ThesisPDF Available

De Kunst van Aandacht. (The Art of Attention.)

Authors:

Abstract

To understand human behavior, learning and creative proces, one needs to know how the mechanism of attention is working. Attention is valuable and to use it wisely is essential for the growth of humanity. Yet We do not use it wisely and the results are there to see. Creativity struggles, students and adults alike have trouble learning, communicating properly and understanding themselves. This research is in the psychological, historical and philosophical domain (photographic realism) and looks into processing of visual information. These are two related researches shortened and combined into one paper. Written in dutch.
Maksims Kačanovs
De Kunst van
Aandacht.
Alles wat we doen is aandacht en tijd.
Dramax.nl
17-10-2019
1
INTRODUCTIE. .............................................................................................................................. 2
DEEL 1. ......................................................................................................................................... 3
PRIKKEL EN AANDACHT. ..................................................................................................................... 3
BEHOEFTEN EN AANDACHT. ................................................................................................................. 5
DE INVLOED VAN ONVOLDOENDE RUST. ................................................................................................. 6
MOTIVATIE, VERWACHTING EN LEREN. ................................................................................................... 7
COMMUNICATIE. .............................................................................................................................. 9
DOPAMINE EN MOEITE, EEN BALANS. .................................................................................................. 10
BREDERE BLIK. ............................................................................................................................... 10
CREATIVITEIT. ................................................................................................................................ 10
BEWUSTER, VAN PROBLEEM NAAR OPLOSSING. ...................................................................................... 11
SAMENVATTEND OP DEEL EEN. ........................................................................................................... 12
DEEL 2. ....................................................................................................................................... 14
TECH·NO·LO·GIE ............................................................................................................................. 14
MIMESIS, SCHILDER EN DE FOTOGRAAF. ............................................................................................... 15
“YOU PRESS THE BUTTON, WE DO THE REST”. ........................................................................................ 16
WEL CONTROLE .............................................................................................................................. 19
HALF OPEN GROT. ........................................................................................................................... 21
CONCLUSIE. .................................................................................................................................. 22
BIBLIOGRAFIE ............................................................................................................................. 24
2
Introductie.
Toen ik door een burnout niet meer aan het werk was en mijn studie op pauze had gezet, dwong ik
mezelf ook het nieuws en social media te negeren, in ieder geval voor een tijd. Het was of dat of het
hyperventilerend naar lucht happen terwijl mijn borst pijn deed. Het was niks nieuws, ik voelde het al
jaren. Maar nu kon ik het simpelweg niet aan. Zoveel problemen en wat ik ook deed, ik kon het niet
oplossen.
Vlak voordat het allemaal teveel werd, kreeg ik een camera cadeau. Een oud beestje uit 1960 met
een flink matglas die bijna in de container was beland, een collega herinnerde een gesprek die we
ooit hadden en belde mij op. Ik hoopte al jaren op een dergelijk camera, ik had acht jaar ervoor een
andere soort camera al omgebouwd en vroeg me altijd al af of het met deze kon. De paar weken
waarin ik de camera ombouwde was ik steeds gefascineerd door het beeld. Deze camera maakte
kaders net als alle andere, maar het zoeker beeld was fantastisch. Het deed iets met me. Het was
niet genoeg om mij destijds te helpen. Maar toen ik een week na mijn burnout weer eens door de
camera keek, bleef ik kijken. Het gevoel gefaald te hebben, mezelf afvragen hoe het nu allemaal
verder zou gaan en alle gemaakte plannen die ineens verzet zouden moeten worden…al die brei
spaghetti van gedachten werden stil. Ik begon weer te huilen, maar het voelde anders, beter, het
luchtte daadwerkelijk op. Drie kwart jaar later kon ik mezelf op commando helpen. Van
hyperventileren naar glimlach en energie. Mijn creativiteit was beter dan ooit en ik kon weer
begrijpend lezen. Nieuws…ellende…zorgen…kijken…observeren…glimlach…energie…lezen en leren.
Zonder de camera. Beetje bij beetje begon het beter en makkelijker te worden. Ik begreep niet alleen
mezelf beter, maar ook waarom vele studenten die in mijn klas waren, zo ongelukkig konden voelen.
Ook buiten het schoolgebouw waren er zoveel ongelukkige mensen, allemaal bezig om hun ellende
en onvrede te verstoppen en te verdringen. Zoveel problemen, maar uiteindelijk bleek het er maar
een te zijn. En dat probleem kon iedereen aan. Hold that thought.
Wat was er aan de hand? Het antwoord wist ik al…het was aandacht. Wat ik toen nog niet wist, was
de werking en de structuur van dat proces. Wat ik ook nog niet snapte was hoe aandacht de
hoeksteen was van zoveel ellende in de wereld. Het besef dat gedrag zoveel invloed heeft op onze
leven begon mij te drijven om het mechanisme zichtbaar te maken.
Wat is aandacht? Welke aspecten van ons dagelijks bestaan hebben ermee te maken? En hoe
beïnvloed het fotorealistisch beeld ons doen en denken? Van wetenschap tot en met filosofie, in
begrijpelijke termen en toegepast op ons huidige wereld: informatie stroom, onderwijs, kunst,
technologie en geschiedenis.
Dit zijn twee delen, twee losse onderzoeken over aandacht die naast elkaar gedaan werden
gedurende afgelopen 3 jaar. Sommige delen zijn weggelaten en herschreven om een behapbaar en
beknopter geheel te kunnen vormen. Ze zijn ontdaan van het praktische onderzoek en het analyse
van kunstwerken.
Deel een (oorspronkelijk “Pas op je hoofd – over aandacht en creativiteit”) legt de basis: begrijpen
van de aandacht mechanisme, stoorzenders van goed werkende aandacht mechanisme en de
gevolgen. Deel twee (oorspronkelijk “Door de kaders heen – over technologie en het zien”) kijkt naar
foto realistisch beeld en het invloed op de aandacht. Filosofie van perceptie met de kennis over de
aandacht mechanisme. Hiermee hoop ik dat de lezer eigen aandacht en de wereld beter gaat
begrijpen.
3
Deel 1.
Prikkel en aandacht.
Meervoud: prikkels. Een wereld vol prikkels. Ons brein leert vanzelf welke prikkels aandacht krijgen
en welke actie erbij hoort, dit selectieve proces van oorzaak en gevolg blijft voortdurend aan de
gang. Een kind dat geboren wordt weet nog helemaal niets, later begint het rond te kijken, te
kruipen, te horen, proeven, ruiken en te voelen. Het is een hele ontdekkingreis. En dat vinden ze ook
nog eens leuk. De reis stopt eigenlijk nooit. Wij, mensen, willen altijd geprikkeld worden. En van die
prikkels leren wij.
Dus, wat gaat er nu fout? Allereerst is het de hoeveelheid prikkels die we op een dag allemaal te
verwerken krijgen. De waterval aan de prikkels begint al in de ochtend. Je mobieltje is vast ook je
wekker dus het wakker worden gaat samen met het pakken van je telefoon. Misschien blijf je liggen
en misschien sta je op. Maar zelfs hier is de telefoon al in je hand. Later komt de laptop of de tablet
er nog bij. Het is niet alleen de smartphone, het zijn alle digitale apparaten die kunnen “multitasken”.
Het probleem is dat wij dat ook proberen te doen. Hier ontstaat meteen het probleem van de
dosering en het (on-)vermogen te schakelen tussen onderwerpen en activiteiten (Wobbrock, Jacob
O.; Levy, David M.; Kaszniak, Alfred W.; Ostergren, Marilyn; University of Washington; University of
Arizona, 2012). Dit is een grote energieverbruiker en hier gaan we de hele dag mee door (Kaplan &
Berman, 2010). Al dat schakelen de hele dag door heeft op den duur het effect dat je minder gedaan
krijgt. Want in een ideale situatie kost het je minstens tien minuten om van een complexe taak
volledig om te schakelen op een nieuwe taak en daar focus op te leggen (Goleman, 2013).
Ondertussen hebben velen in die tien minuten al met hun smartphone in de hand in meerdere
mensen een berichtje (terug)gestuurd, het filmpje die ze kregen bekeken, de weersvoorspelling
bekeken, de nieuwskoppen door gescrold terwijl ze ondertussen naar huis liepen. “Kan makkelijk,”
denkt men.
Zelfs nadat de energie op is gaat de prikkeling door. Terwijl je moe op de bank zit staat de tv nog aan
en is de mobiele telefoon in de hand. De waterval van prikkels gaat door. Je werd wakker met een
smartphone in de hand en je ging ermee slapen. Dit zijn natuurlijk alleen nog maar de digitale
bronnen, je hebt daarnaast ook nog je dagelijkse routine gehad, met al haar bijbehorende prikkels.
Maar dit alles heeft een prijs.
Om te begrijpen hoe dat zit, moet ik het mechanisme omtrent “Aandacht” inzichtelijk maken. Deze
aandachtsfunctie sets bepalen voor een heel groot deel ons gedrag (Goleman, 2013).
Een prikkel, die bijvoorbeeld via ons zicht binnenkomt, wordt onbewust vergeleken met allerlei
gegevens in ons brein. Deze gegevens bepalen samen of de prikkel iets is waarmee wij iets kunnen.
Bottom Up” is de eerste “filter” die onze aandacht richt. Het kan zeer snel reageren, bijvoorbeeld bij
gevaar. Dingen die we geleerd hebben worden in de “Bottom Up” aangestuurd als een automatische
piloot. Dat kunnen bijvoorbeeld reacties zijn op tekens, maar ook het strikken van veters. We
reageren hier emotioneel en intuïtief. Het meest kenmerkende is wellicht dat het vooral snel en
automatisch gaat. Prikkel veroorzaakt meteen een reactie. Impulsief. En veelal zelfs onbewust. Het
“Top Down” mechanisme werkt als een 2e “filter”. Als de prikkel die binnenkwam bijna een reactie
veroorzaakte in het ”Bottom Up” mechanisme kan je vanuit “Top Down” alsnog de aandacht
bijsturen. De prikkel wordt dan door ons genegeerd, of we gaan de prikkel beter onderzoeken. We
4
Top down:
Langzaam
Vrijwillige functioneren
Kost veel energie
Onderdrukken of toelaten van impulsen
Observeren en analyseren (zowel naar buiten als
naar jezelf toe)
Empathie
Iets nieuws leren
Iets wat je al geleerd hebt aanpassen.
wijken af van het automatische. We proberen de situatie te begrijpen. Zowel buiten ons, als binnen
in. Je vraagt jezelf af waarom iets is zoals het is of waarom je een bepaald gevoel hebt?
Zelfbeheersing onderdrukt de impuls. Met andere woorden: Je Top Down vergelijkt de prikkel, past
het bij het doel dat ik had? Je kennis wordt geraadpleegd en na afweging, wordt je actie mogelijk
anders (Katsuki & Constantinidis, 2014). Dat is niet alles wat “Top Down” doet, het is ook ons
geweten en kan in ons onderbewustzijn verassende en interessante verbindingen maken (Goleman,
2013). Het is de “Top Down” aandacht die in staat is om nieuwe dingen te leren en die te
automatiseren. Het kost echter veel energie. Gaandeweg schakelen we tussen de twee soorten in en
staan we zelden stil, bij wat zich in ons hoofd afspeelt.
In de psychologie wordt ook een link gelegd tussen Top Down en vrijwillige aandacht en de
onvrijwillige aandacht met Bottom Up (Kaplan & Berman, 2010). Om de verdeling te illustreren
gebruik ik het spreekwoord: “Door de bomen het bos niet meer zien.” Dit is een goede analogie,
omdat de “Bottom Up- functie set op details let, de bomen, maar niet in staat is om alle verbanden
of het groter geheel, het bos, te zien. Echter, vanuit Top Down functie set let je eerst op het totaal
plaatje. Je ziet niet alleen oorzaak en gevolg, maar ook het onderlinge verband. Het
spreekwoordelijke bos wordt weer zichtbaar. Een helikopterview, zou je kunnen zeggen. Balans
tussen de twee functie sets is essentieel. Echter, wanneer men niets over dit aandachtsysteem weet
en ook de link naar het gedrag niet kan leggen ontstaat er gevaar voor onbalans. Onze snelle manier
van leven, continue stress en de voortdurende “verbondenheid”, zorgen al snel voor onbalans,
omdat de energie die nodig is om de “Top Down” aandacht te voeden snel uitgeput raakt. Het vele
schakelen tussen de aandacht “vangers” put het uit.
Samenvattend.
De energie om aandacht vanuit de Top down functie set te sturen is niet eindeloos. Deze vorm van
aandacht is echter zeer belangrijk voor onze sociale beschaving. De vergelijking tussen de
verschillende functie sets laat meteen al zien hoe het filteren van prikkels en het kiezen van de (re-
)acties op prikkels, door elkaar beïnvloedt wordt. Wat gebeurt er als de energie eenmaal op is? Dan
merk je het niet eens zo goed, je draait op automatische piloot verder en het deel dat naar zichzelf
kijkt en je eigen acties onder de loep kan nemen draait slechts op een laag pitje op de achtergrond.
Bottom up:
Snel
Onvrijwillig functioneren (staat
altijd aan)
Intuïtief (associatie)
Impulsief (reactie vanuit
emotie)
Routinematig/automatisme
Vecht of vlucht
5
Behoeften en aandacht.
De altijd-verbonden, digitale wereld is een relatief nieuw verschijnsel, maar er is al decennia lang een
ander soort prikkel, die de hele tijd probeert je aandacht te stelen. Online en offline. Je aandacht is
namelijk waardevol. Wie aandacht mechanismen begrijpt, kan mensen sturen.
Ik heb het natuurlijk over reclame. En voor wie meteen denkt, “Och, ik let nooit op reclame, op mij
heeft het geen invloed!” verwijs ik graag naar de Pyramide van Maslow. Om de werking te begrijpen
is het belangrijk de verschillende niveaus te herkennen. Zo staat op het onderste niveau de meest
basale behoeften; eten, drinken, rust, voortplanting. Onze aandacht voor deze dingen is daarom
altijd aan (Pratkanis & Aronson, 2002). Het is een overlevingsmechanisme. We zien dit soort
aandacht in de Bottom Up” functie set. Terwijl je over straat loopt, of op je telefoon flink door
scrolt, terwijl je televisie aanstaat, komt er een moment dat een smakelijk ogende maaltijd, een
gekoeld drankje, of een mooie gezonde man of vrouw je blikveld verschijnt. Je denkt dat je aandacht
er niet door wordt gepakt, maar het tegendeel is waar.
En nee je hoeft er niet eens rechtstreeks naar te kijken (Michael, Boucart, Degreef, & Godefroy,
2001). Je Bottom Up-mechanisme merkt het beeld op en je Top Down is alweer bezig het impuls
honger/dorst/voortplantingsdrang /etc. te onderdrukken (Kaplan & Berman, 2010). Laten we het nog
iets moeilijker maken. We nemen een ideaalbeeld. Het vangt je aandacht, nu volledig, je herkent
jezelf in het ideaalbeeld. Het ideaalbeeld vertelt iets, over een product dat je meer gemak zou geven.
Het ideaalbeeld laat zien hoe het product jou een hogere status zou kunnen geven, doordat je eigen
acties effectiever worden en misschien biedt het zelfs meer kans op echte liefde en erkenning? Op
zijn minst een paar likes op social media. Stel; het was een merk muesli gepresenteerd door een
atleet. Je bent al bezig met afvallen, de zomer komt eraan, misschien is dit merk dan “echt” beter?
Zelf ontplooiing: Creativiteit, zelfbewustzijn en ontwikkeling, uitdaging ---------------
Waardering: Respect, zelfwaardering, status. ------------
Sociale acceptatie: Liefde, vriendschap, familie, vertrouwen ---------
Zekerheid: Veiligheid, stabiliteit en bescherming ------
Fysiologische behoeftes: Eten, drinken, ademen, voortplanting, rust ---
Pyramide van Maslow.
De effectiviteit van deze manier van brengen van een boodschap is aanzienlijk hoog en wordt
gebruikt in allerlei vormen van reclame en/of propaganda. Een ideaal beeld is nou eenmaal
geloofwaardig (Pratkanis & Aronson, 2002). Ook hier is je Top Down” functie set bezig, in eerste
plaats om het impuls te onderdrukken. Daarna gaat normaal gesproken de functie set het impuls
analyseren: “Heb ik dit echt nodig?” Hoe vaak kon je de boodschap weerstaan? Gedurende lange
tijd? Of bleef het idee van die nieuwe telefoon, of het wisselen van de muesli die je eet, je
achtervolgen? En als de informatie verzameling over je voorkeuren, reclame nog gerichter maakt? Op
het bovenste niveau van de Pyramide van Maslow staat zelfontplooiing. Misschien een nieuwe
camera zodat je, zoals die geweldige kunstzinnig fotograaf in het spotje, ook beter wordt? Die
reclame zie je niet op tv, maar wel bijvoorbeeld op Instagram. Big Data en privacy vraagstukken kun
je hierdoor vrij eenvoudig beantwoorden. Door jou interesses kenbaar te maken, maak je het voor
anderen makkelijker om jou te beïnvloeden. Dit gebeurt al op zeer grote schaal en vaak zonder dat
je er bewust van bent.
6
Samenvattend.
De waarneming van prikkels, die we kunnen koppelen aan bepaalde behoeftes, veroorzaakt impulsen
die ons brein moet weerstaan. We stellen daarmee de directe bevrediging uit. Prioriteiten die het
brein vanuit de Top Down” functie set stelt, betekent bijvoorbeeld dat we eerst de huur betalen
voor we die nieuwe telefoon halen (terwijl je oude nog gewoon werkt). Langtermijn doelen vereisen
vaak uitstel van de beloning, maar dit kost energie. En doordat we nu steeds overprikkeld zijn en
vaak een moeilijke dag achter de rug hebben kunnen we de impulsen lastiger bedwingen.
De invloed van onvoldoende rust.
Wie een smartphone of een ander verbonden apparaat naast het bed heeft herkent volgende
situatie vast wel. Wekker gaat af, tijdens het snoozen word je wakker met het nieuws en berichtjes.
En vlak voor het slapen is het weer de smartphone die je vast hebt. Over het algemeen weten de
meeste mensen dat het blauwe licht van dat mobieltje of laptop ons wakker houdt. Als deze uit is,
probeert je vermoeide brein wellicht nog de dag te analyseren, voor zover daar nog energie voor is,
na alle prikkels van die dag. Vervolgens, na een te korte nacht, voelen we ons minder scherp
gedurende de daarop volgende dag. Die avond is de belofte om eerder naar bed te gaan alweer
verbroken, de serie die je volgt heeft een nieuwe aflevering. Terwijl je een uur later naar bed gaat,
denk je bij jezelf: “Dat ga ik morgen merken”.
Het is niet zomaar dat je televisie en de series lastig los kunt laten. Ze zijn zodanig ontworpen dat ze
inwerken op ons beloning systeem. Terwijl je denkt te ontspannen, wordt ook hier je aandacht leeg
getrokken. Er is veelal een foutief beeld over wat rust is (Kaplan & Berman, 2010). Een spannende
serie, documentaire, of een game met een pakkend verhaal: goede storytelling communiceert
emotie (“Bottom Up”). Je “Top Down” functie set draait nog wel: je probeert de eerdere afleveringen
te koppelen aan nieuwe, je koppelt kennis die je had met de verkregen kennis. In de games gebruik je
eerder geleerde vaardigheden en kennis. Voorspellen wat er gaat gebeuren, wat geweldig als het
lukt. Dit is een verslavende (Bromberg-Martin & Hikosaka, 2009), maar leuke bezigheid. Maar
ondertussen rust je niet. We entertainen ons aandacht mechanisme kapot en hebben dat niet eens
door.
Het slaaptekort betekent problemen met aandacht, vooral bij taken waar je jezelf langer op moet
concentreren (Esau Pinto Vargas, Aline Aguiar, & Angelo Barela, 2017). Zowel bij een paar uur minder
slaap als na een gemiste nacht, is het gebrek aan rust een grote uitdaging bij jongeren en
jongvolwassenen (Cohen-Zion, Shabi, Levy, Glasner, & Wiener, 2016). Het leven is sneller en prestatie
drang is hoger. Verveling wordt (vaak onterecht,) gezien als tijdverspilling.
Samenvattend.
We weten niet wat rust is. Hangen op de bank met een mobieltje in je hand en een werkende tv op
de achtergrond is geen rust. Bingewatchning van series is letterlijk een marathon voor je aandacht.
Het binnenkrijgen van nieuwe informatie, ook in de vorm van storytelling of entertainment kost
energie. We zijn overprikkeld, slapen te weinig en verwachten tegelijker tijd behoorlijk veel van
onszelf.
7
Maksims Kačanovs. Untitled. 2018. TTF-techniek. Gemaakt volgens de regels van de Belofte van de
Fotografische Kuisheid.
Motivatie, verwachting en leren.
We hebben nu een aantal stoorzenders bekeken, die de aandacht in onze “Top Down” functieset
zwaar belasten en uiteindelijk overbelasten. Maar nog niet alle gevolgen zijn genoemd.
Eerst even een paar handvatten om te begrijpen hoe aandacht en vooral de “Top Down” aandacht
onze motivatie beïnvloedt. Om het simpel te houden richten we ons op de behoeften en
(zelf)bepaalde doelstellingen. Zo kunnen we ook meteen sommige basis behoeften labelen als
doelen op korte termijn. Je zoekt naar een frietkraam als je honger krijgt. Het stillen van de honger
voelt als een beloning.
De behoefte tot zelfontplooiing kan gezien worden als een doel op lange termijn, ook als iets nooit
ophoudt, iets waar je aan blijft werken, of beter gezegd: moeite voor blijft doen. We hebben het dan
bijvoorbeeld over het kiezen van een opleiding, het leren en perfectioneren van een vaardigheid en
vele andere dingen die we als “interesse” beschrijven. De beloning ligt hier echter anders. Het
bereiken van het doel is niet alles. De weg er naar toe telt mee.
Intrinsieke motivatie wordt gevoed door interesse, nieuwsgierigheid, observatie. In plaats van de
kortste weg naar het doel, worden verschillende wegen genomen en het doorlopen van het proces
wordt ervaren als plezier (Amabile, 1998). Ook is falen niet erg. Sterker nog, door falen ontdek je bij
goede analyse wellicht de juiste weg. Zo is falen ineens leuk! En zelfs nuttig!
Toch leven we nog steeds in een wereld waar beloning krijgen op korte termijn het enige is wat lijkt
te tellen. En dat terwijl we al lang weten dat dit juist tegenwerkt (Deci, Edward L.; University of
Rochester, 1972).
8
Om intrinsieke motivatie toe te passen voor lange termijn doelen, heb je zelfbeheersing nodig om je
aangeleerde gedrag aan te passen, of om een volledig nieuwe aanpak te proberen. De snelle en
makkelijke beloning weerstaan betekent: je observatie vermogen toepassen en analytische
vermogens gebruiken (zowel naar binnen als naar buiten). Tevens heb je goede communicatie skills
nodig en het vermogen om de bestaande kennis aan nieuwe kennis te koppelen. Als je de
doelperspectieven bij de bovenstaande tabel vergelijkt, zie je dat “Top Down” nodig is voor het “leer
georiënteerd doelperspectief”. Beter gezegd: een goed functionerende “Top Down” functie set in
balans met je “Bottom Up” functie set. Die balans is essentieel voor het behalen van een lang
termijn doelstelling.
Reclame is al heel vroeg aanwezig in het leven van een kind. Het bouwt aan onrealistische
verwachting tijdens het opgroeien. En de volwassen aandacht zwemt de hele dag door reclame. Ook
de sociale media, waarop we van ons zelf een perfect beeld proberen neer te zetten terwijl we
doodongelukkig kunnen zijn, blijft de onrealistische verwachtingen voeden. Deze factoren samen
leiden tot het opgeven bij herhaaldelijk falen (Adams, 2005). Er is geen middenweg. “Second place, is
first loser” zegt men zelfs.
De “Top Down” aandacht is ook te beschrijven als metacognitie. Dat wil zeggen dat we goed naar
onszelf kunnen kijken en ons handelen aanpassen. Daarbij niet bang zijn om feedback te vragen,
samen te werken en fouten te erkennen. Dat kunnen we tegenwoordig nog amper. Het opgeven
vertaalt zich naar de aangeleerde hulpeloosheid. Dat wil zeggen: het onvermogen van een persoon
om een verband te zien tussen een vervelende gebeurtenis, zoals het mislukken van een actie, en het
eigen handelen (Simons & Boekaerts, 2012). En wat te denken van het eerder genoemde verband
tussen aandacht en gedrag!?
Samenvattend.
Interesse maakt de weg naar het doel leuker. De weg is vaak moeilijk, zeg maar gerust zwaar. Maar
iedereen herkent, dat als je geïnteresseerd bent, je de weg toch aankunt, zelfs ondanks falen. Je zult
je plan van aanpak aanpassen en doorgaan. Begrijp hoe de aandacht werkt en je kunt jezelf beter
sturen. Begrijp hoe je aandacht werkt en je begrijpt jezelf, je interesses, je sterktes en je valkuilen
beter. Aandacht begrijpen zou interesse nummer een moeten zijn. Alleen dan wordt duidelijk
Prestatie-georiënteerd doelperspectief
Leer-georiënteerd doelperspectief
Doel:
Hoge cijfers
Jezelf tegenover anderen bewijzen
Status verhogen
Prestatie leveren
Doel:
Vrijheid van handelen (ik stel zelf een vraag of
maak eigen kaders)
Plezier beleving in het uitvoeren van de taken
Beheersing krijgen van dat wat je wilt leren
Zichtzelf verbeteren, competentie bevorderen.
Wat gaat er eventueel fout:
Kritiek krijgen niet willen horen
Risico nemen ervaren als te grote drempel
Onzekerheid
Gebrek aan waardering
Bang om status te verliezen
Bang om te falen
Wat gaat er eventueel fout:
Dwangmatig handelen (beloning aan het einde
ipv tijdens het proces)
Te weinig autonomie (zonder autonomie schrijft
de persoon het resultaat niet aan zichzelf toe)
Gevolgen:
Minder leren van fouten
Verbloemen van fouten
Gevolgen:
Leren waar de vooruitgang te vinden is(zelfs bij
een fout).
Uitdaging overwinnen
Inzet reguleren (leren hoe je leert)
9
hoeveel we moeten veranderen binnen het onderwijs en daarbuiten. Je hele leven blijven leren en
werken aan jezelf. De top van de piramide is net zo belangrijk als al die andere behoeftes.
Communicatie.
Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Zo’n gesprek waar je op een lijn zit en de focus op elkaar
hebt. Je bent zeer voldaan als je met zo’n gesprek klaar bent. Het kost wel energie, maar dat is niet
erg. Je loopt weg met een gevoel een nieuwe vriend of vriendin gemaakt te hebben. Eventuele
meningsverschillen worden opgelost met vele vragen. Waarom? Waarom? Waarom? Aha! Ik begrijp
je! Grote verschillen leiden tot begrip en zelfreflectie, wanneer je voor de ander open staat. Ik denk
niet dat ik hier uit hoef te leggen dat communicatie een belangrijke bouwsteen van onze beschaving
is.
Tegenwoordig gebeurt vaak het volgende: Je zit midden in een gesprek, je telefoon trilt in je
broekzak. De volgende tien, vijftien seconden vraag je jezelf af wie het was, waarom etc. Hierdoor
mis je het kernpunt dat je gesprekspartner maakt. Of je pakt de telefoon gewoon erbij en begint
midden in het gesprek terug te appen. Is het gesprek nog te redden?
Dit schreef ik twee jaar terug in mijn notulen: ”Communicatie is de som van lichamelijke en verbale
signalen bedoeld om informatie, intentie, emotie en reactie effectief over te brengen. Dit moet
tweerichtingsverkeer zijn, waarbij de referentiekaders tussen beide partijen zoveel mogelijk gelijk is.”
Meteen vallen er twee dingen op: onze digitale communicatie mist de lichamelijke en zelfs een deel
van de verbale signalen. Een appje of een facebook-comment mist zowel de intonatie als de
lichaamstaal. Aangezien dat al voor een misverstand kan zorgen, maakt het tweede punt de
communicatie nog ingewikkelder, namelijk;
Het referentiekader tussen twee partijen moet zoveel mogelijk gelijk zijn. Wat heb ik nodig om mijn
eigen referentiekader te zien en deze gestructureerd en gedoseerd over te brengen? Je raadt het al;
Aandacht. En vooral de “Top Down- functie set. Deze stelt je in staat om je eigen standpunt goed te
bekijken en je af te vragen hoe het standpunt van de ander eruitziet. Je begrijpt hier de oorzaak van
de emotie van je gesprekspartner. Je stelt vragen, voordat je zelf echt iets communiceert. Je luistert
goed en denkt na over de signalen die je opvangt. Zonder daar meteen invulling aan te geven. Stel je
eens voor hoeveel misverstanden je zo op kan lossen. En het stopt hier niet. Als we het
communicatiemodel van Watzlavick erbij pakken, zien we dat het oplossen van gefaalde
communicatie, metacommunicatie nodig heeft. Je bekijkt als het ware waarom de communicatie
fout gaat. En dan kun je verder. Maar ook hier geldt: zonder aandacht en reflectie, oftewel de “Top
Down-aandacht, heeft het weinig kans van slagen. Je zult dus het vogelperspectief moeten
toepassen, naar jezelf en de ander. Creativiteit heeft baat bij goede communicatie. Het delen van
kennis, het begrijpen van (eigen) standpunten en bij het zoeken naar gezamenlijke oplossingen voor
problemen.
Samenvattend.
Offline en online, communicatie is en blijft een lastige, maar zeer belangrijke bouwsteen van de
beschaving. We praten wel veel maar luisteren wij ook? Ook naar onszelf. En wordt de vraag
“WAAROM?” genoeg gesteld? Of vullen we gewoon dingen in? Aandacht speelt hier ook een centrale
rol.
10
Dopamine en moeite, een balans.
Eerder las je al hoe de aandacht, beloning en motivatie een grote rol speelt bij het gedrag. Dopamine
is een stof die ons eigen brein aanmaakt en ons daarmee moeite laat doen om bepaalde beloning te
halen. Een nog grotere hoeveelheid dopamine komt bij de daadwerkelijke beloning vrij. Maar het is
niet altijd een goed stofje, het werkt ons ook wel eens tegen (Westbrook & Frank, 2018). En als je
begrijpt hoe dopamine werkt dan wordt al het bovenstaande nog duidelijker.
Beloning dichtbij.
Beloning ver weg of onduidelijk.
Dopamine komt vrij.
Minder moeite bij uitvoeren van een taak.
Snellere, maar kortere werking
Dopamine komt geleidelijk vrij. Beloning
uitstellen wordt mogelijk. Moeite wordt ervaren
als plezier. Langdurige werking.
Bottom Up” functie set. Snelheid is van belang.
Impulsieve actie. Automatisme.
Minder zelf controle.
Controle wordt verhoogd. “Top Down functie set
werkt optimaal. Onderzoekende houding.
Verhoogde zelfcontrole.
Beloning in de vorm van nog meer dopamine.
Laten we ons even verplaatsen in een prehistorische mens, om het principe van beloning en moeite
in perspectief te plaatsen. In een veld met eetbare planten, bessen etc. moest je vooral eten. Het is
zoals we al eerder zagen een fysiologische behoefte. Zeker als het gaat om overleven. Je moet ook
nog eens snel reageren, anders gaat er iemand anders met de beloning ervandoor. Wie nu denkt dat
huidige mensen niet zomaar vergeleken kunnen worden met een stel mensen uit de prehistorie, die
vechten om eten, denk dan ook even aan de beelden van Black Friday. De beloning is gewoon anders.
In onze beschaving moet alles makkelijker. We halen het veld vol eten naar ons toe. Lang leve fast-
food! En zo zit je gebakken voor een tv-scherm op het bankstel. Je hebt moeiteloos aan je behoeften
voldaan, maar je betaalt meer dan je denkt.
Als we de beloning naar ons toe halen, betekent dat, dat er niets is om onze onderzoekende houding
aan te wakkeren. In combinatie met de overprikkeling maakt dit ons bijzonder passief. Passiviteit
leidt meestal tot grote problemen. Als de onderzoekende houding aangewakkerd is, zien we de “Top
Down” functie set in werking treden. Dit kost meer energie, maar we ervaren het als plezier. Ons
brein maakt op dat moment dopamine aan en daardoor kunnen wij de uitdaging aan.
Bredere blik.
Het mechanisme van aandacht, de twee functie sets die in balans horen te zijn, de onbalans ervan en
de gevolgen; die ver blijken te reiken. De genoemde tegenwerkende factoren kunnen ook als
oplossingen gezien worden. Bewustere sturing van aandacht leidt tot minder onrealistische
verwachtingen, meer rust, vermogen om kritisch te zijn, maar vooral voor ruimte voor creativiteit.
Dat brengt ons bij de volgende vragen: wat is dan creativiteit? Hoe is creativiteit gebaat bij beter
begrip van aandacht mechanisme?
Creativiteit.
Creativiteit is een proces dat ontstaat als motivatie, probleem oplossend vermogen en kennis bij
elkaar komen. De onderdelen vloeien naadloos in elkaar over, maar ik zal ze toch proberen te
scheiden. De drie onderdelen zijn wederom verzamelingen van andere eigenschappen. Deze
eigenschappen komen al naar voren in de bovenstaande tekst. Daarmee wordt het mogelijk om de
link te leggen tussen aandacht en creativiteit.
11
Motivatie- is een aspect van creativiteit, wellicht het belangrijkste (Amabile, 1998). Onze motivatie
kunnen we onderverdelen in twee categorieën: intrinsieke- en extrinsieke motivatie. Als we
intrinsieke motivatie nemen als drijfveer, werkt dat het beste. Eerder toonde ik al aan dat de leer-
georiënteerde doelperspectief als leer proces veel beter werkt. Voor intrinsieke motivatie moet er
interesse of fascinatie zijn. Het lijkt een eindeloze weg, want een prestatie leveren en klaar, komt
hier niet voor. In plaats van de kortste weg naar het doel, worden verschillende wegen genomen en
het doorlopen van het proces wordt ervaren als plezier. Ook tegenslag wordt bij intrinsieke motivatie
anders ervaren dan wanneer men extrinsiek gemotiveerd is. In geval van extrinsieke motivatie komt
de drijfveer niet zo zeer uit onszelf. Deze vorm van motivatie is veel meer afhankelijk van externe
factoren. Het vervangen van intrinsieke motivatie door extrinsieke motivatie, zou ook kunnen
werken, maar zorgt op lang termijn juist voor de afname van creatief vermogen (Adams, 2005). Dit
komt omdat extrinsieke motivatie gekoppeld is aan het prestatiegericht doelperspectief, waarbij het
brein gestimuleerd word tot de snelle aanmaak van dopamine. (zie de tabellen met betrekking tot
doelperspectieven en dopamine )
Probleem oplossend vermogen- Hoe pak ik een situatie aan? Als mens kunnen we leren van fouten
die we maken. Durven risico’s te nemen door experiment of compromis. Analyseren door observeren
en nadenken. Hierbij komt veel zelfkennis bij kijken. Als plan A niet werkt, dan bedenk je een plan B.
Maar moet je natuurlijk eerst beseffen wat je aan het doen bent. Dit noemen we ook metacognitie
en het is van grote invloed op ons handelen en onze samenwerking met anderen.
Kennis- Er zijn twee soorten: specifieke kennis- als verdieping in een onderwerp. En brede kennis
waarbij meerdere disciplines betrokken zijn. De inzet van specifieke kennis leidt eerst tot verbetering
in het creatief proces, maar diezelfde specifieke kennis laat je later weer vastlopen. Bij het
verzamelen van specifieke kennis ontstaan kaders die later problematisch kunnen worden. Het
doorbreken van de kaders is dan nodig om verder te komen. Brede kennis laat de creativiteit groeien.
Kennis van verschillende domeinen maakt de kaders minder scherp en laat het experiment weer toe.
Hoe meer domeinen je erbij betrekt hoe verrassender de oplossingen (Adams, 2005). Om verder
door te kunnen groeien, moet er ook kennis zijn van je kennis! Hopelijk leidt dat tot een intrinsieke
motivatie om meer kennis te verzamelen. Want hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je eigenlijk
heel weinig weet.
Bewuster, van probleem naar oplossing.
Een mens leert continu bij. En als dat bewust en systematisch gebeurt ben je na een verloop van tijd
voorzien van een ander brein. Je aandacht en je gedrag worden anders, doordat je letterlijk je eigen
brein andere verbindingen geeft, er ontstaat een nieuw automatisme (Goleman, 2013). Dit kost,
zeker in het begin, enige moeite. Bovendien werken er verschillende stoorzenders, zoals ik al eerder
aantoonde. Gelukkig zijn onze zintuigen ook een bron van plezier en dit kan met de juiste prikkels
ervoor zorgen dat de balans in het aandacht mechanisme hersteld wordt. Wat zijn dan de juiste
prikkels?
Een bezoek aan een bos met de bedoeling om de telefoon te negeren, zonder gesprekken of het
uitlaten van je hond is een voorbeeld dat goed werkt op meerdere manieren. Geen informatie
stortvloed maar een rustige prikkeling van meerdere zintuigen, jij en de natuur. Er is nog steeds
genoeg te zien, te horen, te ruiken, te voelen en wellicht te proeven, maar als er tijdens dat proces
iets je interesse pakt of simpelweg plezierig aanvoelt, is dat de juiste soort prikkel. Dit werkt op
12
meerdere manieren positief voor de aandacht, creativiteit en uiteindelijk zelfkennis. Allereerst is er
sprake van ontspanning. Het is mogelijk om daardoor in het hier en nu te zijn, even geen gepieker
over de wereld, je relatie, je baan of andere oorzaak van stress. Je hoofd blijft er wel mee bezig, maar
op een onbewust niveau (Goleman, 2013). Maar het hier en nu biedt nog meer dan een
“ontsnapping” aan de zorgen. Door zintuigen te gebruiken zonder oordeel, kunnen we weer de
wereld zien/horen/voelen/ruiken/proeven in al zijn schoonheid. Deze toestand geeft ons een rustige
prikkeling die niet alleen het cognitieve proces en vooral probleem oplossend vermogen ten goede
komt (Ashby, Isen, & Turken, 1999), maar ook nog eens minder energie verbruikt (Rogerson &
Barton, 2015). De “hier en nu-toestand is bovendien goed te vergelijken met meditatie en maakt het
mogelijk om de wereld en jezelf te observeren zonder beoordeling (Langer, Schmidt, & Krogh, 2017).
En als dat al niet geweldig is, dan wordt het nog beter. Een toestand waarbij je de wereld om je heen
veel beter opneemt, biedt ook nog eens kansen om geïnspireerd te worden. Ook hier kun je
aandacht bewuster inzetten. Als we meta-cognitie toepassen als een vervolg stap, kunnen we onszelf
de vraag gaan stellen: wat vind ik interessant uit datgene wat mijn zintuigen opnemen in mijn
omgeving? Waarom vind ik het interessant? En deze interesse biedt de nodige intrinsieke motivatie
om te onderzoeken, te ontdekken en zal uiteindelijk ook de kennis verhogen. Het leuke van dit
proces is dat je het na oefening en herhaling kunt toepassen op een willekeurige omgeving en,
wanneer je dat wilt, je leert je eigen interesses beter kennen en merkt hoe je zintuigen door deze
interesse gestuurd worden. Uiteindelijk wordt het ook een manier om je eigen gemoedstoestand te
sturen en beter te begrijpen. Overal en wanneer je maar wilt.
De toestand van balans zoals hierboven beschreven is, is bereikbaar met kennis en oefening. De
onderzoekende houding, positieve manier van denken en de rijkdom die de zintuigen ervaren,
dragen bij het creatief proces, verhogen zelfkennis en laten ons meer samenwerken. Dit is wanner de
mens echt tot bloei komt. Vooroordelen en angst worden nieuwsgierigheid; problemen worden
opgelost door samen te werken; waarderen van onze omgeving en elkaar; zelfkennis die leidt tot
verandering: dit zijn de zaken die de wereld nodig heeft. En wetende dat aandacht in balans tot een
toestand leidt waarin tijd verdwijnt, leidt tot besef dat aandacht het meest waardevolle is dat een
mens heeft. Of je nu aan het werk bent, muziek speelt, een fascinerend gesprek hebt of sport
bedrijft. Spelend op een game console, kijkend naar een spannende film of lezen van een pakkende
verhaal, de tijd verdwijnt. Flow, the zone”, “time flies when you’re having fun”, hoe je het ook
noemen wilt…we kennen het allemaal. Aandacht serieus nemen en tijdnemen zijn de basis van een
goed leven.
Samenvattend op deel een.
De overbelasting van ons Top Down aandacht, wat betekent het voor ons? De voorbeelden mag je
zelf bij pakken, je dagelijkse leven heeft ze in overvloed. Denk aan de mensen die geïrriteerd zijn,
mensen die impulsief dingen kopen, mensen met relatie problemen, vaak door afwezigheid van
aandacht voor elkaar of continue misverstanden. Denk aan mensen die niet in staat zijn om te
studeren, niet in staat zijn om te beginnen aan zovele zaken, omdat ze al van zichzelf lijken te weten
dat zij zullen falen. Denk aan de zovelen die de meeste destructieve verslavingen hebben. Van series
kijken door de nacht terwijl je de volgende dag een belangrijke taak moet uitvoeren, tot en met de
coke verslaving in de politiek (Dirks, 2005). En terwijl ik echt geen zin heb om het theater genaamd
politiek erbij te pakken, moet ik wel wijzen op de zeer grote gevaar van manipulatie bij de
afgezwakte aandacht. Het feit dat wij complexe ideeën amper kunnen doorgronden en als reactie op
problemen emotioneel reageren. Behalve dat worden volkeren al duizenden jaren gestuurd door
13
angst. En dit deel zie je tegenwoordig ook. Over de consequenties hoef ik niet te hebben.
Geschiedenis en het heden leveren alle voorbeelden. Voorkomen is beter dan genezen.
De filter van actie is de Top Down aandacht. Neem het weg en je bent erg kwetsbaar. Wordt het dan
niet tijd dat wij ons aandacht serieus nemen? Wat zal dat betekenen? Voor essentiële zaken zoals
communicatie, creativiteit of nieuwsgierigheid. Net zo essentieel: waar putten we ons geluk
vandaan? Je begrijpt dat dit grote consequenties heeft voor ons hele bestaan.
Waarom is aandacht geen essentiële kennis voor volwassen mens en kind?
Maksims Kačanovs. “Ground zero”. 2019. TTF-techniek. Gemaakt volgens de regels van de Belofte van
de Fotografische Kuisheid.
14
Deel 2.
Is de technologische vooruitgang een vloek geworden, of is het nog steeds een zegen? Wat is
fotografisch realisme? Wat doet het met onze perceptie? En wat betekent dit voor onze beleving en
verwachtingen van de wereld?
Tech·no·lo·gie
(de; v) de leer van de bewerkingen die de grondstoffen ten behoeve van een bepaalde tak van
industrie ondergaan; leer van de bewerkingen en mechanische hulpmiddelen.
Dit is de definitie van het woord volgens van Dale. En volgens die definitie en het gemak die we op
vele gebieden ervaren is het vooral een zegen. En als we nou het medium fotografie bekijken? Dan
blijft het antwoord eerst hetzelfde. Want het is technologie die ons spiegels en glas gaf, beiden
waren grote hulmiddelen voor realistischere weergave in schilderkunst (Hockney, 2006), technologie
gaf diezelfde schilderkunst verf die realistischere huid tinten kon maken. Technologie zorgde met de
pers ervoor dat niet alleen de wereld veranderde, maar dat ook de informatie stroom sneller werd
en tevens het papier goedkoper werd. Het werd steeds makkelijker om de wereld vast te leggen.
Schetsen van wat het oog zag werd ineens betaalbaar. Toen de verftube zijn intrede deed was dat
het gevolg van een technologische revolutie, de industriële revolutie, die zowel de wereld als de
kunst daarmee veranderde. Schilders konden nu naar buiten en daar de dingen schilderen die ze
wilden vastleggen. Het werd betaalbaar en daarmee toegankelijk. De schilder kon zelf zijn onderwerp
kiezen, schilderen in opdracht was niet meer nodig. Schilders konden nu uit zichzelf iets vertellen of
zelfs kritiek leveren. Maar het maken van kunst kon nu eventueel ook zonder moraal, zonder
didactiek of sociaal maatschappelijke doel gebeuren. De ontwikkeling kreeg de naam “L’art pour
l’art.”, kunst omwille van de kunst. Technologie maakte dit bereikbaar. Hier gebeurde iets wat voor
mijn onderzoek een grote betekenis heeft. De aandacht van de schilder ging naar het moment, naar
het licht en de kleuren, naar wat er om ze heen speelde. Ook zonder betekenis. Pure observatie.
Aandacht.
Het vastleggen ging nog met verf maar het duurde niet lang voordat chemische fotografie het
volgende hulpmiddel werd. De mogelijkheid om een beeld snel vast te leggen was fijn, maar omdat
het een “automatisch” proces was, stelde dit medium ook de vraag of het kunst was. Dit jonge
medium ging meteen invloed uitoefenen op kunst. Toen technologie ons een snelle sluitertijd en de
filmrol gaf, kon iedereen fotograferen. Nieuwe genres werden geboren en de foto kreeg steeds meer
aanzien en respect. Door de vele rollen en stijgende invloed steeg de hoeveelheid van deze beelden.
Beelden konden altijd al de wereld veranderen, maar bij fotografie ging dat ook nog eens stuk
makkelijker. Camera’s werden kleiner en gemakkelijker te bedienen. Een foto maken werd
goedkoper. Maar wellicht begon het hier ook fout te gaan. De beeldenstorm die fotografie
voortbracht blijft nog altijd voort razen. Door onze ogen opgenomen en bewust of onbewust
opgeslagen. Bij het bewuste kun je nog selecteren wat je belangrijk vindt en wellicht ook even
nadenken over de boodschap. Maar aangezien de aandacht die nodig is om dat te doen, flink onder
druk staat, gaan we verder op een automatische piloot. De informatie komt nog altijd binnen maar
de verwerking verandert. Daar het kijken naar beelden en erover nadenken voorheen alleen was
weggelegd voor de bezoekers aan een kerk of bewoners van paleizen, zijn hedendaags de beelden
altijd en overal aanwezig, echter het bewust kijken ernaar ontbreekt. Een schaduwspel van de
werkelijkheid?
15
Mimesis, schilder en de fotograaf.
Mimesis is de nabootsingstheorie. Kunst is slechts een nabootsing van een nabootsing. Deze
nabootsing is de “wereld” die wij waarnemen. Deze theorie komt voort uit de gedachten van Plato en
heeft nog altijd grote invloed op het denken over beeld, perceptie en werkelijkheid. Het kreeg door
de millennia heen veel kritiek en als reactie daarop zijn alternatieve manieren van denken ontstaan.
Bijvoorbeeld als we onze zintuigen op de werkelijke “wereld” kunnen richten en dat zo nauwkeurig
mogelijk vastleggen, spreekt men over “realisme”.
En wat is een foto nou eigenlijk? Het is een uitbeelding en daarmee een nabootsing. Het is
vastgelegde projectie. Het bevindt zich in het verleden, en als je dat beeld projecteert kan het de
toekomst worden (Roelstraete, 2006). Maar een foto is niet een staat om veel informatie te geven,
het haalt meer informatie weg dan dat het geeft (Sontag, 1977, p. 23). Meestal zegt een foto dus niet
meer dan 1000 woorden. De situatie, zelfs als het niet geënsceneerd is, is wel op 1000 manieren vast
te leggen. De betekenis verandert, de informatie verandert, maar vastgelegd, is het altijd maar een
abstractie van de werkelijke situatie. Daarmee kom je in de eerste instantie bij de nabootsing theorie
van Plato, maar het gaat bij foto realisme nog iets verder: als we een realistisch schilderij vergelijken
met een foto, zelfs als deze foto technisch slecht is of opvallend achteraf bewerkt is, dan blijkt dat
een foto toch meer verbinding geeft met datgene wat afgebeeld is. Fotografisch realisme. Hoe werkt
dat?
Een schilder is altijd aan het interpreteren, we kijken door de zintuigen van de maker, de perceptie
van de maker bepaalt wat er afgebeeld zal worden. Dit is zelfs het geval als de schilder ons belooft
niets aan te passen of te idealiseren. In tegenstelling tot, in dit geval, de schilderkunst lijkt fotografie
dus te vertrouwen, want we kijken uiteraard naar de echte scene, zonder het geloof of interpretatie
van de maker (Walton, 1984). Er is een mechanische verbinding, een instrument legt het beeld vast.
Er is een bepaalde mate van “transparantie”. Deze mate van realisme is onmogelijk in andere media.
Zelfs met het besef dat het beeld in scene is gezet, kijken wij naar “echte” dingen en bij deze
“transparantie”, voelen we een verbinding. Dit is de reden waarom eerste fotografische kunstwerken
onder andere ook discussie startte over het gebruik van naakt, en dat terwijl het publiek wel naakt
gewend was in de schilder en beeldhouw kunsten. Men voelde zich ongemakkelijk door de
“transparantie” van het beeld. Een beeld dat op een foto lijkt en verbinding maakt met de kijker
veroorzaakt een shock bij de bewustwording dat het geen foto is (Walton, 1984). We verwachten dus
onbewust geen nabootsing en geen interpretatie als het gaat om een fotografisch beeld en dit geldt
voor zowel stilstaand als bewegend fotografisch beeld. Maar toch is een foto een nabootsing en kun
je wel degelijk spreken van interpretatie.
Door nu terug te kijken naar de nabootsing theorie komen we de allegorie van de grot tegen. Plato
had een mooi voorbeeld om zijn theorie uit te leggen. Een schaduwspel op de muur is natuurlijk een
projectie, een schaduw, dat een nabootsing is van het echte voorwerp. Een groepje mensen
gevangen in de grot zien allen hun eigen schaduw in dit schaduwspel. Uiteraard nemen zij deze illusie
aan voor het ware voorwerp, ze weten niet beter. Zo kunnen ze ook niet weten dat ze gevangen zijn.
Alleen door te ontsnappen en dan tegen je wil naar buiten gesleept te worden kun je de werkelijke
wereld zien. De erkenning dat de werkelijkheid anders is dan je dacht, is niet makkelijk. Het
belangrijkste punt is dat de mens volgens Plato het schaduwspel, datgene wat de mens ziet, voor
waar aanneemt. Net zoals de “transparantie” van de foto’s de invloed van de fotograaf en eventuele
context lijkt uit te sluiten. En een schaduw verhult meer informatie dan dat het oplevert, net als een
16
foto. De grot wordt steeds voller met die beelden. Het schaduwspel zijn de foto’s. De mens krijgt er
maar niet genoeg van, het zien van fotorealistisch beeld kan zelfs genot veroorzaken. Zijn dit wellicht
ook de ramen naar buiten? We zien ze als vermaak, als bewijs, als dwangmiddel. Verborgen
werelden van ver weg en heel dichtbij, zeer klein of juist zeer groot, onmogelijke standpunten voor
de mens, alles wordt zichtbaar.
Deze beelden bepalen bewust en onbewust ook ons gedrag en zijn daarbij uiterst effectief (Pratkanis
& Aronson, 2002). De impact wisselt naarmate we meer of minder ervan lijken te weten, en ook hoe
vaak we zulke beelden gezien hebben. Schoonheid idealen veranderen, maar ook het schokkende
van de fotografische beelden neemt af naarmate we er meer van zien. Dan is er meer nodig, en nog
meer en nog veel meer! Dat wat we al hebben gezien bepaalt hoe we de nieuwe beelden zien.
Toekomstige verwachtingen worden hierdoor aangepast. De informatie stroom veroorzaakt door
deze beeldenstorm spaart hierbij niemand. De drukpers en de kwast bepaalden vroeger ook de
wereld, maar foto realisme bracht een nieuw paradigma. Beelden uit verleden bepalen de toekomst.
Hold that thought.
We spoelen een stukje door. Wetenschap geeft aan dat wij in een wereld leven waar we maar erg
weinig kunnen waarnemen met de zintuigen die wij hebben. De wereld bestaat uit deeltjes en
energie. De energie in de vorm van, voor ons zichtbare, licht golven worden geïnterpreteerd als
bijvoorbeeld kleuren, maar dit gebeurt pas als ze in onze zintuigogen terechtkomen, daarvoor
hebben ze enkel de eigenschap van golflengte en amplitude. In de visuele zin herkennen wij hierin
patronen en halen daaruit informatie die ons handelen beïnvloedt (Katsuki & Constantinidis, 2014).
Perceptie werkt vanuit het sturen van aandacht. Dit betekent echter ook dat wat wij leren en onze
eigen verwachtingen een grote invloed hebben op wat wij bewust of onbewust waarnemen. Wij
interpreteren hieruit meteen dat wat we kennen. Ook de eventueel daarop volgende speculatie en
vragen, worden beïnvloed door verwachtingen gebaseerd op kennis die je op dat moment hebt.
Zoals eerder gezegd levert een foto weinig informatie op en al helemaal geen uitleg. Maar de mens
voorspelt graag en dat kan zelfs verslavend zijn (Bromberg-Martin & Hikosaka, 2009). En dus wordt
het kijken naar beelden een spel van invulling door een bepaald verwachtingspatroon. Deze
verwachting kan werkelijkheid worden. Een schaduwspel dat wel erg vermakelijk en spannend is. We
kunnen er niet genoeg van krijgen.
“You press the button, we do the rest”.
Fotograferen is meemaken. Tegenwoordig moet je wel foto’s maken om aan de rest van de wereld
iets te kunnen vertellen. In de trend van “Ik was erbij en dit is het beeld om dat te bewijzen. Soms
wordt de selfie hiervoor gebruikt en soms gewoon een “mooi” plaatje. De telefoon camera is overal,
maar ook de “hobby-fotograaf” leeft door de lens. Idealisering is een typerend aspect bij fotografie.
Het ongemakkelijke van gefotografeerd worden is de angst dat je fotografisch minder aantrekkelijk
gevonden word dan je zelf dacht (Sontag, 1977). En deze idealisering vindt plaats op vele niveaus.
Een gefotografeerde persoon staat te poseren, de fotograaf kiest wellicht nog een andere
achtergrond of licht richting. Een andere fotograaf wisselt wellicht zelfs van objectief of vertelt iets
grappigs om een glimlach te kunnen vangen. En dan heb je natuurlijk ook nog de make up die een rol
speelt. Daarnaast heeft ook de technologie in de camera een enorme impact op dit beeld. Maar
voordat we de gevolgen hiervan bekijken is het handig om te weten waarom we het geïdealiseerde
beeld zo graag willen zien.
17
Ons brein bevat een keuze en aandacht mechanisme dat sterk beïnvloedt wordt door dopamine
productie. Dit heeft verregaande gevolgen voor ons gedrag, maar we beperken ons eventjes bij het
aspect van schoonheidsbeleving. Hoewel je kunst niet volledig kunt “verklaren” aan de hand van
alleen antropologische en neurologische ontwikkelingen bij de mens zijn er wel degelijk onderzoeken
die ons vertellen dat schoonheid beleving universeel en verklaarbaar is (Newell, 2013). Hersen
neurotransmitterstof Dopamine is een stof die het beloningsstelsel activeert (beloning uitdeelt) na
de gedane moeite (plezier ervaren) en bij kleine afgifte ons aanzet om moeite te doen. Het ervaren
van schoonheid/aantrekkelijkheid maakt ook dopamine aan en geeft daardoor plezier. De beelden
die gemakkelijk te verwerken zijn, die bekend voorkomen en die gemiddeld zijn, worden door het
brein als aantrekkelijk gezien. Het zien van deze patronen geeft ons beloning. We vinden iets “mooi”.
Zo selecteerden wij onze kort en lange termijn doelen en dit bepaalt ons gedrag (Westbrook & Frank,
2018).
Zoals het geschiedenis laat zien verandert het ideaal beeld regelmatig. Een camera heeft hier een
enorme invloed op uitgeoefend. Een camera maakt het gemakkelijk om iets in te kaderen en
daarmee te benadrukken. En hoewel dat eerst betekende dat je details kon zien die onaantrekkelijk
waren, betekent de camera tegenwoordig vooral idealisering. De idealisering heeft dus invloed op
het “mooi” vinden. Een ideaal beeld trekt ook altijd je aandacht en hoewel dat in alle culturen en
tijden voorkomt beperken we ons tot het hier en nu, de consumenten maatschappij. Een ideaal beeld
creëert in deze maatschappij geloofwaardigheid en herkenning, en geloofwaardigheid verkoopt
(Pratkanis & Aronson, 2002). Zo is dus het herhalen/creëren van een geïdealiseerd beeld niet alleen
handig om iemand over te halen om iets te kopen, maar het verandert het ideaalbeeld (Newell,
2013). Dit zijn vooral beelden die gemakkelijk te verwerken zijn, die bekend voorkomen en die
gemiddeld zijn. Hold that thought.
En zo komen we weer even bij de technologie. In de 19de eeuw kon je als fotograaf al wel een
composiet beeld maken, je selecteerde en combineerde beelden tot iets wat een nieuw beeld
opleverde. Ook kon je een bestaand beeld verfraaien door bepaalde aspecten af te dekken of te
retoucheren. Echter kon je een gezicht niet veranderen zoals de schilderkunst dat kon. Letten op
details was essentieel: Rejlander
1
gebruikte dit ook als argument in zijn verdediging van fotografie
als kunstvorm: “I do not believe in haphazard excellence. Photography, in my opinion is essentially
excellent for details.” Tegenwoordig is dit anders, een hoofd kan behoorlijk veranderd worden en een
filtertje die je huid mooier maakt staat bij vele consumentencamera’s en telefoons tegenwoordig
standaard aan. Photoshop heeft tegenwoordig zelfs een functie die een grasveld kan ontdoen van
enkele koffiebekers en andere rommel. Opletten op details hoeft niet meer en achteraf
“wegshoppen” laat je over aan het algoritme. 20, 200, of 2000 foto’s van een en hetzelfde
onderwerp is ook geen punt meer. En met 20 beelden per seconden hoeft het niet eens heel lang te
duren. Je hoeft niet te kijken tijdens het maken van de foto, je kiest achteraf wel waar de filter het
beste kan worden toegepast. Een computer herkent het onderwerp en het algoritme kiest welke
effect het beste kan worden toegepast om het onderwerp te verfraaien. Met andere woorden:
Idealisering gebeurt dus ook automatisch. De beroepsfotograaf ontsnapt hier niet aan. RAW
1
Oscar Gustav Rejlander, fotograaf uit 19de eeuw die als een van de eerste fotografie als kunstvorm zag. In een
toespraak gericht aan South London Photographic Society, op 12 februari 1863, verdedigde hij voor het laatst
zijn werk en wat fotografie betekende voor de kunst. Still I think highly of photography. It is fair, open, and
aboveboard.” Het woord “aboveboard” betekent: zonder bedrog. In het originele onderzoek wordt het werk
van Rejlander uitgebreider besproken.
18
bestanden, die de ruwe data van de camera sensor vertegenwoordigen, moeten door een converter
heen voordat deze bestanden gelezen kunnen worden door de printers, internetbrowsers, apps en
software die beelden bewerkt en weergeeft. Elke converter doet dat anders, zelfs als de fotograaf
alles op “default” of “standaard” laat staan. De software ingenieur heeft in de basis de controle, de
spreekwoordelijke kwast, niet de fotograaf. Het gaat allemaal snel en gemakkelijk. Het lijkt allemaal
geen consequentie te hebben, maar dat heeft het zeker.
Geen controle.
Door het gemak en het aanwezigheid van de camera beleven we zaken nu vooral door het scherm en
door delen van het beeld wordt de belevenis gewaardeerd door anderen. Dit is een grote factor in
een steeds geïsoleerd rakende maatschappij. Ons beeld van de wereld bestaat steeds meer uit
fotografische beelden. Beelden die iedereen maakt en rijkelijk deelt. Deze schaduwen in de grot
worden steeds mooier en veranderen onze idealen. En we jagen idealen na. Hiermee bepaalt een
fotografisch beeld ook de toekomst. Volgens de filosoof Baudrillard leven wij allang in een simulatie.
We bootsen de simulatie in de beelden na, de verwachtingen zijn veranderd en het gewijzigde
ideaalbeeld wordt nagestreefd. De computer helpt mee en maakt het proces o zo makkelijk. De
werkelijkheid is volgens hem verdwenen. Is dit de grot van Plato? Een collectieve verstopplaats
mogelijk gemaakt door fotorealisme? Vanuit een neurologische invalshoek weten we inmiddels dat
onze brein voortdurend in verandering is. Deze “neuroplasticiteit” betekent dat de nieuwe
verbindingen in ons brein, ons na een bepaalde tijd een nieuw automatisme geven, nieuw
aangeleerd gedrag (Goleman, 2013). Het ideaal beeld verandert door herhaling en dat werkt ook
voor gedrag in het algemeen. Plato, maar ook Baudrillard lijken hiermee toch gelijk te hebben.
Technologie is uiteraard niet slecht, het is neutraal, maar het bewuste gebruik ervan is wel
essentieel. Bovendien is technologie sinds het bedwingen van vuur een onderdeel van de mens. Het
behouden van controle gaat verder dan het kunnen aanpassen van de filtertjes in je telefoon. Het
heeft ermee te maken dat we niet meer de baas zijn over de eigen zintuigen in onze huidige
informatie wereld.
Uiteraard is het geen geheim dat beelden altijd een boodschap meedragen. En een beeld kun je
bekijken op twee manieren. De eerste wordt gestuurd vanuit de “Bottom Up” en reageert op emotie
en behoeftes. Storytelling zit voor het grootste deel hierin en zo wordt bij alle vormen van beeld,
emotie als universele taal gebruikt. Emotionele reactie op een beeld zonder te begrijpen waarom het
je raakt. Dit leidt tot een bijzonder effectieve maar zeer gevaarlijke manier van kijken. Door
overprikkeling, het proberen van weerstaan van al die beelden die je proberen te sturen en te weinig
rust zorgt dit nu al voor grote problemen. Daarbij is het gemak waarmee een foto realistisch beeld
toch verwachting kan worden, betekent dat de “transparantie” van foto- realisme vooral een gevaar
is. En als Baudrillard al een grote waarschuwing had afgegeven, doet zijn landgenoot en medefilosoof
Paul Virillio er nog een schepje bovenop. Volgens Virillio kent technologie alleen acceleratie, het zal
steeds sneller gaan en kiest men fotorealisme boven de werkelijkheid (Routledge, 2018). En dus blijft
de mens staren naar het schaduwspel in de grot.
Als er in de toekomst meer bewijs komt voor het gebruik van holle spiegels en lenzen door schilders,
wordt de oorsprong van fotografie anders gezien dan nu. We weten al wel zeker dat men een beeld
kon projecteren en erdoor gefascineerd werd (Hockney, 2006). Fotografisch realisme lijkt daarmee
ouder te zijn dan Walton vermoedde. Maar aan de basis ervan staat wellicht het begrip
19
vērīsimilitūdō,” een Latijns woord. Het betekent dat iets de kwaliteit heeft om “waar” te lijken.
Fotografisch realisme en ”verisimilitudo” zijn met elkaar verbonden. Wellicht is juist dit de reden dat
een beeld een shock veroorzaakt wanneer de beschouwer kijkend naar dat beeld en denkend dat het
een fotografisch beeld is, er achter komt dat het geen fotografisch beeld is. Het bedrog wordt
duidelijk. Het is daarmee nog duidelijker waarom Baudrillard gelijk zou kunnen hebben. De
beeldenstorm van fotografisch realisme lijkt een en al de waarheid te zijn. De verwachtingen worden
anders en de realiteit volgt omdat men automatisch handelt naar verwachting. Zowel de situatie als
de bijbehorende eigenschappen van dat wat in het kader aanwezig is, communiceren met de
beschouwer. Maar helaas niet op een bewuste manier.
Daarmee lijkt technologie toch weer een vloek, maar tegelijkertijd maakt juist technologie het
makkelijker om de filosofische problemen van perceptie begrijpelijker te maken. Wie na het zien van
beelden vragen leert stellen ontsnapt uit de grot. Dit is de basis van de moderne filosofie en
wetenschap, waarbij twijfel aanzet tot nadenken en vragen laat stellen. Want elk beeld is ook een
ander perspectief waarbij je met een zorgvuldig en vergelijkende kijk toch meer informatie ontdekt.
Het veelvoud heeft dus ook nog voordelen. Mits je de tijd neemt en beseft dat diezelfde veelvoud je
denken nog sneller onderuit haalt.
Diezelfde technologie zet aan tot denken: kunnen we de foto realistische beelden überhaupt nog
vertrouwen? Sinds het intrede van digitale cinema, nu 20 jaar geleden, zijn er steeds meer mensen
steeds bewuster van beeld manipulatie. Raakt de “transparantie” die Walton beschrijft zijn effect
kwijt?
Wel controle
Tijd om terug te spoelen, geschiedenis rijmt en hieruit putten we weer een interessant voorbeeld.
Peter Henry Emerson. Het ging Emerson om de observatie.
Als je naar de context kijkt wordt het rijmende aspect iets duidelijker. De tweede helft van de 19de
eeuw ziet het landschap en daarmee het leven drastisch veranderen. Toen, net als nu veranderde
technologie het leven van de gewone mens in een kwestie van een paar jaar. Ook de informatie
stroom werd alsmaar groter waarbij technologische ontwikkelingen en ontdekkingen ook steeds
sneller plaatsvonden. En dat terwijl de laatste puur natuur gebieden en de mensen die daarvan
leefden, langzaam verdwenen, waren mensen zoals Emerson hier niet zo blij mee. Beinvloed door
Naturalistische schilders richtte hij zijn camera uiteindelijk naar diezelfde onderwerpen, namelijk de
verdwijnende landschappen en levens van mensen op het land. Maar Emerson was ook een schrijver
en daar zijn schrijven af en toe zeer expressief en dus onderhevig was aan de gemoedstoestand,
probeerde hij met zijn fotografie toch objectiever te zijn (Jeffrey, 1996). Het observatie vermogen dat
nodig is voor het maken van fotografisch werk zoals hieronder, is bijzonder groot en vraagt veel
geduld. Dit is precies wat er in de huidige fotografie ontbreekt. Namelijk leren zien en observeren. Dit
is wat Emerson wou. Het volgend stukje is uit zijn boek “Naturalistic Photography”.
“We are all born mentally blind, but almost immediately we detect light, as can some of the lowest
animals, then we learn to distinguish the colours and forms of objects as we grow older, and there the
majority of us stop, and yet we all think we can see equally well. That we cannot is a truism, for after
being able to distinguish colours and forms, but very few persons go on to educate their sight more
perfectly.”
20
P. H. Emerson. The Old Order and the New, 1886, Platinum print; 10.4 x 23.6 cm. The J. Paul Getty Museum
Het is 1889 als Emerson dit schrijft, maar het gemakzucht van de mens, de overprikkeling en
onwetendheid van de massa over het belang van aandacht, maken deze woorden nog belangrijker
dan in 1889.
Therefore, amateur reader, if you have not trained yourself by study to see these things in nature,
blame no one but yourself, but remember you are blind, blind, blind; but there is a remedy, and no
surgical operation is required either.”
Ook dit zijn de woorden van Emerson en het enige wat eraan toegevoegd kan worden is dat de
schoonheden die Emerson in de natuur vond ook aanwezig zijn in alle andere omgevingen. Wat
Emerson in feite zegt, is de volledige controle van het zintuigen, in dit geval het oog en het kijken.
Onbekend voor Emerson, maar bekend vandaag is het mechanisme van aandacht. Het probleem is
inderdaad de moeite die je moet doen om te leren zien. Maar het zien van schoonheid is fijn en dan
nemen we die moeite. Emerson stoorde zich aan het feit dat fotografie hem toch niet alle
mogelijkheden kon geven om een echt naturalistisch beeld te maken. Maar het neemt niet weg dat
elk beeld zorgvuldig gekadreerd is en het moment zorgvuldig gekozen. De technologie om beweging
te bevriezen had al wel het emulsie (in 1877 kreeg Leland Stanford, in samenwerking met Edward
Muybridge, het voor elkaar om belichting tijden onder een seconde te krijgen), maar het is de vraag
of Emerson toegang had tot deze chemie. De camera’s die op dat moment beschikbaar waren
vroegen in ieder geval om geduld en daarmee moest Emerson wel controle hebben over het proces.
Emerson wilde vooral het natuur kopiëren, precies zoals het was en doorgeven waar zijn aandacht
naar gericht was. Hij wilde dingen laten zien zoals zijn ogen dat zagen en wilde geen nabewerking.
Emerson stopte met het publiceren van zijn beelden, maar gezien de impact van het
doorontwikkelde fotorealisme op de maatschappij van nu, kan zijn oproep tot observatie en
zorgvuldig gemaakte beelden als een zeer relevante boodschap worden geacht.
21
Half open grot.
Terug naar hier en nu. De camera als voortvloeisel van technologie geeft ons een grote keuze. Of we
raken bedolven of we bevrijden ons uit de grot. Foto’s zijn nog meer dan stukken verleden die in
staat zijn om de toekomst te veranderen. Ze zijn uitstekende middelen om onze aandacht in kaart te
brengen.
Het gemak waarmee fotografisch beeld details laat zien heeft dan een groot voordeel. Een fotograaf
of camera man is in staat om de details vast te leggen en te laten zien aan een ander, maar wanneer
een gewone mens dat ook kan, ontdekt hij of zij hun eigen aandacht, om precies te zijn dat wat hun
interesseert. De onbewuste “kiekjes” hebben namelijk de interpretatie van de wereld van de maker,
in die interpretatie zit hun manier van kijken. Wat zeer belangrijk daarbij is, is dat we de tijd nemen
om te kijken en leren over het aandacht mechanisme.
De professionele beeldmakers bewerken erop los, de trend van het geïdealiseerde beeld draait op
volle toeren. Daarbij heeft een fotograaf of cameraman niet eens de vrijheid om autonoom te zijn.
De marktwerking van de prestatiegerichte wereld zit overal, ook in kunstwereld (Van den
Braembussche, 2000, p. 233). Het is dus vooral de taak van de massa om te leren zien. We leven in
beelden en prefereren ze ook boven de werkelijkheid (Sontag, 1977). Deze maskerade als het
verlengstuk van het object, van de mens, van het individu levert een gespannen mentale gezondheid
op. Dit leidt nu al tot grote problemen, wegens overprikkeling en burnout’s. Een realiteit die in
conflict is met geïdealiseerde beelden kan tevens leiden tot slecht zelfbeeld en depressie (Goleman,
2013).
Hoe kan de camera dan helpen? Simpel, het is een kader. En het inkaderen maakt het makkelijker om
de kunst in de wereld terug te vinden. Het vastleggen is niet nodig, het gebruiken van zintuigen wel.
Delen kan dan ook, het beschrijven van wat je ziet aan een ander, ook dat is kunst. Het proces wordt
belangrijk, de prestatie druk valt weg. Het kijken door de camera zoals Emerson dat deed kunnen we
wellicht niet meer zo snel. De verschillende soort camera’s met matglas geven een fascinerend beeld.
Een ingekaderde projectie, echt licht die schrijft op glas, echte transparantie die de echte wereld laat
zien met schoonheid zonder idealisering. Maar wie een telefoon erbij pakt om een kader te maken
kan daarna gewoon de zintuigen gebruiken. Door zintuigen te gebruiken zonder oordeel, kunnen we
weer de wereld zien in al zijn schoonheid. Deze toestand geeft ons een rustige prikkeling die naast
het nieuwsgierigheid en verbeteren van probleem oplossend vermogen (Ashby, Isen, & Turken,
1999), ook nog eens minder energie verbruikt (Rogerson & Barton, 2015). Deze “hier en nu-toestand
is bovendien goed te vergelijken met meditatie en maakt het mogelijk om de wereld en jezelf te
observeren zonder beoordeling (Langer, Schmidt, & Krogh, 2017). En wellicht wordt het
beeldenstorm dan ook minder groot, maken we alleen beelden die echt de moeite waard zijn en
kijken er ook nog eens vaker naar terug. Wellicht worden de kaders dan ook heel anders. Niet door
camera’s maar je eigen aandacht en daarmee perceptie.
“My work has no object, no image and no focus. With no object, no image and no focus, what are you
looking at? You are looking at you looking. What is important to me is to create an experience of
wordless thought. (Introduction: James Turell, 2019) Dit zijn de woorden van James Turell over zijn
eigen werk. Zijn werk “Celestial Vault” (Hemels Gewelf) uit 1996, is geen foto en geen schilderij, maar
het is evengoed een kader. Liggend in deze krater kijkt men naar boven, de lucht is ingekaderd. Zo is
de cirkel weer rond, met een klein verschil. De aandacht van de mens gaat naar het moment, naar
het licht en de kleuren, naar wat er om ze heen speelt. Ook zonder betekenis. Pure observatie.
Aandacht.
22
James Turell, Celestial Vault, 1996.
Conclusie.
Het wordt nu langzaam tijd om de bovenstaande bij elkaar te leggen. Het is een waarschuwing die ik
moet brengen. Het is een oproep van mens tot mens. Ik leef in diezelfde wereld als jij, mijn lezer. En
wij beide delen de verantwoordelijkheid voor deze wereld. Niet meer dweilen met de kraan open
maar het probleem oplossen bij de kern. Aandacht mechanisme.
Mijn eigen zoektocht naar oplossingen voor de problemen met creativiteit, motivatie en het
vermogen om proces boven prestatie te plaatsen binnen het onderwijs, bracht mij buiten de kaders
van onderwijs. Het gedrag van de leerlingen weerspiegelt de problemen, hun creativiteit is een
spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn. Buiten de kaders van het onderwijs ligt een wereld vol
problemen. Maar alles waar menselijk gedrag voor verantwoordelijk is, kun je terugleiden naar
onwetendheid met betrekking tot aandacht.
Al die informatie bronnen en die foto realistische beelden hebben een ding gemeen. Allemaal willen
ze de aandacht vangen. Maar hoe moet het dan verder als de menselijke aandacht voorlopig niets
meer aankan? Blijvend bij beelden, een film van twee uur gebruikt extreme visuele prikkeling om
“spannend” te blijven, een museum probeert de ervaring te verplaatsen naar het scherm in je
huiskamer, sociale media proberen alsmaar meer functies toe te voegen voor het delen en bewerken
van de beelden, nieuwsbeelden zaaien steeds meer angst, waar stopt deze strijd om aandacht?
Veelvoud en volume voegen inhoudelijk niets toe. En dan heb je nog de sociaal maatschappelijke
impact van het slechtwerkende aandacht mechanisme. Van zwart witte denken en falende
communicatie tot en met manipuleren van de massas met angst en beloningen op kort termijn. In
minder dan twee eeuwen gingen we van illusie van diorama naar “deep-fake” foto’s en filmpjes.
Technologie gaat inderdaad steeds sneller. Misschien moeten de beeldmakers, geen beelden meer
maken, de camera’s en computers uit laten staan? In plaats daarvan een groepje mensen meenemen
en de wereld laten zien? Met hun eigen zintuigen en kaders. Is dat geen kunst? De projectie van
utopie door foto realisme mag geen collectieve verstopplaats worden. Foto realisme is een goede
drijfveer voor technologie en gemak die de technologie brengt, brengt ook veelvoud. Wij
consumeren beelden als nooit tevoren en dit keer is de bron onuitputtelijk. Veelvoud is een
probleem maar geeft ook inzicht binnen de psychologie van de mens. Nee, foto-realisme is niet
doorgeschoten, de consumptie van die beelden wel.
23
Kennis is macht. Aandacht mechanisme begrijpen blijkt de hoeksteen te zijn. Net zoals de
technologie een bevrijder werd van schilderkunst, wordt fotografisch realisme misschien ook de
bevrijder van aandacht. Kennis over aandacht laat het bewustzijn ook groeien en dit in balans zorgt
voor meer nieuwsgierigheid en creativiteit. De beeldenstorm wordt een verzameling van
perspectieven en daarmee vervalt het denken in zwart-wit. Een ouderwets concept compleet
ongeschikt voor een tijd waar vraagstukken geen universele oplossing hebben. Het idee dat
fotorealistisch beeld “waarheid” weergeeft moet uit het collectieve bewustzijn verdwijnen. Alleen
dan krijgen wij de voordelen hiervan. De verbinding van fotorealisme en aandacht wijst dan vanzelf
naar de juiste omgang met technologie en storytelling, zodat we ook daaruit meer voordelen
behalen. De (camera) technologie kan zowel een probleem als een oplossing inhouden, de bewuste
blik bepaalt welke het is. Ook het waarderen van de wereld om ons heen, van elementaire tot en met
complexe, natuurlijke en artificiële, het hangt allemaal af van bewuster gebruik van al je zintuigen.
Aandacht begrijpen is wat de mens uit de grot haalt. De keuze om erin te blijven eindigt slecht, de
werkelijkheid duldt geen illusie.
Het aandacht mechanisme moet algemene kennis worden en zou daarom op alle
onderwijsinstellingen, in een vroeg stadium, aangeboden moeten worden. Onderwijs mag niet meer
gaan over het verstrekken van diploma’s, maar zou moeten helpen met het ontwikkelen van
aandacht en zelfkennis. Kennis hebben over het aandacht mechanisme is altijd belangrijk geweest,
maar in een wereld waar informatie zo rijkelijk vloeit als de onze, wordt het cruciaal. We leren al
vroeg in ons leven over het belang van tijd. Waarom dan niet ook over het belang van aandacht?
24
Bibliografie
Adams, K. (2005). The Sources and Innovation of creativity. National center on education and
economy.
Amabile, T. M. (1998, September). How to Kill Creativity. Opgehaald van Harvard Business Review:
https://hbr.org/1998/09/how-to-kill-creativity
Ashby, G., Isen, A., & Turken, U. (1999). A Neuropsychological Theory of Positive Affect and Its
Influence on Cognition. Psychological Review, 106(3), 529-550.
Bromberg-Martin, E. S., & Hikosaka, O. (2009, Juli 16). Midbrain Dopamine Neurons Signal Preference
for Advance Information about Upcoming Rewards. Neuron, 119-126.
Cohen-Zion, M., Shabi, A., Levy, S., Glasner, L., & Wiener, A. (2016). Effects of Partial Sleep
Deprivation on Information Processing Speed in Adolescence. Journal of the International
Neuropsychological Society, 388398.
Deci, Edward L.; University of Rochester. (1972). The Effects of Contingent and Noncontingent
Rewards and Controls on Intrinsic Motivation. Organizational Behavior and Human
Performance nr. 8, 217--229.
Dirks, B. (2005, Juli 15). Cocaïnesporen in 90 procent van toiletten europarlement. Opgehaald van De
Volkskrant: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/cocainesporen-in-90-procent-
van-toiletten-europarlement~bd2c685c/
Esau Pinto Vargas, I., Aline Aguiar, S., & Angelo Barela, J. (2017). Effects of sleep deprivation on
sustained attention in young adults. Brazilian Journal of Motor Behavior, 1-10.
Goleman, D. (2013). Aandacht. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact.
Hockney, D. (2006). Secret Knowledge. London: Thames & Hudson Ltd.
Introduction: James Turell. (2019). Opgehaald van James Turell: http://jamesturrell.com/
Jeffrey, I. (1996). Photography, a Concise History. London: Thames & Hudson Ltd.
Kaplan, S., & Berman, M. G. (2010). Directed Attention as a Common Resource for Executive
Functioning and Self-Regulation. Perspectives on Psychological Science, 43-57.
Katsuki, F., & Constantinidis, C. (2014). Bottom-Up and Top-Down Attention:Different Processes and
Overlapping Neural Systems. The Neuroscientist Vol. 20(5), 509521.
Langer, A. I., Schmidt, C., & Krogh, E. (2017). Mindfulness Meditation and the Perception of Beauty:
Implications for an Ecological Well-Being. In S. H. Richmond, The Perception of Beauty and
the Development of the Self.
25
Michael, G. A., Boucart, M., Degreef, J.-F., & Godefroy, O. (2001). The thalamus interrupts top-down
attentional control for permitting exploratory shiftings to sensory signals. Neuroreport -
Volume 12 - Issue 9 -, 2041-2048.
Newell, F. (2013, Oktober 18). Beauty from the ordinary. Opgeroepen op 6 16, 2019, van Youtube:
TEDxDublin: https://www.youtube.com/watch?v=fIllHiJgrBI
Pratkanis, A., & Aronson, E. (2002). Age of Propaganda: the everyday use and abuse of persuasion.
New York: Holt Paperbacks.
Roelstraete, D. (2006). De geschiedenis van een metafoor, de toekomst van een illusie. In Projectie,
technologie als metafoor (p. 73). Rotterdam: NAi Uitgevers.
Rogerson, M., & Barton, J. (2015). Effects of the Visual Exercise Environments on Cognitive Directed
Attention, Energy Expenditure and Perceived Exertion. International Journal of
Environmental Research and Public Health, 7321-7336.
Routledge, J. L. (2018, Februari 25). Key theories of Paul Virillio. Opgehaald van Literary Theory and
Criticism: https://literariness.org/2018/02/24/key-theories-of-paul-virilio/
Simons, R.-J., & Boekaerts, M. (2012). Leren en instructie. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
Sontag, S. (1977). On Photography. London: Penguin Books.
Van den Braembussche, A. A. (2000). Denken over kunst. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
Walton, K. L. (1984, December). Transparent Pictures. Critical Inquiry 11, pp. 246-277.
Westbrook, A., & Frank, M. (2018). Dopamine and proximity in motivation and cognitive control.
Current Opinion in Behavioral Sciences: Apathy and motivation, 2834.
Wobbrock, Jacob O.; Levy, David M.; Kaszniak, Alfred W.; Ostergren, Marilyn; University of
Washington; University of Arizona. (2012). The Effects of Mindfulness Meditation Training on
Multitasking in a High-Stress Information Environment. Graphics interface 2012 (pp. 45, 117,
121). Toronto: Canadian Information Processing Society.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Article
Full-text available
BACKGROUND: Sleep deprivation is common nowadays and considering that attention is important to our daily activities, it is important to compare the effects of sleep deprivation on sustained attention.AIM: This study investigated the effects of sleep deprivation on sustained attention in young adults.METHOD: Sixteen adults were evaluated both after a normal and after one night of sleep deprivation. Sustained attention was assessed through the Tolouse-Piéron Test (TPT), measuring the number of correct responses (CR), omissions, and attention coefficient, at first, fifth and tenth minutes of the test.RESULTS: Results revealed a reduction in the number of CR in the fifth compared to the first minute but only in the post-test session. The number of omissions increased in the fifth compared to the first minute in the post sleep deprivation. Attention coefficient decreased in the fifth and tenth compared to the first minute.CONCLUSION: Sleep deprivation deteriorates sustained attention, especially when adults are required to maintain attention for long periods.
Article
Full-text available
Objectives: Although chronic sleep loss is highly common among teens, few objective sleep studies have examined its effects on cognitive performance, and specifically on information processing speed (IPS), a measure of cognitive proficiency. Methods: Forty-five adolescents underwent four consecutive nights of monitored sleep restriction (6-6.5 hr/night) and four nights of sleep extension (10-10.5 hr/night), in counterbalanced order, and separated by a washout period. Following each sleep period, cognitive performance was assessed, at a fixed morning time, using a computerized neuropsychological battery including an IPS task, a timed test providing both accuracy and reaction time outcome measures. Results: Overall IPS performance was poorer in the restricted when compared to the extended condition. Increasing task load and pace were associated with increased accuracy for both sleep conditions. However, a significant pace by load interaction effect was only found in the extended condition, with post hoc tests showing that for medium and hard loads, IPS accuracies were better with increasing pace of task. Differences in IPS reaction times were not found between the sleep conditions. In addition, sleep-related changes in IPS indices were correlated with changes in executive function, motor skill, and attention performance. Conclusions: Adolescents' ability to process information may be especially vulnerable to sleep loss. Under ideal sleep conditions, however, they seem to be able to achieve optimal performance, particularly on more challenging problems. The functional implications of these findings may be particularly relevant to teens, who are often sleep deprived and are constantly required to process academic, social, and emotional input. (JINS, 2016, 22, 1-11).
Article
Full-text available
Green exercise research often reports psychological health outcomes without rigorously controlling exercise. This study examines effects of visual exercise environments on directed attention, perceived exertion and time to exhaustion, whilst measuring and controlling the exercise component. Participants completed three experimental conditions in a randomized counterbalanced order. Conditions varied by video content viewed (nature; built; control) during two consistently-ordered exercise bouts (Exercise 1: 60% VO2peakInt for 15-mins; Exercise 2: 85% VO2peakInt to voluntary exhaustion). In each condition, participants completed modified Backwards Digit Span tests (a measure of directed attention) pre- and post-Exercise 1. Energy expenditure, respiratory exchange ratio and perceived exertion were measured during both exercise bouts. Time to exhaustion in Exercise 2 was also recorded. There was a significant time by condition interaction for Backwards Digit Span scores (F2,22 = 6.267, p = 0.007). Scores significantly improved in the nature condition (p < 0.001) but did not in the built or control conditions. There were no significant differences between conditions for either perceived exertion or physiological measures during either Exercise 1 or Exercise 2, or for time to exhaustion in Exercise 2. This was the first study to demonstrate effects of controlled exercise conducted in different visual environments on post-exercise directed attention. Via psychological mechanisms alone, visual nature facilitates attention restoration during moderate-intensity exercise.
Conference Paper
Full-text available
We describe an experiment to determine the effects of meditation training on the multitasking behavior of knowledge workers. Three groups each of 12-15 human resources personnel were tested: (1) those who underwent an 8-week training course on mindfulness-based meditation, (2) those who endured a wait period, were tested, and then underwent the same 8-week training, and (3) those who had 8-weeks of training in body relaxation. We found that only those trained in meditation stayed on tasks longer and made fewer task switches, as well as reporting less negative emotion after task performance, as compared with the other two groups. In addition, both the meditation and the relaxation groups showed improved memory for the tasks they performed.
Article
Full-text available
Theories of management and work motivation distinguish between two kinds of rewards—extrinsic and intrinsic. Extrinsic rewards are ones such as money and verbal reinforcement which are mediated outside of the person, whereas intrinsic rewards are mediated within the person. We say a person is intrinsically motivated to perform an activity if there is no apparent reward except the activity itself or the feelings which result from the activity. All of the theories of work motivation which consider both kinds of rewards assume that the effects of the two are additive. This paper examines that assumption by reviewing a program of research which investigated the effects of external rewards and controls on intrinsic motivation. It was reported that a person's intrinsic motivation to perform an activity decreased when he received contingent monetary payments, threats of punishment for poor performance, or negative feedback about his performance. Noncontingent monetary payments left intrinsic motivation unchanged, and verbal reinforcements appeared to enhance intrinsic motivation. A cognitive evaluation theory was presented to explain these results, and the theory and results were discussed in relation to management.
Article
Cognitive control - the ability to override a salient or prepotent action to execute a more deliberate one - is required for flexible, goal-directed behavior, and yet it is subjectively costly: decision-makers avoid allocating control resources, even when doing so affords more valuable outcomes. Dopamine likely offsets effort costs just as it does for physical effort. And yet, dopamine can also promote impulsive action, undermining control. We propose a novel hypothesis that reconciles opposing effects of dopamine on cognitive control: during action selection, striatal dopamine biases benefits relative to costs, but does so preferentially for "proximal" motor and cognitive actions. Considering the nature of instrumental affordances and their dynamics during action selection facilitates a parsimonious interpretation and conserved corticostriatal mechanisms across physical and cognitive domains.
Article
Research on executive functioning and on self-regulation have each identified a critical resource that is central to that domain and is susceptible to depletion. In addition, studies have shown that self-regulation tasks and executive-functioning tasks interact with each other, suggesting that they may share resources. Other research has focused specifically on restoring what we propose is the shared resource between self-regulation and executive functioning. Utilizing a theory-based natural environment intervention, these studies have found improvements in executive-functioning performance and self-regulation effectiveness, suggesting that the natural environment intervention restores this shared resource. © The Author(s) 2010.