ArticlePDF Available

Stoer of gestoord? Spektakel op het water tijdens een extreme zeilrace rond de wereld

Authors:

Abstract

De spectaculaire Volvo Ocean Race is in 2014 weer gestart. In deze editie zeilen zeven boten rond de wereld in slechts negen maanden tijd. De zeilers zijn soms meer dan 20 dagen achter elkaar op zee. Wat maakt deze zeer gevaarlijke race aantrekkelijk om aan mee te doen? Wat drijft de spanningzoekers die voor ontberingen en risico’s kiezen? Vier verklaringen voor deze keuzes passeren de revue.
12 Sportgericht nr. 1 / 2015 – jaargang 69
Stoer of gestoord? Deze vraag intri-
geert ons. Mensen bedenken steeds
extremere uitdagingen en avonturen
in hun zoektocht naar het schijnbaar
onbereikbare. Beoefenaars zien enorm
af of lopen kans op ernstige verwon-
dingen, of zelfs een dodelijk ongeval.
Denk aan sporten als diepzeeduiken
zonder duikapparatuur (vrijduiken)
of wingsuit-parachutespringen, een
sport waarbij je met
een speciale overall
door de lucht vliegt
met zeer hoge snelhe-
den (tot wel 300 km/u)
langs de wanden van
een berg. Zijn het su-
perhelden of zit er een
steekje los? Of zijn het
misschien toch gewone
mensen?
Risico’s en
ontberingen
Mensen zijn op veel
plaatsen op zoek naar
extreme uitdagingen
en ontberingen, ook op
het water. Zo schreef
journalist Rob Schoof1
over de spectaculaire
Volvo Ocean Race:
‘Zeilen, eten, slapen.
En opnieuw. Vier uur
op, vier uur af, een
leven dat zich altijd
De spectaculaire Volvo Ocean Race is in 2014 weer gestart.
In deze editie zeilen zeven boten rond de wereld in slechts
negen maanden tijd. De zeilers zijn soms meer dan 20 dagen
achter elkaar op zee. Wat maakt deze zeer gevaarlijke race
aantrekkelijk om aan mee te doen? Wat drijft de spanning-
zoekers die voor ontberingen en risico’s kiezen? Vier ver-
klaringen voor deze keuzes passeren de revue.
Stoer of gestoord? Spektakel op het water
tijdens een extreme zeilrace rond de wereld
SPORTPSYCHOLOGIE
Joost Pluijms & Frank Bakker
Team Brunel traint in juli 2014 ter voorbereiding
op de Volvo Ocean Race.
Foto: Sander van der Borch
Sportgericht nr. 1 / 2015 – jaargang 69 13
onder een hoek afspeelt op een dei-
nende oceaan. Waar oververmoeidheid
en zeeziekte op de loer liggen, maar
ook stormen, een slapende walvis of
een verloren zeecontainer.’ (zie foto
voor een impressie van de zeilboot).
In november 2014, tijdens de tweede
etappe van de huidige race vanuit
Kaapstad richting Abu Dhabi, botste
de Deense boot van Team Vestas nabij
Madagaskar met hoge snelheid op
een rif. Van 35 kilometer per uur naar
abrupte stilstand. De boot was total
loss, alle zeilers werden gered door de
kustwacht.
Voor de zes boten die nu nog in de
race zijn, loeren in de Indische Oceaan
het gevaar van piraten en de dreiging
van cyclonen. De oceaan kent geen
mededogen, de risico’s op zee zijn
groot, ook al heeft niet iedereen daar
dezelfde mening over.2 Een voorbeeld
waar het slecht afliep is dat van de
ervaren zeiler Hans Horrevoets, die
in 2006 omkwam tijdens de zevende
etappe van de Ocean Race (New York
– Portsmouth, Engeland). Op volle
zee, bij een krachtige wind, sloeg hij
overboord. De boot voer terug en vond
de bewusteloze Horrevoets in de zee,
maar reanimatie mocht helaas niet
meer baten. Het lijdt geen twijfel, er
zijn risico’s. Waarom nemen mensen
deze risico’s?
Geen enkelvoudige verklaring
Vaak hebben beoefenaars verschillende
motieven om deel te nemen aan dit
soort gevaarlijke sporten. In dit artikel
gebruiken we de motivatiepsycholo-
gie om antwoord te geven op de vraag
waarom mensen dit soort activiteiten
ondernemen en zich blootstellen aan
tal van ontberingen.3
Laten we voorop stel-
len dat er geen enkel-
voudige verklaring is.
We zullen een viertal verklaringen
bespreken, maar er zijn er meer. Bo-
vendien zijn voor sommige risicospor-
ters bepaalde verklaringen beter dan
andere. Schipper Bouwe Bekking van
Team Brunel, die voor de zevende keer
meedoet aan de beroemde zeilrace,
zal een andere motivatie hebben dan
reservezeiler Timo Hagoort – voor het
eerst deelnemer aan de race – of Caro-
lijn Brouwer – ervaren zeilster op de
vrouwenboot van Team SCA.
Als er een psychologisch profiel zou
zijn van de ‘standaard’ oceaanzeiler,
dan zou dat er als volgt uit kunnen
zien: een gezonde dosis assertiviteit,
sterke drijfveren, weinig last van angst
en gevoelens van bezorgdheid, een
sterk doorzettings- en uithoudings-
vermogen en emotionele evenwich-
tigheid.4 Maar het is de vraag of zo’n
standaardprofiel bestaat.
Angst en controle
Weinig last hebben van angst komt te-
rug in de eerste verklaring die wij zul-
len bespreken, die van Tim Woodman
en zijn collega’s.5 Hun verklaring is
gebaseerd op het principe van emotio-
nele regulering. Zij stellen dat mensen
kiezen voor risicosport om afstand te
nemen van interne, negatieve gevoe-
lens. Gedoeld wordt op negatieve
gevoelens waarvan onduidelijk is
waar ze precies vandaan komen, die
kunnen leiden tot een diffuse onrust-
stoornis en het dagelijks leven nega-
tief kunnen beïnvloeden. Tijdens hun
extreme sportbeoefening ervaren risi-
cosporters emoties waarvan de bron
extern is en waarover (in principe)
controle uitgeoefend kan worden. Die
controle geeft een goed gevoel. Zeilen
op volle zee met metershoge golven
is gevaarlijk. Tijdens de lange etappes
zijn er vele bedreigende situaties die
angst kunnen oproepen, bijvoorbeeld
het risico overboord te slaan door een
grote golf die bij een storm over het
dek rolt. Het opzoeken van het gevaar
op zee is als het ware een vlucht naar
voren. De zeilers hebben ook tijdens
de race negatieve gevoelens, maar
dan is het duidelijk waar ze vandaan
komen. Daarbij kunnen door goede
voorbereiding, training, kennis en
kunde de risico’s ingeperkt worden,
iets waarmee de controle over die on-
plezierige gevoelens vergroot wordt.
Niet voor niets ging de Nederlandse
boot Team Brunel al een jaar voor de
start van de huidige race intensief
selecteren en trainen.
Woodmans verklaring is aanneme-
lijk, maar er zijn ons geen resultaten
bekend van onderzoeken bij zeilers die
deze verklaring onderbouwen.
Spanningsbehoefte
Een tweede verklaring is de behoefte
aan nieuwe en spannende ervaringen.
Vele studies refereren aan de sterke
relatie tussen spanningsbehoefte en de
beoefening van risicosporten. Span-
ningsbehoefte (zie tabel 1 voor vier
typen van spanning zoeken) is onmis-
kenbaar een van de beweegredenen
voor risicogedrag.6
Spanningsbehoefte heeft een dui-
delijke fysiologische basis en hangt
onder andere samen met de behoefte
aan adrenaline. Zo zouden bepaalde
biochemische processen in de hersenen
ervoor zorgen dat sommige mensen
een grotere behoefte hebben aan prik-
kels en stimuli dan anderen. Volgens
Zuckerman zoeken echte spanning-
zoekers (thrill seekers) niet zomaar
Type Uitleg
Thrill and adventure seeking Behoefte om aan risicosporten te doen, zoals bergklimmen of oceaanzeilen.
Experience seeking Behoefte om nieuwe en ongewone (zintuiglijke) prikkels te ervaren door bijvoorbeeld
drugs te gebruiken, maar ook door avontuurlijke reizen te maken.
Disinhibition Behoefte om zich te buiten te gaan aan feesten en drank.
Boredom susceptibility Afkeer van routinematig werk en saaie mensen.
Tabel 1. Marvin Zuckerman6
onderscheidt vier typen van
spanning zoeken.
14 Sportgericht nr. 1 / 2015 – jaargang 69
opwinding, ze zoeken een
plezierige opwinding. Die
opwinding bereiken ze
onder andere door hun
grenzen te ver leggen.
Grenzen verleggen
Regelmatig wordt gewerkt
met vragenlijsten en in-
terviews om risicogedrag
beter te begrijpen, zo blijkt
uit de wetenschappelijke
literatuur over extreme
sporten. Susanne Piët7
interviewde onder andere bergbeklim-
mers en stuntmannen. Zij hebben het
over een ‘uitdaging willen’, het ‘ver-
leggen van grenzen’ en het ‘beheersen
van de situatie’.
Het verleggen van grenzen, een fun-
damentele menselijke behoefte, is iets
doen wat tot dan toe niet is gedaan, of
zelfs voor onmogelijk werd gehouden.
Kan Team SCA bijvoorbeeld de Ocean
Race winnen met een boot met enkel
vrouwen, in een race die zeer zware
fysieke eisen stelt en wordt gedomi-
neerd door mannenboten? Ervaren
dat het tot dan toe onmogelijk geachte
misschien toch kan geeft een intense
voldoening, waarbij de geleden ontbe-
ringen in het niet vallen.
Die voldoening wordt ook ontleend
aan de beheersing van angst en span-
ning. Angst hoort erbij en wie het
doorstaat, krijgt een beloning: een
flinke portie zelfvertrouwen. Om
vervolgens weer op zoek te gaan naar
de volgende grens. Voldoening en
beheersing van angst lijken ook een
rol te spelen bij de deelname aan de
Ocean Race. ’Negen mannen op een
stampende boot van twintig meter,
dagenlang in een storm op een oce-
aan (zie foto). Duizend zeemijl van
de dichtstbijzijnde haven. Kapotte
armen, slaaptekort, natte, stinkende
kleding, gekmakende jeuk, vies en
gerantsoeneerd gevriesdroogd eten.
En de grootste concurrent ligt tachtig
mijl voor.’8 Genoeg reden voor angst
en spanning. Team Brunel maakt bij
deze race gebruik van een psycholoog,
mede om de zeilers te ondersteunen in
de beheersing van angst en spanning.
Bouwe Bekking: ‘Ons geheime wapen.
Niemand doet dit, maar het maakt ons
team beter.’8
Affectief contrast
Een laatste beweegreden, die tot nu toe
ten onrechte weinig aandacht heeft ge-
kregen in de literatuur, is beschreven
in Richard Solomons opponent-process
theory of acquired motivation.9 Deze
theorie is gebaseerd op het principe
van affectief contrast: als een ervaring
een positief gevoel (affect) oproept,
vindt er een omslag naar een nega-
tief gevoel plaats als de prikkel die de
ervaring opriep niet langer aanwezig
is. Omgekeerd verandert een nega-
tief gevoel (angst of afgrijzen) na het
wegvallen van de prikkel in een posi-
tief gevoel (opluchting). Wanneer de
prikkel herhaald wordt aangeboden,
bijvoorbeeld bij een aantal parachu-
tesprongen achter elkaar, neemt de
intensiteit van de primaire reactie af:
er treedt gewenning op. Aan iets wat
in eerste instantie een hevige angst-
reactie oproept, went men na verloop
van tijd, in elk geval voor een deel. De
secundaire reactie, die tegengesteld
is aan de primaire reactie, neemt bij
herhaalde blootstelling aan de prikkel
echter toe en houdt langer aan (posi-
tieve sensatie: vrolijkheid en rust).9
Deze secundaire reactie werkt na de
gewenningsperiode als drijfveer. Zie
tabel 2 voor een voorbeeld van hoe dit
bij etappes tijdens de Ocean Race zou
kunnen zijn.3,9 Met andere woorden:
gevaar, angst en afzien worden ge-
Periode Eerste etappe Meerdere etappes
Voor de etappe Angst Verlangen
Tijdens de etappe (primaire reactie) Afgrijzen Sensatie
Na de etappe (secundaire reactie) Opluchting / rust Vrolijkheid / rust
Aan boord bij Team Brunel tijdens
de eerste etappe van de huidige
Ocean Race.
Foto: Stefan Coppers.
Tabel 2. Mogelijke veranderingen in (primaire en secundaire) affectieve reacties tijdens de Ocean
Race, gebaseerd op soortgelijke reacties bij parachutespringers.
Sportgericht nr. 1 / 2015 – jaargang 69 15
zocht vanwege de positieve gevoelens
die achteraf worden ervaren.
Bij de ervaren Bouwe Bekking en zijn
bemanning is duidelijk sprake van
verlangen (zie tabel 2): ‘Al met al zien
we enorm uit naar deze race. We zijn
er helemaal klaar voor’.10 Er lijkt bij
hen geen sprake te zijn van angst of
afgrijzen, eerder een soort rust, zelfs
vrolijkheid. Ze zijn niet bang voor de
gevaren, zoals kapers en cyclonen:
‘De laatste paar kapingen die er wel
waren, gebeurden binnen 200 zeemijl
van de Afrikaanse kust. Wij varen op
ongeveer 1000 mijl uit de kust, dus …
niets aan de hand’, aldus Bekking.10
Motieven veranderen met de tijd
De vier bovengenoemde beweegre-
denen bieden elk aanknopingspunten
om risicogedrag te verklaren. Ze lijken
elkaar ook min of meer aan te vullen.
Bovendien veranderen motieven en
zijn ze dynamisch. Zo kan een sporter
die gevoelig is voor peer pressure voor
het eerst gaan parachutespringen,
daartoe aangezet door de verwachtin-
gen van anderen. Na verloop van tijd,
na meerdere sprongen en een positief
gevoel van spanning, identificeert de
parachutist zich met de subcultuur van
het parachutespringen. Uiteindelijk
voelt hij zich gelijk aan andere ervaren
springers en is onderdeel van de com-
munity van parachutisten. Zelfs bij een
blessure, ziekte of financiële beper-
kingen kan hij sterke verbondenheid
blijven voelen met de community van
risicosportbeoefenaars.11,12
Besluit
Beweegredenen voor deelname aan de
Ocean Race zijn vermoedelijk divers.
We hebben er vier uitgelicht en boven-
dien duidelijk gemaakt dat ze in de tijd
kunnen veranderen. Zeilers verschil-
len onderling en dat zal ook voor hun
beweegredenen gelden.
Het stereotype beeld van de extreme
sporter is dat van een jonge, manne-
lijke, spanning zoekende adrenaline-
junk, die lichtelijk gestoord is. Het
laatste vinden we terug in Woodman’s
verklaring: om aan vage angsten te ont-
snappen wordt concreet gevaar opge-
zocht. De adrenalinejunk zit in Zucker-
mans spanningsbehoefte-verklaring.
Toch is hiermee niet het hele verhaal
verteld. Het gaat risicosporters (ook)
om ‘een intense ontdekkingstocht’,
eentje die ‘hun levensvreugde doet
toenemen’.13 Het willen verleggen van
grenzen en het bewijzen dat het onmo-
gelijke toch mogelijk is, is een eigen-
schap die mensen er onder andere toe
heeft gebracht met een raket naar de
maan te vliegen (en nog terug te keren
naar de aarde ook). Het is een eigen-
schap die op veel gebieden tot uitdruk-
king kan komen, dus ook bij oceaan-
zeilen. Wetenschappelijk onderzoek
naar risicosporten is tot nu toe voor-
namelijk gedaan bij bergbeklimmen,
parachutespringen en wild-water-
raften. In dit rijtje zou onderzoek bij de
mondiale zeilrace zeker niet misstaan.
De beelden tijdens de Ocean Race ge-
ven soms misschien het idee dat hier
compleet gestoorde figuren aan het
werk zijn. Of misschien is wat ze doen
wel bovenmenselijk. Maar vergis u
niet, deze zeilers zijn door kennis, er-
varing en veel training iedere dag een
stukje verder gekomen. Evenals an-
dere risicosporters zoeken ze extreme
uitdagingen, maar die liggen (bijna)
altijd binnen het bereik van hun kun-
nen. Hun vaardigheidsniveau ligt vele
malen hoger dan dat van ‘gewone’
mensen. Daardoor lijkt het extreem
wat zij doen, maar voor henzelf is het
dat niet. Bij Team Brunel, winnaar
van de tweede etappe in de huidige
race, zijn ze niet bang voor kapers en
cyclonen. ‘Ach, dat wordt allemaal een
beetje opgeblazen om het spannend te
maken’, aldus schipper Bouwe Bek-
king.10 Wij, het publiek, zien ze echter
alleen op het moment dat ze aan deze
bizarre race meedoen en realiseren
ons dan niet, dat het misschien toch
gewone mensen zijn.
Referenties
1.
Schoof R (2014). Moord voor wat chocola.
NRC Handelsblad, 1 november 2014.
2.
Jong W de (2014). Zo zielig. NRC Handels-
blad, 1 december 2014.
3.
Bakker FC & Oudejans RRD (2012). Sport-
psychologie (1e editie). Nieuwegein: Arko
Sports Media.
4.
Breivik G (2007). The quest for excitement
and the safe society. In: McNamee MJ (red.),
Philosophy, risk and adventure sports, pp. 10-24.
Abingdon (UK): Routledge.
5.
Woodman T et al. (2010). Motives for par-
ticipation in prolonged engagement high-risk
sports: an agentic emotion regulation perspec-
tive. Psychology of Sport and Exercise, 11 (5),
345-352.
6.
Zuckerman M (1994). Behavioral expressions
and biosocial bases of sensation seeking. Cam-
bridge University Press.
7.
Piët S (1999). De kick. Amsterdam: Pandora.
8.
Schoof R (2014). Een fijn gesprek tussen de
golven. NRC Handelsblad, 17 november 2014.
9.
Solomon RL (1980). The opponent-process
theory of acquired motivation: the costs of
pleasure and the benefits of pain. American
Psychologist, 35 (8), 691-712.
10.
Leber, H (2014). Geen angst voor kapers
en cyclonen. Eindhovens Dagblad, 20 november
2014.
11.
Cogan N & Brown R (1999). Metamotiva-
tional dominance, states and injuries in risk and
safe sports. Personality and Individual Differences,
27 (3), 503-518.
12.
Pain M & Kerr J (2004). Extreme risk taker
who wants to continue taking part in high
risk sports after serious injury. British Journal of
Sports Medicine, 38 (3), 337-339.
13.
Voormolen S (2012). IJzeren wil: De weten-
schap achter durfals. Amsterdam: Uitgeverij Bert
Bakker.
over de auteurs
Joost Pluijms is liefhebber van surf- en
zeilsport en als promovendus ver-
bonden aan de Faculteit der Bewe-
gingswetenschappen van de Vrije
Universiteit in Amsterdam en aan het
InnoSportLab Den Haag. Thans doet
hij in samenwerking met het Water-
sportverbond onderzoek naar de
prestatie van Olympische topzeilers.
Contact: j.p.pluijms@vu.nl.
Frank Bakker is bewegingswetenschap-
per, sportpsycholoog en medeauteur
van het standaardwerk ‘Sportpsycho-
logie’. Momenteel werkt hij samen met
het Conservatorium van Amsterdam
aan mentale trainingsmethodieken om
muzikanten optimaal voor te bereiden.
... In een eerste experiment (Pluijms et al., 2015), op zoek naar prestatie-indicatoren en expertiseverschillen in het zeilen, hebben we kijk-, beweeg-en bootgedrag gemeten tijdens het ronden van de bovenwindse boei. Het ronden van de bovenwindse boei bestaat grofweg uit drie fasen en is een belangrijk moment in de wedstrijd (met name de eerste bovenwindse boeironding na de start; zie afbeelding 2). ...
... Als oplossing verwijderden we de transparante glazen van de eye-tracker, zodat de wind weer beter voelbaar was, zonder de functionaliteit van de eyetracker in te perken. Dit bracht ons op het idee om een groep zeilers in een windsimulator te meten in samenwerking met de Faculteit Industrieel Ontwerpen, TU Delft (Pluijms et al., 2015). ...
... De verticale bars geven de standaardfouten weer. (De afbeelding is eerder gepubliceerd in Pluijms et al., 2015 ...
Article
Full-text available
Goede waarneming is essentieel om snel te kunnen anticiperen, de juiste beslissingen te kunnen nemen en winnend de finish te bereiken. Topsporters onderscheiden zich hierin. Zo vinden topzeilers altijd de juiste route langs de boeien. Hoe doen ze dat? Door de perceptuele vaardigheden van zeilers te onderzoeken kunnen wetenschappers van de Faculteit der Gedrag- en Bewegingswetenschappen (VU Amsterdam) topzeilers richting de Olympische Spelen van Rio de Janeiro en Tokyo helpen.
Thesis
Full-text available
The efforts and initial evidence described in this dissertation focused on developing a novel approach to capture, understand and predict perceptual-cognitive skills in sailing (Chapter 2) with the aim to provide detailed descriptions of the key differences between skilled and less skilled sailors. More specifically, multiple key performance indicators were identified that contributed to skilled performance while rounding the windward mark rounding (Chapter 3). During upwind sailing, neither external nor internal foci of attention were per se correlated with better performance, as quantified by means of an action sport camera (Chapter 4). Finally, expert sailors were more sensitive in picking up differences in wind direction, particularly when confronted with low wind speeds that demanded higher sensitivity (Chapter 5).
Article
Full-text available
ObjectiveTo explore the agentic emotion regulation function that prolonged engagement high-risk sports (ocean rowing and mountaineering) may serve.DesignIn two studies, a cross-sectional design was employed. In Study 1, ocean rowers were compared to age-matched controls. In Study 2, mountaineers were compared to two control groups, one of which was controlled for the amount of time spent away from home.MethodsIn Study 1, 20 rowers completed measures of alexithymia and interpersonal control before rowing across the Atlantic Ocean. They were also interviewed about the emotional and agentic changes that had occurred as a consequence of completing the ocean row. In Study 2, 24 mountaineers and the two control groups (n = 27 and n = 26) completed measures of alexithymia and interpersonal agency.ResultsIn both studies, high-risk sportspeople had greater difficulty in describing their emotions. The lowest interpersonal agency was in loving partner relationships.ConclusionsParticipants of prolonged engagement high-risk sports have difficulty with their emotions and have particular difficulty feeling emotionally agentic in close relationships. They participate in the high-risk activity with the specific aim of being an agent of their emotions.
Article
The development of questionnaire scales to measure sensation seeking, first as a general trait and then as one with two or four facets, is described. Behavioral correlates of the trait include: volunteering for unusual or risky experiences, exceptional dangerous sports, fast and reckless driving, variety of sexual partners and activities, smoking, drinking and drugs, and risky or stressful vocations. Sensation seeking also influences preferences in art, media, music, movies, and television with a preference for novel, intense, and arousing themes like sex and violence.
Article
When a UCS, reinforcer, or innate releaser is repeatedly presented to human or animal Ss, 3 major affective phenomena are often observed: (1) affective or hedonic contrast; (2) frequent repetition giving rise to affective or hedonic habituation (tolerance); and (3) after frequent repetition of these stimuli, a withdrawal or abstinence syndrome emerging directly from stimulus termination. These affective dynamics generate new motives, new opportunities for reinforcing and energizing operant behaviors, based on the hedonic attributes of withdrawal or abstinence syndromes. The present article describes the opponent-process theory that attempts to account for such diverse acquired motives as drug addiction, love, affection and social attachment, cravings for sensory and aesthetic experiences, and a variety of self-administered, aversive stimuli. The empirical laws governing the establishment of these new motives are described. Crucial variables include the quality, intensity, and duration of each stimulus presentation and the time intervals between presentations (interreinforcement intervals). The theory also gives a plausible account of the development of addictive behaviors, whether initiated by pleasurable or by aversive events. (53 ref) (PsycINFO Database Record (c) 2012 APA, all rights reserved)
Article
The case is reported of a 40 year old male high risk sport athlete who had seriously injured himself several times and as a result was partially physically disabled and had trouble with mental tasks requiring concentration such as spelling, reading numbers, and writing. The athlete was referred to a sports psychologist. In consultations, it became clear that he was having difficulty reconciling the difference between his life as it used to be and as it would be in the future. Part of his difficulty was dealing with the frustration and anger "outbursts" which resulted from not being able to perform straightforward everyday motor skills. In spite of his injuries and disability, the patient badly wanted to continue participating in extreme sports. Reversal theory is used in the discussion to provide theoretical explanations of the motivation for his extreme risk taking behaviour.
Moord voor wat chocola
  • R Schoof
Schoof R (2014). Moord voor wat chocola. NRC Handelsblad, 1 november 2014.
Sportpsychologie (1e editie)
  • Fc Bakker
  • Rrd Oudejans
Bakker FC & Oudejans RRD (2012). Sportpsychologie (1e editie). Nieuwegein: Arko Sports Media.
Geen angst voor kapers en cyclonen
  • H Leber
Leber, H (2014). Geen angst voor kapers en cyclonen. Eindhovens Dagblad, 20 november 2014.