ArticlePDF Available

Het bevorderen van onderzoeksvaardigheden in het mbo

Authors:

Abstract

Mbo studenten die doorstromen naar het hbo blijken moeite te hebben met onderzoeksvaardigheden en missen een proactieve en onderzoekende houding. Het bevorderen van onderzoeksvaardigheden in het mbo werkt het beste wanner dit gekoppeld wordt aan vakinhoud. Variëren in de hoeveelheid sturing die de docent geeft, lijkt daarbij het meest effectief. De docent dient te focussen op de onderzoeksvaardigheden, de wijze van samenwerking én de vakspecifieke kennis.
Uit een literatuuronderzoek door de
Kennisrotonde blijkt dat het belang-
rijk is om het bevorderen van onder-
zoeksvaardigheden te koppelen aan
vakinhoud. Variëren in de hoeveelheid
sturing die de docent geeft, lijkt daarbij
het meest effectief. Daarbij dient de
docent te focussen op de onderzoeks-
vaardigheden, de wijze van samenwer-
king én de vakspecifieke kennis.
WAAROM WERKEN AAN
ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN?
Mbo studenten die doorstromen naar
het hbo blijken moeite te hebben met
onderzoeksvaardigheden en missen
een proactieve en onderzoekende
houding. Het gaat dan om een onder-
zoekende houding ten aanzien van hun
opleiding en toekomstige werkveld,
maar ook ten opzichte van de samen-
leving in het algemeen en hun rol als
burger. Het beheersen van onderzoeks-
vaardigheden (gedragsaspect) en het
hebben van kennis over het doen van
onderzoek (cognitief aspect) kan echter
niet los gezien worden van het hebben
van een onderzoekende houding (affec-
tief aspect) (Tack & Vanderlinde, 2014).
WELKE ONDERZOEKS-
VAARDIGHEDEN
In de eindkwalificaties van
het mbo beschreven door de
Samenwerkingsorganisatie
Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)
staat wat mbo-studenten moeten
kennen en kunnen aan het eind van
hun opleiding. Om zich voor te berei-
den op het hbo moeten mbo-studenten
over de volgende vaardigheden
beschikken:
een onderzoeksplanning maken
deze nakomen en zo nodig
aanpassen
informatie op internet zoeken en
verwerken
teksten kritisch lezen en leren
samen of alleen onderzoek doen
volgens richtlijnen of een protocol
gegevens verwerken in tabellen en
diagrammen
werken met formules in een
matrixprogramma
conclusies trekken
onderzoeksresultaten presenteren en
beschrijven in een verslag
reflecteren op de resultaten en de
eigen rol (zie https://www.s-bb.nl/).
De beschrijving van een doorstroom-
module van Regionaal netwerk
mbo-hbo Noord-Holland - Flevoland
(2014) laat zien hoe aandacht besteed
kan worden aan de onderzoekende
houding en onderzoeksvaardigheden.
Studenten moeten leren een onder-
zoeksvraag op te delen in deelvragen en
te beantwoorden in een kort en bondig
rapport. Bij de onderbouwing van het
antwoord moet aangeven worden waar
hij feiten en meningen heeft gevonden,
hoe hij de verschillende meningen
heeft gewogen en tot welke conclusies
hij is gekomen.
HET AANLEREN VAN
ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN
Het inzetten van onderzoekend leren
kan een hulpmiddel zijn om kennis
en vaardigheden op het gebied van
onderzoek aan te leren. Het gaat bij
onderzoekend leren om het verwerven
van procesvaardigheden en denkvaar-
digheden. Procesvaardigheden zijn
bijvoorbeeld: observeren, een proefop-
stelling bedenken, onderzoeksgegevens
noteren en ordenen. Denkvaardigheden
zijn zaken als: een idee verwoorden,
een voorspelling doen, vragen stellen
en redeneren (Velthorst, Oosterheert, &
Brouwer, 2011).
LITERATUURONDERZOEK NAAR ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN VAN MBO STUDENTEN
Het bevorderen van
onderzoeksvaardigheden
in het mbo
In november 2018 kon u in Vaktijdschri Profiel een bijdrage lezen
over een pilot waarbij niveau 4-studenten praktijkonderzoek
uitvoerden (Onderzoekende studenten in het mbo). Dit artikel gaat in
op het bevorderen van onderzoeksvaardigheden bij mbo studenten.
LISETTE UITERWIJK-LUIJK, FEMKE VAN GLANSBEEK–TIMMERMANS
20
VAKTIJDSCHRIFT PROFIEL NUMMER 2
www.profielactueel.nl
Onderzoekend leren kan met veel of
weinig sturing van de docent vorm-
gegeven worden. Zie bijvoorbeeld de
indeling van Jones & Eick (2007):
1. Open-ended: dit houdt in dat in de
les vragen van studenten centraal
staan. De inhoud van de les wordt
niet (alleen) door de docent bepaald.
Docenten stimuleren studenten om
zelfstandig onderzoek te doen naar
eigen onderzoeksvragen.
2. Project-based: dit houdt in dat
docenten projecten ontwerpen op
basis van vragen die spelen in de klas
onder de studenten.
3. Begeleid: dit wordt ook wel ‘teacher
centered’ genoemd, de docent
bepaalt de onderzoeksvragen en
de begrippen die geleerd moeten
worden.
DE ROL VAN DE DOCENT
Ook de manier waarop docenten
sturing geven is belangrijk. Hierin
kunnen drie vormen van sturing onder-
scheiden worden (zie Dobber, et al.,
2017). Deze zullen tijdens een les veelal
door elkaar heen lopen:
1. Meta-cognitief – focus op het leren
denken op een wetenschappelijke
wijze: docenten stimuleren studen-
ten om op meta-niveau naar vraag-
stukken en oplossingen te kijken.
Het gaat dan om zaken rondom het
plannen, monitoren en evalueren
van onderzoek, bijvoorbeeld door het
geven van instructies over het opstel-
len van doelen en subdoelen, of het
bewaken van de voortgang.
2. Sociaal – focus op het begeleiden
van samenwerken: docenten zetten
coöperatieve werkvormen in en gaan
bewust om met verschillen tussen
studenten.
3. Conceptueel – focus op vakspecifieke
kennis en regels: docenten vragen
bijvoorbeeld om voorkennis op
te schrijven en verbinden dit met
nieuwe informatie over het onder-
zoeksonderwerp.
MEEST EFFECTIEF
Het is zinvol om bij het aanleren van
onderzoeksvaardigheden de koppeling
te maken met vakinhoud. Een combina-
tie van expliciete instructie en klassi-
kale discussie lijkt het meest effectief te
zijn bij onderzoekend leren (Yacoubian
& Boujaoude, in Dobber et al., 2017).
Docenten kunnen bijdragen aan het
vermogen van studenten om vragen te
stellen en aan hun nieuwsgierigheid.
Dit kan bijvoorbeeld door studenten
de vrijheid te geven onderwerpen te
kiezen die hen interesseren, hen aan
te zetten tot vragen stellen, zelf als
docent geen antwoorden te geven en
nieuwsgierig voorbeeldgedrag te tonen
(Sijtsma, 2015).
LISETTE UITERWIJK-LUIJK IS ASSOCIATE
LECTOR LEIDERSCHAP IN HET ONDERWIJS
EN OPLEIDINGSCOÖRDINATOR VAN DE
MASTER EDUCATIONAL LEADERSHIP
BIJ PENTA NOVA, ACADEMIE VOOR
SCHOOLLEIDERSCHAP. DAARNAAST IS ZIJ
SENIOR ONDERWIJSADVISEUR BIJ HET MARNIX
ONDERWIJSCENTRUM EN KENNISMAKELAAR,
NRO KENNISROTONDE.
FEMKE VAN GLANSBEEK–TIMMERMANS IS
ONDERZOEKER BIJ HET KENNISCENTRUM
KWALITEIT VAN LEREN. ZE IS KENNISMAKELAAR
VOOR DE KENNISROTONDE EN WERKT TEVENS
ALS SECRETARIS VOOR VELON (VERENIGING
LERARENOPLEIDER NEDERLAND).
Bronnen
>Dobber, M., Zwart, R., Tanis, M.,
& Van Oers, B. (2017). Literature
review: The role of the teacher in
inquiry-based education. Educatio-
nal Research Review 22, pp 194 - 214.
>Jones, M. T., & Eick, C. J. (2007).
Implementing inquiry kit curricu-
lum: Obstacles, adaptations, and
practical knowledge development in
two middle school science teachers.
Science Education 91 (3): 492-513.
>Regionaal netwerk mbo-hbo Noord-
Holland - Flevoland (2014). Gene-
rieke doorstroommodule mbo-hbo.
Een handreiking.
>Sijtsma, M. (2015). Het bevorderen
van nieuwsgierigheid bij leerlingen
in het eerste leerjaar van het Groene
Lyceum. Wageningen: Master Leren
en Innoveren, Stoas Wageningen |
Vilentum Hogesschool.
>Tack, H., & Vanderlinde, R. (2014).
Teacher Educators’ Professional
Development: Towards a Typology
of Teacher Educators’ Researcherly
Disposition. British Journal of Edu-
cational Studies, 62(3), 297-315.
>Velthorst, G., Oosterheert, I., &
Brouwer, N. (2011). Onderzoekend
leren: de nieuwsgierigheid voorbij.
Tijdschri voor lerarenopleiders
(Velon/VELOV), 32-38.
Dit artikel kwam tot stand op
basis van:
Kennisrotonde. (2017). Wat is bekend
uit onderzoek naar onderzoeksvaar-
digheden van studenten in het MBO4-
groenonderwijs? (KR. 281) zie: www.
kennisrotonde.nl
21
MAART
201
9
www.profielactueel.nl
MOTIVERENDE DOCENTEN - INSPIREREND ONDERWIJS
VOOR DOCENTEN: FOCUS
OP HET BEGELEIDEN VAN
SAMENWERKEN
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.