Technical ReportPDF Available

De Leerfunctie van Bibliotheken in Beeld

Authors:

Abstract and Figures

‘Een leven lang leren’ is één van de kerntaken van de openbare bibliotheken. Om een actueel en uitgebreid overzicht te krijgen van de leerfunctie van bibliotheken is het voorliggende onderzoek opgestart. Het onderzoek bestond uit een kwantitatief deel - een digitale enquête onder alle 162 basisbibliotheken- en een kwalitatief deel - 9 interviews met bibliotheken die op het gebied van de leerfunctie een bijzondere aanpak of project hebben ontwikkeld. Ruim de helft (56%) van alle bibliotheken heeft meegewerkt aan dit onderzoek. FACILITEITEN: In de eerste plaats is in dit onderzoek gekeken in welke mate bibliotheken faciliteiten hebben waarmee de leerfunctie vormgegeven kan worden. Bijna 80% van de bibliotheken heeft in alle of tenminste enkele vestigingen rustige werkplekken met pc’s voor individuen. Daar staat tegenover dat 50% van de bibliotheken in geen enkele vestiging speciaal ingerichte studie- en leerplekken heeft. Ook geeft gemiddeld 25% van de bibliotheken aan in geen enkele vestiging een aparte cursus- of ontvangstruimte voor groepen te hebben. Dit is vaker bij kleine bibliotheken het geval (60%), maar ook 20% van de grote en zeer grote bibliotheken beschikt in geen enkele vestiging over een dergelijke ruimte. En tot slot valt op dat ongeveer 35% van de bibliotheken zelf vindt dat zij in geen enkele vestiging faciliteiten heeft om het voor volwassenen aantrekkelijk te maken om zich verder bij te scholen of te ontwikkelen. Wat de faciliteiten betreft zijn dus vrij veel vestigingen in Nederland niet zodanig ingericht dat dit de leerfunctie stimuleert. Verder is gekeken naar de toegankelijkheid tot digitale informatie. Deze blijkt beduidend beter te scoren. Ongeveer 90% van de bibliotheken biedt in alle vestigingen toegang tot het internet, tot de collectie van de bibliotheek zelf, tot de collecties van andere bibliotheken en tot nationale databanken. Internationale databanken daarentegen kunnen nog in de helft van de bibliotheken in geen enkele vestiging geraadpleegd worden. AANBOD MET EEN LEERFUNCTIE Verder is in dit onderzoek gekeken in welke mate bibliotheken educatief aanbod hebben. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen algemeen aanbod en aanbod voor speciale doelgroepen. Bijna alle bibliotheken bieden in één of meer vestigingen leeskringen, schrijversavonden, avonden voor poëzie en themabijeenkomsten aan. Ongeveer de helft van de bibliotheken biedt in alle of tenminste enkele vestigingen internetcursussen aan. Opvallend is dat driekwart van de bibliotheken in geen enkele vestiging talencursussen aanbiedt. Naast het algemene educatieve aanbod is in dit onderzoek gekeken naar aanbod voor speciale doelgroepen. De doelgroepen die bij dit onderzoek betrokken zijn, zijn dyslectici, anderstaligen, laaggeletterden en ouderen. Voor ouderen heeft ongeveer 75% van de bibliotheken in alle of enkele vestigingen speciaal aanbod. 70% van de bibliotheken heeft dit ook voor dyslectici. Iets meer dan de helft van de bibliotheken heeft in alle of enkele vestigingen speciaal aanbod voor laaggeletterden en 40% voor anderstaligen. Anderstaligen kunnen echter in een kwart van de bibliotheken in geen enkele vestiging terecht voor speciaal aanbod. Bibliotheken zijn zeer actief op het gebied van leesbevordering. 70 tot 80% van de bibliotheken doet in enkele of alle vestigingen op diverse manieren aan leesbevordering SAMENWERKINGSPARTNERS: Aan de bibliotheken is gevraagd met welke partners zij samenwerken op educatief gebied en waaruit die samenwerking bestaat. Gekeken is naar samenwerking met onderwijs- en andere educatieve instellingen, zorg- en welzijnsorganisaties, culturele organisaties en een aantal overige organisaties. Meer dan 80% van de bibliotheken werkt in alle vestigingen samen met het basisonderwijs. Met het VMBO, Havo/VWO en het ROC basis/volwasseneneducatie wordt vaak wel in minimaal één vestiging samengewerkt. Met MBO en ROC beroepsgerichte opleidingen wordt door de helft van de bibliotheken in geen enkele vestiging samengewerkt. 75% van de bibliotheken werkt in geen enkele vestiging samen met het HBO en 90% van de bibliotheken in geen enkele vestiging met een Universiteit. Verder is ook gekeken naar de samenwerking met andere educatieve instellingen. Van deze partners wordt het meest samengewerkt met kunsteducatieve instellingen en het bijzonder onderwijs. Het minst wordt samengewerkt met de Volksuniversiteit en taalaanbieders. Vervolgens is de samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties in kaart gebracht. Opvallend is dat met deze organisaties veel vaker wordt samengewerkt door bibliotheken dan met onderwijs-instellingen. Vooral met peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en consultatiebureaus wordt door de meeste bibliotheken in enkele of vaak ook in alle vestigingen samengewerkt. Beduidend minder is dit het geval bij bureau jeugdzorg, centra voor jeugd en gezin en Jip-en. Met musea, instellingen voor heemkunde, instellingen voor cultuurhistorie en theaters werkt 40% van de bibliotheken in enkele of alle vestigingen samen en nog eens 30% in één vestiging. Voor al deze culturele organisaties geldt echter ook dat ongeveer 30% van de bibliotheken in geen enkele vestiging met hen samenwerkt. Voor muziekpodia is dit zelfs 50% van de bibliotheken. Tot slot is gekeken naar de samenwerking met een drietal organisaties van een ander type: het UWV Werkbedrijf, de onafhankelijke arbeidsadviseur en (kinder)boekhandels. Met boekhandels wordt op grote schaal samengewerkt, met het werkbedrijf en de onafhankelijke arbeidsadviseur beduidend minder. GOEDE VOORBEELDEN: Naast het kwantitatieve deel op basis van een digitale enquête omvatte dit onderzoek ook een kwalitatief gedeelte. Hiervoor zijn negen gesprekken met vertegenwoordigers van verschillende bibliotheken gevoerd. Deze bibliotheken zijn op voordracht van de VOB uitgenodigd voor een gesprek omdat zij op het gebied van de leerfunctie een bijzondere aanpak of project hebben ontwikkeld. Uit deze gesprekken is een aantal goede voorbeelden van educatieve samenwerking naar voren gekomen. Daarbij is ook gekeken naar de factoren die dergelijke projecten tot een succes maken en naar de benodigdheden om dergelijke projecten landelijk verder te kunnen uitrollen.
Content may be subject to copyright.
Uitgevoerd in opdracht van
de Vereniging van Openbare
Bibliotheken door:
Kasperkovitz beleidsonderzoek en
advies en IVA beleidsonderzoek
en advies
De Leerfunctie van
Bibliotheken
in Beeld
Rapportage 2009
Drs. Johanna Kasperkovitz
Drs. Martien van Tits
Saskia von der Fuhr
De Leerfunctie van
Bibliotheken
in Beeld
Bijlage 2:
Resultaten per
Provincie
Bijlage 1:
Interviewverslagen
Good practices
Rapportage
Colofon
Deze publicatie is gemaakt in opdracht van de Vereniging
van Openbare Bibliotheken. Uitgevoerd door Kasperkovitz
beleidsonderzoek en advies en IVA beleidsonderzoek en advies.
© Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, 2010
© Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies / IVA Tilburg
december 2009
Contact
Vormgeving
Drukwerk
Sectorinstituut Openbare Bibliotheken
Lourina de Voogd, voogd@siob.nl
Twyla Lim, lim@siob.nl
www.siob.nl
ColourBlind
www.colourblind.cc
Drukwerkdeal
www.drukwerkdeal.nl
Inhoud
Samenvatting
Inleiding 1
Onderzoeksopzet 2
Educatieve faciliteiten 3
Aanbod met een leerfunctie 4
Algemeen aanbod a
Aanbod voor speciale doelgroepen b
Leesbevordering c
Samenwerkingspartners op educatief gebied 5
Onderwijs- en andere educatieve instellingen a
Zorg-en welzijnsorganisaties b
Culturele organisaties c
Overige organisaties d
Verschillen tussen provincies 6
Faciliteiten a
Aanbod voor speciale doelgroepen b
Samenwerkingspartners c
Goede voorbeelden 7
Conclusies
Aanbevelingen
Over de onderzoekers
Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies
IVA Tilburg
Onderzoekers/adviseurs
1
6
8
10
14
14
16
17
18
18
23
27
29
31
32
35
39
42
47
49
51
52
52
53
1
Samenvatting
Samenvatting
‘Een leven lang leren’ is één van de kerntaken van de openbare
bibliotheken. Om een actueel en uitgebreid overzicht te krijgen
van de leerfunctie van bibliotheken is het voorliggende onderzoek
opgestart. Het onderzoek bestond uit een kwantitatief deel - een
digitale enquête onder alle 162 basisbibliotheken- en een kwalitatief
deel - 9 interviews met bibliotheken die op het gebied van de
leerfunctie een bijzondere aanpak of project hebben ontwikkeld.
Ruim de helft (56%) van alle bibliotheken heeft meegewerkt aan dit
onderzoek.
In de eerste plaats is in dit onderzoek gekeken in welke
mate bibliotheken faciliteiten hebben waarmee de leerfunctie
vormgegeven kan worden.
Bijna 80% van de bibliotheken heeft in alle of tenminste enkele
vestigingen rustige werkplekken met pc’s voor individuen. Daar
staat tegenover dat 50% van de bibliotheken in geen enkele
vestiging speciaal ingerichte studie- en leerplekken heeft. Ook geeft
gemiddeld 25% van de bibliotheken aan in geen enkele vestiging een
aparte cursus- of ontvangstruimte voor groepen te hebben. Dit is
vaker bij kleine bibliotheken het geval (60%), maar ook 20% van de
grote en zeer grote bibliotheken beschikt in geen enkele vestiging
over een dergelijke ruimte. En tot slot valt op dat ongeveer 35% van
de bibliotheken zelf vindt dat zij in geen enkele vestiging faciliteiten
heeft om het voor volwassenen aantrekkelijk te maken om zich
verder bij te scholen of te ontwikkelen.
Wat de faciliteiten betreft zijn dus vrij veel vestigingen in Nederland
niet zodanig ingericht dat dit de leerfunctie stimuleert.
Verder is gekeken naar de toegankelijkheid tot digitale informatie.
Deze blijkt beduidend beter te scoren. Ongeveer 90% van de
bibliotheken biedt in alle vestigingen toegang tot het internet, tot
de collectie van de bibliotheek zelf, tot de collecties van andere
bibliotheken en tot nationale databanken.
Internationale databanken daarentegen kunnen nog in de helft van
de bibliotheken in geen enkele vestiging geraadpleegd worden.
Verder is in dit onderzoek gekeken in welke mate
bibliotheken educatief aanbod hebben. Daarbij is onderscheid
gemaakt tussen algemeen aanbod en aanbod voor speciale
doelgroepen.
Faciliteiten
Aanbod met een
leerfunctie
2Samenvatting
Algemeen aanbod
Bijna alle bibliotheken bieden in één of meer vestigingen
leeskringen, schrijversavonden, avonden voor poëzie en
themabijeenkomsten aan. Ongeveer de helft van de bibliotheken
biedt in alle of tenminste enkele vestigingen internetcursussen aan.
Opvallend is dat driekwart van de bibliotheken in geen enkele
vestiging talencursussen aanbiedt.
Aanbod voor speciale doelgroepen
Naast het algemene educatieve aanbod is in dit onderzoek gekeken
naar aanbod voor speciale doelgroepen. De doelgroepen die
bij dit onderzoek betrokken zijn, zijn dyslectici, anderstaligen,
laaggeletterden en ouderen.
Voor ouderen heeft ongeveer 75% van de bibliotheken in alle of
enkele vestigingen speciaal aanbod. 70% van de bibliotheken
heeft dit ook voor dyslectici. Iets meer dan de helft van de
bibliotheken heeft in alle of enkele vestigingen speciaal aanbod voor
laaggeletterden en 40% voor anderstaligen.
Anderstaligen kunnen echter in een kwart van de bibliotheken in
geen enkele vestiging terecht voor speciaal aanbod
Leesbevordering
Bibliotheken zijn zeer actief op het gebied van leesbevordering. 70
tot 80% van de bibliotheken doet in enkele of alle vestigingen op
diverse manieren aan leesbevordering
Aan de bibliotheken is gevraagd met welke partners zij
samenwerken op educatief gebied en waaruit die samenwerking
bestaat. Gekeken is naar samenwerking met onderwijs- en andere
educatieve instellingen, zorg- en welzijnsorganisaties, culturele
organisaties en een aantal overige organisaties.
Onderwijs- en andere educatieve instellingen
Meer dan 80% van de bibliotheken werkt in alle vestigingen
samen met het basisonderwijs. Met het VMBO, Havo/VWO en het
ROC basis/volwasseneneducatie wordt vaak wel in minimaal één
vestiging samengewerkt.
Met MBO en ROC beroepsgerichte opleidingen wordt door de helft
van de bibliotheken in geen enkele vestiging samengewerkt. 75%
van de bibliotheken werkt in geen enkele vestiging samen met het
HBO en 90% van de bibliotheken in geen enkele vestiging met een
Universiteit.
Verder is ook gekeken naar de samenwerking met andere educatieve
instellingen. Van deze partners wordt het meest samengewerkt met
kunsteducatieve instellingen en het bijzonder onderwijs. Het minst
wordt samengewerkt met de Volksuniversiteit en taalaanbieders.
Zorg- en welzijnsinstellingen
Vervolgens is de samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties
in kaart gebracht. Opvallend is dat met deze organisaties veel
Samenwerkingspartners
op educatiefgebied
3
Samenvatting
vaker wordt samengewerkt door bibliotheken dan met onderwijs-
instellingen.
Vooral met peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en
consultatiebureaus wordt door de meeste bibliotheken in enkele of
vaak ook in alle vestigingen samengewerkt. Beduidend minder is dit
het geval bij bureau jeugdzorg, centra voor jeugd en gezin en JIP-en.
Culturele organisaties
Met musea, instellingen voor heemkunde, instellingen voor
cultuurhistorie en theaters werkt 40% van de bibliotheken in enkele
of alle vestigingen samen en nog eens 30% in één vestiging. Voor al
deze culturele organisaties geldt echter ook dat ongeveer 30% van
de bibliotheken in geen enkele vestiging met hen samenwerkt. Voor
muziekpodia is dit zelfs 50% van de bibliotheken
Overige organisaties
Tot slot is gekeken naar de samenwerking met een drietal
organisaties van een ander type: het UWV Werkbedrijf, de
onaankelijke arbeidsadviseur en (kinder)boekhandels.
Met boekhandels wordt op grote schaal samengewerkt, met het
werkbedrijf en de onaankelijke arbeidsadviseur beduidend minder.
Er blijken duidelijke verschillen bij het vormgeven van de
leerfunctie te zijn tussen verschillende provincies. Dit geldt zowel
voor de faciliteiten als het aanbod (met name voor de speciale
doelgroepen) en de samenwerkingspartners. Hoofdstuk 6 schetst de
meest opvallende verschillen.
Naast het kwantitatieve deel op basis van een digitale
enquête omvatte dit onderzoek ook een kwalitatief gedeelte.
Hiervoor zijn negen gesprekken met vertegenwoordigers van
verschillende bibliotheken gevoerd. Deze bibliotheken zijn op
voordracht van de VOB uitgenodigd voor een gesprek omdat zij
op het gebied van de leerfunctie een bijzondere aanpak of project
hebben ontwikkeld. Uit deze gesprekken is een aantal goede
voorbeelden van educatieve samenwerking naar voren gekomen.
Daarbij is ook gekeken naar de factoren die dergelijke projecten
tot een succes maken en naar de benodigdheden om dergelijke
projecten landelijk verder te kunnen uitrollen.
Wat de faciliteiten betreft zijn nog vrij veel vestigingen in
Nederland niet zodanig ingericht dat dit de leerfunctie stimuleert.
Bij het aanbod voor speciale doelgroepen valt op dat ouderen en
dyslectici al op veel plaatsen in het land in de bibliotheek terecht
kunnen voor speciaal aanbod. Dit geldt beduidend minder voor
laaggeletterden en voor anderstaligen.
Bibliotheken werken veel samen met verschillende lokale partners
en zijn dus goed verankerd in de lokale samenleving.
Conclusies en
aanbevelingen
Verschillen tussen
provincies
Goede voorbeelden
4
Educatieve samenwerking vindt op grote schaal plaats met
basisscholen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en
consultatiebureaus. Het betreft dan met name leesbevordering
en voor- en vroegschoolse educatie aan de hand van landelijk
beschikbare, goed ontwikkelde programma’s.
Veel minder wordt samengewerkt met andere onderwijsinstellingen,
en met name met het HBO en universiteiten wordt nog nauwelijks
samengewerkt. Ook met taalaanbieders en Volksuniversiteiten
(die ook vooral talencursussen aanbieden) wordt nog erg weinig
samengewerkt.
Veel bibliotheken werken ook samen met diverse culturele
organisaties, al is dat aanbod meestal minder gespreid en vaak maar
in één vestiging beschikbaar.
Weinig bibliotheken werken tot nu toe samen met de onaankelijke
arbeidsadviseur en het UWV-werkbedrijf. Daar waar dit gebeurt leidt
dit echter wel tot goede resultaten.
Het is duidelijk dat provincies verschillende keuzes gemaakt hebben
bij het inzetten op de verschillende aspecten van de leerfunctie.
Sommige speciale doelgroepen kunnen in de ene provincie in veel
meer bibliotheken terecht dan in de andere. Ook de beschikbaarheid
van educatieve faciliteiten verschilt sterk per provincie.
Tot slot blijken er in het hele land al veel creatieve vormen van
educatieve samenwerking op allerlei terreinen te zijn, die ook
geschikt zijn voor verder uitrol op andere plaatsen.
Veel bibliotheken bieden een doorlopende leeslijn aan voor kinderen
en jongeren. In combinatie met hun laagdrempeligheid vormen
openbare bibliotheken hierdoor een belangrijke schakel in het
proces van leesbevordering en het bestrijden van taalachterstand en
laaggeletterdheid.
Omdat laaggeletterdheid ook bij volwassenen voorkomt en
ontwikkeling en educatie een leven lang door gaan, is het van
belang dat de bibliotheken een doorlopende leerlijn aanbieden
voor alle leeftijden. Een aanbod dat meer dan voorheen ook
gericht is op volwassenen en anderstaligen, zodat het bestrijden
van laaggeletterdheid, het inburgeren en deel uitmaken van de
lokale samenleving verder gestimuleerd wordt. Door haar lokale
verankering is de openbare bibliotheek bij uitstek geschikt om deze
rol te vervullen. Ook voor mensen die zich in de loop van hun leven
verder willen ontwikkelen kan de bibliotheek een rol van betekenis
vervullen.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het volgende aan te
bevelen om de leerfunctie van bibliotheken verder te versterken:
Specieke aandacht van bibliotheken bij het inrichten van
ruimte en collectie voor de wijze waarop de bibliotheek het
voor bezoekers aantrekkelijk kan maken om zich verder te
ontwikkelen of bij te scholen.
Samenvatting
5
Uitbreiding en verbetering van het (landelijke) aanbod voor
anderstaligen.
Meer en betere samenwerking met taalaanbieders en
Volksuniversiteiten.
Stimulering van samenwerking met HBO en universiteiten,
bijvoorbeeld op het gebied van stages en innovatie.
Verdere uitrol van het project WerkZat, dat goede resultaten laat
zien.
Verbindingen leggen tussen het aanbod voor de verschillende
doelgroepen, bijvoorbeeld
een link tussen aanbod voor scholieren van het voortgezet ·
onderwijs en WerkZat en
een link tussen aanbod voor anderstaligen/inburgeraars en ·
WerkZat.
Op die manier kan de bibliotheek bijdragen aan goede
informatie en ondersteuning voor mensen die een overstap
maken van de ene levensfase naar de volgende.
Landelijke ontwikkeling van speciale programma’s en
aangepaste materialen voor de verschillende doelgroepen (bv
ook voor voortgezet onderwijs, volwassenen en anderstaligen)
die passen bij de verschillende leerniveaus (vergelijkbaar met de
reeds bestaande programma’s voor basisonderwijs en voor- en
vroegschoolse educatie).
Per provincie een inhaalslag maken op de gebieden waarop zij
voor bepaalde doelgroepen minder aanbod hebben.
Bestrijding van laaggeletterdheid niet via individuele projecten
aanpakken maar als nieuwe werksoort op de kaart te zetten en
tot reguliere taak van de bibliotheek maken, met daarbij een
goed ontwikkeld landelijk aanbod aan speciale materialen.
Inzetten van structurele nanciële middelen om de leerfunctie
van bibliotheken (met name op het gebied van laaggeletterdheid
en anderstaligen) overal op peil te krijgen en stevig te
verankeren in de lokale samenleving.
Samenvatting
6Inleiding
Inleiding
Educatie is één van de kerntaken van de bibliotheek, zoals Minister
Plasterk bij de slotmanifestatie Bibliotheekvernieuwing op 3 april
2008 nog eens benadrukte.
Over de wijze waarop bibliotheken hun leerfunctie vormgeven en op
welke schaal dit gebeurt, was echter nog niet veel bekend.
De Monitor bibliotheekvernieuwing 2006 besteedde hier naast
andere vormen van inhoudelijke vernieuwing enige aandacht
aan, maar het onderwerp educatie zat verweven door meerdere
deelterreinen en kon daardoor niet afzonderlijk nader belicht
worden.
In 2008 is een nadere analyse op de gegevens uit de Monitor 2006
uitgevoerd om zoveel mogelijk de educatieve elementen eruit naar
voren te halen. Deze gegevens zijn neergelegd in een afzonderlijke
rapportage, die echter nog steeds weinig mogelijkheden bood om
een goed overzicht te krijgen over de leerfunctie van bibliotheken in
het hele land. Bovendien was dit gebaseerd op gegevens uit 2006 en
dus geen weergave van de huidige situatie.
Om een actueel en uitgebreid overzicht te krijgen van de leerfunctie
is vanuit de beleidslijn ‘Leven lang leren’ van de VOB door Lourina
de Voogd in 2009 een nieuw onderzoek gestart. Dit onderzoek
is uitgevoerd door Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies in
samenwerking met het IVA Tilburg.
Omdat meer dan de helft van alle bibliotheken aan dit onderzoek
heeft meegewerkt kan nu in de voorliggende rapportage een
representatief en gedetailleerd beeld van de leerfunctie van
bibliotheken in 2009 geschetst worden. Daarbij moet opgemerkt
worden dat dit beeld gemaakt is op basis van antwoorden van de
bibliotheken zelf en niet van klanten of samenwerkingspartners.
Het is denkbaar dat hierdoor het beeld positiever gekleurd is dan
wanneer andere betrokkenen bevraagd zouden zijn. Gezien de
uitkomsten is dit echter niet erg aannemelijk, want naast een
veelheid van educatieve voorbeelden en een aantal gebieden
waarop al erg veel gedaan wordt, komen uit het onderzoek ook een
aantal gebieden naar voren die nog duidelijk achter blijven in de
ontwikkeling. Van een systematische vertekening richting een te
rooskleurig beeld lijkt geen sprake te zijn. Desalniettemin verdient
het zeker aanbeveling de beschikbaarheid en de waardering van
1
7
Inleiding
het educatieve aanbod van bibliotheken ook eens bij klanten en
partners te bevragen.
Na een korte toelichting op de onderzoeksopzet in hoofdstuk 2
wordt hierna beschreven hoe de leerfunctie er in 2009 uitziet.
Daarbij wordt gekeken naar de educatieve faciliteiten (hoofdstuk 3),
het educatieve aanbod (hoofdstuk 4) en de samenwerkingspartners
(hoofdstuk 5). Steeds wordt gekeken naar de mate waarin dit
aangeboden wordt (de spreiding), de inhoud van het aanbod en
de waardering ervan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan
op verschillen tussen provincies in de invulling van de leerfunctie.
In hoofdstuk 7 wordt een aantal goede voorbeelden geschetst van
innovatieve educatieve projecten. Tot slot volgen de conclusies en
aanbevelingen van dit onderzoek.
8Onderzoeksopzet
Onderzoeksopzet
Het onderzoek naar de leerfunctie van de openbare bibliotheken in
2009 bestond uit een kwantitatief en een kwalitatief gedeelte.
Het kwantitatieve deel omvatte een webenquête onder
alle bibliotheken. Hiertoe is in september per mail aan alle 162
basisbibliotheken het verzoek gestuurd om een vragenlijst in
te vullen. In de vragenlijst is aandacht besteed aan contacten
en samenwerking met educatieve instellingen, culturele of
welzijnsinstellingen en de faciliteiten die de bibliotheken ter
beschikking hebben. Ook is gevraagd naar een beoordeling van
deze samenwerking, contacten en faciliteiten. De verwerking van
de gegevens uit deze enquête was anoniem, de gerapporteerde
gegevens zijn niet te herleiden tot individuele bibliotheken.
90 basisbibliotheken hebben de vragenlijst ingevuld, dit is een
respons van 56%. De respons was goed verdeeld over kleine,
middelgrote en grote bibliotheken, vergelijkbaar met de verdeling
zoals deze in het totaal van bibliotheken is.
De respons was ook goed verdeeld over alle 12 provincies. Uit
Utrecht en Noord-Holland was de respons verhoudingsgewijs laag
(36 en 38%), waardoor de uitkomsten mogelijk de situatie van de
gehele provincie maar ten dele weergeven.
In Groningen was de vragenlijst naar Biblionet Groningen als geheel
gestuurd. Uit de ingevulde antwoorden blijkt echter dat de gegevens
die wij ontvangen hebben slechts betrekking hebben op een deel
van de provincie. Dit deel omvat zowel qua aantal inwoners als
qua aantal vestigingen ongeveer 35% van het verzorgingsgebied
van Biblionet Groningen. Voor Groningen geldt dus in dit opzicht
hetzelfde als voor Utrecht en Noord-Holland.
Kwantitatief
2
9
Onderzoeksopzet
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Respons per
provincie
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 2.1
respons
Het kwalitatieve gedeelte van het onderzoek bestond
uit negen gesprekken met vertegenwoordigers van verschillende
bibliotheken. Hiervoor zijn op voordracht van de VOB bibliotheken
uitgenodigd die op het gebied van de leerfunctie een bijzondere
aanpak of project hebben ontwikkeld. In het kwalitatieve
deel is dieper ingegaan op een aantal goede voorbeelden van
educatieve samenwerking. Ook is daarbij gezocht naar de
factoren die dergelijke projecten tot een succes maken en naar de
benodigdheden om dergelijke projecten landelijk verder te kunnen
uitrollen.
Kwalitatief
10 Educatieve faciliteiten
Educatieve faciliteiten
In de eerste plaats is in dit onderzoek gekeken in welke mate
bibliotheken faciliteiten hebben waarmee de leerfunctie
vormgegeven kan worden.
Zoals in onderstaande graek te zien is heeft bijna 80% van
de bibliotheken in alle of tenminste enkele vestigingen rustige
werkplekken met pc’s voor individuen. Daar staat tegenover dat
50% van de bibliotheken in geen enkele vestiging speciaal ingerichte
studie- en leerplekken heeft. Ook geeft 25% van de bibliotheken
aan in geen enkele vestiging een aparte cursus- of ontvangstruimte
voor groepen te hebben. En tot slot valt op dat ongeveer 35% van
de bibliotheken zelf vindt dat zij in geen enkele vestiging faciliteiten
heeft om het voor volwassenen aantrekkelijk te maken om zich
verder bij te scholen of te ontwikkelen.
Wat de faciliteiten betreft zijn dus vrij veel vestigingen in Nederland
niet zodanig ingericht dat dit de leerfunctie stimuleert.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Faciliteiten voor
educatieve
activiteiten
Figuur 3.1
aparte cursus of
ontvangstruimte
voor groepen
rustige werkplekken
met pc’s voor
individuen
speciaal ingerichte
studieplekken en
leerplekken voor
individuen
faciliteiten om het voor
volwassenen aantrekkelijk te
maken om zich verder bij/om te
scholen of te ontwikkelen
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
In het onderzoek is ook gevraagd om de faciliteiten aan de hand van
een rapportcijfer te beoordelen. Hierbij gaat het om een beoordeling
van de kwaliteit van de faciliteiten door de bibliotheek zelf, dus
dit zegt nog niet hoe de klanten of de samenwerkingspartners de
faciliteiten waarderen. In onderstaande graek is deze beoordeling
weergegeven.
3
11
Educatieve faciliteiten
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Beoordeling
faciliteiten
Figuur 3.2
aparte cursus of
ontvangstruimte
voor groepen
rustige werkplekken
met pc’s voor
individuen
speciaal ingerichte
studieplekken en
leerplekken voor individuen
faciliteiten om het voor
volwassenen aantrekkelijk te
maken om zich verder bij/om te
scholen of te ontwikkelen
Ook hier valt weer op dat de faciliteiten om het aantrekkelijk te
maken om zich verder bij te scholen of te ontwikkelen ook wat de
kwaliteit betreft laag scoort. Dergelijke faciliteiten komen dus niet
alleen weinig voor, ze worden ook nog eens slechts met gemiddeld
een zesenhalf beoordeeld door de bibliotheken waar ze wél
voorkomen.
Wat de faciliteiten betreft valt er dus nog het nodige te verbeteren
aan het educatieve ‘klimaat’ in bibliotheken.
Het valt op dat het al dan niet hebben van een aparte cursus- of
ontvangstruimte sterk samenhangt met de schaalgrootte van
de bibliotheek, maar dat dit voor het al dan niet hebben van
aantrekkelijke faciliteiten om verder te leren veel minder het geval
is.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Aparte cursus- of
ontvangstruimte
voor groepen
minder dan 30.000
inwoners
30.000-90.000
inwoners
90.000-150.000
inwoners
meer dan 150.000
inwoners
Figuur 3.3
Kleine bibliotheken (minder dan 30.000 inwoners) hebben
zelden een aparte cursus- of ontvangstruimte. 60% van de kleine
bibliotheken heeft dit in geen enkele vestiging, de overige 40%
heeft een dergelijke ruimte in 1 vestiging. Opvallend is dat 10% van
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
12
de middelgrote bibliotheken (30.000 tot 90.000 inwoners) in alle
vestigingen een cursus- of ontvangstruimte hebben, terwijl geen
enkele grote of zeer grote bibliotheek dit in alle vestigingen heeft.
Het percentage bibliotheken dat in geen enkele vestiging over een
dergelijke ruimte beschikt ligt voor middelgrote, grote en zeer grote
bibliotheken steeds rond 20 tot 25%.
De schaalgrootte van de bibliotheken heeft veel minder invloed op
de aanwezigheid van faciliteiten om het aantrekkelijk te maken om
zich verder bij te scholen of te ontwikkelen.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Faciliteiten om het
aantrekkelijk te maken
om zich verder bij/
om te scholen of te
ontwikkelen
minder dan 30.000
inwoners
30.000-90.000
inwoners
90.000-150.000
inwoners
meer dan 150.000
inwoners
Figuur 3.4
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Het aanbieden van faciliteiten die verdere educatie aantrekkelijk
maken komt bij alle grootteklassen in 10 tot 20% van de
bibliotheken in alle vestigingen voor. Bij de zeer grote bibliotheken
(>150.000 inwoners) komt dit zelfs minder vaak voor dan bij de
kleine bibliotheken (<30.000 inwoners).
Bij kleine en middelgrote bibliotheken heeft ongeveer 40% in
geen enkele vestiging dergelijke faciliteiten, bij grote en zeer grote
bibliotheken is dit in 20 tot 25% van de bibliotheken het geval
Verder is gekeken naar de toegankelijkheid tot digitale informatie.
Deze blijkt beduidend beter te scoren dan de faciliteiten. Ongeveer
90% van de bibliotheken biedt in alle vestigingen toegang tot het
internet, tot de collectie van de bibliotheek zelf, tot de collecties van
andere bibliotheken en tot nationale databanken.
Internationale databanken daarentegen kunnen nog in de helft van
de bibliotheken in geen enkele vestiging geraadpleegd worden.
Educatieve faciliteiten
13
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Toegang tot digitale
informatie
Figuur 3.5
De toegankelijkheid tot digitale informatie wordt beduidend hoger
gewaardeerd dan de faciliteiten.
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
Beoordeling
toegang tot digitale
informatie
toegang tot
internet
toegang tot
internet
toegang tot de digitale
collectie van de
bibliotheek
toegang tot de digitale
collectie van de
bibliotheek
toegang tot de digitale
collectie van andere
bibliotheeken
toegang tot de digitale
collectie van andere
bibliotheken
toegang tot nationale
databanken
toegang tot
nationale
databanken
toegang tot
internationale
databanken
toegang tot
internationale
databanken
Figuur 3.6
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Educatieve faciliteiten
14 Aanbod met een leerfunctie
Aanbod met een
leerfunctie
Verder is in dit onderzoek gekeken in welke mate bibliotheken
educatief aanbod hebben. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen
algemeen aanbod en aanbod voor speciale doelgroepen.
Bijna alle bibliotheken bieden in één of meer vestigingen
leeskringen, schrijversavonden, avonden voor poëzie en
themabijeenkomsten aan. Ongeveer de helft van de bibliotheken
biedt in alle of tenminste enkele vestigingen internet- en andere
cursussen aan.
Opvallend is dat driekwart van de bibliotheken in geen enkele
vestiging talencursussen aanbiedt.
4a Algemeen aanbod
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Educatief aanbod
internetcursussen
literaire cursussen
talencursussen
schrijvers uitnodigen
voor lezingen
andere cursussen
avonden voor poëzie
of andere genres
leeskringen
themabijeenkomsten
of debatten
Figuur 4.1
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
In de meeste bibliotheken worden maandelijks leeskringen bezocht,
eens per kwartaal lezingen door schrijvers en themabijeenkomsten
en eens per jaar een avond voor poëzie. Van internetcursussen
en andere cursussen worden betrekkelijk vaak wekelijks gebruik
gemaakt.
4
15
Aanbod met een leerfunctie
Hoe vaak wordt het
aanbod gebruikt?
Figuur 4.2
010 20 30 40 50
percentage (%) bibliotheken
internetcursussen
literaire cursussen
talencursussen
schrijvers uitnodigen
voor lezingen
andere cursussen
avonden voor poëzie
of andere genres
leeskringen
themabijeenkomsten
of debatten
020 40 60 80 100
gratis
niet gratis
percentage (%) bibliotheken Kosten voor
deelnemer
internetcursussen
literaire cursussen
talencursussen
schrijvers uitnodigen
voor lezingen
andere cursussen
avonden voor poëzie
of andere genres
leeskringen
themabijeenkomsten
of debatten
Figuur 4.3
De meeste educatieve activiteiten zijn niet gratis. Alleen
themabijeenkomsten kunnen in de helft van de bibliotheken gratis
bezocht worden.
dagelijks
wekelijks
maandelijks
1 keer per kwartaal
1 keer per jaar
nooit
0 60%
16
De beoordeling die bibliotheken aan hun educatieve activiteiten
geven ligt tussen de 6,8 en de 7,6. Lezingen door schrijvers worden
het hoogst gewaardeerd en talencursussen het minst.
Waardering
aanbod
Figuur 4.4
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
internetcursussen
literaire cursussen
talencursussen
schrijvers uitnodigen
voor lezingen
andere cursussen
avonden voor poëzie
of andere genres
leeskringen
themabijeenkomsten
of debatten
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
4b Aanbod voor speciale
doelgroepen
Naast het algemene educatieve aanbod is in dit onderzoek
gekeken naar aanbod voor speciale doelgroepen. De doelgroepen
die bij dit onderzoek betrokken zijn, zijn dyslectici, anderstaligen,
laaggeletterden en ouderen.
Voor ouderen heeft ongeveer 75% van de bibliotheken in alle of
enkele vestigingen speciaal aanbod. 70% van de bibliotheken
heeft dit ook voor dyslectici. Iets meer dan de helft van de
bibliotheken heeft in alle of enkele vestigingen speciaal aanbod voor
laaggeletterden en 40% voor anderstaligen.
Anderstaligen kunnen echter in een kwart van de bibliotheken in
geen enkele vestiging terecht voor speciaal aanbod.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Percentage
bibliotheken dat
hulpmiddelen/speciaal
aanbod heeft voor:
dyslectici
anderstaligen
laaggeletterdan
ouderen
Figuur 4.5
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Aanbod met een leerfunctie
17
De beoordeling van het speciale aanbod ligt tussen 6,9 en 7,3,
waarbij het aanbod voor anderstaligen het laagst scoort.
Waardering
hulpmiddelen/
aanbod voor speciale
doelgroepen
Figuur 4.6
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
dyslectici
anderstaligen
laaggeletterden
ouderen
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
4c Leesbevordering
Bibliotheken zijn zeer actief op het gebied van
leesbevordering. 70 tot 80% van de bibliotheken doet in enkele of
alle vestigingen op de volgende wijze aan leesbevordering:
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Leesbevordering
door middel van
voorleesdagen
cursussen
op andere wijze
programma’s voor verminderen
onderwijsachterstand
van 6-12 jarigen
Figuur 4.7
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De verschillende vormen van leesbevordering worden ook
behoorlijk hoog gewaardeerd.
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
Waardering
leesbevordering
Figuur 4.8
leesbevordering via
voorleesdagen
leesbevordering via
cursussen
leesbevordering op een
andere wijze
programma’s voor verminderen
onderwijsachterstand
van 6-12 jarigen
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Aanbod met een leerfunctie
18 Samenwerkingspartners op educatief gebied
Samenwerkingspartners
op educatief gebied
5
Aan de bibliotheken is gevraagd met welke partners zij
samenwerken op educatief gebied en waaruit die samenwerking
bestaat. Gekeken is naar samenwerking met onderwijs- en andere
educatieve instellingen, zorg- en welzijnsorganisaties, culturele
organisaties en een aantal overige organisaties.
Meer dan 80% van de bibliotheken werkt in alle vestigingen
samen met het basisonderwijs. Met het VMBO, Havo/VWO en het
ROC basis/volwasseneneducatie wordt vaak wel in minimaal één
vestiging samengewerkt.
Met MBO en ROC beroepsgerichte opleidingen wordt door de helft
van de bibliotheken in geen enkele vestiging samengewerkt. 75%
van de bibliotheken werkt in geen enkele vestiging samen met het
HBO en 90% van de bibliotheken in geen enkele vestiging met een
Universiteit.
5a Onderwijs- en
andere educatieve
instellingen
Samenwerking met
onderwijsinstellingen
Figuur 5.1
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken
basisscholen
HBO
VMBO
ROC beroepsgericht
Havo/VWO
ROC basis/
volwassenen
MBO
universiteit
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De waardering voor de samenwerking schommelt tussen een 6 en
een 8. De samenwerking met HBO, MBO en ROC beroepsgerichte
opleidingen wordt het minst gewaardeerd en de samenwerking met
het basisonderwijs verreweg het hoogst. In onderstaande graek is
dit weergegeven.
19
Samenwerkingspartners op educatief gebied
Waardering
samenwerking met
onderwijsinstellingen
Figuur 5.2
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
basisscholen
HBO
VMBO
ROC beroepsgerichte
opleidingen
Havo/VWO
ROC basiseducatie/
volwasseneducatie
MBO
universiteit
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Nagegaan is ook waaruit de samenwerking bestaat. In de eerste
plaats betreft dit het aanbieden van cursussen of het ondersteunen
daarbij. Dit gebeurt vooral in samenwerking met basisscholen,
VMBO, Havo/VWO en ROC.
In de tweede plaats vindt samenwerking plaats rondom stages.
Dit speelt vooral bij het VMBO, Havo/VWO, MBO, HBO en ROC
beroepsgerichte opleidingen. In onderstaande graek is dit
weergegeven.
020 40 60 80 100
cursussen aanbieden
ondersteuning bij
aanbieden van cursussen
ondersteuning bij
aanbieden van stages
andere samenwerking
percentage (%) bibliotheken Type samenwerking
ROC basis/
volwassenen
ROC
beroepsgericht
HBO
MBO
Havo/VWO
VMBO
basisscholen
universiteit
Figuur 5.3
20
Daarnaast vindt met alle onderwijsinstellingen vooral ook andere
samenwerking plaats. Deze is heel divers. Hieronder wordt getracht
de vele vormen van andere samenwerking die door de bibliotheken
genoemd zijn zo beknopt mogelijk samen te vatten.
Basisscholen:
aanbod leesbevordering en mediawijsheid
brede school
doorgaande leeslijn
groepsbezoeken
activiteitenprogramma
mediatheek
projecten laaggeletterdheid
erfgoed- en cultuurparticipatie
VMBO
leesbevordering
literatuureducatie
cultuureducatie
mediawijsheid
mediatheek
BAZAR-producten
Biebsearch
huiswerkklas
groepsbezoeken
ontmoetingen met schrijvers
JIP
projectcollecties
ondersteuning leerkrachten
schoolpas ook als biebpas
tentoonstelling examenwerken
Havo/VWO
leesbevordering
literatuureducatie
mediawijsheid
mediatheek
bibliotheekinstructies
Biebsearch
Nederland leest
groepsbezoeken
ontmoetingen met schrijvers
projectcollecties
schoolpas ook als biebpas
MBO
leesbevordering
literatuureducatie
mediawijsheid
Samenwerkingspartners op educatief gebied
21
bibliotheekinstructies
groepsbezoeken
activiteiten ondersteunen met materiaal
tentoonstellingen
kunstcollectie tbv opleiding grasche vormgeving
HBO
betrekken bij activiteiten
buitenlandse studenten
kennispartner
Mediatheek
onderzoek
projecten, afstudeerscripties e.d.
samenwerking met Pabo rond taal en leesbevordering
ROC beroepsgerichte opleidingen
bibliotheekinstructies
groepsontvangsten
incidentele projecten
leesbevordering
mediatheek
MKB-leerbaan in de bibliotheek
toeleiden laaggeletterden
vraaggericht
ROC basis/volwasseneneducatie
bevordering streektaal en streekliteratuur
alfabetisering
bibliotheekinstructies
collecties laaggeletterden
leeskring laaggeletterden
media-educatie
gereduceerde of gratis abonnementen
groepsbezoeken
lees- en schrijfpunt
samenwerking met taalaanbieders
Universiteit
aanbieden van werkplekken
afstudeerproject
kennispartner
Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart
organiseren van debatten
Samenwerkingspartners op educatief gebied
22
Verder is ook gekeken naar de samenwerking met andere
educatieve instellingen. Van deze partners wordt het meest
samengewerkt met kunsteducatieve instellingen en het bijzonder
onderwijs. Het minst wordt samengewerkt met de Volksuniversiteit
en taalaanbieders.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking met
overige educatieve
instellingen
bijzonder
onderwijs
kunsteducatieve
instellingen
muziekscholen
seniorweb
volksuniversiteit
taalaanbieders
Figuur 5.4
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De waardering voor de samenwerking is het hoogst ten aanzien
van het bijzonder onderwijs en het laagst waar het gaat om
muziekscholen en taalaanbieders.
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
Waardering samen-
werking met overige
educatieve instellingen
Figuur 5.5
scholen voor
bijzonder onderwijs
kunsteducatieve
instellingen
muziekscholen
seniorweb
volksuniversiteit
taalaanbieders
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Samenwerkingspartners op educatief gebied
Ook met deze educatieve partners is de samenwerking heel divers.
De samenwerking bestaat vooral uit de volgende activiteiten:
Bijzonder onderwijs:
dezelfde vormen van educatieve samenwerking als met het
reguliere basisonderwijs
23
Muziekscholen:
activiteiten ondersteunen met materialen
collecties bladmuziek
culturele evenementen
cultuureducatie
ondersteuning onderwijskrachten
lokatie bieden voor optredens en Open Dag
kunst op school
Volksuniversiteit:
gezamenlijk lezingen organiseren
VU is ook taalaanbieder. In dat kader samenwerking op basis van
convenant
cursusaanbod; cursusmarkt
Taalaanbieders:
inburgeringsloket
specieke diensten bijv. afdeling ‘lees en schrijf’
groepsbezoeken
gratis abonnementen
convenant: alle cursisten van taalaanbieders volgen aansluitend
programma in bibliotheek en krijgen gratis pas gedurende
traject
Kunsteducatieve instellingen:
cultuureducatie
bieden van expositiemogelijkheden
samenwerking infomarkten
gezamenlijke projecten rond leesbevordering en mediawijsheid
samenwerking binnen erfgoedprojecten
kunst op school
ontvangsten in de bibliotheek
samenwerking tbv voorstellingen en schijversbezoeken
workshops
samenwerking op onderdelen van het jaarprogramma
Seniorweb:
bieden van computers en ruimte
internetcafé
internetcursussen
ondersteuning media-educatie trajecten
Samenwerkingspartners op educatief gebied
5b Zorg-en welzijns-
organisaties
Vervolgens is de samenwerking met zorg- en
welzijnsorganisaties in kaart gebracht. Opvallend is dat met deze
organisaties veel vaker wordt samengewerkt door bibliotheken dan
met onderwijs-instellingen.
Vooral met peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en
24
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking met
zorg & welzijn
welzijns-
instellingen
consultatie-
bureau
centrum voor
jeugd en gezin
zorg-
instellingen
bureau
jeugdzorg
JIP
peuter-
speelzalen
kinderdag-
verbijven
Figuur 5.6
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De samenwerking met peuterspeelzalen, kinderdagverblijven
en consultatiebureaus wordt ook het hoogst gewaardeerd. De
samenwerking met bureau jeugdzorg scoort maar net iets boven de 6.
Waardering
samenwerking met
zorg & welzijn
Figuur 5.7
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
welzijns-
instellingen
consultatie-
bureau
centrum voor
jeugd en gezin
zorg-
instellingen
bureau
jeugdzorg
JIP
peuter-
speelzalen
kinderdag-
verbijven
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Samenwerkingspartners op educatief gebied
consultatiebureaus wordt door de meeste bibliotheken in enkele of
vaak ook in alle vestigingen samengewerkt. Beduidend minder is dit
het geval bij bureau jeugdzorg, centra voor jeugd en gezin en JIP-en.
25
Samenwerking met peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en
consultatiebureaus betreft vooral voor- en vroegschoolse educatie
en de samenwerking met zorg- en welzijnsinstellingen richt zich
juist vaak op mensen die niet meer zelfstandig kunnen (komen)
lezen. De vele voorbeelden die door bibliotheken genoemd zijn
hebben we hieronder weer samengevat.
Welzijnsinstellingen
aanbod leesbevordering en literatuureducatie
inpassen aanbod bibliotheek in aanbod van welzijnsinstelling
samen actief naar mogelijkheden voor samenwerking zoeken
voor Boekendienst aan huis levert de welzijnsinstelling de
vrijwilligers
brede schoolactiviteiten en wijkaanpak
game/events
vrijwilligerspunt in de bieb
huiskamerprojecten
projecten voor allochtonen en in het kader van
taalachterstanden
WMO loketten
maatschappelijke stages
workshops
spreekuur
voorlichting
Zorginstellingen:
aanbieden collectie
aanbieden themakoers
speciale abonnementen
anderslezen
boek aan huis en luisteren in je leunstoel
voorleesteam
spreekuren
inloopmiddagen
thema expo’s
infoavonden
projecten
ideeën mee genereren voor creatieve therapeuten
Verteltafels
Peuterspeelzalen:
50+ leest voor
aanbieden van collectie m.b.t. leesbevordering
Boekenpret en andere leesbevorderingsprojecten
brede school verband
groepsontvangsten
ouderavonden
Peuterbus
voorleesuurtjes
voorlichtingsbijeenkomsten
Samenwerkingspartners op educatief gebied
26
wisselcollecties
voor- en vroegschoolse educatie (VVE)
Kinderdagverblijven:
dezelfde samenwerking als met peuterspeelzalen
Consultatiebureau
aanbieden van collectie m.b.t. leesbevordering
Boekenpret
Boekstart
WaWa Waaier
Kleintje koe, gericht op het bezoeken van de bibliotheek door
jonge moeders
collecties in de wacht- en spreekkamer
babybiebbon,
bijscholing artsen en verpleegkundigen op het gebied van
leesbevordering
voor- en vroegschoolse educatie (VVE)
Bureau Jeugdzorg
netwerkpartner VOPO
aanbod in jeugdbibliotheek
digitale sociale kaart
Stuurgroep Jeugd en Onderwijs
JIP
projecten
samenwerkingspartner binnen digitaal centrum jeugd&gezin
spreekuren binnen de bibliotheek
taakstraen uitvoeren in bibliotheek
werkplek voor HALT-kinderen
voorlichting
Centrum voor jeugd en gezin
aanbod in jeugdbibliotheek
brede schoolverband
Gids digitale en fysieke loketten.
gezamenlijke informatie verspreiden
gezamenlijke projecten
digitale dienstverlening mee helpen inhoud geven
JIP
aanbieden documentatie, folders
doorverwijzen
brede schoolverband
informatieverstrekking
Samenwerkingspartners op educatief gebied
27
5c Culturele organisaties
Met de meeste culturele organisaties werkt 40% van de
bibliotheken in enkele of alle vestigingen samen en nog eens 30%
in één vestiging. Voor ieder van de hieronder genoemde culturele
organisaties geldt dat ongeveer 30% van de bibliotheken in geen
enkele vestiging met hen samenwerkt. Voor muziekpodia is dit zelfs
50% van de bibliotheken.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking
met culturele
organisaties
musea
theaters
instellingen voor
heemkunde
instellingen voor
cultuurhistorie
muziekpodia
Figuur 5.8
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De waardering van de samenwerking met culturele organisaties ligt
gemiddeld tussen de 7 en 7,2. Alleen muziekpodia scoren met een
6,4 een stuk lager.
Waardering
samenwerking met
culturele organisaties
Figuur 5.9
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
musea
theaters
heemkunde
cultuurhistorie
muziekpodia
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
Samenwerkingspartners op educatief gebied
De samenwerking met culturele organisaties bestaat voornamelijk
uit de volgende activiteiten:
Musea:
bibliotheek biedt expositieruimte
cultuur - en erfgoededucatie
aanbieden van materialen en/of tentoonstellingen
gezamenlijke activiteiten bij monumentendag
gezamenlijk thema-avonden organiseren
28
gezamenlijke ontsluiting van informatie
gezamenlijke projecten
Historisch InformatiePunt
culturele evenementen
Kunst op school
opzetten van een historisch bezoekerscentrum
pr ondersteuning, ophangen posters en maken titellijsten
Instellingen voor heemkunde:
aanbieden van materialen
brede school verband
cultuurhistorische projecten
digitale ontsluiting erfgoed
documentatiecentra
erfgoededucatie
gezamenlijk thema-avonden organiseren
gezamenlijke projecten inkader van thema’s bv
Monumentendag, Week van de geschiedenis
heemkundekring in de bibliotheek
ondersteuning met projectcollecties
ruimte voor bijeenkomsten
ruimte voor tentoonstellingen
lezingen
Instellingen voor cultuurhistorie:
aanbieden van materialen
activiteiten
tentoonstellingen
beschikbaar stellen van archief
cultuurhistorische projecten/lezingen
digitale beelddienstverlening
HIP
digitale en educatieve projecten
gezamenlijk beheer van een Historisch OntmoetingsPunt
Genealogisch Informatiepunt
samen lezingen organiseren
samenwerking binnen netwerkprojecten
Muziekpodia:
activiteitenprogramma
brede school verband
displays nav activiteiten van het muziekpodium
diverse optredens
leden- / klantenwerving over en weer
lunchconcerten in bibliotheek
samen lezingen organiseren
projecten cultuureducatie
lokaal cultureel netwerk
promotie dmv ophangen posters en dergelijke
Samenwerkingspartners op educatief gebied
29
Theaters:
aanbieden van materialen ter ondersteuning van uitvoeringen /
lm
activiteitenondersteuning
afstemming programmering
Bazar en leesbevorderingsactiviteiten
bij gelegenheid aansluiten met expo in de bibliotheek
Culturele evenementen
Kinderboekenfeest
gezamenlijk aanbieden van cultureel programma voor jongeren
gezamenlijke activiteiten rond leesbevordering
met bibliotheekpas met korting naar 8 voorstellingen
achtergrond info over voorstelling op de wiki van de bibliotheek
literaire voorstellingen
poëzie week
samenwerking bij grote activiteiten als Boek en Bal en Kinder
Boek en Bal
5d Overige organisaties
Tot slot is gekeken naar de samenwerking met een
drietal organisaties van een ander type: het UWV Werkbedrijf, de
onaankelijke arbeidsadviseur en (kinder)boekhandels.
Met boekhandels wordt op grote schaal samengewerkt, met het
werkbedrijf en de onaankelijke arbeidsadviseur beduidend minder.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Overige
samenwerking
werkbedrijf
onaankelijk
arbeidsadviseur
(kinder)-
boekhandels
Figuur 5.10
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
De waardering voor samenwerking met het UWV Werkbedrijf is met
een 6 behoorlijk laag, maar de onaankelijke arbeidsadviseur en
de (kinder)boekhandels worden als samenwerkingspartners goed
gewaardeerd.
Samenwerkingspartners op educatief gebied
6.0 6.5 7.0 7.5 8.0
Waardering overige
samenwerking
Figuur 5.11
werkbedrijf
onaankelijk
arbeidsadviseur
(kinder)-
boekhandels
gemiddelde
rapportcijfers
0 10
30
Samenwerking met deze organisaties krijgt op de volgende wijze
vorm:
UWV Werkbedrijf:
bieden van faciliteiten
in dienst gedetacheerden
re-integratie
samenwerking binnen digitaal samenwerkingsproject
spreekuren op locatie
verstrekken van informatie en advies/ doorkoppelen naar ‘werk
en inkomen’
voorlichting organiseren
WerkZat
Onaankelijke arbeidsadviseur:
bieden van faciliteiten
lokatie spreekuur loopbaancoach
re-integratie
Werkzat
(kinder)boekhandels:
(Kinder)boekenfeesten
schrijversavonden
informatieve lezingen
aankoop
gezamenlijk organiseren van activiteiten
betrekken bij collectievorming
leesbevorderingsactiviteiten
Boekenweek, Kinderboekenweek
boekpromotie
leesbevordering
literaire lezingen
cultureel programma
in samenwerking organiseren van literaire bijeenkomsten
grote activiteiten als Boek en Bal (Boekenweek) en Kinder Boek
en Bal (Kinderboekenweek)
snelle levering boeken (sprinters)
stadsdichter
sponsoring
gezamenlijke activiteiten
bijdrage in jeugdactiviteiten
Samenwerkingspartners op educatief gebied
31
Verschillen tussen provincies
Verschillen tussen
provincies
Bij diverse uitkomsten uit dit onderzoek valt op dat er verschillen
zijn tussen de twaalf provincies. Bij een vergelijking tussen
provincies moet allereerst een aantal kanttekeningen gemaakt
worden.
Uit Utrecht en Noord-Holland was de respons verhoudingsgewijs
laag (36 en 38%), waardoor de uitkomsten mogelijk de situatie van
de gehele provincie maar ten dele weergeven.
In Groningen was de vragenlijst naar Biblionet Groningen als
geheel gestuurd. Uit de ingevulde antwoorden blijkt echter dat de
gegevens die wij ontvangen hebben slechts betrekking hebben op
een deel van de provincie. Dit deel omvat zowel qua aantal inwoners
als qua aantal vestigingen ongeveer 35% van het verzorgingsgebied
van Biblionet Groningen. Hier geldt dus hetzelfde als voor Utrecht
en Noord-Holland.
In Drenthe heeft de gehele provincie meegedaan aan het
onderzoek. Echter, dit zijn twee zelfstandige bibliotheken en een
netwerk van 9 aangesloten bibliotheken. Als in de uitkomsten 33%
staat kan dit dus 1 zelfstandige bibliotheek betreen, maar ook het
netwerk van 9.
In Flevoland en Zeeland gaat het om kleine aantallen
bibliotheken. In Flevoland heeft 1 van de 2 en in Zeeland 3 van
de 4 basisbibliotheken meegedaan aan het onderzoek. Hoge
percentages in de resultaten van het onderzoek moeten met
een korrel zout genomen worden, in Flevoland betekent 100%
1 basisbibliotheek en in Zeeland komt 33% overeen met 1
basisbibliotheek.
De onderstaande vergelijkingen moeten dan ook meer als indicatie
gezien worden van verschillen tussen provincies dan als een exacte
kwantitatieve weergave.
Hieronder bekijken we voor een aantal opvallende resultaten in
hoeverre deze verschillen per provincie. In Bijlage 2 zijn voor een
aantal onderwerpen de resultaten per provincie uitgesplitst en
gerelateerd aan het landelijk gemiddelde.
6
32 Verschillen tussen provincies
6a Faciliteiten
Cursus- en ontvangstruimte
Bij de faciliteiten viel op dat gemiddeld 25% van alle bibliotheken in
geen enkele vestiging een aparte cursus- en ontvangstruimte heeft
en dat ongeveer 5% dat in alle vestigingen heeft.
Dit blijkt nogal te verschillen per provincie. Een aparte cursus- en
ontvangstruimte zien we :
Vaker in alle vestigingen in Zeeland en Gelderland
Vaker in geen enkele vestiging in Flevoland en Zuid-Holland
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Aparte cursus- en
ontvangstruimte
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.1
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
33
Verschillen tussen provincies
Speciale studie- en leerplekken
Landelijk gezien heeft 50% van de bibliotheken in geen enkele
vestiging speciale studie- en leerplekken en 10% heeft dit in alle
vestigingen. Ook dit verschilt weer per provincie.
Speciale studie- en leerplekken voor individuen zijn er:
Vaker in alle vestigingen in Zeeland, Gelderland, Friesland
Vaker in geen enkele vestiging in: Groningen, Flevoland,
Drenthe, Overijssel
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Rustige studie- en
leerplekken voor
individuen
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.2
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
34
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Faciliteiten om het
aantrekkelijk te maken
voor volwassenen om
zich verder bij te
scholen/ontwikkelen
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.3
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Faciliteiten die het aantrekkelijk maken voor volwassen
om zich verder bij te scholen/ontwikkelen
Gemiddeld gaf 35% van de bibliotheken aan in geen enkele vestiging
faciliteiten te hebben die het aantrekkelijk maken voor volwassen
om zich verder bij te scholen/ontwikkelen en 15% biedt dit in alle
vestigingen aan.
Dergelijke faciliteiten zijn er:
Vaker in alle vestigingen in: Gelderland, Noord-Holland, Zeeland
Vaker in geen enkele vestiging in: Drenthe, Utrecht, Limburg
Verschillen tussen provincies
35
6b Aanbod voor speciale
doelgroepen Dyslectici
Landelijk gezien heeft 40% van de bibliotheken in alle vestigingen
speciaal aanbod voor dyslectici en ongeveer 10% in geen enkele.
Ook hier zijn de verschillen tussen provincies weer groot.
Speciaal aanbod voor dyslectici is er:
Vaker in alle vestigingen in Groningen, Flevoland, Noord-
Brabant, Friesland, Gelderland
Vaker in geen enkele vestiging in Drenthe, Overijssel, Noord-
Holland
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Aanbod/hulpmiddelen
voor dyslectici
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.4
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Verschillen tussen provincies
36
Anderstaligen
Het aanbod voor anderstaligen is nog beperkt, landelijk gezien
kunnen zij slechts in ongeveer 10% van de bibliotheken in alle
vestigingen terecht en 25% van de bibliotheken heeft in geen enkele
vestiging speciaal aanbod voor hen.
Aanbod voor anderstaligen zien we:
Vaker in alle vestigingen in Gelderland, Zeeland
Vaker in geen enkele vestiging in Utrecht, Overijssel
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Aanbod/hulpmiddelen
voor anderstaligen
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.5
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Verschillen tussen provincies
37
Laaggeletterden
Gemiddeld heeft 25% van de bibliotheken in alle vestigingen
speciaal aanbod voor laaggeletterden en 15% van de bibliotheken in
geen enkele vestiging.
Speciaal aanbod voor laaggeletterden is er:
Vaker in alle vestigingen in Gelderland (60%!), Friesland, Noord-
Brabant, Zeeland
Vaker in geen enkele vestiging in Utrecht, Limburg
Aanbod/
hulpmiddelen voor
laaggeletterden
Figuur 6.6
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Verschillen tussen provincies
38
Ouderen
Landelijk gezien kunnen ouderen in de helft van de bibliotheken
in alle vestigingen terecht voor speciaal aanbod. 5% van de
bibliotheken hebben in geen enkele vestiging dergelijk aanbod.
Aanbod voor ouderen ziet men
Vaker in alle vestigingen in Groningen, Gelderland, Noord-
Brabant, Overijssel
Vaker in geen enkele vestiging in Drenthe, Utrecht
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Aanbod/hulpmiddelen
voor ouderen
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.7
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Verschillen tussen provincies
39
6c Samenwerkingspartners
In het hele land zijn goede voorbeelden van educatieve
samenwerking met een groot aantal organisaties. Met enkele
organisaties wordt echter nog weinig samengewerkt op educatief
gebied. Om te kijken of er bepaalde provincies zijn die juist aandacht
aan dergelijke samenwerking besteden hebben we de gegevens
voor een aantal organisaties per provincie uitgesplitst.
HBO
Landelijk gezien werkt 75% van de bibliotheken in geen enkele
vestiging samen met het HBO. Er is echter een aantal provincies
waar bibliotheken in één vestiging samenwerken met het HBO en in
Friesland en Zuid-Holland doet een aantal bibliotheken dit zelfs in
meerdere vestigingen
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking
met HBO
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.8
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Universiteit
90% van alle bibliotheken werkt nog in geen enkele vestiging samen
met een universiteit. In Groningen, Friesland, Drenthe, Utrecht en
Noord- Holland werkt geen enkele van de bibliotheken die aan het
onderzoek hebben deelgenomen samen met een universiteit. In
Overijssel, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg werkt
een aantal bibliotheken in 1 vestiging samen met een universiteit.
In Flevoland werken alle bibliotheken in 1 vestiging samen met
een universiteit en in Gelderland doet 1 bibliotheek dat zelfs in alle
vestigingen.
Verschillen tussen provincies
40
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking
met universiteit
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.9
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
UWV Werkbedrijf
Gemiddeld werkt 5% van de bibliotheken in alle vestigingen samen
met het UWV werkbedrijf en 70% in geen enkele. In Drenthe,
Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant wordt vaker in
alle vestigingen samengewerkt met het werkbedrijf. In Groningen,
Flevoland en Limburg werkt geen van de ondervraagde bibliotheken
samen met het werkbedrijf.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking
met werkbedrijf
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.10
Verschillen tussen provincies
41
Onafhankelijke arbeidsadviseur
Landelijk gezien werkt minder dan 10% van de bibliotheken in één
of meer vestigingen samen met de onaankelijke arbeidsadviseur.
In Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant is een
aantal bibliotheken die dit in alle vestigingen doen.
020 40 60 80 100
percentage (%) bibliotheken Samenwerking met
de onhaankelijke
arbeidsadviseur
Groningen
Drenthe
Flevoland
Utrecht
Zuid-Holland
Noord-Brabant
Friesland
Overijssel
Gelderland
Noord-Holland
Zeeland
Limburg
Figuur 6.11
alle vestigingen
enkele vestiging
een vestiging
geen
Verschillen tussen provincies
42Goede voorbeelden
Goede voorbeelden
Naast het hiervoor beschreven kwantitatieve deel op basis van
een digitale enquête omvatte dit onderzoek ook een kwalitatief
gedeelte. Hiervoor zijn negen gesprekken met vertegenwoordigers
van verschillende bibliotheken gevoerd. Deze bibliotheken zijn op
voordracht van de VOB uitgenodigd voor een gesprek omdat zij
op het gebied van de leerfunctie een bijzondere aanpak of project
hebben ontwikkeld. Uit deze gesprekken is een aantal goede
voorbeelden van educatieve samenwerking naar voren gekomen.
Daarbij is ook gekeken naar de factoren die dergelijke projecten
tot een succes maken en naar de benodigdheden om dergelijke
projecten landelijk verder te kunnen uitrollen.
Hieronder worden deze voorbeelden kort beschreven. In de
bijlage bij dit onderzoek zijn alle interviewverslagen opgenomen.
Daar is ook te zien om welke bibliotheken het gaat. In deze
hoofdrapportage zijn de voorbeelden kort samengevat en
geanonimiseerd.
Voorbeeld 1
Aanpak van laaggeletterdheid in samenwerking met
ROC, Volksuniversiteit, Vluchtelingenwerk, diverse
vrijwilligersorganisaties en de gemeente.
Het doel van de aanpak is om mensen die (nog) moeite hebben met
de Nederlandse taal welkom te heten in de lokale samenleving en
hen mogelijkheden te bieden om de taal en de samenleving te leren
kennen. Dit geldt zowel voor allochtonen als voor autochtonen die
moeite met taal hebben.
Om dit vorm te geven is met verschillende onderwijsinstellingen
een samenwerkingsconvenant afgesloten. De
onderwijsinstellingen ‘leveren’ cursisten, de bibliotheek zorgt voor
bibliotheekintroducties, een geschikte collectie en presentatie
daarvan en voor gratis bibliotheekpassen voor deze doelgroep.
Hiervoor zijn in 3 vestigingen NL-pleinen ingericht met een duidelijk
herkenbaar logo.
Voorbeeld 2
Aanpak laaggeletterdheid in samenwerking met Rotaryclub, ROC en
de gemeente.
Om laaggeletterdheid aan te pakken wordt op drie gebieden
gefocused:
preventie 1.
Laaggeletterdheid
7
43
Goede voorbeelden
werven van cursisten en lesgeven2.
taboedoorbreking3.
Het eerste punt, de preventie komt onder andere tot
uiting in leesbevorderingsprogramma’s van de bibliotheek,
bibliotheekintroducties en het beschikbaar stellen van een MLP
(makkelijk lezenplein)
Het geven van cursussen wordt met name door het ROC ingevuld.
Aan de taboedoorbreking en het werven van cursisten werken alle
partijen gezamenlijk. Hierbij gaat het ook om het besef van de
problematiek door bedrijven en het leren herkennen van mensen
met laaggeletterdheid. Ook worden door het ROC ambassadeurs
(die laaggeletterdheid uit eigen ervaring kennen) opgeleid om de
aandacht te vestigen op de problematiek en om de drempel om
hiervoor uit te komen te verlagen.
Voorbeeld 3
Mediatheek in basisscholen:
Inrichten van mediatheken op basisscholen als geïntegreerd
onderdeel van de school.
Er vinden structurele leesbevorderingsactiviteiten plaats
voor groep 1 t/m 8, die worden verzorgd op de school door de
mediathecaris.
De mediathecaris biedt onderwijsondersteuning binnen de
werkwijze zelfstandig onderzoekswerk voor groep 5 t/m 8.
Binnen de brede school worden leerlingen met taalachterstand
in de leeftijd vanaf twee jaar en hun ouders begeleid door de
mediathecaris, bijvoorbeeld door interactief voor te lezen.
De belangrijkste opbrengsten zijn naast lol krijgen in het lezen,
het wegwerken van taalachterstand en vooral het structureel
ontwikkelen van informatievaardigheden, bronnen zoeken en
kunnen onderscheiden. Op sommige scholen worden scripties
alleen nog in de mediatheek (en niet meer thuis) gemaakt, waarbij
naast de leerlingen ook de docenten door de mediathecaris worden
geadviseerd. De eerste resultaten na anderhalf jaar mediatheekwerk
in het basisonderwijs:
Het boekgebruik is in totaal vervijfvoudigd onder jongeren.
Van de jongeren maakt 99 procent daadwerkelijk gebruik van de
bibliotheek.
Het aantal kinderen dat plezier heeft in lezen is toegenomen van
38 procent (nulmeting 1,5 jaar geleden) naar 71 procent (meting
0,5 jaar geleden).
Ook docenten en ouders zijn erg enthousiast over de eecten
van de bibliotheekinzet.
Voorbeeld 4
Multimedia-toepassingen in het primair en voortgezet onderwijs,
bijvoorbeeld
Primair en voortgezet
onderwijs
44
Boek in beeld tijdens het zomerfestival
Coriovallum Complot, interactief internetspel voor
bovenbouwleerlingen van het voortgezet onderwijs
Project rondom Harrie Geelen als onderdeel van het project
Beelden voor de Toekomst
Boek 1 boek, boeken bestellen vanuit de klas via een speciale
portal en kindvriendelijke catalogus
Voorbeeld 5
Samenwerking met een ROC en een Centrum voor dagbesteding
voor mensen met een verstandelijke beperking: gezamenlijk
producten en diensten ontwikkelen die op innovatieve wijze
bezoekers van de drie organisaties verbindt.
Bijvoorbeeld:
Leescafé, bemenst door mensen met een lichte verstandelijke
beperking.
Een open leercentrum
Wederzijds gebruik van producten en diensten
Lees- en schrijfplein
Project Spraakmakend: ouderbijeenkomsten laaggeletterdheid
Voorbeeld 6
Samenwerking rondom de doelgroep vrouwen die zich verder willen
ontwikkelen, maar nog niet precies weten op welk terrein. Het doel
van de samenwerking is:
Meervoudige klantenbinding voor de bibliotheken van de
bestaande vrouwelijke leden.
Gerichter aan vrouwelijke burgers een passend training- en
scholingsaanbod te kunnen doen vanuit het ROC, ter verhoging
van sociale, educatieve en/of professionele redzaamheid en
maatschappelijke participatie.
Werven en toeleiden van minimaal 150 vrouwelijke
bibliotheekleden naar trainingen en opleidingen van ROC.
De meeste cursisten kiezen voor Digitale vaardigheden en Engels.
De daadwerkelijke toeleiding van kandidaten blijkt zeer hoog, 517
vrouwen.
Voorbeeld 7
Samenwerking met een Universiteit:
Gezamenlijk producten en diensten ontwikkelen die op relevante
innovatieve wijze data met bezoekers verbindt, bijvoorbeeld via
verhalen, foto’s, games en lms.
Stageplaatsen voor met name studenten Industrieel Ontwerp,
gericht op productontwikkeling. Bij voorbeeld Innovatieve
beeldarchivering.
Jaarlijkse gezamenlijke conferentie die afwisselend plaatsvindt
bij een van de twee organisaties en die telkens opgezet wordt
ROC
Universiteit
Goede voorbeelden
45
met een ander thema en voor een andere doelgroep.
Samenwerking met Studium Generale: de bibliotheek wil graag
hét podium voor de universiteit zijn om zich te presenteren
aan de bevolking. Met enige regelmaat worden lezingen
georganiseerd die een dag later al on-line te zien en te
beluisteren zijn op de site van de bibliotheek en de universiteit.
De twee organisaties zoeken constant naar verbindingen met
elkaar, ook om elkaars producten te tonen.
Voorbeeld 8
Programma voor het informeren en activeren van jongeren rondom
het thema werk en ontwikkeling.
Voor dit programma heeft de bibliotheek samenwerking gezocht
met twee scholen uit het voortgezet onderwijs, het Centrum voor
Werk en Inkomen (thans UWV Werkbedrijf) en het Regionaal
Meldings Centrum (RMC). Het plaatselijke huiswerkinstituut heeft
aansluiting gezocht bij de bibliotheek.
Dit programma richt zich met name op (werkloze) jongeren,
potentieel vroegtijdige schoolverlaters en jongeren die wat
anders willen. Het doel is om deze groep op een alternatieve en
laagdrempelige manier een kans te bieden op een stage, baan of
vrijwilligerswerk. De bibliotheek heeft een samenhangend aanbod
op het gebied van werk en ontwikkeling, dat uit de volgende
elementen bestaat:
Groepsbezoeken van scholieren met een speciaal programma
voor VMBO-leerlingen
een speciale WerkPlek waar allerlei informatie te vinden is op het
gebied van stages, beroepen, solliciteren, loopbaanplanning, het
maken van een cv en testjes. De WerkPlek is ook voorzien van
een huiswerk-PC en er is een mogelijkheid om gebruik te maken
van het huiswerkinstituut voor huiswerkbegeleiding.
Workshop ‘wat kan ik, wat wil ik?’ In de bibliotheek wordt ook
een workshop gegeven door een coach op het gebied van
levens- en loopbaanvragen.
Voorbeeld 9
Werkplein in samenwerking met de onaankelijke arbeidsadviseur
en een organisatie voor vrijwilligerswerk.
Het Werkplein biedt ondersteuning bij het zoeken naar werk en
informatie over vrijwilligerswerk in de stad. Er worden spreekuren
gehouden door de onaankelijke arbeidsadviseur en door
medewerkers van de organisatie voor vrijwilligerswerk. Ook kunnen
met deze mensen afspraken gemaakt worden in de bibliotheek. De
bibliotheek biedt de fysieke locatie en het materiaal, de partners
betalen de arbeidsuren van de eigen medewerkers voor dit
onderwerp.
Werk
Goede voorbeelden
46
Wat valt op?
Benodigdheden voor
uitrol:
Het werk van de onaankelijke arbeidsadviseurs (een project van
het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot 2011) is
vanaf eind 2008 in het project WerkZat geïntroduceerd. Aan het
project WerkZat doen 48 bibliotheekvestigingen mee.
De meeste van deze projecten hebben een aantal factoren
gemeenschappelijk.
In de eerste plaats is er vaak één trekker binnen de bibliotheek,
meestal een medewerker educatie of een informatiespecialist, die
het onderwerp onder zijn hoede heeft genomen en als een ambas-
sadeur de contacten daarover naar de lokale samenleving verzorgt.
Enerzijds is het enthousiasme van een dergelijke trekker van groot
belang voor het slagen van het project, maar anderzijds maakt de
gebondenheid aan één persoon dergelijke projecten kwetsbaar.
Verder blijkt nanciering van deze projecten in de meeste geval-
len uit de reguliere middelen van de bibliotheek te gebeuren, soms
na een startsubsidie van de gemeente, de VOB of een landelijke
regeling. Meestal leveren de samenwerkingspartners een bijdrage
aan de nanciering in de vorm van arbeidsuren van hun medewerk-
ers.
De beschreven projecten leiden zonder uitzondering tot een betere
lokale verankering van de bibliotheek.
De projecten worden positief ontvangen door de doelgroep en vaak
worden ook anderen dan de doelgroep ermee bereikt.
Om goede voorbeelden als de hierboven beschreven pro-
jecten verder uit te kunnen rollen op andere plaatsen is een aantal
aspecten van belang:
Speciale landelijk ontwikkelde programma’s en aangepaste
materialen voor de verschillende doelgroepen, zoals er nu al
zijn voor het basisonderwijs (bv de Rode Draad). Al naar gelang
het leerniveau van de jongeren zijn er qua moeilijkheidsgraad
verschillende materialen nodig.
Enthousiaste mensen met een visie en een gedrevenheid om
te innoveren zowel bij de bibliotheek als bij potentiële partners
bijeen brengen.
Draagvlak voor de ideeën binnen de eigen bibliotheek
Draagvlak bij de gemeente
Structurele nanciële middelen om een dergelijke aanpak niet
alleen in te kunnen voeren, maar ook goed te kunnen onder-
houden en verder ontwikkelen.
Laaggeletterdheid kan eigenlijk niet projectmatig aangepakt
worden, maar zou een onderdeel van de reguliere taken moeten
worden. Het zou zinvol zijn om dit als nieuwe werksoort op de
kaart te zetten.
Van sommige van deze voorbeelden is al een draaiboek of over-
drachtsmodel beschikbaar. Veel van deze overdrachtsdocumenten
staan op de oude website van de VOB http:oud.debibliotheken.nl
onder ‘Leren’ in het menu.
Goede voorbeelden
47
Conclusies
Conclusies
Hoe staat het met de leerfunctie van openbare bibliotheken anno
2009?
Alle resultaten uit dit onderzoek overziend ontstaat een gemêleerd
beeld.
Wat de faciliteiten betreft zijn nog vrij veel vestigingen in
Nederland niet zodanig ingericht dat dit de leerfunctie stimuleert.
60% van de kleine bibliotheken heeft in geen enkele vestiging een
aparte cursus- of ontvangstruimte voor groepen, en dit geldt ook
voor 20% van de grote en zeer grote bibliotheken. Veel bibliotheken
geven zelf aan dat zij in geen enkele vestiging faciliteiten hebben
om het voor volwassenen aantrekkelijk te maken om zich verder bij
te scholen of te ontwikkelen. Dit komt niet alleen veel bij kleine en
middelgrote bibliotheken voor (40%) maar ook bij grote (19%) en
zeer grote (26%). Wel beschikken verreweg de meeste bibliotheken
over rustige werkplekken met pc’s.
Met de digitale faciliteiten staat het een stuk beter, vanuit verreweg
de meeste bibliotheken heeft de klant toegang tot het internet,
tot de collectie van de bibliotheek zelf, tot de collecties van
andere bibliotheken en tot nationale databanken. Internationale
databanken daarentegen kunnen nog in de helft van de bibliotheken
in geen enkele vestiging geraadpleegd worden.
Bij het aanbod voor speciale doelgroepen valt op dat
ouderen en dyslectici al op veel plaatsen in het land in de bibliotheek
terecht kunnen voor speciaal aanbod. Dit geldt minder voor
laaggeletterden en voor anderstaligen. Voor anderstaligen heeft een
kwart van de bibliotheken in geen enkele vestiging speciaal aanbod.
Bibliotheken werken veel samen met verschillende lokale
partners en zijn dus goed verankerd in de lokale samenleving.
Educatieve samenwerking vindt op grote schaal plaats met
basisscholen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en
consultatiebureaus. Het betreft dan met name leesbevordering
en voor- en vroegschoolse educatie aan de hand van landelijk
beschikbare, goed ontwikkelde programma’s.
Veel minder wordt samengewerkt met andere
onderwijsinstellingen, en met name met het HBO en universiteiten
wordt nog nauwelijks samengewerkt. Ook met taalaanbieders en
Volksuniversiteiten (die veel talencursussen aanbieden) wordt nog
erg weinig samengewerkt.
Faciliteiten
Aanbod
Samenwerkingspartners
48Conclusies
Veel bibliotheken werken ook samen met diverse culturele
organisaties, al is dat aanbod meestal minder gespreid en vaak maar
in één vestiging beschikbaar.
Weinig bibliotheken werken tot nu toe samen met de onaankelijke
arbeidsadviseur en het UWV-werkbedrijf. Daar waar dit gebeurt leidt
dit echter wel tot goede resultaten.
Het is duidelijk dat provincies verschillende keuzes
gemaakt hebben bij het inzetten op de verschillende aspecten van
de leerfunctie. Sommige speciale doelgroepen kunnen in de ene
provincie in veel meer bibliotheken terecht dan in de andere. Ook
de beschikbaarheid van educatieve faciliteiten verschilt sterk per
provincie.
In het hele land zijn er al veel creatieve vormen van
educatieve samenwerking op allerlei terreinen, die ook geschikt zijn
voor verder uitrol op andere plaatsen.
De dragende factor bij dergelijke voorbeeldprojecten is tot nu toe de
bevlogenheid van de individuele educatieve bibliotheekmedewerker.
Om dergelijke projecten verder uit te kunnen rollen zouden ze
breder gedragen moeten worden en zouden er speciale landelijk
ontwikkelde programma’s en aangepaste materialen voor de
verschillende doelgroepen beschikbaar gesteld moeten worden, die
passen bij de verschillende leerniveaus.
Verschillen tussen
provincies
Goede voorbeelden
49
Aanbevelingen
Aanbevelingen
Een van de kernfuncties van openbare bibliotheken is het
stimuleren van lezen en literatuur. Een tweede kernfunctie is
ontwikkeling en educatie. Veel bibliotheken bieden een doorlopende
leeslijn aan voor kinderen en jongeren. In combinatie met hun
laagdrempeligheid vormen openbare bibliotheken hierdoor een
belangrijke schakel in het proces van leesbevordering en het
bestrijden van taalachterstand en laaggeletterdheid.
Omdat laaggeletterdheid ook bij volwassenen voorkomt en
ontwikkeling en educatie een leven lang door gaan, is het van
belang dat de bibliotheken een doorlopende leerlijn aanbieden
voor alle leeftijden. Een aanbod dat meer dan voorheen ook
gericht is op volwassenen en anderstaligen, zodat het bestrijden
van laaggeletterdheid, het inburgeren en deel uitmaken van de
lokale samenleving verder gestimuleerd wordt. Door haar lokale
verankering is de openbare bibliotheek bij uitstek geschikt om deze
rol te vervullen. Ook voor mensen die zich in de loop van hun leven
verder willen ontwikkelen kan de bibliotheek een rol van betekenis
vervullen.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het volgende aan te
bevelen om de leerfunctie van bibliotheken verder te versterken:
Specieke aandacht van bibliotheken bij het inrichten van ruimte
en collectie voor de wijze waarop de bibliotheek het voor bezoekers
aantrekkelijk kan maken om zich verder te ontwikkelen of bij te
scholen.
Uitbreiding en verbetering van het (landelijke) aanbod voor
anderstaligen.
Meer en betere samenwerking met taalaanbieders en
Volksuniversiteiten.
Stimulering van samenwerking met HBO en universiteiten,
bijvoorbeeld op het gebied van stages en innovatie.
Verdere uitrol van het project WerkZat, dat goede resultaten laat
zien.
Verbindingen leggen tussen het aanbod voor de verschillende
doelgroepen, bijvoorbeeld:
een link tussen aanbod voor scholieren van het voortgezet ·
onderwijs en WerkZat en
een link tussen aanbod voor anderstaligen/inburgeraars en ·
WerkZat.
50 Aanbevelingen
Op die manier kan de bibliotheek bijdragen aan goede informatie
en ondersteuning voor mensen die een overstap maken van de ene
levensfase naar de volgende.
Landelijke ontwikkeling van speciale programma’s en
aangepaste materialen voor de verschillende doelgroepen (bv
ook voor voortgezet onderwijs, volwassenen en anderstaligen)
die passen bij de verschillende leerniveaus (vergelijkbaar met de
reeds bestaande programma’s voor basisonderwijs en voor- en
vroegschoolse educatie).
Per provincie een inhaalslag maken op de gebieden waarop zij
voor bepaalde doelgroepen minder aanbod hebben.
Bestrijding van laaggeletterdheid niet via individuele projecten
aanpakken maar als nieuwe werksoort op de kaart te zetten en
tot reguliere taak van de bibliotheek maken, met daarbij een
goed ontwikkeld landelijk aanbod aan speciale materialen.
Inzetten van structurele nanciële middelen om de leerfunctie
van bibliotheken (met name op het gebied van laaggeletterdheid
en anderstaligen) overal op peil te krijgen en stevig te
verankeren in de lokale samenleving.
51
Over de onderzoekers
Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies uit Amersfoort en IVA,
Beleidsonderzoek en Advies uit Tilburg hebben inmiddels ruime
ervaring opgebouwd op het gebied van de ondersteuning van de
bibliotheekvernieuwing in Nederland door onderzoek en advies.
Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies is vanaf de oprichting van
het Procesbureau Bibliotheekvernieuwing nauw betrokken geweest
bij de activiteiten van het procesbureau. In IVA is een goede partner
gevonden voor de uitvoering van het onderzoekswerk en het mede
gestalte geven van de adviezen.
Het resultaat van deze activiteiten is uitgemond in de landelijke
monitor bibliotheekvernieuwing 2005, 2006 en 2007 in opdracht
van het Procesbureau. In deze monitor is jaarlijks het proces van
bibliotheekvernieuwing op lokaal, provinciaal, en landelijk niveau
in kaart gebracht en geëvalueerd. In 2006 is daarbij de focus gelegd
op de inhoudelijke vernieuwing in de praktijk met als centrale
vraag: Wat merkt de gebruiker van bibliotheekvernieuwing?
Om deze vraag te beantwoorden hebben onderzoekers van
IVA 129 bibliotheken in alle twaalf provincies bezocht en vanuit
het perspectief van de gebruiker de bibliotheek beoordeeld. De
rapporten zijn aan de minister van OCW en aan de Tweede Kamer
aangeboden.
Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies
Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies richt zich op
beleidsvraagstukken op diverse terreinen. Johanna Kasperkovitz,
eigenaar van dit bureau, werkt sinds 1989 aan onderzoek, advies
en beleidsontwikkeling op gebieden als cultuur, gezondheidszorg,
welzijn, landbouw en milieu.
Kenmerkend is steeds het integreren van uiteenlopende
invalshoeken en belangen tot concrete en uitvoerbare plannen of
tot toepassingsgericht onderzoek.
In de loop der jaren heeft Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies
zich gespecialiseerd in maatschappelijk ondernemen, interactieve
beleidsvorming en het begeleiden van complexe beleidsprocessen.
IVA Tilburg
Het IVA, instituut voor beleidsonderzoek en advies, heeft zich
in 50 jaar ontwikkeld tot een gewaardeerd partner bij vragen
over beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Het instituut is
voortgekomen uit de Universiteit van Tilburg en heeft hiermee nog
steeds nauwe banden.
52
De expertise van de onderzoeksstaf is gebundeld in zes inhoudelijke
units. Daarnaast beschikt het IVA over een unit datamanagement.
Deze unit is gespecialiseerd in het samenstellen en analyseren van
data-bestanden en biedt ondersteuning bij informatievraagstukken.
Op basis van onderzoek adviseert het IVA diverse sectoren in
de samenleving. Daarbij staan de thema’s Human Resource
Management, werken & leren, organisatieontwikkeling, veiligheid
& criminaliteit, zorg, en onderwijs centraal. De onderzoekers
en adviseurs maken gebruik van een grote verscheidenheid
aan onderzoekstechnieken, zoals grootschalige surveys,
panelonderzoek, diepte-interviews, organisatieanalyses, casestudies
en literatuuronderzoek. Het IVA ontwikkelt ook spelsimulaties voor
strategische beleidsvraagstukken.
Het IVA is sinds 1997 gecerticeerd als onderzoeksinstituut dat aan
de kwaliteitseisen voldoet volgens de NEN-EN-ISO 9001:2000.
Het IVA is aangesloten bij de Vereniging voor Beleidsonderzoek
(VBO).
Martien van Tits is gezondheidseconoom en gespecialiseerd in vraagstukken op
het terrein van de organisatie en het functioneren van de gezondheidszorg. Hij is als
projectleider bij diverse onderzoeken betrokken op het gebied van zorgorganisaties,
onder andere bij het opstellen van scenario’s op het gebied van terminale
zorgverlening, het ontwikkelen van kwaliteitsinstrumenten voor ouderenbonden
en een marktanalyse voor de kraamzorg in Nederland. Ook heeft hij een studie
verricht naar alternatieven voor ziekenhuiszorg, een haalbaarheidsonderzoek naar
landsgrensoverschrijdende zorgnetwerken (Zeeland-Vlaanderen), een eectstudie
over toepassing van een bonus-malus-systeem bij de beloning van huisartsen en is
hij betrokken geweest bij het opstellen van regionale zorgplannen en regiovisies. Hij
heeft meegewerkt aan de monitor bibliotheekvernieuwing 2005 en was projectleider
van het IVA-deel van de monitor bibliotheekvernieuwing 2006. Recent leidt hij
benchmark onderzoeken voor Brabantse thuiszorgorganisaties en is hij betrokken
bij een benchmark onder GGD’s, Arbeidsadviseurs (Landelijke Cliëntenraad),
Jeugdgezondheidszorg (Actiz/GGD-NL) en huisartsen (CQ-index/NIVEL). Momenteel
is hij ook projectleider van het omvangrijke CVZ-project naar de modellering van de
AWBZ-zorgbehoefte op wijkniveau op basis van AZR-gegevens en van het onderzoek
naar patiëntenstromen (zorgbreed) uit en naar Zeeland. Martien van Tits is 10 jaar
kwaliteitsmanager geweest bij IVA.
Saskia von der Fuhr is werkzaam als data-analist / datamanager bij de unit
Datamanagement. Tot haar interne taken behoren het verzorgen van kwantitatieve
veldwerktrajecten, bestandsanalyse en het rapporteren van onderzoeksresultaten.
Recente onderzoeken waar zij o.a. aan heeft meegewerkt zijn: Personeelsenquête
Korein kinderopvang, MTO bij de Universteit van Tilburg, werkdrukonderzoek bij
FALW, organisatiemonitor bij de UvT, een inkomensonderzoek onder popmusici en de
monitor bibliotheekvernieuwing 2006.
© Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies / IVA Tilburg
Onderzoekers/adviseurs
Johanna Kasperkovitz is beleidskundige en heeft twintig jaar ervaring met
beleidsonderzoek en advies. Sinds 2003 is zij grotendeels werkzaam in de
culturele sector, met name op het gebied van bibliotheekvernieuwing, daarvóór
op het terrein van gezondheidszorg, welzijn en milieu. Door de jaren heen heeft
zij ervaring opgebouwd in alle facetten van beleidsonderzoek: het opzetten en
uitvoeren van onderzoek, het leiden van grote projecten en het coördineren van
meerdere projecten met verschillende projectleiders. Zij is werkzaam geweest als
onderzoeker, maar ook als opdrachtgever van onderzoeksprojecten. Daarnaast
heeft zij ook vanuit ambtelijke organisaties beleid ontwikkeld. De projecten
speelden zich af op gemeentelijk, provinciaal, landelijk en internationaal niveau.
Sinds 2005 werkt zij vanuit haar eigen onderzoeks- en adviesbureau. Recente
projecten zijn de monitoren bibliotheekvernieuwing van 2005, 2006 en 2007, het
ontwikkelen van een instrumentenwijzer voor de bibliotheeksector en het opstarten
en coördineren van het certiceringsproces van de openbare bibliotheken.
... 78 Colo Barometer van stageplaatsen-en leerbanenmarkt maart 2010. 79 Meer dan 85% van alle werknemers werkt bij een bedrijf dat is aangesloten bij een O&O-fonds 80 Kasperkovitz, 2009. 81 Denktank, 2009. ...
... • door een integraal participatiebeleid op te zetten (zonder schotten) en de lokale samenwerking tussen lokale organisaties te bevorderen en te faciliteren, zodat werving-toeleiding-scholingparticipatie onlosmakelijk met elkaar samenhangen; • door een leerbon te introduceren voor laaggeschoolde mensen, met name gericht op de verwerving van basisvaardigheden; • door in de wijken en dorpen open leercentra in te richten, waar mensen op hun eigen niveau aan hun basisvaardigheden kunnen werken en advies kunnen krijgen over scholing en participatie. 90 Kasperkovitz, 2009. ...
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.