ArticlePDF Available

Devroe, E., Ponsaers, P., De Pauw, E. (2014). “Policing in Europese Metropolen”, Themanummer Policing in Europese Metropolen, Orde van de Dag , n° 68, 2-6 .

Authors:

Abstract

In dit nummer van de Orde van de Dag worden de allereerste resultaten gepresenteerd van het project “Policing European Metropolises”, een comparatief onderzoeksproject in grootsteden, dat door prof. Em. P. Ponsaers en Dr. E. Devroe werd opgezet in april 2013. U vindt in dit nummer resultaten voor Sofia, Londen, Berlijn, Barcelona, Amsterdam, Rome en Parijs. We schetsen in deze inleiding het onderzoeksthema, de doelstellingen van dit project, de methode en het procesmatige verloop. In tweede instantie lichten we de verschillende bijdragen kort toe.
‘Policing’ in Europese metropolen
Editoriaal
Elke Devroe, Paul Ponsaers en Evelien De Pauw1
...........................................................................................................................................................................................
In dit nummer van de Orde van de Dag worden de
allereerste resultaten gepresenteerd van het interna-
tionaal onderzoeksproject ‘Policing European Metro-
polises’, een comparatief project in grote wereldste-
den, dat door Prof. Em. P. Ponsaers en Dr. E. Devroe
werd opgezet in april 2013. U vindt in dit nummer
resultaten voor Londen, Berlijn, Rome, Parijs, Barce-
lona, Sofia en Amsterdam. We schetsen in deze inlei-
ding het onderzoeksthema, de doelstellingen van dit
project, de methode en het procesmatige verloop. In
tweede instantie lichten we de verschillende bijdra-
gen kort toe.
......................................................................................................................
INHOUD
1. Gehanteerde methodologie 2
1.1. Onderzoeksthema en doelstellingen 2
1.2. De start 3
1.3. De centrale onderzoeksvraag 3
1.4. De opbouw van een analyseschema 4
2. De bestudeerde metropolen 4
Referenties 6
......................................................................................................................
1. Gehanteerde methodologie
1.1. Onderzoeksthema en doelstellingen
Het onderzoeksthema van dit internationale project
betreft plural policing, een evolutie waarbij zich ver-
scheidene spelers in de publieke ruimte bevinden die
aan policing doen, en taken van toezicht, handhaving
en controle uitoefenen. Het project viseert in eerste
instantie gemeenschapsgerichte politiezorg en daarbij
horend het integraal veiligheidsbeleid. Reeds een aan-
tal jaren komen verschillende beroepsgroepen naast
de reguliere politie in contact met de bevolking, en
houden zich bezig met toezicht, handhaving en op-
sporing van criminaliteit en overlast. Dit project be-
perkt zich niet tot politie-instanties, maar brengt ook
de andere instanties in kaart die actief zijn in de be-
trokken territoria. Het kan dus gaan om lokale/stede-
lijke politie, maar ook om bovenlokale/nationale/fe-
derale politie-eenheden die werkzaam zijn in de
betrokken metropolen; !lichtblauwe" actoren (zoals
vaststellers gemeentelijke administratieve sancties en
bijzondere opsporingsambtenaren of BOA"s), bijzon-
dere (stedelijke, provinciale, landelijke) inspectie-
diensten, voor zover ze actief zijn in de betrokken
grote wereldsteden, private commerciële actoren en
instanties en private burgerinitiatieven (bv. neigh-
bourhood watch, BIN"s en buurtwerking).
Er wordt uitgegaan van een breed policing-concept,
breder dus dan het politieapparaat alleen. De naam
!Policing European Metropolises" zegt het al, de onder-
zoekseenheid is de metropool in Europa. Hiermee
wordt bedoeld steden met het grootste aantal inwo-
ners, vaak recentelijk geëxplodeerd door een grote
toestroom van burgers vanuit andere steden en dor-
pen in eigen land, of vanuit andere landen. Een lijst
met de vijftig grootste steden van Europa werd op-
steld2, waaruit een keuze werd gemaakt. De resultaten
liggen nu voor in dit tijdschrift. De comparatief-stede-
lijke invalshoek is uiterst innovatief, met een uniek
uitgangspunt, namelijk het aggregatieniveau van de
grote stad. Er is divers wetenschappelijk onderzoeks-
..............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
1. Elke Devroe, associate professor, Instituut voor Bestuurskunde, Universi-
teit Leiden.
Paul Ponsaers, prof. dr. emeritus hoogleraar Criminologie, Universiteit
Gent, voorzitter Centrum voor Politiestudies.
Evelien De Pauw, onderzoekster verbonden aan het Expertisecentrum
Maatschappelijke Veiligheid, VIVES.
2. De grootste metropolen in Europa zijn, in volgorde van grootte: 1 = Londen
(VK), 2 = Berlijn (Duitsland), 3 = Madrid (Spanje), 4 = Rome (Italië), 5 = Parijs
(Frankrijk), 6 = Hamburg (Duistland), 11 = Barcelona (Spanje). Sofia (Bulga-
rije) staat op de 14de plaats en Amsterdam (Nederland) op de 23ste plaats.
Bijdragen voor de steden in cursief zijn in dit tijdschrift aanwezig. Het valt
op dat Brussel niet in de lijst van de vijftig grootste steden in Europa voor-
komt.
Het debat geopend
2– Orde van de Dag 2014/68 Orde van de Dag – Kluwer
materiaal beschikbaar waarin landen werden vergele-
ken (Brodeur, 1999; Bayley & Shearing, 2001; Bowling
& Sheptycki, 2012; Brogden & Nijhar, 2005; Jones &
Newburn, 2006; Loader, 2000; Lemieux, 2010; Nelken,
2011; Terpstra, Stokkom & Spreeuwers, 2013), com-
paratief onderzoek naar het veiligheidsbeleid in ste-
den echter staat nog in zijn kinderschoenen.
Het uitgangspunt van dit project was de historische
constatering dat een lokale (gemeentelijke) politie in
het verleden steeds het sterkst verankerd was in groot-
stedelijke contexten (Ponsaers, 2001). We vroegen ons
af in welke mate de lokale politie nog steeds aanwezig
is in Europese metropolen en hoe deze politiële reali-
teit verbonden is aan de opkomst van andere actoren
binnen het brede veiligheidsveld (•plural policing’ ge-
noemd). De vraag rijst hierbij in welke mate de toene-
mende fragmentering enerzijds en de groeiende ver-
bondenheid tussen diverse policing-actoren ander-
zijds deze historisch-geografische verankering al dan
niet hebben getransformeerd. Het doel was om een
beter inzicht te krijgen in de ‘geohistorische aanpak
(Edwards & Hughes, 2005, 2012; Edwards, Hughes &
Lord, 2013) bij de vergelijking van veiligheidsbeleid
in Europese metropolen aan de hand van empirisch
materiaal. Een belangrijke vraagstelling, die zonder
afbakening van de methode en de steden, zonder ant-
woord zou blijven.
Een andere doelstelling was om evoluties achter
trends in plural policing op het spoor te komen, en te
bestuderen of hierin bepaalde patronen te ontdekken
zijn (bv. landen en steden ‘in transitie’, steden met een
kenmerkende politieke geschiedenis). Contextualise-
ring van de inventaris was steeds de meer ambitieuze
doelstelling achter dit project, wat verder gaat dan het
puur beschrijvende. Zo was het de bedoeling patro-
nen van samenwerking en ‘netwerking’ (Neal, 2013)
tussen deze diverse actoren te onderzoeken, met spe-
cifieke aandacht voor complementariteit, dan wel
competitiviteit. En op basis van de analyse – zij het
slechts gedeeltelijke – verklaringselementen aan te
reiken.
1.2. De start
De piloten van dit project, prof. P.Ponsaers en E. De-
vroe, bouwden een ‘stap voor stap’-methode op, waar-
bij diverse andere onderzoekers bij de werkzaamhe-
den werden betrokken. In de eerste fase werden, in de
loop van de maanden april tot en met juni 2013, bij-
eenkomsten georganiseerd met Belgische onderzoe-
kers, die werden uitgenodigd een reflectie te geven op
het onderzoeksthema, de haalbaarheid van het project
te evalueren en hun bereidheid te tonen om een stad
onder de loep te nemen. Het was van bij het begin de
bedoeling ‘duo’s’ te vormen, waarbij één Belgische of
Nederlandse onderzoeker contacten zou zoeken in de
stad onder studie – een plaatselijk (native) correspon-
dent – die bereid werd gevonden om samen de bij-
drage te schrijven.
Bij het zoeken naar mogelijke buitenlandse coauteurs
werd de lijst van de leden van de Europese Working
Group on Police van de European Society of Crimino-
logy geraadpleegd. Ook werd contact gezocht met de
Working group of police chiefs van ‘Capital Cities in
Europe’, met het GERN-netwerk (Groupe Européen
des Recherches sur les Normativités) en met Cepol,
om te bestuderen in hoever lokale korpschefs onder-
steuning zouden kunnen bieden bij de dataverzame-
ling. De deelname aan het project, de verzameling en
de analyse van het empirisch materiaal in de steden
werd niet steeds gehonoreerd, omdat voor dit project
vooralsnog geen externe onderzoeksfondsen werden
aangevraagd. De eerste fase in dit project moest op
vrijwillige basis gebeuren. De auteurs van de diverse
bijdragen werkten enthousiast mee, wat niet alleen
een kritieke succesfactor was voor dit resultaat, maar
een opmerkelijk resultaat an sich genoemd kan wor-
den, wat getuigt van het nut en het geloof in een der-
gelijke onderzoeksonderneming.
De volgende doelstelling lag erin de diverse praktij-
ken van community policing in de steden, en dan meer
in het bijzonder de pijlers ‘partnership’ en ‘betrokken-
heid met de bevolking’ concreet empirisch gestalte te
geven, waarbij men zou kunnen concluderen dat er
niet één wijze is om aan community policing te doen,
maar vele. De uiteindelijke bedoeling van het project
was om vanuit comparatief oogpunt de geformuleerde
onderzoeksvraag te beantwoorden.
1.3. De centrale onderzoeksvraag
Na deze eerste informatierondes en het noteren van
de bereidheid aan dit project mee te werken, werd de
centrale onderzoeksvraag afgelijnd. Die luidt: ‘In
welke mate bestaat in de Europese metropolen (nog?)
een lokale politie en op welke wijze is die verbonden
met andere policing-actoren? ’ Een achterliggende ver-
onderstelling hierbij is de (mogelijke) tendens naar
centrale sturing op andere beleidsniveaus dan de stad.
De fundamentele probleemstelling behandelt de mate
van sociale controle op burgers. We stellen ons hierbij
de vraag of het niveau van sociale controle in Euro-
pese metropolen de afgelopen jaren een hoger dan wel
een lager niveau bereikte en in welke vorm zich dat
dan veruitwendigt.
Deze vraagstelling impliceert enerzijds een morfologi-
sche inventarisatie van diverse actoren, maar ook een
historische benadering. De onderzoeksresultaten zou-
den niet alleen het patchwork van gefragmenteerde
bevoegdheden en lijnen van interactie tussen verschil-
lende actoren moeten blootleggen, maar ook best prac-
tices kunnen opleveren voor plural policing in eigen
land. Bovendien zou transparantie in de bevoegd-
heidsverdeling tussen private veiligheidsactoren en
Editoriaal •Policing• in Europese metropolen
Kluwer – Orde van de Dag Orde van de Dag 2014/68 – 3
publieke politie een empirisch licht kunnen werpen,
niet alleen op diverse praktijken in verschillende ste-
den, maar ook op problematieken van legitimiteit en
accountability.
1.4. De opbouw van een analyseschema
Een heel belangrijke methodische stap in het proces
was de opbouw van een analyseschema, met het oog
op het verhogen van het comparatieve karakter. Dit
schema stelde alle auteurs in staat om, met oog voor
maatwerk en zonder de plaatselijke situatie uit het oog
te verliezen, op zoek te gaan naar soortgelijke gege-
vens in de verschillende steden, zodat een besluitende
vergelijking, zoals die achteraan in dit nummer wordt
aangeboden, mogelijk werd.
Het schema was niet bedoeld als keurslijf of als struc-
tuur voor de diverse bijdragen; wel kon het dienen als
kader voor de gemeenschappelijke interesse. De ge-
schiedenis en de huidige situatie van elke metropool
is zo verschillend, dat dit schema alleen maar gehan-
teerd kon worden als gestructureerde bril om die wer-
kelijkheid te beschrijven enerzijds en anderzijds als
gemeenschappelijk kader om een analyse van enkele
vooraf omlijnde concepten (zoals lokale politie, pri-
vate veiligheidszorg, plural policing, fragmentering,
rol van de burgemeester) in elke bijdrage terug te vin-
den. Het schema voorzag in een aantal belangrijke
interessedomeinen (topics) die voor elke stad geana-
lyseerd zouden kunnen worden, namelijk:
Topic 1. Situatieschets van de stad
Korte voorstelling van de metropool onder studie
met aandacht voor demografische, geschiedkun-
dige, sociaal-politieke, criminaliteits-, technologi-
sche- en infrastructurele gegevens. Vragen zoals
!Wat zijn drijvende krachten achter veranderings-
processen?"; !Wat is de rol en de positie van de bur-
gemeester?"; !Wat zijn centrale beleidsvragen?";
!Welke fenomenen zijn prioritair?" en !Zijn er mi-
graties in de stad?" kunnen in deze eerste topic een
antwoord vinden.
Topic 2. Aanwezigheid van lokale (stads)politie en
haar diverse (lokale maar ook regionale en natio-
nale) componenten
In deze topic komt zowel de organisatie als de ge-
schiedenis van de verschillende politiediensten
die in de stad werkzaam zijn, aan bod. Er wordt
aandacht gegeven aan politiedichtheid in de stad
en aan lokale, regionale of nationale sturing. Niet
alleen de bevoegdheidstructuur (wie betaalt voor
wie?) is hierin van belang, maar ook de netwerking
tussen burgemeester, lokale, regionale en nationale
overheden en andere beleidspartners. Vragen zoals
!Zijn deze actoren verantwoordelijk voor meldin-
gen vanuit de bevolking?"; !In welke mate zijn ze
gericht op preventie?"; !Hoeveel blauw is er op
straat?" en !Zijn er nationale normen voor hun aan-
tal en welke taken kregen ze toebedeeld?" komen
aan bod. Ook aandachtspunten over de wijk wor-
den behandeld. Het gaat om vragen zoals: !Hoe zijn
de politiecommissariaten verdeeld over de wij-
ken?"; !Zijn er specifieke wijken in de stad (achter-
stelling, problemen)?" en !Wat betekent een wijk in
het politiejargon?".
Topic 3. De aanwezigheid van andere geünifor-
meerde (lichtblauw) publieke toezichthouders
werkzaam in het veiligheidsdomein in de publieke
ruimte van de stad.
In deze topic wordt de aanwezigheid van geünifor-
meerd toezichtspersoneel, andere dan politie, on-
der de loep genomen. Het kan hier gaan om ste-
wards, stadswachten, gemeentelijke administra-
tieve sanctie-vaststellers, parkwachters enzovoort.
De historische dimensie is van belang: !Hoe kwa-
men deze beroepen tot stand?"; !Is het ontstaan van
deze diensten een gevolg van nationale of van lo-
kale wetgeving?"; !Waar zijn deze toezichthouders
aanwezig?"; !Uitsluitend in de publieke ruimte, of
ook in semipublieke ruimte zoals scholen, recrea-
tieparken en parkings?"; !Kunnen ze criminaliteit
en overlast vaststellen?" en !Aan wie rapporteren
ze dan (aan de burgemeester of aan het parket)?"
Ook hier is de dichtheid belangrijk, en de relatie
met de bevolking.
Topic 4. De aanwezigheid van bijzondere inspec-
tiediensten in de stad, hun bevoegdheden, organi-
satie en takenpakket.
Topic 5. De aanwezigheid van specifieke private
veiligheidsactoren werkzaam in het veiligheidsdo-
mein in de publieke ruimte van de stad, hun be-
voegdheden, organisatie en takenpakket.
Topic 6. De aanwezigheid van niet-commerciële
initiatieven van burgers (bv. BIN’s, buurtwerking).
De analyse voor elke stad wordt afgesloten met een
besluitend hoofdstuk, waarin de verschillende empi-
rische gegevens in hun gemeenschappelijke samen-
hang worden geanalyseerd.3
2. De bestudeerde metropolen
In dit nummer worden zeven metropolen onder de
loep genomen.
In de eerste bijdrage beschrijven Adam Edwards en
Ruth Prins het strategische policing- en criminaliteits-
plan voor het hedendaagse Londen. Dit plan, getiteld
‘Policing and Crime Plan 2013-2016’ is geïntroduceerd
door het Mayor"s Office for Policing and Crime
(MOPAC), dat sinds januari 2012 de verantwoordelijk-
heid draagt voor het policing- en criminaliteitsbeleid
..............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
3. Dit project vond zijn eerste neerslag in het European Journal of Policing Stu-
dies (Ponsaers et al., 2014), waarin een aantal steden werden besproken.
Het debat geopend
4– Orde van de Dag 2014/68 Orde van de Dag – Kluwer
in de Britse hoofdstad. De auteurs maken een analyse
van deze beleidsstrategie aan de hand van de Urban
Regime Theory. Dit inzicht toont hoe uiteenlopende
governance-arrangementen op stedelijk bestuursni-
veau proberen om publieke agenda’s en beleid rond
criminaliteit te behouden, te ontwikkelen, te hervor-
men of zelfs te transformeren. De Regime Theory
stelde de auteurs in staat om de beleidsagenda van het
MOPAC te analyseren alsook vragen te formuleren
voor verder onderzoek, waarin de case Londen wordt
vergeleken met andere Europese metropolen. De kern-
assumptie onderliggend aan deze analyse is dat het
concept !metropolis impliceert dat hedendaagse, ste-
delijke fenomenen zoals criminaliteit en policing be-
schouwd moeten worden als sociale producten die
onlosmakelijk verbonden zijn met een omringend we-
reldwijd systeem van politieke, economische en cul-
turele relaties. Op deze topic gaat deze bijdrage verder
in.
Hartmut Aden en Evelien De Pauw bestudeerden het
veiligheidsbeleid in Berlijn. De bijdrage toont een stad
in evolutie: een stad waar het veiligheidsbeleid heel
divers werd georganiseerd, vroeger, ten tijde van het
IJzeren Gordijn, en nu, als antwoord op een nieuwe
Duitse hoofdstad en geglobaliseerde metropool. Deze
bijdrage schetst in eerste instantie de historische con-
text en de staatsgeschiedenis, aangezien die een grote
invloed heeft gehad op het ontstaan van het veilig-
heidsbeleid en de organisatie van veiligheid. Het feit
dat Berlijn een stadsstaat is, zorgt ervoor dat de veilig-
heidsarchitectuur in deze stad enigszins verschilt met
andere Duitse metropolen. In deze bijdrage beschrij-
ven de auteurs de rollen van verschillende overheden
en de werking van verschillende politiediensten even-
als de specifieke aanpak die de stad als metropool ver-
eist.
Willy Bruggeman analyseerde de stad Rome. Hij om-
schrijft Italië, en meer in het bijzonder Rome, als de
bakermat van een complex politiebestel. Rome is een
stad waarin heel wat verschillende politiediensten ac-
tief zijn. Coördinatie ontbreekt meestal, hoewel daar
de laatste jaren wel verandering in is gekomen. Na een
exploratie van het overheids- en politiesysteem wordt
in deze bijdrage vooral nagegaan of de overheid en de
politie erin slaagden om aan te sluiten bij de vele ver-
anderingen die in andere hoofdsteden het uitoefenen
van de politiefunctie hebben beïnvloed. Daarom
wordt eerst gekeken naar de politie in Italië algemeen,
om dan de situatie in Rome meer gedetailleerd te be-
naderen.
Christian Mouhanna en Marleen Easton vertrekken
vanuit de radicale transformaties die de privatisering
en de pluralisering op het vlak van de politiediensten
hebben teweeggebracht in Parijs. Deze transformaties
zijn volgens de auteurs sterk beïnvloed door de aard
van de politietraditie in elke natiestaat. Om dit argu-
ment te illustreren, wordt in deze bijdrage een des-
criptieve analyse van plural policing in de Parijse me-
tropool gepresenteerd. Als onderdeel van de napole-
ontische politietraditie in Frankrijk heeft Parijs een
unieke politieke en bestuurlijke positie, die een in-
vloed heeft op haar veiligheidsarchitectuur. De stad
onderscheidt zich als het meest ontwikkelde voor-
beeld van centralisatie en van de wil van de staat om
zijn burgers te controleren. Ondanks de zichtbare plu-
ralisering in termen van privatisering is Parijs nog
steeds een !staat in de staat. De napoleontische tradi-
tie die er heerst, !onderdrukt in hoge mate niet-com-
merciële initiatieven van burgers en beïnvloedt de
ontwikkeling van gemeentelijke politiediensten en an-
dere openbare geüniformeerde bewakingsdiensten in
Parijs.
Amadeu Recasens i Brunet en Paul Ponsaers maak-
ten een analyse van Barcelona. De onderliggende
vraag van deze bijdrage is of de empirische situatie in
Barcelona nu al dan niet afwijkt van de hoofdlijnen
zoals gesuggereerd in de algemene pluraliseringstheo-
rie. Het artikel wenst bij te dragen aan de ontwikke-
ling van een Europese sociologie van stedelijk veilig-
heidsbeleid en wil ons begrip vergroten in verband
met diverse sociale controletheorieën die (in)formali-
seren in de publieke ruimte.In deze bijdrage bespre-
ken de auteurs bijgevolg de opeenvolgende economi-
sche en politieke golven die de stad transformeerden.
Ze hebben een impact gehad op haar veiligheid en po-
litie. De Catalaanse politierealiteit is het gevolg van
het hybride Spaanse grondwettelijk model. Het poli-
tiemodel en zijn pluralisering wordt dan ook toege-
licht in deze analyse. Vervolgens wordt het stedelijk
veiligheidsbeleid besproken dat probeert een ant-
woord te formuleren op de stijgende onveiligheidsge-
voelens in de stad, onder andere door het toenemende
toerisme. Een toename van administratieve afhande-
lingen wordt uitgelicht. Deze bijdrage sluit af met een
analyse van de pluralisering van de politie in de stad.
Elke Devroe en Manol Petrov geven een antwoord op
de vraag of de onderliggende Anglo-Amerikaanse ver-
onderstellingen over trends in plural policing herken-
baar zijn in het Bulgaarse Sofia. Deze bijdrage gaat
dieper in op de invloeden van een !land in verande-
ring inzake policing op het grondgebied van de stad
Sofia. De bijdrage beschouwt vooral de studie van de
Bulgaarse politieorganisatie in Sofia. Ze gaat na wat
de organisatieverdeling is tussen de nationale politie
en de lokale politie. Verder bekijken de auteurs of er
tegelijkertijd tendensen van fragmentatie en centrali-
satie te herkennen vallen en tot slot bekijken ze of er
tendensen van privatisering te constateren zijn op het
publieke domein. Het beantwoorden van deze vragen
start met een verkenning van de historische en con-
textuele achtergrond, zodat inzicht ontstaat in de Bul-
gaarse realiteit in het algemeen en in die van de stad
Sofia in het bijzonder. De organisatie van criminali-
teits- en ordehandhaving in Sofia werd onderzocht,
gebaseerd op documentanalyse, waarbij de meeste do-
Editoriaal Policing! in Europese metropolen
Kluwer – Orde van de Dag Orde van de Dag 2014/68 – 5
cumenten afkomstig zijn van het Bulgaarse ministerie
van Binnenlandse Zaken. De bijdrage sluit af met en-
kele kritische kanttekeningen bij de tendensen die de
auteurs analyseerden betreffende het politiële en pri-
vate veiligheidsbeleid in Sofia.
Christianne de Poot en Guus Meershoek beschrijven
de integrale veiligheidszorg in Amsterdam. De kosmo-
politische Amsterdamse bevolking heeft specifieke
verwachtingen van het bestuur en de politie. Met haar
open economie is de stad een aantrekkelijk meeting
point voor internationale georganiseerde misdaad.
Tenslotte heeft Amsterdam in Nederland een bijzon-
dere positie als centrum van publieke opinievorming
en dus ook van politiek protest. In deze bijdrage wordt
gesteld dat de veiligheidszorg zich naar deze aspecten
voegt: een integrale aanpak wordt sinds jaar en dag als
noodzaak ervaren. De auteurs beschrijven deze inte-
grale aanpak en de verschillende organisaties en in-
stanties betrokken in de Amsterdamse veiligheids-
zorg. Hoe de politie haar taak, sinds zij op 1 janu-
ari 2013 opging in het nieuwe korps Nationale Politie,
uitoefent en de werking van de buurtregisseurs hierbij
wordt opgenomen, wordt eveneens in deze bijdrage
uitgediept.
Aan het einde van dit nummer wordt in een alge-
meen besluit met als titel !Enkele markante bevindin-
gen over "policing# in zeven Europese metropolen$,
een transversale analyse gemaakt over de zeven me-
tropolen heen door Paul Ponsaers, Marleen Easton,
Tom Van den Broeck, Antoinette Verhage en Willy
Bruggeman.
Referenties
Bayley, D.H. & Shearing, C.D. (2001). The new structure of
policing. Description, conceptualization, and research
agenda. Washington D.C.: National Institute of Justice.
Bowling, B. & Sheptycki, J. (2012). Global Policing. Londen:
Sage.
Brodeur, J.P. (1999). Comparisons in Policing. An Internati-
onal Perspective. Brookfield: Avebury Publishing & Co.
Brogden, M. & Nijhar, P. (2005). Community Policing. Nati-
onal and International Models and Approaches. Willan
Publishing.
Devroe, E. (2013). Local political leadership and the gover-
nance of urban security in Belgium and the Netherlands.
European Journal of Criminology, 10 (3): 314-325.
Edwards, A. & Hughes, G. (2005). Comparing the Governance
of Safety in Europe. A Geo-Historical Approach. Theoreti-
cal Criminology, 9 (3): 345-363.
Edwards, A. & Hughes, G. (2012). Public Safety Regimes.
Negotiated orders and political analysis in criminology.
Criminology and Criminal Justice, 12 (4): 433-58.
Edwards, A., Hughes, G. & Lord, N. (2013). Urban security
in Europe. Translating a concept in public criminology.
European Journal of Criminology, 10 (3): 260-83
Jones, T. & Newburn, T. (red.) (2006). Plural Policing. A
comparative perspective. Londen: Routledge.
Lemieux (red.) (2010). International Police Cooperation.
Emerging issues, Theories and Practice. Willan Publi-
shing.
Loader, I. (2000). Plural policing and democratic governance.
Social and Legal studies, 9 (3): 323-345.
Neal, Z.P. (2013). The Connected City. How Networks are
Shaping the Modern Metropolis. New York, NY: Rou-
tledge, 255 p.
Nelken, D. (2011). Comparative Criminal Justice and Globa-
lization. Ashgate: Farnham.
Ponsaers, P., Edwards, A., Verhage, A.
2
Recasens i Brunet,
A. (red.) (2014). European Journal of Policing Studies,
Special Issue Policing European Metropolises. Antwer-
pen/Apeldoorn, 2 (1).
Ponsaers, P. (2001). Reading about !community (oriented)
policing$ and police models. Policing: An International
Journal of Police Strategies & Management, 24 (4): 470-
496.
Terpstra, J., van Stokkom, B. & Spreeuwers, R. (2013). Who
patrols the streets? An international comparative study of
plural policing. Den Haag: Eleven international Publi-
shing.
Het debat geopend
6– Orde van de Dag 2014/68 Orde van de Dag – Kluwer
... Government becomes, more than ever, governance by consent (Devroe, 2013). Nevertheless, the political governing model of European metropolises is not identical through Europe (Devroe, Ponsaers et al., 2014). Some can be literally identified as city-states. ...
Chapter
Full-text available
By including this chapter in the volume we want to avoid that each of the contributors has to explain the broad national policing context and the standing conditions in their chapters, while it is precisely the intention to focus on differences in metropolitan policing. In other words, the ambition of this publication is cross-national, even trans-national, comparison . But the endeavour is also intra-national. It was the merit of Wesley Skogan to suggest to compare in each country two or more major cities in one and the same country, trying to discover to what extent policing in these cities differ from each other. The underlying assumption is that differences in policing in metropolises in the same nation-state reflects the elbowroom of metropolitan areas to develop their own policing policy, in spite of one and the same national context. We assume that the reverse is also probable, more precisely that the absence of prominent metropolitan differences in one and the same country mirrors largely the dominance of a national security policy. Therefore it is necessary to include this chapter in the volume. Politics in European metropolises is largely characterized by the competition of power between the nation-state and metropolitan governance . In the majority of European countries the state police are still considered as the formal guardian (or the relic of a vanished age) of sovereignty on the national territory and the visible expression of state power. It seems that European nation-states consider police matters still as their property and that national governments conceive their police system as one of the national symbols of their existence. Police is considered as the visible presence of the state in public space. In this chapter we present a typology of different national police systems, useful for the interpretation of a metropolitan reading of policing realities within different national contexts. Given this general framework, we tried to build this typology on the question of (historical) national dominance or regional autonomy in policing.
Article
Full-text available
In this paper, the meaning of the ‘governance of security’ in Belgium and the Netherlands will be explored. It is argued that the role of the mayor is substantial in both countries. This is why this article focuses explicitly on the political leadership of the mayor. The first section provides a comparison between Belgium and the Netherlands, contrasting their different constitutional-legal settlements and the relationship of these two cultures of control in the two countries. The consequences for which authorities and actors are ‘responsibilized’ for undertaking strategies of urban security governance are discussed. In a following section, the paper examines the current and potential challenges for governing urban security across both countries. In the final section, the dilemma of politics and science as drivers of policy responses to urban security problems is considered, identifying in particular certain deficits in mayoral expertise and training. The paper concludes that, despite a common tendency in comparative politics to group the ‘Low Countries’ together (given their strong historical and cultural connections), a powerful contrast is highlighted between the effects of federal and unitary constitution-legal settlements on policy responses to urban security.
Article
Full-text available
A key challenge for public criminology is the translation between concepts employed in policy discourse and those used by social scientists. Given that concepts constitute social problems and they can have multiple meanings for policy-makers and social scientists, then deliberation about what they signify matters in understanding how these actors can talk to, rather than past, one another in framing policy discourse about crime and revealing alternative policy agendas. This challenge is accentuated in the comparative context of European criminology, which is characterized by competing tendencies to generalize about problems of ‘Freedom, Security and Justice’ and to recognize the variegated problems and cultures of control across Europe. In this context, the presumption of universality can mistranslate concepts of crime and control by obscuring contextual insight, while the presumption of particularity can inhibit cross-cultural dialogue and deliberation. The paper explores this challenge in relation to the concept of ‘urban security’, which is prevalent in the policy discourse on social crime prevention, particularly in Central and Southern Europe. To establish the provenance, prevalence and significance of this concept, the paper discusses findings from a policy Delphi that structured deliberation about the meaning of urban security among criminologists sampled from the European Society of Criminology and policy-makers sampled from the European Crime Prevention Network. It concludes with reflections on the value of deliberative methods, such as the policy Delphi, for the cross-cultural validation of criminological constructs in comparative research.
Article
Full-text available
Implicit in the concept of negotiated orders is an understanding of the social productivity of political power; the power to accomplish governing programmes for citizens as much as the power over citizens for the purposes of social control. This distinction is especially pertinent for the role of political analysis in critical criminological thought, where criticism of the authoritarian state has vied with studies of governmentality and governance to explain the exercise of political power beyond the State and with the distinction between politics and administration found in liberal criminology. Outside of criminology, political economists interested in the ‘power to’ govern suggest its analysis in terms of ‘regimes’ of advocacy coalitions that struggle for the capacity to govern complex problems and populations in specific social contexts. Regime formation or failure can differ in character, and in outcomes, as much within nation states as between them and in relation to different kinds of governing problems. The article considers the applicability of regime theory to the negotiation of ‘public safety’, a governing problem which is a particular focus for political analysis within criminology.
Article
Full-text available
This article asks how we might best come to terms with - and seek to govern - the multiplicity of institutional forms that are now involved in the delivery of policing and security services and technologies. I begin by documenting briefly the network of providers that constitute the policing field locally, nationally and transnationally, before specifying how the fragmentation and pluralization of policing has called radically into doubt a number of received (liberal) suppositions about the relationship between police and government. I then attempt - drawing constructively yet critically on recent theorizations of governance and ‘governmentality’ - to make sense of some contemporary reconfigurations of policing within and beyond the state, and tease out their implications for questions of democratic legitimacy. Finally, I outline the contours of an institutional politics for the regulation of policing that is both normatively adequate to the task of connecting policing to processes of public will-formation and sociologically plausible under the altered conditions of plural, networked policing.
Book
Full-text available
The globalization of threats and the complexity of international security issues represents a greater challenge for international policing in (re)shaping inter-agency interaction, and makes effective international police cooperation more necessary than ever before.
Article
Full-text available
Discusses the actual conceptions about policing used by social scientists. Police models are central entities of thoughts and ideas on policing, which include an observable internal coherence. Stresses that there are in fact only four central police models: the military-bureaucratic model; the lawful policing model; community-oriented policing (COP); and public-private divide policing. Precisely in articulating COP against its negative references, the essence becomes clearer. Concludes that each concrete police apparatus can be considered as a combination of police models. The democratization process can be endangered by the growing dominance of a public-private (divide) police model. That is the main reason why it is important to encourage the search for a more profound theoretical basis for policing the community.
Book
In this exciting and topical collection, leading scholars discuss the implications of globalisation for the fields of comparative criminology and criminal justice. How far does it still make sense to distinguish nation states, for example in comparing prison rates? Is globalisation best treated as an inevitable trend or as an interactive process? How can globalisation's effects on space and borders be conceptualised? How does it help to create norms and exceptions? The editor, David Nelken, is a Distinguished Scholar of the American Sociological Association, a recipient of the Sellin-Glueck award of the American Society of Criminology, and an Academician of the Academy of Social Sciences, UK. He teaches a course on Comparative Criminal Justice as Visiting Professor in Criminology at Oxford University's Centre of Criminology.
Article
Community policing has been a buzzword in Anglo-American policing for the last two decades, somewhat vague in its definition but generally considered to be a good thing. in the UK the notion of community policing conveys a consensual policing style, offering an alternative to past public order and crimefighting styles. in the US community policing represents the dominant ideology of policing as reflected in a myriad of urban schemes and funding practices, the new orthodoxy in North American policing policy-making, strategies and tactic. But it has also become a massive export to non-western societies where it has been adopted in many countries, in the face of scant evidence of its appropriateness in very different contexts and surroundings.
Article
The Connected City explores how thinking about networks helps make sense of modern cities: What they are, how they work, and where they are headed. Cities and urban life can be examined as networks, and these urban networks can be examined at many different levels. The book focuses on three levels of urban networks: Micro, meso, and macro. These levels build upon one another, and require distinctive analytical approaches that make it possible to consider different types of questions. at one extreme, micro-urban networks focus on the networks that exist within cities, like the social relationships among neighbors that generate a sense of community and belonging. at the opposite extreme, macro-urban networks focus on networks between cities, like the web of nonstop airline flights that make face-to-face business meetings possible. This book contains three major sections organized by the level of analysis and scale of network. Throughout these sections, when a new methodological concept is introduced, a separate ‘method note’ provides a brief and accessible introduction to the practical issues of using networks in research. What makes this book unique is that it synthesizes the insights and tools of the multiple scales of urban networks, and integrates the theory and method of network analysis.