ThesisPDF Available

Beyond Belgium: The business empire of Edouard Empain in the First Global Economy (1880-1914)

Authors:

Abstract

Kijkend door de ogen van een internationale ondernemer verschaft dit doctoraat inzicht in een cruciale periode in de wereldgeschiedenis: de Eerste Wereldeconomie (1870-1914). Dit onderzoek vertelt tegelijk de geschiedenis van het zakenimperium van de Belg Edouard Empain (1852-1929) en het verhaal van een complex tijdperk gekenmerkt door globalisering en de vorming van natiestaten. Vanuit één actor behandelt het het bredere vraagstuk van de kansen en beperkingen van een paradoxale wereld van economische integratie en politieke fragmentatie. De studie van een bloeiende onderneming, die haar kleine herkomstland overstijgt, maakt een analyse van de opportuniteiten en risico’s verbonden aan internationaal ondernemen mogelijk. Vanaf 1880 groeide de bedrijvengroep van Edouard Empain uit tot een wereldspeler actief op vier continenten. De Empain groep investeerde hoofdzakelijk in nutsbedrijven zoals transport en elektriciteitsproductie, maar ook in de productie van elektrisch materieel. In dit geschetste kader, antwoordt het doctoraat op de volgende vraag: Via welke strategieën kon een multinational uit een klein land de kansen te grijpen en de risico’s beheersen, die eigen waren aan een wereld gekenmerkt door economische integratie en geopolitieke rivaliteit? Ik stel dat, om de ontwikkeling van multinationale ondernemingen in de Eerste Wereldeconomie te begrijpen, we het belang van de volgende drie domeinen moeten erkennen: de geografische en sectorale strategie, de bedrijfsstructuur en de relaties tussen bedrijven en overheden. Om deze vraagstukken te behandelen gebruikt dit doctoraat een brede waaier aan bronnen en literatuur. Het combineert een globale aanpak van de meer dan tachtig bedrijven met selecte casusstudies om de dynamiek van internationale investeringen te begrijpen. Dit laat toe te tonen hoe Empain strategieën ontwikkelde in de drie genoemde domeinen om de wereldwijde economische en politieke uitdagingen om te vormen in opportuniteiten. Ten eerste stel ik dat zijn investeringen het resultaat waren van een ondernemerslogica gecombineerd met een zoektocht naar schaalvoordelen. Ten tweede argumenteer ik dat de piramidale groepsstructuur vele voordelen had die er een efficiënt instrument voor investeringen in de Eerste Wereldeconomie van maakten. Ten derde, dankzij het complexe samenspel tussen de multinational, het thuisland en de gastlanden kon een ondernemer uit een kleine staat de internationale politieke strubbelingen uitbuiten om een wereldwijd zakenimperium uit te bouwen.
A preview of the PDF is not available
... 20 Internationally dispersed corporate decision-making and control centres are well known for MNEs from the 19 th to the mid-20 th century. They were strategic responses to requirements of incorporation laws or trading with the enemy acts and reactions to changing institutional environments (Jones, 2006;Jones & Lubinski, 2012;Reckendrees, 2018;Vandamme, 2019;Mollan et al., 2020;Silva & Neves, 2020). In the context of primarily liberal incorporation laws, multiple headquarters and headquarters functions attract increasing research efforts in IB (Desai, 2009;Baaij & Slangen, 2013;Baaij et al., 2015;| 20 Nell et al., 2017;Kunisch et al., 2019). ...
Article
Full-text available
In the aftermath of the Global Financial Crisis, the long-held confidence that ‘nationality’ would not matter in a globalised economy has dwindled. As the impact of economic and foreign policy on firms’ internationalisation and investment decisions appears to grow, and economic nationalism built on constructs of ‘nationality of the company’ gains weight, companies doing business abroad, including multinational enterprises operating in the US and Europe, are increasingly exposed to (often unexpected) implications of their ‘nationality’. We elaborate on related perspectives to the theme developed in the IB, global strategy, and international management literature and in business history. Based on these readings, we conceptualise the opaque notion of ‘nationality of the company’ and outline perspectives. We argue that ‘nationality’ appears in very different ways and suggest that research should focus more on specific political and institutional environments, and specific constructs of ‘nationality’.
Article
Full-text available
This article analyses processes of territorialization related to the planning of tram lines in early 20th-century Tianjin, one of China’s semi-colonial treaty ports and home to eight foreign extraterritorialities. We use the concept of technodiplomacy to foreground how infrastructure planning and the anticipated implications on territorialization operated as a portal through which actors of different states negotiated sovereignty within a constellation of asymmetrical geopolitical relations. The technodiplomatic lens focuses on the design process of the infrastructure as a diplomatic endeavour, arguing that this stage reveals contentious, asymmetrical geopolitical interests and deliberations, which are ultimately hidden behind the depoliticized rhetoric of the final plan. More specifically, the hypothesis is that the infrastructure project allowed the Belgian tram company to negotiate sovereignty diplomatically within the semi-colonial context, avoiding direct conflict with Chinese authorities and other imperial powers present in the city. In tracing the geopolitical motives inscribed in the design of the tram, we argue that the negotiated tensions between national sovereignty–international connectedness and national competition–international cooperation are key to a historical–spatial specific understanding of dynamic processes of de- and reterritorialization. In deconstructing domestic–foreign and territory–network polarities, this article attempts to overcome John Agnew’s territorial trap, while grounding semi-colonialism firmly in space.
Article
This article investigates the shifting nature of the concept of extraterritoriality at particular junctures in history from the Italian city states to contemporary visions of floating micro-sovereignties. Extraterritoriality is the exercise of the jurisdiction by one state or non-state actor within the territory of another state. Since extraterritoriality is a challenge to the fundamental principle of sovereignty, it is by definition an exception in relation to sovereignty. As sovereignty evolved and changed over time, so did extraterritoriality – and, in the discussed cases, it changed primarily to be able to fulfil the needs of agents of global capital. The article discusses the privileges granted to the Italian city states by the Byzantines and the Ottoman capitulations, extraterritoriality on the colonial frontier, private investments in the Middle East and the proliferation of ideas of micro-sovereignty by Libertarian politicians and Silicon Valley billionaires. The article makes three distinct arguments: first, extraterritoriality has to be understood in relation to shifting notions of sovereignty. Secondly, extraterritoriality emerged within the context of colonial and imperial inequality and any extraterritorial relations contain the echoes of these structures of inequality. Finally, extraterritoriality is often driven and shaped by the needs of global capital, trying to avoid specific sovereign structures.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.