ArticlePDF Available

Ponsaers, P., van der Vijver, K., Devroe, E., Gunther Moor, L., Janssen, J., van Stokkom, B. (2017). “Eigenrichting? De grenzen van democratische zelfbescherming”, Cahiers Politiestudies, Eigenrichting, nr. 43, 7-10.

Authors:
  • Flemish Peace Institute
CPS 2017-2, nr. 43 7
Editoriaal
Eigenrichting? De grenzen van democratische
zelfbescherming
Paul Ponsaers1, Kees van der Vijver2, Elke Devroe3, Lodewijk Gunther Moor4, Janine
Janssen5 & Bas van Stokkom6
Rechtshandhaving is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het ‘sociaal contract’
biedt burgers overheidsbescherming in ruil voor coöperatie aan de democratische
samenleving. Dit monopolie leidt tot een verbod op eigenrichting: burgers mogen het
heft niet in eigen handen nemen. In de democratische samenleving is dit immers niet
gewenst en streng gereglementeerd. Afgelopen decennia echter wordt er in het kader
van zelfredzaamheid een gedeelte terug gelegd bij de burger, en is het omgaan met
eigenrichting aan herijking toe is. Een tweede evolutie betreft de culturele eigenrichting.
Het gaat hier om migrantengroepen die er concurrerende waarden- en normensystemen
op na houden en wensen dat de rechtshandhaving plaatsvindt volgens geheel andere
normen dan deze in het gastland. In welke mate kan afwijkende rechtshandhaving
een plaats vinden in de democratische samenleving? Tal van vragen rijzen en raken
de essentie van ons democratisch bestel. Het gaat om maatschappelijk interessante
én relevante kwesties, die ook in de toekomst zonder enige twijfel terug aan de orde
zullen zijn en komen. Op deze vragen biedt dit Cahier antwoorden in opeenvolgende
bijdragen. De bijdragen in dit Cahier werden geordend van algemeen naar bijzonder,
van beschrijvend naar analyserend en onderzoekend, en tot slot experimenterend en
discussiërend.
De eerste bijdrage “Eigenrichting en rechtshandhaving door burgers – Een overzicht van
dimensies, vormen en praktijken” beoogt te inventariseren welke ontwikkelingen rondom
eigenmachtig optreden van burgers gaande zijn maar brengt ook normatieve perspec-
tieven onder de aandacht die zich voor discussie lenen. De gasteditoren Kees van der
Vijver, Paul Ponsaers, Elke Devroe, Lodewijk Gunther Moor, Janine Janssen en Bas van
Stokkom geven een ruim overzicht van dimensies van eigenrichting en de beteugeling
daarvan. Zij bespreken uiteenlopende vormen van informele rechtshandhaving door
(groepen) burgers en de verwantschap met eigenrichting. Tegelijkertijd stellen ze vast
dat de ruimte voor de bijdrage van de burger aan rechtshandhaving minder klein is
dan voorheen. Werd de burger enkele decennia terug nog ontmoedigd om actief bij te
dragen aan rechtshandhaving, tegenwoordig zien politie en justitie steeds meer in dat
burgers een ruimer speelveld behoeven. Ook behandelen ze het juridische perspectief
op eigenrichting, het ontstaan ervan en de strafrechtelijke definitie. Vervolgens komt
1 Emeritus Hoogleraar Criminologie en Rechtssociologie, UGent.
2 Voormalig hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut
voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT.
3 Universitair Hoofddocent, Institute of Security and Global Affairs, Universiteit Leiden.
4 Secretaris Stichting Maatschappij & Veiligheid.
5
Lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties Avans Hogeschool. Daarnaast werkt ze als hoofd onderzoek bij
het Nationaal Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie.
6 Senior Onderzoeker, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
CPS 43 - Eigenrichting PROEF 2.indd 7 4/27/2017 4:36:50 PM
8 CPS 2017-2, nr. 43
Kees van der Vijver, Elke Devroe, Lodewijk Gunther Moor, Janine Janssen, Paul Ponsaers & Bas van Stokkom
de relatie tussen eigenrichting en de individuele burger aan bod. De auteurs bespreken
het burgerarrest en het recht op noodweer (Nederland) en wettelijke zelfverdediging
(België). Geconstateerd kan worden dat de overheid de aanvankelijke opvatting dat
burgers geen rol horen te spelen bij rechtshandhaving heeft losgelaten. Ook bestaan er
collectieve en georganiseerde vormen van rechtshandhaving die buiten de overheid om
plaatsvinden, zoals particuliere beveiliging en buurtwachten. De auteurs gaan verder
in op de verschuiving naar sociale controle en zelfredzaamheid. Tenslotte besteden de
auteurs aandacht aan de diversiteit van normsystemen om aan te geven hoe complex
het stelsel van handhaving van (rechts)normen in elkaar steekt. Zij trachten tot slot de
balans op te maken.
Een tweede bijdrage “Juridische grenzen van geoorloofde eigenrichting – Noodweer en
burgerarrest: verwant maar verschillend” van de hand van Ad Machielse
7
gaat uit van
de vaststelling dat de burger het recht niet in eigen hand mag nemen, ook vanuit een
Nederlands juridisch oogpunt. Op dit beginsel bestaan uitzonderingen, met name
als de overheid de burger niet kan beschermen en het recht niet zelf kan handhaven.
Noodweer en burgerarrest vullen dan het tekort van de overheid op. In zoverre zijn
beide aan elkaar verwant. Leidt deze verwantschap tot gelijkenis? Staan zij volkomen
los van elkaar of raken zij elkaar? En welke regels gelden dan? Op dergelijke vragen
probeert deze bijdrage een juridisch licht te werpen. Zo zal aandacht worden geschonken
aan de achtergrond en het karakter van beide verschijnselen, de voorwaarden waaraan
voldaan moet zijn wil de burger rechtmatig handelen in noodweer of burgerarrest en de
complicaties wanneer beide samenlopen. Per onderdeel zullen noodweer en burgerarrest
met elkaar worden vergeleken.
De derde bijdrage “De politieke ambities bij de invoering van het verbod op private milities in
België – Een historische inkijk” is geschreven door Paul Ponsaers en bekijkt van naderbij
de problematiek van private milities in België. Hij stelt vast dat de opdracht van de politie
in toenemende mate door diverse actoren wordt uitgeoefend. De geüniformeerde politie
is partner geworden van vele instanties, niet in het minst omdat het besef gegroeid is
dat de politie alleen niet alle verwachtingen kan inlossen van de bevolking. Anderzijds
rest er toch iets specifiek dat de politie niet kan, zelfs niet mag, delen met anderen.
Het gaat met name om het verbod dat van overheidswege werd opgelegd om het legaal
en legitiem geweldsmonopolie te doorbreken. Deze bijdrage gaat in op de vraag waar
dit verbod vandaan komt. De auteur gaat hiervoor terug naar het verbod op “private
milities” in België, het spiegelbeeld van de Nederlandse “weerkorpsen”. Dit artikel is
dan ook evident historisch van aard.
Bijdrage vier “Meer of minder eigenrichting door buurtwachten?” is van Marco van der
Land
8
. Hij stelt vast dat in Nederland de opmars van buurtwachten en Whatsapp-
groepen, die aan buurtpreventie doen, nauwelijks is te stuiten. Bij de formele autorit-
eiten bestaat de vrees dat deze groepen burgers, die samen met de politie en overheid
buurtpreventieteams opzetten, zich van geweld zouden kunnen gaan bedienen als zij
in de openbare ruimte anderen gaan aanspreken. In dit artikel wordt aan de hand van
bestaande literatuur de stelling verkend dat deze buurtwachten eerder een remmende
7
Emeritus hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Advocaat-Generaal
in buitengewone dienst bij de Hoge Raad der Nederlanden
8
Hogeschooldocent, Haagse Hogeschool, Academie voor Bestuur, Recht & Veiligheid, Lectoraat Grootstedelijke
Ontwikkeling.
CPS 43 - Eigenrichting PROEF 2.indd 8 4/27/2017 4:36:50 PM
Editoriaal
CPS 2017-2, nr. 43 9
werking hebben op dergelijke uitingen van eigenrichting in buurten. Tevens wordt
ingegaan op het belang van daadwerkelijke face-to-face interventies voor de werking van
informele sociale controle in buurten en worden randvoorwaarden benoemd waaronder
die interventies zonder agressie en geweld zouden kunnen verlopen.
Een vorm van eigenrichting waar de samenleving weinig begrip voor heeft, is die
van het gebruik van geweld om een geschonden eergevoel te herstellen. In politie en
media wordt dit geweld veroordeeld. Maar wat is eergerelateerd geweld eigenlijk? In
deze bijdrage “Eigenrichting in het kader van eerherstel” van de hand van Janine Janssen
wordt een antwoord op de vraag gezocht hoe die term in Nederland (beleidsmatig)
wordt afgebakend. Wat zijn in de dagelijkse praktijk aanleidingen tot eerconflicten en
hoe denken antropologen over het antwoord op de vraag hoe dit soort codes ooit zijn
ontstaan? Verder komt aan bod wat Nederlandse politie aan dit soort geweld doet. Met
de komst van een landelijk expertisecentrum bij de nationale politie heeft de aandacht
voor dit geweld in Nederland bij de politie inmiddels structurele aandacht gekregen. De
nadruk op eigenrichting als essentieel onderdeel van eercodes heeft er toe bijgedragen
dat in politiekringen het draagvlak voor betrokkenheid bij de aanpak van geweld uit
naam van eer vergroot is. Tevens wordt in deze bijdrage aandacht besteed aan de vraag
wat voor soort casuïstiek zoal bij de politie in beeld komt en aan de noodzakelijkheid
van de betrokkenheid van andere partners in de veiligheidszorg bij preventie en aanpak
van dit geweld.
Ben Rovers9 heeft het in “Van cohesie naar conflict – Een hypothese over ontwikkelingen
in eigenrichting” over het feit dat eigenrichting een ‘rafelig’ concept is, waarvan zeer
uiteenlopende definities bestaan, die een zeer smal tot zeer breed palet van maatschap-
pelijke verschijnselen bestrijken. In dit artikel wordt, gebruikmakend van een brede
definitie, een beeld geschetst van de ontwikkelingen in eigenrichting in Nederland
sinds 2000. Geconstateerd wordt dat in deze periode diverse belangwekkende ontwik-
kelingen op het vlak van eigenrichting hebben plaatsgevonden, zoals de sterke opkomst
van eigenstandige rechtshandhaving via internet en massamedia, popularisering van
eigenrichting in samenleving en politiek, en de opkomst van groepsnormen die haaks
staan op publiek vastgestelde normen. De hypothese is dat eigenrichting als fenomeen
een fundamentele verandering ondergaat en steeds minder een uiting is van sociale
cohesie en steeds vaker een symptoom van groepsconflict in de samenleving. Er wordt
voor gepleit het begrip eigenrichting te ontdoen van zijn normatieve connotatie.
In de zevende bijdrage “Het digitale schandaal als vorm van eigenrichting” van de hand
van Peter Vasterman
10
wordt ingegaan op de rol van de sociale media. De sociale media
zorgen voor een verandering van het schandaal als maatschappelijk proces waardoor het
element van eigenrichting wordt versterkt. Het is voor iedere burger mogelijk geworden
om normovertredingen vast te leggen, aan te klagen, via sociale netwerken te verspreiden
en zo brede verontwaardiging te mobiliseren. Dat zorgt voor een ‘democratisering’ van
de schandalisering, niet alleen wat de aanbrenger maar ook wat de aangeklaagde betreft.
Gingen schandalen vroeger uitsluitend om publieke personen tegenwoordig kunnen
ook ‘gewone’ mensen bij een vastgelegde normovertreding object worden van een
schandaal. De mogelijkheden (affordances) die sociale netwerken bieden werken golven
van negatieve aanvallen (twitterstorms) op één persoon in de hand. Het is schandaal
9 Criminoloog en eigenaar van onderzoeksbureau BTVO in ’s-Hertogenbosch.
10 Mediasocioloog, Universitair docent Universiteit van Amsterdam.
CPS 43 - Eigenrichting PROEF 2.indd 9 4/27/2017 4:36:50 PM
10 CPS 2017-2, nr. 43
Kees van der Vijver, Elke Devroe, Lodewijk Gunther Moor, Janine Janssen, Paul Ponsaers & Bas van Stokkom
wordt zo nog veel sterker een vorm van eigenrichting: een openbare terechtstelling,
maar dan zonder de gebruikelijke procedures die een eerlijke rechtsgang waarborgen.
Vrijwilligers in een politiezone – Het geheim van een goed huwelijk”, geschreven door Eddy
Van Daele11 en Joyce Van de Voorde12 gaat in op de structurele inzet van vrijwilligers in
Belgische politiezones, hetgeen in België nog steeds eerder uitzonderlijk is. Een tweetal
jaar terug gaf een analyserapport van de vaste commissie van de lokale politie, zelfs
aan dat het in de huidige juridische context niet aan te raden is om met vrijwilligers
aan de slag te gaan. Zoals zo vaak evolueren de geesten sneller op de werkvloer dan in
de managementtoren. Zo incorporeerde de politiezone Het Houtsche met succes een
uitgebreide vrijwilligerswerking structureel in de organisatie. Dit voorbeeld werkt viraal
en in sneltempo slaan ook andere zones deze weg in. Hoe bewijst de praktijkervaring dat
de juridische en andere bezwaren tegen het werken met vrijwilligers geen substantiële
belemmering vormen? Wat is de politiële en maatschappelijke meerwaarde van deze
structurele inzet waarbij bewust gekozen werd voor een vrijwilligerstakenpakket zonder
politiële bevoegdheden?
In een afsluitende discussiebijdrage “Vigilantes en digilantes – Democratische spelregels
voor burgerpatrouilles en opsporingsmeutes” gaan Bas van Stokkom13 en Eric Bervoets14 in
op de vraag in hoeverre het optreden van burgerpatrouilles (on)acceptabel kan worden
genoemd. Het gaat daarbij niet om de vraag naar geweld of de dreiging daarmee. Dat
is immers sowieso bij wet verboden. De (on)aanvaardbaarheid van burgeropsporing en
-handhaving kan ook aan democratische spelregels worden getoetst. Een herwaardering
daarvan is naar de mening van de auteurs noodzakelijk. De laatste decennia lijken
burgerinitiatieven in mindere mate te worden beoordeeld vanuit het perspectief van
de rechtsgemeenschap, de publieke zaak en de bijdrage van burgerschap daaraan. Er is
een ‘neoliberaal burgerschap’ ontstaan waarin individuele rechten heilig zijn verklaard.
Beledigen, belasteren en opruien worden in toenemende mate gerekend tot ‘legitieme’
omgangsvormen tussen burgers. De auteurs houden een pleidooi voor heldere normen
van verantwoordelijk burgerschap. Hierbij staan ze stil bij de Soldiers of Odin om te
illustreren dat die groep ook paramilitaire ambities heeft. Dat brengt hen bij enkele
afwegingen rondom de vraag wanneer het optreden van burgerpatrouilles niet langer
aan democratische normering voldoet.
Dit Cahier sluit af met een boekbespreking, met name van het boek van Jan van
Koningsveld (2016), De offshore wereld ontmaskerd. Over vage vennootschappen, anonieme
eigenaren en onbekende geldstromen, Zeist: Kerckebosch. De bespreking is van de hand
van Marcel Pheijffer15.
De gastredactie hoopt van harte dat dit Cahier in brede kring weerklank zal vinden, de
lezer zal boeien en de discussie omtrent de grenzen van democratische zelfbescherming
zal voeden. Herbronning en verheldering lijkt immers van groot belang.
11 Hoofdcommissaris – korpschef Politiezone Het Houtsche, Master Criminologie.
12 Bachelor criminologie – Universiteit Gent
13 Senior Onderzoeker, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
14 Doctor, Criminoloog en Bestuurskundige, verbonden aan Bureau Bervoets.
15 Hoogleraar (Forensische) Accountancy, Nyenrode Business Universiteit en Universiteit Leiden.
CPS 43 - Eigenrichting PROEF 2.indd 10 4/27/2017 4:36:50 PM
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.