ArticlePDF Available

Abstract

In ieder bos is het mogelijk om kwaliteitshout te telen. De blesser moet vooral de juiste bomen kunnen herkennen en met gerichte ingrepen hun ontwikkeling bijsturen. Ook als de verjonging zich wat spaarzamer aandient en takkiger is, zoals dat onder een kronendak vaker het geval is, streven we naar kwaliteitshout. Hoe komen we met boomgericht bosbeheer vanuit onze huidige bossen in dat structuurrijke en weerbare bos met kwaliteitshout?
eco 2 eco
special
In ieder bos is het mogelijk om kwali-
teitshout te telen. De blesser moet voor-
al de juiste bomen kunnen herkennen en
met gerichte ingrepen hun ontwikkeling
bijsturen. Ook als de verjonging zich
wat spaarzamer aandient en takkiger is,
zoals dat onder een kronendak vaker
het geval is, streven we naar kwaliteits-
hout. Hoe komen we met boomgericht
bosbeheer vanuit onze huidige bossen in
dat structuurrijke en weerbare bos met
kwaliteitshout?
Etiënne Thomassen (Bosgroep Zuid
Nederland)
> Kwaliteitshout heeft niet of nauwelijks kenmer-
ken die een bepaalde toepassing uitsluit. De be-
doeling is dat de onderstam van een boom wordt
verkocht als kwaliteitshout. Toen deze boom
nog jong was, bestreek de kroon ooit de lengte
van deze onderstam. De zijtakken van die kroon
zitten nog steeds in die stam. De binnenste kern
is daarom niet van de beste kwaliteit. Storingsvrij
en waardevol hout vormt zich nadat takstompen
netjes overwald zijn.
Het meest waardevolle hout zit daarom niet in de
kern, maar in de mantel om die kern heen, waarin
geen zijtakken meer zitten. Dit hout heeft in het
uiteindelijke product geen noesten, is uniform
van kwaliteit en heeft daardoor veel toepassings-
mogelijkheden. Ook een regelmatige jaarring-
breedte is van groot belang. Sprongen in jaarring-
breedte zorgen voor verschillen in kwaliteit in de
stam en zijn negatief. De jaarringbreedte zelf is
minder belangrijk maar extreem brede jaarringen
bij naaldhout leiden tot een lage houtsterkte. Bij
verspreidporig loofhout als eik zijn brede jaarrin-
gen sterker, maar minder makkelijk te bewerken.
Het doel is een mantel van 20cm die bestaat uit
noestvrij en ongestoord (na overwalling) hout.
Kwaliteitshout zien
Een blesser selecteert potentiële kwaliteitsbomen
die in de toekomst kwaliteitshout gaan leveren.
Het belangrijkste criterium is vitaliteit. De kwali-
teitsboom moet namelijk nog een hele tijd mee
en moet dus kerngezond en groeikrachtig zijn. Na
vitaliteit komt pas kwaliteit. Bij kwaliteit gaat het
vooral om een rechte spil en een stam die vrij is
van beschadigingen. De eisen aan de stam:
De stam heeft de potentie een storingsvrije
Boomgericht bosbeheer
en kwaliteitshout
De jonge eik is geselecteerd uit de struiklaag en de grove den erboven is
geoogst. De eik kan nu ongestoord omhoog groeien.
foto’s Etiënne Thomassen
Opgesnoeide douglas kwaliteitsboom met daar vlak achter en onder een
habitatboom beuk. Beide zijn waardevol voor het functioneren van het bos en
zitten elkaar niet of nauwelijks in de weg.
7
maart 2019
eco 2 eco
special
Figuur 1. Houtprijzen van vijf ver-
schillende Duitse kwaliteitshoutvei-
lingen (Zuidoost Beieren, Vogelbeck,
Suterode & Liebenburg, Oerrel en
Jossgrund). De lijn geeft de gemid-
delde prijs over de verschillende
veilingen en het vlak de spreiding
van die prijs. Voor iedere veiling is
steeds de gemiddelde opbrengst per
m3 per boomsoort genomen.
stammantel van 20cm te vormen en kan dus
nog bijna een halve meter dikker worden.
Normaal wordt de stam daarom geselecteerd
voordat deze 20cm dik is.
Geen zijtakken dikker dan 3cm. Sommige loof-
bomen kunnen beter tegen snoei. Bijvoorbeeld
eik, tamme kastanje en esdoorn kan gesnoeid
worden tot circa 7cm.
Onbeschadigde stam
Rechte stam. Loofhout mag bestaan uit rechte
stamdelen van minimaal 2,5 meter
Rechte stand. Een te schuin staande stam leidt
tot reactiehout
De stam is walsrond. Ovaliteit zorgt voor zaag-
verlies.
Liever geen waterlot.
Geen vorstscheur.
Liever geen vork of zuiger. Deze breken makke-
lijk uit.
Kwalificeren, dimensioneren en rijpen
De QD-bosbeheerstrategie richt zich op kwali-
teitsgroei. Een kwaliteitsboom die zich succesvol
gevestigd heeft, gaat volgens de QD-strategie door
drie fases voordat deze gekapt en vermarkt kan
worden: de kwalificeringsfase, waarin de kwali-
teitsstam wordt gevormd, de dimensioneringsfase
waarin aan kroon- en stam omvang wordt ge-
werkt en de rijpingsfase waarin de kroonexpansie
grotendeels achter de rug is en de boom wacht op
het ideale moment van vermarkting.
Bij boomgericht bosbeheer is het de taak van de
blesser te zorgen dat voldoende kwaliteitsbomen
deze fases goed doorlopen. Kwaliteitsbomen
worden pas definitief geselecteerd en vervolgens
vrijgezet bij de start van de dimensionerings-
fase. Potentiële kwaliteitsbomen worden opties
genoemd. Voor een volwassen kwaliteitsboom
gaan we uit van een kroondoorsnede van 15
meter, daarvan passen er ongeveer veertig op een
hectare. Als er nog geen kwaliteitsbomen zijn,
hebben we liefst twee opties ter beschikking op
de plek van een kwaliteitsboom. Die optie kwa-
lificeert zich liefst door natuurlijke takafstoting
als kwaliteitsboom, maar opties die in meer open
omstandigheden opgroeien hebben snoei nodig.
Vanaf het moment dat een boom de gewenste tak-
dode stamlengte bereikt heeft, kan deze definitief
geselecteerd worden als kwaliteitsboom (figuur 2).
Dit is het omslagpunt: de stamkwaliteit is zeker-
gesteld en de dunningsfase begint. Doel is om
in relatief korte tijd hoogwaardig kwaliteitshout
te produceren. Dat wordt bereikt door volledige
vrijstelling van kwaliteitsbomen. Dit zorgt voor
groeikrachtige en vitale bomen en daardoor lager
teeltrisico. Ook de sprongen in jaarringbreedte
die veroorzaakt worden door dunning worden
hierdoor geminimaliseerd in de beoogde stam-
mantel. Om dit te bereiken wordt de bomen al
vroeg alle ruimte voor kroonuitbreiding gegeven.
Wanneer een takdode stamlengte van 25 procent
van de verwachtte eindhoogte bereikt is, wordt
de kwaliteitsboom geselecteerd en bij voldoende
stabiliteit volledig vrijgesteld. Er wordt eerder en
steviger ingegrepen omdat flinke doeldiameters
worden nagestreefd van meer dan 65 cm wanneer
een stam van uitzonderlijke kwaliteit is. Op een
Figuur 2 Tijdens het
blessen bekijkt de blesser
steeds een oppervlakte
gelijk aan de boomkroon
van een uitgegroeide
kwaliteitsboom. Dat
is ongeveer 15x15
meter. Daarbij wordt
eerst gezocht naar een
kwaliteitsboom in rijpings-
of dimensioneringsfase. Als
er geen kwaliteitsbomen
zijn worden de opties
beoordeeld. Op een locatie
waar geen (potentiële)
kwaliteitsbomen te vinden
zijn mag het bos voorlopig
doorgroeien of, als de
kwaliteit of groeisnelheid
te laag is, kan verjonging
gestimuleerd worden.
8
maart 2019
eco 2 eco
special
Figuur 3 Verschil tussen normaal
opkronen (A) en begeleidingssnoei (B).
Bij begeleidingssnoei worden voorlopig
alleen takken weggenomen die te dik
dreigen te worden of die een dubbele
top of plakoksel kunnen veroorza-
ken. Zo blijft de potentiele kwaliteit
behouden zonder de vitaliteit te sterk
te verminderen.
Figuur 4. Hoogste, gemiddelde en laag-
ste prijs voor eik op verschillende kwa-
liteitshoutveilingen in Duitsland. Het
lichtblauwe vlak geeft de spreiding van
de gemiddelde prijs weer. De hoogste en
laagste prijs van ieder jaar zijn van een
veiling in Zuidoost-Beieren.
groeiplaats waar een boomsoort 24 meter hoog
kan worden is dat dus een takvrije stamlengte van
6 meter. Dankzij de ruime vrijstelling passen er
minder bomen op een hectare. Bij goede verde-
ling is veertig bomen in theorie haalbaar, maar
bij breedkronige boomsoorten die goed reageren
op dunning wordt de restopstand in de opeenvol-
gende dunningen dan snel opgeruimd. Natuurlijk
zijn meer bomen haalbaar wanneer de kronen
hiervan zich in verschillende boomlagen boven
elkaar bevinden.
Omgaan met opties
Wanneer er geen kwaliteitsboom is, controleert
de blesser of er opties zijn die zich onbedreigd
kunnen ontwikkelen tot de volgende blesronde.
Voldoende is één per 100 vierkante meter. Als dat
zo is, is er geen reden voor verdere actie en loopt
de blesser weer tien meter verder. Als er geen
kwaliteitsboom is én onvoldoende onbedreigde
opties, dan kan de blesser door begeleidingssnoei
of gerichte vrijstelling alsnog één of enkele opties
zeker stellen.
Wanneer de inschatting is dat onvoldoende
opties vitaal zijn worden enkele opties vrijgesteld
van hun sterkere concurrenten. Denk aan bomen
die de optie dreigen te overgroeien of wegdruk-
ken. Het is niet de bedoeling de opties volledig
vrij te stellen, omdat takafstoting nog steeds
gewenst is. Vrijgestelde opties moeten wel aan
groeikracht winnen.
Zeker onder een relatief open kronendak kan
het voorkomen dat de vitaliteit van opties goed
tot uitstekend is, maar dat ze te takkig zijn. Het
doel is dan om te zorgen dat de bomen tot aan de
gewenste takvrije stamlengte geen takken krijgen
die te dik worden om te snoeien. Snoei dan
die takken er uit of maak deze flink korter. Een
dreigende dubbele top kan er ook uit gesnoeid
worden (begeleidingssnoei, zie figuur 3).
Snoeien van kwaliteitsbomen
Doel is een takvrije stamlengte van ongeveer 25
procent van de verwachtte eindhoogte. In praktijk
bepaalt ook de op te snoeien boom voor een deel
de hoogte tot waar takken worden weggehaald.
Zware gesteltakken die net iets lager zitten dan
zes meter kunnen beter blijven zitten. Een goede
aanpak is snoeien tot de breedste tak, takken die
daar onder zitten kunnen vaak met weinig risico
op substantieel bijgroeiverlies worden verwijderd.
De kosten van snoeien zijn een directe investe-
ring in de productie van kwaliteitshout. Wie in
één keer opsnoeit kan een eenvoudige inves-
teringsanalyse doen door de kosten van het
opsnoeien met rente door te rekenen tot aan het
verwachtte oogstmoment. Stel dat die ene keer
opsnoeien 10 euro kost dan is dat bedrag 60 jaar
later gegroeid tot 58,91 bij een rente van 3 procent.
Als je verwacht dat de boom bij de oogst 60 euro
meer waard is dankzij het opsnoeien, dan is dit
geen verkeerde investering en levert het geld daar
naar verwachting meer op dan op de bank.
Het intensief begeleiden van een sterk betakte
onderstandige eik is niet goedkoop omdat die
mogelijk twee en in het slechtste geval misschien
9
maart 2019
eco 2 eco
special
Tabel 1 Kosten bij de selectie
van een sterk betakte onder-
standige eik die in verschillende
werkgangen wordt opgesnoeid
tot kwaliteitsboom inclusief
alternatief scenario waarbij niet
een bestaande ondestandige
boom genomen wordt maar een
kloemp wordt aangeplant.
t Ingreep kosten 0% 1% 2% 3% 3%
0 Aanplant kloemp € 50,00 € 960,93
15 Begeleidingssnoei € 7,50 € 7,50 € 17,47 € 40,37 € 92,52
25 Begeleidingssnoei € 10,00 € 10,00 € 21,09 € 44,16 € 91,79
30 Opkronen € 7,50 € 7,50 € 15,05 € 30,00 € 59,38 € 59,38
100 Totaalkosten € 25,00 € 53,62 € 114,53 € 243,69 € 1.020,32
Hoogwaardig
zaaghout zaaghout brandhout subtotaal substotaal totaal
300 €/m3 125 €/m355 €/m3zaaghout brandhout
Gesnoeid 1,88 m30,00 m31,51 m3€ 566,46 € 83,14 € 649,61
Ongesnoeid 0,00 m31,70 m3 1,70 m3€ 212,50 € 93,50 € 306,00
Verschil € 343,61
Gesnoeid -10% risico € 584,65
Verschil met onge-
snoeid € 278,65
Voor de inkomsten gaan we uit van een eik met een dbh van 65 centimeter en een hoogte van 24 meter. Een boom met en
een boom zonder snoei. De boom heeft een werkhoutvolume van 3,4 m3 (methode Dik). We nemen aan dat zonder snoei de
helft laagwaardig zaaghout levert en de rest brandhout. Verder gaan we ervan uit dat het volumen van beide bomen gelijk is
maar dat de opgesnoeide boom met een QD behandeling 6 meter foutvrij hout opleverd. De rest is brandhout. De QD boom
zal normaal gesproken een grotere hoeveelheid kroonhout opleveren, maar deze is ook lastig op te werken. Ook zal de QD
boom jonger zijn dan de onbehandelde boom bij gelijke diameter, maar dat is voor de vergelijking onbelangrijk omdat hier-
voor geen rente gerekend hoeft te worden. Wilhelm en Rieger (2013) gaan daarnaast uit van 10 procent risico op uitval van
een QD boom. Ook dan blijft de investering overeind.
Illustratie: Etiënne Thomassen
10
maart 2019
eco 2 eco
special
Figuur 5. Voorbeelden aan de hand van een bosdoorsnede
A. Kwaliteitboom/ QD-boom in dimensioneringsfase wordt opnieuw vrijgezet
B. Habitatboom
C. Ruim opgegroeide jonge eik in de struiklaag heeft een mooie rechte spil. Er zijn geen andere
opties in de buurt. De dikste takken onder de 6 meter worden er nu alvast uitgesnoeid en de
overhangende den wordt geveld om verdere rechte groei te stimuleren
D. Kleine horst natuurlijke verjonging. De grootste boom is te krom, maar de boom ernaast vol-
doet. De grootste wordt verwijderd waardoor de goed gevormde boom vitaal blijft
E. Grote Corsicaanse den boven tamme kastanje. De kastanje heeft kwaliteit en kan nog een tijd
ongestoord doorgroeien. De den blijft als toekomstboom
F. Grove den uit vorige generatie heeft een mooie stamvorm, De boom wordt aangewezen als
toekomstboom en wordt ontdaan van storende concurrent. Het extra licht maakt de locatie
geschikt voor onderplanten.
zelfs drie keer moet worden gesnoeid. In tabel 1
is een uitgebreid scenario uitgewerkt waarbij een
onderstandige betakte eik tot kwaliteitsboom
wordt gevormd. Zelfs in dit bewerkelijke scenario
en met een rente van 3 procent blijft het saldo po-
sitief wanneer gerekend wordt met 300 euro per
kuub voor het kwaliteitshout (vergelijk figuur 4).
Vrijstellen
Vanaf het moment dat kwaliteitsbomen de
beoogde takdode stamlengte hebben bereikt kun-
nen ze worden vrijgesteld. Dat geldt zeker voor
boomsoorten die moeite hebben een diameter in
de buurt van of over de 60 centimeter te bereiken.
Bij een soort als berk of zelfs lijsterbes is het zaak
om niet te treuzelen en rondom alle concurren-
ten te oogsten. Dat geldt ook voor boomsoorten
als beuk, die door stamverkleuring waarde kun-
nen verliezen. Maar op goede groeiplaatsen of
met snelle groeiers als Douglas kan een beheerder
voor meer stamlengte of wat minder stevige
vrijstelling kiezen. In principe wordt vanaf de
eerste dunning steeds opnieuw vrijgesteld totdat
de rijpingsfase aanbreekt.
Oogsten en vermarkten
Bij het bereiken van de 75-80 procent van de
verwachtte eindhoogte neemt de groeikracht van
een boom snel af. Vrijzetten met het doel om de
kroon verder te laten ontwikkelen is dan niet
meer nodig. De boom is dan niet meer goed in
staat de vrijgekomen ruimte op te vullen. De bles-
ser zorgt ervoor dat de kroon niet bedreigd wordt
door het ingroeien van takken van groeikrachti-
gere buren.
Vanaf dan is het eigenlijk wachten tot een
geschikt moment voor vermarkting. De boom
dient in elk geval geoogst te worden voordat de
waarde van de stam afneemt door het intreden
van verval. Maar haasten is ook niet nodig. Als
er werkelijk A-kwaliteit hout staat is de waarde-
bijgroei ook bijzonder hoog en is het wachten op
een geschikt moment voor de verkoop.<
e.thomassen@bosgroepen.nl
Bomen of bosbezit digitaal op kaart?
Cursus Centrum Groen en GRIP – GIS en Regionale Informatie Projecten
verzorgen een
Cursus QGIS
voor boomverzorgers, bosbeheerders en rentmeesters op 5 en 12 april 2019.
• Leer zelf opnames te maken in het veld en deze gegevens op kaart te zetten.
• Digitaal gegevens van bomen e n VTA of bosopstanden vastleggen.
• De opname te verwerken naar een digitale kaart en te delen met anderen.
Meer informatie en aanmelden: www.cursuscentrumgroen.nl/GIS
Cursus Centrum Groen, Planken Wambuisweg 1a, 6718 SP Ede
T 026 -44 277 25, M 06 - 39 56 12 78
advertentie
11
maart 2019
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.