Chapter

Een screenshot van jeugdige daders van cybercrime in Nederland

Authors:
To read the full-text of this research, you can request a copy directly from the authors.

Abstract

Deze bijdrage is een bewerkte versie van delen uit het onderzoeksrapport dat in opdracht van het WODC tot stand kwam (Zebel, De Vries, Giebels, Kuttschreuter & Stol, 2013), aangevuld met inzichten uit vervolgonderzoek naar indirecte en directe rapportage van het plegen van cybercriminaliteit onder jongeren (Karemaker, Zebel & Ufkes, 2014; zie ook Zebel, De Vries, Karemaker & Ufkes, 2014).

No full-text available

Request Full-text Paper PDF

To read the full-text of this research,
you can request a copy directly from the authors.

... In Nederland zijn enkele studies gedaan die jongeren betreffen (zie voor een overzicht Zebel et al., 2014). We kunnen een onderscheid maken tussen onlinedelicten in enge en in ruime zin (Zebel et al., 2014(Zebel et al., , 2015, door de politie ook onderscheiden als cybercriminaliteit en gedigitaliseerde criminaliteit. 5 Bij onlinedelicten in enge zin, cyberdelicten, is de ICT-structuur (pc's/laptops, smartphone's/tablets, internet) het doel van crimineel handelen. ...
... Er is nog maar in beperkte kennis over de mate waarin jongeren onlinedelicten plegen. Zebel en collega's (Zebel et al., 2014(Zebel et al., , 2015 hebben het onderzoek in Nederland naar cybercriminaliteit onder jeugdigen van twaalf jaar en ouder op een rij gezet. Zij constateren dat er maar beperkt onderzoek naar daderschap van jeugdigen is gedaan en dat in het onderzoek dat is uitgevoerd maar naar een beperkt aantal onlinedelicten is gevraagd. ...
... Het percentage jongeren dat rapporteert in het afgelopen jaar betrokken te zijn geweest bij een onlinedelict is het hoogst onder de 12-tot en met 17-jarigen, gevolgd door de 18-tot en met 23-jarigen en het laagst onder de 10-en 11-jarigen (respectievelijk 31%, 28% en 10%). De percentages liggen hoger dan blijkt uit eerder onderzoek (zie Zebel et al., 2014Zebel et al., , 2015. Deels kan dit verklaard worden doordat in de MZJ meer vragen over onlinedelicten zijn gesteld. ...
... During the past years, the Research Centre of the Dutch Ministry of Security and Justice (WODC) has conducted a significant number of studies on different aspects of cybercrime for the purpose of security and justice policy in this area. Examples are research projects into the nature of cybercrime, which consist of general literature overviews and reviews (Scheepmaker, 2004(Scheepmaker, , 2012Van der Hulst & Neve, 2008), studies on more specific crime acts, like online money laundering (Oerlemans, Custers, Pool & Cornelisse, 2016), Internet-facilitated drug trade (Kruithof, Aldridge, Décary-Hétu, Sim, Dujso, Hoorens, 2016), and the involvement of youth in cybercrime (Zebel, De Vries, Giebels, Kuttschreuter & Stol, 2013;Van den Broek, Weijters & Van der Laan, 2014). This subject is also addressed in the on-going monitor juvenile crime (Van der Laan & Goudriaan, 2016). ...
Article
Full-text available
Criminaliteitsstatistieken laten vanaf 2008 jaarlijks een afliame zien in het aantal jeugdige verdachten en daders in Nederland. Niet alleen politie- enjustitieregistraties laten een daling zien, ook het aantal zelfgerapporteerde daders van jeugdcriminaliteit neemt af De daling is vooral zichtbaar in de traditionele vormen van offline-criminaliteit. De online-activiteiten van jongeren, zoals het gebruik van internet of sociale media, zijn in het afgelopen decennium fors toegenomen. Naast sociaal gedrag vindt ook antisociaal gedrag en crimineel gedrag online plaats. Politie- en justitieregistraties bieden op landelijk niveau nauwelijks zicht op online-criminaliteit doorjeugdigen, maar zelfrapportagecijfers wel hoewel die bron ook beperkt is. In dit onderzoek wordt ingegaan op mogelijkheden en beperkingen van zowel politie- en justitieregistraties als zelfrapportagecijfers bij het meten van online-jeugdcritninaliteit. Op basis van gegevens verzameld in de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) waarin beide typen bronnen worden gebruikt, is de mate waarin Nederlandsejeugdigen betrokken zijn bij online criminaliteit en de overlap die er is met traditionele offiine-crin-tinaliteit onderzocht. Tot slot bepleiten we dat het om de ontwikkelingen in dejeugdcriminaliteit te begrijpen het van belang is dat in officiële statistieken online-crivninaliteit beter wordt geregistreerd.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.