Research

Automatic number plate recognition (ANPR) - A study on effects in policing (Dutch publication)

Authors:
To read the file of this research, you can request a copy directly from the authors.

Abstract

Since 1998, the Dutch police have been using Automatic Number Plate Recognition (ANPR). ANPR means that a camera reads license plates of motor vehicles, the system compares the license plate read in with a reference file: a list of license plates with 'something' (Streefkerk, 2016). This concerns, for example, a vehicle that has been identified as stolen or is being searched for in connection with a criminal investigation. If a vehicle appears in a reference file, this gives a 'hit', after which the police can decide on a certain action ('follow-up'). A hit from a fixed ANPR camera can be read out by police officers on their mobile phones. Hits can also come in directly via mobile ANPR equipment in a police vehicle. In the early days of ANPR in the Netherlands, only mobile cameras were used, and since 2004 it has also been possible to use fixed cameras. The camera density has increased considerably in recent years, as has the number of police officers using ANPR (hereafter: end users). In the period from May 2017 to March 2018, the number of end users increased from 4,000 to over 8,000. The Cabinet sees ANPR as an important tool for police work. This is evident from the coalition agreement on 'Freedom and Responsibility' (coalition agreement, 2010, p. 42). The coalition agreement states that vehicle recognition contributes to the 'prevention and simplification of the investigation and prosecution of criminal offences and to the enforcement of tax obligations'. This coalition agreement was the reason to expand ANPR's efforts. Despite the importance attributed to ANPR, little is known about the effects of ANPR in police work. This study provides insight into the use of ANPR in practice. In order to know how ANPR use can be improved, it was examined how this use relates to the intended objectives. This study, commissioned by the National Coordination Team ANPR (LCTA), aims to contribute to the optimisation of the use of ANPR. This research deals with the effects of ANPR in police work, in terms of police activities (what do policemen do?) and the police results that follow, such as an arrest or an official report. The social effects that these results in turn lead to, such as 'a safer society', are beyond the scope of this research. Nor does the study deal with the question of whether ANPR leads to more efficient police work. Furthermore, this report deals to a limited extent with the technical side of ANPR and is mainly focused on the views, experiences and the way in which ANPR is used by end-users. End-users' in this context means that these users of hits can read out via built-in mobile devices or via the fixed ANPR camera on their smartphone (fixed camera) or via built-in mobile devices, but that they are not authorized to make reference lists. The further development of ANPR may take into account the findings of this investigation.

No file available

Request Full-text Paper PDF

To read the file of this research,
you can request a copy directly from the authors.

Supplementary resource (1)

ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Article
Full-text available
The purposes of this article are to position mixed methods research (mixed research is a synonym) as the natural complement to traditional qualitative and quantitative research, to present pragmatism as offering an attractive philosophical partner for mixed methods research, and to provide a framework for designing and conducting mixed methods research. In doing this, we briefly review the paradigm “wars” and incompatibility thesis, we show some commonalities between quantitative and qualitative research, we explain the tenets of pragmatism, we explain the fundamental principle of mixed research and how to apply it, we provide specific sets of designs for the two major types of mixed methods research (mixed-model designs and mixed-method designs), and, finally, we explain mixed methods research as following (recursively) an eight-step process. A key feature of mixed methods research is its methodological pluralism or eclecticism, which frequently results in superior research (compared to monomethod research). Mixed methods research will be successful as more investigators study and help advance its concepts and as they regularly practice it.
Article
Full-text available
This article describes a series of research designs for combining qualitative and quantitative methods, using a Priority-Sequence Model that relies on the principle of complementarity. First, a decision about the priority of the two methods selects either a qualitative or a quantitative approach to be the principal method. Second, a decision about sequencing determines whether the complementary method will serve as either a preliminary or a follow-up to the principal method. These two decisions yield four basic research designs: (a) preliminary qualitative methods in a quantitative study, (b) preliminary quantitative methods in a qualitative study, (c) follow-up qualitative methods in a quantitative study, and (d) follow-up quantitative methods in a qualitative study. The conclusions consider further research designs and the expertise necessary for multiple-methods research.
Article
Technology has become a major source of expenditure and innovation in law enforcement and is assumed to hold great potential for enhancing police work. But does technology achieve these expectations? The current state of research on technology in policing is unclear about the links between technologies and outcomes such as work efficiencies, effectiveness in crime control, or improved police–community relationships. In this article, we present findings from a mixed-methods, multiagency study that examines factors that may mediate the connection between technology adoption and outcome effectiveness in policing. We find that police view technology through technological and organizational frames determined by traditional and reactive policing approaches. These frames may limit technology’s potential in the current reform era and cause unintended consequences.
Article
1. Inleiding Informatie is essentieel in politiewerk en wellicht zelfs de kern ervan. Informatie kunnen we tegen-woordig niet los zien van informatietechnologie. Wanneer we echter daarop teveel nadruk leggen, verliezen we uit het oog dat informatie en informatiegebruik altijd producten van menselijke zingeving zijn. Wie iets wil begrijpen van informatie in politiewerk, moet steeds achter de technologie de sa-menwerkende mensen blijven zien. Daarom plaats ik informatie eerder in een sociologisch dan tech-nologisch perspectief. Knelpunten in informatie zijn zelden een afgeleide van een bepaald computersysteem. Wie goed kijkt, en daarbij sociale context en verleden betrekt, ziet in veel knelpunten fundamentele kwesties. Dat zijn vraagstukken die in bredere zin eigen zijn aan politiewerk of aan de relatie tussen politiemensen en informatie(technologie). Dat zijn dan tevens de onderwerpen die ons ook in de toe-komst nog zullen bezighouden. Op dergelijke kwesties is dit hoofdstuk gericht. Politiemensen oefenen sociale controle uit op burgers en worden op hun beurt weer gecontro-leerd door chefs en politiek verantwoordelijken, die weer verantwoording afleggen aan een verte-genwoordiging van burgers. Informatie bij de politie heeft aldus betrekking op controle door en over de politie (Stol 1996, 1999). Dit hoofdstuk gaat over het eerste: informatie voor politiewerk. Ik be-spreek daarvan niet wat voor informatie voor de politie al dan niet nuttig is. Ik leg mij toe op basis-principes die liggen onder het informatiegebruik en – daaraan is tegenwoordig niet te ontkomen – in-formatietechnologie. 2. Begrippen: kennis, informatie en gegevens Kennis is gelokaliseerd in het denken van mensen. Kennis is iedere gedachte of voorstelling met de bewuste overtuiging dat het betrekking heeft op iets dat waar of echt is. De waarde ervan is dat het mensen helpt zich te oriënteren in de werkelijkheid (Berger en Luckman 1966, Wilterdink en Van Heerikhuizen 1985). Mensen kunnen nieuwe kennis opdoen en oude weer kwijtraken door het te vergeten of te wisselen voor andere kennis. Daarvoor is informatie nodig. Informatie is elk signaal dat iemand bewust uit de omgeving waarneemt. Door informatie kunnen mensen nieuwe kennis opdoen maar dat hoeft niet. In drie situaties is dat niet het geval, hoe-wel deze drie zich niet altijd in zuivere vorm zullen voordoen. Ten eerste kan iemand informatie be-oordelen als niet van toepassing op wat hem of haar op dat moment bezig houdt ('dat is niet rele-vant'). Ten tweede kan iemand de overtuiging hebben dat informatie niet waar is ('dat klopt niet'). Ten derde kan iemand tot de conclusie komen dat informatie overeenkomt met reeds aanwezige kennis, waardoor geen nieuwe kennis wordt opgedaan ('dat is niets nieuws') (Stol 1996). In de alledaagse politiepraktijk zien we mensen voortdurend wikken en wegen. Wanneer politiemensen informatie opdoen over iets of iemand, vormen de bij hen reeds aanwezige kennis en de zojuist opgedane informatie samen een tijdelijk nieuw geheel. Zij gaan daarmee aan het werk. Ze vergelijken parate kennis en informatie. Nog niet is direct duidelijk welke informatie relevant, juist of nieuw is. Misschien blijkt parate kennis wel onjuist. Misschien bevat het computersysteem onjuiste informatie. In deze mêlee van kennis en informatie moet door interpretatie, menselijk oordeel en se-lectie weer lijn worden aangebracht. Dan kan iemand weer spreken van kennis ('dit weet ik nu').
ANPR toepassingen en ontwikkelingen
  • G Homborg
  • A Schreienberg
  • J Van Den Tillaert
  • Y Bleeker
Homborg, G., Schreienberg, A., van den Tillaert, J. & Bleeker, Y. (2016). ANPR toepassingen en ontwikkelingen. Regioplan Beleidsonderzoek/WDOC.
Projectinitiatiedocument Landelijk Project ANPR Programma Sensing
  • E Jonge
  • De
Jonge, E., de (2014). Projectinitiatiedocument Landelijk Project ANPR Programma Sensing. Nationale Politie.
Vrijheid en verantwoordelijkheid. Regeerakkoord VVD-CDA
  • Regeerakkoord
Regeerakkoord (2010). Vrijheid en verantwoordelijkheid. Regeerakkoord VVD-CDA. Den Haag.
Politieoptreden en informatietechnologie
  • W Stol
Stol, W. (1996). Politieoptreden en informatietechnologie. Lelystad: Koninklijke Vermande.
Nieuwe kansen met kentekens
  • M Streefkerk
Streefkerk, M. (2016). Nieuwe kansen met kentekens, Blauw, jrg, 12, 4, 29-31.
Hits en Hints. De mogelijke meerwaarde van ANPR voor de opsporing
  • S Flight
  • P Van Egmond
Flight, S. & Van Egmond, P. (2011). Hits en Hints. De mogelijke meerwaarde van ANPR voor de opsporing. DSP-Groep: Amsterdam.
De hoeveelheid sturing die ik krijg, vind ik prettig' a. (helemaal) mee eens b. niet mee eens, maar ook niet mee oneens c. (helemaal) mee oneens
  • Stelling
Stelling: 'De hoeveelheid sturing die ik krijg, vind ik prettig' a. (helemaal) mee eens b. niet mee eens, maar ook niet mee oneens c. (helemaal) mee oneens