ArticlePDF Available

Verlossing van schuld en boete. Onorthodoxe oplossingen voor onbetaalde rekeningen

Authors:
60 Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2015 Volume 24, Issue 1
Journal of Social Intervention: Theory and Practice –
2015 – Volume 24, Issue 1, pp. 60–64
URN:NBN:NL:UI:10-1-114648
ISSN: 1876-8830
URL: http://www.journalsi.org
Publisher: Uopen Journals, in cooperation
with Utrecht University of
Applied Sciences, Faculty of Society and Law
Copyright: this work has been published under a
Creative Commons Attribution-Noncommercial-No
Derivative Works 3.0 Netherlands License
De economische crisis, waar we langzaamaan uit kruipen,
heeft voor velen diepe sporen achtergelaten. Schulden
en saneringen vergen van velen grote inspanningen en
de schuldhulpverlening staat ter discussie, omdat die lang
niet altijd effectief is en vaak extra problemen veroorzaakt.
Daarom staat dit onderwerp hoog op de politieke
agenda. Het boek “Verlossing van schuld en boete”
behandelt in 12 hoofdstukken van verschillende auteurs
de problematiek van schulden en terugbetalen. Met een
verwijzing naar Dostojewski kijkt het niet alleen naar het
microniveau van mensen die (onbetaalbare) schulden
Stijn Verhagen, Lilian Linders & Marcel Ham (Eds.).
Verlossing van schuld en boete. Onorthodoxe
oplossingen voor onbetaalde rekeningen. Amsterdam:
Van Gennip, 2014, 197 p., 22,50.
ISBN: 978 94 6164 327 8
BOOKS
HARRIE VAN HAASTER, SASKIA VAN DORP
Dr. Harrie van Haaster is onderzoeker bij het Instituut voor Gebruikersparticipatie en Beleid (IGPB)
en projectleider voor de op te starten opleiding voor ervaringsdeskundigen in armoede en sociale
uitsluiting in Amsterdam.
E-mail: hvanhaaster@igpb.nl
Saskia van Dorp is trainer bij IGPB training en coaching en geeft trainingen en cursussen op het
gebied van armoede en sociale uitsluiting.
E-mail: svandorp@igpb.nl
Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2015 Volume 24, Issue 1 61
HARRIE VAN HAASTER, SASKIA VAN DORP
hebben opgebouwd en hoe zij benaderd worden, bijvoorbeeld door de schuldhulpverlening, maar
ook naar schuldenproblematiek op macroniveau: nationaal en internationaal, hoe deze tot stand
komt en benaderd wordt. Daarnaast wordt op mesoniveau gekeken naar schuldenproblematiek
van organisaties en de benadering daarvan, bijvoorbeeld in de omgang met faillissementen. Een
mesoniveau is ook hoe instanties omgaan met schuldenproblematiek.
De dominante benaderingen zijn tot nu toe steeds dat er terugbetaald moet worden, omdat
de schuldenaar (individu, organisatie of land) daar zelf debet aan is en derhalve ook de schuld
draagt van zijn of haar benarde positie. De benadering die in dit boek wordt gekozen is niet zo
rechtlijnig en dat maakt het interessant. Er wordt bijvoorbeeld niet enkel economisch gekeken,
maar ook antropologisch: Wat zijn er voor ruilsystemen in het geding? En wat voor betrekkingen
tussen mensen? Ook wordt in het boek ethisch gekeken: Wat doen schulden en schaarste
met mensen op het gebied van normen en waarden? Waar houdt het mensen ongewild in
gevangen?
De nieuwe en verschillende soorten analyses in het boek leiden ook tot mogelijke nieuwe
oplossingen van de schuldenproblematiek. Nieuw in de zin van: wat is “empowerend”? Wat kun je
doen om schuldgevoelens te voorkomen en strafmaatregelen en boetedoening tegen te gaan?
De samenstellers van het boek hebben een uitstekende inleiding geschreven, waarin ze kort elk
hoofdstuk duiden. Aan het slot schreven ze een prima eindhoofdstuk met conclusies. Daarin
geven ze aan dat er een onorthodoxe benadering naar boven komt in nieuwe en vernieuwende
praktijken. Hierop zullen we later ingaan.
Wat als achterhaald wordt beschouwd in het boek, is de visie dat schulden altijd moeten
worden terugbetaald, dat schulden louter een financiële kwestie zijn en dat schulden het
beste kunnen worden aangepakt door een gedragsverandering van alleen de schuldenaren. In
het boek komen diverse voorbeelden aan de orde waarin sprake kan zijn van kwijtschelding
van schulden. Verder wordt gesproken over schulden die veroorzaakt worden door beleid
van overheden en instanties en waarbij dus gewerkt kan worden aan het wegnemen van
de oorzaken bij de betreffende organisaties. Er is een morele oproep in het boek waarin
wederkerigheid niet op de eerste plaats geregeld wordt via de slogan “voor wat, hoort wat”,
maar waarin vertrouwen de basis is. Dat laatste impliceert ook dat het wantrouwen, dat nu de
boventoon voert in de benadering van schuldenaren, moet worden geschrapt als uitgangspunt
van handelen.
62 Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2015 Volume 24, Issue 1
BOOKS
Tevens wordt gekeken naar de consumptiemaatschappij, die veel gedrag dat tot schulden leidt
bevordert. Daar is de consumptiemaatschappij derhalve de schuldige. Ook wordt besproken hoe
– in de context van zo’n maatschappij – mensen beter voorbereid kunnen worden op adequaat
handelen in dergelijke situaties. Daarbij gaat het niet om straffen, maar om duurzaam behoeden.
Wij vinden het een inspirerend boek, ook vanwege de voorbeelden. We kunnen ze niet
allemaal bespreken, maar het hoofdstuk van Marc Rakers is bijvoorbeeld interessant omdat het
ingaat op zelfhulpinitiatieven en schuldenaren die elkaar hulp bieden. Ook het hoofdstuk van
Bredewild en Linders biedt aangrijpingspunten voor nieuwe vormen van handelen. Zij analyseren
ruilverhoudingen in de zorg en beschrijven hoe zorgverlening door bijvoorbeeld mantelzorgers
niet enkel ruil laat zien, maar ook “framing rules” in werking stelt, die vertrouwen kunnen
regelen of vertrouwelijkheid en nabijheid. Naast het “voor wat, hoort wat”-principe dienen
bij schuldhulpverlening, zo stellen zij, ook die andere framing rules betrokken te worden, zoals
vertrouwen dat je bereid bent elkaar te steunen en dat het niet altijd nodig is alles met geld te
regelen. In het hoofdstuk van Madern en Van der Schors gaat het over leerkrediet voor jongeren:
jongeren leren met geld om te gaan en met kleine leningen, zodat ze het effect van leningen leren
kennen en niet gelijk te grote risico’s nemen wat betreft kopen op krediet.
De “oplossing” die het boek propageert is sympathiek en noodzakelijk. Vooral noodzakelijk omdat
de door de auteurs geleverde maatschappijkritiek onweerlegbaar is. De “oplossing” schrijven
we tussen aanhalingstekens, omdat wel de ingrediënten van een oplossing zichtbaar worden
gemaakt, maar de oplossing zelf niet nauwkeurig beschreven wordt. Zoals de samenstellers zelf
zeggen: “We staan aan de vooravond van een nieuwe manier van kijken naar schulden...”. Aan de
vooravond van, maar hoe het er dan uit gaat zien zal zich toch nog verder moeten uitkristalliseren.
De “oplossing” had wat ons betreft iets verder gearticuleerd mogen worden. Ook hadden wel
wat meer accenten gelegd mogen worden op wat volgens de auteurs heel belangrijk is en wat
mogelijke concrete uitwerkingen zouden kunnen zijn, zonder ook maar iets af te doen aan de
waarde van de bijdrage van iedere auteur afzonderlijk.
Als recensenten willen wij enkele zaken accentueren, die overigens nauw met elkaar samenhangen.
Daarbij richten we ons op het microniveau van de individuen en het mesoniveau van de
instellingen en gaan we er vanuit dat specialisten dit kunnen vertalen naar macroniveaus. Ten
eerste denken wij, net als de schrijvers van dit boek, dat het belangrijkste uitgangspunt voor
vernieuwing zou moeten zijn dat een systeem van omgaan met schulden dient uit te gaan van
vertrouwen en niet van het wantrouwen dat mensen ofwel misbruik maken, ofwel het niet
Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2015 Volume 24, Issue 1 63
HARRIE VAN HAASTER, SASKIA VAN DORP
kunnen. Vertrouwen betekent vertrouwen in eigen regie, vertrouwen in mogelijkheden van de
eigen sociale contacten en vertrouwen in instanties dat geboden hulp niet enkel schuld en angst
maakt, maar juist vertrouwen genereert. In zo’n systeem is controle veel minder nodig, zijn er ook
minder regels nodig en worden vele manieren om schulden op te lossen gehonoreerd.
Het tweede accent dat we zouden willen leggen, is dat de visie op de schuldenaar moet
veranderen. Daarover worden veel behartenswaardige zaken gezegd in het boek en dat zou
tot een stevigere stellingname mogen leiden. Met name de eigen kracht van schuldenaren kan
beter dan nu gebeurt in het boek gearticuleerd worden, zodat die ook kan worden geadresseerd.
De eigen kracht is op de eerste plaats zijn ervaringsdeskundigheid. Ervaringsdeskundigheid
op het gebied van schulden zouden we als volgt willen beschrijven. Het is deskundigheid die
mensen verwerven op grond van: 1) de ervaring met het hebben van schulden, de oorzaken en
gevolgen daarvan en de manier waarop je daar (succesvol) mee om kunt gaan; 2) de positieve
en negatieve ervaringen (zoals controle en bureaucratie) met schuldhulpverlening en allerlei
organisaties die zich met armoedebestrijding bezig houden en de manier waarop je met deze
organisaties en bureaucratieën om kunt gaan; 3) de ervaring met een samenleving die enerzijds
schulden gemakkelijk genereert (de consumptiemaatschappij) en anderzijds mensen in armoede
uitsluit en de manier waarop je in zo’n samenleving toch kunt overleven als arme; en 4) de
ervaring met onderlinge steun en burgerinitiatieven op dit gebied. In het algemeen is belangrijk
dat ervaringsdeskundigheid verworven wordt door op je eigen ervaringen te reflecteren,
maar ook de ervaringen van anderen daarbij mee te nemen in processen van erkenning en
herkenning.
Naast de ervaringsdeskundigheid is eigen kracht op de tweede plaats te operationaliseren
in een specifieke koopkracht. Die koopkracht wordt immers ook bepaald door de indicatie
voor schuldhulpverlening. Aan deze indicatie zit geld vast en als een schuldenaar zelf regie
heeft over schuldhulpverlening kan hij ook zelf beslissen wie, waar, hoe, wanneer (et cetera)
betrokken wordt in zijn of haar schuldhulpverlening en daarvoor betaald wordt. Binnen de
participatiewetgeving en WMO kan een “cliënt” dan ook onderhandelen. Bijvoorbeeld over
voldoende vrijwilligersvergoeding voor “vrijwilligerswerk” dat hij of zij doet en op welke
manier dat vrijwilligerswerk kan worden verrekend met de schulden. Zo’n uitwerking sluit
nauw aan bij wat Pieter Hilhorst uit Amsterdam als voorstel naar voren bracht op het congres
waar dit boek gepresenteerd werd. Hij doet een voorstel om de schulden op een andere manier
te verrekenen, zodat schuldenaren sneller en met meer eigen initiatief van hun schulden af
kunnen komen.
64 Journal of Social Intervention: Theory and Practice 2015 Volume 24, Issue 1
BOOKS
Onze oplossing van schuldenproblematiek omvat derhalve twee heel concrete elementen. Ten
eerste de inzet van ervaringsdeskundigheid. Het is onze overtuiging dat ervaringsdeskundigen
naast professionals een uiterst belangrijke rol kunnen spelen in ondersteuning van lotgenoten, in
het opzetten van zelfhulp, in het bewerkstelligen van vertrouwensrelaties en in het teweegbrengen
van de cultuuromslag die nodig is. Ten tweede: meer eigen regie van mensen met schulden over
de schulddienstverlening en meer keuzevrijheid voor de schuldenaren in hoe zij van hun schulden
af willen komen. Wij zouden er vertrouwen in moeten hebben dat schuldenaren zelf meer
zeggenschap kunnen uitoefenen over de budgetten die er zijn voor schulddienstverlening. Wij
verwachten dat er dan veel flexibeler en effectiever gewerkt kan worden en ook dat er veel meer
soorten oplossingen zijn, die door schuldenaren zelf worden aangedragen.
Het boek is voor ons een bijzonder welkome publicatie die de inzet van ervaringsdeskundigen in de
uitvoering van armoede beleid ondersteunt.
ResearchGate has not been able to resolve any citations for this publication.
ResearchGate has not been able to resolve any references for this publication.