ChapterPDF Available

Ponsaers, P. (2015). “De voortdurende herschikking van het inspectiewezen”, in Bockstaele, M., Ponsaers, P. (eds.), Bijzondere inspectiediensten, Overzicht, bevoegdheden, instrumenten, samenwerking en knelpunten , Reeks Veiligheidsstudies, Antwerpen / Apeldoorn: Maklu, pp. 17-80.

Authors:

Abstract and Figures

Inleiding Deze bijdrage inventariseert wat de belangrijkste verschuivingen zijn geweest in het inspectiewezen afgelopen jaren. Hierbij beperken we ons tot de diensten op federaal niveau. Er dient aangestipt dat dit niet betekent dat er geen inspecties bestaan op regionaal, provinciaal of stedelijk niveau, integendeel. Maar realisme gebiedt ons onszelf deze beperking op te leggen binnen het bestek van deze bijdrage. We beklemtonen de grote, robuuste inspectiediensten en stippen kort de kleinere aan. Uitgangspunt hierbij is de inventarisatie die in 2002 door de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse werd gemaakt (De Keulenaer et al., 2002). Het Comité P kwam hierop terug in 2006 2 en besloot toen in haar jaarverslag dat zij als toezichtsorgaan van politie eveneens bevoegd was om de controle op de inspectiediensten te voeren (Ponsaers, 2003). In deze bijdrage kijken we vooral naar de bevoegdheden waarover de diverse inspectiediensten beschikken en vergelijken deze met deze van de geïntegreerde politie. Beide soorten van diensten zijn gelijkend omdat ze processen-verbaal kunnen opmaken, maar voor het overige zijn er nogal wat opvallende verschillen. Bijzondere Inspecties en het Bijzonder Strafrecht In België bestaat het strafrecht uit het geheel van rechtsregels waardoor bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld (materieel strafrecht), met aanvullend de procedureregels volgens dewelke het materieel strafrecht wordt toegepast (formeel strafrecht). Het materieel strafrecht omvat het Strafwetboek van 5 oktober 1867, ook wel het commune strafrecht genoemd 3 , samengebracht in één codex. Daarnaast bevat bestaat het materieel strafrecht ook uit allerlei bijzondere strafwetten. In feite bestaat het bijzonder strafrecht uit alle rechtstakken die strafbepalingen bevatten. Veel van de bijzondere strafwetten zijn niet gecodificeerd en geharmoniseerd. Ze liggen verspreid over een lappendeken van allerhande wetten die betrekking hebben op allerhande levensdomeinen (fiscaliteit, sociaal en arbeidsrecht, leefmilieu, e.d.m.) (De Baets et al., 2003). Hierbij mag niet worden vergeten dat de bijzondere strafwetgeving een levende materie is. Nieuwe bijzondere strafwetten worden opgesteld, oude worden opgegeven of gewijzigd. Het veranderlijk karakter van het bijzonder strafrecht brengt met zich mee dat ook de bijzondere inspectiediensten vaak veranderingen ondergaan. Bovendien kunnen, al dan niet ingegeven door politieke motieven, verschuivingen of de reorganisatie van bevoegde FOD's met zich meebrengen. Ook de regionalisering van bepaalde materies brachten ondermeer belangrijke wijzigingen in het inspectiewezen teweeg. Daar waar dit het geval is zullen we dat in navolgende tekst weergeven (Ponsaers, 2015). 1 Professor dr. emeritus Universiteit Gent. 2 Zie: http://www.comitep.be/2006/nl/2006nl.htm#_Toc187562238, laatste geconsulteerd op 7-10-2015. 3 Onder het commune strafrecht wordt het zogenaamde klassieke strafrecht verstaan. Diefstal, oplichting, verduistering, mishandeling en zedendelicten zijn voorbeelden van strafbare feiten die vallen binnen het commune strafrecht.
No caption available
… 
No caption available
… 
Content may be subject to copyright.
1
De voortdurende herschikking van het inspectiewezen
Paul Ponsaers1
Inleiding
Deze bijdrage inventariseert wat de belangrijkste verschuivingen zijn geweest in het
inspectiewezen afgelopen jaren. Hierbij beperken we ons tot de diensten op federaal niveau.
Er dient aangestipt dat dit niet betekent dat er geen inspecties bestaan op regionaal,
provinciaal of stedelijk niveau, integendeel. Maar realisme gebiedt ons onszelf deze beperking
op te leggen binnen het bestek van deze bijdrage. We beklemtonen de grote, robuuste
inspectiediensten en stippen kort de kleinere aan. Uitgangspunt hierbij is de inventarisatie die
in 2002 door de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse werd gemaakt (De Keulenaer et
al., 2002). Het Comité P kwam hierop terug in 20062 en besloot toen in haar jaarverslag dat
zij als toezichtsorgaan van politie eveneens bevoegd was om de controle op de
inspectiediensten te voeren (Ponsaers, 2003).
In deze bijdrage kijken we vooral naar de bevoegdheden waarover de diverse
inspectiediensten beschikken en vergelijken deze met deze van de geïntegreerde politie. Beide
soorten van diensten zijn gelijkend omdat ze processen-verbaal kunnen opmaken, maar voor
het overige zijn er nogal wat opvallende verschillen.
Bijzondere Inspecties en het Bijzonder Strafrecht
In België bestaat het strafrecht uit het geheel van rechtsregels waardoor bepaalde handelingen
strafbaar worden gesteld (materieel strafrecht), met aanvullend de procedureregels volgens
dewelke het materieel strafrecht wordt toegepast (formeel strafrecht). Het materieel strafrecht
omvat het Strafwetboek van 5 oktober 1867, ook wel het commune strafrecht genoemd3,
samengebracht in één codex. Daarnaast bevat bestaat het materieel strafrecht ook uit allerlei
bijzondere strafwetten. In feite bestaat het bijzonder strafrecht uit alle rechtstakken die
strafbepalingen bevatten. Veel van de bijzondere strafwetten zijn niet gecodificeerd en
geharmoniseerd. Ze liggen verspreid over een lappendeken van allerhande wetten die
betrekking hebben op allerhande levensdomeinen (fiscaliteit, sociaal en arbeidsrecht,
leefmilieu, e.d.m.) (De Baets et al., 2003).
Hierbij mag niet worden vergeten dat de bijzondere strafwetgeving een levende materie is.
Nieuwe bijzondere strafwetten worden opgesteld, oude worden opgegeven of gewijzigd. Het
veranderlijk karakter van het bijzonder strafrecht brengt met zich mee dat ook de bijzondere
inspectiediensten vaak veranderingen ondergaan. Bovendien kunnen, al dan niet ingegeven
door politieke motieven, verschuivingen of de reorganisatie van bevoegde FOD’s met zich
meebrengen. Ook de regionalisering van bepaalde materies brachten ondermeer belangrijke
wijzigingen in het inspectiewezen teweeg. Daar waar dit het geval is zullen we dat in
navolgende tekst weergeven (Ponsaers, 2015).
1 Professor dr. emeritus Universiteit Gent.
2 Zie: http://www.comitep.be/2006/nl/2006nl.htm#_Toc187562238, laatste geconsulteerd op 7-10-2015.
3 Onder het commune strafrecht wordt het zogenaamde klassieke strafrecht verstaan. Diefstal, oplichting,
verduistering, mishandeling en zedendelicten zijn voorbeelden van strafbare feiten die vallen binnen het
commune strafrecht.
2
De lokale en de federale politie zijn in principe verantwoordelijk voor de handhaving van het
commune strafrecht, en worden beschouwd als algemene politiediensten. De bijzondere
strafwetten vallen meestal ook wel onder de bevoegdheid van de geïntegreerde politie, maar
zijn vooral het werkdomein van tal van bijzondere opsporingsambtenaren die met bestuurlijke
en/of gerechtelijke opsporingsopdrachten zijn belast. Deze bijzondere opsporingsambtenaren
maken geen deel uit van de geïntegreerde politiedienst (Wet op de Geïntegreerde Politie,
WGP) en blijven dus bestaan naast de algemene, reguliere politiediensten. Hoewel deze
bijzondere ambtenaren in hoofdorde bestuurlijke bevoegdheden hebben, namelijk het toezicht
op de toepassing van de wetgeving waarvoor zij bevoegd zijn, kunnen zij ook op
strafrechtelijk gebied optreden wanneer zij strafbare feiten vaststellen. Zij worden door de wet
vaak soms bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie (Van Erp et al.,
2008). In materies waar een dubbel handhavingsysteem bestaat (zowel strafrechtelijk als
administratief, hetgeen frequent voorkomt in dit domein) is de rol van deze ambtenaren zeer
belangrijk. Het zijn laatstgenoemde inspectiediensten die ons hier in het bijzonder
interesseren (Ponsaers et al., 2007).
Figuur 1: Verhouding tussen Bijzondere Inspectiediensten en Politie4
4 In 1910 werd het Hoog Comité van Toezicht (HCT) opgericht naar aanleiding van een aantal ernstige
onregelmatigheden binnen het toenmalige Bestuur van de Spoorwegen. Aanvankelijk bestond dit
toezichtcomité uit 3 hoge ambtenaren en 3 magistraten. Deze lieten zich echter al vlug bijstaan door een
dienst enquêtes. De leden van deze dienst hadden onderzoeks- en enquêtebevoegdheden binnen het ministerie
van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafen. Al snel - vanaf 1921 - werd de bevoegdheid van het HCT
uitgebreid tot alle ministeries en tot de overheidsinstellingen, zoals de in 1926 opgerichte Nationale
Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en de Regie van Telegraaf en Telefoon (RTT), die 4 jaar
later werd opgericht. In 1940 werd het HCT geïntegreerd in de Diensten van de Eerste Minister. Heel wat
later kregen de enquêteurs van het HCT, naar aanleiding van verscheidene hervormingen die plaatsvonden
tussen 1962 en 1970, de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des
Konings en van de krijgsauditeur, en werd hun bevoegdheid uitgebreid tot de provincies en de gemeenten.
Hun opdracht bestond toen voornamelijk in het opsporen van fraude of onregelmatigheden gepleegd door
leden van de administratie of door derden, en in het controleren van de gunning en de uitvoering van met de
overheid gesloten contracten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten. In de loop der jaren
profileerde het HCT zich zo als een gespecialiseerde politiedienst op het gebied van corruptie, fraude bij
overheidsopdrachten en subsidiefraude. In 1998 werd de dienst enquêtes van het HCT geïntegreerd in de
Gerechtelijke Politie. Daardoor verloor het zijn administratieve bevoegdheden, aangezien de leden van het
HCT enkel nog gerechtelijke onderzoeken mochten voeren. Zo ontstond de Centrale Dienst voor de
Bestrijding van de Corruptie, kortweg CDBC. Bij de hervorming van de politiediensten op 1 januari 2001
werd de CDBC opgenomen in de Algemene directie van de gerechtelijke politie van de Federale Politie.
3
Federale Overheidsdiensten (FOD’s) en hun Bijzondere Inspectiediensten (BID’s)
Een bijzondere inspectiedienst wordt meestal omschreven als “een dienst, administratie of
ambtenaar die belast is met het toezicht en de controle op de naleving van bijzondere
strafwetten en die over de politionele bevoegdheid beschikt een proces-verbaal met
bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel op te stellen” (Ponsaers et al., 2003). Deze
definitie kan verfijnd worden door eraan toe te voegen dat het diensten zijn die verbonden zijn
aan diverse departementen en die toezicht uitoefenen op de naleving van de bijzondere
strafwetten met betrekking tot diverse domeinen zoals leefmilieu, volksgezondheid,
landbouw, economische aangelegenheden, arbeid en tewerkstelling e.d.m. In die zin kunnen
zij beschouwd worden als de ogen en oren van de regering(-en) op zeer diverse
beleidsterreinen.
De term 'ministerie' werd op federaal niveau bij de hervorming van het overheidsapparaat in
2000 (de 'Copernicushervorming') vervangen door 'federale overheidsdiensten' (FOD's).
Alleen het ministerie van Defensie bleef zijn oude naam behouden5. Een FOD ondersteunt
nog altijd een minister, al ligt de nadruk nu veel sterker op de dienstverlening aan de burger6.
We bespreken in deze bijdrage achtereenvolgens7:
I. De FOD Binnenlandse Zaken heeft als opdracht het voorbereiden en
uitvoeren/implementeren van het beleid van de federale minister van Binnenlandse Zaken in
de volgende domeinen: politionele en civiele veiligheid, crisisbeheer, vreemdelingenbeleid,
registratie en identificatie van natuurlijke personen en beheer van de institutionele en
reglementaire aspecten en van de uitoefening van democratische rechten. In het kader van
deze FOD wordt (I.1.) de Algemene Directie Preventie en Veiligheid (VPS) en (I.2.) het
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) als belangrijke inspectiediensten
besproken.
5 De opdracht van het ministerie van Defensie is de verdediging van het land. Daarnaast verleent het ministerie
ook zijn medewerking aan militaire missies van internationale organisaties die de wereldvrede bevorderen.
Ook voert het ministerie internationale humanitaire opdrachten uit voor de Belgische overheid.
6 De federale overheidsdiensten werden tijdelijk aangevuld met een aantal programmatorische
overheidsdiensten of POD’s. POD’s werken rond belangrijke maatschappelijke thema’s die verscheidene
federale overheidsdiensten doorkruisen, zoals gelijkekansenbeleid of duurzame ontwikkeling; of het
wetenschapsbeleid.
7 We laten in dit overzicht buiten beschouwing: (1) De FOD Kanselarij van de Eerste Minister ondersteunt de
Eerste Minister bij het leiden en coördineren van het regeringsbeleid. De FOD geeft inhoudelijke,
administratieve, juridische, logistieke en communicatieve ondersteuning. De FOD vormt tevens het
knooppunt met de deelstaten enerzijds en de Europese Unie anderzijds. (2) De FOD Personeel en Organisatie
(P&O) draagt ertoe bij dat federale ambtenaren en diensten goed functioneren. P&O zorgt voor een goede
werkomgeving waarin elke ambtenaar zich permanent kan ontwikkelen en houdt zich dus onder andere bezig
met opleiding, rekrutering en verloning. (3) De FOD Budget en Beheerscontrole (B&B) staat de regering bij
in de uitwerking, opvolging en uitvoering van het begrotingsbeleid. Daarbij houdt de FOD rekening met de
internationale verplichtingen van België en het institutionele kader van de federale staat.
De FOD Informatie- en Communicatietechnologie (Fedict) initieert, ontwikkelt en begeleidt e-
governmentprojecten voor de federale overheid. Fedict stimuleert ook het goed gebruik van pc en
internet. (4) De FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en heeft als actieterrein de buitenlandse
betrekkingen van België. Het netwerk van Buitenlandse Zaken omvat een 130-tal ambassades, consulaten en
vertegenwoordigingen in het buitenland en in België, die vanuit het hoofdbestuur in Brussel worden
aangestuurd. (5) De FOD Justitie speelt een actieve rol in de wetgevende, uitvoerende en de rechterlijke
macht. Via zijn opdrachten als rechtskundig adviseur, als ondersteunende factor van het gerechtelijk apparaat
en bij de uitvoering van straffen, werkt de FOD mee aan een harmonieuzere relatie tussen de burger en
Justitie.
4
II. DE FOD Financiën int en beheert jaarlijks ongeveer 70 miljard euro aan belastingen.
Hiermee wordt het grootste deel van de overheidsuitgaven betaald. De FOD Financiën streeft
een zo groot mogelijke fiscale rechtvaardigheid na. Daarnaast voldoet de overheidsdienst aan
een aantal collectieve behoeften: hij controleert bijvoorbeeld goederen en waarborgt
rechtszekerheid bij de transactie van onroerende goederen. In het kader van deze FOD wordt
(II.1.) de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AAD&A) en (II.2.) de
Bijzondere Belastingsinspectie (BBI) besproken.
III. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) waarborgt het evenwicht
tussen werknemers en werkgevers in hun arbeidsverhouding. Hij verzekert de bescherming en
promotie van het welzijn en de diversiteit op het werk. Deze FOD bundelt een aantal
belangrijke inspectiediensten. We bespreken (III.1.) de Algemene Directie Toezicht op de
Sociale Wetten (TSW), (III.2.) de Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk (TWW),
en (III.3.) de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
IV. De FOD Sociale Zekerheid (RSZ) bevindt zich in het middelpunt van alle wetgeving die
bijdraagt tot een betere sociale bescherming van de burgers. Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn
sociale rechten op een correcte manier kan laten gelden en streeft naar de instandhouding van
een zowel doeltreffend als rechtvaardig solidariteitssysteem. In dit kader bespreken we (IV.1.)
de Sociale Inspectie (SI).
V. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is belast met de
voorbereiding en uitvoering van het beleid op het vlak van volksgezondheid (financiering van
verzorgingsinstellingen, organisatie van gezondheidszorgberoepen, dringende medische hulp,
overlegorganen). Ook bereidt de FOD de uitvoering van het beleid voor met betrekking tot de
voedselveiligheid en de bescherming van de volksgezondheid en het leefmilieu (normalisatie
van producten, controle van cosmetica en tabak, welzijn van dieren, duurzame productie en
consumptie). In het kader van deze FOD wordt (V.1.) het Federaal Agentschap voor de
Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en (V.2.) het Federaal Agentschap voor
Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) besproken.
VI. De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie is er om de economie te bevorderen.
Om dat doel te bereiken, neemt de FOD actief en efficiënt deel aan de beheersing van het
algemeen normatief kader van de economische en monetaire unie van ons land. Hier belichten
we in eerste instantie (VI.1.) de Algemene Directie Economische Inspectie en (VI.2.) het
Bestuur Kwaliteit en Veiligheid.
VII. De FOD Mobiliteit en Vervoer bereidt de federale mobiliteitspolitiek voor en voert haar
uit. De FOD concentreert zich daarbij op veiligheid, leefomgeving, concurrentie,
maatschappelijke behoeften en een optimale integratie van alle transportmodi. We bespreken
hier achtereenvolgens (VII.1.) het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV), (VII.2.) het
Directoraat-generaal Maritiem Vervoer (DGMV), (VII.3.) het Directoraat-generaal
Wegvervoer en Verkeersveiligheid (DGWVVV), (VII.4.) het Directoraat-generaal
Spoorvervoer, (VII.5.) het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT).
De term bijzondere inspectiedienstverwijst naar het bijzonder terrein waarop deze diensten
actief zijn. Het gaat als het ware om speciale polities, die over een beperkte
politiebevoegdheid beschikken, met name beperkten dus bijzonder, tot het beleidsdomein
waarop zij werkzaam zijn. Overeenkomstig de geldende rechtsleer zijn deze inspectiediensten
5
dus bijzonder enerzijds door de materie waarop ze toezicht houden, anderzijds eveneens door
het specifieke territorium of de personen waarop ze hun controle uitoefenen.
Het is duidelijk dat een BID altijd in rechtstreeks verband staat met (bijzonder) strafrecht en
dus met het opsporen van inbreuken (en het opstellen van processen-verbaal), d.w.z. met
taken van gerechtelijke politie. Dezelfde redenering kan mutatis mutandis worden gevolgd
voor de opdrachten en taken van bestuurlijke politie, meer bepaald inzake toezicht, preventie,
bijsturing, raadgeving en ontrading, enz., die moeten worden uitgevoerd door die diensten of
ambtenaren (Shapland & Ponsaers, 2009).
Gewestelijke Bijzondere Inspectiediensten
Niet enkel de federale regering beschikt immers over bijzondere inspectiediensten, maar ook
de regionale regeringen, soms zelfs de provincie-, tot zelfs de stadsbesturen (Peeters et al.,
2006). Hierna benoemen we er een aantal, bij wijze van illustratie, zonder deze uitvoerig
verder te bespreken. Hierbij wordt in gedachten gehouden dat de Vlaamse regering haar
werkzaamheden structureert volgens zgn. beleidsdomeinen. Beleidsdomeinen bestaan uit
een verzameling van samenhangende bevoegdheden of beleidsvelden. De meeste
beleidsdomeinen hebben dezelfde structuur. In principe is er per beleidsdomein één minister
bevoegd, maar één minister kan wel verschillende beleidsdomeinen aansturen en opvolgen.
Een beleidsdomein bestaat uit het departement, dat de beleidsvoorbereiding en de
beleidsondersteuning verzorgt, en verschillende verzelfstandigde agentschappen. Die zijn
voornamelijk verantwoordelijk voor beleidsuitvoerende taken8. Er bestaan op dit ogenblik 11
beleidsdomeinen9.
I. Beleidsdomein Financiën en Begroting (FB)
Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management - Belastingdienst voor
Vlaanderen: Dienst Kijk- en Luistergeld. Deze belasting is sinds korte tijd toegewezen aan de
gewesten. De gemeenschappen ontvangen voortaan een dotatie ter compensatie voor kijk- en
luistergeld. Het Vlaams gewest heeft de aanslagvoet op nul gezet sinds 2001. Daardoor hoeft
men in Vlaanderen geen kijk- en luistergeld meer te betalen. Hierdoor is de inspectiematerie
in onbruik geraakt.
II. Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG)
Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn. De inspecteurs van de Afdeling Inspectie en
Toezicht inspecteren alle welzijnsdiensten die door de administratie gezin en maatschappelijk
welzijn worden erkend en/of gesubsidieerd. De bevoegdheid van de afdeling inspectie en
toezicht start bij de inspectieopdracht en eindigt bij het overmaken van het inspectierapport
aan de afdeling welzijnszorg die de erkenningsprocedure volledig autonoom afwerkt. Naast
de rustoorderkenning bestaat er ook de erkenning als rust- en verzorgingstehuis (RVT). Deze
erkenning wordt verleend door de administratie gezondheidszorg, meer precies door de
8 Het organisatiemodel van Beter Bestuurlijk Beleid (BBB), de grootschalige reorganisatie waarbij de Vlaamse
overheid in 2006 een nieuwe organisatiestructuur kreeg, gaat uit van een zekere taakverdeling tussen
departement en agentschappen. Dit neemt niet weg dat departementen en agentschappen ook nauw moeten
samenwerken: het departement betrekt de agentschappen bij de beleidsvoorbereiding en -evaluatie en toetst
de beleidsvoornemens bij hen af. De agentschappen leveren beleidsgerichte input vanuit hun taakstelling
inzake beleidsuitvoering. Inzake monitoring en opvolging van de beleidsuitvoering steunt het departement
ook op de periodieke informatieverstrekking en rapportering van de agentschappen.
9 De Beleidsdomeinen LNE en RWO zijn in fusie en vormen samen het Beleidsdomein Omgeving.
6
afdeling verzorgingsvoorzieningen van deze administratie. Ook de RVT-inspectie situeert
zich in dezelfde gezondheidsadministratie. Tussen beide inspectiediensten (administratie
welzijnszorg en administratie gezondheidszorg) groeide er een intense samenwerking
waardoor reeds vele erkenningsinspecties door beide inspectiediensten samen worden gepland
en uitgevoerd. De inspecteurs bezoeken inrichtingen en nemen kennis van alle stukken en
bescheiden die noodzakelijk zijn in de uitoefening van hun ambt. De inspecteurs kunnen
proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
De Afdeling Preventieve en Sociale Gezondheidszorg inspecteert, erkent en subsidieert de
centra en de equipes voor medisch schooltoezicht en de centra voor opsporing van metabole
aandoeningen bij pasgeborenen. Ze erkent de teams voor thuisverpleging en de diensten
medisch toezicht binnen de diensten voor preventie en bescherming op het werk. Daarnaast
erkent en subsidieert ze ook de palliatieve netwerken. Verder houdt ze toezicht op het
medisch verantwoord karakter van de sportbeoefening door dopingcontroles en door het
treffen van preventieve maatregelen. Ze erkent en vergoedt toezichthoudende artsen,
controleartsen en keuringartsen, subsidieert en erkent keuringscentra en controlelaboratoria.
Inspecteurs kunnen een proces-verbaal opmaken met bewijswaarde tot bewijs van het
tegendeel. De ambtenaren mogen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook
alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelijke
bepalingen worden nageleefd. Ze mogen in de uitoefening van hun ambt de bijstand van
politie vorderen. De wet voorziet geen mogelijkheden inzake het opleggen van
administratieve geldboetes.
III. Beleidsdomein Leefmilieu, Natuur & Energie10 (LNE)
In het kader van het Milieuvergunningsdecreet en Vlarem I oefenen de toezichthoudende
ambtenaren van de afdeling Milieu-inspectie (MI) toezicht uit op de hinderlijke inrichtingen
van klasse 1 en hoog toezicht op de inrichtingen van klasse 2 en 3. Die bevoegdheid wordt
nog aangevuld met toezichtsbevoegdheden uit meerdere aanverwante
milieuhygiënewetgevingen. De afdeling Milieu-inspectie is sedert 2001 ook de bevoegde
instantie voor het Vlaamse gewest in het kader van het Samenwerkingsakkoord tussen de
gewesten betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke
stoffen betrokken zijn. De MI speelt ook een sleutelrol in het ketentoezicht op afvalstoffen.
De MI streeft voortdurend naar een verhoging van de kwaliteit van de handhaving. Naast de
MI zijn er ook vele andere actoren betrokken bij de handhaving van de
milieuhygiënewetgeving. Daarbij o.a. de burgemeesters, de door de gemeenten aangewezen
agenten van de lokale politie en technische ambtenaren van de gemeenten die in het bezit zijn
van een bekwaamheidsbewijs, de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond,
10 In 2007 keurde het Vlaams Parlement het Milieuhandhavingsdecreet goed. Dit decreet werd in het Decreet
houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (het DABM) ingevoegd en vormt nu het onderdeel
Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen. Het Milieuhandhavingsdecreet bevat drie belangrijke
innovaties en doelstellingen: (1) het harmoniseren van de regels inzake het toezicht, de sancties en
veiligheidsmaatregelen bij milieuschendingen; (2) het realiseren van een gecoördineerd
milieuhandhavingsbeleid (oprichting Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving) en de opmaak van
handhavingsrapporten en programma’s; (3) een uniforme bestuurlijke handhaving door het opleggen van
bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke geldboetes.
Vier instanties voeren deze doelstellingen uit, met name de afdeling Milieu-inspectie (MI); de afdeling
Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (AMMC) binnen het Departement LNE; het
Milieuhandhavingscollege (MHHC), sinds 2015 opgenomen in de nieuwe Dienst van de
bestuursrechtcolleges (DBRC) binnen het departement Bestuurszaken; de Vlaamse Hoge Raad voor de
Milieuhandhaving, die in 2014 werd omgevormd tot de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en
Milieu (VHRM).
7
Natuurlijke Rijkdommen (ALBON), de afdeling Toezicht Volksgezondheid (TOVO) van het
Agentschap Zorg en Gezondheid, de reguliere politiediensten (Federale en Lokale Politie) en
de gerechtelijke instanties. Elke actor heeft zijn eigen rol, opdracht en inbreng.
Met het vernieuwingsproject Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) in 2006 werd AMINAL
vervangen door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Twee voormalige
AMINAL-afdelingen vormen nu een zelfstandige entiteit: het Agentschap voor Natuur en Bos
(ANB). ANB is een agentschap van de Vlaamse overheid dat ijvert voor het behoud, de
bescherming en de ontwikkeling van natuurgebieden, bossen en parken in Vlaanderen. Het
ANB kijkt het toe op de naleving van bosdecreet, jachtdecreet, milieuhandhavingsdecreet,
natuurbehoudswet, natuurdecreet, riviervisserijwet en aanverwante wetgeving. Via een
centraal examen werft het ANB erkende natuurinspecteurs en boswachters aan. Beëdigde
ambtenaren beschikken over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, doch
enkel voor het grondgebied waarvoor zij bevoegd zijn en enkel voor het opsporen van
wanbedrijven en overtredingen tegen land- en boseigendommen. Zij kunnen een beroep doen
op de openbare macht. Zij mogen dag en nacht alle inrichtingen betreden wanneer zij kunnen
aannemen dat er overtredingen worden gepleegd. De ambtenaren kunnen bij het vervullen van
hun opdracht de hulp en bijstand van de gemeenteoverheid vorderen. Zij mogen elk
onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig
achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Ze
mogen voertuigen ophouden en hun lading controleren. Ze zijn bevoegd monsters te nemen.
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) is een openbare instelling. OVAM
is verantwoordelijk voor een kwaliteitsvol en efficiënt afval-, materialen- en bodembeheer in
Vlaanderen sinds 1981. Inspecteurs van OVAM zijn bevoegd tot het opstellen van een proces-
verbaal met bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel. Zij mogen op elk ogenblik van de
dag of nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnen gaan in alle inrichtingen,
gedeelten van inrichtingen, lokalen en werkplaatsen waar afvalstoffen worden opgeslagen of
verwijderd, alsook vrij alle gronden betreden waar indicaties zijn dat bodemverontreiniging
aanwezig is of waar een bodemsanering wordt uitgevoerd. Tot de bewoonde lokalen hebben
zij slechts toegang met toestemming van de politierechter. Zij mogen elk onderzoek, elke
controle en enquête instellen, alsook inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan
te vergewissen dat de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Zij kunnen de bijstand van de
politie, van andere overheidsinstellingen, ondernemingen of deskundigen vorderen. OVAM
kan personen aanmanen zijn verplichtingen na te leven binnen een bepaalde termijn. Geeft
deze aan de aanmaning geen gevolg, dan kan men ambtshalve in zijn plaats optreden. OVAM
kan ambtshalve overgaan tot bodemsanering. Indien bodemverontreiniging een onmiddellijk
gevaar vormt, dan kan zij veiligheidsmaatregelen treffen.
De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) maakt als Extern Verzelfstandigd Agentschap
(EVA) deel uit van het beleidsdomein LNE. De Mestbank van de VLM registreert jaarlijks de
kerngegevens van de Vlaamse landbouwbedrijven11. Inspecteurs zijn bevoegd tot het
opstellen van een proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij kunnen
mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. De ambtenaren
kunnen een administratieve geldboete opleggen. Zij mogen elk onderzoek, elke controle en
11 De Mestbank is o.m. verantwoordelijk voor de controle en het toezicht op de wetgeving. Deze taken
betreffen voornamelijk de controle op het binnenkomen en de volledigheid van de aangiften, de behandeling
van de aanvraag tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf, de opvolging van de dossiers inzake administratieve
geldboetes, de controle op de mestverhandelingen, de naleving van de vervoerreglementering door de
erkende mestvoerders en de terreincontroles.
8
enquête instellen en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te
vergewissen dat de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Zij mogen monsters nemen van
meststoffen met het oog op de analyse ervan. Zij mogen op elk ogenblik van de dag of nacht,
na aanmelding en mits naleving van de sanitaire voorschriften, vrij binnengaan in alle
bedrijfslokalen zoals stallen, schuren, opslagplaatsen… Tot de ruimten die als woning dienen
hebben zij slecht toegang mits machtiging van de onderzoeksrechter. Zij kunnen in de
uitoefening van hun ambt de bijstand van de politie vorderen.
IV. Beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE)
De Afdeling Toezicht en Handhaving controleert het juiste gebruik van de door het
agentschap toegekende subsidies en steun in het kader van werkgelegenheidsbeleid en sociale
economie12. Zij controleert het bezit van de juiste arbeidskaarten voor migranten die
voor Vlaamse werkgevers werken en controleert of de voorwaarden vervuld zijn voor de
bureaus voor arbeidsbemiddeling die zijn erkend door het agentschap. De dienst voert
toezichts- en controleopdrachten uit met betrekking tot werkgelegendheidsprojecten, de
bureaus voor private arbeidsbemiddeling, de uitgereikte arbeidskaarten en -vergunningen en
de goedgekeurde Europees Sociaal Fonds projecten. Ook de voortgangscontrole voor het
gebruik van de talen in sociale betrekkingen behoort tot hun takenpakket. De inspecteurs van
de afdeling voeren controles uit met betrekking tot de materies waarvoor de afdeling bevoegd
is; verstrekken informatie aan werkgevers en werknemers; brengen advies uit en stellen
administratieve maatregelen voor; stellen processen-verbaal van waarschuwing op, bepalen de
termijnen waarbinnen verplichtingen moeten worden nagekomen, verbaliseren (met
bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel) en spelen gegevens door aan het parket. Hun
optreden kan aanleiding geven tot een administratieve geldboete. Zij mogen maatregelen
voorschrijven met als doel risico’s uit te schakelen. Zij kunnen tijdelijk of definitief verbieden
dat een lokaal, een werkplek of gevaarlijke machines of installaties worden gebruikt en dat
bepaalde fabricage-procédés worden toegepast. Bij onmiddellijk gevaar kunnen zij iedere
werkplek laten ontruimen. Ze beschikken over andere bijzondere bevoegdheden, gelijkend op
deze van hun federale sociale inspecteurs (zie infra).
V. Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)
Waterwegen en Zeekanaal NV is een extern verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse
overheid, bevoegd voor het beheer van de waterwegen in centraal en westelijk Vlaanderen13.
Waterwegen en Zeekanaal NV stimuleert het multifunctioneel gebruik van de waterweg. Zij
beheert waterwegen en gronden met aandacht voor alle belanghebbenden namelijk zowel
commerciële geïnteresseerden (concessionarissen, schipperij…) als recreanten, overheden op
diverse niveaus en andere groeperingen. Ook het verzekeren van de veiligheid en in het
bijzonder het beheersen van het overstromingsrisico is een belangrijke uitdaging. Sommige
mensen werkzaam in verschillende afdelingen van de Waterwegen en Zeekanaal mogen
proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij mogen op elk
12 De bevoegdheden van deze Vlaamse inspectiedienst worden niet geregeld door het Sociaal Strafwetboek
maar wel door het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen
die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse
Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn12. Net zoals de federale sociaal inspecteurs beschikken de
inspecteurs van de Vlaamse inspectiedienst over een grote beoordelingsbevoegdheid. Hun bevoegdheden zijn
tot op zekere hoogte voorts vrij gelijklopend.
13 De huidige structuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Waterwegen en Zeekanaal ontstond in
2005, als fusie van de vroegere NV Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen en de
administratie Waterwegen en Zeewezen.
9
ogenblik van de dag of nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnen gaan in alle
inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, lokalen en werkplaatsen waar afvalstoffen worden
opgeslagen. Tot de bewoonde lokalen hebben zij slechts toegang met toestemming van de
politierechter. Zij mogen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook
inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de wettelijke
bepalingen worden nageleefd. Zij kunnen de bijstand van de politie vorderen.
VI. Beleidsdomein Ruimtelijk Ordening - Woonbeleid - Onroerend Erfgoed (RWO)
Het Agentschap Inspectie RWO ziet via verschillende handhavingsinstrumenten toe op de
naleving van de reglementering betreffende (sociale) huisvesting, ruimtelijke ordening, de
verhuring van kamers en woningen, de monumenten en landschappen, het archeologisch
patrimonium en het varend erfgoed. Bij inbreuken kan het preventief of correctief optreden.
Het agentschap telt twee afdelingen.
(1) De Afdeling Inspectie (ook wel Bouwinspectie genoemd) treedt strafrechtelijk en
administratief op tegen bouwovertredingen; inbreuken op de wooncode en het kamerdecreet;
inbreuken op de decreet- en regelgeving inzake onroerend erfgoed (monumenten, stads- en
dorpsgezichten, landschappen, het archeologisch patrimonium en varend erfgoed). De
Afdeling Inspectie RWO heeft een kantoor in elke provincie dat als eerste aanspreekpunt
geldt voor meldingen inzake de bovenstaande overtredingen en inbreuken. Inspecteurs van de
afdeling kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Zij
kunnen een herstelvordering indienen bij het parket door middel van een gewone brief14 en
een administratieve geldboete opleggen15. In bepaalde gevallen kan de stedenbouwkundige
inspecteur een vergelijk treffen met de overtreder mits hij een transactiesom betaalt en een
regularisatievergunning aanvraagt.
(2) De Afdeling Toezicht van het agentschap Inspectie RWO waakt erover dat de externe
sociale huisvestingsactoren handelen conform de wetgeving en de beginselen van behoorlijk
bestuur. Met behulp van haar toezichthouders ziet zij toe op hun werking en activiteiten, in
het bijzonder op de toewijzing van hun gesubsidieerde woningen. De actoren waarop dat
toezicht wordt uitgeoefend zijn: de sociale woonorganisaties16; het Vlaams Huurdersplatform,
de erkende sociale kredietmaatschappijen, Vlabinvest, de gemeenten, OCMW’s en
intercommunales. Tevens ziet zij er door middel van een georganiseerde controle op toe dat
de begunstigden de gewestelijke subsidies en tegemoetkomingen met betrekking tot
huisvesting aanwenden voor de doeleinden waarvoor ze worden toegekend. Tot slot kan de
toezichthouder administratieve en strafrechtelijke sancties opleggen aan huurders van sociale
huurwoningen.
De bevoegdheden van inspectiediensten
Om hun takenpakket ten volle te kunnen vervullen en hun bevoegdheden op doeltreffende
wijze te kunnen uitoefenen, zijn de ambtenaren van de BID’s soms bekleed met de
14 Wanneer de overtreder vrijwillig de opgelegde herstelmaatregel uitvoert, moet hij dit onmiddellijk melden
aan de stedenbouwkundige inspecteur, welke vervolgens een proces-verbaal van vaststelling als bewijs van
het herstel opmaakt. Wordt de herstelmaatregel niet binnen de vooropgestelde termijn uitgevoerd, dan wordt
ambtshalve voorzien in de uitvoering ervan.
15 De administratieve geldboete moet binnen de zestig dagen na kennisgeving van de beslissing worden betaald.
Gebeurt dit niet, dan vaardigt de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uit.
16 De sociale huisvestingsmaatschappijen, de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, het Vlaams
Woningfonds en de erkende huurdiensten.
10
hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie of impliciet met de hoedanigheid van agent
van gerechtelijke politie, belast met de opsporing van inbreuken en de vastlegging ervan in
processen-verbaal.
De controlebevoegdheden van de bijzondere inspectiediensten zijn erg ruim. In
verschillende opzichten hebben ze veel weg van de bevoegdheden van de reguliere
politiemensen actief in de opsporing, zelfs van reguliere politiemensen actief op bestuurlijk
domein. Soms zijn de bevoegdheden van leden van BID’s zelfs ruimer dan deze van reguliere
politieambtenaren. Ter illustratie kunnen de volgende bevoegdheden worden aangehaald: het
betreden van plaatsen; het verrichten van huiszoekingen; het in beslag nemen van
voorwerpen; het inwinnen van inlichtingen; het ter inzage vragen van documenten; het
opnemen van verklaringen of getuigenissen; het uitvoeren van fouilles; het opstellen van
processen-verbaal (hetgeen meestal bewijswaarde heeft tot bewijs van het tegendeel); e.d.m.
Het merendeel van deze diensten is niet gemachtigd om geweld of dwangmiddelen te
gebruiken, in tegenstelling tot de reguliere politie. Niettemin kunnen leden van BID’s
(onrechtstreeks) geweld hanteren door de sterke arm van de politie te vorderen. Deze
bevoegdheid is zeker niet toegekend aan alle Belgische openbare besturen of diensten en
onderscheidt dus de meeste bijzondere inspectiediensten van gewone besturen, die niet
bekleed zijn met opdrachten van politie.
Afgezien van de meer uitgebreide bevoegdheden die zijn toegekend aan de officieren van
gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings, werd de hoedanigheid van
agent of officier van gerechtelijke politie belangrijk bevonden in het raam van verschillende
bijzondere wetten, onder meer gezien het bijzondere toezicht vanwege de procureur-generaal
bij het hof van beroep dat met deze hoedanigheid gepaard gaat. Degene die dergelijke
hoedanigheid bezit, staat dus duidelijk in verhouding tot het openbaar ministerie. Bepaalde
inspecteurs zijn houder van een machtiging, hoewel ze niet bekleed zijn met de hoedanigheid
van officier van gerechtelijke politie, maar kunnen ook bevoegdheden uitoefenen die hen zijn
toegekend onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid
aan hun oversten binnen het bestuur. Met betrekking tot deze personen, kan men dus zonder
twijfel spreken van agenten van gerechtelijke politie.
Met betrekking tot de officieren van gerechtelijke politie, zijn de doctrine en de jurisprudentie
het er over het algemeen over eens dat deze hoedanigheid enkel wordt toegekend aan
personen die bekleed zijn met een ambt en wanneer een wettelijke bepaling dat uitdrukkelijk
voorziet. Meer algemeen gesproken komt uit de handboeken inzake strafprocesrecht naar voor
dat de eis die de rechtspraak stelt inzake de toekenning van de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie, niet opgaat voor agenten van gerechtelijke politie. Een aantal belangrijke
bijzondere wetten belasten bepaalde ambtenaren van BID’s met gerechtelijke opdrachten,
zonder hen echter expliciet de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie te verlenen.
In dat geval worden zij echter dus wel degelijk beschouwd als agenten van gerechtelijke
politie. Men kan er derhalve van uitgaan dat, wanneer ambtenaren van BID’s gelast zijn met
een opdracht van gerechtelijke politie (hetgeen meestal het geval is) en zij gemachtigd zijn
om proces-verbaal op te stellen, maar niet expliciet de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie toebedeeld krijgen, ze sowieso agent van gerechtelijke politie zijn. Een
soortgelijke redenering zou kunnen worden ontwikkeld voor de hoedanigheid van agent van
bestuurlijke politie. Op basis hiervan kunnen we samenvattend stellen dat de operationele
leden van de BID’s of leden die op het terrein werken of er inspecties of controles uitvoeren,
officieren of agenten van gerechtelijke politie zijn (De Baets et al., 2003).
11
Figuur 2: Vergelijking tussen Bijzondere Inspectiediensten en Reguliere Politie
Bron: Ponsaers & Hoogenboom, 2004; Ponsaers, 2006.
Onderstaand bespreken we de diverse grote inspectiediensten, zonder hierbij de ambitie te
koesteren hierbij volledig te zijn.
I. FOD BINNENLANDSE ZAKEN17
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken is onder meer verantwoordelijk voor de
inschrijving en identificatie van natuurlijke personen, het vreemdelingenbeleid, de openbare
orde, veiligheid en preventie en crisisbeheer. De FOD Binnenlandse Zaken bevat een aantal
BID’s die zich strikt genomen niet meteen in ons belangstellingsveld situeren.
Zo is de FOD Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het functioneren van de zgn.
rallycommissie’, die het daglicht zag in 1997. Deze commissie is belast met inspecties ter
plaatse, vóór en tijdens de wedstrijd of competitie. De inspecties worden verricht door de
arrondissementcommissarissen, leden van de commissie, elk voor zijn ambtsgebied. De wet
verbiedt rally’s (sportwedstrijden voor auto’s) die geheel of gedeeltelijk op de openbare weg
plaatshebben, tenzij er een voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester
verkregen is. De bevoegdheid van de ‘rallycommissie’ is uitsluitend administratief van aard.
De daartoe door de minister van Binnenlandse Zaken gemachtigde ambtenaren van de
regionale afvaardiging van het Rijksregister kunnen: (1) ter plaatse onderzoek uitvoeren in
verband met de moeilijkheden en betwisting betreffende de bepaling van de
hoofdverblijfplaats en betreffende de maatregelen tot ambtshalve afvoering en inschrijving18,
17 Zie: http://www.ibz.be/news/nl/default.shtml
18 In toepassing van artikels 21 en 22 van het KB van 16/07/1992 betreffende de bevolkingsregisters en het
vreemdelingenregister.
12
(2) de registers inspecteren en de instructies betreffende de veranderingen van verblijfplaats
aanvullen. De bevoegdheid van genoemde ambtenaren is eveneens uitsluitend administratief
van aard.
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) is een adviserende instelling, die door de
wetgever is opgericht om te waken over de toepassing van de taalwetten in bestuurszaken. De
VCT is bevoegd om een onderzoek in te stellen over alle overtredingen van de bestuurlijke
taalwetgeving in de overheidsdiensten van het rijk, de gemeenschappen en gewesten, de
provincies en de gemeenten en alle daarmee gelijkgestelde instellingen. De FOD
Binnenlandse Zaken verleent administratieve ondersteuning aan de VCT. De VCT kan op
eigen initiatief in de verschillende openbare diensten onderzoeken instellen in verband met de
naleving van de bestuurstaalwet. Verder heeft de VCT de mogelijkheid een annulatieberoep in
te stellen tegen bestuurshandelingen. De leden van de VCT zijn geen ambtenaren, maar
worden benoemd door de Koning, op voordracht van respectievelijk het Vlaams Parlement,
het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.
De bevoegdheid van de commissie is uitsluitend adviserend van aard.
De brandweerinspectie is belast met de inspectie van de brandweerdiensten, in toepassing van
de wet betreffende de civiele bescherming. Tot deze inspectie behoort de controle, op stukken
en ter plaatse, op de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen en op de uitvoering
van maatregelen inzake brandvoorkoming en -bestrijding. De brandweerinspectie doet met
haar verslagen een louter administratieve controle.
I.1. Algemene Directie Preventie en Veiligheid (VPS)19
De Algemene Directie Veiligheid en Preventie is één van de vijf algemene directies van de
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. De hoofdtaak van het VPS is het bijdragen tot
het bevorderen van de veiligheid van de burgers. Dit gebeurt ondermeer door toezicht te
houden op de correcte naleving van een aantal specifieke wetten en in geval van inbreuken
sancties op te leggen. Het toezicht heeft betrekking op 4 sectoren in de private veiligheid:
(1) Bewaking omvat allerhande soorten toezicht op bescherming van goederen en personen.
Er zijn acht grote soorten: bewaking van goederen, bescherming van personen,
waardevervoer, beheer alarmcentrales, persoonscontrole, vaststelling van de toestand van
goederen, verkeersbegeleiding en begeleiding van uitzonderlijke voertuigen. Er zijn
verscheidene organisatievormen waaronder deze bewaking kan georganiseerd worden: de
bewakingsonderneming, de interne bewakingsdienst, de veiligheidsdienst, het
vrijwilligersregime, de maritieme veiligheidsonderneming en de werknemers van
concessiehouders.
(2) Beveiliging heeft betrekking op het materiaal dat gebruikt wordt om misdrijven te
voorkomen of vast te stellen. Het kan gaan om mechanisch materiaal zoals deursloten,
inbraakwerende materialen, gepantserde koffers, maar ook om elektronisch materiaal zoals
alarmsystemen, systemen voor videobewaking, e.d.m. Dit materiaal kan aangewend worden
voor het beveiligen van gebouwen, maar ook van wagens, vaartuigen en bijvoorbeeld
containers. De verkoop of het verspreiden van materiaal is niet aan wettelijke regels
onderworpen. Deze markt is dus vrij. Sommige activiteiten zijn echter wettelijk geregeld.
19 Waterloolaan 76 - 1000 Brussel - tel: 02/557.33.66. Zie: http://www.besafe.be | http://www.vigilis.be;
Jaarverslag: http://ibz.be/download/Activiteitenverslag_2013/jaarverslag%202013_NL_web.pdf; E-mail:
vps@ibz.fgov.be
13
(3) De private opsporing omvat allerhande terreinen zoals het opsporen van verdwenen
personen of gestolen goederen. Maar ook het inzamelen van allerhande informatie over
personen: het gedrag, de vermogenstoestand, de moraliteit of nog de burgerlijke stand wordt
als opsporing beschouwd. Dit is ook het geval voor het verzamelen van bewijsmateriaal of het
vaststellen van feiten teneinde een conflict te beslechten. Wie private opsporing verricht
wordt wettelijk beschouwd als een privé-detective, ook al gebruikt hij die naam niet bij het
uitoefenen van zijn job. Experts, verzekeringsinspecteurs, speurders die werken voor
incassokantoren. Het zijn allen privé-detectives.
(4) De sector van het veiligheidsadvies is veelomvattend. Er wordt gedacht aan het analyseren
van veiligheidsproblemen en veiligheidsrisico's; het verrichten van doorlichtingen (audits)
teneinde veiligheidsmaatregelen te nemen of te verbeteren; het ontwerpen, uitwerken en
evalueren van veiligheidsconcepten, -strategieën en -plannen; het begeleiden bij de
implementatie en realisatie van deze concepten en het plannen, ontwerpen en organiseren van
trainingen op veiligheidsgebied.
De wet van 10 april 1990 ‘tot regeling van de private en bijzondere veiligheid’ en haar
uitvoeringsbesluiten regelen ondermeer de voorwaarden voor vergunning of erkenning en
uitoefeningsvoorwaarden voor personen die activiteiten wensen uit te voeren binnen de
sectoren van de private bewaking, beveiliging, veiligheidsadvies, opleidingsinstellingen en
veiligheidsdiensten. Bovendien bepaalt ze ook de controle op de sector en de sancties voor
inbreuken hierop. De VPS heeft een analoge opdracht in het kader van de wet van 19 juli
1991 tot regeling van het beroep van privédetective. In het kader van genoemde wetten
werden bij KB de ambtenaren en agenten van Binnenlandse Zaken aangeduid, die gemachtigd
zijn om er toezicht op te houden. Een nieuw KB van 11 september 2014 verleent deze
machtiging aan: (1) de ambtenaren en de agenten van de Algemene Directie Veiligheid en
Preventie bij de FOD Binnenlandse Zaken, en (2) de sociaal inspecteurs van de Algemene
Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD WASO; de Algemene Directie Sociale
Inspectie van de FOD Sociale Zekerheid; de Algemene Directie Inspectie van de RSZ.
Laatstgenoemde sociale inspecteurs oefenen dat toezicht uit bij de uitoefening van hun
opdrachten en overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek.
De Directie Private Veiligheid van de VPS zorgt voor een strikte reglementering op de
private veiligheid om de privacy en de grondrechten van de burgers maximaal te
waarborgen en beschermen. Deze directie voert in dit kader ondermeer het administratief
toezicht op de naleving van de regelgeving. De Directie Controle voert zowel administratieve
als terreininspecties uit. Ter gelegenheid daarvan stellen zij processen-verbaal op die
bewijswaarde hebben tot het bewijs van het tegendeel naar aanleiding van vastgestelde
inbreuken.
Verder hebben de aangeduide ambtenaren ten allen tijde toegang tot de onderneming, dienst
of instelling waar bewakingsactiviteiten worden uitgeoefend (niet tot de woning) en kunnen
inzage nemen van alle stukken noodzakelijk voor controle. Ze kunnen ter plaatse de staking
van handeling bevelen die een inbreuk uitmaakt. Zij kunnen ten alle tijde de bijstand vorderen
van de politiediensten om de sterke armte verlenen. De politie kan evenwel niet gevorderd
worden om vaststellingen te doen of daaraan mee te helpen. De ambtenaren van de
inspectiedienst hebben, voorafgaand aan het veiligheidsonderzoek, toegang tot de in het
centraal strafregister opgenomen gegevens, weze het met een aantal uitzonderingen.
14
De procureur des Konings beschikt over een termijn van een maand vanaf de ontvangst van
het proces-verbaal, om de kwalificatie te onderzoeken. Indien hij meent dat hij strafrechtelijke
sancties zal moeten opleggen moet hij daarvan binnen de termijn van één maand de bevoegde
ambtenaar in kennis stellen. De rechten van verdediging zijn gewaarborgd in de
administratieve procedure en, in geval de geldboete niet betaald wordt, dient de overheid
alsnog een vordering in te leiden voor de rechtbank van eerste aanleg. De gemachtigde
ambtenaren van het VPS zijn onderworpen aan de controle van het Comité P en hun
hiërarchie.
Bepaalde inbreuken worden gesanctioneerd door strafrechtelijke geldboeten, andere door
administratieve geldboetes. De strafrechtelijke geldboetes worden door een strafrechter
opgelegd en worden op het strafregister vermeld. De administratieve geldboetes worden
opgelegd door de VPS. Zij worden niet op het strafblad vermeld. De oorspronkelijke wet van
10 april 1990 kwalificeerde de meeste inbreuken als misdrijven. De overbelaste parketten
beschouwden de misdrijven meestal als minder prioritair. Daarom heeft de wetgever anno
1997 een oplossing gezocht in de depenalisering van de meeste misdrijven.
Dit heeft tot gevolg dat de meeste inbreuken voortaan door middel van administratieve
geldboeten beteugeld worden. Strafrechtelijke sancties worden enkel behouden voor bepaalde
inbreuken, die nauw aanleunen bij de openbare orde en raken aan de grondrechten van iedere
burger, en bijgevolg beter in de prioriteiten, die Justitie in haar vervolgingsbeleid vooropstelt,
kunnen gekaderd worden. Andere inbreuken worden bestraft met een administratieve
minnelijke schikking of een administratieve geldboete. Alternatieve administratieve
bevoegdheden zijn: de administratieve waarschuwing; de schorsing, de inhouding en de
intrekking; de vergunning/erkenning schorsen of intrekken; het inhouden van de
identificatiekaart voor maximum 6 maanden of het intrekken ervan; en de erkenning als
opleidingsinstelling schorsen of intrekken.
Overeenkomstig de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij
voetbalwedstrijden en het KB van 15 juni 1999 betreffende het veiligheids- en
coördinatiebeleid naar aanleiding van voetbalwedstrijden, staan de hiertoe aangeduide leden
van de Voetbalcel van de Algemene Directie Veiligheid en Preventie in voor de controle op
de naleving van de voetbalwet, meer specifiek wat betreft de aan de organisatoren van
voetbalwedstrijden opgelegde verplichtingen. In het kader van de uitvoering van hun
controlebevoegdheid kunnen de betrokken ambtenaren proces-verbaal opstellen, dat naar de
club wordt gestuurd. De club moet vervolgens maatregelen treffen. Indien dit na 6 maanden
nog niet is gebeurd, kan de voetbalcel, naar gelang het geval, uitstel verlenen of een
administratieve boete opleggen.
I.2. Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC)20
Het FANC is een parastatale instelling van openbaar nut, die onder toezicht staat van de
minister van Binnenlandse Zaken. Het werd opgericht bij wet van 15 april 1994 betreffende
de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen
voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. In
20 Ravensteinstraat 36 - 1000 Brussel - tel: 02/289.21.11 - fax: 02/289.21.12. Zie: http://www.fanc.fgov.be.
Jaarverslag 2014 http://fanc.fgov.be/download/jaarverslag_2014/. Meldpunt: meldpunt@fanc.fgov.be
15
zijn hoedanigheid van federale instelling is het FANC actief op het gehele nationale
grondgebied21. Het FANC telt zowat 150 medewerkers.
Zij controleren de nucleaire, medische en industriële installaties en houden toezicht op de
natuurlijke en kunstmatige straling in België. Daarnaast behoren ook de Veiligheid en
beveiliging van transporten van nucleaire en radioactieve materialen en het lange termijn
beheer van radioactief afval tot de verantwoordelijkheden van het agentschap.
Het FANC voert daartoe verschillende taken uit: informatieverstrekking en het verhogen van
deskundigheid; controle rond vergunde installaties door een meetnetwerk; controle op de
vergunde installaties; advies en inspectie van ioniserende transporten; het uitwerken van een
kader en inspectie voor het kernafval en de verwerking (in samenwerking met de Nationale
Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS); ontwikkelen, opvolgen
en harmonisatie van de regelgeving; leggen van internationale contacten; en het oplijsten van
de verschillende vergunde installaties en inrichtingen binnen de 3 klassen (Klasse 1:
Kerncentrales en grote installaties; Klasse 2: Ziekenhuizen en middelgrote installaties; Klasse
3: Tandartsen, orthodontisten en radiologen).
De leden van het departement Toezicht en Controle van het Agentschap hebben de
hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier aan de procureur des
Konings. Ze beschikken over verbaliseringsbevoegdheid met bewijswaarde tot bewijs van het
tegendeel. Tevens beschikken ze over volgrecht en kunnen inbeslagnemingen doen;
huiszoekingen uitvoeren, aanhoudingen verrichten, en een beroep doen op de openbare macht.
Zij hebben steeds vrije toegang tot vervoermiddelen, fabrieken, opslagplaatsen, ziekenhuizen
en, meer in het algemeen, tot alle inrichtingen waar apparaten of stoffen die ioniserende
stralingen kunnen verspreiden, geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt worden. Zij
kunnen de apparaten of de stoffen die geproduceerd, vervaardigd, gehouden, vervoerd of
gebruikt worden onder voorwaarden die niet stroken met de voorschriften van deze wet of
haar uitvoeringsbesluiten, in beslag nemen. In identieke gevallen en afgezien van eventuele
rechtsvervolgingen, kunnen zij ambtshalve alle maatregelen treffen om de bronnen van
ioniserende straling die gevaar zouden kunnen opleveren voor de volksgezondheid of het
leefmilieu, onschadelijk maken. Wat betreft de vervoermiddelen en de verpakkingen die niet
beantwoorden aan de wettelijk vastgestelde voorschriften, kunnen zij alle vereiste
spoedmaatregelen treffen, inzonderheid het gebruik ervan verbieden, ze verzegelen en in
beslag nemen. Zij kunnen adviseren aan de vergunning verlenende instantie om een
vergunning in te trekken of te schorsen. De personeelsleden van het Agentschap die belast
zijn met het toezicht kunnen bevelen zegels te leggen op de betwiste installaties, voorwerpen,
toestellen of stoffen of kunnen dit zelf doen. Het Agentschap kan maatregelen treffen om de
gevaarlijke bronnen onschadelijk te maken en hun verwijdering en hun opslag op een
aangepaste plaats bevelen. In voorkomend geval verwittigt het agentschap NIRAS.
II. FOD FINANCIËN22
21 Het FANC vervult alle opdrachten van toezicht en controle die vroeger werden uitgevoerd door de openbare
diensten, die zich bezig hielden met nucleaire veiligheid, nl. de Administratie van de arbeidsveiligheid, met
in het bijzonder de Dienst voor technische veiligheid van kerninstallaties, van het Ministerie van arbeid en
tewerkstelling, evenals door de Dienst voor bescherming tegen ioniserende stralingen van het Ministerie van
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu.
22 Zie: http://financien.belgium.be/nl/
16
De FOD Financiën bevat een aantal inspecties die veeleer administratieve bevoegdheden
hebben dan gerechtelijke. De Administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit
(AOIF) is een samenvoegsel van de Administratie der Directe Belastingen en de sectie BTW
van de Administratie BTW, Registratie en Domeinen. De basis voor de controles zijn het
Wetboek Inkomstenbelasting en het BTW Wetboek.
De ambtenaren van het AOIF beschikken niet over de hoedanigheid van officier van
gerechtelijk politie. Enkel de personeelsleden afkomstig van de sectie BTW hebben
bevoegdheid om processen-verbaal op te stellen. Verder beschikken de ambtenaren over vrije
toegang tot de bedrijfslokalen. Het bezoekrecht is evenwel beperkt tot de uren dat er
werkzaamheden worden uitgeoefend of vermoed wordt dat deze uitgeoefend worden. Wat de
privévertrekken betreft kunnen de ambtenaren zich enkel verschaffen als ze over een
voorafgaande machtiging beschikken van de politierechter en enkel tussen vijf uur ‘s morgens
en negen uur ’s avonds.
De AOIF ambtenaar kan slechts inzage nemen in de boeken en bescheiden die noodzakelijk
zijn om het belastbaar inkomen te bepalen. Ten aanzien van de computerboekhouding is de
situatie anders: de AOIF kan de betrokkenen verplichten kopieën te nemen van het geheel of
van een deel van de computerbestanden en kan eveneens verzoeken de
informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht. Ten aanzien van controles
inzake inkomstenbelastingen beschikken de ambtenaren over de mogelijkheid administratieve
sancties op te leggen, zoals belastingverhogingen, administratieve boetes en het verval van het
recht om belastingplichtigen te vertegenwoordigen. Ten aanzien van controles inzake de
BTW kunnen de ambtenaren administratieve geldboetes opleggen.
Zo is er ook de Sectie Kadaster en een Sectie Registratie en Domeinen. De ambtenaren van
deze secties beschikken niet over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. De
Sectie Kadaster is ook niet bevoegd tot het opstellen van een proces-verbaal. Zij doet enkel
kennisgevingen.
De Sectie Registratie en Domeinen beschikt dan weer wel over de bevoegdheid om
processen-verbaal op te stellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel en kan fiscale
boetes opleggen. Deze sectie is verantwoordelijk voor de controle op de toepassing van het
Wetboek der registratie-, hypotheek-, en griffierechten met uitvoeringsbesluiten en bijzondere
wetten en het Wetboek der successierechten met uitvoeringsbesluiten.
De ambtenaren kunnen zich handboeken, inventarissen en balansen laten voorleggen, mits
uitdrukkelijke machtiging van de directeur-generaal en indien de documenten betrekking
hebben op de handelszaak. Zij zijn gemachtigd controleschattingen door te voeren en
beschikken over de bewijsmiddelen van gemeen recht met inbegrip van getuigen en
vermoedens, maar met uitzondering van de eed.
II.1. Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (AAD&A)23
23 Koning Albert II-laan 33 - b37, 1030 Brussel tel: 02/572.57.57. Publicaties: info.pub@minfin.fed.be. Zie:
http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/reorganisatie/stafdiensten.html
In het licht van de lopende hervorming zijn nieuwe e-mailadressen gecreëerd, de oude e-mailadressen zijn
vervallen. Voor alle organisatorische aangelegenheden (personeelszaken, uitnodigingen voor vergaderingen,
beheer van het materiaal en voertuigenpark, verzoeken om statistieken, Parlementaire vragen, etc.):
da.oo.ca@minfin.fed.be; voor alle operationele aangelegenheden (verzoeken om inlichtingen, verzoeken om
internationale wederzijdse bijstand, etc.): da.oo.investigation.perma@minfin.fed.be.
17
Een belangrijke categorie administratieve opsporingsambtenaren zijn de douanebeambten,
waarvan de bevoegdheid is geregeld in de Algemene Wet Douane en Accijnzen (AWDA). In
het licht van het stijgend aantal misdrijven met grensoverschrijdend commercieel karakter is
de rol van de douaneambtenaren de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Een reeks
internationale verdragen hebben bovendien grensoverschrijdende bevoegdheden aan
douaneambtenaren verleend, met inbegrip van het gebruik van zgn. bijzondere
opsporingsmethoden (BOM-wetgeving). De Algemene Administratie van de Douane en
Accijnzen staat dan ook voor één van de grootste uitdagingen sinds het wegvallen van de
Europese binnengrenzen in 1993.
De AAD&A voert onderzoek naar douane- en accijnsmisdrijven. Zo is de algemene
administratie der Douane en accijnzen verantwoordelijk voor: de uitvoering van de federale,
internationale en supranationale wetgeving inzake douane en accijnzen; de uitvoering van de
federale en gewestelijke wetgeving betreffende de slijterijen van gegiste dranken; de
uitvoering van de wetgeving inzake ecotaksen; de uitvoering van de bepalingen van het
wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, betreffende de invoer en de uitvoer
van goederen; een reeks tussenkomsten zoals de bestraffing van namaak en piraterij van
intellectuele eigendomsrechten.
Aan bepaalde ambtenaren van de AAD&A kent de wet van 22 april 2003 de hoedanigheid
van officier van gerechtelijke politie toe. De processen-verbaal van de leden van de AAD&A
hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Ze kunnen zélf alle vorderingen wegens
overtredingen, fraudes en misdrijven inzake douane en accijnzen voor de correctionele
rechtbank brengen. De hoofdgevangenisstraf moet evenwel worden gevorderd door het
openbaar ministerie. Tevens kunnen ze transacties sluiten. Het gaat dan om het afsluiten van
overeenkomsten waarbij de administratie afziet van een strafvervolging ten laste van de
overtreder, die tegenover de administratie de verbintenis aangaat zekere handelingen te
verrichten of zich van zekere handelingen te onthouden.
De AWDA bepaalt dat bedrijfsgebouwen steeds toegankelijk moeten zijn voor controle door
de ambtenaren van de administratie wanneer er gewerkt wordt. Huiszoeking is daarentegen
slechts mogelijk tussen 5 uur ’s morgens en 9 uur ’s avonds, en slechts mits machtiging van
de politierechter, behalve wanneer die in de zgn. tolkringgebeurt (een strook van 5 km langs
de zeekust, het grondgebied van de zee- en luchthavens en de strook grond van 250 m
daaromheen). Het Grondwettelijk Hof bevestigde dat de toelating van de politierechter moet
worden gemotiveerd. Het Grondwettelijk Hof besliste tevens dat de observatie (BOM) door
douaneambtenaren onderworpen is aan de voorwaarden die daartoe zijn gesteld door het
Wetboek van Strafvordering.
Verder kunnen de leden van de AAD&A: vorderingsmiddelen inzetten om de inning van
verschuldigde rechten efficiënt te verzekeren; goederen en transportmiddelen visiteren;
personen visiteren; documenten en boeken inzien; monsters nemen; dwangmiddelen
gebruiken (m.a.w. het opstellen van een proces-verbaal wegens dienstverhindering, en het
gebruik van geweld aangepast aan de omstandigheden en het transportmiddel); vuurwapens
gebruiken binnen een strook van 10 kilometer langs land- en zeegrenzen; bijstand vorderen
van een burgerlijke overheid, maar ook van officieren van justitie en van politie; gevisiteerde
goederen of documenten aanhalen die de strafbaarheid van de overtreder bewijzen; overgaan
tot voorlopige aanhouding van verdachten van misdrijven waarop een gevangenisstraf staat.
18
In 2014 ondertekenden de algemene administraties van de Bijzondere Belastinginspectie
(AABBI, zie hierna) en de Douane en Accijnzen (AAD&A) een samenwerkingsprotocol. Dat
protocol heeft tot doel de principes en mogelijkheden tot samenwerking te definiëren, de
uitwisseling van informatie te optimaliseren en een kader te creëren waarbinnen actie- en
domeingebonden contacten over gemeenschappelijke bevoegdheden kunnen worden gelegd.
In de praktijk regelt het protocol de uitwisseling van informatie en kennis over de nieuwe
fraudetechnieken, de overdracht van onderzoeksdossiers tussen administraties en de
samenwerking op het domein van de risicoanalyse. Daarnaast beoogt dat protocol ook een
intensieve samenwerking in de strijd tegen internetfraude en bij gerichte controles waarvoor
een specifieke samenwerking vereist is.
Naar aanleiding van het kaderakkoord van september 2012 tussen de douane en de politie,
werd een gemeenschappelijke nota opgesteld om een dubbele investering te vermijden en om
het rendement van de automatische nummerplaatscanners te optimaliseren. Zo verstrekt de
politie informatie aan de gegevensbank van de ‘ANPR’ scanners. De AAD&A heeft op 24
juni 2014 met de politie tevens een samenwerkingsovereenkomst afgesloten die betrekking
had op de hondenbrigades.
De AAD&A en de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering (AAII) hebben
op 5 mei 2014 een protocol ondertekend om de samenwerking tussen de twee diensten te
verbeteren, vooral voor invordering waar er samenwerkingsvoordelen bestaan (bv.
vaststelling van penale boeten op de openbare weg).
Sinds 1 januari 2015 wordt de Algemene Administratie van de Douane & Accijnzen
(AAD&A) stapsgewijs gereorganiseerd, hetgeen moet bijdragen tot een verbetering van de
effectiviteit en de efficiëntie van de organisatie.
De Administratie Onderzoek & Opsporing (O&O), onderdeel van de AAD&A, werd
opgericht op 1 januari 2015 en is vanaf 1 april 2015 volledig operationeel. O&O bestaat uit 2
componenten: één Centrale Component O&O (vorige benaming: Nationale
Opsporingsdirectie, met name de NOD); en 11 Regionale Componenten - Teams O&O. Deze
reorganisatie gaat gepaard met het centraliseren van bevoegdheden en het integreren van een
aantal diensten.
Bij de reorganisatie wordt een nieuwe handhavingsvisie gehanteerd. De bestaande
controleaanpak beantwoordt immers niet meer aan de stijgende druk ten aanzien van
douaneautoriteiten om (internationale) logistieke ketens zo weinig mogelijk te hinderen en
deze logistieke ketens beter te begrijpen. Hierbij hanteert de AAD&A een controlefilosofie
die gekenmerkt wordt door zelfregulering: de handel neemt zelf verantwoordelijkheid op in
het waarborgen van de veiligheid en integriteit van logistieke ketens en grensoverschrijdende
goederenstromen. Hierdoor zouden het aantal controles/toezichten moeten dalen door een
betere dienstverlening en communicatie inzake de handhaving. Op deze wijze tracht men de
stakeholders te overhalen naar compliant gedrag.
II.2. Bijzondere Belastingsinspectie (BBI)24
24 Kon. Albert II-laan 33 - bus 48 - 1030 Brussel tel: 02/572.57.57. Informatieambtenaar: 0470/76 22 44 -
0257/622 44. E-mail: Francis.adyns@minfin.fed.be. Publicaties: info.pub@minfin.fed.be. Jaarverslag 2014:
http://www.jaarverslag.financien.belgium.be.
19
De BBI is een kleine afdeling binnen de FOD Financiën. De BBI is in 1979 ontstaan uit een
samenvoeging van de Bijzondere Dienst van de Directe Belastingen en de BTW. De dienst
heeft een zeer beperkt eigen personeelskader, maar werkt met een 500-tal ambtenaren van de
andere administraties. De algemene administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI)
wordt belast met de gestructureerde strijd tegen de fraude wat betreft alle belastingen waarvan
de vestiging, de inning en de invordering zijn toevertrouwd aan de FOD Financiën. De BBI is
bevoegd voor alle belastingen die door de federale fiscale administraties worden geheven:
daaronder vallen eveneens de gewestbelastingen en/of de gemeenschapsbelastingen, de
provinciale en lokale belastingen die door dezelfde administratie worden geïnd.
De taak van de BBI spitst zich toe op fiscale controles van grotere omvang, met name op
verificaties waarvoor een team van specialisten in de verschillende takken van de fiscaliteit
vereist is. Het gaat hier meer bepaald om de opsporing, preventie en repressie van grote
fraudestromen. Concreet betekent dit dat de BBI diensten onderzoek verrichten naar: (1)
dossiers met aanwijzingen van georganiseerde ernstige fiscale fraude of grootschalige fiscale
fraude; (2) dossiers waarvan een vermoeden bestaat van oprichting van een bijzonder
fraudemechanisme door de financiële bemiddelaar; (3) dossiers inzake economische en
financiële misdaad (complexe mechanismen, internationale dimensie, oplichting). De dossiers
worden geselecteerd door inputdiensten, op basis van datamining of ingevolge klachten,
kennisgevingen van het gerecht, inlichtingen van buitenlandse belastingadministraties. Ze
worden onderzocht door polyvalente teams (BTW/directe belastingen) met ondersteuning van
gespecialiseerde cellen (juridisch, invordering, informatica en douane).
De ambtenaren van de BBI mogen, ongeacht hun administratie van oorsprong (bij de BBI zijn
ondermeer mensen werkzaam van de Administratie van de Ondernemings- en
Inkomstenfiscaliteit, de Administratie van de Invordering en de Administratie der Douane en
Accijnzen) en zonder onderscheid, al de bevoegdheden toegekend aan de ambtenaren van de
onderscheiden fiscale administraties, uitoefenen. De door een fiscale wetgeving toegekende
bevoegdheden mogen evenwel slechts worden gebruikt om de belasting te controleren die het
voorwerp is van die wetgeving.
De BBI heeft in hoofdzaak een polyvalente opdracht, zowel wat betreft de directe belastingen,
de BTW en de douane, waardoor haar optreden zich over de gehele fiscale sector strekt. De
BBI kan zowel een algemene controle, waarbij de gehele fiscale toestand van de
belastingplichtige wordt onderzocht, als een specifieke controle, waarbij enkel welbepaalde
domeinen worden onderzocht, uitvoeren. Wanneer de BBI het onderzoek uitgevoerd en
afgesloten heeft, wordt het dossier normaal terug ter beschikking gesteld van de bevoegde
administratie, die vervolgens zorgt voor de eigenlijke afhandeling van het betreffend dossier.
De ambtenaren van de BBI hebben dezelfde bevoegdheden als de ambtenaren van de andere
(federale) fiscale administraties. Ze kunnen meerdere belastingen tegelijkertijd onderzoeken
en kunnen daarbij onderzoeksbevoegdheden combineren, zelfs deze die zij putten uit andere
belastingwetten dan de belastingen die zij onderzoeken, zelfs voor andere belastingplichtigen.
Onder meer artikel 335 WIB1992 luidt dat “Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst
Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, van
rechtswege [is] gemachtigd alle toereikende, terzake dienende en niet overmatige inlichtingen
te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van
eender welke, andere, door de Staat geheven belasting.”
Deze onderzoeksbevoegden omvatten een actief visitatierecht in de beroepslokalen en mits
20
machtiging van de politierechter in woningen, ten einde o.m. de aard van voorwerpen van alle
aard na te gaan en de aanwezige boeken en bescheiden te onderzoeken, zonder dat daartoe de
voorlegging dient te worden gevorderd. Dit omvat eveneens de computerbestanden die zich
op gevensdragers bevinden of consulteerbaar zijn. De fiscus heeft echter geen
huiszoekingsrecht.
De leden van de BBI beschikken niet over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke
politie. Ze kunnen wel processen-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het
tegendeel.
Wanneer ambtenaren van de BBI willen dat een misdrijf ter kennis wordt gebracht van het
parket, moeten zij een machtiging vragen van hun hiërarchische overheid (de gewestelijke
directeur). De machtiging houdt een opportuniteitsoverweging in met betrekking tot het
moreel bestanddeel, met name of er bedrieglijk opzet was in hoofde van de belastingplichtige.
De leden van de BBI kunnen gehoord worden als getuige, maar kunnen niet deelnemen aan
gerechtelijke onderzoeken (dit ter bescherming van de belastingplichtige) (Ponsaers, 2007).
Wel zijn er een aantal gedetacheerde fiscale ambtenaren, die als medewerkers van het gerecht
optreden, zonder operationele band met Financiën. Zij mogen door het gerecht gevraagde
inlichtingen meedelen. Mits machtiging van de bevoegde procureur-generaal kunnen zij
inzage bekomen van een gerechtsdossier. Openbaar ministerie en de gewestelijk directeur van
BBI kunnen om overleg vragen, om te bepalen of een onderzoek gerechtelijk dan wel
administratief wordt gevoerd. In het kader van de verruimde minnelijke schikking (VGSB)
attesteert de gewestelijk directeur dat alle belastingen en boeten betaald zijn.
De BBI is de bevoorrechte partner voor gerechtelijke speurders. Om een goede coördinatie
tussen de verschillende diensten mogelijk te maken in gerechtelijke dossiers, werden
sommige BBI ambtenaren gedetacheerd naar de federale politie. Deze ambtenaren beschikken
dan ook de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
III. FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO)25
De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) is een afzonderlijke dienst die
rechtstreeks afhangt van verschillende ministers (van Werk, Sociale Zaken, Justitie, van de
minister bevoegd voor de zelfstandigen en van de staatssecretaris voor de coördinatie van de
fraudebestrijding). In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, doet de SIOD geen eigen
opsporingsonderzoeken. De SIOD ondersteunt de federale sociale inspectiediensten in hun
strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude in en buiten de arrondissementscellen26.
De SIOD is het samenwerkingsverband tussen de controlediensten van de RVA en de RSZ, de
Sociale Inspectie (SI), en het Toezicht Sociale Wetten (TSW). In de SIOD zijn de prioriteiten
toegespitst op de controle van zwartwerk en de controle in de grote activiteitensectoren of in
de meer fraudegevoelige sectoren. De acties worden met alle of meerdere inspectiediensten
uitgevoerd. Zij worden gecoördineerd door de arbeidsauditeur van elk gerechtelijk
arrondissement.
Figuur 3: Functioneringsschema SIOD
25 Zie: http://www.werk.belgie.be/home.aspx
26 Men consultere in dit verband de bijdrage van Michèle Deconynck in deze bundel.
21
Jaarlijks wordt een beleidsplan voor de strijd tegen de sociale fraude opgesteld en vóór 30
april meegedeeld aan de Ministerraad. Na goedkeuring van het beleidsplan door de
Ministerraad wordt vóór 15 september een operationeel plan opgesteld met daarin de acties
die zullen ondernomen worden. Door de invoering van het Sociaal Strafwetboek27 beoogde de
wetgever de bepalingen in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht die betrekking
hebben op de preventie, de opsporing en vervolging van inbreuken te coördineren. Het
Sociaal Strafwetboek bevat tevens een lijst van zo goed als alle inbreuken en hun mogelijke
sancties.
De sancties kunnen van strafrechtelijke aard zijn indien de arbeidsauditeur de werkgever
vervolgt voor de correctionele rechtbank (geldboete en/of gevangenisstraf) (Ponsaers, 2003).
Een bijzonder geval in het sociaal recht is de mogelijkheid tot het opleggen van een
administratieve geldboete indien de auditeur het dossier zonder gevolg klasseert en het
doorzendt naar de Afdeling van de juridische studiën, de documentatie en de geschillen -
Directie van de administratieve geldboeten (FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg).
De RSZ zal burgerlijke sancties onder de vorm van forfaitaire bijdragen vorderen op de niet
aangegeven sommen en in voorkomend geval op de niet tijdig gestorte voorschotten, en een
toeslag en verwijlinteresten vorderen op de niet binnen de wettelijke termijn betaalde
bijdragen en dit bovenop de regularisatie van de aan te geven prestaties. Specifieke
maatregelen kunnen genomen worden, zoals beslag leggen op materieel, een stopzetting van
ondernemingsactiviteit voorstellen, … Indien de werkgever een clandestiene buitenlandse
werknemer heeft tewerkgesteld en deze laatste wordt gerepatrieerd, zal de Dienst
Vreemdelingenzaken de kosten verbonden aan deze repatriëring terugvorderen van de
werkgever.
Het federaal aansturingsbureau van de SIOD is o.a. belast met: het uitvoeren van het beleid
zoals vastgesteld door de Ministerraad in de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale
fraude; het opstellen van strategische en operationele plannen en de realisaties ervan
27 Wet van 6 juni 2010, BS, 1 juli 2010.
22
evalueren; het aansturen binnen de arrondissementscellen van de acties in de strijd tegen de
illegale arbeid en de sociale fraude; het verlenen van de nodige bijstand aan de bevoegde
besturen en diensten inzake de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude; het
uitvoeren van studies omtrent de problematiek van illegale arbeid en sociale fraude; het
ondersteunen van de inspectiediensten; het toezien op de uitvoering van de door de ministers
gesloten partnerschapovereenkomsten.
III.1. Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten (TSW)28
De algemene opdracht van TSW is het ervoor zorgen dat de uitvoering van de beleidslijnen
inzake collectieve en individuele arbeidsbetrekkingen worden nageleefd, door een
raadgevende, preventieve en repressieve rol te vervullen (Ponsaers, 2009). In dit kader is de
administratie belast met het toezicht op het Sociaal Strafwetboek en de uitvoeringsbesluiten
die eruit volgen, en de Wet houdende bepalingen van het Sociaal Strafrecht. Tevens houdt
TSW toezicht op de wet op de bouwwerken; de wet betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; de wet
betreffende de uitzendarbeid en terbeschikkingstelling.
In het kader van het toezicht op de naleving van de arbeidsreglementering en de collectieve
arbeidsovereenkomsten verricht de dienst de onderzoeken die haar worden gevraagd
(klachten, onderzoeksopdrachten, verzoeken om toelatingen, adviezen, afwijkingen,
bemiddeling…) en doet een aantal controles op eigen initiatief of in het kader van bijzondere
acties (zoals de zondagsarbeid, studentenarbeid, arbeid buiten het uurrooster vermeld in het
arbeidsreglement…) of in het kader van de prioritaire doelstellingen (zoals de strijd tegen
zwartwerk).
TSW voert het toezicht op verschillende wetten en reglementeringen die verband houden met
de bescherming van het moederschap, arbeidsduur (werkroosters), arbeidsreglementen,
loonbescherming, vervoer, mensenhandel, bedrijfsorganisatie, feestdagen, vergoedingen en
voordelen toegekend krachtens CAO, controle op vreemde ondernemingen met gedetacheerde
werknemers in België (sociale dumping), uitwisseling informatie met buitenlandse
inspectiediensten via IMI (International Market Information system), kinderarbeid, onwettige
terbeschikkingstelling, partnerschapsovereenkomsten, deeltijdse arbeid, feestdagen,
uitvoering van bouwwerken, havenarbeid, zeevisserij, diamantnijverheid, sociale
verkiezingen, statuut werknemersafgevaardigde, collectief ontslag, herstructurering van
ondernemingen, overgang van ondernemingen, alle CAO’s van de Nationale Arbeidsraad,
valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken.
TSW verstrekt verder informatie en advies aan werkgevers, werknemers en
beroepsorganisaties over de arbeidsreglementering en de collectieve arbeidsovereenkomsten.
Ook staat de administratie in voor het verstrekken van advies en het houden van toezicht
inzake het correcte toepasselijke paritair comité van een onderneming. TSW verstrekt tevens
informatie aan de overheid over de gebreken in de reglementering en over de misbruiken die
niet of onvoldoende bestreden worden door de huidige reglementering.
De Cel Bedrijfsorganisatie houdt toezicht op de reglementering inzake bedrijfsorganisatie,
bijvoorbeeld de werking van de ondernemingsraden. De Directies vervoer houden toezicht op
de reglementering van het vervoer over de weg, in samenwerking met de FOD Mobiliteit en
28 Ernest Blerotstraat 1 1070 Brussel - tel: 02/233.41.11. E-mail: tsw@werk.belgie.be.
23
de politie, terwijl de Directie Netwerk controle voert op vreemde ondernemingen en
directieoverschrijdende fraudedossiers.
Om dit brede palet aan opdrachten te realiseren beschikken de ambtenaren van TSW niet over
de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Wel is voorzien dat de Koning
inspecteurs kan aanwijzen die bekleed worden met deze hoedanigheid. Voorlopig zijn echter
nog geen inspecteurs aangeduid die over deze hoedanigheid beschikken.
De inspecteurs beschikken over een beoordelingsbevoegdheid. Ze kunnen proces-verbaal
opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel dat aan het arbeidsauditoraat, de
directeur-generaal van de Afdeling Juridische studiën, de documentatie en de geschillen van
de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en aan de betrokkene wordt
overgemaakt. Het arbeidsauditoraat leidt de publieke vordering in bij de correctionele
rechtbank, stelt een minnelijke schikking voor, seponeert of vraagt de inspecteur voor
bijkomend onderzoek. Bij sepot kan de directeur-generaal van de Algemene Directie der
Studiën een administratieve geldboete opleggen. Naast het opstellen van een proces-verbaal
kunnen inspecteurs van TSW advies verlenen, waarschuwingen geven, een termijn bepalen
waarbinnen de overtreder zich in regel moet stellen.
Zij mogen inrichtingen en andere werkplaatsen betreden die aan hun controle zijn
onderworpen en dit op elk ogenblik van de dag of de nacht en zonder enige waarschuwing.
Verder kunnen zij onderzoeken, controles en enquêtes instellen en inlichtingen inwinnen.
Hierbij mogen zij: werkgevers en werknemers verhoren en hun identiteit opnemen; de
krachtens de wet bij te houden documenten laten voorleggen en er kopieën van maken; inzage
en afschrift nemen van elk document dat zij nodig achten voor het vervullen van hun
opdracht; tegen ontvangstbewijs beslag leggen op elk document dat als bewijs kan dienen
voor de overtreding; eisen dat de wettelijk voorgeschreven mededelingen worden aangeplakt;
vaststellingen doen door middel van maken van foto’s; zoekingsrecht naar sociale gegevens in
de werkplaatsen.
Zij kunnen informatiedragers met sociale gegevens en andere door de wet voorgeschreven
gegevens in beslag nemen of verzegelen; andere roerende goederen dan informatiedragers, in
beslag nemen of verzegelen wanneer zulks noodzakelijk is voor het leveren van het bewijs
van deze inbreuken of het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden
voortgezet of nieuwe inbreuken worden gepleegd. Zij hebben toegang tot de bewoonde
lokalen mits machtiging tot visitatie uitgereikt door de onderzoeksrechter. Tevens kunnen de
inspecteurs de bijstand van de reguliere politie inroepen en onder elkaar inlichtingen
uitwisselen die zij bij het vervullen van hun opdracht hebben verkregen.
III.2. Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk (TWW)29
De voormalige Technische Inspectie (die controle voerde op de veiligheid van de
arbeidsomstandigheden) en de Medische Inspectie (die verantwoordelijk was voor de controle
op beroepsziekten) zijn versmolten binnen de huidige Algemene Directie Toezicht Welzijn op
het Werk. TWW is belast met het toezicht op de naleving van al de wetten, besluiten en
reglementen die betrekking hebben op het welzijn van de werknemers dat de volgende
aspecten omvat: veiligheid, gezondheid, hygiëne, ergonomie en psychosociale aspecten en
brengt de bevoegde overheden op de hoogte van de vastgestelde inbreuken. Ze onderzoekt de
29 Ernest Blerotstraat 1 - 1070 Brussel - tel: 02/233 45 11. E-mail: tww@werk.belgie.be
24
binnenkomende klachten inzake het welzijn en verricht onderzoek aangaande
arbeidsongevallen en beroepsziekten.
TWW is ook een preventieve rol toebedeeld, met name het geven van informatie en vorming
over het welzijn aan werkgevers en werknemers. Verder werkt TWW mee aan de toepassing
van diverse sociale wetten en reglementen. Tevens werkt zij mee aan activiteiten die verband
houden met de bevordering van het welzijn van de werknemers en verleent zij haar
medewerking aan de Comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen.
Deze nieuwe algemene directie staat meer bepaald in voor het toezicht op: het Sociaal
Strafwetboek en de Wet houdende bepalingen van het Sociaal Strafrecht; het Algemeen
reglement voor de arbeidsbescherming; de Codex over het welzijn op het werk30; de wet
betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk; de
samengeordende wetten op de mijnen, groeven en graverijen; de wet betreffende de
bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende
stralingen; de wet tot bescherming van de arbeidsgeneesheren; de wet betreffende het toezicht
op de gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen en op de stoomtuigen en stoomketels;
de arbeidswet; de wet betreffende de waarborgen die de stoffen en preparaten inzake de
veiligheid en de gezondheid van de werknemers met het oog op hun welzijn moeten bieden.
In het kader van dit soort toezicht voert TWW volgende opdrachten uit: (1) inspectie van
arbeidssituaties in de ondernemingen en op bouwplaatsen; (2) controle van de externe
diensten voor preventie en bescherming, externe diensten voor technische controles op de
werkplaatsen en andere erkende instellingen die opdrachten vervullen in het kader van het
welzijn van de werknemers zoals de inrichters van cursussen nijverheidshelpers, de inrichters
van de aanvullende opleiding voor preventieadviseurs, de inrichters van opleidingen tot
veiligheidscoördinator; de erkende laboratoria, e.d.m.; (3) opdrachten van technische aard
tijdens arbitrages bij beroepsprocedures die door de werknemers worden ingesteld inzake hun
ongeschiktheid voor een uitgeoefende dienstbetrekking, alsook tijdens onderzoeken naar
aanleiding van aangiftes van beroepsziekten; (4) deelneming, als technisch raadgever of
deskundige, aan werkzaamheden van internationale en nationale instellingen die bevoegd zijn
inzake volksgezondheid of arbeidshygiëne of inzake welzijn; (5) onderzoek aangaande
arbeidsomstandigheden en het arbeidsmilieu; en (6) verstrekking van advies en raad in
verband met de toepassing van de reglementeringen.
Om deze opdrachten te realiseren beschikken de ambtenaren van TWW niet over de
hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Wel is voorzien dat de koning inspecteurs
kan aanwijzen die bekleed worden met deze hoedanigheid. Voorlopig zijn echter nog geen
inspecteurs aangeduid die over deze hoedanigheid beschikken. De inspecteurs beschikken
over een beoordelingsbevoegdheid.
Ze kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel dat aan het
arbeidsauditoraat, de directeur-generaal van de Afdeling Juridische studiën, de documentatie
en de geschillen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg en aan de betrokkene wordt overgemaakt.
Naast het opstellen van een proces-verbaal kunnen inspecteurs van TWW advies verlenen,
waarschuwingen geven, een termijn bepalen waarbinnen de overtreder zich in regel moet
30 De Codex is geen wet maar de verzameling van de uitvoeringsbesluiten van de wet betreffende het welzijn
van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
25
stellen of maatregelen opleggen. Ingeval van waarschuwing en/of termijnstelling, en bij
ernstige inbreuken het verbod om verder te werken en/of opstellen van een proces-verbaal
wordt dat aan het arbeidsauditoraat, de directeur-generaal van de Afdeling van de juridische
studiën, de documentatie en de geschillen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg en aan de betrokkene overgemaakt. Het arbeidsauditoraat vervolgt,
stelt een minnelijke schikking voor, seponeert of vraagt de inspecteur of andere diensten zoals
de politie voor bijkomend onderzoek. Bij sepot kan de directeur-generaal van de Algemene
Directie der Studiën een administratieve geldboete opleggen. Strafvervolgingen kunnen ook
in geval van belemmering van het toezicht of wanneer maatregelen die krachtens het
administratieve optreden zijn voorgeschreven niet worden nageleefd.
Verder kunnen de inspecteurs van TWW inrichtingen en andere werkplaatsen betreden die
aan hun controle zijn onderworpen en dit op elk ogenblik van de dag of de nacht en zonder
enige waarschuwing. Ook kunnen zij onderzoeken, controles en enquêtes instellen en
inlichtingen inwinnen. Hierbij mogen zij: werkgevers en werknemers verhoren en hun
identiteit opnemen; de krachtens de wet bij te houden documenten laten voorleggen en er
kopieën van maken; inzage en afschrift nemen van elk document dat zij nodig achten voor het
vervullen van hun opdracht; tegen ontvangstbewijs beslag leggen op elk document dat als
bewijs kan dienen voor de overtreding; eisen dat de wettelijk voorgeschreven mededelingen
worden aangeplakt; vaststellingen doen door middel van het maken van foto’s. Zij kunnen
informatiedragers met sociale gegevens en andere door de wet voorgeschreven gegevens in
beslag nemen of verzegelen; andere roerende goederen dan informatiedragers, in beslag
nemen of verzegelen wanneer zulks noodzakelijk is voor het leveren van het bewijs van deze
inbreuken of het gevaar bestaat dat met deze goederen de inbreuken worden voortgezet of
nieuwe inbreuken worden gepleegd.
Zij kunnen de bijstand van de reguliere politie inroepen en onder elkaar inlichtingen
uitwisselen die zij bij het vervullen van hun opdracht hebben verkregen. Maatregelen
voorschrijven met als doel gevaren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers uit
te schakelen. Ze kunnen tijdelijk of definitief verbieden dat een lokaal, een werkplek of een
gevaarlijke machine nog wordt gebruikt. Ultiem kunnen ze iedere werkplaats onmiddellijk
ontruimen bij direct gevaar.
III.3. Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)31
De RVA valt onder de voogdij van de minister de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg. Het algemeen beheer van de RVA wordt verzekerd door een Beheerscomité, waarin
zowel leden van werknemers- als van werkgeversorganisaties zitten. Ook de regering heeft
vertegenwoordigers in het Beheerscomité.
De 6de staatshervorming voorziet in de overdracht van een aantal bevoegdheden van het
federale niveau naar de gewesten. Ook enkele opdrachten die de RVA momenteel uitvoert,
maken daar deel van uit. Een aantal RVA-opdrachten wordt integraal overgedragen:
dienstencheques, outplacement, start- en stagebonus, sommige premies (bv.
werkhervattingstoeslag), loopbaanonderbreking voor regionale besturen en voor het
onderwijs. In een aantal andere opdrachten die worden overgedragen, blijft de RVA een rol
spelen: de activering van het zoekgedrag en de sancties wegens onbeschikbaarheid zoals
bijvoorbeeld werkweigering of weigering voor een opleiding (de federale overheid blijft
31 Keizerslaan 7 - 1000 Brussel - tel: 02/515.41.11 - fax: 02/514.11.06.
26
bevoegd voor de wetgeving, de gewesten staan in voor begeleiding en bepalen de eventuele
sancties, de RVA voert de sancties uit), de PWA’s (de gewesten worden bevoegd voor de
regelgeving, de RVA betaalt verder de uitkering indien de PWA regeling blijft bestaan), de
vrijstellingen wegens studies en opleiding (de gewesten worden bevoegd voor de regelgeving
en voor de toekenning van de vrijstelling, de RVA blijft verantwoordelijk voor de betaling
van de uitkering), de activering van de werkloosheidsuitkeringen (de gewesten worden
bevoegd voor de regelgeving en voor de toekenning van het recht, de RVA staat in voor de
betaling van de activeringsuitkering).
In 2014 nam de RVA deel aan 1.212 acties die in het kader van de SIOD (zie vroeger)
gecoördineerd werden vanuit de arrondissementele cellen. De controlediensten van de RVA
werken ook dikwijls samen met de gerechtelijke instanties. Enerzijds maken de RVA
controleurs op eigen initiatief elektronische processen-verbaal (EPV) over aan de
gerechtelijke instanties met het oog op verdere strafrechtelijke vervolging wanneer zij een
misdrijf vaststellen. Anderzijds kan het optreden van een RVA controleur ook gevorderd
worden door de gerechtelijke instanties zelf. De RVA inspectiediensten werken ook samen
met de gemeentebesturen en de lokale politie in het kader van de strijd tegen domiciliefraude.
De medewerking van de politie wordt gevraagd om in bepaalde gevallen de effectieve
hoofdverblijfplaats en de gezinssamenstelling van een werkloze te controleren.
Hoewel de sociaal inspecteurs en controleurs van de RVA in de eerste plaats belast zijn met
het toezicht op de naleving van de wetgeving betreffende de toekenning van
werkloosheidsuitkeringen en de daarmee gelijkgestelde uitkeringen, heeft de wetgever hen
mettertijd eveneens het toezicht op de naleving van andere wetgevingen opgedragen. Het gaat
dan ondermeer om: vervangingsplicht in geval van brugpensioen; vrijwilligerswerk;
tewerkstelling van vreemde werknemers; het sluiten van ondernemingen; de sociale
documenten; loopbaanonderbreking en tijdskrediet; afwezigheid op het werk met het oog op
het verstrekken van pleegzorgen; outplacement; de wetgeving inzake zeevissers; werkroosters
van deeltijdse werknemers; het misbruik van tewerkstellingsmaatregelen; het onderzoek naar
bestaansmiddelen; DIMONA de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling;
dienstencheques; de mededelingsplicht van de werkgever, in hoofde van wie een inbreuk
wordt vastgesteld, om het vonnis ter kennis te brengen van de werknemers; de
inschakelingsvergoeding; de zeelieden ter koopvaardij; en de crisispremie.
De sociaal inspecteurs (niveau A) en sociaal controleurs (niveau B) zijn de enige
personeelsleden van de RVA die de eed hebben afgelegd of aangewezen zijn om de
bijzondere onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen die voorzien zijn in het Sociaal
Strafwetboek. Zij beschikken niet over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
Wel kunnen zij proces-verbaal opstellen, met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
Ten aanzien van een werknemer of werkloze kan de sociaal inspecteur of controleur van de
RVA geen proces-verbaal over een misdrijf opmaken indien hij niet over voldoende
elementen beschikt die voor hem het bedrieglijk inzicht bewijzen waarmee de werknemer of
werkloze gehandeld heeft, terwijl ten aanzien van werkgevers in de meeste gevallen geen
bedrieglijk inzicht moet bewezen worden.
Verder kunnen de inspecteurs van de RVA processen-verbaal van waarschuwing opstellen, al
dan niet met het vaststellen van een termijn voor de overtreder om zich in regel te stellen, of
processen-verbaal van inlichting opstellen. Dit laatste is een officiële vaststelling van een feit
27
of een onderzoeksdaad, eventueel zelfs van een misdrijf, maar dan wel een misdrijf inzake
een reglementering waarvoor hij niet bevoegd is.
De inspecteurs kunnen een onderzoeksverslag aan de dienst betwiste zaken van het
werkloosheidsbureau van de RVA overmaken, die de mogelijkheid heeft aan de werknemer of
werkloze een administratieve sanctie op te leggen en/of de te ten onrechte genoten uitkeringen
terug te vorderen. Bovendien wil de RVA een geïntegreerd en centraal gecoördineerd
controlebeleid voeren met aandacht voor alle elementen van de controleketen (preventie,
informatie, regulering, controle, ontrading en nazorg), een controlebeleid dat
fraudemechanismen snel opspoort en een ontradend effect heeft.
De inspecteurs beschikken over een aantal bijkomende bevoegdheden, met name: vrij
binnengaan in alle werkplaatsen op elk ogenblik van de dag of nacht, zonder voorafgaande
verwittiging; binnengaan in bewoonde ruimten enkel mits toestemming van de bewoner, mits
machtiging door de onderzoeksrechter en in enkele andere duidelijk omschreven gevallen;
inlichtingen inwinnen onder andere door verhoren af te nemen van werkgevers, werknemers
en werklozen; de identiteit opnemen van de personen op de werkplaatsen en van alle personen
van wie ze de identificatie nodig achten; informatiedragers met sociale gegevens en andere
door de wet voorgeschreven gegevens doen overleggen, opsporen en onderzoeken; kopieën
nemen van deze informatiedragers; deze informatiedragers in beslag nemen of verzegelen;
vertaling vragen in het Nederlands, Frans of Duits; stalen nemen en andere roerende of
onroerende goederen in beslag nemen of verzegelen; vaststellingen doen door het maken van
beeldmateriaal; bepaalde maatregelen bevelen, zoals de verplichte aanplakking van
documenten bevelen en aan de instellingen van sociale zekerheid bevelen de sociale gegevens
van persoonlijke aard mee te delen aan de betrokkenen; vervangende documenten opmaken;
bij de rechtbank van koophandel een vordering tot stopzetting van één of meerdere
activiteiten van een schuldige werkgever instellen; inlichtingen meedelen aan de instellingen
van sociale zekerheid, aan de andere inspectiediensten en aan ambtenaren belast met het
toezicht op andere wetgevingen; inlichtingen inwinnen bij andere openbare diensten; de
inlichtingen verkregen bij anderen openbare diensten gebruiken in een proces-verbaal;
uitwisselen van inlichtingen met buitenlandse arbeidsinspecties; een proces-verbaal van
misdrijf opmaken; waarschuwingen geven en/of een termijn geven om zich in regel te stellen;
bijstand van de politie vorderen; proces-verbaal opmaken bij belemmering van toezicht.
IV. FOD Sociale Zekerheid (RSZ)32
De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is een parastatale instelling met het statuut van een
openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. De RSZ is een Belgische FOD die de sociale
bijdragen int bij de werkgevers en deze beheert. Deze bijdragen omvatten enerzijds de
werkgeversbijdragen en anderzijds de werknemersbijdragen die de werkgever bij elke
loonbetaling inhoudt.
De FOD valt onder de gedeelde bevoegdheid van diverse ministers en staatssecretarissen
(minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid; minister van Werk; minister van
Pensioenen; minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en
Maatschappelijke Integratie; minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken;
staatssecretaris voor Bestrijding van de Sociale Fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan
de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid; staatssecretaris voor Armoedebestrijding,
32 Zie: http://www.socialsecurity.fgov.be/nl/nieuws-sociale-zekerheid.htm
28
Gelijke Kansen, Personen met een Beperking, Bestrijding van de Fiscale Fraude en
Wetenschapsbeleid, toegevoegd aan de minister van Financiën).
De RSZ vormt de koepelorganisatie boven de andere federale openbare instellingen van
sociale zekerheid en verdeelt de sociale bijdragen over deze instellingen, die ze op haar beurt
uitkeert aan de sociaal verzekerden (de werknemers). Men spreekt hier ook van Globaal
Beheer. Dit Globaal Beheer bestaat uit: het Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering of RIZIV; de Rijksdienst voor Pensioenen of RVP; het Federaal
Agentschap voor de Kinderbijslag (FAMIFED); de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of
RVA (zie elders in dit overzicht); het Fonds voor Arbeidsongevallen of FAO; het Fonds voor
Beroepsziekten of FBZ; de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie of RJV; de Pool voor de
Zeelieden; de Hulp- en Voorzorgskas voor de Zeelieden of HVKZ. Verder dienen nog
vermeld te worden: Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
(afgekort RSVZ)33 en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en
plaatselijke overheidsdiensten (afgekort RSZPPO)34. Veel van deze instellingen beschikken
over inspecteurs die op genoemde terreinen beschikken over gelijkaardige bevoegdheden als
deze van de RSZ, telkens beperkt tot hun specifieke materie35.
Het Beheerscomité is het eigenlijke beheersorgaan van de RSZ dat alle bevoegdheden heeft
inzake: het beheer van de instelling, de benoeming en bevordering van het personeel, en de
vaststelling van het personeelskader. Het beheerscomité is paritair samengesteld, d.w.z. met
een gelijk aantal leden die de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties
vertegenwoordigen. Er zetelen eveneens twee regeringscommissarissen: de
Regeringscommissaris van Sociale Zaken en de Regeringscommissaris van Begroting die
respectievelijk de minister van Sociale Zaken en de minister van Begroting
vertegenwoordigen.
De inspectiedienst van de RSZ vervult een belangrijke opdracht inzake logistieke steun die
verband houdt met de fundamentele opdrachten van de RSZ, met name de inning van de
bijdragen, de registratie van de gegevens die op de kwartaalaangifte voorkomen en het
verstrekken van inlichtingen aan werkgevers en werknemers. Die opdracht neemt een
concrete vorm aan door het verwezenlijken van onderzoeken die hen door verschillende
interne diensten van de Rijksdienst worden toevertrouwd. De bijzondere secties van de
inspectiedienst houden toezicht op de activiteit van de erkende sociale secretariaten.
Inspecteurs treden op: op eigen initiatief; op basis van een klacht van een werknemer, een
syndicale organisatie, een beroepsorganisatie, een aangifte door een derde, …; op vraag van
de arbeidsauditeur, het parket of de onderzoeksrechter; op vraag van hun centraal bestuur of
van de beleidscel van de minister; op vraag van een andere administratie of dienst; op basis
van een beslissing van de arrondissementscel; en tevens op aansturen van de SIOD in het
kader van de arrrondissementscel. Zij voeren controles uit op: de ondernemingszetel; alle
arbeidsplaatsen of hiermee gelijkgesteld; en bij derden, zoals de sociale secretariaten.
De sociaal inspecteurs van de RSZ beschikken niet over de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie. Hun bevoegdheden zijn evenwel aanzienlijk, doch beperkt binnen het
33 Bevoegd voor alle aspecten van de sociale zekerheid van zelfstandigen, waaronder aansluitingsplicht en
sociale bijdragen.
34 Bevoegd voor de sociale zekerheid van ambtenaren van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten.
35 Voor meer informatie omtrent deze diensten consultere men de bijdrage van Michèle Deconynck in deze
bundel.
29
kader van de arbeidssfeer. Zij kunnen: (1) Op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder
voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle werkplaatsen of andere plaatsen die aan
hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat daar
personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgevingen
waarop zij toezicht uitoefenen. Tot bewoonde lokalen hebben zij evenwel enkel toegang
wanneer de rechter bij de politierechtbank daartoe vooraf toestemming heeft verleend; (2) De
identiteit van personen controleren (hierin begrepen het opnemen van een identiteit) en hen
een verhoor afnemen; (3) Informatie opzoeken, onderzoeken en beslag leggen op
informatiedragers (geïnformatiseerde documenten of dragers …); (4) Foto’s en filmopnamen
maken; (5) Inlichtingen meedelen; (6) Zegels leggen; (7) Zij hebben een
appreciatiebevoegdheid: de sociaal inspecteurs beschikken over de keuze tussen het geven
van een waarschuwing, het stellen van een termijn waarbinnen men zich in regel dient te
stellen of proces-verbaal opstellen.
Zij hebben niet de verplichting om alle inbreuken mee te delen aan de arbeidsauditeur
(uitdrukkelijke afwijking op artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering). Dit
appreciatierecht mag evenwel niet willekeurig zijn. Vooreerst wordt het gematigd door de
interne onderrichtingen van de verschillende sociale inspectiediensten om een zekere
uniformiteit te garanderen in de toepassing van de wetgeving. Vervolgens moeten de sociaal
inspecteurs hun beslissing motiveren. De processen-verbaal hebben bewijswaarde tot het
tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de
overtreder, binnen een termijn van veertien dagen die aanvangt de dag na de vaststelling van
de overtreding.
IV.1. Sociale Inspectie (SI)36
De Sociale Inspectie behoort tot de FOD Sociale Zekerheid. De Directie Generaal Sociale
Inspectie controleert de correcte toepassing van de sociale zekerheidswetgeving (RSZ-
wetgeving, jaarlijkse vakantie, arbeidsongevallen, kinderbijslag, ziekte- en
invaliditeitsverzekering, DIMONA, deeltijds werk, tewerkstelling van buitenlandse
werknemers, …). Daarnaast ondersteunt de DG zowel de werkgevers als de werknemers bij
de correcte toepassing van de sociale zekerheidswetgeving en kan ze optreden als
bemiddelaar in bepaalde sociale conflicten.
De belangrijkste doelstelling van de SI is de bestrijding van sociale fraude en van zwartwerk.
Ze heeft als opdracht de controle van en het toezicht op de correcte toepassing van de sociale
wetgeving door de werkgevers. Het gaat om de aangifte aan de RSZ (Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid), het jaarlijks vakantieverlof (de toekenning van vakantiedagen, de berekening en
de betaling van het vakantiegeld), de arbeidsongevallen (de afsluiting van een verzekering
tegen arbeidsongevallen en de aangifte van ongevallen), de kinderbijslag, de ziekte- en
invaliditeitsverzekering, de tewerkstelling van vreemde werknemers en de deeltijdse arbeid.
Bovendien oefent de DG SI een dienstverlenende rol uit door het informeren van werkgevers
over de wettelijke en reglementaire bepalingen. Ze zorgt er ook voor dat de werknemers en de
sociaal verzekerden kunnen genieten van de voordelen die door de wet voorzien zijn. Naast de
dagdagelijkse controles bij werkgevers en in de werkplaatsen, is de Sociale Inspectie actief in
de strijd tegen mensenhandel. Het gaat hierbij om moderne vormen van slavernij, waarbij de
arbeid van een persoon uitgebuit wordt en er geen of een onvolledige betaling van sociale
36 Administratief Centrum Kruidtuin - Finance Tower - Kruidtuinlaan 50, bus 110 - 1000 Brussel. Tel:
02/528.65.46. Webstek: http://www.socialsecurity.fgov.be/nl/over-de-fod/organogram/sociale-inspectie/
30
zekerheidsbijdragen is. Daarnaast richt de SI zich op de sociale spitstechnologie. Dit zijn
gesofistikeerde constructies waarbij bedragen ten onrechte worden onttrokken aan de inning
van sociale zekerheidsbijdragen. De toegepaste methodes worden steeds verfijnder. Tenslotte
houdt de SI zich bezig met de onregelmatige of onrechtmatige detacheringen. Het gaat om
internationaal georganiseerde sociale dumpingpraktijken waarbij bonafide bedrijven nadeel
ondervinden doordat de concurrentie geen of slechts gedeeltelijk sociale zekerheidsbijdragen
betaalt.
De inspecteurs beschikken over de bevoegdheid tot het opstellen van een proces-verbaal met
bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Het opstellen van processen-verbaal gebeurt in
laatste instantie (bv. bij een blijvende weigering tot regularisatie door de werkgever). De
opgestelde processen-verbaal worden aan de arbeidsauditeur overgemaakt. Deze kan
volgende beslissingen nemen: (1) klasseren zonder gevolg al dan niet met als doel het laten
opleggen van een administratieve geldboete; (2) minnelijke schikking; (3) veroordeling /
vrijspraak.
Krachtens de wet betreffende de arbeidsinspectie kunnen de inspecteurs tevens een
waarschuwing geven en een termijn bepalen om zich in regel te stellen. Verder kunnen zij een
administratieve geldboete opleggen; een vordering tot staking instellen; de passende
maatregelen voorschrijven om de gevaren voor de gezondheid en de veiligheid van het
personeel in de werkplaatsen of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn en om
de gebreken of vormen van hinder die zij vaststellen te bestrijden of weg te werken. Zij
mogen tevens: bevelen dat er (ter verhelping van deze gevaren, gebreken of vormen van
hinder) de nodige wijzigingen worden aangebracht binnen een termijn die zij bepalen of
zonder uitstel indien het verhelpen van het gevaar dringend lijkt. Tevens kunnen zij, wanneer
de gezondheid of veiligheid van de werknemers zulks vereist, verbieden op een bepaalde
plaats aanwezig te zijn of deze plaats te betreden, verbieden gebruik te maken van bepaalde
machines, materieel…, en bepaalde gevaarlijke stoffen of preparaten aan te wenden,
verbieden bepaalde productieprocessen toe te passen of bepaalde gevaarlijke producten te
bewaren, verbieden incorrecte methoden voor identificatie van risico’s die aan gevaarlijke
stoffen, preparaten of afvalstoffen te wijten zijn, te gebruiken.
V. FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu37
De FOD organiseert de gezondheidszorg in België. In dit kader zijn de bevoegdheden van de
FOD onder andere de financiering van de ziekenhuizen, het gezondheidszorgbeleid, de
coördinatie van de dringende medische hulpverlening. Tevens is de FOD verantwoordelijk
voor het leefmilieu, middels het geïntegreerde productbeleid, de vermindering van de uitstoot
van broeikasgassen, de REACH-conventie, de coördinatie van het internationale milieubeleid,
de bescherming van de Noordzee, de CITES-conventie (Ponsaers & De Keulenaer, 2003). De
FOD waakt eveneens over de veiligheid van producten in de verschillende stadia van de
voedselketen en zorgt ervoor dat de EU-normen inzake voedselveiligheid worden toegepast.
Ook het bepalen van de normen en de controles op tabak, alcohol en cosmetica behoren tot
haar bevoegdheid. Ook zorgt de FOD voor de gezondheid van dieren en planten door toe te
zien op de kwaliteit en de veiligheid van dierlijke producten, de bescherming tegen
plantenziektes, pesticiden, meststoffen en bodemverbeteraars, genetisch gemodificeerde
organismen.
37 Zie: http://www.health.belgium.be/eportal/index.htm?fodnlang=nl
31
De FOD telt enkele grote inspectiediensten, die hieronder besproken worden. Daarnaast zijn
er nog enkele kleinere inspecties die geïntegreerd werden in de schoot ervan. Zo gaat het bv.
om de Dienst Risicobeheersing, die als opdracht heeft: het voorkomen van schade aan het
leefmilieu en van intoxicaties en schade aan de gezondheid veroorzaakt door chemicaliën,
inbegrepen pesticiden; het erkennen van de verkopers en gebruikers van bestrijdingsmiddelen
voor niet-landbouwkundig gebruik en het controleren van deze bestrijdingsmiddelen; het
toezicht op de doorvoer van afvalstoffen doorheen België. Inspecteurs van deze dienst kunnen
proces-verbaal opstellen tot bewijs van het tegendeel. Ze kunnen tevens waarschuwingen
geven en een termijn bepalen om zich in orde te stellen. Ook kunnen de ambtenaren een
administratieve geldboete opleggen. De inspecteurs mogen producten, waarvan zij vermoeden
dat zij niet in regel zijn, voorlopig in beslag nemen. Producten die niet blijken te voldoen aan
de wettelijke bepalingen, mogen zij in beslag nemen. Bij dreigend gevaar voor de
volksgezondheid of voor het leefmilieu mogen zij alle door de omstandigheden geboden
noodmaatregelen treffen die nodig zijn.
Ook de Dienst Boekhouding en Beheer der Ziekenhuizen beschikt over een inspectie. De
dienst is belast met: het boekhoudkundig toezicht op de ziekenhuizen; de vaststelling van hun
begroting van financiële middelen; de vaststelling van de exploitatietekorten van de openbare
ziekenhuizen; de controle van de gesubsidieerde contractuelen die in de ziekenhuizen
tewerkgesteld zijn; de boekhoudkundige controle en de vaststelling van de verpleegdagprijs in
de psychiatrische verzorgingstehuizen; de boekhoudkundige controle van de laboratoria van
klinische biologie. Ook deze inspecteurs kunnen proces-verbaal opstellen met bewijswaarde
tot bewijs van het tegendeel, hoewel dit zelden gebeurt. De ambtenaren hebben toegang tot de
ziekenhuizen. Zij kunnen ter plaatse de boekhouding en statistieken controleren. Zij kunnen
zich alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de controle, laten verstrekken en zich binnen
de termijn die zij bepalen, alle andere bescheiden en inlichtingen laten overhandigen en
desnoods toezenden.
V.1. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV)38
Het FAVV is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid (instelling van openbaar nut
van categorie A) onder de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid, Veiligheid van
de Voedselketen en Leefmilieu. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de
Voedselketen heeft als doel de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel,
teneinde de gezondheid van de consumenten te beschermen. Met het oog op de realisatie van
dit doel is het Agentschap belast met het uitwerken, toepassen en controleren van maatregelen
die betrekking hebben op de analyse en de beheersing van de risico's die de gezondheid van
de consumenten kunnen schaden. In het FAVV werden diverse voormalige inspectiediensten
gehergroepeerd, met name: (1) het Instituut voor Veterinaire Keuring; (2) de
Eetwareninspectie; (3) de Inspectie van Planten en Plantaardige Producten; (4) de Inspectie
Grondstoffen en Verwerkte Producten; (5) de Inspectie van de Dierlijke Producten; en (5) de
Inspectie Veterinaire Diensten.
In het belang van de volksgezondheid is het FAVV bevoegd voor: de controle, het onderzoek
en de keuring van de voedselproducten en hun grondstoffen in alle stadia van de
voedselketen, en dit in het belang van de volksgezondheid; de controle en de keuring van de
productie, de verwerking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de
productieverwerking-, verpakking-, verhandeling- opslag- en verkoopplaatsen van de
38 Food Safety Center - Kruidtuinlaan 55 - 1000 Brussel - 02 211.82.11. info@favv.be
32
voedselproducten en hun grondstoffen; het verlenen van erkenningen en vergunningen
verbonden aan de uitoefening van zijn opdracht; de integratie van en de uitwerking van
traceer- en identificatiesystemen van de voedselproducten en hun grondstoffen in de
voedselketen en de controle erop; de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en
de verspreiding van alle informatie in verband met hun opdracht39; de uitbouw en de
doorvoering van een beleid inzake preventie, sensibilisering en informatie, in overleg met de
gemeenschappen en de gewesten; het toezicht op de naleving van de wetgeving betreffende
alle schakels van de voedselketen; het verlenen van advies aan de bevoegde overheden met
betrekking tot de bestaande en toekomstige regelgeving, met inbegrip van de omzetting van
de internationale regelgeving in het Belgisch recht.
De belangrijkste basiswetten hebben betrekking op het verhandelen van de gifstoffen,
slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica; de vleeskeuring
en de vleeshandel; de geneesmiddelen; de keuring en de handel in vis, gevogelte, konijnen en
wild; de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende
gevaren; de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en
veeteelt; de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen;
de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten; de bescherming van de
gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
gemedicineerde diervoeders; het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-
hormonale, beta-adrenerische of productstimulerende werking; de bescherming en het welzijn
der dieren; de dierengezondheid en de diergeneeskunde.
De kernopdracht van het FAVV is het houden van toezicht op de voedselketen door middel
van controles. Het FAVV heeft in het verleden bijzondere inspanningen geleverd om het
ruime en vage concept van risicogebaseerde controles om te zetten in concrete inspectie- en
bemonsteringsprogramma’s, gebaseerd op objectieve parameters die statistisch onderbouwd
zijn. Het inspectieprogramma is een meerjarenprogramma dat er op gericht is om alle
operatoren met een vooraf vastgelegde frequentie te inspecteren en het
bemonsteringsprogramma wordt jaarlijks vastgelegd op basis van de meest recente gegevens.
Bij het toezicht op de regelgeving van de Europese Unie zal, waar interpretatie mogelijk is,
worden gekozen voor een pragmatische oplossing.
Naast de geprogrammeerde controles is er een uitgebreid palet van andere controleactiviteiten
die voortspruiten uit klachten, internationale alarmberichten, erkennings- en
toelatingsaanvragen, speciale acties (al dan niet in samenwerking met andere
overheidsinstellingen), enz. Aangezien al deze controles de hoeksteen zijn van het toezicht op
de voedselketen zal het FAVV er enerzijds naar streven om het aantal inspecties maximaal te
behouden door onder meer de besparingen op de personeelskredieten te compenseren met
verdere efficiëntiewinsten en anderzijds de beperkingen, noodzakelijk om te besparen, in het
bemonsterings- en analyseprogramma zo klein mogelijk te houden met een maximaal behoud
van controles op voedselveiligheidscriteria.
Het FAVV staat tevens in voor de preventie, opsporing en repressie van fraude, de bestrijding
van bepaalde illegale praktijken met economisch belang en van het gebruik van sommige
verboden stoffen, zoals het gebruik van hormonen. Om efficiënt te zijn is de bestrijding van
fraude in de voedselketen gebaseerd op een beleid dat voorziet in specifieke acties en het
39 De Koning stelt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de regels vast met betrekking tot de organisatie,
de werking en de toegankelijkheid van databanken, die door het Agentschap of met behulp van zijn
medewerking kunnen worden uitgebouwd.
33
sensibiliseren van de medewerkers. De Nationale Opsporingseenheid (NOE) van het FAVV
staat het agentschap hierin bij. Omwille van de complexiteit (geografisch, technisch,…) en/of
het georganiseerd karakter van deze inbreuken worden dossiers die een gespecialiseerde,
gecoördineerde en/of multidisciplinaire aanpak vergen (samenwerking met de parketten,
federale of lokale politie) aan de NOE toevertrouwd.
De inspecteurs van het FAVV beschikken niet over de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie. Zij kunnen wel proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs
van het tegendeel. Ook kunnen hun processen-verbaal aanleiding geven tot een
administratieve geldboete. Verder kunnen zij producten onder bewarend beslag leggen
waarvan ze vermoeden dat ze niet conform de bepalingen zijn van de wet die ze regelt of aan
haar uitvoeringsbesluiten. Verder kunnen zij bedorven, ontaarde, schadelijke en schadelijk
verklaarde producten, en producten die niet conform zijn aan de bepalingen van de wet die ze
regelt of aan haar uitvoeringsbesluiten in beslag nemen. Wanneer de volksgezondheid het
vereist, worden de producten vernietigd. Wanneer de vereiste het toelaat, worden de
producten, naar gelang het geval, ontaard, verwerkt, buiten gebruik gesteld, verkocht of
teruggegeven aan de eigenaar tegen een waarborgsom die gelijk is aan de waarde van de in
beslag genomen producten. Tevens kunnen zij monsters nemen en op elk moment elke plaats
betreden en doorzoeken waar zich producten kunnen bevinden evenals elke plaats waar
bewijzen van het bestaan van een inbreuk mogelijk kunnen worden aangetroffen. Het bezoek
aan lokalen die uitsluitend als woning dienen is slechts toegestaan tussen 5 uur 's ochtends en
9 uur 's avonds en kan slechts gebeuren met verlof van de rechter van de politierechtbank. Ze
kunnen zich ter plaatse elk document, elke uitleg of inlichting doen verschaffen die ze nodig
achten voor het uitoefenen van hun controleopdracht, en alle nuttige vaststellingen doen,
eventueel met de medewerking van deskundigen.
Een beperkt deel van het voormalige Bestuur van de Dierengezondheid en de Kwaliteit van de
Dierlijke producten en van het Bestuur van de Dierengezondheid en de Kwaliteit van de
Dierlijke Producten (voorheen bij het departement Landbouw ondergebracht) werd
geregionaliseerd. De overige activiteiten werden overgedragen aan de Federale
Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu. De overgenomen
taken inzake controlebeleid en uitvoering van controles die betrekking hadden op het
vrijwaren van de voedselveiligheid werden als kerntaak overgedragen naar het FAVV.
V.2. Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG)40
Het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG) is de
bevoegde overheid op het vlak van geneesmiddelen en gezondheidsproducten in België. Het
is de opvolger van de voormalige Algemene Farmaceutische Inspectie. Het FAGG zorgt, in
het belang van de volksgezondheid, voor de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid
van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Het is een overheidsinstelling van openbaar
nut, opgericht in 2007. De voogdijminister is de minister van Volksgezondheid, Veiligheid
van de Voedselketen en Leefmilieu.
Het is de bevoegde overheid op het vlak van de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid
van de geneesmiddelen en de gezondheidsproducten. Het gaat om een team van ongeveer 390
medewerkers, voor het merendeel met een wetenschappelijke vorming. De
competentiedomeinen zijn: onderzoek en ontwikkeling; vergunning voor het in de handel
40 Eurostation II - Victor Hortaplein 40/40 - 1060 Brussel. Tel.: +32 2 524 80 00. Zie: welcome@fagg.be;
www.fagg.be.
34
brengen; inspectie en controle; goed gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten.
Het FAGG werkt samen met de gezondheidszorgbeoefenaars en de andere bevoegde
autoriteiten op nationaal en internationaal niveau om de burgers van het rationele gebruik van
de voor hen noodzakelijke geneesmiddelen en gezondheidsproducten te verzekeren. Het
FAGG waakt dus over de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van geneesmiddelen
voor menselijk gebruik en van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik41, alsook van
medische hulpmiddelen en hulpstukken, vanaf hun ontwikkeling tot hun gebruik. Het FAGG
waakt ook over een goed verloop van alle uitgevoerde operaties met bloed, weefsels en cellen,
vanaf hun wegneming tot hun gebruik.
Het FAGG evalueert, vergunt, volgt op en controleert de aanvragen van klinische studies met
geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Het agentschap evalueert tevens de nieuwe
aanvragen tot registratie van geneesmiddelen, alsook de aanvragen tot wijziging. Het bewaakt
de bijwerkingen verbonden aan het gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsproducten
door het verzamelen van informatie. Ze ververzamelt de meldingen, evalueert deze en neemt,
indien nodig, maatregelen. Het controleert eveneens de fabricageactiviteiten, de distributie, de
aflevering, de invoer en de uitvoer van de geneesmiddelen en gezondheidsproducten en levert
de vergunningen voorzien in de wetgeving, af. Ze controleert ook de apotheken en bestrijdt
eventuele illegale praktijken. Het FAGG zorgt ervoor dat alle patiënten toegang krijgen tot
relevante informatie zodat geneesmiddelen en gezondheidsproducten op een correcte manier
gebruikt worden. Ze controleert ook de reclame voor de geneesmiddelen en de
gezondheidsproducten.
De inspecteurs van de FAGG beschikken niet over de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie. Wel kunnen zij proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs
van het tegendeel. Ook het geven van administratieve sancties is voorzien. De inspecteurs
kunnen tot onmiddellijke vernietiging overgaan van geneesmiddelen die bedorven, ontaard of
niet conform de regelgeving zijn, mits erkenning van de betrokkene. Wanneer de betrokkene
niet instemt, worden de geneesmiddelen in beslag genomen.
De inspecteurs mogen monsters nemen. Ze hebben toegang tot apothekers, winkels en andere
winkels bestemd voor verkoop of aflevering van de bij wet vernoemde stoffen gedurende de
uren voor het publiek toegankelijk. Dit geldt ook voor de depots, zelfs als ze niet voor het
publiek toegankelijk zijn. Ze mogen ten alle tijde de lokalen betreden welke dienen voor het
vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de bij wet vernoemde stoffen. De bevoegde
ambtenaren kunnen de overlegging eisen van vergunningen en handelsdocumenten.
Afhankelijk van de ernst van de inbreuk tracht men de zaak eerst onderling te regelen.
Wanneer men niet tot een oplossing komt, of wanneer het om een ernstige inbreuk gaat, wordt
een proces-verbaal opgemaakt.
VI. FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie42
De Landbouwmaterie werd in het kader van de zesde staatshervorming in grote mate
overgedragen aan de gewesten. Zo werd een deel van het Bestuur voor de Kwaliteit van de
Grondstoffen en de Plantaardige Sector geregionaliseerd. De overige activiteiten werden
overgedragen aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en
Leefmilieu. De overgenomen taken inzake controlebeleid en uitvoering van controles die
41 Met inbegrip van homeopathische geneesmiddelen en geneesmiddelen op basis van planten, magistrale
bereidingen en officinale bereidingen.
42 Zie: http://economie.fgov.be/nl/
35
betrekking hebben op het vrijwaren van de voedselveiligheid worden als kerntaak
overgedragen naar het FAVV.
Het voormalige Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) van het ministerie van
Landbouw en de eraan verbonden inspectie werd overgedragen. Ook de Dienst Zeevisserij en
haar inspectie werd overgeheveld naar de gewesten.
De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen43 (CBFA) was tot 2011
verantwoordelijk voor het toezicht op de Belgische financiële sector. Ze ontstond uit de
integratie van de Controledienst voor de Verzekeringen (CDV), waarvan de inspecteurs over
PV-bevoegdheid beschikten, en de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF). De
CBFA was verantwoordelijk voor: het toezicht op de financiële instellingen
(kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, instellingen
voor collectieve belegging, ...); het toezicht op de financiële markten en de financiële
verrichtingen; het toezicht op het statuut van de makelaars, de agenten en de subagenten die
optreden voor financiële instellingen; tot op zekere hoogte de bescherming van de
consumenten van financiële diensten; de bestrijding van witwaspraktijken en
terrorismefinanciering.
Intussen wijzigde de architectuur van het toezicht op de financiële sector in België. De
wetgever heeft ervoor geopteerd om te evolueren van een geïntegreerd toezichtmodel,
waarvoor de CBFA verantwoordelijk was, naar een nieuw controle model. Binnen dit nieuwe
model blijft de systemische controle toevertrouwd aan de Nationale Bank van België, terwijl
het toezicht op de naleving van de gedragsregels (waaraan de financiële tussenpersonen
onderworpen zijn) wordt toevertrouwd aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten
(FSMA), de opvolger van de CBFA.
De FOD heeft tevens een aantal inspectiebevoegdheden die verband houden met de controle
op (het vervoer van) explosieven44.
VI.1. Algemene Directie Economische Inspectie45
De Algemene Directie Economische Inspectie is één van de 7 algemene directies van de FOD
Economie. Gezien haar taak als marktcontrolerend orgaan en klantgerichte
bemiddelingsinstantie vormt de Economische Inspectie een onontbeerlijke schakel in de
strategie van de FOD Economie. Via de Economische Inspectie ziet de FOD toe op de
naleving van de regels die worden opgesteld in het algemeen belang en in het belang van de
economische operatoren en van de consument, in overeenstemming met de wetgeving en de
regelgeving die onder de bevoegdheid valt van de FOD. De Economische Inspectie
informeert, waarschuwt en treedt preventief en repressief op. Zij moedigt het gebruik van
alternatieve geschillenoplossing aan om de goede werking van de markt te bevorderen.
Krachtens een regeringsbeslissing is zij sinds 1997 belast met de coördinatie van de strijd
tegen de economische fraude.
De AD Economische Inspectie is in zekere zin de Belgische economische politie. Dankzij
haar opdrachten van toezicht op de naleving van de economische wetgeving draagt zij bij aan
43 De zogenaamde Beurswaakhond.
44 Afdeling Controle (inspecties en certificaten) - Tel: 02/277 83 90 - Fax: 02/277 54 13 - E-mail:
ctrl.adr@economie.fgov.be.
45 Vooruitgangstraat 50 - 1210 Brussel. Tel.: 02 277 51 11. Fax: 02 277 50 21.
36
een evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt. Onder het toezicht van de
procureurs-generaal beschikken de ambtenaren over ruime onderzoeksbevoegdheden. Zo
kunnen zij: een proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel; op
rechtsgeldige wijze zelfstandig een onderzoek instellen en elke getuige verhoren; elke
vervoerswijze controleren; overeenkomstig de toepasselijke normen monsters nemen; beslag
leggen op goederen en documenten; verzegelingen aanbrengen; vorderingen uitvoeren; om de
bijstand van deskundigen of ordediensten verzoeken; huiszoekingen uitvoeren; voor de
rechtbank als getuige verschijnen.
De ambtenaren van de AD Economische Inspectie kunnen eveneens een beroep doen op de
transactie bij inbreuken op bepaalde wetgevingen. In principe vallen de sancties voor
inbreuken die door de AD Economische Inspectie worden vastgesteld onder de bevoegdheid
van de gerechtelijke overheden. De procureur des Konings heeft de bevoegdheid om hetzij
voor de correctionele rechtbank een rechtsvordering ter veroordeling van de
verantwoordelijke in te stellen, hetzij de overtreder een minnelijke schikking (boete) voor te
stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, hetzij de zaak te seponeren. In
het kader van bepaalde wetten heeft de AD Economische Inspectie echter de bevoegdheid om
de overtreder voor te stellen een geldsom te betalen die de strafvordering doet vervallen.
Indien de overtreder weigert te betalen, wordt het dossier aan de procureur des Konings
overgemaakt die belast is met de rechtsvorderingen. Er is geen minnelijke schikking indien de
schade veroorzaakt aan derden voortduurt. Op die manier wordt tegemoetgekomen aan de
vereisten van het recht op verdediging en aan die van de benadeelde partij.
De belangrijkste activiteiten van het bestuur zijn: de overtreders opsporen, de economische
overtredingen beteugelen, bewijsstukken verzamelen, expertises en enquêtes uitvoeren,
adviezen verlenen, documentatie verzamelen en informatie verstrekken en uitwisselen. Het
beteugelen en opsporen van een misdrijf kan autonoom of in samenwerking met andere
instanties gebeuren, vertrekkende van een verzoek van het parket, van een ander bestuur van
het departement, van de minister van economie, van een Europese Commissie of van een
andere officiële instantie, en vooral naar aanleiding van een klacht.
Een waarschuwing wordt aan de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van drie
weken volgend op de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met
ontvangstmelding, of door de overhandiging van het proces-verbaal waarin de feiten zijn
vastgesteld. De waarschuwing vermeldt: de ten laste gelegde feiten en de geschonden
wetsbepaling(en); de termijn waarbinnen zij dienen stopgezet te worden. Indien men geen
gevolg geeft aan de waarschuwing, zal de minister een vordering tot staking instellen ofwel
zullen de door de minister aangestelde ambtenaren een regeling in der minne kunnen
toepassen of de procureur des Konings kunnen inlichten.
De AD Economische Inspectie werkt eveneens middels administratieve minnelijke
schikkingen. Dit betekent dat, vooraleer een voorstel tot betaling aan de overtreder wordt
toegestuurd, aan hem een afschrift van het proces-verbaal ter kennis wordt gebracht. Elk
voorstel tot betaling wordt vergezeld met een stortingsformulier en vermeldt de termijn
waarbinnen de betaling moet gebeuren. Bij niet betaling binnen de termijn wordt het proces-
verbaal ter kennis gebracht aan de procureur des Konings.
Ook wordt een beroep gedaan op administratieve sancties, in het bijzonder de schrapping van
de erkenning als kredietgever of van de inschrijving als kredietbemiddelaar in het kader van
37
de wet op het consumentenkrediet. Het staat de minister vrij een vordering bij de rechter in te
dienen, om te verkrijgen dat de rechter de beëindiging van de wetsovertreding beveelt.
Wanneer geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, wordt het opgestelde proces-
verbaal aan de procureur des Konings overgemaakt, of stelt men een minnelijke schikking
voor. Wanneer niet wordt ingegaan op een voorstel tot minnelijke schikking, wordt het
proces-verbaal overgemaakt aan het parket.
Bij beslissing van de Ministerraad in 1997 werd de Interdepartementale Commissie voor de
Coördinatie van de Fraudebestrijding (ICCF) in de economische sectoren en voor de
toepassing van de EG-verordeningen opgericht. De ICCF is een ad-hoc commissie van de
Interministeriële Economische Commissie die ressorteert onder de minister van Economie en
die wordt voorgezeten door de directeur-generaal van de AD Economische Inspectie. De AD
Economische Inspectie is verantwoordelijk voor de goede werking van deze commissie tegen
de achtergrond van het toenemende belang dat door alle instanties wordt gehecht aan de strijd
tegen de diverse vormen van economische fraude.
VI.2. Bestuur Kwaliteit en Veiligheid46
Het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid is belast met de uitvoering van technische opdrachten
met als doel de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en installaties, het welzijn van
de werknemers, de openbare veiligheid alsook de know-how en het technologisch
concurrentievermogen van de industrie te waarborgen. De opdrachten van het Bestuur
Kwaliteit en Veiligheid spitsen zich toe op vier grote beleidslijnen: het bevorderen van de
competitiviteit van de ondernemingen; het beschermen van de consumenten; het bijdragen tot
het verzekeren van het welzijn op het werk, de toepassing van de sociale reglementering en de
openbare veiligheid; het verzekeren van de evenwichtige exploitatie van het continentaal plat
van België en de ontwikkeling van het onderzoek op het gebied van de geologie.
Het gaat voornamelijk om het toezicht op vuurwerk, munitie, installaties en diensten ter
beschikking van de consumenten (zoals speelpleinen, liften, attracties, …), springstoffen en
gassen. Het bestuur ziet voornamelijk toe op de naleving van de wet betreffende de
handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, en deze betreffende
de veiligheid van de consumenten. Het bestuur integreerde de inmiddels afgeschafte
Mijninspectie. Het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid heeft vijf afdelingen. Inspecteurs van twee
van deze afdelingen beschikken over de bevoegdheid tot het opstellen van een proces-verbaal
geldig tot bewijs van het tegendeel. Het gaat enerzijds om de Metrologische Dienst, die
ervoor zorgt dat de metingen in het economisch verkeer correct kunnen uitgevoerd worden
door tussen te komen op het vlak van de industriële metrologie47 en de wettelijke
metrologie48. Anderzijds om de Dienst Veiligheid. Deze dienst verzekert en coördineert het
beheer in verband met volgende bevoegdheden: arbeidsveiligheid in de winningsindustrie, de
staalnijverheid, de ondergrondse uitgravingen en de slakkenbergen, alsook sommige sociale
46 FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie - Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst
Consumentenveiligheid - Koning Albert II-laan 16 - 1000 Brussel - tel: +32 2 277 76 99 - fax: +32 2 277 54
39 - email: safety.prod@economie.fgov.be - web: economie.fgov.be
47 Belast met de realisatie en de bewaring van de nationale meetstandaarden en het uitvoeren van kalibraties van
meetwerktuigen teneinde een kwaliteitswaarborg te verlenen aan industriële producten.
48 Staat in voor het opstellen van metrologische reglementen, de uitvoering van modelgoedkeuringen van
meetwerktuigen, de uitvoering van verrichtingen van eerste ijk en herijk van gereglementeerde
meetwerktuigen en het uitoefenen van controles op voorverpakte producten zodat de handelssectoren en de
consument de zekerheid hebben dat hun rechten gevrijwaard worden.
38
onderwerpen in bovenvermelde ondernemingen; openbare veiligheid: productie, vervoer,
opslag, verkoop en gebruik van springstoffen, ondergrondse gasopslagplaatsen, vervoer en
distributie van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
consumentenveiligheid: producten, installaties en diensten.
Naast genoemde verbaliseringsbevoegdheid kunnen de inspecteurs eveneens waarschuwingen
geven. Een waarschuwing wordt aan de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van
drie weken volgend op de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met
ontvangstmelding, of door de overhandiging van het proces-verbaal waarin de feiten zijn
vastgesteld. De waarschuwing vermeldt: de ten laste gelegde feiten en de geschonden
wetsbepaling(en); de termijn waarbinnen zij dienen stopgezet te worden; dat, indien men geen
gevolg heeft aan de waarschuwing, de minister een vordering tot staking zal instellen ofwel de
door de minister aangestelde ambtenaren een regeling in der minne kunnen toepassen of de
procureur des Konings kunnen inlichten.
Verder kunnen de inspecteurs een administratieve minnelijke schikking voorstellen.
Vooraleer een voorstel tot betaling aan de overtreder wordt toegestuurd, wordt hem een
afschrift van het proces-verbaal ter kennis gebracht. Elk voorstel tot betaling wordt vergezeld
van een stortingsformulier en vermeldt de termijn waarbinnen de betaling moet gebeuren. Bij
niet-betaling binnen de termijn wordt het proces-verbaal ter kennis gebracht van de procureur
des Konings. Een administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.
VII. FOD Mobiliteit en Vervoer49
Bij de politiehervorming in 1998 (WGP) werden de bijzondere politiediensten50
(luchtvaartpolitie, scheepvaartpolitie en spoorwegpolitie), die voorheen zelfstandig waren
ingericht, overgeheveld naar de Federale Politie. De politie op het wegverkeer werd behouden
en verdeeld over de Federale en Lokale Politie. Niettemin zijn bepaalde specifieke,
specialistische materies behouden op het niveau van de FOD Mobiliteit en Vervoer, en de
daaraan verbonden bijzondere inspectiediensten. De bevoegdheidsverdeling tussen de diverse
instanties werd in 1999 bij wet geregeld. Het zijn deze diensten die hieronder besproken
worden.
Het ministerie van verkeer en infrastructuur werd voor het eerst opgericht in 1884 als
Belgische ministerie. Het ging door het leven onder verschillende benamingen, met name
ministerie van spoorwegen, post en telegraaf, ministerie van vervoer en PTT en ministerie van
verkeerswezen. De naamswijziging naar de huidige FOD vond plaats in 2001 in het kader van
het Copernicusplan. De FOD Mobiliteit en Vervoer heeft als missie het voorbereiden en het
implementeren van een overlegd federaal mobiliteits- en vervoerbeleid in dienst van de
bevolking, de ondernemingen en de economie van het land. De FOD is gebouwd rond vier
pijlers, met name (1) luchtvaart, (2) scheepvaart, (3) wegverkeer, en (4) spoorvervoer.
Het vervoer langs het spoor van gevaarlijke stoffen (RID) of het maritiem vervoer ervan
(IMDG) of via de luchtvaart (ICAO TI) blijven bevoegdheden van de federale FOD. Dat is
niet het geval voor alles wat te maken heeft met het wegvervoer van gevaarlijke stoffen
(ADR) en het uitzonderlijk vervoer. In grote mate werden deze bevoegdheden overgeheveld
naar de gewesten.
49 Zie: http://mobilit.belgium.be/nl
50 Het ging om volwaardige politiediensten, met beperkte territoriale bevoegdheden. Vandaar dat zij bijzonder
werden genoemd.
39
VII.1. Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) Inspectie Luchtvaartveiligheid51
Een autonome cel voor onderzoek van luchtvaartongevallen en -incidenten werd opgericht.
Deze cel kreeg de naam Air Accident Investigation Unit (Belgium), afgekort AAIU(Be), en
valt rechtstreeks onder de bevoegdheid van het directoraat-generaal Luchtvaart. Deze cel
werkt actief mee aan het tot stand houden en het verbeteren van de veiligheid binnen de
burgerluchtvaart.
De Inspectie van de DGLV heeft diverse taken. Daartoe behoren: het preventief optreden
tegen criminaliteit en terrorisme en hiervoor de pertinente wetgeving uitwerken; de
coördinatie van de luchtvaartbeveiliging op nationaal vlak52; het toezien op de naleving van
de luchtvaartreglementering op Belgische luchthavens en wat de Belgische
luchtvaartmaatschappijen betreft, op de buitenlandse luchthavens; en de coördinatie van de
werking van de luchthaveninspecties op Belgische luchthavens.
De dienst Inspectie Beveiliging van het directoraat-generaal Luchtvaart is bevoegd voor het
toezicht op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen in de burgerluchtvaart. Hij is
eveneens verantwoordelijk voor de erkenning van leveranciers van vlucht- en
luchthavenbenodigdheden, vrachtagenten en afzenders. De dienst Veiligheid van de directie
Inspectie is in Haren gevestigd. Een team van luchtvaartinspecteurs controleert voornamelijk
of de verschillende actoren van de luchtvaartsector (piloten, luchtvaartmaatschappijen,
luchthavens, enz.) de luchtvaartreglementering correct toepassen. Deze dienst voert
onaangekondigde controles op het hele Belgische grondgebied uit en verricht, zowel op eigen
initiatief als op verzoek van Justitie (zoals het parket), inspecties die kunnen leiden tot een
repressief optreden tegen de overtreders. Deze inspecties en controles dienen als
afschrikkingsmiddel en als indicator voor de risicoanalyse. Ze hebben betrekking op de
verschillende domeinen van de burgerluchtvaart: operaties, luchthavens, luchtarbeid,
navigatiedienst, vervoer van gevaarlijke goederen, onderhoud, milieu en luchtvaartuigen.
De leden van de Inspectie van de DGLV beschikken niet over de hoedanigheid van officier
van gerechtelijke politie. Zij kunnen wel processen-verbaal opmaken met bewijswaarde tot
bewijs van het tegendeel. Voor het overige beschikken zij over ruime bevoegdheden. Ze
kunnen zich, op elk ogenblik van de dag of van de nacht toegang verschaffen, zonder
voorafgaande verwittiging in alle plaatsen die door de wet van 3 mei 1999 vernoemd worden
(met uitsluiting van plaatsen die tot woning dienen) en in de luchtvaartuigen en daar tot
veiligheidscontroles overgaan. Ook kunnen zij overgaan tot elk onderzoek, elk verhoor en
elke controle, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te
vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht houden, werkelijk
worden nageleefd.
Verder kunnen zij de identiteit van mensen controleren die zich op de luchtzijde van de
luchthaven bevinden. Tevens kunnen de inspecteurs (zonder verplaatsing) alle boeken,
registers, documenten, schijven, banden, diskettes of gelijk welke andere informatiedragers
met gegevens die ingevolge de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen dienen te worden
opgemaakt, bijgehouden of bewaard, ter inzage doen voorleggen en uittreksels, afschriften of
kopieën ervan nemen of kosteloos doen verstrekken of tegen ontvangstbewijs doen afgeven.
51 FOD Mobiliteit en Vervoer - Luchtvaartbeveiliging - Vooruitgangstraat 56 - 1210 Brussel. Mail:
inspection.air.security@mobilit.fgov.be. Zie: http://mobilit.belgium.be/nl/luchtvaart.
52 De naleving van de beveiligingsmaatregelen wordt gecontroleerd door inspecteurs.
40
Ook kunnen zij stalen meenemen van alle bewerkte of afgewerkte goederen, van producten en
stoffen die bewaard, gebruikt of behandeld worden om ze te ontleden of om het bewijs van
een inbreuk te leveren, op voorwaarde dat de eigenaar hiervan op de hoogte wordt gebracht.
Zij mogen beslag leggen op de luchtvaartuigen, de springstoffen, wapens, munitie, toestellen
voor fotografische opnames en alle voorwerpen die in overtreding met de wets- of
reglementsbepalingen worden gevonden. Ieder persoon die op het punt staat zich van de
landzijde naar de luchtzijde te begeven, of op het punt staat zich in een luchtvaartuig in te
schepen of zijn bagage aan een veiligheidsonderzoek te onderwerpen. Hetzelfde geldt
overigens ook voor vrachten.
Zij zijn gemachtigd de toegang aan boord te verbieden aan diegene die zich verzet tegen de
veiligheidscontrole. Zij kunnen vaststellingen doen door middel van het maken van foto's,
film- en video-opnames. Bij de uitoefening van hun opdrachten kunnen zij de bijstand van de
politie vorderen.
De Europese kritieke infrastructuren betreffende de luchtvaart werden in 2015
geïnventariseerd. Daarover werd een vertrouwelijkverslag opgesteld dat aan de minister van
Mobiliteit, tevens verantwoordelijk voor Belgocontrol, werd voorgelegd. Belgocontrol is
een autonoom overheidsbedrijf met als missie de veiligheid van het luchtverkeer te
verzekeren in het luchtruim waarvoor België verantwoordelijk is. Belgocontrol vervult deze
opdracht door het optimaliseren van de kosten en de stiptheid, het verhogen van de capaciteit
en het verzekeren van een duurzame ontwikkeling voor het luchtverkeer. Belgocontrol
verstrekt alle noodzakelijke diensten om het luchtverkeer in alle veiligheid te leiden en te
beheren: ATM - Air traffic management: beheer en controle van het luchtverkeer;
Technologie: infrastructuur en systemen van ATM data processing, Communicatie, Navigatie,
Surveillance en Meteo; AIM en Meteo: meteo- en luchtvaart inlichtingendiensten.
VII.2. Directoraat-generaal Maritiem Vervoer (DGMV) Belgische Scheepvaart
Inspectie53
Het DG Maritiem Vervoer steunt het uitwerken van een Belgisch, Europees en wereldwijd
scheepvaartbeleid en zorgt voor de toepassing ervan. Het beleid heeft als doel de
mobiliteitsnoden te verhelpen en over een optimaal, veilig en beveiligd scheepvaartvervoer te
beschikken, dat het milieu minimaal belast en dat zijn concurrentiepositie kan handhaven. De
FOD Mobiliteit en Vervoer zorgt er met zijn Port State Control-inspecties en Hazmat-
inspecties voor dat alle schepen die Belgische havens aandoen aan dezelfde hoge standaard
beantwoorden. Twee belangrijke becijferbare opdrachten worden uitgevoerd door de Directie
Scheepvaartcontrole: de certificatie en de inspectie.
De naleving van de internationale normen op het gebied van veiligheid, milieu en leef- en
werkomstandigheden aan boord bepaalt in sterke mate de kwaliteit van een vloot. De kwaliteit
van zeeschepen wordt wereldwijd gemeten door middel van strikte controles in havens
waarbij de verschillende landen waarvan de schepen de vlag voeren (vlagstaten), onderling
worden getoetst en gerangschikt. Zo worden vlagstaten naar gelang het kwaliteitsniveau
onderverdeeld in drie categorieën: white list, grey list en black list. De FOD Mobiliteit
en Vervoer is de exclusief bevoegde autoriteit voor de vlaggenstaatcontrole.
53 FOD Mobiliteit en Vervoer - Directoraat Maritiem Vervoer - City Atrium Vooruitgangstraat 56 - 1210
Brussel - web: www.mobilit.fgov.be
41
Ook de lading die schepen aan boord nemen in de havens moet veilig zijn. Voor de controles
aan wal, voor de belading van de schepen plaatsvindt, is de FOD Mobiliteit en Vervoer
bevoegd. In de praktijk is het de dienst Hazardous Materials, afgekort Hazmat, die de
controles uitvoert. Een aantal inspecteurs van de federale overheid voeren steekproefcontroles
uit op basis van inzage in de aan boord te nemen lading van een schip, zowel op papier als op
het terrein. Hiervoor werkt de Federale overheid samen met de havenkapiteindiensten. Er is
een goede wisselwerking tussen de controlediensten en de economische actoren in de
logistieke keten waarvan de scheepvaart en de haven een onderdeel zijn. Deze samenwerking
met respect voor elk zijn rol is een voorbeeld van samenwerking tussen de overheid en de
economische actoren in een sector.
De inspectie is in eerste instantie gericht op veiligheid van de personen en de goederen aan
boord. Via de inspecties van de FOD Mobiliteit en Vervoer wordt de kans op een onveilige
situatie tot een minimum beperkt aangezien de Belgische autoriteiten toezicht hebben op deze
vaartuigen onder buitenlandse vlag. De inspecties zijn ook van belang voor het milieu.
Aspecten met een belangrijke impact op het leefmilieu vormen een aanzienlijk onderdeel in
de controles uitgevoerd door de inspecteurs. Ook wil de FOD via de controles een
economisch level playing fieldcreëren door een aanzienlijke vermindering in oneerlijke
concurrentie van de kwalitatieve schepen met ondermaatse, maar goedkoper exploiteerbare
schepen. Indien bepaalde schepen niet aan dezelfde voorwaarden voldoen, betekent dit een
groot nadeel voor de goede leerlingen.
De met scheepvaart belaste ambtenaren hebben de volgende taken: het opmaken van
monsterrollen; het aan- en afmonsteren van zeelieden; het opstellen van de wettelijke of
reglementaire documenten bij het verlies van de bemanning of een gedeelte ervan het
uitvoeren van het gerechtelijke beslag op zee- en binnenschepen; de controle over de naleving
van de wettelijke of reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van schepen en de
scheepvaart, daaronder begrepen de verkeersregeling; de controle over de wettelijke of
reglementair voorgeschreven documenten, zowel met betrekking tot de schepen als tot de
opvarenden; in het algemeen alle andere administratieve of bestuursrechtelijke handelingen
met betrekking tot de schepen, met uitzondering van de politiemaatregelen.
De betrokken inspecteurs van DGMV beschikken niet over de hoedanigheid van officier van
gerechtelijke politie. Wel kunnen zij proces-verbaal opstellen met bewijswaarde tot bewijs
van het tegendeel. Ze kunnen tevens een schip immobiliseren of in beslag nemen tot men
voldoet aan de regelgeving. Bij een eerste vaststelling wordt de schipper doorverwezen naar
de dienst waartoe hij zich moet wenden om zich in orde te stellen. Gebeurt dit niet dan wordt
het schip geïmmobiliseerd. In geval van ernstig verbaal geweld met dreiging wordt een
proces-verbaal opgesteld. Inbeslagname zal steeds gebeuren wanneer het schip een gevaar
betekent voor de veiligheid van de scheepvaart. In principe worden geen processen-verbaal
opgesteld, men opteert voor het immobiliseren vanuit twee redenen: het gelijkheidsprincipe
(een vreemde schipper kan gemakkelijker zijn boete ontlopen) en de efficiëntie (door de
inbeslagname verliezen ze inkomsten; vandaar de grotere motivatie tot inregelstelling).
Bij de uitvoering van hun opdrachten mogen de inspecteurs te allen tijde schepen en
vaartuigen, alsook alle lokalen die verbonden zijn met de scheepvaart betreden. Plaatsen die
tot woning dienen mogen zij slechts betreden met toelating van de bewoner of met verlof van
de bevoegde politierechter. Zij kunnen vragen alle inlichtingen en wettelijke en reglementaire
documenten te verstrekken die aan boord dienen te zijn. Zij kunnen de identiteit van personen
controleren, hen verhoren en overgaan tot alle nuttige vaststellingen.
42
Binnen de FOD is het DGMV belast met het toezicht op de maritieme beveiliging als kritieke
infrastructuur. De Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging (NAMB) superviseert de
havenbeveiligingsplannen en de implementatie ervan volgens de EU richtlijn 2005/65. De
havens van Antwerpen, Gent en Zeebrugge zijn door het OCAD als kritieke infrastructuur
aangeduid. Het permanent secretariaat van de NAMB bestaat uit één inspecteur en één
attaché, en voert de inspecties uit voor deze havens. Zij doen inspecties ter plaatse, in
samenwerking met de havenautoriteiten. Zij maken een inspectierapport over aan de
bevoegde havenautoriteit die op hun beurt zorgen voor corrigerende maatregelen. De
havenkapitein-commandant is het hoofd van het Lokaal Comité voor Maritieme Beveiliging
(LCMB) en hij is op die basis zowel voor de inspectiedienst als voor de havengebruikers het
dagelijks aanspreekpunt voor. Een certificaat van conformiteit wordt afgeleverd na controle
en het voldoen aan de regelgeving.
VII.3. Directoraat-generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid (DGWVVV)54
Binnen het DG Wegvervoer en Verkeersveiligheid voeren de directie Certificatie en
Inspectie (erkenningen, aanmeldingen, bedrijfscontrole) en de directie Wegcontrole
inspectietaken uit. Het vervoer van gevaarlijke goederen via de weg is onderworpen aan
controle door de FOD Mobiliteit en Vervoer. Een deel van de bevoegdheden van dit vervoer
over de weg (ADR) werd overgedragen naar de gewesten in het kader van de 6de
staatshervorming55. De Directie Wegcontrole houdt zich in hoofdzaak bezig met het
voorkomen en beteugelen van de overtredingen op het vlak van het vervoer over de weg. De
controles gebeuren zowel in ondernemingen als op de weg en hebben een drievoudig
oogmerk: (1) het verbeteren van de verkeersveiligheid; (2) het waarborgen van een gezonde
concurrentie onder alle ondernemingen; (3) het verbeteren van de sociale
levensomstandigheden van de bestuurders.
Systematische periodieke productiecontroles worden uitgevoerd door private instellingen,
erkend door de bevoegde diensten en aangemeld bij de Europese Commissie. De erkenning en
aanmelding van deze instellingen is onder andere gebaseerd op een ISO-accreditatie, waarop
periodiek toezicht wordt gehouden. Verder worden vanuit de betrokken diensten technische
instructies uitgevaardigd voor deze instellingen en wordt periodiek overleg en toezicht
ingepland.
Wat betreft het kwaliteitsbewakingssysteem binnen de onderneming moeten de fabrikanten
eveneens aan de ISO-norm beantwoorden. Het gaat om een systeem dat binnen de
onderneming een beleid invoert, alsook maatregelen en procedures om te waarborgen dat
producten, zodra ze in productie zijn, steeds overeenstemmen met het door de bevoegde
overheden goedgekeurde product en aan de vereisten van de geldende reglementeringen
voldoen. De fabrikant moet al de nodige informatie betreffende zijn ISO-certificering
verschaffen en verbindt zich ertoe de bevoegde goedkeuringsoverheden in te lichten over elke
wijziging van de geldigheid of de draagwijdte van zijn certificering. Dit niveau wordt ook
54 FOD Mobiliteit en Vervoer - Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directie Wegvervoer - City
Atrium - Vooruitgangstraat 56 - 1210 Brussel - www.mobilit.fgov.be.
55 Zie, wat Vlaanderen betreft: http://www.mobielvlaanderen.be/contactpunt - Adres: Vlaamse Overheid,
Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Koning
Albert II-laan 20 bus 2, Graaf de Ferraris-gebouw, 1000 Brussel, of
planning.coordinatie@mow.vlaanderen.be - Adres: Agentschap Wegen en Verkeer, Planning en Coördinatie,
Koning Albert II-Laan 20 bus 4 - 1000 Brussel.
43
geverifieerd door de FOD Mobiliteit en Vervoer of door technische diensten die de FOD heeft
erkend.
De FOD Mobiliteit en Vervoer neemt deel aan de RAPEX-procedure die bij de FOD
Economie gecentraliseerd wordt. De reglementering voorziet dat een fabrikant aan wie een
EG-typegoedkeuring voor een voertuig is verleend, reeds verkochte, geregistreerde of in het
verkeer gebrachte voertuigen moet terugroepen wanneer een of meer op het voertuig
gemonteerde, onderdelen of technische eenheden een ernstig gevaar vormen voor de
verkeersveiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De fabrikant moet dus aan de FOD
Mobiliteit en Vervoer een reeks gepaste maatregelen om het bedoelde gevaar te neutraliseren,
voorstellen.
De periodieke technische keuring van voertuigen die in België zijn ingeschreven, wordt
geregeld door het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s moeten
voldoen. De procedure voor de controle van de overeenstemming is bedoeld om te
waarborgen dat elk voertuig overeenstemt met het goedgekeurde type. Deze controle omvat
twee verrichtingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, enerzijds de beoordeling van
de kwaliteit gegarandeerd door de fabrikant en anderzijds de productgerelateerde controles.
De technische dienst moet beantwoorden aan de vereisten van een ISO-norm. Deze dienst
moet worden erkend door de Directie Certificatie en Inspectie van de FOD Mobiliteit en
Vervoer.
Het Directoraat-generaal staat verder in voor de uitreiking van diverse soorten van
rijbewijzen. Deze procedure verloopt via de gemeenten. Rijscholen organiseren rijexamens
met het oog op het verwerven van het recht op sturen. Deze rijscholen worden tevens erkend
door de directie Certificatie en Inspectie van de FOD. Onder bepaalde omstandigheden kan
het recht op sturen vervallen56.
Elk motorvoertuig en aanhangwagen moet voorafgaandelijk ingeschreven zijn in het
voertuigen register dat beheerd wordt door de Dienst Inschrijvingen Voertuigen (DIV) van het
Directoraat-generaal. Deze laatste vormt een gegevensdatabank die de bepalingen van de wet
houdende bescherming van het privé leven eerbiedigt.
Verder moeten snelheidsbegrenzers en tachografen voldoen aan technische eisen die door een
Europese richtlijn werden bepaald, zij kunnen enkel worden geïnstalleerd door bedrijven of
instanties die erkend zijn door de lidstaten. Elke aanvraag, verlenging of wijziging als
installateur of hersteller van tachografen/snelheidsbegrenzers moet goedgekeurd worden door
de directie Certificatie en Inspectie van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
De Koning wijst die ambtenaren en inspecteurs aan die beschikken over de hoedanigheid van
officier van gerechtelijke politie. De inspecteurs beschikken over bevoegdheid om proces-
verbaal op te stellen met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Tevens kunnen zij
waarschuwingen geven. In principe wordt een proces-verbaal opgesteld bij de vaststelling van
een overtreding. Bij de vaststelling van bepaalde inbreuken tegen de regelgeving over het
vervoer van goederen en personen over de weg, kan de controleambtenaar aan de overtreder
de keuze laten tussen: (1) de opstelling van een proces-verbaal dat gerechtelijke vervolging tot
56 Het verval van het recht tot sturen mag niet worden verward met de administratieve intrekking van het
rijbewijs. Het verval is een veroordeling die is uitgesproken door een rechter, terwijl de administratieve
intrekking (door de politie uitgevoerd) geen vonnis vereist. De administratieve intrekking heeft als enig
gevolg dat het besturen van een voertuig wordt verhinderd tijdens de duur van de intrekking.
44
gevolg kan hebben; of (2) de onmiddellijke betaling van een som. De aanvaarding van het
voorstel tot betaling betekent de erkenning van de overtreding. Zij dooft de strafvordering uit
(behalve indien het openbaar ministerie binnen de maand aan de betrokkene meedeelt dat het
zal vervolgen). Ingeval van fraude57 kan de totale som die ter plaatse door een zelfde
overtreder betaald moet worden, verhoogd worden tot 5.500 euro.
De bovenvermelde procedure sluit niet uit dat de controleambtenaren een einde maken aan de
inbreuk door ’maatregelen van ambtswege’. Voorbeelden van deze maatregelen zijn het
overladen van goederen wanneer geen geldige vervoervergunning kan worden getoond, de
vervanging van de chauffeur wanneer de dagelijkse rusttijd onvoldoende is, voertuigen
tijdelijk blokkeren of terugsturen, bv. over de grens of naar plaats van vertrek, enz.
Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats heeft in België en de
onmiddellijke betaling van de voorgestelde som niet aanvaardt, dient hij, bij de opstelling van
een proces-verbaal, ter plaatse een som in consignatie te geven. Per inbreuk is deze som
dezelfde als die van de onmiddellijke inning. Bij niet-veroordeling wordt de in consignatie
gegeven som aan de overtreder terugbetaald. Bij veroordeling wordt ze aangewend voor de
betaling van de uitgesproken geldboete en de gerechtskosten. Het eventuele overschot wordt
terugbetaald. Indien de in consignatie te geven som niet betaald wordt, kan het voertuig
ingehouden worden gedurende een bepaalde periode.
Indien na afloop van deze periode nog steeds niet betaald werd, kan het voertuig in beslag
genomen worden. Het beslag wordt opgeheven na betaling van de vereiste som en de
eventuele bewaringskosten van het voertuig. Bij veroordeling van de betrokkene, wordt het
voertuig verkocht indien de geldboete en de gerechtskosten niet binnen een voorop gestelde
termijn na de uitspraak betaald worden. De opbrengst van de verkoop dient ter dekking van de
geldboete, de gerechtskosten en de eventuele bewaringskosten van het voertuig. Het eventuele
overschot wordt aan de betrokkene terugbetaald.
De ambtenaren hebben, bij het uitoefenen van hun taak, vrije toegang tot de bedrijfslokalen en
tot de documenten om de nodige informatie te vergaren. Tevens kunnen zij een beroep doen
op de openbare macht.
VII.4. Directoraat-generaal Spoorvervoer58
In 2005 gaf de Europese Unie toestemming om het spoorverkeer te liberaliseren. Dit
resulteerde op Belgisch niveau in 2005, in de omvorming van de NMBS naar de NMBS-
Groep. De groep omvatte toen drie bedrijven. Elk bedrijf is een naamloze vennootschap met
het statuut van een autonoom overheidsbedrijf. Dit houdt in dat alle taken die uitgevoerd
worden door deze drie bedrijven van openbare dienst zijn. Zij werden bij wet door het
parlement vastgesteld en staan genoteerd in een beheerscontract met de Belgische staat.
57 Onder fraudewordt verstaan: gebruik van valse of vervalste vervoervergunningen of andere als dusdanig
geldende documenten; manipulaties die tot doel hebben de goede werking van de tachograaf of de correcte
registratie van de gegevens op de registratiebladen (schijven) of de bestuurderskaart te verhinderen;
vervalsing van de gegevens geregistreerd op de registratiebladen (schijven) of de bestuurderskaart; elke
handeling om zich aan de controle te onttrekken.
58 FOD Mobiliteit en Vervoer - Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directie Wegvervoer - City
Atrium - Vooruitgangstraat 56 - 1210 Brussel - www.mobilit.fgov.be.
45
Infrabel beheert de infrastructuur van het Belgische spoornet. De NMBS is een
spoorwegbedrijf dat personen en goederen vervoert per trein. De NMBS is dus
verantwoordelijk voor de treinen zelf wat betreft aantal, onderhoud en treinpersoneel. Tussen
2005 en einde 2013 ontwikkelde en onderhield NMBS-holding de 35 grote Belgische stations,
de parkeerplaatsen en de fietsstallingen. Op 1 januari 2014 werd hierdoor de NMBS-Holding
gefuseerd met de NMBS onder de naam van deze laatste. Bepaalde delen van de Holding zijn
hierbij ook naar Infrabel gegaan. Zowel de NMBS als Infrabel werden hiermee autonome
overheidsbedrijven in handen van de Belgische staat. Een derde bedrijf, HR-Rail N.V. van
publiek recht, werd opgericht als dochteronderneming van deze 2 bedrijven. HR-Rail is de
werkgever van al het personeel bij NMBS en Infrabel.
De macht om beslissingen te nemen behoort dus niet exclusief toe aan de federale regering en
het federaal parlement. De FOD Mobiliteit en Vervoer is belast met het verzekeren van de
voogdij over de NMBS groep. De Dienst Regulering van het spoorwegvervoer en van de
Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal is de economische regulator voor het
Belgische spoor en voor de luchthaven Brussel-Nationaal. De Dienst is momenteel nog
ondergebracht bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zonder evenwel
hiërarchisch deel uit te maken van deze administratie. Een meer autonoom statuut wordt in de
nabije toekomst voorzien. Het is voorbarig om op dit domein al te uitgebreid in te gaan in het
kader van het opzet van dit overzicht.
We vermelden twee initiatieven. De Dienst voor Veiligheid en Interoperabiliteit van de
Spoorwegen (DVIS) treedt op als nationale veiligheidsinstantie voor België. Dit gebeurt in het
kader van het tweede spoorwegpakket van de Europese Unie, dat de veiligheid en de
interoperabiliteit van het Europees spoorwegsysteem wil verhogen. DVIS reikt een aantal
vergunningen, certificaten, attesten of erkenningen uit aan het treinpersoneel, aan de
spoorwegondernemingen en aan psycho-medische en opleidingscentra. In het kader van haar
opdracht voert DVIS inspecties uit op de toepassing van de veiligheidsregelgeving. Het met
supervisie belaste personeel van de DVIS is houder van een mandaat van officier van
gerechtelijke politie. De DVIS kan een administratieve geldboete opleggen aan: een
spoorwegonderneming; de infrastructuurbeheerder (INFRABEL); en de houder. Binnen DVIS
is de eenheid Spoorwegondernemingenverantwoordelijk voor verschillende opdrachten,
zoals: het onderzoeken van aanvraagdossiers betreffende de certificatie van
spoorwegondernemingen; het afleveren van het Europees veiligheidscertificaat en het
nationaal veiligheidscertificaat; het opstellen van een supervisieplan voor de
spoorwegondernemingen; het uitvoeren van audits en inspecties met betrekking tot de
certificaten die werden uitgereikt door de DVIS, onder de voorwaarden die de toelating
hebben toegestaan.
Het Onderzoeksorgaan voor Ongevallen en Incidenten op het Spoor (OOIS) is een
onafhankelijk orgaan dat werd opgericht om bij te dragen aan de veiligheid op het spoor. De
belangrijkste opdracht van het Onderzoekorgaan bestaat erin een onderzoek in te stellen naar
zogenaamde ernstige exploitatieongevallen die zich op het Belgische spoorwegnet
voordoen. Naast de ernstige ongevallen is het Onderzoekorgaan bevoegd andere ongevallen
en incidenten te onderzoeken die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid op het spoor. De
verslagen van de veiligheidsonderzoeken worden openbaar gemaakt en hebben tot doel
informatie te verstrekken aan de betrokken partijen, de industrie, de regelgevingsinstanties,
maar ook aan de bevolking in ‘t algemeen.
46
In het spoorvervoer zijn er nog geen infrastructuren aangeduid, maar de identificatie vordert
en het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot de kritieke spoorinfrastructuur,
waarin aanduiding van de inspectiedienst (= directie bevoegd voor het spoorbeleid), staat
bijna op punt.
VII.5. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT)59
Het BIPT is opgericht in 1991 als een parastatale en heeft een eigen statuut gekregen in 2003
om de onafhankelijkheid ten aanzien van de uitvoerende macht te waarborgen. Het BIPT
heeft een reguleringsopdracht in 4 bevoegdheidsdomeinen: de elektronische
communicatiemarkt, de postmarkt, het elektromagnetische spectrum van de radiofrequenties
en de radio- en televisieomroep in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Binnen elk van de bevoegdheidsdomeinen heeft het BIPT een reeks doelstellingen te
vervullen die rechtstreeks voortvloeien uit het Belgische en Europese regelgevingskader. In
het domein voor de elektronische communicatie heeft het BIPT bijvoorbeeld als opdracht de
concurrentie te bevorderen, bij te dragen in de ontwikkeling van de interne markt en te waken
over de belangen van gebruikers. Om deze doelstellingen te vervullen beschikt het BIPT over
wettelijke instrumenten: beslissingen nemen, sancties opleggen, raadplegingen en
onderzoeken opstarten of bemiddelend optreden.
Om haar doelstellingen te realiseren beschikt het BIPT over verschillende instrumenten,
zoals: het nemen van administratieve beslissingen die verplichtingen kunnen opleggen aan
bedrijven; en het opleggen van administratieve sancties opleggen.
Naar aanleiding van een klacht, of wanneer het problemen vaststelt op de markt, voert het
BIPT specifieke controles uit, of laat het deze uitvoeren, van de praktijken van de operatoren
op de particuliere markt om na te gaan of de operatoren de geldende bepalingen in acht
nemen, of ze hun diensten hebben aangegeven, of de via sms verstrekte diensten het
nummerplan in acht nemen, of ze de vereiste kwaliteitsindicatoren publiceren en of de
facturen verstuurd aan de abonnees de vereiste bijkomende inlichtingen bevatten.
Via zijn dienst Netwerkveiligheidwaakt het BIPT over de veiligheid van de openbare
elektronische communicatienetwerken en van de openbare elektronische
communicatiediensten. Het BIPT ziet aldus erop toe dat de elektronische communicatie
operatoren de veiligheidsmaatregelen nemen die het mogelijk maken de integriteit en
beschikbaarheid van hun netwerken en diensten te garanderen en dat de veiligheidsincidenten
eraan worden gemeld.
De Dienst Apparatuur van het BIPT heeft uitgebreide bevoegdheden voor het nemen en laten
testen van monsters, het afnemen van verhoren, het vaststellen van overtredingen en het
nemen van de gepaste maatregelen (het geven van waarschuwingen, inbeslagneming en uit de
markt nemen van producten, … ). Bij het vaststellen van een overtreding wordt proces-
verbaal opgemaakt dat neergelegd wordt bij het parket. Indien de procureur des Konings
afziet van strafvervolging, kan de Raad van het BIPT een administratieve boete opleggen. De
dienst opereert over het ganse land. De bevoegdheden van het BIPT zijn terug te vinden in
wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post en
59 BIPT - Ellipse Building - Gebouw C - Koning Albert II-laan 35 - 1030 Brussel - Tel.: 02 226 88 88 - Fax: 02
226 88 77 - info@bipt.be - http://www.bipt.be/
47
telecommunicatiesector en in de wet betreffende de elektronische communicatie. Bepaalde
personeelsleden van het BIPT hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
Binnen de Dienst Apparatuur worden 7,8 FTE ingezet voor controletaken. In bepaalde
gevallen kunnen zij bijstand genieten van andere personeelsleden van de Pool Controle die
binnen het BIPT hoofdzakelijk ingezet worden voor de controle van het spectrum (NCS). Er
is een zekere vorm van samenwerking met de Algemene Directie Energie van de FOD
Economie. Er wordt in zekere mate samengewerkt met de douanediensten. Dit vooral in het
kader van de controle op postpakketten afkomstig van derde landen. Het BIPT neemt
eveneens deel aan gecoördineerde acties, meestal georganiseerd door de politiediensten,
waarbij meerdere inspectiediensten betrokken zijn.
Binnen de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken is er een communicatieplatform,
genaamd BE ALERT29. Het is de bedoeling om aan dit platform een interface toe te voegen
naar de netwerken voor mobiele elektronische communicatie, opdat de autoriteiten die de
crisisplanning en dus ook de crisiscommunicatie beheren, hiervan gebruik kunnen maken. Het
Europese regelgevingskader schrijft overigens voor dat deze samenwerkingsplicht kan
worden ingeschreven in de vergunningen voor mobiele netwerken. Het BIPT heeft overleg
gepleegd met de Algemene Directie Crisiscentrum van de federale overheidsdienst
Binnenlandse Zaken, om deze medewerkingsplicht van de mobiele operatoren op te nemen in
de WEC.
De bewaring van de gegevens door de operatoren wordt geregeld door de artikelen 126 en 145
van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en door het
koninklijk besluit van 19 september 2013 tot uitvoering van artikel 126. Deze teksten zetten
de Europese Richtlijn 2006/24/EG, de zogenaamde Dataretentierichtlijn, volledig om in
Belgisch recht. De kwestie van de gegevensbewaring door de personen bedoeld in de
paragrafen 5 en 6 van artikel 9 van dezelfde wet wordt aangekaart in paragraaf 7 van
datzelfde artikel.
Ook de kwestie van de samenwerking met Justitie en met de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten is geregeld door een aantal wetteksten, ondermeer door het K.B. van 9
januari 2003, houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke
vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie (uitvoering van de wet van 13
juni 2005 en van het Wetboek van Strafvordering).
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.