ArticlePDF Available

Ponsaers, P., Devroe, E. (2017). “Criminologen over de lokale verschillen in het veiligheidsbeleid”, Knack, 22 februari.

Authors:

Abstract

Dit interview kadert in een reportage samengesteld door Kristof Clerix naar wat de overheid deed met het geld dat werd besteed aan veiligheidsstudies door middel van subsidies van de Europese Commissie (onderzoeksprogramma's zoals Horizon 2020 en de Kaderprogramma's), subsidies vanwege Programma's voor Wetenschapsbevordering, departementen van diverse ministeries en de bedrijfswereld. Wat heeft al dat onderzoek opgebracht? Wat zijn nuttige applicaties die werden ontworpen door academici? In dit interview gaan criminologen Paul Ponsaers en Elke Devroe dieper in op een aantal tendenzen in de veiligheidsplanning (agendasetting in grootsteden) op basis van een onderzoek in 22 Europese metropolen in 9 verschillende landen. Dit grootschalig internationaal onderzoeksproject dat op basis van de 'collaborative method' (zonder externe subsidies dus) werd gevoerd leidde tot de publicatie 'Policing European metropolises. The politics of security in city-regions' (Devroe, E., Edwards, A., Ponsaers,P.) (Eds.) (2017) dat op 27 februari werd uitgegeven bij Routledge. De criminologen wijzen er op dat de aandacht voor bestraffing of rehabilitatie van de dader afgelopen jaren steeds verder opschuift naar allerhande vormen van risico management (pre-crime, Zedner), waarbij middels technologie (predictive policing, CCTV, etc...) getracht wordt misdrijven te voorkomen, en er dus voor te zorgen dat ze niet kunnen plaatsvinden. Ook infrastructurele ingrepen zoals hekken, barricades, het inperken van de publieke ruimte (environmental criminology) en het vroegtijdig opvolgen van mogelijke verdachten en hun naaste familieleden (Top 600 programma) behoort tot de nieuwe criminaliteitsbeheersing en handhaving van het 'risicomanagement'.
38 2 2 F E B R U A R I 2 0 1 7 — W W W . K N A C K . B E
project - overgewaaid uit Scandinavië - waarbij ‘ernstig
overlastgevende gezinnen’ worden weggestopt in contai-
nerparken in het bos.
DEVROE
: Als zo’n ‘familie Flodder’ sociale hulp blijft
weigeren en het toch klachten blijft regenen, dan kan de
burgemeester ze naar die containers sturen. Buitensluiten
als oplossing, dat is ook een vorm van risicomanagement.
Zonder een beslissing van een rechter?
DEVROE
: Ja, de burgemeester is daarvoor verantwoor-
delijk. Een ander voorbeeld is huisarrest: ook dat kan in
Nederland door een burgemeester worden opgelegd, als
administratieve maatregel. In België zijn de bevoegdheden
van de burgemeester iets minder ruim. Hij kan wel panden
sluiten of vergunningen schorsen. Maar op het persoonlijke
vlak gaat het niet zover als in Nederland.
In welk Europees land gaat dat risicomanagement het
verst?
DEVROE
: Zonder enige twijfel in het Verenigd Koninkrijk.
Dat heeft te maken met de zaak-James Bulger, de peuter
die in de jaren negentig door twee jongens van tien jaar
werd ontvoerd en doodgemarteld. De maatschappelijke
reactie was toen: we moeten gedragingen inperken voor
ze uit de hand lopen. Dat vertaalde zich in de ASBO’s, de
Anti Social Behaviour Orders: een rechter beslist dan bij-
voorbeeld dat je een jaar lang niet meer met bepaalde
vrienden mag optrekken of niet meer naar de discotheek
mag gaan. Als je je daar niet aan houdt, krijg je een gevan-
genisstraf van zes maanden tot een jaar. En dat kan al
vanaf twaalf jaar. Door dat systeem zitten in Engeland nu
ook heel jonge kinderen in de gevangenis.
Op welke manier werken technologische ontwikkelin-
gen de keuze voor risicomanagement in de hand?
DEVROE
: Dankzij die nieuwe technologie is het vandaag
veel gemakkelijker om aan risk assessment te doen. Tien
jaar geleden moest je als overheid met probleemjongeren
gaan praten. Nu kun je gewoon hun Twitter- en Face-
bookgebruik analyseren.
In Nederland gebruiken ze tegenwoordig een nieuwe
app, Burgernet, waarmee mensen de politie kunnen infor-
meren over wat ze op straat zien. Ze krijgen dan een sms-
bericht met het verzoek om uit te kijken naar een bepaalde
persoon of voertuig. De helft van mijn studenten heeft
die app geïnstalleerd. Ze vinden dat leuk: een beetje detec-
tive spelen. Of het ook echt helpt om misdaden op te
lossen, is nog niet bewezen.
Dat klinkt als een verkliksysteem.
DEVROE
: Inderdaad. In België zou dat nooit werken.
Maar in Nederland wordt de responsabilisering enorm
gepromoot: elke burger en onderneming moet zich betrok-
ken voelen bij veiligheidsoplossingen. Zo staat het letterlijk
in het beleidsplan van Amsterdam.
Vertrouwen we te veel op technologie als oplossing
voor onze veiligheidsproblemen?
DEVROE
: Ja en dat is heel spijtig. Het gebrek aan mense-
lijk contact zie je overal: in trams, metro, bussen, flat -
gebouwen. Overal zijn de mensen vervangen door camera’s
en technologie.
PONSAERS
: Op zich is er niets mis met die technologie.
Maar we weten dat ze ook misbruikt kan worden. Denk
aan de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA die Merkels
telefoon heeft afgetapt. En als bij ons de federale politie
tot tweemaal toe nalaat om bij de Privacycommissie toe-
gang te vragen tot de databank van de Dienst voor Inschrij-
ving van de Voertuigen (DIV), dan hou ik mijn hart vast:
wie controleert dat eigenlijk allemaal nog? En is het über-
haupt nog controleerbaar?
Welke gevolgen heeft dat voor de openbare ruimte?
DEVROE
: Die wil men zo clean mogelijk maken. Bedelaars
krijgen een GAS-boete, Roma’s moeten weg uit het straat-
beeld. Al het hinderlijke moet verdwijnen uit de openbare
ruimte, waar voor iedereen een soort stadsetiquette heerst.
Iedereen moet zich gedragen naar de norm van de stad,
bepaald door de burgemeester. Alleen: door mensen buiten
te sluiten, creëer je net meer ongelijkheid en polarisering.
Onder Bart De Wever is er in Antwerpen een strenger
veiligheidsbeleid gekomen. Een goede zaak?
DEVROE:
Voor sommige zaken werkt een lik-op-stuk -
beleid wel. Maar er wordt niet verder gekeken. Het jammere is
dat heel het sociale luik, het bestrijden van de mogelijke
oorzaken van criminaliteit, wegvalt. Die sociale aanpak
levert natuurlijk geen directe politieke winst op. Daarvan
zie je de resultaten pas op lange termijn.
PONSAERS
: Je had in Antwerpen bijvoorbeeld het U-Turn-
project, dat hulp bood aan jonge recidivisten.
DEVROE
: Onderzoek wijst uit dat dat project efficiënt
was. Toch is net dat luik in Antwerpen weggevallen.
Worden in de Europese steden politietaken ook uitbe-
steed aan privéspelers?
PONSAERS
: Het zogenaamde geweldsmonopolie van de
overheid is in België nooit doorbroken. In Nederland wel.
In Arnem loopt een proefproject in een uitgaanswijk: het
is de politie die dronken mensen oppakt, maar het afvoeren
gebeurt door een privébedrijf, G4S. Dat gaat gepaard met
dwanguitoefening natuurlijk.
DEVROE
: Die taken overlaten aan privébedrijven vind
ik een heel slechte evolutie. Je wéét dat zo’n privébedrijf
dat enkel voor de centen doet. De centrale vraag is: aan
wie moeten zij verantwoording afleggen?
In hun nieuwe boek Policing European Metropolises ver-
gelijken criminologen Paul Ponsaers (Ugent) en Elke
Devroe (Universiteit van Leiden) het veiligheidsbeleid in
22 Europese steden, van Antwerpen en Brussel tot Londen
en Parijs. Het resultaat van dat grootschalige internationale
onderzoek is verontrustend. Ponsaers: ‘In heel Europa
zie je dezelfde tendens: stadsbesturen voeren meer en
meer een eigen veiligheidsbeleid dat ontsnapt aan de
greep van de nationale wetgever. Zo krijg je als het ware
verschillende stadsrepublieken en verdwijnt het basis-
principe van iedere rechtsstaat, namelijk dat iedereen
gelijk is voor de wet.’
Vroeger richtte de lokale politiewerking zich vaak op
‘sociale justitie’: ze wilde de oorzaken van criminaliteit
aanpakken door in te zetten op sociale cohesie. Ponsaers:
‘Die klassieke preventie is volledig verschoven naar zuivere
crime-assessment. De technologische ontwikkelingen in de
veiligheidsindustrie én het angstklimaat dat is ontstaan
na de terreuraanslagen in Parijs hebben die verschuiving
mee in de hand gewerkt.’
Het risicomanagement in de Europese steden heeft vol-
gens Ponsaers en Devroe een dubbele focus. Het is gericht
op de openbare ruimte - denk aan bewakingscamera’s en
automatische toegangspoortjes - en op dadergroepen. In
hun boek geven ze het voorbeeld van de Amsterdamse
Top 600, een watchlist met 600 veelplegers.
Hoe volgt Amsterdam die 600 personen precies op?
ELKE DEVROE
: Het achterliggende idee is dat veelplegers
het grootste risico lopen om in de toekomst nieuwe crimi-
nele feiten te gaan plegen, en daarom volgt de politie die
600 personen van nabij op. Later dit jaar wordt die lijst
trouwens uitgebreid tot 1000 personen. De politie gaat er
geregeld op huisbezoek, ook om te voorkomen dat broer-
tjes of zusjes overlast gaan veroorzaken of crimineel gedrag
gaan vertonen. Ze past bij die 600 personen ook een lik-
op-stukbeleid toe: de straf of maatregel volgt onmiddellijk
op het delict. Zo krijgen de slachtoffers sneller voldoening.
Maar op die manier valt de rechterlijke controle weg, want
het gaat om een bestraffing door het parket. De vervol-
gende partij spreekt dus ook de straf uit. De feitenrechter
staat alleen nog in voor beroepszaken in de tweede lijn.
Dat is volgens ons niet zo’n goede evolutie. In België is
die ‘gedwongen hulpverlening’, zoals ze dat in in Neder-
land noemen, gelukkig nog niet aan de orde.
PAUL PO NSAERS:
En als je de hulp niet aanvaardt, komen
er meer controles. In Nederland loopt er nu zelfs een proef-
In Engeland zitten nu zelfs
twaalfjarigen in de cel
Terwijl criminaliteitsbestrijding vroeger focuste op het bestraffen van daders, maakt in
heel Europa een nieuwe aanpak school: risicomanagement. ‘Alles is gericht op het
beheersen van risico’s die zich nog moeten voordoen.
Je krijgt verschillende
stadsrepublieken,
waardoor niet langer geldt
dat iedereen gelijk is
voor de wet.P au l Po ns ae rs
Door KRISTOF CLERIX, fo to WOUTER VAN VAERENBERGH
2 2 F E B R U A R I 2 0 1 7 39
Policing European Metropolises.
The politics of security in city
regions verschijnt op 24 februari
bij Routledge.
PAUL
PONSAERS
EN ELKE
DEVROE:
‘Politietaken
uitbesteden
aan privé -
bedrijven
vind ik een
heel slechte
evolutie.’
Criminologen over de lokale verschillen in het veiligheidsbeleid
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.