ArticlePDF Available

Stedelijk verzet uit onverwachte hoek

Authors:

Figures

No caption available
… 
No caption available
… 
Content may be subject to copyright.
Op een mooie meidag in 2013 kwamen ongeveer vijftig personen
bijeen bij het Gezi park in Istanboel. Het parkje naast het centrale
Taksimplein zou plaats moeten maken voor een winkelcentrum.
Eerdere petities en rechtszaken hadden niet geholpen, de bulldozers
zouden komen. De groep wilde dit verhinderen door het park te
bezetten en aandacht te vragen voor het verdwijnende groen in en
rond de stad. Het brute politieoptreden en de autoritaire reactie van
de regering die volgden zouden binnen drie weken leiden tot een
revolte van 2,5 miljoen mensen in heel Turkije. Deze kleine opstand
ging over meer dan alleen milieu en ontwikkeling en werd vooral
een protest tegen de regering. De eerste vijftig demonstranten
kwamen voort uit een kleine groep architecten, academici en recht-
en milieuactivisten die zich vooral bezighielden met Taksim. Hun
kleinschalige verzet zou uiteindelijk leiden tot een grotere anti-
regering beweging waar linkse en rechtse bewegingen, vakbonden,
en veel gewone burgers zich bij aansloten.
Vele nieuwe protestbewegingen, zoals de Arabische lente,
Indignados en Occupy in 2011, kennen een bescheiden begin
met nieuwe groeperingen die verzet organiseren in de stedelijke
omgeving en vervolgens momentum verkrijgen door een bredere
alliantie. Dit themanummer richt zich niet op de grote protesten
maar kijkt juist naar de nieuwe groeperingen en initiatieven.
Hoewel lang niet elk verzetsinitiatief leidt tot een nationale
of mondiale protestbeweging, kunnen initiatieven op cruciale
momenten samenklonteren, of zelfs de spil worden van een groter
protest. Dit laatste was het geval bij Gezi. We richten ons op de
stad, van oudsher een broeinest van nieuwe ideeën en verzet
tegen de heersende macht. Het stedelijke functioneert niet alleen
als decor (zie ook AGORA 2014-3: (Re)Actie), maar vormt ook het
verzet en geeft stemmen aan maatschappelijke onrust.
Maatschappelijke onrust en politiek in de 21e eeuw
Sociaaleconomische ongelijkheden nemen toe en staan weer
hoog op de agenda. Het structureel voorrang verlenen aan de ‘vrije
markt’ en kapitaalinvesteringen heeft geleid tot herstructurering
van de verzorgingsstaat en afbraak van sociale zekerheidsstelsels.
Het dictaat van de markt wordt bovendien uitgerold naar steeds
meer domeinen, waar weer nieuwe ongelijkheden gesmeed
worden. Deze trend is zichtbaar in de hele wereld en heeft zijn
weerslag op samenlevingen. Misstanden, armoede en marginaliteit
manifesteren zich steeds nadrukkelijker, niet alleen in arme
stadsbuurten, maar ook daarbuiten. De oplossingen worden niet
gezocht in structurele veranderingen of sociaal beleid maar steeds
meer in veiligheid en justitie. De veelgehoorde roep om keihard
optreden tegen misstanden lijkt te leiden tot meer politiegeweld en
repressie, niet alleen in de VS maar recent ook in Frankrijk, Zweden
en Nederland.
Klassieke sociale bewegingen en vakbonden zijn de afgelopen decennia minder succesvol geworden
in het mobiliseren van verzet. In dit themanummer richten we ons daarom juist op andere vormen van
verzet uit onverwachte hoek, georganiseerd door gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. Dit verzet
neemt veelal subtiele, creatieve en ongebruikelijke vormen aan.
STEDELIJK VERZET
4AGORA 2017 - 2
STEDELIJK VERZET UIT ONVERWACHTE HOEK
INLEIDING -
UIT ONVERWACHTE HOEK
STEDELIJK VERZET
Cody Hochstenbach, Wouter van Gent &
Marthe Singelenberg
Neergang en opkomst van stedelijk verzet
Van oudsher richten veel stedelijke sociale bewegingen zich
op kwesties aangaande collectieve consumptie, herverdeling,
culturele identiteit en politieke autonomie, zoals beschreven
door de beroemde socioloog Manuel Castells in zijn boeken The
Urban Question uit 1972 en The City and the Grassroots uit 1983.
Dit soort bewegingen kende haar hoogtepunt in 1968, toen veel
landen overspoeld werden door golven van protest. Zo was er
de burgerrechtenbeweging in de VS, die gelijktijdig plaatsvond
met het oplaaiende verzet tegen de Vietnamoorlog. In Frankrijk
wakkerden studenten de hevigste protesten aan, en konden
daarbij op steun rekenen van een groot aantal (fabrieks)arbeiders
en vakbonden. Gedurende de jaren ‘80 kwamen als gevolg van de
opkomst van het neoliberalisme en een diepe economische crisis
dezelfde sociale kwesties weer op de agenda, wat zorgde voor de
opkomst en comeback van sociale bewegingen.
Maar, zoals hierboven beschreven, lijkt de scope voor grootschalig
verzet in de 21e eeuw vernauwd. Dit betekent echter niet dat verzet
– tegen de markt, ongelijkheid en onrecht – verdwenen is. In plaats
daarvan heeft verzet veelal andere vormen aangenomen. Over de
hele wereld zien we dat kleinschalige grassroots bewegingen wel
duidelijk aanwezig zijn, en in staat zijn verzet teweeg te brengen.
In veel gevallen richten deze vormen van verzet nog steeds op
het bieden van tegenwicht aan neoliberalisering, en bevragen zij
structurele ongelijkheden. Maar deze vormen van verzet ontstaan
niet alleen uit sociaaleconomische tegenstellingen, maar borrelen
juist op langs andere, groeiende breuklijnen in de samenleving.
Het gaat hier om gemarginaliseerde groepen die niet of nauwelijks
gehoord worden, en via verzet hun plek claimen en hun belangen
op de kaart zetten. En dit zijn diverse groepen, van wie je niet direct
zou verwachten dat ze zich mobiliseren om in verzet te komen.
Deze groepen richten hun verzet doorgaans op onderwerpen op
een relatief laag schaalniveau die hen direct raakt. Het gaat dan
om concrete en behapbare thema’s, zoals vaak het geval is bij
sociale bewegingen. Maar deze thema’s zijn wel ingebed in bredere
en globalere kwesties met betrekking tot structurele ongelijkheden
en misstanden. Veel grassroots bewegingen slagen er niet in om
hun verzet naar een hoger schaalniveau te brengen en blijven
sterk gefocust op het nabije en concrete, andere bewegingen
Gegeven deze zorgelijke trends, is het zeer opmerkelijk dat
klassieke protestbewegingen aan belang ingeboet lijken te
hebben. Decennialang boden sociale bewegingen (bijvoorbeeld
bestaande uit arbeiders, de krakers, of gegroepeerd rond thema’s
als milieu, vrede) en vakbonden op verschillende manieren
tegenwicht aan heersende belangen. Deze wegen van verzet
zijn nog steeds belangrijk en invloedrijk, ook bij de opkomst van
nieuwe bewegingen zoals Gezi en Occupy, maar ze lijken wat aan
invloed te hebben ingeboet. Sinds de jaren negentig zijn sociale
bewegingen minder succesvol in het mobiliseren van verzet.
Hoogleraar politicologie Margit Mayer betoogt dat
voortschrijdende neoliberalisering ervoor heeft gezorgd dat
sociale bewegingen momentum verloren hebben, en dat ook
hun capaciteit om bevolkingsgroepen te mobiliseren beperkter
geworden is. Zo zijn veel progressieve doelen en waarden van
sociale bewegingen overgenomen in neoliberale vertogen over
concurrentie en economische groei. Denk aan Richard Florida, die
het belang voor stadsbesturen benadrukt om een tolerant klimaat
aan te bieden om de internationale concurrentieslag om talent te
winnen. Tevens zijn veel bewegingen zelf geïnstitutionaliseerd of
gecoöpteerd door overheden. Voortschrijdende liberalisering heeft
bovendien bijgedragen aan een sterker gefragmenteerd sociaal
landschap, waardoor het moeilijker blijkt bevolkingsgroepen bijeen
te brengen.
Tot slot is de heersende politiek tot voor kort bijzonder
succesvol geweest om het idee te propageren dat fundamentele
klassentegenstellingen tot het verleden zouden behoren. In plaats
van met ideeënstrijd, zou politiek zich meer zijn gaan bezighouden
met ‘boekhouden’, optimalisering en technocratisch management.
Tegenwoordig zien we dat het politieke en publieke debat minder
draait om sociaaleconomische vraagstukken en meer om culturele
kwesties, met name op het gebied van nationale identiteit
en migratie (zie infographic op achterpagina). Deze culturele
tegenstellingen zijn betekenisvol en hebben een duidelijke
sociaaleconomische component, maar onderstrepen tegelijkertijd
ook verschillen die klassieke sociale solidariteit zoals die van de
vakbond in de weg staan.
5
STEDELIJK VERZET
AGORA 2017-2 STEDELIJK VERZET UIT ONVERWACHTE HOEK
Verzet tegen hervormingen van het poli-
tieke systeem in Hong Kong in 2014.
Bron: Flickr, Beryl_snw
Bron: Alfred, Flickr
maar ook door het bestaan van verschillen. Het stedelijke bestaat
uit de veelvoud van wisselwerkingen van personen, objecten,
situaties en symbolen die samen contrasten, tegenstellingen,
stapelingen en juxtaposities produceren. Het gaat hier om de
dagelijkse gesprekjes, uitwisselingen, conflicten, indrukken, etc.
tussen verschillende mensen. Dit gaat niet om alleen grootschalige
demonstraties en strak georganiseerde protestbewegingen, maar
ook om amateuristische bijeenkomsten, geklungel in de marge, een
kreet op de muur, een mening ventilerend in de openbare ruimte,
of twee vreemden die een gesprekje hebben. Het is niet allemaal
betekenisvol; veruit het meeste is triviaal, maar de hoeveelheid aan
ontmoetingen en interacties tussen verschillende groepen mensen
en ideeën op een dag maken het stedelijke een vruchtbare bodem
voor verzet tegen onrecht, en andersom. Deze continue dialectiek
kenmerkt namelijk niet alleen stedelijke realiteit maar produceert
het ook. Zo bezien maken conflict en verzet ook de stad.
Het is belangrijk dat volgens Lefebvre het stedelijke niet ophoudt
bij een gemeente- of stadsgrens, maar iets is dat in meer of
vallen uiteen voordat zij deze stap kunnen maken. Maar sommige
bewegingen slagen daar wel in, en hebben vervolgens een grote
impact en blijvende nalatenschap, zoals de eerder aangehaalde
voorbeelden van Occupy, Indignados en Gezi Park. Deze drie
voorbeelden tonen echter ook aan dat het voor deze bewegingen
moeilijk is om duurzame verandering te bewerkstelligen, vooral
omdat de staat maatregelen neemt om het openlijk protest de
kop in te drukken – bijvoorbeeld door zwaar politieoptreden,
demonstratieverboden en strafrechtelijke vervolging.
Er zit desalniettemin veel potentieel in deze vormen van protest,
en soms wordt het op productieve wijze aangeboord. Het is
daarom van belang ogenschijnlijk klein verzet vanuit onverwachte
hoek serieus te nemen en nader te bestuderen. Een kernvraag blijft
wie in verzet komen, maar ook hoe en waar zij dit doen.
Belang van de stad
Verzet, groot en klein, tegen onderdrukking en ongelijkheid
ontspruit vaak in de stad. In hun werk over sociale bewegingen
gebruiken Walter Nicholls en Justus Uitermark economische
geograsche clusteringtheorieën om te beargumenteren dat klein
georganiseerd verzet juist in de stad gedijt vanwege nabijheid. Dit
is niet alleen omdat stedelijke gemeentes meer bevolking hebben
en daarmee meer massa, maar ook omdat ze dichtbevolkt en divers
zijn, wat de kans op uitwisseling en belangentwisten bevordert.
Het verzet ontstaat wanneer groepen mensen de stedelijke
ruimte claimen, support organiseren en eisen gaan stellen. Toch
is de stad meer dan alleen een incubator of een producent van
verzet; het stedelijke wordt er ook door gedenieerd. In het boek
Révolution Urbaine uit 1970, stelt losoof Henri Lefebvre dat de
stad, of eigenlijk het stedelijke, zich niet alleen kenmerkt door een
gecentraliseerde agglomeratie van sociale en economische macht,
Locaties en grootte van demonstraties Occupy en Indignados in Oktober 2011. Verstedelijkte regio’s in West Europa laten meerdere kleinere demonstraties zien.
In zuidelijke steden zien we grootschalige demonstraties. Bron: aangepast uit W.P.C. van Gent, V. Mamadouh en H. van der Wusten, ‘Political reactions to the Euro
Crisis: cross-national variations and rescaling issues in elections and popular protests’, Eurasian Geography and Economics, 54 (2013), 135-161.
STEDELIJK VERZET
6AGORA 2017 - 2
STEDELIJK VERZET UIT ONVERWACHTE HOEK
Het is opmerkelijk
dat klassieke
protestbewegingen aan
belang ingeboet lijken te
hebben
De stad is van oudsher
een broeinest van nieuwe
ideeën en verzet tegen de
heersende macht
Cody Hochstenbach (c.hochstenbach@uva.nl) en Wouter van Gent
(w.p.c.vangent@uva.nl) zijn verbonden aan de onderzoeksgroep
Stadsgeograe van de Universiteit van Amsterdam. Marthe
Singelenberg (marthsingelenberg@gmail.com) volgt de Research
Master Urban Studies aan dezelfde universiteit.
Literatuurselectie
Castells, M. (1983) The City and the Grassroots: A Cross-cultural Theory of
Urban Social Movements. London: Edward Arnold.
Mayer, M. (2009) The ‘Right to the City’ in the context of shifting mottos of
urban social movements. City, 13, nr. 2-3, pp. 362-374.
Uitermark, J., Nicholls, W. en Loopmans, M. (2012) Cities and social
movements: theorizing beyond the right to the city. Environment and
Planning A, 44, nr. 11, pp. 2546-2554.
Walks, A. (2013) Suburbanism as a way of life, slight return. Urban Studies,
50, nr. 8, pp. 1471-1488.
steeds meer ondernemers gedwongen om hun zaak te sluiten als
gevolg van opgeschorte vergunningen of verplichte overnames.
Door hun praktijken heimelijk voort te zetten en op slinkse wijze
de regels te omzeilen weten zij zich staande te houden in een stad
waar het kapitaal de regels bepaalt. Toch blijft openlijk verzet een
krachtig middel om de politiek te beïnvloeden, zo bewezen de
protesten van het Engels Collectief van Prostituees.
Maarten Loopmans, Filip Marrécau en Anneleen Kenis analyseren
de strijd tegen uitbreiding van de Antwerpse Ring, een belangrijke
bron van luchtvervuiling. In plaats van heimelijk verzet te voeren,
slagen actiegroepen er hier juist in een onzichtbaar probleem,
luchtvervuiling, tastbaar te maken en tot een collectief probleem
te verheffen. Dit doen zij door de hele Antwerpse bevolking als
slachtoffer neer te zetten. Vragen wie het meeste hinder ondervindt
en wie de vervuiling produceert, worden strategisch gemeden,
maar moeten gesteld worden om tot rechtvaardige resultaten te
komen.
De bijdrage van Josse de Voogd laat een heel ander verzet zien.
Aan de hand van verkiezingsonderzoek laat hij zien hoe het verzet
uit de gemarginaliseerde periferie van de stad en het land komt. In
de binnensteden volgt stemgedrag het patroon van gentricatie en
bepalen de hoogopgeleide stemmers het liberaal-democratische
klimaat. De randen van de stad en de auto-afhankelijke New
Towns, waar de grootstedelingen doorgaans aan voorbij rijden, zijn
de brandhaarden van het opkomende populisme. Zo waren tijdens
de parlementsverkiezingen van 2017 de rechts-populistische PVV
en progressieve GroenLinks in het voorheen perifere Amsterdam
Noord de twee grootste partijen. Theatermaakster Eva de Wit
deed veldwerk in deze volksbuurten, die sinds kort in trek zijn bij
de Amsterdamse middenklasse. De Oud-Noorderlingen, zoals
ze zichzelf noemen, stemmen op de PVV uit verzet tegen de
nieuwkomers die ‘hun Noord’ komen bezetten. Daarmee doelen ze
zowel op de gesubsidieerde asielzoekers als de kapitaalkrachtige
yuppen, twee groepen die wat hen betreft het falen van de linkse
elite representeren. Hun weerstand doet denken aan het verzet
tegen andere stedelijke nieuwkomers. De bespreking van de
bundel Protest and Resistance in the Tourist City laat zien dat over
de hele wereld de weerstand tegen toerisme groeit, niet alleen in
grote maar ook in kleine steden. Toerisme kan echter ook kansen
bieden om verzet te organiseren en bekend te maken.
De verschillende bijdragen in dit themanummer tonen kortom
een divers scala aan gemarginaliseerde groepen die van zich
laten horen. De bijdragen laten daarnaast zien dat dit verzet heel
verschillende vormen aanneemt, en er ook niet altijd direct uitziet
als verzet. Ten slotte benadrukken de bijdragen de stedelijke
dimensies van verzet, ook wanneer het verzet in kleinere steden,
buitenwijken en perifere delen van het land ontkiemt.
mindere mate aanwezig is in de bebouwde kom. Daarbij benadrukt
hij dat dit wordt tegengewerkt door de macht. De stedelijke
chaos roept namelijk tegelijkertijd ook de neiging naar sociale
en ruimtelijke ordening, rationalisering en structurering op. De
centralisatie van macht in de stad maakt het mogelijk om de chaos
tegen te gaan door te interveniëren in de productie van ruimte.
Het kan zijn om sociale controle te houden of om investeringen
te faciliteren, maar de tegenwerking vanuit de macht (de staat en
het kapitaal) produceert oók het stedelijke. Wanneer de macht
echter de overhand krijgt, houdt het stedelijke op te bestaan en
begint het suburbane, waar diversiteit laag is. Gebruikmakend
van Lefebvre’s raamwerk betoogt de Canadese geograaf Alan
Walks dat hedendaagse stadsregio’s niet makkelijk meer kunnen
worden opgedeeld in een stedelijke kern en een suburbane
buitenring. Oplopende woningprijzen en woningnood leiden tot
een suburbanisatie van marginale groepen en een toenemende
diversiteit in de buitenwijken en groeikernen. Waar gentricatie
juist kan leiden tot het suburbane in het centrum, zien we dat
het stedelijke zich uitbreidt. Walks stelt daarom dat gebieden
die voortkwamen uit naoorlogse ordening (bijvoorbeeld auto-
afhankelijke buitenwijken, kleine industriesteden en New Towns)
ook een incubator kunnen worden voor progressieve politiek – of
in ieder geval voor politiek dat in verzet komt tegen de heersende
macht.
Bijdragen
De auteurs van dit themanummer kijken dus naar stedelijk verzet uit
onverwachte hoek. Hoe gemarginaliseerde groepen zich op kleine
schaal organiseren of verenigen om een antagonistische politiek
over het voetlicht te brengen. We zien verzet in Salinas in Californië,
Hong Kong, London en Antwerpen van groepen die liever uit beeld
blijven en zich niet gemachtigd voelen, en derhalve hun toevlucht
zoeken in alternatieve vormen in hun alledaagse praktijken. Megan
Raschig onderzocht hoe de Latijns-Amerikaanse gemeenschap in
Californië een nieuwe tactiek bedacht om het politiegeweld aan
te kaarten, wat de afgelopen jaren vele jongeren in de Verenigde
Staten het leven heeft gekost en heeft geleid tot grootschalige
bewegingen als Black Lives Matter. In plaats van grote protesten
te organiseren met het risico om te worden genegeerd of
neergeslagen, besloot de gemeenschap om ‘genezingssessies’ te
organiseren. Tijdens de bijeenkomsten werden zowel bewoners
als ambtenaren gevraagd om hun ervaringen te delen en samen te
herstellen van de problemen rond racisme en ongelijkheid.
Verzet zonder openlijk in protest te gaan is een tactiek die ook
door Filipijnse huishoudelijke werkers uit Hong Kong wordt gebruikt,
zo blijkt uit het onderzoek van Patricia Roach. Haar bijdrage laat
zien hoe de vrouwen schoonheidswedstrijden organiseren om
de slechte arbeidsomstandigheden en de subjectivering van hun
beroep aan te kaarten. De prijzen worden daarbij uitgereikt aan de
‘slechtste vrouwen’, dat wil zeggen aan degene die het negatieve
stereotype van een werkster het beste kan verbeelden. Ook in het
artikel van Marthe Singelenberg, dat de gentricatie van de rosse
buurt van Londen beschrijft, komt een gemarginaliseerde groep in
opstand. In Soho, ooit het centrum van de seksindustrie, worden
7
STEDELIJK VERZET
AGORA 2017-2 STEDELIJK VERZET UIT ONVERWACHTE HOEK
Wanneer de macht de
overhand krijgt, houdt het
stedelijke op te bestaan en
begint het suburbane, waar
diversiteit laag is
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.