BookPDF Available

Bockstaele, M., Ponsaers, P. (eds.) (2015), Bijzondere inspectiediensten, Overzicht, bevoegdheden, instrumenten, samenwerking en knelpunten , Reeks Veiligheidsstudies, Antwerpen / Apeldoorn: Maklu, pp. 250.

Authors:

Abstract and Figures

Bij de hervorming van de politie in 1998 (WGP) werden de algemene po-litiediensten herschikt binnen één geïntegreerde politiedienst, gestructu-reerd op twee niveaus. In grote mate bleef bij die ingrijpende hervorminghet inspectiewezen buiten beschouwing. Vandaag wordt een groeiendesamenwerking zichtbaar tussen de politie en diverse inspectiediensten(BID’s) in de bestrijding van fraude en rijzen in toenemende mate vragenomtrent de mogelijkheden tot operationele samenwerking. Deze bundelgeeft op een overzichtelijke wijze inzicht in een aantal van deze vraagstuk-ken. De focus ligt op de niet-politionele fraudebestrijders, met de nadrukop het doorzettings- en afdwingbaarheidsvermogen van deze actoren. Van-daar de vraag naar de ‘kracht’ van niet-politionele fraudebestrijders.
No caption available
… 
Content may be subject to copyright.
Bijzondere inspectiediensten
maklu
maklu
Bijzondere inspectiediensten
Overzicht, bevoegdheden,
instrumenten, samenwerking en
knelpunten
Marc Bockstaele
Paul Ponsaers (red.)
Maklu
Antwerpen-A
peldoorn
maklu
De Reeks Veiligheidsstudies is de voortzetting van de Reeks Cahiers Integrale Veiligheid en de Reeks
Politiestudies. De redactieraad bestaat uit Willy Bruggeman, Wim Hardyns, Elke Devroe en Paul
Ponsaers.
Eerder verschenen:
A.
What’s in a name? Identiteitsfraude en -diefstal / W. Bruggeman, R. van Eert, A. van Veldhoven
(red.)
B.
Diefstal in woningen / S. Christiaensen, A. Dormaels, S. Van Daele (red.)
C.
Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen / M. Cools, G. Reniers, M. Easton, E. Van den
Herrewegen, A. De Boeck
D.
Opleiden in veiligheid / K. Van Geystelen, E. De Pauw, W. Bruggeman (red.)
1. Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren / M. Bockstaele, E. Devroe, P. Ponsaers (red.)
2. A swelling culture of control? (De GAS-wet) / E. Devroe
3. Police investigative interviewing / L. Smets
4. De politierol bekeken door de bril van de burger / I. Verwee
5. Evoluties in verhoortechnieken / M. Bockstaele, P. Ponsaers (red.)
6. Cameratoezicht in de openbare ruimte / J. Mortelé, H. Vermeersch, E. De Pauw, W. Hardyns, F. De-
prins
7. De wijk achter de botsing / C. Liedenbaum, L. Descheemaeker, M. Easton, J. Noppe,
P.
Ponsaers, J. Terpstra, G. Vande Walle, A. Verhage
8. Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie / F. Gilleir
9. Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie / P. Ponsaers (red.), B. de Ruyver, J. Jans-
sens, K. Verbist, D. Keyenberg, S. Schuddinck, L. Avaux
10. De toekomstpolitie. Triggers voor een voldragen debat / P. Ponsaers, W. Brugge man, M. Easton & A.
Lemaître (red.)
11. Salduz Plus. Aandachtspunten bij de implementatie van de EU-richtlijn 2013/48 / M. Bockstaele & P.
Ponsaers (red.)
12. Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland
en België / E. Devroe, A. Duchatelet, P. Ponsaers, M. Easton, L. Gunther Moor, L. Wondergem (red.)
13. Internationale politie- en justitiesamenwerking. De grens als nieuwe opportuniteit / W. Bruggeman
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (red.)
Bijzondere inspectiediensten. Overzicht, bevoegdheden, instrumenten, samenwerking en
knelpunten
Maklu 2015
10 pag. – 24 x 16 cm
ISBN 978-90-466-0790-9
D 2015/1997/56
NUR 824
© 2015 De auteurs en Maklu-Uitgevers nv
Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit
deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar
gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van
de auteurs en van de uitgever.
Hoewel bij de realisatie van deze uitgave een zo groot mogelijke nauwkeurigheid en cor- rectheid
werd nagestreefd, kan voor de aanwezigheid van eventuele fouten, van welke aard dan ook, onvolko-
men- en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaarden noch de auteurs, noch de uitgever
hiervoor enige aansprakelijkheid.
Maklu-Uitgevers
Somersstraat 13/15, B-2018 Antwerpen, www.maklu.be, info@maklu.be
Koninginnelaan 96, NL-7315 EB Apeldoorn, www.maklu.nl, info@maklu.nl
maklu
Maklu 5
Inhoudsopgave
Inleiding
De kracht van niet-politionele fraudebestrijders 11
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (eds.)
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen 17
Paul Ponsaers
Inleiding 17
Bijzondere Inspecties en het Bijzonder Strafrecht 17
Federale Overheidsdiensten (FOD’s) en hun Bijzondere Inspectie-
diensten (BID’s) 20
Gewestelijke Bijzondere Inspectiediensten 23
1. Beleidsdomein Financiën en Begroting (FB) 23
2. Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) 23
3. Beleidsdomein Leefmilieu, Natuur & Energie (LNE) 24
4. Beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) 27
5. Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) 27
6. Beleidsdomein Ruimtelijk Ordening – Woonbeleid – Onroe-
rend Erfgoed (RWO) 28
De bevoegdheden van inspectiediensten 29
1. FOD Binnenlandse Zaken 31
1.1. Algemene Directie Preventie en Veiligheid (VPS) 33
1.2. Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) 36
2. FOD Financiën 37
2.1. Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AAD&A) 38
2.2. Bijzondere Belastingsinspectie (BBI) 41
3. FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) 44
3.1. Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten (TSW) 46
3.2. Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk (TWW) 48
3.3. Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 50
4. FOD Sociale Zekerheid (RSZ) 53
4.1. Sociale Inspectie (SI) 56
5. FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu 57
5.1. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselke-
ten (FAVV) 58
5.2. Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezond-
heidsproducten (FAGG) 61
maklu
6 Maklu
Inhoudsopgave
6. FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie 63
6.1. Algemene Directie Economische Inspectie 64
6.2. Bestuur Kwaliteit en Veiligheid 66
7. FOD Mobiliteit en Vervoer 67
7.1. Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) – Inspectie Lucht-
vaartveiligheid 68
7.2. Directoraat-generaal Maritiem Vervoer (DGMV) – Belgi-
sche Scheepvaart Inspectie 70
7.3. Directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid
(DGWVVV) 73
7.4. Directoraat-generaal Spoorvervoer 76
7.5. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommu-
nicatie (BIPT) 78
2. Private bedrijfsrechercheurs: 81
Bart De Bie & Ronny Van Looy
Inleiding 81
1. Verticale fraude: het favoriete jachtterrein van de publieke
fraudebestrijder 81
2. Horizontale fraude: de natuurlijke habitat van de private frau-
debeheerser 82
3. Het juridisch kader van de private fraudebestrijder 85
4. De troefkaarten van de private fraudebestrijder 86
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken? 91
Marc Bockstaele
1. Ontstaan van administratieve afhandeling 91
2. Administratieve geldboetes 93
3. Toezicht door bijzondere inspectiediensten 96
4. Bestemming van de processen-verbaal 100
5. Uitvoering van de beslissing 103
6. Knelpunten & besluiten 106
4. Is het gelijk of men door de hond of door de kat gebeten wordt? 109
Stijn Adriaenssen
1. Inleiding 109
2. De zoeking 111
2.1. Inleiding 111
2.2. Definitie 111
2.2.1. Begrippen 112
2.2.2. Grond- en vormvoorwaarden 113
2.2.3. Wettelijke waarborgen 115
maklu
Maklu 7
Inhoudsopgave
3. Machtiging tot huisvisitatie 118
3.1. Inleiding 118
3.2. Bijzondere inspectiedienst 119
3.3. Machtiging tot huisvisitatie 120
4. Besluit 130
5. Hoe bijzonder is de bewijswaarde van vaststellingen 135
Joachim Meese
Inleiding 135
1. Enige toelichting over de bewijswaardering 137
1.1. Principe: de vrije bewijswaardering 137
1.2. Uitzonderingen op de vrije bewijswaardering 138
2. De bewijswaarde van processen-verbaal 139
2.1. Algemene regel: een proces-verbaal geldt als inlichting 139
2.2. Uitzondering: processen-verbaal met een bijzondere
bewijswaarde 140
2.2.1. Soorten 140
2.2.2. Draagwijdte van de bijzondere bewijswaarde 143
3. Besluit 149
6. De appreciatiebevoegdheid van bijzondere inspectiediensten 151
Dominique Boels
Inleiding 151
1. Discretionaire ruimte 152
1.1. Omschrijving 152
1.2. Invloeden op discretionaire ruimte 154
1.3. Risico’s discretionaire ruimte: nood aan controle? 155
2. Appreciatiebevoegdheid en bijzondere inspectiediensten 156
2.1. Omschrijving bijzondere inspectiediensten 156
2.2. Discretionaire ruimte van sociale inspectiediensten? 157
2.3. Inperking discretionaire ruimte van sociale inspectiediensten 161
Besluit 163
7. Working apart together: het kluwen aan inspectiediensten
ontrafeld 165
Michèle Deconynck
1. De belangrijkste sociaalrechtelijke inspectiediensten en hun
bevoegdheidsdomeinen 165
1.1. Federaal 165
1.1.1. Welke diensten 165
1.1.2. Bevoegdheden: Sociaal Strafwetboek 166
1.1.3. Beroep tegen dwangmaatregelen opgelegd door
sociaal inspecteurs 176
maklu
8 Maklu
Inhoudsopgave
1.2. Regionaal 177
1.3. Wie kan wat vaststellen – Tabel 178
2. Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst: SIOD 178
3. Samenwerking tussen de inspectiediensten 179
3.1. Formeel: arrondissementscellen 179
3.2. Informele samenwerkingsverbanden 181
3.3. Gegevensuitwisseling 181
3.3.1. Nationaal 181
3.3.2. Internationaal 183
4. Pijnpunten in de praktijk 184
4.1. Working apart en niet zozeer ‘together 184
4.2. Verschillen in procedure tussen regionale en federale
diensten inzake de administratieve geldboete 184
4.3. Verhoren 186
4.4. Versnippering en gebrek aan mankracht 187
4.5. Het perverse effect van ‘targets’ en statistieken 188
8. Sociale fraude: een rijk gevulde spijskaart 189
Frank Debusscher
Inleiding 189
1. Zwartwerk: de niet-aangegeven arbeid 191
2. Schijnzelfstandigheid of pseudozelfstandigheid 194
3. Frauduleuze onderwerping (fictieve of schijnwerknemer) –
sociale kits 196
4. Uitkeringsfraude – (tijdelijke) werkloosheid 198
5. Uitkeringsfraude – domiciliefraude 200
Besluiten 202
9. Quelles perspectives pour la gestion de l’information policiè-
re opérationnelle? 203
Samuelle Godin
1. Considérations liminaires: la gestion de l’information policière
opérationnelle, un peu de nature, beaucoup de culture 203
2. La gestion de l’information policière opérationnelle introduite
par la loi du 7 décembre 1998 206
2.1. La création d’une/ ou de plusieurs banque(s) de données
centralisée(s) ou non 206
2.2. L’accessibilité des données policières opérationnelles
pour les services de police, les autorités judiciaires et de
police administrative et pour d’autres services publics 208
2.2.1. La communication de données 208
2.2.2. L’accès direct aux banques de données policière
opérationnelles 209
maklu
Maklu 9
Inhoudsopgave
2.3. Le contrôle sur cette/ces banque(s) de données par un
organe ad hoc 210
2.4. Le rôle du service chargé de gérer cette/ces banque(s) de
données 211
2.4.1. Gestion de la B.N.G. 211
2.4.2. Gestion des banques de données particulières 212
2.5. Les règles relatives à la manière dont les données opéra-
tionnelles sont introduites, classifiées et exploitées 213
2.6. Conclusion 214
3. La gestion de l’information policière opérationnelle et le Roi 214
4. La gestion de l’information policière opérationnelle introduite
par la loi du 18 mars 2014 215
4.1. La création d’une/ ou de plusieurs banque(s) de données
centralisée(s) ou non 215
4.2. L’accessibilité des données policières opérationnelles
pour les services de police, les autorités judiciaires et de
police administrative et pour d’ autres services publics 219
4.2.1. La communication des données à caractère personnel 219
4.2.2. L’accès direct aux données à caractère personnel
des banques de données opérationnelles 220
4.2.3. Le contrôle par un organe ad hoc sur cette ban-
que de données 221
4.2.4. Le rôle du service chargé de gérer cette banque
de données 223
4.2.5. Les règles relatives à la manière dont les données
opérationnelles sont introduites, classifiées et
exploitées 225
4.2.6. Conclusion 226
5. Considérations finales: vers quelles évolutions culturelles en
matière de gestion de l’information policière opérationnelle
pour la prochaine décennie? 227
10. De exploitatie van databanken door de sociale inspectiediensten, 231
Karel Deridder
Inleiding 231
1. De modernisering van de sociale zekerheid en de e-govern-
ment toepassingen: historiek 231
2. Machtiging van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid
– Een conditio sine qua non 234
2.1. Voorafgaande aanvraag 235
2.2. Welke inhoudelijke elementen? 235
2.3. Veiligheid & garanties voor een integer gebruik 236
3. Het project LIMOSA, de aanleiding tot DOLSIS 237
4. Het actieplan sociale dumping: de aanleiding voor een gecom-
bineerd gebruik van meerdere databanken 239
maklu
5. Welke uitdagingen voor de toekomst? Een brug naar andere
partners binnen het netwerk van de Sociale zekerheid en de
FOD Financiën 241
5.1. Op nationaal vlak 241
5.2. Op internationaal vlak 241
Bibliografie 243
maklu
Maklu 11
Inleiding
De kracht van niet-politionele fraudebestrijders
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (eds.)
Bij de hervorming van de politie in 1998 (WGP) werden de algemene po-
litiediensten herschikt binnen één geïntegreerde politiedienst, gestructu-
reerd op twee niveaus. In grote mate bleef bij die ingrijpende hervorming
het inspectiewezen buiten beschouwing. Vandaag wordt een groeiende
samenwerking zichtbaar tussen de politie en diverse inspectiediensten
(BID’s) in de bestrijding van fraude en rijzen in toenemende mate vragen
omtrent de mogelijkheden tot operationele samenwerking. Deze bundel
geeft op een overzichtelijke wijze inzicht in een aantal van deze vraagstuk-
ken. De focus ligt op de niet-politionele fraudebestrijders, met de nadruk
op het doorzettings- en afdwingbaarheidsvermogen van deze actoren. Van-
daar de vraag naar de ‘kracht’ van niet-politionele fraudebestrijders.
Deze bundel kwam tot stand in de aanloop naar de studiedag van het Centre
for Policing & Security op 26 november 2015 omtrent BID’s en Fraude. Bij
de verruiming van de opdracht van het centrum, zowat een jaar geleden,
oordeelde de Raad van Bestuur van het centrum dat deze sector meer be-
langstelling moest krijgen en werd een studielijn in de schoot van het CPS
ingericht, getiteld ‘Inspectiediensten en Fraudebestrijding’.
De studielijn positioneert zich ten opzichte van dit veld als volgt:
‘In tegenstelling tot reguliere politiediensten richten bijzondere inspectiedien-
sten zich tot een bepaalde tak van het bijzonder strafrecht. De omvang en
verscheidenheid van deze bijzondere wetten is zeer groot en bijgevolg is ook
het aantal bijzondere inspectiediensten omvangrijk en verscheiden. Ook de
bevoegdheden en actiemiddelen van de bijzondere inspectiediensten kennen
een grote diversiteit. Fraude is zo’n fenomeen dat wordt bestudeerd en on-
derzocht door de bijzondere inspectiediensten. Het is een vorm van bedrog
waarbij de zaken anders worden voorgesteld dan ze zijn, door op papier of
digitaal een onjuiste weergave te geven van de werkelijkheid.
maklu
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (eds.)
12 Maklu
Het opzet van de studielijn ‘Inspectiediensten en fraudebestrijding’ bestaat
in het aanbieden van zowel praktische als wetenschappelijke expertise en
reflectie met betrekking tot alle aspecten die zowel de publieke als de private
actoren die op de één of andere manier bezig zijn met het voorkomen dan
wel bestrijden van bijzondere misdrijven of inbreuken en fraude specifiek
aanbelangen. Daarnaast zal getracht worden (een betere) samenwerking
te bekomen tussen de verschillende publieke actoren onderling en tussen de
private en publieke actoren. Het gevoerde regeringsbeleid zal kritisch getoetst
worden, alsook zal er gezocht worden naar mogelijkheden tot technologische
ondersteuning en innovatie binnen dit werkdomein. De studielijn zal daar-
bij verkennen of er mogelijkheden zijn tot Europese dan wel internationale
samenwerking.
Met de studielijn ‘Inspectiediensten en fraudebestrijding’ wenst het CPS
voornamelijk leden van bijzondere en private inspectiediensten te bereiken.
Leden van de fraude-auditoren IFA en ACFE worden ook als doelpubliek
beschouwd. Daarnaast zullen ook de financiële rechercheurs van de federale
en lokale politie benaderd worden’.
Bart De Bie1, Marc Bockstaele2 en Paul Ponsaers3 nemen momenteel het
voortouw in de schoot van het CPS met betrekking tot deze studielijn,
gesteund door een brede en sterke werkgroep die zich rond het initiatief
schaarde4. Voorliggende bundel is het eerste resultaat van dit initiatief. Het
boek is opgedeeld in vier delen.
Een eerste deel geeft een
overzicht
van het bestaande niet-politionele frau-
debestrijdingsdispositief.
1 Vice-President Secretary IFA (Institute of Fraud Auditors).
2 (Ere-)hoofdcommissaris federale gerechtelijke politie.
3 Prof. dr. emeritus UGent, Vz. CPS.
4 Leden van de werkgroep zijn: Bouwen Bert, Bijzondere Belastingsinspectie (BBI); De
Mesmaeker Yvan, Voorzitter, European Corporate Security Association (ECSA); Lam-
mers Evert-Jan, Voorzitter, Instituut van Forensische Auditoren (IFA); Montens Benoit,
Algemeen secretaris, Beroepsvereniging van Verzekeringsinspecteurs en Experten (BV-
VIE); Moris Marc, Voorzitter, Commissie Bedrijfsbeveiliging van het VBO; Peeters Emi-
le, Agoria Security Technologies (AGT); Robrechts Paul, Bestuurder, ASIS International
Benelux Chapter; Rottiers Evy, Douane en Accijnzen; Vael Marc, Voorzitter, Informati-
on Systems, Audit and Control Association (ISACA) Belgium Chapter; Van Avermaet
Jean-Paul, Voorzitter, Beroepsvereniging van Bewakingsondernemingen (BVBO); Van
Looy Ronny, Vertegenwoordiger, Corporate Fraud Investigators Belgium (CFIB); Prof.
dr. Verhage Antoinette, Universiteit Gent; Vincke Paul, Directeur, European Healthcare
Fraud & Corruption Network (EHFCN); Vynckier Gerwinde, Vrijwillig wetenschappelijk
medewerker, Universiteit Gent.
maklu
Inleiding. De kracht van niet-politionele fraudebestrijders
Maklu 13
In een eerste bijdrage ‘De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
inventariseert Paul Ponsaers1 de bestaande BID’s in ons land. Hij gaat in
op wat de belangrijkste verschuivingen zijn geweest in het inspectiewezen
de afgelopen jaren. Hij beperkt zich tot de diensten op federaal niveau,
met summiere bijkomende toelichting op het Vlaamse niveau. De grote,
robuuste federale inspectiediensten komen uitvoerig aan bod. De auteur
kijkt vooral naar de bevoegdheden waarover de diverse inspectiediensten
beschikken en vergelijkt deze met deze van de geïntegreerde politie. Beide
soorten van diensten zijn gelijkend omdat ze processen-verbaal kunnen
opmaken, maar voor het overige zijn er nogal wat opvallende verschillen.
Daar waar de bijzondere inspectiediensten zich primair toeleggen op in-
breuken die behoren tot het bijzonder strafrecht, binden private bedrijfs-
rechercheurs de strijd aan met allerhande inbreuken die doorgaans tussen
wal en schip vallen. In een tweede bijdrage gaan Bart De Bie2 en Ronny Van
Looy3 in op de positie van deze private opsporingsdiensten in de fraudebe-
strijding, onder de titel ‘Private bedrijfsrechercheurs: de ‘missing link’ tussen
BID’s en de reguliere politie in de strijd tegen fraude’. Het gaat daarbij om
diverse vormen van ‘corporate misconduct’ die noch door de BID’s, noch
door de reguliere politiediensten worden opgepakt. In deze praktijkgerich-
te bijdrage wordt uiteengezet over welke fenomenen het dan gaat en hoe de
private bedrijfsrechercheur daarbij opereert.
In het tweede deel worden een aantal thema’s
transversaal geanalyseerd
door het inspectiewezen heen.
Marc Bockstaele4 stelt zich de vraag ‘Strafrechtelijke of administratieve afhan-
deling van inbreuken?’ Hij stelt vast dat, in tegenstelling tot de reguliere
politiediensten, de bijzondere inspectiediensten voornamelijk proactief en
preventief werken. Ze beschikken daarvoor zowel over strafrechtelijke als
over administratiefrechtelijke mogelijkheden. De auteur stelt vast dat de
weg naar administratieve afhandeling, dan wel naar afhandeling via het
openbaar ministerie, verschilt. Die verschillende processen doorkruisen
elkaar dikwijls en bovendien hebben de meeste BID’s eigen interne afhan-
delingmechanismen op verschillende niveaus. Hij somt een aantal cruciale
knelpunten op en neemt de gelegenheid te baat om oplossingen te sugge-
reren.
1 Prof. dr. emeritus UGent, Vz. CPS.
2 Vice-President Secretary IFA (Institute of Fraud Auditors).
3 Voorzitter CFIB (Corporate Fraud Investigators Belgium).
4 (Ere-)hoofdcommissaris federale gerechtelijke politie.
maklu
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (eds.)
14 Maklu
In zijn bijdrage ‘Is het gelijk of men door de hond of door de kat gebeten wordt?
heeft Stijn Adriaenssen1 het over de machtiging tot huisvisitatie waarover
verschillende BID’s beschikken en zet deze af tegen de huiszoeking. Mag
men enkel in lokalen binnentreden en visueel vaststellen of er bewijzen
van een inbreuk zijn, of mag men actief op zoek gaan naar bewijzen? Kan
men een slotenmaker vorderen wanneer de bewoner van het pand op het
moment van de huisvisitatie niet thuis is? Moet er steeds een bewoner van
het pand aanwezig zijn bij de huisvisitatie? De auteur tracht in zijn bijdrage
antwoorden op deze vragen te formuleren.
De meeste inspecteurs van BID’s beschikken over verbaliseringsbevoegd-
heid, waarvan het proces-verbaal bewijswaarde heeft tot bewijs van het
tegendeel. Joachim Meese2 staat stil in zijn bijdrage ‘Hoe bijzonder is de
bewijswaarde van vaststellingen van politiediensten en inspectiediensten?’ bij de
betekenis hiervan. Aan de hand van een bespreking van de principes in-
zake de bewijswaardering geeft de auteur een antwoord op de vraag welke
vermeldingen in een proces-verbaal een bijzondere bewijswaarde hebben
(en meer bepaald gelden tot bewijs van het tegendeel) en welke vermeldin-
gen slechts gelden ten titel van inlichting. Een proces-verbaal met bewijs-
waarde tot bewijs van het tegendeel kwalificeert de auteur als uitzondering
op de algemene regel dat een proces-verbaal geldt als inlichting. Die uitzon-
dering kan verantwoord zijn in sectoren van het strafrecht waar de materi-
aliteit van het onderzochte feit door middel van de gewone bewijsmiddelen
vrijwel niet zou zijn vast te stellen, maar − zo voegt de auteur eraan toe − ze
moet wel restrictief worden geïnterpreteerd.
Het derde deel focust op de problematiek van
sociale fraude
.
In haar bijdrage ‘De appreciatiebevoegdheid van bijzondere inspectiediensten
spitst Dominique Boels3 zich toe op de discretionaire ruimte van sociale
inspectiediensten. De auteur geeft een omschrijving van het begrip dis-
cretionaire ruimte. Het invullen van dit appreciatierecht veronderstelt een
afwegings- of beoordelingsproces, waarbij zowel de concrete situatie als re-
gels worden geïnterpreteerd. Om de hieraan verbonden risico’s te minima-
liseren worden sturingsmechanismen zoals richtlijnen en targetsystemen
ingevoerd door diverse betrokken administraties, waarvan de resultaten
niet steeds duidelijk zijn, zo stelt de auteur vast.
1 Inspecteur bij de Nationale Opsporingseenheid – FAVV.
2 Docent straf(proces)recht UAntwerpen, advocaat-vennoot ‘Van Steenbrugge Advocaten’.
3 Postdoctoraal onderzoekster Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), vakgroep Cri-
minologie, Strafrecht en Sociaal Recht (UGent).
maklu
Inleiding. De kracht van niet-politionele fraudebestrijders
Maklu 15
Michèle Deconynck1 heeft het in ‘Working apart together: het kluwen aan
inspectiediensten ontrafeld’ over de bevoegdheden van sociale inspecteurs en
de vraagstukken die hierbij in de praktijk rijzen. Verder gaat de auteur uit-
voerig in op de samenwerking tussen de diverse diensten in de strijd tegen
de sociale fraude. Een aantal knelpunten komen uitdrukkelijk ter sprake,
zoals de verschillen in procedure tussen regionale en federale diensten in-
zake de administratieve geldboete, de moeilijkheden bij verhoren, de ver-
snippering en het gebrek aan mankracht, en − om niet te vergeten − het
perverse effect van ‘targets’ en statistieken.
In een volgende bijdrage ‘Sociale fraude: een rijk gevulde spijskaart’ gaat
Frank Debusscher2 in op een aantal sociale fraudefenomenen en de be-
strijding ervan. Hij heeft het ondermeer over zwartwerk (niet-aangegeven
arbeid), schijnzelfstandigheid of pseudozelfstandigheid, frauduleuze on-
derwerping (fictieve of schijnwerknemer), en uitkeringsfraude (tijdelijke
werkloosheid en domiciliefraude). Hij geeft aan hoe sociale inspectie-
diensten en politiediensten hierbij als ketenpartners kunnen beschouwd
worden. Hij houdt een opmerkelijk pleidooi ten voordele van buitgericht
rechercheren, waar een nog intensere samenwerking tussen inspectie en
politie een adequaat optreden tegen de (georganiseerde) sociale fraude zou
kunnen garanderen.
Het vierde en laatste deel focust op de problematiek van de
informatiehuis-
houding en -uitwisseling
.
Samuelle Godin3 maakt in haar Franstalige bijdrageQuelles perspectives
pour la gestion de l’information policière opérationnelle?’ het bilan op van de
zienswijze van de wetgever inzake de verhouding tussen gerechtelijke en
bestuurlijke politionele data. Hierbij maakt ze een analyse van de wets-
wijzigingen die artikel 44 van de Wet op het Politieambt met betrekking
tot de ANG onderging naar aanleiding van de wet van 18 maart 2014 met
betrekking tot het beheer van politionele informatie. Het oordeel van de
auteur over de voorgestelde wijziging is kritisch. Zij reikt pistes aan om tot
oplossingen te komen.
In zijn bijdrage ‘De exploitatie van databanken door de sociale inspectiedien-
sten, enkele overwegingen vanuit de praktijk’ staat Karel De Ridder4 stil bij
de evolutie inzake de exploitatie van databanken door de Sociale Inspec-
tiediensten, alsook bij de machtingsprocedure van de Sectorale Comités,
onderdeel van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke
1 Substituut-arbeidsauditeur bij het arbeidsauditoraat te Gent.
2 Sociaal inspecteur, FOD Sociale Zekerheid, Sociale Inspectie – regio Oost-Vlaanderen.
3 Legal manager, Politionele Informatie & ICT, Federale politie.
4 Directeur-generaal Algemene Directie van de Inspectiediensten RSZ.
maklu
Marc Bockstaele & Paul Ponsaers (eds.)
16 Maklu
Levenssfeer (de zogenaamde Privacy commissie). Deze machtigingen vor-
men in het kader van het werken met databanken ‘een conditio sine qua
non’. Verder wordt tevens ingegaan op de recente verscherping van de aan-
dacht voor fraudebestrijding, en op de nieuwe behoeften die zich in dat
kader aandienen.
Met deze bundel hopen de editoren bij te dragen tot het uitklaren van een
aantal centrale kwesties waarmee niet politionele fraudebestrijders te ma-
ken krijgen in hun dagelijkse praktijk en de studielijn ‘Inspectiediensten en
Fraudebestrijding’ boven de doopvont te houden.
maklu
Maklu 17
1
De voortdurende herschikking
van het inspectiewezen
Paul Ponsaers1
Inleiding
Deze bijdrage inventariseert wat de belangrijkste verschuivingen zijn ge-
weest in het inspectiewezen afgelopen jaren. Hierbij beperken we ons tot
de diensten op federaal niveau. Er dient aangestipt dat dit niet betekent
dat er geen inspecties bestaan op regionaal, provinciaal of stedelijk niveau,
integendeel. Maar realisme gebiedt ons onszelf deze beperking op te leg-
gen binnen het bestek van deze bijdrage. We beklemtonen de grote, ro-
buuste inspectiediensten en stippen kort de kleinere aan. Uitgangspunt
hierbij is de inventarisatie die in 2002 door de Onderzoeksgroep Sociale
Veiligheidsanalyse werd gemaakt (De Keulenaer et al., 2002). Het Comité
P kwam hierop terug in 20062 en besloot toen in haar jaarverslag dat zij als
toezichtsorgaan van politie eveneens bevoegd was om de controle op de
inspectiediensten te voeren (Ponsaers, 2003; Peeters et at., 2006).
In deze bijdrage kijken we vooral naar de bevoegdheden waarover de di-
verse inspectiediensten beschikken en vergelijken deze met deze van de
geïntegreerde politie. Beide soorten van diensten zijn gelijkend omdat ze
processen-verbaal kunnen opmaken, maar voor het overige zijn er nogal
wat opvallende verschillen.
Bijzondere Inspecties en het Bijzonder Strafrecht
In België bestaat het strafrecht uit het geheel van rechtsregels waardoor be-
paalde handelingen strafbaar worden gesteld (materieel strafrecht), met aan-
1 Professor dr. emeritus Universiteit Gent.
2 Zie: http://www.comitep.be/2006/nl/2006nl.htm#_Toc187562238, laatst geconsulteerd
op 7-10-2015.
maklu
Paul Ponsaers
18 Maklu
vullend de procedureregels volgens dewelke het materieel strafrecht wordt
toegepast (formeel strafrecht). Het materieel strafrecht omvat het Strafwet-
boek van 5 oktober 1867, ook wel het commune strafrecht genoemd1, sa-
mengebracht in één codex. Daarnaast bevat bestaat het materieel strafrecht
ook uit allerlei bijzondere strafwetten. In feite bestaat het bijzonder strafrecht
uit alle rechtstakken die strafbepalingen bevatten. Veel van de bijzondere
strafwetten zijn niet gecodificeerd en geharmoniseerd. Ze liggen verspreid
over een lappendeken van allerhande wetten die betrekking hebben op al-
lerhande levensdomeinen (fiscaliteit, sociaal en arbeidsrecht, leefmilieu,
e.d.) (De Baets et al., 2003).
Hierbij mag niet worden vergeten dat de bijzondere strafwetgeving een
levende materie is. Nieuwe bijzondere strafwetten worden opgesteld, oude
worden opgegeven of gewijzigd. Het veranderlijk karakter van het bijzon-
der strafrecht brengt met zich mee dat ook de bijzondere inspectiediensten
vaak veranderingen ondergaan. Bovendien kunnen, al dan niet ingegeven
door politieke motieven, verschuivingen of de reorganisatie van bevoegde
FOD’s met zich meebrengen. Ook de regionalisering van bepaalde mate-
ries brachten ondermeer belangrijke wijzigingen in het inspectiewezen
teweeg. Daar waar dit het geval is zullen we dat in navolgende tekst weer-
geven (Ponsaers, 2015).
De lokale en de federale politie zijn in principe verantwoordelijk voor de
handhaving van het commune strafrecht, en worden beschouwd als al-
gemene politiediensten. De bijzondere strafwetten vallen meestal ook wel
onder de bevoegdheid van de geïntegreerde politie, maar zijn vooral het
werkdomein van tal van bijzondere opsporingsambtenaren die met bestuur-
lijke en/of gerechtelijke opsporingsopdrachten zijn belast. Deze bijzondere
opsporingsambtenaren maken geen deel uit van de geïntegreerde politie-
dienst (Wet op de Geïntegreerde Politie, WGP) en blijven dus bestaan naast
de algemene, reguliere politiediensten. Hoewel deze bijzondere ambtena-
ren in hoofdorde bestuurlijke bevoegdheden hebben, namelijk het toezicht
op de toepassing van de wetgeving waarvoor zij bevoegd zijn, kunnen zij
ook op strafrechtelijk gebied optreden wanneer zij strafbare feiten vaststel-
len. Zij worden door de wet vaak soms bekleed met de hoedanigheid van
officier van gerechtelijke politie (Van Erp et al., 2008). In materies waar
een dubbel handhavingsysteem bestaat (zowel strafrechtelijk als admini-
stratief, hetgeen frequent voorkomt in dit domein) is de rol van deze amb-
tenaren zeer belangrijk. Het zijn laatstgenoemde inspectiediensten die ons
hier in het bijzonder interesseren (Ponsaers et al., 2007).
1 Onder het commune strafrecht wordt het zogenaamde klassieke strafrecht verstaan.
Diefstal, oplichting, verduistering, mishandeling en zedendelicten zijn voorbeelden van
strafbare feiten die vallen binnen het commune strafrecht.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 19
Figuur 1: Verhouding tussen Bijzondere Inspectiediensten en Politie1
1 In 1910 werd het ‘Hoog Comité van Toezicht’ (HCT) opgericht naar aanleiding van een
aantal ernstige onregelmatigheden binnen het toenmalige Bestuur van de Spoorwegen.
Aanvankelijk bestond dit toezichtcomité uit 3 hoge ambtenaren en 3 magistraten. Deze
lieten zich echter al vlug bijstaan door een dienst enquêtes. De leden van deze dienst
hadden onderzoeks- en enquêtebevoegdheden binnen het ministerie van Spoorwegen,
Posterijen en Telegrafen. Al snel − vanaf 1921 − werd de bevoegdheid van het HCT uit-
gebreid tot alle ministeries en tot de overheidsinstellingen, zoals de in 1926 opgerichte
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en de Regie van Telegraaf en
Telefoon (RTT), die 4 jaar later werd opgericht. In 1940 werd het HCT geïntegreerd in
de Diensten van de Eerste Minister. Heel wat later kregen de enquêteurs van het HCT,
naar aanleiding van verscheidene hervormingen die plaatsvonden tussen 1962 en 1970,
de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des
Konings en van de krijgsauditeur, en werd hun bevoegdheid uitgebreid tot de provincies
en de gemeenten. Hun opdracht bestond toen voornamelijk in het opsporen van fraude
of onregelmatigheden gepleegd door leden van de administratie of door derden, en in het
controleren van de gunning en de uitvoering van met de overheid gesloten contracten
voor de aanneming van werken, leveringen en diensten. In de loop der jaren profileerde
het HCT zich zo als een gespecialiseerde politiedienst op het gebied van corruptie, frau-
de bij overheidsopdrachten en subsidiefraude. In 1998 werd de dienst enquêtes van het
HCT geïntegreerd in de Gerechtelijke Politie. Daardoor verloor het zijn administratieve
bevoegdheden, aangezien de leden van het HCT enkel nog gerechtelijke onderzoeken
mochten voeren. Zo ontstond de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Corruptie,
kortweg CDBC. Bij de hervorming van de politiediensten op 1 januari 2001 werd de
CDBC opgenomen in de Algemene directie van de gerechtelijke politie van de Federale
Politie.
maklu
Paul Ponsaers
20 Maklu
Federale Overheidsdiensten (FOD’s) en hun Bijzondere In-
spectiediensten (BID’s)
Een bijzondere inspectiedienst wordt meestal omschreven als ‘een dienst,
administratie of ambtenaar die belast is met het toezicht en de controle op de na-
leving van bijzondere strafwetten en die over de politionele bevoegdheid beschikt
een proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel op te stellen
(Ponsaers et al., 2003). Deze definitie kan verfijnd worden door eraan toe te
voegen dat het diensten zijn die verbonden zijn aan diverse departementen
en die toezicht uitoefenen op de naleving van de bijzondere strafwetten
met betrekking tot diverse domeinen zoals leefmilieu, volksgezondheid,
landbouw, economische aangelegenheden, arbeid en tewerkstelling e.d. In
die zin kunnen zij beschouwd worden als de ogen en oren van de rege-
ring(en) op zeer diverse beleidsterreinen.
De term ‘ministerie’ werd op federaal niveau bij de hervorming van het
overheidsapparaat in 2000 (de ‘Copernicushervorming’) vervangen door
‘federale overheidsdiensten’ (FOD’s). Alleen het ministerie van Defensie
bleef zijn oude naam behouden1. Een FOD ondersteunt nog altijd een mi-
nister, al ligt de nadruk nu veel sterker op de dienstverlening aan de bur-
ger2.
We bespreken in deze bijdrage achtereenvolgens3:
1 De opdracht van het ministerie van Defensie is de verdediging van het land. Daarnaast
verleent het ministerie ook zijn medewerking aan militaire missies van internationale
organisaties die de wereldvrede bevorderen. Ook voert het ministerie internationale hu-
manitaire opdrachten uit voor de Belgische overheid.
2 De federale overheidsdiensten werden tijdelijk aangevuld met een aantal programma-
torische overheidsdiensten of POD’s. POD’s werken rond belangrijke maatschappelijke
thema’s die verscheidene federale overheidsdiensten doorkruisen, zoals gelijkekansen-
beleid of duurzame ontwikkeling; of het wetenschapsbeleid.
3 We laten in dit overzicht buiten beschouwing: (1) De FOD Kanselarij van de Eerste
Minister ondersteunt de Eerste Minister bij het leiden en coördineren van het rege-
ringsbeleid. De FOD geeft inhoudelijke, administratieve, juridische, logistieke en com-
municatieve ondersteuning. De FOD vormt tevens het knooppunt met de deelstaten
enerzijds en de Europese Unie anderzijds. (2) De FOD Personeel en Organisatie (P&O)
draagt ertoe bij dat federale ambtenaren en diensten goed functioneren. P&O zorgt
voor een goede werkomgeving waarin elke ambtenaar zich permanent kan ontwikkelen
en houdt zich dus onder andere bezig met opleiding, rekrutering en verloning. (3) De
FOD Budget en Beheerscontrole (B&B) staat de regering bij in de uitwerking, opvol-
ging en uitvoering van het begrotingsbeleid. Daarbij houdt de FOD rekening met de
internationale verplichtingen van België en het institutionele kader van de federale staat.
De FOD Informatie- en Communicatietechnologie (Fedict) initieert, ontwikkelt en bege-
leidt e-governmentprojecten voor de federale overheid. Fedict stimuleert ook het – goed
– gebruik van pc en internet. (4) De FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en
heeft als actieterrein de buitenlandse betrekkingen van België. Het netwerk van Buiten-
landse Zaken omvat een 130-tal ambassades, consulaten en vertegenwoordigingen in het
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 21
I. De FOD Binnenlandse Zaken heeft als opdracht het voorbereiden en
uitvoeren/implementeren van het beleid van de federale minister van
Binnenlandse Zaken in de volgende domeinen: politionele en civiele vei-
ligheid, crisisbeheer, vreemdelingenbeleid, registratie en identificatie van
natuurlijke personen en beheer van de institutionele en reglementaire as-
pecten en van de uitoefening van democratische rechten. In het kader van
deze FOD wordt (I.1.) de Algemene Directie Preventie en Veiligheid (VPS)
en (I.2.) het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) als be-
langrijke inspectiediensten besproken.
II. De FOD Financiën int en beheert jaarlijks ongeveer 70 miljard euro
aan belastingen. Hiermee wordt het grootste deel van de overheidsuitgaven
betaald. De FOD Financiën streeft een zo groot mogelijke fiscale rechtvaar-
digheid na. Daarnaast voldoet de overheidsdienst aan een aantal collectieve
behoeften: hij controleert bijvoorbeeld goederen en waarborgt rechtsze-
kerheid bij de transactie van onroerende goederen. In het kader van deze
FOD wordt (II.1.) de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
(AAD&A) en (II.2.) de Bijzondere Belastingsinspectie (BBI) besproken.
III. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) waar-
borgt het evenwicht tussen werknemers en werkgevers in hun arbeidsver-
houding. Hij verzekert de bescherming en promotie van het welzijn en
de diversiteit op het werk. Deze FOD bundelt een aantal belangrijke in-
spectiediensten. We bespreken (III.1.) de Algemene Directie Toezicht op
de Sociale Wetten (TSW), (III.2.) de Algemene Directie Toezicht Welzijn op
het Werk (TWW), en (III.3.) de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
IV. De FOD Sociale Zekerheid (RSZ) bevindt zich in het middelpunt van
alle wetgeving die bijdraagt tot een betere sociale bescherming van de
burgers. Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn sociale rechten op een correcte
manier kan laten gelden en streeft naar de instandhouding van een zowel
doeltreffend als rechtvaardig solidariteitssysteem. In dit kader bespreken
we de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (IV.1.) en de Sociale Inspectie
(SI).
V. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmi-
lieu is belast met de voorbereiding en uitvoering van het beleid op het vlak
van volksgezondheid (financiering van verzorgingsinstellingen, organisa-
tie van gezondheidszorgberoepen, dringende medische hulp, overlegorga-
nen). Ook bereidt de FOD de uitvoering van het beleid voor met betrekking
buitenland en in België, die vanuit het hoofdbestuur in Brussel worden aangestuurd. (5)
De FOD Justitie speelt een actieve rol in de wetgevende, uitvoerende en de rechterlijke
macht. Via zijn opdrachten als rechtskundig adviseur, als ondersteunende factor van
het gerechtelijk apparaat en bij de uitvoering van straffen, werkt de FOD mee aan een
harmonieuzere relatie tussen de burger en Justitie.
maklu
Paul Ponsaers
22 Maklu
tot de voedselveiligheid en de bescherming van de volksgezondheid en het
leefmilieu (normalisatie van producten, controle van cosmetica en tabak,
welzijn van dieren, duurzame productie en consumptie). In het kader van
deze FOD wordt (V.1.) het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de
Voedselketen (FAVV) en (V.2.) het Federaal Agentschap voor Geneesmid-
delen en Gezondheidsproducten (FAGG) besproken.
VI. De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie is er om de eco-
nomie te bevorderen. Om dat doel te bereiken, neemt de FOD actief en
efficiënt deel aan de beheersing van het algemeen normatief kader van de
economische en monetaire unie van ons land. Hier belichten we in eerste
instantie (VI.1.) de Algemene Directie Economische Inspectie en (VI.2.)
het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid.
VII. De FOD Mobiliteit en Vervoer bereidt de federale mobiliteitspolitiek
voor en voert haar uit. De FOD concentreert zich daarbij op veiligheid,
leefomgeving, concurrentie, maatschappelijke behoeften en een optima-
le integratie van alle transportmodi. We bespreken hier achtereenvolgens
(VII.1.) het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV), (VII.2.) het Directo-
raat-generaal Maritiem Vervoer (DGMV), (VII.3.) het Directoraat-generaal
Wegvervoer en Verkeersveiligheid (DGWVVV), (VII.4.) het Directoraat-ge-
neraal Spoorvervoer, (VII.5.) het Belgisch Instituut voor Postdiensten en
Telecommunicatie (BIPT).
De term ‘bijzondere inspectiedienst’ verwijst naar het bijzonder terrein
waarop deze diensten actief zijn. Het gaat als het ware om ‘speciale poli-
ties’, die over een beperkte politiebevoegdheid beschikken, met name ‘be-
perkt’ en dus ‘bijzonder’, tot het beleidsdomein waarop zij werkzaam zijn.
Overeenkomstig de geldende rechtsleer zijn deze inspectiediensten dus
bijzonder enerzijds door de materie waarop ze toezicht houden, anderzijds
eveneens door het specifieke territorium of de personen waarop ze hun
controle uitoefenen.
Het is duidelijk dat een BID altijd in rechtstreeks verband staat met (bijzon-
der) strafrecht en dus met het opsporen van inbreuken (en het opstellen
van processen-verbaal), d.w.z. met taken van gerechtelijke politie. Dezelf-
de redenering kan mutatis mutandis worden gevolgd voor de opdrachten
en taken van bestuurlijke politie, meer bepaald inzake toezicht, preventie,
bijsturing, raadgeving en ontrading, enz., die moeten worden uitgevoerd
door die diensten of ambtenaren (Shapland & Ponsaers, 2009).
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 23
Gewestelijke Bijzondere Inspectiediensten
Niet enkel de federale regering beschikt immers over bijzondere inspec-
tiediensten, maar ook de regionale regeringen, soms zelfs de provincie-,
tot zelfs de stadsbesturen (Peeters et al., 2006). Hierna benoemen we er
een aantal, bij wijze van illustratie, zonder deze uitvoerig verder te bespre-
ken. Hierbij wordt in gedachten gehouden dat de Vlaamse regering haar
werkzaamheden structureert volgens zgn. ‘beleidsdomeinen’. (Consulteer in
dit verband: Deben et al., 2009). Beleidsdomeinen bestaan uit een verza-
meling van samenhangende bevoegdheden of beleidsvelden. De meeste
beleidsdomeinen hebben dezelfde structuur. In principe is er per beleids-
domein één minister bevoegd, maar één minister kan wel verschillende
beleidsdomeinen aansturen en opvolgen. Een beleidsdomein bestaat uit
het departement, dat de beleidsvoorbereiding en de beleidsondersteuning
verzorgt, en verschillende verzelfstandigde agentschappen. Die zijn voor-
namelijk verantwoordelijk voor beleidsuitvoerende taken1. Er bestaan op
dit ogenblik 11 beleidsdomeinen2.
1. Beleidsdomein Financiën en Begroting (FB)
Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management – Be-
lastingdienst voor Vlaanderen: Dienst Kijk- en Luistergeld. Deze belasting
is sinds korte tijd toegewezen aan de gewesten. De gemeenschappen ont-
vangen voortaan een dotatie ter compensatie voor kijk- en luistergeld. Het
Vlaams gewest heeft de aanslagvoet op nul gezet sinds 2001. Daardoor
hoeft men in Vlaanderen geen kijk- en luistergeld meer te betalen. Hier-
door is de inspectiematerie in onbruik geraakt.
2. Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn. De inspecteurs van de
Afdeling Inspectie en Toezicht inspecteren alle welzijnsdiensten die door de
administratie gezin en maatschappelijk welzijn worden erkend en/of ge-
subsidieerd. De bevoegdheid van de afdeling inspectie en toezicht start bij
1 Het organisatiemodel van Beter Bestuurlijk Beleid (BBB), de grootschalige reorganisatie
waarbij de Vlaamse overheid in 2006 een nieuwe organisatiestructuur kreeg, gaat uit van
een zekere taakverdeling tussen departement en agentschappen. Dit neemt niet weg dat
departementen en agentschappen ook nauw moeten samenwerken: het departement be-
trekt de agentschappen bij de beleidsvoorbereiding en -evaluatie en toetst de beleidsvoor-
nemens bij hen af. De agentschappen leveren beleidsgerichte input vanuit hun taakstel-
ling inzake beleidsuitvoering. Inzake monitoring en opvolging van de beleidsuitvoering
steunt het departement ook op de periodieke informatieverstrekking en rapportering van
de agentschappen.
2 De Beleidsdomeinen LNE en RWO zijn in fusie en vormen samen het Beleidsdomein
‘Omgeving’.
maklu
Paul Ponsaers
24 Maklu
de inspectieopdracht en eindigt bij het overmaken van het inspectierapport
aan de afdeling welzijnszorg die de erkenningsprocedure volledig auto-
noom afwerkt. Naast de rustoorderkenning bestaat er ook de erkenning
als rust- en verzorgingstehuis (RVT). Deze erkenning wordt verleend door
de administratie gezondheidszorg, meer precies door de afdeling verzor-
gingsvoorzieningen van deze administratie. Ook de RVT-inspectie situeert
zich in dezelfde gezondheidsadministratie. Tussen beide inspectiediensten
(administratie welzijnszorg en administratie gezondheidszorg) groeide er
een intense samenwerking waardoor reeds vele erkenningsinspecties door
beide inspectiediensten samen worden gepland en uitgevoerd. De inspec-
teurs bezoeken inrichtingen en nemen kennis van alle stukken en beschei-
den die noodzakelijk zijn in de uitoefening van hun ambt. De inspecteurs
kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het te-
gendeel.
De Afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg inspecteert, erkent en
subsidieert de centra en de equipes voor medisch schooltoezicht en de cen-
tra voor opsporing van metabole aandoeningen bij pasgeborenen. Ze erkent
de teams voor thuisverpleging en de diensten medisch toezicht binnen de
diensten voor preventie en bescherming op het werk. Daarnaast erkent en
subsidieert ze ook de palliatieve netwerken. Verder houdt ze toezicht op het
medisch verantwoord karakter van de sportbeoefening door dopingcontro-
les en door het treffen van preventieve maatregelen. Ze erkent en vergoedt
toezichthoudende artsen, controleartsen en keuringartsen, subsidieert en
erkent keuringscentra en controlelaboratoria. Inspecteurs kunnen een
proces-verbaal opmaken met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
De ambtenaren mogen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen,
alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te ver-
gewissen dat de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Ze mogen in de
uitoefening van hun ambt de bijstand van politie vorderen. De wet voorziet
geen mogelijkheden inzake het opleggen van administratieve geldboetes.
3. Beleidsdomein Leefmilieu, Natuur & Energie
1
(LNE)
In het kader van het Milieuvergunningsdecreet en Vlarem I oefenen de
toezichthoudende ambtenaren van de afdeling Milieu-inspectie (MI) toezicht
uit op de hinderlijke inrichtingen van klasse 1 en hoog toezicht op de in-
1 In 2007 keurde het Vlaams Parlement het Milieuhandhavingsdecreet goed. Dit decreet
werd in het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (het DABM)
ingevoegd en vormt nu het onderdeel ‘Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen’.
Het Milieuhandhavingsdecreet bevat drie belangrijke innovaties en doelstellingen: (1)
het harmoniseren van de regels inzake het toezicht, de sancties en veiligheidsmaatrege-
len bij milieuschendingen; (2) het realiseren van een gecoördineerd milieuhandhavings-
beleid (oprichting Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving) en de opmaak van
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 25
richtingen van klasse 2 en 3. Die bevoegdheid wordt nog aangevuld met
toezichtsbevoegdheden uit meerdere aanverwante milieuhygiënewetgevin-
gen. De afdeling Milieu-inspectie is sedert 2001 ook de bevoegde instan-
tie voor het Vlaamse gewest in het kader van het Samenwerkingsakkoord
tussen de gewesten betreffende de beheersing van de gevaren van zware
ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De MI speelt ook een
sleutelrol in het ketentoezicht op afvalstoffen. De MI streeft voortdurend
naar een verhoging van de kwaliteit van de handhaving. Naast de MI zijn
er ook vele andere actoren betrokken bij de handhaving van de milieuhygi-
enewetgeving. Daarbij o.a. de burgemeesters, de door de gemeenten aan-
gewezen agenten van de lokale politie en technische ambtenaren van de
gemeenten die in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs, de afdeling
Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen (AL-
BON), de afdeling Toezicht Volksgezondheid (TOVO) van het Agentschap
Zorg en Gezondheid, de reguliere politiediensten (Federale en Lokale Poli-
tie) en de gerechtelijke instanties. Elke actor heeft zijn eigen rol, opdracht
en inbreng.
Met het vernieuwingsproject Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) in 2006 werd
AMINAL vervangen door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
(LNE). Twee voormalige AMINAL-afdelingen vormen nu een zelfstandige
entiteit: het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). ANB is een agentschap
van de Vlaamse overheid dat ijvert voor het behoud, de bescherming en de
ontwikkeling van natuurgebieden, bossen en parken in Vlaanderen. Het
ANB kijkt het toe op de naleving van bosdecreet, jachtdecreet, milieuhand-
havingsdecreet, natuurbehoudswet, natuurdecreet, riviervisserijwet en
aanverwante wetgeving. Via een centraal examen werft het ANB erkende
natuurinspecteurs en boswachters aan. Beëdigde ambtenaren beschikken
over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, doch enkel voor
het grondgebied waarvoor zij bevoegd zijn en enkel voor het opsporen van
wanbedrijven en overtredingen tegen land- en boseigendommen. Zij kun-
nen een beroep doen op de openbare macht. Zij mogen dag en nacht alle
inrichtingen betreden wanneer zij kunnen aannemen dat er overtredingen
worden gepleegd. De ambtenaren kunnen bij het vervullen van hun op-
dracht de hulp en bijstand van de gemeenteoverheid vorderen. Zij mogen
elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook alle inlichtingen
inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelij-
handhavingsrapporten en programma’s; (3) een uniforme bestuurlijke handhaving door
het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke geldboetes.
Vier instanties voeren deze doelstellingen uit, met name de afdeling Milieu-inspectie
(MI); de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (AMMC) binnen het
Departement LNE; het Milieuhandhavingscollege (MHHC), sinds 2015 opgenomen in
de nieuwe Dienst van de bestuursrechtcolleges (DBRC) binnen het departement Be-
stuurszaken; de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, die in 2014 werd omge-
vormd tot de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM).
maklu
Paul Ponsaers
26 Maklu
ke bepalingen worden nageleefd. Ze mogen voertuigen ophouden en hun
lading controleren. Ze zijn bevoegd monsters te nemen.
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) is een openbare in-
stelling. OVAM is verantwoordelijk voor een kwaliteitsvol en efficiënt af-
val-, materialen- en bodembeheer in Vlaanderen sinds 1981. Inspecteurs
van OVAM zijn bevoegd tot het opstellen van een proces-verbaal met be-
wijswaarde tot het bewijs van het tegendeel. Zij mogen op elk ogenblik
van de dag of nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnen gaan
in alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, lokalen en werkplaatsen
waar afvalstoffen worden opgeslagen of verwijderd, alsook vrij alle gron-
den betreden waar indicaties zijn dat bodemverontreiniging aanwezig is
of waar een bodemsanering wordt uitgevoerd. Tot de bewoonde lokalen
hebben zij slechts toegang met toestemming van de politierechter. Zij mo-
gen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook inlichtingen
inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelij-
ke bepalingen worden nageleefd. Zij kunnen de bijstand van de politie, van
andere overheidsinstellingen, ondernemingen of deskundigen vorderen.
OVAM kan personen aanmanen zijn verplichtingen na te leven binnen
een bepaalde termijn. Geeft deze aan de aanmaning geen gevolg, dan kan
men ambtshalve in zijn plaats optreden. OVAM kan ambtshalve overgaan
tot bodemsanering. Indien bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar
vormt, dan kan zij veiligheidsmaatregelen treffen.
De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) maakt als Extern Verzelfstandigd
Agentschap (EVA) deel uit van het beleidsdomein LNE. De Mestbank van
de VLM registreert jaarlijks de kerngegevens van de Vlaamse landbouwbe-
drijven1. Inspecteurs zijn bevoegd tot het opstellen van een proces-verbaal
met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij kunnen mondelinge of
schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. De ambtena-
ren kunnen een administratieve geldboete opleggen. Zij mogen elk onder-
zoek, elke controle en enquête instellen en alle inlichtingen inwinnen die
zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelijke bepalingen
worden nageleefd. Zij mogen monsters nemen van meststoffen met het
oog op de analyse ervan. Zij mogen op elk ogenblik van de dag of nacht, na
aanmelding en mits naleving van de sanitaire voorschriften, vrij binnen-
gaan in alle bedrijfslokalen zoals stallen, schuren, opslagplaatsen … Tot de
ruimten die als woning dienen hebben zij slecht toegang mits machtiging
1 De Mestbank is o.m. verantwoordelijk voor de controle en het toezicht op de wetgeving.
Deze taken betreffen voornamelijk de controle op het binnenkomen en de volledigheid
van de aangiften, de behandeling van de aanvraag tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf,
de opvolging van de dossiers inzake administratieve geldboetes, de controle op de mest-
verhandelingen, de naleving van de vervoerreglementering door de erkende mestvoer-
ders en de terreincontroles.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 27
van de onderzoeksrechter. Zij kunnen in de uitoefening van hun ambt de
bijstand van de politie vorderen.
4. Beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE)
De Afdeling Toezicht en Handhaving controleert het juiste gebruik van de
door het agentschap toegekende subsidies en steun in het kader van werk-
gelegenheidsbeleid en sociale economie1. Zij controleert het bezit van de
juiste arbeidskaarten voor migranten die voor Vlaamse werkgevers werken
en controleert of de voorwaarden vervuld zijn voor de bureaus voor arbeids-
bemiddeling die zijn erkend door het agentschap. De dienst voert toezichts-
en controleopdrachten uit met betrekking tot werkgelegenheidsprojecten,
de bureaus voor private arbeidsbemiddeling, de uitgereikte arbeidskaarten
en -vergunningen en de goedgekeurde Europees Sociaal Fonds projecten.
Ook de voortgangscontrole voor het gebruik van de talen in sociale be-
trekkingen behoort tot hun takenpakket. De inspecteurs van de afdeling
voeren controles uit met betrekking tot de materies waarvoor de afdeling
bevoegd is; verstrekken informatie aan werkgevers en werknemers; bren-
gen advies uit en stellen administratieve maatregelen voor; stellen proces-
sen-verbaal van waarschuwing op, bepalen de termijnen waarbinnen ver-
plichtingen moeten worden nagekomen, verbaliseren (met bewijswaarde
tot bewijs van het tegendeel) en spelen gegevens door aan het parket. Hun
optreden kan aanleiding geven tot een administratieve geldboete. Zij mo-
gen maatregelen voorschrijven met als doel risico’s uit te schakelen. Zij
kunnen tijdelijk of definitief verbieden dat een lokaal, een werkplek of ge-
vaarlijke machines of installaties worden gebruikt en dat bepaalde fabrica-
geprocedés worden toegepast. Bij onmiddellijk gevaar kunnen zij iedere
werkplek laten ontruimen. Ze beschikken over andere bijzondere bevoegd-
heden, gelijkend op deze van hun federale sociale inspecteurs (zie infra).
5. Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
Waterwegen en Zeekanaal NV is een extern verzelfstandigd agentschap van
de Vlaamse overheid, bevoegd voor het beheer van de waterwegen in cen-
traal en westelijk Vlaanderen2. Waterwegen en Zeekanaal NV stimuleert
1 De bevoegdheden van deze Vlaamse inspectiedienst worden niet geregeld door het So-
ciaal Strafwetboek maar wel door het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van
de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de
sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse
Gewest bevoegd zijn. Net zoals de federale sociaal inspecteurs beschikken de inspecteurs
van de Vlaamse inspectiedienst over een grote beoordelingsbevoegdheid. Hun bevoegd-
heden zijn tot op zekere hoogte voorts vrij gelijklopend.
2 De huidige structuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Waterwegen en
Zeekanaal ontstond in 2005, als fusie van de vroegere NV Zeekanaal en Watergebonden
maklu
Paul Ponsaers
28 Maklu
het multifunctioneel gebruik van de waterweg. Zij beheert waterwegen en
gronden met aandacht voor alle belanghebbenden namelijk zowel com-
merciële geïnteresseerden (concessionarissen, schipperij …) als recreanten,
overheden op diverse niveaus en andere groeperingen. Ook het verzekeren
van de veiligheid en in het bijzonder het beheersen van het overstromings-
risico is een belangrijke uitdaging. Sommige mensen werkzaam in ver-
schillende afdelingen van de Waterwegen en Zeekanaal mogen proces-ver-
baal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij mogen
op elk ogenblik van de dag of nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij
binnen gaan in alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, lokalen en
werkplaatsen waar afvalstoffen worden opgeslagen. Tot de bewoonde lo-
kalen hebben zij slechts toegang met toestemming van de politierechter.
Zij mogen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook in-
lichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat
de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Zij kunnen de bijstand van de
politie vorderen.
6. Beleidsdomein Ruimtelijk Ordening – Woonbeleid – Onroerend
Erfgoed (RWO)
Het Agentschap Inspectie RWO ziet via verschillende handhavingsinstru-
menten toe op de naleving van de reglementering betreffende (sociale)
huisvesting, ruimtelijke ordening, de verhuring van kamers en woningen,
de monumenten en landschappen, het archeologisch patrimonium en het
varend erfgoed. Bij inbreuken kan het preventief of correctief optreden.
Het agentschap telt twee afdelingen.
(1) De Afdeling Inspectie (ook wel Bouwinspectie genoemd) treedt straf-
rechtelijk en administratief op tegen bouwovertredingen; inbreuken op de
wooncode en het kamerdecreet; inbreuken op de decreet- en regelgeving
inzake onroerend erfgoed (monumenten, stads- en dorpsgezichten, land-
schappen, het archeologisch patrimonium en varend erfgoed). De Afde-
ling Inspectie RWO heeft een kantoor in elke provincie dat als eerste aan-
spreekpunt geldt voor meldingen inzake de bovenstaande overtredingen
en inbreuken. Inspecteurs van de afdeling kunnen proces-verbaal opstellen
met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij kunnen een herstelvor-
dering indienen bij het parket door middel van een gewone brief1 en een
Grondbeheer Vlaanderen en de administratie Waterwegen en Zeewezen.
1 Wanneer de overtreder vrijwillig de opgelegde herstelmaatregel uitvoert, moet hij dit
onmiddellijk melden aan de stedenbouwkundige inspecteur, welke vervolgens een pro-
ces-verbaal van vaststelling als bewijs van het herstel opmaakt. Wordt de herstelmaatre-
gel niet binnen de vooropgestelde termijn uitgevoerd, dan wordt ambtshalve voorzien in
de uitvoering ervan.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 29
administratieve geldboete opleggen1. In bepaalde gevallen kan de steden-
bouwkundige inspecteur een vergelijk treffen met de overtreder mits hij
een transactiesom betaalt en een regularisatievergunning aanvraagt.
(2) De Afdeling Toezicht van het agentschap Inspectie RWO waakt erover dat
de externe sociale huisvestingsactoren handelen conform de wetgeving en
de beginselen van behoorlijk bestuur. Met behulp van haar toezichthouders
ziet zij toe op hun werking en activiteiten, in het bijzonder op de toewijzing
van hun gesubsidieerde woningen. De actoren waarop dat toezicht wordt
uitgeoefend zijn: de sociale woonorganisaties2; het Vlaams Huurdersplat-
form, de erkende sociale kredietmaatschappijen, Vlabinvest, de gemeen-
ten, OCMW’s en intercommunales. Tevens ziet zij er door middel van een
georganiseerde controle op toe dat de begunstigden de gewestelijke sub-
sidies en tegemoetkomingen met betrekking tot huisvesting aanwenden
voor de doeleinden waarvoor ze worden toegekend. Tot slot kan de toezicht-
houder administratieve en strafrechtelijke sancties opleggen aan huurders
van sociale huurwoningen.
De bevoegdheden van inspectiediensten
Om hun takenpakket ten volle te kunnen vervullen en hun bevoegdheden
op doeltreffende wijze te kunnen uitoefenen, zijn de ambtenaren van de
BID’s soms bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke po-
litie of impliciet met de hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie,
belast met de opsporing van inbreuken en de vastlegging ervan in proces-
sen-verbaal.
De controlebevoegdheden van de ‘bijzondere inspectiediensten’ zijn erg
ruim. In verschillende opzichten hebben ze veel weg van de bevoegdheden
van de reguliere politiemensen actief in de opsporing, zelfs van reguliere
politiemensen actief op bestuurlijk domein. Soms zijn de bevoegdheden
van leden van BID’s zelfs ruimer dan deze van reguliere politieambtena-
ren. Ter illustratie kunnen de volgende bevoegdheden worden aangehaald:
het betreden van plaatsen; het verrichten van huiszoekingen; het in beslag
nemen van voorwerpen; het inwinnen van inlichtingen; het ter inzage vra-
gen van documenten; het opnemen van verklaringen of getuigenissen; het
uitvoeren van fouilles; het opstellen van processen-verbaal (hetgeen meest-
al bewijswaarde heeft tot bewijs van het tegendeel); e.d.
1 De administratieve geldboete moet binnen de zestig dagen na kennisgeving van de be-
slissing worden betaald. Gebeurt dit niet, dan vaardigt de met de invordering belaste
ambtenaar een dwangbevel uit.
2 De sociale huisvestingsmaatschappijen, de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen,
het Vlaams Woningfonds en de erkende huurdiensten.
maklu
Paul Ponsaers
30 Maklu
Het merendeel van deze diensten is niet gemachtigd om geweld of dwang-
middelen te gebruiken, in tegenstelling tot de reguliere politie. Niettemin
kunnen leden van BID’s (onrechtstreeks) geweld hanteren door de sterke
arm van de politie te vorderen. Deze bevoegdheid is zeker niet toegekend
aan alle Belgische openbare besturen of diensten en onderscheidt dus de
meeste bijzondere inspectiediensten van gewone besturen, die niet bekleed
zijn met opdrachten van politie.
Afgezien van de meer uitgebreide bevoegdheden die zijn toegekend aan
de officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des
Konings, werd de hoedanigheid van agent of officier van gerechtelijke po-
litie belangrijk bevonden in het raam van verschillende bijzondere wetten,
onder meer gezien het bijzondere toezicht vanwege de procureur-generaal
bij het hof van beroep dat met deze hoedanigheid gepaard gaat. Degene
die dergelijke hoedanigheid bezit, staat dus duidelijk in verhouding tot het
openbaar ministerie. Bepaalde inspecteurs zijn houder van een machti-
ging, hoewel ze niet bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van ge-
rechtelijke politie, maar kunnen ook bevoegdheden uitoefenen die hen zijn
toegekend onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd
hun ondergeschiktheid aan hun oversten binnen het bestuur. Met betrek-
king tot deze personen, kan men dus zonder twijfel spreken van agenten
van gerechtelijke politie.
Met betrekking tot de officieren van gerechtelijke politie, zijn de doctrine en
de jurisprudentie het er over het algemeen over eens dat deze hoedanig-
heid enkel wordt toegekend aan personen die bekleed zijn met een ambt en
wanneer een wettelijke bepaling dat uitdrukkelijk voorziet. Meer algemeen
gesproken komt uit de handboeken inzake strafprocesrecht naar voor dat
de eis die de rechtspraak stelt inzake de toekenning van de hoedanigheid
van officier van gerechtelijke politie, niet opgaat voor agenten van gerech-
telijke politie. Een aantal belangrijke bijzondere wetten belasten bepaalde
ambtenaren van BID’s met gerechtelijke opdrachten, zonder hen echter
expliciet de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie te verlenen.
In dat geval worden zij echter dus wel degelijk beschouwd als agenten van
gerechtelijke politie. Men kan er derhalve van uitgaan dat, wanneer amb-
tenaren van BID’s gelast zijn met een opdracht van gerechtelijke politie
(hetgeen meestal het geval is) en zij gemachtigd zijn om proces-verbaal op
te stellen, maar niet expliciet de hoedanigheid van officier van gerechtelijke
politie toebedeeld krijgen, ze sowieso agent van gerechtelijke politie zijn.
Een soortgelijke redenering zou kunnen worden ontwikkeld voor de hoe-
danigheid van agent van bestuurlijke politie. Op basis hiervan kunnen we
samenvattend stellen dat de operationele leden van de BID’s of leden die
op het terrein werken of er inspecties of controles uitvoeren, officieren of
agenten van gerechtelijke politie zijn (De Baets et al., 2003).
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 31
Bron: Ponsaers & Hoogenboom, 2004; Ponsaers, 2006.
Figuur 2: Vergelijking tussen Bijzondere Inspectiediensten en Reguliere Politie
Onderstaand bespreken we de diverse grote inspectiediensten, zonder hier-
bij de ambitie te koesteren hierbij volledig te zijn.
1. FOD Binnenlandse Zaken1
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is onder meer verant-
woordelijk voor de inschrijving en identificatie van natuurlijke personen,
het vreemdelingenbeleid, de openbare orde, veiligheid en preventie en cri-
sisbeheer. De FOD Binnenlandse Zaken bevat een aantal BID’s die zich
strikt genomen niet meteen in ons belangstellingsveld situeren.
Zo is de FOD Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het functioneren
van de zgn. ‘rallycommissie’, die het daglicht zag in 1997. Deze commissie
is belast met inspecties ter plaatse, vóór en tijdens de wedstrijd of competi-
tie. De inspecties worden verricht door de arrondissementcommissarissen,
leden van de commissie, elk voor zijn ambtsgebied. De wet verbiedt rally’s
(sportwedstrijden voor auto’s) die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg
1 Zie: http://www.ibz.be/news/nl/default.shtml
maklu
Paul Ponsaers
32 Maklu
plaatshebben, tenzij er een voorafgaande en schriftelijke toelating van de
burgemeester verkregen is. De bevoegdheid van de ‘rallycommissie’ is uit-
sluitend administratief van aard.
De daartoe door de minister van Binnenlandse Zaken gemachtigde amb-
tenaren van de regionale afvaardiging van het Rijksregister kunnen: (1) ter
plaatse onderzoek uitvoeren in verband met de moeilijkheden en betwis-
tingen betreffende de bepaling van de hoofdverblijfplaats en betreffende
de maatregelen tot ambtshalve afvoering en inschrijving1, (2) de registers
inspecteren en de instructies betreffende de veranderingen van verblijf-
plaats aanvullen. De bevoegdheid van genoemde ambtenaren is eveneens
uitsluitend administratief van aard.
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) is een adviserende instelling,
die door de wetgever is opgericht om te waken over de toepassing van de
taalwetten in bestuurszaken. De VCT is bevoegd om een onderzoek in
te stellen over alle overtredingen van de bestuurlijke taalwetgeving in de
overheidsdiensten van het rijk, de gemeenschappen en gewesten, de pro-
vincies en de gemeenten en alle daarmee gelijkgestelde instellingen. De
FOD Binnenlandse Zaken verleent administratieve ondersteuning aan de
VCT. De VCT kan op eigen initiatief in de verschillende openbare diensten
onderzoeken instellen in verband met de naleving van de bestuurstaalwet.
Verder heeft de VCT de mogelijkheid een annulatieberoep in te stellen
tegen bestuurshandelingen. De leden van de VCT zijn geen ambtenaren,
maar worden benoemd door de Koning, op voordracht van respectievelijk
het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en het
Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. De bevoegdheid van de com-
missie is uitsluitend adviserend van aard.
De brandweerinspectie is belast met de inspectie van de brandweerdiensten,
in toepassing van de wet betreffende de civiele bescherming. Tot deze in-
spectie behoort de controle, op stukken en ter plaatse, op de toepassing van
de wets- en verordeningsbepalingen en op de uitvoering van maatregelen
inzake brandvoorkoming en -bestrijding. De brandweerinspectie doet met
haar verslagen een louter administratieve controle.
1 In toepassing van artikels 21 en 22 van het KB van 16/07/1992 betreffende de bevolkings-
registers en het vreemdelingenregister.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 33
1.1. Algemene Directie Preventie en Veiligheid (VPS)
1
De Algemene Directie Veiligheid en Preventie is één van de vijf algemene
directies van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De hoofd-
taak van het VPS is het bijdragen tot het bevorderen van de veiligheid van
de burgers. Dit gebeurt onder meer door toezicht te houden op de correcte
naleving van een aantal specifieke wetten en in geval van inbreuken sanc-
ties op te leggen. Het toezicht heeft betrekking op 4 sectoren in de private
veiligheid:
(1) Bewaking omvat allerhande soorten toezicht op bescherming van goe-
deren en personen. Er zijn acht grote soorten: bewaking van goederen,
bescherming van personen, waardevervoer, beheer alarmcentrales, per-
soonscontrole, vaststelling van de toestand van goederen, verkeersbegelei-
ding en begeleiding van uitzonderlijke voertuigen. Er zijn verscheidene or-
ganisatievormen waaronder deze bewaking kan georganiseerd worden: de
bewakingsonderneming, de interne bewakingsdienst, de veiligheidsdienst,
het vrijwilligersregime, de maritieme veiligheidsonderneming en de werk-
nemers van concessiehouders.
(2) Beveiliging heeft betrekking op het materiaal dat gebruikt wordt om mis-
drijven te voorkomen of vast te stellen. Het kan gaan om mechanisch ma-
teriaal zoals deursloten, inbraakwerende materialen, gepantserde koffers,
maar ook om elektronisch materiaal zoals alarmsystemen, systemen voor
videobewaking, e.d. Dit materiaal kan aangewend worden voor het beveili-
gen van gebouwen, maar ook van wagens, vaartuigen en bijvoorbeeld con-
tainers. De verkoop of het verspreiden van materiaal is niet aan wettelijke
regels onderworpen. Deze markt is dus vrij. Sommige activiteiten zijn ech-
ter wettelijk geregeld.
(3) De private opsporing omvat allerhande terreinen zoals het opsporen van
verdwenen personen of gestolen goederen. Maar ook het inzamelen van
allerhande informatie over personen: het gedrag, de vermogenstoestand,
de moraliteit of nog de burgerlijke stand wordt als opsporing beschouwd.
Dit is ook het geval voor het verzamelen van bewijsmateriaal of het vaststel-
len van feiten teneinde een conflict te beslechten. Wie private opsporing
verricht wordt wettelijk beschouwd als een privédetective, ook al gebruikt
hij die naam niet bij het uitoefenen van zijn job. Experts, verzekeringsin-
specteurs, speurders die werken voor incassokantoren. Het zijn allen pri-
védetectives.
1 Waterloolaan 76 - 1000 Brussel – tel: 02/557.33.66. Zie: http://www.besafe.be | http://
www.vigilis.be; Jaarverslag: http://ibz.be/download/Activiteitenverslag_2013/jaarver-
slag%202013_NL_web.pdf; E-mail: vps@ibz.fgov.be
maklu
Paul Ponsaers
34 Maklu
(4) De sector van het veiligheidsadvies is veelomvattend. Er wordt gedacht
aan het analyseren van veiligheidsproblemen en veiligheidsrisico’s; het
verrichten van doorlichtingen (audits) teneinde veiligheidsmaatregelen te
nemen of te verbeteren; het ontwerpen, uitwerken en evalueren van vei-
ligheidsconcepten, -strategieën en -plannen; het begeleiden bij de imple-
mentatie en realisatie van deze concepten en het plannen, ontwerpen en
organiseren van trainingen op veiligheidsgebied.
De wet van 10 april 1990 ‘tot regeling van de private en bijzondere veilig-
heid’ en haar uitvoeringsbesluiten regelen ondermeer de voorwaarden voor
vergunning of erkenning en uitoefeningsvoorwaarden voor personen die
activiteiten wensen uit te voeren binnen de sectoren van de private bewa-
king, beveiliging, veiligheidsadvies, opleidingsinstellingen en veiligheids-
diensten. Bovendien bepaalt ze ook de controle op de sector en de sancties
voor inbreuken hierop. De VPS heeft een analoge opdracht in het kader van
de wet van 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privédetective. In
het kader van genoemde wetten werden bij KB de ambtenaren en agenten
van Binnenlandse Zaken aangeduid, die gemachtigd zijn om er toezicht op
te houden. Een nieuw KB van 11 september 2014 verleent deze machtiging
aan: (1) de ambtenaren en de agenten van de Algemene Directie Veiligheid
en Preventie bij de FOD Binnenlandse Zaken, en (2) de sociaal inspec-
teurs van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD
WASO; de Algemene Directie Sociale Inspectie van de FOD Sociale Zeker-
heid; de Algemene Directie Inspectie van de RSZ. Laatstgenoemde sociale
inspecteurs oefenen dat toezicht uit bij de uitoefening van hun opdrachten
en overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek.
De Directie Private Veiligheid van de VPS zorgt voor een strikte reglemen-
tering op de private veiligheid om de privacy en de grondrechten van de
burgers maximaal te waarborgen en beschermen. Deze directie voert in
dit kader ondermeer het administratief toezicht op de naleving van de re-
gelgeving. De Directie Controle voert zowel administratieve als terreinin-
specties uit. Ter gelegenheid daarvan stellen zij processen-verbaal op die
bewijswaarde hebben tot het bewijs van het tegendeel naar aanleiding van
vastgestelde inbreuken.
Verder hebben de aangeduide ambtenaren ten allen tijde toegang tot de
onderneming, dienst of instelling waar bewakingsactiviteiten worden uit-
geoefend (niet tot de woning) en kunnen inzage nemen van alle stukken
noodzakelijk voor controle. Ze kunnen ter plaatse de staking van handeling
bevelen die een inbreuk uitmaakt. Zij kunnen ten alle tijde de bijstand vor-
deren van de politiediensten om de ‘sterke arm’ te verlenen. De politie kan
evenwel niet gevorderd worden om vaststellingen te doen of daaraan mee
te helpen. De ambtenaren van de inspectiedienst hebben, voorafgaand aan
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 35
het veiligheidsonderzoek, toegang tot de in het centraal strafregister opge-
nomen gegevens, weze het met een aantal uitzonderingen.
De procureur des Konings beschikt over een termijn van een maand vanaf
de ontvangst van het proces-verbaal, om de kwalificatie te onderzoeken.
Indien hij meent dat hij strafrechtelijke sancties zal moeten opleggen moet
hij daarvan binnen de termijn van één maand de bevoegde ambtenaar in
kennis stellen. De rechten van verdediging zijn gewaarborgd in de admi-
nistratieve procedure en, in geval de geldboete niet betaald wordt, dient de
overheid alsnog een vordering in te leiden voor de rechtbank van eerste
aanleg. De gemachtigde ambtenaren van het VPS zijn onderworpen aan de
controle van het Comité P en hun hiërarchie.
Bepaalde inbreuken worden gesanctioneerd door strafrechtelijke geldboe-
ten, andere door administratieve geldboetes. De strafrechtelijke geldboetes
worden door een strafrechter opgelegd en worden op het strafregister ver-
meld. De administratieve geldboetes worden opgelegd door de VPS. Zij
worden niet op het strafblad vermeld. De oorspronkelijke wet van 10 april
1990 kwalificeerde de meeste inbreuken als misdrijven. De overbelaste par-
ketten beschouwden de misdrijven meestal als minder prioritair. Daarom
heeft de wetgever anno 1997 een oplossing gezocht in de depenalisering
van de meeste misdrijven.
Dit heeft tot gevolg dat de meeste inbreuken voortaan door middel van
administratieve geldboeten beteugeld worden. Strafrechtelijke sancties
worden enkel behouden voor bepaalde inbreuken, die nauw aanleunen bij
de openbare orde en raken aan de grondrechten van iedere burger, en bij-
gevolg beter in de prioriteiten, die Justitie in haar vervolgingsbeleid voor-
opstelt, kunnen gekaderd worden. Andere inbreuken worden bestraft met
een administratieve minnelijke schikking of een administratieve geldboete.
Alternatieve administratieve bevoegdheden zijn: de
administratieve waar-
schuwing; de schorsing, de inhouding en de intrekking; de vergunning/
erkenning schorsen of intrekken; het inhouden van de identificatiekaart
voor maximum 6 maanden of het intrekken ervan; en de erkenning als
opleidingsinstelling schorsen of intrekken.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij
voetbalwedstrijden en het KB van 15 juni 1999 betreffende het veiligheids-
en coördinatiebeleid naar aanleiding van voetbalwedstrijden, staan de hier-
toe aangeduide leden van de Voetbalcel van de Algemene Directie Veiligheid
en Preventie in voor de controle op de naleving van de voetbalwet, meer
specifiek wat betreft de aan de organisatoren van voetbalwedstrijden opge-
legde verplichtingen. In het kader van de uitvoering van hun controlebe-
voegdheid kunnen de betrokken ambtenaren proces-verbaal opstellen, dat
naar de club wordt gestuurd. De club moet vervolgens maatregelen treffen.
maklu
Paul Ponsaers
36 Maklu
Indien dit na 6 maanden nog niet is gebeurd, kan de voetbalcel, naar gelang
het geval, uitstel verlenen of een administratieve boete opleggen.
1.2. Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC)
1
Het FANC is een parastatale instelling van openbaar nut, die onder toe-
zicht staat van de minister van Binnenlandse Zaken. Het werd opgericht
bij wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en
van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende ge-
varen en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. In
zijn hoedanigheid van federale instelling is het FANC actief op het gehele
nationale grondgebied2. Het FANC telt zowat 150 medewerkers.
Zij controleren de nucleaire, medische en industriële installaties en hou-
den toezicht op de natuurlijke en kunstmatige straling in België. Daarnaast
behoren ook de Veiligheid en beveiliging van transporten van nucleaire en
radioactieve materialen en het lange termijn beheer van radioactief afval tot
de verantwoordelijkheden van het agentschap.
Het FANC voert daartoe verschillende taken uit: informatieverstrekking en
het verhogen van deskundigheid; controle rond vergunde installaties door
een meetnetwerk; controle op de vergunde installaties; advies en inspectie
van ioniserende transporten; het uitwerken van een kader en inspectie voor
het kernafval en de verwerking (in samenwerking met de Nationale Instel-
ling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS); ontwikkelen,
opvolgen en harmonisatie van de regelgeving; leggen van internationale
contacten; en het oplijsten van de verschillende vergunde installaties en
inrichtingen binnen de 3 klassen (Klasse 1: Kerncentrales en grote installa-
ties; Klasse 2: Ziekenhuizen en middelgrote installaties; Klasse 3: Tandart-
sen, orthodontisten en radiologen).
De leden van het departement ‘Toezicht en Controle’ van het Agentschap
hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier
aan de procureur des Konings. Ze beschikken over verbaliseringsbevoegd-
heid met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Tevens beschikken ze
over volgrecht en kunnen inbeslagnemingen doen; huiszoekingen uitvoe-
ren, aanhoudingen verrichten, en een beroep doen op de openbare macht.
1 Ravensteinstraat 36 – 1000 Brussel – tel: 02/289.21.11 – fax: 02/289.21.12. Zie: http://
www.fanc.fgov.be. Jaarverslag 2014 http://fanc.fgov.be/download/jaarverslag_2014/.
Meldpunt: meldpunt@fanc.fgov.be
2 Het FANC vervult alle opdrachten van toezicht en controle die vroeger werden uitge-
voerd door de openbare diensten, die zich bezig hielden met nucleaire veiligheid, nl. de
Administratie van de arbeidsveiligheid, met in het bijzonder de Dienst voor technische
veiligheid van kerninstallaties, van het Ministerie van arbeid en tewerkstelling, evenals
door de Dienst voor bescherming tegen ioniserende stralingen van het Ministerie van
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 37
Zij hebben steeds vrije toegang tot vervoermiddelen, fabrieken, opslag-
plaatsen, ziekenhuizen en, meer in het algemeen, tot alle inrichtingen
waar apparaten of stoffen die ioniserende stralingen kunnen verspreiden,
geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt worden. Zij kunnen de
apparaten of de stoffen die geproduceerd, vervaardigd, gehouden, vervoerd
of gebruikt worden onder voorwaarden die niet stroken met de voorschrif-
ten van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, in beslag nemen. In iden-
tieke gevallen en afgezien van eventuele rechtsvervolgingen, kunnen zij
ambtshalve alle maatregelen treffen om de bronnen van ioniserende stra-
ling die gevaar zouden kunnen opleveren voor de volksgezondheid of het
leefmilieu, onschadelijk maken. Wat betreft de vervoermiddelen en de ver-
pakkingen die niet beantwoorden aan de wettelijk vastgestelde voorschrif-
ten, kunnen zij alle vereiste spoedmaatregelen treffen, inzonderheid het
gebruik ervan verbieden, ze verzegelen en in beslag nemen. Zij kunnen
adviseren aan de vergunning verlenende instantie om een vergunning in
te trekken of te schorsen. De personeelsleden van het Agentschap die be-
last zijn met het toezicht kunnen bevelen zegels te leggen op de betwiste
installaties, voorwerpen, toestellen of stoffen of kunnen dit zelf doen. Het
Agentschap kan maatregelen treffen om de gevaarlijke bronnen onschade-
lijk te maken en hun verwijdering en hun opslag op een aangepaste plaats
bevelen. In voorkomend geval verwittigt het agentschap NIRAS.
2. FOD Financiën1
De FOD Financiën bevat een aantal inspecties die veeleer administratie-
ve bevoegdheden hebben dan gerechtelijke. De Algemene administratie van
de fiscaliteit (AAFisc) is de nieuwe benaming van de voormalige AOIF en
is een samenvoegsel van de Administratie der Directe Belastingen en de
sectie BTW van de Administratie BTW, Registratie en Domeinen. De basis
voor de controles zijn het Wetboek Inkomstenbelasting en het BTW Wet-
boek2.
AAFisc heeft wel niet meer dezelfde bevoegdheden als AOIF. AOIF was
voor zijn bevoegdheden ingeschreven naast BBI (zie later), in artikel 87 van
de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-
1980, maar is daaruit verwijderd met de Wet van 25 april 2014 tot aanpas-
sing in de fiscale wetgeving van de benamingen van de administraties van
de Federale Overheidsdienst Financiën en houdende verscheidene andere
wetswijzigingen. AAFisc ontleent nu zijn onderzoeksbevoegdheden aan
het feit dat ze ‘de administratie belast met de vestiging van de inkomsten-
1 Zie: http://financien.belgium.be/nl/
2 Zie: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_
name=wet&cn=2009120305
maklu
Paul Ponsaers
38 Maklu
belastingen’ is, of ‘administratie belast met de belasting over de toegevoeg-
de waarde’ of nog ‘administratie belast met de inning en de invordering
van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen1.
Art. 300 WIB1992 jo. art. 176 KBWIB1992 hebben altijd al toegelaten dat
ambtenaren van de directe belastingen, zelfs alleen, processen-verbaal kon-
den opstellen, in het kader van het opsporen van inbreuken op het WIB. Het
gaat daarbij om feitelijke vaststellingen, resultaten van opzoekingen, alsook
het noteren van verklaringen. Aan deze processen-verbaal was evenwel geen
bijzondere bewijswaarde verbonden en werden slechts als een gewone in-
lichting aangemerkt. Ingevolge de programmawet van 23 december 2009 is
evenwel artikel 340 WIB1992 aangevuld en hebben processen-verbaal inzake
directe belastingen dezelfde bewijskracht als inzake BTW.
Het bezoek- of visitatierecht van de ambtenaren van AAFisc, respectievelijk
vastgelegd in de artikelen 319 WIB1992 en artikel 63 WBTW, is hetzelfde
waarop de ambtenaren van BBI zich baseren. De praktijk leert wel dat de
aanwending van dit recht verschilt.
Zo is er ook de Sectie Kadaster en een Sectie Registratie en Domeinen. De
ambtenaren van deze secties beschikken niet over de hoedanigheid van
officier van gerechtelijke politie. De Sectie Kadaster is ook niet bevoegd tot
het opstellen van een proces-verbaal. Zij doet enkel kennisgevingen.
De Sectie Registratie en Domeinen beschikt dan weer wel over de bevoegd-
heid om processen-verbaal op te stellen met bewijswaarde tot bewijs van
het tegendeel en kan fiscale boetes opleggen. Deze sectie is verantwoorde-
lijk voor de controle op de toepassing van het Wetboek der registratie-, hy-
potheek-, en griffierechten met uitvoeringsbesluiten en bijzondere wetten
en het Wetboek der successierechten met uitvoeringsbesluiten.
De ambtenaren kunnen zich handboeken, inventarissen en balansen laten
voorleggen, mits uitdrukkelijke machtiging van de directeur-generaal en
indien de documenten betrekking hebben op de handelszaak. Zij zijn ge-
machtigd controleschattingen door te voeren en beschikken over de bewijs-
middelen van gemeen recht met inbegrip van getuigen en vermoedens,
maar met uitzondering van de eed.
2.1. Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AAD&A)
2
Een belangrijke categorie administratieve opsporingsambtenaren zijn de
douanebeambten, waarvan de bevoegdheid is geregeld in de Algemene
1 http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=
2014042536&table_name=wet
2 Koning Albert II-laan 33 – b37, 1030 Brussel – tel: 02/572.57.57. Publicaties: info.pub@
minfin.fed.be. Zie: http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/reorganisatie/stafdiensten.html
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 39
Wet Douane en Accijnzen (AWDA). In het licht van het stijgend aantal
misdrijven met grensoverschrijdend commercieel karakter is de rol van
de douaneambtenaren de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Een
reeks internationale verdragen hebben bovendien grensoverschrijdende
bevoegdheden aan douaneambtenaren verleend, met inbegrip van het
gebruik van zgn. bijzondere opsporingsmethoden (BOM-wetgeving). De
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen staat dan ook voor
één van de grootste uitdagingen sinds het wegvallen van de Europese bin-
nengrenzen in 1993.
De AAD&A voert onderzoek naar douane- en accijnsmisdrijven. Zo is de
algemene administratie der Douane en accijnzen verantwoordelijk voor:
de uitvoering van de federale, internationale en supranationale wetgeving
inzake douane en accijnzen; de uitvoering van de federale en gewestelijke
wetgeving betreffende de slijterijen van gegiste dranken; de uitvoering van
de wetgeving inzake ecotaksen; de uitvoering van de bepalingen van het
wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, betreffende de in-
voer en de uitvoer van goederen; een reeks tussenkomsten zoals de bestraf-
fing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten.
Aan bepaalde ambtenaren van de AAD&A kent de wet van 22 april 2003 de
hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toe. De processen-ver-
baal van de leden van de AAD&A hebben bewijswaarde tot bewijs van het
tegendeel. Ze kunnen zélf alle vorderingen wegens overtredingen, fraudes
en misdrijven inzake douane en accijnzen voor de correctionele rechtbank
brengen. De hoofdgevangenisstraf moet evenwel worden gevorderd door
het openbaar ministerie. Tevens kunnen ze transacties sluiten. Het gaat
dan om het afsluiten van overeenkomsten waarbij de administratie afziet
van een strafvervolging ten laste van de overtreder, die tegenover de admi-
nistratie de verbintenis aangaat zekere handelingen te verrichten of zich
van zekere handelingen te onthouden.
De AWDA bepaalt dat bedrijfsgebouwen steeds toegankelijk moeten zijn
voor controle door de ambtenaren van de administratie wanneer er gewerkt
wordt. Huiszoeking is daarentegen slechts mogelijk tussen 5 uur ’s mor-
gens en 9 uur ’s avonds, en slechts mits machtiging van de politierechter,
behalve wanneer die in de zgn. ‘tolkring’ gebeurt (een strook van 5 km
langs de zeekust, het grondgebied van de zee- en luchthavens en de strook
grond van 250 m daaromheen). Het Grondwettelijk Hof bevestigde dat de
In het licht van de lopende hervorming zijn nieuwe e-mailadressen gecreëerd, de oude
e-mailadressen zijn vervallen. Voor alle organisatorische aangelegenheden (personeels-
zaken, uitnodigingen voor vergaderingen, beheer van het materiaal en voertuigenpark,
verzoeken om statistieken, Parlementaire vragen, etc.): da.oo.ca@minfin.fed.be; voor
alle operationele aangelegenheden (verzoeken om inlichtingen, verzoeken om internati-
onale wederzijdse bijstand, etc.): da.oo.investigation.perma@minfin.fed.be.
maklu
Paul Ponsaers
40 Maklu
toelating van de politierechter moet worden gemotiveerd. Het Grondwette-
lijk Hof besliste tevens dat de observatie (BOM) door douaneambtenaren
onderworpen is aan de voorwaarden die daartoe zijn gesteld door het Wet-
boek van Strafvordering.
Verder kunnen de leden van de AAD&A: vorderingsmiddelen inzetten om
de inning van verschuldigde rechten efficiënt te verzekeren; goederen en
transportmiddelen visiteren; personen visiteren; documenten en boeken
inzien; monsters nemen; dwangmiddelen gebruiken (m.a.w. het opstel-
len van een proces-verbaal wegens dienstverhindering, en het gebruik
van geweld aangepast aan de omstandigheden en het transportmiddel);
vuurwapens gebruiken binnen een strook van 10 kilometer langs land- en
zeegrenzen; bijstand vorderen van een burgerlijke overheid, maar ook van
officieren van justitie en van politie; gevisiteerde goederen of documen-
ten aanhalen die de strafbaarheid van de overtreder bewijzen; overgaan tot
voorlopige aanhouding van verdachten van misdrijven waarop een gevan-
genisstraf staat.
In 2014 ondertekenden de algemene administraties van de Bijzondere Be-
lastinginspectie (AABBI, zie hierna) en de Douane en Accijnzen (AAD&A)
een samenwerkingsprotocol. Dat protocol heeft tot doel de principes en
mogelijkheden tot samenwerking te definiëren, de uitwisseling van in-
formatie te optimaliseren en een kader te creëren waarbinnen actie- en
domeingebonden contacten over gemeenschappelijke bevoegdheden kun-
nen worden gelegd. In de praktijk regelt het protocol de uitwisseling van
informatie en kennis over de nieuwe fraudetechnieken, de overdracht van
onderzoeksdossiers tussen administraties en de samenwerking op het do-
mein van de risicoanalyse. Daarnaast beoogt dat protocol ook een intensie-
ve samenwerking in de strijd tegen internetfraude en bij gerichte controles
waarvoor een specifieke samenwerking vereist is.
Naar aanleiding van het kaderakkoord van september 2012 tussen de doua-
ne en de politie, werd een gemeenschappelijke nota opgesteld om een dub-
bele investering te vermijden en om het rendement van de automatische
nummerplaatscanners te optimaliseren. Zo verstrekt de politie informatie
aan de gegevensbank van de ‘ANPR’ scanners. De AAD&A heeft op 24 juni
2014 met de politie tevens een samenwerkingsovereenkomst afgesloten die
betrekking had op de hondenbrigades.
De AAD&A en de Algemene Administratie van de Inning en de Invorde-
ring (AAII) hebben op 5 mei 2014 een protocol ondertekend om de sa-
menwerking tussen de twee diensten te verbeteren, vooral voor invorde-
ring waar er samenwerkingsvoordelen bestaan (bv. vaststelling van penale
boeten op de openbare weg).
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 41
Sinds 1 januari 2015 wordt de Algemene Administratie van de Douane &
Accijnzen (AAD&A) stapsgewijs gereorganiseerd, hetgeen moet bijdragen
tot een verbetering van de effectiviteit en de efficiëntie van de organisatie.
De Administratie Onderzoek & Opsporing (O&O), onderdeel van de
AAD&A, werd opgericht op 1 januari 2015 en is vanaf 1 april 2015 volle-
dig operationeel. O&O bestaat uit 2 componenten: één Centrale Compo-
nent O&O (vorige benaming: Nationale Opsporingsdirectie, met name de
NOD); en 11 Regionale Componenten – Teams O&O. Deze reorganisatie
gaat gepaard met het centraliseren van bevoegdheden en het integreren
van een aantal diensten.
Bij de reorganisatie wordt een nieuwe handhavingsvisie gehanteerd. De
bestaande controleaanpak beantwoordt immers niet meer aan de stijgende
druk ten aanzien van douaneautoriteiten om (internationale) logistieke ke-
tens zo weinig mogelijk te hinderen en deze logistieke ketens beter te be-
grijpen. Hierbij hanteert de AAD&A een controlefilosofie die gekenmerkt
wordt door zelfregulering: de handel neemt zelf verantwoordelijkheid op
in het waarborgen van de veiligheid en integriteit van logistieke ketens en
grensoverschrijdende goederenstromen. Hierdoor zouden het aantal con-
troles/toezichten moeten dalen door een betere dienstverlening en com-
municatie inzake de handhaving. Op deze wijze tracht men de stakehol-
ders te overhalen naar compliant gedrag.
2.2. Bijzondere Belastingsinspectie (BBI)
1
De BBI is een kleine afdeling binnen de FOD Financiën. De BBI is in 1979
ontstaan uit een samenvoeging van de Bijzondere Dienst van de Directe
Belastingen en de BTW. De dienst heeft een zeer beperkt eigen personeels-
kader, maar werkt met een 500-tal ambtenaren van de andere administra-
ties. De BBI is intussen, in het kader van de hervorming van financiën,
een autonome algemene administratie geworden, naast AAFisc, AAD&A,
AAI&I, AAPatDoc en AAThesaurie. Waar vroeger ambtenaren ter beschik-
king werden gesteld van BBI en er dus een band met de moederadmini-
stratie bleef bestaan, zijn er nu enkel ambtenaren van BBI. BBI kan nu
ook rechtstreeks aanwerven. De algemene administratie van de Bijzondere
Belastinginspectie (BBI) wordt belast met de gestructureerde strijd tegen
de fraude wat betreft alle belastingen waarvan de vestiging, de inning en de
invordering zijn toevertrouwd aan de FOD Financiën. De BBI is bevoegd
voor alle belastingen die door de federale fiscale administraties worden ge-
1 Kon. Albert II-laan 33 – bus 48 – 1030 Brussel – tel: 02/572.57.57. Informatieambtenaar:
0470/76 22 44 – 0257/622 44. E-mail: Francis.adyns@minfin.fed.be. Publicaties: info.
pub@minfin.fed.be. Jaarverslag 2014: http://www.jaarverslag.financien.belgium.be.
maklu
Paul Ponsaers
42 Maklu
heven: daaronder vallen eveneens de gewestbelastingen en/of de gemeen-
schapsbelastingen, de provinciale en lokale belastingen die door dezelfde
administratie worden geïnd.
De taak van de BBI spitst zich toe op fiscale controles van grotere omvang,
met name op verificaties waarvoor een team van specialisten in de verschil-
lende takken van de fiscaliteit vereist is. Het gaat hier meer bepaald om de
opsporing, preventie en repressie van grote fraudestromen. Concreet be-
tekent dit dat de BBI diensten onderzoek verrichten naar: (1) dossiers met
aanwijzingen van georganiseerde ernstige fiscale fraude of grootschalige
fiscale fraude; (2) dossiers waarvan een vermoeden bestaat van oprichting
van een bijzonder fraudemechanisme door de financiële bemiddelaar; (3)
dossiers inzake economische en financiële misdaad (complexe mechanis-
men, internationale dimensie, oplichting). De dossiers worden geselec-
teerd door inputdiensten, op basis van datamining of ingevolge klachten,
kennisgevingen van het gerecht, inlichtingen van buitenlandse belasting-
administraties. Ze worden onderzocht door polyvalente teams (BTW/direc-
te belastingen) met ondersteuning van gespecialiseerde cellen (juridisch,
invordering, informatica en douane).
De BBI heeft in hoofdzaak een polyvalente opdracht, zowel wat betreft de
directe belastingen, de BTW en de douane, waardoor haar optreden zich
over de gehele fiscale sector strekt. De BBI kan zowel een algemene con-
trole, waarbij de gehele fiscale toestand van de belastingplichtige wordt on-
derzocht, als een specifieke controle, waarbij enkel welbepaalde domeinen
worden onderzocht, uitvoeren. Wanneer de BBI het onderzoek uitgevoerd
en afgesloten heeft, wordt het dossier normaal terug ter beschikking ge-
steld van de bevoegde administratie, die vervolgens zorgt voor de eigenlijke
afhandeling van het betreffend dossier.
De ambtenaren van de BBI hebben dezelfde bevoegdheden als de ambte-
naren van de andere (federale) fiscale administraties. Ze kunnen meerdere
belastingen tegelijkertijd onderzoeken en kunnen daarbij onderzoeksbe-
voegdheden combineren, zelfs deze die zij putten uit andere belasting-
wetten dan de belastingen die zij onderzoeken, zelfs voor andere belas-
tingplichtigen. Onder meer artikel 335 WIB1992 luidt dat ‘Elke ambtenaar
van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een
controle- of onderzoeksopdracht, van rechtswege [is] gemachtigd alle toereikende,
terzake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te
zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere,
door de Staat geheven belasting.’
Deze onderzoeksbevoegden omvatten een actief visitatierecht in de be-
roepslokalen en mits machtiging van de politierechter in woningen, ten
einde o.m. de aard van voorwerpen van alle aard na te gaan en de aanwe-
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 43
zige boeken en bescheiden te onderzoeken, zonder dat daartoe de voorleg-
ging dient te worden gevorderd. Dit omvat eveneens de computerbestan-
den die zich op gevensdragers bevinden of consulteerbaar zijn. De fiscus
heeft echter geen huiszoekingsrecht.
De leden van de BBI beschikken niet over de hoedanigheid van officier
van gerechtelijke politie. Ze kunnen wel processen-verbaal opstellen met
bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
Wanneer ambtenaren van de BBI willen dat een misdrijf ter kennis wordt
gebracht van het parket, moeten zij een machtiging vragen van hun hi-
erarchische overheid (de gewestelijke directeur). De machtiging houdt een
opportuniteitsoverweging in met betrekking tot het moreel bestanddeel,
met name of er bedrieglijk opzet was in hoofde van de belastingplichtige.
De leden van de BBI kunnen gehoord worden als getuige, maar kunnen
niet deelnemen aan gerechtelijke onderzoeken (dit ter bescherming van de
belastingplichtige) (Ponsaers, 2007). Wel zijn er een aantal gedetacheerde
fiscale ambtenaren, die als medewerkers van het gerecht optreden, zonder
operationele band met Financiën. Zij mogen door het gerecht gevraagde
inlichtingen meedelen. Mits machtiging van de bevoegde procureur-gene-
raal kunnen zij inzage bekomen van een gerechtsdossier. Openbaar mi-
nisterie en de gewestelijk directeur van BBI kunnen om overleg vragen,
om te bepalen of een onderzoek gerechtelijk dan wel administratief wordt
gevoerd. In het kader van de verruimde minnelijke schikking (VGSB) at-
testeert de gewestelijk directeur dat alle belastingen en boeten betaald zijn.
De BBI is de bevoorrechte partner voor gerechtelijke speurders. Om een
goede coördinatie tussen de verschillende diensten mogelijk te maken in
gerechtelijke dossiers, werden sommige BBI ambtenaren gedetacheerd
naar de federale politie. Deze ambtenaren beschikken dan ook de hoeda-
nigheid van officier van gerechtelijke politie.
maklu
Paul Ponsaers
44 Maklu
3. FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
(WASO)1
De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) is een afzonderlij-
ke dienst die rechtstreeks afhangt van verschillende ministers (van Werk,
Sociale Zaken, Justitie, van de minister bevoegd voor de zelfstandigen en
van de staatssecretaris voor de coördinatie van de fraudebestrijding). In
tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, doet de SIOD geen eigen
opsporingsonderzoeken. De SIOD ondersteunt de federale sociale inspec-
tiediensten in hun strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude in en
buiten de arrondissementscellen2.
De SIOD is het samenwerkingsverband tussen de controlediensten van de
RVA en de RSZ, de Sociale Inspectie (SI), en het Toezicht Sociale Wetten
(TSW). In de SIOD zijn de prioriteiten toegespitst op de controle van zwart-
werk en de controle in de grote activiteitensectoren of in de meer fraudege-
voelige sectoren. De acties worden met alle of meerdere inspectiediensten
uitgevoerd. Zij worden gecoördineerd door de arbeidsauditeur van elk ge-
rechtelijk arrondissement.
Figuur 3: Functioneringsschema SIOD
1 Zie: http://www.werk.belgie.be/home.aspx
2 Men consultere in dit verband de bijdrage van Michèle Deconynck in deze bundel.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 45
Jaarlijks wordt een beleidsplan voor de strijd tegen de sociale fraude opge-
steld en vóór 30 april meegedeeld aan de Ministerraad. Na goedkeuring van
het beleidsplan door de Ministerraad wordt vóór 15 september een operati-
oneel plan opgesteld met daarin de acties die zullen ondernomen worden.
Door de invoering van het Sociaal Strafwetboek1 beoogde de wetgever de
bepalingen in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht die betrek-
king hebben op de preventie, de opsporing en vervolging van inbreuken te
coördineren. Het Sociaal Strafwetboek bevat tevens een lijst van zo goed als
alle inbreuken en hun mogelijke sancties.
De sancties kunnen van strafrechtelijke aard zijn indien de arbeidsauditeur
de werkgever vervolgt voor de correctionele rechtbank (geldboete en/of ge-
vangenisstraf) (Ponsaers, 2003). Een bijzonder geval in het sociaal recht is
de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete indien
de auditeur het dossier zonder gevolg klasseert en het doorzendt naar de
Afdeling van de juridische studiën, de documentatie en de geschillen – Di-
rectie van de administratieve geldboeten (FOD Werkgelegenheid, Arbeid
en Sociaal Overleg).
De RSZ zal burgerlijke sancties onder de vorm van forfaitaire bijdragen
vorderen op de niet aangegeven sommen en in voorkomend geval op de
niet tijdig gestorte voorschotten, en een toeslag en verwijlinteresten vorde-
ren op de niet binnen de wettelijke termijn betaalde bijdragen en dit boven-
op de regularisatie van de aan te geven prestaties. Specifieke maatregelen
kunnen genomen worden, zoals beslag leggen op materieel, een stopzet-
ting van ondernemingsactiviteit voorstellen, … Indien de werkgever een
clandestiene buitenlandse werknemer heeft tewerkgesteld en deze laatste
wordt gerepatrieerd, zal de Dienst Vreemdelingenzaken de kosten verbon-
den aan deze repatriëring terugvorderen van de werkgever.
Het federaal aansturingsbureau van de SIOD is o.a. belast met: het uit-
voeren van het beleid zoals vastgesteld door de Ministerraad in de strijd
tegen de illegale arbeid en de sociale fraude; het opstellen van strategische
en operationele plannen en de realisaties ervan evalueren; het aansturen
binnen de arrondissementscellen van de acties in de strijd tegen de ille-
gale arbeid en de sociale fraude; het verlenen van de nodige bijstand aan
de bevoegde besturen en diensten inzake de strijd tegen de illegale arbeid
en de sociale fraude; het uitvoeren van studies omtrent de problematiek
van illegale arbeid en sociale fraude; het ondersteunen van de inspectie-
diensten; het toezien op de uitvoering van de door de ministers gesloten
partnerschapovereenkomsten.
1 Wet van 6 juni 2010, BS 1 juli 2010.
maklu
Paul Ponsaers
46 Maklu
3.1. Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten (TSW)
1
De algemene opdracht van TSW is het ervoor zorgen dat de uitvoering
van de beleidslijnen inzake collectieve en individuele arbeidsbetrekkingen
worden nageleefd, door een raadgevende, preventieve en repressieve rol te
vervullen (Ponsaers, 2009). In dit kader is de administratie belast met het
toezicht op het Sociaal Strafwetboek en de uitvoeringsbesluiten die eruit
volgen, en de Wet houdende bepalingen van het Sociaal Strafrecht. Tevens
houdt TSW toezicht op de wet op de bouwwerken; de wet betreffende de
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
van vreemdelingen; de wet betreffende de uitzendarbeid en terbeschik-
kingstelling.
In het kader van het toezicht op de naleving van de arbeidsreglementering
en de collectieve arbeidsovereenkomsten verricht de dienst de onderzoeken
die haar worden gevraagd (klachten, onderzoeksopdrachten, verzoeken om
toelatingen, adviezen, afwijkingen, bemiddeling …) en doet een aantal con-
troles op eigen initiatief of in het kader van bijzondere acties (zoals de zon-
dagsarbeid, studentenarbeid, arbeid buiten het uurrooster vermeld in het
arbeidsreglement …) of in het kader van de prioritaire doelstellingen (zoals
de strijd tegen zwartwerk).
TSW voert het toezicht op verschillende wetten en reglementeringen die
verband houden met de bescherming van het moederschap, arbeidsduur
(werkroosters), arbeidsreglementen, loonbescherming, vervoer, men-
senhandel, bedrijfsorganisatie, feestdagen, vergoedingen en voordelen
toegekend krachtens CAO, controle op vreemde ondernemingen met ge-
detacheerde werknemers in België (sociale dumping), uitwisseling infor-
matie met buitenlandse inspectiediensten via IMI (International Market
Information system), kinderarbeid, onwettige terbeschikkingstelling, part-
nerschapsovereenkomsten, deeltijdse arbeid, feestdagen, uitvoering van
bouwwerken, havenarbeid, zeevisserij, diamantnijverheid, sociale verkie-
zingen, statuut werknemersafgevaardigde, collectief ontslag, herstructure-
ring van ondernemingen, overgang van ondernemingen, alle CAO’s van de
Nationale Arbeidsraad, valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken.
TSW verstrekt verder informatie en advies aan werkgevers, werknemers
en beroepsorganisaties over de arbeidsreglementering en de collectieve ar-
beidsovereenkomsten. Ook staat de administratie in voor het verstrekken
van advies en het houden van toezicht inzake het correcte toepasselijke
paritair comité van een onderneming. TSW verstrekt tevens informatie aan
1 Ernest Blerotstraat 1 1070 Brussel – tel: 02/233.41.11. E-mail: tsw@werk.belgie.be.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 47
de overheid over de gebreken in de reglementering en over de misbruiken
die niet of onvoldoende bestreden worden door de huidige reglementering.
De Cel Bedrijfsorganisatie houdt toezicht op de reglementering inzake be-
drijfsorganisatie, bijvoorbeeld de werking van de ondernemingsraden. De
Directies vervoer houden toezicht op de reglementering van het vervoer
over de weg, in samenwerking met de FOD Mobiliteit en de politie, terwijl
de Directie Netwerk controle voert op vreemde ondernemingen en directie-
overschrijdende fraudedossiers.
Om dit brede palet aan opdrachten te realiseren beschikken de ambtenaren
van TSW niet over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
Wel is voorzien dat de Koning inspecteurs kan aanwijzen die bekleed wor-
den met deze hoedanigheid. Voorlopig zijn echter nog geen inspecteurs
aangeduid die over deze hoedanigheid beschikken.
De inspecteurs beschikken over een beoordelingsbevoegdheid. Ze kunnen
proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel dat
aan het arbeidsauditoraat, de directeur-generaal van de Afdeling Juridische
studiën, de documentatie en de geschillen van de FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg en aan de betrokkene wordt overgemaakt. Het
arbeidsauditoraat leidt de publieke vordering in bij de correctionele recht-
bank, stelt een minnelijke schikking voor, seponeert of vraagt de inspec-
teur voor bijkomend onderzoek. Bij sepot kan de directeur-generaal van de
Algemene Directie der Studiën een administratieve geldboete opleggen.
Naast het opstellen van een proces-verbaal kunnen inspecteurs van TSW
advies verlenen, waarschuwingen geven, een termijn bepalen waarbinnen
de overtreder zich in regel moet stellen.
Zij mogen inrichtingen en andere werkplaatsen betreden die aan hun con-
trole zijn onderworpen en dit op elk ogenblik van de dag of de nacht en
zonder enige waarschuwing. Verder kunnen zij onderzoeken, controles en
enquêtes instellen en inlichtingen inwinnen. Hierbij mogen zij: werkge-
vers en werknemers verhoren en hun identiteit opnemen; de krachtens de
wet bij te houden documenten laten voorleggen en er kopieën van maken;
inzage en afschrift nemen van elk document dat zij nodig achten voor het
vervullen van hun opdracht; tegen ontvangstbewijs beslag leggen op elk
document dat als bewijs kan dienen voor de overtreding; eisen dat de wette-
lijk voorgeschreven mededelingen worden aangeplakt; vaststellingen doen
door middel van maken van foto’s; zoekingsrecht naar sociale gegevens in
de werkplaatsen.
Zij kunnen informatiedragers met sociale gegevens en andere door de wet
voorgeschreven gegevens in beslag nemen of verzegelen; andere roerende
maklu
Paul Ponsaers
48 Maklu
goederen dan informatiedragers, in beslag nemen of verzegelen wanneer
zulks noodzakelijk is voor het leveren van het bewijs van deze inbreuken of
het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden voortgezet
of nieuwe inbreuken worden gepleegd. Zij hebben toegang tot de bewoon-
de lokalen mits machtiging tot visitatie uitgereikt door de onderzoeksrech-
ter. Tevens kunnen de inspecteurs de bijstand van de reguliere politie in-
roepen en onder elkaar inlichtingen uitwisselen die zij bij het vervullen van
hun opdracht hebben verkregen.
3.2. Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk (TWW)
1
De voormalige Technische Inspectie (die controle voerde op de veiligheid
van de arbeidsomstandigheden) en de Medische Inspectie (die verantwoor-
delijk was voor de controle op beroepsziekten) zijn versmolten binnen de
huidige Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk. TWW is belast
met het toezicht op de naleving van al de wetten, besluiten en reglementen
die betrekking hebben op het welzijn van de werknemers dat de volgende
aspecten omvat: veiligheid, gezondheid, hygiëne, ergonomie en psychoso-
ciale aspecten en brengt de bevoegde overheden op de hoogte van de vast-
gestelde inbreuken. Ze onderzoekt de binnenkomende klachten inzake het
welzijn en verricht onderzoek aangaande arbeidsongevallen en beroeps-
ziekten.
TWW is ook een preventieve rol toebedeeld, met name het geven van infor-
matie en vorming over het welzijn aan werkgevers en werknemers. Verder
werkt TWW mee aan de toepassing van diverse sociale wetten en regle-
menten. Tevens werkt zij mee aan activiteiten die verband houden met de
bevordering van het welzijn van de werknemers en verleent zij haar mede-
werking aan de Comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de
werkplaatsen.
Deze nieuwe algemene directie staat meer bepaald in voor het toezicht op:
het Sociaal Strafwetboek en de Wet houdende bepalingen van het Sociaal
Strafrecht; het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming; de Codex
over het welzijn op het werk2; de wet betreffende het welzijn van de werk-
nemers bij de uitvoering van hun werk; de samengeordende wetten op de
mijnen, groeven en graverijen; de wet betreffende de bescherming van de
bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralin-
gen; de wet tot bescherming van de arbeidsgeneesheren; de wet betreffen-
de het toezicht op de gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen
1 Ernest Blerotstraat 1 – 1070 Brussel – tel: 02/233 45 11. E-mail: tww@werk.belgie.be
2 De Codex is geen wet maar de verzameling van de uitvoeringsbesluiten van de wet be-
treffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 49
en op de stoomtuigen en stoomketels; de arbeidswet; de wet betreffende
de waarborgen die de stoffen en preparaten inzake de veiligheid en de ge-
zondheid van de werknemers met het oog op hun welzijn moeten bieden.
In het kader van dit soort toezicht voert TWW volgende opdrachten uit:
(1) inspectie van arbeidssituaties in de ondernemingen en op bouwplaat-
sen; (2) controle van de externe diensten voor preventie en bescherming,
externe diensten voor technische controles op de werkplaatsen en andere
erkende instellingen die opdrachten vervullen in het kader van het welzijn
van de werknemers zoals de inrichters van cursussen nijverheidshelpers,
de inrichters van de aanvullende opleiding voor preventieadviseurs, de in-
richters van opleidingen tot veiligheidscoördinator; de erkende laboratoria,
e.d.m.; (3) opdrachten van technische aard tijdens arbitrages bij beroeps-
procedures die door de werknemers worden ingesteld inzake hun onge-
schiktheid voor een uitgeoefende dienstbetrekking, alsook tijdens onder-
zoeken naar aanleiding van aangiftes van beroepsziekten; (4) deelneming,
als technisch raadgever of deskundige, aan werkzaamheden van internati-
onale en nationale instellingen die bevoegd zijn inzake volksgezondheid of
arbeidshygiëne of inzake welzijn; (5) onderzoek aangaande arbeidsomstan-
digheden en het arbeidsmilieu; en (6) verstrekking van advies en raad in
verband met de toepassing van de reglementeringen.
Om deze opdrachten te realiseren beschikken de ambtenaren van TWW
niet over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Wel is voor-
zien dat de koning inspecteurs kan aanwijzen die bekleed worden met deze
hoedanigheid. Voorlopig zijn echter nog geen inspecteurs aangeduid die
over deze hoedanigheid beschikken. De inspecteurs beschikken over een
beoordelingsbevoegdheid.
Ze kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het
tegendeel dat aan het arbeidsauditoraat, de directeur-generaal van de Afde-
ling Juridische studiën, de documentatie en de geschillen van de Federale
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en aan de
betrokkene wordt overgemaakt.
Naast het opstellen van een proces-verbaal kunnen inspecteurs van TWW
advies verlenen, waarschuwingen geven, een termijn bepalen waarbinnen
de overtreder zich in regel moet stellen of maatregelen opleggen. Inge-
val van waarschuwing en/of termijnstelling, en bij ernstige inbreuken het
verbod om verder te werken en/of opstellen van een proces-verbaal wordt
dat aan het arbeidsauditoraat, de directeur-generaal van de Afdeling van
de juridische studiën, de documentatie en de geschillen van de Federale
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en aan de be-
trokkene overgemaakt. Het arbeidsauditoraat vervolgt, stelt een minnelijke
schikking voor, seponeert of vraagt de inspecteur of andere diensten zoals
maklu
Paul Ponsaers
50 Maklu
de politie voor bijkomend onderzoek. Bij sepot kan de directeur-generaal
van de Algemene Directie der Studiën een administratieve geldboete opleg-
gen. Strafvervolgingen kunnen ook in geval van belemmering van het toe-
zicht of wanneer maatregelen die krachtens het administratieve optreden
zijn voorgeschreven niet worden nageleefd.
Verder kunnen de inspecteurs van TWW inrichtingen en andere werkplaat-
sen betreden die aan hun controle zijn onderworpen en dit op elk ogenblik
van de dag of de nacht en zonder enige waarschuwing. Ook kunnen zij
onderzoeken, controles en enquêtes instellen en inlichtingen inwinnen.
Hierbij mogen zij: werkgevers en werknemers verhoren en hun identiteit
opnemen; de krachtens de wet bij te houden documenten laten voorleggen
en er kopieën van maken; inzage en afschrift nemen van elk document
dat zij nodig achten voor het vervullen van hun opdracht; tegen ontvangst-
bewijs beslag leggen op elk document dat als bewijs kan dienen voor de
overtreding; eisen dat de wettelijk voorgeschreven mededelingen worden
aangeplakt; vaststellingen doen door middel van het maken van foto’s. Zij
kunnen informatiedragers met sociale gegevens en andere door de wet
voorgeschreven gegevens in beslag nemen of verzegelen; andere roerende
goederen dan informatiedragers, in beslag nemen of verzegelen wanneer
zulks noodzakelijk is voor het leveren van het bewijs van deze inbreuken of
het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden voortgezet
of nieuwe inbreuken worden gepleegd.
Zij kunnen de bijstand van de reguliere politie inroepen en onder elkaar
inlichtingen uitwisselen die zij bij het vervullen van hun opdracht hebben
verkregen. Maatregelen voorschrijven met als doel gevaren voor de veilig-
heid en gezondheid van de werknemers uit te schakelen. Ze kunnen tijde-
lijk of definitief verbieden dat een lokaal, een werkplek of een gevaarlijke
machine nog wordt gebruikt. Ultiem kunnen ze iedere werkplaats onmid-
dellijk ontruimen bij direct gevaar.
3.3. Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
1
De RVA valt onder de voogdij van de minister de FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg. Het algemeen beheer van de RVA wordt verze-
kerd door een Beheerscomité, waarin zowel leden van werknemers- als van
werkgeversorganisaties zitten. Ook de regering heeft vertegenwoordigers
in het Beheerscomité.
De 6de staatshervorming voorziet in de overdracht van een aantal bevoegd-
heden van het federale niveau naar de gewesten. Ook enkele opdrachten die
1 Keizerslaan 7 – 1000 Brussel – tel: 02/515.41.11 – fax: 02/514.11.06.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 51
de RVA momenteel uitvoert, maken daar deel van uit. Een aantal RVA-op-
drachten wordt integraal overgedragen: dienstencheques, outplacement,
start- en stagebonus, sommige premies (bv. werkhervattingstoeslag), loop-
baanonderbreking voor regionale besturen en voor het onderwijs. In een
aantal andere opdrachten die worden overgedragen, blijft de RVA een rol
spelen: de activering van het zoekgedrag en de sancties wegens onbeschik-
baarheid zoals bijvoorbeeld werkweigering of weigering voor een opleiding
(de federale overheid blijft bevoegd voor de wetgeving, de gewesten staan
in voor begeleiding en bepalen de eventuele sancties, de RVA voert de sanc-
ties uit), de PWA’s (de gewesten worden bevoegd voor de regelgeving, de
RVA betaalt verder de uitkering indien de PWA regeling blijft bestaan), de
vrijstellingen wegens studies en opleiding (de gewesten worden bevoegd
voor de regelgeving en voor de toekenning van de vrijstelling, de RVA blijft
verantwoordelijk voor de betaling van de uitkering), de activering van de
werkloosheidsuitkeringen (de gewesten worden bevoegd voor de regelge-
ving en voor de toekenning van het recht, de RVA staat in voor de betaling
van de activeringsuitkering).
In 2014 nam de RVA deel aan 1.212 acties die in het kader van de SIOD
(zie vroeger) gecoördineerd werden vanuit de arrondissementele cellen. De
controlediensten van de RVA werken ook dikwijls samen met de gerech-
telijke instanties. Enerzijds maken de RVA controleurs op eigen initiatief
elektronische processen-verbaal (EPV) over aan de gerechtelijke instanties
met het oog op verdere strafrechtelijke vervolging wanneer zij een mis-
drijf vaststellen. Anderzijds kan het optreden van een RVA controleur ook
gevorderd worden door de gerechtelijke instanties zelf. De RVA inspectie-
diensten werken ook samen met de gemeentebesturen en de lokale politie
in het kader van de strijd tegen domiciliefraude. De medewerking van de
politie wordt gevraagd om in bepaalde gevallen de effectieve hoofdverblijf-
plaats en de gezinssamenstelling van een werkloze te controleren.
Hoewel de sociaal inspecteurs en controleurs van de RVA in de eerste
plaats belast zijn met het toezicht op de naleving van de wetgeving betref-
fende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen en de daarmee gelijk-
gestelde uitkeringen, heeft de wetgever hen mettertijd eveneens het toe-
zicht op de naleving van andere wetgevingen opgedragen. Het gaat dan
ondermeer om: vervangingsplicht in geval van brugpensioen; vrijwilligers-
werk; tewerkstelling van vreemde werknemers; het sluiten van onderne-
mingen; de sociale documenten; loopbaanonderbreking en tijdskrediet;
afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen;
outplacement; de wetgeving inzake zeevissers; werkroosters van deeltijd-
se werknemers; het misbruik van tewerkstellingsmaatregelen; het onder-
zoek naar bestaansmiddelen; DIMONA – de onmiddellijke aangifte van
tewerkstelling; dienstencheques; de mededelingsplicht van de werkgever,
in hoofde van wie een inbreuk wordt vastgesteld, om het vonnis ter kennis
maklu
Paul Ponsaers
52 Maklu
te brengen van de werknemers; de inschakelingsvergoeding; de zeelieden
ter koopvaardij; en de crisispremie.
De sociaal inspecteurs (niveau A) en sociaal controleurs (niveau B) zijn de
enige personeelsleden van de RVA die de eed hebben afgelegd of aange-
wezen zijn om de bijzondere onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen die
voorzien zijn in het Sociaal Strafwetboek. Zij beschikken niet over de hoe-
danigheid van officier van gerechtelijke politie. Wel kunnen zij proces-ver-
baal opstellen, met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
Ten aanzien van een werknemer of werkloze kan de sociaal inspecteur of
controleur van de RVA geen proces-verbaal over een misdrijf opmaken
indien hij niet over voldoende elementen beschikt die voor hem het be-
drieglijk inzicht bewijzen waarmee de werknemer of werkloze gehandeld
heeft, terwijl ten aanzien van werkgevers in de meeste gevallen geen be-
drieglijk inzicht moet bewezen worden.
Verder kunnen de inspecteurs van de RVA processen-verbaal van waar-
schuwing opstellen, al dan niet met het vaststellen van een termijn voor de
overtreder om zich in regel te stellen, of processen-verbaal van inlichting
opstellen. Dit laatste is een officiële vaststelling van een feit of een onder-
zoeksdaad, eventueel zelfs van een misdrijf, maar dan wel een misdrijf
inzake een reglementering waarvoor hij niet bevoegd is.
De inspecteurs kunnen een onderzoeksverslag aan de dienst betwiste za-
ken van het werkloosheidsbureau van de RVA overmaken, die de mogelijk-
heid heeft aan de werknemer of werkloze een administratieve sanctie op
te leggen en/of de te ten onrechte genoten uitkeringen terug te vorderen.
Bovendien wil de RVA een geïntegreerd en centraal gecoördineerd con-
trolebeleid voeren met aandacht voor alle elementen van de controleketen
(preventie, informatie, regulering, controle, ontrading en nazorg), een con-
trolebeleid dat fraudemechanismen snel opspoort en een ontradend effect
heeft.
De inspecteurs beschikken over een aantal bijkomende bevoegdheden,
met name: vrij binnengaan in alle werkplaatsen op elk ogenblik van de
dag of nacht, zonder voorafgaande verwittiging; binnengaan in bewoonde
ruimten enkel mits toestemming van de bewoner, mits machtiging door
de onderzoeksrechter en in enkele andere duidelijk omschreven gevallen;
inlichtingen inwinnen onder andere door verhoren af te nemen van werk-
gevers, werknemers en werklozen; de identiteit opnemen van de perso-
nen op de werkplaatsen en van alle personen van wie ze de identificatie
nodig achten; informatiedragers met sociale gegevens en andere door de
wet voorgeschreven gegevens doen overleggen, opsporen en onderzoeken;
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 53
kopieën nemen van deze informatiedragers; deze informatiedragers in
beslag nemen of verzegelen; vertaling vragen in het Nederlands, Frans of
Duits; stalen nemen en andere roerende of onroerende goederen in beslag
nemen of verzegelen; vaststellingen doen door het maken van beeldmate-
riaal; bepaalde maatregelen bevelen, zoals de verplichte aanplakking van
documenten bevelen en aan de instellingen van sociale zekerheid bevelen
de sociale gegevens van persoonlijke aard mee te delen aan de betrokke-
nen; vervangende documenten opmaken; bij de rechtbank van koophan-
del een vordering tot stopzetting van één of meerdere activiteiten van een
schuldige werkgever instellen; inlichtingen meedelen aan de instellingen
van sociale zekerheid, aan de andere inspectiediensten en aan ambtenaren
belast met het toezicht op andere wetgevingen; inlichtingen inwinnen bij
andere openbare diensten; de inlichtingen verkregen bij anderen openbare
diensten gebruiken in een proces-verbaal; uitwisselen van inlichtingen met
buitenlandse arbeidsinspecties; een proces-verbaal van misdrijf opmaken;
waarschuwingen geven en/of een termijn geven om zich in regel te stellen;
bijstand van de politie vorderen; proces-verbaal opmaken bij belemmering
van toezicht.
4. FOD Sociale Zekerheid (RSZ)1
De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is een parastatale instelling met het
statuut van een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. De RSZ is
een openbare federale instelling van sociale zekerheid die de sociale bij-
drage int bij de werkgevers en deze beheert. De Rijksdienst is in feite een
autonome Overheidsinstelling van Sociale Zekerheid (OISZ), zoals bv. de
RVA dit is. Deze bijdragen omvatten enerzijds de werkgeversbijdragen en
anderzijds de werknemersbijdragen die de werkgever bij elke loonbetaling
inhoudt.
De RSZ valt onder de voogdij van de minister van Sociale Zaken & Volksge-
zondheid en van de minister van Werk. De Rijksdienst beschikt over haar
eigen inspectiedienst. Het algemeen beheer van de RSZ wordt verzekerd
door een Beheerscomité waarin zowel werknemers- als werkgeversafge-
vaardigden zetelen. Ook de regering heeft 2 vertegenwoordigers (zie later).
De RSZ vormt als het ware de koepelorganisatie boven de andere federale
openbare instellingen van sociale zekerheid en verdeelt de sociale bijdra-
gen over deze instellingen, die ze op haar beurt uitkeert aan de sociaal
verzekerden (de werknemers). Men spreekt hier ook van Globaal Beheer.
Dit Globaal Beheer bestaat uit: het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invalidi-
1 Zie: http://www.socialsecurity.fgov.be/nl/nieuws-sociale-zekerheid.htm
maklu
Paul Ponsaers
54 Maklu
teitsverzekering of RIZIV; de Rijksdienst voor Pensioenen of RVP; het Fe-
deraal Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED); de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening of RVA (zie elders in dit overzicht); het Fonds voor Ar-
beidsongevallen of FAO; het Fonds voor Beroepsziekten of FBZ; de Rijks-
dienst voor Jaarlijkse Vakantie of RJV; de Pool voor de Zeelieden; de Hulp-
en Voorzorgskas voor de Zeelieden of HVKZ. Verder dienen nog vermeld
te worden: Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstan-
digen (afgekort RSVZ)1 en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de
provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (afgekort RSZPPO)2. Veel van
deze instellingen beschikken over inspecteurs die op genoemde terreinen
beschikken over gelijkaardige bevoegdheden als deze van de RSZ, telkens
beperkt tot hun specifieke materie3.
Het Beheerscomité is het eigenlijke beheersorgaan van de RSZ dat alle
bevoegdheden heeft inzake: het beheer van de instelling, de benoeming en
bevordering van het personeel, en de vaststelling van het personeelskader.
Het beheerscomité is paritair samengesteld, d.w.z. met een gelijk aantal
leden die de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties verte-
genwoordigen. Er zetelen eveneens twee regeringscommissarissen: de Re-
geringscommissaris van Sociale Zaken en de Regeringscommissaris van
Begroting die respectievelijk de minister van Sociale Zaken en de minister
van Begroting vertegenwoordigen.
De inspectiedienst van de RSZ vervult een belangrijke opdracht inzake lo-
gistieke steun die verband houdt met de fundamentele opdrachten van de
RSZ, met name de inning van de bijdragen, de registratie van de gegevens
die op de kwartaalaangifte voorkomen en het verstrekken van inlichtingen
aan werkgevers en werknemers. De Sociale Inspectie van de FOD Sociale
Zekerheid (zie hierna) en de inspectiedienst van de Rijksdienst voor Soci-
ale Zekerheid delen hun voornaamste bevoegdheden (alles gelieerd aan de
aangiften aan de sociale zekerheid – de inkomstenkant).Terwijl de Rijks-
dienst geen toezicht uitoefent op het vlak van de sociale uitkeringen (de
uitgavenkant van de sociale zekerheid); hetgeen de Sociale Inspectie dus
wel doet.
De Sociale Inspectie zal bijvoorbeeld tussenkomen in situaties waarbij het
toekennen van (bijvoorbeeld) een arbeidsongevallenvergoeding of een ziek-
te-uitkering niet in orde geraakt omdat een werkgever de administratie-
1 Bevoegd voor alle aspecten van de sociale zekerheid van zelfstandigen, waaronder aan-
sluitingsplicht en sociale bijdragen.
2 Bevoegd voor de sociale zekerheid van ambtenaren van de provinciale en plaatselijke
overheidsdiensten.
3 Voor meer informatie omtrent deze diensten consultere men de bijdrage van Michèle
Deconynck in deze bundel.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 55
ve verplichtingen niet naleeft (resp.: weigert het ongeval aan te geven aan
diens verzekeraar ; het inlichtingenblad voor de mutualiteit niet invult).
De bijzondere secties van de inspectiedienst houden toezicht op de activi-
teit van de erkende sociale secretariaten.
Inspecteurs treden op: op eigen initiatief; op basis van een klacht van een
werknemer, een syndicale organisatie, een beroepsorganisatie, een aangif-
te door een derde, …; op vraag van de arbeidsauditeur, het parket of de
onderzoeksrechter; op vraag van hun centraal bestuur of van de beleidscel
van de minister; op vraag van een andere administratie of dienst; op basis
van een beslissing van de arrondissementscel; en tevens op aansturen van
de SIOD in het kader van de arrondissementscel. Zij voeren controles uit
op: de ondernemingszetel; alle arbeidsplaatsen of hiermee gelijkgesteld; en
bij derden, zoals de sociale secretariaten.
De sociaal inspecteurs van de RSZ beschikken niet over de hoedanigheid
van officier van gerechtelijke politie. Hun bevoegdheden zijn evenwel aan-
zienlijk, doch beperkt binnen het kader van de arbeidssfeer. Zij kunnen: (1)
Op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwitti-
ging, vrij binnengaan in alle werkplaatsen of andere plaatsen die aan hun
toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoe-
den dat daar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de be-
palingen van de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen. Tot bewoonde
lokalen hebben zij evenwel enkel toegang wanneer de rechter bij de poli-
tierechtbank daartoe vooraf toestemming heeft verleend; (2) De identiteit
van personen controleren (hierin begrepen het opnemen van een identi-
teit) en hen een verhoor afnemen; (3) Informatie opzoeken, onderzoeken
en beslag leggen op informatiedragers (geïnformatiseerde documenten of
dragers …); (4) Foto’s en filmopnamen maken; (5) Inlichtingen meedelen;
(6) Zegels leggen; (7) Zij hebben een appreciatiebevoegdheid: de sociaal
inspecteurs beschikken over de keuze tussen het geven van een waarschu-
wing, het stellen van een termijn waarbinnen men zich in regel dient te
stellen of proces-verbaal opstellen.
Zij hebben niet de verplichting om alle inbreuken mee te delen aan de
arbeidsauditeur (uitdrukkelijke afwijking op artikel 29 van het Wetboek
van Strafvordering). Dit appreciatierecht mag evenwel niet willekeurig
zijn. Vooreerst wordt het gematigd door de interne onderrichtingen van
de verschillende sociale inspectiediensten om een zekere uniformiteit te
garanderen in de toepassing van de wetgeving. Vervolgens moeten de soci-
aal inspecteurs hun beslissing motiveren. De processen-verbaal hebben be-
wijswaarde tot het tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter
kennis wordt gebracht van de overtreder, binnen een termijn van veertien
dagen die aanvangt de dag na de vaststelling van de overtreding.
maklu
Paul Ponsaers
56 Maklu
4.1. Sociale Inspectie (SI)
1
De Sociale Inspectie behoort tot de FOD Sociale Zekerheid. De Directie
Generaal Sociale Inspectie controleert de correcte toepassing van de sociale
zekerheidswetgeving (RSZ-wetgeving, jaarlijkse vakantie, arbeidsongeval-
len, kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering, DIMONA, deeltijds
werk, tewerkstelling van buitenlandse werknemers, …). Daarnaast onder-
steunt de DG zowel de werkgevers als de werknemers bij de correcte toe-
passing van de sociale zekerheidswetgeving en kan ze optreden als bemid-
delaar in bepaalde sociale conflicten.
De belangrijkste doelstelling van de SI is de bestrijding van sociale fraude
en van zwartwerk. Ze heeft als opdracht de controle van en het toezicht op
de correcte toepassing van de sociale wetgeving door de werkgevers. Het
gaat om de aangifte aan de RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid), het
jaarlijks vakantieverlof (de toekenning van vakantiedagen, de berekening
en de betaling van het vakantiegeld), de arbeidsongevallen (de afsluiting
van een verzekering tegen arbeidsongevallen en de aangifte van ongeval-
len), de kinderbijslag, de ziekte- en invaliditeitsverzekering, de tewerkstel-
ling van vreemde werknemers en de deeltijdse arbeid.
Bovendien oefent de DG SI een dienstverlenende rol uit door het infor-
meren van werkgevers over de wettelijke en reglementaire bepalingen. Ze
zorgt er ook voor dat de werknemers en de sociaal verzekerden kunnen
genieten van de voordelen die door de wet voorzien zijn. Naast de dagdage-
lijkse controles bij werkgevers en in de werkplaatsen, is de Sociale Inspec-
tie actief in de strijd tegen mensenhandel. Het gaat hierbij om moderne
vormen van slavernij, waarbij de arbeid van een persoon uitgebuit wordt
en er geen of een onvolledige betaling van sociale zekerheidsbijdragen is.
Daarnaast richt de SI zich op de sociale spitstechnologie. Dit zijn geso-
fistikeerde constructies waarbij bedragen ten onrechte worden onttrokken
aan de inning van sociale zekerheidsbijdragen. De toegepaste methodes
worden steeds verfijnder. Tenslotte houdt de SI zich bezig met de onrecht-
matige detacheringen. Het gaat om internationaal georganiseerde sociale
dumpingpraktijken waarbij bonafide bedrijven nadeel ondervinden door-
dat de concurrentie geen of slechts gedeeltelijk sociale zekerheidsbijdragen
betaalt.
De inspecteurs beschikken over de bevoegdheid tot het opstellen van een
proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Het op-
stellen van processen-verbaal gebeurt in laatste instantie (bv. bij een blij-
1 Administratief Centrum Kruidtuin – Finance Tower – Kruidtuinlaan 50, bus 110 – 1000
Brussel. Tel: 02/528.65.46. Webstek: http://www.socialsecurity.fgov.be/nl/over-de-fod/
organogram/sociale-inspectie/
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 57
vende weigering tot regularisatie door de werkgever). De opgestelde pro-
cessen-verbaal worden aan de arbeidsauditeur overgemaakt. Deze kan
volgende beslissingen nemen: (1) klasseren zonder gevolg al dan niet met
als doel het laten opleggen van een administratieve geldboete; (2) minnelij-
ke schikking; (3) veroordeling / vrijspraak.
De bevoegdheden van de sociaal inspecteurs van de Sociale Inspectie zijn
identiek aan deze van de inspectiedienst Toezicht op de Sociale Wetten,
van de inspectiedienst van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en van
de RVA (o.m. inzake de beoordelingsbevoegdheid, het vrij bij dag en bij
nacht werkplaatsen en andere inrichtingen binnengaan, de verhoren, de
informatiedragers, …).
5. FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en
Leefmilieu1
De FOD organiseert de gezondheidszorg in België. In dit kader zijn de be-
voegdheden van de FOD onder andere de financiering van de ziekenhui-
zen, het gezondheidszorgbeleid, de coördinatie van de dringende medische
hulpverlening. Tevens is de FOD verantwoordelijk voor het leefmilieu, mid-
dels het geïntegreerde productbeleid, de vermindering van de uitstoot van
broeikasgassen, de REACH-conventie, de coördinatie van het internatio-
nale milieubeleid, de bescherming van de Noordzee, de CITES-conventie
(Ponsaers & De Keulenaer, 2003). De FOD waakt eveneens over de veilig-
heid van producten in de verschillende stadia van de voedselketen en zorgt
ervoor dat de EU-normen inzake voedselveiligheid worden toegepast. Ook
het bepalen van de normen en de controles op tabak, alcohol en cosmetica
behoren tot haar bevoegdheid. Ook zorgt de FOD voor de gezondheid van
dieren en planten door toe te zien op de kwaliteit en de veiligheid van dierlij-
ke producten, de bescherming tegen plantenziektes, pesticiden, meststof-
fen en bodemverbeteraars, genetisch gemodificeerde organismen.
De FOD telt enkele grote inspectiediensten, die hieronder besproken wor-
den. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere inspecties die geïntegreerd wer-
den in de schoot ervan. Zo gaat het bv. om de Dienst Risicobeheersing, die
als opdracht heeft: het voorkomen van schade aan het leefmilieu en van
intoxicaties en schade aan de gezondheid veroorzaakt door chemicaliën, in-
begrepen pesticiden; het erkennen van de verkopers en gebruikers van be-
strijdingsmiddelen voor niet-landbouwkundig gebruik en het controleren
van deze bestrijdingsmiddelen; het toezicht op de doorvoer van afvalstoffen
doorheen België. Inspecteurs van deze dienst kunnen proces-verbaal op-
1 Zie: http://www.health.belgium.be/eportal/index.htm?fodnlang=nl
maklu
Paul Ponsaers
58 Maklu
stellen tot bewijs van het tegendeel. Ze kunnen tevens waarschuwingen
geven en een termijn bepalen om zich in orde te stellen. Ook kunnen de
ambtenaren een administratieve geldboete opleggen. De inspecteurs mo-
gen producten, waarvan zij vermoeden dat zij niet in regel zijn, voorlopig
in beslag nemen. Producten die niet blijken te voldoen aan de wettelijke
bepalingen, mogen zij in beslag nemen. Bij dreigend gevaar voor de volks-
gezondheid of voor het leefmilieu mogen zij alle door de omstandigheden
geboden noodmaatregelen treffen die nodig zijn.
Ook de Dienst Boekhouding en Beheer der Ziekenhuizen beschikt over een
inspectie. De dienst is belast met: het boekhoudkundig toezicht op de zie-
kenhuizen; de vaststelling van hun begroting van financiële middelen; de
vaststelling van de exploitatietekorten van de openbare ziekenhuizen; de
controle van de gesubsidieerde contractuelen die in de ziekenhuizen te-
werkgesteld zijn; de boekhoudkundige controle en de vaststelling van de
verpleegdagprijs in de psychiatrische verzorgingstehuizen; de boekhoud-
kundige controle van de laboratoria van klinische biologie. Ook deze in-
specteurs kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van
het tegendeel, hoewel dit zelden gebeurt. De ambtenaren hebben toegang
tot de ziekenhuizen. Zij kunnen ter plaatse de boekhouding en statistieken
controleren. Zij kunnen zich alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor
de controle, laten verstrekken en zich binnen de termijn die zij bepalen,
alle andere bescheiden en inlichtingen laten overhandigen en desnoods
toezenden.
5.1. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
(FAVV)
1
Het FAVV is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid (instelling
van openbaar nut van categorie A) onder de bevoegdheid van de minister
van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Het
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen heeft als doel
de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel, teneinde
de gezondheid van de consumenten te beschermen. Met het oog op de re-
alisatie van dit doel is het Agentschap belast met het uitwerken, toepassen
en controleren van maatregelen die betrekking hebben op de analyse en de
beheersing van de risico’s die de gezondheid van de consumenten kunnen
schaden. In het FAVV werden diverse voormalige inspectiediensten geher-
groepeerd, met name: (1) het Instituut voor Veterinaire Keuring; (2) de Eet-
wareninspectie; (3) de Inspectie van Planten en Plantaardige Producten; (4)
de Inspectie Grondstoffen en Verwerkte Producten; (5) de Inspectie van de
Dierlijke Producten; en (5) de Inspectie Veterinaire Diensten.
1 Food Safety Center – Kruidtuinlaan 55 – 1000 Brussel – 02 211.82.11. info@favv.be
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 59
In het belang van de volksgezondheid is het FAVV bevoegd voor: de
controle, het onderzoek en de keuring van de voedselproducten en hun
grondstoffen in alle stadia van de voedselketen, en dit in het belang van
de volksgezondheid; de controle en de keuring van de productie, de ver-
werking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de produc-
tieverwerking-, verpakking-, verhandeling- opslag- en verkoopplaatsen van
de voedselproducten en hun grondstoffen; het verlenen van erkenningen
en vergunningen verbonden aan de uitoefening van zijn opdracht; de in-
tegratie van en de uitwerking van traceer- en identificatiesystemen van de
voedselproducten en hun grondstoffen in de voedselketen en de controle
erop; de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en de ver-
spreiding van alle informatie in verband met hun opdracht1; de uitbouw en
de doorvoering van een beleid inzake preventie, sensibilisering en informa-
tie, in overleg met de gemeenschappen en de gewesten; het toezicht op de
naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen;
het verlenen van advies aan de bevoegde overheden met betrekking tot de
bestaande en toekomstige regelgeving, met inbegrip van de omzetting van
de internationale regelgeving in het Belgisch recht.
De belangrijkste basiswetten hebben betrekking op het verhandelen van
de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen
en antiseptica; de vleeskeuring en de vleeshandel; de geneesmiddelen; de
keuring en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild; de bescherming
van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende geva-
ren; de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw,
bosbouw en veeteelt; de bestrijding van voor planten en plantaardige pro-
ducten schadelijke organismen; de handel in landbouw-, tuinbouw- en zee-
visserijproducten; de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op
het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten; gemedicineerde
diervoeders; het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormo-
nale, beta-adrenerische of productstimulerende werking; de bescherming
en het welzijn der dieren; de dierengezondheid en de diergeneeskunde.
De kernopdracht van het FAVV is het houden van toezicht op de voedselke-
ten door middel van controles. Het FAVV heeft in het verleden bijzondere
inspanningen geleverd om het ruime en vage concept van risicogebaseerde
controles om te zetten in concrete inspectie- en bemonsteringsprogram-
ma’s, gebaseerd op objectieve parameters die statistisch onderbouwd zijn.
Het inspectieprogramma is een meerjarenprogramma dat er op gericht is
om alle operatoren met een vooraf vastgelegde frequentie te inspecteren en
het bemonsteringsprogramma wordt jaarlijks vastgelegd op basis van de
1 De Koning stelt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de regels vast met betrek-
king tot de organisatie, de werking en de toegankelijkheid van databanken, die door het
Agentschap of met behulp van zijn medewerking kunnen worden uitgebouwd.
maklu
Paul Ponsaers
60 Maklu
meest recente gegevens. Bij het toezicht op de regelgeving van de Europese
Unie zal, waar interpretatie mogelijk is, worden gekozen voor een pragma-
tische oplossing.
Naast de geprogrammeerde controles is er een uitgebreid palet van andere
controleactiviteiten die voortspruiten uit klachten, internationale alarm-
berichten, erkennings- en toelatingsaanvragen, speciale acties (al dan niet
in samenwerking met andere overheidsinstellingen), enz. Aangezien al
deze controles de hoeksteen zijn van het toezicht op de voedselketen zal
het FAVV er enerzijds naar streven om het aantal inspecties maximaal te
behouden door onder meer de besparingen op de personeelskredieten te
compenseren met verdere efficiëntiewinsten en anderzijds de beperkingen,
noodzakelijk om te besparen, in het bemonsterings- en analyseprogramma
zo klein mogelijk te houden met een maximaal behoud van controles op
voedselveiligheidscriteria.
Het FAVV staat tevens in voor de preventie, opsporing en repressie van
fraude, de bestrijding van bepaalde illegale praktijken met economisch
belang en van het gebruik van sommige verboden stoffen, zoals het ge-
bruik van hormonen. Om efficiënt te zijn is de bestrijding van fraude in
de voedselketen gebaseerd op een beleid dat voorziet in specifieke acties en
het sensibiliseren van de medewerkers. De Nationale Opsporingseenheid
(NOE) van het FAVV staat het agentschap hierin bij. Omwille van de com-
plexiteit (geografisch, technisch,…) en/of het georganiseerd karakter van
deze inbreuken worden dossiers die een gespecialiseerde, gecoördineerde
en/of multidisciplinaire aanpak vergen (samenwerking met de parketten,
federale of lokale politie) aan de NOE toevertrouwd.
De inspecteurs van het FAVV beschikken niet over de hoedanigheid van of-
ficier van gerechtelijke politie. Zij kunnen wel proces-verbaal opstellen met
bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Ook kunnen hun processen-ver-
baal aanleiding geven tot een administratieve geldboete. Verder kunnen
zij producten onder bewarend beslag leggen waarvan ze vermoeden dat
ze niet conform de bepalingen zijn van de wet die ze regelt of aan haar
uitvoeringsbesluiten. Verder kunnen zij bedorven, ontaarde, schadelijke en
schadelijk verklaarde producten, en producten die niet conform zijn aan
de bepalingen van de wet die ze regelt of aan haar uitvoeringsbesluiten in
beslag nemen. Wanneer de volksgezondheid het vereist, worden de pro-
ducten vernietigd. Wanneer de vereiste het toelaat, worden de producten,
naar gelang het geval, ontaard, verwerkt, buiten gebruik gesteld, verkocht
of teruggegeven aan de eigenaar tegen een waarborgsom die gelijk is aan
de waarde van de in beslag genomen producten. Tevens kunnen zij mon-
sters nemen en op elk moment elke plaats betreden en doorzoeken waar
zich producten kunnen bevinden evenals elke plaats waar bewijzen van
het bestaan van een inbreuk mogelijk kunnen worden aangetroffen. Het
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 61
bezoek aan lokalen die uitsluitend als woning dienen is slechts toegestaan
tussen 5 uur ‘s ochtends en 9 uur ‘s avonds en kan slechts gebeuren met
verlof van de rechter van de politierechtbank. Ze kunnen zich ter plaatse
elk document, elke uitleg of inlichting doen verschaffen die ze nodig ach-
ten voor het uitoefenen van hun controleopdracht, en alle nuttige vaststel-
lingen doen, eventueel met de medewerking van deskundigen.
Een beperkt deel van het voormalige Bestuur van de Dierengezondheid en
de Kwaliteit van de Dierlijke producten en van het Bestuur van de Dieren-
gezondheid en de Kwaliteit van de Dierlijke Producten (voorheen bij het
departement Landbouw ondergebracht) werd geregionaliseerd. De overige
activiteiten werden overgedragen aan de Federale Overheidsdienst Volksge-
zondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu. De overgenomen taken
inzake controlebeleid en uitvoering van controles die betrekking hadden op
het vrijwaren van de voedselveiligheid werden als kerntaak overgedragen
naar het FAVV.
5.2. Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en
Gezondheidsproducten (FAGG)
1
Het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
(FAGG) is de bevoegde overheid op het vlak van geneesmiddelen en ge-
zondheidsproducten in België. Het is de opvolger van de voormalige Al-
gemene Farmaceutische Inspectie. Het FAGG zorgt, in het belang van de
volksgezondheid, voor de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid
van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Het is een overheidsinstel-
ling van openbaar nut, opgericht in 2007. De voogdijminister is de minister
van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
Het is de bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en
de doeltreffendheid van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten.
Het gaat om een team van ongeveer 390 medewerkers, voor het meren-
deel met een wetenschappelijke vorming. De competentiedomeinen zijn:
onderzoek en ontwikkeling; vergunning voor het in de handel brengen; in-
spectie en controle; goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidspro-
ducten. Het FAGG werkt samen met de gezondheidszorgbeoefenaars en
de andere bevoegde autoriteiten op nationaal en internationaal niveau om
de burgers van het rationele gebruik van de voor hen noodzakelijke genees-
middelen en gezondheidsproducten te verzekeren. Het FAGG waakt dus
over de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van geneesmidde-
len voor menselijk gebruik en van geneesmiddelen voor diergeneeskundig
1 Eurostation II – Victor Hortaplein 40/40 – 1060 Brussel. Tel.: +32 2 524 80 00. Zie: wel-
come@fagg.be; www.fagg.be .
maklu
Paul Ponsaers
62 Maklu
gebruik1, alsook van medische hulpmiddelen en hulpstukken, vanaf hun
ontwikkeling tot hun gebruik. Het FAGG waakt ook over een goed ver-
loop van alle uitgevoerde operaties met bloed, weefsels en cellen, vanaf hun
wegneming tot hun gebruik.
Het FAGG evalueert, vergunt, volgt op en controleert de aanvragen van kli-
nische studies met geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Het agent-
schap evalueert tevens de nieuwe aanvragen tot registratie van geneesmid-
delen, alsook de aanvragen tot wijziging. Het bewaakt de bijwerkingen
verbonden aan het gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
door het verzamelen van informatie. Ze ververzamelt de meldingen, evalu-
eert deze en neemt, indien nodig, maatregelen. Het controleert eveneens
de fabricageactiviteiten, de distributie, de aflevering, de invoer en de uit-
voer van de geneesmiddelen en gezondheidsproducten en levert de vergun-
ningen voorzien in de wetgeving, af. Ze controleert ook de apotheken en
bestrijdt eventuele illegale praktijken. Het FAGG zorgt ervoor dat alle pa-
tiënten toegang krijgen tot relevante informatie zodat geneesmiddelen en
gezondheidsproducten op een correcte manier gebruikt worden. Ze contro-
leert ook de reclame voor de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten.
De inspecteurs van de FAGG beschikken niet over de hoedanigheid van
officier van gerechtelijke politie. Wel kunnen zij proces-verbaal opstellen
met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Ook het geven van admini-
stratieve sancties is voorzien. De inspecteurs kunnen tot onmiddellijke ver-
nietiging overgaan van geneesmiddelen die bedorven, ontaard of niet con-
form de regelgeving zijn, mits erkenning van de betrokkene. Wanneer de
betrokkene niet instemt, worden de geneesmiddelen in beslag genomen.
De inspecteurs mogen monsters nemen. Ze hebben toegang tot apothe-
kers, winkels en andere winkels bestemd voor verkoop of aflevering van de
bij wet vernoemde stoffen gedurende de uren voor het publiek toeganke-
lijk. Dit geldt ook voor de depots, zelfs als ze niet voor het publiek toegan-
kelijk zijn. Ze mogen ten alle tijde de lokalen betreden welke dienen voor
het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de bij wet vernoemde
stoffen. De bevoegde ambtenaren kunnen de overlegging eisen van ver-
gunningen en handelsdocumenten. Afhankelijk van de ernst van de in-
breuk tracht men de zaak eerst onderling te regelen. Wanneer men niet tot
een oplossing komt, of wanneer het om een ernstige inbreuk gaat, wordt
een proces-verbaal opgemaakt.
1 Met inbegrip van homeopathische geneesmiddelen en geneesmiddelen op basis van
planten, magistrale bereidingen en officinale bereidingen.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 63
6. FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie1
De Landbouwmaterie werd in het kader van de zesde staatshervorming
in grote mate overgedragen aan de gewesten. Zo werd een deel van het
Bestuur voor de Kwaliteit van de Grondstoffen en de Plantaardige Sector gere-
gionaliseerd. De overige activiteiten werden overgedragen aan de Federale
Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu.
De overgenomen taken inzake controlebeleid en uitvoering van controles
die betrekking hebben op het vrijwaren van de voedselveiligheid worden
als kerntaak overgedragen naar het FAVV.
Het voormalige Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) van het mi-
nisterie van Landbouw en de eraan verbonden inspectie werd overgedra-
gen. Ook de Dienst Zeevisserij en haar inspectie werd overgeheveld naar de
gewesten.
De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen2 (CBFA) was
tot 2011 verantwoordelijk voor het toezicht op de Belgische financiële sec-
tor. Ze ontstond uit de integratie van de Controledienst voor de Verzekerin-
gen (CDV), waarvan de inspecteurs over PV-bevoegdheid beschikten, en de
Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF). De CBFA was verant-
woordelijk voor: het toezicht op de financiële instellingen (kredietinstellin-
gen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, instellin-
gen voor collectieve belegging, ...); het toezicht op de financiële markten en
de financiële verrichtingen; het toezicht op het statuut van de makelaars,
de agenten en de subagenten die optreden voor financiële instellingen; tot
op zekere hoogte de bescherming van de consumenten van financiële dien-
sten; de bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering.
Intussen wijzigde de architectuur van het toezicht op de financiële sector in
België. De wetgever heeft ervoor geopteerd om te evolueren van een geïn-
tegreerd toezichtmodel, waarvoor de CBFA verantwoordelijk was, naar een
nieuw controle model. Binnen dit nieuwe model blijft de systemische con-
trole toevertrouwd aan de Nationale Bank van België, terwijl het toezicht op
de naleving van de gedragsregels (waaraan de financiële tussenpersonen
onderworpen zijn) wordt toevertrouwd aan de Autoriteit voor Financiële
Diensten en Markten (FSMA), de opvolger van de CBFA.
De FOD heeft tevens een aantal inspectiebevoegdheden die verband hou-
den met de controle op (het vervoer van) explosieven3.
1 Zie: http://economie.fgov.be/nl/
2 De zogenaamde ‘Beurswaakhond’.
3 Afdeling Controle (inspecties en certificaten) – Tel: 02/277 83 90 – Fax: 02/277 54 13 –
E-mail: ctrl.adr@economie.fgov.be.
maklu
Paul Ponsaers
64 Maklu
6.1. Algemene Directie Economische Inspectie
1
De Algemene Directie Economische Inspectie is één van de 7 algemene
directies van de FOD Economie. Gezien haar taak als marktcontrolerend
orgaan en klantgerichte bemiddelingsinstantie vormt de Economische In-
spectie een onontbeerlijke schakel in de strategie van de FOD Economie.
Via de Economische Inspectie ziet de FOD toe op de naleving van de regels
die worden opgesteld in het algemeen belang en in het belang van de eco-
nomische operatoren en van de consument, in overeenstemming met de
wetgeving en de regelgeving die onder de bevoegdheid valt van de FOD.
De Economische Inspectie informeert, waarschuwt en treedt preventief en
repressief op. Zij moedigt het gebruik van alternatieve geschillenoplossing
aan om de goede werking van de markt te bevorderen. Krachtens een re-
geringsbeslissing is zij sinds 1997 belast met de coördinatie van de strijd
tegen de economische fraude.
De AD Economische Inspectie is in zekere zin de Belgische ‘economische
politie’. Dankzij haar opdrachten van toezicht op de naleving van de eco-
nomische wetgeving draagt zij bij aan een evenwichtige werking van de
goederen- en dienstenmarkt. Onder het toezicht van de procureurs-gene-
raal beschikken de ambtenaren over ruime onderzoeksbevoegdheden. Zo
kunnen zij: een proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van
het tegendeel; op rechtsgeldige wijze zelfstandig een onderzoek instellen
en elke getuige verhoren; elke vervoerswijze controleren; overeenkomstig
de toepasselijke normen monsters nemen; beslag leggen op goederen en
documenten; verzegelingen aanbrengen; vorderingen uitvoeren; om de bij-
stand van deskundigen of ordediensten verzoeken; huiszoekingen uitvoe-
ren; voor de rechtbank als getuige verschijnen.
De ambtenaren van de AD Economische Inspectie kunnen eveneens een
beroep doen op de transactie bij inbreuken op bepaalde wetgevingen. In
principe vallen de sancties voor inbreuken die door de AD Economische
Inspectie worden vastgesteld onder de bevoegdheid van de gerechtelijke
overheden. De procureur des Konings heeft de bevoegdheid om hetzij voor
de correctionele rechtbank een rechtsvordering ter veroordeling van de ver-
antwoordelijke in te stellen, hetzij de overtreder een minnelijke schikking
(boete) voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen,
hetzij de zaak te seponeren. In het kader van bepaalde wetten heeft de AD
Economische Inspectie echter de bevoegdheid om de overtreder voor te
stellen een geldsom te betalen die de strafvordering doet vervallen. Indien
de overtreder weigert te betalen, wordt het dossier aan de procureur des
Konings overgemaakt die belast is met de rechtsvorderingen. Er is geen
1 Vooruitgangstraat 50 – 1210 Brussel. Tel.: 02 277 51 11. Fax: 02 277 50 21.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 65
minnelijke schikking indien de schade veroorzaakt aan derden voortduurt.
Op die manier wordt tegemoetgekomen aan de vereisten van het recht op
verdediging en aan die van de benadeelde partij.
De belangrijkste activiteiten van het bestuur zijn: de overtreders opsporen,
de economische overtredingen beteugelen, bewijsstukken verzamelen,
expertises en enquêtes uitvoeren, adviezen verlenen, documentatie verza-
melen en informatie verstrekken en uitwisselen. Het beteugelen en op-
sporen van een misdrijf kan autonoom of in samenwerking met andere
instanties gebeuren, vertrekkende van een verzoek van het parket, van een
ander bestuur van het departement, van de minister van economie, van een
Europese Commissie of van een andere officiële instantie, en vooral naar
aanleiding van een klacht.
Een waarschuwing wordt aan de overtreder ter kennis gebracht binnen een
termijn van drie weken volgend op de vaststelling van de feiten, bij een ter
post aangetekende brief met ontvangstmelding, of door de overhandiging
van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld. De waarschuwing
vermeldt: de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepaling(en);
de termijn waarbinnen zij dienen stopgezet te worden. Indien men geen
gevolg geeft aan de waarschuwing, zal de minister een vordering tot sta-
king instellen ofwel zullen de door de minister aangestelde ambtenaren
een regeling in der minne kunnen toepassen of de procureur des Konings
kunnen inlichten.
De AD Economische Inspectie werkt eveneens middels administratieve
minnelijke schikkingen. Dit betekent dat, vooraleer een voorstel tot beta-
ling aan de overtreder wordt toegestuurd, aan hem een afschrift van het
proces-verbaal ter kennis wordt gebracht. Elk voorstel tot betaling wordt
vergezeld met een stortingsformulier en vermeldt de termijn waarbinnen
de betaling moet gebeuren. Bij niet betaling binnen de termijn wordt het
proces-verbaal ter kennis gebracht aan de procureur des Konings.
Ook wordt een beroep gedaan op administratieve sancties, in het bijzonder
de schrapping van de erkenning als kredietgever of van de inschrijving als
kredietbemiddelaar in het kader van de wet op het consumentenkrediet.
Het staat de minister vrij een vordering bij de rechter in te dienen, om te
verkrijgen dat de rechter de beëindiging van de wetsovertreding beveelt.
Wanneer geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, wordt het op-
gestelde proces-verbaal aan de procureur des Konings overgemaakt, of stelt
men een minnelijke schikking voor. Wanneer niet wordt ingegaan op een
voorstel tot minnelijke schikking, wordt het proces-verbaal overgemaakt
aan het parket.
maklu
Paul Ponsaers
66 Maklu
Bij beslissing van de Ministerraad in 1997 werd de Interdepartementale
Commissie voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding (ICCF) in de
economische sectoren en voor de toepassing van de EG-verordeningen op-
gericht. De ICCF is een ad-hoc commissie van de Interministeriële Eco-
nomische Commissie die ressorteert onder de minister van Economie en
die wordt voorgezeten door de directeur-generaal van de AD Economische
Inspectie. De AD Economische Inspectie is verantwoordelijk voor de goede
werking van deze commissie tegen de achtergrond van het toenemende
belang dat door alle instanties wordt gehecht aan de strijd tegen de diverse
vormen van economische fraude.
6.2. Bestuur Kwaliteit en Veiligheid
1
Het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid is belast met de uitvoering van tech-
nische opdrachten met als doel de kwaliteit en veiligheid van producten,
diensten en installaties, het welzijn van de werknemers, de openbare vei-
ligheid alsook de know-how en het technologisch concurrentievermogen
van de industrie te waarborgen. De opdrachten van het Bestuur Kwaliteit
en Veiligheid spitsen zich toe op vier grote beleidslijnen: het bevorderen
van de competitiviteit van de ondernemingen; het beschermen van de con-
sumenten; het bijdragen tot het verzekeren van het welzijn op het werk, de
toepassing van de sociale reglementering en de openbare veiligheid; het
verzekeren van de evenwichtige exploitatie van het continentaal plat van
België en de ontwikkeling van het onderzoek op het gebied van de geologie.
Het gaat voornamelijk om het toezicht op vuurwerk, munitie, installaties en
diensten ter beschikking van de consumenten (zoals speelpleinen, liften,
attracties, …), springstoffen en gassen. Het bestuur ziet voornamelijk toe
op de naleving van de wet betreffende de handelspraktijken en de voorlich-
ting en bescherming van de consument, en deze betreffende de veiligheid
van de consumenten. Het bestuur integreerde de inmiddels afgeschafte
Mijninspectie. Het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid heeft vijf afdelingen.
Inspecteurs van twee van deze afdelingen beschikken over de bevoegdheid
tot het opstellen van een proces-verbaal geldig tot bewijs van het tegendeel.
Het gaat enerzijds om de Metrologische Dienst, die ervoor zorgt dat de me-
tingen in het economisch verkeer correct kunnen uitgevoerd worden door
tussen te komen op het vlak van de ‘industriële metrologie’2 en de ‘wette-
1 FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie – Algemene Directie Kwaliteit en Vei-
ligheid – Dienst Consumentenveiligheid – Koning Albert II-laan 16 – 1000 Brussel – tel:
+32 2 277 76 99 – fax: +32 2 277 54 39 – email: safety.prod@economie.fgov.be – web:
economie.fgov.be
2 Belast met de realisatie en de bewaring van de nationale meetstandaarden en het uitvoe-
ren van kalibraties van meetwerktuigen teneinde een kwaliteitswaarborg te verlenen aan
industriële producten.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 67
lijke metrologie’1. Anderzijds om de Dienst Veiligheid. Deze dienst verze-
kert en coördineert het beheer in verband met volgende bevoegdheden:
arbeidsveiligheid in de winningsindustrie, de staalnijverheid, de onder-
grondse uitgravingen en de slakkenbergen, alsook sommige sociale onder-
werpen in bovenvermelde ondernemingen; openbare veiligheid: productie,
vervoer, opslag, verkoop en gebruik van springstoffen, ondergrondse gas-
opslagplaatsen, vervoer en distributie van gasachtige producten en andere
door middel van leidingen; consumentenveiligheid: producten, installaties
en diensten.
Naast genoemde verbaliseringsbevoegdheid kunnen de inspecteurs even-
eens waarschuwingen geven. Een waarschuwing wordt aan de overtreder
ter kennis gebracht binnen een termijn van drie weken volgend op de vast-
stelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met ontvangst-
melding, of door de overhandiging van het proces-verbaal waarin de feiten
zijn vastgesteld. De waarschuwing vermeldt: de ten laste gelegde feiten en
de geschonden wetsbepaling(en); de termijn waarbinnen zij dienen stopge-
zet te worden; dat, indien men geen gevolg heeft aan de waarschuwing, de
minister een vordering tot staking zal instellen ofwel de door de minister
aangestelde ambtenaren een regeling in der minne kunnen toepassen of
de procureur des Konings kunnen inlichten.
Verder kunnen de inspecteurs een administratieve minnelijke schikking
voorstellen. Vooraleer een voorstel tot betaling aan de overtreder wordt toe-
gestuurd, wordt hem een afschrift van het proces-verbaal ter kennis ge-
bracht. Elk voorstel tot betaling wordt vergezeld van een stortingsformulier
en vermeldt de termijn waarbinnen de betaling moet gebeuren. Bij niet-be-
taling binnen de termijn wordt het proces-verbaal ter kennis gebracht van
de procureur des Konings. Een administratieve geldboete doet de strafvor-
dering vervallen.
7. FOD Mobiliteit en Vervoer2
Bij de politiehervorming in 1998 (WGP) werden de bijzondere politiedien-
sten3 (luchtvaartpolitie, scheepvaartpolitie en spoorwegpolitie), die voor-
1 Staat in voor het opstellen van metrologische reglementen, de uitvoering van modelgoed-
keuringen van meetwerktuigen, de uitvoering van verrichtingen van eerste ijk en herijk
van gereglementeerde meetwerktuigen en het uitoefenen van controles op voorverpak-
te producten zodat de handelssectoren en de consument de zekerheid hebben dat hun
rechten gevrijwaard worden.
2 Zie: http://mobilit.belgium.be/nl
3 Het ging om volwaardige politiediensten, met beperkte territoriale bevoegdheden. Van-
daar dat zij ‘bijzonder’ werden genoemd.
maklu
Paul Ponsaers
68 Maklu
heen zelfstandig waren ingericht, overgeheveld naar de Federale Politie. De
politie op het wegverkeer werd behouden en verdeeld over de Federale en
Lokale Politie. Niettemin zijn bepaalde specifieke, specialistische materies
behouden op het niveau van de FOD Mobiliteit en Vervoer, en de daaraan
verbonden bijzondere inspectiediensten. De bevoegdheidsverdeling tussen
de diverse instanties werd in 1999 bij wet geregeld. Het zijn deze diensten
die hieronder besproken worden.
Het ministerie van verkeer en infrastructuur werd voor het eerst opgericht
in 1884 als Belgische ministerie. Het ging door het leven onder verschil-
lende benamingen, met name ministerie van spoorwegen, post en tele-
graaf, ministerie van vervoer en PTT en ministerie van verkeerswezen. De
naamswijziging naar de huidige FOD vond plaats in 2001 in het kader van
het Copernicusplan. De FOD Mobiliteit en Vervoer heeft als missie het
voorbereiden en het implementeren van een overlegd federaal mobiliteits-
en vervoerbeleid in dienst van de bevolking, de ondernemingen en de eco-
nomie van het land. De FOD is gebouwd rond vier pijlers, met name (1)
luchtvaart, (2) scheepvaart, (3) wegverkeer, en (4) spoorvervoer.
Het vervoer langs het spoor van gevaarlijke stoffen (RID) of het maritiem
vervoer ervan (IMDG) of via de luchtvaart (ICAO TI) blijven bevoegdheden
van de federale FOD. Dat is niet het geval voor alles wat te maken heeft met
het wegvervoer van gevaarlijke stoffen (ADR) en het uitzonderlijk vervoer.
In grote mate werden deze bevoegdheden overgeheveld naar de gewesten.
7.1. Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) – Inspectie
Luchtvaartveiligheid
1
Een autonome cel voor onderzoek van luchtvaartongevallen en -inciden-
ten werd opgericht. Deze cel kreeg de naam Air Accident Investigation Unit
(Belgium), afgekort AAIU(Be), en valt rechtstreeks onder de bevoegdheid
van het directoraat-generaal Luchtvaart. Deze cel werkt actief mee aan het
tot stand houden en het verbeteren van de veiligheid binnen de burger-
luchtvaart.
De Inspectie van de DGLV heeft diverse taken. Daartoe behoren: het pre-
ventief optreden tegen criminaliteit en terrorisme en hiervoor de pertinen-
te wetgeving uitwerken; de coördinatie van de luchtvaartbeveiliging op na-
tionaal vlak2; het toezien op de naleving van de luchtvaartreglementering
1 FOD Mobiliteit en Vervoer – Luchtvaartbeveiliging – Vooruitgangstraat 56 – 1210 Brus-
sel. Mail: inspection.air.security@mobilit.fgov.be. Zie: http://mobilit.belgium.be/nl/
luchtvaart.
2 De naleving van de beveiligingsmaatregelen wordt gecontroleerd door inspecteurs.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 69
op Belgische luchthavens en wat de Belgische luchtvaartmaatschappijen
betreft, op de buitenlandse luchthavens; en de coördinatie van de werking
van de luchthaveninspecties op Belgische luchthavens.
De dienst Inspectie Beveiliging van het directoraat-generaal Luchtvaart is
bevoegd voor het toezicht op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen
in de burgerluchtvaart. Hij is eveneens verantwoordelijk voor de erkenning
van leveranciers van vlucht- en luchthavenbenodigdheden, vrachtagenten
en afzenders. De dienst Veiligheid van de directie Inspectie is in Haren
gevestigd. Een team van luchtvaartinspecteurs controleert voornamelijk of
de verschillende actoren van de luchtvaartsector (piloten, luchtvaartmaat-
schappijen, luchthavens, enz.) de luchtvaartreglementering correct toepas-
sen. Deze dienst voert onaangekondigde controles op het hele Belgische
grondgebied uit en verricht, zowel op eigen initiatief als op verzoek van
Justitie (zoals het parket), inspecties die kunnen leiden tot een repressief
optreden tegen de overtreders. Deze inspecties en controles dienen als af-
schrikkingsmiddel en als indicator voor de risicoanalyse. Ze hebben be-
trekking op de verschillende domeinen van de burgerluchtvaart: operaties,
luchthavens, luchtarbeid, navigatiedienst, vervoer van gevaarlijke goede-
ren, onderhoud, milieu en luchtvaartuigen.
De leden van de Inspectie van de DGLV beschikken niet over de hoedanig-
heid van officier van gerechtelijke politie. Zij kunnen wel processen-verbaal
opmaken met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Voor het overige
beschikken zij over ruime bevoegdheden. Ze kunnen zich, op elk ogenblik
van de dag of van de nacht toegang verschaffen, zonder voorafgaande ver-
wittiging in alle plaatsen die door de wet van 3 mei 1999 vernoemd worden
(met uitsluiting van plaatsen die tot woning dienen) en in de luchtvaartui-
gen en daar tot veiligheidscontroles overgaan. Ook kunnen zij overgaan tot
elk onderzoek, elk verhoor en elke controle, alsook alle inlichtingen inwin-
nen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen
van de wetgeving waarop zij toezicht houden, werkelijk worden nageleefd.
Verder kunnen zij de identiteit van mensen controleren die zich op de
luchtzijde van de luchthaven bevinden. Tevens kunnen de inspecteurs
(zonder verplaatsing) alle boeken, registers, documenten, schijven, ban-
den, diskettes of gelijk welke andere informatiedragers met gegevens die
ingevolge de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen dienen te worden
opgemaakt, bijgehouden of bewaard, ter inzage doen voorleggen en uit-
treksels, afschriften of kopieën ervan nemen of kosteloos doen verstrekken
of tegen ontvangstbewijs doen afgeven. Ook kunnen zij stalen meenemen
van alle bewerkte of afgewerkte goederen, van producten en stoffen die be-
waard, gebruikt of behandeld worden om ze te ontleden of om het bewijs
van een inbreuk te leveren, op voorwaarde dat de eigenaar hiervan op de
hoogte wordt gebracht.
maklu
Paul Ponsaers
70 Maklu
Zij mogen beslag leggen op de luchtvaartuigen, de springstoffen, wapens,
munitie, toestellen voor fotografische opnames en alle voorwerpen die in
overtreding met de wets- of reglementsbepalingen worden gevonden. Ie-
der persoon die op het punt staat zich van de landzijde naar de luchtzijde
te begeven, of op het punt staat zich in een luchtvaartuig in te schepen of
zijn bagage aan een veiligheidsonderzoek te onderwerpen. Hetzelfde geldt
overigens ook voor vrachten.
Zij zijn gemachtigd de toegang aan boord te verbieden aan diegene die zich
verzet tegen de veiligheidscontrole. Zij kunnen vaststellingen doen door
middel van het maken van foto’s, film- en video-opnames. Bij de uitoefe-
ning van hun opdrachten kunnen zij de bijstand van de politie vorderen.
De Europese kritieke infrastructuren betreffende de luchtvaart werden in
2015 geïnventariseerd. Daarover werd een ‘vertrouwelijk’ verslag opgesteld
dat aan de minister van Mobiliteit, tevens verantwoordelijk voor ‘Belgo-
control’, werd voorgelegd. Belgocontrol is een autonoom overheidsbedrijf
met als missie de veiligheid van het luchtverkeer te verzekeren in het
luchtruim waarvoor België verantwoordelijk is. Belgocontrol vervult deze
opdracht door het optimaliseren van de kosten en de stiptheid, het verho-
gen van de capaciteit en het verzekeren van een duurzame ontwikkeling
voor het luchtverkeer. Belgocontrol verstrekt alle noodzakelijke diensten
om het luchtverkeer in alle veiligheid te leiden en te beheren: ATM – Air
traffic management: beheer en controle van het luchtverkeer; Technologie:
infrastructuur en systemen van ATM data processing, Communicatie, Na-
vigatie, Surveillance en Meteo; AIM en Meteo: meteo- en luchtvaart inlich-
tingendiensten.
7.2. Directoraat-generaal Maritiem Vervoer (DGMV) – Belgische
Scheepvaart Inspectie
1
Het DG Maritiem Vervoer steunt het uitwerken van een Belgisch, Euro-
pees en wereldwijd scheepvaartbeleid en zorgt voor de toepassing ervan.
Het beleid heeft als doel de mobiliteitsnoden te verhelpen en over een op-
timaal, veilig en beveiligd scheepvaartvervoer te beschikken, dat het mi-
lieu minimaal belast en dat zijn concurrentiepositie kan handhaven. De
FOD Mobiliteit en Vervoer zorgt er met zijn Port State Control-inspecties
en Hazmat-inspecties voor dat alle schepen die Belgische havens aandoen
aan dezelfde hoge standaard beantwoorden. Twee belangrijke becijferbare
opdrachten worden uitgevoerd door de Directie Scheepvaartcontrole: de
certificatie en de inspectie.
1 FOD Mobiliteit en Vervoer – Directoraat – Maritiem Vervoer – City Atrium – Vooruit-
gangstraat 56 – 1210 Brussel – web: www.mobilit.fgov.be
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 71
De naleving van de internationale normen op het gebied van veiligheid,
milieu en leef- en werkomstandigheden aan boord bepaalt in sterke mate
de kwaliteit van een vloot. De kwaliteit van zeeschepen wordt wereldwijd
gemeten door middel van strikte controles in havens waarbij de verschil-
lende landen waarvan de schepen de vlag voeren (vlagstaten), onderling
worden getoetst en gerangschikt. Zo worden vlagstaten naar gelang het
kwaliteitsniveau onderverdeeld in drie categorieën: ‘white list’, ‘grey list’ en
‘black list’. De FOD Mobiliteit en Vervoer is de exclusief bevoegde autoriteit
voor de vlaggenstaatcontrole.
Ook de lading die schepen aan boord nemen in de havens moet veilig zijn.
Voor de controles aan wal, voor de belading van de schepen plaatsvindt,
is de FOD Mobiliteit en Vervoer bevoegd. In de praktijk is het de dienst
Hazardous Materials, afgekort Hazmat, die de controles uitvoert. Een aan-
tal inspecteurs van de federale overheid voeren steekproefcontroles uit op
basis van inzage in de aan boord te nemen lading van een schip, zowel op
papier als op het terrein. Hiervoor werkt de Federale overheid samen met
de havenkapiteindiensten. Er is een goede wisselwerking tussen de con-
trolediensten en de economische actoren in de logistieke keten waarvan
de scheepvaart en de haven een onderdeel zijn. Deze samenwerking met
respect voor elk zijn rol is een voorbeeld van samenwerking tussen de over-
heid en de economische actoren in een sector.
De inspectie is in eerste instantie gericht op veiligheid van de personen
en de goederen aan boord. Via de inspecties van de FOD Mobiliteit en
Vervoer wordt de kans op een onveilige situatie tot een minimum beperkt
aangezien de Belgische autoriteiten toezicht hebben op deze vaartuigen
onder buitenlandse vlag. De inspecties zijn ook van belang voor het milieu.
Aspecten met een belangrijke impact op het leefmilieu vormen een aan-
zienlijk onderdeel in de controles uitgevoerd door de inspecteurs. Ook wil
de FOD via de controles een economisch ‘level playing field’ creëren door
een aanzienlijke vermindering in oneerlijke concurrentie van de kwalita-
tieve schepen met ondermaatse, maar goedkoper exploiteerbare schepen.
Indien bepaalde schepen niet aan dezelfde voorwaarden voldoen, betekent
dit een groot nadeel voor de ‘goede leerlingen’.
De met scheepvaart belaste ambtenaren hebben de volgende taken: het
opmaken van monsterrollen; het aan- en afmonsteren van zeelieden; het
opstellen van de wettelijke of reglementaire documenten bij het verlies van
de bemanning of een gedeelte ervan het uitvoeren van het gerechtelijke
beslag op zee- en binnenschepen; de controle over de naleving van de wet-
telijke of reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van schepen en
de scheepvaart, daaronder begrepen de verkeersregeling; de controle over
de wettelijke of reglementair voorgeschreven documenten, zowel met be-
trekking tot de schepen als tot de opvarenden; in het algemeen alle andere
maklu
Paul Ponsaers
72 Maklu
administratieve of bestuursrechtelijke handelingen met betrekking tot de
schepen, met uitzondering van de politiemaatregelen.
De betrokken inspecteurs van DGMV beschikken niet over de hoedanig-
heid van officier van gerechtelijke politie. Wel kunnen zij proces-verbaal
opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Ze kunnen te-
vens een schip immobiliseren of in beslag nemen tot men voldoet aan de
regelgeving. Bij een eerste vaststelling wordt de schipper doorverwezen
naar de dienst waartoe hij zich moet wenden om zich in orde te stellen.
Gebeurt dit niet dan wordt het schip geïmmobiliseerd. In geval van ernstig
verbaal geweld met dreiging wordt een proces-verbaal opgesteld. Inbeslag-
name zal steeds gebeuren wanneer het schip een gevaar betekent voor de
veiligheid van de scheepvaart. In principe worden geen processen-verbaal
opgesteld, men opteert voor het immobiliseren vanuit twee redenen: het
gelijkheidsprincipe (een vreemde schipper kan gemakkelijker zijn boete
ontlopen) en de efficiëntie (door de inbeslagname verliezen ze inkomsten;
vandaar de grotere motivatie tot inregelstelling).
Bij de uitvoering van hun opdrachten mogen de inspecteurs te allen tij-
de schepen en vaartuigen, alsook alle lokalen die verbonden zijn met de
scheepvaart betreden. Plaatsen die tot woning dienen mogen zij slechts
betreden met toelating van de bewoner of met verlof van de bevoegde poli-
tierechter. Zij kunnen vragen alle inlichtingen en wettelijke en reglemen-
taire documenten te verstrekken die aan boord dienen te zijn. Zij kunnen
de identiteit van personen controleren, hen verhoren en overgaan tot alle
nuttige vaststellingen.
Binnen de FOD is het DGMV belast met het toezicht op de maritieme
beveiliging als kritieke infrastructuur. De Nationale Autoriteit voor Mari-
tieme Beveiliging (NAMB) superviseert de havenbeveiligingsplannen en
de implementatie ervan volgens de EU richtlijn 2005/65. De havens van
Antwerpen, Gent en Zeebrugge zijn door het OCAD als kritieke infrastruc-
tuur aangeduid. Het permanent secretariaat van de NAMB bestaat uit één
inspecteur en één attaché, en voert de inspecties uit voor deze havens. Zij
doen inspecties ter plaatse, in samenwerking met de havenautoriteiten. Zij
maken een inspectierapport over aan de bevoegde havenautoriteit die op
hun beurt zorgen voor corrigerende maatregelen. De havenkapitein-com-
mandant is het hoofd van het Lokaal Comité voor Maritieme Beveiliging
(LCMB) en hij is op die basis zowel voor de inspectiedienst als voor de
havengebruikers het dagelijks aanspreekpunt voor. Een certificaat van con-
formiteit wordt afgeleverd na controle en het voldoen aan de regelgeving.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 73
7.3. Directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid
(DGWVVV)
1
Binnen het DG Wegvervoer en Verkeersveiligheid voeren de directie ‘Cer-
tificatie en Inspectie’ (erkenningen, aanmeldingen, bedrijfscontrole) en de
directie ‘Wegcontrole’ inspectietaken uit. Het vervoer van gevaarlijke goe-
deren via de weg is onderworpen aan controle door de FOD Mobiliteit en
Vervoer. Een deel van de bevoegdheden van dit vervoer over de weg (ADR)
werd overgedragen naar de gewesten in het kader van de 6de staatshervor-
ming2. De Directie Wegcontrole houdt zich in hoofdzaak bezig met het
voorkomen en beteugelen van de overtredingen op het vlak van het vervoer
over de weg. De controles gebeuren zowel in ondernemingen als op de weg
en hebben een drievoudig oogmerk: (1) het verbeteren van de verkeersvei-
ligheid; (2) het waarborgen van een gezonde concurrentie onder alle onder-
nemingen; (3) het verbeteren van de sociale levensomstandigheden van de
bestuurders.
Systematische periodieke productiecontroles worden uitgevoerd door pri-
vate instellingen, erkend door de bevoegde diensten en aangemeld bij de
Europese Commissie. De erkenning en aanmelding van deze instellingen
is onder andere gebaseerd op een ISO-accreditatie, waarop periodiek toe-
zicht wordt gehouden. Verder worden vanuit de betrokken diensten tech-
nische instructies uitgevaardigd voor deze instellingen en wordt periodiek
overleg en toezicht ingepland.
Wat betreft het kwaliteitsbewakingssysteem binnen de onderneming moe-
ten de fabrikanten eveneens aan de ISO-norm beantwoorden. Het gaat om
een systeem dat binnen de onderneming een beleid invoert, alsook maat-
regelen en procedures om te waarborgen dat producten, zodra ze in pro-
ductie zijn, steeds overeenstemmen met het door de bevoegde overheden
goedgekeurde product en aan de vereisten van de geldende reglementerin-
gen voldoen. De fabrikant moet al de nodige informatie betreffende zijn
ISO-certificering verschaffen en verbindt zich ertoe de bevoegde goedkeu-
ringsoverheden in te lichten over elke wijziging van de geldigheid of de
draagwijdte van zijn certificering. Dit niveau wordt ook geverifieerd door
de FOD Mobiliteit en Vervoer of door technische diensten die de FOD heeft
erkend.
1 FOD Mobiliteit en Vervoer – Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer – Directie
Wegvervoer – City Atrium – Vooruitgangstraat 56 – 1210 Brussel - www.mobilit.fgov.be.
2 Zie, wat Vlaanderen betreft: http://www.mobielvlaanderen.be/contactpunt – Adres:
Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Beleid Mo-
biliteit en Verkeersveiligheid, Koning Albert II-laan 20 bus 2, Graaf de Ferraris-gebouw,
1000 Brussel, of planning.coordinatie@mow.vlaanderen.be – Adres: Agentschap Wegen
en Verkeer, Planning en Coördinatie, Koning Albert II-Laan 20 bus 4 – 1000 Brussel.
maklu
Paul Ponsaers
74 Maklu
De FOD Mobiliteit en Vervoer neemt deel aan de RAPEX-procedure die bij
de FOD Economie gecentraliseerd wordt. De reglementering voorziet dat
een fabrikant aan wie een EG-typegoedkeuring voor een voertuig is ver-
leend, reeds verkochte, geregistreerde of in het verkeer gebrachte voertui-
gen moet terugroepen wanneer een of meer op het voertuig gemonteerde,
onderdelen of technische eenheden een ernstig gevaar vormen voor de ver-
keersveiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De fabrikant moet dus
aan de FOD Mobiliteit en Vervoer een reeks gepaste maatregelen om het
bedoelde gevaar te neutraliseren, voorstellen.
De periodieke technische keuring van voertuigen die in België zijn inge-
schreven, wordt geregeld door het algemeen reglement op de technische
eisen waaraan de auto’s moeten voldoen. De procedure voor de controle
van de overeenstemming is bedoeld om te waarborgen dat elk voertuig
overeenstemt met het goedgekeurde type. Deze controle omvat twee ver-
richtingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, enerzijds de be-
oordeling van de kwaliteit gegarandeerd door de fabrikant en anderzijds de
productgerelateerde controles. De technische dienst moet beantwoorden
aan de vereisten van een ISO-norm. Deze dienst moet worden erkend door
de Directie Certificatie en Inspectie van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
Het Directoraat-generaal staat verder in voor de uitreiking van diverse soor-
ten van rijbewijzen. Deze procedure verloopt via de gemeenten. Rijscholen
organiseren rijexamens met het oog op het verwerven van het recht op
sturen. Deze rijscholen worden tevens erkend door de directie Certificatie
en Inspectie van de FOD. Onder bepaalde omstandigheden kan het recht
op sturen vervallen1.
Elk motorvoertuig en aanhangwagen moet voorafgaandelijk ingeschreven
zijn in het voertuigen register dat beheerd wordt door de Dienst Inschrij-
vingen Voertuigen (DIV) van het Directoraat-generaal. Deze laatste vormt
een gegevensdatabank die de bepalingen van de wet houdende bescher-
ming van het privé leven eerbiedigt.
Verder moeten snelheidsbegrenzers en tachografen voldoen aan techni-
sche eisen die door een Europese richtlijn werden bepaald, zij kunnen
enkel worden geïnstalleerd door bedrijven of instanties die erkend zijn
door de lidstaten. Elke aanvraag, verlenging of wijziging als installateur of
1 Het verval van het recht tot sturen mag niet worden verward met de administratieve
intrekking van het rijbewijs. Het verval is een veroordeling die is uitgesproken door een
rechter, terwijl de administratieve intrekking (door de politie uitgevoerd) geen vonnis
vereist. De administratieve intrekking heeft als enig gevolg dat het besturen van een
voertuig wordt verhinderd tijdens de duur van de intrekking.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 75
hersteller van tachografen/snelheidsbegrenzers moet goedgekeurd worden
door de directie Certificatie en Inspectie van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
De Koning wijst die ambtenaren en inspecteurs aan die beschikken over de
hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. De inspecteurs beschik-
ken over bevoegdheid om proces-verbaal op te stellen met bewijswaarde
tot bewijs van het tegendeel. Tevens kunnen zij waarschuwingen geven.
In principe wordt een proces-verbaal opgesteld bij de vaststelling van een
overtreding. Bij de vaststelling van bepaalde inbreuken tegen de regelge-
ving over het vervoer van goederen en personen over de weg, kan de contro-
leambtenaar aan de overtreder de keuze laten tussen: (1) de opstelling van
een proces-verbaal dat gerechtelijke vervolging tot gevolg kan hebben; of
(2) de onmiddellijke betaling van een som. De aanvaarding van het voorstel
tot betaling betekent de erkenning van de overtreding. Zij dooft de strafvor-
dering uit (behalve indien het openbaar ministerie binnen de maand aan
de betrokkene meedeelt dat het zal vervolgen). Ingeval van ‘fraude’1 kan de
totale som die ter plaatse door een zelfde overtreder betaald moet worden,
verhoogd worden tot 5.500 euro.
De bovenvermelde procedure sluit niet uit dat de controleambtenaren een
einde maken aan de inbreuk door ’maatregelen van ambtswege’. Voor-
beelden van deze maatregelen zijn het overladen van goederen wanneer
geen geldige vervoervergunning kan worden getoond, de vervanging van
de chauffeur wanneer de dagelijkse rusttijd onvoldoende is, voertuigen tij-
delijk blokkeren of terugsturen, bv. over de grens of naar plaats van vertrek,
enz.
Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats heeft in Bel-
gië en de onmiddellijke betaling van de voorgestelde som niet aanvaardt,
dient hij, bij de opstelling van een proces-verbaal, ter plaatse een som in
consignatie te geven. Per inbreuk is deze som dezelfde als die van de on-
middellijke inning. Bij niet-veroordeling wordt de in consignatie gegeven
som aan de overtreder terugbetaald. Bij veroordeling wordt ze aangewend
voor de betaling van de uitgesproken geldboete en de gerechtskosten. Het
eventuele overschot wordt terugbetaald. Indien de in consignatie te geven
som niet betaald wordt, kan het voertuig ingehouden worden gedurende
een bepaalde periode.
1 Onder ‘fraude’ wordt verstaan: gebruik van valse of vervalste vervoervergunningen of
andere als dusdanig geldende documenten; manipulaties die tot doel hebben de goede
werking van de tachograaf of de correcte registratie van de gegevens op de registratiebla-
den (schijven) of de bestuurderskaart te verhinderen; vervalsing van de gegevens geregi-
streerd op de registratiebladen (schijven) of de bestuurderskaart; elke handeling om zich
aan de controle te onttrekken.
maklu
Paul Ponsaers
76 Maklu
Indien na afloop van deze periode nog steeds niet betaald werd, kan het
voertuig in beslag genomen worden. Het beslag wordt opgeheven na beta-
ling van de vereiste som en de eventuele bewaringskosten van het voertuig.
Bij veroordeling van de betrokkene, wordt het voertuig verkocht indien de
geldboete en de gerechtskosten niet binnen een voorop gestelde termijn
na de uitspraak betaald worden. De opbrengst van de verkoop dient ter
dekking van de geldboete, de gerechtskosten en de eventuele bewarings-
kosten van het voertuig. Het eventuele overschot wordt aan de betrokkene
terugbetaald.
De ambtenaren hebben, bij het uitoefenen van hun taak, vrije toegang tot
de bedrijfslokalen en tot de documenten om de nodige informatie te verga-
ren. Tevens kunnen zij een beroep doen op de openbare macht.
7.4. Directoraat-generaal Spoorvervoer
1
In 2005 gaf de Europese Unie toestemming om het spoorverkeer te libera-
liseren. Dit resulteerde op Belgisch niveau in 2005, in de omvorming van
de NMBS naar de NMBS-Groep. De groep omvatte toen drie bedrijven. Elk
bedrijf is een naamloze vennootschap met het statuut van een autonoom
overheidsbedrijf. Dit houdt in dat alle taken die uitgevoerd worden door
deze drie bedrijven van openbare dienst zijn. Zij werden bij wet door het
parlement vastgesteld en staan genoteerd in een beheerscontract met de
Belgische staat.
Infrabel beheert de infrastructuur van het Belgische spoornet. De NMBS
is een spoorwegbedrijf dat personen en goederen vervoert per trein. De
NMBS is dus verantwoordelijk voor de treinen zelf wat betreft aantal, on-
derhoud en treinpersoneel. Tussen 2005 en einde 2013 ontwikkelde en on-
derhield NMBS-holding de 35 grote Belgische stations, de parkeerplaatsen
en de fietsstallingen. Op 1 januari 2014 werd hierdoor de NMBS-Holding
gefuseerd met de NMBS onder de naam van deze laatste. Bepaalde delen
van de Holding zijn hierbij ook naar Infrabel gegaan. Zowel de NMBS als
Infrabel werden hiermee autonome overheidsbedrijven in handen van de
Belgische staat. Een derde bedrijf, HR-Rail N.V. van publiek recht, werd op-
gericht als dochteronderneming van deze 2 bedrijven. HR-Rail is de werk-
gever van al het personeel bij NMBS en Infrabel.
De macht om beslissingen te nemen behoort dus niet exclusief toe aan de
federale regering en het federaal parlement. De FOD Mobiliteit en Vervoer
is belast met het verzekeren van de voogdij over de NMBS groep. De Dienst
1 FOD Mobiliteit en Vervoer – Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer – Directie
Wegvervoer – City Atrium – Vooruitgangstraat 56 – 1210 Brussel - www.mobilit.fgov.be.
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 77
Regulering van het spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven
Brussel-Nationaal is de economische regulator voor het Belgische spoor en
voor de luchthaven Brussel-Nationaal. De Dienst is momenteel nog on-
dergebracht bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zonder
evenwel hiërarchisch deel uit te maken van deze administratie. Een meer
autonoom statuut wordt in de nabije toekomst voorzien. Het is voorbarig
om op dit domein al te uitgebreid in te gaan in het kader van het opzet van
dit overzicht.
We vermelden twee initiatieven. De Dienst voor Veiligheid en Interoperabili-
teit van de Spoorwegen (DVIS) treedt op als nationale veiligheidsinstantie
voor België. Dit gebeurt in het kader van het tweede spoorwegpakket van
de Europese Unie, dat de veiligheid en de interoperabiliteit van het Eu-
ropees spoorwegsysteem wil verhogen. DVIS reikt een aantal vergunnin-
gen, certificaten, attesten of erkenningen uit aan het treinpersoneel, aan
de spoorwegondernemingen en aan psycho-medische en opleidingscentra.
In het kader van haar opdracht voert DVIS inspecties uit op de toepassing
van de veiligheidsregelgeving. Het met supervisie belaste personeel van de
DVIS is houder van een mandaat van officier van gerechtelijke politie. De
DVIS kan een administratieve geldboete opleggen aan: een spoorwegon-
derneming; de infrastructuurbeheerder (INFRABEL); en de houder. Bin-
nen DVIS is de eenheid ‘Spoorwegondernemingen’ verantwoordelijk voor
verschillende opdrachten, zoals: het onderzoeken van aanvraagdossiers
betreffende de certificatie van spoorwegondernemingen; het afleveren van
het Europees veiligheidscertificaat en het nationaal veiligheidscertificaat;
het opstellen van een supervisieplan voor de spoorwegondernemingen; het
uitvoeren van audits en inspecties met betrekking tot de certificaten die
werden uitgereikt door de DVIS, onder de voorwaarden die de toelating
hebben toegestaan.
Het Onderzoeksorgaan voor Ongevallen en Incidenten op het Spoor (OOIS) is
een onafhankelijk orgaan dat werd opgericht om bij te dragen aan de vei-
ligheid op het spoor. De belangrijkste opdracht van het Onderzoekorgaan
bestaat erin een onderzoek in te stellen naar zogenaamde ‘ernstige’ exploi-
tatieongevallen die zich op het Belgische spoorwegnet voordoen. Naast de
ernstige ongevallen is het Onderzoekorgaan bevoegd andere ongevallen
en incidenten te onderzoeken die gevolgen kunnen hebben voor de vei-
ligheid op het spoor. De verslagen van de veiligheidsonderzoeken worden
openbaar gemaakt en hebben tot doel informatie te verstrekken aan de be-
trokken partijen, de industrie, de regelgevingsinstanties, maar ook aan de
bevolking in ‘t algemeen.
In het spoorvervoer zijn er nog geen infrastructuren aangeduid, maar de
identificatie vordert en het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking
maklu
Paul Ponsaers
78 Maklu
tot de kritieke spoorinfrastructuur, waarin aanduiding van de inspectie-
dienst (= directie bevoegd voor het spoorbeleid), staat bijna op punt.
7.5. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie
(BIPT)
1
Het BIPT is opgericht in 1991 als een parastatale en heeft een eigen statuut
gekregen in 2003 om de onafhankelijkheid ten aanzien van de uitvoeren-
de macht te waarborgen. Het BIPT heeft een reguleringsopdracht in 4 be-
voegdheidsdomeinen: de elektronische communicatiemarkt, de postmarkt,
het elektromagnetische spectrum van de radiofrequenties en de radio- en
televisieomroep in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Binnen elk van de bevoegdheidsdomeinen heeft het BIPT een reeks doel-
stellingen te vervullen die rechtstreeks voortvloeien uit het Belgische en
Europese regelgevingskader. In het domein voor de elektronische commu-
nicatie heeft het BIPT bijvoorbeeld als opdracht de concurrentie te bevorde-
ren, bij te dragen in de ontwikkeling van de interne markt en te waken over
de belangen van gebruikers. Om deze doelstellingen te vervullen beschikt
het BIPT over wettelijke instrumenten: beslissingen nemen, sancties op-
leggen, raadplegingen en onderzoeken opstarten of bemiddelend optreden.
Om haar doelstellingen te realiseren beschikt het BIPT over verschillende
instrumenten, zoals: het nemen van administratieve beslissingen die ver-
plichtingen kunnen opleggen aan bedrijven; en het opleggen van admini-
stratieve sancties.
Naar aanleiding van een klacht, of wanneer het problemen vaststelt op de
markt, voert het BIPT specifieke controles uit, of laat deze uitvoeren, van de
praktijken van de operatoren op de particuliere markt om na te gaan of de
operatoren de geldende bepalingen in acht nemen, of ze hun diensten heb-
ben aangegeven, of de via sms verstrekte diensten het nummerplan in acht
nemen, of ze de vereiste kwaliteitsindicatoren publiceren en of de facturen
verstuurd aan de abonnees de vereiste bijkomende inlichtingen bevatten.
Via zijn dienst ‘Netwerkveiligheid’ waakt het BIPT over de veiligheid van de
openbare elektronische communicatienetwerken en van de openbare elek-
tronische communicatiediensten. Het BIPT ziet aldus erop toe dat de elek-
tronische communicatie operatoren de veiligheidsmaatregelen nemen die
het mogelijk maken de integriteit en beschikbaarheid van hun netwerken
en diensten te garanderen en dat de veiligheidsincidenten worden gemeld.
1 BIPT – Ellipse Building – Gebouw C – Koning Albert II-laan 35 – 1030 Brussel – Tel.: 02
226 88 88 – Fax: 02 226 88 77 – info@bipt.be – http://www.bipt.be
maklu
1. De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Maklu 79
De Dienst Apparatuur van het BIPT heeft uitgebreide bevoegdheden voor
het nemen en laten testen van monsters, het afnemen van verhoren, het
vaststellen van overtredingen en het nemen van de gepaste maatregelen
(het geven van waarschuwingen, inbeslagneming en uit de markt nemen
van producten, … ). Bij het vaststellen van een overtreding wordt proces-ver-
baal opgemaakt dat neergelegd wordt bij het parket. Indien de procureur
des Konings afziet van strafvervolging, kan de Raad van het BIPT een ad-
ministratieve boete opleggen. De dienst opereert over het ganse land. De
bevoegdheden van het BIPT zijn terug te vinden in de wet met betrekking
tot het statuut van de regulator van de Belgische post en telecommunicatie-
sector en in de wet betreffende de elektronische communicatie. Bepaalde
personeelsleden van het BIPT hebben de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie.
Binnen de Dienst Apparatuur worden 7,8 FTE ingezet voor controletaken.
In bepaalde gevallen kunnen zij bijstand genieten van andere personeels-
leden van de Pool Controle die binnen het BIPT hoofdzakelijk ingezet wor-
den voor de controle van het spectrum (NCS). Er is een zekere vorm van
samenwerking met de Algemene Directie Energie van de FOD Economie.
Er wordt in zekere mate samengewerkt met de douanediensten. Dit vooral
in het kader van de controle op postpakketten afkomstig van derde lan-
den. Het BIPT neemt eveneens deel aan gecoördineerde acties, meestal
georganiseerd door de politiediensten, waarbij meerdere inspectiediensten
betrokken zijn.
Binnen de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken is er een com-
municatieplatform, genaamd ‘BE ALERT29’. Het is de bedoeling om aan
dit platform een interface toe te voegen naar de netwerken voor mobiele
elektronische communicatie, opdat de autoriteiten die de crisisplanning en
dus ook de crisiscommunicatie beheren, hiervan gebruik kunnen maken.
Het Europese regelgevingskader schrijft overigens voor dat deze samen-
werkingsplicht kan worden ingeschreven in de vergunningen voor mobiele
netwerken. Het BIPT heeft overleg gepleegd met de Algemene Directie Cri-
siscentrum van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, om deze
medewerkingsplicht van de mobiele operatoren op te nemen in de WEC.
De bewaring van de gegevens door de operatoren wordt geregeld door de ar-
tikelen 126 en 145 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische
communicatie en door het koninklijk besluit van 19 september 2013 tot uit-
voering van artikel 126. Deze teksten zetten de Europese Richtlijn 2006/24/
EG, de zogenaamde ‘Dataretentierichtlijn’, volledig om in Belgisch recht.
De kwestie van de gegevensbewaring door de personen bedoeld in de para-
grafen 5 en 6 van artikel 9 van dezelfde wet wordt aangekaart in paragraaf
7 van datzelfde artikel.
maklu
Paul Ponsaers
80 Maklu
Ook de kwestie van de samenwerking met Justitie en met de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten is geregeld door een aantal wetteksten, ondermeer
door het KB van 9 januari 2003, houdende modaliteiten voor de wettelijke
medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elek-
tronische communicatie (uitvoering van de wet van 13 juni 2005 en van het
Wetboek van Strafvordering).
maklu
Maklu 81
2
Private bedrijfsrechercheurs:
de ‘missing link’ tussen BID’s en de reguliere
politie in de strijd tegen fraude
Bart De Bie1 & Ronny Van Looy2
Inleiding
Daar waar de bijzondere inspectiediensten zich primair toeleggen op in-
breuken die behoren tot het bijzonder strafrecht, binden private bedrijfs-
rechercheurs de strijd aan met allerhande inbreuken die doorgaans tussen
wal en schip vallen. Het gaat daarbij om diverse vormen van ‘corporate
misconduct’ die noch door de BID’s, noch door de reguliere politiedien-
sten worden opgepakt. In deze praktijkgerichte bijdrage wordt uiteengezet
over welke fenomenen het dan gaat en hoe de private bedrijfsrechercheur
daarbij opereert.
1. Verticale fraude: het favoriete jachtterrein van de publieke
fraudebestrijder
Verticale fraude of fraude tegen de publieke middelen (waaronder bijvoor-
beeld fiscale fraude, verduistering, subsidiefraude, sociale zekerheidsfrau-
de), is het traditionele domein van de publieke sector. Dit is op zich geen
vreemde vaststelling: dit soort feiten komt meestal pas aan het licht indien
er aangifte wordt gedaan of door proactief onderzoek door politie of BID’s.
Bedrijven hebben op zich geen direct belang bij het voorkomen van deze
vormen van fraude en zullen − mits zij hiertoe niet verplicht worden − niet
snel geneigd zijn om in de bestrijding hiervan te investeren. Dit betekent
1 Vice-President Secretary IFA (Institute of Fraud Auditors).
2 Voorzitter CFIB (Corporate Fraud Investigators Belgium).
maklu
Bart De Bie & Ronny Van Looy
82 Maklu
echter niet dat bedrijven geen indirect slachtoffer worden van deze vormen
van fraude: sociale zekerheidsfraude kan een impact hebben op de con-
currentiepositie van een bedrijf, net zoals fiscale fraude. Immers, wanneer
bepaalde bedrijven gebruik maken van frauduleuze mechanismen in hun
bedrijfsvoering, heeft dit een effect op de concurrentiepositie van andere
bedrijven. Zo brengt zwart werk minder kosten met zich mee voor een be-
drijf, en kan aanbestedingsfraude andere bedrijven in een nadelige positie
brengen. Ook kunnen vormen van verticale fraude een reputatierisico met
zich meebrengen voor bedrijven die hiermee geassocieerd worden. Hier
moeten we dan ook een verschil maken in die vormen van fraude waarbij
bedrijven als het instrument voor de fraude gehanteerd worden, zoals dat
het geval is bij banken die een instrument zijn bij fiscale fraude of witwas-
sen, of wanneer bedrijven als dader worden gezien van vormen van fraude.
Zoals bij het opzetten van btw carrousels.
Ook de opsporing van verticale fraude is geen eenzijdig verhaal; naast de
klassieke reguliere politie die in dit domein optreedt zien we immers nog
tal van andere publieke actoren die zich met deze problematiek bezighou-
den, in het bijzonder de BID’s. De aandacht voor de vormen van fraude
waar inspectiediensten zich op richten neemt toe, zowel op het vlak van de
beleidsvoering als in de media. Ondanks deze verhoogde aandacht voor de
aanpak van de ondergrondse of informele economie, waaronder bijvoor-
beeld zwartwerk, zien we ook een andere kant van publieke fraudebestrij-
ding, waarbij zaken soms erg lang aanslepen en een gebrek aan aandacht
van de beleidsmaker blijkt. Ondanks het feit dat witteboordencriminaliteit
vaak een prioriteit is geweest in de nationale veiligheidsplannen, lijkt het
beeld van de publieke fraudebestrijding eerder ontmoedigend. We noemen
hier bijvoorbeeld de zaak KB-Lux, die wegens onrechtmatige bewijzen werd
afgevoerd, of de zaak Beaulieu, die jaren heeft aangesleept. Pijnpunten die
in dit verband worden genoemd zijn dan een gebrek aan prioriteitstelling
van fraudevormen, te weinig middelen en expertise in dit domein of het te
weinig gericht onderzoeken van deze feiten (recherchemanagement).
2. Horizontale fraude: de natuurlijke habitat van de private
fraudebeheerser
Horizontale fraude is een domein waar de publieke sector zich in mindere
mate mee bezighoudt. Enerzijds noodgedwongen, gezien de eerder lage
aangiftebereidheid van deze vormen van fraude, anderzijds wegens een
gebrek aan mankracht en expertise, zeker in gevallen waar zeer specifieke
kennis noodzakelijk is.
maklu
2. Private bedrijfsrechercheurs
Maklu 83
Hoewel het opsporen van horizontale fraude lang niet altijd bijzonder
moeilijk is, is het wel steeds − omwille van het verdoezelingskarakter −
tijdrovend en daarom kostbaar: voor één stevige fraudezaak lost de politie
honderd inbraken op. Het mag dan ook niet echt verwonderen dat horizon-
tale fraude, en in het bijzonder interne fraude1, meer en meer aan de pri-
vate sector zelf wordt overgelaten. Dit moet enigszins genuanceerd worden
omdat organisaties die slachtoffer worden van externe fraude2 er toch vaak
voor zullen kiezen om wel aangifte te doen. Denken we maar aan fenome-
nen als creditcard-, bel- of afvalfraude. Of aankoop dan wel verkoopfraude,
waarbij er in veel gevallen sprake is van samenspanning tussen een interne
en een externe partij.
Een ander meer specifiek ‘buitenbeentje’ is ongetwijfeld jaarrekeningen-
fraude, dat rond de eeuwwisseling de gemoederen wereldwijd sterk heeft
beroerd3, en dat opnieuw veel media aandacht heeft gekregen met het 2.200
pagina’s tellende curatorenverslag naar aanleiding van het spraakmakende
faillissement van Lehman Brothers. Jaarrekeningfraude heeft doorgaans
een impact die de bedrijfsmuren overstijgt doordat er potentieel heel wat
belanghebbenden (klanten, leveranciers, beleggers) getroffen worden. In
dergelijke gevallen is het dan ook vaak zo dat er een publiek onderzoekstra-
ject wordt opgestart, waarbij evenwel private experten kunnen ingescha-
keld worden.
Binnen wat traditioneel de private veiligheidssector wordt genoemd is pri-
vate fraudebestrijding vaak een minder zichtbare sector. In de context van
private veiligheid wordt de private fraudebestrijding ook wel de ‘high-end’
van de private veiligheidssector genoemd. We doelen hier met ‘private frau-
debestrijding’ zowel op bedrijven die vanuit het voorkomen of beperken
van eigen slachtofferschap zelf aan fraudepreventie of -opsporing doen
via een gespecialiseerde afdeling en/of cel4, maar ook op gespecialiseerde
dienstverleners die als kerntaak deze private fraudebestrijding hebben (zo-
als de forensische auditoren).
Het afgelopen decennium hebben met name de corporate fraud investi-
gators en de forensische auditoren een zelfstandige en aan het overheids-
1 Hiermee wordt horizontale fraude bedoeld die gepleegd wordt door een werknemer,
kaderlid of lasthebber. M.a.w. het gaat om fraude gepleegd door een persoon die zich
binnen de ‘inner circle’ van de betrokken organisatie bevindt.
2 Hiermee wordt bedoeld horizontale fraude, waarbij de dader(s) buiten de bedrijfsmuren
moet gezocht worden.
3 We verwijzen hierbij naar enkele grote boekhoudschandalen zoals Enron, Worldcom,
Ahold, Shell, Parmalat en Lernout & Hauspie die geleid hebben tot nieuwe internationa-
le, Europese en nationale regels die het vertrouwen moesten herstellen.
4 Denk bijvoorbeeld aan banken, verzekeringsmaatschappijen, overheidsbedrijven en gro-
te industriële groepen.
maklu
Bart De Bie & Ronny Van Looy
84 Maklu
ingrijpen complementaire maatschappelijke positie verworven. Meer nog,
de private forensische dienstverlening heeft met succes het vacuüm opge-
vuld dat de overheid heeft achtergelaten. De reeds aangehaalde beperkin-
gen van het publieke opsporingsapparaat hebben samen met het marktaan-
bod van private fraudebestrijding en een aantal daarmee samenhangende
maatschappelijke en economische ontwikkelingen1 ertoe bijgedragen dat
in het bijzonder voor gevallen van interne fraude het strafrecht de facto
werd teruggedrongen in zijn oorspronkelijke rol van ‘ultimum remedi-
um’. Anders gezegd: de reactie op normovertredingen die strafrechtelijk
van aard zijn, behoort niet langer automatisch en uitsluitend tot de compe-
tentie van de overheid. Alleen het ‘echte’ strafrechtelijke optreden (en het
daaraan verbonden toepassen van dwangmiddelen) blijft gekoppeld aan de
overheid en dat is maar goed ook. Doch, ook hiervoor geldt dat dit in veel
gevallen maar geschiedt nadat een aangifte is gedaan van een strafbaar feit,
dus na een actie van de leiding van een bedrijf.
Het kwalitatief aanbod door private forensische auditoren heeft een maat-
schappelijke functie die niet meer weg te denken valt. Daarnaast heeft deze
dienstverlening ook een toegevoegde waarde voor de bedrijfsleiding die
niet mag onderschat worden. Het doel van een private forensische audit is
immers drieledig:
− het bekomen van waarheidsvinding en bewijsvoering aangaande be-
staande vermoedens van fraude;
het desgevallend vrijpleiten van personeelsleden die ten onrechte wer-
den verdacht op basis van ongegronde verdachtmakingen;
− voorkomen dat gelijkaardige onregelmatigheden worden herhaald of
zelfs aangemoedigd door het uitblijven van een gericht feitelijk onder-
zoek.
Hiermee is tevens gezegd dat er sprake is van een fundamenteel verschil-
lende benadering t.o.v. de publieke fraudebestrijding. De publieke fraude-
bestrijding wordt gedomineerd door de finaliteit van de sanctie, het weze
administratiefrechtelijk, fiscaal of strafrechtelijk. Uiteraard is de private
fraudebestrijding ook, doch niet uitsluitend, gericht op het sanctioneren
1 Hierbij kunnen we o.a. volgende ontwikkelingen benoemen: de informatisering en digi-
talisering, die een steeds groter wordende afhankelijkheid van de betrouwbaarheid van
de informatie en informatiesystemen met zich meebrengt; de daarmee samenhangende
globalisering van de economische activiteit, die leidt tot steeds meer (internationale) fu-
sies en overnames, waarbij megamultinationals in allerhande sectoren tot stand komen
die op het vlak van administratieve organisatie en interne controle steeds moeilijker
beheersbaar worden; de inflatie aan economische, sociale en leefmilieuregelgeving, die
steeds meer Europees en internationaal wordt en waarvan de complexiteit alsmaar toe-
neemt, waardoor men (onbewust) aanzienlijke schaderisico’s loopt; de aanwezigheid van
een sterk materialistisch georiënteerd waardepatroon in de ik-maatschappij van vandaag;
de dominantie van ‘winstmaximalisatie’ in de private bedrijfscultuur, …
maklu
2. Private bedrijfsrechercheurs
Maklu 85
van de verantwoordelijken. Een fraude incident binnen een organisatie
zorgt nagenoeg steeds voor enige commotie en steeds meer willen bedrij-
ven dat het probleem in de wortel wordt aangepakt. M.a.w. ze verwachten
van de forensische auditor dat deze de zwakke plekken in de administra-
tieve organisatie en het interncontrolesysteem blootlegt en aanbevelingen
formuleert om hieraan te remediëren.
Meer nog de idee dat systemen alleen niet volstaan om fraude beter te be-
heersen wint meer en meer terrein en leidt ertoe dat de vraag naar een
diepergaande preventieve aanpak toeneemt. Dat is op zich een positieve
ontwikkeling. Tegelijkertijd ziet het er niet naar uit dat het fenomeen van
interne fraude snel zal afnemen. Ondanks een stijging van de investerin-
gen in ICT-beveiliging − om maar één voorbeeld te noemen − hebben be-
drijven steeds meer te maken met cybercrime. En dan gaat het lang niet
alleen over externe personen, maar steeds meer over werknemers die be-
drijfsgevoelige informatie stelen of ontoegankelijk maken.
3. Het juridisch kader van de private fraudebestrijder
Een private fraude onderzoeker is geen politieman, noch een inspecteur
en heeft derhalve geen bijzondere onderzoeksbevoegdheden die hem/haar
krachtens een wet worden toebedeeld.
Daar staat evenwel tegenover dat de private fraude onderzoeker kan terug-
vallen op het controlerecht van diens opdrachtgever en derhalve zoals een
interne auditor rechtsgeldig toegang kan verkrijgen tot alle informatie die
zich binnen de bedrijfsmuren bevindt. Uiteraard dient er daarbij terdege
rekening te worden gehouden met privacy-aspecten, doch zolang de princi-
pes van CAO 811 worden gerespecteerd en voor zover er geen manifeste in-
breuken worden gepleegd op de Wet verwerking persoonsgegevens2, biedt
dit in de praktijk meer dan voldoende onderzoeksmogelijkheden.
1 Veel werknemers gebruiken voor hun beroepsactiviteit elektronische communicatie-
middelen. Vooral elektronische mail (e-mail) en het internet worden veel gebruikt. De
organisaties van werknemers en werkgevers hebben over dit onderwerp een collectieve
arbeidsovereenkomst afgesloten (cao n°81 van 26 april 2002). De CAO reglementeert de
controle van gegevens van elektronische communicatiemiddelen op de werkplaats en ga-
randeert daarbij de persoonlijke levenssfeer van de werknemers. De CAO reglementeert
echter alleen de inzameling van elektronische communicatiegegevens met als doel die te
controleren. Ze raakt niet aan de toegangsvoorwaarden en het gebruik door de werkge-
ver, die de bevoegdheid van de werkgever blijven.
2 Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte
van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993.
maklu
Bart De Bie & Ronny Van Looy
86 Maklu
Daarnaast dient de private fraudebestrijder ook rekening te houden met de
bepalingen van de detectivewet1, in het bijzonder voor ‘extra muros’ werk-
zaamheden. Het zou ons evenwel te ver leiden dit specifieke juridische
kader ten gronde toe lichten. We beperken ons in het kader van deze bij-
drage tot een korte, niet exhaustieve oplijsting van de beperkingen inzake
middelen en methoden:
in bepaalde gevallen is het bespieden en maken van beeldopnamen ver-
boden, met name in niet voor het publiek toegankelijke plaatsen;
de private onderzoeker mag zich niet voordoen als lid van een politie-of
inlichtingendienst of melding maken van het feit dat hij daar vroeger
heeft gewerkt;
− het afluisteren of opnemen van de inhoud van gesprekken of bood-
schappen – los van de wijze waarop ze worden gevoerd – zonder in-
stemming van de betrokkene(n), tenzij de private speurder zelf aan het
gesprek deelneemt;
het binnendringen in een woning of tuin tegen de wil van de bewoner
is verboden;
verbergen van de eigen hoedanigheid en/of het aannemen van een an-
dere hoedanigheid is mogelijk, doch mits voldaan wordt aan een aantal
beperkende voorwaarden;
uitlokking is niet toegestaan.
Tenslotte willen we nog de aandacht vestigen op een aantal zorgvuldigheids-
vereisten waarmee een private fraudebestrijder dient rekening te houden
bij de opdrachtaanvaarding. Voor de forensic auditor zijn deze vastgelegd
in de deontologische code2 van het Instituut van Fraude Auditoren.
4. De troefkaarten van de private fraudebestrijder
Het doel van een forensische audit is in wezen drieledig:
bekomen van waarheidsvinding en/of bewijsvoering inzake (vermoe-
dens) van een integriteitsschending en identificeren van één of meerde-
re daders;
vrijpleiten van personeelsleden van onterechte verdenkingen en onge-
gronde verdachtmakingen;
voorkomen dat onregelmatigheden worden herhaald of worden aange-
moedigd door het uitblijven van gericht feitelijk onderzoek.
1 Wet van 19 juli 1991, BS 2 oktober 1992, gewijzigd door de Wet van 30 december 1996,
BS 14 februari 1997.
2 Deze code kan geraadpleegd worden op volgende url: http://www.ifabelgium.be/data/
IFA%20Code%20of %20Conduct%20N+F_2.pdf
maklu
2. Private bedrijfsrechercheurs
Maklu 87
Op basis van de aanwezige elementen in het dossier van de melding wordt
in eerst instantie een onderzoeksplan opgesteld. Hierbij worden de onder-
zoeksvragen, de te hanteren forensische methoden en onderzoekstechnie-
ken, de datum van aanvang en de doorlooptijd vastgelegd aan de hand van
de aard en de omvang van het voorwerp van het onderzoek, zijnde de ver-
onderstelde integriteitsschending.
Forensische audits verschillen van geval tot geval. Het onderzoekswerk dat
dient verricht te worden kan niet in algemene termen worden omschreven
omdat het sterk afhankelijk is van de individuele omstandigheden. Bij het
ontwikkelen van het onderzoeksplan dient evenwel te worden voorkomen
dat informatie wordt verschaft of gevraagd aan personen die mogelijk be-
trokken zouden kunnen zijn bij de onregelmatigheden. Daarnaast worden
steeds de gehanteerde regels van subsidiariteit en proportionaliteit gehan-
teerd. Dit houdt o.m. in dat steeds de minst belastende − wat betreft de
inzet van mensen en middelen − weg zal gebruikt worden om de nodige
informatie te bekomen en te verifiëren.
Indien er effectief onregelmatigheden en/of fraude worden vastgesteld,
dienen er uiteraard prioritaire (bewarende) handelingen te worden gesteld.
Enkele belangrijke kenmerken van dergelijk ‘crisismanagement’ in het ka-
der van een mogelijke fraude zijn:
bijeenroepen van een ‘crisisteam’ (hoogste leidinggevende van de be-
trokken organisatie overheid en andere relevante sleutelfiguren);
nemen van bewarende maatregelen, teneinde de schade te beperken.
Hierbij kan o.m. gedacht worden aan het blokkeren van bevoegdheden
en autorisaties van de persoon (of personen) die bij de fraude of onre-
gelmatigheden is (zijn) betrokken;
herstellen van de normale werkzaamheden;
centraliseren van de interne en desgevallend ook de externe communi-
catie.
Op basis van de te hanteren forensische technieken en de vereiste com-
petenties wordt tenslotte, in onderling overleg met de opdrachtgever, het
auditteam per opdracht samengesteld. De organisatie van de forensische
audit is een doorlopend proces dat begint met het uitvoeren van het onder-
zoeksplan en eindigt bij de rapportering. Naarmate het onderzoek vordert,
worden meestal nieuwe aanwijzingen verkregen en dient het onderzoeks-
plan hieraan telkens te worden aangepast.
De toolbox waaruit de private fraudebestrijder in functie van de noden van
het onderzoeksplan kan putten, bestaat uit:
maklu
Bart De Bie & Ronny Van Looy
88 Maklu
Tactische technieken
De belangrijkste tactische technieken omvatten:
open bronnen onderzoek (raadpleging van publiek toegankelijk natio-
nale en internationale databanken met informatie over o.m. bedrijfs-
mandaten en intercompany relaties (bijvoorbeeld in geval van belan-
genvermenging of collusie met externe partijen);
– observatie en monitoring1 (desgevallend met inzet van audiovisuele
middelen);
documentanalyse (nazicht van documenten op vormgebreken en onre-
gelmatigheden en vergelijking van de gegevens met externe bronnen).
Digitale forensische technieken
Digitale forensische technieken strekken ertoe:
bewijselementen die zich op een digitale drager bevinden veilig te stel-
len;
digitale sporen en al dan niet gestructureerde data nader te onderzoe-
ken via diverse tools en technieken.
Zonder volledig te zijn geven we hierna een kort overzicht:
veiligstellen van digitale gegevens (forensische kopij van elektronische
gegevensdragers);
gebruik van data-recovery software;
leesbaar maken van versleutelde of verwijderde data;
analyse besturingssyteem;
elektronische bestandsanalyse met specifieke software (data-analyse en
sleutelwoordanalyse);
E-discovery technieken;
– tijdslijnanalyses;
computer assisted forensic audit techniques (CAFAT), specifieke foren-
sische software om onregelmatige transacties, rekeningen of trends en/
of verbanden te ontdekken.
Financiële onderzoekstechnieken
De fraude auditor zal vergelijkbare financiële analyses gebruiken als de
klassieke externe auditor (revisor/accountant), met dit verschil dat deze
technieken veel gerichter worden ingezet op basis van aanwijzingen van
1 Observatie en monitoring kan enkel door een wettelijk vergund privédetective worden
uitgevoerd.
maklu
2. Private bedrijfsrechercheurs
Maklu 89
fraude en tegelijk ook worden toegepast op de volledige onderzoeksperio-
de, die hetzij korter, hetzij langer kan zijn dan een boekjaar.
Voorbeelden van dergelijke financiële analyses zijn:
verbandcontroles en detailcontroles (afhankelijk van het resultaat van
de verbandcontroles);
boekhoudkundige reconciliaties;
uitvoeren van analytische testen (analyse van cijferreeksen en ratio’s);
opsporen van ongewone fluctuaties en afwijkingen in de saldi van reke-
ningen.
Verzamelen van documenten
Aan de documentatie van de onderzoeksbevindingen worden hoge eisen
gesteld omdat hieruit de deugdelijke grondslag van beweringen en vast-
stellingen moet blijken en omdat in sommige gevallen een forensisch audit
rapport de toets van de rechter moet kunnen doorstaan (tuchtrechtelijke,
burgerrechtelijke dan wel strafrechtelijke afhandeling). Het verworven be-
wijsmateriaal moet derhalve adequaat, relevant en belangrijk zijn in relatie
tot de feiten die ter discussie staan en moet bovendien op een wettelijke
manier zijn verkregen. Dit impliceert dat alle bewijzen, verklaringen en an-
dere documenten systematisch moeten verzameld en vastgelegd worden.
Vraaggesprek
Een personeelslid dat in het kader van een forensische audit nuttige in-
formatie kan aanleveren (getuige) of wordt verdacht, kan worden uitge-
nodigd voor een vraaggesprek. Voor de uitvoering van het vraaggesprek
zal steeds een schriftelijk verslag worden opgesteld. De regel wordt ge-
hanteerd dat een vraaggesprek steeds gebeurt door twee auditoren. Van
elk gesprek wordt een getrouwe weergave gemaakt in vraag en antwoord
vorm. Het vraaggesprek vindt plaats tijdens de arbeidsuren van het perso-
neelslid, behoudens uitzonderlijke omstandigheden en mits de uitdrukke-
lijke goedkeuring door het personeelslid. Bij voorkeur onmiddellijk na het
onderhoud of ten laatste de volgende werkdag ontvangt het personeelslid
een exemplaar van het schriftelijk verslag van het vraaggesprek. Het per-
soneelslid kan vragen dit verslag te wijzigen, wat kan gebeuren mits de
toestemming van de auditoren. Het personeelslid kan de auditoren ook
verzoeken aanvullend onderzoek te verrichten omtrent de feiten die hij/zij
schriftelijk aanduidt. In overleg met de opdrachtgever wordt dan beslist of
dit bijkomend onderzoek opportuun wordt geacht.
maklu
Bart De Bie & Ronny Van Looy
90 Maklu
Het onderzoeksrapport van de private fraudebestrijder
Aan het private onderzoeksrapport worden, net zoals aan een proces-ver-
baal van een publieke fraudebestrijder, hoge eisen gesteld.
Daarbij dient binnen een private context rekening te worden gehouden met
o.m. volgende aspecten:
het rapport is enkel gericht aan de opdrachtgever en aan de vooraf over-
eengekomen andere bestemmelingen;
het rapport heeft als doel om vaak complexe (financiële of IT-gerelateer-
de) zaken te verduidelijken en dient derhalve zo weinig mogelijk vak-
jargon te bevatten en waar nuttig gebruik te maken van ondersteunend
beeldmateriaal (schema’s, screenshots, foto’s, tabellen, grafieken, ...);
het rapport dient aan te geven op welke informatie het zich baseert en
welke onderzoekswerkzaamheden werden uitgevoerd;
het belangrijkste onderdeel van het rapport betreft een duidelijk over-
zicht van de vastgestelde relevante feiten en de onderbouwing daarvoor.
Minder belangrijke zaken worden als bijlage aan het rapport gevoegd;
in het rapport dienen de nodige voorbehouden te worden gemaakt ten
aanzien van de kwaliteit van de onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld
wanneer bepaalde betrokkenen niet konden gehoord worden tijdens
het onderzoek.
Hoewel het rapport van een fraude auditor een zelfstandig bruikbaar do-
cument moet zijn, blijkt een mondelinge toelichting vaak meer dan nuttig
te zijn voor de juiste interpretatie. Tevens is het een goede gelegenheid om
vragen van de opdrachtgever en diens raadsman te kunnen beantwoorden.
maklu
Maklu 91
3
Strafrechtelijke of administratieve afhandeling
van inbreuken?
Marc Bockstaele1
In tegenstelling tot de reguliere politiediensten werken de bijzondere inspectie-
diensten (BID) voornamelijk, maar niet uitsluitend, proactief en preventief
(Ponsaers, Vande Walle & De Pauw, 2012: 216). Ze beschikken daarvoor zowel
over strafrechtelijke als over administratiefrechtelijke afhandelingsmodaliteiten.
Ook de weg naar administratieve afhandeling dan wel naar afhandeling via het
openbaar ministerie verschilt. Die verschillende processen doorkruisen dikwijls
elkaar en bovendien hebben de meeste BID eigen interne afhandelingmechanis-
men op verschillende niveaus.
1. Ontstaan van administratieve afhandeling
Het openbaar ministerie heeft het monopolie van de strafvordering2 (Van
den Wyngaert, 2011: 741). Het openbaar ministerie beslist om misdrijven
voor de rechtbank te brengen met het oog op bestraffing.
De wet van 30 juni 19713 was destijds een eerste stap tot depenalisering van
sommige inbreuken op sociale wetten en het invoeren van administratieve
geldboeten. Uit de memorie van toelichting bij deze wet blijkt dat de toe-
passing van de strafrechtspleging op bepaalde overtredingen van de sociale
wetgeving inadequaat was omdat die te zware gevolgen had, de strafmaat-
regelen zelden werden toegepast en omdat het preventieve karakter van
het Sociaal Strafrecht er sterk werd door afgezwakt4. Door een administra-
tieve afhandeling wordt de werkgever de verschijning voor een rechtbank
bespaard, het onterend karakter dat met een veroordeling gepaard gaat,
1 (Ere-)hoofdcommissaris federale gerechtelijke politie.
2 Artikel 1 VTSv.
3 Wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van
inbreuk op sommige sociale wetten, BS 13 juli 1971.
4 Parl.St. Kamer, 1970-1971, 939/1, 1-2.
maklu
Marc Bockstaele
92 Maklu
evenals de nadelige gevolgen van een vermelding in het strafregister1. Mis-
schien nog het belangrijkste argument was dat het systeem ook de correc-
tionele rechtbanken zou ontlasten2. Met het Sociaal Strafwetboek3 werd de
depenalisering verder gezet o.a. door de inbreuken van ‘niveau 1’ exclusief
het voorwerp te maken van een administratief-rechtelijke afhandeling.
Depenalisering strekt ertoe wetschendingen te onttrekken aan de wer-
kingssfeer van het Strafrecht door ervoor te zorgen dat zij geen misdrijf
meer vormen in de strafrechtelijke zin van de term. Depenalisering vormt
vandaag de dag een trend. De wetgever zoekt steeds meer te depenaliseren,
waarbij de strategie er haast steeds in bestaat een bestuurlijk beboetings-
en/of transactiestelsel te scheppen waarmee de betrokken wetschendingen
binnen het bestuurlijke afhandelingspoor beteugeld kunnen worden (Pon-
net, 1991; Deneve, 1997; Cuypers, 2002: 4).
‘Zachte depenalisering’ geniet momenteel de voorkeur; de wetschendingen
blijven strafbaar voor een strafrechter, maar er is wel een doorsluisregeling
voorzien naar het bestuurlijke afhandelingspoor. De grote lijnen ervan zijn
haast steeds dezelfde. Het openbaar ministerie krijgt gedurende een be-
paalde tijd, meestal twee tot zes maanden, de kans te beslissen of het iets
met het dossier wil doen. Wanneer het in die tijdsspanne aan de ‘dienst
voor de administratieve geldboeten’ van een bepaalde inspectiedienst laat
weten niets met het dossier te zullen aanvangen of de termijn laat verstrij-
ken zonder iets van zich te laten horen, wordt die dienst bevoegd om in het
dossier een bestuurlijke beboetings- of transactieprocedure te starten.
‘Harde depenalisering’, waarbij wetschendingen helemaal niet meer straf-
baar kunnen zijn door een strafrechter zoals inbreuken van ‘niveau 1’ in
het Sociaal Strafrecht, komt nog niet zo vaak voor.
Met de afhandeling in het Sociaal Strafrecht als model hebben ondertussen
bijna alle andere BID’s in hun regelgeving de mogelijkheid tot administra-
tieve afhandeling voorzien (Alen, 1996; Cuypers, 2002: 6). De procedure
van de minnelijke schikking die leidt tot een administratieve geldboete is
in veel zaken te verkiezen want ze verloopt sneller en is eenvoudiger. De
boetes zijn dikwijls veel hoger, wat het afschrikkingeffect verhoogt. Het
strafrechtssysteem is daarentegen loodzwaar en langdurig.
1 Parl.St. Senaat 1970-1971, 514, verslag aan de commissie, 2; zie eveneens arrest 40/97
van het Arbitragehof van 14 juli 1997 (BS 21 augustus 1997), overweging B.6.2. en arrest
45/97 van het Arbitragehof van 14 juli 1997 (BS 26 augustus 1997), overweging B.6.2.
2 Arrest 72/92 van het Arbitragehof van 18 november 1992 (BS 16 januari 1993), overwe-
ging B.2.2.
3 Wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek en de Wet van 2 juni 2010
houdende bepalingen van het Sociaal Strafrecht, BS 6 juli 2011.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 93
2. Administratieve geldboetes
Er bestaat discussie over de vraag of de administratieve geldboete nu een
strafsanctie dan wel een zuiver administratieve disciplinaire sanctie is. Het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de overgrote meer-
derheid van de auteurs is voor een ruime toepassing van de strafrechtelijke
kwalificatie, met alle implicaties van dien1. Volgens het nationaal recht was2
de administratieve geldboete geen ‘straf’ in de strikte zin van het woord.
Maar als gevolg van rechtspraak van het EHRM deed het Hof van Cassatie
een koerswijziging3. Als blijkt dat een maatregel gesteund is op een norm
waarmee een preventief en repressief oogmerk wordt nagestreefd, dan kan
deze vaststelling op zich volstaan om aan de inbreuk zelf en de daaraan
verbonden maatregel een penaal karakter te geven (Blomme & Messiaen,
2010: 309). Volgens die criteria heeft de administratieve geldboete dan wel
een strafkarakter in de zin van het EHRM. Bovendien kan een oorspronke-
lijk administratieve procedure uitdraaien op een dagvaarding voor de recht-
bank als de overtreder de voorgestelde minnelijke schikking/transactie niet
betaalt en een ‘dienst administratieve geldboeten’ het dossier overmaakt
aan het openbaar ministerie. We gaan hier verder niet op in omdat diverse
auteurs hierover reeds uitvoerig hebben gepubliceerd (Cuypers, 2002: 7).
De gewesten beschikken voor het opleggen van administratieve geldboeten
voor inbreuken op de sociaalrechtelijke decreten over een eigen reglemen-
tering inzake administratieve geldboeten alsook over een eigen dienst voor
het opleggen van de administratieve geldboeten. Voor Vlaanderen is dit de
dienst Administratieve Geldboeten bij de administratie Werkgelegenheid van
het departement Economie, werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegen-
heden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap4.
Andere inspectiediensten hebben, telkens onder andere benamingen, ver-
gelijkbare diensten om administratieve geldboeten te innen. Zo bijvoor-
beeld ‘commissaris van de administratieve boete’ bij het Federaal Agentschap
voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV)5. In deze bijdrage worden
1 Voor een ruim overzicht daarover zie: Cuypers, 2002: 6.
2 Cass. 27 september 1991, RW 1992-93, 708; Cass. 20 februari 1992, Arr.Cass. 1991-92,
591.
3 Cass. 5 februari 1999, RW 1998-99, 1352; Cass. 5 februari 1999, RW 1999-2000, 640.
4 Artikel 15, tweede lid van het decreet van 30 april 2004, tot uniformisering van de toe-
zichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaal-
rechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Ge-
west bevoegd zijn, BS 5 augustus 2004; artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse regering
van 14 januari 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004, BS 24 februari 2005.
5 Artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 22 februari 2001, houdende organisatie van de
controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de
Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, BS 28 februari 2001.
maklu
Marc Bockstaele
94 Maklu
ze allemaal als ‘dienst administratieve geldboeten’ aangeduid. In deze zin
dient er een onderscheid gemaakt tussen inspecteurs van BID’s die be-
schouwd kunnen worden als verbaliserende instanties en de instanties die
administratieve geldboeten opleggen, welke functioneren als sanctioneren-
de instanties.
In het Sociaal Strafwetboek worden inbreuken ingedeeld in vier sanctieca-
tegorieën1:
De lichte inbreuken van ‘niveau 1’ worden nog uitsluitend administratief
behandeld2. De processen-verbaal voor die inbreuken worden door de ver-
balisanten exclusief overgemaakt aan de dienst Administratieve Geldboeten
die kan overgaan tot het opleggen van een3:
administratieve geldboete;
schuldig verklaring;
klassering zonder gevolg.
Voor inbreuken van de niveaus 2, 3 en 4 primeert de strafvordering op
de administratieve afhandeling. Processen-verbaal wegens die inbreuken
worden overgemaakt aan de arbeidsauditeur met een dubbel voor de dienst
Administratieve Geldboeten.
Inbreuken van ‘niveau 2’ zijn ernstig, maar eerder beperkt in omvang4. De
meeste inbreuken worden gesanctioneerd met dit sanctieniveau. Zware in-
breuken worden bestraft met ‘sanctieniveau 3’5. Zeer zware inbreuken ten
slotte worden bestraft met ‘sanctieniveau 4’6.
Inbreuken van niveau 2, 3 en 4 kunnen op initiatief van het openbaar minis-
terie aanleiding geven tot7:
strafrechtelijke vervolging;
een minnelijke schikking;
1 Artikel 101 Soc.Sw.
2 De inbreuken van niveau 1 worden bestraft met een administratieve geldboete van 10 tot
100 euro, te vermeerderen met de opdeciemen.
3 Artikel 69 Soc.Sw.
4 Artikel 101 lid 3 Soc.Sw. De sanctie van niveau 2 bestaat uit hetzij een strafrechtelijke
geldboete van 50 tot 500 euro, hetzij een administratieve geldboete van 25 tot 250 euro,
te vermeerderen met de opdeciemen.
5 Artikel 101 lid 4 Soc.Sw. Deze sanctie bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van
100 tot 1000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 50 tot 500 euro, te vermeer-
deren met de opdeciemen.
6 Artikel 101 lid 5 Soc.Sw. De sanctie van niveau 4 bestaat uit hetzij een gevangenisstraf
van zes maanden tot drie jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro,
hetzij een administratieve geldboete van 300 tot 3000 euro, te vermeerderen met de op-
deciemen.
7 Artikel 72, lid 1 Soc.Sw.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 95
bemiddeling in strafzaken;
een rechtsvordering.
De strafrechtelijke vervolging, zelfs indien ze afgesloten wordt met een vrij-
spraak, een minnelijke schikking, bemiddeling in strafzaken of de rechts-
vordering van het openbaar ministerie, sluit de toepassing van een admini-
stratieve geldboete uit1.
Wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van een strafver-
volging, een minnelijke schikking, een bemiddeling in strafzaken of een
rechtsvordering bij de arbeidsrechtbank, deelt het dit mee aan de dienst
Administratieve Geldboeten binnen een termijn van zes maanden vanaf de
dag van ontvangst van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk2.
De dienst voor Administratieve Geldboeten mag dan de administratieve
procedure opstarten. Deze dienst kan de procedure ook opstarten wanneer
het openbaar ministerie geen beslissing nam binnen een termijn van zes
maanden te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het proces-verbaal
waarin de inbreuk werd vastgesteld. Wanneer de arbeidsauditeur omwille
van opportuniteitsredenen afziet van één van de hierboven vermelde ver-
volgingsmodaliteiten, kan deze er zeker van zijn dat het misdrijf niettemin
kan gestraft worden met een administratieve geldboete3.
Deze bepaling is een toepassing van het principe ‘non bis in idem’. Een
rechtspersoon kan dus nooit strafrechtelijk worden veroordeeld of het
voorwerp zijn van een minnelijke schikking en tegelijk een administratieve
geldboete opgelegd krijgen of het voorwerp zijn van een schuldigverklaring
vanwege de dienst Administratieve Geldboeten.
De inbreuken van niveau 2, 3 of 4 die de dienst Administratieve Geldboeten
op die wijze toebedeeld krijgt kunnen aanleiding geven tot een:
administratieve geldboete;
– schuldigverklaring;
klassering zonder gevolg.
De dienst Administratieve Geldboeten is namelijk niet verplicht om een ad-
ministratieve geldboete op te leggen. In bepaalde gevallen kan ze beslissen
om een schuldigverklaring uit te spreken zonder een geldboete op te leg-
gen of om de inbreuken zonder gevolg te laten.
1 Artikel 71, lid 2 Soc.Sw.
2 Artikel 72, lid 2 Soc.Sw.
3 Omzendbrief Col. 12/2012, van 22 oktober 2012 betreffende het strafrechtelijk beleid op
het gebied van Sociaal Strafrecht.
maklu
Marc Bockstaele
96 Maklu
Tot zolang de administratieve geldboete niet wordt betekend aan de overtre-
der, blijft de arbeidsauditeur meester van de strafvordering. Pas als de be-
slissing van de dienst Administratieve Geldboeten, waarbij het bedrag van
de administratieve geldboete wordt vastgesteld, aan de overtreder wordt ter
kennis gebracht, vervalt de strafvordering1.
Bij andere BID, zoals sommige diensten bij de FOD Economie, krijgt de
‘dienst administratieve geldboeten’ exclusief het proces-verbaal met de
vaststelling van de wetsinbreuk en wordt het dossier pas aan het openbaar
ministerie overgemaakt als de overtreder de voorgestelde transactie niet
betaalt.
3. Toezicht door bijzondere inspectiediensten
Een groot aantal bijzondere wetten gelast ambtenaren van de bijzondere
inspectiediensten ermee toezicht uit te oefenen op de naleving van de daar-
in voorziene wettelijke beschikkingen en met de vaststelling van de inbreu-
ken die, naar aanleiding van dat toezicht, worden ontdekt.
Officieren en agenten van de lokale en federale politie, in veel bijzondere
wetten niet opgesomd onder de specifiek met het toezicht belaste ambtena-
ren, kunnen ook toezicht uitoefenen op de naleving van die wetgeving om-
dat ze zowel tot de gerechtelijke- als tot de administratieve politie behoren
(De Nauw, 1991: 76). Maar omdat de officieren en agenten van de lokale
en federale politie in deze gevallen minder bevoegdheden hebben dan de
specifiek daarvoor aangeduide ambtenaren, spreekt men van controle i.p.v.
toezicht.
Controle is dus een ruim begrip, niet beperkt tot de bijzondere toezichtbe-
voegdheden (De Nauw, 1991: 77). Verbalisanten van de lokale en federale
politie mogen bijvoorbeeld m.b.t. milieuzaken vaststellen wat een burger
ook mag vaststellen, m.a.w. hun ‘ogen en oren’ functie aanwenden om mi-
lieumisdrijven die relatief zichtbaar zijn, zoals geluidshinder, stank, illega-
le stortplaatsen en dergelijke, vast te stellen (De Nauw, 1991: 76)2.
Essentieel aan toezicht of controle − taak van administratieve politie − is dat
er absoluut geen vermoeden van een strafbaar feit is (Heyman, 1997: 722).
1 Artikel 85 Soc.Sw.
2 Cass. 28 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 255.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 97
Opsporen − een taak van gerechtelijke politie − kan maar gebeuren als er
sprake is van een verdenking van een strafbaar feit (Knigge, 1990: 200 en
209).
Het onderscheid tussen toezicht of controle enerzijds en opsporing ander-
zijds is van belang omdat de rechtspraak verbiedt dat opsporingsbevoegd-
heden gebruikt worden ter controle en ook dat van toezichtbevoegdheden
gebruik wordt gemaakt nadat er een verdenking is gerezen1. Toezichtamb-
tenaren kunnen hun specifieke toezichtbevoegdheden alleen aanwenden
wanneer zij ambtshalve optreden.
Theoretisch blijkt het mogelijk een onderscheid te maken tussen een ad-
ministratieve controle of toezicht enerzijds en de opsporing van misdrijven
anderzijds, maar in de praktijk is dit verschil niet altijd te maken (Rauws,
1998: 58; Vander Beken & Van Hoorick, 2003: 270; Salomez, 2006: 480).
Toezicht of controle en opsporing kunnen onderscheiden worden door het
moment waarop verdenking rijst. Maar het gaat om rekbare begrippen; de
opsporingsfase kan dus worden vervroegd, net als de controlefase verlengd
kan worden (De Nauw, 1991: 78). Een mate van overlapping tussen beide
taken is mogelijk (Van den Wyngaert, 2011: 593).
Controle/toezicht moét niet noodzakelijk worden aanzien als het voorpor-
taal van de opsporing. Toezicht is de sterke arm van het bestuur, het ver-
lengstuk ervan. Toezicht kan een signaalfunctie voor het bestuur vervullen
en kan gericht zijn op de ondersteuning van administratieve maatrege-
len, eventueel uitmondend in een administratieve sanctie. In het handha-
vingrecht2 genieten preventie, dialoog en samenwerking vaak de voorkeur
boven repressie en bestraffing (Ponsaers, De Keulenaer & Vanhaverbeke,
2003: 216; Dekkers, 2006-2007: 1389). Controle moet dus niet uitmonden
in opsporing, maar kan mede ten dienste van de opsporing worden aange-
wend (De Nauw, 1991: 78).
De ambtenaren van de bijzondere inspectiediensten worden niet enkel ge-
last met het toezicht (= in de betekenis van controle) uit te oefenen op de
naleving van de in de deze bijzondere wetten voorziene wettelijke beschik-
kingen, maar ook met de vaststelling van de inbreuken die naar aanleiding
van dat toezicht worden ontdekt (Van den Wyngaert, 2011: 593).
1 Corr.Brussel, 9 november 1981, JT, 1982, 276, met noot; K.I. Luik, 23 juni 1983, JDF,
1984, 42; Pol.Hasselt (afd. St.-Truiden), 3 oktober 1984, RW. 1984-85, 1398, met noot A.
Vandeplas, ‘Het loslopen van vee of pluimgedierte op andermans eigendom’; Antwerpen,
27 september 1988, JT, 1989, 622.
2 Rechtshandhaving betreft de handhaving van rechtsregels. De term wordt gebruikelijk
afgekort tot ‘handhaving’, bv. ‘de handhaving van het milieurecht’.
maklu
Marc Bockstaele
98 Maklu
Wanneer inspecteurs van inspectiediensten bij de uitvoering van hun op-
dracht een wetsinbreuk vaststellen, beschikken zij meestal over volgende
mogelijkheden1:
inlichtingen en adviezen verschaffen voor naleving van de wetten waar-
op ze toezicht uitoefenen;
waarschuwingen geven;
voor de overtreder een termijn bepalen om zich in regel te stellen;
het nemen van maatregelen zoals voorzien in hun bijzondere wet;
een proces-verbaal opstellen tot vaststelling van de inbreuken.
De inspecteur beslist dus zelf of hij al dan niet een proces-verbaal zal op-
stellen van de feiten die hij vaststelt. De ernst van de overtreding, de vraag
of vervolging wenselijk wordt geacht of het zich niet willen in regel stellen,
zal daarbij doorslaggevend zijn (Van Eeckhoutte, 1998: 191). Deze appre-
ciatiebevoegdheid vormt een belangrijke afwijking van artikel 29 Sv., dat
iedere ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een
misdaad of een wanbedrijf ertoe verplicht daarvan dadelijk kennis te geven
aan de procureur des Konings2. Maar de inspecteurs van niet alle bijzonde-
re inspectiediensten beschikken over de keuzemogelijkheid om waarschu-
wingen te geven; dit moet in hun regelgeving omschreven zijn. Uit onder-
zoek bleek dat de ‘waarschuwing’ soms wordt gehanteerd, zonder dat deze
wettelijk voorzien is (Ponsaers, De Keulenaer & Vanhaverbeke, 2003: 222).
Slechts indien de vastgestelde inbreuken betrekking hebben op wetgeving
die niet onder de controlebevoegdheid vallen van de inspecteurs, of als ze
misdrijven van gemeen recht vaststellen, dan geldt er een kennisgeving-
plicht ten aanzien van het openbaar ministerie. In dergelijk geval kan de
inspecteur van een inspectiedienst niet meer een waarschuwing geven of
een regularisatie toestaan. Het appreciatierecht kan dus enkel worden uit-
geoefend voor die inbreuken waarvoor de inspecteur bevoegd is. Wanneer
de inspecteur gebruik maakt van zijn appreciatierecht om geen proces-ver-
baal op te stellen, dan volgt er geen mededeling aan het openbaar minis-
terie, zodat er geen strafonderzoek wordt opgestart (Blomme & Messiaen,
2010: 257-258). Door de beoordelingsvrijheid van de inspecteur zal dus
slechts een beperkt deel van de bestaande en vastgestelde inbreuken aan
de beoordeling van het openbaar ministerie of een dienst administratieve
geldboeten overgelaten worden.
Inspecteurs van bijzondere inspectiediensten vervullen in het kader van
hun toezichtfunctie en hun bijzondere vaststellingsbevoegdheid dus een
dubbele opdracht, enerzijds deze van administratieve- en anderzijds deze
1 Bv. artikel 21 Soc.Sw.
2 In sociale misdrijven de arbeidsauditeur.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 99
van gerechtelijke politie (De Nauw, 1991: 78). Om uit te maken welke de
grenzen zijn van hun bevoegdheden ter zake dient men telkens de desbe-
treffende bijzondere wetten te raadplegen (Heyman, 1997: 733).
De uitoefening van de administratieve politie staat onder de leiding en het
toezicht van de administratieve overheid die moet instaan voor de uitvoe-
ring van de wetten en de besluiten en die, door het uitoefenen van toezicht,
de handhaving van de openbare orde moet verzekeren. Bij de uitvoering
van hun toezichtstaken zijn de verbalisanten van de bijzondere inspectie-
diensten niet onderworpen aan het toezicht en gezag van de procureur des
Konings.
Zoals werd aangestipt omvat ‘controle’ en ‘toezicht’ in de gebruikelijke zin
ook de vaststelling van misdrijven. Geen enkele norm (wet of decreet) be-
paalt dat de bevoegdheid van de toezichtambtenaar ophoudt wanneer hij
een misdrijf vaststelt (Velleman, 1987-88: 383; Heyman, 1997: 732). De
toezichtambtenaar kan dus een door hem vastgesteld misdrijf, in het ver-
lengde van zijn toezichtactiviteit verder onderzoeken (Goethals, 1994: 95).
In dat geval treedt de toezichtambtenaar op als orgaan van gerechtelijke po-
litie1 (Heyman, 1997: 732). Hij kan dan, via zijn oversten, opdrachten van
het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter ontvangen, zonder als
deskundige of technisch adviseur te moeten worden aangesteld (De Nauw,
1994: 149; Goethals, 1994: 95). Wanneer toezichtambtenaren optreden als
technische raadgevers hebben zij noch opsporings-, noch onderzoeksbe-
voegdheid2.
De procureur des Konings, de arbeidsauditeur en hun substituten hebben
de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. De verbalisanten van
de bijzondere inspectiediensten zijn onderworpen aan het toezicht en het
gezag van het openbaar ministerie in de zaken waarin zij proces-verbaal
opstellen die aan dit ambt toekomen. Immers, de uitoefening van de ge-
rechtelijke politie staat onder de leiding en het toezicht van de gerechtelijke
overheid, meer bepaald van het openbaar ministerie, aan wie de vervolging
van de misdrijven voor de strafgerechten is opgedragen (Goethals, 1994:
95)3.
Het openbaar ministerie zal in het opsporingsonderzoek, voor de uitvoe-
ring van de aanvullende onderzoeksdaden, dikwijls bij voorrang een beroep
doen op de inspecteurs van de bijzondere inspectiediensten, gezien hun
deskundigheid in de doorgaans zeer gespecialiseerde materies. Waar nodig
1 Cass. 28 juni 1971, Arr.Cass. 1971, 1105; Cass. 30 juni 1992, Arr.Cass. 6368; R.v.St. nr.
17.010, iz. Duynslaegher.
2 Cass. 27 maart 1985, Arr.Cass. 1984-85, 1033.
3 Artikel 8 en 9 Sv.; Cass., 30 juni 1992, Arr.Cass. 6368.
maklu
Marc Bockstaele
100 Maklu
zal er samenwerking zijn met de federale of de lokale politiediensten. Een
multidisciplinaire aanpak verleent veelal een essentiële meerwaarde aan de
onderzoeksresultaten.
Wanneer inspecteurs van BID handelen in het kader van een gerechtelijk
onderzoek, moeten zij de ingewonnen inlichtin gen uiteraard meedelen
aan de onderzoeksrechter van wie de opdracht uitgaat1.
4. Bestemming van de processen-verbaal
Bij de politiediensten is het eenvoudig: alle processen-verbaal over misdrij-
ven worden toegestuurd aan het openbaar ministerie, meestal de procu-
reur des Konings.2
In principe is het openbaar ministerie, procureur des Konings of arbeidsau-
diteur, de bestemmeling van de processen-verbaal van de BID betreffende
de vaststelling van inbreuken die binnen hun bevoegdheid vallen en ook
van gemeenrechtelijke misdrijven. Maar er bestaan verschillende regelin-
gen.
Voor processen-verbaal over inbreuken die onder de ‘zachte depenalise-
ring’ vallen zijn er vier mogelijkheden afhankelijk van de wettelijke bepa-
lingen in die materie:
de verbalisant stuurt het origineel naar het openbaar ministerie en een
dubbel naar de dienst administratieve geldboeten3;
de verbalisant stuurt het origineel naar de dienst administratieve geld-
boeten en een dubbel naar het openbaar ministerie;
de verbalisant stuurt het origineel naar de dienst administratieve geld-
boeten. Die dienst stuurt een kopie van het proces-verbaal door naar
het openbaar ministerie. Bij het FAVV bijvoorbeeld gebeurt dat door de
‘commissaris van de administratieve boete.’4 Deze werkwijze geldt voor
alle processen-verbaal voor inbreuken op dié bijzondere wetgevingen,
dus ook voor processen-verbaal opgesteld door de lokale en federale po-
litie5;
1 Arbh. Bergen 6 mei 1988, JTT., 1988, 339.
2 In verkeerszaken bestaat ook de minnelijke schikking en de onmiddellijke inning.
3 Artikel 65, tweede lid en artikel 70 Soc.Sw.
4 Omzendbrief Col. 15bis van 22 december 2003, addendum aan omzendbrief Col. 15 van
1 december 2003 betreffende het operatio naliseren van het federaal agentschap voor de
veiligheid van de voedselketen.
5 Parl.St. Kamer, Doc 52 1666/001, memorie van toelichting, 161; Artikel 3, §6, laatste lid
van het Koninklijk Besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles
die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselke-
ten en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, BS 28 februari 2001.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 101
de dienst administratieve geldboeten die het proces-verbaal van een in-
specteur over een overtreding krijgt, werkt de zaak zelfstandig af, inclu-
sief het transactievoorstel, en maakt het dossier pas aan het openbaar
ministerie over als de overtreder de transactie niet betaalt.
De toezending aan het openbaar ministerie zal deze toelaten kennis te ne-
men van de inhoud van het proces -verbaal en desgevallend de zaak aan
zich te trekken. De procureur des Konings of de arbeidsauditeur kan in die
zin beslissen, op basis van onder andere:
de ernst van de ten laste gelegde feiten;
verwevenheid met georganiseerde criminaliteit;
het strafrechtelijk verleden van de overtreder;
het bestaan van hangende dossiers in een opsporingsonderzoek of ge-
rechtelijk onderzoek lastens dezelfde overtreder;
het bestaan van multidisciplinaire onderzoeken, waarbij processen-ver-
baal door andere inspectie- of politiediensten rechtstreeks werden over-
gemaakt aan het openbaar ministerie.
Eenmaal het openbaar ministerie het dossier aan zich trekt staat het ook in
voor de volledige afhandeling ervan.
Inbreuken die het voorwerp uitmaken van een ‘harde depenalisering’ gaan
rechtstreeks naar een dienst administratieve geldboeten, zonder dubbel
naar het openbaar ministerie. Bij een ‘harde depenalisering’ bevindt men
zich per definitie buiten de sfeer van het Strafrecht. Voor de vaststelling
van zuiver bestuurlijke inbreuken maakt men daarom geen processen-ver-
baal, maar ‘verslagen van vaststelling’, een term die reeds in sommige wet-
gevingen opduikt1. Voor het antwoord op de vraag of aan deze ‘verslagen
van vaststelling’ bijzondere bewijswaarde kan worden toegekend kan men
terugvallen op de gemeenrechtelijke strafrechtelijke achtergrond. De wet
of het decreet dient uitdrukkelijk te bepalen wat de draagwijdte van de bij-
zondere bewijswaarde is, bv. dat de verslagen van vaststelling strekken tot
bewijs van het tegendeel van de feiten die erin zijn vermeld voor zover de
verslagmakende toezichthouder die feiten zelf heeft vastgesteld.
De kennisgeving middels een kopie van het proces-verbaal aan het open-
baar ministerie of aan een dienst administratieve geldboeten is een per-
fecte oplossing voor zogenaamde ‘gemengde inbreuken’, wetschendingen
die zowel penaal als bestuurlijk sanctioneerbaar zijn. Het toezicht, een
1 Bv. artikel 16.3.23 van het Decreet van 5 april 1995, houdende algemene bepalingen in-
zake milieubeleid, BS 3 juni 1995: -’Bij de vaststelling van een milieu-inbreuk kunnen de
toezichthouders een verslag van vaststelling opstellen. Ze bezorgen dat onmiddellijk aan de
gewestelijke entiteit. Ze bezorgen gelijktijdig een kopie van het verslag van vaststelling aan de
vermoedelijke overtreder.’
maklu
Marc Bockstaele
102 Maklu
administratieve aangelegenheid, kan dus uitmonden in een strafrechtelijke
opsporing en vervolging, zodat van bij de aanvang een aantal strafprocessu-
ele beginselen moeten gerespecteerd worden (De Nauw, 1991: 78)1, bv. de
toepassing van artikel 28quinquies §2 en 47bis Sv. in verband met verhoren
(Van Eeckhoutte, 1998; Verbruggen, 2000-2001: 180)2. Een omzendbrief
van het college van procureurs-generaal heeft deze problematiek efficiënt
uitgewerkt.3
Ook de eerste vaststellingen, opgenomen in het aanvankelijk proces-ver-
baal van vaststelling van de overtreding, moeten zo nauwkeurig en zo volle-
dig mogelijk worden uitgevoerd. Het omschrijven van de omstandigheden
van de vaststelling van de overtreding, het verhoor van de strafrechtelijke
en burgerrechtelijke aansprakelijken, het in beslag nemen, vrijwaren en
analyseren van monsters, de weergave van eventuele voorlopige maatrege-
len, zijn evenveel daden van onderzoek, die gesteld worden door de eerste
vaststellers van de overtreding, in een fase die doorgaans niet snel wordt
opgevolgd door kennisgeving ervan aan het openbaar ministerie. Door een
voorafgaand (mislukt) voorstel van een administratieve transactie kan het
openbaar ministerie pas in een veel latere fase gevat worden en kunnen
bepaalde onderzoeksdaden door het verloop van de tijd niet meer worden
gesteld.
Bovendien kan er samenloop of samenhang zijn van een inbreuk op de bij-
zondere wetgeving met een gemeenrechtelijk misdrijf, zoals bijvoorbeeld
oplichting of valsheid in geschrifte en gebruik ervan.
Indien zowel de procureur des Konings als de arbeidsauditeur bevoegd zijn
zullen ze overleg plegen. De procureur-generaal treedt enkel op wanneer
ze niet tot een akkoord komen en gaat in dat geval over tot een aanwijzing.
5. Uitvoering van de beslissing
De administraties van de bijzondere inspectiediensten beschikken over
een brede waaier aan administratiefrechtelijke afhandelingmodaliteiten
(Ponsaers & De Keulenaer, 2003: 255):
de administratieve geldboete;
1 Cass. 13 mei 1986, Arr.Cass. 1985-86, 1230.
2 Artikel 62 en 63 Soc.Sw.; Omzendbrief Col. 12/2012, van 22 oktober 2012 betreffende het
strafrechtelijk beleid op het gebied van Sociaal Strafrecht.
3 Omzendbrief Col. 15/2014, van 26 juni 2014 betreffende de toepassing, door de inspec-
tiediensten en de ad-hoc ambtenaren, van de bepalingen van het Wetboek van Strafvor-
dering, inzonderheid artikel 47bis Sv. en de bepalingen betreffende de toegang tot een
advocaat.
maklu
3. Strafrechtelijke of administratieve afhandeling van inbreuken
Maklu 103
de administratieve minnelijke schikking;
de transactiesom;