ArticlePDF Available

Rechtbank gebruikt oud wetboek, annotatie Rechtbank Midden-Nederland

Authors:

Abstract

Caroline Raat Op 29 januari 2019 deed de rechtbank Midden-Nederland een wel heel merkwaardige uitspraak. De bestuursrechter en de griffier hadden namelijk niet in de gaten dat sinds 1 oktober 2016 de zogeheten Wet dwangsom bij de laat beslissen niet meer gold voor zaken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De standaard dwangsom die de overheid kwijt is als zij te laat beslist, geldt daarom niet meer als de overheid te laat reageert op een Wob-verzoek. Toch veroordeelt de rechter de minister van Infrastructuur en Waterstaat om in dit geval aan de verzoeker, AVROTROS, 1260,-euro te betalen. Hoe kon dit gebeuren? De griffier blijkt een student HBO rechten te zijn, die als administratief medewerker op de rechtbank werkt. De rechter op de zaak is een onervaren rechter, waarvan we niet weten of die wel verstand heeft van het bestuursrecht. In dit geval is er geen zitting geweest en volgens onderzoek blijkt dat in dat soort 'bulkzaken' de griffier de zaak geheel zelfstandig afhandelt. Je mag dan hopen dat de rechter er nog naar kijkt, maar in dit geval is dat ofwel niet gebeurd, ofwel de rechter wist zelf niet wat er in de wet stond. Dit soort fouten zouden niet mogen gebeuren, ook al is in dit geval gelukkig geen burger de dupe ervan. Een goed werkend digitaal informatiesysteem, waaronder automatische toegang tot de meest actuele wetteksten en relevante juridische informatie, in combinatie met voldoende geschoolde griffiers en rechters kan dit oplossen. Investeren in de voorkant voorkomt schade aan de achterkant, met nodeloze verzetsprocedures, hoger beroepen en veel hogere kosten tot gevolg. De uitspraak is wijselijk niet gepubliceerd. Het zaaknummer is UTR 18/4825.Op 15 mei 2019 werd een advies van de Adviescommissie AVG van de Raad van State (hierna: commissie), zonder toelichting gevolgd door de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak, openbaar. 1 Dit advies zal bij AVG-specialisten de wenkbrauwen doen fronsen. De vraag is zelfs of deze commissie bevoegd was, of dat de Autoriteit Persoonsgegevens hierover had moeten oordelen. 1 Gebaseerd op de Regeling verwerking persoonsgegevens bestuursrechtelijke colleges.
Rechtbank gebruikt oud wetboek
Op 29 januari 2019 deed de rechtbank Midden-Nederland een wel heel
merkwaardige uitspraak. De bestuursrechter en de griffier hadden namelijk niet in
de gaten dat sinds 1 oktober 2016 de zogeheten Wet dwangsom bij de laat
beslissen niet meer gold voor zaken op grond van de Wet openbaarheid van
bestuur (Wob). De standaard dwangsom die de overheid kwijt is als zij te laat beslist, geldt daarom niet meer als
de overheid te laat reageert op een Wob-verzoek. Toch veroordeelt de rechter de minister van Infrastructuur en
Waterstaat om in dit geval aan de verzoeker, AVROTROS, 1260,- euro te betalen.
Hoe kon dit gebeuren? De griffier blijkt een student HBO rechten te zijn, die als administratief medewerker op
de rechtbank werkt. De rechter op de zaak is een onervaren rechter, waarvan we niet weten of die wel verstand
heeft van het bestuursrecht. In dit geval is er geen zitting geweest en volgens onderzoek blijkt dat in dat soort
‘bulkzaken’ de griffier de zaak geheel zelfstandig afhandelt. Je mag dan hopen dat de rechter er nog naar kijkt,
maar in dit geval is dat ofwel niet gebeurd, ofwel de rechter wist zelf niet wat er in de wet stond.
Dit soort fouten zouden niet mogen gebeuren, ook al is in dit geval gelukkig geen burger de dupe ervan. Een
goed werkend digitaal informatiesysteem, waaronder automatische toegang tot de meest actuele wetteksten en
relevante juridische informatie, in combinatie met voldoende geschoolde griffiers en rechters kan dit oplossen.
Investeren in de voorkant voorkomt schade aan de achterkant, met nodeloze verzetsprocedures, hoger beroepen
en veel hogere kosten tot gevolg.
De uitspraak is wijselijk niet gepubliceerd. Het zaaknummer is UTR 18/4825.Op 15 mei 2019 werd een advies
van de Adviescommissie AVG van de Raad van State (hierna: commissie), zonder toelichting gevolgd door de
voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak, openbaar.1 Dit advies zal bij AVG-specialisten de wenkbrauwen
doen fronsen. De vraag is zelfs of deze commissie bevoegd was, of dat de Autoriteit Persoonsgegevens hierover
had moeten oordelen.
1 Gebaseerd op de Regeling verwerking persoonsgegevens bestuursrechtelijke colleges.
@ Caroline Raat
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.