ArticlePDF Available

Gemeentejuristen en integriteit

Article

Gemeentejuristen en integriteit

Abstract

Gemeen-ten worstelen met integriteit, misstanden en het melden ervan, en kunnen een speelbal worden van de integriteitsindustrie. De actualiteit van nieuwe wetgeving en be-richten over misstanden zijnde reden voor dit Actueel Commentaar. Hierin bespreek ik de belangrijke rol van gemeentejuristen hij hel bevorderen van integriteit. Dat is niet gemak-kelijk. want de weg van de minste weerstand is om het recht instrumenteel op te vatten, de andere kant uit te kijken of zaken goed te praten. Dal juristen zich vaak maar ten dele be-zighouden met integriteit, is meer dan een 'gemiste kans'.
155Jurisprudentie voor Gemeenten 20-12-2019, a. 6Sduopmaat.sdu.nl
«JG»
Actueel commentaar
Actueel commentaar
Gemeentejuristen en
integriteit
mr. dr. C. Raat
Nieuwe wetgeving, nieuwe incidenten
De Wet Huis voor klokkenluiders (WHvk)
wordt binnenkort geëvalueerd en de op
23oktober 2019 vastgestelde EU Klokkenlui-
dersrichtlijn, (EU) 2019/1936, moet uiterlijk
17december 2021 worden geïmplementeerd
in nationale wetgeving. Beide trajecten zullen
naar het zich laat aanzien leiden tot een enke-
le wet. Daarin zal onder meer de zogeheten
omkering van de bewijslast worden geregeld.
Dat betekent dat, tenzij de werkgever het te-
gendeel bewijst, het uitgangspunt is dat bij-
voorbeeld ontslag of overplaatsing van een
melder van een misstand het gevolg is van
zijn melding. Het nu al geldende wettelijk
verbod op benadeling van melders zal hier-
door eectiever worden. De komst van de
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
(Wnra) is een andere reden waarom integri-
teitsvragen juridisch actueel zijn. Artikel 4
van de Ambtenarenwet 2017 zal de overheids-
werkgever immers verplichten tot het voeren
van integriteitsbeleid. Eigen ‘regels’, bijvoor-
beeld over nevenwerkzaamheden, mogen niet
meer. Ook de ambtseed, vrijheid van me-
ningsuiting en andere integriteitskwesties
worden in de Ambtenarenwet 2017 geregeld.
Uit een onderzoek van de FNV (oktober
2018) bleek dat een op de zes rijksambtenaren
druk ervaart om niet integer te handelen,
vooral door het achterhouden van informatie
en het aanpassen van adviezen en rapporten.
Maar ook ervaren zij de druk om besluiten te
nemen die wettelijk niet zijn toegestaan of
wettelijke regels om te buigen met ongelijke
behandeling van burgers en bedrijven tot ge-
volg. Er is geen reden om aan te nemen dat dit
bij gemeenten heel anders zou zijn. Gemeen-
ten worstelen met integriteit, misstanden en
het melden ervan, en kunnen een speelbal
worden van de integriteitsindustrie, die
veeleer met platgeslagen ethische theorieën,
wollige verhalen over cultuurverandering,
checklists, modelletjes en ontslagprotocollen
aan komt zetten dan met het inzicht dat inte-
griteit en gedrag enorm complex zijn en dus
een gedegen, multidisciplinaire aanpak ver-
dienen, waarbij juristen van grote meerwaar-
de kunnen zijn. Integriteit gaat niet om het
vermijden van risicos en reputatieschade, het
gaat om ‘het goede doen, ook als niemand
k i j k t ’.
Deze actualiteit van nieuwe wetgeving en be-
richten over misstanden zijn de reden voor dit
Actueel Commentaar. Hierin bespreek ik de
belangrijke rol van gemeentejuristen bij het
bevorderen van integriteit. Dat is niet gemak-
kelijk, want de weg van de minste weerstand
is om het recht instrumenteel op te vatten, de
andere kant uit te kijken of zaken goed te pra-
ten. Dat juristen zich vaak maar ten dele be-
zighouden met integriteit, is meer dan een
‘gemiste kans’: in de actualiteit zien we dusda-
nig veel berichten over misstanden en integri-
teitsproblemen, dat het niet vol te houden is
dat dit slechts incidenten zijn waar alleen an-
deren zich druk over moeten maken.
Gemeentejuristen en publieke moraal
Volgens de FNV kent een op de vijf rijksamb-
tenaren een collega die onterechte druk tot
niet-integer gedrag ervaart. Juristen zijn hier-
voor nog meer dan anderen kwetsbaar, omdat
zij regelmatig geacht worden zaken die niet
goed zijn gelopen en die zelfs soms bewust
onrechtmatig zijn, intern en in procedures te
verdedigen: de jurist als listige Tom Poes. Zij
zitten –nu juridische kwaliteitszorg en com-
pliance bij de overheid niet meer in de mode
zijn, of zich hebben verengd tot standaard-
brieven en geautomatiseerde systemen– vaak
achteraan in het proces: zij moeten maar ver-
dedigen wat anderen hebben besloten. Het
valt in veel organisaties niet mee om te advi-
seren zelf het besluit te herstellen, vóórdat het
naar de rechter gaat.
Er zijn ook gemeentejuristen die een –in mijn
beleving niet bij de overheid thuishorende–
taakopvatting hebben waarbij trucs, manipu-
leren, kwetsen, hard procederen of het ‘drei-
gen daarmee’ gerechtvaardigd zijn, als de
overheid maar als ‘winnaar’ uit de bus komt.
Zo ben ik momenteel betrokken bij vier zaken
in twee gemeenten waarin niet alleen mijn
cliënten, maar ik zelf ook ervaar dat de ene
partij wel héél gemakkelijk zaken voor elkaar
krijgt en een ander buitensporige moeite
«JG»
Sdu opmaat.sdu.nl156 Jurisprudentie voor Gemeenten 20-12-2019, a. 6
Actueel commentaar
moet doen voor precies hetzelfde. De een
hoe van de gemeente de verplichte Bi-
bob-toets niet te doen, een andere gemeente
gedoogt allerlei illegale activiteiten van ken-
nelijk sympathiek bevonden inwoners, maar
treedt wel op na klachten die deze inwoners
tegen hun buren indienen. Weer een ander
moet zelfs procederen om het besluit te krij-
gen waarvan de gemeente heel goed weet dat
hij er evident recht op hee.
Procederen wordt extra lastig als er gemeente-
juristen of externe advocaten worden inge-
huurd die ervoor zorgen dat de rechter niet
alle stukken krijgt en zijn of haar blik zorgvul-
dig een andere richting op wordt gestuurd. Zo
moeilijk is dat niet. Rechters toetsen vaak
marginaal en hebben niet de tijd en middelen
om zelfstandig aan waarheidsvinding en on-
derzoek te doen. In «JG» 2011/1 werd hieraan
al aandacht besteed.
Dergelijk gedrag van gemeentejuristen moet
niet worden bevorderd. Maar dat gebeurt wel;
ik kom in mijn praktijk als docent en gemach-
tigde veel gemeentejuristen tegen die oprecht
menen dat het hun taak is de zaak te winnen,
ook als zij zelf zien dat gemeentebesluiten niet
kloppen. Als het gaat om rechtsstatelijkheid
als deugd voor de overheid, dan zijn deze ju-
risten ver afgedwaald. Maar hoe kan dat ook
anders als zij in hun academische opleiding en
latere leerwegen weinig leren over rechtslo-
soe, ethiek en recht?
Een voorbeeld haalde ik van de website van de
Academie voor Wetgeving, die rijksjuristen
opleidt. Deze gee een cursus ‘Framing voor
juristen’ met als leerresultaat: ‘In deze training
leert u hoe u framing zelf bewust kunt inzet-
ten en hoe u framing herkent en kunt voorko-
men dat u onbewust in het frame van een an-
der stapt.’ Ook las ik op www.mr.nl een blog
van een coach die toepassing van de ‘wetten
van Cialdini’ (sociaal psycholoog, die marke-
tingprincipes beschreef, zie ook de annotatie
in «JG» 2016/9 bij de strafrechtzaak over wet-
houder Van R. hierover) aanbeveelt voor ju-
risten: ‘De like-factor is het smeermiddel van
elke zakelijke relatie en de basis van customer
intimacy. Dit wordt de toekomst van de jurist
3.0. Een bepaalde emotionele betrokkenheid
gaat, zo zou ik menen, het verschil maken.
Waarvan maar weer akte!’ (R.Honig, De Li-
ke-factor)
Dat een advocaat van –pakweg– een occasi-
ondealer probeert de vriendschapskaart te
spelen om contracten binnen te halen, maakt
nog niet dat dit raadzaam is voor een gemeen-
tejurist. Het is goed om ook gemeentejuristen
bewust te maken van de tactieken van de
wederpartij, maar hen aanbevelen om zelf
manipulatieve communicatietechnieken te
gebruiken kan ertoe leiden dat niet-integer
overheidsgedrag onterecht wordt goedge-
praat, verhuld of zelfs bevorderd. Een politie-
ke omgeving als een gemeente is nu eenmaal
erg gevoelig hiervoor; waarom zouden men-
sen in Nederland intrinsiek ‘integerder’ zijn
dan in andere landen?
‘Ouderwetse’ waarden als onkreukbaarheid
en afstandelijkheid zijn helemaal niet zo
gek voor een gemeentejurist. Dit vindt ook
C.Bouteligier in haar proefschri Dialoog in
recht en literatuur. Kritiek van de narratieve
rede (Gompel&Svacina, 2018). Zij pleit voor
een ‘koudere moraal’ in de rechtszaal.
Empathie is goed, maar kan ook leiden tot
subjectiviteit. Niet alleen gemeenteambtena-
ren, alle ambtenaren, waaronder de rechter-
lijke, zijn gevoelig voor cognitive bias.
Omgekeerd meen ik dat apathie, of zelfs anti-
pathie, ten aanzien van mensen die de ‘li-
king’-prijs niet hebben gewonnen minstens
even verkeerd kan uitpakken. Deze mensen
hebben evenveel rechten als anderen, maar
komen ‘onderop de stapel, krijgen niet de ge-
vraagde informatie, worden niet uitgenodigd
voor een gesprek op het gemeentehuis, krijgen
negatieve besluiten, en het kan zelfs leiden tot
pesten, roddel, (juridisch verpakte) intimidatie
en andere ongepaste behandeling. Dat komt
voor, zo bleek uit mijn proefschri Mensen
met macht (Bju, 2007). Geheel of gedeeltelijk
onbewust werkt antipathie door in besluiten
die mensen –dus ook gemeenteambtenaren–
nemen als er geen contramechanismen zijn.
Zeker als iemand zich ‘betrapt’ voelt op dit ge-
drag, bijvoorbeeld in een bezwaarschri of
klacht, kan dat leiden tot onnodige escalatie en
onprofessioneel gevoerde rechtszaken.
157Jurisprudentie voor Gemeenten 20-12-2019, a. 6Sduopmaat.sdu.nl
«JG»
Actueel commentaar
Het onderwaarderen van bureaucratische
principes kan leiden tot morele en juridische
willekeur. Van Dale gee van het woord wille-
keur twee betekenissen. De eerste is neutraal
geformuleerd, de tweede is negatief: ‘1.Vrije
verkiezing, 2.(ongunstig) het handelen naar,
zich laten leiden door de wens, de inval, de
grip van het ogenblik, m.n. daarbij ingaande
tegen recht en regel: een daad van willekeur;
een regering van geweld en willekeur; dat is
pure willekeur; – (ook passief) grillige, on-
rechtmatige behandeling ...
Gaat het om onrechtsstatelijk handelen, dan
hee willekeur vooral te maken met de tweede
betekenis, waarin grilligheid en onredelijk-
heid bij besluiten of handelingen centraal
staan. En ook ikzelf ben daar als gemeen-
teambtenaar –aan een loket– kwetsbaar voor
geweest. Iedereen is dat namelijk, omdat ons
‘reptielenbrein’ nu eenmaal sneller en sterker
is dan onze frontale kwab, waar reectie en
geweten huizen. Daarom heb ik in mijn proef-
schri beschreven dat rechtsstatelijkheid een
evenwichtskunst is: enerzijds zijn menselijk-
heid en begrip noodzakelijk en vaak zelfs de
drijfveer om in de publieke sector te werken,
anderzijds zijn objectiviteit, neutraliteit en dus
een ‘koude moraal’ ook onontbeerlijk. Hoe je
die spagaat overlee? Door nooit te denken
dat rechtsstatelijkheid vanzelfsprekend is. Of
door ervoor te zorgen dat belangrijke beslis-
singen nooit alleen worden genomen – wat
was er mis met het vernietigen van onbevoegd
genomen, en dus mogelijk niet objectieve,
door meerdere personen gecontroleerde be-
sluiten, door de bestuursrechter?
Een ander belangrijk (juridisch) middel tegen
willekeur en misstappen is transparantie – uit
eigen beweging. Dat vindt ook de initiatief-
wetgever in de memorie van toelichting bij de
Wijzigingswet voor de Wet open overheid:
‘De hier voorgestelde uitzonderingsgrond kan
echter niet worden ingeroepen om misstan-
den als zodanig te verbloemen of met het ar-
gument dat openbaarmaking leidt tot verlies
van vertrouwen in de overheid bij het publiek,
waardoor een bestuursorgaan niet goed meer
zou kunnen functioneren. Als uit nieuwe
feiten of nieuwe afwegingen volgt dat eerder
ingezet beleid onjuist is uitgevoerd of op on-
juiste aannames is gebaseerd, dient een be-
stuursorgaan daar op de gebruikelijke manier
verantwoording over af te leggen en is een
goede en democratische bestuursvoering in
beginsel gebaat bij openheid over een dergelij-
ke aangelegenheid.’ (KamerstukkenII 2018/19,
35112, nr.3, p.24).
Dat dit verbloemen gebeurt, is inmiddels geen
theorie meer die alleen bij samenzwerings-
denkers opgeld doet: in de Volkskrant van
4 september 2019 zegt hoogleraar W. Voer-
mans: ´Verzoeken om informatie zijn een
recht, maar de overheden behandelen het als
gunst. Er heerst een verstikkende cultuur
waarin overheden er alles aan doen je met een
kluitje in het riet te sturen. Het is steeds erger
geworden.´ ‘Ouderwetse’ gemeentejuristen
zijn vervangen door managers, bestuurders en
juristen wier opleiding niet vanzelfsprekend
doorspekt was met publieke waarden en pro-
fessionele ethiek. Dat leidt tot een ander
machtsevenwicht in de organisatie zelf, met
als gevolg minder openbaarheid.
Vriendschapscultuur, een exibele en dus on-
zekere arbeidsmarkt, de trend om ook in je
werk persoonlijke waarden en doelen te volgen
en het doordringen van private moraal in de
publieke sector, waarin elkaar kennen, helpen
en van dienst zijn juist als goed wordt gezien,
kunnen leiden tot niet-integer, onrechtmatig
en zelfs corrupt gedrag (lees over publieke en
private moraal: J.Jacobs, Systems of Survival, A
Dialogue on the Moral Foundations of Com-
merce and Politics, Random House, 1992, en
over wat er gebeurt als deze moralen met el-
kaar worden gemixt in de publieke sector: The
Problem of Monstrous Hybrids). Het polder-
model maakt gemeenten hier ook gevoelig
voor. Het gaat namelijk lang niet altijd om
slechte mensen met slechte bedoelingen die
slechte dingen doen (W. Slingerland, Network
corruption: When social capital becomes cor-
rupted, Eleven International Publishing, 2018).
Een moeizame relatie
Integriteit wordt maar gedeeltelijk een zaak
van juristen gevonden. Zo houden gemeente-
juristen zich doorgaans alleen bezig met dit
begrip in arbeidsrechtelijke kwesties en het
maken van regelingen voor het melden van
misstanden. Wat, juist door een gebrek aan
«JG»
Sdu opmaat.sdu.nl158 Jurisprudentie voor Gemeenten 20-12-2019, a. 6
Actueel commentaar
bemoeienis van staatsrechtelijk opgeleide pro-
fessionals, opvalt is dat nergens goed is gede-
nieerd wat een ‘meldwaardige misstand’ is.
Wat de een –de melder– ervaart als een on-
overkomelijke schending, vindt de ander –de
pleger, de werkgever en de advocaat– ‘gezeur’.
Alleen daarom al is het nodig dat juristen ge-
meentebreed met het onderwerp aan de slag
gaan en het voortouw nemen in discussies
hierover. Integriteit, de manier waarop orga-
nisatie, bestuurders en ambtenaren omgaan
met hun bevoegdheid en positie, speelt im-
mers een rol bij alles dat de gemeente doet. Op
die manier kan ook de rechter een rol van be-
tekenis gaan spelen in integriteitskwesties. Nu
moet hij aan de rand ervan opereren, bijvoor-
beeld als iemand een beroep doet op het wet-
telijk benadelingsverbod van klokkenluiders.
In het huidige positieve recht zijn er plekken
aan te wijzen waar integriteit en het voorko-
men van willekeurige machtsuitoefening wor-
den bevorderd. Te beginnen bij de Grondwet,
maar ook de Algemene wet bestuursrecht, de
Gemeentewet, de Ambtenarenwet en het aan-
bestedingsrecht. Maar zelfs daar wordt het
recht vooral gezien als een beperking van bui-
tenaf: een ‘morality of constraint’. Van een ge-
meentebestuurder of ambtenaar kan juridisch
niet meer worden verwacht dan dat hij vol-
gens de wet handelt. Hoe hij dat doet, welke
doelen hij daarmee nastree en of hij daarmee
het vertrouwen schaadt, is geen issue. In deze
positivistische opvatting zien gemeentejuris-
ten integriteit als ‘vaag’ aspect waar soms naar
gekeken moet worden, maar dat geen onder-
deel is van hun domein.
Integriteit is echter geen ingewikkeld of zwe-
verig gegeven: elke gemeentejurist komt
voortdurend kwesties tegen die hem hierop
bevragen: stuur ik de rechter alle stukken toe,
of alleen die stukken die een positief licht wer-
pen op mijn handelen? Honoreer ik een hand-
havingsverzoek van iemand tegen zijn buur-
man, die ik sympathiek vind? Of probeer ik
een gaatje te vinden om daar onderuit te ko-
men, beseend dat dat eigenlijk niet hoort?
Informeer ik de burger over een vergissing die
ik heb begaan, of verzin ik een smoes om een
ander –zelfs die burger die er last van onder-
vindt en erover klaagt– de schuld te geven?
In het Nederlandse staats- en bestuursrecht
bestaat de neiging om weg te blijven van
ethiek omdat het te ongrijpbaar, normatief,
politiek of niet-positief wordt geacht. Of er
wordt naarstig gezocht naar andere termen
om het maar niet over integriteit als juridisch
begrip te hebben. Enkele modewoorden: res-
ponsiviteit in het recht, of ‘prettig contact met
de overheid’. Klassiek is de term behoorlijk-
heid. Wat onder deze vage norm moet worden
verstaan is, zeker vóór de inwerkingtreding
van de Awb, vooral ‘rechtersrecht’ en ‘om-
budsprudentie. Daar is niets mis mee, maar er
ontbreekt eenheid, overzicht en dus rechtsze-
kerheid op het moment dat er bij de overheid
–de gemeente– zelf iets misgaat. Bovendien
kan te veel maatwerk en prettig contact ten
koste gaan van bureaucratische en rechtsstate-
lijke waarden als gelijkheid, neutraliteit en
objectiviteit.
In de publicatie ‘Recht en integriteit: een vak-
gebied in wording’ (www.riskcompliance.nl/
news/recht-en-integriteit-vakgebied-in-wor-
ding), stel ik voor dat een functioneel rechts-
gebied wordt ontwikkeld waarin integriteit
wordt benaderd vanuit het (organieke) staats-
recht, bestuursrecht, arbeidsrecht, etcetera en
vice versa. Een dergelijk rechtsgebied zou in
de praktijk een goede bijdrage kunnen leveren
aan het vergroten van de integriteit van en het
vertrouwen in de overheid, het voorkomen
van incidenten en het adviseren van het ge-
meentebestuur over meldingen. Hoewel juris-
ten doorgaans niet zijn opgeleid als feitenon-
derzoekers, kunnen zij een bijdrage leveren
aan het ontwikkelen van protocollen met
waarborgen voor deskundig en onaankelijk
onderzoek van gemelde misstanden. In hun
eigen werk, of dat nu is in het omgevingsrecht,
subsidierecht of maatschappelijke ondersteu-
ning, kunnen zij blijvende aandacht voor
rechtsstatelijke waarden bevorderen.
mr. dr. C. Raat
Onaankelijk onderzoeker, auteur, docent en
adviseur op het gebied van staats- en be-
stuursrecht, waaronder open overheid, priva-
cyrecht, klachtrecht, subsidierecht en grond-
rechten.
159Sduopmaat.sdu.nl
«JG»35
Omgevingsrecht
Jurisprudentie voor Gemeenten 20-12-2019, a. 6
Omgevingsrecht
35
Tegemoetkoming planschade – Voorzienbaar-
heid (exibiliteitsbepalingen) en Planologi-
sche vergelijking (peilbepaling)
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State
23 oktober 2019, 201805601/1/A2,
ECLI:NL:RVS:2019:3596
(mr. Van der Beek-Gillessen, mr. Minderhoud,
mr. Daalder)
Noot mr. T. ten Have, mr. ing. J.J. Thoonen
Bestemmingsplan. Planschade. Voorzienbaar
(exibiliteitsbepalingen). Planologische
vergelijking (peilbepaling).
[Wro art. 3.1 en 3.6]
Noot mr. T. ten Have, mr. ing. J.J. oonen
Op grond van de exibiliteitsbepalingen van het
bestemmingsplan bestond al aanleiding om reke-
ning te houden met de kans dat de planologische
situatie ter plaatse in ongunstige zin zou kunnen
veranderen. Op grond van deze bepalingen kon
het college immers vrijstelling verlenen voor het
plaatsen van geluidsschermen langs de A7, waar-
door de kans al bestond dat het zicht vanaf die
rijksweg op de reclamemast zou worden belem-
merd.
Appellant
tegen
College van burgemeester en wethouders van Wor-
merland (hierna: college)
Samenvatting uitspraak
Het college hee aan Rijkswaterstaat vergunning
verleend voor het oprichten van een geluids-
scherm langs de A7 op gronden gelegen binnen
de gemeente Wormerland met ontheng van
art. 30.2.1 (hierna: de vrijstelling) van het op
4 april 2007 vastgestelde bestemmingsplan Lan-
delijk Gebied.
Uptown Advertising huurt sinds 1december 2008
een deel van een sportterrein waarvoor het colle-
ge omgevingsvergunning hee verleend voor de
bouw van een reclamemast. Sinds 2009 verhuurt
Uptown Advertising de reclamemast aan Inter-
best B.V.
Uptown Advertising hee verzocht om een tege-
moetkoming in planschade als gevolg van de
vrijstelling, omdat het geluidsscherm het zicht
vanaf de A7 op de reclamemast belemmert, waar-
door zij schade lijdt.
Het college hee de aanvraag afgewezen omdat de
planologische ontwikkeling voor Uptown Advise-
ring ten tijde van de investeringsbeslissing op
1december 2008 voorzienbaar was op grond van
het op 4april 2007 vastgestelde bestemmingsplan
Landelijk Gebied. De gronden waarvoor de vrij-
stelling is verleend waren ingevolge dat bestem-
mingsplan bestemd voor de basisbestemming
Verkeersdoeleinden en de dubbelbestemming
Aandachtszone wegen.
De bestemming Verkeersdoeleinden voorzag
voor deze gronden in geluidsschermen met een
hoogte van maximaal vijf meter. Ingevolge de
dubbelbestemming Aandachtszone wegen moch-
ten na verlening van een binnenplanse vrijstelling
ter plaatse geluidsschermen worden gerealiseerd.
De rechtbank hee het standpunt van het college
gevolgd.
Uptown Advertising meent dat zij geen rekening
hoefde te houden met het verlenen van een bin-
nenplanse vrijstelling omdat deze alleen kon wor-
den verleend nadat Rijkswaterstaat als wegbe-
heerder over het bouwplan positief advies had
uitgebracht. In het Wegaanpassingsbesluit Oost-
baan A7 knooppunt Zaandam - Purmerend Zuid
van 10 oktober 2006 is vermeld dat ter plaatse
geen geluidsscherm zal worden geplaatst. Uptown
Advertising stelt dat zij er dus van uit mocht gaan
dat Rijkswaterstaat geen positief advies zou uit-
brengen over een voornemen om vrijstelling te
verlenen voor de plaatsing van een geluidsscherm.
Verder voert Uptown Advisering aan dat zij geen
rekening hoefde te houden met de plaatsing van
het geluidsscherm ter hoogte van het sportterrein
waarop haar reclamemast is geplaatst, omdat
sportterreinen geen geluidgevoelige functie zijn.
Ook noemt Uptown Advertising dat het bestem-
mingsplan Landelijk Gebied ter plaatse een ge-
luidsscherm van maximaal vijfmeter hoog toe-
stond. Een dergelijk geluidsscherm zou het zicht
op de reclamemast van tienmeter hoog niet of
slechts beperkt hebben belemmerd. Het nieuwe
geluidsscherm is geplaatst op een talud met een
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.