Conference PaperPDF Available

Onbenutte mogelijkheden van onderwijs ten tijde van maatschappelijke tegenstellingen

Authors:

Abstract

De informatie en perspectieven die jongeren tot zich krijgen, lopen sterk uit een. Mede daarom lijken er onder jongeren zeer verschillende voorstellingen van en soms ook extreme perspectieven op maatschappelijke en politieke gebeurtenissen te bestaan. Zolang jongeren democratische methoden onderschrijven om met maatschappelijke vraagstukken om te gaan, hoeft dat niet een groot probleem te zijn; Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het onderwijs een zinvolle bijdrage kan leveren aan het democratisch burgerschap van leerlingen. Tegelijkertijd hebben veel scholen moeite met hun burgerschapsonderwijs verder vorm te geven en lijkt het zo te zijn dat havo/vwo-scholen een breder aanbod rondom kritisch-democratisch burgerschap hebben dan scholen in het vmbo, wat ongelijkheid verder in de hand werkt.
1-4
Onbenutte mogelijkheden van onderwijs ten tijde van maatschappelijke tegenstellingen
Over burgerschapsvorming in het Nederlandse onderwijs
Position paper voor hoorzitting ‘Twee werelden, twee werkelijkheden?’ van de commissie OCW van
de Tweede Kamer, 9 september 2016
dr. Hessel Nieuwelink (h.nieuwelink@hva.nl)
hoofddocent lerarenopleiding maatschappijleer
Faculteit Onderwijs en Opvoeding
Hogeschool van Amsterdam
Hoofdpunten
De informatie en perspectieven die jongeren tot zich krijgen, lopen sterk uit een. Mede
daarom lijken er onder jongeren zeer verschillende voorstellingen van en soms ook extreme
perspectieven op maatschappelijke en politieke gebeurtenissen te bestaan. Zolang jongeren
democratische methoden onderschrijven om met maatschappelijke vraagstukken om te gaan,
hoeft dat niet een groot probleem te zijn;
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het onderwijs een zinvolle bijdrage kan leveren aan
het democratisch burgerschap van leerlingen. Tegelijkertijd hebben veel scholen moeite met
hun burgerschapsonderwijs verder vorm te geven en lijkt het zo te zijn dat havo/vwo-scholen
een breder aanbod rondom kritisch-democratisch burgerschap hebben dan scholen in het
vmbo, wat ongelijkheid verder in de hand werkt.
Informatie- en perspectief-kloof
Wat jongeren in hun alledaagse sociale contexten leren over de samenleving, democratie en
burgerschap, hangt onder meer met hun sociaal-culturele, etnische, religieuze achtergrond en lokale
leefomgeving samen. Er bestaat een kloof tussen jongeren als het gaat om de informatie die zij
ontvangen over maatschappelijke gebeurtenissen. De perspectieven op recente maatschappelijke
gebeurtenissen die adolescenten via hun ouders, vrienden, familie en andere socialiserende actoren
krijgen, verschilt aanzienlijk tussen groepen jongeren. Over recente aanslagen in Istanbul, Parijs en
Brussel, over zwarte piet, over extreme uitingen van politici, over conflicten in het Midden-Oosten,
krijgen jongeren zeer diverse uitleg. Dat jongeren uiteenlopende informatie krijgen over
maatschappelijke gebeurtenissen, leidt er vaak toe dat hun standpunten ook uiteenlopen. Er lijkt hier
een kloof tussen jongeren (en volwassenen) te bestaan. De publicatie van Margalit Kleijwegt (2016) is
hier een vertolking van.
Democratische denkbeelden
2-4
Of deze kloof een probleem is, hangt ervan af of jongeren in staat en bereid zijn om de kloof te
overbruggen. Hierover schetsen studies een (voorzichtig) positief beeld. Jongeren achten het belangrijk
om te discussiëren, willen hun mening formulering, zijn bereid te luisteren naar anderen (bijv. Geboers,
Geijsel, Admiraal, Jorgensen & Ten Dam, 2015). Daarnaast bestaan er aanwijzingen dat jongeren
democratie en onderliggende waarden waardevol achten. De internationale ICCS studie laat zien dat
jongeren gelijke rechten voor iedereen van belang achten, net als vrijheid van meningsuiting en
stemrecht (Schulz et al. 2010). De resultaten van mijn eigen dissertatie (onder 14- tot 16-jarigen) laten
zien dat de geïnterviewde jongeren positief staan tegenover democratie, een voorkeur hebben voor
democratische vormen van besluitvorming en ruimte willen bieden voor verschillende standpunten bij
het besluitvormingsproces (Nieuwelink, 2016). Wel laten de resultaten van deze dissertatie zien dat
jongeren naar mate zij ouder worden niet per sé meer genuanceerd denken over democratie en
burgerschap. Vooral bij jongeren in het vwo vond ik dat zij op zestienjarige leeftijd veelal rechtlijniger
redeneerden dan twee jaar daarvoor. Voor deze jongeren werd democratie steeds meer uitsluitend ‘de
wil van de meerderheid’. Zij legden vrijwel geen nadruk op andere aspecten van democratie (zoals
belangen van minderheden, argumenten, consensus). Bij vmbo’ers was deze tendens minder aanwezig,
zij behielden een meer multidimensionaal perspectief op democratie (Nieuwelink, 2016).
Samengevat, hoewel de perspectieven op maatschappelijke vraagstukken die jongeren
meekrijgen vanuit hun sociale omgeving sterk uiteenlopen, lijkt er een grote instemming met democratie
en haar onderliggende waarden te bestaan onder adolescenten. Jongeren lijken dus bereid om zich te
verdiepen in de ander en gezamenlijk oplossingen te vinden voor collectieve vraagstukken. Maar
jongeren ontwikkelen niet per definitie meer genuanceerde perspectieven.
De impact van school
Wat verplaatsen in de ander betekent, waar democratie over gaat en hoe je op een rechtvaardige manier
oplossingen kan bedenken voor vraagstukken die vele burgers aangaan, moeten ook verder aangeleerd
worden. School is daar een aanwezen plek voor. Wetenschappelijke studies laten zien dat de school een
bijdrage kán leveren aan het democratisch burgerschap van jongeren (bijv. Geboers, Geijsel, Admiraal,
& Ten Dam, 2013; Isac, Maslowski, Creemers, & Van der Werf, 2013; Nieuwelink, Dekker, Geijsel, &
Ten Dam, 2016). Dat kan onder meer via:
- het bieden van lessen over burgerschapsonderwerpen (politiek, democratie, staatsrecht, migratie
etc.);
- het bieden van een open klasklimaat (zoals houden van discussies, verschillende meningen
toelaten);
- het aanbieden van activiteiten buiten de school (maatschappelijke stages, bezoek aan rechtbank,
Tweede Kamer of gemeentehuis) waar binnen de les op gereflecteerd wordt.
3-4
De bijdrage die de school kan leveren moet overigens niet overschat worden. Het is één van de
socialiserende actoren en de invloed van ouders, ‘peers’ en media moet niet onderschat worden.
Concreet betekent dit dat het zinvol is voor scholen om leerlingen te laten nadenken over
maatschappelijke en politieke vraagstukken, daar met leerlingen over in gesprek te gaan, te laten zien
dat er verschillende perspectieven bestaan op maatschappelijke vraagstukken en leerlingen zich ook te
laten verdiepen in deze perspectieven. Een studie laat bijvoorbeeld zien dat wanneer leerlingen met
elkaar discussiëren, verschillende perspectieven uitwisselen en hierop reflecteren, jongeren beter inzien
dat er in de samenleving diverse perspectieven bestaan en dat zij dit ook meer waarderen (Yang &
Chung, 2009). Het op een pedagogisch-didactisch verantwoorde manier behandelen van dergelijke
vraagstukken in de les kan daarmee een bijdrage leveren aan het democratisch burgerschap van
jongeren.
Moeizame praktijk
Juist ten tijde van toenemende maatschappelijke tegenstellingen, is het belangrijk dat scholen leerlingen
mogelijkheden bieden om burgerschapscompetenties binnen de school te ontwikkelen. Dit is zeker van
belang voor jongeren die thuis in mindere mate de mogelijkheid hebben om positieve houdingen ten
opzichte van democratie te ontwikkelen. De praktijk laat echter zien dat scholen en docenten moeite
hebben met het vormgeven van onderwijs rondom burgerschap. De onderwijsinspectie schrijft al jaren
dat de ontwikkeling van burgerschapsonderwijs stagneert (bijv. Onderwijsinspectie, 2014). Jongeren die
participeerden in mijn onderzoek gaven aan dat zij slechts beperkte ervaringen hebben met aspecten
van burgerschap op school (zoals discussiëren en nemen van besluiten) (Nieuwelink, Dekker, Geijsel &
Ten Dam, 2016). Hoewel de school dus potentieel heeft om een bijdrage te leveren aan burgerschap
van jongeren, wordt dat lang niet altijd in praktijk gebracht. Hier moet bij worden aangetekend dat er
wel degelijk scholen zijn die burgerschap een belangrijke plek geven in hun curriculum en in de
omgangsvormen op school. Binnenkort verschijnt een studie van de HvA, UvA en Kohnstamm
Instituut over een aantal van deze goede voorbeelden uit het primair en voortgezet onderwijs.
Verschil tussen vmbo-scholen en havo/vwo-scholen
Onderzoek naar de precieze invulling van burgerschap op scholen en de verschillen tussen scholen staat
nog in zijn kinderschoenen. Een aantal kleinschalige studies heeft gekeken naar verschillen tussen het
burgerschapsonderwijs in het vmbo en het havo/vwo. Een studie vond dat de onderzochte scholen
verschillende doelen voor burgerschap stelden. Scholen binnen het havo/vwo stelden doelen die gaan
over kritisch denken en zelfontplooiing terwijl scholen binnen het vmbo doelen stelden die gaan over
aanpassing en disciplinering (Ten Dam & Volman, 2003). In mijn eigen promotieonderzoek vond ik
dat de ervaringen van jongeren met democratie en burgerschap op school ook verschilden (Nieuwelink,
4-4
2016). Jongeren in het vwo spraken regelmatig over maatschappelijke en politieke kwesties (met name
in de vierde klas); hun leeftijdsgenoten in het vmbo gaven aan daar juist amper over te spreken. Dit
werd het meest duidelijk rondom parlementsverkiezingen van 2012. Enkele maanden na de
verkiezingen sprak ik de leerlingen en degenen in het vwo hadden er uitgebreid over gesproken binnen
de les terwijl het bij de vmbo’ers amper ter sprake was gekomen. Deze kleinschalige studies wijzen erop
dat er indicaties zijn dat de ervaringen met burgerschap voor jongeren in het vmbo anders kunnen zijn
dan voor die in de havo en het vwo. Onderwijs lijkt daarmee ongelijkheid eerder te versterken dan dat
het gelijke kansen voor jongeren biedt.
Samenvattend
Jongeren lijken verschillende perspectieven mee te krijgen over maatschappelijke vraagstukken,
afhankelijk van hun sociale en culturele context. Dit wordt problematisch wanneer jongeren
democratische waarden niet onderschrijven. Daar lijkt nu echter zeker geen sprake van eerder het
tegenoverstelde lijkt het geval. Het onderwijs kan een substantiële bijdrage leveren aan het verder
ontwikkelen van democratische burgerschap van jongeren maar scholen lijken op dit moment
onvoldoende in staat om van deze potentie gebruik te maken.
Referenties
Geboers, E., Geijsel, F., Admiraal, W., & Ten Dam, G. (2013). Review of the effects of citizenship education. Educational
Research Review, 9, 158173.
Geboers, E., Geijsel, F., Admiraal, W., Jorgensen, T., & Ten Dam, G. (2015). Citizenship development during adolescence.
Journal of Adolescence, 45, 89-97.
Isac, M. M., Maslowski, R., Creemers, B., & Van der Werf, G. (2013). The contribution of schooling to secondary-school
students’ citizenship outcomes across countries. School Effectiveness and School Improvement: An International Journal of Research,
Policy and Practice, 25, 29-63.
Nieuwelink, H (2016). Becoming a Democratic Citizen. A Study Among Adolescents in Different Educational Tracks. Dissertatie.
Universiteit van Amsterdam.
Nieuwelink, H., Dekker, P., Geijsel, F., & Ten Dam, G. (2016). Adolescents’ Experiences with Democracy and Collective
Decision-making in Everyday Life. In P. Thijssen, J. Siongers, J. Van Laer, J. Haers & S. Mels (Eds.), Political Engagement
of the Young in Europe. Youth in the Crucible (pp. 174-198). London / New York: Routledge.
Onderwijsinspectie (2014). De staat van het onderwijs: Onderwijsverslag 2012-2013. Utrecht: Onderwijsinspectie.
Schulz, W., Ainley, J., Fraillon, J., Kerr, D., & Losito, B. (2010). Initial findings from the IEA international civic and citizenship
education study. Amsterdam: IEA.
Ten Dam, G., & Volman, M. (2003). A life jacket or an art of living. Inequality in social competence education. Curriculum
Inquiry, 33, 117137.
Yang, S., & Chung, T. (2009). Experimental study of teaching critical thinking in civic education in Taiwanese junior high
school. British Journal of Educational Psychology, 79, 29-55.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Thesis
Full-text available
The central research question of this dissertation was: What are the views and experiences of adolescents regarding democracy and decision-making, and how do these develop over time? The five empirical chapters collectively answered this question. This research has shown that adolescents in both pre-vocational and pre-academic educational tracks have democratic views about decision-making in everyday life and the political domain. The adolescents’ views on democracy in everyday life are rich and mostly multidimensional, which means they are well able to formulate their preferences, provide answers to questions, explain their views, and take several democratic principles into account. However, this is much less the case with regard to decision-making issues related to political democracy. Although these adolescents, and especially the pre-academic students at a later age, are better able to explain their preferences, they have difficulties in explaining their views about democracy, politics, and parliament. Politics continues to be, especially for pre-vocational students, an abstract domain. Contrary to expectations, the adolescents do not develop more complex views as they grow older. The pre-academic students that become more familiar with politics predominantly start to focus more strongly on only one democratic principle. Their initial rich views about everyday situations are colonized by the way they perceive political democracy. Young peoples’ experiences of democracy in everyday life provide greater insight into the background of the observed trend of them having one-dimensional views. This study shows that adolescents from both educational tracks have only limited experiences with democracy at school and in other social contexts (such as at home and in associational life). In their experience, they seldom encounter the complex character of democracy. Combined with the one-sided image that pre-academic students in particular develop of the workings of political democracy, this explains the diminishing of complexity in the views of adolescents in the higher educational tracks. Finally, in this dissertation I have found no evidence that schools compensate for inequalities in students’ experiences of democracy outside of school. Between the second and fourth grade, the differences in experiences between students from different tracks are increasing, and schools seem to be reinforcing these differences. The possibilities that exist for schools to provide their students with positive experiences of democracy (such as letting students participate in decision-making and discussions about society) are not fully utilized. Schools offering pre-vocational education especially do not seem to be relevant arenas for young people to learn to reflect on democratic issues and to develop positive attitudes towards democracy.
Chapter
Full-text available
Formal schooling, family and associational life are expected to enable adolescents to develop democratic attitudes. However, much remains unknown about how young people perceive these settings for developing such attitudes, and whether this perception differs for students in different educational tracks. This interview study of Dutch adolescents aims to gain insights into adolescents’ perspectives towards experiences of democratic decision-making. The results show that the opportunities for young people to be involved in collective decision-making and to gain democratic experiences are rather limited in schools and in associational life. This holds for students from both higher and lower educational tracks.
Article
Full-text available
The 2009 IEA study of civic and citizenship education (ICCS), conducted in 38 countries around the world, built on the previous IEA studies of civic education, but took place in a context characterized by significant societal change, including the rapid development of new communication technologies, increased movement of people between countries, and the growth of supranational organizations. The data gathered from more than 140,000 students and 62,000 teachers in over 5,300 schools during the course of the study offers information that countries and education systems worldwide can use to inform and improve policy and practice in civic and citizenship education. This report of the initial findings is the first in a series of publications presenting the study outcomes. The next report will draw on a wider range of data than that presented in this present publication, and it will provide more extensive analyses of student knowledge and attitudes in relation to characteristics of teachers, schools, and communities. It will be followed by three regional reports for Asia, Europe, and Latin America. These will focus on issues related to civic and citizenship education that are of special interest in those parts of the world. IEA will also publish an encyclopedia on approaches to civic and citizenship education in all participating countries, and a technical report documenting procedures and providing evidence of the high quality of the data that were collected. IEA will also make available an international database that the broader research community can use for secondary analysis.
Article
This article uses an educational effectiveness approach to model the impact of student, school, and educational system characteristics on several cognitive and non-cognitive student outcomes related to citizenship education. Using multivariate multilevel analysis, data from the International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) 2009 were analyzed, encompassing 102,396 lower secondary-school students (14-year-olds) in 4,078 schools in 31 countries. The results indicate that schools have a small influence on students' civic knowledge and hardly an impact on civic attitudes and intended civic behavior. Civic competences are mainly explained by individual student characteristics and out-of-school factors. Factors at the school level that were found to make a difference in students' civic competences are related to stimulating a democratic classroom climate in which free dialogue and critical debate on controversial political and social issues are encouraged, nurturing positive interpersonal relationships and creating opportunities for students to learn and practice democracy.
Article
After a period in which the emphasis in education was on “the basics,” increasing attention has been paid at the turn of the century to the “moral task of education” in the Netherlands. Schools are not only expected to prepare students for further education and/or the labour market but also for participating in society in the broadest sense, for example, in politics, care, and culture. In this article we will focus on one aspect of students’ development as a task of the school, namely, the furthering of students’ social competence. Six case studies were conducted in which projects aimed at social competence were analysed in general secondary education and prevocational education. The results show that in the general secondary education projects the emphasis was on the meaning of changes in society for students and the contribution they can make to such changes (social competence in education as an “art of living”). The prevocational education projects focused on improving the chances of students at school and in society by developing aspects of social competence that they have not acquired at home or earlier in their school careers, such as self-confidence and social and communicative skills (social competence as a “life jacket”). We interpret these different focuses in terms of the production and reproduction of social inequality and discuss how such reproduction processes can be countered in the context of educating for social competence.
Article
Background: To effectively respond to the need for greater CT (critical thinking) in the classroom, this study examines the effects of cultivating CT skills within civic education to maximize its potential. Despite realizing the importance of CT in education, schools do not tend to apply it. Furthermore, since students frequently do not raise questions or otherwise think critically, CT modules are incorporated into civic learning to encourage students to question facts, interpret and analyse evidence, make reasoned inferences regarding events, and independently develop informed opinions. These skills are fundamental to cultivating an informed and humane citizenry. Aims: This investigation examines how teaching critical thinking in civic education affects the CT skills and disposition of junior high school students. Sample: The participants were two classes of eighth grade students in southern Taiwan, and were distributed into experimental and control groups. Each group comprised 34 students, with the experimental group containing 16 boys and 18 girls and the control group containing 18 boys and 16 girls. Methods: The teaching experiment in this study was initiated and performed using equivalent pre-test and post-test group design. During the 10-week experiment, the experimental group was taught using CT instruction in civic education, while the control group was not taught with any CT programme. The data analysis included: quantitative statistics of the two main sets of instruments for measuring the CT ability and disposition of experimental treatment, qualitative analysis of learning sheets, and surveys of student perceptions of instruction in CT. Results and conclusions: Statistical analysis showed that the experimental group significantly outperformed the control group on the scales of CT skill and disposition, but did not perform well on certain subscales (e.g. recognition of assumptions and deductions, truth-seeking, analyticity, and inquisitiveness). Notably however, when triangulating with qualitative analysis of learner transcripts and surveys, learners attempted to perform various dimensions of CT skill and disposition to various degrees. Student surveys indicated that the CT programme fostered their active listening and respect for different ideas, and moreover they learned to tolerate divergent views and examine their ideas for possible bias. The programme boosted student learning interest and sense of accomplishment, and nurtured their teamwork/communicative skills. Furthermore, a few students experienced improvements in their speaking skills and courage as their confidence and ability to express themselves improved. Finally, limitations of this investigation and implications for further research are discussed.
Citizenship development during adolescence
  • E Geboers
  • F Geijsel
  • W Admiraal
  • T Jorgensen
  • G Dam
Geboers, E., Geijsel, F., Admiraal, W., Jorgensen, T., & Ten Dam, G. (2015). Citizenship development during adolescence. Journal of Adolescence, 45, 89-97.
De staat van het onderwijs
  • Onderwijsinspectie
Onderwijsinspectie (2014). De staat van het onderwijs: Onderwijsverslag 2012-2013. Utrecht: Onderwijsinspectie.
A life jacket or an art of living
  • G Ten Dam
  • M Volman
Ten Dam, G., & Volman, M. (2003). A life jacket or an art of living. Inequality in social competence education. Curriculum Inquiry, 33, 117-137.