ArticlePDF Available

Talentontwikkeling bij Amerikaanse honoursprogramma's en Honours Colleges : site visitors van de Nationale Collegiate Honors Council over Talentontwikkeling

Authors:

Abstract

November 2006 is er onder de site visitors van de National Collegiate Honors Council (NCHC, Amerikaanse vereniging van betrokkenen bij honoursprogramma’s) in de VS een enquête gehouden om na te gaan hoe talentontwikkeling in Amerikaanse honoursprogramma’s gestalte kreeg en wat er de meerwaarde van is. Site visitors zijn onderwijsinspecteurs én adviseurs die door een universiteit kunnen worden gevraagd om hun honoursprogramma te evalueren en daarover te adviseren (zie bijlage 3). Ze worden daarin getraind door de NCHC. De resultaten van dit onderzoek zijn ervoor bedoeld om een beter beeld te krijgen van wat de meerwaarde van honoursprogramma’s voor talentontwikkeling kan zijn, ook voor Nederlandse honoursprogramma’s. Naast de enquête zijn er nog negen site visitors geïnterviewd over dit onderwerp. Over de resultaten daarvan is apart gerapporteerd (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008). Enkele citaten uit de interviews zijn ter illustratie in dit rapport gebruikt (wat apart vermeld wordt).
1
Talentontwikkeling bij Amerikaanse
honoursprogramma’s en Honours
Colleges
Site visitors van de National Collegiate Honors Council
over Talentontwikkeling
Pierre van Eijl
Marca Wolfensberger
Albert Pilot
2
3
Talentontwikkeling bij Amerikaanse
honoursprogramma’s en Honours
Colleges
Site visitors van de National Collegiate Honors Council
over Talentontwikkeling
Deelonderzoek van het project ‘Talentontwikkeling in
Honoursprogramma’s en de meerwaarde die dat
oplevert’
Pierre van Eijl
(IVLOS, Universiteit Utrecht, kernlid Plusnetwerk en werkzaam als zelfstandig
onderwijsadviseur)
Marca Wolfensberger
(Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht, kernlid Plusnetwerk)
Albert Pilot
(Voorzitter Wetenschappelijk Stuurgroep, IVLOS, Universiteit Utrecht)
4
Mededeling nr. 83
Interfacultair Instituut voor
Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden
Universiteit Utrecht i.s.m. het Landelijke Plusnetwerk voor Academische
Honoursprogramma’s
November 2008
Voor contact e-mail: p.j.vaneijl@uu.nl
Heidelberglaan 8, Postbus 80.127, 3508 TC Utrecht
Telefoon (030) 2532601 of 06 49944549
Kan gratis gedownload worden:
http://www.ivlos.uu.nl/adviesentraining/aanboduniversite/etalagehog
eronde/34863main.html
5
Inhoudsopgave
VOORWOORD.................................................................................................................................................. 6
SAMENVATTEND OVERZICHT RESULTATEN.................................................................................. 7
1. DOEL VAN DIT DEELONDERZOEK................................................................................................ 11
2. HONOURSPROGRAMMA’S IN DE VS........................................................................................... 12
3. TALENTONTWIKKELING BINNEN HONOURS ........................................................................ 15
4. METHODE................................................................................................................................................... 16
5. VERWERKING: RESULTATEN E-MAIL ENQUÊTE .................................................................. 16
5.1 ERVARING VAN DE RESPONDENTEN ALS SITE VISITOR ......................................................................... 16
5.2 WELKE VORMEN VAN TALENTONTWIKKELING ZIJN BELANGRIJK IN EEN HONOURSPROGRAMMA?...... 17
5.3 ACCENT OP ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN OF PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN?.............................. 18
5.4 GEWENSTE CRITERIA VOOR SELECTIE.................................................................................................... 18
5.5 HOE GOED ZIJN DE NU GEBRUIKTE CRITERIA VOOR SELECTIE?........................................................... 19
5.6 INSTROOM HONOURS IN RELATIE MET DE TOTALE INSTROOM ............................................................. 20
5.7 WEL OF GEEN HONOURS?....................................................................................................................... 21
5.8 MAAR EEN DEEL VAN EEN HONOURSPROGRAMMA DOEN?..................................................................... 21
5.9 WAT IS ESSENTIEEL BIJ DE ONDERWIJSKUNDIGE VORMGEVING VAN EEN HONOURSPROGRAMMA?. 22
5.10 WAT KARAKTERISEERT EEN GOEDE HONOURSDOCENT?.................................................................... 24
5.11 WAT DRAGEN EXTRA-CURRICULAIRE ACTIVITEITEN BIJ AAN TALENTONTWIKKELING?.................... 25
5.12 ADVISEREN VAN HONOURSSTUDENTEN IN HUN STUDIE..................................................................... 26
5.13 IN HOEVERRE ZIEN HONOURSSTUDENTEN ZICHZELF IN EEN ELITEPOSITIE?.................................... 27
5.14 DE WAARDE VAN EEN HONOURSCERTIFICAAT..................................................................................... 28
5.15 NUMERIEK RENDEMENT VAN EEN HONOURSPROGRAMMA................................................................... 29
5.16 TALENTONTWIKKELING ALS KERNPUNT IN HONOURS?....................................................................... 29
5.17 EEN ALGEMEEN (INTERDISCIPLINAIR) VERSUS EEN DEPARTEMENTAAL (DISCIPLINAIR)
HONOURSPROGRAMMA .................................................................................................................................... 30
5.18 VERSCHILLEN TUSSEN HONOURSPROGRAMMAS EN HONOURS COLLEGES?.................................... 30
5.19 MEERWAARDE VOOR AFGESTUDEERDEN IN HUN MASTEROPLEIDING ................................................ 31
5.20 VOORDELEN VOOR ALUMNI?................................................................................................................. 32
5.21 AANTREKKELIJKHEID VAN EEN UNIVERSITEIT VOOR GETALENTEERDE STUDENTEN ......................... 33
5.22 IN HOEVERRE TREKT EEN HONOURSPROGRAMMA GETALENTEERDE DOCENTEN AAN?...................... 33
5.23 SLOTOPMERKING................................................................................................................................... 34
REFERENTIES................................................................................................................................................ 36
BIJLAGE 1: VERSCHILLEN TUSSEN NEDERLANDSE EN AMERIKAANSE
HONOURSPROGRAMMA’S ...................................................................................................................... 37
BIJLAGE 2: QUESTIONNAIRE ‘TALENT DEVELOPMENT IN HONORS PROGRAMS’
NOVEMBER 2006......................................................................................................................................... 39
BIJLAGE 3: ON THE ROLE OF THE SITE VISITOR AS CONSULTANT & PROGRAM
REVIEWER ...................................................................................................................................................... 43
OVERZICHT VAN DE IVLOS-MEDEDELINGENREEKS......................................................................... 44
6
Voorwoord
In dit rapport wordt verslag gedaan van een enquête onder Amerikaanse site visitors van
Honoursprogramma’s over de wijze waarop talentontwikkeling in Amerikaanse
honoursprogramma’s plaatsvindt. Dit deelonderzoek vond plaats in het kader van het
project ‘Talentontwikkeling in Honoursprogramma’s en de meerwaarde die dat oplevert’.
In najaar 2006 zijn Amerikaanse site visitors van de National Collegiate Honours Council
(NCHC) geënquêteerd en geïnterviewd in het kader van dit project (Van Eijl,
Wolfensberger & Pilot, 2008). Deze site visitors hebben jarenlange ervaring met het
visiteren van honoursprogramma’s bij universiteiten in de VS en zijn meestal zelf
directeur van een honoursprogramma en honoursdocent. Ze zijn de personen bij uitstek
die zicht hebben op de kwaliteiten en mogelijkheden van honoursprogramma’s.
Over het gehele project is een eindrapport verschenen (Van Eijl, Wolfensberger, Schreve-
Brinkman & Pilot, 2007) waarin de inzichten opgedaan in de deelonderzoeken gebundeld
worden en op basis daarvan aanbevelingen worden gedaan op het gebied van
talentontwikkeling. Daarin worden ook vier Nederlandse voorbeelden van
honoursprogramma’s beschreven en wordt nader geanalyseerd wat deze programma’s
bijdragen aan talentontwikkeling van de deelnemende honoursstudenten. Deze vier
voorbeelden zijn allen al langer bestaande honoursprogramma’s in het wetenschappelijk
onderwijs waar vijf tot tien jaar ervaring mee is opgedaan (Greef & Silva, 2008;
Konijnendijk & Touwen, 2008; Scager, 2008; Wolfensberger, 2008).
Daarnaast is een inventarisatie uitgevoerd bij het HBO en zijn de daar bestaande
honoursprogramma’s in kaart gebracht (Groothengel & Van Eijl, 2008). Het betreft in het
HBO veelal net gestarte honoursprogramma’s.
In een apart deelonderzoek zijn interviews met sleutelfiguren vanuit het afnemend veld
gehouden die hun visie op talentontwikkeling en de rol van honoursprogramma's hierbij
geven (Schreve-Brinkman, 2008).
Het project is een samenwerkingsproject waarbij door de Universiteiten van Utrecht
(penvoerder), Leiden en Amsterdam (UvA) is samengewerkt met het landelijk
Plusnetwerk. Een wetenschappelijke stuurgroep ziet toe op de uitvoering van het project,
hierin hebben zitting prof. dr. A. Pilot (voorzitter, IVLOS, Universiteit Utrecht), prof. dr.
H.W. van den Doel (Geschiedenis, Universiteit Leiden en voorzitter van het Plusnetwerk),
prof. dr. R. van der Vaart (Geowetenschappen, Universiteit Utrecht) en prof. dr. A.
Schram (Bètawetenschappen, Universiteit van Amsterdam).
Onder auspiciën van de Commissie Ruim Baan voor Talent is dit project in 2006-2007
gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
7
Samenvattend overzicht resultaten
November 2006 is er onder de site visitors van de National Collegiate Honors Council
(NCHC, Amerikaanse vereniging van betrokkenen bij honoursprogramma’s) in de VS een
enquête gehouden om na te gaan hoe talentontwikkeling in Amerikaanse
honoursprogramma’s gestalte kreeg en wat er de meerwaarde van is. Site visitors zijn
onderwijsinspecteurs én adviseurs die door een universiteit kunnen worden gevraagd om
hun honoursprogramma te evalueren en daarover te adviseren (zie bijlage 3). Ze worden
daarin getraind door de NCHC.
De resultaten van dit onderzoek zijn ervoor bedoeld om een beter beeld te krijgen van
wat de meerwaarde van honoursprogramma’s voor talentontwikkeling kan zijn, ook voor
Nederlandse honoursprogramma’s. Naast de enquête zijn er nog negen site visitors
geïnterviewd over dit onderwerp. Over de resultaten daarvan is apart gerapporteerd (Van
Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008). Enkele citaten uit de interviews zijn ter illustratie in dit
rapport gebruikt (wat apart vermeld wordt).
Overall view site visitors
De tien site visitors die hebben deelgenomen aan de enquête zijn honoursdirecteuren en
honoursdocenten met veel tot zeer veel ervaring in het visiteren van
honoursprogramma’s, gemiddeld 14 jaar ervaring. De gegeven antwoorden in de
enquêtes weerspiegelen dan ook meestal de ervaring die is opgedaan bij het visiteren
van vele honoursprogramma’s in de VS.
Variëteit aan honoursprogramma’s
De site visitors benadrukken dat de honoursprogramma’s en Honours Colleges in de VS
sterk verschillen qua opzet, omvang en co-curriculaire activiteiten1. De uitspraken van de
site visitors gedaan in de enquête slaan dan ook niet op hét honoursprogramma of
Honours College in de VS maar geven de hoofdlijnen ervan weer geïllustreerd met een
schat aan ervaringengegevens.
Pragmatische benadering talentontwikkeling
In het algemeen kan gesteld worden dat bij honoursprogramma’s van Amerikaanse
universiteiten een pragmatische benadering bij het werken aan talentontwikkeling wordt
gevolgd. Studenten die blijk hebben gegeven van een bovengemiddeld ‘cijfer’ (grade
point average, GPA) op de high school en relatief hoge scores hebben op een landelijke
test (bijvoorbeeld de Scholastic Aptitude Test, SAT) kunnen zich opgeven voor deelname
aan een honoursprogramma. Van de grofweg 24% (gemiddelde van schattingen site
visitors en sterk variërend per honoursprogramma) van de studenten met een voldoend
hoge score voor het honoursprogramma geeft maar een deel zich daadwerkelijk op en
daarvan wordt maar een deel toegelaten. Bij de toelatingsselectie wordt niet alleen naar
testscores en het GPA gekeken maar ook naar werkstukken (essays). Door middel van
toelatingsgesprekken wordt nagegaan of een student geschikt is voor een
honoursprogramma, dat willen zeggen gemotiveerd is (een actieve houding heeft),
nieuwsgierig, kritisch, goede schrijfvaardigheden heeft en een belangstelling heeft die
verder reikt dan de schoolvakken. De selectiecriteria wisselen per honoursprogramma.
Het percentage studenten van een cohort dat deelneemt aan een honoursprogramma
varieert van 1 – 10 %. De site visitors hebben de indruk dat de groep studenten die een
toereikend GPA en een goede testscore heeft, maar niet deelneemt, vaak andere
prioriteiten heeft.
De honoursstudenten kunnen maar een deel, maximaal een derde van het reguliere
onderwijsaanbod, vervangend via een honoursprogramma doen. Voor de rest volgen ze
het reguliere programma. Dit geldt voor zowel honoursprogramma’s als honours colleges
Programmakenmerken van belang voor talentontwikkeling
Uitgangspunt van een honoursprogramma is dat het talentontwikkeling aanmoedigt. De
respondenten vinden daarvoor vooral de volgende programmakenmerken van belang:
ruimte voor initiatief voor de studenten, de aanpak door de honoursdocent, het
maximaliseren van ‘ontdekkend leren’, het geven van uitdagende opdrachten, het zorgen
1 URL: http://www.nchchonors.org/NCHC%20Basic%20Characteristics.pdf
8
dat studenten regelmatig feedback op hun voortgang krijgen, het adviseren (counselen)
van studenten en de ‘honours community’.
Kenmerken van goede honoursdocenten
Goede honoursdocenten worden volgens de site visitors gekenmerkt door de volgende
zes kwaliteiten:
1- interesse in de vragen van de studenten en in hun leerproces.
2- in staat om studenten te betrekken in het onderwijsleerproces.
3- in staat om studenten uit te dagen nieuwe wegen te zoeken, nieuwe antwoorden op
vragen te vinden en nieuwe vragen te stellen.
4- het kunnen inspireren van studenten, de passie voor een onderwerp over kunnen
brengen op honoursstudenten en hen te stimuleren om naar de implicaties van een idee
of benadering te kijken.
5- het kunnen stellen van eisen aan de honoursstudenten zonder daarbij draconisch te
zijn of ongevoelig.
6- het bijdragen aan een honours community
Talentontwikkeling bij co-curriculaire activiteiten
Naast de honourscursussen organiseren tal van honoursprogramma’s extra- of co-
curriculaire activiteiten. De co-curriculaire activiteiten die volgens de site visitors door de
honours studenten gewaardeerd worden variëren van sociale activiteiten tot het
uitnodigen van gastsprekers, het maken van artistieke producties, het studeren in het
buitenland, excursies en het doen van onderzoek. Volgens de site visitors ontwikkelen
honoursstudenten daarbij met name twee clusters van talenten: 1) exploratie: nieuwe
dingen ontdekken ten aanzien van jezelf of anderen en 2) coöperatieve en
leiderschapstalenten.
Elite of apart?
Volgens enkele respondenten zien de honoursstudenten zichzelf wel als apart maar niet
noodzakelijk als een elite. Ze zijn zich ervan bewust dat er door het honoursprogramma
voor hen mogelijkheden zijn die niet voor andere studenten beschikbaar zijn. Aan de
andere kant willen veel van hen vanwege sociale redenen hun betrokkenheid bij honours
en de voorrechten die dat biedt kleiner doen lijken dan feitelijk het geval is (site visitors
merken op dat gelijkheid een hoog gewaardeerd goed is in de VS).
Een enkele keer komt een student binnen met een houding van bevoorrecht en superieur
te zijn vanuit zijn of haar achtergrond. Een respondent geeft aan dat hij hen er altijd aan
probeert te herinneren dat het deel van zijn van een elite niet betekent dat je je elitair
gedraagt.
Cultuurverschil tussen VS en Nederland met betrekking tot het begrip talent
Een site visitor merkt op dat de VS een dominante cultuur heeft waar talenten en ‘brains’
behandeld worden als eigenaardigheden. Een universiteit die termen gebruikt als ‘de
elite’ met een verwijzing naar honoursstudenten kan deze studenten niet alleen kwetsen
maar zelfs lam leggen. Vaker wordt in het kader van honoursprogramma’s de term
‘excellence’ gebruikt.
Honourscounseling
De manier waarop studenten geadviseerd worden in hun honoursstudie varieert, maar de
meest ontwikkelde honoursprogramma’s en Honours Colleges hebben een eigen honours
counselor. Die adviseert studenten ook bij het meedingen naar nationale en
internationale beurzen (scholarships).
Talentontwikkeling
Talentontwikkeling wordt als kernpunt gezien in een honoursprogramma maar men heeft
het dan eerder over ‘developing’ of ‘cultivating excellence’. De talenten die extra
ontwikkeld worden beslaan een brede range van kwaliteiten van studenten, die ook
onderdeel van het reguliere programma kunnen zijn, maar in het honoursprogramma
meer kans krijgen. Talenten die door de site visitors relatief als de meest belangrijke
worden gezien zijn in volorde van belang:
Effectief kunnen communiceren (nadruk op mondelinge
presentatievaardigheden)
Zich inhoudelijk verdiepen
Een diepgaande probleemanalyse kunnen uitvoeren
9
Het vinden van nieuwe manieren om problemen op te lossen
De waarde van een theorie ter discussie kunnen stellen
Het kunnen zien van de relaties met andere disciplines
Interdisciplinair kunnen denken
Het durven nemen van risico’s
Verder worden academisch leiderschap, debat, mondiaal denken en ethiek
binnen een honoursprogramma als belangrijker gezien dan binnen een
regulier programma.
Een goed opgezet honoursprogramma zal volgens de site visitors studenten in staat
stellen hun eigen talenten te ontwikkelen in aanvulling op de normale vereisten van een
academische opleiding.
Brede en vakspecifieke honoursprogramma’s
In de VS zijn grofweg twee soorten honoursprogramma’s te onderscheiden: een
algemeen (interdisciplinair) honoursprogramma (gekoppeld aan het algemene
onderwijsgedeelte in de eerste twee jaar) en een ‘departmental’ (disciplinair)
honoursprogramma gekoppeld aan het departement van de major in de laatste twee jaar
van de bachelorstudie.
Als de belangrijkste sterke punten voor talentontwikkeling van studenten in een
algemeen (‘general’) honoursprogramma worden genoemd: breedheid van visie
gecombineerd met diepte van onderzoek. Dat is belangrijk want het werkelijk spannende
onderzoekswerk vindt volgens een respondent plaats tussen de vakdisciplines. Een
algemeen honoursprogramma geeft een bredere benadering van problemen,
interdisciplinaire interactie tussen honoursstudenten, training gericht op het zien van
verbanden en soms het doen van een interdisciplinaire studie. Een ‘departmental’
honoursprogramma is meer vakgericht en kan daardoor ook meer in de diepte gaan. Het
honoursprogramma kan, zeker in de laatste twee jaar, onderzoeksactiviteiten bevatten
een ‘capstone experience’ (integratief project), presentaties op conferenties,
internationale of nationale studiereizen, leiderschapstaken, interdisciplinaire seminars,
speciale stages en het schrijven van een honoursthesis.
Voor studenten met een bredere belangstelling is een algemeen honoursprogramma of
een combinatie van een algemeen en een departmental honoursprogramma beter dan
alleen een departmental programma.
Verschillen tussen honoursprogramma’s en Honours Colleges onduidelijk
Verreweg de meeste site visitors zien geen inhoudelijke voordelen voor een
honoursprogramma vergeleken met een Honours College want naar hun idee is een
Honours College een honoursprogramma met meer financiële middelen.
Een Honours College heeft wel een eigen decaan en en een eigen budget en kan
daardoor op voet van gelijkheid overleggen met de andere decanen van de universiteit.
Een nadeel van een honoursprogramma vergeleken met een Honours College kan dan
ook zijn dat over een honoursprogramma jaarlijks financieringsafspraken moet worden
gemaakt waarbij de honoursdirector in zekere mate afhankelijk is van anderen.
Numeriek rendement
Niet alle studenten voltooien hun honoursprogramma. Het al dan niet afronden varieert
sterk per opleiding (van 20 – 90%!) maar het gemiddelde van de schattingen van de site
visitors ligt op 46% (met grote spreiding). Op sommige universiteiten draagt het
verstrekken van beurzen (scholarships) aan honoursstudenten aanzienlijk bij aan een
hoog rendement.
Doorwerking honours bij vervolgopleiding
De indruk van de site visitors is dat afgestudeerden van een honoursprogramma er baat
bij hebben bij hun vervolgopleiding, in hun carrière en bij hun persoonlijke ontwikkeling.
Ook achteraf hebben ze vaak grote waardering voor het gevolgde honoursprogramma.
Als meerwaarde bij het doen van een vervolgopleiding worden o.a. genoemd dat:
- honourstudenten een grotere kans hebben om tot een ‘graduate school’, of tot een ‘law’
en ‘medical program’ te worden toegelaten.
- het voltooien van een honoursprogramma vaak de deur heeft geopend naar een goede
graduate school.
10
- honoursstudenten het beter en sneller doen in een graduate programma, ze met meer
gemak zelfstandig onderzoek opzetten en aanzienlijk beter zijn in discussies over
moeilijke onderwerpen. Ook publiceren ze gemakkelijker.
- afgestudeerden meer achtergrond hebben, meer vaardigheid in het kritisch denken,
meer vertrouwen in hun mogelijkheden, dikwijls meer leiderschapsvaardigheden hebben
en beter in groepen kunnen werken. Ze zijn beter in staat om bij complexe vraagstukken
de methoden en concepten vanuit verschillende disciplines te integreren.
- afgestudeerden meer ervaring hebben met het presenteren op conferenties en met
internationale of nationale studiereizen.
Voordelen voor alumni bij hun loopbaan
De site vistors zijn ook heel expliciet over de voordelen voor de alumni van het
honoursprogramma tijdens hun maatschappelijk leven. Enkele voorbeelden:
- Alumni vertellen naderhand over de effectiviteit van de denk- en benaderingswijzen die
ze in hun honoursprogramma geleerd hebben voor hun professionele leven. Als ze hun
‘breakthrough’ momenten citeren waar ze zich een belangrijk idee of inzicht realiseerden,
dan zijn dat bijna altijd momenten in een honours class, een honoursprogramma of een
NCHC semester2 voor honoursstudenten. Dit is te meer uitzonderlijk omdat niemand
(uitgezonderd een paar recente Honours Colleges) meer dan een derde van zijn of haar
tijd aan een honoursprogramma heeft besteed.
-Alumni hebben een enorm voordeel van het netwerk van vrienden en relaties dat ze
dankzij honours hebben ontwikkeld.
Honoursprogramma’s verhogen de aantrekkelijkheid van een universiteit
Een honoursprogramma kan, mits het goed naar voren wordt gebracht in de publiciteit,
een universiteit attractiever maken voor zowel honours als non-honoursstudenten. Voor
een aantal studenten is het zelfs een doorslaggevende reden om naar een bepaalde
universiteit toe te gaan.
In het huidige klimaat in het hoger onderwijs met een sterke competitie voor
getalenteerde studenten heeft een instituut zonder honoursprogramma een serieus
probleem. Honoursprogramma’s, speciaal in grotere universiteiten, bieden studenten de
hoge kwaliteit en community-ervaring van een klein academisch elite college in de
context van een groter instituut.
Honoursprogramma’s kunnen attractief zijn voor docenten
Bij de attractiviteit van het geven van honoursonderwijs voor docenten hangt het er
vanaf hoe honoursdocenten worden geselecteerd door de departementen. Soms wordt
het geven van honoursonderwijs als een beloning en uitdaging beschouwd. Enkele site
visitors zijn van mening dat als een honoursprogramma gesteund wordt vanuit het
instituut en zowel in de campus en erbuiten gewaardeerd wordt zal het de beste
docenten aantrekken die graag met dit soort studenten willen werken. Een
honoursprogramma biedt docenten ontwikkelingsmogelijkheden en een alerte docent die
een andere baan zoekt zal zeker kijken naar het honoursprogramma van een universiteit
waarnaar hij of zij wil solliciteren. Het honoursprogramma wordt gezien als een van de
meest vitale onderdelen van een campus voor wat betreft academische vorming en
verandering. Honours is een stimulans voor onderwijsinnovatie, biedt een community
van geëngageerde docenten en studenten en heeft een grote wervingskracht voor zowel
docenten als studenten.
Ervaringen in de VS niet zonder meer overdraagbaar naar Nederland
Ervaringen met Amerikaanse honoursprogramma’s zijn niet zomaar over te dragen naar
de Nederlandse situatie. Er zijn algemene cultuurverschillen maar er zijn ook specifieke
verschillen. Bijvoorbeeld: studiepunten behaald in Amerikaanse honoursprogramma’s
tellen altijd mee; in Nederland tellen die vaak niet mee en komen de punten behaald in
een honoursprogramma, bovenop de normale ECTS van een regulier programma.
Honoursprogramma’s in Nederland staan in de beginfase van hun ontwikkeling terwijl het
eerste honoursprogramma in de VS in 1922 van start ging.
2 Een NCHC-semester is een semester honoursstudie dat landelijk georganiseerd wordt door de National
Collegiate Honors Council’ in de VS
11
1. Doel van dit deelonderzoek
Doel van dit deelonderzoek is het inventariseren van de jarenlange ervaring van site
visitors van de ‘National Collegiate Honours Council’ (NCHC3) met honoursonderwijs aan
Amerikaanse universiteiten. In het bijzonder gaat het om ervaringen die relevant zijn
voor de vorming van een referentiekader over ‘Talentontwikkeling in
Honoursprogramma’s’ voor Nederlandse universiteiten en hogescholen.
In de Verenigde Staten is veel ervaring opgedaan met het beoordelen van en adviseren
bij honoursprogramma’s door site visitors. De NCHC beschikt over een aantal speciaal
opgeleide ‘site visitors’ die op verzoek een honoursprogramma (of Honours College) van
een faculteit of universiteit komen doorlichten en een evaluatierapport daarover schrijven
(zie bijlage 3).
Zo’n visitatie van een honoursprogramma (Otero & Spurrier, 2005) omvat een
zelfstudierapport (vooraf door de instelling geschreven), een ‘site visit’ van enkele dagen
door de site visitor, een voorlopige vertrouwelijke rapportage kort na de site visit en vier
á zes weken later een eindrapport. Dit eindrapport bevat naast een evaluatie meestal ook
een aantal aanbevelingen en kan gebruikt worden bij de verdere ontwikkeling van een
honoursprogramma en de discussie hierover binnen de betreffende universiteit.
Honoursprogramma’s worden niet ‘gerankt’ en deze visitatie heeft daar dus geen
betrekking op.
In dit rapport is in de Nederlandstalige tekst de spelling ‘honours’ aangehouden en bij
citaten van site visitors de Amerikaans-Engelse spelling ‘honors’.
3 De NCHC is een organisatie met een verscheidenheid aan activiteiten waaraan directeuren,
docenten en studenten van honoursprogramma’s aan Amerikaanse universiteiten deelnemen
(www.nchchonors.org).
12
2. Honoursprogramma’s in de VS
Door de National Collegiate Honors Coucil in de VS zijn voor zowel honoursprogramma’s
als Honours Colleges een serie van basiskenmerken vastgesteld die ook gehanteerd
worden bij visitaties van de site visitors.
De Amerikaanse honoursprogramma’s verschillen in een aantal opzichten van
Nederlandse honoursprogramma’s. Studiepunten van honoursprogramma’s tellen
bijvoorbeeld in de VS altijd mee en in Nederland maar af en toe; in Nederland hebben de
honoursprogramma’s vaak een sterk extra-curriculair karakter terwijl ze in de VS in de
eerste plaats curriculair zijn met daarbij meer of minder extra-curriculaire activiteiten. In
bijlage 1 worden de verschillen uitgebreid toegelicht.
Honoursprogramma’s bestaan in de VS al veel langer (vanaf 1922) dan in Nederland
(vanaf 1993). Het organiseren van Honours Colleges is een veel recentere ontwikkeling
in de VS, vandaar dat de basiskenmerken hiervan pas in 2005 zijn vastgesteld door de
NCHC.
Heel veel universiteiten in de VS hebben een honoursprogramma. De gids van
honoursprogramma’s in de VS (de zgn. Peterson’s guide, Digby, 2002) vermeldde in
2002 meer dan 700 universiteiten met een honoursprogramma en dit aantal groeit nog
steeds. Het soort universiteiten met een honoursprogramma varieert sterk, van
community colleges tot prestigieuze universiteiten. In het algemeen zijn de
honoursprogramma’s in de bacheloropleiding gesitueerd maar soms zijn ze ook in de
masteropleiding te vinden.
In de VS is er meestal in de eerste twee bachelorjaren een ‘general honors programs’
gekoppeld aan het ‘general education’ gedeelte en in de laatste twee jaar een
‘departmental honors programs’ gekoppeld aan het ‘department’ waar studenten hun
major doen. Het eerste type programma is interdisciplinair gericht en het tweede meer
disciplinair.
Basiskenmerken van een volledig ontwikkeld honoursprogramma (vastgesteld
door de NCHC Executive Committee, 4 maart 1994 en bijgesteld 23 november
2007)
Basic Characteristics of a Fully Developed Honors Program
No one model of an Honors program can be superimposed on all types of institutions.
However, there are characteristics that are common to successful, fully developed Honors
programs. Listed below are those characteristics, although not all characteristics are
necessary for an Honors program to be considered a successful and/or fully developed
Honors program.
A fully developed Honors program should be carefully set up to accommodate the
special needs and abilities of the undergraduate students it is designed to serve. This
entails identifying the targeted student population by some clearly articulated set of
criteria (e.g., GPA, SAT score, a written essay). A program with open admission needs
to spell out expectations for retention in the program and for satisfactory completion
of program requirements.
The program should have a clear mandate from the institutional administration
ideally in the form of a mission statement clearly stating the objectives and
responsibilities of the program and defining its place in both the administrative and
academic structure of the institution. This mandate or mission statement should be
such as to assure the permanence and stability of the program by guaranteeing an
adequate budget and by avoiding any tendency to force the program to depend on
temporary or spasmodic dedication of particular faculty members or administrators. In
13
other words, the program should be fully institutionalized so as to build thereby a
genuine tradition of excellence.
The Honors director should report to the chief academic officer of the institution.
There should be an Honors curriculum featuring special courses, seminars,
colloquia, and independent study established in harmony with the mission statement
and in response to the needs of the program.
The program requirements themselves should include a substantial portion of the
participants’ undergraduate work, usually in the vicinity of 20% to 25% of their total
course work and certainly no less than 15%.
The program should be so formulated that it relates effectively both to all the
college work for the degree (e.g., by satisfying general education requirements) and
to the area of concentration, departmental specialization, pre-professional or
professional training.
The program should be both visible and highly reputed throughout the institution
so that it is perceived as providing standards and models of excellence for students
and faculty across the campus.
Faculty participating in the program should be fully identified with the aims of the
program. They should be carefully selected on the basis of exceptional teaching skills
and the ability to provide intellectual leadership to able students.
The program should occupy suitable quarters constituting an Honors center with
such facilities as an Honors library, lounge, reading rooms, personal computers and
other appropriate decor.
The director or other administrative officer charged with administering the
program should work in close collaboration with a committee or council of faculty
members representing the colleges and/or departments served by the program.
The program should have in place a committee of Honors students to serve as
liaison with the Honors faculty committee or council who must keep them fully
informed on the program and elicit their cooperation in evaluation and development.
This student group should enjoy as much autonomy as possible conducting the
business of the committee in representing the needs and concerns of all Honors
students to the administration, and it should also be included in governance, serving
on the advisory/policy committee as well as constituting the group that governs the
student association.
There should be provisions for special academic counseling of Honors students by
uniquely qualified faculty and/or staff personnel.
The Honors program, in distinguishing itself from the rest of the institution,
serves as a kind of laboratory within which faculty can try things they have always
wanted to try but for which they could find no suitable outlet. When such efforts are
demonstrated to be successful, they may well become institutionalized thereby raising
the general level of education within the college or university for all students. In this
connection, the Honors curriculum should serve as a prototype for things that can
work campus-wide in the future.
The fully developed Honors program must be open to continuous and critical
review and be prepared to change in order to maintain its distinctive position of
offering distinguished education to the best students in the institution.
A fully developed program will emphasize the participatory nature of the Honors
educational process by adopting such measures as offering opportunities for students
to participate in regional and national conferences, Honors semesters, international
programs, community service, and other types of experiential education.
Fully developed two-year and four-year Honors programs will have articulation
agreements by which Honors graduates from two-year colleges are accepted into four-
year Honors programs when they meet previously agreed-upon requirements.
14
A fully developed program will provide priority enrollment for honors students
who are active in the program in recognition of their unique class scheduling needs.
(March, 2004; November, 2007)
Basiskenmerken van een volledig ontwikkeld Honours College (vastgesteld door
de NCHC Executive Committee 25 juni 2005)
Basic Characteristics of a Fully Developed Honors College
An Honors educational experience can occur in a wide variety of institutional settings.
When institutions establish an Honors college or embark upon a transition from an
Honors program to an Honors college, they face a transformational moment. No one
model defines this transformation. Although not all of the following characteristics are
necessary to be considered a successful or fully developed Honors college, the National
Collegiate Honors Council recognizes these as representative:
A fully developed Honors college should incorporate the relevant characteristics
of a fully developed Honors program.
A fully developed Honors college should exist as an equal collegiate unit within a
multi-collegiate university structure.
The head of a fully developed Honors college should be a dean reporting directly
to the chief academic officer of the institution and serving as a full member of the
Council of Deans, if one exists. The dean should be a full-time, 12-month
appointment.
The operational and staff budgets of fully developed Honors colleges should
provide resources at least comparable to other collegiate units of equivalent size.
A fully developed Honors college should exercise increased coordination and
control of departmental Honors where the college has emerged out of such a
decentralized system.
A fully developed Honors college should exercise considerable control over
Honors recruitment and admissions, including the appropriate size of the incoming
class. Admission to the Honors college should be by separate application.
An Honors college should exercise considerable control over its policies,
curriculum, and selection of faculty.
The curriculum of a fully developed Honors college should offer significant course
opportunities across all four years of study.
The curriculum of the fully developed Honors college should constitute at least
20% of a student’s degree program. An Honors thesis or project should be required.
Where the home university has a significant residential component, the fully
developed Honors college should offer substantial Honors residential opportunities.
The distinction awarded by a fully developed Honors college should be announced
at commencement, noted on the diploma, and featured on the student’s final
transcript.
Like other colleges within the university, a fully developed Honors college should
be involved in alumni affairs and development and should have an external advisory
board.
15
3. Talentontwikkeling binnen honours
Bij dit onderzoek is een pragmatische keuze gemaakt bij het in kaart brengen van welke
talenten in honoursprogramma’s kunnen worden ontwikkeld. Er is voor de enquête een
lijst met talenten (kwaliteiten van studenten) samengesteld op basis van teksten van
honoursprogramma’s, artikelen over honoursonderwijs en contacten met enkele
honoursdirecteuren en –docenten in de VS. De keuze pretendeert geen volledigheid maar
wel een groslijst van welke talenten iemand kan tegenkomen wanneer er naar
talentontwikkeling in honoursprogramma’s wordt gekeken. Uitspraken over ‘citizenship’
zijn er overigens niet in opgenomen.
De potentiële talenten die in een honoursprogramma tot ontwikkeling gebracht kunnen
worden, bestrijken een breed gebied (zie tabel 1):
1. Wetenschappelijke verdieping en vaardigheden (waaronder vakinhoudelijke
verdieping, wetenschappelijke onderzoeksmethode, probleemanalyse en -
oplossen, multi- en interdisciplinair denken);
2. Samenwerkings- en planningsvaardigheden (waaronder teamwerk, leiderschap,
planning, risico’s durven nemen);
3. Communicatieve vaardigheden (waaronder mondelinge- en schriftelijke
communicatie, debat);
4. Kwaliteiten die naar extra dimensies verwijzen (waaronder ethiek, mondiaal
denken, vaardigheden in het artistieke domein, netwerken, maatschappelijke
dienstverlening).
Tabel 1: Groslijst van potentiële talenten die in een Amerikaans honoursprogramma
(extra) bevorderd kunnen worden.
Potentiële talenten die in Amerikaanse honoursprogramma’s extra ontwikkeld kunnen
worden
1. Advanced content knowledge and skills
- a deeper engagement of content
- in-depth problem analysis
- using the scientific method of inquiry
- questioning the value of a theory
- finding innovative ways of dealing with a problem
- seeing relationships with other disciplines
- interdisciplinary thinking
2. Teamwork, planning and leadership
- functioning effectively in a project team
- academic leadership
- taking risks in endeavors
- planning a project
3. Communication skills
- oral presentation
- report writing
- communicating effectively
- debating on academic issue
4. More dimensions
- ethical decision making
- thinking globally
- engaging with artistic skills
- networking in an academic environment
- serving the community
16
Deze groslijst met talenten is in onze vragen aan site visitors van honoursprogramma’s in
de VS gebruikt om na te gaan welke ervan meer of minder belangrijk gevonden worden
in een honoursprogramma vergeleken met een regulier programma.
4. Methode
Gekozen is voor een e-mail enquête om de NCHC site visitors snel te kunnen bereiken en
hen in staat te stellen via een e-mail ‘reply’ snel en gemakkelijk te reageren. De site
visitors zijn de mensen in de VS die bij uitstek ervaring hebben op het gebied van
honoursprogramma’s. Ze zijn niet alleen zelf directeur van een honoursprogramma maar
hebben vaak (veel) verschillende honoursprogramma’s gevisiteerd zodat ze daar ook een
overzicht van hebben.
De vragen van de enquête zijn afgeleid uit een referentiekader over talentontwikkeling in
honoursprogramma’s zoals dat in het totaalonderzoek is ontwikkeld (Van Eijl,
Wolfensberger, Schreve & Pilot, 2007). Ze hebben betrekking op de volgende aspecten:
onderwijskundig, programmatisch, inhoudelijk, specificatie van talentontwikkeling en
relevantie voor het afnemend veld. Bij de vragen is uitdrukkelijk aangegeven dat we een
beroep op de respondenten doen als site visitor met ervaring in het visiteren en
beoordelen van tal van honoursprogramma’s.
Over de concept enquête is overlegd met een ervaren site visitor, prof. dr. John
Zubizarreta van Columbia College, South Carolina, VS, wat tot enkele bijstellingen leidde.
Van de commissievoorzitters (co-chairs) van de ‘Committee on Honors Evaluation van de
NCHC’, prof. dr. Bob Spurrier and prof. dr. Rosalie Otero die verantwoordelijk zijn voor
de organisatie en opleiding van de site visitors is toestemming verkregen voor de
enquêtes. Daarna is de enquête (zie bijlage 2) naar alle site visitors van de NCHC
gestuurd.
De antwoorden zijn deels kwalitatief verwerkt (clustering van antwoorden op inhoud) en
deels kwantitatief (bij Likertschaal vragen).
Aanvullend op de enquête zijn interviews gehouden met de site visitors om voorbeelden
van sterke en zwakke kanten van honoursprogramma’s m.b.t. talentontwikkeling te
verkrijgen en op een aantal punten dieper te kunnen ingaan (Van Eijl, Wolfensberger &
Pilot, 2008 in voorbereiding).
In de eerste helft van november 2006 voorafgaand aan de NCHC-conferentie zijn 38 e-
mail enquêtes naar de NCHC site visitors gestuurd. Na aanmaningen zijn 10 bruikbare
beantwoordingen verkregen (het blijkt achteraf dat het vrijwel allemaal site visitors
betreft die zeer veel ervaring hebben met visitaties van honoursprogramma’s).
5. Verwerking: resultaten e-mail enquête
De kernvraag in dit onderzoek betrof het verkrijgen van een overzicht van de ervaringen
in de VS met honoursprogramma’s, die relevant kunnen zijn voor de vorming van een
referentiekader over ‘Talentontwikkeling in Honoursprogramma’s’ voor Nederlandse
universiteiten en hogescholen.
De resultaten van het onderzoek zijn hieronder gegroepeerd naar onderwerp.
5.1 Ervaring van de respondenten als site visitor
Gemiddeld hadden de site visitors 14 jaar ervaring met de review van
honoursprogramma’s (de ‘site visits’) in de Verenigde Staten. Deze ervaring varieerde
overigens van 3 tot 30 jaar.
Deze groep van site visitors omvat daarmee de meest ervaren mensen in de VS met
betrekking tot het visiteren van honoursprogramma’s. Deze groep omvat ook de leden
van de commissie ‘Assessment and Evaluation Committee’ van de NCHC die het
programma hebben ontwikkeld om docenten te trainen om als site visitor op te kunnen
treden.
17
Vijf van de respondenten hebben ervaring met het visiteren van zowel
honoursprogramma’s als Honours Colleges; de andere vijf alleen met
honoursprogramma’s (tabel 2).
Tabel 2: Ervaringsjaren van de site visitors
Ervaring site visitors Aantal respondenten Ervaringsjaren
Visitatie van alleen
honoursprogramma’s
5
Visitatie van
honoursprogramma’s én
Honours Colleges
5
Gemiddeld 14 jaar
(variërend van 3 – 30 jaar)
5.2 Welke vormen van talentontwikkeling zijn belangrijk in een
honoursprogramma?
Uitgaande van de groslijst van talenten (tabel 1) is aan de site visitors gevraagd in welke
mate de ontwikkeling van elk talent in een honoursprogramma als meer of minder
belangrijk wordt gezien vergeleken met een regulier programma.
Alle respondenten gaven aan de ontwikkeling van de aangegeven talenten in een
honoursprogramma nog belangrijker te vinden dan in een regulier programma. Twee
respondenten hebben de vragen niet afzonderlijk gescoord en geven aan dat alles
belangrijk is. Eén van hen merkt op dat binnen een honoursprogramma de ontwikkeling
van deze talenten gemakkelijker te realiseren is dan in een regulier programma.
Acht respondenten hebben van de verschillende talenten aangegeven of ze die in een
honoursprogramma belangrijker of juist onbelangrijker vonden dan in een regulier
programma. De resultaten staan in tabel 3.
Tabel 3: Relatieve belang van te ontwikkelen talenten in een honoursprogramma
vergeleken met een regulier programma (‘1’ is minder belangrijk, ‘3’ is even belangrijk
en ‘5’ is belangrijker in een honoursprogramma vergeleken met een regulier programma)
Veel belangrijker
De volgende talenten scoorden relatief hoog, scores: 4,8 - 4,3:
communicating effectively,
a deeper engagement of content,
in-depth problem analysis,
finding innovative ways of dealing with a problem,
questioning the value of a theory,
seeing relationships with other disciplines,
interdisciplinary thinking,
oral presentation,
taking risks in endeavors
Belangrijk
Een middengroep vormden talenten met scores 4,1 - 3,8:
planning a project,
report writing,
academic leadership,
debating an academic issue,
thinking globally,
ethical decision making
Iets belangrijker dan regulier
Relatief lagere scores, 3,5 – 3,3, kregen onderstaande talenten:
networking in an academic environment,
functioning effectively in a project team,
18
serving the community,
engaging with artistic skills,
using the scientific method of inquiry
Apart wordt door een respondent ‘developing a thinking/doing community’ als zeer
belangrijk genoemd. Dit onderwerp komt verderop terug bij een vraag over de vorming
van honours communities.
5.3 Accent op onderzoeksvaardigheden of professionele vaardigheden?
Ligt het accent in honoursprogramma’s nu vooral op onderzoeksvaardigheden, op
professionele vaardigheden of op beide? Vier van de respondenten zien
talentontwikkeling in honours in het algemeen meer gericht op onderzoeksvaardigheden
dan op professionele vaardigheden (zie tabel 4). Voor één respondent is het net
andersom en voor twee respondenten ongeveer hetzelfde.
Tabel 4: Accent op onderzoeks- en/of professionele vaardigheden in honours
Accent bij honoursprogramma’s ligt vooral
op:
Aantal respondenten
Onderzoeksvaardigheden 4
Professionele vaardigheden 1
Beiden evenveel 2
Anders 3
Drie respondenten geven een afwijkend antwoord. Eén van hen stelt dat het bij honours
niet zo zeer om vaardigheden gaat maar om een ‘habit of mind’ waarbij ‘het leren
reflecteren, analyseren, vergelijkende studies maken, leren toepassen, evalueren,
formuleren van toekomstige werkrichtingen en vragen’ belangrijker voor hem zijn dan
het demonstreren van vaardigheden. Een andere respondent benadrukt dat het accent
meer ligt op ‘General liberal education and understanding of cultural traditions’ en de
derde respondent stelt dat het accent afhangt van de aard van het honoursprogramma.
Site visitor over het belang van onderzoeks- en professionele vaardigheden:
“We are forming students who can think, not so much students who can perform skills.
Of course, we aim for both, but the dispositions of reflection, analysis, comparison,
application, evaluation, formulating future directions and questions—these are more
important to me in developing ‘talent’ than performance skills.” (citaat uit interview)
5.4 Gewenste criteria voor selectie
Alle site visitors hebben het over het belang van het gebruiken van een combinatie van
criteria bij de selectie van studenten voor een honoursprogramma. Eén enkel criterium
voor selectie wordt niet voldoende bevonden. Juist een combinatie van criteria doet meer
recht aan de kwaliteiten van de potentiële honoursstudent. Een interview met een
kandidaat (zie kader) kan daarbij belangrijk zijn.
Voor aankomende eerstejaarsstudenten wordt gedacht aan een combinatie van de
resultaten van de high school (GPA) en scores van gestandaardiseerde testen Scholastic
Aptitude Test (SAT) of American College Testing (ACT), schrijfvaardigheid en een aantal
andere zaken. Genoemd worden in dat verband:
a- Het gebruik van interviews is essentieel om bijvoorbeeld in discussie met studenten
niet-conventioneel opgezette cursussen te bespreken (bijvoorbeeld cursussen met
discussie, met presentaties van studenten, met probleem oplossen, een cross-
disciplinaire benadering, praktijkgericht onderwijs (veldactiviteiten) en groepsprojecten).
De reacties van de studenten vertellen je alles wat je wilt weten in combinatie met een
19
geschreven essay van de student. Dat vindt hij veel effectiever dan bijvoorbeeld
testscores.
b- Aspecten zoals nieuwsgierigheid, creativiteit, mondelinge vaardigheden,
schrijfvaardigheden, respect voor anderen, analytisch denken, openheid voor nieuwe
ideeën, maatschappelijke betrokkenheid, originaliteit, het durven nemen van risico’s,
soms excentriciteit, meestal het vermogen met anderen samen te werken. Soms hebben
enkele studenten al deze kwaliteiten maar bij voorkeur zou de hele groep
honoursstudenten samen al deze eigenschappen moeten hebben.
c- Duidelijke aanwijzingen van intellectuele betrokkenheid die verder gaan dan goede
cijfers halen zoals aanwijzingen om meer te leren of te groeien dan de formele
onderwijssetting biedt.
d- Een brede interesse met een nadruk op schrijfvaardigheid, want dat laatste is nodig
voor alle academische disciplines. Meestal zijn succes op school (record of academic
success) én een interesse voor een multidisciplinaire benadering goede voorspellers van
succes.
e- Geschreven essays van potentiële studenten. Die laten kritisch denken en
schrijfvaardigheid zien. De capaciteit om kritisch en creatief te denken, intellectuele
problemen te overzien en te ordenen en zelfstandig te werken zijn de harde criteria.
f- Het type cursus dat iemand heeft gevolgd, extra-curriculaire activiteiten, leiderschap
ervaringen, het persoonlijk interview en een geschreven essay. Soms kunnen het
interview en het essay een veel positievere indruk geven dan de testscores, soms ook
het omgekeerde. Geen een formule is full proof.
Commentaar van een site visitor over selectiecriteria:
“There are many conflicting studies about what the best predictors of success in honors
education might be. I have found that no one criterion is best; rather, I believe we need
to consider multiple measures and indicators in a holistic approach that is much more
respectful of different students’ strengths. Hence, in my program, we look at a
combination of high school GPA, class rank, SAT/ACT scores, types of courses taken,
extra-curricular activities, leadership experiences, personal interviews, and written essay.
Often, items such as the interview or essay will outshine test scores, and sometimes the
reverse is true. No formula has proven full proof, which is why we encourage students to
apply after the first semester if not initially chosen, a way of offering honors
opportunities to students who may not have had the usual qualifications at the outset.”
Als een student al een semester op de universiteit is alvorens hij of zij wil deelnemen aan
een honoursprogramma, wordt er soms alleen naar de studieresultaten op de universiteit
wordt gekeken. Sommige studenten die niet aan het begin van de studie toegelaten zijn
omdat ze onvoldoende kwalificaties hadden tot het honoursprogramma worden
aangemoedigd het na één semester nog eens te proberen.
Voor studenten zijn er vaak ook bepaalde beloningen als ze meedoen met een
honoursprogramma bijvoorbeeld kwijtschelding collegegelden (tuition), een beurs
(scholarship) of betaling van studieboeken.
Beloningen voor honoursstudenten (citaat uit interview)
“Many universities in the U.S. request high tuitions, compared to European tuition. What
we offer honors students is free tuition as a sort of incentive. A scholarship, or your
books are paid for, all sorts of incentives.”
5.5 Hoe goed zijn de nu gebruikte criteria voor selectie?
Het succes van selectiecriteria die in gebruik zijn is afhankelijk van het
honoursprogramma. Veel programma’s gebruiken standaard testscores of een GPA als
enig of zwaarste criterium.
Hierop komt commentaar op van een aantal site visitors:
20
- Deze nadruk op getallen sluit studenten uit met een niet geprivilegieerde onderwijs- of
sociale achtergrond en ook briljante studenten die de high school haatten.
Kanttekening bij gebruik van selectiecriteria:
“The tendency is to select only students with high GPAs and high test scores. This focus
on numbers excludes students form unprivileged educational and social backgrounds,
and it also excludes some brilliant students who hated high school.”
- De uitdaging van honoursprogramma’s is om rekening te houden met de attitude en
onderwijsverwachtingen van studenten. Sommige andere honoursprogramma’s richten
zich weer teveel op subjectieve criteria en laten de objectieve buiten beschouwing.
Vier respondenten geven aan dat de selectie redelijk goed werkt bij een aantal
honoursprogramma’s, maar dat er meer gedaan zou kunnen worden met essays en
interviews in de selectie.
Eén respondent zegt dat het huidige selectiesysteem ertoe neigt eerder degenen te
selecteren die vaardig zijn dan degenen die creatief en betrokken zijn.
Soms worden studenten voorwaardelijk toegelaten als hun GPA of testscores niet zo hoog
zijn. Ook als studenten eenmaal toegelaten zijn dienen zij per semester een voldoend
hoog GPA te houden.
Soms voorwaardelijke toelating
“They come in on a probationary status, so if they make the grade, they can stay, if not,
they have to go. So we give them a semester and if they don’t have the necessary grade
after that semester they have to go.”
Andere site visitor:
“I think most honours programme have a probationary programme. If a student in our
programme drops below a 3.4 GPA, she has one semester to get it back and if she
doesn’t have it after the semester, she drops out of the programme.” (citaat uit
interview)
Deelname van etnische minderheden is wisselend hoewel het vaak de bedoeling is dat
een honoursprogramma eraan meewerkt om meer diversiteit te krijgen . Daar worden
door de geïnterviewden kanttekeningen bij geplaatst (zie kader).
Etnische diversiteit
“Yes. However it is difficult to deal with. We have forty six percent of African American
students on institutional level, but in the honours programme we have eight.”
“I must say though that the Spanish population is gravitating towards honours and it’s
coming out as having the highest level of achievers in my programme.
I also have some Korean and Chinese students. But to be honest, I think they are very
undriven.”
“Our programme is supposed to be blind about colour and income. When the honours
council gets together we decide to take a certain student in that otherwise has no
chance.”
“We do that too, we call them wildcards, sometimes you have to take a chance.” (citaten
uit interviews)
5.6 Instroom honours in relatie met de totale instroom
Het percentage van studenten van een bepaald jaar dat aan een honoursprogramma
begint varieert volgens de respondenten van 1 – 10 % afhankelijk van de instelling. Het
gemiddelde van de schattingen van de site visitors is 5% van een cohort.
21
5.7 Wel of geen honours?
Het aantal studenten van een studiejaar dat wel een toereikend GPA heeft maar toch niet
aan een honoursprogramma deelneemt varieert volgens de respondenten sterk van 5%
tot 60%. Het gemiddelde van de percentages die respondenten opgeven is 24%.
De respondenten zeggen niet precies te weten waarom deze studenten niet meedoen
maar schatten in dat het vaak om het volgende gaat:
- Sommige studenten zijn bang dat een honoursprogramma extra werk vereist dat ten
koste gaat van hun andere cursussen zodat ze lagere cijfers halen (en daarmee hun GPA
of beurs in gevaar brengen). Of omdat de honourscursussen moeilijker zijn waardoor ze
verwachten lagere cijfers te zullen halen (een angst die volgens een respondent ook bij
counselors op high scholen wijd verbreid is) of hun tijd op de universiteit verlengt (wat
volgens de respondent niet terecht is).
Waarom sommige studenten niet meedoen met honours
“In the university where I taught until two years ago, GPA alone does not insure
admission to the Honors Program; more than half of the qualified applicants are rejected.
Other students choose not to participate because they're afraid of getting bad grades,
don't really care about education even thought they're gifted at it, care more about
having fun, don't wish to be visible to faculty, or a host of other reasons.”
- Ze verwachten dat ze door extra werk alleen maar met de studie bezig zijn (een
misconceptie volgens deze site visitor).
Een respondent zegt dat hij veel ‘damage control’ moet doen om te zorgen dat hoog
scorende studenten van de high school niet denken dat honours extra werk of sneller
werken is maar dat ze zien dat het juist uitdagender is, meer creatief en kritisch denken
vereist, meer discussiegericht is, meer de nadruk legt op zelfstandig leren, meer aansluit
op de motivatie en het durven nemen van risico’s (zie kader met citaat).
Honoursprogramma high school anders dan op universiteit
“I had the experience that a lot of talented students didn’t want to do the honours
programme, because they had had experience with honours in high school. What that
meant is that basically you have to do twice as much work and you get a lower grade. I
would immediately tell those students that that is not the case in our honours
programme.” (citaat uit interview)
- (Negatieve) ervaringen met honoursprogramma’s op de high school (die wel extra werk
geven maar geen hogere cijfer) die anders van opzet zijn dan op de universiteit.
- Sommigen willen geen onderdeel zijn van een community (wat op zich gerespecteerd
moet worden volgens de respondent).
- Sommige begaafde studenten zijn niet echt geïnteresseerd in onderwijs maar willen
meer plezier en willen niet te zichtbaar zijn voor de docenten.
- Andere studenten zijn bang als ‘nerds’ te worden gestigmatiseerd.
- Sommigen willen zich meer specifiek richten op de studie van hun major.
Opgemerkt wordt dat een GPA alleen niet voldoende is om toegelaten te worden tot een
honoursprogramma. Een respondent zegt dat op zijn universiteit de helft van de
studenten met een goed GPA afgewezen werden om andere redenen. Een andere
respondent zegt dat studenten soms geen goede testscores hebben, een lage ‘class rank’
in de high school hadden of een zwak essay hebben geschreven.
5.8 Maar een deel van een honoursprogramma doen?
Het is niet gebruikelijk dat studenten die maar in een deel van het honoursprogramma
geïnteresseerd zijn alleen daar aan mee kunnen doen. Dit wordt gemotiveerd met ‘als in
een honours community, die bedoeld is om te leren, bepaalde eisen worden gesteld aan
honoursstudenten, dan kan de aanwezigheid van niet-honoursstudenten de gemeenschap
verdelen en frictie veroorzaken’. Verder wordt gesteld dat ‘de parttime honoursstudenten
22
minder mogelijkheden hebben om diepergaande relaties te vormen; ook een volledige
inzet in projectteams is dan moeilijker op te brengen’.
Twee van de tien respondenten melden echter dat het op hun instituut wel kan.
Daarnaast zijn er een paar varianten, bijvoorbeeld: bij een honoursprogramma kunnen
daarvoor gekwalificeerde reguliere studenten in het laatste bachelorjaar soms ook een
‘thesis with distinction’ schrijven, zoals honoursstudenten dat moeten doen.
Over toelating non-honoursstudenten tot honoursonderdelen:
“It's all or nothing at this time … except for the senior year where qualified students
outside the program can complete a ‘thesis with distinction’ option (that is required of all
honors seniors).”
In een ander instituut staat een derde van de cursussen ook open voor deelname van
niet-honoursstudenten.
N.B. Soms is er een general honoursprogramma (interdisciplinair) in de eerste twee jaren
en een ‘departmental’ honoursprogramma (vakspecifiek) in de laatste twee jaar. Voor
het afronden van het general honoursgedeelte kan een certificaat verstrekt worden.
5.9 Wat is essentieel bij de onderwijskundige vormgeving van een
honoursprogramma?
Gevraagd is om de belangrijkste karakteristieken van de onderwijskundige vormgeving
voor talentontwikkeling in honoursprogramma’s aan te geven. De resultaten (tabel 5)
geven in volgorde van belang de contouren aan van een goed honoursprogramma. Het
zijn gemiddelde waarden en per Honoursprogramma kan een bepaald aspect dus relatief
belangrijk of juist onbelangrijk zijn.
Tabel 5: Belang kenmerken onderwijskundige vormgeving
Belang kenmerken onderwijskundige vormgeving van een honoursprogramma (‘1’niet
speciaal belangrijk en ‘3’ heel belangrijk)
Heel belangrijk (scores 2,9 – 2,6)
room for students own learning initiative
the Honors teacher
maximization of discovery learning
challenging assignments
regular feedback on progress
student counseling
building an Honors community
Belangrijk (2,5 – 2,2)
explicit criteria for successful completion of tasks
using teachers as potential role models
research activities early in the program
facilitating peer interaction among Honors students
availability of teacher intervention during course work
freedom of choice in the Honors Program
freedom of choice within an Honors Course
Enigszins van belang (1,9 – 1,6)
use of high profile guest lecturers
working in small groups
involvement in projects for outside clients
minimization of instructions’
23
Door twee respondenten worden nog drie extra kenmerken genoemd: ‘close reading of
texts’, ‘contextualizing all discussion’ en ‘frequent advising’.
Door een respondent worden bij bepaalde kenmerken nog kanttekeningen geplaatst: -
Over de keuzevrijheid in een honoursprogramma versus gezamenlijkheid: “at least SOME
common experiences are important, and that means less ‘freedom’.”
Het gebruik van docenten als potentiële rolmodellen: “students model for each other
patterns of replicable behavior.”
Bij het ‘minimaliseren van de instructies’: het inkaderen van problemen is essentieel voor
álle studenten, de term ‘instructies’ is hier te vaag.
In de interviews wordt dieper ingegaan op het verschil in interactie tussen een honours
class en een gewone class. De docent kan met zijn studenten bijvoorbeeld dieper ingaan
op de problematiek die aan de orde is (zie citaat).
Verschil interactie tussen studenten en docenten in een honours ‘class’
vergeleken met een reguliere class
“Definitely, the conversation by definition goes deeper, because you have eliminated the
kids that are likely to get C’s, D’s and F’s in the course. So you are basically discussing
what you wish to set out to talk about together. I use grades and I do use traditional
tests in honours classes. One of the things honors students are most terrified of is being
assessed and getting less than an A. One of the things I find very important to do is to
break them of two things: being perfectionists and being competitive.
The students choose the upper classes together with the faculty, so everybody has
mutually agreed on the stuff they want to be engaged in.
Feedback en niet zozeer beoordeling wordt als essentieel gezien in een honors class.
Belang van feedback in plaats van beoordeling
“I want to come back to the question on assessment. I think a process of feedback,
that’s assessment. To me, one thing that distinguishes me as an honours teacher is that
I do engage in a lot more assessment than I do in my regular class, because I provide a
lot more opportunities for students to ask questions about what they want to learn. The
key question is: “How do you know you are learning, that we are achieving the goal of
the course?” That to me is assessment. In the regular classes I don’t have time to do
that.”
Dit wordt aangevuld door een andere site visitor die vertelt met meer ‘trust’
honoursonderwijs te geven (zie citaat).
A level of trust
“I think that there’s a level of trust in the honours experience, that I don’t typically find
in regular classes, where I am sometimes struggling to make sure that people are doing
the reading and are prepared for the test. I go into an honours experience with a level of
trust which means I can expect more and deeper things out of them and that I don’t
have to be worried about the content. Not that I’m not disappointed sometimes.”
In de interviews komt ook het belang van community-vorming naar voren die door de
aanwezigheid van een honoursprogramma gestimuleerd wordt.
Vorming honours community essentieel
“One thing we haven’t discussed yet, is that the one-on-one relationship between faculty
and honoursstudents, really can become important and might result in lifelong bonds. It’s
a relationship, I had breakfast with one this morning.”
Q: “Would you say the honours community is an essential for the programme?”
(All): “Definitely.”
24
“It’s not that these relationships cannot occur outside honours, but it’s the presence of
the honours programme that make these kind of experiences more likely. It’s the
environment for it and there’s also community space, which is really important.”
Q: “Does that also mean that an honours programme should not be too large?”
“There are honours programmes with numbers of students ranging from ten to thousands
and even when there are thousands, they are able to create this community. It’s an
atmosphere that is created by relationships and a space.”
Site visitor: “Every university college has a culture and every honours programme has a
culture. The main job of a director of an honours programme is to do something to
improve this culture.”
Meestal wordt met een honours community een community van studenten bedoeld. In de
interviews komt echter ook de rol van de docenten daarin naar voren als een
‘katalysator’.
Honours community van studenten met betrokkenheid van docenten
Q: “When you talk about the honours community, do you talk about students or also the
mix of students with teachers?”
“Primarily students.”
“I involve the faculty, because I do a conference every year in the fall and the students
are expected to come to the conference from eight in the morning until eight at night.
The presenters are faculty from the whole campus. They really love that mix with the
students, they live for that annual convention. That event is the highlight of campus life,
where the faculty get to show who they are and getting to know the students on a
personal level.”
Q. “When you are site visitors, do you ask them about the honours community?”
“Very much so.”
“I think all of us are trying to encourage the idea that the faculty are catalysts for
creating a community amongst students.”
De geïnterviewde site visitors zijn tegen een ‘ranking’ van honoursprogramma’s. Ze zijn
volgens hen te verschillend om dat te doen. Toch geeft een van de site visitors naar haar
idee enkele kernpunten aan voor een goed lopend honoursprogramma.
Kenmerken van een goed honoursprogramma?
“I would say consistency, coherence, stability and upward evolution over a long period of
time are characteristics of a good honors program.”
5.10 Wat karakteriseert een goede honoursdocent?
Hoe is de honoursdocent te karakteriseren? Iedere site visitor geeft hier zijn mening
waarbij iedere mening op zich al de moeite waard is om uitgebreid naar te kijken.
De volgende 5 uitspraken (zie tabel 6) dekken een groot deel van de antwoorden:
Tabel 6: Vijf kenmerken van een goede honoursdocent
Kenmerken van een goede honoursdocent:
1- interesse in de vragen van de studenten en in hun leerproces
2- in staat om studenten te betrekken in het onderwijsleerproces
3- studenten uit te dagen nieuwe wegen te zoeken, nieuwe antwoorden op vragen te
vinden en nieuwe vragen te stellen
4- kunnen inspireren en de passie voor een onderwerp ook over kunnen brengen aan de
honoursstudenten
5- ook eisen kunnen stellen
1- Interesse in de vragen van de studenten en in hun leerproces.
25
Belangrijk is om zelf ook open te zijn voor nieuwe dingen, ook als dat betekent dat een
student andere manieren van denken of werken of andere meningen erop nahoudt dan
de honoursdocent.
2- In staat om studenten te betrekken in het onderwijsleerproces.
Maar ook in staat zijn studenten bewuster te maken van hun leerproces en te helpen
meer zelfsturend te leren. Regelmatig feedback geven, student assisteren, discussies
kunnen inleiden en leiden, zelf ook co-student en co-teacher zijn en ook buiten de les om
open te zijn voor gesprekken en assistentie van de honoursstudenten. Ook terughoudend
kunnen zijn om studenten de ruimte te geven zelf tot overwegingen en keuzen te komen.
3- Studenten uit te dagen nieuwe wegen te zoeken, nieuwe antwoorden op vragen en
nieuwe vragen te stellen. Die vragen kunnen ook over disciplines heen gaan of de relatie
tussen de studie-inhoud en hun persoonlijk leven.
4- Kunnen inspireren en de passie voor een onderwerp ook over kunnen brengen aan
de honoursstudenten, hen te stimuleren naar de implicaties van een idee of benadering
te kijken. Studenten ook aan te moedigen te ‘stralen (‘shine’) als ze iets nieuws
ontwikkelen.
5- Eisen kunnen stellen zonder daarbij draconisch te zijn of ongevoelig. Een juiste
balans in moeilijkheidsgraad kunnen vinden.
De combinatie van kenmerken is belangrijk
Uit de antwoorden van site-visitors komt vaak een combinatie van kenmerken van een
goede honoursdocent naar voren:
Juiste moeilijkheidsgraad, rolmodel, persoonlijke interesse, behulpzaam,
feedback
“Strikes the right balance of difficulty, acts as a role model, takes a personal interest in
students success, is available of assistance, gives frequent feedback.”
Of wat meer uitgebreid:
Inkaderen onderwerpen, discussies leiden, zich terughoudend kunnen
opstellen, stimuleren dat uitspraken onderbouwd worden, uitdagen, vragen
stellen, interdisciplinaire verbanden leggen en coaching
“One who can frame issues, lead discussions, and keep quiet so that students engage in
their own deliberation with a minimum of “expertise” flowing from the instructor. These
traits need to be combined with a capacity to push students to produce evidence to
support their statements, to challenge students, and to introduce a broad spectrum of
questions, drawn from many disciplines, to push students to look for the multiple
implications of any important idea or inquiry. Coaching students to ask incisive questions
is essential.”
Of de passie van het vak kunnen overbrengen
Belang van een onderwerp over kunnen brengen
“Respect for student opinions, whatever they are, and willingness to be a co-student and
also a co-teacher; a sense of the excitement and importance of the subject matter and a
passion for sharing it with students; being a lifelong learner as well as encouraging
students in that direction.“
Of studenten aanzetten om zichzelf te leren onderwijzen:
Onderzoekende houding stimuleren
“A successful honors teacher is able to cultivate in students an attitude of inquiry and
discovery, such that students develop an ability for self-teaching.”
5.11 Wat dragen extra-curriculaire activiteiten bij aan talentontwikkeling?
Het soort extra- of co-curriculaire activiteiten die het meest door honoursstudenten
gewaardeerd worden varieert van sociale activiteiten die soms een vorm van leren
inhouden en activiteiten die betrekking hebben op de campus of de community
26
(‘community service’) tot uitnodigen van gastsprekers, artistieke producties, studeren in
het buitenland, onderzoek doen en excursies.
Opgemerkt wordt dat de co-curriculaire activiteiten sterk afhangen van de individuele
student én van het honoursprogramma’s. Er zijn succesvolle honoursprogramma’s met
veel co-curriculaire activiteiten maar ook met heel weinig.
Co-curriculaire activiteiten wisselen sterk per honoursprogramma
“This depends entirely upon the individual students. Some successful honors programs
have extensive co-curricular activities, while other successful honors programs have few
or none.”
Talenten die bij de co-curriculaire activiteiten ontwikkeld worden variëren afhankelijk van
het soort activiteiten en de intensiteit daarvan. Twee grote groepen van talenten kwamen
uit de antwoorden naar voren ‘ontdekkenen ‘leidinggeven en samenwerken’:
- Als talenten m.b.t. exploratie (ontdekken) worden genoemd: bereidheid om iets te
proberen wat ongebruikelijk is, dingen ontdekken en daar plezier aan kunnen beleven,
dingen ontdekken ten aanzien van jezelf en anderen, een gevoel voor avontuur,
ervaringsleren, onderzoek buiten het klaslokaal, onontwikkelde talenten tot expressie
brengen, verbreding van het perspectief, moed ontwikkelen.
Ontdekken
“Independent thinking, a taste for adventure and willingness to try what’s unfamiliar, the
ability to discover and pleasure of discovery, and a deep curiosity – along with
perspective on themselves and others in the world.”
- Bij coöperatieve en leiderschapstalenten (samenwerken) worden genoemd: samen
leren werken, respect voor anderen, gewend raken aan de honourscultuur, leren
organiseren, strategisch denken, leiderschapsrollen vervullen, samen met docenten een
co-curriculum ontwikkelen, mensen leren motiveren en onzelfzuchtigheid.
Belang van vervullen leiderschapsrollen
“Leadership activities clearly help develop confidence, commitment, and competence as
students learn not only practical skills of motivating, organizing, and communicating with
others but also personal traits such as courage, risk taking, resilience. By choosing to
take on leadership roles such as chairperson of our Honors Student Association or leader
of a community service project or president of a campus organization, students build
aptitudes and attitudes that help them understand that the privilege of an honors
education comes with the unselfish responsibility of giving back, sharing one’s talents
with others.”
- Verder worden genoemd: onafhankelijk denken, leren iets te produceren, de waarde
van het debat leren en culturele appreciatie.
5.12 Adviseren van honoursstudenten in hun studie
De manieren waarop studenten geadviseerd worden (‘counseling’) in hun honoursstudie
varieert. De beste honoursprogramma’s en Honours Colleges hebben een counselor. Die
helpt ook om studenten te adviseren bij het meedingen naar nationale en internationale
beurzen (scholarships). De counselor kan bijvoorbeeld een toegankelijke docent of
bestuurder zijn die beschikbaar is voor persoonlijke advisering. Er is geen therapeut
nodig wordt er door een respondent gezegd maar een aardige en betrokken luisteraar en
helper die goed op de hoogte is.
Minimaal één keer per jaar counseling
27
“Academic advising at least annually is essential. Each honors program should have at
least one friendly teacher or administrator available for personal counseling—not a
professional therapist but a kind, knowledgeable, and concerned listener and helper.”
Regelmatige afspraken met een counselor die de algemene studieadvisering aanvult zijn
gewenst. Deze counselors kunnen optreden als rolmodellen en kunnen studenten gericht
helpen om hun doelen te realiseren.
Bij een kleinere staf-student ratio ontvangen studenten eerder en meer specifiek
feedback van hun docenten, ook over onderwerpen als het voorbereiden van examens,
hun bachelorthesis, studeren in het buitenland en de eisen met betrekking tot
afstuderen. Ze hebben ook voor een deel dezelfde issues als non-honoursstudenten zoals
het verlaten van het ouderlijk huis en omgaan met anderen (inclusief seksueel). Met hulp
leren ze beter met deze dingen om te gaan in hun leven.
Veel studenten hebben verschillende talenten (niet alleen intellectuele) maar ze worden
in het onderwijs vaak maar in een richting gestimuleerd wat veel verwarring bij hen kan
creëren en twijfel aan henzelf. Ze hebben daarom behoefte aan hulp om hun persoonlijke
groei vorm te geven en hun dieper liggende creatieve mogelijkheden te voeden. Hierop
kan worden ingespeeld door geschikte advisering door professionals die zelf een brede
interesse hebben, geïnteresseerd zijn in creatieve uitdagingen en zich daar ook sterk
betrokken bij voelen.
5.13 In hoeverre zien honoursstudenten zichzelf in een elitepositie?
Volgens enkele respondenten zien de honoursstudenten zichzelf wel als apart maar niet
noodzakelijk als een elite. Ze zijn zich ervan bewust dat er door het honoursprogramma
voor hen mogelijkheden zijn die niet voor anderen beschikbaar zijn. Aan de andere kant
willen velen van hen vanwege sociale redenen hun betrokkenheid bij honours en de
voorrechten die dat biedt kleiner doen lijken (gelijkheid is een hoog gewaardeerd goed in
de VS).
De twee kanten van ‘elite’
“The answer to this question is double-edged. On the one hand, yes, honors students do
recognize that they are in many respects elite because of the numerous opportunities
available to them in the program. On the other hand, many of them wish to downplay
their involvement in honors to hide their privileges for social reasons. Whenever we have
opportunities to chat about the privileges and responsibilities of honors education, I
always try to remind students that being elite does not necessarily mean the same thing
as being elitist, and we focus on understanding how fortunate they are because of their
talents but how important it is that they put their talents to good use, that they live their
lives ethically and humanely, always mindful that honors is also about honor, not just
about achievement and rewards.”
Een enkele keer komt een student binnen met een houding bevoorrecht en superieur te
zijn vanuit zijn of haar achtergrond. Eén respondent zegt dat hij hen er altijd aan
probeert te herinneren dat het deel van zijn van een elite niet betekent dat je je elitair
gedraagt. Een andere respondent zegt dat als hij in de functie van decaan het
academische jaar opende zei dat “From those to whom much has been given, much is
expected.” Een andere site visitor geeft aan dat hij gemerkt heeft dat de term ‘elite’ juist
van stafleden komt en niet van de studenten.
Honoursstudenten zijn waarschijnlijk harder voor zichzelf dan reguliere
studenten dat zijn
“I would only add that they are likely to be more hard on themselves than average
students, to think they are ‘worse’ than they in fact are. They are prone to admire
proficiency in others – whether physical, mental, artistic, whatever. The voices I have
heard using the term “elite” most often come from faculty, which leads me to be a bit
28
suspicious about the actual source of their perceptions. It’s not the behavior of the
students that prompts it, as far as I can tell.”
Het effect van de ‘elite positie’ kan volgens enkele site visitors positief en negatief zijn op
hun talentontwikkeling. Tegelijkertijd is er ook sprake van cultuurverschillen tussen de
VS en Europa met betrekking tot de waardering van talent.
Positief:
Als studenten merken dat er speciale aandacht voor hen is gaan ze hun talenten zeker
verder ontwikkelen. Voor degenen die merken dat ze in een elitepositie zijn heeft dat
soms tot gevolg dat ze op een hoger niveau willen presteren. Honoursstudenten voelen
zich vrijer om af te wijken van gebaande wegen dan andere studenten en zijn zich er ook
minder bewust van dat ze dat doen.
Een respondent heeft de indruk dat als studenten weten dat ze in speciale
omstandigheden studeren dit de verwachtingen op een constructieve manier doet stijgen.
Hij hoopt dat het deel zijn van een ‘elite’ studenten positief beïnvloedt om serieus te zijn,
ethisch verantwoord, creatief, en sterk betrokken bij het ontwikkelen van hun talenten.
Negatief:
Als honoursstudenten merken dat een omgeving hen van elitair gedrag beschuldigt dan
kan dat deze studenten diep treffen.
Een andere respondent denkt dat een elitaire attitude een negatieve invloed uitoefent,
sommige studenten denken dat ze dan niets meer hoeven te bewijzen. Ook is er van tijd
tot tijd een honoursstudent, zegt een respondent, die schijnt te denken om die reden
recht te hebben op een hoger cijfer. De docenten hebben er dan geen moeite mee om
hem of haar duidelijk te maken dat dat niet het geval is.
Ook gaan sommige studenten lijden aan zelfoverschatting en denken ze al klaar te zijn
voor een loopbaan in de wetenschap.
Cultuurverschil:
De VS heeft een dominante cultuur waar talenten en ‘brains’ behandeld worden als
eigenaardigheden. Een College dat de term ‘elite’ gebruikt met een verwijzing naar
honoursstudenten, kan deze studenten niet alleen storen maar zelfs lam leggen. Talent in
sport bijvoorbeeld wordt gekocht en door de hele machtsstructuur van de organisatie
ondersteund. In die setting is het meer dan vreemd om naar studenten met een
intellectueel talent te verwijzen als een elite!
Gebruik van het begrip ‘talent’ in de V.S.
“If they find themselves in an environment where they are effectively accused of elitism,
that can be deeply hurtful. In the United States, which has a dominant culture where
talent and brains are treated as oddities, almost as defects, a College environment that
uses terms like ‘the elite’ with reference to honors students does more than hurt, it can
maim.
Remember: American students ALSO inhabit a collegiate world where TALENT – in sports,
for instance – is bought and supported by the entire power structure of the academy. In
that environment it is more than odd to refer to people with intellectual talent as ‘elite’.”
5.14 De waarde van een honourscertificaat
In hoeverre weerspiegelt een honourscertificaat iemands succes in het ontwikkelen van
zijn of haar talenten? Volgens enkele respondenten laat het zien dat een student grotere
uitdagingen met succes aankan. Maar het hangt af van het honoursprogramma: hoe diep
dat gaat, en of het honoursprogramma studenten geleerd heeft onafhankelijk te denken,
academisch leiderschap, dienst aan de gemeenschap, om nieuwe ideeën uit te proberen
en verbanden te zien tussen disciplines. Een stevig programma zal studenten in staat
hebben gesteld hun eigen talenten te ontwikkelen in aanvulling op de normale vereisten
van een academische opleiding.
Ook talenten demonstreren door leiderschap, etc.
29
“Yes, I would hope so because in order to finish the program, students must not only
complete specified academic requirements but also demonstrate their talents through
leadership, service, etc.”
5.15 Numeriek rendement van een honoursprogramma
Het percentage van de beginnende honoursstudenten dat hun honoursprogramma
afrondt varieert sterk van maximaal 90%- 95% (maar dat is uitzonderlijk) tot minimaal
20%. Het gemiddelde percentage van alle antwoorden van de respondenten komt uit op
46%. Bij de interviews merkt een site visitor op dat “The number of students is usually
cut in half after the first year.”
Hoe hoog in een bepaald geval het numeriek rendement voor het gehele programma is
(‘retention’) hangt ook af van de financiële ondersteuning die wordt gegeven aan
studenten en of er een honoursthesis vereist is. Door de eis van een honoursthesis
besluiten vaak een aantal studenten dit niet te doen en daardoor niet het hele
honoursprogramma af te maken.
Financiële ondersteuning is belangrijk (bijv. via ‘scholarships’)
“The reports vary greatly. At the high end retention is 90%-95%, but this is rare. More
commonly it’s probably in the mid-70’s – but you should examine honors reports on their
own accomplishment, and see what the dominant patterns are. It may be that the
presence or absence of financial support makes a difference, too – not all schools provide
scholarships for academically gifted students, many of whom are from working class
families.”
Het percentage honoursstudenten dat slaagt varieert in een programma van jaar tot jaar.
5.16 Talentontwikkeling als kernpunt in honours?
Talentontwikkeling wordt door bijna alle site visitors als een kernpunt gezien bij het
visiteren van een honoursprogramma, maar het kan op een breed repertoire van talenten
betrekking hebben, en het hangt er ook van af of talentontwikkeling onderdeel is van de
missie van een programma. Een site visitor zegt dat talentwikkeling vaak een impliciet
doel is van een honoursprogramma maar dat dan de term ‘excellence’ gebruikt wordt.
Gebruik van het woord ‘talent’ in de VS (citaat uit interview)
Site visitor:
“Most mission statements I have seen, concentrate on developing excellence, they use
that word a lot.”
Question: Would you say that developing excellence is the word?
“I would say cultivating excellence”.
Opgemerkt wordt dat het moeilijk is om de mate van talentontwikkeling vast te stellen
maar dat bij een visitatie gekeken wordt of bepaalde elementen in het programma zitten
waarvan goede resultaten verwacht mogen worden.
Naast talentontwikkeling zijn er andere belangrijke kerngegevens. In een ‘departmental’
honoursprogramma (laatste twee bachelorjaren) is de focus op één discipline terwijl in
een algemeen honoursprogramma (eerste twee bachelorjaren) veel verschillende
disciplines aan bod komen en de relaties daartussen in een verscheidenheid aan sociale
en ‘community service’ contexten. Verder wordt als kerngegeven de beschikbaarheid
van financiële en andere middelen genoemd en de ‘overall’ kwaliteit van de ervaring.
30
5.17 Een algemeen (interdisciplinair) versus een departementaal (disciplinair)
honoursprogramma
Als de belangrijkste sterke punten voor talentontwikkeling van studenten in een
algemeen (‘general’) honoursprogramma worden genoemd: breedheid van visie
gecombineerd met diepte van onderzoek. Dat is belangrijk want het werkelijk spannende
onderzoekswerk vindt volgens een respondent plaats tussen de vakdisciplines. Een
algemeen honoursprogramma geeft een bredere benadering van problemen,
interdisciplinaire interactie tussen honoursstudenten, training gericht op het zien van
verbanden en soms het doen van een interdisciplinaire studie.
Voordelen van een interdisciplinair honoursprogramma
“The broader approach to problems, the interdisciplinary nature of the interaction among
honors students, the training focused on seeing connections.”
Algemene honoursprogramma’s richten zich verder niet alleen op vakinhouden maar op
de hele persoon in diverse contexten.
Een respondent zegt dat de vooruitgang van de moderne maatschappij grotendeels
gebaseerd is op specialisatie en taakverdeling. Een te brede benadering in het onderwijs
kan ertoe leiden dat afgestudeerden niet echt op het front van hun discipline terecht
komen of dat daardoor specifieke talenten niet tot hun recht komen. Voor studenten met
een bredere belangstelling is een algemeen honoursprogramma of een combinatie van
een algemeen en een departementaal honoursprogramma beter.
Een vakgericht honoursprogramma stimuleert een nauwere band met een
departement en discipline
“Departmental Honors Programs often allow the student to develop a closer affinity to
the department and the discipline.”
Een respondent zegt dat het soms kan gebeuren dat honoursstudenten de
basisvaardigheden niet zo goed leren beheersen als goede niet-honoursstudenten. In een
enkel geval is er dan een gebrek aan diepgang.
Zwakke kanten van een honoursprogramma zijn vaak een gebrek aan financiële
middelen en ruimte. Wel is er de ervaring dat een succesvol honoursprogramma een
dynamiek in een universiteit genereert en ook het leren van de reguliere studenten op
een hoger plan brengt.
Zelfs een klein honoursprogramma creëert dynamiek in een universiteit
“One thing is evident in all the site visits I have conducted: the mere existence of a
successful honors program, even a relatively small one in its setting, creates a dynamism
on campus that enhances the experiences of others not in honors.”
5.18 Verschillen tussen honoursprogramma’s en Honours Colleges?
Verreweg de meeste site visitors zien geen voordelen voor een honoursprogramma
vergeleken met een Honours College want naar hun idee is een Honours College een
honoursprogramma met meer financiële middelen. Ze vinden de verschillen soms niet
duidelijk en sommige Honours Colleges vinden ze alleen in naam Honours. Een
respondent zegt dat je alleen tot een duidelijke uitspraak kunt komen over het verschil
als je per instituut een bepaald honoursprogramma en een bepaald Honours College met
elkaar kunt vergelijken.
De combinatie van honours en non-honours in één instituut kan voor zowel studenten als
docenten verrijkend werken. In een ‘liberal arts’ honoursprogramma kunnen alle
disciplines geïntegreerd worden.
Contact honours- en reguliere studenten verrijkend
31
“Honors Colleges, if they are to provide a rich and genuine honors experience, are in
some sense honors programs with more money. I think it is healthy, whichever
administrative structure is established, to have honors students work in as many ways as
possible with non-honors students to create a rich campus life. It is also probably
healthy for the campus for professors who teach in honors also to teach elsewhere, and
to rotate from time to time.”
Honoursprogramma’s zijn doorgaans kleiner dan Honours Colleges, met een betere
staf/student ratio zodat talent sneller ontdekt kan worden. Honoursprogramma’s kunnen
ook gevarieerder zijn.
Honoursprogrammas’s kunnen niches in de universiteit vullen
“They can be more varied and fill different niches within the university. There is still no
sharp distinction between these two.”
In een van de interview merkt een site visitor, tevens directeur van een Honours College,
op dat in een Honours College maximaal 30% van de cursussen die een student doet op
honoursniveau is.
De nadelen van een honoursprogramma vergeleken met een Honours College kunnen
zijn dat een honoursprogramma iedere keer gefinancierd moet worden en daarbij in
zekere mate afhankelijk is van anderen. Belangrijk is dan dat de directeur of ‘dean’ op
gelijke voet toegang heeft tot collega’s van disciplinaire eenheden of Colleges (zie de
basiskenmerken van een Honours College in hoofdstuk 2). Dit geldt overigens voor zowel
een honoursprogramma als een Honours College. Gebrek aan financiële en andere
middelen kan een nadeel zijn.
Een andere respondent zegt nog dat honoursprogramma’s soms een minder duidelijke
curriculumstructuur hebben, wat kan leiden tot een wat meer ongerichte ontwikkeling.
5.19 Meerwaarde voor afgestudeerden in hun masteropleiding
Gevraagd naar de toegevoegde waarde voor afgestudeerden van een honoursprogramma
geven de site visitors diverse voorbeelden daarvan:
- Afgestudeerden doen het beter en sneller in een ‘graduate’ programma, ze zetten met
meer gemak zelfstandig onderzoek op en zijn aanzienlijk beter in gerichte en
voortgaande discussies over moeilijke onderwerpen. Ze publiceren gemakkelijker (als
hun honoursprogramma hen daarin heeft getraind) en omdat graduate studenten in feite
junior collega’s zijn is dat zeer belangrijk voor hun succes en gevoel van zelfbewustzijn.
- Afgestudeerden van een honoursprogramma hebben een grotere kans om tot een
graduate school, law school en in medical programs te worden toegelaten.
Betere kans op toelating tot een masteropleiding
Increased competitiveness in applying to graduate, law and medical programs. Excellent
preparation for entry into all of these.
- De honourservaringen hebben vaak de deur geopend naar de betere graduate schools.
Honoursafgestudeerden doen het beter in een master
Based on the results I have been able to track, graduates of honors programs perform
better and more quickly in a graduate setting. They feel more comfortable undertaking
independent research, and considerably more comfortable in focused and prolonged
discussion of difficult topics. They are readier to report in public (if their undergraduate
program coached them to do this), and since at the graduate level students are
effectively ‘junior colleagues’, this is deeply important for success and a sense of self.
- De afgestudeerden hebben meer achtergrond, hebben meer vaardigheid in het kritisch
denken, hebben meer vertrouwen in hun mogelijkheden, en dikwijls meer
32
leiderschapsvaardigheden en kunnen beter in groepen werken. Ze zijn beter in staat
methoden en concepten vanuit verschillende disciplines te integreren bij complexe
vraagstukken.
Zelfstandig en integratief kunnen werken
“They should be relatively more self-directed and independent in their academic work.
Further, they should be able to integrate methods and concepts from different disciplines
in dealing with complex questions.”
- Honoursstudenten hebben ervaring met het begeleid doen van onderzoek, presentaties
op conferenties, internationale of nationale studiereizen, leiderschapstaken, unieke
curricula, interdisciplinaire seminars, speciale stages, overkoepelende (‘capstone’)
projecten, en andere mogelijkheden die van graduate studenten verwacht worden.
- Deelname aan een honoursprogramma in de bachelor voegt een aanzienlijke waarde
toe wat veel verder gaat dan op het reguliere bachelordiploma vermeld staat.
Research- en conferentie-ervaring als extra
“Because honors provides qualitatively enriched benefits such as mentored research
experiences, conference presentations, international or domestic study-travel ventures,
leadership experiences, unique curricula, interdisciplinary seminars, special internships,
capstone projects, and other opportunities that today are routinely expected of graduate
students, participation in an undergraduate honors program adds substantive value to a
student’s degree that goes beyond merely what is shown on a transcript or diploma.”
- De senior honors thesis of een vergelijkbaar creatief studie-onderdeel is een
uitstekende voorbereiding voor de graduate school. Een site visitor merkt op dat de
‘graduate study’ vergelijkbaar is met een honoursprogramma.
5.20 Voordelen voor alumni?
De site vistors zijn heel expliciet over de voordelen voor de alumni van het
honoursprogramma tijdens hun maatschappelijk leven.
- Alumni rapporteren over de effectiviteit van de denk- en benaderingswijzen die ze in
hun honoursprogramma geleerd hebben voor hun professionele leven. Sommige doen
verbazingwekkende dingen ten dienste van de maatschappij. Ongetwijfeld zijn daar een
aantal redenen voor: opvoeding, de ‘honors experience’ en de gelegenheid die ze in het
honoursonderwijs gehad hebben om praktijkervaring op te doen met dat wat ze later in
hun professionele leven zijn gaan doen. Maar als ze hun ‘breakthrough’ momenten
citeren waar ze zich een belangrijk idee of inzicht realiseerden, dan zijn dat bijna altijd
momenten in een honours class, een honoursprogramma of een NCHC semester. Dit is te
meer uitzonderlijk omdat niemand (uitgezonderd in een paar nieuwe Honours Colleges)
meer dan een derde van zijn of haar cursussen in een honoursprogramma heeft gedaan.
Breakthrough momenten refereren naar honoursprogramma
“The alumni with whom I have kept in contact they report the continuing effectiveness in
their professional lives of the habits of mind and soul they developed in their
undergraduate honors experience. Some of them are doing astonishing things, in
various walks of life, very frequently to the benefit of all of us in society. No doubt there
are many reasons for this – native intelligence, nurturing honors experience, occasion to
practice what they will one day do on a continuing basis (whether research or
concretizing) – but they cite the “breakthrough” moments when they “realized” one or
another important idea, and almost always those moments are reported to have been in
an honors class or program and/or in the NCHC Semesters. This is impressive when one
considers that almost no one (outside a few recent Honors Colleges) has taken more
than about one third of his or her courses in honors.”
33
-Alumni hebben een enorm voordeel van het netwerk van vrienden en relaties die ze
dankzij honours hebben ontwikkeld.
- Ook na hun studie blijven ze hun honourservaringen waarderen en aanbevelen aan
anderen.
Een site visitor merkt op dat veel van zijn ervaringen anekdotisch zijn maar hij heeft de
stellige indruk dat honours graduates vaker dan niet-honoursstudenten een graduate en
professionele training volgen, waarschijnlijk een hoger GPA hebben en meer succesvol
zijn in wat ze ondernemen. Hij verwacht ook dat ze wat sneller carrière maken als ze
eenmaal een baan hebben.
- Een site visitor merkt op dat de ervaringen van de honours-alumni niet systematisch
gedocumenteerd zijn hoewel er universiteiten zijn die de gegevens van hun honours-
alumni bijhouden. Hij denkt dat elk honoursprogramma indrukwekkende ‘evidence’ kan
tonen van het succes van alumni in prestigieuze ‘graduate’ en ‘professional schools’, in
banen en in de gemeenschap.
Voorbeelden van indrukwekkend succes van alumni
“I think that any honors program can produce impressive evidence of alumni success in
graduate and professional schools, jobs, community. My own program, for instance, has
a proud record of alumni in medical, law, business, and other professional schools such
as Princeton, Duke, NYU, Columbia, U Penn, Syracuse, U Virginia, Emory, U Maryland,
Loyola, Howard, U Ohio, U Oklahoma, U Florida, USC, Texas A&M Bush School, and
others.”
5.21 Aantrekkelijkheid van een universiteit voor getalenteerde studenten
In hoeverre draagt de aanwezigheid van een honoursprogramma (dat zich ook als
zodanig zichtbaar maakt) bij aan het aantrekken van getalenteerde studenten?
De site visitors geven hierop verschillende elkaar aanvullende reacties:
- Het is belangrijk dat iemand weet hoe je een honoursprogramma kan ‘marketen’ zodat
een universiteit attractief wordt voor zowel honours als non-honoursstudenten.
Honoursprogramma op de kaart zetten
“Someone needs to see how to market honors to make the CAMPUS attractive, both to
honors and non-honors applicants. It doesn’t happen by itself.……”
- Ja, het honoursprogramma is een doorslaggevende reden voor veel studenten om naar
een bepaalde universiteit te gaan zoals blijkt uit honderden gesprekken die ik met
studenten gevoerd heb.
- Voordat we op ons instituut (een community college) een honoursprogramma hadden
kregen we geen studenten met een SAT score van 1250 of hoger. Omdat we een
honoursprogramma hebben krijgen we nu zelfs studenten met een SAT score van boven
de 1350.
- Ja, we gebruiken ons honoursprogramma als een pluspunt bij het werven van
studenten en het effect daarvan kunnen we ook in zekere mate documenteren.
- Ik denk dat in het huidige klimaat in het hoger onderwijs met een sterke competitie
voor getalenteerde studenten een instituut zonder honoursprogramma een serieus
probleem heeft. Honoursprogramma’s, speciaal in grotere universiteiten, bieden
studenten de hoge kwaliteit en community ervaring van een klein academisch elite
college maar nu in de context van een groter instituut.
5.22 In hoeverre trekt een honoursprogramma getalenteerde docenten aan?
De reacties van de site visitors op deze vraag zijn zeer wisselend:
- Ik heb gezien dat slimme decanen een docent als beloning de kans geven om in een
honoursprogramma onderwijs te geven. Dit wordt ook gedaan om nieuwe docenten vast
te houden en te ‘voeden’.
34
Honours als middel om goede docenten te stimuleren
“I have seen that clever chairmen offer a chance to teach in honors as a way to reward,
keep and nourish those new faculty whom they prize especially.………”
- Niet speciaal, docenten moeten enthousiast zijn voor het honoursprogramma en de
mogelijkheden die dat biedt.
- Onderwijs geven in een honoursprogramma kan attractief zijn voor docenten.
- Ja, dit is typisch het geval maar het hangt er wel vanaf hoe honoursdocenten worden
geselecteerd door de departementen (sommige departementen zien het als een manier
om ‘dor hout’ kwijt te raken). Maar als een honoursprogramma gesteund wordt vanuit
het instituut en zowel in de campus als daarbuiten gewaardeerd wordt zal het de beste
docenten aantrekken om met dit soort studenten te gaan werken.
Het aantrekken van goede docenten
“...if the program enjoys institutional support and is highly regarded both on and off
campus, it will often attract the best and brightest faculty who wish to engage these
types of students.”
- Nee, normaal worden docenten aangetrokken op traditionele gronden. Ons Honours
College was echter compleet nieuw en nam docenten in dienst die expliciet voor ons
College onderwijs gingen geven.
- Een honoursprogramma biedt docenten ontwikkelingsmogelijkheden en een alerte
docent die een andere baan zoekt zal zeker kijken naar het honoursprogramma van een
universiteit omdat honours tot de meest vitale onderdelen van een campus hoort voor
wat betreft academische vorming en verandering.
Het honoursprogramma is het meest vitale element
“What dynamic, motivated, eager teacher would not want to accept a position at an
institution with an honors program that demonstrates the school’s commitment to
excellence in teaching and learning? Honors offers many faculty development
opportunities, and the discriminating, savvy teacher on the job market will look carefully
at an institution’s honors program because honors is one of the most vital agents on a
campus for academic enrichment and change. Honors is a stimulus for teaching
innovation, a community of engaged faculty and learners, a strong recruitment tool for
both teachers and students.”
- Honours is een stimulans voor onderwijsinnovatie, biedt een community van
geëngageerde docenten en studenten en heeft een grote wervingskracht voor zowel
docenten als studenten.
5.23 Slotopmerking
Een site visitor met erg veel ervaring met honoursprogramma’s benadrukt dat er een
enorme variëteit is in activiteiten, programmaontwerpen, cursusstructuren, extra-
curriculaire activiteiten bij honoursprogramma’s en Honours Colleges. Ze stelt dat haar
antwoorden gebaseerd zijn op een combinatie van wat ze bij tientallen ‘site visits’ heeft
gezien en dingen waarvan ze de indruk heeft dat het heeft ‘gewerkt’.
Tijdens tientallen site visits werd een grote variatie zichtbaar
“There is an enormous range of activity, program design, course structure, co-curricular
emphasis, etc. in what this questionnaire calls “honors programs and colleges”. The
format of this questionnaire suggests (it may not mean this) that there is far more
uniformity than I have encountered in my decades of site visits. My responses have
been based on a combination of what I have seen and what I think has worked where I
35
have seen it – but should not be taken to suggest anything close to uniformity of vision,
program design, or level of accomplishment. The answer suggesting weakness are
drawn from the lower end, those suggesting strength from the higher end, but there is a
LOT in the middle, where probably some students gain greatly and others minimally from
their experiences.”
36
Referenties
Digby, J. (2002). Thomson Peterson’s Honors Programs & Colleges: The Official Guide of
the National Collegiate Honors Council. Thomson Learning Inc. New Jersey, VS, 3rd
edition, 634 p.
Eijl, P.J. van, Wolfensberger, M.V.C., Schreve-Brinkman E.J. & Pilot A. (2007). Honours,
tool for promoting excellence. Mededeling 82, IVLOS, Universiteit Utrecht, 131 blz.
Eijl, P.J. van, Wolfensberger M.V.C. & Pilot, A. (2008a). Talentontwikkeling bij
Amerikaanse honoursprogramma’s en Honours Colleges. Ervaringen van Amerikaanse
site visitors van de National Collegiate Honors Council. Mededeling 83, IVLOS,
Universiteit Utrecht.
Eijl, P.J. van, Wolfensberger M.V.C. & Pilot, A. (2008b). Sterke en zwakke kanten uit de
praktijk van Honoursprogramma’s in de VS. Ervaringen van Amerikaanse site visitors van
de National Collegiate Honors Council. Mededeling 84, IVLOS, Universiteit Utrecht.
Greef, L. de & Silva, Y. (2008). Casusbeschrijving interdisciplinaire honoursmodule
Meesters van het Wantrouwen. Darwin, Marx, Nietzsche, Freud en Einstein over
wetenschap en kritiek. IVLOS, Mededeling 90, Universiteit Utrecht.
Groothengel, C. & Eijl, P.J. van (2008). Honoursprogramma’s in het HBO, inventarisatie
2007 (deel I) met een nadere verkenning (deel II). Mededeling 85, IVLOS, Universiteit
Utrecht, 39 blz.
Konijnendijk, R. & J. Touwen (2008). Het Honourstraject binnen de Opleiding
Geschiedenis in Leiden. IVLOS, Mededeling 91, Universiteit Utrecht.
National Collegiate Honors Council (1994, 2005, 2007). Basic characteristics of a fully
developed honors program. URL:
http://www.nchchonors.org/basichonorsprogramcharacteristics.shtml
Otero, R. & Spurrier, R. (2005). Assessing and evaluating honors programs and honors
colleges. A practical handbook. NCHC, University of Nebraska-Lincoln, USA
Scager, K. (2008). Casusbeschrijving Utrecht College University. Mededeling 89. IVLOS,
Universiteit Utrecht.
Schreve-Brinkman, E.J. (2008). Honoursprogramma’s en talentontwikkeling.
Interviews in het veld met potentiële afnemers en opleiders van afgestudeerde honours-
studenten en informatie uit geschreven media, adviesrapporten en OCW berichten.
IVLOS, Mededeling 88, Universiteit Utrecht.
Sweijen, S. & M. Wolfensberger (2008) Het Honours Programma biedt meerwaarde!
Verkennend onderzoek naar de honours alumni van de opleiding Sociale Geografie en
Planologie te Universiteit Utrecht. Mededeling 86, IVLOS, Universiteit Utrecht
Wolfensberger, M.V.C. (2008). Casusbeschrijving: honoursprogramma
Geowetenschappen. IVLOS, Mededeling 87, Universiteit Utrecht.
37
Bijlage 1: Verschillen tussen Nederlandse en Amerikaanse
honoursprogramma’s4
Verschillen Nederlandse en Amerikaanse (V.S.) honoursprogramma’s
Verenigde Staten
Nederland
Bachelorthesis wel/niet vereist
Alleen upper level honoursstudenten
schrijven een thesis. Dat kan overigens per
honoursprogramma verschillen.
Alle honours- en reguliere studenten
schrijven een bachelorthesis.
Duur van de bachelor verschillend
De universitaire opleiding bestaat uit vier
jaar: freshmen, sophomore, junior en
senior year. Daarna volgt pas graduate
school, waarvoor de selectie erg streng is.
Een driejarig bachelor traject op de
universiteit en vervolgens een één of
tweejarig mastertraject. Hogescholen
hebben een vierjarige bachelor.
Algemeen of vakspecifiek honoursprogramma
De freshmen en sophomore years zijn nog
niet gericht op een major.
Honoursstudenten volgen dan een
algemeen interdisciplinair gericht
honoursprogramma (General Honors).
Daarna kunnen studenten ook een
vakspecifiek honoursprogramma volgen
(Departmental Honors)
Het hele traject in de bachelor is in
principe gericht op één vakgebied.
Uitzonderingen zijn ‘Honours Colleges’ met
‘Liberal arts and sciences’ programma’s
zoals het University College Utrecht of de
Roosevelt Academy te Vlissingen.
Beloning verschillend
Honoursstudenten ontvangen soms een
volledige of gedeeltelijke beurs.
Er wordt op een enkele uitzondering na,
geen extra beloning gegeven aan de
honoursstudenten (buiten het honours
diploma of honoursaantekening op het
bachelordiploma).
Start werving wel of niet op de middelbare school
De meeste honoursprogramma’s werven
en selecteren de studenten al voor ze op
de universiteit zijn aangenomen.
Het werven en selecteren van studenten
begint pas als het studiejaar al is
begonnen. Uitzondering vormen de
Honours Colleges.
Sociaal leven op de campus of erbuiten
Er is een sociaal leven op de campus.
Sociaal leven gebeurt vooral buiten de
universiteit m.u.v. de brede Honours
Colleges die een eigen campus hebben.
Wel/geen gezamenlijke woonfaciliteiten
4 Met dank voor de medewerking van Marion Helmans bij het uitwerken van de interviews.
38
Vaak wonen de honoursstudenten samen
in één gebouw, wat de vorming van een
honoursgemeenschap bevordert
Honoursstudenten wonen niet samen
m.u.v. de brede Honours Colleges.
Belang van cijfers/GPA
Studenten krijgen cijfers (‘letter grades’
met corresponderende honors points) voor
honourscursussen. Het cijfergemiddelde,
GPA (grade point average), is erg
belangrijk voor de studenten i.v.m. het
verkrijgen van beurzen en het mogen
deelnemen aan een honoursprogramma.
Studenten krijgen soms wel en soms geen
cijfers voor honourscursussen. Cijfers en
studievoortgang zijn van belang om te
mogen (blijven) deelnemen aan het
honoursprogramma.
Extra of reguliere studiepunten
De honourscursussen kunnen over andere
onderwerpen gaan dan de reguliere
cursussen, maar ze kunnen ook
honoursversies van de reguliere cursussen
zijn.
In het Amerikaanse systeem betalen de
studenten voor de (reguliere of
honours)cursussen die ze nemen. Ze
krijgen per goed afgeronde cursus
studiepunten (credit points)
In Nederland betalen studenten een
standaard bedrag om te mogen studeren
aan de universiteit of hogeschool. De
studiepunten van het honoursprogramma
komen vaak deels bovenop de reguliere
studiepunten. Ze worden wel honoraire
studiepunten genoemd omdat ze veelal
niet meetellen voor het reguliere diploma
maar wel voor het honoursdiploma of –
certificaat.
39
Bijlage 2: Questionnaire ‘Talent Development in Honors Programs’
November 2006
Questions
1a. How many years as a site visitor have you been involved in reviewing Honors
Programs?
………years
1b. Did you review both Honors Programs and Honors Colleges?
Only Honors Programs
Only Honors Colleges
Both
2. In your experience as a site visitor, which focus points regarding talent development
do you consider as more important in an Honors Program compared to a regular
program?
less important in Honors compared to regular 1 2 3 4 5 more important
- a deeper engagement of content 1 2 3 4 5
- in-depth problem analysis 1 2 3 4 5
- using the scientific method of inquiry 1 2 3 4 5
- questioning the value of a theory 1 2 3 4 5
- finding innovative ways of dealing with a problem 1 2 3 4 5
- seeing relationships with other disciplines 1 2 3 4 5
- interdisciplinary thinking 1 2 3 4 5
- functioning effectively in a project team 1 2 3 4 5
- academic leadership 1 2 3 4 5
- taking risks in endeavors 1 2 3 4 5
- planning a project 1 2 3 4 5
- oral presentation 1 2 3 4 5
- report writing 1 2 3 4 5
- communicating effectively 1 2 3 4 5
- debating an academic issue 1 2 3 4 5
- ethical decision making 1 2 3 4 5
- thinking globally 1 2 3 4 5
- engaging with artistic skills 1 2 3 4 5
- networking in an academic environment 1 2 3 4 5
- serving the community 1 2 3 4 5
- others……………………… 1 2 3 4 5
3. Is development of talent in Honors usually more directed to research skills, to
professional skills, or to both equally?
More to research skills
More to professional skills
Both equally
Other:
4a. What do you consider the best criteria to select talented and potentially talented
students for an Honors Program?
40
4b. Are the selection criteria and procedures now in use in Honors Programs in your
opinion successful in selecting talented and potentially talented students?
Yes/no please give comments:………
4c. Of the total number of all students in a given year, what percentage usually enters
the Honors Program?
1 5 10 15 20 25 30 40 50 60 70 80 90 100%
4d. Of the total number of all students in a given year, what percentage do you estimate
doesn’t join an Honors Program while their GPA is high enough? ……%
And why they don’t join Honors? ……………………………………..
5. Can students who are interested in only parts of an Honors Program be selected and
admitted to those parts only?
6. In your experience as a site visitor, which characteristics of the pedagogical approach
in Honors Programs are important for a successful development of talents of Honors
students?
not especially important in Honors 1 2 3 very important in
Honors
- freedom of choice within an Honors Course 1 2 3
- freedom of choice in the Honors Program 1 2 3
- room for students’ own learning initiative 1 2 3
- the Honors teacher 1 2 3
- using teachers as potential role models 1 2 3
- availability of teacher intervention during course work 1 2 3
- maximization of ‘discovery learning 1 2 3
- minimization of instructions 1 2 3
- challenging assignments 1 2 3
- working in small groups 1 2 3
- facilitating peer interaction among Honors students 1 2 3
- building an Honors community 1 2 3
- explicit criteria for successful completion of tasks 1 2 3
- regular feedback on progress 1 2 3
- research activities early in the program 1 2 3
- involvement in projects for outside clients 1 2 3
- use of high profile guest lecturers 1 2 3
- student counseling 1 2 3
- other characteristics:…………. 1 2 3
7. What in your experience characterizes an Honors teacher who is successful in
developing the talents of an Honors student?
8a. What type of co-curriculum activities in an Honors Programs are valued most by
Honors students?
41
8b. Which kind of talents are developed by these activities? Can you give one or more
examples?
9. In what way are students counseled in Honors Programs and what does this contribute
to the development of their potential talents?
10a. Do you notice that Honors students consider themselves in an elite position in their
university compared to regular students?
10b. To what extent does this influence the development of their talents?
11a. Does an Honors certificate reflect a student’s success in developing his/her talents?
Yes/no, because of ……….
11b. What percentage of the population of beginning Honors students in a program do
you estimate completes on average an Honors Program successfully?
…….%
12a. Do you as a site visitor, consider ‘talent development’ as a key factor in the review
of an Honors Program?
yes/no
12b. If not, what are the main factors?
13a. What do you consider as the main strengths for development of talent in a General
Honours Program compared to a Departmental Honors Program?
13b. And the main weaknesses?
14a. In your opinion, do Honors Programs have any advantages over Honors Colleges
regarding talent development?
14b. And what do you consider the main disadvantages?
15a. In your opinion, what ‘added value’ for graduate students is reached through
participation in an Honors Bachelor Program?
42
15b. Is there evidence of continuing advantage for alumni from their development of
talents in an Honors Program? Please give examples:
16a. Does the known existence of an Honors Program in an university usually work as a
strategy to attract talented students?
Yes/no Comments? ……
16b. Does the known existence of an Honors Program usually attract talented teachers?
Yes/no Comments ………
17. Further comments
Report of results
We will send you a summary of the results of this study if you like. If so, please provide
your e-mail address:
E-mail:
Thank you very much for your cooperation!
43
Bijlage 3: On the Role of the Site Visitor as Consultant & Program
Reviewer
Bron: Gloria Cox, NCHC site visitor
http://www.nchchonors.org/site-visitors-cox.shtml (28 oktober 2008)
An NCHC site visitor has a multitude of roles and responsibilities when conducting a
consultation visit. Broadly speaking, a site visitor plays three roles: that of a student,
critical observer/evaluator and an appropriate Honors advocate. Because institutions are
distinct in their history, resources and goals, every consultation is therefore unique in the
emphasis placed on each of the roles. Therefore it is important the site visitor be
cognizant and comfortable with the role(s) expected during the consultation. Additionally,
in all elements of the site visitor’s role, they should stress the importance of continuous
self-reflection and the value of regular participation in NCHC programs.
First, an NCHC consultant must personify the role of “student of Honors education”
(especially related to the Basic Characteristics of a Fully Developed Honors
Program/College), and be well acquainted with the current national trends in both Honors
and higher education, and the dynamics, history, and goals of institution requesting the
visitation. It is important the site visitor be able to provide the institution quality ideas
and feedback related to relevant areas of Honors education and administration. The
consultant’s role is not necessarily to provide the “right” answer, but to be able to
suggest various models or possible solutions and let the institution select the one which
best fit their needs. Similarly, the consultant’s role is not to fix the program, but to
provide expert advice based upon their experience and thorough understanding of ‘best
practices’ within the field. Hence, the importance of being well versed in the NCHC Basic
Characteristics documents.
Second, a site visitor’s role must be that of an objective observer and evaluator who can
provide comments and constructive feedback on a variety of issues (ranging the gamut
from assessment to websites). Quite often the site visitor is being brought in as a “fresh
set of eyes” to see things the institution's self study missed and to provide an external
unbiased assessment of the state of the Honors program or college. The consultant’s role
here is to honestly convey the strengths and weakness of the program while assessing
the congruence between the institution’s support of Honors and its promulgated goals. In
this role, a site visitor must be aware of the various internal constituencies, each with an
institutional history, which often complicate issues under review. Therefore, evaluation
and comments must be made in a manner, while providing constructive advice does not
create untenable political problems for the program.
Finally, an NCHC site visitor must understand when they should, and when they should
not, be a discrete advocate for Honors. It is not uncommon for institutions to bring in
“outside consultants” or “experts” to provide some external support or to overcome
institutional inertia in order to create momentum for changes in Honors. Especially
important is listening to, learning from and working with the institution’s representatives,
so as not to inadvertently impose the consultant’s view of where Honors should go with
the institution’s aspirations for program/college. Again, one way to reduce the role of
personal opinion in influencing the site visitor’s advice is to always ground feedback and
evaluation on the precepts of the NCHC Basic Characteristics documents.
44
Overzicht van de IVLOS-Mededelingenreeks
Num
mer
Titel
Auteurs Datum
Nr.
91
Het Honourstraject binnen de Opleiding
Geschiedenis Universiteit Leiden
R. Konijnendijk en J.
Touwen
Nov. ‘08
Nr.
90
Casusbeschrijving Interdisciplinaire
Honoursmodule, Meesters van het
Wantrouwen. Darwin, Marx, Nietzsche,
Freud en Einstein over wetenschap en
kritiek
L. de Greef en Y. Silva Nov. ‘08
Nr.
89
Casusbeschrijving Honoursprogramma
University College Utrecht
K. Scager Nov. ‘ 08
Nr.
88
Honoursprogramma’s en
Talentontwikkeling. Welke betekenis
hechten maatschappelijk stakeholders
aan talentontwikkeling?
E.J. Schreve-Brinkman Nov. ‘ 08
Nr.
87
Honours programma
Geowetenschappen,
een casusbeschrijving over
talentontwikkeling door een Honours
Programma en de meerwaarde ervan
M.V.C. Wolfensberger
Nov. 08
Nr.
86
Het Honours Programma biedt
meerwaarde! Verkennend onderzoek
naar de honours alumni van de
opleiding Sociale Geografie en
Planologie te Universiteit Utrecht
S. Sweijen en M.
Wolfensberger
Sept. ‘08
Nr.
85
Honoursprogramma’s in het HBO.
Inventarisatie 2007 (deel I) met een
nadere verkenning (deel II)
C. Groothengel en P.J.
van Eijl
Feb. ‘08
Nr.
84
Sterke en zwakke kanten uit de praktijk
van Honoursprogramma’s in de VS.
Ervaringen van Amerikaanse site
visitors van de National Collegiate
Honors Council
P.J. van Eijl, M.
Wolfensberger en A.
Pilot
Nov. ‘08
Nr.
83
Talentontwikkeling bij Amerikaanse
honoursprogramma’s en Honours
Colleges. Site visitors van de National
Collegiate Honors Council over
Talentontwikkeling
P.J. van Eijl, M.
Wolfensberger en A.
Pilot
Nov ‘08
Nr.
82
Honours, tool for promoting excellence
(Tweede, licht herziene druk)
P.J. van Eijl, M.
Wolfensberger, E.
Schreve-Brinkman en
A. Pilot
Jan. ‘08
Nr.
81
Het doorlichten van een
bachelorcurriculum
Op academische vaardigheden
J.J. Harts, A.de Vocht,
L. Paul, F. Toppen. C.
van
der Blonk, P.J. van Eijl
Okt’ 05
Nr.
80
Interne Kwaliteitszorg
Wes Holleman Juni ‘05
nr.
79
Deeltijddidactiek in wording, een
onderzoek bij de bacheloropleiding
Rechtsgeleerdheid van de UU
Pierre van Eijl (IVLOS)
en Jan Klanderman
(Rechtsgeleerdheid UU)
April ‘05
nr. Wederzijds commitment:
Wes Holleman Feb.’05
45
78 studiecontracten in het Utrechtse
onderwijsmodel
nr.
77
Honoursprogramma’s in Nederland:
resultaten van een landelijke
inventarisatie in 2004
P.J. van Eijl. M.V.C.
Wolfensberger, P.J.
van Tilborgh, A. Pilot
Feb. ‘05
nr.
76
Interne kwaliteitszorg in twee
onderwijsinstituten van de Universiteit
Utrecht (dubbelnr.) 76-1, 76-2, 76-3,
76-4
Herre Talsma, Rudolf
de Boer, Wes
Holleman
Aug.‘04
nr.
75
Een model met peer feedback en
‘blended learning’ voor schrijfonderwijs
bij Engels: effectief maar ook
voldoende?
R. Supheert, R. Kager,
W. Bruins, P. van Eijl,
S. Wils en W. Admiraal
dec.’03
nr.
74
Honours Programmes, Sources of
Innovation in Higher Education: a
perspective from the Netherlands
M.V.C. Wolfensberger,
P.J. van Eijl, A. Pilot
Nov.’03
nr.
73
Het onderzoeksportfolio van de
bacheloropleiding Scheikunde,
Universiteit Utrecht (2002/2003)
Egbert Mulder & Wes
Holleman
Nov.’03
nr.
72
Van practicumproef naar de wereld van
onderzoek: Project Natuurkundig
Onderzoek
W.B. Westerveld, J.N.H.
van Hoof, P.M.
Huisman-
Kleinherenbrink, K.M.R.
van der Stam, S.A.M.
Wils, P.J. van Eijl
Nov.’03
nr.
71
Loopbaanontwikkeling met portfolio-
ondersteuning: Faculteit Letteren (UU)
Wes Holleman Okt. ‘03
nr.
70
Een opstel over academische vorming
met portfolio-ondersteuning
Wes Holleman Mei ‘03
nr.
69
Plusprogramma’s als proeftuin
P.J. van Eijl, M.V.C.
Wolfensberger, M.
Cadée, S. Siesling, E.J.
Schreven-Brinkman,
W.M. Beer,
G. Faber en A. Pilot
Mrt. ’03
nr.
68
Werken met curriculumfuncties
P. van Eijl, A. Pilot & H.
Grunefeld
Mrt. ’02
nr.
67
Beter schrijven door feedback van
medestudenten (dubbelnr.)
B.A.M. van den Berg Dec. ‘01
nr.
66
Lijnen in het curriculum van de
bachelorfase: twee voorbeelden
Heinze Oost & Stephan
Ramaekers
Dec. ’01
nr.
65
Het onderwijsprofiel van het University
College Utrecht
Wes Holleman & Martin
Cadée
Aug. ‘01
nr.
64
Curriculumfuncties in discussie
(dubbelnr.)
W. Holleman, P. van
Eijl, S. Ramaekers
Dec. ’99
nr.
63
Ontwikkeling van algemene
academische vaardigheden in de
bachelorfase: ervaringen uit twee
proeftuinen binnen de UU
Marike Weltje-
Poldervaart, Martin
Cadée, Wes Holleman
Mrt. ’01
nr.
62
Over curriculumfuncties
W. Holleman, P. van
Eijl, A. Pilot, S.
Ramaekers
Dec. ’99
46
nr.
61
Gevraagd: academicus (m/v)
W. Holleman, H. Oost,
J. Milius, I. van den
Berg,
W. Admiraal
Jan.’99
nr.
60
Naar een interpretatie van ‘academische
vorming’
H.A. Oost, J.W.
Holleman, B.A.M. van
den Berg,
B. Thoolen, J.J. Milius
Sep.’98
nr.
59
Van VWO naar WO: aansluitprocessen
en –problemen in de propedeuse
(dubbelnr.)
R. Taconis & J.W.
Holleman
Juni’98
nr.
58
Onderwijsorganisatie en
Curriculumontwikkeling
P.J. van Eijl Jan.’98
nr.
57
Oriëntatie op ‘Honors Programs’, een
literatuurstudie
M.J.M. Groot Zevert,
P.J. van Eijl en F.J.M.
Keesen
Sep.’97
nr.
56
De Keuzegids Hoger Onderwijs:
inhoudsanalyse en evaluatie
J.W. Holleman & P. Ket Sep.‘97
Sommige Mededelingen kunnen gratis gedownload worden op het volgende webadres:
http://www.ivlos.uu.nl/adviesentraining/aanboduniversite/etalagehogeronde/34863main.
html
Voor het bestellen van een IVLOS-Mededeling (€ 5,- (dubbelnummers € 8,-) + € 2,50
administratiekosten bij TPG-verzending) kunt u contact opnemen met IVLOS,
Heidelberglaan 8, Utrecht, telefoon 030-2534472, e-mail: w.p.m.veltman@uu.nl
... Op de NCHC-conferenties in Kansas City (2010) en Phoenix (2011) hebben de onderzoekers acht interviews afgenomen met docenten en acht met studenten van diverse honoursprogramma's van verschillende Amerikaanse universiteiten. Interviews met door de NCHC aanbevolen site-visitors, aanwezig op de NCHC-conferentie in Philadelphia (2007), zijn ook meegenomen in dit onderzoek ( Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008). Enkele uitspraken uit deze interviews hebben we in dit hoofdstuk opgenomen. ...
Book
Full-text available
Waarom een boek over onderwijsprincipes gericht op ontwikkeling van professionele excellentie? In het hoger onderwijs in Nederland zijn de laatste jaren veel onderwijsprogramma’s ontwikkeld voor ‘hoogvliegers’, studenten die meer willen en meer kunnen dan het reguliere programma hun biedt. De universiteiten van Utrecht en Leiden zijn begin jaren ‘90 gestart met zogenoemde honoursprogramma’s en andere universiteiten en hogescholen volgden met vergelijkbare programma’s. Er is in het laatste decennium een veelheid aan honoursprogramma’s ontstaan met een eigen karakter. Die programma’s zijn gericht op de kenmerken van excellente professionals in een beroepsdomein. Tal van onderwijsinstellingen werken aan de ontwikkeling van deze honoursprogramma’s, op verschillende manieren, maar vaak met groot succes. Toch weten docenten van honoursprogramma’s vaak niet hoe docenten van andere instellingen dit honoursonderwijs verzorgen. Om deze reden hebben we in dit boek de ervaringen gebundeld van een aantal hogescholen en universiteiten met honoursonderwijs, specifiek gericht op professionele excellentie. Tegelijk hebben we geprobeerd met achtergrondinformatie en resultaten van wetenschappelijk onderzoek, meer diepgang te geven aan het denken over honoursonderwijs en de opgedane ervaringen toegankelijk te maken voor een grotere groep geïnteresseerden. Een grote groep docenten in honoursonderwijs is bereid geweest om als auteur een bijdrage te leveren aan dit boek. Dat heeft ook een diversiteit opgeleverd aan voorbeelden van allerlei aspecten van honoursprogramma’s, die gericht zijn op ontwikkeling van professionele excellentie.
... Research has shown that honors programs often involve networks of students that contribute to the development of the students' talents (Van Ginkel, et al., 2012). These networks are also described as "learning communities" (Wilson, et al., 2004) and "honors communities" (van Eijl, Pilot & Wolfensberger, 2008). Such communities foster productive interaction among students, teachers, and other professionals during their affiliation with the program. ...
... Research has shown that honors programs often involve networks of students that contribute to the development of the students' talents (Van Ginkel, et al., 2012). These networks are also described as "learning communities" (Wilson, et al., 2004) and "honors communities" (van Eijl, Pilot & Wolfensberger, 2008). Such communities foster productive interaction among students, teachers, and other professionals during their affiliation with the program. ...
... Research has shown that honors programs often involve networks of students that contribute to the development of the students' talents (Van Ginkel, et al., 2012). These networks are also described as "learning communities" (Wilson, et al., 2004) and "honors communities" (van Eijl, Pilot & Wolfensberger, 2008). Such communities foster productive interaction among students, teachers, and other professionals during their affiliation with the program. ...
Book
Full-text available
Pursuit of Excellence in a Networked Society: Theoretical and Practical Approaches
... Niet alleen neemt het aantal universiteiten met aanbod van honoursprogramma's toe, ook is de diversiteit van type universiteiten een gegeven. Zo bieden zowel 'community colleges' als 'prestigieuze universiteiten' honoursprogramma's aan ( Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008). ...
Article
Full-text available
Een honoursmaster is dus een speciaal ontwikkeld programma in de masterfase voor studenten die meer kunnen en willen dan het regulier programma hun biedt. Uit een eerdere inventarisatie van Nederlandse honoursprogramma’s uit de bachelorfase in 2003 (Van Eijl et al, 2003) bleek dat de inhoud, lengte en zwaarte van de trajecten opmerkelijk divers was. Ondanks de grote mate van diversiteit is er in de betreffende studie een categorisering van honoursprogramma’s aangebracht. Hierbij worden de volgende vier soorten programma’s onderscheiden: interdisciplinaire, disciplinaire en multidisciplinaire programma’s en Honours Colleges. Bovendien is er qua positionering van programma’s onderscheid gemaakt tussen die voor de student ‘bovenop’ het reguliere programma komen of als vervanging daarvan dienen.
... Dit rapport over succesfactoren bij honoursprogramma's sluit nauw aan bij een enquête onder site visitors waarover in een parallel rapport verslag is gedaan (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008) Dit deelonderzoek vond plaats in het kader van het project 'Talentontwikkeling in Honoursprogramma's en de meerwaarde die dat oplevert'. Over het gehele project is een eindrapport verschenen (Van Eijl, Wolfensberger, Schreve-Brinkman & Pilot, 2007) Greef & Silva, 2008;Konijnendijk & Touwen, 2008;Scager, 2008;Wolfensberger, 2008). ...
Article
Full-text available
Met site visitors van de NCHC zijn in november 2006 interviews gehouden om een ‘inside view’ van het functioneren van honoursprogramma te krijgen. Deze programma ’s worden aangeboden aan de meer talenvolle en gemotiveerde studenten. Op dertien gebieden met betrekking tot opzet, organisatie en uitvoering van honoursprogramma’s is naar succesvolle en zwakke voorbeelden gevraagd (zie interviewschema, bijlage 1). De uitspraken uit de interviews zijn geordend naar deze gebieden. Opmerkelijke uitspraken zijn in de volgende paragraaf apart weergegeven bij wijze van samenvatting. In totaal zijn twee groepsinterviews en twee individuele interviews met in totaal acht site visitors gehouden. Eén interview kon om tijdsredenen niet doorgaan maar de betreffende site visitor heeft achteraf het interviewschema ingevuld en naar ons gemaild. Dit is ook verwerkt met de andere gegevens. Dat brengt het totaal op negen geïnterviewden. Dit zijn allen zeer ervaren site visitors, die tevens hebben tevens meegewerkt aan de eerder genoemde enquête waarover apart is gerapporteerd (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008).
Article
Full-text available
In het Nederlandse hoger onderwijs is talentontwikkeling voor studenten die meer kunnen en meer willen dan het reguliere onderwijs hun biedt, een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid en een opvallende trend. Universiteiten en hogescholen werken aan honoursprogramma’s, Honours Colleges, Top Classes en andere activiteiten voor hun meest talentvolle studenten om die te stimuleren tot excellente prestaties. De overheid stimuleert talentontwikkeling ook via het zogenoemde Siriusprogramma. Talentontwikkeling is niet nieuw, maar het onderzoek daarnaar in het Nederlandse hoger onderwijs is dat wel. Dit artikel geeft een onderzoeksagenda waarbij de uitkomsten van twee bijeenkomsten met stakeholders als input gebruikt worden. Geïnventariseerde praktijkvragen zijn vanuit een theoretisch perspectief geordend in een onderzoeksagenda. Die agenda is bedoeld als startpunt voor visieontwikkeling over onderzoek, dat gekoppeld is aan praktijkvragen en aan theorievorming over talentontwikkeling.
Article
Full-text available
Er is veel enthousiasme voor de ontwikkeling van honoursonderwijs Honoursonderwijs is snel in omvang toegenomen in het WO en (recent) ook in het HBO. De innoverende kwaliteiten brengen veel enthousiasme teweeg bij de betrokkenen studenten, docenten en onderwijsleiding. Honours is ‘anders, niet meer van hetzelfde’ Honours is anders door meer diepgang, interactiviteit, samenwerkend leren, uitdaging, ontdekkend leren, reflectie, eigen initiatief en interesse, zelfstandigheid en soms competitie. Het contact student-docent is essentieel gezien voor het inspirerende karakter. Studeren met zeer gemotiveerde medestudenten is een belangrijke stimulans. De honoursdocent functioneert ook als voorbeeld voor wetenschap en collegialiteit. Honoursonderwijs is vooral ánder onderwijs met accent op een hogere complexiteit van de stof. Modellen voor honoursprogramma’s Het drie window model biedt een referentiekader waarbij de beschreven vier cases van (universitair) honoursonderwijs illustraties vormen. Deze programma’s kunnen een modelfunctie hebben. De overzichten, uitspraken op basis van ervaring en voorbeelden van ‘good practice’ kunnen nuttig zijn bij het opzetten van nieuwe programma’s. Afstemming (matching) student-opleiding bij de toelating én tijdens het programma Matching van student en honoursprogramma gebeurt bij de selectie en tijdens het programma. Evaluaties en persoonlijke feedback spelen een duidelijke rol om een geschikt honoursprogramma te ontwikkelen en studieactiviteiten af te stemmen op de beoogde talentontwikkeling. Diversiteit aan honoursprogramma’s Er is een zeer grote diversiteit aan honoursprogramma’s. Niet één honoursprogramma is volledig vergelijkbaar met een ander. Er zijn verschillende manieren om deze programma’s inhoud en vorm te geven. Ze veranderen ook regelmatig inhoudelijk en organisatorisch, er is sprake van een dynamische ontwikkeling. Ook kwaliteitsbewaking van dit onderwijs moet daarom maatwerk zijn. Succes in honours zichtbaar via een aantal indicatoren Succes van honoursonderwijs is vooralsnog moeilijk ‘hard’ te meten in termen van succes in wetenschap en beroep; daarvoor zijn de programma’s te nieuw en zijn er ook methodologisch grote obstakels. Uit evaluaties komen ’praktijkindicatoren’ voor de kwaliteit, zoals de perceptie van studenten om uitdagende, moeilijke dingen te doen, hard te werken en goede resultaten te boeken. Honours als onderdeel van een instellingsbeleid gericht op talentontwikkeling Bij instellingen voor hoger onderwijs is talentontwikkeling steeds meer onderdeel van het onderwijsbeleid. Dit beleid is o.a. gericht op het ontwikkelen en faciliteren van honoursonderwijs, het ondersteunen van docenten bij de ontwikkeling van initiatieven, en professionalisering van de docenten. Wensen uit het maatschappelijk en wetenschappelijk veld: IQ maar ook EQ. In interviews met het werkveld wordt de nadruk gelegd op initiatiefkracht, verandercapaciteit, ambitie en doorzettingsvermogen. Dit kan ‘vertaald’ worden naar een onderwijsomgeving door meer aandacht te vragen voor het matchen van talent in vraaggestuurd onderwijs, stof aanbieden met een grotere complexiteit naast een hogere moeilijkheidsgraad, sociale vaardigheden, diversiteit, interdisciplinariteit, groeipotentieel, emotionele vaardigheden (EQ), parallelle onderzoekslijnen, samenwerken in open netwerken en domeindoorbrekend denken. Honoursonderwijs als ‘tool for promoting excellence’ De casestudies laten vele signalen zien dat extra talentontwikkeling daadwerkelijk lukt. Juist een groep studenten die veel kan en gemotiveerd is, vindt hier een mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Ze krijgen meer vakinhoudelijk verdieping of verbreding, training in communicatie, samenwerken en leidinggeven, aandacht voor ethiek, mondiaal denken e.d. Deze kwaliteiten zijn zowel in wetenschap én professionele praktijk van belang. Honoursprogramma’s vormen ook een stimulans voor vernieuwing vanwege het niveauverhogend effect op de opleiding of instelling, en geven een versterking van de kerntaak van universiteit en hogeschool: talentontwikkeling, dieper- en verdergaande vorming en excellentie in de professionele praktijk en wetenschap. Honoursprogramma’s zijn voor instellingen ook een laboratorium voor onderwijsinnovatie. Agenda voor de toekomst Het honoursonderwijs is een succes. Het onderzoek, dat tot bovenstaande conclusies heeft geleid, vormt de basis voor een agenda voor de toekomst. Deze agenda heeft tot doel excellentie in het onderwijs verder te ontwikkelen, en omvat de volgende actiepunten: 1. Versterking beeldvorming van honoursprogramma’s Coherente beeldvorming van honoursprogramma’s is cruciaal voor het succes ervan. Dit geldt voor de potentiële deelnemers én voor de werkgevers van deze talentvolle afgestudeerden. De lijst met tien ‘kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma’ kan daarbij uitgangspunt zijn. Tien kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma 1. Het honoursprogramma heeft een ‘missie statement’ dat uitgangspunt is voor de voorlichting, opzet, uitvoering en kwaliteitszorg van het honoursonderwijs. 2. Selectie van studenten op interesse voor het honoursprogramma, een actieve werkhouding en bovengemiddelde inhoudelijke capaciteiten 3. Docenten die inspireren tot excellente prestaties, een diepgaande discussie stimuleren en een voorbeeldfunctie vervullen voor studenten 4. Didactiek gericht op excellentie met uitdagende opdrachten van een hoog inhoudelijk niveau en divers in vormgeving met een nadruk op ‘ontdekkend leren’ 5. Inhoudelijk verdiepend én verbredend programma-aanbod waarbij ook aandacht is voor leiderschaps-, communicatieve en sociale vaardigheden. 6. Waardering voor excellente prestaties en veel ruimte voor nieuwe ideeën en creatieve initiatieven van studenten; facilitering daarvan, vooral als die buiten de gebaande kaders vallen 7. Veel aandacht voor feedback van docenten en medestudenten op individuele talentontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling door het programma heen 8. Studenten stimuleren elkaar ook via teamwerk, honours communities en extra-curriculaire activiteiten 9. Voldoende omvang (minimaal 20% van de opleiding), intensiteit en duur van het honoursprogramma zodat talenten zich echt kunnen ontwikkelen 10. Een organisatie die specifiek het honoursprogramma ondersteunt met voldoende bestuurskracht en middelen en met een grote inbreng van studenten. 2. Honoursonderwijs meer financiële zekerheid geven Het is dringend noodzakelijk de financiering van honoursonderwijs een structurele plaats te geven in de begrotingen van de instellingen. Tijdelijk is extra financiering noodzakelijk voor verdere ontwikkeling. 3. Honours onderwijs uitbreiden Bij sommige opleidingen is er nog een reservoir aan talent dat niet via honoursprogramma’s wordt aangeboord. Bij veel opleidingen is er nog geen disciplinair honoursaanbod. Bij de meeste universiteiten is er ook geen universiteitsbreed interdisciplinair aanbod. Soms zijn er te weinig plaatsen beschikbaar of wordt de toegang beperkt door te weinig aandacht voor diversiteit (gender en allochtonen). Een omvangrijker en rijker aanbod is gewenst. De aandacht voor talentontwikkeling moet verder uitgebouwd en versterkt worden. 4. Meer didactische expertise voor honoursprogramma’s nodig Onderzoek is noodzakelijk naar de effectiviteit van honoursprogramma’s, de kenmerken van succesvolle honoursdocenten en studenten, de sociologische aspecten en de (lange termijn) effecten voor studenten. Dit onderzoek zal ook moeten leiden tot een versterking van de didactische expertise van de docenten in honoursprogramma’s. 5. Aandacht voor de doorgaande lijn van talentontwikkeling van basisonderwijs tot hoger onderwijs Het is gewenst een lijn te ontwikkelen voor talentontwikkeling van basisonderwijs via middelbaar en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs tot en met hoger onderwijs en daarna. Op die manier zou talentontwikkeling blijvend gestimuleerd kunnen worden tijdens de onderwijsloopbaan van leerlingen en studenten. Aansluitingsproblemen tussen de onderwijssystemen moeten worden aangepakt bijvoorbeeld bij de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs. Ook moet er een open systeem wordt gecreëerd waarin ook laatbloeiers een kans krijgen. 6. Optimale kenniscirculatie over honours Uitwisseling van onderzoeks- en ervaringsgegevens over honoursonderwijs is van vitaal belang om de uitbouw van honoursonderwijs te versterken. Het landelijk Plusnetwerk kan in Nederland eenzelfde nuttige rol vervullen als de National Collegiate Honors Council in de Verenigde Staten.
Article
Full-text available
Dit onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel is door middel van internet en telefonisch contact, nagegaan welke honoursprogramma’s op HBO-instellingen in Nederland worden aangeboden en wat hun belangrijkste kenmerken zijn. In het tweede deel is door middel van interviews dieper ingegaan op drie honoursprogramma’s in verschillende sectoren. Bij de inventarisatie bleek dat honoursprogramma’s in het HBO nog een nieuw fenomeen zijn. Zestien verschillende programma’s werden gevonden, die alle pas recentelijk gestart zijn, of die zelfs nog in de opstartfase zitten. De gevonden programma’s zijn zeer gevarieerd in richting, duur en opzet en komen voor in verschillende sectoren. De programma’s bieden verdieping binnen het vakgebied, verbreding over de grenzen van het vakgebied heen, extra aandacht voor leiderschap en management of een combinatie van deze vormen. De scheidingslijnen tussen honours en bijvoorbeeld een schakelklas voor toelating tot de universitaire master zijn dun. In vergelijking met universitaire programma’s zijn honoursprogramma’s op hogescholen meer beroepsgericht en richten zich bijvoorbeeld op de innovatieve professional van de toekomst. Sommige programma’s leggen een sterk accent op beoefening praktijkgericht onderzoek. Om een betere kijk te krijgen op de honoursprogramma’s zijn drie interviews gehouden met coördinatoren van honoursprogramma’s die in 2006 van start zijn gegaan. Ook uit deze drie interviews bleek de diversiteit van de programma’s. Hoewel de onderwijsopzet zeer verschillend was waren er ook overeenkomsten te vinden tussen de programma’s. Zo hadden alle programma’s een vorm van selectie. Naast studieprestaties kwam vooral het belang van de motivatie van de studenten naar voren. Die motivatie is weer terug te vinden in het enthousiasme dat de deelnemende studenten tijdens het honoursprogramma toonden. De honoursprogramma’s waren in alle drie de gevallen extra programma’s die bovenop het reguliere programma kwamen. Bij deze programma’s wordt ook de vorming van een honours of ‘professional community’ zichtbaar waarin studenten en docenten elkaar stimuleren. Het contact tussen studenten en het afnemend veld is meestal intensiever dan in het reguliere programma. Studenten nemen vaak zelf initiatief en vaak meer inbreng hebben in de opzet van het programma. Gezien het recente verschijnen van honoursprogramma’s in het HBO is een wat uitgebreider onderzoek aan te bevelen als over enkele jaren meer ervaring met de honoursprogramma’s is opgedaan.
Article
Full-text available
Met site visitors van de NCHC zijn in november 2006 interviews gehouden om een ‘inside view’ van het functioneren van honoursprogramma te krijgen. Deze programma ’s worden aangeboden aan de meer talenvolle en gemotiveerde studenten. Op dertien gebieden met betrekking tot opzet, organisatie en uitvoering van honoursprogramma’s is naar succesvolle en zwakke voorbeelden gevraagd (zie interviewschema, bijlage 1). De uitspraken uit de interviews zijn geordend naar deze gebieden. Opmerkelijke uitspraken zijn in de volgende paragraaf apart weergegeven bij wijze van samenvatting. In totaal zijn twee groepsinterviews en twee individuele interviews met in totaal acht site visitors gehouden. Eén interview kon om tijdsredenen niet doorgaan maar de betreffende site visitor heeft achteraf het interviewschema ingevuld en naar ons gemaild. Dit is ook verwerkt met de andere gegevens. Dat brengt het totaal op negen geïnterviewden. Dit zijn allen zeer ervaren site visitors, die tevens hebben tevens meegewerkt aan de eerder genoemde enquête waarover apart is gerapporteerd (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008).
Article
Full-text available
Er is veel enthousiasme voor de ontwikkeling van honoursonderwijs Honoursonderwijs is snel in omvang toegenomen in het WO en (recent) ook in het HBO. De innoverende kwaliteiten brengen veel enthousiasme teweeg bij de betrokkenen studenten, docenten en onderwijsleiding. Honours is ‘anders, niet meer van hetzelfde’ Honours is anders door meer diepgang, interactiviteit, samenwerkend leren, uitdaging, ontdekkend leren, reflectie, eigen initiatief en interesse, zelfstandigheid en soms competitie. Het contact student-docent is essentieel gezien voor het inspirerende karakter. Studeren met zeer gemotiveerde medestudenten is een belangrijke stimulans. De honoursdocent functioneert ook als voorbeeld voor wetenschap en collegialiteit. Honoursonderwijs is vooral ánder onderwijs met accent op een hogere complexiteit van de stof. Modellen voor honoursprogramma’s Het drie window model biedt een referentiekader waarbij de beschreven vier cases van (universitair) honoursonderwijs illustraties vormen. Deze programma’s kunnen een modelfunctie hebben. De overzichten, uitspraken op basis van ervaring en voorbeelden van ‘good practice’ kunnen nuttig zijn bij het opzetten van nieuwe programma’s. Afstemming (matching) student-opleiding bij de toelating én tijdens het programma Matching van student en honoursprogramma gebeurt bij de selectie en tijdens het programma. Evaluaties en persoonlijke feedback spelen een duidelijke rol om een geschikt honoursprogramma te ontwikkelen en studieactiviteiten af te stemmen op de beoogde talentontwikkeling. Diversiteit aan honoursprogramma’s Er is een zeer grote diversiteit aan honoursprogramma’s. Niet één honoursprogramma is volledig vergelijkbaar met een ander. Er zijn verschillende manieren om deze programma’s inhoud en vorm te geven. Ze veranderen ook regelmatig inhoudelijk en organisatorisch, er is sprake van een dynamische ontwikkeling. Ook kwaliteitsbewaking van dit onderwijs moet daarom maatwerk zijn. Succes in honours zichtbaar via een aantal indicatoren Succes van honoursonderwijs is vooralsnog moeilijk ‘hard’ te meten in termen van succes in wetenschap en beroep; daarvoor zijn de programma’s te nieuw en zijn er ook methodologisch grote obstakels. Uit evaluaties komen ’praktijkindicatoren’ voor de kwaliteit, zoals de perceptie van studenten om uitdagende, moeilijke dingen te doen, hard te werken en goede resultaten te boeken. Honours als onderdeel van een instellingsbeleid gericht op talentontwikkeling Bij instellingen voor hoger onderwijs is talentontwikkeling steeds meer onderdeel van het onderwijsbeleid. Dit beleid is o.a. gericht op het ontwikkelen en faciliteren van honoursonderwijs, het ondersteunen van docenten bij de ontwikkeling van initiatieven, en professionalisering van de docenten. Wensen uit het maatschappelijk en wetenschappelijk veld: IQ maar ook EQ. In interviews met het werkveld wordt de nadruk gelegd op initiatiefkracht, verandercapaciteit, ambitie en doorzettingsvermogen. Dit kan ‘vertaald’ worden naar een onderwijsomgeving door meer aandacht te vragen voor het matchen van talent in vraaggestuurd onderwijs, stof aanbieden met een grotere complexiteit naast een hogere moeilijkheidsgraad, sociale vaardigheden, diversiteit, interdisciplinariteit, groeipotentieel, emotionele vaardigheden (EQ), parallelle onderzoekslijnen, samenwerken in open netwerken en domeindoorbrekend denken. Honoursonderwijs als ‘tool for promoting excellence’ De casestudies laten vele signalen zien dat extra talentontwikkeling daadwerkelijk lukt. Juist een groep studenten die veel kan en gemotiveerd is, vindt hier een mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Ze krijgen meer vakinhoudelijk verdieping of verbreding, training in communicatie, samenwerken en leidinggeven, aandacht voor ethiek, mondiaal denken e.d. Deze kwaliteiten zijn zowel in wetenschap én professionele praktijk van belang. Honoursprogramma’s vormen ook een stimulans voor vernieuwing vanwege het niveauverhogend effect op de opleiding of instelling, en geven een versterking van de kerntaak van universiteit en hogeschool: talentontwikkeling, dieper- en verdergaande vorming en excellentie in de professionele praktijk en wetenschap. Honoursprogramma’s zijn voor instellingen ook een laboratorium voor onderwijsinnovatie. Agenda voor de toekomst Het honoursonderwijs is een succes. Het onderzoek, dat tot bovenstaande conclusies heeft geleid, vormt de basis voor een agenda voor de toekomst. Deze agenda heeft tot doel excellentie in het onderwijs verder te ontwikkelen, en omvat de volgende actiepunten: 1. Versterking beeldvorming van honoursprogramma’s Coherente beeldvorming van honoursprogramma’s is cruciaal voor het succes ervan. Dit geldt voor de potentiële deelnemers én voor de werkgevers van deze talentvolle afgestudeerden. De lijst met tien ‘kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma’ kan daarbij uitgangspunt zijn. Tien kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma 1. Het honoursprogramma heeft een ‘missie statement’ dat uitgangspunt is voor de voorlichting, opzet, uitvoering en kwaliteitszorg van het honoursonderwijs. 2. Selectie van studenten op interesse voor het honoursprogramma, een actieve werkhouding en bovengemiddelde inhoudelijke capaciteiten 3. Docenten die inspireren tot excellente prestaties, een diepgaande discussie stimuleren en een voorbeeldfunctie vervullen voor studenten 4. Didactiek gericht op excellentie met uitdagende opdrachten van een hoog inhoudelijk niveau en divers in vormgeving met een nadruk op ‘ontdekkend leren’ 5. Inhoudelijk verdiepend én verbredend programma-aanbod waarbij ook aandacht is voor leiderschaps-, communicatieve en sociale vaardigheden. 6. Waardering voor excellente prestaties en veel ruimte voor nieuwe ideeën en creatieve initiatieven van studenten; facilitering daarvan, vooral als die buiten de gebaande kaders vallen 7. Veel aandacht voor feedback van docenten en medestudenten op individuele talentontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling door het programma heen 8. Studenten stimuleren elkaar ook via teamwerk, honours communities en extra-curriculaire activiteiten 9. Voldoende omvang (minimaal 20% van de opleiding), intensiteit en duur van het honoursprogramma zodat talenten zich echt kunnen ontwikkelen 10. Een organisatie die specifiek het honoursprogramma ondersteunt met voldoende bestuurskracht en middelen en met een grote inbreng van studenten. 2. Honoursonderwijs meer financiële zekerheid geven Het is dringend noodzakelijk de financiering van honoursonderwijs een structurele plaats te geven in de begrotingen van de instellingen. Tijdelijk is extra financiering noodzakelijk voor verdere ontwikkeling. 3. Honours onderwijs uitbreiden Bij sommige opleidingen is er nog een reservoir aan talent dat niet via honoursprogramma’s wordt aangeboord. Bij veel opleidingen is er nog geen disciplinair honoursaanbod. Bij de meeste universiteiten is er ook geen universiteitsbreed interdisciplinair aanbod. Soms zijn er te weinig plaatsen beschikbaar of wordt de toegang beperkt door te weinig aandacht voor diversiteit (gender en allochtonen). Een omvangrijker en rijker aanbod is gewenst. De aandacht voor talentontwikkeling moet verder uitgebouwd en versterkt worden. 4. Meer didactische expertise voor honoursprogramma’s nodig Onderzoek is noodzakelijk naar de effectiviteit van honoursprogramma’s, de kenmerken van succesvolle honoursdocenten en studenten, de sociologische aspecten en de (lange termijn) effecten voor studenten. Dit onderzoek zal ook moeten leiden tot een versterking van de didactische expertise van de docenten in honoursprogramma’s. 5. Aandacht voor de doorgaande lijn van talentontwikkeling van basisonderwijs tot hoger onderwijs Het is gewenst een lijn te ontwikkelen voor talentontwikkeling van basisonderwijs via middelbaar en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs tot en met hoger onderwijs en daarna. Op die manier zou talentontwikkeling blijvend gestimuleerd kunnen worden tijdens de onderwijsloopbaan van leerlingen en studenten. Aansluitingsproblemen tussen de onderwijssystemen moeten worden aangepakt bijvoorbeeld bij de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs. Ook moet er een open systeem wordt gecreëerd waarin ook laatbloeiers een kans krijgen. 6. Optimale kenniscirculatie over honours Uitwisseling van onderzoeks- en ervaringsgegevens over honoursonderwijs is van vitaal belang om de uitbouw van honoursonderwijs te versterken. Het landelijk Plusnetwerk kan in Nederland eenzelfde nuttige rol vervullen als de National Collegiate Honors Council in de Verenigde Staten.
Article
Systematic use of evaluation and assessment is one of the core principles guiding education. A considerable portion of current educational research addresses the effectiveness of evaluation and assessment at all levels of education. The relevance of assessment and evaluation has been dramatically increased by the current political tendency to decentralize the responsibility for educational processes. At the same time, students and parents are becoming more aware of differences in quality between schools and programs and more inclined to hold faculty and administrators accountable for their institutions' achievements. Both developments have led to a need for setting explicit standards for educational outcomes. Assessing and Evaluating Honors Programs and Honors Colleges: A Practical Handbook is intended to serve as an on-campus companion and guide for Honors administrators by helping them to establish new practices or to strengthen established ones. Basically, this monograph provides assistance from both theoretical and practical perspectives by suggesting rationales for assessment and evaluation and offering practical ideas for implementing or strengthening assessment and evaluation practices for Honors Programs and Honors Colleges. The reader will find rationales and objectives for evaluation and assessment practices as well as specific methods for using Honors consultants and Honors external reviewers. This monograph presents practical approaches to undertaking an Honors self-study, and it includes a self-study outline in the Appendices. Because Honors Programs and Honors Colleges differ widely in terms of administration, structure, curriculum, requirements, and institutional climate, the section related to assessment is, by necessity, more general. This handbook is not intended to standardize assessment and evaluation processes because Honors Programs and Honors Colleges value their differences and flexibility. Its purpose is to provide some guidelines to help deans and directors establish assessment and evaluation procedures that are effective for their individual programs or colleges. The monograph addresses the difference between Honors consultants and Honors external reviewers as well as the benefits derived from both sets of specialists. Very important to Honors directors and deans is the section concerning the external review process. This section provides Honors administrators explicit information on the various aspects of an external review. It details what administrators must do prior to a site visit, the goals and schedule for a successful site visit, and expectations subsequent to the site visit. The last section before the appendices offers directions for those who are interested in becoming an NCHC-recommended Site Visitor. Finally, the monograph contains appendices with several lists, examples, and models that can be useful to Honors administrators in the development of procedures for evaluating their Honors Program or Honors College.
Thomson Peterson's Honors Programs & Colleges: The Official Guide of the National Collegiate Honors Council
  • J Digby
Digby, J. (2002). Thomson Peterson's Honors Programs & Colleges: The Official Guide of the National Collegiate Honors Council. Thomson Learning Inc. New Jersey, VS, 3 rd edition, 634 p.
Casusbeschrijving interdisciplinaire honoursmodule Meesters van het Wantrouwen. Darwin, Marx, Nietzsche, Freud en Einstein over wetenschap en kritiek
  • L Greef
  • Y Silva
Greef, L. de & Silva, Y. (2008). Casusbeschrijving interdisciplinaire honoursmodule Meesters van het Wantrouwen. Darwin, Marx, Nietzsche, Freud en Einstein over wetenschap en kritiek. IVLOS, Mededeling 90, Universiteit Utrecht.
Casusbeschrijving Utrecht College University. Mededeling 89
  • K Scager
Scager, K. (2008). Casusbeschrijving Utrecht College University. Mededeling 89. IVLOS, Universiteit Utrecht.
Honoursprogramma's en talentontwikkeling. Interviews in het veld met potentiële afnemers en opleiders van afgestudeerde honoursstudenten en informatie uit geschreven media, adviesrapporten en OCW berichten
  • E J Schreve-Brinkman
Schreve-Brinkman, E.J. (2008). Honoursprogramma's en talentontwikkeling. Interviews in het veld met potentiële afnemers en opleiders van afgestudeerde honoursstudenten en informatie uit geschreven media, adviesrapporten en OCW berichten. IVLOS, Mededeling 88, Universiteit Utrecht.