Abstract

Criminological literature shows that criminals involved in organized crime benefit from positive images in the media. By opening a hospital or donating funds for the development of a football field they try to present themselves in a cordial way and as good citizens to the public. Using the media to present themselves as animal lovers is a very effective manner to go for public admiration and sympathy. In this contribution is investigated how this mechanism works and why it is so effective.
Dierenliefde en onderwereld-pr*
Janine Janssen & Emile Kolthoff
‘Ik ben misschien een sentimentele zeikerd op dierengebied, maar als er één slag
mensen is dat ik de strot zou willen doorbijten, dan is het wel het slag verdomme‐
lingen dat wreed is tegen dieren. Je leest elke week wel weer een verhaal over bij‐
voorbeeld zo’n stuk schorum, dat de keel van z’n hond heeft doorgesneeën en dat
onschuldige beest daarna voor de trein heeft gegooid. Dat stuk vullesbak heeft
zegge en schrijven vijftig gulden boete van de politierechter gekregen. Dat zijn din‐
gen die ik niet begrijp. Als ze mijn zin deden dan werden én de eigenaar van de
hond én die rechter voor diezelfde rijdende trein gesmeten. Ja, die rechter nemen
we in één moeite mee. Hoe durft zo’n man het in zijn kop te halen om een dieren‐
moordenaar twee geeltjes boete op te leggen, terwijl-ie dezelfde morgen een of
andere schlemiel die een brood heeft gejat tot drie, vier maanden bajes veroordeelt!’
Inleiding
Bovenstaand citaat is in 1968 door Martin van Amerongen opgetekend uit de
mond van Paul Anton Wilking, die beter bekend is onder zijn bijnaam ‘Pistolen
Paul’ (1924-2005).1 In zijn wonderlijke levensloop lopen feit en fictie enigszins
door elkaar: naar eigen zeggen was hij een verzetsstrijder. Of dat ook echt zo was,
is niet helemaal duidelijk. Het is wel bekend dat hij smokkelde en handelde in
wapens, maar hoe groot zijn criminele wapenfeiten nu werkelijk waren, is nooit
helemaal duidelijk geworden. Hij had er in ieder geval behoefte aan om zich als
een flamboyante man van de wereld te presenteren, met een liefde voor reizen,
luxe, wapens en vrouwen. En dieren, want een belangrijke pijler in zijn publieke
imago was zijn inzet voor het dierenwelzijn: ‘Ik wil niet beweren dat de Neder‐
landse justitie niet eerlijk te werk gaat, integendeel, maar over dierenmishande‐
ling hebben ze in Nederland volslagen achterlijke opvattingen. Daarom heb ik
*Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld
(LEC EGG) van de Nationale Politie, lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties aan Avans
Hogeschool en tevens voorzitter van de redactie van PROCES. Prof. Emile Kolthoff is hoogleraar
Criminologie aan de Open Universiteit en lector Ondermijning aan Avans Hogeschool.
1 A. van Amerongen, De roerige wereld van Pistolen Paul. Tien monologen over: de smokkel, het zakenle‐
ven, het horecabedrijf, de penose, het gevangeniswezen, de wapenhandel, politiek en religie, de kunst
van het reizen en trekken, de dierenwereld en het liefdeleven, Amsterdam: De Bezige Bij 1968, p. 101.
Ook na het overlijden van Pistolen Paul is zijn website online gebleven. Op die site staat dat hij in
zijn nopjes was met de manier waarop Van Amerongen zijn wereldbeeld in deze tien dialogen
wist te vervatten: ‘In 1968 kwam er een boek over mij uit bij Uitgeverij De bezige Bij. Martin van
Amerongen heeft weken achtereen op zaterdagen bij mij thuis gezeten, om alles wat ik vertelde
te noteren. Hij heeft het hele zaakje toen in tien monologen onderverdeeld en daar was ineens
een mooi boekwerk met de titel De roerige wereld van Pistolen Paul. De cover vind ik nog steeds
fantastisch.’ Zie: http:// pistolenpaultje. nl/ publi. html.
PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010 415
Janine Janssen & Emile Kolthoff
laatst samen met een paar geklofte jongens besloten een soort strijdgroep op te
richten, een Organisatie ter Bestrijding van Wreedheden Jegens het Dier. Dat
wordt min of meer de Nederlandse uitgave van de KuKlux Klan, alleen keren wij
ons natuurlijk niet tegen joden of negers, nee, we pakken alleen de dierenmishan‐
delaars aan. (…) En als we Nederland van de dierenbeulen hebben bevrijd verleg‐
gen we ons werkterrein naar de zuidelijke landen, dan stichten we filialen van (…)
in landen als Marokko, Frankrijk en Spanje, want de manier waarop ze dáár de
dieren behandelen is ook met geen pen te beschrijven.’2 In het huidige tijdsge‐
wricht zou deze stijl van formuleren ongetwijfeld op de nodige kritiek kunnen
rekenen, maar de wilde verhalen over de onderwereld, de flamboyante stijl van
vertellen én zijn inzet voor dieren bezorgden hem tijdens zijn leven een cultsta‐
tus. Met name zijn inzet voor dieren – in 2004 werd hij nog uitgeroepen tot die‐
renbeschermer van het jaar3 – hielp hem aan het imago van ‘knuffelcrimineel’.
Dit is geen uitzonderlijk verschijnsel. De criminologische literatuur leert namelijk
dat criminelen belang hebben bij een positief beeld. Vooral de laatste tijd, nu er in
relatie tot zware criminaliteit veel aandacht is voor ondermijning,4 wordt er ook
aandacht besteed aan de vraag hoe criminelen zich naar buiten toe presenteren.
Uit de literatuur zijn voorbeelden bekend die laten zien hoe delinquenten een wit
voetje proberen te halen bij de lokale bevolking door bijvoorbeeld een ziekenhuis
te openen of een voetbalveld aan te leggen. Opvallend is echter dat het zich pre‐
senteren als dierenliefhebber ook een buitengewoon krachtig middel is om een
positief imago neer te zetten. In deze bijdrage onderzoeken wij nader hoe dit
werkt. Eerst staan we kort stil bij de vraag hoe de associatie tussen criminaliteit
en dierlijkheid of beestachtigheid in de criminologie gestalte heeft gekregen.
Want aanvankelijk was de associatie tussen delinquentie en dieren nogal negatief.
Vervolgens vragen wij ons af wat voor delinquenten het belang is van gunstige
public relations (pr). Waarom is uitsluitend een beroep op gevoelens van angst
niet effectief voor misdaadondernemers? Welk belang is er om een imago van
beestachtigheid af te schudden? Hoe kan aandacht voor dierenwelzijn hierbij een
rol spelen? Tot slot vragen wij ons af wat deze verkennende analyse ons leert.
Het beestachtige in de mens
Gevaarlijke associaties
Aandacht voor het dierlijke in de criminele medemens is voor criminologen niet
nieuw. Hoe ziet die relatie tussen dierlijkheid en delinquentie er dan uit? In zijn
onderzoek naar tatoeages bij delinquenten komt de godfather van deze weten‐
schap, Cesare Lombroso, onder andere tot het inzicht dat deze groep net als ‘wil‐
den’ een lagere pijndrempel zou hebben. Wie het in de negentiende eeuw over
‘wilden’ had, had het praktisch over dieren. De delinquent was een atavisme dat
2 Van Amerongen 1968, p. 102-103.
3 https:// archief. amsterdam/ inventarissen/ overzicht/ 30099. nl. html.
4Zie over definitieproblemen van dit begrip: www. i -flipbook. nl/ nl_ nl/ flipbook/ 1772 -lectorale -rede
-emile -kolthoff. html#38.
416 PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010
Dierenliefde en onderwereld-pr
het evolutieproces van de moderne mens niet goed had kunnen bijbenen.5 Lom‐
broso verkeerde in de veronderstelling dat hij had vastgesteld waarin misdadigers
verschillen van niet-misdadigers en hij legde zijn theorie in 1876 vast in zijn
L’uomo delinquente. In lijn met en geïnspireerd door de evolutieleer van Darwin
begint hij zijn boek met een beschouwing over ‘de misdaad onder de planten’.
Vleesetende planten zouden volgens hem misdadigers zijn. Vervolgens richt hij
zijn blik op de dierenwereld en benoemt overlevingsgedrag en bijvoorbeeld de
strijd om een vrouwtjesdier tijdens de paartijd eveneens als crimineel gedrag. Uit‐
eindelijk komt hij dan uit bij de primitieve mens, die van oorsprong volgens Lom‐
broso een geboren misdadiger zou zijn. Crimineel gedrag bij de moderne mens
verklaart Lombroso door een terugval in de evolutie, waardoor primitieve
kenmerken weer de boventoon gaan voeren.6
Ook zijn er andersoortige associaties tussen dierlijkheid en delinquentie bekend.
Gevaarlijk geachte mensen worden bijvoorbeeld met gevaarlijk geachte dieren
geassocieerd. Zo werd bijvoorbeeld in de jaren tachtig van de vorige eeuw in veel
Amerikaanse steden gesproken over een ‘epidemie’ van bijtincidenten waarbij pit‐
bulls betrokken waren. Hoewel dierenartsen aangaven dat deze dieren onder
bepaalde omstandigheden zeer gevaarlijk konden worden, was er geen statistisch
bewijs om hun bloeddorstige reputatie te staven. Nader onderzoek liet zien dat de
berichtgeving over agressief gedrag van pitbulls vaak geassocieerd werd met Afro-
Amerikanen en latino’s onder aan de sociale ladder.7 Verder zijn er voorbeelden
bekend waarin mensen ‘beestachtigheid’ wordt verweten vanwege de manier
waarop zij ‘onschuldige dieren’ behandelen. De ‘beestachtige’ natuur van bepaalde
groepen mensen blijkt dan bijvoorbeeld uit het gebruik van als wreed bestem‐
pelde slachtmethoden. Het gaat hier niet om serieuze en inhoudelijke commenta‐
ren op het doden van dieren, maar om ‘kritiek’ als instrument in een hetze om
een hele bevolkingsgroep als mens te diskwalificeren.8 Hetzelfde mechanisme
zien we in de tijd van nazi-Duitsland. De nazi’s ontkenden het morele onder‐
scheid tussen dieren en specifieke groepen mensen door hen als dieren te bekij‐
ken. Op die manier waren bepaalde groepen mensen (in dit geval joden) minder‐
waardig aan andere groepen en zelfs aan dieren en was dit een vrijbrief om hen te
vervolgen.9 Dit mechanisme is later uitvoerig geanalyseerd door Zimbardo. Op
basis van zijn eigen bevindingen bij het Stanford prison-experiment,10 het onder‐
zoek van Browning naar het begin van de Holocaust in Polen11 en zijn eigen
5 J. Janssen, www. nemokennislink. nl/ publicaties/ enge -mensen -enge -dieren/ .
6 E. Kolthoff, Basisboek criminologie, Den Haag: Boom Criminologie 2016, p. 24.
7 Idem voetnoot 6.
8J. Janssen, ‘On the Relationship between Animal Victimization and Stigmatization of Ethnic
Groups: the Case of Ritual Slaughter’, in: T. Spapens, R. White & M. Kluin (red.), Environmental
Crime and its Victims. Perspectives within Green Criminology, Burlington: Ashgate 2014, p. 205-217.
9A. Arluke & B. Sax, ‘Understanding Nazi Animal Protection and the Holocaust’, Anthrozoös 1992,
1, p. 6-31.
10 P.G. Zimbardo, C. Maslach, & C. Haney, ‘Reflections on the Stanford prison experiment: Genesis,
transformations, consequences’, in: T. Blass (red.), Obedience to authority: Current perspectives on
the Milgram paradigm, Mahwah, NJ: Lawrence ErlbaumAssociates 2000, p. 193-238.
11 C.R. Browning, Ordinary men: Reserve police battalion 101 and the final solution in Poland, New
York, NY: Harper Collins 1992.
PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010 417
Janine Janssen & Emile Kolthoff
bemoeienis met de excessen in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak, schetst Zim‐
bardo in zijn analyse een serie van dynamisch psychologische processen die
ervoor kunnen zorgen dat normale mensen overgaan tot onmenselijk gedrag.12
De belangrijkste van deze processen zijn ‘dehumanization’ (ontmenselijking),
gehoorzaamheid aan autoriteit, passiviteit bij confrontaties met bedreigingen,
zelfrechtvaardiging en rationalisatie. Zimbardo omschrijft als de kern van het
kwaad het proces van ontmenselijking waarmee bepaalde individuen of groepen
van individuen worden voorgesteld als minderwaardig ten opzichte van degenen
die het label aanbrengen. Vooroordelen leiden tot negatieve stereotypen in beeld
of taal, met als doel de slachtoffers van deze enge visie te vernederen en te degra‐
deren tot inferieur. Een manier om minderwaardigheid te benadrukken is door
vergelijkingen te maken met dieren.
De ‘cruelty link’
Algemeen wordt aangenomen dat het goed is voor kinderen om op te groeien met
dieren. Dat hen dat verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor andere levende
wezens oplevert.13 Tussen mensen en dieren kan het echter ook goed misgaan.
Het thema waarnaar in het veld van de studie van mens-dierrelaties het meeste
onderzoek wordt gedaan, is dat van de zogeheten ‘cruelty link’. Hier worden twee
relaties onderscheiden. Aan de ene kant wordt op het terrein van huiselijk geweld
verondersteld dat verschillende vormen van geweld bij elkaar komen. Niet alleen
partners en kinderen krijgen klappen, maar ook huisdieren lopen de nodige
risico’s. Achterliggende gedachte is dat alertheid op geweld tegen huisdieren hui‐
selijk geweld aan het licht kan brengen. Aan de andere kant is de gedachte popu‐
lair dat mensen die op jonge leeftijd andere dieren mishandelen, kans lopen zich
in een latere fase van hun leven te ontpoppen als zware geweldpleger14 of zelfs als
een seriemoordenaar.15 Hoewel over het verband tussen dierenmishandeling en
gewelddadige criminaliteit nog volop debat gaande is,16 besteden wij hier verder
geen aandacht meer aan deze relatie tussen dieren en geweldscriminaliteit.
12 P. Zimbardo, The Lucifer effect. How good people turn evil, New York, NY: Random House 2007.
13 In de literatuur wordt er echter ook voor gewaarschuwd deze band niet al te zeer te romantise‐
ren: een dier is een slecht substituut voor een ouder of een menselijke vriend en kan de affectie
voor het dier het beeld op de werkelijkheid vertroebelen, waardoor dierlijke en menselijke eigen‐
schappen verward worden. En dan is het ook nog maar de vraag of (huis)dieren zo veel plezier
hebben van de band met mensen. Zie: C. Danten, Slaves of Our Affection: The Myth of the Happy
Pet, Charlestone SC: Createspace Independent Publishing Platform 2015.
14 Zie bijv.: P. Wilson & G. Norris., ‘Relationship between criminal behaviour and mental illness in
young adults: conduct disorder, cruelty to animals and young adult serious violence’, in: Humani‐
ties & Social Sciences papers, Bond University: ePublications@bond 2003, https:// epublications.
bond. edu. au/ hss_ pubs/ 30/ .
15 J. Janssen, ‘De “cruelty link” nader bekeken. Een kritische blik op onderzoek naar de relatie
tussen (huiselijk) geweld tegen mensen en dieren’, Tijdschrift voor Veiligheid en Veiligheidszorg
2005, 4, p. 21-31; J. Janssen, ‘Geweld tegen mensen en dieren. Denken over correlatie, causatie
en de angst voor valse positieven’, PROCES 2012, 3, p. 156-166.
16 Zie voor een overzicht van de methodologische problemen bij de cruelty link: Janssen 2012.
418 PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010
Dierenliefde en onderwereld-pr
Behoefte aan een positief imago: de inzet van dieren voor onderwereld-pr
Pr voor het bedrijf
We willen hier niet in de valkuil stappen die het reilen en zeilen van de onderwe‐
reld als een strikt rationele onderneming beschrijft die alleen aan de logica van de
markt gehoorzaamt.17 Er zijn uiteraard wel parallellen met het leiden van een
commerciële onderneming, waarbij reclame en andere pr-uitingen in de buitenwe‐
reld een belangrijke rol spelen. Misdaadjournalist Bart Middelburg spreekt in dit
geval van onderwereld-pr, die hij als volgt definieert: ‘(…) als misdaadonderne‐
mers journalisten zodanig manipuleren dat sommige publicaties worden voorko‐
men of ontmoedigd, en andere publicaties juist worden bevorderd of geregis‐
seerd. Bij het voorkomen en ontmoedigen van publicaties is het oogmerk zo min
mogelijk ongewenste, voor de bedrijfsvoering, schadelijke aandacht te trekken
van het grote publiek, het opsporingsapparaat, zakelijke connecties in de legale
economie of concurrenten in de onderwereld; bij het bevorderen of regisseren van
publicaties wordt getracht de schadelijke effecten van dergelijke ongewenste aan‐
dacht te neutraliseren.’18 Met deze pr trachten misdaadondernemers volgens
Middelburg het beeld te vestigen en te handhaven dat zij goed zijn ‘voor hun oude
moeder en voor hun huisdieren, wat ze trouwens meestal ook zijn’.19 Ter illustra‐
tie schetst hij de casus Minu. In 1993 werd Mario Milano, een kopstuk van de
maffia, bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar. Milano was
op dat moment naar Canada uitgeweken. Maar zijn advocaat liet in 1997 aan jus‐
titie weten dat de door heimwee verscheurde maffiabaas bereid was zich over te
geven en op Sicilië zijn straf uit te zitten. Er waren echter twee voorwaarden: hij
wilde gedetineerd worden in een gevangenis in het hem vertrouwde Agrigento en
zijn kat, de pers Minu, zou bij hem in zijn cel mogen blijven. Hij gaf zich over,
maar Minu mocht zich van de autoriteiten niet bij hem voegen omdat justitie een
onbeheersbare precedentwerking vreesde.20
17 In zijn unieke studie naar de rol van geweld bij criminele afrekeningen waarschuwt Van de Port
voor dit al te strakke hanteren van dit economische model en vraagt hij ook aandacht voor meer
emotionele motieven zoals een behoefte aan eer of een zucht naar wraak. Zie: M. van de Port,
Geliquideerd. Criminele afrekeningen in Nederland, Amsterdam: Meulenhoff bv 2001.
18 B. Middelburg, Onderwereld-p.r. Hoe de misdaad de media manipuleert, Amsterdam: Pandora 2005,
p. 22-23.
19 Middelburg 2005, p. 23.
20 Middelburg 2005.
PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010 419
Janine Janssen & Emile Kolthoff
Ook in meer recent21 criminologisch onderzoek naar georganiseerde misdaad
wordt gewezen op het belang van een goede pers.22 Een belangrijke strategie die
criminelen hanteren om hun imago te verbeteren is die van het zogenaamde cri‐
minele weldoenerschap. Uit een recent afgerond onderzoek blijkt dat één op de
drie gemeenten kampt met criminele weldoeners: criminelen die hun illegaal ver‐
kregen vermogen gebruiken om door middel van liefdadigheid een respectabele
positie te verwerven in de gemeenschap. Een voorbeeld is de Brabantse wietcrimi‐
neel Humphrey D., die in Esbeek een grote manege kocht en uitgebreid ver‐
bouwde, waarna zijn vrouw in de lokale pers liet weten dat gehandicapte kinderen
gratis paard mochten komen rijden, terwijl het echtpaar ook sponsor was van het
Ronald McDonaldhuis.23 In een ander voorbeeld ging het om een witwasonder‐
zoek waarin de hoofdverdachte ook een stichting had die zich richtte op het wel‐
zijn van dieren.24 Daarnaast komen in het onderzoek allerlei rechtspersonen naar
voren waarvan niet erg duidelijk is wat ze precies doen, maar waarbij uit de naam
kan worden afgeleid dat het kan gaan om zaken als gezondheid, babyverzorging,
milieu, dieren, ouderen, werkplaatsen, het aanpakken van zinloos geweld, enzo‐
voort.25
Psychologische behoeften
In de onderwereld draait het niet alleen om zakelijke principes. Delinquenten
hebben ook psychologische behoeften. Wie kracht uit wil stralen kan zich bijvoor‐
beeld omringen met dieren die ook een dergelijke uitstraling hebben. Hiervoor is
betoogd dat we op moeten passen met het associëren van gevaarlijk gevonden
mensen met dito dieren, maar veel onderzoek naar de sociale betekenis van met
name huisdieren laat ook iets van de andere kant zien: velen zien huisdieren toch
ook als een soort ‘accessoire’, een ‘lifestyle item’: grote honden stralen kracht uit,
zeldzame dieren laten zien dat iemand niet onbemiddeld is.26 Naast het bewust
gebruikmaken van dieren voor pr-doeleinden achten wij het ook zeer wel denk‐
baar dat dieren in bepaalde gevallen dienen als hulpmiddel bij de toepassing van
21 Aangezien we eerder al over nazi-Duitsland spraken, willen we de lezers toch ook nog het vol‐
gende historische voorbeeld niet onthouden: er is vaak gedacht dat de nazi’s aandacht besteed‐
den aan dierenbescherming en -welzijn in het kader van een goede representatie. maar de
beweegredenen daarvoor waren veeleer ideologisch. Ondanks de vele dierenbeschermingswetten
die in de naziperiode in Duitsland werden aangenomen, bleek uit latere analyses bijvoorbeeld
niet dat in nazi-Duitsland minder vivisectie voorkwam als in dezelfde periode in Engeland. Zie:
A.M. Beck, ‘Animals in the Theird Reich: Pets, Scapegoats, and the Holocaust’, Contemporary Soci‐
ology 2002; U. Fritzsche, ‘Nazis and Animal Protection’, Anthrozoös 1992, 4, p. 218-221; Arluke &
Sax 1992.
22 E. Kolthoff & S. Khonraad, ‘Ondermijnende aspecten van georganiseerde criminaliteit en de rol
van de bovenwereld’, Tijdschrift voor Criminologie 2016, 2, p. 76-90.
23 M. Bruinsma, R. Ceulen & T. Spapens, Ondermijning door criminele ‘weldoeners’, Apeldoorn: Politie
en Wetenschap 2018.
24 Idem, p. 19.
25 Idem, p. 34.
26 J. Janssen, ‘Bij de beesten af. Huisdieren van en voor gedetineerden’, PROCES 2000, 11/12,
p. 186-191.
420 PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010
Dierenliefde en onderwereld-pr
neutralisatietechnieken, zoals beschreven door Sykes en Matza.27 Deze technie‐
ken omvatten het ontkennen van verantwoordelijkheid, het ontkennen van de
aangerichte schade of het aangerichte leed, ontkenning (of beter ‘miskenning’)
van het slachtoffer, en een beroep doen op loyaliteit (‘ik beschermde alleen maar
mijn familie’). Om het (vermeende) zelfbeeld van respectabele burger of lid van de
maatschappij in stand te houden moeten zij hun gedrag naar zichzelf en naar
anderen toe rechtvaardigen en daar kunnen dieren bij behulpzaam zijn. ‘Iemand
die zo goed voor zijn dieren is, kan geen slecht mens zijn.’
De neutralisatietechnieken van Sykes en Matza tonen veel overeenkomst met de
uit de psychologie bekende theorie van cognitieve dissonantiereductie van Festin‐
ger.28 Deze theorie richt zich op de cognitieve elementen van de persoon, dat wil
zeggen alle kennis, meningen en verwachtingen over de persoon zelf en diens
omgeving. Dissonantie treedt op als een cognitie strijdig is met een andere cogni‐
tie (bijvoorbeeld het plegen van gedrag dat strijdig is met een conventionele
waarde). Dissonantie is onaangenaam en veroorzaakt spanning. Om deze span‐
ning te reduceren zal de persoon technieken toepassen vergelijkbaar met de eer‐
dergenoemde neutralisatietechnieken, maar nu voor zichzelf, en ook daarbij
kunnen dieren weer behulpzaam zijn, bewust of onbewust. Zo lijkt het dat de in
het begin van dit artikel al genoemde Pistolen Paultje dieren vooral heeft ingezet
om te laten zien dat hij toch eigenlijk best wel een goeie jongen is. Het is niet uit‐
gesloten dat dit ook iets is dat bij criminele weldoeners een factor van invloed is.
Slot
Bij pr moeten we ons altijd afvragen wat we nou werkelijk van die reclameverha‐
len moeten geloven. Bij alertheid op onderwereld-pr moeten we voortdurend twee
vragen stellen: welk beeld probeert de delinquent op ons over te brengen en welk
doel dient dat? In tijden waarin we ook geteisterd worden door fake news is dat
geen slecht advies. Wat betreft de inzet van dieren in dit soort verhalen moeten
we ons nog iets anders afvragen: hoe diep zit die liefde nou echt? Betreft het
vooral window dressing of schiet iemand zelfs zo door in de liefde voor andere
soorten dat hij zelfs voor eigen rechter dreigt te gaan spelen? Het citaat aan het
begin van dit artikel laat wat dat betreft weinig aan duidelijkheid te wensen over.
Met zulke vrienden lijken dieren geen vijanden meer nodig te hebben. Want in al
die verhalen waarin zij onder regie van delinquenten een hoofdrol krijgen toebe‐
deeld, gaat het uiteindelijk niet om hen, maar om belangen van de bedenker van
de pr.
27 G.M. Sykes & D. Matza, ‘Techniques of neutralization. A theory of delinquency’, American Journal
of Sociology 1957, 22, p. 664-670.
28 L. Festinger, A theory of cognitive dissonance, Stanford, CA: Stanford University Press 1957.
PROCES 2018 (97) 6
doi: 10.5553/PROCES/016500762018097006010 421
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
On the Relationship between Animal Victimization and Stigmatization of Ethnic Groups: the Case of Ritual Slaughter
  • J Janssen
J. Janssen, 'On the Relationship between Animal Victimization and Stigmatization of Ethnic Groups: the Case of Ritual Slaughter', in: T. Spapens, R. White & M. Kluin (red.), Environmental Crime and its Victims. Perspectives within Green Criminology, Burlington: Ashgate 2014, p. 205-217.