ArticlePDF Available

Detentiebeleving van (levens)langgestraften. Een empirische pilotstudie.

Authors:

Abstract

Artikel Detentiebeleving van (levens)langgestraften. Een empirische pilotstudie 2 DD 2016/2 De afgelopen jaren is het aantal opleggingen van levenslange gevangenisstraf drastisch ge-stegen. Daarnaast heeft er een wijziging van het beleid rond de tenuitvoerlegging plaatsge-vonden, waardoor de levenslange straf veranderde van een straf die kon eindigen met een voorwaardelijke invrijheidstelling, in een straf die in beginsel daadwerkelijk levenslang zou moeten duren. Wetenschappelijke publicaties over levenslang in Nederland hebben zich tot nu toe vooral gericht op het juridische kader – waarbij het sociaalwetenschappelijk/gedrags-kundig kader onderbelicht is gebleven. Deze pilotstudie heeft als doel inzicht te vergroten in de detentiebeleving van (levens)langgestraften. Hiertoe zijn 7 levenslanggestraften en 7 lang-gestraften geïnterviewd, die verbleven in penitentiaire inrichtingen verspreid over Nederland. Met deze studie vragen we aandacht voor de uitzonderlijke gedragskundige problematiek on-der een onderbelichte gevangenispopulatie.
10 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
M.C.A. Liem, Y.A.J.M. van Kuijck & B.C.M. Raes
1 Artikel
Detentiebeleving van (levens)langgestraften. Een empirische
pilotstudie
2
DD 2 0 1 6 / 2
De afgelopen jaren is het aantal opleggingen van levenslange gevangenisstraf drastisch ge-
stegen. Daarnaast heeft er een wijziging van het beleid rond de tenuitvoerlegging plaatsge-
vonden, waardoor de levenslange straf veranderde van een straf die kon eindigen met een
voorwaardelijke invrijheidstelling, in een straf die in beginsel daadwerkelijk levenslang zou
moeten duren. Wetenschappelijke publicaties over levenslang in Nederland hebben zich tot
nu toe vooral gericht op het juridische kader – waarbij het sociaalwetenschappelijk/gedrags-
kundig kader onderbelicht is gebleven. Deze pilotstudie heeft als doel inzicht te vergroten in
de detentiebeleving van (levens)langgestraften. Hiertoe zijn 7 levenslanggestraften en 7 lang-
gestraften geïnterviewd, die verbleven in penitentiaire inrichtingen verspreid over Nederland.
Met deze studie vragen we aandacht voor de uitzonderlijke gedragskundige problematiek on-
der een onderbelichte gevangenispopulatie.
1 . I n l e i d i n g
1 .1 ‘Een Verkapte Doodstraf
In de eerste vijftien jaren van dit millennium zijn de veroordelingen tot levenslange ge-
vangenisstraf verviervoudigd ten opzichte van de decennia aan het einde van de vorige
eeuw. Thans ondergaan 34 levenslanggestraften hun straf, van wie de meesten in de af-
gelopen jaren zijn veroordeeld. De gedetineerden zitten in inrichtingen verspreid over de
gehele penitentiaire kaart van Nederland,
3 met een zwaartepunt in PI Norgerhaven, waar
een aparte afdeling voor (levens)langgestraften ten tijde van dit onderzoek plaats bood
aan 24 gedetineerden. Als gevolg van het recent beschikbaar stellen van de gevangenis aan
Noorse autoriteiten zijn deze gedetineerden thans gedwongen overgeplaatst naar andere
inrichtingen verspreid over het land.
De sterke toename van veroordelingen tot levenslang is niet terug te leiden naar een toe-
genomen aantal moorden: de trend van moord en doodslag is al jaren dalende.
4 O o k z i j n
de moorden van nu niet gruwelijker van aard dan decennia geleden, denk aan de moorden
gepleegd door Hans van Z. in de jaren ’60. De huidige toename past in een trend om moord
en doodslag harder en langer te bestraffen. Ook de recente verhoging van het maximum
van de tijdelijke gevangenisstraf van twintig naar dertig jaar heeft de toename van veroor-
delingen tot levenslang niet kunnen stoppen.
5
1 Respectievelijk senior onderzoeker Universiteit Leiden, senior raadsheer in het Hof Arnhem-Leeuwarden en
emeritus hoogleraar forensische psychiatrie Vrije Universiteit en Rijksuniversiteit Groningen. Dank aan Jan
Maarten Elbers en Ward Veltman, beiden ten tijde van dit onderzoek Masterstudent aan de Universiteit Leiden,
voor hun hulp in transcriptie van de gebruikte interviews.
2 Citeerwijze: M.C.A. Liem, Y.A.J.M. van Kuijck & B.C.M. Raes, ‘Detentiebeleving van (levens)langgestraften. Een
empirische pilotstudie’, DD 2016/2.
3 W.F. Van Hattum, ‘Het aanzien van de Staat. Over de praktijk van tenuitvoerlegging van de levenslange straf’,
Justitiële Verkenningen 2013, p. 64-84.
4 Zie voor een overzicht: M. Liem, J. van Wilsem, P. Smit & P. Nieuwbeerta, ‘De daling van moord en doodslag in
Nederland. Tijdschrift voor Criminologie 2012-54, p. 18-32.
5 Zie, voor uitgebreide analyses: P. Nieuwbeerta, & S.G.C. van Wingerden, ‘Geëiste en opgelegde sancties bij
moord en doodslag, 1993-2004’, Trema Tijdschrift voor de Rechterlijke Macht 2006, p. 6. S.G.C. van Wingerden
& P. Nieuwbeerta, Straftoemeting bij moordenaars, ‘De invloed van dader-, slachtoffer- en delictkenmerken’,
Trema Straftoemetingsbulletin 2010 33(1), p. 11-21.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 10T3d_DD_1601_bw_V03.indd 10 1/18/2016 6:49:20 PM1/18/2016 6:49:20 PM
11Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
Nederland neemt met zijn bijna absolute vorm van levenslange straf een uitzonderings-
positie in Europa in. De meeste Europese landen kennen een regeling die voorziet in de
mogelijkheid van voorwaardelijke vrijlating nadat een substantieel deel van de straf is
uitgezeten.
6 Hoewel Nederland officieel een gratiebeleid kent, blijkt dat gratieverzoeken
structureel worden afgewezen. Er is sinds 1986 slechts éénmaal gratie verleend. Dat betrof
een terminaal zieke veroordeelde, en had slechts als doel hem de gelegenheid te geven thuis
te ster ven. Vóór 1986 kreeg iedere levenslanggestrafte indien dit vanuit veiligheidsoogpunt
verantwoord was, gratie, hetgeen inhield dat zijn straf werd omgezet in een tijdelijke straf
waardoor de detentie gemiddeld 20 jaar duurde.
7 Het is niet uitgesloten dat rechters in de
afgelopen jaren een levenslange gevangenisstraf hebben opgelegd in de veronderstelling
dat een bestendig gratiebeleid gold en dat levenslang dan ook niet daadwerkelijke levens-
lang zou inhouden.
8
In het huidige systeem ontbreekt het levenslang veroordeelden aan enig toekomstperspec-
tief. Het wordt daarom ook wel ‘een verkapte doodstraf’ genoemd: de gevangenisstraf leidt
onherroepelijk tot de dood en vertoont daarbij gelijkenis met de vorm van levenslang zoals
deze gehanteerd wordt in de Verenigde Staten (beter bekend als ‘life without parole’).
9
1 . 2 Recente Ontwikkelingen
Op het huidige gratiebeleid is sinds het einde van het vorige decennium steeds meer kri-
tiek geuit. In het licht van de uitspraak van het Europees hof voor de Rechten van de Mens
(EHR M) in de zaak Vinter 10 is dit gratiebeleid met als uitgangspunt ‘levenslang is levenslang’
niet langer te handhaven. Uit recent gevoerde gratie- en verlofprocedures blijkt dat de druk
op de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie steeds groter wordt om zijn beleid aan te
passen en in overeenstemming te brengen met de jurisprudentie van het EHRM.
11 I n e e n v a n
deze procedures heeft onlangs de Beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechtstoe-
passing en Jeugdbescherming (RSJ) geoordeeld dat ook levenslanggestraften recht hebben
op resocialisatie, en dus op verlof, vanzelfsprekend alleen indien geen recidive te duchten
is. De beroepscommissie volgt daarmee de rechtspraak van het EHRM.
Wetenschappelijke publicaties over levenslang in Nederland hebben zich tot nu toe vooral
gericht op het juridische kader – waarbij het sociaalwetenschappelijk/gedragskundig kader
nauwelijks aandacht heeft gekregen. Van belang is dat ook diepgaand empirisch onderzoek
wordt verricht naar de vaak ernstige fysieke en psychische gevolgen van een langdurige
detentie. Met deze gevolgen dient in het licht van het EVRM rekening te worden houden bij
de vaststelling van regelgeving die betrekking heeft op de oplegging en tenuitvoerlegging
van (levens)lange vrijheidsstraffen.
6 S. Meijer & D. Raes, ‘De levenslanggestrafte in be eld’, NJ 2011/86 , p. 2027-2729. M. Scheepmaker, ‘De levenslange
vrijheidsstraf – voorwoord’, Justitiële Verkenningen, 2 (2013), p. 5-11; D. Van Zuyl Smit, ‘Long-term imprison-
ment at home and abroad’, 2008, via http://rsj.nl/Images/Van_Zyl_compleet_tcm60-104805.pdf .
7 Van Hattum, 2013.
8 F.W. Bleichrodt, Een leven lang (Oratie Groningen), Deventer: Kluwer 2006.
9 I. Casier & P. de Hert, ‘De levenslange gevangenisstraf. Geen evident mensenrechtelijk alternatief voor de dood-
straf’, Panopticon 2012, p. 125-139. R. Johnson & S. McGunigall-Smith, ‘Life Without Parole, America’s Other
Death Penalty Notes on Life Under Sentence of Death by Incarceration’, The Prison Journal 200888(2), p. 328-
346.
1 0 E H R M 9 j u l i 2 0 1 3 ( Vinter e.a. tegen het Verenigd Koninkrijk): er is sprake van schending van artikel 3 EVRM als
de tot levenslang veroordeelde geen enkel perspectief op vrijlating (prospect of release) heeft en de straf de jure
noch de facto kan worden verkort.
11 Zie over deze recente ontwikkelingen: W.F. van Hattum, ‘De rechter, de minister en de levenslange gevangenis-
straf 1 en 2’, Tre m a september 2013 respectievelijk Trem a, september 2015. Verder: J. Janssen, T. Trotman & L.
van Walree, ‘Levenslang, da’s logisch toch…?’, NJ 2015/1590.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 11T3d_DD_1601_bw_V03.indd 11 1/18/2016 6:49:20 PM1/18/2016 6:49:20 PM
12 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
2 . Eerder empirisch onderzoek
2 . 1 Internationaal Onderzoek
Aan de wieg van onderzoek naar detentiebeleving staat Gresham Sykes’ (1958) sociologi-
sche studie onder Amerikaanse gevangenen, waarin hij de degradaties en deprivaties die
gevangenen ondervonden beschreef als pains of imprisonment . 12 Deze omvatten, naast vrij-
heidsbeperking (beperking van beweegruimte en ontnemen van sociale contacten), depri-
vatie van bezittingen en diensten (‘luxe’ bezittingen buiten het Spartaans noodzakelijke
om), gebrek aan autonomie, verstoken zijn van veiligheid (niet beschermd worden tegen
andere gevangenen), en gemis van intieme seksuele relaties. Uit (vooral Amerikaanse en
Engelse) studies blijkt, dat langgestraften en levenslanggestraften van alle deprivaties het
gebrek aan sociale en intieme contacten als het pijnlijkst ervoeren.
13 Daarnaast gaven (le-
vens)langgestraften in eerdere studies aan sterk te lijden onder de nutteloosheid van hun
leven.
14 Voorts blijkt uit eerder onderzoek dat (levens)langgestraften met een onzekere
strafduur meer leden onder hun detentie dan diegenen die wisten, wanneer zij op vrije
voeten kwamen.
15 Naast de voortdurende onzekerheid, leed deze groep onder de perma-
nente scheiding van familieleden en onder angst voor psychische achteruitgang als gevolg
van hun langdurige verblijf in detentie.
Dergelijke angst blijkt niet irreëel: zo toonde de Amerikaanse gevangenispsycholoog Craig
Haney aan, dat gevangenisstraf kan leiden tot een ‘gevangenismasker’, een coping mecha-
nisme bestaande uit hypermasculiniteit, argwaan, en emotionele afvlakking.
16 I n n a d e r
onderzoek naar de invloed van lange-termijn detentie vonden Liem en Kunst dat detentie
blijvende sporen achterliet. Door de langdurige blootstelling aan traumata, zoals (eenza-
me) opsluiting, langdurige dagelijkse kleineringen, en gewelddadige confrontaties met be-
waarders en medegevangenen, deden deze detentie-overblijfselen sterk denken aan post-
traumatische stress verschijnselen. Naast geïnstitutionaliseerde persoonlijkheidstrekken
vertoonden langgestraften symptomen van desoriëntatie en een diepgaand gevoel van ver-
vreemding van de buitenwereld.
17
Naast onderzoek naar de voornaamste deprivaties van (levens)langgestraften, richten di-
verse studies zich op de wijze waarop (levens)langgestraften omgaan met deze deprivaties.
1 2 C . M . S y k e s , The society of Captives: A Study of a Maximum Security Prison, Princeton, NY: Princeton University
Press 1958.
13 T.J. Flanagan, ‘The pains of long-term imprisonment: A comparison of British and American perspectives’, The
British Jour nal of Cr iminology 1980, p. 148-156. M.E. Leigey & M.A. Ryder, ‘The Pains of Permanent Imprison-
ment Examining Perceptions of Confinement Among Older Life Without Parole Inmates’, International journal
of offender therapy and comparative criminology 2015 59(7), p. 726-742. B. Richards, ‘Experience of Long-Term
Imprisonment-An Exploratory Investigation’, British Journal of Criminology 1978, p. 162-169. E.L. Cowles & M.J.
Sabath, ‘Addressing the program needs of long-term inmates’, The Prison Journal 1990 70(1), p. 73-82.
14 T.J. Flanagan, ‘The pains of long-term imprisonment: A comparison of British and American perspectives’, The
British Jour nal of Cr iminology 1980, p. 148-156. B. Richards, ‘Experience of Long-Term Imprisonment-An Ex-
ploratory Investigation’, British Jour nal of Cr iminology 1978-18, p. 162-169. R. Rijksen, Vijf jaar tot levenslang.
Langgestraften in de gevangenis te Breda, Alphen aan den Rijn: Samson 1967.
15 B. Crewe, ‘Depth, weight, tightness: Revisiting the pains of imprisonment’, Punishment & Society 2011-13,
p. 509-529. T.J. Flanagan, ‘The pains of long-term imprisonment: A comparison of British and American per-
spectives’, The British Journa l of Criminology 1980, p. 148-156. M.E. Leigey, ‘For the longest time: The adjustment
of inmates to a sentence of life without parole,’ The Prison Journal 2010-90(3), p. 247–268.
1 6 C . H a n e y , Refor ming Punishment: Psychological Limits to the Pains of Imprisonment, Washington, DC: American
Psychological Association 2006. C. Haney, ‘The Perversions of Prison: On the Origins of Hypermasculinity and
Sexual Violence in Confinement’, American Criminal Law Review 2011-48, p. 121-141. C. Haney, ‘Prison Effects
in the Era of Mass Incarceration’, The Prison Journal 2011 doi: 10.1177/0032885512448604.
17 M. Liem & M.J.J. Kunst, ‘Is There a Recognizable Post-Incarceration Syndrome among Released “Lifers”?’, Inter-
national Journal of Law and Psychiat ry 2011-33, p. 333-337.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 12T3d_DD_1601_bw_V03.indd 12 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
13Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
Zo blijkt uit onderzoek onder Amerikaanse gevangenen, dat zij na een aantal jaren coping
strategieën ontplooien, waardoor ze beter in staat zijn met gevangenschap om te gaan dan
in hun beginjaren.
18 Deze strategieën bestaan uit het betekenis-geven aan het gevangenis-
leven door het ontwikkelen van routines en door iets te willen ‘terugdoen’ voor het leed dat
zij anderen hebben toegebracht.
19 De Britse sociologen Cohen en Taylor vonden in hun on-
derzoek naar coping-mechanismen onder langgestraften duidelijke verschillen met kortge-
straften. Daar waar kortgestraften zingeving en hoop ontleenden aan werk, familieleden of
vrienden, ontbrak het langgestraften aan onder andere sociale contacten en werk.
20 Z o w e l
de bevindingen in hun onderzoek als die in andere internationale studies benadrukken het
belang van speciaal getraind personeel voor langgestraften door de unieke aard van hun
straf en daaraan gerelateerde problematiek.
21
2 . 2 Nederlands Onderzoek
In eerder Nederlands grootschalig empirisch onderzoek naar de effecten van detentie is
niet apart aandacht besteed aan langgestraften, noch aan levenslanggestraften.
22 E r z i j n
echter wel een aantal eerdere beschrijvende studies die zich specifiek op langgestraften
hebben gericht, waaronder het onderzoek van Van de Sande,
23 die een aantal stadia wist te
onderscheiden onder (levens)langgestraften: de eerste fase kenmerkt zich door boosheid,
verzet, ongeloof en het vasthouden aan de hoop dat het vonnis nog wordt herzien. Na het
onherroepelijk worden van het vonnis, wordt men zich voor het eerst bewust van de aard
van de levenslange gevangenisstraf, hetgeen gepaard gaat met hoop op gratie. De derde
fase wordt gekenmerkt door ledigheid in de strafbeleving, waarin de sleur en herhaling
hun tol gaan eisen. In de vierde fase is het onvermijdelijk dat er na zeer langdurige detentie
institutionalisering optreedt, waarin de gedetineerde vergroeit met (de voorspelbaarheid
van) de inrichting. Het verdwijnen van toekomstperspectief leidt tot vragen op het gebied
van zingeving en in deze fase komen dan ook geregeld gedachten over suïcide op.
Daarnaast is een aantal eerdere studies uitgevoerd naar een overeenkomstige populatie,
namelijk die van de tbs-longstay patiënten.
24 Beide groepen worden tegen hun zin gedwon-
gen opgenomen of gedetineerd, gedurende een onbekend aantal jaren, maar in de meeste
gevallen zeer lange tijd. Voor zowel veel longstay patiënten als levenslanggestraften is het
18 T.J. Flanagan, ‘The pains of long-term imprisonment: A comparison of British and American perspectives’, The
British Jour nal of Cr iminology 1980, p. 148-156. R. Johnson & A. Dobrzanska, ‘Mature Coping among Life Sen-
tence Inmates: An Exploratory Study of Adjustment Dynamics’, Correct ions Compendium 2005-30(6), p. 36–37.
19 R. Johnson & A . Dobrzanska, ‘Mature Coping among L ife Sentence Inmates: An Exploratory Study of Adjustment
Dynamics’, Corrections Compendium 2005-30(6), p. 36–37. M. Liem & N. Richardson ‘The role of transformation
narratives in desistance among released lifers,’ Criminal Justice and Behavior2014, p. 692-712.
20 S. Cohen & L. Taylor, Psychological survival: The exper ience of long-ter m impr isonment, Harmondsworth: Pen-
guin 1972.
2 1 R . J o h n s o n , Hard Time: Understanding and Reforming the Prison, Belmont, CA: Wadsworth 2002.
22
A.Q. Bosma, M. Kunst, J. Reef, A.J.E. Dirkzwager & P. Nieuwbeerta, ‘Prison-based rehabilitation: Predictors of offender
treatment participation and treatment completion’, Crime & Delinquency 2014 DOI:10.1177/0011128714549654.
A. Dirkzwager, P. Nieuwbeerta & J.P.S. Fiselier, ‘Onbedoelde gevolgen van vrijheidsstraffen. Een literatuurstudie’,
Tijdschrift voor Criminologie, 2009-51(1), p. 21-41. S. 't Hoff-de Goede, T. Van der Lippe, J. Reef, A.J.E. Dirkzwager
& P. Nieuwbeerta, ‘Negatieve reacties en sociale contacten van partners van gedetineerden in Nederland: Een
empirisch onderzoek’, Tijdschrift voor Criminologie, 2014-56(2), p. 90-107.
23 L. Van de Sande, ‘De tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf: een paradoxale taak. Een beschou-
wing vanuit de praktijk van het Nederlandse gevangeniswezen’, Sancties 2007/1, p. 6-18.
24 P.C. Braun, ‘Perspectiefverlies bij levenslange gevangenisstraf en longstay-tbs-kader: Overeenkomsten en ver-
schillen’, Justitiële Verkenningen,2013-39, p. 109 -119. C .H. D e Kogel en C. Verwers, De Longstay afdeling van Veld-
zicht, een evaluatie, Den Haag: WODC 2003. E. Vorstenbosch, Y. Bouman, P.C. Braun & B.H. Bulten, Kwaliteit van
leven binnen de langdurige forensische psychiatrie. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 2010-65, p. 869-
883.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 13T3d_DD_1601_bw_V03.indd 13 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
14 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
perspectief op terugkeer in de maatschappij uitgesloten. Het contact met familie en ver-
wanten is voor beide groepen beperkt.
25 Zo liet Braun zien dat longstay patiënten na ver-
loop van tijd perspectiefverlies ervaren, wanneer de mogelijkheden om in beroep te gaan
tegen beslissingen uitgeput zijn en daarmee ook de mogelijkheden tot verzet. Dit gaat ge-
paard met een toenemende kans op depressie en kan zich uiten in een existentieel gevoel
van zinloosheid, suïcidaliteit, wanhoop, verdriet en boosheid op ‘het systeem’. In ander on-
derzoek onder longstay patiënten leed dit gebrek aan perspectief tot ‘een graftombegevoel’,
waarin patiënten hun afdeling beschreven als ‘een levende begraafplaats’.
26 Een laatste ele-
ment onder zowel longstay patiënten als levenslanggestraften betreft het veranderen van
tijdsbeleving: door vermindering van de beleving van zinvolheid van de activiteiten, het
wegvallen van drijfveren voor toekomstgerichte zaken en het gebrek aan controle over de
eigen tijdsindeling, krijgt het verstrijken van tijd een andere belevenis.
27
Deze empirische pilotstudie heeft als doel het inzicht te vergroten omtrent de wijze waar-
op de (levens)lange gevangenisstraf in Nederland door de veroordeelde beleefd wordt. Met
deze studie vragen we aandacht voor de uitzonderlijke gedragskundige problematiek onder
een onderbelichte gevangenispopulatie. Het niet onderkennen van deze problematiek in
samenhang met een onvoldoende ‘commitment to rehabilitation’ van de overheid en het
ontbreken van een reëel ‘prospect of conditional release’ kan leiden tot een ‘inhuman or
degrading treatment or punishment’ in de zin van artikel 3 EVRM.
3 . M e t h o d o l o g i e
3 . 1 Onderzoeksopzet
Deze studie vormt onderdeel van een groter internationaal onderzoeksproject naar de in-
vloed van lange-termijn gevangenisstraf op de levensloop van veroordeelden.
28 In de con-
text van deze studie beschouwen we, in navolging van eerder internationaal onderzoek,
lange-termijn gevangenisstraf als een gevangenisstraf van langer dan tien jaar.
29 E r w e r -
den twee recruteringsmethoden gebruikt: het benaderen van veroordeelden via hun straf-
rechtadvocaat en het benaderen van veroordeelden via een penitentiaire inrichting met
een aparte afdeling voor langgestraften.
Via een netwerk van strafrechtadvocaten verbonden aan het Forum Levenslang
30 w e r d e e n
oproep gedaan tot medewerking van huidige en voormalig cliënten die thans een lange
gevangenisstraf uitzaten, dan wel hadden uitgezeten. Van de gecontacteerde strafrecht-
advocaten liet de meerderheid weten geen tijd te hebben om contact met hun cliënt(en) te
maken. Zo’n tien strafrechtadvocaten waren bereid tot medewerking en stuurden een brief
naar betreffende cliënt. In de meeste gevallen waren zij geïnteresseerd in medewerking.
25 P.C. Braun, ‘Perspectiefverlies bij levenslange gevangenisstraf en longstay-tbs-kader: Overeenkomsten en ver-
schillen’ Justitiële Verkenningen2013-39, p. 109-119.
26 C.H. De Kogel en C. Verwers, De Longstay afdeling van Veldzicht, een evaluat ie, Den Haag: WODC 2003.
27 D. Raes, ‘Er is geen tijd, of er is niets dan tijd?’, in: F. Koenraadt & I. Weijers (red.), Vrijheid en verlangen, Liber
Amicorum prof. dr. Antoine Mooij, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 297-302.
2 8
M. Liem & J. Garcin, ‘Post-Release Success among Paroled Lifers,’ Laws 2014, p. 798-823. M. Liem & N. Richardson,
‘The role of transformation narratives in desistance among released lifers,’ Criminal Just ice and Behavior 2014-
41, p. 692-712. M. Liem & M. Kunst, ‘Is there a recognizable post-incarceration syndrome among released “li-
fers”?’, International journal of law and psychiatr y 2013-36, p. 333-337.
29 S. Yang, A. Kadouri, A. Révah-Lévy, E.P. Mulvey & B. Falissard, ‘Doing time: a qualitative study of long-term in-
carceration and the impact of mental illness’, Intern ational journal of law and psychiatr y 2009-32(5), p. 29 4-303.
30 Het Forum bestaat uit juristen, medici, gedragswetenschappers en pastoraal werkers, allen betrokken bij de
strafrechtstoepassing in Nederland. Het Forum zet zich in voor een meer humane tenuitvoerlegging van de
levenslange gevangenisstraf. Het gaat daarbij zowel om het voorkomen van detentieschade als het bieden van
een perspectief op invrijheidstelling. Zie ook: www.forumlevenslang.nl .
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 14T3d_DD_1601_bw_V03.indd 14 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
15Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
Vervolgens werd direct contact gelegd en een afspraak op locatie gemaakt. Een tweetal
gedetineerden zag, na initiële toezegging, uiteindelijk af van deelname uit gebrek aan inte-
resse (N=2). Via deze weg werden 8 veroordeelden geïnterviewd, waarvan er ten tijde van
het interview 7 gedetineerd waren.
De Penitentiaire Inrichting Norgerhaven had ten tijde van het onderzoek een aparte afde-
ling voor langgestraften. Deze langgestraften werden per brief benaderd met de vraag, of
zij aan het onderzoek wilden meewerken. Na instemming van 6 gedetineerden, en afzeg-
ging van 1 gedetineerde bij gebrek aan interesse, werden ook zij individueel op locatie
g e ï n t e r v i e w d .
3 . 2 Interview procedure
In navolging van eerdere kwalitatieve studies naar gedetineerden werd gebruikgemaakt
van het narratieve interview.
31 Voorafgaand aan het interview werd informed consent ver-
kregen, waarbij werd benadrukt dat alle informatie anoniem en vertrouwelijk zou worden
behandeld.
Narratieve interviews werden gehouden in een periode van 7 maanden (september 2014 –
maart 2015) en waren 3 tot 5 uur lang, afhankelijk van de antwoorden van de participan-
ten, de beschikbare interviewtijd per penitentiaire inrichting en de mate van informatie-
verzadiging aan het einde van de beschikbare tijd. Indien niet alle vragen konden worden
behandeld, werd een tweede afspraak gemaakt. In drie gevallen vond er een follow-up
interview plaats. In de interview-afronding werd aangeboden de participant op de hoogte
te houden van de bevindingen van het onderzoek.
De narratieve interviews waren één-op-één, semigestructureerde diepte-interviews met
als doel een rijke omschrijving te krijgen van hun detentiebeleving. Het merendeel van de
vragen betrof open vragen (bijvoorbeeld: ‘Kun je beschrijven hoe je de beginperiode van je
detentie hebt ervaren?’), waarin een losse interviewstructuur werd aangehouden met een
chronologische opbouw, met aandacht voor het leven voorafgaand aan het delict, tijdens
detentie en toekomstbeeld (of, in geval van invrijheidstelling: de periode na detentie). Met
instemming van de participant werden interviews opgenomen met een audio-recorder en
woord voor woord getranscribeerd. Eén participant gaf aan bezwaar te hebben tegen een
audio-opname; het deed hem denken aan een politieverhoor.
3 . 3 Participanten
Alle participanten waren veroordeeld voor één of meer levensdelicten. De gemiddelde leef-
tijd was 45 jaar, variërend van begin 30 tot ruim 60 jaar. Het merendeel van de participanten
was van Nederlandse/Europese komaf (zie tabel 1) en pleegde het levensdelict rond het
30
e levensjaar, aan het begin van deze eeuw. Zeven van hen zaten een levenslange gevan ge-
nisstraf uit; diegenen met uitzicht op vrijlating hadden gevangenisstraffen van gemiddeld
16 jaar opgelegd gekregen, al dan niet in combinatie met tbs (N=2). Acht van hen hadden
eerder vastgezeten. Zes geïnterviewden zeiden niet schuldig te zijn aan de bewezenver-
klaarde feiten.
De levens van de geïnterviewden voorafgaande aan hun detentie vertoonden veel overeen-
komsten: het merendeel had geen verdere opleiding genoten dan middelbaar onderwijs,
ten tijde van het delict waren velen van hen gescheiden, hadden geen vaste partner, had-
den een moeizame relatie met hun kinderen, en kampten met drugs- en alcoholverslaving.
Het relatief lage opleidingsniveau zorgde niet voor noemenswaardige taalproblemen. Alle
31 J. Cid & J. Martí, ‘Turning points and returning points: Understanding the role of family ties in the process of
desistance’, European Journal of Criminology 2012-6, p. 603-620.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 15T3d_DD_1601_bw_V03.indd 15 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
16 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
interviews werden in het Nederlands afgenomen. De geïnterviewde mannen verschilden in
termen van arbeidsverleden: slechts enkelen hadden een arbeidscontract ten tijde van het
delict, terwijl anderen hun inkomsten genereerden uit een eigen onderneming, al dan niet
aangevuld met criminele inkomsten.
Ten tijde van het interview verbleven negen gevangenen op een aparte afdeling voor lang-
gestraften, of een aparte zorgafdeling. Vier gevangenen verbleven op ‘reguliere’ afdelingen
van penitentiaire inrichtingen verspreid over het land, en één was na een lange gevange-
nisstraf voorwaardelijk in vrijheid gesteld.
Tabel 1. Karakteristieken van geïnterviewde langgestrafte (N=7) en levenslanggestrafte
(N=7) gedetineerden.
Onafgebroken tijd in detentie t.t.v. interview Type straf Leeftijdscategorie Herkomst
2 6 j a a r L e v e n s l a n g 5 0 - 5 9 O o s t - A z i a t i s c h
2 1 j a a r L e v e n s l a n g 5 0 - 5 9 E u r o p e e s
1 6 j a a r L e v e n s l a n g 6 0 - 6 9 E u r o p e e s
1 3 j a a r L e v e n s l a n g 4 0 - 4 9 E u r o p e e s
1 3 j a a r A f g e r o n d 4 0 - 4 9 E u r o p e e s
1 1 j a a r L e v e n s l a n g 4 0 - 4 9 E u r o p e e s
1 0 j a a r L e v e n s l a n g 5 0 - 5 9 E u r o p e e s
1 0 j a a r L e v e n s l a n g 4 0 - 4 9 M i d d e n - A m e r i k a a n s
7 jaar 20 jaar + tbs 50-59 West-Afrikaans
6 jaar 17 jaar 30-39 Oost-Aziatisch
6 jaar 16 jaar 50-59 Oost-Aziatisch
4 jaar 15 jaar 40-49 Europees
5 jaar 12 jaar 30-39 Midden-Amerikaans
2 jaar 15 jaar + tbs 30-39 Europees
3 . 4 Analyse
Het analyseren van de interviews gebeurde door middel van content analyse, tevens ge-
bruikt in eerdere onderzoeken naar (ex)gedetineerden.
32 A n a l y t i s c h e c o n c l u s i e s w e r d e n
geformuleerd door het coderen, en vervolgens het categoriseren, van vergelijkbare uit-
spraken. Deze uitspraken werden vervolgens gegroepeerd per thema en vergeleken in alle
transcripten om zo patronen en uitzonderingen op patronen te kunnen onderscheiden.
4 . R e s u l t a t e n
Uit de analyse van de interviews met 7 langgestraften en 7 levenslanggestraften kwamen
de volgende voornaamste thema’s naar voren: 4.1 onzekerheid, 4.2 uitzichtloosheid, 4.3
gebrek aan zingeving, 4.4 de invloed van langdurige detentie op de psychische gezondheid
en 4.5 detentieklimaat.
4 . 1 Onzekerheid
Uniek aan de huidige situatie onder levenslanggestraften is de grote onzekerheid die ge-
paard gaat met de mogelijkheid ooit op vrije voeten te komen. Deze onzekerheid troffen we
3 2 C . A . A p p l e t o n , Life after Life Imprisonment, Oxford: Oxford University Press 2010. P. Giordano, M.A. Longmore,
R.D. Schroeder & P.M. Seffrin, ‘A Life-Course Perspective on Spirituality and Desistance from Crime’, Crimino-
logy 2008-46, p. 99-132.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 16T3d_DD_1601_bw_V03.indd 16 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
17Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
aan onder de levenslanggestraften en was slechts in beperkte mate aanwezig mate onder
de langgestraften. Immers: de laatstgenoemde groep heeft in principe – met uitzondering
van 2 langgestraften die een straf ondergingen in combinatie met tbs – een einddatum. Eén
van de levenslanggestraften verwoordde het als volgt:
“[het is] allemaal onzeker. […]: wat als het [herziening van mijn zaak] allemaal niet doorgaat? […]
of ik hier over 3 dagen nog ben dat weet ik niet, het kan zijn dat ik hier over 3 jaar nog zit, dat is zo
onzeker, daar valt geen oordeel over te vellen.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander – die tevens bezig was met herziening van zijn zaak – gaf aan:
“[…] [I]k leef eigenlijk van 07:30 tot 16:45, dat is de tijd dat ik eigenlijk continu gespannen ben omdat
dan die fax [uitslag herzieningsverzoek] binnen kan komen.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Er was een drietal vormen van coping met onzekerheid te onderscheiden. Ten eerste diegenen,
die hoop putten uit de herziening van hun zaak. Deze gedetineerden zeiden allen onschuldig
vast te zitten, waren bezig met een herzieningsprocedure, of kregen hoop door onder meer de
inspanningen van hun advocaat en hernieuwde (media) aandacht voor hun zaak.
“Ze hebben me gewoon onterecht [veroordeeld]… ik hoop dat er binnenkort wat gaat veranderen
in die zaak. […] Want ik ben niet van plan om hier te blijven, ik ben van plan om naar huis te gaan
en dadelijk mijn recht te vinden […] en daarom blijf ik misschien ook wel zo sterk. Ik heb ook wel
tijden gehad dat ik bij mezelf dacht: ik ga zelfmoord plegen, ik wil niet meer. […] De realiteit is: ik
zit hier, ik ben aan het knokken om naar buiten te komen.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een tweede vorm van coping met onzekerheid bestaat uit het grijpen naar de recente ont-
wikkelingen in de uitspraken van het EHRM. Zo zegt één van de levenslanggestraften:
Het leven houdt toch niet op hier?! Je gaat toch niet dood?! Luister, weet jij veel wat er gaat
veranderen met die levenslange straf, er wordt heel veel geschoven momenteel, ze zijn heel druk
bezig met gratiewetten, met alles opnieuw bekijken, want levenslang kan eigenlijk helemaal niet
in de EU […] er zit zoveel in het verschiet voor die mensen […]. En dan komen ze [diegenen die de
hoop hebben opgegeven] dadelijk gebroken buiten [] daar heb je toch niks aan? Als ik dadelijk
buiten kom dan ga ik springend alle kanten uit. […] misschien over 3 of 4 jaar gaat die hele gratie-
regeling over z’n kop en dan sta je buiten.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Ten slotte zijn er diegenen, die vormgeven aan de voortdurende onzekerheid door alle hoop
op te geven en zich neer te leggen bij de gedachte tot hun dood in detentie te verkeren. Zij
durven geen hoop meer te hebben op eventuele vrijheid:
“Hoop op iets wat met vrijheid te maken heeft, daar moet je mee uitkijken, tenminste bij mij, […],
want als je je daar eenmaal in vast hebt gebeten en het gaat niet door of het gaat veel langer duren
als dat je denkt.. of als je het idee hebt: over zoveel jaar mag ik eens met verlof.. ja dat gaat iets
met je doen hoor, in je hoofd.”
Als gevraagd wordt of hij hoop heeft op eventuele gratie, antwoordt hij:
“Nee dat is er niet in Nederland vind ik, nee, nee. Dat wil zeggen dat ik [hier] dood ga […].” (Le-
venslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 17T3d_DD_1601_bw_V03.indd 17 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
18 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
De onzekerheid over hun detentieduur – of tijd van overlijden – wordt niet gedeeld door
langgestraften, die wel degelijk een reëel perspectief hebben om in vrijheid te worden ge-
steld. Hun wijze van coping karakteriseert zich door wat één van hen noemt ‘een knopje
o m z e t t e n :
“Ik heb gewoon een knopje omgezet, ik zeg over 3,5 jaar ga ik waarschijnlijk doorfaseren, dus vijf
jaar moet ik nog zitten. Maar ja, deze [eerste] vijf jaar zijn in principe zo voorbij gevlogen. […] Voor
mij is de dag dat ik naar binnen ging, voor mij is dat de vorige dag als dat ik naar buiten ga, alles
ertussen is niets. Ja je bent ouder geworden maar dat is ook het enigste.”
Net als andere langgestraften, geeft hij aan dat het hebben van perspectief hen onder-
scheidt van de levenslanggestraften:
“[…] Ik leef naar de dag toe dat m’n deurtje opengaat. En iemand die levenslang zit, die leeft ernaar
toe dat ie tussen [plankjes] naar buiten gaat. Dat is het verschil.” (Langgestrafte, 40-49 jaar oud)
Ook deze geïnterviewden waren vaak bezig met hun zaak, hetzij met andere redenen dan
bewijs voor hun onschuld: het lezen en herlezen van hun dossier bood hen een bron van
t i j d v e r d r i j f e n z i n g e v i n g .
“Dat houdt mij eigenlijk sterk hier, ik ben alleen maar […] aan het trainen, en met m’n zaak bezig.
Ik heb een laptop op m’n cel, dus ik zit de hele dag het dossier, brieven te maken. […] maar ja ik
denk dat het voor mij ook wel een beetje zelfbescherming is. Dat ik nu zo met dat dossier bezig
ben, ten eerste is het tijd, dat je er mee bezig bent, je hebt iets om handen. Ten tweede is het denk
ik dat je afleiding hebt..” (Langgestrafte, 40-49 jaar oud)
In tegenstelling tot de levenslanggestraften, gaven slechts weinige langgestraften aan, on-
schuldig te zijn. Zij gaven aan hun straf vooral rustig te willen uitzitten en hun tijd nuttig
te willen benutten:
“Ik heb geaccepteerd wat ik heb gedaan, dat ik daar voor gestraft wordt, en dat ik gewoon op een
normale manier mijn straf moet uitzitten.” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
“Ik probeer mijn tijd zo nuttig mogelijk te benutten, als ik acht jaar onderwijs kan volgen dan doe
ik dat. Ik zit hier met de mentaliteit, dit is mijn eigen schuld.” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
Een ander verwoordde:
“Ja kijk, wat ik zeg, ik ben een boef, dus dan moet je de dingen accepteren zoals ze zijn en moet je
niet klagen vind ik, zo simpel is het.”
Hij onderstreepte dat zijn detentie-ervaring hierin wezenlijk verschilt met levenslangge-
straften, met wie hij op dezelfde afdeling verblijft:
“Die jongens komen niet meer buiten, tenminste die hebben nu geen zicht op vrijheid, ja dat is...
Ik weet niet hoe daarmee om zou gaan, ik weet oké dit is mijn einddatum en daar kan ik naartoe
leven […] je moet zo positief mogelijk blijven zolang er geen levenslang hebt kom je weer een keer
buiten. Zo simpel is het en daar moet je naartoe werken.” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 18T3d_DD_1601_bw_V03.indd 18 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
19Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
4 . 2 Uitzichtloosheid
Een tweede thema dat uitvoerig werd benoemd door de levenslanggestraften betrof de
uitzichtloosheid van hun huidige situatie. Niet verbazingwekkend werd dit vooral genoemd
door diegenen, die zich hebben neergelegd bij de duur van hun straf. Zij vroegen zich open-
lijk af, wat het doel was van hun voortdurende detentie. Zo gaf één van hen, een levenslang-
gestrafte die eerdere suïcidepogingen heeft ondernomen, aan:
“Als ik nu kan tekenen voor een kogel dan teken ik. Schiet mij maar af, ik ben klaar om te gaan. […]
Als de staat zo mans genoeg is [voeren ze de doodstraf uit]. Ik word elke dag vermoord, vermoord
mij dan ook gewoon. Nabestaanden zijn er blij mee, iedereen is er blij mee. Geef mij de doodstraf.
Geef mij de keuze, of levenslang of de doodstraf. En ik heb hier [op de afdeling] zo nog een paar
mensen. Maar doe niet zo net als Amerika laat mij 20 jaar in de dodencel. Geef mij een jaartje.”
Verwijzende naar langgestraften met een einddatum in zicht, voegde hij toe:
“Iedereen moppert om zijn straf altijd. En, wat is die straf vergeleken met jouw straf. Sommigen
moet je wakker schudden, wees blij met je einddatum. Ik zie gewoon drie stipjes enNiet Van
Toepassing’. Dat staat waar normaal je straf staat. […] Mijn leven, ik heb geen leven.” (Levenslang-
gestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander stelde:
“Ik heb liever de doodstraf dan levenslang zonder einddatum.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar
oud)
Het idee elke dag opnieuw te lijden zonder uitzicht op vrijlating werd door weer een ander
o n d e r s t r e e p t :
“Nou, als ik mocht kiezen [tussen de doodstraf en levenslang, kies ik de doodstraf]. Ik zeg: nou ja,
dat is maar één tel ellende, nu is het jaren lang.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Een gebrek aan uitzicht op invrijheidstelling leidde ertoe, dat sommige gedetineerden ac-
tief contact met familieleden en relaties verbroken omdat de herhaalde confrontatie met
het permanent van hen gescheiden te zijn, ondraaglijk was geworden:
“Bezoek bijvoorbeeld is voor mij heel moeilijk, met naasten dan, m’n zoon en mijn broers en zus-
sen, die kan ik bijna niet op bezoek hebben want dan heb ik er daarna heel veel last van, en dat
werd steeds erger dus op dit moment komen ze ook niet […].”
Gevraagd of hij dit zelf heeft afgehouden, antwoordde hij:
“Ja, dat zijn eigenlijk beslissingen die je niet wilt nemen. Maar dat was toen wel de enige optie voor
mij. Als die weg gingen van bezoek, dan had ik wel weken last van eh.. nou ik moet hier weg. Nou,
en daar wordt je wel knettergek van natuurlijk.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Het niet-geconfronteerd worden met het leven in de buitenwereld, waar hij geen onderdeel
meer van zou uitmaken, was dusdanig ondraaglijk, dat hij – en anderen met hem – bewust
contact verbraken. Een enkele langgestrafte, met geen uitzicht op invrijheidsstelling op
korte termijn, gaf aan zijn relatie actief te hebben verbroken:
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 19T3d_DD_1601_bw_V03.indd 19 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
20 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
“Je moet de tegenpartij ook de kans geven met [haar] leven door te gaan, ik kan dat niet mee-
sleuren. […] Het zou fout geweest zijn als ik had gezegd: je moet op me wachten.” (Langgestrafte,
50-59 jaar oud)
Anderen gaven aan, dat het verbreken van contact niet zozeer een eigen keuze was, maar
een inherente consequentie van een (levens)lange gevangenisstraf en het bezoekregime in
d e t e n t i e :
“Ze hebben me allemaal laten vallen, echt iedereen..” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
“Ik had een adressenagenda. Na een jaar moet je daar de helft van weg doen. Het jaar erop weer de
helft daarvan. En ieder jaar kun je weer de helft weg doen. En op een gegeven moment blijft er nie-
mand meer over. Want die mensen hebben een eigen leven. Kijk: bezoektijden worden in elke bajes
voorgeschreven, nou dan kun je kiezen: zondagmorgen 09:00, nou.. wie komt dan? Woensdagmid-
dag van 15:45 tot 16:45. Nou leuk, komen ze op bezoek en dan mogen ze in de spits terug rijden
[…] En dat ligt niet alleen aan hun, dat ligt ook een gedeelte aan mij. Want, je kunt die mensen wel
bellen, maar wat moet je ze vertellen? Want in principe, hier maak je heel weinig mee. En je kunt
wel vertellen wat je elke dag of ieder uur gedaan hebt, maar dat is iedere week hetzelfde. […] ja
en aangezien het telefonisch contact dan maar eenrichtingsverkeer is, dan moet je op een gegeven
moment ook keuzes maken, van: luister, dit is mijn budget. Ja, telefoon zit daarin, je mag maar € 50
kopen. Die en die en die moet ik bellen, ik moet nog wat apart houden om een advocaat te bellen als
er wat is. Dus ja.. het wordt steeds kleiner gemaakt.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een andere levenslanggestrafte verklaarde:
“Mijn grootste verdriet, ik heb zo een grote familie, maar ik ben al doodverklaard door hun. Ik ben
gewoon familieloos.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
De wijze van omgang met contacten in de buitenwereld door levenslanggestraften stond in
schril contrast met de groep langgestraften, die veelal een actieve band onderhielden met
familie, vrienden en zakenrelaties.
“Ik word straks gezien als uitschot van de maatschappij, maar ik heb nog wel de steun van mijn
ouders en van mijn zusje. Dat is voor mij belangrijk. […] [Het] contact […] is beter geworden.”
(Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
Anderen onderhielden zakenrelaties in de buitenwereld, mede ter voorbereiding op hun
leven na detentie:
“Ik probeer een beetje mijn tijd te besteden aan: wat ga ik doen na mijn detentie. […] Ik heb ook
een hele sterke contacten buiten, met mijn familie, met neven, met nichtjes, ook [op] zakelijk ge-
bied […]ik ben ook bezig met de toekomst, want ik moet nog heel veel opbouwen.”
Zo sprak hij uitvoerig over zakelijke initiatieven die hij thans ontplooit, en lichtte toe:
“Dat houdt me bezig, geeft me hoop, dat je niet even stil zit… en het zijn mooie projecten, mooie
dingen, ja en dat vult mij genoeg. Ik zit achter de tralies, maar mijn hoofd, mijn ideeën, mijn denken
en mijn hart zitten buiten [...] ik ben ondernemer, altijd geweest, ik ben zakelijk, dus… je leven moet
je ook, bepaalde stukken moet je zakelijk ook kunnen bepalen, om vooruit te kunnen, om verder te
kunnen: je kunt niet alleen maar met je emoties bezig zijn.” (Langgestrafte, 50-59 jaar oud)
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 20T3d_DD_1601_bw_V03.indd 20 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
21Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
De langgestraften vonden het zwaar, maar niet ondraaglijk zoals de levenslanggestraften,
fysiek van hun familieleden gescheiden te zijn. Zij hadden het vooruitzicht op een gegeven
moment met hen herenigd te worden.
4 . 3 Gebrek aan zingeving
Vrijwel alle geïnterviewden wezen op een gevoel van nutteloosheid. Dit werd versterkt
door het ontbreken van mogelijkheden cursussen te volgen of zinvol werk te verrichten. Zo
legde één van hen uit:
“Omdat je langgestraft bent, eh.. mag je een hele hoop dingen niet doen. Want, alles heb te maken
natuurlijk met eh… met resocialisatie, en dan zeggen ze eigenlijk: je straf is te lang om met die
cursus of om met dat programma mee te doen.” (Langgestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander gaf aan:
“Er zijn geen cursussen hier die ik kan doen. […] Maar hier ze zouden echt goede.. goede dingen
kunnen doen [pauzeert] ze zouden goede werkzalen moeten hebben. Dat de jongens écht iets
kunnen leren; van een boutje en een moertje en een rubbertje in elkaar, dat is toch alleen maar
tijdverdrijf? Geestdodend werk. Daar leer je toch niks van? Dat ken je over tien jaar nog.” (Lang-
gestrafte, 40-49 jaar oud)
Een andere langgestrafte, die in een PI verbleef met een aparte afdeling voor langgestraf-
ten, ondervond hetzelfde:
“Wij werken met sponsjes inpakken of [] flyers inpakken, van reclame. Na je detentie krijg je
deze mensen nooit in een baan met sponsjes in een doosje doen […]. Hetzelfde werk, als jij bij-
voorbeeld een krat voor je krijgt met allemaal beugeltjes en een krat met moertjes en die moet je
in elkaar gaan doen […] en in de krat gooien en dat vijf dagen per week, op de arbeidszaal, dat is
toch niks? [] Het is alleen maar van: Oh we moeten iets aanbieden, en je moet maar bezig zijn.
Dan kan je net zo goed op cel blijven […].” (Langgestrafte, 50-59 jaar oud)
Een langgestrafte, die op dezelfde afdeling verbleef, vatte het gebrek aan zingevende activi-
teiten als volgt samen: ‘Wij worden geestelijk geleefd, en lichamelijk gevangen gehouden.’
Levenslanggestraften vormen enerzijds een uitzondering, omdat zij soms in aanmerking
komen voor baantjes in de bibliotheek, als schilder of als (afdelings)reiniger, maar ook voor
hen zijn het merendeel van de cursussen en opleidingen niet toegankelijk:
“Nou voor ons wordt er heel weinig aangeboden, het is meer dat je het afdwingt […] echt voor
langgestraften hebben ze heel weinig. […] Er wordt wel veel aangeboden waar wij niet voor in
aanmerking komen […].” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander benadrukte dat het gebrek aan studiemogelijkheden landelijk geldt:
“Dat is het probleem bij iedere gevangenis, om onderwijs te volgen zeggen ze: dat heeft geen nut
bij jou, want jij hebt levenslang. Dus ze willen geen geld in mij stoppen […]. Dat is het: jullie be-
waren me en voor de rest niks, en dat is het ook. Ze hoeven alleen maar te kijken, ’s ochtends als
de deur open gaat: leeft ie nog? ’s Avonds als de deur dicht gaat: zit ie in z’n hok? Hij zit in z’n hok.
Nou, [om] 21:30 doen ze dan een controleronde, kijken ze of iedereen zit waar die zitten moet en
voor de rest wordt er niks met je gedaan, je wordt alleen bewaard […] Als langgestrafte hoor je
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 21T3d_DD_1601_bw_V03.indd 21 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
22 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
bij een vergeten groep als het ware, als levenslanggestrafte vooral.” (Levenslanggestrafte, 40-49
j a a r o u d )
4 . 4 Invloed van langdurige detentie op psychische gezondheid
In de interviews werd concreet gevraagd in hoeverre de geïnterviewde van mening was,
wat langdurige detentie teweeg bracht op het gebied van diens psychische gezondheid. In
hun antwoorden kwamen vier elementen naar voren: suïcidaliteit, angst voor institutiona-
lisering, afstomping, en verlies van tijdsbesef.
Vijf van de veertien gedetineerden rapporteerden suïcide te hebben overwogen, ofwel een
aanzet te hebben gedaan tot suïcide, veelal in het relatieve begin van hun detentie, wan-
neer ze zich aan het einde van hun rechtszaak bewust werden van de volle omvang van hun
straf. Onder hen waren vier levenslanggestraften.
“Helemaal aan het begin heb ik wel gehad dat ik dacht van.. […] ik ga zelfmoord plegen, ik wil niet
meer. Ja, ja, dan zie je eigenlijk al alles kapot gaan, je ziet alles om je heen wegvallen, je raakt haar
al kwijt, je raakt je huis kwijt, je raakt je spullen kwijt, je raakt alles kwijt en je kunt niets doen,
je bent machteloos hier…” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander beschreef dat hij suïcidegedachten opzij heeft gezet, omdat dit een inherente
schuldverklaring zou zijn:
“Het [suïcide] was een ultiem redmiddel. Toen dacht ik: ‘Wil ik dit mijn familie aandoen?’ Dan
denken ze dat ik het gedaan heb en dat ik er niet mee kon leven. Nee, dat wil ik niet.” (Levenslang-
gestrafte, 40-49 jaar oud)
Bij sommige gedetineerden was er geen duidelijk onderscheid tussen actieve suïcidaliteit
en een passieve doodswens, zoals de eerder besproken voorkeur voor de doodstraf. Ge-
vraagd naar suïcidale gedachten, antwoordde één van hen:
“Ja heel vaak. Ik heb zelfs de littekens dat in mijn polsen. Dat was […] toen was de straf in hoger
beroep definitief voor mij. Als ik nu kan tekenen voor een kogel dan teken ik. Schiet mij maar af,
ik ben klaar om te gaan.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een tweede element betreft de angst voor institutionalisering, ofwel het verlies van zelfbe-
schikking en keuzevrijheid. Zo gaf één van hen aan:
“Als jij om wc-papier moet vragen, als jij moet vragen: doe mijn deurtje dicht, doe mijn deur-
tje open, alles is op tijd, dat je eigenlijk niks zelf kan bepalen in deze justitiegebouw, het kan
niet zijn dat je niet achteruit gaat, je gaat achteruit, het [zelfbeschikking] wordt van je afgepakt.”
(Langgestrafte, 50-59 jaar oud)
Hoewel controle over het eigen handelen binnen een totale instelling als de gevangenis
per definitie beperkt is, proberen de geïnterviewden hun keuzevrijheid binnen de gestelde
grenzen bewust te optimaliseren. Vrijwel allen gaven aan zelf te koken. Daarnaast hanteer-
den sommigen een eigen vocabulaire wanneer zij spraken over hun cel als ‘hun kamer’, hun
detentie als ‘een verblijf’, en de gevangenis als een ‘klooster’ of ‘slecht hotel’. Anderen op-
timaliseerden hun gevoel van zelfbeschikking door al dan niet mee toe doen aan bepaalde
activiteiten, of door zich op eigen verzoek te laten insluiten:
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 22T3d_DD_1601_bw_V03.indd 22 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
23Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
“Ik doe bijvoorbeeld ook niet mee aan avondrecreatie, dat is een eigen keus. Dan zeg ik: doe mijn
deur maar op slot.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Deze strategie wordt tevens toegepast door de volgende gedetineerde, die uitdrukkelijk zei:
“Zij [de PIW’ers] werken voor mij, niet andersom […].Dan zorg ik gewoon dat ik 16:30 binnen ben.
Dus ik laat ook hun mijn deur dichtdraaien. Het is nooit zo dat zij mij roepen van: het is tijd. Nee,
ik roep altijd hen, zodat ik de touwtjes in handen houd.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Afstomping, of het ontwikkelen van vergaande onverschilligheid, betrof een derde element
van langdurige detentie, zoals een levenslanggestrafte verwoordde:
“Qua emotioneel vlak raak je heel afgestompt als het ware [] Ja heel argwanend naar anderen,
heel oplettend op dingen waar anderen niet op zouden letten. En het emotionele dat is, ja… een
hoop zelfbescherming denk ik dat daarbij komt kijken. […] Dat krijg je ook op het emotionele vlak,
dat stompt ook af omdat dat niet zozeer geprikkeld wordt en er zijn bepaalde barrières die je zelf
opbouwt. […].” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander gaf weer:
“Als mensen ook vragen: hoe gaat het met je, dan zeg ik: ik weet het niet. Nee, dat weet ik ook echt
niet. En daar baal ik van. Ik weet niet hoe het echt met me gaat. En ik zeg natuurlijk: het gaat wel
goed, het gaat best, maar ik weet het niet echt.”
Gevraagd naar de reden daarvan, antwoordde hij:
“Ik denk ook doordat we daar te weinig mee gecontroleerd worden, met hoe het echt met ons gaat
[…] Dus als een ander zich niet interesseert in hoe het met me gaat, dan krijg je ook een beetje zelf
dat hè, desinteresse, van: nou ja, als zij het niet erg vinden, dan is het ook niet erg als het slecht
gaat […] En de dag van morgen is denk ik net zo belangrijk als die van gisteren: niet [belangrijk].
[…] Nou ja dat onverschillige zit daar ook bij, nergens angst voor hebben bijvoorbeeld […],: ik ben
eigenlijk nergens bang voor.. […] dingen waar je gewoon letterlijk angstig voor zou moeten zijn,
dat ben ik gewoon niet meer.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Een vierde aspect betrof het verlies van tijdsbesef. Vrijwel alle geïnterviewden gaven aan,
dat ze zich net zo oud voelden als ten tijde van hun veroordeling. In hun beleving had de
tijd stilgestaan, hetgeen ze toeschreven aan het verlies van contact met de buitenwereld:
“[…]. Stilstaan [in de tijd] heb ik wel heel sterk, maar dat past niet, als ik dan de spiegel bekijk..
ja, nee, daar staat iemand anders als ik voel, ik zie een versleten iemand..” (Levenslanggestrafte,
50-59 jaar oud)
Een ander schrijft het verlies van tijdsbesef toe aan de dagelijkse routine van detentie:
“Hier binnen verandert niks. […] Kom je over 20 jaar: is er nog niks veranderd. Ja misschien dat
ik minder mensen ken, dat ik ouder ben geworden, maar in principe er gebeurt niks hier. Ik heb
ooit eens tegen iemand gezegd: geestelijk ben ik op 30 jaar blijven steken, want toen ben ik bin-
nen gekomen, lichamelijk ben ik wel 12 jaar verder, maar er zijn bepaalde dingen die zijn gewoon
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 23T3d_DD_1601_bw_V03.indd 23 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
24 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
stil blijven staan in mijn ogen, omdat je er niks over meekrijgt. […] Het gaat allemaal maar aan
je voorbij: mijn geestelijke wereld is nog 10 jaar geleden.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Paradoxaal genoeg is hetgeen wat hen het gevoel gaf dat de tijd stilstond, tevens het me-
chanisme om het hoofd te bieden aan hun lange detentie. Vrijwel alle langgestraften gaven
aan, dat het ontwikkelen van routine en het leven van dag tot dag de enige manier was om
een lange of levenslange straf te doorstaan.
“Ik leef dag bij dag gewoon, ik probeer wat ik vandaag heb meegekregen in het leven probeer ik als
ik mijn ogen dicht doe weg te vagen, een nieuw pagina te beginnen. ’s Avonds sla ik de bladzijde
over. Ik vraag niks meer van het leven, wat moet ik nog vragen. Ik zit nu op de dood te wachten.
Dat is het.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
4 . 5 Detentieklimaat
Het vijfde thema benoemd door de geïnterviewden betrof het detentieklimaat. De geïnter-
viewde langgestraften en levenslanggestraften bevonden zich in penitentiaire inrichtingen
verspreid over Nederland. Het merendeel verbleef ten tijde van het interview in PI Norger-
haven op de afdeling voor langgestraften. Voor zover gedetineerden een keuze hadden om
in de betreffende penitentiaire inrichting te verblijven, was er een tweedeling in overwe-
gingen: overwegingen gericht op de buitenwereld, zoals dichtbij relaties en familieleden te
zijn, en overwegingen gericht op het leven in detentie. Zo geeft een levenslanggestrafte in
een PI zonder aparte afdeling voor langgestraften, aan:
“Ik zou er [PI Norgerhaven] wel naar toe willen om te gaan kijken, maar ik gaat dat niet doen want
ik ga niet helemaal mijn bezoek naar eh.. die kant uit laten rijden […] ik blijf gewoon voor mijn
bezoek hier […]. Ik heb het hier nu goed.” (Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Anderen – zowel langgestraften als levenslanggestraften – lieten hun keuze afhangen van
het leven binnen de muren van de penitentiaire inrichting. Hierbij stonden overwegingen
zoals de wens te verblijven met andere langgestraften voorop.
“Ja, ik wil het liefst niet met kortgestraften. Die mensen zijn al afgestraft net zoals mij zelf, maar
die in een hele korte periode naar buiten gaan, en als ze dat weten gaan ze zich anders gedragen
heb ik gemerkt. Ze gaan uit de hoogte doen, ze worden roekelozer. Omdat ze toch weten: over een
paar maanden ben ik weg. En voor iemand die lang moet zitten, omdat zij als kortgestraften die
fratsen uit halen, denkt de directie: wij gaan onze regels weer aanscherpen. Maar hun zitten er
niet mee, uiteindelijk zitten wij er mee die langer moeten zitten.” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
Deze overwegingen werden door anderen, vooral diegenen die verbleven in PI Norgerha-
v e n , g e d e e l d :
“Hoe raar het ook klinkt, juist die mensen zijn, niet alleen die levenslange, maar ook langgestraf-
ten, die zijn heel heilig op zijn plek, zijn plek is alles, zijn huisje is alles, zijn rust is alles, waar daar
zijn ze op zoek […]. Je kunt niet mensen met deze straffen in een reguliere gevangenis gooien. […]
Dat er [hier] geen ruzies zijn, geen conflicten zijn, en iedereen begrijpt mekaar, gaat voor elkaar
opzij en iedereen houdt rekening met elkaar […] dat die mensen mekaar meer begrijpen dan die
ene die voor een week komt, of drie weken of drie maanden, want dat zijn die herrieschoppers. Dus
mensen met die [lange] strafmaat, die zijn eigenlijk op zoek naar de rust.” (Langgestrafte, 50-59
jaar oud)
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 24T3d_DD_1601_bw_V03.indd 24 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
25Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
Het ‘rustaspect’ wordt bij de meesten als belangrijke overweging gezien:
“Die kortgestrafte die is alleen maar bezig met: wanneer kan ik weg en eh.. dus die vragen jou,
omdat je lang zit denken ze dat je ervaring hebt, dat je alles weet, dus vragen ze de hele dag: ja
hoe moet ik dit doen, waar moet ik zijn en daar wordt je knettergek van, want je bent met andere
dingen bezig. En het interesse ert ze niet of dingen vui l zijn of kapot gaa n, in de keuken heb je alt ijd
alles stuk en daar loop je de hele dag tegen aan, dat stapelt zich op […]. Je kunt wel het best zit-
ten bij langgestraften ja, omdat die ook rust willen, die hebben geen zin aan gezeur de hele dag.”
(Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Tevens gaven geïnterviewden in PI Norgerhaven aan, dat hun keuze daar te verblijven geba-
seerd was op de relatief humane behandeling door personeel:
“[In] sommige gevangenissen hoe ze behandelen je bent gewoon een nummer […] Hier op de afdeling
heb ik dat niet, ik voel mij gewoon nog mens. Ze weten allemaal wat ik heb gedaan, ze behandelen
je… je bent eerst mens, dan pas ben je een boef. Maar voor hun [PIW’ers in andere inrichtingen] ben
je nummer zoveel met een strafblad, je hebt geen rechten.” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
“Je wordt tenminste nog als mens behandeld laat ik het zo zeggen.. Naar mijn ervaring heb je
dat in andere bajes niet. […] de manier waarop bewaarders tegen je praten, ja ze behandelen je
gewoon normaal, weet je als jij het respect aan hen geeft, geven zij het respect bij jou terug dat
gebeurt ergens anders gewoon niet..” (Langgestrafte, 30-39 jaar oud)
Voor gedetineerden die niet op een aparte (zorg)afdeling verbleven, betrof de keuze niet
zozeer een keuze vóór een bepaalde inrichting, maar eerder een keuze tégen een inrich-
ting met een aparte afdeling voor langgestraften. Hierbij voerde de angst, dat levenslang-
gestraften niets te verliezen hadden, de boventoon. Hierbij beschouwden ze zichzelf als
anders dan andere levenslanggestraften:
“[…] Ze hebben niets meer te verliezen. En ik ken ze toevallig allemaal, hunnie hebben niets meer
te verliezen. Wat maak het uit? Dus dan krijg je helemaal de wet van de sterkste die gaat gelden
[…] Nou, en dan zou je altijd moeten vrezen voor je leven, want hun hebben ook niets te verliezen.”
(Levenslanggestrafte, 40-49 jaar oud)
Een ander voegt toe:
“Die [mensen] passen niet bij elkaar. Daar zitten hele gevaarlijke snoezen bij. Daar ben ik niet van
gediend. […] Je moet niet vergeten, de meeste jongens met levenslang [….] die hebben eigenlijk
geen arbeidsverleden. Die hebben het thuis slecht gehad, […] dat is heel ander volk.” (Levenslang-
gestrafte, 60-69 jaar oud)
Een ander argument, niet op één afdeling te willen verblijven met andere levenslangge-
straften, vormt de confrontatie met de lengte van de eigen straf, zoals één van hen aangeeft:
“Ik zie hen als een spiegel [voor mijn levenslange gevangenisstraf]. […] Ik speel als een struisvogel,
ik wil het niet weten.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
Consensus lijkt er te zijn over de voorkeur voor een afdeling waarop zowel langgestraften
als levenslanggestraften verblijven, zoals de volgende geïnterviewde verwoordt:
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 25T3d_DD_1601_bw_V03.indd 25 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
26 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
“[Bij] langgestraften, om de zoveel tijd gaat er dan ook weer iemand weg en dat is ook een vorm
van hoop. En gaan er teveel weg [wanneer] je bij kortgestraften zit, dat is niet goed want dan wil
je ook weg, en alleen maar levenslanggestraften dat is te deprimerend denk ik ook en misschien
wel te gevaarlijk denk ik ook.” (Levenslanggestrafte, 50-59 jaar oud)
5 . Discussie
Deze empirische pilotstudie had als doel het inzicht te vergroten in de wijze waarop (le-
vens)langgestraften hun detentie ervaren. Lange-termijn invloeden op hun lichamelijk en
psychisch welbevinden kunnen in een zo ernstige mate afbreuk doen aan hun kwaliteit
van leven dat sprake is van een ‘inhuman or degrading treatment or punishment’ en aldus
schending van artikel 3 van het EVRM. De bevindingen geven aan, dat levenslanggestraften
verschilden met langgestraften in de onzekerheid van hun strafduur. Ten aanzien van de
coping-mechanismen die zij ontwikkelden, vertoonden deze gedetineerden gelijkenis met
longstay patiënten:
33 sommigen legden zich neer bij de gedachte de afdeling nooit meer
te verlaten, terwijl anderen hoop bleven putten uit ofwel de mogelijkheid van herziening
van hun zaak ofwel de mogelijkheid van gratie. Blijkens eerder onderzoek geven longstay
patiënten prioriteit aan vergelijkbare aspecten als de (levens)langgestraften in deze studie,
zoals het belang van autonomie, erkenning als mens en de beschikking over persoonlijke
leefruimte
34 en relatieve rust in detentie. In tegenstelling tot de levenslange gevangenis-
straf kent de plaatsing op een tbs-longstay afdeling een driejaarlijkse toetsing en zijn er
periodieke zittingen ter toetsing van de noodzaak tot verlenging van de tbs-maatregel.
Uit eerder onderzoek
35 blijkt dat het lijden aan onzekerheid over de lengte van detentie
een specifiek kenmerk vormt van de groep van levenslang gedetineerden. Dit lijden wordt
mogelijk verergerd door de beleving dat beslissingen over strafduur, straftenuitvoerlegging
en eventuele herziening of zelfs (voorwaardelijke) vrijlating worden genomen op ‘abstracte’
niveaus van het rechtssysteem en het gevoel van onmacht doordat ‘het systeem’ niet kan
worden bevochten door middel van persoonlijke onderhandeling of direct contact.
36 J u i s t
dit schrijnende aspect – het bewust in spanning houden of er voor hun dood toch nog gra-
tie wordt verleend – maakt de levenslange gevangenisstraf in Nederland tot een inhumane
straf.
37
De levenslanggestraften verschillen van de langgestraften in de mate van scheiding van
hun familieleden en vrienden. Niet zelden vermeldden levenslanggestraften ongevraagd
33 C.H. de Kogel en C. Verwers, De Longstay afdeling van Veldzicht, een evaluatie, Den Haag: WODC 2003.
34 E. Vorstenbosch, Y. Bouman, P.C. Braun & B.H. Bulten, ‘Kwaliteit van leven binnen de langdurige forensische
psychiatrie’, Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 2010-65, p. 869-883.
35 Zie bijvoorbeeld: B. Crewe, ‘Depth, weight, tightness: Revisiting the pains of imprisonment’, Punishment &
Society 2011-13, p. 509-529. M.E. Leigey, ‘For the longest time: The adjustment of inmates to a sentence of life
without parole’, The Prison Journal 2010-90(3), p. 247–268. M.E. Leigey & M.A. Ryder, ‘The Pains of Permanent
Imprisonment Examining Perceptions of Confinement Among Older Life Without Parole Inmates’, International
journal of offender therapy and comparative criminology, 2015-59(7), p. 726-742.
36 B. Crewe, ‘Depth, weight, tightness: Revisiting the pains of imprisonment’, Punishment & Society 2011-13,
p. 509-529.
37 W.F. van Hattum, ‘Het irrationele van de levenslange straf. De levenslange gevangenisstraf in Nederland in het
licht van de rechtspraak van het EHRM en andere Europese ontwikkelingen’, in: A. Harteveld, D.H. de Jong en
E. Stamhuis (red.), Systeem in ontwikkeling, Liber amicorum G. Knigge, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2005,
p. 231-259.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 26T3d_DD_1601_bw_V03.indd 26 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
27Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
de doodstraf te verkiezen boven een levenslange gevangenisstraf zonder vooruitzicht op
vrijlating – uitspraken die tevens in Amerikaans onderzoek werden gevonden.
38
Ondanks de verschillen tussen beide groepen, ondervonden vrijwel alle geïnterviewde ge-
detineerden een gebrek aan zingeving, en beide groepen gaven aan psychische schade te
ondervinden door hun detentie, bestaande uit suïcidaliteit, angst voor institutionalisering,
afstomping, en verlies van tijdsbesef. Suïcidaliteit trad op de voorgrond wanneer men zich
ten volle bewust werd van de omvang van de straf, hetgeen – in tegenstelling tot eer-
der Amerikaans onderzoek
39 – niet per definitie aan het begin van hun verblijf in detentie
plaatsvond. De angst voor institutionalisering ging hand in hand met het verlies van vele
vormen van zelfbeschikking, waardoor controle over het eigen handelen beperkt bleef tot
het zelf koken en het bewust al dan niet participeren in activiteiten als sport en arbeid.
In de loop van hun detentie, wanneer de lengte van hun straf doordringt, en naarmate zij
meer vergroeid raken met de inrichting, verliezen gedetineerden het gevoel van controle
over hun eigen toekomst.
Tot slot was er een onderscheid aan te brengen op het gebied van detentieklimaat tussen
diegenen die er voorkeur aan gaven, met (levens)langgestraften op een afdeling te verblij-
ven, en diegenen die verkozen op reguliere afdelingen geplaatst te worden. Hoewel levens-
langgestraften soms worden omgeschreven als diegenen die ‘niets meer te verliezen’ heb-
ben, en daarmee een risico op gewelddadig gedrag met zich brengen, wijzen de resultaten
van dit onderzoek en eerdere studies
40 juist naar de rustige aard en gebrek aan conflicten
op langgestraften-afdelingen. Door hun extreme aanpassing aan – in vergaande gevallen
leidend tot vergroeiing met – het detentieklimaat, vormen zij paradoxaal genoeg een ‘ver-
geten’ gevangenispopulatie, bij wie het ontbreekt aan trajecten, begeleidingsmogelijkhe-
den of specifieke studiemogelijkheden.
6 . Kanttekeningen bij het onderzoek
Dit is de eerste exploratieve studie naar de detentiebeleving van lange-termijn gevange-
nisstraf in Nederland en de mogelijke juridische implicaties. Hoewel uniek in zijn soort,
kent deze studie een aantal tekortkomingen. Zo hebben wij gebruikgemaakt van diepte-
interviews. Vervolgstudies naar de problematiek van deze populatie zouden daarnaast ge-
bruik kunnen maken van bronnen zoals het penitentiair dossier. Tevens verdient het de
aanbeveling om in vervolgstudies een grotere populatie te ondervragen, waarbij specifieke
coping-vragenlijsten worden afgenomen.
41 Idealiter zouden dergelijke vervolgstudies een
longitudinaal patroon moeten hebben.
38 R. Johnson & S. McGunigall-Smith, ‘Life Without Parole, America's Other Death Penalty Notes on Life Under
Sentence of Death by Incarceration,’ The Prison Journal 2008-88, p. 328-346. J. Wright, ‘Life without parole: The
view from death row’, Criminal Law Bulletin 1991-27, p. 334-57.
39 M.E. Leigey, ‘For the longest time: The adjustment of inmates to a sentence of life without parole. The Prison
Journal’, 2010-90(3), p. 247-268. M.E. Leigey & M.A. Ryder, ‘The Pains of Permanent Imprisonment Examining
Perceptions of Confinement A mong Older Life Without Parole Inmates’, International journal of offender therapy
and comparative criminology 2015-59(7), p. 726-742.
40 R. Johnson & A. Dobrzanska, ‘Mature Coping among Life Sentence Inmates: An Exploratory Study of Adjustment
Dynamics’, Correction s Compendium 2005-30, p. 36–37. R. Johnson & S. McGunigall-Smith, ‘Life Without Parole,
America’s Other Death Penalty Notes on Life Under Sentence of Death by Incarceration’, The Prison Journal
2008-88(2), p. 328-346.
41 Zie bijvoorbeeld: M.E. Leigey & M.A. Ryder, ‘The Pains of Permanent Imprisonment Examining Perceptions of
Confinement Among Older Life Without Parole Inmates’, International journal of offender therapy and compara-
tive criminology 2015-59(7), p. 726-742. B. Richards, ‘Experience of Long-Term Imprisonment-An Exploratory
Investigation’, British Jour nal of Cr iminology 1978-18, p. 162-169.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 27T3d_DD_1601_bw_V03.indd 27 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
28 Afl. 01 - januari 2016 DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel
DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTR AFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
Daarnaast werden de interviews afgenomen door een vrouw (eerste auteur), vaak in aan-
wezigheid van een mannelijke student, hetgeen invloed kan hebben gehad op de wijze
waarop gevoelige aspecten, zoals seksuele frustratie, werden besproken.
42 Tevens is geop-
perd dat mannelijke respondenten tegenover vrouwelijke onderzoekers een zogenaamde
‘real man’ vertelwijze toepassen, waarbij ze sociaal wenselijk antwoorden door hun ‘sterke
zelf’ te benadrukken en waarbij ze emotionele aspecten zouden bagatelliseren en een ge-
makkelijke aanpassing aan detentie voorwenden.
43 Anderzijds heeft eerder onderzoek te-
vens aangetoond dat mannelijke respondenten gemakkelijker emoties delen met een vrou-
welijke interviewer dan met een mannelijke interviewer.
44 Hoewel we gender-effecten niet
volledig kunnen uitsluiten, menen we dat de aanwezigheid van een mannelijke notulist bij
de interviews mogelijk een neutraliserend effect heeft gehad.
7. Implicaties
7 . 1 Geïndividualiseerde aanpak
Een belangrijke stap tot verbetering van de huidige situatie is de erkenning dat levenslang
een bijzondere straf is.
45 Langdurige detentie, gepaard gaande met het wegvallen van be-
langrijke maatschappelijke rollen (denk aan de rol als partner, ouder, familielid, werknemer,
of vriend), creëert een gemis aan ankerpunten voor het gevoel van perspectief, en daarmee
een vruchtbare bodem voor de afname van welzijn en daarmee van (psychische) gezond-
heid. Om de schade als gevolg van langdurige detentie te beperken hebben gedetineerden
met een zeer lange of levenslange gevangenisstraf baat bij een geïndividualiseerde aanpak.
Hierbij valt te denken aan het opzetten van afdelingen of programma’s die passen bij een
zeer langdurige (mogelijk oneindige) detentie, met arbeid of andere activiteiten waardoor
men zich kan ontplooien, zelfwaardering kan opdoen en enige zin kan geven aan de anders
als zinloos ervaren detentie. Voor deze gedetineerden, volledig afhankelijk van de peniten-
tiaire inrichting, is het vooral van belang dat er ruimte is voor individuele uitzonderingen
en dat er binnen het systeem enige keuzevrijheid
46 en perspectief wordt geboden.
7 . 2 Bieden van perspectief
Aan de juridische eis van het bieden van perspectief op een (voorwaardelijke) invrijheid-
stelling kan concreet inhoud worden gegeven door voor iedere (levens)langgestrafte vanaf
het moment dat een begin wordt gemaakt met de tenuitvoerlegging van de straf een indivi-
dueel behandelplan op te stellen. In het algemeen moeten zingeving, keuzevrijheid en per-
spectief kernbegrippen zijn in het dagprogramma- en zorgaanbod. Het dagprogramma en
het zorgplan moeten zodanig worden ingericht, dat een optimaal welbevinden, aangepaste
arbeid, zelfstudie of andere activiteiten leiden tot een zingeving, die een bijdrage levert aan
een positiever zelfbeeld van de gestrafte en een bijdrage aan de samenleving, waarmee
42 Dit effect is eerder geopperd in andere studies, zie bijvoorbeeld: M.E. Leigey & M.A. Ryder, ‘The Pains of Perma-
nent Imprisonment E xamining Perceptions of Confinement Among Older Life Without Parole Inmates’, Interna-
tional journal of offender therapy and comparative criminology 2015-59(7), p. 726-742.
43 T.J. Flanagan, ‘The pains of long-term imprisonment. A Comparison of British and American Perspectives’, Brit-
ish Journal of Criminology 1980, p. 148-156.
44 L. Manderson , E. Bennett, & S. A ndajan i-Sutja hjo, ‘T he social dynamic s of the interview: Age, class, and gender’,
Qualitative health research 2006, p. 1317-1334.
45 L. Van de Sande, ‘De tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf: een paradoxale taak. Een beschou-
wing vanuit de praktijk van het Nederlandse gevangeniswezen’, Sancties 2007, p. 6-18 .
46 Dit geldt tevens voor patiënten verblijvende in een longstay set ting, die in eerder onderzoek aangaven behoefte
te hebben aan meer autonomie, keuzevrijheid en bewegingsvrijheid. Zie: C.H. de Kogel en C. Verwers, De Long-
stay afdeling van Veldzicht, een evaluatie, Den Haag: WODC 2003.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 28T3d_DD_1601_bw_V03.indd 28 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
29Afl. 01 - januari 2016
DD 2016/2
Stylesheet: T3d V1 2
Artikel DETENTIEBELEVING VAN (LEVENS)LANGGESTRAFTEN. EEN EMPIRISCHE PILOTSTUDIE
zelfs acceptatie van de buitenwereld voor terugkeer in die samenleving kan ontstaan.
47
Daarnaast is van belang dat opnieuw een volgprocedure voor levenslanggestraften in het
leven wordt geroepen met vaste juridische maar ook gedragsmatige toetsingsmomenten
en heldere criteria voor het verdienen van faciliteiten en (beperkte) vrijheden.
48 H e t u i t -
gangspunt dient te blijven dat een levenslange straf na verloop van tijd in beginsel wordt
omgezet in een tijdelijke.
49 Onderdeel van de volgprocedure dient te zijn een periodiek
psychiatrisch/psychologisch en somatisch geneeskundig onderzoek.
50
47 Zie ook: Advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Levenslang, december 2006 en
de aanvulling hierop van 29 april 2008.
48 Zie ook: S. Meijer & D. Raes, ‘De levenslanggestrafte in beeld’, NJ 2011/86 , p. 2027-2729.
49 M. Groenhuijsen, ‘Levenslange gevangenisstraf in Nederland’, DD 1999/29, p. 191-195.
50 W.F. Van Hattum, ‘Zorg, behandeling en perspectief, de volgprocedure levenslanggestraften’, 2012. Beschikbaar
via www.forumlevenslang.nl/publication/volgprocedure/.
T3d_DD_1601_bw_V03.indd 29T3d_DD_1601_bw_V03.indd 29 1/18/2016 6:49:21 PM1/18/2016 6:49:21 PM
... Prison sentences are the norm in homicide cases. There is no death penalty and non-life prison sentences are limited to 30 years for murder and fifteen years for manslaughter (Johnson et al. 2010). 1 In 2016, a total of 34 people were serving life imprisonment sentences for homicide in the Netherlands (Liem et al. 2016). If a perpetrator is deemed unaccountable or their criminal accountability is found to be (severely) diminished, judges can impose a treatment option (in the Netherlands referred to as TBS, terbeschikkingstelling), which constitutes a mandatory treatment provided in a special penal institute for the mentally ill. ...
Article
Full-text available
Homicide engenders broad moral concerns in society, and its aftermath can be understood as a barometer for criminal justice policy. Of all homicides committed, however, only some lead to arrest, to prosecution and ultimately to conviction in court. So far, no study has assessed the entire flow of homicide cases through the criminal justice system based on a nationwide sample. This study seeks to fill this empirical void by describing the entire flow of homicide cases and assessing the size of outflow at each stage of the criminal justice funnel in the Netherlands for a 20-year period. Our analysis highlights two main findings: First, the vast majority of suspects first identified by the police are ultimately sentenced for a homicide. Second, even in a country with low homicide rates and high rule of law indices, selection takes place at all stages of the criminal justice funnel. Whilst outflow mostly centres around exceptional clearance and legal factors, future work should assess the extent to which extra-legal characteristics play a role in crimes that are being investigated as potential homicides.
... Wat rest is een hoge mate van onzekerheid, die de gemoedstoestand van veel levenslanggestraften donker kleurt. 105 Het ontbreken van perspectief kan leiden tot het uitzitten van de straf 'met de dood in de schoenen'. 106 In Nederland is sinds de laatste eeuwwisseling sprake van een duidelijke kentering in de opvattingen over het gratiëren van levenslang gestraften. ...
... 45 Daarbij is het met name van belang voor levenslanggestraften dat aandacht wordt geschonken aan de effecten die een langdurige gevangenisstraf met zich mee heeft gebracht, zowel op praktisch, psychisch als sociaal gebied. 46 Hierbij is adequate begeleiding een vereiste. Ondanks de grote populatie levenslang veroordeelden, bestaat er in de Verenigde Staten geen grootschalig re-integratie programma voor deze specifieke populatie. ...
Chapter
Full-text available
In vergelijking met hun tegenhangers in de vrije maatschappij hebben gedetineerden een sterk verhoogd risico om te overlijden door zelfdoding. Ze vertonen vaak al risicofactoren wanneer ze de gevangenis binnenkomen, en het gevangenschap zelf kan hen extra kwetsbaar maken. Hoewel bepaalde aspecten van het gevangenisleven suïcidepreventie kunnen vergemakkelijken (zoals verhoogd toezicht en controle) zijn er andere factoren (zoals sociale isolatie, geweld en gebrek aan zinvolle activiteiten) die het suïciderisico net kunnen verhogen bij een reeds kwetsbare populatie. Het is duidelijk dat suïcidepreventie in de gevangenis een multifactoriële en multidisciplinaire aanpak vraagt, wil men de incidentie van suïcidaal gedrag onder gedetineerden reduceren.
Article
Full-text available
In recent decades, the number of long-term detainees held worldwide has increased significantly. Academics and policy makers have begun to challenge the widespread use and effectiveness of such severe sentences, however. This article aims to shed light on the role of human rights in imposing and executing long-term custodial sentences. There appears to be tension between ensuring that human rights are respected and provision of security through the incapacitation of offenders. This tension can only be understood properly in the context of contemporary risk-management associated with increased punitiveness.
Article
Full-text available
Optimizing quality of life (QoL) is one of the main purposes of long-term forensic psychiatric care. Little is been known however, about what the concept of QoL should entail in this specific context. Based on patients' and staffs experiences and their perceptions on these experiences, the concept of QoL in long-term forensic psychiatric care is determined. Aspects of importance to daily life in long-term forensic psychiatric care were assessed with a method called concept-mapping. This resulted in respectively eight and ten domains. The most important domains for patients and staff were humane treatment, having a safe and pleasant living-environment and autonomy. The found concept differs from the current, within forensic psychiatry used conceptualisation. The influence of having a mental disorder, the lack of freedom, restriction of movement and constraint of sexual relationships, give another connotation to the concept of QoL. The items and domains resulting from the concept-map served as a basis for the development of a disease- and setting-specific QoL-questionnaire (Forensic inpatient Quality of Life questionnaire) that provides relevant and practical information for the enhancement of QoL within long-term forensic psychiatric care.
Article
Full-text available
The ‘pains of imprisonment’ have been a longstanding concern within prison sociology. This article revisits the topic, suggesting that modern penal practices have created some new burdens and frustrations that differ from other pains in their causes, nature and effects. It notes that the pains of imprisonment can be divided up conceptually, and to some degree historically, into those deriving from the inherent features of incarceration, those resulting from deliberate abuses and derelictions of duty, and those that are consequences of systemic policies and institutional practices. Having described the latter in detail – focusing on the pains of indeterminacy, the pains of psychological assessment and the pains of self-government, the article explains the relevance of the concept of ‘tightness’, as well as ‘depth’ and ‘weight’, to the contemporary prison experience.
Article
Full-text available
Life without parole is examined as a form of death penalty, namely, death by incarceration as distinct from death by execution. Original interviews with a sample of prisoners (condemned prisoners and life-without-parole prisoners) and prison officers are used to develop a picture of the experience of life under sentence of death by incarceration. It is argued that offenders sentenced to death by incarceration do not pose a special danger to others in the prison world or in the free world and that the suffering they experience is comparable to the suffering endured by condemned prisoners. Life without parole thus emerges as a viable alternative to the capital punishment.
Article
The purpose of the current study was to examine to what extent risk factors and treatment readiness were related to engagement (i.e., participation and completion) in prison-based rehabilitation programs. The sample consisted of the total 6-month inflow of male detainees in the Netherlands who were assigned a candidate for a prison-based rehabilitation program (N = 638). Logistic regression models showed that treatment readiness partially explained treatment program completion. Offenders who were ready for treatment were more than two times as likely to complete treatment programs, compared with offenders who were not. Risk factors (such as drug or alcohol misuse) did, with a few exceptions, not correlate with treatment participation or treatment completion. Outcomes pointed to the importance of treatment readiness and showed the significance of enhancing treatment readiness among offenders who are eligible for correctional treatment programs. Results were discussed in light of study limitations and suggestions for future research.
Article
Previous research has found commonality in the pains of imprisonment reported by English and American long-term inmates. Using a triangulated research methodology, this study examined the hardships associated with permanent incarceration as reported by 18 older male inmates serving a sentence of life without the possibility of parole. Strong agreement existed between the present sample and previous samples as to the most and least difficult aspects of imprisonment. Consistent with the previous studies, outside problems were perceived as being more severe than inside problems. Overall, this study found agreement in the pains of long-term imprisonment, regardless of the exact length or type of sentence.
Article
Dit artikel is een weergave van de voordracht zoals gegeven op 5 oktober 2006 voor het Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap ‘Lutje P.J.G.’, te Groningen
Article
De explosieve groei van het aantal levenslange gevangenisstraffen vraagt om heroverweging van de wijze van tenuitvoerlegging van deze straf. Het is noodzakelijk om daarbij over de landsgrenzen heen te kijken.