ArticlePDF Available

De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur

Authors:

Abstract

Excellentie en studiecultuur staan in het hoger onderwijsbeleid al geruime tijd hoog op de agenda. Dit artikel gaat nader in op cultuuraspecten van het onderwijs en wil een aanzet leveren voor een meer systematisch denkkader over cultuurverandering in het hoger onderwijs. Leidende vragen zijn: wat kenmerkt de cultuur van honoursstudenten, waarin verschilt deze van de reguliere studiecultuur en wat is de mogelijke invloed van honourscultuur op de reguliere studiecultuur? Om die vragen goed te kunnen beant‐ woorden, wordt eerst theorie behandeld over een aantal voorafgaande vragen: wat is cultuur, schoolcultuur en studiecultuur? Kun je cultuurverandering in het hoger onder‐ wijs tot stand brengen en excellentie stimuleren? Bevindingen uit onderzoek op basis van interviews van honoursstudenten en honoursdocenten van de Hanzehogeschool Groningen worden gepresenteerd, waarin vier elementen van honourscultuur naar voren komen. Verschillen tussen honoursstudenten en reguliere studenten komen aan de orde, alsmede de interactie tussen honoursstudenten en de omgeving buiten hun honourscommunity. Conclusies zijn dat er inderdaad sprake is van een honourscultuur die zich onderscheidt van de reguliere studiecultuur. Honoursstudenten zijn gedreven en ervaren hun honourscommunity als zeer stimulerend. Tot op zekere hoogte is er sprake van botsende culturen. De cultuur van honoursstudenten kan een stimulans zijn voor cultuurverandering, maar er zijn ook aspecten van cultuur die uitstralingseffecten kunnen belemmeren.
ARTIKELEN
De cultuur van honoursstudenten en de
mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger*
Excellentie en studiecultuur staan in het hoger onderwijsbeleid al geruime tijd hoog op
de agenda. Dit artikel gaat nader in op cultuuraspecten van het onderwijs en wil een
aanzet leveren voor een meer systematisch denkkader over cultuurverandering in het
hoger onderwijs. Leidende vragen zijn: wat kenmerkt de cultuur van honoursstudenten,
waarin verschilt deze van de reguliere studiecultuur en wat is de mogelijke invloed van
honourscultuur op de reguliere studiecultuur? Om die vragen goed te kunnen beant‐
woorden, wordt eerst theorie behandeld over een aantal voorafgaande vragen: wat is
cultuur, schoolcultuur en studiecultuur? Kun je cultuurverandering in het hoger onder‐
wijs tot stand brengen en excellentie stimuleren? Bevindingen uit onderzoek op basis
van interviews van honoursstudenten en honoursdocenten van de Hanzehogeschool
Groningen worden gepresenteerd, waarin vier elementen van honourscultuur naar
voren komen. Verschillen tussen honoursstudenten en reguliere studenten komen aan
de orde, alsmede de interactie tussen honoursstudenten en de omgeving buiten hun
honourscommunity. Conclusies zijn dat er inderdaad sprake is van een honourscultuur
die zich onderscheidt van de reguliere studiecultuur. Honoursstudenten zijn gedreven
en ervaren hun honourscommunity als zeer stimulerend. Tot op zekere hoogte is er
sprake van botsende culturen. De cultuur van honoursstudenten kan een stimulans zijn
voor cultuurverandering, maar er zijn ook aspecten van cultuur die uitstralingseffecten
kunnen belemmeren.
Inleiding
Achtereenvolgende regeringen hebben Nederland willen toerusten voor een posi‐
tie in de voorhoede van kenniseconomieën (Ministerie van OCW, 2007, 2011).
Als toekomstbeeld voor 2025 schetste de minister van OCW in de Strategische
Agenda (Ministerie van OCW, 2011, p. 5) een studiecultuur aan hogescholen en
universiteiten die zich kenmerkt door “uitdaging, presteren en het maximale uit
je studie en je vermogens halen. De lat ligt hoger en de student die daar niet over‐
heen kan springen, zal zijn ambities moeten bijstellen”. Het Siriusprogramma
zorgde voor grote investeringen in de ontwikkeling van excellentieprogramma’s
en uitdagend onderwijs. Een belangrijk doel in het verlengde van het rijksbeleid
*Drs. L. Tiesinga (l.tiesinga@pl.hanze.nl) is werkzaam bij het Hanze Honours College en tevens als
onderzoeker bij het lectoraat Excellentie in Hoger Onderwijs en Samenleving.
Dr. M.V.C. Wolfensberger (m.v.c.wolfensberger@pl.hanze.nl) is werkzaam bij de faculteit Geo‐
wetenschappen, Universiteit Utrecht en als lector aan de Hanzehogeschool Groningen.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 5
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
was een cultuurverandering teweeg te brengen in de richting van excellentie en
een ambitieuze studiecultuur. Maar wat is cultuur, schoolcultuur of studiecul‐
tuur? En is cultuur veranderbaar? In dit artikel komen allereerst deze vragen aan
de orde, om een antwoord te kunnen geven op drie centrale vragen: wat kenmerkt
de cultuur van honoursstudenten, waarin verschilt deze van de reguliere studie‐
cultuur en wat is de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur?
Wat is cultuur?
Cultuur is een veelgebruikt, maar ook uiteenlopend gedefinieerd begrip. Deal en
Peterson (2009, p. 7) laten een aantal definities de revue passeren, bijvoorbeeld
de definitie van Bower (1966) en van Deal en Kennedy (1982). Bower omschrijft
cultuur als “the way we do things around here”. Deal en Kennedy leggen de
nadruk op het samenbindende karakter van cultuur en definiëren cultuur als “the
shared beliefs that closely knit a community together”. Cultuur omvat ook een
patroon van normen, opvattingen en verwachtingen waaraan men zich confor‐
meert (O’Reilly, 1989). Hofstede, Hofstede en Minkov (2011) spreken van men‐
tale programmering of mentale software. Door opvoeding en socialisatie binnen
een cultuur wordt het gedrag van een mens tot op zekere hoogte voorspelbaar.
Veelal wordt cultuur verbeeld als schillen van een ui, waarbij een onderscheid
wordt gemaakt tussen waarden en grondbeginselen, die de kern vormen van de
cultuur, en praktijken (rituelen, helden en symbolen), die de schillen vormen rond
de kern (Boonstra, 2011; Hofstede, Hofstede, & Minkov, 2011; Sanders &
Nueijen, 1999). Waarden zijn moeilijker te veranderen dan praktijken, omdat de
meest fundamentele waarden tegen de tijd dat een kind tien jaar is mentaal al
behoorlijk vastliggen. Deze vaststelling sluit aan bij studies die laten zien dat
scholing en training van docenten in nieuwe werkwijzen moeizaam aanslaan als
deze sterk afwijken van hun individuele waarden en opvattingen (zie o.a. Posta‐
reff, Lindblom-Ylänne, & Nevgi 2007; Stes, Coertjens, & Van Petegem 2010).
Waarden overstijgen de grenzen van een organisatie en zijn niet eenvoudig te
‘managen’ (Harris & Ogbanna, 1999). Ook is cultuur zelden eenduidig, wat het
‘managen’ complex maakt: binnen een organisatie kan sprake zijn van een tame‐
lijk homogene, dominante cultuur, maar er kunnen ook subculturen bestaan of de
cultuur kan in verschillende opzichten gefragmenteerd zijn (Martin, 2004).
Schoolcultuur en studiecultuur
Ook een onderwijsinstelling is een organisatie waarvan de leden een gemeenschap
vormen met een bepaalde cultuur of subcultuur. Schoolcultuur is in navolging van
Hudley en Daoud (2008) te definiëren als een verzameling van variabele, losjes
georganiseerde gehelen van betekenissen (opvattingen, waarden, doelen) die van
invloed zijn op de inzichten, gedragingen, verwachtingen, sociale normen en wij‐
zen van communicatie van de groepsleden binnen een specifieke culturele ‘niche’
van de school waarvan men dagelijks deel uitmaakt (p. 188, eigen vertaling). Stu‐
6Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
diecultuur is in aansluiting bij deze definitie te beschouwen als een specifieke cul‐
turele ‘niche’ van studenten binnen de schoolcultuur, met waarden, opvattingen,
verwachtingen en gedragingen die zijn gerelateerd aan het studeren. Een studie‐
cultuur kan bijvoorbeeld gericht zijn op uitdaging, presteren en het maximale uit
je studie en je vermogens halen. Begrippen als ‘cultuur van excellentie’ en ‘ambiti‐
euze studiecultuur’ geven een specifieke invulling aan schoolcultuur en studiecul‐
tuur. Ze zijn te beschouwen als waarden, waaraan opvattingen, verwachtingen en
gedragingen verbonden zijn.
Stimuleren van excellentie
Cultuurverandering in dit artikel betreft met name het stimuleren van excellentie
en ambitie. Het stimuleren van excellentie gaat gepaard met het herkennen en
waarderen van bijzondere prestaties. In termen van het ‘ui-model’ kunnen excel‐
lente prestaties gepaard gaan met ‘rituelen’, zoals ceremonies bij diploma-
uitreikingen en de opening van het academisch jaar, of worden gewaardeerd in de
vorm van ‘symbolen’ (bijvoorbeeld prijzen of medailles). Individuele waardering
van (excellente) prestaties is echter binnen het onderwijs niet vanzelfsprekend.
Hofstede, Hofstede en Minkov (2011) benoemen culturele drempels voor het
uiten van waardering voor excellente prestaties. Zo past waardering voor uitmun‐
tende prestaties beter binnen een individualistische cultuur waarin het individu
zich mag onderscheiden, zoals in de Verenigde Staten, dan in een collectivistische
cultuur. Pogingen om uit te blinken worden in een masculiene cultuur meer
gewaardeerd dan in een feminiene cultuur. “In feminiene culturen prijzen docen‐
ten eerder zwakke leerlingen, om ze aan te moedigen, dan goede. Onderscheidin‐
gen voor excellente prestaties, voor leerlingen of ook voor docenten, zijn in deze
culturen niet populair; excellent is een masculien woord” (Hofstede, Hofstede, &
Minkov, 2011, p. 166).
Cultuurverandering binnen het hoger onderwijs
Is een cultuur te veranderen? Veelal wordt belang gehecht aan leiderschap en de
rol van het management (Boonstra, 2011; Kane-Urrabazo, 2006; O’Reilly, 1989).
Hofstede, Hofstede en Minkov (2011) geven aan dat het veranderen van een
organisatiecultuur een proces is van lange adem; een taak voor het topmanage‐
ment die niet kan worden gedelegeerd. Het begint met een cultuurdiagnose en de
vraag welke cultuurverandering nodig en haalbaar is. Het management formu‐
leert vervolgens de stappen die nodig zijn voor cultuurverandering. Van belang is
daarbij een netwerk van medestanders te creëren, de noodzakelijke veranderin‐
gen te ontwerpen, het personeelsbeleid te herzien en de veranderingen in de orga‐
nisatiecultuur te volgen. Pelletier, Séquin-Lévesque en Legault (2002) wijzen erop
dat het van bovenaf druk uitoefenen ter bevordering van een ambitieuze studie‐
cultuur, bijvoorbeeld door invoering van verplichtingen of nadruk op hogere cij‐
fers, juist het tegendeel kan teweegbrengen omdat intrinsiek gemotiveerde
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 7
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
docenten ontmoedigd worden en vervolgens studenten minder uitdagend onder‐
wijs bieden.
Waarden ontwikkelen zich binnen socialisatie- en opvoedingsprocessen waarin
men opgroeit. Pascarella en Terenzini (2005) beschrijven diverse studies die aan‐
tonen dat ook het hoger onderwijs nog invloed heeft op de ontwikkeling van
waarden en houdingen van studenten, bijvoorbeeld op het gebied van etnische
gelijkwaardigheid of op de morele ontwikkeling van studenten. Bepaalde factoren,
zoals de campussituatie of de context van kleine, private liberal arts colleges, kun‐
nen dit effect versterken (Pascarella & Terenzini, 2005). Groeps- en leeftijdgeno‐
ten (peers) hebben een belangrijke invloed op de mate waarin studenten of leerlin‐
gen zich inspannen en volharden om door te zetten in het uiteindelijk behalen
van studiesucces. Peers hebben invloed op zowel de ontwikkeling van waarden en
houdingen als op studievoortgang en volharding (Eggens, 2011; Pascarella &
Terenzini, 2005). Studenten zoeken identificatie en verbondenheid bij leef‐
tijdgenoten die in belangrijk opzicht op hen lijken en van wie ze denken dat ze
hun opvattingen delen (Rinn & Plucker, 2004). Zowel sociale als academische
integratie zijn belangrijk voor het behalen van studiesucces (Tinto, 1987). De cul‐
turele achtergrond van een student is medebepalend voor de mate van integratie
en de aansluiting bij peers en ook voor de mogelijke afstand tussen ‘thuiscultuur’
en ‘opleidingscultuur’. Van belang is dat docenten kennis hebben van culturele
verschillen en sociale processen die zich daarbij voordoen, verschillen waarderen
en leren omgaan met divers talent (Severiens, 2010).
Honourscultuur
De sociale context (community of leergemeenschap) wordt met name in sociaal-
constructivistische theorieën gezien als belangrijke factor in het leerproces (bij‐
voorbeeld Wenger, 1997). Wilson, Ludwig-Hardman, Thornam en Dunlap (2004)
wijzen erop dat een leergemeenschap in het leven wordt geroepen door een speci‐
fieke cursus of een programma, zoals een honoursprogramma. Door selectie van
sterk gemotiveerde en bekwame studenten wordt een aparte (sub)groep
gecreëerd met een eigen, ambitieuze cultuur. Onderzoek toont aan dat door
honoursprogramma’s actieve netwerken worden gevormd van studenten die bij‐
dragen aan de talentontwikkeling (Van Ginkel, Van Eijl, Pilot, & Zubizarreta,
2012). Zij vormen een leergemeenschap met frequente contacten, een gedeelde
passie voor uitdaging en excellentie, gemeenschapsgevoel en een cultuur van
excellentie (Van Ginkel, Van Eijl, & Pilot, 2014). Een manier om excellentie (uit‐
muntende prestaties) tot stand te brengen is studenten die meer willen en meer
kunnen bij elkaar te brengen in een honoursprogramma. Het idee is dat een
honourscommunity met een eigen honourscultuur bijdraagt aan cultuurverande‐
ring (zie bijvoorbeeld Siriusprogramma, 2013). Er is echter nog relatief weinig
onderzoek gedaan naar de kenmerken en uitstralingseffecten van een honours‐
cultuur (De Boer & Van Eijl 2010; Van Ginkel, Van Eijl, Pilot, & Zubizarreta,
2012).
8Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Op basis van literatuur over honoursstudenten en cultuur van honourscommu‐
nity’s kunnen vier hoofdelementen worden onderscheiden (Tiesinga, 2013a,
2013b):
gerichtheid op samenwerking: samenwerking met gelijkgezinden, kennis‐
delen en netwerken;
gerichtheid op eigen ontwikkeling: intrinsieke motivatie, zelfsturing en
reflectie;
gerichtheid op excellentie: hoge eisen stellen, uitdaging aangaan, streven naar
het beste resultaat, taaktoewijding;
gerichtheid op innovatie: nieuwsgierig, onderzoekend, risico’s aangaan,
gerichtheid op innovatieve en creatieve oplossingen.
Een honourscommunity wordt veelal gezien als essentieel voor een volledig ont‐
wikkeld honoursprogramma. Studenten ervaren het als stimulerend om met en
tussen gemotiveerde en getalenteerde medestudenten te werken. Ze versterken
elkaar, ze vormen een studiegroep en ontwikkelen effectieve studiegewoonten
(Van Eijl, 2007; Van Ginkel, Van Eijl, Pilot, & Zubizarreta, 2012;). Het creëren van
een community waarin honoursstudenten samenwerken, elkaar feedback geven
en actief leren is een van de belangrijkste pijlers van honoursonderwijs (Wolfens‐
berger, 2012).
Gerichtheid op de eigen ontwikkeling
Studenten in honoursprogramma’s beschikken over een sterke intrinsieke moti‐
vatie. Honoursstudenten zijn nieuwsgierig en geïnteresseerd en waarderen vrij‐
heid om aan hun ontwikkeling te werken (Wolfensberger & Offringa, 2012). Er is
een samenhang tussen intrinsieke motivatie en de behoefte van studenten aan
zelfsturing (zelfregulatie) bij de vormgeving van hun eigen ontwikkeling. Compe‐
titie en druk van buitenaf kunnen de intrinsieke motivatie ondermijnen (Ryan &
Deci, 2000). Ook reflectie over het leren is van belang voor zelfregulatie. Zelfregu‐
latie, onafhankelijke motivatie en het toepassen van metacognitieve strategieën
hangen nauw met elkaar samen (Zimmerman, 1990). Honoursstudenten hebben
daarom vrijheid nodig, ruimte om te experimenteren en open leersituaties die
zelfregulatie toelaten (Wolfensberger, 2012).
Gerichtheid op excellentie
Aan een community van honoursstudenten wordt over het algemeen een positief
excellentieklimaat toegeschreven. De cultuur van een honourscommunity wordt
ook wel aangeduid als een op excellentie gerichte cultuur met hoge verwachtingen
ten aanzien van zichzelf en medestudenten, hard werken en het beste uit jezelf
halen (Van Eijl, 2007). Wolfensberger, Pilot, Van der Vaart, Van Eijl, en Tromp
(2004) geven aan dat uitdaging en leerplezier vaak voorwaarde zijn voor toelating
en voor studenten ook vaak belangrijke redenen voor deelname. Met andere
woorden: zij zoeken uitdaging en gaan die uitdaging graag aan. Ze zijn veelal
bereid extra tijd te investeren in activiteiten, ook als ze niet met extra studiepun‐
ten worden beloond.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 9
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
Gerichtheid op innovatie
Mariz (2008) omschrijft de honourscultuur als een cultuur van intellectuele uitda‐
ging, een onderzoekende houding en bereidheid om harde, kritische vragen te
stellen. Slavin (2008) sluit hierbij aan en noemt als belangrijkste cultuurkenmerk
het nemen van intellectuele risico’s. Intellectuele risico’s nemen heeft ook betrek‐
king op anders durven denken, zoeken naar creatieve en innovatieve werkwijzen
en oplossingen. Creativiteit is een belangrijk element van excellentie, naast zaken
als intelligentie en taaktoewijding (hard werken en volharding) (Renzulli, 1978;
Sternberg, 2003). Zoeken naar creatieve en innovatieve oplossingen heeft ook
betrekking op: anders durven denken, vanzelfsprekendheden in twijfel durven
trekken, problemen anders definiëren, goede vragen stellen, out of the box-den‐
ken, risico’s durven nemen en kunnen omgaan met onzekerheid (Sternberg,
2003). Sternberg spreekt van de creatieve innovator, die het aandurft om op te
staan tegen gevestigde belangen en meningen van de massa.
Onderzoek naar honourscultuur
Doel en vraagstelling
Aan de Hanzehogeschool Groningen is door het lectoraat Excellentie in Hoger
Onderwijs en Samenleving onderzoek gedaan naar de cultuur van honoursstuden‐
ten (Tiesinga, 2013a, 2013b). Het betreft een exploratief onderzoek met behulp
van interviews. Doel van de studie was inzicht te krijgen in de cultuur van
honourscommunity’s, zoals ervaren door honoursstudenten en honoursdocenten.
Leidende vragen zijn: wat kenmerkt de cultuur van een community van honours‐
studenten; waarin verschilt ze van de reguliere studiecultuur; en wat is de moge‐
lijke invloed van honourscultuur op de reguliere studiecultuur? Meer specifieke
onderzoeksvragen waren: welke elementen van honourscultuur worden door
honoursstudenten en -docenten verwoord; welke verschillen signaleren honours‐
studenten en -docenten tussen honoursstudenten en reguliere studenten; hoe is
in de perceptie van honoursstudenten en -docenten de interactie met de omge‐
ving buiten honours; ervaren honoursstudenten een positieve waardering; welke
invloed hebben honoursstudenten op reguliere studenten?
Methode
Het onderzoek bestond uit twee delen, namelijk vijf groepsinterviews met (in
totaal achttien) honoursstudenten en tien interviews met individuele honours‐
docenten van uiteenlopende opleidingen van de Hanzehogeschool Groningen.
Het betreft honoursprogramma’s van 30 ECTS die de studenten volgen bovenop
het reguliere studieprogramma.
Groepsinterviews met honoursstudenten
De groepsinterviews werden gehouden op basis van een open interviewschema,
met vijf componenten:
1 Individuele waarden: ‘wat voor mij belangrijk is’;
2 Gedeelde waarden: ‘wat we als groep belangrijk vinden’;
10 Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
3De manier van doen in de honoursgroep: gedrag, gewoonten, afspraken bin‐
nen de groep;
4 De interactie met de docent(en) in het honoursprogramma;
5De interactie met de omgeving (opleiding, docenten, andere studenten,
ouders, vrienden, werkveld).
De interviews werden uitgevoerd door een vaste interviewer en genotuleerd door
een notulist. Na een korte introductie werd studenten gevraagd hun gedachten bij
de onderwerpen in het interviewschema individueel, beknopt op ‘post-its’ te
schrijven. Vervolgens werden de ‘post-its’ op een vel papier geplakt en door stu‐
denten toegelicht. Na bespreking werden aanvullende vragen gesteld over de ver‐
schillen met reguliere studenten en regulier onderwijs. De interviews werden
opgenomen op geluidsrecorder en daarna getranscribeerd. Transcripties werden
gecodeerd en geanalyseerd met het programma Atlas.ti. De codering werd door
twee personen uitgevoerd op basis van consensus. De codes werden toegekend in
bewoordingen die zo dicht mogelijk bij de uitspraken van de studenten lagen. Pas
achteraf werden codes, indien mogelijk, gekoppeld aan de vier elementen van
honourscultuur die op basis van de literatuur werden onderscheiden. De aanvul‐
lende vragen die aan het eind van het interview werden gesteld, werden eveneens
gecodeerd.
Interviews met docenten
In het onderzoek zijn ook tien honoursdocenten individueel geïnterviewd. De
docenten werden at random geselecteerd uit een niet-alfabetische lijst van
honoursdocenten. De vragenlijst is opgebouwd van open, ruime vragen naar meer
gerichte, specifieke vragen. Eerst is gevraagd naar ervaringen en de visie op de rol
van de honoursdocent. Daarna is gevraagd naar verschillen tussen honoursstu‐
denten en reguliere studenten, vervolgens naar cultuuraspecten van groepen stu‐
denten (honours versus regulier). Aan het eind van het interview is doorgevraagd
naar de interactie tussen honoursstudenten en reguliere studenten, om zicht te
krijgen op de vraag of er sprake is van een stimulerende invloed van honoursstu‐
denten op reguliere studenten of eerder van botsende culturen. De interviews
werden op geluidsrecorder opgenomen en vervolgens getranscribeerd. Transcrip‐
ties werden naderhand samengevat, geordend volgens de vragen in de vragenlijst
(zie Tiesinga, 2013a).
Resultaten
Kwantitatieve analyse groepsinterviews studenten
In de onderstaande tabellen is het aantal uitspraken weergegeven. De gegevens
werden geordend op basis van de vier cultuurelementen van honourscultuur
waarin de uitspraak kadert. Daarnaast wordt aangegeven in welke geïnterviewde
groep de uitspraak werd gedaan. Dit geeft een beeld van de mate waarin de ver‐
schillende elementen in de afzonderlijke groepen aan de orde kwamen.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 11
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
Uit tabel 1 blijkt dat circa 90% van de gecodeerde uitspraken inpasbaar is binnen
de vier hoofdelementen; 10% valt binnen de categorie ‘overige’.
De getallen geven aan welke elementen spontaan door de studenten werden
benoemd, op basis van het open interviewschema. Zoals zichtbaar wordt in
tabel 1, passen de meeste uitspraken van de studenten binnen het cultuurelement
‘samenwerking’ en vervolgens binnen ‘eigen ontwikkeling’. Minder sterk, maar
wel aanwezig, is het element ‘excellentie’. Zwak aanwezig is het element ‘innova‐
tie/creativiteit’. Dat betekent niet per se dat dit element onbelangrijk is, maar dat
studenten uit zichzelf dit element minder gauw benoemen.
Kwalitatieve resultaten uit interviews met studenten en docenten
Hoewel de interviews met studenten en docenten verschilden in opzet, zijn wel
soortgelijke onderwerpen aan de orde gesteld. In tabel 2 zijn de samenvattingen
van de antwoorden van studenten en docenten in de interviews (Tiesinga, 2013a)
op een aantal hoofdonderwerpen naast elkaar gezet. Het betreft de vier elemen‐
ten van honourscultuur, verschillen tussen honoursstudenten en reguliere stu‐
denten en de interactie met de omgeving buiten honours.
Tabel 2 Samenvatting van antwoorden van studenten en docenten
Elementen van honourscultuur
Gerichtheid op eigen ontwikkeling: intrinsieke motivatie, zelfsturing en reflectie
Studenten Docenten
Honoursstudenten zijn sterk gemotiveerd en
ambitieus en hebben plezier in het leren. Ze
hechten grote waarde aan de vrijheid die het
honoursprogramma hun biedt om de activitei-
ten te doen die bij hun ambities en interesse
passen en aan de vrijheid om de dingen op hun
eigen manier te doen.
Honoursstudenten hebben een groot vermo-
gen om te reflecteren op wat ze hebben
gedaan, ze bepalen zelf wat ze gaan doen, ze
nemen hun kennisontwikkeling in eigen hand,
ze komen met thema’s die gelieerd zijn aan
hun toekomstige professionele leven.
Tabel 1 Studentuitspraken over honourscultuur – aantallen gecodeerde
uitspraken in studenteninterviews
Hoofdelemen-
ten honours
community
Vastgoed
& Make-
laardij
Rechten-
studies
Sportstu-
dies
Toegepaste
Psycholo-
gie
Lifescience
& Techno-
logy
Totaal
Eigen ontwikke-
ling
15 10 8 19 13 65 22%
Samenwerking 22 34 34 29 14 133 46%
Innovatie/creativi-
teit
7 8 1 0 3 19 6%
Excellentie 9 15 16 5 2 47 16%
Overige 6 4 2 6 10 28 10%
Totaal 59 71 61 59 42 292
12 Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Gerichtheid op samenwerking: samenwerking met gelijkgezinden, kennisdelen en netwerken
Studenten Docenten
Honoursstudenten waarderen de onderlinge
samenwerking. Er zijn veel aspecten waarin de
studenten een hoge mate van gelijkgezindheid
ervaren en die de goede samenwerking stimu-
leren. Een zelfde interesse, motivatie, gericht-
heid op kwaliteit en bereidheid om elkaar te
helpen. Goede communicatie, goede sfeer en
samenwerking vinden de studenten belangrijk.
Communicatie en samenwerking zijn in de
beleving van de studenten doorgaans goed.
Daarbij komen diverse waarden naar voren:
eerlijkheid, betrouwbaarheid (je aan afspraken
houden), betrokkenheid en respect. Ook kri-
tisch zijn naar elkaar wordt gewaardeerd, maar
een te kritische houding kan anderen ook
onzeker maken en terughoudendheid tot
gevolg hebben. Kennis delen en samen leren
wordt gewaardeerd. Daarbij hoort ook het
netwerken met docenten, mensen uit het
werkveld en alumni.
Honoursstudenten zijn opener naar elkaar toe,
beter aan te spreken op wederzijdse verplich-
tingen en tekortkomingen, ze kunnen beter
feedback geven en incasseren, ze durven de
waarheid te vertellen, ze stimuleren elkaar, ze
willen van elkaar leren over de andere vakge-
bieden, ze willen graag samenwerken, ze ope-
reren snel als een team, dragen allemaal een
steentje bij en doen er moeite voor, ze zoeken
elkaar overal/steeds op, stellen een ander type
vragen, ze trekken minder maar ‘brengen’,
geven goede presentaties, tonen volwassenheid
in optreden, ze worden handig in hun planning.
Ze werken goed samen doordat ze allemaal
hetzelfde niveau hebben, er is een goede che-
mie tussen studenten, ze zijn echt belangstel-
lend naar elkaar, ze helpen elkaar, geven elkaar
tips, ze denken mee, ze delen hun interesse
voor de opleiding met elkaar, er is groepsge-
voel. Voor sommigen is het hun thuisbasis, het
is niet alleen gezellig, er gebeurt ook iets. Ze
zitten dichter tegen de docenten aan, lopen
gemakkelijk naar binnen.
Gerichtheid op excellentie: hoge eisen stellen, uitdaging aangaan, streven naar het beste resultaat, taak-
toewijding
Studenten Docenten
De gerichtheid op excellentie komt aan bod in
termen van gerichtheid op kwaliteit en profes-
sionaliteit, uitdaging zoeken, jezelf onderschei-
den van de andere studenten en profileren
naar het werkveld. Er is sprake van hard wer-
ken, zonder daarover te klagen. Wel is het
nodig om prioriteiten te leggen om alles te
kunnen bolwerken.
Ze willen er iets moois van maken, ze willen
meer, jagen elkaar op in hun ambitie, nemen
zelf initiatief, ze bepalen zelf wat ze willen, ze
vinden het vak leuk en interessant, ze bespre-
ken de boeken serieus met elkaar.
Gerichtheid op innovatie: nieuwsgierig, onderzoekend, risico’s aangaan, gerichtheid op innovatieve en
creatieve oplossingen
Studenten Docenten
Gerichtheid op innovatie en creativiteit wordt
genoemd, maar speelde in de interviews een
geringe rol. Per opleiding zijn er verschillen in
de manier waarop dit element wordt beleefd.
Studenten Vastgoed & Makelaardij waarderen
het procesgerichte, onderzoekend leren; stu-
denten Rechtenstudies noemen creativiteit en
out of the box-denken als belangrijk, maar
onderzoek lijkt enigszins opgelegd door het
programma.
Ze zijn leergierig, ze zijn kritischer, er is meer
interactie, de interactie is uitdagender, ze zijn
creatief, ze gaan met elkaar in discussie
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 13
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
Als onderscheidende kenmerken van honours-
studenten worden genoemd: nieuwsgierigheid,
veel vragen stellen, leergierigheid, kritische
instelling, beter met onzekerheden kunnen
omgaan, minder bang om fouten te maken (zie
hierna).
Verschillen tussen honoursstudenten en reguliere studenten
Studenten Docenten
Honoursstudenten benoemen als verschil met
reguliere studenten vooral motivatie en ambi-
tie en de passie om jezelf te ontwikkelen, op
grond van zelfsturing en reflectie. Hiermee
hangt ook samen de mate van toekomstge-
richtheid van honoursstudenten, op grond
waarvan ze bewustere keuzes maken binnen
de studie. Een voorwaarde voor het zelf vorm-
geven van de eigen ontwikkeling is volgens de
studenten dat je een grote mate van vrijheid
aan moet kunnen.
Verschil in motivatie en gedrevenheid:
Meer motivatie en ambitie, gedreven, eager,
intrinsiek gemotiveerd met betrekking tot de
studie, niet bang voor extra werk; ze willen
graag scoren.
Verschil in denken en doen:
Hoger abstractieniveau, nieuwsgierig, veel vra-
gen stellen, leergierig, goed voorbereid, kri-
tisch, ze stimuleren elkaar; een bredere kijk;
proactiever, minder bang om fouten te maken.
Verschil in rijping, zelfsturing en toekomst-
gerichtheid:
Ouder, volwassener, meer toekomstgericht,
weten waar ze naartoe willen, koppeling aan
arbeidsperspectief, eigenzinnig; ze nemen zelf
verantwoordelijkheid voor hun leerproces,
hun eigen ontwikkeling, voor anderen; ze kun-
nen beter omgaan met onzekerheid.
Interactie met de omgeving
Studenten Docenten
De reacties van reguliere medestudenten zijn
in de beleving van honoursstudenten vaak
negatief; honoursstudenten zijn bang dat ze als
strebers of als elitegroepje worden gezien; ze
voelen zich daardoor geremd om zich als
honoursstudent te profileren en zijn dan
geneigd zich ‘nonchalanter’ voor te doen dan
ze eigenlijk zijn.
De honoursdocenten hebben weinig zicht op
de manier waarop reguliere studenten reage-
ren op het honoursprogramma en de honours-
studenten. De docenten merken dat sommige
studenten worstelen met de hoge verwachtin-
gen die er bestaan. Daarnaast is er soms
sprake van stigmatisering: honoursstudenten
die als strebers of uitslovers worden bestem-
peld. Sommige docenten geven aan dat er wei-
nig belangstelling is van medestudenten voor
de activiteiten van honoursstudenten. Dat
blijkt uit de lage opkomst wanneer honours-
studenten hun activiteiten presenteren voor
reguliere studenten.
Vooral docenten hebben vaak hoge verwach-
tingen van het gedrag en de prestaties van
honoursstudenten. Het werkveld reageert
doorgaans positief; ook hier spelen hoge ver-
wachtingen een rol.
Ouders en familie kunnen verschillend reage-
ren; vrienden reageren doorgaans positief.
Conclusies
In deze paragraaf gaan we in op de drie centrale vragen die voor dit artikel werden
geformuleerd: wat kenmerkt de cultuur van honoursstudenten; waarin verschilt
14 Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
deze van de reguliere studiecultuur; en wat is de mogelijke invloed van honours‐
cultuur op de reguliere studiecultuur?
Kenmerken van honourscultuur
De eerste vraag was: wat kenmerkt de cultuur van honoursstudenten? Het onder‐
zoek bevestigt het bestaan van een eigen subcultuur van honoursstudenten.
Vooral aspecten die te maken hebben met de gerichtheid op eigen ontwikkeling
en op samenwerking worden door zowel honoursstudenten als honoursdocenten
vaak genoemd. De elementen die verband houden met de gerichtheid op excellen‐
tie en innovatie worden minder vaak spontaan benoemd. Enig voorbehoud ten
aanzien van de resultaten is enerzijds geboden: het onderzoek is kleinschalig en
beperkt zich tot de Hanzehogeschool Groningen. Anderzijds zijn de uitkomsten in
lijn met de literatuur over honoursstudenten en honoursonderwijs en was er een
sterke mate van eenduidigheid binnen groepen studenten, tussen groepen en tus‐
sen studenten en docenten.
Het bij elkaar brengen van honoursstudenten brengt een dynamiek op gang die
door honoursstudenten en honoursdocenten als stimulerend wordt ervaren.
Docenten geven aan dat verdere stimulans door docenten nauwelijks nodig is,
omdat studenten elkaar opjagen in hun ambities en elkaar stimuleren tot excel‐
lente prestaties. Die gedrevenheid kenmerkt de cultuur van een community van
honoursstudenten. Een praktische implicatie is dat de vorming van een commu‐
nity van honoursstudenten meerwaarde biedt boven een puur individuele opzet.
Cultuurverschillen
Waarin verschilt de cultuur van honoursstudenten met de reguliere studiecul‐
tuur? Zowel honoursstudenten als honoursdocenten benoemen verschillen met
de reguliere studenten, vooral met betrekking tot motivatie en ambitie, zelfstu‐
ring en reflectie, rijping en toekomstgerichtheid, verschillen in denken en doen.
In termen van gedrag komen kenmerken naar voren als: ze stimuleren elkaar,
bereiden zich goed voor, zijn proactief, tonen zich verantwoordelijk, werken goed
samen. Onderzoek van Scager et al. (2012) toont aan dat honours- en niet-
honoursstudenten op een aantal kenmerken van elkaar verschillen, vooral in de
wil om te leren, de behoefte om te excelleren en de mate van creatief denken.
Kenmerken die sterk overeenkomen met drie van de vier elementen van honours‐
cultuur die hiervoor op basis van theorie en binnen het onderzoek van de Hanze‐
hogeschool werden onderscheiden: gerichtheid op eigen ontwikkeling, excellentie
en innovatie/creativiteit. Het vierde element, samenwerking tussen studenten,
maakte (als variabele binnen de leeromgeving) geen deel uit van het onderzoek
van Scager.
Dat er sprake is van cultuurverschillen blijkt ook uit de interviews met studenten
en docenten. Honoursstudenten ervaren soms een gebrek aan interesse of zelfs
weerstand bij de reguliere groep van medestudenten en zijn niet altijd geneigd om
als zichtbaar rolmodel naar voren te treden.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 15
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
Mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Wat is de mogelijke invloed van honourscultuur op de reguliere studiecultuur? We
bespreken de onderzoeksresultaten in samenhang met een publicatie van Harris
(1998), die aangeeft onder welke voorwaarden sprake kan zijn van beïnvloeding
van een dominante (reguliere) cultuur door een subcultuur binnen een bedrijf. De
voorwaarden die hij noemt, zijn wellicht ook toepasbaar binnen de context van
het hoger onderwijs.
De eerste voorwaarde is dat er sprake is van een duidelijk identificeerbare, zicht‐
bare subgroep met een sterke cultuur. Aan deze voorwaarde lijkt op grond van de
literatuur en de onderzoeksresultaten een honourscommunity te kunnen vol‐
doen. De cultuur van honoursstudenten lijkt een stimulans te kunnen bieden
voor cultuurverandering naar een meer ambitieuze studiecultuur, waarbij
honoursstudenten als rolmodel kunnen fungeren. Omdat studenten beïnvloed
worden door medestudenten is het denkbaar dat de subcultuur van honoursstu‐
denten een positieve invloed heeft op de studiecultuur van de reguliere studen‐
ten. Wellicht kan door honoursprogramma’s een netwerk van medestanders
(honoursstudenten én honoursdocenten) worden gecreëerd voor cultuurverande‐
ring. Uit de interviews blijkt echter dat studenten zich geremd kunnen voelen om
naar buiten toe ambitie en uitmuntende prestaties te tonen en om zich te mani‐
festeren als honoursstudent. Juist voor de positieve uitstraling, waarbij honours‐
studenten als rolmodel kunnen fungeren voor anderen, is die zichtbaarheid van
belang. Daarom is het belangrijk dat studenten leren hoe ze hun ambities en acti‐
viteiten kunnen presenteren zonder dat dit weerstand oproept bij anderen.
Voor de beïnvloeding van de dominante cultuur moet volgens Harris (1998) de
reguliere groep ontvankelijk zijn voor verandering en dus geneigd zijn om de
gerichtheid op excellentie en ambitie over te nemen in houding en gedrag. Hoe
meer de waarden van de subcultuur aansluiten bij de diepere lagen van de regu‐
liere cultuur, des te gemakkelijker zullen deze worden overgenomen. Een deel van
de studenten zal mogelijk meer belang hechten aan andere waarden, bijvoorbeeld
sociale contacten, ontspanning, of excellentie op een ander terrein dan de studie.
Voor zover de verschillen te groot zijn, zullen er weerstanden bestaan of zullen
reguliere studenten weinig belangstelling tonen voor de prestaties van honours‐
studenten en de roep van de opleiding om meer ambitie te tonen binnen de stu‐
die. Onderzoek is nodig om meer inzicht te verkrijgen in de perceptie van de regu‐
liere studenten op excelleren binnen hun opleiding en op hun collega-honours‐
studenten.
Een volgende voorwaarde is dat de cultuuraspecten vatbaar zijn voor verandering
en overdraagbaar zijn. De studiecultuur van honoursstudenten wordt mede
bepaald door kenmerken van studenten, zoals toewijding en motivatie, behoefte
aan zelfsturing, gerichtheid op excelleren en creativiteit. Voor zover het kenmer‐
ken betreft die sterk verbonden zijn met de persoon, zijn ze moeilijk overdraag‐
baar. Het gaat hierbij echter om graduele verschillen: de kenmerken zijn wellicht
in mindere mate aanwezig, maar niet afwezig bij een grotere groep.
16 Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Verschillende variabelen kunnen een rol spelen bij de uitstralingseffecten van
honoursprogramma’s, bijvoorbeeld de omvang en de zichtbaarheid van de groep
van honoursstudenten. Zichtbaarheid is een eerste voorwaarde. Het verschil tus‐
sen honours- en reguliere studenten betekent dat er grenzen zijn aan de moge‐
lijke invloed van een honourscommunity. Ook institutionele variabelen binnen de
opleiding, zoals leiderschap en culturele achtergrond van studenten en docenten
zullen een rol spelen. Verder onderzoek is gewenst om na te gaan of de subcultuur
van honoursstudenten inderdaad uitstraling heeft op de reguliere studiecultuur,
onder welke voorwaarden en welke variabelen bij cultuurverandering in het hoger
onderwijs een rol spelen.
Referenties
Boonstra, J. (2011). Leiders in cultuurverandering. Hoe Nederlandse organisaties succesvol hun
cultuur veranderen en strategische vernieuwingen realiseren. Assen: Van Gorcum.
Bower, M. (1966). Will to manage. New York: McGraw-Hill.
Deal, T.E., & Kennedy, A.A. (1982). Corporate cultures: The rites and rituals of corporate life.
Reading, M.A.: Addison-Wesley.
Deal, T.E., & Peterson, K.D. (2009). Shaping School Culture. Pitfalls, Paradoxes, & Promises.
San Francisco: John Wiley & Sons/ Jossey-Bass.
De Boer, D., & Van Eijl, P. (2010). Naar een onderzoeksagenda voor talentontwikkeling in
het hoger onderwijs. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 28(4), 239-250.
Eggens, L. (2011). The Student X-Factor: Social and Psychological Determinants of Students’
Attainment in Higher Education. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
Harris, L.C. (1998). Cultural domination: the key to market-oriented culture? European
Journal of Marketing, 32, 354-373.
Harris, L.C., & Ogbanna, E. (1999). Developing a Market Oriented Culture: a Critical Eva‐
luation. Journal of Management Studies, 36(2), 177-196.
Hofstede, G., Hofstede, G.J., & Minkov, M. (2011). Allemaal andersdenkenden. Omgaan met
cultuurverschillen. Amsterdam: Uitgeverij Contact.
Hudley, C., & Daoud, A.M. (2008). Cultures in contrast. Understanding the influence of
school on student engagement. In C. Hudley & A.E. Gottfried (eds.), Academic motiva‐
tion and the culture of school in childhood and adolescence (pp. 1-32). New York: Oxford
University Press. Geraadpleegd via http://oxfordscholarship.com.
Kane-Urrabazo, C. (2006). Management’s role in shaping organizational culture. Journal of
Nursing Management, 14, 188-194.
Mariz, G. (2008). The Culture of Honors. Journal of the National Collegiate Honors Council,
9(1), 19-25.
Martin, J. (2004). Organizational Culture. Research Paper No 1847. Research Paper Series.
Stanford: Graduate school of Business.
Ministerie van OCW (2007). Strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en
wetenschapsbeleid. Den Haag: Ministerie van OCW.
Ministerie van OCW (2011). Kwaliteit in verscheidenheid. Strategische Agenda Hoger Onder‐
wijs, Onderzoek en Wetenschap. Den Haag: Ministerie van OCW.
O’Reilly, Ch. (1989). Corporations, Culture, and Commitment: Motivation and Social Con‐
trol in Organizations. California Management Review, 31, 9-25.
Pascarella, E.T., & Terenzini, P.T. (2005). How College Affects Students. Volume 2. A Third
Decade of Research. San Francisco: Jossey-Bass.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 17
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga & Marca Wolfensberger
Pelletier, L.G., Séguin-Lévesque, Ch., & Legault, L. (2002). Pressure From Above and Pres‐
sure From Below as Determinants of Teachers’ Motivation and Teaching Behaviors.
Journal of Educational Psychology, 94, 186-196.
Postareff, L., Lindblom-Ylänne, S., & Nevgi, A. (2007). The effect of pedagogical training
on teaching in higher education. Teaching and Teacher Education, 23, 557-571.
Renzulli, J.S. (1978). What makes giftedness? Reexamining a definition. Phi Delta Kappan,
60, 180-184.
Rinn, A.N., & Plucker, J.A. (2004). We recruit them, but then what? The educational and
psychological experiences of academically talented undergraduates. Gifted Child Quar‐
terly, 48, 54-67.
Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). Intrinsic and Extrinsic Motivations: Classic Definitions
and New Directions. Contemporary Educational Psychology, 25, 54-67.
Sanders, G., & Neuijen, B. (1999). Bedrijfscultuur: diagnose en beïnvloeding. Assen: Van Gor‐
cum.
Scager, K., Akkerman, S.F., Keesen, F., Mainhard, M.T., Pilot, A., & Wubbels, T. (2012). Do
honors students have more potential for excellence in their professional lives? Higher
Education, 64, 19-39.
Severiens, S. (2010). Divers talent in de klas. Rotterdam: Risbo, Erasmus Universiteit.
Siriusprogramma (2013). Op koers met excellentie. Den Haag: Siriusprogramma.
Slavin, Ch. (2008). Defining Honors Culture. Journal of the National Collegiate Honors Coun‐
cil, 9 (1), 15-18.
Sternberg, R.J. (2003). WICS as a model of giftedness. High ability studies, 14, 109-139.
Stes, A., Coertjens, L., & Van Petegem, P. (2010). Instructional development for teachers in
higher education: impact on teaching approach. Higher education, 60, 187-204
Tiesinga, L. (2013a). Cultuur van honourscommunities. Rapportage Onderzoek excellentie, com‐
munities en cultuur. Groningen: Hanzehogeschool Groningen. Geraadpleegd via http://
www.hanze.nl/excellentie.
Tiesinga, L. (2013b). Student en docent in een honourscultuur. In R. Coppoolse, P. van Eijl
& A. Pilot (red.), Hoogvliegers; ontwikkeling naar professionele excellentie (pp. 177-194).
Rotterdam: University Press, Hogeschool van Rotterdam.
Tinto, V. (1987). Leaving college: Rethinking the causes and cures of student attrition. Chicago:
University of Chicago Press.
Van Eijl, P.J. (2007). Honours, tool for promoting excellence. Eindrapport van het project
‘Talentontwikkeling in Honoursprogramma’s en de meerwaarde die dat oplevert’. IVLOS-
Mededeling nr. 82. Utrecht: Universiteit Utrecht.
Van Ginkel, S., Van Eijl, P., & Pilot, A. (2014). De honourscommunity: kenmerken, functies
en strategieën. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 31/32 (4/1), 20-36.
Van Ginkel, S., Van Eijl, P., Pilot, A., & Zubizarreta, J. (2012). Building a vibrant honors
community among commuter students. Journal of the National Collegiate Honors Coun‐
cil, 13(2), 197-218
Wenger, E. (1997). Communities of practice: Learning, meaning and identity. Cambridge: Cam‐
bridge University Press.
Wilson, B.B., Ludwig-Hardman, S., Thornam, C.L., & Dunlap, J.C. (2004). Bounded Com‐
munity: Designing and Facilitating Learning Communities in Formal Courses. The
International Review of Research in Open and Distance Learning, 5 (3), 1-22.
Wolfensberger, M.V.C., Pilot, A., Van der Vaart, R.J., Van Eijl, P.J., & Tromp, S. (2004).
Paper gepresenteerd op de Onderwijs Research Dagen juni 2004: Studenten in Honours
Programmes: Hun kenmerken en concepties van universitair onderwijs. Een pilotstudie.
Utrecht: Universiteit Utrecht.
18 Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
De cultuur van honoursstudenten en de mogelijke invloed op de reguliere studiecultuur
Wolfensberger, M.V.C. (2012). Teaching for Excellence. Honors Pedagogies Revealed. Münster:
Waxmann.
Wolfensberger, M.V.C., & Offringa, G.J. (2012). Qualities honours students look for in
Faculty and Courses, Revisited. Journal of the National Collegiate Honors Council, 13(2),
171-182.
Zimmerman, B.J. (1990). Self-Regulated Learning and Academic Achievement: An Over‐
view. Educational Psychologist, 25(1), 3-37.
Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 2014 (31/32) 4/1 19
Dit artikel uit Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is gepubliceerd door Boom Lemma uitgevers en is bestemd voor Hanzehogeschool Groningen
... Daarbij is een 'sfeer van excellentie' gericht op de 'empowerment' van studenten van groot belang (Van der Valk, Grunefeld, & Pilot, 2010). Deze cultuur van excellentie (honours culture) wordt vaak beschreven als een belangrijk kenmerk van een honoursprogramma (Mariz, 2008;Slavin, 2008;Tiesinga, 2012;Tiesinga & Wolfensberger, 2014). Ook worden honoursprogramma's vaak gekenmerkt door actieve netwerken van contacten tussen studenten en docenten (Van Eijl et al., 2010;Scager, Akkerman, Pilot, & Wubbels, 2013). ...
... Bij PSAU was de sense of community vooral aanwezig in projectgroepen waar deze studenten intensief samenwerkten met studenten van buiten het programma. Het vierde kenmerk is de sfeer en de cultuur van excellentie van deze studenten, die ambities hebben en sterk gemotiveerd zijn (Tiesinga & Wolfensberger, 2014). Uitdagende opdrachten worden als een belangrijk onderdeel in de cultuur gezien (TCG, HPB). ...
Article
Full-text available
In honours programmes students and teachers often form a contact network that makes an important contribution to the development of the students. These ‘honours communities’ encourage productive interactions among students and between students, teachers and other professionals within and outside the honours programme. In the literature, little information is available about the features and functions of honours communities. These features and functions are central to this study, conducted in five honours programs at Dutch universities. The research was conducted on the basis of document analysis, interviews and surveys. Five key features have been found: a network of frequent contacts; a shared passion for excellence and challenge; a shared sense of community ownership; a culture of excellence; and a shared interaction repertoire. In addition, four additional features are found and three functions of honours communities. Finally, seven strategies for the development of honours communities are formulated.
... To define the concept of 'Culture of Excellence', the present study started with a broad literature review, which included both policy papers and academic publications on 'school culture' and 'excellence'. We found one study that attempted to measure culture of excellence in Higher Education (Tiesinga & Wolfensberger, 2014). It focused on the culture within honors programs as measured by attitudes and characteristics of honors students. ...
... Verder besteedde het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs in zowel 2010 als 2014 een speciale uitgave aan excelleren en talentontwikkeling. Hoewel er in de Nederlandse onderwijsliteratuur met enige regelmaat de vraag wordt gesteld of, en zo ja, hoe we in het hoger onderwijs de grote groep reguliere studenten willen uitdagen om te excelleren (Terlouw & Pilot, 2010;Tiesinga & Wolfensberger, 2014;Van Eijl et al., 2010;Van Eijl, Koertshuis, Van den Berg, Spil, Kingma, Coppoolse, & Pilot, 2013;Wolfensberger & Pilot, 2014), richten de inspanningen en investeringen zich op een kleine, selecte groep van de meest getalenteerde en gemotiveerde studenten. Alleen zij worden -volgens de commissie-Veerman met wisselend succes -uitgedaagd om (nog meer) te excelleren. ...
Book
Full-text available
Honoursprogramma’s bieden studenten, die meer uitdaging willen, extra mogelijkheden voor talentontwikkeling op hogescholen en universiteiten, bovenop het reguliere programma of als vervanging van delen daarvan. De vraag is hoe die talentontwikkeling verloopt. In een uniek project zijn veertig honoursstudenten van verschillende instellingen geïnterviewd over hun ervaringen met talentontwikkeling in een honoursprogramma: hun projecten, begeleiding, belevenissen, dips en tips. Op basis van een analyse van deze interviews is in tien stappen hun proces in een ‘cirkel van talentontwikkeling’ beschreven. Ook acht van hun docenten komen aan het woord. De volledige interviews staan op een website. Dit boek is bedoeld als inspiratiebron voor geïnteresseerden in talentontwikkeling. In het bijzonder voor (potentiële) honoursstudenten en honoursdocenten, maar ook voor ouders, reguliere studenten en docenten, en bestuurders, zodat zij inzicht krijgen in het proces van talentontwikkeling. Het biedt inspirerende verhalen van studenten over wat talent voor hen betekent en welke uitdagingen zij ervaren in het hoger onderwijs en hoe ze het aangepakt hebben. Uitdaging, community en grit, een combinatie van passie en doorzettingsvermogen, blijken daarbij belangrijk. Dit boek is geschreven door een groep honoursstudenten, met medewerking van onderzoekers en docenten van honoursonderwijs aan hogescholen en universiteiten, onder eindredactie van Pierre van Eijl en Albert Pilot (beiden verbonden aan de Universiteit Utrecht). “Honours is meer dan alleen ‘uitdaging’, het gaat ook om je ontwikkeling als persoon.” “Geniet van je tijd in het honoursprogramma, want het is zo voorbij.”
Presentation
Full-text available
Autonomy supportive teachers provide autonomy, structure learning activities and connect with their students. Especially honours students – who are willing to do more than their regular programme – prefer lecturers who support their autonomy. This study explores how three factors influence a lecture’s autonomy supportive teaching style.
Book
Full-text available
Het Nederlandse Hoger Onderwijs richt zich steeds meer op het bevorderen van excellentie onder studenten. Honoursprogramma’s en Colleges bieden talentvolle en gemotiveerde studenten nieuwe mogelijkheden. Volgens afspraken tussen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Nederlandse universiteiten moet het aantal studenten dat aan dit onderwijs deelneemt verdubbelen tot 7% in 2015. Voor het eerst verschijnt er nu een dissertatie waarin Amerikaanse en Nederlandse honours docenten vertellen hoe ze lesgeven aan academisch getalenteerde en gemotiveerde studenten. Docenten zeggen dat is nodig om een betrokken gemeenschap te creëren; om academische competenties te stimuleren en om honours studenten gebonden vrijheid te bieden. Reguliere studenten hebben juist meer baat bij structuur. Honours onderwijs kenmerkt zich door een andere aanpak voor een aparte groep studenten en niet zozeer door meer of moeilijkere stof. Zo zijn interdisciplinariteit en onderzoek activiteiten belangrijk, net als vrijheid om eigen interesses te volgen en om een eigen planning te maken. Het creëren van een betrokken gemeenschap is daarbij voorwaarde. Liefde voor leren is minstens zo belangrijk als een mooi eindresultaat. Docenten denken dat reguliere studenten vooral baat hebben bij duidelijke leerdoelen en een heldere lesstructuur. Docentenprofessionalisering gericht op honoursdidaktiek is wenselijk en kan internationaal vormgegeven worden. Deze dissertatie brengt kennis over honoursdidactiek en richt zich niet alleen op de verschillen tussen honours en regulier onderwijs, maar biedt docenten ook concrete handvaten voor hun doceren, wat de honours studenten ten goede zal komen. De uitkomsten dragen zo bij aan een verhoging van de instroom in het honours onderwijs.
Article
Full-text available
The notion of “corporate culture” has received widespread attention in the past several years. But what is meant by the term and why should managers be concerned with it? Culture can be thought of as a mechanism for social control. As such, culture is important for both the implementation of strategy and as a mechanism for generating commitment among organizational members. Based on a comparison of strong culture organizations, ranging from cults and religious organizations to strong culture firms, this article argues that culture and commitment result from: systems of participation that rely on processes of incremental commitment; management as symbolic action that helps employees interpret their reasons for working; strong and consistent cues from fellow workers that focus attention and shape attitudes and behavior; and comprehensive reward systems that use recognition and approval. These techniques characterize “strong culture” organizations. © 1989, The Regents of the University of California. All rights reserved.
Article
Full-text available
In honours programmes students and teachers often form a contact network that makes an important contribution to the development of the students. These ‘honours communities’ encourage productive interactions among students and between students, teachers and other professionals within and outside the honours programme. In the literature, little information is available about the features and functions of honours communities. These features and functions are central to this study, conducted in five honours programs at Dutch universities. The research was conducted on the basis of document analysis, interviews and surveys. Five key features have been found: a network of frequent contacts; a shared passion for excellence and challenge; a shared sense of community ownership; a culture of excellence; and a shared interaction repertoire. In addition, four additional features are found and three functions of honours communities. Finally, seven strategies for the development of honours communities are formulated.
Article
Full-text available
This is a reprint of an article originally published in November 1978. A new one-page introduction by the author appears in the print and digital editions. After reviewing old definitions of giftedness and research dealing with characteristics of the gifted, the author presents a definition that focuses on three clusters of traits: above-average general ability, high levels of task commitment, and high levels of creativity. The author holds copyright to this article. Distributed by Phi Delta Kappa International with permission.
Article
Intrinsic and extrinsic types of motivation have been widely studied, and the distinction between them has shed important light on both developmental and educational practices. In this review we revisit the classic definitions of intrinsic and extrinsic motivation in light of contemporary research and theory. Intrinsic motivation remains an important construct, reflecting the natural human propensity to learn and assimilate. However, extrinsic motivation is argued to vary considerably in its relative autonomy and thus can either reflect external control or true self-regulation. The relations of both classes of motives to basic human needs for autonomy, competence and relatedness are discussed.
Article
This paper presents a critical evaluation of the notion that a market oriented culture can be developed and managed. It documents a critique of prescriptive-based literature of market oriented culture and argues that such literature is flawed in that its conceptualization of organizational culture is incomplete. The paper suggests and discusses five principal areas which are either ignored or insufficiently addressed by extant literature on market oriented culture. These are: (1) the view that organizational culture is pluralistic, (2) the understanding that market oriented culture can be viewed as a family of concepts, (3) the notion of cultural dominance, (4) the question of whether culture can be managed, and (5) the problems of cultural entrenchment. The paper develops a series of conclusions and implications centred on the need for further conceptual and empirical development of the content and processes of a market oriented culture.