Article

Oudstrijders op de vuist in Brussel: het amnestieconflict tijdens het interbellum

Authors:
To read the full-text of this research, you can request a copy directly from the author.

No full-text available

Request Full-text Paper PDF

To read the full-text of this research,
you can request a copy directly from the author.

Article
In historiography, the relationship between the Belgian socialist Hendrik de Man and King Leopold III has been addressed mainly in the context of what became the so-called ‘Royal Question’ after the war, that is, the question of whether Leopold's return to the throne was possible and desirable given his collaborationist attitude during the German occupation. The years before the Second World War have received much less attention, even though this was a period during which both men played no less remarkable a role, De Man as the spiritual father of the Labour Plan and as the protagonist of an authoritarian-led corporate state, and Leopold III as the king who, disillusioned with parliamentary democracy and its political elite, sought more and more support from the people. This paper pays attention to these themes that have faded into the background and to the sympathy that De Man and Leopold shared for a managed economy and an authoritarian populist monarchy. It does so first by outlining the divergent theoretical and ideological backgrounds of their thinking, then by examining their common ground, and finally by outlining the political scope of their alliance.
Chapter
Full-text available
Inleiding De opdracht van de politie wordt vandaag in toenemende mate door diverse actoren uitgeoefend. " Politie " transformeert naar " Policing ". De geüniformeerde politie is partner geworden van vele instanties, niet in het minst omdat het besef gegroeid is dat de politie alleen niet alle verwachtingen kan inlossen van de bevolking. De politie functioneert in een breed netwerk van allerhande actoren. Anderzijds rest er toch iets donkerblauw dat de politie niet kan, zelfs niet mag, delen met anderen. Het gaat met name om het verbod dat van overheidswege werd opgelegd en wordt aangehouden om het legaal en legitiem geweldsmonopolie te doorbreken? Deze bijdrage gaat over dit centrale politieke vraagstuk, met name waar dit verbod vandaan komt en hoe dit vanuit historisch oogpunt werd beargumenteerd. We gaan hiervoor terug naar het verbod op " private milities " in België, het spiegelbeeld van de Nederlandse " weerkorpsen " 2. Onder " private milities " wordt in de Belgische wet ter zake bedoeld: " Elke organisatie van private personen waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met dezer actie in te laten of in hun plaats op te treden " 3. We willen de lezer een duidelijk inzicht verschaffen in de wijze waarop de overheid een politieke visie ontwikkelde inzake " private milities ". Dit artikel is dan ook evident historisch van aard.
Article
Full-text available
Inleiding De opdracht van de politie wordt vandaag in toenemende mate door diverse actoren uitgeoefend. " Politie " transformeert naar " Policing ". De geüniformeerde politie is partner geworden van vele instanties, niet in het minst omdat het besef gegroeid is dat de politie alleen niet alle verwachtingen kan inlossen van de bevolking. De politie functioneert in een breed netwerk van allerhande actoren. Anderzijds rest er toch iets donkerblauw dat de politie niet kan, zelfs niet mag, delen met anderen. Het gaat met name om het verbod dat van overheidswege werd opgelegd en wordt aangehouden om het legaal en legitiem geweldsmonopolie te doorbreken? Deze bijdrage gaat over dit centrale politieke vraagstuk, met name waar dit verbod vandaan komt en hoe dit vanuit historisch oogpunt werd beargumenteerd. We gaan hiervoor terug naar het verbod op " private milities " in België, het spiegelbeeld van de Nederlandse " weerkorpsen " 2. Onder " private milities " wordt in de Belgische wet ter zake bedoeld: " Elke organisatie van private personen waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met dezer actie in te laten of in hun plaats op te treden " 3. We willen de lezer een duidelijk inzicht verschaffen in de wijze waarop de overheid een politieke visie ontwikkelde inzake " private milities ". Dit artikel is dan ook evident historisch van aard.
Article
Full-text available
Stijn De Wilde en Frederik Verleden ‘Civil Servants working for the Enemy’. The Repression of ‘Activism’ in the Belgian Civil Service (1918-1921)During the First World War, radical Flemish nationalists or ‘activists’ collaborated with Germany in order to obtain Flemish self-rule or even independence. In the aftermath of the war, the Belgian government prosecuted those who participated in the German Flamenpolitik. The repression of activism has led to many controversies, as the Flemish Movement considered it a harsh, anti-Flemish purge. Little is known about the repression of activists in the Belgian civil service. Yet, the scission of the Belgian civil service in a separate Flemish and Walloon branch was the most disputed measure of the German authorities and many civil servants were involved in one way or another. As it turned out, the administrative post-war purge was much larger than the criminal prosecution of activism. However, it would be a biased judgment to dismiss the administrative purge as an anti-Flemish operation as Walloon civil servants who had collaborated were also prosecuted. The repression of activism’was, however, burdened by the deficiencies typical of transitional justice: inadequate legal or administrative procedures, political interference, and infringements of the principles of a fair trial.
Article
This article examines the public and private responses to the accidental deaths of King Albert I and Queen Astrid of Belgium in 1934 and 1935. The public and private mourning for Albert and Astrid and the impact of their deaths and funerals can only be understood when we analyse these events against the background of structural transformations in national identity, international and national politics and media culture in interwar Europe. The analysis of the responses to these events thus offers unique insights into the relationship between the Belgian monarchy, politics and modern mass media in the 1930s. The memory of the war experience permeated both funerals through the massive presence of war veterans. Condolence letters to the royal court show how Astrid's popularity made the Belgian monarchy more human and approachable than it had ever been, while their sudden deaths simultaneously stimulated the mystification of both royal figures. Albert's funeral even constituted an event of symbolic significance in the interstate relations of Belgium with France. The meaning of both these high-profile deaths was negotiated within the mass media.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.