent with attachment theory and research, caregivers who exhibited more sensitivity and responsivity during interactions with children and those who provided more stimulating, responsive, learning-oriented home environments had children who were more likely to have secure attachments (measured with the Attachment Q-Sort). We also found preliminary evidence for the validity of our new measure, the Jail Prison Observation Checklist, in that children's attachment-related behaviors and emotions during the jail visit correlated with their attachment security observed in the home. Our observations indicate that, in certain contexts, noncontact visits with incarcerated parents can be stressful for children and that children's caregivers may play a significant role during these visits.
Article
Full-text available
Een studie naar het gedrag en welbevinden van kinderen met een moeder in de gevangenis * Menno Ezinga & Sanne Hissel Er is nog weinig bekend over kinderen van wie de moeders in detentie zitten. Vooral in Nederland is er nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar waar deze kinderen verblijven en hoe het met hen gaat. We hebben data verzameld van vier vrouwen-gevangenissen in Nederland. De gedetineerde moeders zijn benaderd en, wanneer ze hiervoor toestemming gaven, zijn ook de kinderen en hun verzorgers benaderd. We hebben moeders en verzorgers gevraagd vragenlijsten in te vullen en bij alle res-pondenten interviews afgenomen ten aanzien van gedragsproblematiek en welbe-vinden van de kinderen. De verzorgingssituatie bleek zeer divers. In het algemeen bleken de kinderen te kampen met zowel internaliserende als externaliserende gedragsproblematiek en specifieke problemen gerelateerd aan de detentie van hun moeder. Daarnaast is er een verminderd welbevinden. Het blijkt ook dat er vaak al sprake was van een verstoorde gezinsstructuur, verwaarlozing en aanverwante risicofactoren. In de discussie wordt ingegaan op de resultaten en worden aanbeve-lingen gedaan voor toekomstig onderzoek.
Article
Objectives: Informed by social control and differential coercion and social support theories, we examine how multiple theoretically and methodologically distinct factors of family support relate to reincarceration, substance use, and criminal offending during prison reentry. Method: Using four waves of data from the Serious and Violent Offender Reentry Initiative, we identified three separate factors of family support-interactional (e.g., providing guidance and support), instrumental (e.g., providing housing and transportation), and emotional (e.g., providing love and belongingness). A series of mixed-effects models examined how each form of family support related to reincarceration, substance use, and criminal offending. Results: Findings demonstrated that instrumental, but not interactional or emotional, support related to significantly lower odds of reincarceration and lower levels of substance use and criminal offending. Interaction terms revealed that the effect of instrumental family support is almost entirely independent, and not interactive, on each outcome. Conclusions: Family support appears to relate to prosocial reentry outcomes not because of emotional or interactional bonds, but because families provide for the basic needs of returning individuals. Instrumental familial support mechanisms such as providing housing and financial support appear more salient in promoting prosocial reentry outcomes than mechanisms of emotional or interactional support.
Article
By using a subsample of the Returning Home data set, we explored how family relationships change during reentry as a result of incarceration. Overall, we found that individuals who completed parenting classes, those with more frequent visits from family members, and Black and female respondents experienced positive changes in family relationships. On the other hand, single and divorced individuals, those with prior convictions and mental health issues, and individuals who reported barriers to family contact reported significant negative changes within the family relationship. Policy Implications: The findings from this study suggest that reducing barriers to family contact-especially the cost of visitation and visitation procedures-may lead to positive changes within family relationships for formerly incarcerated individuals. Furthermore, developing programs to assist individuals with mental health issues to maintain family relationships may create avenues to help those individuals keep, or reestablish, family ties after release.
Chapter
While much has been written about the plight of prisoners worldwide the consequences for children of the incarcerated have been largely ignored. This thorough and compassionate text presents the results from four recent large-scale studies undertaken with thousands of children in England Sweden the Netherlands and the United States. Drawing from a systematic meta-analysis of 50 studies the authors provide a remarkably rich portrait of the impact of parental incarceration on child development. Study components include the effects on children of their parents' arrest trial jail time and return home alongside the role of attachment relations reduced quality of child care social and economic strain resulting from reduced income changes in discipline social learning and stigma among peers.
Article
Prior research indicates that strong family support can play an important role in helping men and women transition from prison to home and can actually reduce the likelihood of recidivism. Assuming traditional roles within a family, such as parent or spouse, can also aid in the reentry transition process and has been linked to positive outcomes after release. Using data from a longitudinal study of fathers returning to the community after a period of incarceration, this article examines how the relationship between fathers and their children may influence aspects of recently released fathers’ lives that are important to a successful reentry transition, such as employment, abstinence from substance abuse, and mental health. Analyses show that fathers who have regular contact with their children before release and report good family support overall are more likely to be attached to their children after release. Moreover, in the first few months after release, fathers who are more strongly attached to their children work more hours per week, have better mental health, and are less likely to commit crime, get arrested, or violate conditions of their supervision.