ResearchPDF Available

Devroe, E., Ponsaers, P. (2016). “En nu naar de echte oorzaken van radicalisering”, De Morgen , 30 maart, p. 30.

Authors:

Abstract and Figures

Het afgrijzen gonst op straat en op de blogs. Terecht. Zelden is ons land geconfronteerd geweest met een dergelijke afschuwelijke moordpartij. Duidelijk. Tezelfdertijd krijgt het publiek debat een nieuwe kleur. De onderliggende gedachte is dat die " home grown " terroristen gedurende jaren hebben genoten van " onze " sociale voorzieningen, van " ons " onderwijs, van " onze " welvaartsstaat en dat " ze " ondanks dat blijkbaar zo haatdragend zijn geworden dat " ze " zich keren tegen de eigen wieg. In plaats van dankbaar te zijn. De redenering is dan dat " we " lange tijd veel te naïef, te meegaand, zijn geweest. " We " hadden veel vroeger moeten eisen dat " ze " zich aanpasten. " We " hadden moeten duidelijk maken dat de Belgische sociale welvaart was opgebouwd dankzij het zweet van vele Belgische loonarbeiders, die het lange tijd veel moeilijker hadden dan " hun " generatie. Kortom: " we " zijn veel te laks, te verdraagzaam geweest, veel te politiek correct. " We " en " zij " , we leren terug in kampen denken blijkbaar. Het is niet langer het discours van extreemrechts, het is dat van brede lagen van de werkende bevolking. Het is het discours van grote delen van de Britse aanhang van Labour die vindt dat het " vrije verkeer van mensen, goederen, diensten en kapitaal " er enkel maar toe geleid heeft dat grote stukken van de arbeidsmarkt in het V.K. zijn verdrongen door nieuwkomers, waardoor de druk verhoogt om de Brexit effectief door te voeren. Ultiem gaat het om de vraag naar de existentiële toekomst van Europa. Of anders gezegd gaat het om een sterker nationalisme, ten koste van een zwakker Europa. Volgens ons is dit een schoolvoorbeeld van " fuzzy logic ". Het is immers niet omdat sommige jonge moslims zich (terecht of onterecht) achtergesteld of gediscrimineerd voelen dat zij " zomaar " overgaan tot terrorisme. Dat is toch " a bridge too far ". Mocht iedereen die zich tekort gedaan zou voelen bommen laten ontploffen, dan zou het ganse land wel op een slagveld lijken. Dat is alsnog gelukkig niet zo en dus is er meer nodig om deze terreur te verklaren. Het " probleem van specificiteit " speelt hier met andere woorden: veel mensen delen de kenmerken van terroristen, maar bijna niemand wordt terrorist. Dus wat maakt nu precies dat de één wel en de ander niet overgaat tot terroristisch geweld? Hierbij keren we als criminologen terug naar etiologische criminaliteitstheorieën. Kortom, wat maakt dat sommigen terrorisme als mogelijk alternatief gaan zien? Stilaan groeit er sociaal wetenschappelijk inzicht dat het cultiveren van wraak diverse stadia doorloopt. (1) Vaak begint het met afwijkend gedrag, dikwijls na een jeugd in een disfunctioneel gezin: kleine criminaliteit, drugsgebruik of-handel soms. Justitie komt eraan te pas en dikwijls volgt een vrijheidsstraf. In de gevangenis groeit vervolgens het besef dat het leven weinig waard is, dat zij gestigmatiseerd zijn geraakt. Het is te vroeg om deze analyse toe te passen op de Brusselse terroristen. Daaromtrent zijn momenteel te weinig elementen bekend. Maar van de Parijse daders weten we dat velen onder hen in het verleden als kleine criminelen actief waren en elkaar kenden uit die periode.
No caption available
… 
Content may be subject to copyright.
Op straat en op de blogs gonst het van het afgrijzen.
Terecht. Zelden is ons land geconfronteerd geweest met
een dergelijke afschuwelijke moordpartij.
Tezelfdertijd krijgt het publieke debat een nieuwe kleur. De
onderliggende gedachte is dat die home grown-terroristen
gedurende jaren hebben genoten van 'onze' sociale
voorzieningen, van 'ons' onderwijs, van 'onze'
welvaartsstaat en dat 'ze' ondanks dat blijkbaar zo
haatdragend zijn geworden dat 'ze' zich keren tegen de
eigen wieg. In plaats van dankbaar te zijn. De redenering is
dan dat 'we' lange tijd veel te naïef, te meegaand, zijn
geweest. 'We' hadden veel vroeger moeten eisen dat 'ze'
zich aanpasten. 'We' hadden moeten duidelijk maken dat
de Belgische sociale welvaart was opgebouwd dankzij het
zweet van vele Belgische loonarbeiders, die het lange tijd
veel moeilijker hadden dan 'hun' generatie. Kortom: 'we'
zijn veel te laks, te verdraagzaam geweest, veel te politiek
correct. 'We' en 'zij', we leren opnieuw in kampen denken
blijkbaar.
Het is niet langer het discours van extreemrechts, het is dat
van brede lagen van de werkende bevolking. Het is het
discours van grote delen van de Britse aanhang van Labour die vindt dat het 'vrije verkeer van
mensen, goederen, diensten en kapitaal' er enkel maar toe geleid heeft dat grote stukken van de
arbeidsmarkt in het VK zijn verdrongen door nieuwkomers, waardoor de druk verhoogt om de brexit
effectief door te voeren. Ultiem gaat het om de vraag naar de existentiële toekomst van Europa. Of
anders gezegd gaat het om een sterker nationalisme, ten koste van een zwakker Europa.
Volgens ons is dit een schoolvoorbeeld van fuzzy logic. Het is niet omdat sommige jonge moslims zich
(terecht of onterecht) achtergesteld of gediscrimineerd voelen dat zij 'zomaar' overgaan tot
terrorisme. Dat is meer dan een brug te ver. Mocht iedereen die zich tekort gedaan zou voelen
bommen laten ontploffen, dan zou het ganse land wel op een slagveld lijken. Dat is gelukkig niet zo
en dus is er meer nodig om deze terreur te verklaren. Het 'probleem van specificiteit' speelt hier met
andere woorden: veel mensen delen de kenmerken van terroristen, maar bijna niemand wordt
terrorist. Dus wat maakt nu precies dat de één wel en de ander niet overgaat tot terroristisch
geweld? Hierbij keren we als criminologen terug naar etiologische criminaliteitstheorieën. Kortom,
wat maakt dat sommigen terrorisme als mogelijk alternatief gaan zien?
Stilaan groeit er sociaal wetenschappelijk inzicht dat het cultiveren van wraak diverse stadia
doorloopt.
1. Afwijkend gedrag
Vaak begint het met afwijkend gedrag, dikwijls na een jeugd in een
disfunctioneel gezin: (kleine) criminaliteit, drugsgebruik of -handel
soms. Justitie komt eraan te pas en dikwijls volgt een
vrijheidsstraf. In de gevangenis groeit vervolgens het besef dat het
leven weinig waard is, dat zij gestigmatiseerd zijn geraakt. Het is te
vroeg om deze analyse toe te passen op de Brusselse terroristen,
hoewel we intussen wel weten dat de broers El Bakraoui zich in dit
verhaal inschrijven. Maar van de Parijse daders weten we dat velen onder hen in het verleden als
kleine criminelen actief waren en elkaar kenden uit die periode.
2. De cruciale ontmoeting
Op dat moment is de betrokkene klaar voor een nieuwe fase, hetgeen nogal eens een 'cruciale
ontmoeting' wordt genoemd. Meestal gaat het om een diepgaand contact met een charismatisch
persoon, bijvoorbeeld in detentie, maar ook daarna op internet of via vrienden van vrienden. Dat
contact initieert en stimuleert een proces van herleven, een religieus ontwaken, een perspectief op
binding. Als we dit toepassen op de Parijse daders merken we dat ze allen radicaliseerden in dezelfde
periode. Contacten tussen de leden verliepen via bepaalde sleutelpersonen. Verder fungeerde
Abdelhamid Abaaoud als spil in het netwerk en trad hij op als ronselaar en katalysator.
Overigens mag hierbij de rol van andere ronselaars niet onderschat worden. Opmerkelijk is dat
verschillende van deze ronselaars weliswaar door het Belgische gerecht werden opgespoord,
vervolgd en veroordeeld, doch dat dit niet noodzakelijk leidde tot de neutralisering van de
radicaliseringsprocessen van de jonge betrokkenen. In dit verband dient benadrukt dat een aantal
onder hen opvallend snel dit radicaliseringsproces doorliepen.
3. De initiatiereis
Dan volgt vaak de 'initiatiereis', een langer of korter verblijf in (de buurt van) een brandhaard ergens
op de wereld waar jihadisten vechten. Opnieuw toegepast op de Parijse terroristen kunnen we
vaststellen dat Abdelhamid Abaaoud in 2014 naar Syrië vertrok, terugkeerde naar de EU en opnieuw
vertrok; Bilal Hadfi vocht in Syrië gedurende meer dan een jaar; Chakib Akrouh vertrok bij herhaling
naar Syrië; Mostefai Ismaël Omar was in 2013 en 2014 maandenlang in Syrië; Samy Amimour reisde
in oktober 2013 af naar Syrië. Hij keerde voor de aanslagen niet meer terug; Foued Mohamed-Aggad
reisde in december 2013 af naar Syrië.
Enkel Brahim en Salah Abdeslam waren, voor zover bekend, nooit in Syrië. Zij radicaliseerden via
sociale media en door toedoen van Abaaoud. Hetzelfde patroon zien we - wat de Brusselse aanslagen
betreft - bij Ibrahim el-Bakraoui, die vorig jaar aan de Turks-Syrische grens werd opgepakt en zich
dinsdag opblies in Zaventem.
Tot daar de fasen die stilaan vorm krijgen in de vakliteratuur. Dat betekent dat radicalisering niet
noodzakelijk verband houdt met achterstelling en het leven in problematische wijken. Zulke
omstandigheden zijn belangrijk, vergen specifieke aandacht in beleid en aanpak, omdat ze het
probleem van radicalisering accentueren, maar ze zijn er in de kern niet de oorzaak van. Het zijn
vooral de "cruciale ontmoeting" en de "initiatiereis" die radicalisering veroorzaken.
Hoe pakken we dit aan?
De strijd tegen het jihadisme kan slechts gewonnen worden als
wordt ingezet op de oorzaken ervan. Dat betekent ten eerste het
nadrukkelijk tegengaan van elke vorm van rekrutering en
ronselen. Als er al sprake was van een te vergaande
verdraagzaamheid, dan lag deze wellicht in de schroom om de
grenzen van de vrijheid van geloof in te perken. Hier ligt een
belangrijke sleutel tot de bestrijding van het jihadisme. Precies
hierop hebben onze veiligheidsdiensten een grote impact,
aangezien de 'cruciale ontmoeting' voor deze home grown-
radicalen hier te lande plaatsvindt.
Ten tweede moet met alle mogelijke middelen vermeden worden dat jonge radicaliserende jongeren
een 'initiatiereis' kunnen maken. Dat betekent veel strikter en strenger toezien op het uitreizen naar
oorlogsgebied (in de huidige situatie Syrië). Mutadis mutandis moet de terugkeer van deze jongeren
met uiterste voorzichtigheid worden omgeven, omdat op dat ogenblik als het ware het proces van
radicalisering is afgerond en vanaf dan gevreesd moet worden voor jihadistische actie.
Wat niet betekent dat degelijk sociaal beleid niet noodzakelijk zou zijn, omwille van sociale
rechtvaardigheid en sociale vrede natuurlijk, en niet uitsluitend dus ook om de voedingsbodem van
radicalisme tegen te gaan. Maar als preventiebeleid inzake radicalisering wil slagen, moet vooral
worden ingezet op de échte oorzaken ervan, en die liggen bij het tegengaan van de 'cruciale
ontmoeting' en de 'initiatiereis'.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.