In Nederland heeft bijna niemand een bullshit job.

Article (PDF Available) · February 2018with 117 Reads
90 Jaargang 103 (4758) 15 februari 2018
In Nederland
hee bijna niemand
een bullshit job
EMPIRISCHE ANALYSE
Volgens de Amerikaanse antropoloog David
Graeber (2013) is er een opmars gaande van
zogenaamde bullshit jobs. Dit zijn werkzaam-
heden die volgens de werkenden zelf volstrekt
overbodig en betekenisloos zijn. Volgens Graeber gaat het
hierbij om uiteenlopende beroepen die passen bij een moder-
ne diensteneconomie, zoals consultants en managers – maar
ook de pizza-bezorger. De samenleving zou volgens Graeber
eigenlijk beter af zijn als deze werkzaamheden niet zouden
bestaan, aangezien ze geen intrinsieke betekenis hebben.
In Nederland is dit verschijnsel in de afgelopen jaren
gesignaleerd door verschillende journalisten en opinie-
makers. Zo wees journalist Peter de Waard (2017) er bij-
voorbeeld al eens op dat driekwart van alle westerse banen
zou bestaan uit overwegend onnodige werkzaamheden.
En een verkennende poll onder de Engelse beroepsbevol-
king liet zien dat 37 procent serieuze twijfels hee over
het maatschappelijk nut van hun werkzaamheden (via
yougov.co.uk). Economisch gezien is dit geen goed nieuws.
Uit eerder onderzoek is namelijk bekend dat tevreden en
intrinsiek gemotiveerde werkenden van grote invloed zijn
op de productiviteit, innovatie en uiteindelijk groei van een
bedrijf en economie (Proto, 2016).
Opvallend genoeg is onderzoek naar het verschijnsel van
betekenisloos werk nog steeds bijzonder schaars. Ik bestu-
deer daarom de omvang van het verschijnsel bullshit jobs in
Nederland en plaats dit in een bredere Europese context.
AANDEEL BULLSHIT JOBS
Om vast te stellen wat het aandeel bullshit jobs is, gebruik
ik de European Working Conditions Survey (EWCS,
2015). Dit is een vragenlijstonderzoek naar de arbeids-
omstandigheden van werkenden in Europa (1.407 werken-
den voor Nederland). Alle data zijn gewogen, zodat bevin-
dingen gegeneraliseerd kunnen worden naar de werkende
beroepsbevolking. Een respondent hee een bullshit job als
hij of zij op de vraag: ‘I doubt the importance of my work’
als antwoord gee: ‘always’ of ‘most of the time’. Daar-
naast breng ik de mate van twijfel rond het belang van het
eigen werk in verband met sekse, leeijd, onderwijsniveau,
arbeids positie, type arbeidscontract en sector.
Vijf procent van alle werkenden in Nederland
gee aan dat hij of zij ‘altijd’ of ‘meestal’ twijfelt aan het
belang van zijn of haar werk. Hiermee neemt Nederland
ten opzichte van andere Europese landen een beneden-
FABIAN DEKKER
Arbeidsmarktonder-
zoeker bij Regioplan
Beleidsonderzoek
De antropoloog David Graeber introduceerde de term bullshit
job: een overbodige en zinloze baan. Volgens hem zijn zulke banen
in opkomst, maar hoeveel mensen in Nederland vinden eigenlijk
dat ze een bullshit job hebben?
ESB Arbeidsmarkt
0
Oos Spa Por Bel Lux VK Ier Dui Zwe Fra Gri Ned Fin Den Ita
2
4
6
8
10
12
14 In procenten
Bron: EWCS (2015)
Aandeel werkenden met een bullshit job per land FIGUUR 1
Arbeidsmarkt ESB
91
Jaargang 103 (4758) 15 februari 2018
LITERATUUR
Cooper, C. (red.) (2004) Handbook of stress medicine and health, 2nd edition. Boca Raton,
Florida: CRC Press.
EWCS (2015) European working conditions survey 2015. Dublin: European Foundation.
Gesthuizen, M. en J. Dagevos (2005) Arbeidsmobiliteit in goede banen, juni. Den Haag: SCP.
Graeber, D. (2013) On the phenomenon of bullshit jobs. Strike, 17 augustus. Artikel te vinden
op strikemag.org.
Proto, E. (2016) Are happy workers more productive? Bonn: IZA.
Waard, P. de (2017) Driekwart van de westerse banen zijn ‘bullshit-jobs’. De Volkskrant,
31 mei.
gemiddelde positie in (guur 1). Het aandeel werkenden
dat zich negatief uitlaat over het belang van hun werk is het
grootst in Oostenrijk (13 procent) en Spanje (12 procent).
In Denemarken en Italië (beide 2,8 procent) is het aandeel
daarentegen het laagst.
WIE HEEFT EEN BULLSHIT JOB?
Uit de statistieken blijkt verder dat het aandeel werkenden
in Nederland dat negatief is over de betekenis van het eigen
werk hoger is bij mannen, lageropgeleiden, jonge ren en
jongvolwassenen, en bij mensen met een exibel arbeids-
contract. Ook zijn er hogere scores voor werkenden in
landbouw, transport, overige dienstverlening en handel &
hospitality (tabel 1). Er zijn geen signicante verschillen
tussen werknemers en zelfstandigen.
DISCUSSIE
Op basis van deze beschrijvende statistieken is te conclu-
deren dat het met het verschijnsel bullshit jobs wel mee-
valt in Nederland. De overgrote meerderheid gee aan dat
men zijn werk wel degelijk van belang vindt.
Een intrigerende vraag voor vervolgonderzoek is hoe
men de gevonden verschillen naar achtergrondkenmerken
kan verklaren. Een mogelijke verklaring voor de hogere
scores kan te maken hebben met het niet uitkomen van het
verwachtingspatroon ten aanzien van werk, zoals het heb-
ben van een verantwoordelijke baan waarmee personen iets
kunnen betekenen voor zichzelf en de samenleving als geheel.
Zeker jongeren hebben in het begin van hun loopbaan vaak
hoge verwachtingen wat betre de arbeidsinhoudelijke kant
van het werk, en gaan bij een eventuele teleurstelling daar-
om ook sneller op zoek naar een andere baan (Gesthuizen
en Dagevos, 2005). Mogelijk geven zij hierom ook eerder
aan dat zij werken in banen die een lage maatschappelijke
waarde vertegenwoordigen. Voor lager opgeleiden en men-
sen in exibele banen zijn de hogere scores mogelijk te rela-
teren aan een aantal minder positieve aspecten van het werk .
Juist lageropgeleiden en mensen in exibele banen hebben
vaak fysiek zwaarder, repeterender en minder autonoom
werk, waardoor mogelijk ook het ervaren maatschappelijk
belang van hun werk afneemt (Cooper, 2004).
Wat de verschillen tussen sectoren betre, valt het
allereerst op dat twee dienstverlenende sectoren bovenge-
middeld scoren. Dit zijn tevens plekken waar van ook David
Graeber zich afvraagt of veel van de onderliggende werk-
zaamheden daadwerkelijk wat toevoegen aan het functione-
ren van de samenleving. Dat de landbouw en het transport
bovengemiddeld scoren is opvallender en hee mogelijk
te maken met voortschrijdende technologische ontwik-
kelingen. Zeker in de landbouw ( onbemande trekkers) en
het transport (zelfrijdende auto’s) kunnen veel activiteiten
geautomatiseerd worden. Mogelijk vragen mensen zich
hierom af of veel van de werkzaamheden die zij nu verrich-
ten er in de toekomst nog wel toe zullen doen.
In het kort
Slechts vijf procent van alle werkenden heeft serieuze
twijfels over het maatschappelijk nut van hun werk.
Twijfel komt meer voor bij exibele werknemers, mannen,
jongeren, lageropgeleiden, en werkenden in de landbouw,
handel, dienstverlening en het transport.
Aandeel werkenden met een
bullshit job
TABEL 1
Percentage Cramer’s V
Sekse 0,09***
Mannen 5,9
Vrouwen 3,8
Leeftijd 0,12***
< 20 jaar 5,8
20–39 jaar 5,9
40–59 jaar 4,3
≥ 60 jaar 1,8
Onderwijsniveau 0,08**
Laag 5,4
Middelbaar 4,8
Hoog 4,8
Arbeidspositie 0,07
Werknemer 4,9
Zelfstandig ondernemer 5,8
Type arbeidscontract 0,15***
Vast 3,4
Flexibel 8,2
Sector 10,13***
Landbouw 13,8
Overige dienstverlening 6,6
Transport 6,4
Handel en hospitality 6,2
1 Alleen sectoren die bovengemiddeld scoren zijn in het overzicht opgenomen
**/*** Signicant op respectievelijk vijf- en eenprocentsniveau
  • Article
    Recent research suggests that many workers in modern economies think that their job is socially useless, i.e., that it makes no or a negative contribution to society. However, the evidence so far is mainly anecdotal. We use a representative dataset comprising 100,000 workers from forty‐seven countries at four points in time. We find that approximately 8 percent of workers perceive their job as socially useless, while another 17 percent are doubtful about the usefulness of their job. There are sizeable differences among countries, sectors, occupations, and age groups, but no trend over time. A vast majority of workers cares about holding a socially useful job and we find that they suffer when they consider their job useless. We also explore possible causes of socially useless jobs, including bad management, strict job protection legislation, harmful economic activities, labor hoarding, and division of labor.
This research doesn't cite any other publications.