ArticlePDF Available

Tussen Heumensoord en Winschoten: Over de tegenstrijdige betekenis van burgerparticipatie in de veiligheidszorg

Authors:
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University
Nijmegen
The following full text is a publisher's version.
For additional information about this publication click this link.
http://hdl.handle.net/2066/161040
Please be advised that this information was generated on 2021-07-16 and may be subject to
change.
80
Tussen Heumensoord en
Winschoten
Over de tegenstrijdige betekenis van burgerparticipatie in de
veiligheidszorg
J. Terpstra *
Als antwoord op de enorme stroom vluchtelingen naar West-Europa
vanuit Syrië en andere landen met oorlog, honger en andere mens-
onterende ellende wordt in september 2015 in de bossen van Heu-
mensoord bij Nijmegen een tijdelijke opvang uit de grond gestampt
voor asielzoekers. Dit tentenkamp biedt de mogelijkheid ongeveer
drieduizend personen onder te brengen in afwachting van een meer
permanente verblijfsplaats. In een verscheurd maatschappelijk en
politiek klimaat over de vraag hoe om te gaan met deze toestroom van
vreemdelingen besluit een groot aantal burgers uit Nijmegen en
omgeving zich aan te melden om als vrijwilliger te helpen de vaak
gebrekkige omstandigheden en opvang in het kamp nog enigszins
acceptabel te maken. Burgers melden zich aan voor uiteenlopende
activiteiten en klusjes als eten opscheppen, kinderopvang en als voet-
balcoach of om mensen te helpen met uiteenlopende praktische vra-
gen en problemen. De spontane inzet van zovelen is indrukwekkend.
De massale omvang van de stroom van mensen die hulp en steun wil-
len bieden, maakt dat de partijen die verantwoordelijk zijn voor de
organisatie en inzet van vrijwilligers in het kamp op een gegeven
moment niet meer goed weten wat ze met de grote aantallen goedbe-
doelende mensen aan moeten.
In totaal zijn ruim drieduizend vrijwilligers in en rond het kamp Heu-
mensoord actief geweest in de ruim zeven maanden dat het heeft
bestaan. Velen hebben het gevoel dat de hartverwarmende bijdrage
van deze burgers veel verder reikt dan het alleen maar in de bossen
van Nijmegen uitdelen van soep en het bij een zandbak zitten (hoe
* Prof. dr. ir. Jan Terpstra is als hoogleraar criminologie verbonden aan de faculteit der
rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
Tussen Heumensoord en Winschoten 81
belangrijk dat overigens ook is). Uitdrukking aan dat gevoel geeft bur-
gemeester H. Bruls van de gemeente Nijmegen op een bijeenkomst op
25 mei 2016, die wordt georganiseerd ter gelegenheid van de sluiting
van het kamp. Hierbij worden ook de vele vrijwilligers van Heumens-
oord bedankt voor hun inzet. Bruls merkt op, verwijzend naar deze
massale inzet: ‘Nederland is niet alleen een land van polarisatie, maar
Nederland, dat is Heumensoord.’1
Participatie van burgers in de veiligheidszorg in Nederland in deze
periode kent ook een ander gezicht. Twee maanden na de optimisti-
sche woorden van de Nijmeegse burgemeester, in juli 2016, doet zich
een incident voor in de gemeente Winschoten. Verschillende massa-
media melden dat in die plaats een groep die zich de Soldiers of Odin
noemt een jonge mannelijke asielzoeker zou hebben aangehouden en
aan de politie hebben overgedragen omdat hij verschillende vrouwen
zou hebben lastiggevallen. Volgens de Volkskrant zou er een ‘klop-
jacht’ op de jongeman hebben plaatsgevonden die een uur zou heb-
ben geduurd. Op het moment dat de politie de asielzoeker aantreft,
blijkt hij mishandeld te zijn. De politie ontkent overigens dat de jonge-
man aan haar zou zijn overgedragen door leden van deze groep.2
De Soldiers of Odin is in 2015 ontstaan in Finland in reactie op de toe-
stroom van migranten. Zij is in korte tijd overgewaaid naar andere lan-
den, waaronder Nederland. In ons land zou zij volgens eigen zeggen
beschikken over inmiddels zeven ‘chapters’. De organisatie omschrijft
zichzelf als straatpatrouilleclub die wil strijden tegen ‘criminelen’:
‘Protecting our citizens and defending our streets’. De organisatie ont-
leent haar naam en de door haar gebruikte symbolen op haar kleding
en Facebookpagina aan oude Noorse mythologieën. In groepen op
straat zijn de leden herkenbaar aan hun geschoren koppen, camoufla-
gebroeken en donkere jasjes of truien met achterop de naam Soldiers
of Odin erop. Een van de motto’s waaronder de organisatie in Neder-
land opereert, is: ‘Dit is Nederland. We eten varkensvlees. Drinken
bier. En spreken Nederlands.’3 Volgens de ‘onderzoeksgroep’ Kafka
zou het hier gaan om een rechtsextremistische groepering.4
1 Zie www. coa. nl/ actueel/ nieuws/ warm -afscheid -van -heumensoord, geraadpleegd op
14 september 2016.
2 Zie de Volkskrant 19 juli 2016.
3 Zie www. facebook. com/ Soldiers -Of -Odin -Netherlands -support -693269787476451, geraad-
pleegd op 15 september 2016.
4 Zie Algemeen Dagblad 19 juli 2016.
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
82 Justitiële verkenningen, jrg. 42, nr. 5, 2016
Deze twee voorbeelden van burgerparticipatie in de veiligheidszorg
zijn hier om twee redenen opgevoerd. Ten eerste, onder de noemer
van burgerparticipatie in de veiligheidszorg worden vaak zeer uiteen-
lopende verschijnselen geplaatst, die op vele punten niet of nauwelijks
met elkaar te vergelijken zijn. De termen burgerparticipatie en veilig-
heidszorg suggereren een eenheid waarvan slechts in beperkte mate
sprake is. Het is dan ook belangrijk deze diversiteit en de daarmee ver-
bonden verschillen in context en betekenis in het oog te houden. Ten
tweede, en nauw hiermee verbonden, valt veel van deze burgerpartici-
patie niet te begrijpen vanuit alleen een instrumenteel perspectief. Dit
veelal impliciete perspectief domineert echter vaak in de literatuur
over burgerparticipatie in de veiligheidszorg. Burgerparticipatie is
echter veel meer dan slechts een ‘instrument’. Dit perspectief is ook
terug te vinden in verschillende bijdragen aan dit nummer van Justiti-
ele verkenningen.
In tijden van populisme en van maatschappelijke polarisatie wordt,
juist rond veiligheidsvraagstukken, duidelijk hoezeer een dergelijke
instrumentalistische invalshoek tekortschiet. Juist onder dergelijke
omstandigheden treden deze diversiteit en daarmee verbonden tegen-
stellingen, spanning en conflicten rond burgerparticipatie in de veilig-
heidszorg sterk naar voren. Het is dit thema dat in dit artikel centraal
staat, waarin ik op verzoek van de redactie van Justitiële verkenningen
reageer op de verschillende bijdragen aan dit nummer.
Burgerparticipatie en het doel van criminaliteitsreductie
Het instrumentalistische perspectief op burgerparticipatie in de veilig-
heidszorg kan worden duidelijk gemaakt aan de hand van een bekend
artikel van Bennett, Holloway & Farrington uit 2006, dat ook door ver-
schillende auteurs in dit nummer van Justitiële verkenningen wordt
aangehaald. In dit artikel wordt verslag gedaan van een meta-analyse
van de op dat moment beschikbare evaluatieonderzoeken naar een
bekende vorm van burgerparticipatie rond veiligheidsvraagstukken,
namelijk de buurtwacht. Zonder enige nadere reflectie wordt er in
deze analyse niet alleen van uitgegaan dat het centrale doel van deze
burgergroepen bestaat uit vermindering van de criminaliteit, maar
ook dat deze burgerinitiatieven onderling vergelijkbaar zijn. Elke
informatie over wat voor groepen deze buurtwachten vormen en van-
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
Tussen Heumensoord en Winschoten 83
uit welke waarden, doelen of wel perspectief zij dit doen, ontbreekt in
het artikel. Onduidelijk blijft daarmee of hier niet een met de Soldiers
of Odin vergelijkbaar paramilitair initiatief op één hoop wordt gegooid
met een groepje brave huisvaders die bij het uitlaten van hun
hondje ’s avonds nog eens goed rondkijken of in hun woonwijk alles
nog op orde is.
Met hun analyse proberen de auteurs na te gaan of de eerdere conclu-
sie van Sherman e.a. (1997) standhoudt, namelijk dat de buurtwacht
een ineffectief instrument is om de criminaliteit te verminderen. In
tegenstelling tot Sherman e.a. concluderen Bennett e.a. dat buurt-
wachten wel degelijk een bijdrage kunnen leveren aan de verminde-
ring van criminaliteit. Jammer is dat deze analyse geen enkel inzicht
biedt in de vraag welke mechanismen in welke context dit effect zou-
den moeten verklaren, een constatering die overigens aansluit bij een
eerdere kritiek van Pawson en Tilley (1997) op de werkwijze van
Bennett in evaluatieonderzoek.
Burgerparticipatie in de veiligheidszorg kan echter niet goed worden
begrepen als zij alleen in deze instrumentele termen wordt benaderd.
De twee hiervoor gegeven voorbeelden (de massale opkomst van vrij-
willigers in Heumensoord en de straatpatrouilles van de Soldiers of
Odin) maken dat duidelijk. Hoewel beide verschijnselen kunnen wor-
den beschouwd als vormen van burgerparticipatie in de veiligheids-
zorg, spelen in hun maatschappelijke betekenis veel meer elementen
een rol dan alleen hun mogelijke bijdrage aan de reductie van crimi-
naliteit. Door alleen naar deze instrumentele functie te kijken wordt
een belangrijk element van de burgerbetrokkenheid gemist, zeker in
de huidige omstandigheden.
Harmonie en consensus in de veiligheidszorg
Hierbij aansluitend is een tweede constatering van belang, namelijk
dat het verschijnsel burgerparticipatie in de zorg voor veiligheid bre-
der moet worden opgevat dan vaak gebruikelijk is. Het gaat hierbij niet
alleen om die activiteiten die ‘netjes’ zijn, doelgericht of zich goed
laten inpassen in het perspectief van instellingen als politie of
gemeente. Burgerparticipatie in de veiligheidszorg is meer dan de vaak
door formele instanties in de veiligheidszorg geïnitieerde of gesteunde
activiteiten als Burgernet of buurtwacht. Deze passen bij de rationali-
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
84 Justitiële verkenningen, jrg. 42, nr. 5, 2016
teit en verwachtingen van politie en justitie. Daarom wordt er dan ook
gesproken van burgers als de ‘ogen en oren’ van politie en gemeente.
Niet alle activiteiten van burgers laten zich echter op deze wijze instru-
mentaliseren.
Om die reden ook schiet de door Boutellier (2007) geïntroduceerde
metafoor van de veiligheidszorg als voetbalteam tekort. Hierbij wordt
verondersteld dat participerende burgers in de voorhoede van het vei-
ligheidsteam worden opgesteld en gecoacht door de officier van justi-
tie. In deze visie houdt deze als doelman niet alleen de tegengoals
tegen, maar bepaalt hij ook de grote lijnen in het spel van zijn team en
geeft hij aanwijzingen aan zijn medespelers, onder wie burgers. Ver-
ondersteld wordt ook dat burgers zich hierbij aan de regels houden
van het spel bepaald door de overheid. In de praktijk zijn burgers ech-
ter ook bij de veiligheidszorg betrokken terwijl ze zich vooral door hun
frustraties laten leiden, hun emoties de overhand hebben, ze alleen
geïnteresseerd zijn in hun eigenbelang, hun kont tegen de krib willen
gooien of simpelweg ‘tegen’ zijn. Om in termen van de voetbalmeta-
foor te blijven: er is ook sprake van burgerparticipatie als burgers boos
het veld aflopen, met een gestrekt been inkomen, of de scheidrechter
lastigvallen. Om die reden vallen ook verschijnselen als stille marsen,
protesten, Soldiers of Odin en rijke bewoners die hun eigen gated com-
munity opzetten wel degelijk onder burgerparticipatie (zie Terpstra
2010, p. 80-82). Dat is vast niet altijd leuk, laat zich lang niet altijd coa-
chen door politie en justitie en is soms ook ronduit onacceptabel.
Maar voor een goed begrip van burgerparticipatie in de veiligheids-
zorg moet de aandacht zich ook daarop richten.
Burgerparticipatie in de ‘echte’ werkelijkheid laat zich in toenemende
mate niet meer goed scheiden van allerlei uitingen van onvrede van
burgers op de sociale media. Scheldpartijen, pogingen mensen in een
kwaad daglicht te stellen en oproepen om de ander die kwaad zou
doen, eens de les te leren of daarop wraak te nemen, in eerste instantie
beperkt tot de sociale media, lijken steeds meer een vervolg te krijgen
in directe actie. De voorbeelden hiervan onlangs geschetst in de Volks-
krant varieerden van ‘uitzwaaidagen’ en een oproep om ‘ratten te van-
gen’ in de Zaandamse wijk Poelenburg, waar een groep jongeren zich
schuldig maakte aan ernstige overlast en het treiteren van politiemen-
sen, tot een melding op Facebook van een groep die zich Kameraad-
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
Tussen Heumensoord en Winschoten 85
schap Noord-Nederland noemt, om in Oude Pekela in verzet te komen
tegen de aanwezigheid van asielzoekers.5
Waarom is dit instrumentele perspectief zo overheersend in de weten-
schappelijke literatuur over burgerparticipatie in de veiligheidszorg?
Twee elementen lijken daarbij van belang. Ten eerste, wetenschappe-
lijk onderzoekers lijken zich vaak te identificeren met het perspectief
van instellingen als gemeente of politie. Dan komen zij bij hun zoek-
tocht naar burgerparticipatie vooral uit bij burgers die zich hebben
opgegeven voor Burgernet of bij de leden van een respectabele buurt-
wacht die samenwerkt met een wijkagent. Ze komen dan veel minder
uit bij de anonieme klagers die hun vuil spuien via internet of bij de
Soldiers of Odin. In de huidige situatie met vele verontwaardigde en
boze burgers die geen blad voor hun mond menen te moeten nemen,
met populisme en polarisatie tussen bevolkingsgroepen vooral rond
veiligheid en criminaliteit wordt dan echter veel gemist van wat ook
burgerparticipatie in de veiligheidszorg is.
Een tweede factor die hier mogelijk een rol speelt, is dat in veel analy-
ses van veiligheidszorg, ondanks de soms postmoderne nadruk op
fluïditeit, fragmentatie, multiple centres of governance en een wereld
vol nodes, er uiteindelijk en ten onrechte van uit wordt gegaan dat er
harmonie en orde heersen (zie voor deze constatering eerder ook De
Haan 1995). De hang naar morele consensus lijkt het hier soms te win-
nen van het nuchtere inzicht dat harmonie en consensus rond veilig-
heidszorg juist vaak ver te zoeken zijn.
Voor het begrijpen van het functioneren van veiligheidszorg is het
nodig meer uit te gaan van een conflictperspectief. Pogingen om vei-
ligheid te bevorderen of te beschermen zijn in de regel onlosmakelijk
verbonden met verschillen in visie, belangentegenstellingen en con-
flicten. Dat is ook zichtbaar bij de burgerparticipatie op dit terrein.
Vaak gaat het simpelweg om de ruimte en erkenning van de ene groep
tegenover de andere. Burgers die zich inzetten voor de verkeersveilig-
heid rond hun buurtschool beroepen zich uiteraard op het algemeen
belang en de veiligheid van het kind, maar hoe dan ook staan zij daar-
mee op gespannen voet met de talloze automobilisten die toevallig
geen schoolgaande kinderen hebben en het nut niet willen inzien van
omleidingen en verkeersbelemmerende maatregelen. De pogingen
om jeugdoverlast in een woonwijk tegen te gaan zijn vaak direct ver-
5 Zie de Volkskrant 16 september 2016.
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
86 Justitiële verkenningen, jrg. 42, nr. 5, 2016
bonden met de strijd tussen verschillende groepen over het gebruik
van de openbare ruimte en de regels die daar gelden.
Het gaat daarmee bij burgerparticipatie om verschillen in perspectie-
ven, probleemdefinities, waarden en belangen. De uitkomst van deze
conflicten hangt mede samen met de verdeling van middelen om
macht en invloed uit te oefenen en van de daarbij door verschillende
partijen ingezette strategieën. Voor het begrijpen en waarderen van
burgerparticipatie in de veiligheidszorg is het van het grootste belang
deze onderliggende tegenstellingen en conflicten tot uitgangspunt te
nemen en niet (impliciet) uit te gaan van harmonie en consensus. Met
de fixatie op de schijnbaar eenduidige, instrumentele functie van bur-
gerparticipatie en de beperking tot alleen die vormen van burgerparti-
cipatie die in het straatje van de overheid passen, ontstaat een beperkt
en vermoedelijk in veel gevallen te rooskleurig beeld van burgerparti-
cipatie.
Participatiemaatschappij
Burgerparticipatie in de veiligheidszorg is inmiddels de onschuld
voorbij. Dat is misschien een pijnlijke, maar ook onvermijdelijke con-
clusie. Verschillende vormen van burgerparticipatie kunnen wel de
wens tot vermindering van criminaliteit als doel gemeen hebben,
maar veel belangrijker is dat zij in hun symbolische uitstraling en
onderliggende waarden zozeer van elkaar verschillen dat het hier in
feite om conflicterende verschijnselen gaat. Daarmee verliezen ze in
belangrijke mate hun vergelijkbaarheid. De term burgerparticipatie
dreigt daarmee ook veel van haar betekenis te verliezen.
Tekenend voor de wijze waarop sommige onderzoekers de burgerpar-
ticipatie in de veiligheidszorg interpreteren en waarderen, is het
gemak waarmee zij (ook in dit nummer van Justitiële verkenningen) de
term participatiemaatschappij gebruiken, alsof dat een neutrale en fei-
telijke weergave is van onze huidige maatschappelijke situatie. Nog
afgezien van de vraag waar deze term nu eigenlijk precies voor staat
(gelet op de verschillende betekenissen die daaraan worden toegekend
door vooral politici), is het niet meer dan een politiek-ideologische
kreet. Om nu te veronderstellen dat daarmee de huidige samenleving
ook valt te kenschetsen als een participatiemaatschappij, is niet alleen
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
Tussen Heumensoord en Winschoten 87
naïef, maar gaat ook voorbij aan de conflicten die er bestaan over de
betekenis en doelen van participatie en non-participatie.
Tot slot, in het verlengde van de vraag van Zedner (2003) of er te veel
veiligheidszorg kan zijn, kan de vraag worden gesteld of er ook een te
veel aan burgerparticipatie in de veiligheidszorg kan zijn. In tegenstel-
ling tot wat de term participatiemaatschappij lijkt te impliceren, moet
die vraag bevestigend worden beantwoord. Deels hangt dat samen
met het feit dat burgerparticipatie ook negatieve gevolgen kan heb-
ben, zoals sociale uitsluiting van bepaalde groepen en personen, en
kan bijdragen aan angst onder burgers voor uiteenlopende verschijn-
selen en aan de neiging zich voor elkaar af te sluiten. Burgerparticipa-
tie in de veiligheidszorg kan bovendien, zoals met enkele voorbeelden
in deze bijdrage duidelijk is geworden, bijdragen aan de tegenstellin-
gen in de samenleving en de centrale waarden van rechtsstaat en
democratische samenleving ondermijnen. Om die reden opperde
Crawford al in 1997 dat de aanpak van criminaliteit niet de beste basis
is om open, tolerante en inclusieve samenlevingen te creëren. De
vraag is dan ook of het mobiliseren van burgers op basis van veiligheid
de tegenstellingen en conflicten in de samenleving niet juist zal ver-
sterken (Terpstra & Kouwenhoven 2004, p. 286-288). De vraag naar de
grenzen van deze burgerparticipatie wint daarnaast aan urgentie nu
deze burgerparticipatie deels lijkt te worden overgenomen door groe-
pen die doelbewust uit zijn op het verminderen van gastvrijheid,
medemenselijkheid en tolerantie onder het motto van het belang van
veiligheid.
Literatuur
Bennett e.a. 2006
T. Bennett, K. Holloway & D.P.
Farrington, ‘Does neighborhood
watch reduce crime? A systema-
tic review and meta-analysis’,
Journal of Experimental Crimino-
logy (2) 2006, afl. 4, p. 437-458.
Boutellier 2007
J.C.J. Boutellier, Nodale orde. Vei-
ligheid en burgerschap in een net-
werksamenleving (oratie Amster-
dam VU), 2007.
Crawford 1997
A. Crawford, The local gover-
nance of crime: Appeals to com-
munity and partnerships, Oxford:
Oxford University Press 1997.
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
88 Justitiële verkenningen, jrg. 42, nr. 5, 2016
De Haan 1995
W.J.M. de Haan, ‘Integrale veilig-
heid. Beleidsvernieuwing of
beleidsvervaging?’, Justitiële ver-
kenningen (21) 1995, afl. 5,
p. 25-48.
Pawson & Tilley 1997
R. Pawson & N. Tilley, Realistic
evaluation, Londen: Sage 1997.
Sherman e.a. 1997
L.W. Sherman, D.C. Gottfredson,
D.L. MacKenzie, J. Eck, P. Reuter
e.a. (red.), Preventing crime:
What works, what doesn’t, what’s
promising (Report to the U.S.
Congress), Washington, DC: US
Office of Justice Programs 1997.
Terpstra 2010
J. Terpstra, Het veiligheidscom-
plex. Ontwikkelingen, strategieën
en verantwoordelijkheden in de
veiligheidszorg, Den Haag: Boom
Juridische uitgevers 2010.
Terpstra & Kouwenhoven 2004
J. Terpstra & R. Kouwenhoven,
Samenwerking en netwerken in
de lokale veiligheidszorg, Apel-
doorn/Enschede: CP&W/IPIT
2004.
Zedner 2003
L. Zedner, ‘Too much security?’,
International Journal of the Soci-
ology of Law (31) 2003, afl. 3,
p. 135-184.
doi: 10.5553/JV/016758502016042005007
Dit artikel uit Justitiële verkenningen is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor Radboud University Nijmegen
Book
Full-text available
U hebt het vijftigste nummer van de Cahiers Politiestudies in handen. Een gelegenheid die het redactiecomité niet ongemerkt wilde laten voorbijgaan. Dit is dan ook zonder meer een feestnummer geworden, waarin we diverse auteurs uitnodigden om terug te kijken op de vorige nummers en te reflecteren over “de essentie van politiewerk”. Voor deze ene keer heeft het redactiecomité beslist de stukken niet aan reviewing te onderwerpen, maar de auteurs vrank en vrij te laten schrijven over verleden, heden en toekomst. Het is een eerbetoon geworden voor u, de trouwe lezer van dit tijdschrift, maar tevens voor al diegenen die hun medewerking hebben verleend aan de gestage voortgang ervan. Met dank en proficiat. Voor het redactiecomité heeft “de essentie van politiewerk” een veelvoudige betekenis, die in grote mate weerspiegeld wordt in de thema’s die gedurende afgelopen jaargangen aan bod kwamen in de Cahiers Politiestudies. Tal van spanningsvelden worden hierin weerspiegeld. Er is ongetwijfeld een spanningsveld dat besloten ligt in de opdracht van de overheid om, middels de politie, bescherming te bieden aan de bevolking. Dat betekent enerzijds dat diezelfde bevolking, als adressant van deze opdracht, recht van spreken heeft en mee invulling kan geven aan deze opdracht. Een dergelijke invalshoek leunt nauw aan bij datgene dat we gemeenschapsgerichte politie (Community Oriented Policing of ook wel “nabijheidspolitie”) zijn gaan noemen, waarin een lokale, tot zelfs buurtaanpak, centraal staat. Het is in deze context dat de politie op zoek ging naar lokale partnerships met tal van maatschappelijke actoren om haar dienstverlening aan de bevolking te kunnen waarmaken. Dat betekent anderzijds ook dat de overheid niet enkel kan varen op al te populistische noodkreten. De overheid heeft ook de opdracht algemenere belangen te dienen door vormen van bedreigende, in Nederland genoemd “ondermijnende”, vormen van sociaal onaangepast gedrag tegen te gaan, zoals vormen van georganiseerde criminaliteit, corruptie, cybercrime, milieucriminaliteit, organisatiecriminaliteit en terrorisme. Der�gelijke problemen overstijgen gaandeweg de bekommernissen van buurtbewoners en gemeentenaren, en zijn in toenemende mate nationale en internationale bedreigingen.
Article
Dit artikel behandelt de invloed van digitale buurtpreventie op criminaliteit. Het vaak veronderstelde positieve effect op het aantal aanhoudingen laat zich niet zien.Toch is het aannemelijk dat digitale buurtpreventie criminaliteit vermindert. Door middel van sociale controle wordt de gelegenheid voor criminaliteit beperkt en worden criminele handelingen verstoord. Dit blijkt uit recente literatuur en bevindingen uit eigen onderzoek: een ‘realist evaluation’ waarin professionals en deelnemers van digitale buurtpreventiegroepen in Rotterdam is gevraagd naar hun perceptie van de werkzaamheid van dit middel. Het onderzoek biedt aanknopingspunten waarmee de werkzaamheid kan worden vergroot.
Article
Full-text available
Dit artikel poogt een ruim overzicht te bieden van dimensies van eigenrichting en de beteugeling daarvan. We inventariseren uiteenlopende vormen van informele rechtshandhaving door (groepen) burgers en de verwantschap met eigenrichting. Er is sprake van een complex samenstel van typen eigenrichting, variërende grenzen en overlap met andere vormen van sociale controle, normering en ingrijpen. Tegelijkertijd stellen we vast dat de ruimte voor de bijdrage van de burger aan rechtshandhaving minder klein is dan voorheen. Werd de burger enkele decennia terug nog ontmoedigd om actief bij te dragen aan rechtshandhaving, tegenwoordig zien politie en justitie steeds meer in dat burgers een ruimer speelveld behoeven en bij hun ingrijpen steun behoeven. Tegelijkertijd wordt sociale zelfredzaamheid meer en meer als principe van samenleven omarmd. De normen die Frans Denkers voor ‘aanvaardbare eigenrichting’ heeft opgesteld zijn daarbij van groot belang.
Integrale veiligheid. Beleidsvernieuwing of beleidsvervaging?', Justitiële verkenningen (21) 1995, afl
  • W J M De Haan
W.J.M. de Haan, 'Integrale veiligheid. Beleidsvernieuwing of beleidsvervaging?', Justitiële verkenningen (21) 1995, afl. 5, p. 25-48.
Preventing crime: What works
  • L W Sherman
  • D C Gottfredson
  • D L Mackenzie
  • J Eck
L.W. Sherman, D.C. Gottfredson, D.L. MacKenzie, J. Eck, P. Reuter e.a. (red.), Preventing crime: What works, what doesn't, what's promising (Report to the U.S. Congress), Washington, DC: US Office of Justice Programs 1997. Terpstra 2010