ArticlePDF Available

We moeten nu de echte oorzaken van radicalisering aanpakken

Authors:
  • Flemish Peace Institute
Inzetten op preventie van de oorzaken van radicalisering
Elke Devroe
1
& Paul Ponsaers
2
Het afgrijzen gonst op straat en op de blogs. Terecht. Zelden is ons land geconfronteerd geweest met
een dergelijke afschuwelijke moordpartij. Duidelijk.
Tezelfdertijd krijgt het publiek debat een nieuwe kleur. De onderliggende gedachte is dat die “home
grown terroristen gedurende jaren hebben genoten van onze” sociale voorzieningen, van “ons”
onderwijs, van “onze” welvaartsstaat en dat “ze” ondanks dat blijkbaar zo haatdragend zijn
geworden dat “ze” zich keren tegen de eigen wieg. In plaats van dankbaar te zijn. De redenering is
dan dat “we” lange tijd veel te naïef, te meegaand, zijn geweest. “We” hadden veel vroeger moeten
eisen dat “ze” zich aanpasten. “We hadden moeten duidelijk maken dat de Belgische sociale
welvaart was opgebouwd dankzij het zweet van vele Belgische loonarbeiders, die het lange tijd veel
moeilijker hadden dan hun generatie. Kortom: “we” zijn veel te laks, te verdraagzaam geweest,
veel te politiek correct. “We” en “zij”, we leren terug in kampen denken blijkbaar.
Het is niet langer het discours van extreemrechts, het is dat van brede lagen van de werkende
bevolking. Het is het discours van grote delen van de Britse aanhang van Labour die vindt dat het
“vrije verkeer van mensen, goederen, diensten en kapitaal” er enkel maar toe geleid heeft dat grote
stukken van de arbeidsmarkt in het V.K. zijn verdrongen door nieuwkomers, waardoor de druk
verhoogt om de Brexit effectief door te voeren. Ultiem gaat het om de vraag naar de existentiële
toekomst van Europa. Of anders gezegd gaat het om een sterker nationalisme, ten koste van een
zwakker Europa.
Volgens ons is dit een schoolvoorbeeld van fuzzy logic”. Het is immers niet omdat sommige jonge
moslims zich (terecht of onterecht) achtergesteld of gediscrimineerd voelen dat zij “zomaar”
overgaan tot terrorisme. Dat is toch a bridge too far”. Mocht iedereen die zich tekort gedaan zou
voelen bommen laten ontploffen, dan zou het ganse land wel op een slagveld lijken. Dat is alsnog
gelukkig niet zo en dus is er meer nodig om deze terreur te verklaren. Het “probleem van
specificiteit” speelt hier met andere woorden: veel mensen delen de kenmerken van terroristen,
maar bijna niemand wordt terrorist. Dus wat maakt nu precies dat de één wel en de ander niet
overgaat tot terroristisch geweld? Hierbij keren we als criminologen terug naar etiologische
criminaliteitstheorieën. Kortom, wat maakt dat sommigen terrorisme als mogelijk alternatief gaan
zien?
Stilaan groeit er sociaal wetenschappelijk inzicht dat het cultiveren van wraak diverse stadia
doorloopt.
(1) Vaak begint het met afwijkend gedrag, dikwijls na een jeugd in een disfunctioneel gezin: kleine
criminaliteit, drugsgebruik of -handel soms. Justitie komt eraan te pas en dikwijls volgt een
vrijheidsstraf. In de gevangenis groeit vervolgens het besef dat het leven weinig waard is, dat zij
gestigmatiseerd zijn geraakt. Het is te vroeg om deze analyse toe te passen op de Brusselse
terroristen. Daaromtrent zijn momenteel te weinig elementen bekend. Maar van de Parijse daders
weten we dat velen onder hen in het verleden als kleine criminelen actief waren en elkaar kenden uit
die periode.
1
Associate Professor, Institute of Security and Global Affairs (ISGA), Faculty of Governance and Global Affairs,
Universiteit Leiden, Nederland.
2
Prof. dr. emeritus, Vakgroep Strafrecht, Criminologie en Sociaal Recht, Rechtsfaculteit, UGent, België.
(2) Op dat moment is de betrokkene klaar voor een nieuwe fase, hetgeen nogal eens een cruciale
ontmoeting wordt genoemd, een born again”. Meestal gaat het om een diepgaand contact met
een charismatisch persoon, bijvoorbeeld in detentie, maar ook daarna op internet of via vrienden
van vrienden. Dat contact initieert en stimuleert een proces van herleven, een religieus ontwaken,
een perspectief op binding. Als we dit toepassen op de Parijse daders merken we dat ze allen
radicaliseerden in dezelfde tijdsperiode. Contacten tussen de leden verliepen via bepaalde
sleutelpersonen. Verder fungeerde Abdelhamid Abaaoud als spil in het netwerk en trad op als
ronselaar en katalysator. Overigens mag hierbij de rol van andere ronselaars niet onderschat worden.
Opmerkelijk is dat verschillende van deze ronselaars weliswaar door het Belgische gerecht werden
opgespoord, vervolgd en veroordeeld, doch dat dit niet noodzakelijk leidde tot de neutralisering van
de radicaliseringsprocessen van de jonge betrokkenen. In dit verband dient benadrukt dat een aantal
onder hen opvallend snel dit radicaliseringsproces doorliepen.
(3) Dan volgt vaak de “initiatiereis”, een langer of korter verblijf in (de buurt van) een brandhaard
ergens op de wereld waar jihadisten vechten. Opnieuw toegepast op de Parijse terroristen kunnen
we vaststellen dat Abdelhamid Abaaoud in 2014 naar Syrië vertrok, terugkeerde naar de EU en
opnieuw vertrok; Bilal Hadfi vocht in Syrië gedurende meer dan een jaar; Chakib Akrouh vertrok bij
herhaling naar Syrië; Mostefai Ismaël Omar was in 2013 en 2014 maandenlang in Syrië; Samy
Amimour reisde in oktober 2013 af naar Syrië. Hij keerde voor de aanslagen niet meer terug; Foued
Mohamed-Aggad reisde in december 2013 af naar Syrië. Enkel Brahim en Salah Abdeslam waren,
voorzover bekend, nooit in Syrië. Zij radicaliseerden via sociale media en door toedoen van Abaaoud.
Tot daar de fasen die stilaan vorm krijgen in de vakliteratuur. Dat betekent dat radicalisering niet
noodzakelijk verband houdt met achterstelling en het leven in problematische wijken. Zulke
omstandigheden zijn belangrijk, vergen specifieke aandacht in beleid en aanpak, omdat ze het
probleem van radicalisering accentueren, maar ze zijn er in de kern niet de oorzaak van. Het zijn
vooral de “cruciale ontmoeting” en de “initiatiereis” die radicalisering veroorzaken.
Dit inzicht blijft niet zonder gevolgen. Dat betekent dat de strijd tegen het jihadisme slechts kan
gewonnen worden als inderdaad wordt ingezet op de oorzaken ervan, en dat betekent :
(a) Het nadrukkelijk tegengaan van elke vorm van rekrutering en ronselen. Als er al sprake was van
een te vergaande verdraagzaamheid dan lag deze wellicht in de schroom om de grenzen van de
vrijheid van geloof in te perken. Hier ligt een belangrijke sleutel tot de bestrijding van het jihadisme.
Precies hierop hebben de veiligheidsdiensten in eigen land een grote impact, aangezien de “cruciale
ontmoeting” voor deze “home grown” radicalen hier te lande plaatsvindt.
(b) Het met alle mogelijke middelen vermijden dat jonge radicaliserende jongeren een “initiatiereis”
kunnen maken. Dat betekent veel strikter en strenger toezien op het uitreizen naar oorlogsgebied en
zeker in de huidige situatie naar Syrië. Mutadis mutandis moet de terugkeer van deze jongeren met
uiterste voorzichtigheid worden omgeven, omdat op dat ogenblik als het ware het proces van
radicalisering is afgerond en vanaf dan gevreesd moet worden voor het overgaan tot de jihadistische
actie.
Dit betekent natuurlijk niet dat een degelijk sociaal beleid niet noodzakelijk is om de voedingsbodem
van het radicalisme tegen te gaan. Maar een ordentelijk sociaal beleid dient natuurlijk niet gevoerd
te worden omwille van die reden. Een dergelijk beleid is noodzakelijk omwille van de sociale
rechtvaardigheid en de sociale vrede, en niet uitsluitend om radicalisering tegen te gaan. Indien een
preventiebeleid inzake radicalisering wil slagen moet men vooral inzetten op de echte oorzaken
ervan, en die liggen bij het tegengaan van de “cruciale ontmoeting” en de “initiatiereis”.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.