ArticlePDF Available

Met recht een zorg: Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Met recht een zorg
Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning
2015
D. Claessen MSc, mr. dr. Q.A.M. Eijkman en dr. M. Lamkaddem*
1 Inleiding
Op basis van een casestudy gaat dit artikel in op de mate
van juridische kennis van lokale sociale professionals in
een wijkteam in Amersfoort over de Wet maatschappe-
lijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Daarnaast wor-
den knelpunten besproken die zij ervaren in de uitvoe-
ring van de juridische procedure. Onder mandaat van de
gemeente bereiden zij een besluit voor over een maat-
werkvoorziening terwijl zij hier niet per se voor zijn
opgeleid. Onbekend is of zij zich bewust zijn van de
juridische aspecten. Vanaf oktober 2016 tot februari
2017 zijn drie keukentafelgesprekken geobserveerd tus-
sen sociale professionals van dit wijkteam met mensen
met een beperking. Daarnaast is één casusoverleg geob-
serveerd en zijn zes professionals geïnterviewd. Vier
keukentafelgesprekken zijn geobserveerd met mensen
met een cognitieve beperking en hun belangenbeharti-
gers in andere Utrechtse gemeenten.1 De resultaten
worden besproken in dit artikel nadat we het besluitvor-
mingsproces op papier beschrijven. In de laatste para-
*D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang
tot het Recht van de Hogeschool Utrecht. Mr. dr. Q.A.M. (Quirine)
Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het Col-
lege voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel
geschreven). Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker
bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.
1. Claessen, D., Eijkman Q.A.M., Lamkaddem, M. (2017). Hulp en recht
aan de keukentafel: De toegang tot de Wet maatschappelijke onder-
steuning volgens lokale professionals. Utrecht: Kenniscentrum Sociale
Innovatie, Hogeschool Utrecht.
graaf worden onbedoelde consequenties van de rol van
het wijkteam in kaart gebracht. Ook worden er aanbeve-
lingen gedaan om de kwaliteit van besluitvorming te
verbeteren zodat de rechtspositie van mensen met een
beperking sterker gewaarborgd kan worden.
2 Van recht op zorg naar
maatwerk
Sinds de decentralisaties van 2015 houden gemeenten
zich meer dan ooit bezig met de zorg, ondersteuning en
participatie van burgers. Er is een fundament gelegd
voor Verzorgingssteden waarin niet zozeer protocollen
leidend zijn, maar waar burgers en professionals samen
uitvinden hoe iemand met een beperking vanuit de
eigen leefomgeving kan participeren in de samenleving.
Standaard diensten zoals aangeboden onder het oude
stelsel van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) zijn per 1 januari 2015 vervangen door per-
soonlijk maatwerk: een op de persoon toegesneden
oplossing voor een participatie- en/of zelfredzaamheids-
probleem. Waar mensen met een beperking voorheen
recht hadden op zorg als zij aan bepaalde voorwaarden
voldeden, is er krachtens de Wmo 2015 sprake van een
voorziening als blijkt dat iemand het niet op eigen
kracht redt. Daarmee lijkt de wetgever overgestapt van
gelijkheid als dragend rechtsidee bij de toegang tot zorg
naar ieder het zijne.
3
doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002 H&R 2018 | nr. 1
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
In zo’n 90 procent2 van de gemeenten zijn wijkteams
opgericht met sociale professionals die zich verdiepen in
de persoonlijke situatie van mensen die zich melden met
een ondersteuningsvraag. Hieruit moet blijken of
iemand zijn beperkingen het hoofd kan bieden met alge-
meen toegankelijke voorzieningen zoals hulpverlening
door het wijkteam en de inzet van het eigen netwerk.
Als dit niet afdoende is, dan kan de cliënt een aanvraag
doen voor een maatwerkvoorziening zoals huishoudelij-
ke zorg, een woningaanpassing of specialistische begelei-
ding. Vaak heeft een wijkteam in de praktijk het
gemeentelijke mandaat om een besluit over een maat-
werkvoorziening voor te bereiden en te nemen. Deze
lokale sociale professionals hebben daarmee een dubbele
taak: als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cli-
enten te behartigen en als poortwachter moeten ze bepa-
len wie in aanmerking komt voor voorzieningen op basis
van de Wmo 2015. Gesprekken aan de keukentafel met
cliënten eindigen dus niet per se in een besluit. Het is
voor burgers en hun mantelzorgers daarom niet altijd
duidelijk wie formeel beslist: de gemeente of het wijk-
team.3
Door deze professionals te laten communiceren met
burgers, wordt gestreefd naar een gehumaniseerde
rechtsbetrekking. Ondersteuningsvragen zouden dan op
een informele, minder juridische en laagdrempelige
manier afgehandeld kunnen worden. Door de toene-
mende nadruk op maatwerk hebben zij meer ruimte
voor professionele oordeelsvorming gebaseerd op erva-
ring en reflectie waarbij moraliteit, persoonlijke idealen
en normatieve overwegingen inherent verbonden zijn
met hun handelen.4 Burgers kunnen dan tegelijkertijd
op hun eigen verantwoordelijkheid gewezen worden op
een manier die vrijwel niet leidt tot juridische geschil-
len: door in samenspraak na te gaan welke voorzieningen
passend zijn, kunnen deze immers in een informeel
hulpverleningstraject worden opgelost – zonder juridi-
sche middelen als een bezwaarschrift of beroep.5
Voor mensen die afhankelijk zijn van voorzieningen op
basis van de Wmo 2015 is de manier waarop professio-
nals in een wijkteam wet- en regelgeving begrijpen en
implementeren uiterst belangrijk. Vooralsnog is niet
bekend of deze lokale professionals zich bewust zijn van
de juridische aspecten van hun besluitvorming. Daarom
gaan we eerst in op besluitvorming op papier en vervol-
gens besluitvorming in de praktijk van het keukentafel-
gesprek.
2. Van de G32-gemeenten werkt 96% met sociale (wijk)teams. Bij de ove-
rige (middelgrote tot kleine) gemeenten is dat 86%. Zie verder: Arum,
S., & Schoorl, R. (2015). Sociale (buurt)teams in beeld: Stand van zaken
na de decentralisaties. Utrecht: Movisie.
3. Eijkman, Q.A.M. (2017). Toegang tot het recht gaat glocal (Openbare
les). Utrecht: Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht.
4. Jacobs, G., Meij, R., Terwolde, H. & Zomer Y. (red.). (2008). Goed
werk. Verkenningen van normatieve professionalisering. Amsterdam:
Humanistics University Press.; Van Doorn, L. (2008). Sociale professio-
nals en morele oordeelsvorming (Openbare les). Utrecht: Kenniscen-
trum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht.
5. Vonk, G., Klingenberg, A., Munneke, S., & Tollenaar, A. (2016).
Rechtstatelijke aspecten van de decentralisaties in het sociale domein.
Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
3 Besluitvorming op papier
Op basis van de Wmo 2015 biedt de gemeente maat-
schappelijke ondersteuning en levert zo nodig hulp bij
algemene dagelijkse levensverrichtingen en een gestruc-
tureerd huishouden zodat iemand zo lang mogelijk van-
uit de eigen leefomgeving kan participeren.6 Iemand kan
zich melden met een participatie- of zelfredzaamheids-
probleem, maar ook met een concrete vraag zoals een
aanvraag voor huishoudelijke zorg. Vanuit de Algemene
wet bestuursrecht (Awb) bekeken, is het van belang of
de vraag van de burger een aanvraag is, ofwel een ver-
zoek aan het bestuursorgaan om een besluit te nemen.
Krachtens de Wmo 2015 kan echter elk verzoek worden
gezien als een vraag voor ondersteuning bij het vergro-
ten van de zelfredzaamheid of participatie. Dit resulteert
in een besluitvormingsproces met maximaal vijf stap-
pen: melding, verslag, aanvraag, besluit en uitvoering.
Gemeenten zijn na de melding wettelijk verplicht onder-
zoek te doen naar de persoonlijke situatie van deze bur-
gers.7 Vaak zijn wijkteams gemandateerd om dit proces,
al dan niet gedeeltelijk, uit te voeren.8 De sociale profes-
sionals hebben dan de inspanningsverplichting om man-
telzorger(s) van de cliënt bij het gesprek te betrekken.
Ook dient het wijkteam mensen erop te wijzen dat ze
zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke cli-
entondersteuner en de mogelijkheid tot het indienen van
een persoonlijk plan dat meegenomen dient te worden
bij het onderzoek.9 De professional brengt vervolgens in
kaart hoe zelfredzaamheid en participatie kunnen wor-
den verbeterd door in samenspraak met de cliënt en de
mantelzorgers te komen tot een onderbouwd plan.
Dit leidt tot een verslag waarin de professional vastlegt
wat er afgesproken is of voorgesteld wordt als oplossing
voor de problemen. Daarbij kunnen diverse maatwerk-
oplossingen voorgesteld worden: verder gaan op eigen
kracht, het inschakelen van het eigen netwerk, gebruik-
maken van een algemene voorziening of een maatwerk-
voorziening. Als dat laatste het geval is dan moet de cli-
ent een aanvraag10 indienen door het verslag te onderte-
kenen, binnen zes weken na de melding. Vervolgens
neemt het wijkteam, namens de gemeente, binnen twee
weken een besluit over een maatwerkvoorziening. In de
andere drie gevallen is met het verzenden van het ver-
slag de procedure in reactie op de melding afgerond. Als
de conclusie van het verslag is dat de cliënt geen aan-
spraak maakt op een maatwerkvoorziening dan kan hij
alleen door toch een aanvraag in te dienen een besluit in
6. Art. 1.1.1 Wmo 2015. Art. 2.3.5, lid 3, Wmo 2015.
7. Art. 2.3.2, lid 4, Wmo 2015.
8. Art. 2.6.3 en art. 2.6.4 Wmo 2015.
9. Art. 2.3.2, lid 3 en 4 Wmo 2015.
10. Een aanvraag hoeft niet altijd een afzonderlijk schrijven aan B&W te
zijn. In de praktijk wordt wel een werkwijze gehanteerd dat, als uit het
keukentafelgesprek duidelijk wordt dat het wijkteam namens de
gemeente vindt dat recht bestaat op een maatwerkvoorziening en de
betrokkene die ook wil hebben, dit in het verslag wordt aangetekend en
van de handtekening van de cliënt wordt voorzien. Het verslag fungeert
vervolgens als aanvraag.
4
H&R 2018 | nr. 1 doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
handen te krijgen waartegen bezwaar en beroep mogelijk
is.11
4 Besluitvorming rond de
keukentafel
De werkwijze van wijkteams verschilt in meer of minde-
re mate per gemeente. Er zijn echter beleidsmatige uit-
gangspunten, zoals met generieke kennis gebiedsgericht
anticiperen op vragen van burgers.12 Ondersteunings-
vragen van cliënten worden integraal aangepakt wat bij
het wijkteam in deze casestudy gevat wordt in zeven
kernfuncties:13 1) beslissen over de toegang tot gemeen-
telijk gefinancierde voorzieningen;14 2) wegwijzen naar
de basisinfrastructuur;15 3) voeren van regie in het kader
van één huishouden, één plan, één regisseur; 4) vraag
11. Marseille, A.T. & Vermaat, M.F. (2017). ‘Burgers op zoek naar rechts-
bescherming in het sociaal domein.’ Handicap & Recht, 2 (1), p. 9-15.
12. De Waal, V. (2016). Sociale (wijk)teams onderzocht: zicht op ontwik-
kelingen en knelpunten. Utrecht: Kenniscentrum Sociale Innovatie,
Hogeschool Utrecht.
13. Rekenkamer Amersfoort. (2017). Rekenkameronderzoek. Effectiviteit
en efficiëntie sociale wijkteams Amersfoort. Geraadpleegd op 5 april
2018, van https:// www. nvrr. nl/ bibliotheek/ 79446/ Effectiviteit -en -
efficiëntie -sociale -wijkteams -Amersfoort.
14. Met uitzondering voor inkomensvoorzieningen en arbeidstoeleiding.
15. Onder de basisinfrastructuur vallen voorzieningen in de wijk en de
gemeente, zoals de woningbouw, buurthuizen of vrijwilligersorganisa-
ties.
verhelderen; 5) versterken eigen kracht; 6) uitvoeren van
ambulante zorg en ondersteuning op het gebied van
Jeugdzorg, Wmo 2015 en sociale zekerheid; 7) signale-
ren.16 Tijdens keukentafelgesprekken van het wijkteam
in deze casestudy wordt de zelfredzaamheid van een cli-
ent in kaart gebracht met de Zelfredzaamheid-Matrix
(ZRM).17 De sociale professional inventariseert de mate
van zelfredzaamheid op leefgebieden zoals inkomen,
tijdsbesteding, geestelijke gezondheid, lichamelijke
gezondheid, algemene dagelijkse levensverrichtingen,
sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en midde-
lengebruik.
4.1 Juridische kennis van lokale sociale
professionals
In dit onderzoek hebben we gekeken naar de kennis van
lokale sociale professionals over de procedure van de
Wmo 2015. Zij lijken die kennis in enige mate te heb-
ben. De mogelijkheid voor cliënten om een persoonlijk
plan in te dienen kwam niet ter sprake tijdens de inter-
views, noch tijdens de in totaal zeven geobserveerde
keukentafelgesprekken. De professionals zijn op de
hoogte van onafhankelijke cliëntondersteuning, maar lij-
16. Signaleren wordt in deze gemeente omschreven als: breed te kijken
naar een hulpvraag door eventuele andere knelpunten in het functione-
ren te bevragen.
17. Het is onbekend hoeveel gemeenten en wijkteams met deze matrix
werken. Zie verder: Movisie. (2017, 17 september). De Zelfredzaam-
heid-Matrix (ZRM). Geraadpleegd op 5 april 2018, van https:// www.
movisie. nl/ tools/ zelfredzaamheid -matrix -zrm.
Figuur 1 Procedure Wmo 2015: van melding tot beschikking. Schulinck/Wolters Kluwer Nederland B.V.*
* Schulinck. (z.d.). Procedure Wmo 2015: van melding tot beschikking. Geraadpleegd op
4 april 2018, van https://www.schulinck.nl/domeinen/sociaal-domein/wmo/wmo-2015-
procedure.18328.lynkx.
5
doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002 H&R 2018 | nr. 1
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
ken zich nauwelijks bewust dat cliënten daarvan op de
hoogte gesteld zouden moeten worden tijdens de mel-
ding.18 Alle professionals zijn op de hoogte van de
mogelijkheid voor cliënten om bezwaar te maken bij de
gemeente tegen het besluit van het wijkteam. Als op
basis van het keukentafelgesprek besloten wordt dat de
cliënt recht heeft op een maatwerkvoorziening en de cli-
ent wil die ook hebben, dan dient de rapportage met de
uitkomsten door de cliënt ondertekend te worden. Deze
rapportage fungeert vervolgens als aanvraag. Professio-
nals vertelden echter dat cliënten de rapportage kunnen
ondertekenen ‘voor akkoord’ of ‘voor gezien’. Door voor
akkoord te tekenen doen ze een aanvraag voor een maat-
werkvoorziening als het wijkteam vond dat het recht
daarop bestond. Door voor gezien te ondertekenen werd
slechts bevestigd dat het verslag ontvangen was. In dat
geval doet de cliënt geen aanvraag waardoor hij geen
besluit in handen krijgt waartegen bezwaar mogelijk is.
Op de vraag of cliënten dit onderscheid begrijpen, ant-
woordt een van de geïnterviewden dat het team dit niet
goed begrijpt, en dat cliënten het ‘dan al helemaal niet
begrijpen’.
De professionals zijn op de hoogte van de wettelijke ter-
mijnen die zijn vast gelegd in werkprocessen en een
ICT-systeem. Zij krijgen een melding in het systeem als
de termijn niet behaald is. De statistieken die daaruit
voortvloeien worden door de gemeente teruggekoppeld
aan de teamleider die dit bespreekt met de professionals.
4.2 Hulp en recht in de praktijk
Op weg naar een keukentafelgesprek, eind november
2016, vertelt een professional: ‘Het gaat erom om op
basis van kennis, ervaring en intuïtie te komen tot maat-
werk en dat dan ook nog eens juridisch passend te
maken.’ Het keukentafelgesprek dat zij voert verloopt
daarna als volgt:
De professional legt een bejaarde dame en haar thuis-
wonende zoon uit dat het doel is om te kijken of de
beschikking voor dagbesteding verlengd moet wor-
den. De vrouw zegt dat ze dit ontzettend hoopt, want
na een periode waarin ze niet meer wilde leven kwam
de dagbesteding als een ‘geschenk’. Ze beantwoordt
de vragen van de professional niet eenduidig, maar
vertelt allerlei gebeurtenissen uit haar leven. De pro-
fessional luistert geïnteresseerd en stelt regelmatig
een vraag in dienst van haar onderzoek. Na drie
kwartier geeft ze aan dat het haar duidelijk is gewor-
den dat mevrouw heel graag naar de dagbesteding
blijft gaan. Ze legt uit dat zij deze beslissing niet
alleen neemt, maar met collega’s. Ze belooft de dame
meteen na de vergadering, twee dagen later, te bellen.
Na het gesprek zegt de professional dat ze het vervelend
vindt om de dame in onzekerheid achter te laten, omdat
zij zich waarschijnlijk zorgen zal maken terwijl het dui-
delijk is dat de beschikking moet worden verlengd.
18. Vaak zijn zij hier niet direct bij betrokken omdat de melding binnenkomt
via een centraal telefoonnummer waarna mensen naar het juiste wijk-
team in de stad worden verwezen.
Toch staat ze achter haar handelen: ze vindt het belang-
rijk dat het besluit met het team genomen wordt. Ook
haar collega’s blijken te hechten aan het gezamenlijk
dragen van de verantwoordelijkheid voor een besluit.
Hun wekelijkse teamoverleg heeft de bedoeling om ken-
nis en ervaring te delen en zou de totstandkoming van
eenzelfde beoordelingskader bevorderen. Om dezelfde
reden voeren professionals het keukentafelgesprek vaak
in tweetallen. De professionals zijn zich bewust van sub-
jectiviteit van hun besluitvorming. Dit blijkt uit de vol-
gende passage uit het groepsinterview:
Professional 1: Soms word je teruggestuurd met ‘doe
nog maar wat extra onderzoek’. En soms denk je: ‘nu
moet ik flink aan de bak om dit voor elkaar te krijgen
en heb je binnen vijf minuten een beschikking’.
Professional 2: Het is een verrassing, elke keer weer.
[Lach]
Professional 1: Ja, en het kwetsbare vind ik wel dat het
afhangt van hoe goed wij het woorden geven.
Professional 2: En wie het doet of een cliënt krijgt wat
hij nodig heeft.
Professional 1: Of wat de cliënt wil.
Professional 3: Ja, het houd je wel scherp ja.
Professional 1: Ja, dus dat vind ik wel best pittig.
(groepsinterview sociale professionals, februari 2017)
In de teamvergadering van dit wijkteam wordt de rap-
portage in een format geprojecteerd op de muur, waarbij
de professional die het keukentafelgesprek voerde dit
toelicht. Vervolgens bevragen de overige teamleden het
onderzoek aan de hand van de zogeheten zeven ‘leiden-
de principes’ die in samenwerking met de gemeente zijn
ontwikkeld. Deze zijn: 1) veiligheid van het kind/de
burger staat voorop; 2) één gezin, één plan, zo veel
mogelijk één gezicht; 3) versterken eigen kracht (door de
generalistische professional als coach): 4) vroeginterven-
tie en preventie voorop; 5) cliëntvraag is leidend bij het
inrichten van de zorg (niet het aanbod van een zorgaan-
bieder); 6) zo effectief mogelijk doorverwijzen (als aan-
vullende zorg nodig is); 7) betrekken en benutten van
sociale basisvoorzieningen.19 In de overlegruimte liggen
deze principes geplastificeerd op tafel. Uit meerdere
interviews blijkt dat de leidende principes onvoldoende
houvast geven bij het nemen van een besluit over een
maatwerkvoorziening en daarom zoeken ze naar criteria,
zoals duidelijk wordt in het volgende voorbeeld uit een
individueel interview:
Professional: (…) die mensen vragen een PGB voor
eigenlijk 28 uur verzorging en begeleiding per week
voor een familielid. (…) Wij komen echt niet hoger
uit dan 20,5 uur op basis van wat zij aanleveren.
Onderzoeker: Hoe kom je aan een totaalaantal uren?
Professional: De cliënten hebben uitgeschreven wat ze
doen. Wij zijn gaan kijken wat zou je redelijkerwijs
19. Rekenkamer Amersfoort. (2017). Rekenkameronderzoek. Effectiviteit
en efficiëntie sociale wijkteams Amersfoort. Geraadpleegd op 5 april
2018, van https:// www. nvrr. nl/ bibliotheek/ 79446/ Effectiviteit -en -
efficiëntie -sociale -wijkteams -Amersfoort.
6
H&R 2018 | nr. 1 doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
kunnen beschikken en wat valt onder gebruikelijke
zorg. (…) Net als bij de thuiszorg staat daar een aan-
tal minuten voor. Dan reken je dat.
Onderzoeker: Zijn er standaarden om die tijd in te
delen, te berekenen?
Professional: Nee, en dat is het vervelende. Vanuit
persoonlijke verzorging weet een collega [verpleeg-
kundige] dat, omdat ze voor de thuiszorg werkte. Die
uren houd je dan maar gewoon aan. Ja, waarom zou-
den we ervan afwijken, die tijden zijn er niet voor
niets. Met uren [persoonlijke] begeleiding heb je
[echter] geen enkel houvast.
(individueel interview professional, december 2016)
De professional houdt er in deze casus rekening mee dat
de mantelzorgers namens de cliënt bezwaar aantekenen
tegen het besluit van het wijkteam. Een bezwaarschrift,
gevolgd door een eventuele beroepszaak, ziet zij in dit
geval als meerwaarde: ‘Soms is het ook maar fijn om het
voor een rechter te krijgen, want dan ontstaat er juris-
prudentie en weten we wat blijft staan en wat niet. Want
op die manier leer je ook. Nu is er geen jurisprudentie
over, dus je bent ook nog helemaal vrij. Wat kan wel en
wat kan niet?’
Professionals lijken een bezwaarprocedure echter vooral
te vermijden, zo blijkt onder andere uit de volgende pas-
sage uit het groepsinterview:
Professional 1: Ik heb nu een zaak waar veel gedoe is.
Je wilt voorkomen zeg maar dat er een bezwaar wordt
ingediend want dan is er nog meer werk en daarom
duurt het soms langer dan zes weken om overeen-
stemming te krijgen met elkaar om een klap erop te
geven.
Professional 2: Het is voor niemand helpend.
Professional 1: Het is voor niemand helpend en zeker
niet voor de cliënt.
Professional 3: Dus dan doe je wat eerder water bij de
wijn?
Professional 2: Nee, dat niet!
Professional 1: Nee, nee dat niet nee. Nee, je gaat
meer de gesprekken aan en je wilt weten waarom ze
dingen doen zoals ze doen zeg maar en waarom ze
denken dat ze er recht op hebben.
In een individueel interview geeft een professional aan
dat een cliënt niet terecht kan bij het wijkteam voor
ondersteuning bij een eventueel bezwaar tegen het
besluit. Zij geven de voorkeur om opnieuw in gesprek te
gaan. Onafhankelijke cliëntondersteuners, die zouden
moeten toezien op de rechtsbescherming van cliënten
tijdens de procedure, komen we niet tegen bij de zeven
geobserveerde keukentafelgesprekken. Het recht op
onafhankelijke cliëntondersteuning komt bij de gesprek-
ken met professionals alleen ter sprake als we er recht-
streeks naar vragen zoals tijdens het groepsinterview:
‘Het kan ook voor ons heel ondersteunend zijn dat ze
erbij zijn. Ze geven aanvullende informatie, MEE
[organisatie die o.a. onafhankelijke cliëntondersteu-
ning biedt] weet soms dingen die wij niet weten, dat
kan handig zijn. En het kan de cliënt ook geruststel-
len dat er iemand met hen meekijkt waardoor het hele
proces soepeler verloopt. Het kan ook weleens tegen-
werken, dat er iemand naast zit waarvan je denkt:
nou, hier worden we niet zo gelukkig van omdat die
zelf al de hakken in het zand zet. Dus dat wisselt.’
Deze professional wist dat onafhankelijke cliëntonder-
steuning een ‘recht is’. Daarnaast lijken professionals
het belangrijk te vinden dat mensen informatie krijgen
over de procedure. Zo begint iedere professional het
keukentafelgesprek met een korte uitleg over de werk-
wijze van het wijkteam afgestemd op hun inschatting
van het vermogen van de cliënt. Als te veel informatie
naar hun mening leidt tot een afbreuk vertrouwen, bij-
voorbeeld als een dementerende cliënt daarvan in de war
raakt, dan beperken ze de uitleg.
Op de vraag hoe zij juridische kennis vergaren, ant-
woordt een professional: ‘Je besmet elkaar met informa-
tie’. Later vertelt ze: ‘We laten ons [in het dagelijkse
werk] niet zo bepalen door de juridische kaders. Je komt
er eigenlijk alleen mee in aanraking als de klant het niet
eens is met je. Dus op het moment dat er een klacht of
een bezwaar gaat komen, krijg je te maken met de juridi-
sche kaders. Dan ben je je opeens bewust van: “O ja, ik
moet het dus wel allemaal op een bepaalde manier
onderbouwen. Wat staat er eigenlijk in de verordening
en de nadere regels van de gemeente? Wat wij zeggen,
houdt dat juridisch wel stand?”’
Professionals lijken bij het formuleren van hun besluit
vooral woorden in de geest van de wet te kiezen. Dat
blijkt uit de volgende uitspraak van dezelfde professio-
nal: ‘Het is belangrijk om in de conclusie [van de rap-
portage] al te spreken over zelfredzaamheid en partici-
patie. (…) Nou ja, als je dat dan op die manier ver-
woordt: op basis van ons onderzoek is gebleken dat u
niet zelfredzaam bent en niet zelfstandig kunt participe-
ren vanwege die en die beperkingen. Als u die niet krijgt
dan gebeurt er dit, dit en dit en daarom is het noodzake-
lijk om die en die redenen dat u specialistische hulp
krijgt. Dan heb je het binnen de kaders van de Wmo
onderbouwd waarom je iemand iets beschikt.’
5 Met recht een zorg
Lokale sociale professionals hebben een belangrijke rol
bij het waarborgen van de rechtspositie van mensen met
een beperking aan de poort van de Wmo 2015. Dit arti-
kel gaf inzicht in de wijze waarop zij de Wmo 2015
begrijpen en uitvoeren. Op basis van één casestudy van
een wijkteam in Amersfoort, die plaatsvond tussen eind
2016 tot begin 2017, suggereren wij dat deze professio-
nals enige kennis hebben van deze wet. Juridische
kaders lijken voor hen vooral van belang geworden
doordat zij door een bezwaarprocedure aansprakelijk
gesteld kunnen worden voor hun besluit over een maat-
werkvoorziening.
7
doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002 H&R 2018 | nr. 1
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
In de praktijk hebben zij te maken met meerdere juridi-
sche knelpunten. Ten eerste is er een spanningsveld
omdat zij enerzijds de expliciete opdracht hebben om de
eigen kracht van mensen te bevorderen. Juridische
empowerment van burgers tijdens het onderzoek in het
kader van de Wmo 2015 kan echter leiden tot professio-
neel risico omdat zij namens de gemeente het besluit
over een maatwerkvoorziening voorbereiden en in de
praktijk nemen. Het vergt juridische kennis en professi-
onele moed om zich te positioneren in het belang van de
burger en de eigen aansprakelijkheid te incasseren.
Mede doordat ze niet per se zijn opgeleid om met deze
dubbele pet om te gaan, bestaat het risico dat ze juridi-
sche aansprakelijkheid vermijden. Ten tweede opereren
zij op glad ijs ten aanzien van het waarborgen van wette-
lijke normen. Door de toenemende nadruk op maatwerk
hebben professionals handelingsruimte om op basis van
ervaring en reflectie te komen tot een oordeel over een
maatwerkvoorziening. Ze onderschrijven dit met woor-
den in de geest van de wet zonder de juridische normen
werkelijk te kunnen waarborgen. Dit heeft consequen-
ties voor de rechtspositie van de cliënt. Ten derde ligt
hun hart en hoofd vaak bij het opbouwen van een ver-
trouwensrelatie met mensen en geven ze soms minder
gewicht aan de juridische kant van de zaak, vooral als
iemand daardoor in de war zou raken, door bijvoorbeeld
dementie. Ze zijn daardoor in mindere mate gericht op
het voorbereiden van een zorgvuldige rechtsbetrekking.
Sociale wijkteams brengen de veranderende rechtsbe-
trekking tussen de overheid en burgers tot stand. Deze
institutionele context draagt bij aan een gehumaniseerde
rechtsbetrekking. Enerzijds kan hierdoor rekening wor-
den gehouden met de persoonlijke situatie van mensen,
en zijn er minder juridische procedures die tot vertra-
ging leiden; klachten worden afgehandeld door sociale
professionals in gesprek te laten gaan met burgers.
Anderzijds heeft dit onbedoelde gevolgen voor de orga-
nisatie van de geschillenbeslechting. De Nationale
ombudsman constateert dat burgers niet altijd een
klacht indienen omdat zij bang zijn voor de gevolgen
voor de verhouding tot de gemeente of het wijkteam.20
Wijkteams kunnen juridisering te veel voorkomen waar-
door klachten, die uiteindelijk kunnen bijdragen aan het
ontstaan van jurisprudentie, verhuld blijven. In de prak-
tijk lijkt het decentralisatieproces zich dan deels te rich-
ten op het verminderen van juridische weerstand bij
burgers.21
Ondanks het feit dat op basis van de Algemene wet
bestuursrecht rechtsbescherming voor burgers bestaat,
toont de discussie over integrale geschillenbeslechting in
het sociaal domein aan dat toegang tot het recht bij de
20. Nationale Ombudsman. (2017). Terug aan tafel, samen de klacht
oplossen: Onderzoek naar klachtbehandeling in het sociaal domein na
de decentralisaties. Geraadpleegd op 4 april 2018, van https:// www.
nationaleombudsman. nl/ onderzoeken/ 2017035 -onderzoek -naar -
klachtbehandeling -het -sociaal -domein -na -de -decentralisaties.
21. Tollenaar, A. (2016). ‘Humane rechtsbetrekking in de lokale verzor-
gingsstaat.’ In Vonk. G., A. Klingenberg, S. Munneke & A. Tollenaar
(red.), Decentralisaties in het sociale domein vragen om groot onder-
houd aan stelsel van rechtsbescherming. Groningen: Universiteit Gro-
ningen, p. 27-60.
Wmo 2015 niet voor iedereen vanzelfsprekend is.22
Mede daarom vond de wetgever de rol van de onafhan-
kelijke cliëntondersteuner essentieel. Het is onduidelijk
hoe consciëntieus gemeenten en wijkteams deze ver-
plichting nakomen. Wij merken bovendien dat lokale
professionals de cliëntondersteuner niet altijd proactief
uitnodigen aan de keukentafel. Dit kan verstrekkende
gevolgen hebben voor de rechtsbescherming van men-
sen in een latere fase van de procedure want die wordt
daardoor beïnvloed. De frequentie waarmee gebruik
wordt gemaakt van onafhankelijke cliëntondersteuners
en de rol die zij spelen, zijn van belang om te onderzoe-
ken voor de discussie over de rechtszekerheid van min-
der mondige mensen in het sociaal domein.
Beleidsmakers moeten waakzaam zijn voor al te enthou-
siaste aannames over het uitblijven van klachten van
mensen met een beperking in het kader van de Wmo
2015. Het vermogen van wet- en regelgeving om hun
positie te beschermen in het lokale krachtenveld is
beperkt. Gemeenten kunnen wijkteams aanmoedigen te
fungeren als lokale mensenrechtenactoren.23 Dit bete-
kent ten eerste dat geïnvesteerd wordt in professionali-
sering van juridische kennis over nieuwe wet- en regel-
geving. Ten tweede hebben wijkteams autonomie nodig
om zich te positioneren op basis van de uitgangspunten
van de International Federation of Social Workers
(IFSW)24 gebaseerd op rechtvaardigheid en mensen-
rechten. Ten derde kan het betrekken van wijkteams bij
het ontwikkelen van gemeentelijk beleid bijdragen aan
rechtvaardigheid voor burgers als zij daarbij een kriti-
sche, al dan niet activistische positie, in kunnen nemen.
22. Scheltema, M. (2017). Advies-Scheltema over Integrale Geschilbeslech-
ting Sociaal Domein: Advies van regeringscommissaris Scheltema over
de mogelijkheid van een integrale geschilbeslechting in het sociaal
domein, 3 oktober 2017, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse
Zaken- en Koninkrijksrelaties.
23. Oomen, B. & Van den Berg, E. (2014). ‘Human Rights Cities: Urban
Actors as Pragmatic Idealistic Human Rights Users.’ Human Rights and
International Legal Discourse, 8 (2): 160-185.
24. Social work is a practice-based profession and an academic discipline
that promotes social change and development, social cohesion, and the
empowerment and liberation of people. Principles of social justice,
human rights, collective responsibility and respect for diversities are
central to social work. Underpinned by theories of social work, social
sciences, humanities and indigenous knowledge, social work engages
people and structures to address life challenges and enhance wellbeing.
IFSW. (2014). Global Definition of Social Work. Geraadpleegd op
4 april 2018, van http:// ifsw. org/ get -involved/ global -definition -of -
social -work/
8
H&R 2018 | nr. 1 doi: 10.5553/HenR/246893352018002001002
Dit artikel uit Handicap & Recht is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor anonieme bezoeker
... Er zijn enkele studies verricht die inzicht bieden in de afwegingen die worden gemaakt in keukentafelgesprekken. Naast enkele kleine studies (Claessen, Eijkman, & Lamkaddem, 2018; Van Hees, 2017) is er een meer uitgebreid onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam naar "De Verhuizing van de verzorgingsstaat" (Bredewold et al., 2018). De onderzoekers onderzochten tussen 2015 en 2018 een zestigtal keukentafelgesprekken, vele wijkteamvergaderingen en beleidsstukken in zes gemeenten. ...
... Het bevorderen van professionalisering van de gespreksvoerder zou samen moeten gaan met meer ruimte voor de professional. Hoewel dit laatste een van de doelen van de transformatie is, blijkt hun discretionaire ruimte in veel gemeenten beperkt (Bredewold et al., 2018;CEG, 2016;Claessen et al., 2018;Van Hees, 2017). ...
... In de praktijk blijkt die discretionaire ruimte in gemeenten vaak beperkt (Bredewold et al., 2018;Van Hees, 2017). In zulke gevallen formuleren gespreksvoerders hun motivatie om het eigen netwerk niet zwaarder te belasten in de beleidsterminologie en voeren ze redenen op waarvan ze veronderstellen of weten dat die binnen het Wmo-beleid als legitieme redenen worden geaccepteerd voor professionele ondersteuning (Bredewold et al., 2018, p. 125-126, 201-202;Claessen et al., 2018). Bredewold et al. (2018) duiden dit aan als een vorm van verzet van professionals tegen het Wmo-beleid. ...
Article
Full-text available
Er bestaat ongemak over het Wmo-beleid bij gespreksvoerders die namens de gemeente de keukentafelgesprekken voeren met inwoners die maatschappelijke ondersteuning aanvragen via de Wmo 2015. De dominante beleidsdoelstelling van het bevorderen van zelfredzaamheid biedt gespreksvoerders onvoldoende houvast bij het bespreken en afwegen van moeilijke keuzes. In de praktijk blijken Wmo-gespreksvoerders in zekere mate hun professionele ruimte te gebruiken en hun beslissingen niet alleen te baseren op de waarde van het bevorderen van zelfredzaamheid, maar ook op andere waarden. Op basis van een literatuuronderzoek en een beperkt empirisch onderzoek identificeren en verhelderen we de waarden die een rol spelen bij keuzes over informele en professionele ondersteuning.Het begrip zelfredzaamheid verwijst naar de waarde van autonomie als zelfontwikkeling. Andere waarden die een rol spelen bij de keuzes in het keukentafelgesprek zijn die van het respecteren van de keuzevrijheid van de cliënt en het voorkomen van schade, bijvoorbeeld vanwege verwaarlozing. Indien wordt erkend dat niet een maar meerdere waarden in het spel zijn, waartussen spanningen kunnen bestaan, biedt dat de gespreksvoerders een conceptueel afwegingskader. Dit kader kunnen ze hanteren bij het verhelderen en bespreken van moeilijke keuzes over (in)formele ondersteuning met cliënten of collega’s
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.