Article

Met strafrecht tegen milieudelicten? Rol en functie van bijzondere inspectiediensten in de strijd tegen milieucriminaliteit

Authors:
To read the full-text of this research, you can request a copy directly from the authors.

No full-text available

Request Full-text Paper PDF

To read the full-text of this research,
you can request a copy directly from the authors.

... The scholarly focus has in general mainly been on the evaluation of the formal approaches and more in particular on those administrative or criminal reactions of police, prosecutors or special investigative services (C. Billiet, 2009;Ponsaers & De Keulenaer, 2003;Struiksma, de Ridder, & Winter, 2007). In a society where government makes way for governance, it is however crucial to study the informal reactions and to evaluate the functioning of the entire regulatory spectrum. ...
Chapter
This article discusses the topic of transnational environmental crime and its governance. After illustrating the social relevance of and scientific attention for transnational environmental crime this article turns to a discussion of the implications for the governance paradigm. This raises a number of topics which are subject of analysis in the PhD research about the cases of illegal transports of e-waste and tropical timber within a European research setting. This article explains how this can improve the understanding about transnational environmental crime and its governance. It argues that this topic deserves continued societal and scientific attention.
... The sparse empirical evidence that is available with respect to the probability of detection and the probability of being prosecuted and convicted shows, at least as far as Europe is concerned, that these are relatively modest, to say the least. recent Belgian criminological research showed that around 74 per cent of all reports of violation of environmental laws are not prosecuted (Ponsaers and de Keulenaer, 2003). moreover, there is of course a substantial part of violations that are not detected at all, which leads to a substantial dark number. ...
Article
Full-text available
This chapter deals with the application of economic theories of criminal law to environmental pollution. The chapter starts by addressing why environmental pollution needs to be enforced at all by using the criminal law. Attention is also paid to the question whether in certain circumstances administrative rather than criminal law could be used to enforce environmental regulation. Optimal sanctions for environmental crime are discussed as well as problems arising in case of corporate environmental crime. The effectiveness of environmental criminal law is generally addressed as well as the consequences of various possible enforcement strategies.
Chapter
Full-text available
Algemeen besluit Het Belgisch bijzonder inspectiewezen: een alsmaar moeilijker in te lossen belofte? Het ontstaan van de bijzondere inspectiediensten is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van de natie-staat, die onder meer gekenmerkt wordt door de permanente aanwezigheid van een centraal administratief apparaat. Overheidstoezicht werd beschouwd als een noodzakelijke motor voor de economische ontwikkeling van de nationale staten. Het is dan ook geen toeval dat vooral sleutelsectoren zoals de mijnbouw hieraan werden onderworpen. Na de Franse Revolutie en de totstandkoming van de burgerlijke 'nachtwakersstaat' stond de vrijheid van ondernemen voorop. Het industrialiseringsproces verscherpte de ellendige levensomstandigheden voor brede lagen van de bevolking. Dit leidde tot hevige sociale spanningen. Hierdoor werd de overheid uiteindelijk gedwongen om de doctrinaire politiek van het 'non-interventionisme' op te geven. De 'laissez-faire' houding van de voorbije decennia had het (industrie)proletariaat ondermijnd. De nationale overheid moest gelijke concurrentievoorwaarden scheppen om de economische expansie ook in de toekomst te kunnen veilig stellen. Dit betekende echter ook dat via wetgeving en inspectie moest worden ingegrepen in de sociaal-economische verhoudingen. De functies van de burgerlijke staat werden dus uitgebreid naar andere domeinen, zoals de arbeidsvoorwaarden. Inspectiediensten die aan nieuwe ministeries werden gehecht moesten voortaan toezien op de naleving van de sociale wetgeving, die in essentie gericht was op het beschermen van de in loondienst arbeidende bevolking. Om de afwingbaarheid te vergroten, werden talrijke sociale wetten voorzien van bijzondere strafbepalingen. Deze tendens zette zich nog in veel sterkere mate door na de Tweede Wereldoorlog. Het ontstaan en de uitbouw van de verzorgingsstaat heeft immers geleid tot een ware vervlechting van wetgeving en beleid (WILTHAGEN, 1993: 5). De functie van het strafrecht veranderde hierdoor fundamenteel. Het werd een instrument waarmee de overheid haar beleid vorm kan geven en handhaven (VANDER BEKEN & VAN HOORICK, 2003). De interventie van de overheid kwam er overigens vaak op aandringen van burgers en bedrijven, hierin gesteund door machtige belangengroepen. Eigenaardig genoeg blijkt dit heikele thema slechts zelden een punt van discussie te zijn in het debat over de kerntaken van de overheid. Wordt de overheid hierdoor niet 'overvraagd'? Door deze maatschappelijke evolutie werd op alsmaar meer terreinen (ruimtelijke ordening, leefmilieu, voedselveiligheid, …) van overheidswege regulerend ingegrepen om de kwaliteit van het leven in al zijn aspecten te vatten en een beleid uit te tekenen. Worden hierdoor geen overdreven hooggespannen verwachtingen gewekt en in stand gehouden? Is het geen illusie te denken dat een weliswaar complex overheidsapparaat bij machte zou zijn om aan dit verwachtingspatroon effectief te beantwoorden in een laatmodern tijdperk waar centra van politieke macht en besluitvorming uitwaaierden tot netwerkachtige structuren die nog nauwelijks in staat zijn om centraal te sturen? Kan de overheid het 'sociaal contract' nog steeds waarmaken? En de burger de nodige waarborgen bieden op veiligheid en levenskwaliteit als werknemer, consument en rechtsonderhorige? Houdt de uitbouw van het bijzonder inspectiewezen niet een alsmaar moeilijker in te lossen belofte in? Is dat niet de essentie van wat momenteel wordt aangeduid als 'integraal veiligheidsbeleid' of 'inclusief beleid'? Meer dan ooit wordt in het kader van een dergelijk beleid gepleit voor het aangaan van 'partnerships' en 'publiek-private samenwerkingsverbanden', en dit niet zozeer om principiële redenen maar wel omdat het besef is gegroeid dat de overheid niet langer alleen kan instaan voor de veiligheid en de kwaliteit van het leven. Niettemin is de hoeveelheid bijzondere strafwetten op inflatoire wijze aangegroeid. Het gaat immers om regelgeving die door haar techniciteit zeer complex is en tot het domein van échte vakspecialisten behoort. Voedselveiligheid is in dit verband een duidelijk voorbeeld. Het was onder meer de recente dioxinecrisis die ons in herinnering bracht wat de gevolgen kunnen zijn voor de volksgezondheid wanneer de procedures en regels niet worden nageleefd en de controle erop niet efficiënt verloopt. Het eng-juridische onderscheid tussen 'mala in se' en 'mala prohibita' blijkt door dit victimiserend potentieel niet langer houdbaar in onze 'Risiko-Gesellschaft' (BECK, 1992). Ook de nood aan gespecialiseerde opsporingsdiensten is gestegen. De (straf)wetgever vertoont over het algemeen de neiging om steeds weer nieuwe diensten op te richten en toe te voegen aan het inspectielabyrint, zonder verregaande organisatorische aanpassingen te overwegen. De totstandkoming van het Federale Agentschap voor de Voedselveiligheid vormt hierop een mogelijke uitzondering. Betekent dit dat enkel een crisis tot diepgaande structurele hervormingen kan leiden? Bevestigt dit niet het gesloten karakter van de bijzondere inspectiediensten, waarover VANDER BEKEN het eerder in dit boek had? Is het niet zo dat op deze
Article
Full-text available
Niet alleen de federale regering beschikt over bijzondere inspectiediensten (BID’s), maar ook de regionale regeringen, soms de provincie- tot zelfs de stadsbesturen. Deze bijdrage vertrekt van de vaststelling dat, samen met de voortschrijdende fases in de staatshervorming, gaandeweg steeds meer beleidsdomeinen worden geïntegreerd in de Vlaamse overheidsstructuur. Dat is eveneens het geval met de zogenaamde BID’s inzake Leefmilieu. Hier bieden we inzicht in de stand van zaken van deze overhevelingen en de problemen die ermee gepaard gaan
Book
Full-text available
Bij de hervorming van de politie in 1998 (WGP) werden de algemene po-litiediensten herschikt binnen één geïntegreerde politiedienst, gestructu-reerd op twee niveaus. In grote mate bleef bij die ingrijpende hervorminghet inspectiewezen buiten beschouwing. Vandaag wordt een groeiendesamenwerking zichtbaar tussen de politie en diverse inspectiediensten(BID’s) in de bestrijding van fraude en rijzen in toenemende mate vragenomtrent de mogelijkheden tot operationele samenwerking. Deze bundelgeeft op een overzichtelijke wijze inzicht in een aantal van deze vraagstuk-ken. De focus ligt op de niet-politionele fraudebestrijders, met de nadrukop het doorzettings- en afdwingbaarheidsvermogen van deze actoren. Van-daar de vraag naar de ‘kracht’ van niet-politionele fraudebestrijders.
Article
This paper provides an empirical assessment of enforcement of environmental law in the Flemish Region. Data are used from the environmental inspectorate over a period of 20 years showing how many violations took place, how these violations were handled by the environmental inspectorate and how many cases were prosecuted. Attention is also paid to theoretical literature explaining why a low number of environmental crimes will be prosecuted. Data are also provided on sanctions which have been imposed. The question is addressed whether the enforcement approach found in the Flemish Region fits into a deterrence or rather a compliance approach. Recent changes towards the introduction of administrative fines for environmental violations are also discussed.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.