ArticlePDF Available

Ponsaers, P., Devroe, E. (2016). “De politie draagt wapens, en kiest zelf waar en wanneer”, De Standaard, 12 augustus.

Authors:

Abstract and Figures

Belgisch Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) beloofde dat agenten binnenkort de klok rond hun dienstwapen mogen dragen. Paul Ponsaers en Elke Devroe wijzen erop dat politiemensen die het dienstwapen mee naar huis nemen niet noodzakelijk veiliger zijn, wel integendeel.
No caption available
… 
Content may be subject to copyright.
12 augustus 2016 om 03:05 uur | Paul Ponsaers & Elke Devroe
Laat de korpschef zijn werk doen
De politie draagt wapens, en kiest zelf waar
en wanneer
Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) beloofde dat agenten binnenkort de
klok rond hun dienstwapen mogen dragen. Paul Ponsaers en Elke Devroe wijzen erop dat
politiemensen die het dienstwapen mee naar huis nemen niet noodzakelijk veiliger zijn, wel
integendeel.
Wie? Professor emeritus, Vakgroep
Strafrecht, Criminologie en Sociaal Recht
(UGent) & hoofddocente Institute of
Security and Global Affairs (Universiteit
Leiden).
Wat? Veel belangrijker dan het
discussiëren over de wapendracht is het
wettelijk vastleggen van de rol van
militairen.
De Belgische politie, de lokale en de federale, neemt sinds de hervorming van 1998 een breed
maatschappelijk mandaat op met de invoering van ‘community policing’. Zij ontleent haar
legitimiteit aan de instemming van de bevolking om het zogenaamd monopolie van legaal
geweld uit te oefenen. Community policing is wezenlijk een instemmingsmodel, een
‘consent’-model met het Verenigd Koninkrijk als bakermat. Het gaat in essentie om
misdrijven voorkomen en de vrede bewaren door een constante en zichtbare aanwezigheid op
straat van geüniformeerde, in principe ongewapende politiemensen. In het Verenigd
Koninkrijk hebben politiemensen doorgaans een wapenstok en een taser, maar geen
vuurwapens op zak. De Britten zijn terughoudend in het bewapenen van agenten met
vuurwapens, ook nu nog altijd na de verschillende terreuraanslagen. Een minderheid van de
politiemensen draagt een vuurwapen. Het zijn de bijzondere eenheden die daartoe gemachtigd
zijn.
Het uitgangspunt binnen dit ‘consent’-model is dat politiemensen zo weinig mogelijk over
wapens beschikken. Wapens zijn wel beschikbaar, veilig opgeborgen in de wapenkast, anders
zou de politie natuurlijk niet haar monopolie van legaal geweld kunnen uitoefenen in de
dwingende omstandigheden die daartoe nopen. Het model impliceert immers ook dat de
politie aan burgers bescherming dient te garanderen, desnoods gewapenderhand. De politie
moet ook zichzelf kunnen verdedigen bij geweld, zoals bijvoorbeeld in Charleroi. Uiteraard.
Checks-and-balances
Het Comité P, dat toezicht houdt op de Belgische politiediensten, vroeg aandacht voor het
fenomeen ‘politiesuïcide’. Ook internationale studies hebben aangetoond dat het aantal
zelfdodingen bij politiediensten hoger ligt dan bij de gemiddelde bevolking. In een niet
verwaarloosbaar aantal gevallen werd het dienstwapen gebruikt bij deze suïcides. We moeten
dan ook vaststellen dat een wapen ter beschikking hebben niet altijd een garantie is voor een
betere beveiliging voor politiemensen.
Welke politieagent, welk vuurwapen, wanneer? Het is een kwestie van ‘checks-and-balances’.
In Duitsland beschikt de ‘gewone’ politieagent over een pistool, handboeien, pepperspray en
een wapenstok. Ondersteuningsgroepen dragen er, naast de standaardwapens, ook zwaardere
wapens, zoals een pistoolmitrailleur. Arrestatieteams dragen ook precisiewapens. De
antiterreureenheid is het zwaarst bewapend. Die gebruikt onder meer automatische
vuurwapens, explosieven en precisiewapens. Niet alle politiemensen hoeven per se over
dezelfde vuurkracht te beschikken. Het moet gaan om een gemoduleerde organisatie.
In ons land stelt zo’n afweging problemen, behalve voor de
federale politie en haar bijzondere eenheden. Elke lokale
politiezone koopt immers haar eigen wapens. Elke korpschef
beslist welk dienstwapen gebruikt wordt, evenwel binnen een
voorgeschreven gamma. Diezelfde korpschef is een professional
die bepaalt wie een wapen mag dragen, wanneer en onder welke
omstandigheden, al dan niet ook buiten de diensttijd. Zo’n
beslissing blijft contextgebonden en specifiek, en kan
onmogelijk tot een algemene overheidsregel worden verheven.
Het gaat om lokaal maatwerk. De omstandigheden en het dreigingsbeeld in Molenbeek zijn
anders dan die in Aarschot.
Wat met de militairen?
De beslissingsbevoegdheid blijft hoe dan ook bij de politie zelf. Er bestaan geen andere
instanties, zoals militairen of private beveiligers, die het monopolie van legaal geweld kunnen
en mogen invullen. In haar recent tussentijds verslag stelt de parlementaire
onderzoekscommissie naar de aanslagen: ‘Het tussen de politie en de militaire overheden
afgesloten protocol geeft niet aan hoe in de omstandigheden van 22 maart 2016 kon of mocht
worden opgetreden (engagement rules). Er wordt wel bepaald dat de militairen onder het
gezag van de politie optreden, maar wat ze in de praktijk wel of niet mogen doen, verdient
verduidelijking, zeker wat het eventueel uitvoeren van taken betreft die de individuele rechten
van de burger aanbelangen’.
Ons lijkt het van veel groter belang om de rol van de militairen dringend wettelijk vast te
leggen dan de wapendracht van de politie ter discussie te stellen.
Het is aan de politie om, in een land dat gekozen heeft voor het ‘consent-model’, zelf haar
legitimiteit te bewaken met een zo terughoudend mogelijke opstelling, die in elke situatie
anders zal zijn. Gemeenschapsgericht en beschermend waar het kan, bewapend en
verdedigend waar het moet. Maar een ongenuanceerd sterk bewapende politie valt niet in
goede aarde bij elke burger en kan juist bijdragen aan de angstcultuur.
Ook vrijwilligers oproepen die, weliswaar ongewapend, de politie moeten versterken zoals in
Frankrijk of in Nederland, kan de polarisatie tussen bevolkingsgroepen in de hand werken. De
politie zal altijd moeten blijven handelen in het model waar de Belgische overheid voor
gekozen heeft, met de overtuiging dat de instemming van de bevolking moet worden
verdiend. En in de wetenschap dat die niet evident is.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.