ChapterPDF Available

Ponsaers, P. , Devroe, E. (2015). “De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?”, in Ponsaers, P. , Bruggeman, W., Easton, M., Lemaître, De Toekomstpolitie, Triggers voor een voldragen debat , Reeks Veiligheidsstudies, Antwerpen / Apeldoorn: Maklu, 45-83.

Authors:

Abstract

In deze bijdrage schetsen we de resultaten van een onderzoek naar Europese politiemodellen. Het onderzoek werd gebaseerd op desktopresearch, literatuurstudie en gesprekken met politie-experts in diverse Europese landen en geeft een inzichtelijk kader dat gebaseerd is op eigen werkdefinities van essentiële karakteristieken van verschillende nationale politiebestellen. We onderscheiden, afgezien van de politiebestellen in Oost-Europese nieuwe lidstaten, in Europa drie verschillende types van bestellen, met name (1) historisch ontstane politiebestellen, (2) territoriaal ingedeelde politiebestellen en (3) bestellen met een eenheidspolitie. Binnen het eerste bestel worden de landen Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje geanalyseerd. Onder de ‘territoriale politiebestellen’ komen, de landen het Verenigd Koninkrijk (V.K.) en Duitsland en Zwitserland aan bod. In een laatste noemer brengen we Europese politiebestellen samen die één nationale politie kennen. Het gaat dan om Denemarken, Nederland en Schotland. Voor elk land worden de verschillende politiediensten en hun bevoegdheden geschetst, alsook cultuurhistorische elementen die deels de politiële organisatiestructuren kunnen verklaren. We sluiten af met een conclusie, en een korte beschouwing over de toekomst van Europese nationale politiebestellen.
Maklu 45
3
De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Paul Ponsaers1 & Elke Devroe2
In deze bijdrage schetsen we de resultaten van een onderzoek naar Europese politiesystemen.
Het onderzoek werd gebaseerd op desktopresearch, literatuurstudie en gesprekken met
politie-experts in diverse Europese landen en geeft een inzichtelijk kader dat gebaseerd
is op eigen werkdefinities van essentiële karakteristieken van verschillende nationale
politiebestellen. We onderscheiden, afgezien van de politiebestellen in Oost-Europese
nieuwe lidstaten, in Europa drie verschillende types van bestellen, met name (1) historisch
ontstane politiebestellen, (2) territoriaal ingedeelde politiebestellen en (3) bestellen met
een eenheidspolitie. Binnen het eerste bestel worden de landen Frankrijk, Italië, Portugal
en Spanje geanalyseerd. Onder de ‘territoriale politiebestellen’ komen, de landen het
Verenigd Koninkrijk (V.K.), Duitsland en Zwitserland aan bod. Onder een laatste noemer
brengen we Europese politiebestellen samen die één nationale politie kennen. Het gaat
dan om Denemarken, Nederland en Schotland. Voor elk land worden de verschillende
politiediensten en hun bevoegdheden geschetst, alsook cultuurhistorische elementen die
deels de politiële organisatiestructuren kunnen verklaren. We sluiten af met een conclusie,
en een korte beschouwing over de toekomst van Europese nationale politiebestellen.
Inleiding
Prognoses van de United Nations
3
voorspellen een stijging van de bevolking in
grootsteden. De stedelijke bevolking is snel aangegroeid sinds 1950, van 746 miljoen
naar 3.9 biljoen in 2014. Zo herbergt Azië, alhoewel het veel landelijk gebied kent,
53% van de stedelijke wereldbevolking, gevolgd door Europa (14%) en Latijns-
Amerika en de Caraïben (13%). Globaal genomen leven meer mensen in stedelijk
gebied, namelijk 54% in 2014. De stedelijke populatie zal in 2050 aangroeien
tot 66%. Grootsteden worden belangrijke ‘nodes of governance’, het accent van
besturen ligt anno 2014 in de grootstad (Devroe, 2014). Steden integreren actuele
1 Emeritus hoogleraar Universiteit Gent, voorzitter Centrum voor Politiestudies.
2 Hoofddocent Universiteit Leiden, Instituut voor Bestuurskunde, Crisis & Security Master, Cam-
pus Den Haag en hoofdredacteur Cahiers Politiestudies.
3 World Urbanization prospects, Economic and Social Affairs, Revision 2014, United Nations, New
York, 2014.
Toekomstpolitie.indd 45 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
46 Maklu
en toekomstige tendensen in diverse beleidsgebieden zoals wonen, werken, recre-
atie, gezondheid en milieu en ook veiligheid en moeten daarbij globale tendensen
beleidsmatig combineren. ‘Global cities arose in which the social-economic status
and the development became more determined by their role and position in the world
economy than by their own local priorities’ (Barber, 2013: 6). Toch blijven die lokale
prioriteiten, zeker voor de inwoners, de nodige aandacht vragen. De lokale politie
vervult hierin een cruciale rol.
De algemene tendens in Europese context plaatst de lokale (gemeentelijke) politie
in grootsteden, terwijl nationale politiediensten zich eerder in rurale gebieden
bevinden (Devroe & Ponsaers, 2013). Ondanks de toenemende urbanisering en de
aandacht voor grootsteden bij policing (Ponsaers, Edwards, Verhage & Recasens,
2014), wijzigen sommige Europese landen de architectuur van hun nationaal
politiebestel ingrijpend (Ponsaers et al., 2009) in de richting van een nationale
politie. Ze proberen hiermee greep te krijgen vanuit een centralistisch perspectief
op de politie, en indirect de macht van de nationale staat te versterken. Andere
Europese landen behouden een sterk lokaal verankerde politie, met aandacht voor
grootstedelijke problemen en de band tussen politie en burger. Grootstedelijk
politiebeleid wordt uiteraard steeds beïnvloed door − de organisatie van − het
(nationaal) politiesysteem. Daarom is het van belang nationale politiesystemen in
Europa onder de loep te nemen.
Een grondige analyse middels desktop research, literatuurstudie en gesprekken
met politie-experts in de verschillende landen leidde tot een analyse van Europese
politiebestellen, die nog niet eerder werd verricht. Inzicht in de huidige stand van
zaken van deze bestellen is noodzakelijk om de vraag of er trends vallen af te leiden
uit deze evolutie te kunnen beantwoorden. Deze bijdrage is een eerste aanzet tot
reflectie, waarbij we komen tot een typologie van politiebestellen. We ontwerpen
in dit artikel een inzichtelijk kader dat gebaseerd is op eigen werkdefinities van
essentiële karakteristieken van verschillende nationale politiebestellen. Een vervolg
op deze eerste grondige analyse kan gelegen zijn in een beantwoording van de
vraag of we − aan de hand van de vastgestelde verschuivingen − al dan niet iets
kunnen zeggen over de toekomst van de Europese politiebestellen. Momenteel
plaatsen we dus nog een vraagteken achter de titel, daarmee aangevend dat onze
conclusie over de toekomst noodzakelijkerwijze slechts gedeeltelijk is, gebaseerd
op een aantal wereldtendensen die we nu kennen. De toekomst, en dan vooral de
eventuele verschuivingen die zich in de volgende jaren nog zullen doorzetten in
het politielandschap, moeten aantonen of nationale staten rekening houden met
wereldevoluties zoals geografische veranderingen en wijzigingen in de aard van
besturen.
De analyse in deze bijdrage wordt gevoerd op het niveau van (nationale) politiebestel-
len in hun geheel, en niet op het niveau van politiediensten. Door deze bijdrage heen
Toekomstpolitie.indd 46 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 47
gaan we in op een aantal Europese landen die als archetypisch kunnen beschouwd
worden. Bij een aantal andere landen zullen we slechts terloops stilstaan4.
Na een beschrijving van enkele uitgangspunten van belang voor een goed begrip
van de politiesystemen, komen de verschillende landen aan bod. De schets van
het politiesysteem van een land verloopt volgens een eigen indeling, die gemaakt
werd na afronding van het onderzoek. Pas nadat elk systeem werd beschreven,
kon een analyse plaatsvinden die leidde tot een eigen typering. We onderscheiden,
afgezien van de politiebestellen in Oost-Europese nieuwe lidstaten, in Europa drie
verschillende types van bestellen. Het gaat met name om (1) historisch ontstane
politiebestellen, (2) territoriaal ingedeelde politiebestellen en (3) bestellen met
een eenheidspolitie. Binnen het eerste bestel ‘historisch ontstane politiebestellen’
worden, in volgorde, de landen Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje geanalyseerd.
Onder de ‘territoriale politiebestellen’ komen, in volgorde, de landen het Verenigd
Koninkrijk (V.K.) en een aantal federale staten (Duitsland en Zwitserland) aan bod.
Onder een laatste noemer brengen we Europese politiebestellen samen die één nati-
onale politie kennen. Het gaat dan om Denemarken, Nederland en Schotland. Voor
elk land worden de verschillende politiediensten en hun bevoegdheden geschetst,
alsook cultuurhistorische elementen die deels de politiële organisatiestructuren
kunnen verklaren.
We sluiten af met een conclusie, en een korte beschouwing over de toekomst van
Europese nationale politiebestellen.
1. Enkele basisuitgangspunten
1.1. Politie versus Policing
In dit artikel bespreken we het publiek politieapparaat, gemeenzaam de ‘politie’
genoemd. Het begrip ‘policing’ wordt in de Angelsaksische literatuur (Bayley &
Shearing, 1996, 2001; Crawford et al., 2005, Jones & Newburn, 2006; Loader, 2000)
gehanteerd om de activiteit van een complex netwerk van formele en informele
publieke en private partners aan te duiden die bijdragen tot de realisatie van de
politiefunctie. ‘Policing’ verwijst dus naar politiewerk in de breedste betekenis van
het woord, waarbij ook andere dan politiediensten worden begrepen (Terpstra,
Stokkom & Spreeuwers, 2013; Loader, 2000; Loader & Walker, 2001; Jones &
Newburn; 2006). Concreet gaat het dan om assemblages van politiediensten met
stadswachten, toezichters, buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) publieke
4 Doorheen het uitwerken van dit overzicht maken we abstractie van de Oost-Europese landen
(Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije
en Tsjechië). Het gaat om een andere realiteit in deze nieuwe lidstaten dan deze in de klassieke
Europese landen. Overigens werd recent een handboek gepubliceerd met betrekking tot de Cen-
traal en Oost-Europese politiebestellen (Mesko et al., 2013).
Toekomstpolitie.indd 47 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
48 Maklu
inspectiediensten; inlichtingendiensten; private commerciële diensten; private
politie in het openbaar vervoer, burgerinitiatieven, buurt informatie netwerken
(bin’s) enz.). ‘Politiefunctie’ is een generieke term die gehanteerd wordt voor een
politieactiviteit, bv. openbare ordehandhaving, handhaving van de wet, recherche,
toezicht of surveillance, wijkwerking, criminaliteitspreventie, enz. In dit artikel
beperken we onszelf tot publieke politiediensten, waarbij assemblages met externe
diensten buiten beschouwing worden gelaten. We beperken ons met andere woorden
tot de kernapparaten van de publieke politie als zodanig. In deze zin hebben we
het veeleer over ‘politie’ dan over ‘policing’.
1.2. Nationaal politiebestel: hiërarchisch geïntegreerd?
We hanteren de notie ‘nationaal politiebestel’ als werkdefinitie, waarbij verwezen
wordt naar het complex van verschillende wettelijk voorziene diensten die geza-
menlijk beschouwd worden als de publieke politie van een bepaald land, als zodanig
bekrachtigd van staatswege. Gegeven deze definitie focussen we op deze diensten
die beschikken over specifieke politiebevoegdheden die gedefinieerd zijn door de
nationale wetgever. Het gaat meer precies om die bevoegdheden die verbonden zijn
met het gebruik van het monopolie van legaal en/of legitiem geweld.
Ondanks de realiteit van internationale en Europese diensten die georiënteerd
zijn naar politiesamenwerking (bv. Interpol, Europol, Frontex, enz.), wordt het
operationele politiewerk nog steeds in grote mate gedefinieerd binnen nationale
grenzen. Binnen één en hetzelfde nationaal politiebestel kunnen er al dan niet
hiërarchische lijnen lopen tussen verschillende korpsen. In deze zin kunnen
verschillende korpsen geïntegreerd zijn of autonoom functioneren. We beschouwen
politiebestellen als empirische realiteiten, als politiesystemen, los van de notie
politiemodellen’ (Ponsaers, 2001).
1.3. Politiediensten: Functioneel of geografisch geïntegreerd?
Een politiedienst voert meestal verschillende politiefuncties uit tezelfdertijd.
Een dergelijke politiedienst wordt beschouwd als een dienst met geïntegreerde
bevoegdheden, of beter gezegd is generalistisch van aard. Niettemin kan een dienst
ook gespecialiseerde bevoegdheden verenigen die liggen binnen één (of enkele)
specifieke functies. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om een gerechtelijke politie
of een gendarmerie. In het laatste geval gaat het om een militaire eenheid die
gespecialiseerd is in openbare ordehandhaving.
In complexe politiebestellen zijn politiediensten nogal eens werkzaam op verschil-
lende geografische schalen. Sommige korpsen worden beschouwd als nationale of
federale korpsen, andere hun bereik wordt beperkt tot een provinciale of regionale
schaal, of zelfs tot op gemeentelijke schaal. Vanuit dit oogpunt kunnen politiedien
-
sten binnen één en hetzelfde politiebestel beschikken over verschillende geografische
Toekomstpolitie.indd 48 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 49
bevoegdheden. Sommige korpsen beschikken over nationale bevoegdheden, andere
beschikken over beperkte territoriale bevoegdheden. Dikwijls wordt een politiebestel
gekarakteriseerd door een spanning tussen centrale en lokale besluitvorming door
verschillende politieoverheden. De hiërarchie kan ‘geïntegreerd’ of ‘autonoom’ zijn.
De bevoegdheden kunnen worden opgedeeld naar functionele (generalistisch of
gespecialiseerd) bevoegdheden of geografische (nationaal of beperkte) bevoegdheden.
1.4. Eén/verschillende dienst(en), één/verschillende soort(en) van dienst(en)?
Verschillende politiediensten binnen één politiebestel kunnen beschikken over
verschillende opleidingen, salarisschalen en graden, verschillende controlerende
instanties of verschillende databestanden, verschillende wetgeving en verschillende
vakbonden, enz. Met andere woorden: verschillende politiediensten kunnen verschil-
lende soorten van diensten zijn. In de meeste gevallen is een dergelijk patchwork-achtig
format van een politiebestel het resultaat van lange historische evoluties. Daarom
noemen we een systeem dat ontstond vanuit een lange historische evolutie een
Historisch Divers Politiebestel’. Het gaat om een bestel met verschillende diensten
en verschillende soorten van diensten.
Ondanks het feit dat één politiebestel verschillende politiediensten kan bevatten, is
het mogelijk dat al deze diensten hetzelfde ‘format’ hebben. Meestal gaat het hier
om politiebestellen die gebaseerd zijn op een (lokale of supralokale) territoriale
werkverdeling. In een dergelijk politiebestel is elke dienst opgebouwd uit hetzelfde
soort van politie. Met andere woorden: de politieofficieren van de verschillende
politiekorpsen in een dergelijk bestel beschikken over dezelfde opleiding, databe-
standen, controlediensten, enz., maar hebben toch verschillende leiders. Meestal
zijn dit soort van diensten geografisch op diverse territoria georiënteerd. Daarom
noemen we dergelijke systemen ‘Territoriaal Verdeelde Politiebestellen’. Het gaat om
een bestel met verschillende diensten en één soort van politie.
Bepaalde politiebestellen is opgebouwd uit slechts één politiedienst. Dit soort van
bestellen is meestal het resultaat van een hervorming. Zij beschikken over een
Eenheidspolitie’. Meestal is het bestel identiek aan de politiedienst en wordt de
naam van ‘Nationale Politie’ of ‘Federale Politie’ gebruikt.
1.5. Ge(de)centraliseerd, Ge(de)concentreerd?
In deze paragraaf lichten we kort toe wat de termen decentralisatie en deconcentratie
betekenen. Concentratie refereert naar het geografisch centrum van waaruit de
politie opereert in een bepaald land. Deconcentratie is het tegenovergestelde, en
geeft dus aan hoe de politiecapaciteit geografisch verdeeld is over verschillende
plaatsen binnen een specifiek territorium. Met andere woorden, het begrippenpaar
concentratie/deconcentratie is verbonden met de territoriale allocatie en distributie
van capaciteit, en als gevolg daarvan met het aantal politieposten op een territorium.
Toekomstpolitie.indd 49 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
50 Maklu
Een gecentraliseerd korps is een korps waar de sturende macht verenigd wordt in één
centrale top. Decentralisering refereert naar de delegatie van macht naar onderlig-
gende niveaus in een politiekorps. Met andere woorden, het begrippenpaar centra-
lisering/decentralisering houdt verband met hiërarchische lijnen. Decentralisering
kan geografisch van aard zijn, maar evenzeer functioneel. Kortom: een centraal
gestuurd korps kan gedeconcentreerd zijn, terwijl een gedecentraliseerd korps
geconcentreerd kan functioneren.
2. Historisch ontstane politiebestellen
In deze paragraaf bespreken we een aantal Europese politiebestellen die beïnvloed
werden door de Franse traditie. In feite hebben we het meer precies over deze
landen die nog steeds een militaire gendarmerie in hun politiebestel herbergen.
Een gendarmerie is een militair korps dat belast is met politieopdrachten bij de
burgerbevolking. In essentie komt dit neer op een aantal landen: Frankrijk, Italië5,
Portugal en Spanje6. Een aantal landen die een ‘gendarmerie’ in hun politiebestel
hadden, maar niet langer vandaag, worden in deze paragraaf niet weerhouden7.
2.1. Het Franse politiebestel
Frankrijk beschikt over twee nationale politiediensten, meer precies de Police
National en de Gendarmerie. De macht tot het nemen van beleidsbeslissingen over
beide korpsen (de rekrutering, de opleiding en het management van loopbanen)
is gecentraliseerd bij de ‘Préfecture de Paris’ in de Franse hoofdstad Parijs. De
Nationale Politie is het grootste van beide korpsen. Het is verantwoordelijk voor
de grotere steden en grootsteden. De Gendarmerie is verantwoordelijk voor de rest
van het land. Naast deze twee grote en hiërarchische korpsen, zijn er eveneens zo’n
tweeduizend achthonderd kleine gemeentelijke korpsen, die betaald en beheerd
worden door de gemeenten zelf (Horton, 1995).
5 Deze paper maakt abstractie van de gendarmerie van San Mario, een microstaat die als enclave in
Italië ligt, en de Gendarmerie van Vaticaanstad.
6 In de Franstalige kantons van Zwitserland zijn de ‘gendarmeries’ in feite de geüniformeerde
burgerlijke politie en worden ze daarom niet besproken in deze paper.
7 Ten eerste wordt België niet uitvoerig beschreven in deze paragraaf, omdat we ervan uitgaan dat
de lezer vertrouwd is met het Belgisch politiebestel. De ‘gendarmerie’ (ook een Franse erfenis)
bestond tot 1998 en werd opgeheven bij de fundamentele hervorming van het Belgische politiebe-
stel. Ook Oostenrijk herbergde een ‘gendarmerie’ in het politiebestel. Bij de hervorming in 2005
verdween de ‘Bundesgendarmerie’ echter uit het Oostenrijkse politiebestel. Dezelfde evolutie kan
worden waargenomen in Luxemburg, een land dat dus ook niet in deze diepgaande analyse wordt
opgenomen. In Nederland bestaat nog steeds een ‘Koninklijke Marechaussee’, wat beschouwd
kan worden al een gendarmeriekorps. Omdat dit land recent een ingrijpende politiehervorming
doorvoerde wordt dit bestel elders besproken. Griekenland had een gendarmerie in het verleden,
maar dit korps werd geïntegreerd in de Griekse politie in 1984.
Toekomstpolitie.indd 50 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 51
Het huidige politiebestel in Frankrijk is het resultaat van een ingrijpende wijziging
ten gevolge van de Franse Revolutie. Napoleon Bonaparte was keizer en kende de
waarde van een sterke militaire aanwezigheid op Frans grondgebied tijdens zijn
veldtochten op vreemd territorium. Hij verbreedde de rol van de Gendarmerie
en was tevens de architect van het civiele politiekorps, de ‘Police Nationale’, dat
geïnstalleerd werd in de grote Franse steden.
De politiehervorming, die ingezet werd door Napoleon Bonaparte, werd later
uitgebreid door Louis Napoleon III in het midden van de 19de eeuw. Hij kwam aan
de macht op het moment dat Frankrijk interne onrust kende en vele burgers de
oprichting van een socialistische republiek steunden. Napoleon III wendde de politie
aan om de socialistische beweging te onderdrukken. Zijn brutale methoden dwongen
de politie in een rol die zij nooit meer kwijt speelden in de ogen van de Franse
publieke opinie. De Franse politie, of het nu ging om de militaire Gendarmerie of de
civiele Nationale Politie, worden beschouwd als een onderdeel van een politiestaat
(Jones & Johnstone, 2011).
Om het functioneren van deze twee nationale politiekorpsen te begrijpen is het
van belang een basisverschil te maken tussen administratieve en gerechtelijke
bevoegdheden (Monjardet, 1996). Administratieve bevoegdheden omvatten de
handhaving van de openbare orde, het inwinnen van politieke inlichtingen, ver-
keerscontrole en andere administratieve taken. De verantwoordelijkheid voor deze
administratieve bevoegdheden werd geconcentreerd in de handen van de Minister
van Binnenlandse Zaken. De gerechtelijke bevoegdheden werden uitgeoefend door
de Minister van Justitie. Los van deze ministeries was de Minister van Defensie
eveneens verantwoordelijk voor de Gendarmerie (Berlière, 1996).
Vandaag is de Franse Gendarmerie nog steeds een militair korps, met een sterk
gecentraliseerde hiërarchie, een machtige top en gedeconcentreerde comman-
dogeledingen (Stead, 1983). De Gendarmerie zou bij machte moeten zijn alle
politiefuncties waar te nemen, zowel de gerechtelijke als de administratieve. Het
korps is met andere woorden functioneel geïntegreerd. Het korps is vooral actief
in kleine rurale gemeenten (Dieu, 2002).
Vóór 1941 werd de Gendarmerie in balans gehouden door autonome gemeentelijke
korpsen, die actief waren in gemeenten met meer dan 10.000 inwoners. Tijdens het
Vichy-regime, in 1941, werden deze gemeentelijke korpsen samengebracht in de
Police Nationale, met een belangrijke deconcentratie in het ganse land. De Nationale
Politie opereert onder de controle van de Directeur-Generaal van de Minister van
Binnenlandse Zaken (Stead, 1983). Met betrekking tot de operationele aspecten
coördineren negen directoraten het werk van de Nationale Politie. De belangrijkste
operationele directoraten zijn de centrale directie van de gerechtelijke politie en de
centrale directie van de openbare veiligheid.
Toekomstpolitie.indd 51 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
52 Maklu
Als gevolg van bovenstaande beschikte Frankrijk vanaf 1941 over twee nationale
politiekorpsen, beide met breed geïntegreerde functionele bevoegdheden, maar
autonoom leiderschap. Een zekere geografische werkverdeling tussen beide korpsen
kan worden waargenomen.
Sinds 1800 heeft Parijs haar unieke ‘Préfecture de Paris’, een onderdeel van de
Nationale Politie. Deze ‘préfecture’ is belast met de bijzondere behoeften van de
metropool, meteen ook de zetel van de nationale regering, de plaats waar ontelbare
ambassades en consulaten gevestigd zijn en een magneet voor toeristen, studenten,
artiesten, zakenmensen, … gedurende het ganse jaar. De politieprefect functioneert
vrijwel autonoom met zijn eigen administratieve en operationele eenheden (Stead,
1983). De politico-administratieve context van Parijs genereerde het ontstaan van
een politieprefect die beschouwd kan worden als ‘de almachtige’ in het domein van
veiligheid in de hoofdstad (Renaudie, 2008).
Vanaf 1966 valt de herinrichting van nieuwe gemeentelijke politiekorpsen op in
de grotere Franse steden (Le Goff, 2009; Malochet, 2007). Deze gemeentelijke
korpsen functioneren autonoom van de twee nationale korpsen, terwijl observatoren
opmerken dat de sterke Nationale Politie de snelle ontwikkeling van gemeentelijke
korpsen tracht af te remmen. De gemeentelijke politie is verantwoordelijk voor
verkeer, openbare gezondheid, openbare orde en rust (Vogel, 1993).
In Frankrijk worden we geconfronteerd met een bijzonder historisch bepaald
politiebestel, met een sterke centrale klemtoon, nauwelijks in balans gehouden door
relatief nieuwe lokale politiekorpsen, een balans die vanuit democratisch oogpunt,
wellicht wenselijk is. Alle types van politiekorpsen functioneren autonoom van
elkaar. Het Franse systeem wordt aanzien als het meest ontwikkelde voorbeeld van
centralisering en de wens van de staat om haar burgers te controleren.
2.2. Het Italiaanse politiebestel
Italië beschikt over een grote variëteit aan politiekorpsen. Er zijn momenteel vijf
verschillende nationale politiekorpsen in Italië. Er bestaat een grote overlap tussen
verschillende korpsen. Gedurende de 19
de
eeuw was het inspiratiemodel dat van de
Franse centralistische staat, hoewel er ook wat Pruisische invloeden waren.
Twee nationale korpsen zijn het meest prominent, met name de ‘Polizia di Stato
(de staatspolitie) en de ‘Carabinieri’. Kleine gemeenten zullen normaal enkel
de Carabinieri tot hun beschikking hebben, maar beide nationale korpsen zijn
aanwezig in grotere steden, hetgeen onvermijdelijk concurrentie teweegbrengt op
het domein van het gerechtelijk werk (Collin, 1985). We bespreken eerst en vooral
de ‘Carabinieri’.
Toekomstpolitie.indd 52 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 53
Vanaf 1796 beginnen de militaire veroveringen van Napoleon Bonaparte tot 1814.
Hiermee werd het grootste deel van Italië onder Franse overheersing gebracht.
Na de verovering door Napoleon van Italië, creëerde de koning van Piemonte een
gelijkende versie van de Franse gendarmerie en reorganiseerde de reeds bestaande
lokale politiekorpsen in het korps van de Carabinieri (Collin, 1985). Vanaf 1815,
wanneer de Franse hegemonie ten einde kwam, tot 1848 was Italië sterk verdeeld en
gefragmenteerd. Slechts in 1861 werd het land terug verenigd en was Italië als staat
een politieke realiteit. Italië adopteerde het Franse systeem, met een gecentraliseerde
administratie, om het hoofd te kunnen bieden aan de sociale onrust en de politieke
instabiliteit (Canosa, 1976).
In dit klimaat kwam de nood aan een sterke en gecentraliseerde regering naar voor,
waaruit op haar beurt de behoefte groeide aan een sterke en gecentraliseerde politie.
De Carabinieri werden gezien als een sterk cohesief instrument van de politieke
macht (Collins, 1985). Tot de opdrachten van dit korps behoort de handhaving van
de openbare orde. Nadat het korps enkele keren werd heringericht kwamen de
Carabinieri onder de duale verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse
Zaken (daar waar het gaat om openbare orde en veiligheid) en van het Ministerie
van Defensie (daar waar het gaat om militaire opdrachten). Het korps is één van
de componenten van de gewapende macht (Collin, 1999).
De origine van de Polizia di Stato gaat terug tot 1848, op het moment dat de Guardia
Nazionale (de nationale garde) werd opgericht, eveneens sterk geïnspireerd op het
Franse model en gecreëerd om de Carabinieri tegengewicht te bieden. Na haar
oprichting werd het korps in 1852 omgevormd tot het Corpo delle Guardie di
Pubblica Sicurezza. In overeenstemming met het Franse politiebestel werden de
officieren van dit korps onder de autoriteit van de Minister van Binnenlandse Zaken
geplaatst in 1890. In 1919 werd het korps echter geïntegreerd in de gewapende
machten (Dunnage, 1997). In 1925 noemde Mussolini de officieren van de Pubblica
Sicurezza het ‘Corpo degli Agenti di Pubblica.
De naam Polizia di Stato werd slechts ingevoerd met de hervormingswet van 1981
(Roodenburg, 2004; Den Boer, 1993). Deze hervorming was grotendeels gericht
op de afschaffing van het autoritarisme en de toepassing van civiele regels op
politieofficieren. De hervorming bracht dan ook de demilitarisering van de nationale
politie met zich mee en de syndicalisering (Lopez-Pintor & Morlina, 2003; Nolte,
2003). De resultaten van een onderzoek naar het resultaat van de hervorming van
1981 tonen een groeiende positieve attitude ten aanzien van een politiecarrière
(Balloni & Bisi, 1990). De bevindingen van deze survey worden bevestigd door
ander onderzoek (Asale, 2003).
Naast de Carabinieri en de Nationale Politie zijn er nog drie andere staatskorpsen.
Op de eerste plaats is er de Guardia di Finanza (financiële garde), die het Ministerie
van Financiën bijstaat bij het heffen van belastingen, douaneverplichtingen nagaat en
Toekomstpolitie.indd 53 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
54 Maklu
de tariefwetgeving superviseert (Umberto, 2010). Op de tweede plaats is er het Corpo
Forestale dello Stato (het national boskorps), dat een handhavende Dienst is voor het
Ministerie van Land- en Bosbouw. In laatste instantie is er de gevangeniswacht, of de
Polizia Penitenziaria, die eveneens wordt beschouwd als een politiekorps en onder
de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie functioneert (Palidda, 1992).
Naast deze opvallende aanwezigheid van nationale politiekorpsen valt het op dat
elke gemeente nog steeds de beschikking heeft over haar eigen lokale politie (polizia
municipale), die zich vooral richt op verkeersproblemen en parkeerboetes in de
steden. Deze lokale korpsen hadden in het verleden erg te maken met inefficiëntie
en corruptie, waardoor ze steeds minder bevoegdheden kregen in het domein van
de gerechtelijke politie (Roach & Thomaneck, 1985).
De Italiaanse politie maakt een functioneel onderscheid tussen de polizia sicurezza of
de administratieve politie, en de polizia giudiziaria (met een gerechtelijke finaliteit)
in overeenstemming met het Franse systeem. De functie van de veiligheidspolitie
behelst vooral de handhaving van de openbare orde en criminaliteitspreventie.
De gerechtelijke functie viseert vooral de repressie van criminaliteit. In deze zin
zijn alle korpsen functioneel geïntegreerd tot op zekere hoogte, terwijl binnen de
korpsen gespecialiseerde entiteiten werkzaam zijn, die niet geïntegreerd werken
(Perrodet, 2002; Barbagli & Sartori, 2004).
2.3. Het Portugese politiebestel
De ‘Polícia de Segurança Pública’ en de ‘Guarda Nacional Republicana’ werden nog
lange tijd als voorstanders van de dictatuur aanzien (Agra et al., 2001). We schetsen
even kort de zgn. ‘tweede republiek’, het corporatistische autoritaire regime dat werd
ingericht in Portugal in 1933. Dit was grotendeels geïnspireerd door conservatieve
en autoritaire ideologieën van António de Oliveira Salazar, heerser over Portugal
van 1932 tot 1968. In 1968 werd hij vervangen door Marcelo Caetano. Deze ‘tweede
republiek’ verzette zich sterk tegen communisme, socialisme, liberalisme en was
tevens uitgesproken koloniaal van aard.
Het regime werd sterk bekritiseerd door de internationale gemeenschap na wereld-
oorlog II en de dekolonisering. Het regime en haar geheime politie onderdrukten
elementaire burgerlijke rechten en politieke vrijheden om het regime in stand te
houden. Het was één van de langst overlevende rechtse dictaturen in Europa. Langer
dan drie decennia overleefde deze dictatuur zelfs de Duitse en Italiaanse fascistische
regimes. Slechts op 25 april 1974, met de Anjerrevolutie, werd een militaire coup
georganiseerd door linkse Portugese militaire officieren, die − na 48 jaar dictatuur
in Portugal − een einde maakte aan de tweede republiek. De dictatuur drukte zwaar
haar stempel op de ontwikkeling van het land en meer in het bijzonder op deze
van de veiligheidsproblematiek en de organisatie van de politie. Dat is de reden
Toekomstpolitie.indd 54 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 55
waarom de ‘Polícia de Segurança Pública’ en de ‘Guarda Nacional Republicana
nog lange tijd werden aanzien als voorstanders van de dictatuur (Agra et al., 2001).
Portugal is vandaag een unitaire staat (Rodrigues, 1998). De interne Portugese
veiligheid is gebaseerd op verschillende korpsen en diensten die georganiseerd
zijn op nationaal niveau: de ‘Polícia de Segurança Pública’ (PSP) (de politie op
de openbare Veiligheid), de ‘Guarda Nacional Republicana’ (GNR) (de nationale
garde van de republiek), de ‘Polícia Judiciária’ (PJ) (de gerechtelijke politie) en de
‘Serviço de Estrangeiros e Fronteiras’ (de politie van de vreemdelingen en van de
grenzen). Al deze korpsen functioneren volgens een duidelijke hiërarchische en
verticale structuur (Sousa, 2003).
De verantwoordelijkheid voor de interne veiligheid wordt gedeeld tussen twee
departementen: het Ministerie van Justitie en dat van Binnenlandse Zaken. De
‘Polícia de Segurança Pública’ en de ‘Guarda Nacional Republicana’ staan onder de
voogdij van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het Ministerie van Justitie is
verantwoordelijk voor de ‘Polícia Judiciária’. De ‘Serviço de Estrangeiros e Fronteiras
is ondergebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
De Guarda Nacional Republicana is de directe afstammeling van de Koninklijke
Politie Garde die in 1801 in Lissabon tot stand kwam. Voor deze garde stond de
Franse Gendarmerie als model. Een gelijkaardige koninklijke wacht werd opgericht
in Porto. In 1834 schafte de koning deze koninklijke wachten af in Lissabon en
Porto en richtte de gemeentelijke wachten op in beide steden. In 1868 werden beide
wachten onder een gemeenschappelijk commando geplaatst en ondergebracht in
kazernes in Lissabon, welke vandaag nog steeds het hoofdkwartier vormen van de
GNR (Durão et al., 2005).
Na de revolutie van 1911, waardoor de constitutionele monarchie werd vervangen
door een republiek, wijzigde de naam van de gemeentelijke wachten in repu-
blikeinse wacht (Guarda Nacional Republicana). In 1993 absorbeerde het korps
de onafhankelijke Fiscale Wacht (Guarda Fiscal). Het korps heeft verschillende
geledingen. Het heeft bevoegdheid over het hele Portugese territorium, maar is
vooral aanwezig in rurale gebieden. Het korps is bevoegd in de domeinen van de
handhaving van de openbare orde, de veiligheid van burgers en eigendommen,
de criminaliteitspreventie, de beteugeling van fiscale inbreuken, de samenwerking
met gerechtelijke overheden en politiële en militaire missies (bijstand verlenen aan
de nationale defensie).
De Polícia de Segurança Pública (PSP), vandaag van civiele aard, was voorheen een
paramilitair korps. De opdrachten van de PSP zijn vooral de verdediging van de
republikeinse democratie, het handhaven van de interne veiligheid en de rechten van
de burgers. De PSP is vooral aanwezig in grotere stedelijke omgevingen. Omwille
van haar hoge visibiliteit is de PSP algemeen erkend door het publiek als ‘de’ politie
Toekomstpolitie.indd 55 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
56 Maklu
van Portugal. De PSP omvat twee grootstedelijke commando’s (in Lissabon en Porto),
18 districten op nationaal niveau en twee afzonderlijke regionale districten (Azoren
en Madeira). Verder beschikt de PSP over drie gespecialiseerde eenheden. De PSP
is verantwoordelijk voor criminaliteitspreventie, de identificatie en arrestatie van
criminelen en de handhaving van de openbare orde. Tot op grote hoogte zijn de
opdrachten van het korps identiek met deze van de Nationale Republikeinse Wacht.
Globaal kan gesteld worden dat de Guarda Nacional Republicana nog steeds func-
tioneert binnen een militair-bureaucratisch politiemodel, met elementen van een
lawful politiemodel (Ponsaers, 2001). De PSP tracht dit beeld te doorbreken door
meer te refereren naar een Community Policing model, doch het korps lijkt er niet
in te slagen dit model voluit te implementeren. Inzake preventie is de PSP deels
gericht op de Community Policing filosofie.
Er bestaat geen hiërarchische relatie tussen de Nationale Republikeinse Wacht en
de PSP. De arbeidsverdeling tussen beide korpsen is vooral geografisch van aard.
De Gerechtelijke Politie (Polícia Judiciária) is een ander autonoom politiekorps.
Eens een onderzoek naar een strafzaak wordt opgestart, dient dit korps hiervan
op de hoogte gebracht te worden. Het is de taak van dit korps bewijselementen te
verzamelen in het kader van de opsporing. Het korps is sterk gespecialiseerd in
technisch en wetenschappelijk sporenonderzoek (Cluny, 1995).
De Serviço de Estrangeiros e Fronteiras is het laatste Portugese korps met politiebe-
voegdheden. Het is de taak van dit korps het Portugese beleid inzake immigratie
en asiel uit te voeren.
2.4. Het Spaanse politiebestel
Onder Franco (1939-1975) kwam een tripartite politiebestel tot stand in Spanje:
de civiele wacht (Guardia Civil), de Gewapende Politie (Policía Armada) en de
Gemeentelijke Politie (Policía Municipal). Tijdens het Franco regime werd de politie
versterkt en beschouwd al een reactionair element, dat werd geassocieerd met intern
toezicht en politieke repressie. Tegen het einde van de 19
de
eeuw, voerde de Guardia
Civil campagne tegen criminele en anarchistische elementen. De gemeentelijke
politie kon het best omschreven worden als een autonoom lokaal verkeerskorps,
terwijl de Guardia Civil en de Policía Armada nationale militaire korpsen waren,
bestemd om de controle te voeren over de bevolking op Spaans grondgebied en de
nationale openbare veiligheid te handhaven (Becker, 1973).
De Spaanse grondwet van 1978 markeert duidelijk het ‘politiek genegocieerde’
einde van vier decennia dictatuur in Spanje. Vanuit grondwettelijk oogpunt kan
Spanje gekarakteriseerd worden als een ‘regionale staat’, om haar te onderscheiden
van gecentraliseerde en federale structuren, hoewel het Spaanse systeem er eerder
Toekomstpolitie.indd 56 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 57
naar tendeert te functioneren als een federatie dan als een centrale staat. Spanje
ontwikkelde van een sterk gecentraliseerd systeem, met slechts twee beleidsniveaus
(centraal en lokaal) naar een tripartite systeem, met centrale, regionale en lokale
regeringen (Carrillo Cordero, 2003). De structuren, machten en verantwoorde-
lijkheden van subnationale regeringen ondergingen een radicale transformatie
afgelopen twintig jaar (Recasens, 1999).
De staat en de centrale regering (Madrid) stamt uit een Napoleontische traditie. De
staat heeft een nationaal burgerlijk politiekorps (Cuerpo Nacional de Policía) en een
nationale civiele wacht (Guardia Civil), de Spaanse Gendarmerie. Het is een korps
met hoge mobiliteit en is in staat om in grote rurale gebieden te patrouilleren.
Op nationale schaal vertegenwoordigen deze twee staatsdiensten de meerderheid
(2/3
de
) van de politieofficieren in Spanje. De Nationale Politie is voornamelijk
verantwoordelijk voor stedelijke omgevingen, terwijl de Guardia Civil vooral functi-
oneert in rurale gebieden (Valriberas Sanz, 1999). Beide nationale korpsen hebben
geïntegreerde bevoegdheden. De Guardia Civil is afhankelijk van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en van het Ministerie van Landsverdediging.
Het tweede niveau is dat van onafhankelijke regionale regeringsmacht, met name
dat van de ‘autonome gemeenschappen’ (Comunidades Autónomas), met verkozen
regeringen en Parlementen, zoals bv. Catalonië en Baskenland. Catalonië beschikt
over haar eigen politiemacht, de Mossos d’Esquadra, terwijl Baskenland beschikt
over de Ertzainza. Ook deze regionale korpsen beschikken over geïntegreerde
bevoegdheden. De regionale korpsen zijn eveneens sterk aanwezig in de belangrijkste
metropolen in hun regio (bv. Barcelona) (Domínguez-Berrueta De Juan et al., 1997).
Het derde niveau is dat van de gemeenten, met verkozen burgemeesters (gedu-
rende de dictatuur werden zij willekeurig aangeduid door de centrale regering).
De gedemocratiseerde gemeenten wonnen tot op grote hoogte aan zelfbestuur.
De burgemeesters werden aangesteld als de overheden van hun eigen lokale
politiekorpsen. Deze Guardia Urbana heeft voornamelijk haar werkdomein in de
publieke veiligheid en het stedelijk verkeer (Rabot, 2004).
Het geschetste tripartite model, zonder enige vorm van organische of functionele
hiërarchie, was aangewezen op versterkte coördinatie. Dit was moeilijk omwille
van de slechte kwaliteit van de wet van 1986 (Sanders & Young, 2002).
3. Territoriaal ingedeelde politiebestellen
Hier bespreken we een aantal Europese politiebestellen met een territoriaal gedecen-
traliseerd en gedeconcentreerd politiebestel. We bespreken het Verenigd Koninkrijk
(V.K.) en een aantal federale staten (Duitsland en Zwitserland).
Toekomstpolitie.indd 57 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
58 Maklu
Het V.K. bevat vier gebieden: Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland. Het
V.K. is een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. De openbare
administratie is deels nationaal georganiseerd, deels ondergebracht bij lokale
overheden. Daar waar het gaat om de verantwoordelijkheid voor politie en crimineel
beleid wordt de institutionele context bemoeilijkt door het feit dat het Schotse
Parlement en de Noord-Ierse assemblee belangrijke bevoegdheden uitoefenen in
deze materies. Momenteel wordt een levendig debat gevoerd over de wenselijkheid
en de mogelijkheid deze materies ook over te laten aan de regering van Wales,
terwijl deze bevoegdheid momenteel wordt uitgeoefend door het Home Office en
het Ministerie van Justitie van Engeland en Wales. Voor Engeland en Wales bestaat
er dus momenteel slechts één wetgevend kader, met als gevolg dat het politiebestel
van beide landen hetzelfde is. In deze bijdrage beperken we ons tot een bespreking
van Engeland en Wales samen8.
Naast de situatie in Engeland en Wales zijn er natuurlijk federale staten in Europa.
Een federale staat bestaat uit één centrale overheid en een aantal deelgebieden.
Deze hebben alle eigen bevoegdheden die niet door het centrale gezag ingeperkt
kunnen worden, een eigen volksvertegenwoordiging, en een eigen regering. Dit
machtsevenwicht is steeds grondwettelijk vastgelegd. In Europa zijn er slechts
enkele federale staten: ons eigen land België, Oostenrijk, Zwitserland een uiteraard
als belangrijkste federale staat: Duitsland. Het lijkt een evidentie dat het federaal
karakter impact heeft op het politiebestel van een land en eventueel een territoriaal
verdeelde politie instelt. Dit is de reden waarom een aantal van deze bestellen van
naderbij bekeken wordt in deze paragraaf. In de Bondsrepubliek Duitsland treffen
we inderdaad een sterk gedecentraliseerd bestel aan9. In Zwitserland is sprake van
een reële kantonale politie op het niveau van de deelstaten. We zullen er dan ook
de nodige aandacht aan geven10.
8 In Noord-Ierland en Schotland bestaan momenteel reële nationale politiediensten, die sterk af-
wijken van de situatie in Engeland en Wales. Los van het V.K. bestaat de onafhankelijke Ierse
Republiek, die beschikt over de nationale Garda Síochána (‘de vredeswacht’). Dit bestel kan even-
eens niet beschouwd worden als samengesteld uit territoriale korpsen, zoals dat wel het geval is
in Engeland en Wales.
9 In Oostenrijk valt politie onder de verantwoordelijkheid van het Federale Ministerie van Bin-
nenlandse Zaken, gehuisvest in Wenen. Het bestel werd in 2005 hervormd, hetgeen leidde tot de
consolidatie van de federale politie (Bundespolizei), de federale criminele politie (Bundeskrimina-
lamt) en de Bundesgendarmerie in negen federale commando’s op het niveau van de federale staat.
Daarnaast beschikt Oostenrijk over een 21-tal gemeentelijke korpsen. Op dit bestel wordt hier
niet nader ingegaan.
10 Het Belgische systeem is wellicht het meest gedecentraliseerde bestel in Europa, met een sterke
nadruk op lokale (zonale) politie, gecomplementeerd met een federale politie. Zoals aangekon-
digd gaan we, aangezien de lezer vertrouwd is met dit bestel, niet afzonderlijk in op de situatie in
België .
Toekomstpolitie.indd 58 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 59
3.1. Het politiebestel in Engeland en Wales
Engeland en Wales tellen 48 ‘counties’ (graafschappen). Een ‘county’ is een
administratieve, geografische en politieke entiteit die merkelijk groter is dan een
gemeentelijk territorium. Counties kunnen samengesteld zijn uit één enkel district
of verdeeld zijn in verschillende districten en beschikken over een raad. Zes van de
counties bevatten metropolen, en worden dus ‘metropolitan counties’ genoemd.
De huidige situatie is het resultaat van een incrementele hervorming. Veel van de
huidige counties kwamen tot stand gedurende de middeleeuwen. In 1974 werd
de toenmalige lokale structuur van administratieve counties buiten Groot Londen
afgeschaft en een nieuwe gecreëerd.
Er bestaan 41 county korpsen, die de lokale politiediensten van Engeland en Wales
vormen, samen met de Metropolitan Police en de City of London Police. Naar deze
43 politiekorpsen wordt meestal verwezen als de ‘Home Office’ korpsen. Samen
oefenen zij de ‘territoriale politie’ uit in Engeland en Wales (Mawby & Wright,
2003). Zij werken onafhankelijk van elkaar. Alle korpsen werken in het verlengde
van de richtlijnen die verstrekt worden door het Home Office. In Londen zijn er
twee ‘constabularies’: de City of London police, verantwoordelijk voor het toezicht
of de belangrijkste financiële markten en de bescherming van de Londense beurs.
De rest van de hoofdstad staat onder het toezicht van de Metropolitan Police Service
(Cohen, 1979/1981).
Het Home Office vaardigt richtlijnen uit die door de korpsen dienen te worden
opgevolgd. Nochtans beschikt elk korps over haar eigen overheid, die deels verant-
woordelijk is voor de financiering van de lokale territoriale politie. Aangezien er 43
lokale korpsen zijn, zijn er 43 lokale overheden, die elk onafhankelijk van elkaar
werken. De korpsen variëren in omvang, en elk korps heeft haar eigen korpschef (de
‘chief constable’ genoemd). De korpschefs rapporteren over hun activiteiten aan het
Home Office en de lokale politieautoriteit. De counties worden deels gefinancierd
door de centrale regering en deels door middel van lokale belastingen. De ultieme
verantwoordelijkheid voor de lokale territoriale korpsen ligt bij de ‘Home Secretary’
(Brodeur, 1995).
Het bestel dat vandaag in Engeland en Wales geldt dateert van 1829, wanneer
de Metropolitan Police Act van kracht werd. Het bestel werd ontworpen door
sir Robert Peel, de toenmalige Home Secretary (Mawby, 2003). De Londense
Metropolitan Police die door hem werd opgericht in 1829 was een centraal gecon-
troleerd geüniformeerd korps, gericht op het monitoren van het openbaar leven en
op criminaliteitspreventie, eerder dan op de repressie ervan (Rodgers & Gravelle,
2012). De belangrijkste tekortkoming van het bestel was het gebrek aan lokale
controle op de politie (Emsley, 2003). Door inspecteurs uit de werkende klasse te
rekruteren hoopte Peel dat de relatie tussen de politie en het publiek zou worden
gewaarborgd (Wall, 1998; Critchley, 1978).
Toekomstpolitie.indd 59 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
60 Maklu
Samen met de Metropolitan Police ontstonden eveneens andere structuren die
voortvloeiden uit de bekommernis omtrent de stijgende criminaliteit. Tussen
1836 en 1839 accepteerde de centrale regering het principe dat de supervisie op de
politiekorpsen, met uitzondering van de Londense Metropolitan Police, de verant-
woordelijkheid was van de lokale overheden. De centrale regering plaatste eveneens
haar politiediensten onder de supervisie van ‘Chief Constables’, die aangesteld
werden door het Home Office, welke drie jaar later onder lokale controle werden
gebracht (Emsley, 2003). Tijdens de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw
werd het huidig stelstel verfijnd. Tegen 1930 was het oorspronkelijk amateuristisch
en chaotische bestel vervangen door een stabiel politiestelsel (Newburn, 2003).
Na een reeks van publieke schandalen waarbij ‘Chief Constables’ betrokken waren,
werd de Koninklijke Commissie m.b.t. de Politie ingesteld in 1960. Het was de
eerste keer dat de principes, de organisatie en de grondwettelijke positie van de
politie publiek werd onderzocht. Het hoofdrapport werd in 1962 gepubliceerd. De
Commissie pleitte voor de instelling van een systeem met lokale korpsen, met een
toenemende centrale coördinatie. Tevens stelde de Commissie voor de grootte van de
korpsen te verhogen, zodat een efficiënter beheer op lokaal niveau kon gewaarborgd
worden (Wall, 1998). Het rapport van de Koninklijke Commissie onderbouwde de
Police Act van 1964, die de huidige structuur van de politie vastlegde.
De bekommernis om de relatie tussen politie en de bevolking te verbeteren werd
geïntensifieerd in de nasleep van de grote rellen in Brixton, Zuid-Londen, in april
1981, die het voorwerp werden van een officieel onderzoek dat geleid werd door Lord
Scarman (Ponsaers & Devroe, 2012). Het Scarman Report (1981) is het belangrijkste
referentiepunt geworden in de recente geschiedenis van de Britse politie, niet in het
minst omwille van de kritiek die het inhield op de militaristische politiestrategieën.
De kritiek was eveneens gericht op de agressieve ‘stop and search’ praktijk van jonge
mannen uit lage inkomstengroepen in specifieke wijken, die dikwijls afkomstig
waren uit minderheden (Benyon, 1984; Benyon & Solomos, 1987).
De accountability van de politie wordt momenteel gestuurd door drie systemen. Op
de eerste plaats door het Home Office via het jaarlijks nationaal politieplan, dat in
het Parlement wordt besproken. Op de tweede plaats is er de lokale politie autoriteit,
welke verantwoordelijk is voor het handhaven van een effectief en efficiënt korps.
Zij bepaalt de lokale politieprioriteiten, in overeenstemming met het nationaal
politieplan. Op de derde plaats is er de Chief Constable zelf, die verantwoordelijk
is voor de directie en de controle van het korps, in het bijzonder voor operationele
aangelegenheden (Hope, 1996).
Naast de lokale politiediensten, wiens bevoegdheid beperkt is tot een bepaalde
geografische omschrijving, zijn er in Engeland en Wales nog vijf niet territoriale
politiediensten, die op het gehele territorium actief zijn. De British Transport Police
is de nationale politiedienst die verantwoordelijk is voor de spoorwegen. De Civil
Toekomstpolitie.indd 60 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 61
Nuclear Constabulary is een gespecialiseerde en gewapende dienst, wiens job het
is de nucleaire sites en het nucleair afval en materiaal te beschermen. De Ministry
of Defence Police is een civiel politiekorps dat deel uitmaakt van het ministerie van
Defensie. Elk van genoemde diensten beschikt over een specifieke verantwoordelijk-
heid en opereert op het ganse grondgebied van het VK (Mawby & Wright, 2003).
De Port of Dover Police superviseert de grootste passagiershaven in de wereld. De
National Crime Squad staat in het centrum van de strijd tegen ernstige en georga-
niseerde criminaliteit. Het gaat vooral om het bestrijden van drugstrafiek, illegale
wapenhandel, witwas, huurmoorden, ontvoering en afpersing.
3.2. Het Duitse politiebestel
De Duitse natiestaat ontstond in 1867 met de oprichting van de Noord-Duitse
Bond. In 1870/1871 traden enkele Zuid-Duitse staten toe. De huidige naam, de
Bondsrepubliek Duitsland, dateert van 1949. In 1990 kwam de Duitse hereniging
tot stand, van de oude Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) en de Duitse
Democratische Republiek (Oost-Duitsland). In dat jaar traden de zes Oost-Duitse
deelstaten toe tot de nieuwe Bondsrepubliek. De huidige Bondsrepubliek Duitsland
is een federatie van zestien deelstaten, in het Duits Bundesländer of Länder geheten.
Het is een federale republiek. Duitsland beschikt over een semi-gedecentraliseerd
politiebestel, met 16 autonome politiediensten (Landespolizei) op het niveau van elke
deelstaat. De Landespolizei vormt de kern van het politiebestel in de Bondsrepubliek
(Aden, 2002; Aden et al., 2004; Busch et al., 1985).
Dit is het gevolg van de situatie in Duitsland tijdens de bezetting door de geallieerden
na de tweede wereldoorlog. De geallieerden waren er immers beducht voor dat het
land opnieuw een gecentraliseerde autoritaire staat zou worden, zoals tussen 1933
en 1945. Dat is de reden waarom de 16 deelstaten vandaag over een hoge graad van
autonomie beschikken in de organisatie en het beleid van hun veiligheidsdiensten.
De deelstaten zijn ook de drijvende krachten bij het tot stand komen van nieuwe
veiligheidsstrategieën, zoals lokale preventie initiatieven, die andere statelijke
actoren en NGO’s betrekken (Aden, 2002).
De 16 verschillende ‘Landespolizei’ korpsen hebben de voormalige gemeentelijke
politiekorpsen geïncorporeerd
11
. De korpsen hebben elk een eigen, specifieke
organisatiestructuur, hoewel mettertijd deze wel meer en meer gelijkend worden,
mede onder invloed van de politiewetgeving die sinds 1970 richtinggevender is
op dit gebied. Elk van deze Landespolizei korpsen hebben volledig geïntegreerde
bevoegdheden. Ze bestrijken zowel de zogenaamde ‘Schutzpolizei’ (protectie) en
de zogenaamde ‘Kriminalpolizei’ (criminele politie), incluis alle bevoegdheden
inzake verkeer. De geüniformeerde Schutzpolizei is tot op grote hoogte verge-
11 Het was de stad München die in 1975 als laatste stad haar gemeentepolitie afschafte in de deel-
staat Beieren.
Toekomstpolitie.indd 61 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
62 Maklu
lijkbaar met hetgeen we in ons land verstaan onder administratieve politie. De
Kriminalpolizei (of de opdrachten inzake gerechtelijke politie) beschikt over SEK’s
(Spezialeinsatzkommandos) of bijzondere commando’s en MEK’s (mobiele com-
mando’s)12. Elke deelstaat voorziet in een eigen politieacademie. Tevens bestaat op
het niveau van elke deelstaat een zogenaamd ‘Landeskriminalamt’ (LKA) (Groß,
2008), die enkel functies heeft inzake gerechtelijke politie en zich bezighoudt met
ernstige criminaliteit die niet door de algemene veiligheidspolitie kan worden
gevolgd. De LKA’s behoren tot de Landespolizei13.
De oproerpolitie wordt ingericht op basis van een afsprakennota tussen federale staat
en deelstaat, waarin de militaire principes, de training, de structuur en de uitrusting
worden vastgelegd. De politie valt in elke deelstaat onder de verantwoordelijkheid
van de deelstaatminister van Binnenlandse Zaken. Het is op dit niveau dat de
politieke verantwoordelijkheid vorm wordt gegeven.
Naast de Landespolizei op het niveau van de deelstaten beschikt de federale staat
over twee politiediensten, met name de Bundespolizei (de federale politie) en het
Bundeskriminalamt (de federale criminele dienst). De Bundespolizei is de erfge-
naam van de voormalige federale grenspolitie (Bundesgrenzschutz), die een nieuwe
naam kreeg in 2005 ten gevolge van het afnemend belang van grenscontroles in
de Schengenzone. In 1992 werd de voormalige federale spoorwegpolitie reeds
geïntegreerd in de Bundesgrenzschutz. Het Bundeskriminalamt heeft zijn hoofd-
kwartier in Wiesbaden (Hesse), maar handhaaft eveneens een belangrijke antenne
in Berlijn, waar de dienst betrokken is in de bescherming van regeringsdiensten
en de coördinatie van andere veiligheidsdiensten, zoals bv. inzake counter ter-
rorisme. Een beperkt aantal andere federale diensten zijn eveneens betrokken bij
veiligheidsvraagstukken, zoals de federale douanedienst.
3.3. Het Zwitserse politiebestel
Zwitserland heeft ongeveer 8 miljoen inwoners. Bestuurlijk gezien is het een federale
republiek bestaande uit 26 kantons. Zwitserland heeft officieel geen hoofdstad,
maar Bern vervult in de praktijk die rol. Het is geen lid van de Europese Unie, maar
economisch wel sterk afhankelijk van de EU. De Zwitserse politie bestaat eigenlijk
niet. We dienen eerder te spreken van verschillende Zwitserse politiediensten als
consequentie van de federale structuur van dat land. Zwitserland telt − volgend op de
kantonindeling − 26 wetboeken van strafvordering en 26 kantonale politiediensten.
Elke kantonale politie wordt dan nog eens onderverdeeld in verschillende diensten,
meer bepaald in de gerechtelijke diensten (Kriminalpolizei) en de gendarmerie
(Sicherheitspolizei). Naargelang de behoeften in het kanton kunnen bepaalde spe-
12 De SEK’s zijn in grote mate voortgevloeid uit de 70-er jaren, waar de politie geconfronteerd werd
met het links terrorisme.
13 Brandenburg en Saarland vormen hierop een uitzondering: hier zijn de LKA’s zelfstandig inge-
richt.
Toekomstpolitie.indd 62 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 63
cifieke diensten worden toegevoegd aan dit basismodel, zoals de politie van een
luchthaven. Soms is de verkeerspolitie een afzonderlijke dienst binnen het kantonaal
korps, soms wordt de verkeerseenheid ondergebracht bij de gendarmerie14.
De 28 kantonale korpsen en bijhorende gemeentelijke korpsen vormen de rug
-
gengraat van het Zwitserse politiebestel. Ze staan niet onder het gezag van federale
overheden. De leidinggevende officieren rapporteren ten aanzien van het kantonale
of gemeentelijke politiedepartement. De co-existentie en cohabitatie tussen de
kantonale korpsen en gemeentelijke politiekorpsen brengen specifieke problemen
mee inzake de bevoegdheidsverdeling en het budget. Dat is de reden waarom
een reflectieproces werd op gang gebracht dat gericht is op de integratie van de
gemeentelijke korpsen in de kantonale politie (Rohrbach, 2003)15.
De samenwerking tussen de kantonale korpsen wordt geregeld door verschil-
lende zgn. ‘interkantonale concordaten’. De gezamenlijke inspanningen van de
‘Conférence des Commandants des Polices Cantonales de Suisse’ (CCPCS) en de
‘Conférence des Directrices et des Directeurs de Police des Villes Suisses’ (CDPVS)
zijn gericht op het uniformiseren van de praktijken in verschillende domeinen,
hetgeen leidt tot een relatief goede samenwerking op het vlak van de traditionele
criminaliteit (Mohler, 1997). Het Zwitserse federaal systeem leidt niet enkel tot
ongemakken. Er vloeien eveneens voordelen uit voort. Zwitserland beschikt over
een politie die dicht bij de bevolking staat en eveneens dicht aansluit bij de lokale
overheden. Een groot voordeel is ook de flexibiliteit om zich aan te passen aan de
veranderende criminaliteitsfenomenen, een flexibiliteit waartoe een gecentraliseerde
structuur minder in staat is (Tschudi, 2003).
De federale regering beschikt niet over een algemeen federaal handhavingskorps.
De handhaving van nationale wetten en de coördinatie ervan wordt waargenomen
door een college van kantonale politiecommandanten. De politieopleiding wordt
waargenomen door kantonale academies en in de Interkantonale Polizeischule
Hitzkirch, een gemeenschappelijk initiatief van 12 kantonale korpsen, opgezet in
2007.
Er bestaat wel een beperkt soort van federale politie (Bellanger, 1998). De federale
politiedienst (Fedpol) is afhankelijk van het federale ministerie van Justitie en Politie
en coördineert de diverse politieactiviteiten, vooral de internationale operaties en
14 Meestal worden aan de kantonale korpsen ook gemeentelijke korpsen gehecht. Steden als Zurich,
Bern en Lausanne beschikken over een eigen gerechtelijke politie in de schoot van hun gemeen-
telijke politie en naast de gemeentelijke gendarmerie. In Genève heeft de gemeentepolitie daar-
entegen bevoegdheden die beperkt zijn tot het vaststellen van overtredingen.
15 In Franstalige kantons zoals Fribourg, Neuchâtel of Vaud werden hervormingsprojecten in deze
zin opgezet. In het Duitstalig kanton Bern werd eenmaking op kantonaal niveau gerealiseerd
in 2007. De stedelijke kantons als Genève werden minder getroffen door deze organisatie- en
beheersproblemen aangezien de essentiële taken zoals ordehandhaving, de openbare veiligheid
en de gerechtelijke politie grotendeels gedekt worden door de kantonale politie (Sigrist, 2009).
Toekomstpolitie.indd 63 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
64 Maklu
kan kantonale ondersteuning vragen in het kader van gerechtelijke onderzoeken
die gevoerd worden onder federale jurisdictie (zoals fenomenen als georganiseerde
criminaliteit, witwas en terrorisme).
Het ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de Zwitserse Grenspolitie.
In de schoot van het departement van Defensie opereert een beperkte militaire
politiedienst. Verder functioneert nog een federale spoorwegpolitie, die opgezet
is als een joint venture met Securitas AG, Securitrans. Ingeval van catastrofe of
grootschalig oproer kunnen de civiele politiediensten een beroep doen op het leger,
dat in deze gevallen optreedt onder de verantwoordelijkheid en het commando van
de kantonale overheid.
4. Politiebestellen met een nationale eenheidspolitie
In deze paragraaf bespreken we een aantal Europese politiebestellen die één
nationale politie hebben. Het gaat met andere woorden niet langer om één soort
van politie, maar om één politiekorps, een eenheidspolitie. Dit type van politie
vinden we in een aantal Europese landen terug16. In Denemarken treffen we een
reële eenheidspolitie aan, hoewel ook dit bestel in grote mate territoriaal is gericht.
Het kan dan ook beschouwd worden als een waarachtige nationale politie.
Naast de Scandinavische realiteit treffen we een aantal Europese landen die vandaag
één Nationale Politie hebben ten gevolge van een ingrijpende en recente hervorming
van het voorgaand bestel. Dat is het geval zowel in Nederland als in Schotland. Dat
is dan ook de reden waarom op beide landen dieper zal ingegaan worden.
4.1. Het Deense politiebestel
Denemarken heeft in Europa veruit het meest uitgesproken één (nationale) poli-
tieorganisatie, onderverdeeld in twaalf niet-autonome districten. De Deense politie
16 Opvallend is dat een aantal Scandinavische landen een dergelijk bestel kennen. Het Zweedse sys-
teem lijkt tot op grote hoogte op het bestel in Engeland & Wales, maar beschikt in tegenstelling tot
het Britse systeem wel over een overkoepelende organisatiestructuur voor de 21 county korpsen
en de Zweedse Nationale Politieraad (Rikspolisstyrelsen) onder de vorm van de zgn. ‘Swedish Police
Service’. Het Noorse bestel lijkt in grote mate op het Zweedse. Ook dit bestel werd in grote mate
geïnspireerd op dat van Engeland en Wales. Het bestel in Noorwegen kent eveneens een koepel-
organisatie, de Noorse Politiedienst (Politiog lensmannsetaten), waaronder de centrale Nationale
Politie Directie, zeven bijzondere diensten en 27 politiedistricten zijn ondergebracht. Finland
heeft één enkele politieorganisatie, die functioneert onder het gezag van de minister van Bin-
nenlandse Zaken en de supervisie van de Nationale Politie Raad. Er zijn 11 politiedepartementen
binnen de politieorganisatie. We laten deze bestellen evenwel terzijde. De organisatiestructuur is
in grote mate territoriaal gericht en weerspiegelt niet de integratie van diverse componenten in
één reëel geïntegreerde organisatie. Het gaat immers in grote mate om het samenbrengen van
diverse territoriaal georiënteerde organisaties onder één beheers- en beleidsmatige koepel. In
deze zin is de dominantie van een eenheidspolitie in Scandinavië dan ook een mythe.
Toekomstpolitie.indd 64 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 65
is een staatspolitie. Iedereen die werkt in de schoot van het korps is tewerk gesteld
door de staat en het is de staat die alle kosten betaalt die verbonden zijn aan het
in stand houden van het stelsel. In tegenstelling tot de meeste andere Europese
landen heeft het Deens ministerie van Justitie de hoogste administratieve macht
over de politie. Zowel het vooronderzoek, de vervolging als de handhaving van de
openbare orde vallen hieronder. Het ministerie van Justitie superviseert dan ook
de manier waarop de politie criminele zaken opheldert, maar ook alles wat de
openbare ordehandhaving betreft.
In de schoot van het Parlement werd bij herhaling een discussie opgezet over
het feit dat justitie en de politie beide deel uitmaakten van hetzelfde ministerie.
Tegenstanders zijn de mening toegedaan dat hierdoor de scheiding der machten
(meer bepaald tussen de executieve en gerechtelijke macht) in het gedrang komt.
Tot op heden kwamen de politieke partijen in de schoot van het Parlement evenwel
niet tot een vergelijk wat deze kwestie betreft (Henricson, 2004). De Denen hebben
het Openbaar Ministerie op deze wijze in feite ingebed in het nationale politiekorps,
hetgeen best wel uitzonderlijk mag genoemd worden in de Europese context. Zowel
politie als parket zijn verenigd in één hand. Het Openbaar Ministerie stuurt niet mee
en is zelfs grotendeels onderdeel (organisatorisch, maar niet arbeidsrechtelijk) van
de politie; vervolging van zware criminaliteit vormt de uitzondering. De minister
van Justitie is verantwoordelijk voor de hele keten politie-veiligheid-justitie.
De Deense nationale politie bestaat uit één centraal commissariaat en 12 niet-
autonome districten. Hier zijn nog twee minder belangrijke districten aan toe-
gevoegd. Tot 2007 bestonden er 54 districten. Elk van de huidige 12+2 districten
worden geleid door een plaatselijk leidinggevend officier. Alle districten hebben
nagenoeg een gelijke capaciteit, met uitzondering van de hoofdstad Kopenhagen
omwille van de stadsgrootte en het takenpakket.
Er is één nationale politiechef. De Deense politiecommissaris werkt onder het
gezag van de minister van Justitie als een administratief directoraat. Hij voert het
operationeel bevel over het nationaal korps, en beschikt over belangrijke contro-
lebevoegdheid. Tevens is hij verantwoordelijk voor de allocatie van het personeel
over de verschillende districten en controleert in welke mate zij efficiënt gebruik
maken van hun middelen en van statistische informatie. Hij komt niet tussen in
de concrete samenstelling van dispositieven en beschikt niet over het dagelijks
operationeel commando in de districten. Als geledingen van de organisatie (die
onder de directe verantwoordelijkheid van de commissaris vallen) bijstand verlenen
aan een specifiek politiedistrict handelen zij onder de verantwoordelijkheid van de
districtscommandant. Er is met andere woorden sprake van hiërarchische sturing,
gebaseerd op prestatieafspraken (Jochoms et al., 2013).
De 12 lokale districten binnen de nationale politie zijn onderverdeeld in een
juridische dienst (geleid door een vicekorpschef), een criminele dienst (geleid door
Toekomstpolitie.indd 65 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
66 Maklu
een rechercheur inspecteur), een geüniformeerde dienst en een binnendienst. Alle
diensten dienen te rapporteren aan de districtscommandant, die de hogere controle
uitoefent. De organisationele structuur is tot op grote hoogte afgestemd op de
opleiding die het personeel genoot. De lokale politie is langzaam aan het evolueren
naar een meer flexibele structuur, zonder al te strakke dienstindeling. Sinds enige
tijd is zelfs het (interne) onderscheid tussen uniformdienst en recherche opgeheven.
Organisationeel zijn de politiedistricten tot op zekere hoogte gedecentraliseerd,
aangezien het ministerie van Justitie steeds meer bevoegdheden delegeert naar de
politieleiding van de districten in de steden (Fyfe et al., 2013).
Naast de organisatie in districten bestaan er nog enkele diensten die functioneren
op nationaal niveau, met name (1) de Rigspolitiet, een landelijke politiekorps dat
gespecialiseerd is in budgetten en boekhouding, gebouwen, en datacontrole; (2)
de Politiets Efterretningstjeneste, de nationale inlichtingendienst; en (3) de Politiets
Aktionsstryrke, het bijzonder bijstandsteam van de Deense politie.
Tot 1911 werden de politiekorpsen betaald door de gemeenten. Ze werkten onder het
hiërarchisch gezag van lokale politiechefs, die aangesteld werden door de Koning.
De gemeentelijke korpsen werden tijdens de transitieperiode, die duurde tot 1938,
één voor één onder het gezag van de centrale staat gebracht. De achterliggende ratio
van deze verandering was de verhoging van de efficiëntie door een eengemaakt
management, een betere coördinatie tussen de verschillende politiedistricten en
ultiem door het invoeren van uniforme richtlijnen betreffende de rekrutering en
de training van politiemensen.
Deense burgemeesters hebben intussen geen gezag meer over de politie. Zij moeten
genoegen nemen met informeel overleg over de veiligheid in hun regio. Hoewel de
politie feitelijk is ingeweven in velerlei maatschappelijke verbanden, is er formeel
geen gezagsrelatie tussen het lokale openbaar bestuur en de politie. Dat geldt
vooral voor burgemeesters van kleinere gemeenten. Sinds 2007 bestaat wel een
soort districtsraad, bestaande uit de politiedirecteur en de burgemeesters van het
district. De formele verantwoordelijkheid voor deze districtsraden is belegd bij de
politiedirecteur, die ook voorzitter is. Maar uiteraard vindt wederzijdse afstemming
plaats. De politie dient in elk geval jaarlijks een lokaal samenwerkingsplan op te
stellen. Dat wordt in de districtsraad vastgesteld. Vanwege de omvang en intensiteit
van ordeproblemen hebben burgemeesters van grotere steden meer afstemming
met de politie (Henricson, 2004; Haagsma et al., 2012).
4.2. Het Nederlandse politiebestel
Nederland heeft een lange evolutie gekend naar een nationale politie. In 1945,
direct na de Tweede Wereldoorlog, was het een behoorlijke chaos in Nederland. Veel
huizen waren gebombardeerd en de politie bestond eigenlijk niet meer (Fijnaut,
2007). In Nederlandse gemeenten die 25.000 of meer inwoners hadden, bestond
Toekomstpolitie.indd 66 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 67
er de zogenaamde Gemeentepolitie. De burgemeester van de gemeente was het
‘hoofd van politie’ en verantwoordelijk voor het beheer van de plaatselijke politie.
De gemeenteraad kon in haar raadsvergaderingen de burgemeester bewegen om
de politie extra aandacht te laten geven aan bepaalde zaken. De burgemeester was
verantwoordelijk voor de openbare orde en de officier van justitie verantwoorde-
lijk ten aanzien van de strafrechtelijke aspecten. De bestuurlijke leiding van de
Gemeentepolitie lag bij de minister van Binnenlandse zaken.
Op 8 november 1945 werd het Staatsbesluit genomen, dat voorzag dat de
Gemeentepolitie in de grotere gemeenten bleef werken en dat in het overige deel
van het land een Korps Rijkspolitie moest worden opgericht. De rijkspolitie werd actief
in de kleinere steden en dorpen. De bestuurlijke leiding van het Korps Rijkspolitie
lag bij de minister van Justitie. Zo werd een nieuw bestel ingevoerd, samengesteld
uit gemeentepolitie en rijkspolitie. Daarnaast bestond wel nog de Koninklijke
Marechaussée, reeds in 1814 opgericht, een centraal aangestuurd politiekorps met
militaire structuur, in feite een gendarmeriekorps.
In april 1993 werd de Nederlandse politie gereorganiseerd. De rijkspolitie werd
opgeheven. Het politiewerk in de gemeenten zonder gemeentepolitie werd over-
gedragen aan de nieuw opgerichte regiokorpsen en andere taken gingen naar het
Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). De nieuwe organisatie van het Nederlandse
politiebestel geleek toen fel op het bestel van Engeland & Wales, met een geografisch
georiënteerde politie met 25 autonome regiokorpsen, elk met een eigen korpsleiding,
aangevuld met enkele centrale nationale diensten (KLPD). De korpschef had de
dagelijkse leiding binnen een regiokorps. Het dagelijks bestuur van de regio werd
gevormd door de zogenaamde Driehoek in die regio, met als voorzitter en tevens
korpsbeheerder de burgemeester van de grootste gemeente in die regio, en als overige
leden de korpschef van het betreffende politiekorps, en de (hoofd)officier van Justitie.
Daarnaast had in principe iedere gemeente recht op een eigen driehoeksoverleg
met daarin de eigen burgemeester (Ponsaers et al., 2012). Een regio bestond uit
een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestond uit een aantal
lokale eenheden. Bepalend voor het aantal politieagenten binnen een regio was
het aantal inwoners in die regio, en de frequentie van criminaliteit in de regio. Ter
gelegenheid van de toenmalige hervorming werden de politie- en beveiligingstaken
op de burgerluchtvaartterreinen overgedragen aan de Koninklijke Marechaussee.
In 1998 werd de Koninklijke Marechaussee een zelfstandig krijgsmachtdeel. Het
korps maakt sindsdien geen reëel onderdeel meer uit van het politiebestel.
De hervorming van het bestel uit 1993 bleef kritiek op het bestel genereren (Prins
et al., 2012). Uiteindelijk werd besloten op 1 januari 2013 opnieuw een diepgaande
hervorming door te voeren. Met dit initiatief werd een discussie van enkele decennia
over de organisatie van de politie beslecht. Alle onderdelen van het politiebestel,
uitgenomen de Koninklijke Marechaussee, werden ingedeeld in één korps, de
Nederlandse Nationale Politie. De nieuwe politieorganisatie werkt sindsdien onder
Toekomstpolitie.indd 67 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
68 Maklu
het gezag van het nieuwe ministerie van Veiligheid en Justitie. De 25 regiokorpsen
en de KLPD werden geherstructureerd binnen 10 regionale eenheden (plus een
regionale eenheid Nederlandse Antillen, dus 10+1), een landelijke eenheid, een
Politiedienstencentrum en de Politieacademie. De regionale eenheden vormen de
ruggengraat van het nieuwe politiebestel (Vlek & Van Reenen, 2012).
De gebieden van de regionale eenheden komen overeen met de nieuwe indeling
van de justitiële arrondissementen. Een regionale eenheid bestaat uit: districten,
(ondersteunende) diensten en staf. Elke district bestaat op zijn beurt uit: basisteams,
districtsrecherche en een zgn. ‘flexteam’
17
. In geval van een crisis wordt met de
brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de met de politieregio over-
eenkomende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten. De zeggenschap
over de lokale inzet van politie blijft berusten bij de burgemeester en de officier
van justitie. Deze twee partijen maken in de lokale ‘driehoek’ afspraken met de
politie over de inzet. Daar wordt bepaald welke inzet aan vastgelegde prioriteiten
wordt gegeven, op basis van het integrale veiligheidsplan van de gemeente en de
landelijke prioriteiten (Fijnaut, 2012).
De Landelijke Eenheid werd in grote mate opgebouwd op basis van het voorma-
lige KLPD. Ze bestaat uit een eenheidsstaf, een dienst Landelijk Operationeel
Centrum (DLOC), een dienst Landelijke Recherche (DLR), een dienst Landelijke
Informatieorganisatie (DLIO), een dienst Landelijke Operationele Samenwerking
(DLOS), een dienst Infrastructuur, een dienst Bewaken en Beveiligen (DB&B),
een dienst Speciale Interventies (DSI) en een dienst Bedrijfsvoering landelijke
eenheid (DBV LE) in de vorm van Planning en Capaciteitsmanagement. Hiernaast
beschikt de Nationale Politie over een landelijke concerndienst, met name het
Politiedienstencentrum (PDC). In dit centrum wordt een belangrijk deel van de
ondersteuning ondergebracht. Tot de bedrijfsvoering van de Nationale Politie
behoren de aspecten personeelszaken, facilitair management, financiën, informa-
tievoorziening en communicatie. De Politieacademie (PA), het opleidingsinstituut
van de politie, valt (voorlopig althans) formeel buiten de vorming van de Nationale
Politie, doch wordt mettertijd binnen de organisatie gezogen. De PA heeft echter
zeker te maken met de gevolgen van de nieuwe structuur; onder meer worden er
taken van het instituut overgedragen aan de politie, al blijft onduidelijk welke taken
precies (Fyfe et al., 2013).
17 De taken van de basisteams zijn: eerste aanspreekpunt, afhandelen van noodhulp en niet-spoed-
eisende meldingen onder centrale aansturing van de meldkamer, opsporing gericht op veelvoor-
komende criminaliteit, en handhaving (jeugd, huiselijk geweld, evenementen, horeca, geestelijke
gezondheidszorg, verkeer, vreemdelingentoezicht, milieu- en executietaken). Basisteams hebben
opsporingscapaciteit voor de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. De districtsrecherche is
echter verantwoordelijk voor de aanpak van delicten met een grote impact. Zij levert ondersteu-
ning aan de basisteams (Bruggeman & Ponsaers, 2011).
Toekomstpolitie.indd 68 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 69
4.3. Het Schotse politiebestel
Schotland is een land dat deel uitmaakt van de soevereine staat Verenigd Koninkrijk
(U.K.), samen met Engeland, Noord-Ierland en Wales. In 1998 stemden drie
(Schotland, Wales en Noord-Ierland) van de vier landen ten voordele van een beperkt
zelfbestuur. Er bestaat in Schotland een relatief sterke politieke strekking die pleit
voor onafhankelijkheid. Een nationaal referendum was voorzien in september 2014
inzake onafhankelijkheid, dat haar uiteindelijk doel niet bereikte. Ondanks het feit
dat momenteel het Schotse Parlement niet beschikt over soevereine staatsmacht,
beschikt het wel actief over eigen bevoegdheden in zake belastingen, sociale zeker-
heid, defensie, enz. (Donnelly & Scott, 2008).
Vóór de 19de eeuw bestond er in Schotland geen gemeentelijke politie. In de loop
van de 19de eeuw vervingen gemeentelijke korpsen echter gaandeweg stadswachten,
burgerwachten of soldaten. Het eerste stedelijk korps was dat van Glasgow, dat in
1800 tot stand kwam. Al snel volgden andere Schotse steden dat voorbeeld. Sindsdien
is het duidelijk dat de centrale staat veel minder sturend tussenkwam in Schotland
dan in Engeland & Wales. De Schotse steden en gemeenten beslisten in hoge mate
over hun eigen politiekorps, zonder centrale inmenging (Barrie, 2008). In 1862
beschikte de politie van Glasgow over een korps van zowat 700 personeelsleden
en de politie van Edinburg over een 300-tal leden.
Na de tweede wereldoorlog werden een aantal belangrijke veranderingen ingevoerd
bij de Schotse gemeentelijke korpsen, zoals de oprichting van een gemeenschap-
pelijke politieacademie. De Police (Scotland) Act van 1967 voorzag in een wettelijk
kader voor de inrichting van een territoriale politie in Schotland, zoals in Engeland
& Wales. In 1975 werd het lokaal bestuur gereorganiseerd. Ten gevolge van deze
reorganisatie werd het aantal lokale korpsen gereduceerd tot acht voor geheel
Schotland. Zo werd de politie van Glasgow onder meer samengesmolten in de
Strathclyde Police. De structuur van acht korpsen werd gecontinueerd na de nieuwe
reorganisatie van het lokaal bestuur in 1996. Het ging met name om territoriale
korpsen (Fyfe et al., 2013)18.
In 2012 kwam dan de ‘Police and Fire Reform Act 2012’ tot stand, na een uitvoerige
consultatie
19
. Het was deze act die aanleiding gaf tot de oprichting van de nationale
Politiedienst van Schotland (Seirbheis Phoilis na h-Alba). De nieuwe Schotse nationale
politie werd geïmplementeerd op 1 april 2013. Het is de opvolger van het voormalig
bestel dat samengesteld werd uit territoriaal ingedeelde korpsen. De territoriaal
ingedeelde korpsen, gingen op in een eenheidspolitie, die functioneert over het
18 Naast deze korpsen bestonden er nog andere, zoals de British Transport Police, de Ministry of De-
fence Police, de UK Atomic Energy Authority Police en de National Criminal Intelligence Service
(NCIS), maar deze korpsen vielen eerder onder de bevoegdheid van het V.K. dan van de Schotse
regering.
19 Consulteer: http://www.scotland.gov.uk/Publications/2011/09/15110325/0
Toekomstpolitie.indd 69 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
70 Maklu
globale grondgebied van Schotland. De Schotse nationale politie beschikt over 14
lokale divisies (Fyfe et al., 2013). Een aantal centrale diensten worden er eveneens
in ondergebracht, zoals de Scottish Police Services Authority (een openbaar bestuur
van de Schotse regering, verantwoordelijk voor bepaalde centrale diensten) en de
Scottish Police Authority (waaraan de Schotse politie accountability dient af te leggen)
en de Scottish Crime and Drug Enforcement Agency (Scott, 2008). Het nationale korps
beschikt over uitgebreide ‘crime scene’ onderzoeksmogelijkheden en labo-faciliteiten.
Het korps is erg begaan met criminaliteitspreventie.
5. Conclusie
5.1. Conclusie per type van bestel
Afgezien van de politiebestellen in Oost-Europese nieuwe lidstaten kunnen we in
Europa vandaag drie verschillende types van bestellen onderscheiden. Het gaat
met name om (1) historisch ontstane politiebestellen, (2) territoriaal ingedeelde
politiebestellen en (3) bestellen met een eenheidspolitie. De wijze waarop deze
verschillende politiestructuren functioneren verschilt aanzienlijk. We schetsen een
aantal conclusies per model.
Nationale historisch ontstane politiebestellen
De politiebestellen die onder deze titel werden besproken hebben betrekking op
diverse politiediensten en verschillende types van politie. We bespraken bestel-
len die een lange historische evolutie ondergingen, zonder ingrijpende recente
hervormingen.
Het centrum van deze bestellen zijn belangrijke nationale diensten. Ze zijn in
feite de expliciete uitdrukking van sterke centraal gestuurde nationale regeringen.
We observeren in elk land zowel paramilitaire (in feite variaties op de oude napole-
ontische gendarmerie) als burgerlijke nationale diensten. Zo zien we in Frankrijk
de Gendarmerie National versus de Police National; in Italië de Carabinieri versus
de Polizia di Stato, in Portugal de Policia de Segurança Pública versus de Guardia
Nacional Republicana en in Spanje de Guardia Civil versus de Policía Nacíonal.
Tussen beide soorten van korpsen bestaat telkens een soort van arbeidsverdeling.
De paramilitaire gendarmeries zijn mobiele korpsen, voornamelijk functionerend
in rurale gebieden, terwijl de nationale politiediensten meestal gedeconcentreerd
gelokaliseerd zijn in stedelijke omgevingen. De aanwezigheid van beide soorten van
nationale korpsen volgt een geografische logica, werkend als communicerende vaten.
Spanje (1939-1975) en Portugal (1926-1974) kenden dictaturen, die de ontwikke-
ling van beide landen sterk getekend hebben. Tot op zekere hoogte hadden deze
Toekomstpolitie.indd 70 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 71
politiebestellen de functie de staat en het regime te beschermen tegen de eigen
burgers. De politieke transitie gedurende het einde van de dictatuur hinderde de
ontwikkeling van een reëel crimineel en veiligheidsbeleid binnen een democratische
logica, tot het midden van de 90-er jaren.
Als we naar Italië kijken kunnen we de ontwikkeling van een democratisch regime
ontwaren, na het fascisme (1922-1945) en de tweede wereldoorlog, en tevens sterk
beïnvloed door de koude oorlog. De katholieke democratie, ondersteund door de
US, blokkeerde systematisch met al haar kracht de toegang voor linkse bewegingen,
geleid door de communistische partij, tot de politieke macht. Deze situatie werkte
bepaalde politieke praktijken in de hand, die niet steeds in lijn lagen met de
rechtsstaat en versterkte bepaalde staatsapparaten, die als ‘geïsoleerde machten
ontwikkelden in de samenleving gedurende dit democratiseringsproces.
Kort samengevat hadden Italië, Portugal en Spanje problemen om een reëel demo-
cratisch model te ontwikkelen. Ze hadden daarenboven een sterke napoleontische
politiek-administratieve cultuur gemeen, met een sterke centrale staat en een
bureaucratische administratie die ver weg stond van de burger. Dit vertaalde zich in
sterke centrale staatskorpsen en dubbele structuren, waarvan sommige burgerlijk
en andere paramilitair van aard waren.
Spanje is tot op zekere hoogte atypisch, aangezien de centrale nationale staat gecon-
fronteerd werd met belangrijke tendensen in de richting van regionale autonomie.
Het is in deze regio’s dat we specifieke regionale korpsen aantreffen. Dit is het geval
met de ‘Mossos d’Esquadra’ in Catalonië en met de ‘Ertzainza’ in Baskenland. Zij
zijn de uitdrukking van de politieke wil om de nationale politieaanwezigheid te
vervangen door regionale politiekorpsen en in die zin van een regionale politieke
autonomie.
In de meeste van deze bestellen worden de nationale korpsen een tegengewicht
geboden door lokale politiekorpsen, zoals in Frankrijk door de gemeentelijke politie;
in Spanje door de Policia Municipal; en in Italië door de Polizia Municipale. Grotere
metropolen beschikken over belangrijke gemeentelijke korpsen (bv. de Préfecture
in Parijs, in Spanje is dat het geval in Barcelona en Madrid, in Italië in Rome, en in
Portugal in Lisabon en Porto), zelfs na de nationalisering van gemeentelijke korpsen,
zoals in Frankrijk het geval was. De lokale aansturing gebeurt door burgemeesters,
die uitdrukking geven aan de lokale politieke democratie.
In de meeste van deze systemen bestaat een functionele en administratieve integratie
van gerechtelijke en administratieve bevoegdheden in de besproken korpsen, maar
er zijn uitzonderingen, zoals bv. in Italië met de Guardia di Finanza, en in Portugal
met de Polícia Judiciária, waar het gaat om autonome nationale korpsen die niet
functioneel geïntegreerd zijn en die tot op grote hoogte functioneel gespecialiseerd
zijn.
Toekomstpolitie.indd 71 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
72 Maklu
We observeren dominant autonoom leiderschap bij de verschillende korpsen,
slechts zelden bestaan er vormen van partiële hiërarchische integratie tussen
verschillende korpsen.
Deze diverse politiesystemen, alle in grote mate geïnspireerd op het Franse bestel,
zijn allen complexe systemen, die uitdrukking geven aan de historische ontwikkeling
van deze landen. Ze integreren grotendeels de politieke realiteit van dominante
centrale democratieën en houden slechts in beperkte mate rekening met andere
niveaus van besluitvorming (regionaal en lokaal). We kunnen geen uitsluitsel geven
op de vraag of de toekomst van deze politiesystemen onder dit type in de toekomst
niet verder zullen evolueren.
Territoriaal ingedeelde politiebestellen
De politiebestellen die onder deze titel werden besproken hebben betrekking op
diverse politiediensten, waarbij één soort/type van politie dominant is in vergelijking
met de andere. Het gaat met name om bestellen die het nationaal/federaal ter-
ritorium verdeeld hebben in een aantal geografische entiteiten, waarbinnen telkens
een ander korps werkzaam is, waarbij elk van deze korpsen van eenzelfde type
is. Het gaat met andere woorden om territoriaal georganiseerde politiebestellen.
In sommige gevallen wordt dit dominant bestel aangevuld met enkele nationale/
federale korpsen en/of gemeentelijke korpsen. De ruggengraat van elk van deze
bestellen in Engeland & Wales, Duitsland en Zwitserland wordt evenwel gevormd
door resp. ‘county korpsen’, ‘Landespolizei korpsen’ en ‘kantonale korpsen’. Het
overheersende sjabloon is dus dat van ‘één type van politie, met meerdere korpsen’.
Het is opvallend dat de arbeidsverdeling in dit soort van politiebestellen in grote
mate niet functioneel van aard is, maar territoriaal. Kortom, het gaat om functioneel
geïntegreerde korpsen, die betrokken zijn bij alle aspecten van het politiewerk
(bestuurlijk en gerechtelijk), maar hun actieradius blijft beperkt tot het territorium
(de ‘county’, de deelstaat, het kanton) waaraan zij verbonden zijn. Elk korps doet
als het ware ‘alles’ op ‘zijn’ territorium.
Even opvallend is overigens dat de diverse korpsen in deze bestellen hiërarchisch
niet geïntegreerd zijn. Elk korps beschikt over een eigen, zelfstandige leiding en
functioneert vrijwel autonoom. Dat neemt niet weg dat gezocht wordt naar een
vorm van harmonisering.
Soms komt die harmonisering vanwege de nationale overheid (zoals vanwege het
Home Office in Engeland & Wales). Het is niet voor niets dat de ‘county’ korpsen
hier ‘Home Office korpsen’ genoemd worden. De tendens tot het vergroten van de
nationale sturing is in Engeland & Wales uitdrukkelijk aanwezig, zonder evenwel
dat iemand de verschillende ‘county’ korpsen wenst onder te brengen binnen één
nationale politie.
Toekomstpolitie.indd 72 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 73
Deze vaststelling staat haaks op de situatie in Noord-Ierland en Schotland, landen
die toch ook deel uitmaken van het V.K., waar momenteel reële nationale politie-
diensten functioneren. Het is niet onwaarschijnlijk dat de evoluties in Noord-Ierland
en Schotland verband houden met een trend naar meer politieke autonomie en
zelfstandige staatsvorming in het V.K. In deze zin kunnen we aannemen dat het
politiebestel van een land in grote mate bepaald wordt door natievorming en met
andere woorden uitdrukking geeft aan de mate van zelfstandigheid en autonomie
van een land. En omgekeerd natuurlijk, de mate van centrale sturing of decentrale
organisatie zal tot op bepaalde hoogte de mogelijkheden tot grotere politieke
zelfstandigheid mede bepalen.
De tendens tot harmonisering is overigens in federale staten, zoals in de
Bondsrepubliek Duitsland en Zwitserland, opvallend kleiner. Omwille van de
federale structuur wordt hier een autonomie toegekend aan elke regio en de tendens
tot meer centrale impact is minder aanwezig.
Het blijft dan ook verbazen dat in andere Europese federale staten deze evolutie veel
minder uitgesproken is. Dat is onder meer het geval met België, waar een territoriale
inrichting van het bestel naar de verschillende regio’s onbestaande is en enkel een
lokale (zonale) politie bestaat, naast de federale politie (Devroe & Ponsaers, 2013).
België is vanuit dit opzicht niet uniek. Ook in de federale staat Oostenrijk bestaat een
centraal/federaal politiebestel, waarbij deze politie wel operationeel wordt ingezet in
de verschillende deelstaten en dus ook een uitdrukkelijk geografisch aspect inhoudt,
naast de markante aanwezigheid van gemeentelijke korpsen. Kortom: het is niet
noodzakelijk zo dat een federale staat een territoriaal verdeelde politie kent, maar
er is zeker geen contra-indicatie voor (Ponsaers et al., 2014).
Vanuit dit opzicht dienen we even terug te komen op het Spaanse politiebestel, dat
besproken werd in paragraaf twee van deze bijdrage. Ook hier kan een ‘federali-
serende tendens’ worden waargenomen in bepaalde regio’s, hetgeen geleid heeft
tot de dominante aanwezigheid van eigen politiekorpsen in deze streken (zoals
Catalonia en Baskenland). Opnieuw zien we hier dat de politieke realiteit van de
staatsstructuur zich in sterke mate weerspiegelt in het politiebestel.
In de besproken politiebestellen valt het op dat de territoriale korpsen op nationaal/
federaal niveau wel degelijk centrale diensten als tegenhangers hebben. Deze zijn
in grote mate georiënteerd op de ondersteuning van de territoriale diensten en niet
omgekeerd. Ook valt het op dat deze territoriale bestellen geen echte paramilitaire
korpsen bevatten, zoals dat wel nog het geval was in de bestellen die (historisch)
geschoeid waren op Franse leest, welke we bespraken in paragraaf twee van deze
bijdrage. Eveneens is het markant dat in deze territoriale bestellen niet zelden erg
robuuste korpsen kunnen aangetroffen worden in de grote metropolen, welke
wegen op het volledige bestel.
Toekomstpolitie.indd 73 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
74 Maklu
Elk van de besproken politiesystemen in dit deel zijn relatief ingewikkelde systemen,
met tal van particulariteiten en specificiteiten. Ze zijn in grote mate uitdrukking van
de staatsconstructie waarbinnen ze opereren. Elk van de beschreven bestellen heeft
een eigen politieke geschiedenis. Om hier meteen de gedachte aan te verbinden
dat het gaat om zwakke democratieën is te ver gaand. Duitsland blijft bijvoorbeeld
hét leidende referentiepunt binnen de Europese realiteit.
Eenheidspolitie in Europa
In een aantal Europese landen treffen we politiebestellen aan die alle politiecompo-
nenten samenbrengen binnen één nationale politiedienst. Bestel en korps vallen hier
samen. Ook is er logischerwijs maar sprake van één type van politie. Meestal wordt
er in deze context gesproken over nationale politiekorpsen of eenheidspolitie. Deze
bestellen worden gekenmerkt door het feit dat één leiderschap verantwoordelijk
is voor het ganse korps en structuur. Een dergelijk bestel brengt hiërarchische
integratie met zich mee doorheen de diverse componenten van de organisatie.
Het feit dat het gaat om een nationale politiestructuur brengt tevens met zich
mee dat in deze landen de financiering van het politiewezen volledig ten laste valt
van de nationale overheden. De financiering vanwege lagere bestuursniveaus is
dan ook veel bescheidener, zo niet onbestaande. De rol van de lokale overheden is
bijgevolg minimaal.
Opvallend is eveneens dat nationale korpsen noodzakelijkerwijs gekenmerkt
worden door functionele integratie. Er is slechts één korps, en het is dat korps
dat ‘alle’ politiewerk dient waar te nemen, zowel gerechtelijk als administratief
van aard. Het is opmerkelijk dat de meeste van de besproken bestellen van deze
aard intern gestoeld zijn op een territoriale indeling en niet zozeer op functionele
specialisaties. Het zijn als het ware territoriaal georiënteerde korpsen, waar een
overkoepelende beheersstructuur werd boven geplaatst. In de meeste gevallen
gaat het overigens om structuren die een aantal grotere geografische entiteiten
bevatten, welke op hun beurt ingedeeld worden in kleinere politiële territoria.
In de meeste Scandinavische landen is dat uitdrukkelijker nog de realiteit, zoals
in Zweden, Noorwegen en Finland.
Daarnaast worden dan een aantal specifieke centrale diensten voorzien, die evenwel
minder impact hebben op het politiebestel. Het territoriale politiewerk blijft de back-
bone van deze systemen, hoewel dit niet hoeft te betekenen dat elk van de districten,
divisies, regionale entiteiten, e.d. niet zouden beschikken over politiebevoegdheid
op het ganse nationale grondgebied.
Een aantal van de nationale systemen die hier besproken werden zijn recent van
aard, hoewel niet allemaal. Dat is het geval in Nederland en Schotland, in veel
mindere mate in Denemarken. Hoe dan ook zijn het allen hervormingsbestellen,
Toekomstpolitie.indd 74 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 75
die opgebouwd zijn uit de brokstukken uit het ver verleden van het elk bestel. Het
is markant dat deze eenheidsbestellen geen militaire componenten meer bevatten.
Gendarmerie-achtige elementen komen niet langer voor in deze nationale bestellen
20
.
In specifieke gevallen gaat de nationale korpsvorming hand in hand met een
toenemende groei naar onafhankelijkheid en natievorming, zoals in Schotland.
Dat is evenwel niet steeds het geval, zoals in Denemarken en Nederland. In deze
laatste landen waren het efficiëntieoverwegingen die aanleiding hebben gegeven
tot de hervorming.
Echte gemeentelijke korpsen maken nauwelijks nog deel uit van deze nationale
systemen. Dat neemt evenwel niet weg dat de nationale organisatie in vele gevallen
voorziet in versterkte korpsen in belangrijke grootstedelijke omgevingen.
Tevens is het frappant dat in landen die een dergelijk politiebestel kennen niet zelden
de beheers- en beleidsfuncties inzake politie en justitie worden samengebracht. Dat
is het geval in Denemarken, maar eveneens in Nederland. In Schotland konden
we een dergelijke evolutie niet waarnemen.
5.2. Algemene conclusie
Wanneer we teruggrijpen naar de inleiding en de schets van een aantal wereldevo-
luties, zoals de steeds groeiende urbanisering, valt het vooral op dat de nationale
staten hier weinig tot geen rekening mee houden. Integendeel: terwijl besturen op
grootstedelijk niveau aan belang wint (Barber, 2013; Ponsaers, Edwards, Verhage,
Recasens, 2014; Devroe, 2014) pogen staten hun politiebestel zo in te richten dat de
nationale staat op de voorgrond treedt en het politiële bestuursmonopolie centrali-
seert. Alhoewel het uit onze analyse bleek dat nationale bestellen een grote behoefte
blijven hebben aan sterke lokale entiteiten in metropolen en grootsteden, doet de
recente nationaliseringstendens in Nederland en Schotland toch vermoeden dat
‘metropolen’ zich zullen moeten behelpen met een ander type van veiligheidspositief
dan de publieke politie, ook wel plural policing genoemd. Terwijl burgemeesters
steeds meer de veiligheidsregie op zich moeten nemen, staat daar – in sommige
landen – niet steeds een lokaal politiebestel tegenover. We analyseren in dit verband
de politiecapaciteit per 100.000 inwoners in de besproken landen (Figuur 1). Het
valt op dat dit cijfer erg variabel is, met een uitschieter naar boven (Italië) en een
uitschieter naar beneden (Denemarken).
20 In Nederland bestaat nog wel de Koninklijke Marechaussée, doch deze is eerder onderdeel van de
krijgsmacht dan van de politiemacht.
Toekomstpolitie.indd 75 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
76 Maklu
Figuur 1: Politiecapaciteit per 100.000 inwoners in besproken landen
In figuur 2 zetten we de politiebestellen naar hun gemiddelde capaciteit uit volgens
onze eigen typologie.
Figuur 2: Gemiddelde Politiecapaciteit per 100.000 inwoners naar type bestel
Hieruit blijkt helder dat de historisch ontstane politiebestellen zowat het dubbele aan
politiecapaciteit consumeren dan dat het geval is in beide andere types van bestellen.
Dit is een belangrijke algemene conclusie. Is dit in crisistijd en tijden van bespa-
ringen wel efficiënt? Uiteraard wordt dit gegeven in deze bijdrage voor het eerst zo
helder berekend, en kan de beleidsmaker hier kennis van nemen. Tussen territoriaal
ingedeelde bestellen en bestellen met een eenheidspolitie vallen echter niet zo’n
grote verschillen te observeren. Nochtans wordt voor de invoering van een nationale
politie en de ingrijpende hervorming van bestellen nogal eens geargumenteerd dat
eenheidspolitie leidt tot een spaarzamere inzet van politiemanschappen, en dus
tot algemene besparing. Dat geldt blijkbaar evenzeer voor territoriaal ingedeelde
korpsen. Bij nader inzien mag ons dat niet al te zeer verwonderen, aangezien
vastgesteld werd dat bestellen met één nationale politie meestal verholen territoriaal
Toekomstpolitie.indd 76 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 77
ingedeelde systemen zijn. Op het vlak van capaciteitsbesparing is het verschil dan
ook eerder beperkt tussen beide laatste soorten van bestellen.
Hervorming van het bestel naar een nationale politie leidt naar nationalisering van
de kosten. Militaire onderdelen van het systeem verdwijnen meestal, soms worden
ze ondergebracht in de legermacht. In ieder geval lijkt het erop dat demilitarisering
een voorafgaande voorwaarde is voor een ingrijpende hervormingsoperatie. In
particuliere gevallen zien we duidelijk dat nationale politiebestellen op maat wor-
den gemaakt van nationale staten, niet zelden als instrument voor staatskundige
ingrepen die men wenst te realiseren. Voorbeelden hiervoor zijn zonder enige
twijfel het Spaanse bestel en de nationale politie van Schotland. Federale staten
hebben, in tegenstelling tot hetgeen nogal eens verwacht wordt, niet noodzakelijk
een territoriaal ingedeeld politiesysteem, hoewel dat wel degelijk het geval is in een
Europese sterkhouder als de Bondsrepubliek Duitsland.
Afgezien van structurele verschillen tussen de diverse landen kan opgemerkt
worden dat haast in alle Europese landen Community Policing zowat de dominante
politiefilosofie is geworden. Besluitend stellen we vast dat structuur meer varieert
dan cultuur in het Europa van de politie.
Bibliografie
Aden, H. (2002). Preventing Crime, Mobilizing new Actors and Tendencies towards
a repressive Roll-Back: German Security and Crime Prevention Policies in the 1990s.
In P. Hebberecht & D. Duprez (eds.), The Security and Prevention Policies in Europe.
Brussels: VUB Brussels University Press, 133-16.
Aden, H., Domingo, B., Maguer, A. & Stephens, M. (2004). Policing and Internal
Security. In H. Compston (ed.), Handbook of Public Policy in Europe: Britain, France
and Germany. Basingstoke: Palgrave-Macmillan, 39-48.
Aebi, M.F. et al. (2010). European Sourcebook of Crime and Criminal Justice Statistics
(Fourth edition). The Hague: Boom Juridische Uitgevers.
Agra C., Quintas J. & Fonseca E. (2001). De la sécurité démocratique à la démocratie
de sécurité: le cas Portugais. Déviance et Société, 25(4), 499-513.
Asale, A.A. (2003). The racial economies of criminalisation, Immigration and
policing in Italy. Social Justice, 30(3). San Francisco, 15pg.
Baloni, A. & Bisi, R. (1990). Police Attitudes Concerning Police Role and Function in
Italy, Police and the Community: Contributions concerning the relationship between
police and the community and concerning Community Policing. Holzkirchen:
Felix-Verlag, 179-184.
Toekomstpolitie.indd 77 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
78 Maklu
Barbagli, M., Sartori, L. (2004). Law enforcement activities in Italy. Journal of Modern
Italian Studies, 9(2).
Barber, B.R. (2013). If mayors ruled the world, dysfunctional nations, rising cities. New
Haven, London: Yale University Press.
Barrie, D.G. (2008). Police in the Age of Improvement: Police development and the civic
tradition in Scotland, 1775-1865. Cullompton: Willan Publishing.
Bayley, D.H. & Shearing, C.D. (1996). The future of policing. Law and society review,
30(3), 585-606.
Bayley, D.H. & Shearing, C.D. (2001). The new structure of policing: description,
conceptualization, and research agenda. Washington D.C.: National Institute of Justice.
Becker, H. & Thomas, Ch. (ed.) (1973). Police Systems of Europe, A survey of selected
police organisations. Springfield, Illinois: East Lawrence Avenue.
Bellanger, F. (1998). Administration et police en Suisse. Annuaire européen
d’administration publique, 21, 25-240.
Benyon, J. (Ed.) (1984). Scarman and After. Pergamon Press.
Benyon, J. & Solomos, J. (eds.) (1987). The Roots of Urban Unrest. Pergamon Press.
Berlière, J.M. (1996). Le monde des polices en France. Bruxelles: Editions complexe.
Brodeur, J.P. (1995). Comparisons in Policing: An International Perspective. Avebury:
Ashgate Publishing Limited.
Bruggeman, W. & Ponsaers, P. (2011). Nederlandse politiehervorming, gezien
vanuit een Belgisch perspectief. Tijdschrift voor de Politie, 73(10), Amsterdam: Reed
Business, 23-26.
Busch, H., Funk, A., Kauß, U., Narr, W.D. & Werkentin, F. (1985). Die Polizei in der
Bundesrepublik. Frankfurt/Main and New York: Campus.
Canosa, R. (1976). La polizia in Italia dal 1945 ad oggi. Bologna: Il Mulino.
Carrillo Cordero, F. (2003). El Modelo policial español y la descoordinación policial.
In E. Linde Paniagua & J. Pérez Vaquero (eds), La coordinación de las policies. Madrid:
Editorial Colex.
Cluny, A.F. (1995). O relacionamento da Polícia Judiciária com o Ministério Público
e o poder judicial em Portugal. Revista do Ministério Público, 64, 67-77.
Cohen, P. (1979/1981). Policing the Working Class City. In M. Fitzgerald et al.
(eds.), Crime and Society. London: Routledge & Kegan Paul.
Collin, R.O. (1985). The Blunt instrument: Italy and the police. In J. Roach & J.
Thomanick (eds.), Police & Public Order in Europe. Worcester: Bullings & Sons Ltd.
Collin, R. (1999). Italy a tale of two police forces. History today, 49, 27-33.
Toekomstpolitie.indd 78 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 79
Crawford, A., Lister, S., Blackburn, S. & Burnett, J. (2005). Plural policing: the mixes
economy of visible patrols in England and Wales. Bristol: The Policy Press.
Critchley, T.A. (1978). A History of the Police in England and Wales. London: Constable.
Den Boer, M. (1993). The Italian Police and European Police Cooperation. Edinburgh:
University of Edinburgh.
Devroe, E. & Ponsaers, P. (2013). Reforming the Belgian police system between
central and local. In N.R. Fyfe, J. Terpstra & P. Tops (eds.), Centralizing forces?
Comparative perspectives on contemporary police reform in northern and western Europe.
The Hague: Boom Legal Publishers/Eleven, 77-98.
Devroe, E. (2014). Purple vests. The origins of plural policing in Belgium. European
Journal of Policing studies, (2), 3, Antwerpen-Apeldoorn: Maklu.
Dieu, F. (2002). La Gendarmerie, secrets d’un corps. Toulouse: Editions complexe.
Domínguez-Berrueta De Juan, M., Fernando Pablo, M. & Fernández De Gatta
Sánchez, D. (1997). Reforma policial y constitución: algunas claves para su inter-
pretación. Constitución, policía y fuerzas armadas. Madrid: Marcial Pons.
Donnelly, D. & Scott, K. (2008). Policing in Scotland. In T. Newburn (ed.), Handbook
of Policing: second edition. Cullompton: Willan Publishing, 182-203.
Dunnage, J. (1997). The Italian Police and the Rise of Fascism. Westport: Praeger.
Durão, S., Gonçalves, C.G. & Índias Cordeiro, G. (2005). Vadios, mendigos, mitras:
práticas classificatórias de la Polícia en Lisboa. Revista da Faculdade de Ciências
Politicas e Sociologia da Universidade Complutense de Madrid, 42(3), 121-138.
Emsley, C. (2003). The birth and development of the police. In T. Newburn (ed.),
Handbook of Policing. Devon: Willan Publishing Ltd, 66-83.
Fijnaut, C. (2007). De geschiedenis van de Nederlandse Politie. Den Haag: Boom
Uitgevers.
Fijnaut, C. (2012). Het nationale politiekorps – achtergronden, controverses en toekomst-
plannen. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.
Groß, H. (2008). Deutsche Länderpolizeien. Aus Politik und Zeitgeschichte (APuZ),
48(14), 20-26.
Haagsma, J., Smits, I. & Waarsing, H. (2012). Blauw, hier en daar. Apeldoorn: Reed
Business.
Henricson, I. (2004). Politiret, 3 udgave. Jurist- og okonomforbundets Forlag.
Hope, T. (1996). Communities, crime and inequality in England and Wales. In T.
Bennett (ed.), Preventing Crime and Disorder: Targeting Strategies and Responsibilities.
Cambridge: Institute of Criminology.
Toekomstpolitie.indd 79 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
80 Maklu
Horton, C. (1995). Policing policy in France., London: Policy Studies Institute
Publishing.
Jochoms, M., Cachet, L., van Sluis, A., Sey, A. & Ringeling, A. (2013). Contested Police
Systems, Changes in the Police Systems in Belgium, Denmark, England & Wales, Germany
and the Netherlands, Reeks Het Groene Gras. The Hague: Eleven International
Publishers.
Jones, M. & Johnstone, P. (2011). History of Criminal Justice. Waltham MA: Anderson
Publishing.
Jones, T. & Newburn, T. (eds.) (2006). Plural Policing: A Comparative Perspective.
London: Routledge.
Jones, T. & Newburn, T. (2006). Understanding plural policing. In T. Jones & T.
Newburn (eds.), Plural policing: a comparative perspective. London: Routledge, 1-11.
Le Goff, T. (2009). Les polices municipales en Ile de France. Paris: IAU Ile de France.
Loader, I. (2000). Plural policing and democratic governance. Social and Legal
Studies, 9(3), 323-345.
Loader, I. & Walker, N. (2001). Policing as a public good. Reconstituting the con-
nections between policing and the state. Theoretical Criminology, 5(1), 9-35.
Lopez-Pintor, R. & Morlina, L. (2003). Italy and Spain, Civilian control of the Military
and the Police. Stanford: Stanford Institute for International Studies.
Malochet, V. (2007). Les policiers municipaux. Paris: PUF.
Mawby, R. & Wright, A. (2003). The police organisation. In T. Newburn (ed.), The
Handbook of Policing. Devon: Willan Publishing, 169-195.
Mawby, R. (2003). Models of Policing. In Handbook of Policing. In T. Newburn (ed.),
The Handbook of Policing. Devon: Willan Publishing, 15-40.
Mesko, G., Fields, Ch., Lobnikar, B. & Sotlar, A. (eds.) (2013). Handbook on Policing
in Central and Eastern Europe. New York: Springer.
Mohler, M.H.F. (1997). Les expériences de la Suisse en matière de coopération
policière tant entre les cantons qu’entre les autorités fédérales et cantonales. In R.
Bieber, A.-C. Lyon & J. Monar (eds.), Justice et affaires intérieures – l’Union européenne
et la Suisse. Berne: Stämpfli, 126-131.
Monjardet, D. (1996). Ce que fait la police, sociologie de la force publique. Paris: La
Découverte.
Newburn, T. (2003). Policing since 1945. In T. Newburn, Handbook of Policing.
Devon: Willan Publishing Ltd, 84-105.
Nolte, G. (2003). European Military Law Systems. Berlin: De Gruyter
Rechtswissenschaften Verlag.
Toekomstpolitie.indd 80 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 81
Palidda, S. (1992). Les forces de sécurité en Italie. In J.M. Erbes et al. (eds.), Polices
d’Europe. Paris: L’Harmattan, 235-266.
Perrodet, A. (2002). The Italian System. European Criminal Procedures. Cambridge:
University Press, 348-351.
Ponsaers, P. (2001). De ontwikkeling van community (oriented) policing en de ver-
houding tot andere politiemodellen. Handboek Politiediensten, Gemeenschapsgerichte
politiezorg, Politiemodellen, Afl. 57. Diegem: Kluwer, 1-42.
Ponsaers, P. (2001). Reading about ‘community (oriented) policing’ and police
models. Policing: An International Journal of Police Strategies & Management, 24(4),
MCB University Press, 470-496.
Ponsaers, P., Tange, C. & Van Outrive, L. (eds.) (2009). Regards sur la police – Insights
on police, Un quart de siècle de recherche sur la police en Europe et dans le monde anglo-
saxon – Quarter of a century research on police in Europe and the anglo-saxon world.
Bruxelles/Brussels : Ecole des Sciences Criminologiques Léon Cornil, Bruylant, 607.
Ponsaers, P., Bruggeman, W., Bisschop, L. & De Kimpe, S., (eds.) (2012). Bestellen
en Schalen. Orde van de Dag, 57. Mechelen: Kluwer, 6-11.
Ponsaers, P. & Devroe, E. (2012). On how a failing government creates an intru-
sive police force. In E. Devroe, P. Ponsaers, L.G. Moor, J. Greene, L. Skinns, L.
Bisschop, A. Verhage & M. Bacon (eds.), Tides and currents in police theories,
Cahiers Politiestudies, Vol. 25. Antwerpen-Apeldoorn: Maklu, 115-135.
Ponsaers, P., Edwards, A., Verhage, A. & Recasens i Brunet, A. (eds.) (2014). Policing
European Metropolises. European Journal of Policing Studies, 2(1). Antwerpen-
Apeldoorn: Maklu.
Prins, R.S., Cachet, A., Ponsaers, P. & Hughes, G. (2012). Fragmentation and
Interconnection in Public Safety Governance in the Netherlands, Belgium and
England. In M. Fenger & V. Bekkers (eds.), Beyond Fragmentation and Interconnectivity.
Amsterdam: IOS Press.
Rabot, A. (2004). The implementation and Evaluation of Community Policing in
Spain: Results and Future Prospects. European Journal of Crime, Criminal Law and
Criminal Justice, 12(3), Martinus Nijhof Publishers, 213-231.
Recasens, A. (1999). Police. European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal
Justice, 7(3), Martinus Nijhof Publishers, 397-411.
Renaudie, O. (2008). La Préfecture de Police. Paris: LGDJ.
Roach, J. & Thomaneck, J. (1985). Police and Public Order in Europe. Kent: Croom
Helm ltd.
Rodgers, C. & Gravelle, J. (2012). UK Policing and change: reflections of policing
worldwide. Review of European Studies, 4(1).
Toekomstpolitie.indd 81 22/06/15 16:42
Paul Ponsaers & Elke Devroe
82 Maklu
Rodrigues, J.N.C. (1998). Para um novo conceito de Polícia. Revista Portuguesa de
Ciência Criminal, 8(3), 389-408.
Rohrbach, E. Das Projekt ‘Polizei Thun’. Über die Zusammenlegung der Stadt- und
Kantonspolizei Thun’, Kriminalistik, 5, 385-388.
Roodenburg, H. (2004). Social Control in Europe, history of crime and criminal
justice series. Social control in fascist Italy, the Role of the Police. Ohio: Ohio State
University.
Sanders, A. & Young, R. (2002). From suspect to trial. In M. Maguire, R. Morgan &
R. Reiner (eds.), The Oxfords Handbook of Criminology. Oxford University Press.
Scott, K. (2008). The Scottish Crime and Drug Enforcement Agency: from common
police service to ‘MacFBI’. The Police journal, 46-56.
Sigrist, A. (2009). Suisse: une recherché disparate pour un monde policier éclaté.
In P. Ponsaers, C. Tange & L. Van Outrive (eds.), Regards sur la police – Insights on
police, Un quart de siècle de recherche sur la police en Europe et dans le monde anglo-
saxon – Quarter of a century research on police in Europe and the anglo-saxon world.
Ecole des Sciences Criminologiques Léon Cornil, Bruxelles/Brussels: Bruylant.
Sousa, A.F. (2003). Polícia administrativa: autoridades, órgãos e competências.
Revista de Estudos Jurídico-Políticos, 9, 63-111.
Stead, P.J. (1983). The Police of France. London: Macmillan.
Terpstra, J., Stokkom, B. van & Spreeuwers, R. (2013). Who Patrols the Streets? An
International Comparative Study of Plural Policing. Den Haag: Eleven International
Publishing.
Fyfe, N., Terpstra, J. & Tops, P. (2013). Centralizing Forces? Comparative Perspectives
on Contemporary Police Reform in Northern and Western Europe. The Hague: Eleven
International Publishers.
Tschudi, H.M. (2003). Lokale und regionale Verantwortung: Der Schweizer
Föderalismus als Vor- oder Nachteil für die Sicherheit in den Städten. In Konferenz
Der Städtischen Polizeidirektorinnen Une Polizeidirektoren Kspd Und Dem
Polizeidepartement Der Stadt Zürich (ed.), Urbane Sicherheit im 21. Jahrhundert.
Referate und Podiumdiskussion der Tagung vom 12. September 2003. Zürich, Basel,
Genf, Schulthess, 25-40.
Umberto, S. (2010). The Guardia di Finanza and the prevention of and fight against
organized crime. Rivista di Criminologia, Vittimologia e Sicurezza, 4(1), Società
Italiana di Vittimologia.
Valriberas Sanz, A. (1999). Cuerpo nacional de policía y sistema policial español. Madrid:
Ediciones jurídicas y sociales, 229-287.
Toekomstpolitie.indd 82 22/06/15 16:42
3. De toekomst van Europese Nationale Politiebestellen?
Maklu 83
Vlek, F. & Van Reenen, P. (eds.) (2012). Voer voor Kwartiermakers, Wetenschappelijke ken-
nis voor de inrichting van de Nationale Politie. Politie & Wetenschap Overzichtsstudies,
Amsterdam: Reed Business.
Vogel, M. (1993). Les polices des villes entre local et national: l’administration des polices
urbaines sous la IIIe République, thèse de sciences politiques. Grenoble: IEP.
Wall, D.S. (1998). The Chief Constables of England and Wales: The Socio-Legal History
of a Criminal Justice elite. Dartmouth: Ashgate.
Toekomstpolitie.indd 83 22/06/15 16:42
... The analysis of different police systems in Europe, led to a theoretical framework for classifying national police systems, which will be of use to understand underlying pluralization forces. In their ten years research (20052006200720082009201020112012201320142015 Ponsaers and Devroe [80,81] focused upon those agencies of which competences are legally defined by the national legislator, more precisely those competences which are linked to the use of the monopoly of legal and legitimate violence. Notwithstanding the reality of international and European agencies directed towards police cooperation (e.g. ...
... The model distinguishes police forces (police services) from police types (character of police organisation).Table 1 clarifies the developed theoretical model of police-typology. We now explain each type of police system, namely what Ponsaers and Devroe [80,81] c. Unified Police Systems (Table 1). ...
Article
Full-text available
The evolution from government to governance leading to multiple partnerships in policing and in pluralization of regular police functions is widespread in Europe. Although this trend is frequently described and analysed by Anglo-Saxon scholars, empiric research findings outside the United Kingdom are scarce. In this article we focus on the organisation of the Belgian regular police force and the passing on of particular police functions to other -as well private as public- partners and agencies. We analyse the situation after the major police reform in 1998, and situate the research findings in the broader context of changes in police systems in different countries. Police centralisation and decentralisation movements do influence outsourcing tendencies. We develop a theoretical overview of the issue of plural policing on the one hand and a theoretical framework to allocate reforms in police systems in different countries on the other. For Belgium we analyse the organisational and operational setting of the regular police, and public and private agents performing police tasks. The empirical research is based on an in-depth study of 25 years of security policy in Belgium (interviews with politicians) and an extended document analysis [ 86,87]. Concluding we discuss the specific place the regular police, called a ‘cannibal police force’ still takes within the security governance, leaving no place for outsourcing to private partners.
... De nationalisering werd gepresenteerd als de mirakeloplossing voor alle problemen van de Nederlandse politie, terwijl meteen het " consent " model in de verdediging werd geduwd, ten voordele van een oprukkend " control " model. Gelijkaardige bewegingen kunnen worden waargenomen in Schotland, waar de federalisering van het Verenigd Koninkrijk ondermeer van politieke zijde werd bevochten middels de eenmaking van het bestel binnen een Schotse Nationale Politie (Fyfe et al., 2013); of in het Spaanse Catalonië, waar het referendum ten voordele van onafhankelijkheid werd vooraf gegaan door het op de been brengen van een eigen, Catalaanse politie, de Mossos d'Esquadra (Ponsaers & Devroe, 2015). Of, hoe de politieke elite de politie mis-of gebruikt om haar politieke doelstellingen te bereiken. ...
Chapter
Full-text available
Maklu 8 Tussen woord en daad groeit een onoverbrugbare spagaat Paul Ponsaers 1 De gebeurtenissen in Parijs op 13 november 2015 hebben Europa grondig door elkaar geschud. Het ging dan ook om een ronduit weerzinwekkende reeks van aanslagen. De noodtoestand werd in Frankrijk afgekondigd en de Franse regering reageerde met fors militair geweld tegen IS. In de nasleep hiervan kwam ons land in toenemende mate in het vizier van internationale waarnemers, die wezen op Sint-Jans-Molenbeek als broeinest van de internationale terreur. Op advies van OCAD verhoogde de regering het dreigingsniveau naar het hoogst denkbare. Het leger verscheen in het straatbeeld, grootschalige huiszoekingen vonden plaats, an-ti-terreur maatregelen werden voorgesteld, de herstructurering van de Brusselse zonale politie kwam ter sprake, de verbreding van de inzet van de private veilig-heidssector verscheen op de agenda, en nog veel meer. Voorliggende bundel komt dan ook op tijd. Al te lang werd in België het probleem van radicalisering onderkend, doch veel te weinig doortastend aangepakt. Het is goed dat deze bundel er is en dat beschikbare kennis werd samengebracht. Het is ook erg bemoedigend te lezen dat dit boek materiaal bevat waarmee praktijkmensen in tal van situaties hun voordeel kunnen doen. Het is alvast een bemoedigend signaal en een sterk voor-beeld van de weerbaarheid die aanwezig is in de civiele samenleving. Er is niettemin nog bijzonder veel werk aan de winkel.
Article
Full-text available
Gedurende de avond van 13 november 2015 vindt een reeks van moorddadige aanslagen plaats in Parijs. Tijdens de aanslagen vallen 130 doden en 350 gewonden. Amper enkel maanden later, op 22 maart 2016, vinden in Brussel twee bomaanslagen plaats. Hier worden 35 dodelijk slachtoffers en 340 gewonden genoteerd. Tussen beide aanslagenreeksen zijn verschillende verbindende elementen. Eén hiervan is zonder enige twijfel de betrokkenheid van verdachten afkomstig uit de Brusselse gemeente Molenbeek. In dit artikel willen we ingaan op de centrale vraag waarom precies Molenbeek zo’n centrale plaats inneemt in het terreurdossier en op welke wijze hieraan kan geremedieerd worden? Een eerste deel beschrijft de gemeente Molenbeek als zodanig en de radicaliseringstendensen die zich gedurende de voorafgaande jaren voordeden in deze Brusselse gemeente. Er zal vastgesteld worden dat Molenbeek een “verwonde” gemeente werd gedurende het afgelopen decennium, die bij herhaling met het radicaliseringsprobleem werd geconfronteerd en in een neerwaartse spiraal terechtkwam. Nochtans zal opgemerkt worden dat niet zozeer het recherche- en gerechtelijk apparaat faalde in de strijd tegen het terrorisme. Bij herhaling werden immers grote groepen verdachten voor de rechter gebracht en veroordeeld. Het zal echter blijken dat dit niet heeft kunnen verhinderen dat een aantal onder hen verder radicaliseerde en betrokken raakten bij terreurdaden. De stelling die hier wordt verdedigd is dan ook dat niet zozeer het gerechtelijk kader faalde, maar dat alleen dit aspect onvoldoende was. Het is het bestuurlijk kader dat te gebrekkig werkte om radicalisering tegen te houden. In het tweede deel wordt een structurele diagnose gemaakt van de bestuurlijke context waarbinnen Molenbeek binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest functioneert en hoe de politiële aanpak hier al dan niet op aansluit. Hier wordt vastgesteld dat vooral de afstemming tussen het preventief-bestuurlijk luik enerzijds en het repressief-gerechtelijk luik anderzijds structurele gebreken vertoont, die niet langer kunnen worden teruggebracht tot individuele tekorten, maar eerder toe te schrijven zijn aan de breuklijnen die het land verdelen en in grote mate een goede afstemming tussen beide soorten van aanpak in de weg staan. Het gaat om constructiefouten die dringend om remediëring vragen.
Article
Full-text available
Le 13novembre 2015, Paris a été victime d'attentats terroristes impliquant des djihadistes belges. Le 22 mars 2016, Bruxelles a été la cible d'actes terroristes, revendiqués, tout comme les attentats de Paris, par le groupe État islamique (EI ou Daech). Dans cette rubrique d'opinion, Paul Ponsaers et Elke Devroe formulent un certain nombre de considérations sur la politique développée par le Gouvernement belge pour soutenir la police dans son approche du terrorisme à Bruxelles. Ces éléments ont été traduits en particulier dans ce qui a été appelé le 'Plan Canal'. Dans un même temps, les auteurs se demandent si la police de la Région de BruxellesCapitale doit être structurée autrement afin de pouvoir optimiser la politique en question. EN GUISE D'INTRODUCTION Après qu'il fut clair que des djihadistes belges étaient impliqués dans les attentats de Paris du 13 novembre 2015, le Gouvernement fédéral a lancé le plan dit 'Plan Canal' pour soutenir la police dans son approche du terrorisme à Bruxelles. Depuis lors, Bruxelles (plus particulièrement l'aéroport de Zaventem et la station de métro de Maelbeek) a été la cible, le 22 mars 2016, d'une série d'attentats, revendiqués, tout comme les attentats de Paris, par le groupe État islamique (EI ou Daech). Dans cette rubrique d'opinion, nous posons la question de savoir dans quelle mesure ce Plan Canal est efficace et contribue à endiguer des attentats d'une telle ampleur. Dans un premier temps, nous aborderons les origines du phénomène djihadiste à Bruxelles. Il en ressort qu'il ne s'agit pas d'un événement ponctuel mais plutôt d'une série d'événements d'un seul tenant au sein desquels des liens se tissent entre personnes et ce depuis 1995. En d'autres termes, il ne s'agit pas d'un nouveau phénomène mais d'une nouvelle phase dans son développement. Ensuite nous aborderons la structuration de la police dans la Région de Bruxelles-Capitale, dans la perspective du développement d'une politique plus adaptée. LES ORIGINES DES ATTENTATS DE PARIS ET DE BRUXELLES Les attentats à la bombe donnent l'impression qu'il s'agit d'événements brusques qui, en tant que tels, n'ont pas d'antécédents et qui n'ont pas de liens entre eux. Rien n'est moins vrai.
Article
Full-text available
Nadat duidelijk werd dat Belgische jihadi’s betrokken waren bij de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 kwam de federale regering met een zogn. “Kanaalplan” om de politie te ondersteunen in haar anti-terreuraanpak in het Brusselse. Intussen werd Brussel op 22 maart 2016 doelwit van een aanslagenreeks. We stellen hier de vraag in hoeverre dit “Kanaalplan” effectief is en bijdraagt aan het indammen van deze drieste aanslagen. In een eerste paragraaf gaan we in op de voorgeschiedenis van het jihadi-fenomeen in het Brusselse. Hieruit blijkt dat het niet gaat om een incidentele gebeurtenis, maar om een aaneengesloten reeks van evenementen waartussen diverse verbanden tussen personen lopen, en dit reeds sinds 1995. Het gaat met andere woorden niet om een “nieuw” fenomeen, maar om een nieuwe fase in de ontwikkeling. In een tweede deel gaan we in op de structurering van de politie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met het oog op het een aangepaster beleid.
Article
Full-text available
Inleiding Het politiebestel is geen rustig bezit. Tussen Nederland en Belgie bestaan aanzienlijke verschillen vanwege politiek-bestuurlijke en andere tradities, zijn er verschillen in de inrichting van het openbaar bestuur en opvattingen over politie en politiewerk. Elk nieuw bestel lost sommige problemen bevredigend op, maar andere niet en creëert bovendien weer nieuwe problemen. Een goede reden dus om te vergelijken wat er nu in Nederland en ook in België gebeurt 1. België en Nederland hebben veel punten van overeenkomst, maar verschillen sterk daar waar het de politie en justitie betreft. Dit blijft een opvallend gegeven, zeker nu er binnen de Europese Unie gestreefd wordt naar meer samenhang en wederzijdse erkenning. Anderzijds bieden deze verschillen aanknopingspunten om te vergelijken en te zoeken naar mogelijke specifieke meerwaarde bij het nemen van beslissingen. In deze bijdrage gaan we in een eerste paragraaf in op een aantal kritieke punten die naar voor kwamen bij de Belgische politiehervorming. In een tweede paragraaf gaan we in op een aantal essentiële elementen van de evaluatie die na 10 jaar hervorming in België werd gemaakt, om in een derde paragraaf af te sluiten met een aantal recente ervaringen tussen Nederlandse en Belgische politiemensen. 1. De kritiek kort na de Belgische politiehervorming Toen in december 1998 in België de " wet op een geintegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus " tot stand kwam, werd besloten dat de volledige implementatie van het nieuwe bestel van start zou gaan in januari 2001. Zo is het ook gegaan. Het politiebestel werd met andere woorden over twee jaren heen omgebouwd naar het sjabloon van de wet. De doorlooptijd van het Programma Nationale Politie in Nederland is eveneens bepaald op twee jaar, gerekend vanaf het moment dat de nieuwe Politiewet van kracht zal worden. Op deze gang van zaken in België waren er toen een aantal verreikende commentaren, die we graag meegeven aan de Nederlandse architecten van het nieuwe bestel. We overlopen deze kort 2. 1.1. Hebben we een sequentieel masterplan? De invoering van de Nationale Politie in Nederland wordt uitgezet middels een gefaseerde uitwerking van het nieuwe politiebestel (Programmaplan, Ontwerpplan, Inrichtingsplan, Realisatieplan en Communicatieplan). Het lijkt er sterk op dat de Nederlandse hervorming stevig wordt onderbouwd middels deze plannen. Verschillende Belgische observatoren hebben er bij de Belgische politiehervorming op gewezen dat de hervorming werd ingezet zonder dat er een masterplan voorhanden was. Een politiebestel is immers een heikele onderneming, waarin een sequentiële opbouw hoort te zitten, het ene kan immers niet voordat het andere werd ingevoerd. Sommige commentatoren hebben in het verleden de Belgische hervorming bekritiseerd omwille van het feit dat het bestel " als een ritssluiting " werkte, of om het helderder te zeggen: alle elementen van het nieuwe bestel moesten op hetzelfde moment worden in plaats gebracht en werkzaam zijn, wilde het bestel werkzaam kunnen worden. Het moge duidelijk zijn, de Belgische hervorming tien jaar geleden was veel ingrijpender dan de Nederlandse vandaag. In Nederland zijn veel van de bouwstenen voor het  Resp. Voorzitter Federale Politieraad en Professor aan het Benelux Universitair Centrum; Gewoon Hoogleraar Criminologie en Rechtssociologie, Universiteit Gent en Voorzitter Centrum Politiestudies.
Chapter
Full-text available
All societies require mechanisms for preserving social order and control. Among the most prominent of these are the police and the security or intelligence services. This chapter concentrates on the work of the police, as it is the police that have the higher public profile and the greater impact in the majority of instances relating to the normal social activities of a country. Furthermore, given that within Britain there are distinct police organizational structures in Northern Ireland, Scotland, and England and Wales, this chapter will focus on the largest police body in England and Wales.
Book
The study of police history in Scotland has largely been neglected. Little is known about the Scottish police’s origins, development and character despite growing interest in the machinery of law enforcement in other parts of the United Kingdom. This book seeks to remedy this deficiency. Based on extensive archival research, its central aim is to provide an in-depth analysis of the economic, social, intellectual and political factors that shaped police reform, development and policy in Scottish burghs during the ‘Age of Improvement’. The key issues addressed include: the workings of traditional forms of law enforcement and why these were increasingly deemed to be unsuitable by the late eighteenth and early nineteenth centuries; why, and in what ways, the pattern, nature and origins of police development in urban Scotland differed from elsewhere in Britain; in what ways the Scottish police model compared and contrasted with other British models; the impact of police reform on urban governance and the struggle between social groups for control of the local state; the concerns and priorities behind police policy. In addressing these questions, Police in the Age of Improvement moves beyond many of the ‘problem-response’ interpretations which have preoccupied many police historians, and locates reform within the wider contexts of urban improvement, municipal administration and Scottish Enlightenment thought. It will be essential reading for anyone interested in the history of policing, urban management and social change in the late eighteenth and nineteenth centuries.
Book
The history of crime and punishment is an important, yet under-resourced area of criminology and criminal justice. This valuable book provides concise but robust definitions of key terms and concepts, going well beyond a simple explanation of the word or theme. Offering a succinct approach to the vocabulary and terminology of historical and contemporary approaches to crime and punishment, it includes entries from expert contributors in a user-friendly A-Z format with clear direction to related entries and further reading. Including explanations of terms ranging from 'garrotting' to The Bow Street Runners, baby farming to juvenile delinquency, this easily accessible text will be ideal for the reader to draw on across the variety of modules and studies relating to the topic.
Article
Länderpolizeien bilden den Kern "eingreifenden Verwaltungshandelns" in Deutschland. Es werden Personalstärke und -struktur, Organisation, Ausbildung, der Anteil von Frauen und Beamten mit Migrationshintergrund in der Polizei sowie die aktuelle Polizeipolitik der Länder vergleichend analysiert.
Chapter
The research reported here arose out of a comparison between different types of police harassment directed against groups of young people in the city centre and on council estates in the inner city. I had, of course, experienced the sharp end of city centre policing at 144 Piccadilly. Subsequent experience of working with young people in North Islington (described in the previous chapter) made it clear that a very different set of protocols and procedures were being applied in this case.
Article