BookPDF Available

Ponsaers, P. (ed.) (2016). Panopticon, Themanummer Communautarisering , 37 (4), 249-386.

Authors:

Abstract

Inleiding In 1996 publiceerde David Garland een spraakmakend artikel, getiteld 'The Limits of the Sovereign State' (Garland, 1996). Het stuk blijft tot op de dag van vandaag een belangrijk the-oretisch uitgangspunt, vooral dan met betrekking tot het domein van misdaadbestrijding, in eerste instantie in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, hoewel hijzelf sug-gereert dat zijn stelling ook elders kan gelden. Wat is die stelling dan? Volgens Garland werd in de afgelopen decennia de soevereiniteit van de staat ingrijpend aangetast, omdat diezelfde staat niet langer bij machte was verschillende domeinen van het sociaal leven, zoals ondermeer de criminaliteitsbestrijding, te controleren en te beheersen. Als gevolg daarvan ontwikkelden er zich, nog steeds volgens Garland, twee tegenstrijdige tendensen (Garland, 2001). Enerzijds trachtte de soevereine staat de verantwoordelijkheid voor de criminaliteitsbestrijding te herverdelen tussen diverse actoren in de samenleving (ten aanzien van een variëteit van actoren en diensten, private burgers, commerciële en non-profit organisaties, enz.). Dit ging gepaard met een gestage strategie om grote delen van het maatschappelijk middenveld te responsabiliseren, die betrokken werden middels allerhande convenanten en afspraken1. Anderzijds echter trachtte diezelfde soevereine staat haar monopolie inzake criminaliteitsbestrijding te herbevestigen, vooral wanneer het ging om het behoud van de controle en de coördinatie op de ermee gepaard gaande proces-sen, kortom om het claimen van wat we vandaag 'de regie' noemen. Hieruit resulteren – nog steeds aldus Garland – erg tegenstrijdige beleidsontwikkelin-gen, vertogen en praktijken inzake criminaliteitsbestrijding, die op hetzelfde moment naar voor komen op verschillende niveaus. Volgens Garland gaat het niet om een simpel proces waarbij verantwoordelijkheden en taken 'naar beneden' worden gedelegeerd, maar eerder om een nieuwe, complexe vorm van 'bestuur op afstand', een nieuwe wijze om macht uit te oefenen. De vraag die we ons hier stellen is of de analyse van Garland al dan niet opgaat voor ons land, mede onder druk van de voortschrijdende 'communautarisering'. Het is onze hypothese dat dit wel degelijk het geval is.
A preview of the PDF is not available
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
Article
Full-text available
Social investment does not yet appear to have entered the social work lexicon yet reflects a shift toward early intervention and prevention and policies relating to early childhood education and care across the world. Recently, the prime minister of Australia announced new measures relating to childcare to ease the burden on working families and ensure high-standard care for pre-school children. Also announced was a mental health check to be administered by general practitioners for children as young as three years old. This change in social policy follows closely on the heels of the backlash against ameliorative welfare and move toward the preventive end of the social care spectrum. This paper examines developments leading to the social investment approach. It begins by defining social investment and providing an overview of key theorists contributing to our understanding of what ‘social investment is investing in’ and ends with a discussion of its implications for social work.
Book
Full-text available
Dit monumentale werk heeft als voorwerp de historische evolutie van de Belgische penitentiaire regelgeving inzake het regime van gedetineerden, en dit over de periode 1795-2006. Steunend op een indrukwekkende verzameling van ruim 6000 rechtsbronnen, worden een aantal fundamentele vragen onderzocht. Wat is het doel van de vrijheidsberovende straf (penologische visie)? Hoe dient deze straf in concreto te worden ingevuld? Door welke andere dan strikt penologische overwegingen wordt de normering van het gevangenisregime aangestuurd? Dienen de gerechtelijke overheden inspraak of beslissingsbevoegdheid te hebben met betrekking tot de interne en/of externe regime bedeling? Door wie (wetgevende vs. uitvoerende macht) dient het penitentiair regime juridisch genormeerd te worden, en tot op welke hoogte? Deze publicatie is de handelsversie van het proefschrift dat op 6 februari 2008 door Eric Maes werd verdedigd aan de Katholieke Universiteit Leuven tot het behalen van de graad van doctor in de criminologische wetenschappen.
Chapter
In this Dutch–Belgian contribution, to start with, an image is sketched of the manner in which legal aid and legal assistance are structured in both countries, in which case most of the attention is paid to legal aid, which refers to legal assistance subsidised by the government. In this article ‘legal assistance’ only refers to non-subsidised legal assistance. Th e numbers cannot be compared on a one-to-one basis, because of diff erences in the way in which information is collected in both countries, with regard to the state of aff airs within the both systems. In the second part of this contribution, the focus is placed on the actual subject of this contribution: the (potential) threats to both systems. The main conclusion is that the most important problem in both countries is budgetary in nature.
Article
Three contemporary models of probation supervision can be differentiated, based on the extent to which they focus on protecting community safety (surveillance model), promoting offender rehabilitation (treatment model), or both (hybrid model). Hybrid models combine dual roles of controlling and caring for probationers. A quarter century ago, Klockars (197244. Klockars , C. ( 1972 ). A theory of probation supervision . Journal of Criminal Law, Criminology, and Police Science , 64 ( 4 ), 549 – 557 . View all references) articulated a theory to describe how the “synthetic” officer reconciles these dual roles to achieve a broader base of power for behavior change and more positive outcomes than the “law enforcement” officer or “therapeutic agent.” In this article, we apply Klockar's theory to compare modern models of supervision in their (a) theoretical coherence and (b) effectiveness, at both the officer and program level, and for both general probationers and probationers with mental disorder. The weight of the evidence for both types of probationers supports the hybrid model. Going back to Klockar's theory may ultimately inform officers' understanding and adoption of hybrid strategies to more effectively supervise probationers.
Article
The motif is one of inversion. In its received mode, the exception – the exceptional decision suspending the normal legal order – generates both the sovereign and the law. Here, on the contrary, the exception is found to be of the ‘normal’ law and, thus endowed, law goes to constitute the sovereign. This normality of the exception is then matched with the sovereign claim of democracy's empire. That empire is thence shown to have an oxymoronic quality, democracy and its constituent law being conducive to empire yet ultimately opposed to it. The empire of the United States of America provides a ‘case’.
Criminologie en Forensisch Welzijnswerk Voyous. Paris: Galilée de valCk, s. (1999) Naar een méér humane, toegankelijke en efficiënte justitie… De uitdagingen van de justitiehuizen. Panopticon, 583-591. devos, a. (red.).10 jaar justitiehuizen: Balans en perspectieven
  • J Derrida
redaCtie (1980). Editoriaal. Panopticon. Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch Welzijnswerk. Panopticon, 1 (1), 1-4. derrida, J. (2003). Voyous. Paris: Galilée de valCk, s. (1999). Naar een méér humane, toegankelijke en efficiënte justitie… De uitdagingen van de justitiehuizen. Panopticon, 583-591. devos, a. (red.).10 jaar justitiehuizen: Balans en perspectieven. Congresverslagboek. Brussel: Federale Overheidsdienst justitie. de wit, J. & CoeneGraCHts, k. (1988). Slachtofferhulp ter discussie. Alert, 5 (33-34): 1-4.
Op zoek naar een herstelrechtelijk jeugdsanctierecht in België. Een denkoefening. Rapport juli 1997
  • H Geudens
  • Schelkens
Geudens, H., sCHelkens, w. & walGrave, l. (1999). Op zoek naar een herstelrechtelijk jeugdsanctierecht in België. Een denkoefening. Rapport juli 1997. In G. deCoCk & P. vansteenkiste (eds.). Herstel of Sanctie. Naar een Jeugdsanctierecht (pp. 49-101). Gent: Mys & Breesch.