ChapterPDF Available

Legale sector, informele praktijken. De informele economie van de legale raamprostitutie in Nederland.

Authors:
CPS 2013-4, nr. 29 115
Legale sector, informele praktijken
De informele economie van de legale
raamprostitutie in Nederland
Cahiers Politiestudies
Jaargang 2013-4, nr. 29
p. 115-130
© Maklu-Uitgevers
ISBN 978-90-466-0643-8
Maite Verhoeven,1 Barbra van Gestel2 & Edward Kleemans3
Prostitutie in Nederland is legaal en voor de exploitatie van raamprostitutie is een vergunning
nodig. Dit artikel richt zich op de vraag in hoeverre er binnen de gelegaliseerde raamprostitutie
in Amsterdam informele activiteiten plaatsvinden. De bevindingen zijn gebaseerd op een
analyse van politiedossiers van twaalf opsporingsonderzoeken naar mensenhandel in de
Amsterdamse raamprostitutie. Daarnaast is veldwerk verricht bij twee opsporingsteams. Aan
de hand van het empirische materiaal wordt beschreven in hoeverre binnen de gereguleerde
raamprostitutie verschillende informele activiteiten plaatsvinden. Aan de orde komt het bestaan
van verschillende ‘ancillary industries’, ofwel nevenactiviteiten die de prostitutie ondersteunen
op de volgende terreinen: kamerverhuur en horeca; boekhouding en administratie; beveiliging;
en vervoer. Hierbinnen vinden verschillende informele activiteiten plaats die worden uitgevoerd
door kamerverhuurders, boekhouders, pooiers, bodyguards, snorders en loopjongens.
1. Inleiding
Wereldwijd bestaan enorme verschillen tussen landen als het gaat om de legaliteit,
illegaliteit of regulering van prostitutie (Felson, 2006, 29-30). In Nederland is prostitutie
sinds 2000 legaal, bordeelhouders hebben een vergunning nodig en prostituees moeten
in principe belasting betalen. De achterliggende filosofie hierbij is dat een ‘normalise-
ring’ van de prostitutie schadelijke neveneffecten, zoals mensenhandel, zou kunnen
verminderen en beter beheersbaar zou kunnen maken.
Het prostitutiewerk is weliswaar legaal, dus juridisch erkend, maar een ‘gewone’ sector
is het daarmee niet. Zo is anonimiteit voor zowel prostituees als klanten een belangrijk
kenmerk en voor sommigen een voorwaarde voor werk in of bezoek aan de prostitutie-
branche. Volgens Pels & Lacroix (2011) willen de meeste prostituees niet legaal zijn: ze
willen liever anoniem blijven werken, zonder registratie en dus ook zonder belasting te
1
Maite Verhoeven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het
Ministerie van Veiligheid en Justitie.
2 Barbra van Gestel is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het
Ministerie van Veiligheid en Justitie.
3 Edward Kleemans is Hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit
Amsterdam.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 115 29/11/13 13:37
116 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
betalen. Verbonden met deze anonimiteit is het gebruik van cash geld voor transacties
betreffende geleverde diensten in deze sector. Cash geld laat immers geen traceerbare
sporen na. Daarnaast wordt, ondanks de legalisatie en regulering van de branche, het
beroep van prostituee niet vanzelfsprekend erkend en geaccepteerd in onze samenleving.
Zo kan het voor een prostituee of prostitutiegerelateerd bedrijf anno 2013 nog steeds
lastig zijn om een (zakelijke) bankrekening te openen, of een hypotheek aan te vragen
(verg. Knight, 2011; Daalder, 2007; TK 2009-2010, 2979).
Felson (2006, 166) gaat in zijn boek ‘Crime & Nature in op dit verschil tussen legaliteit en
acceptatie. Hij stelt dat wanneer iets legaal is, dit nog niet betekent dat het automatisch
wordt geaccepteerd door alle delen van de samenleving. Als voorbeeld noemt hij dat
een samenleving prostitutie wel kan legaliseren, ‘but often continues to hold it in some
disdain’ (2006, 167). En andersom kunnen bepaalde zaken juist enigszins geaccepteerd
worden, terwijl ze niet legaal zijn, denk bijvoorbeeld aan opinies rondom handelen
in softdrugs. Felson (2006, 166) onderscheidt daarom vier verschillende combinaties
van legaliteit en acceptatie: (1) Illegal and despised; (2) Illegal but tolerated; (3) Legal but
disliked; en (4) Legal and acceptable.
Met dit onderscheid wil Felson duidelijk maken dat er in feite nog een wereld zit tussen
dat wat legaal is en dat wat illegaal is. En dat zaken die legaal zijn, tegelijkertijd ‘shady
activitiesof ‘marginal activities kunnen zijn, omdat ze niet volledig geaccepteerd worden
en niet door alle delen van de bevolking. Deze wereld, tussen legaal en illegaal, is nu
precies van belang als het gaat over een informele economie.
In een informele economie draait het om het niet opvallen, om het proberen verborgen
te blijven (Shapland & Ponsaers, 2009, vii). Informele activiteiten spelen zich af buiten
het gezichtsveld van de overheid (verg. Slot, 2010). Slot heeft (op basis van Centeno
& Portes, 2006) een afbakening gemaakt van het begrip informele economie: alle
activiteiten die op zichzelf niet illegaal of strafbaar hoeven te zijn, maar waarbij niet wordt
voldaan aan de bijbehorende fiscale verplichtingen of die zonder de vereiste vergunning
of registratie worden uitgevoerd (Slot, 2010, 14). In dit artikel wordt uitgegaan van
deze definitie. In een illegale economie is zowel het ‘productieproces’ (de primaire
activiteit) als het ‘eindproduct’ (de opbrengst) onwettig en strafbaar. Dit in tegenstelling
tot een informele economie, waar de primaire activiteiten op zich niet strafbaar zijn
(bijvoorbeeld prostitutie in Nederland). De regelovertreding bestaat bij een informele
economie uit het niet betalen van belasting over de legaal verkregen inkomsten of uit
het ontbreken van de benodigde vergunning voor de legale activiteit. In de praktijk lopen
formeel, informeel en crimineel dus door elkaar heen (Slot, 2010, 13).Wat betekenen
de kenmerken van de Nederlandse raamprostitutie voor het bestaan van een informele
economie in deze branche? En wat betekent enerzijds de regulering en anderzijds het
belang van anonimiteit en het bestaan van een cash economie voor de activiteiten in
deze sector? Om dit te onderzoeken is de volgende probleemstelling geformuleerd:
In hoeverre vinden binnen de gelegaliseerde raamprostitutie informele activiteiten plaats?
Deze probleemstelling is uitgewerkt in twee specifieke onderzoeksvragen:

Hoe is de prostitutiesector in Amsterdam gereguleerd? Wat is legaal, vergund en
illegaal?
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 116 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 117
 Welke informele activiteiten vinden plaats in de Amsterdamse raamprostitutie?
Allereerst wordt in dit artikel een theoretisch kader geschetst aan de hand van literatuur
op het gebied van prostitutie en informaliteit (paragraaf 2). Daarna wordt de gehanteerde
methode beschreven (paragraaf 3). Vervolgens komt de regulering van de Amsterdamse
raamprostitutie aan bod (paragraaf 4). Daarna wordt een scala aan informele activiteiten
binnen deze sector beschreven (paragraaf 5). In de slotparagraaf worden de resultaten
samengevat en worden conclusies getrokken (paragraaf 6).
2. Theoretisch kader
Er zijn twee kaders die licht kunnen werpen op de hiervoor gestelde vragen. Naast de
indeling van Felson met betrekking tot legaliteit en acceptatie is een voor deze context rele-
vant kader opgesteld door Sanders (2008) van verschillende typen sex market economies’.
Sanders (2008) verrichtte onderzoek in de Engelse prostitutiesector. Op basis hiervan
heeft zij een kader opgesteld waarin de relatie wordt weergegeven tussen wetgeving, de
prostitutiebranche en de informele economie. De relatie tussen de formele, legitieme
economie – die is erkend en gereguleerd door de overheid – en de schaduweconomie
in verhouding tot prostitutie is complex. Dit komt doordat verschillende wetten en
regels in hetzelfde land vaak delen van de seksindustrie legaal maken en andere delen
illegaal (Sanders, 2008, 704). Zo is in Nederland werken in de prostitutie legaal voor
meerderjarige4 EU-burgers, maar niet toegestaan voor migranten van buiten de EU
(zonder geldige verblijfspapieren) en voor minderjarigen. Het kader van Sanders vormt
een continuüm dat weergeeft in hoeverre de prostitutiesector onderdeel uitmaakt
van de formele economie, of buiten de formele economie valt (Sanders, 2008, 705).
Sanders onderscheidt: (1) legal formal economies; (2) legal informal economies; (3) illegal
informal economies; en (4) illegal criminal economies. Deze ‘economies’ vormen tezamen
een continuüm (zie ook tabel onderaan deze paragraaf).
In legal formal economies (1) maakt prostitutie volledig onderdeel uit van de formele
economie en wordt seksuele dienstverlening juridisch gezien als iedere andere vorm
van arbeid. In deze systemen vindt vergaande regulering door de overheid plaats. Een
voorbeeld van een dergelijk systeem is het Amerikaanse bordeelsysteem in Nevada, waar
bordelen in bepaalde gebieden een vergunning kunnen krijgen en waar werknemers
worden geregistreerd en medische controles moeten ondergaan. Ook in Duitsland,
Oostenrijk, Nieuw-Zeeland, Griekenland, Turkije en sommige delen van Australië
bestaan vergelijkbare systemen (Sanders, 2008, 705; Brents & Hausbeck, 2005). In
legal informal economies (2), valt de seksindustrie volgens Sanders op het grensgebied
van de wet, omdat het deels legaal en deels illegaal is, waardoor het op de rand van
de reguliere economie plaatsvindt. In dergelijke systemen is het verkopen of kopen
van seks niet illegaal, maar zaken daaromheen zoals tippelen, adverteren, het runnen
van een bordeel, en ‘pooieren’ zijn wel illegaal. Doorgaans worden in een dergelijk
systeem bepaalde (illegale) zaken wel gedoogd. Volgens Sanders zijn er vele van deze
verborgen sex markets die deel uitmaken van de informele sex economies(Sanders,
4 Op dit moment (september 2013) is prostitutiewerk in Nederland toegestaan vanaf 18 jaar. Er is een nieuw
wetsvoorstel ten aanzien van de regulering van prostitutie en de bestrijding van misstanden in de seksbranche
in behandeling. In deze nieuwe prostitutiewet wordt voorgesteld om de minimumleeftijd voor prostitutie
te verhogen naar 21 jaar (brief Minister van Veiligheid en Justitie, 8 maart 2013, kenmerk 356936 en TK
2011-2012, 32211, nr. 63).
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 117 29/11/13 13:37
118 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
2008, 706). In illegal informal economies (3) is prostitutie illegaal en niet gereguleerd.
Hierdoor profiteren nog vele andere spelers (legale en illegale) van de verdiensten van
prostituees. Zo beschrijft Day (2007, 127-128) dat prostituees in het Verenigd Koninkrijk
als het ware drie soorten belasting betalen. Ze betalen geldboetes aan de overheid;
betalen accountants en juristen voor financieel advies en het ‘witten’ van illegale gelden;
en geven beschermingsgeld aan pooiers die ervoor zorgen dat het werk gedaan kan
worden zonder problemen. In illegal criminal economies (4) is de seksindustrie volledig
gecriminaliseerd (zoals bijvoorbeeld in China) of deels (zoals in Zweden, waar niet het
aanbieden, maar het kopen van seksuele diensten kan worden beboet).
Sanders laat zien dat ook in landen waar sex markets zijn geformaliseerd door middel
van wetgeving of decriminalisering, evengoed informele economieën bestaan buiten
de legitieme kaders. Verderop in dit artikel wordt beschreven in hoeverre dit ook geldt
voor de gelegaliseerde raamprostitutie in Nederland.
Onderstaand schema (tabel 1) laat de vier punten zien die Sanders onderscheidt op
het continuüm. Sommige landen kunnen op verschillende plekken op het continuüm
worden geplaatst, omdat voor verschillende prostitutievormen andere wetten en regels
gelden. Zo maakt de Engelse escortsector onderdeel uit van de legale, informele eco-
nomie, maar zijn bordelen illegaal. In de indeling van Sanders valt het Nederlandse
prostitutiebeleid in de categorie ‘legaal informeel’, wat veronderstelt dat er in Nederland
informele activiteiten plaatsvinden in de legale prostitutiebranche.
Tabel 1. Relatie prostitutiebeleid en bestaan van informele economie, een continuüm
Type economie Legaal formeel Legaal informeel Illegaal informeel Illegaal crimineel
Karakteristieken Gelegaliseerde
transparante
systemen zoals
door de staat
gecontroleerde
bordelen; vrijwil-
lige prostitutie
erkend als werk.
Aanbieders
worden gezien
als ‘sekswerkers’;
eigenaren hebben
legaal bedrijf.
Verkopen en
kopen van seks is
legaal (vaak alleen
indoors) maar
geen voorwaarden
door de staat
voor bedrijven of
prostituees. Privé
en informele
economie. Enige
belasting wordt
betaald, maar niet
door prostituees.
Verkopen en
kopen van seks
is illegaal maar
getolereerd
in informele
economieën.
Verkopen en
kopen van seks
is verboden
maar bestaat nog
steeds. Veel of
alle betrokkenen
behandeld als
daders/crimineel.
Bedrijven behan-
deld als crimineel.
Gevangenisstraf
en rehabilitatie-
programma’s.
Voorbeelden
van systeem
Nevada (USA),
Duitsland,
Oostenrijk,
Nieuw-Zeeland,
Griekenland,
Australië (New
South Wales,
Victoria), Turkije.
Nederland,
Verenigd Konink-
rijk (escort).
Thailand, Ierland,
Verenigde Staten,
Canada, India,
Verenigd Konink-
rijk (bordelen).
China, Zweden,
Frankrijk, Iran,
Japan.
Ontleend aan T. Sanders, 2008, p. 705, ‘types of sex market economies’.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 118 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 119
Een informele economie van ‘ancillary industries’
Sanders (2008) beschrijft tevens het fenomeen van dienstverleners binnen de seksindus-
trie als zogenaamde ‘ancillary industries’. Zij doelt hiermee op de nevenbedrijvigheid van
verschillende dienstverleners die binnen de prostitutiebranche activiteiten verrichten
ter ondersteuning van de prostitutie. Gagnon & Simon (1973, 232 in Sanders, 2008,
710) omschreven dergelijke bedrijvigheid veertig jaar geleden als volgt: ‘The world of the
prostitute’s secondary support-figures – the bell boy, the bartender, the hotel clerk and the cab
driver who direct the customer and the client to each other – is a shadowy one.’
Sanders (2008) onderscheidt zes ancillary industries die de seksindustrie ondersteunen:
prostitutiegelegenheden (hier: de ramen), aanprijzen, beveiliging, transport, presen-
tatie, recreatie en gastvrijheid. Het verschil met dienstverleners in andere sectoren is
dat het gaat om ongeregistreerde arbeiders, in de zin dat ze niet in de boeken staan
van de belastingdienst. Het soort werk kan legaal zijn (zoals bijvoorbeeld geldt voor
taxichauffeurs) of illegaal (zoals afpersing). Hoe is de situatie in het Amsterdamse
raamprostitutiegebied? Is daar ook sprake van een dergelijke nevenbedrijvigheid die de
prostitutiebranche faciliteert? En in hoeverre vormt deze bedrijvigheid een informele
economie?
3. Methode
De bevindingen in dit artikel zijn gebaseerd op een onderzoek naar de opsporing van
mensenhandel in de raamprostitutie van het Amsterdamse Wallengebied. Met het
Wallengebied, ofwel ‘de Wallen’, wordt gedoeld op het raamprostitutiegebied gelegen
in de binnenstad van Amsterdam. Voor dit onderzoek zijn strafdossiers bestudeerd van
twaalf opsporingsonderzoeken naar mensenhandel die de politie in de periode 2006-
2010 heeft uitgevoerd en die zich afspeelden op de Wallen. De strafdossiers bevatten
de resultaten van de opsporingsonderzoeken en bestaan onder meer uit uitgeschreven
tapgesprekken, verslagen van politieobservaties, verslagen van verhoren en gesprekken
met verdachten en slachtoffers, en andere resultaten van het opsporingsonderzoek.
Daarnaast zijn face-to-face interviews gehouden met de teamleiders van de politie die
het onderzoek hebben geleid. Ook is veldwerk verricht bij twee opsporingsteams en bij
de samenwerking tussen deze teams, de belastingdienst en de gemeente. De interviews
en de veldwerkervaringen zijn uitgewerkt en de informatie uit de bestudeerde strafdos-
siers is verwerkt en geordend in een aandachtspuntenlijst.5 Deze tekstbestanden zijn
vervolgens gecodeerd met behulp van MAXQDA. Dit is een software programma
dat specifiek is ontwikkeld voor de analyse van kwalitatieve data. Op basis van deze
data is eerder gepubliceerd over het onderwerp mensenhandel en de opsporing ervan
(Verhoeven, Van Gestel & De Jong, 2011), over de informele economie is op basis van
deze gegevens nog niet eerder gepubliceerd.
In de bestudeerde opsporingsonderzoeken stonden in totaal 76 slachtoffers (prostituees)
centraal en 70 verdachten. Deze verdachten bestonden voornamelijk uit pooiers en
personen die deze pooiers ondersteunen. De verdachten uit de opsporingsonderzoeken
creëerden situaties waarin ze een (groot) deel van het geld dat de vrouwen verdienden
5
Deze aandachtspuntenlijst is gebaseerd op de lijst van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit (Van de Bunt
& Kleemans, 2007).
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 119 29/11/13 13:37
120 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
afnamen of beheerden, soms in ruil voor bescherming of het wegwijs maken in de
prostitutie. Hiervoor wordt ook wel de term pooier gebruikt. In dit artikel wordt de
term pooier in deze zin gebruikt.
Het kenmerk van informele activiteiten is, zoals gezegd, dat ze zich afspelen buiten het
gezichtsveld van de overheid. Rechercheonderzoeken richten zich op criminele activitei-
ten, maar door de inzet van opsporingsmiddelen (afluisteren van telefoons, observaties,
verhoren, huiszoekingen, financieel onderzoek naar bijvoorbeeld geldstromen) komen
ook informele activiteiten in beeld. Uit de bestudeerde strafzaken komen verschillende
informele activiteiten naar voren. Deze activiteiten hadden soms wel, maar soms ook
niet direct de interesse van de politie. Rechercheteams richten zich bijvoorbeeld door
het afluisteren van telefoons van verdachten en van slachtoffers op het vinden van
bewijsmateriaal voor het delict mensenhandel. Tegelijkertijd komt hiermee in beeld
hoe het werk in deze complexe, legale, maar tegelijkertijd enigszins verborgen wereld
van prostitutie en uitbuiting eruitziet. Hoewel de raamprostitutie misschien wel de
minst verborgen vorm van prostitutie is, blijft het vaak onduidelijk welke personen en
dienstverleners op de achtergrond nevenactiviteiten verrichten.
In het vervolg van dit artikel wordt ingegaan op de informele activiteiten die zijn aan-
getroffen in de bestudeerde opsporingsonderzoeken en bij het veldwerk. Daarbij wordt
nagegaan in hoeverre er in de Amsterdamse raamprostitutie sprake is van ancillary
industries’, oftewel ondersteunende nevenactiviteiten, zoals Sanders (2008) die schetst.
Maar eerst volgt een schets van de manier waarop de Amsterdamse raamprostitutie
is gereguleerd.
4. Regulering van de Amsterdamse raamprostitutie
Bij raamprostitutie worden seksuele diensten verleend in een ruimte waarbij het raam
dient als ‘etalage’ en ‘onderhandelingslocatie’ voor de geboden diensten. De prosti-
tuee werkt formeel gezien onafhankelijk en zelfstandig; zij werft zelf haar klanten en
onderhandelt over de prijs en te verlenen diensten (Van Wijk et al., 2010, 31). Op de
Amsterdamse Wallen zijn ongeveer 290 ramen, die worden verhuurd door 31 kamer-
verhuurders. De ramen worden doorgaans in twee shifts verhuurd, de dagdienst en de
avond/nachtdienst (Van Wijk et al., 2010, 36).6
In Nederland is zowel prostitutie zelf als de exploitatie daarvan legaal. In 2000 is de
wet gewijzigd waarmee het bordeelverbod en het verbod op het souteneurschap is
opgeheven. Met de wetswijziging is in feite deels een bestaande (gedoog)situatie die
eerder bestond, gelegaliseerd (zie ook: Brants, 1998). Tegelijkertijd is de strafbaarstel-
ling van ongewenste vormen van prostitutie en seksueel misbruik van minderjarigen
aangescherpt (Daalder, 2007, 11 e.v.).
Vergunningen en belasting betalen
Met de wetswijziging hebben gemeenten de bevoegdheid gekregen om via een vergun-
ningstelsel de prostitutiebranche te reguleren (Flight, Hulshof, Van Someren & Soor-
sma, 2006; Gemeente Amsterdam, 2007). De gemeente Amsterdam heeft dan ook een
6 Naast de Wallen kent Amsterdam nog twee gebieden waar raamprostitutie voorkomt.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 120 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 121
vergunningstelsel opgesteld voor kamerverhuurbedrijven. Kamerverhuurders hebben
een vergunning nodig en zowel het kamerverhuurbedrijf als de kamerverhuurder of
beheerder zelf moeten aan een aantal vergunningsvoorwaarden voldoen.7 Zo stelt de
gemeente eisen aan onder meer de bedrijfsvoering en inrichting van het kamerver-
huurbedrijf. Verder kunnen gemeenten door een uitbreiding van de Gemeentewet de
antecedenten van kamerverhuurders natrekken (Daalder, 2007, 41). In Amsterdam
worden vergunninghouders en aanvragers gescreend (Gemeente Amsterdam, 2007,
17). Als op basis van deze screening ernstig gevaar bestaat dat de vergunning gebruikt
zou kunnen worden om strafbare feiten te plegen of geldelijk voordeel uit strafbare
feiten te benutten dan kan de gemeente een vergunning weigeren of intrekken (Daalder,
2007, 15).
Prostituees hebben geen vergunning nodig. Zij moeten wel belasting betalen (Outshoorn,
2012) en hebben de keuze uit verschillende arbeidsvormen.8 In de raamprostitutie zijn
prostituees doorgaans werkzaam als zelfstandig ondernemer (Dekker, Tap & Homburg,
200, 25). Sinds 2008 is het voor zelfstandig ondernemers (en dus ook voor prostituees
die als zelfstandig ondernemer werken) verplicht om zich in te schrijven bij de Kamer
van Koophandel.9 Daarnaast moeten prostituees die werkzaam zijn als zelfstandig
ondernemer een boekhouding bijhouden voor de belastingdienst.
Het beleid in de praktijk
De afgelopen jaren is het ‘nieuwe’ prostitutiebeleid verschillende malen geëvalueerd
(Smallenbroek & Smits, 2001; Daalder, 2002; 2007; Goderie, Spierings & Ter Woerds,
2002; Van Lier et al., 2002; Naber & Van Lier, 2002; Vanwesenbeeck, Höing & Vennix,
2002; Veldkamp Marktonderzoek bv, 2002a; 2002b; Biesma et al., 2006; Dekker, Tap
& Homburg, 2006; Flight et al., 2006). Uit de evaluaties komt naar voren dat er in
de prostitutiebranche nog verwarring heerst over de vormgeving van het zelfstandig
ondernemerschap van prostituees. Exploitanten zouden zich op grote schaal bemoeien
met de werkzaamheden van prostituees, die bij de belastingdienst aangeven zelfstandig
te werken (Daalder, 2007, 87). Daarnaast komt uit onderzoek naar voren dat het ondanks
de regulering niet vanzelfsprekend is dat prostituees daadwerkelijk belasting betalen
(Biesma, Nijkamp, Tromp & Bieleman, 2010, 18). Redenen hiervoor zouden zijn dat
het belastingstelsel moeilijk te begrijpen is, met name voor buitenlandse vrouwen. De
vrouwen moeten zelf een administratie voeren en zelf belasting afdragen. Vrouwen
hebben vaak geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Een belastingaangifte wordt
dan naar een buitenlands adres gestuurd. Soms komt deze niet aan, wordt deze niet
ingevuld, of worden inkomsten niet aangegeven, omdat ze het niet begrijpen of dat niet
willen. Ook anonimiteit speelt een rol. Sommige prostituees willen (zwart) (bij)verdienen
7 http://www.amsterdam.nl/veelgevraagd/wanneer-heb-ik-een-exploitatievergunning-voor-een-prostitutiebe-
drijf-nodig/?caseid=%7B0188348C-689F-4BE0-A745-3F46FE8C3FA9%7D
8 Prostituees kunnen in loondienst werken bij een exploitant, als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn, of
kiezen voor een tussenvorm, waarbij gewerkt wordt volgens het zogenaamde voorwaardenpakket (ook wel
opting-in genoemd) (Spapens, 2013; website Rode Draad; website belastingdienst, website rijksoverheid).
Bij het voorwaardenpakket werkt de prostituee voor een exploitant maar is niet in loondienst. De exploitant
heeft een overeenkomst met de Belastingdienst, en draagt belastingen en premies af over de inkomsten van
de prostituee.
9 Zie brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 april 2010 met kenmerk AV/
AR/2010/1635 en zie de website van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl) voor de criteria voor een
onderneming.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 121 29/11/13 13:37
122 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
met prostitutiewerk, zonder dat hun familie- of gezinsleden daarvan weten. Om die
reden willen ze niet bij de belastingdienst geregistreerd worden (Biesma, Nijkamp,
Tromp & Bieleman, 2010, 18). In het onderzoek van Dekker, Tap & Homburg (2006,
30) geeft 70% van de 100 geïnterviewde raamprostituees aan geen belasting te betalen.
De redenen die zij aangeven zijn onder meer dat ze al zo weinig verdienen, dat het te
veel rompslomp geeft en voor een deel van de vrouwen is het een principiële kwestie.
Daalder (2007, 53) stelt vast dat er binnen de prostitutiebranche grote weerstand bestaat
tegen het afdragen van loonbelasting en premies. Ook Van de Bunt (2007) beschrijft
dat veel vrouwen ondanks de mogelijkheden die de opheffing van het bordeelverbod
biedt om een ‘gewoon beroep’ als prostituee uit te oefenen, toch blijken te kiezen voor
de marginaliteit door belasting te ontwijken en te werken in het verborgene (Van de
Bunt, 2007, 80). Uit de twaalf door ons bestudeerde opsporingsonderzoeken komen
ook geen aanwijzingen naar voren dat de betrokken prostituees belasting betalen of
bekend zijn bij de belastingdienst.
Uit de evaluaties die zijn verricht naar de in 2000 ingevoerde wetswijziging komt verder
naar voren dat het beleid, de vergunningverlening en handhaving vooral gericht zijn op
exploitanten, terwijl meer op de achtergrond nog altijd veel pooiers opereren, met name
in de raamprostitutie. Het aantal prostituees met pooiers lijkt, zo luidt de conclusie
van verschillende evaluaties zeven jaar na de wetswijziging, niet te zijn afgenomen
(o.a. Daalder, 2007, 86). Door Van Wijk et al. (2010, 165) geïnterviewde respondenten
(politiefunctionarissen, hulpverleners en prostituees) zeggen dat er op de Wallen vrijwel
geen prostituee is die zonder pooier werkt. Dat hoeft in theorie geen probleem te zijn,
maar kenners van de Wallen stellen op basis van hun ervaring dat er in de praktijk ‘geen
goede pooiers’ voorkomen (Emergo, 2011, 84). Als prostituees niet voor een pooier
willen werken, saboteren deze mannen de aanloop van klanten door simpelweg voor
de deur te blijven staan. Zo dwingen ze vrouwen tot het betalen voor ‘bescherming’
(Van Wijk et al., 2010, 165). Voor deze pooiers is, zo constateert Van de Bunt (2007,
79), in de vergunningverlening en controle geen aandacht. Het prostitutiebeleid en
de regulering van de raamprostitutie is dus vooral gericht op twee soorten spelers; de
kamerverhuurder en de prostituee.
5. Informele dienstverleners
Als we kijken naar de spelers in de Amsterdamse raamprostitutie zoals die in de
bestudeerde opsporingsonderzoeken naar voren komen, dan kunnen de volgende
spelers worden onderscheiden: eigenaren van panden, kamerverhuurders (exploitanten),
horeca-exploitanten, pooiers, bodyguards, snorders, loopjongens en boekhouders. Een
deel hiervan betreft ‘formele’ functies, maar voor een deel verrichten zij informele activi-
teiten. Aan de hand van het verzamelde empirische materiaal laten we zien dat reguliere
en informele activiteiten in de praktijk ook door elkaar kunnen lopen. Hieronder worden
verschillende dienstverleners binnen de raamprostitutiebranche beschreven en wordt
ingegaan op de informele activiteiten van deze dienstverleners.
Kamerverhuur en horeca
Zoals gezegd zijn voor de exploitatie van ramen, ofwel de kamerverhuur in Nederland
vergunningseisen en voorwaarden opgesteld waaraan deze branche moet voldoen.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 122 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 123
Desondanks komt uit de bestudeerde opsporingsonderzoeken naar voren dat er in deze
branche informele activiteiten plaatsvinden.
Als het gaat om informele activiteiten in relatie tot de kamerverhuur geeft één van de
bestudeerde strafzaken bijzonder veel inzicht. In deze zaak komt naar voren dat er
een verschil is tussen de ‘officiële’ bedrijfsvoering van een kamerverhuurbedrijf en de
feitelijke activiteiten die in de praktijk plaatsvinden. Dit opsporingsonderzoek laat onder
meer zien dat de (vergunde) kamerverhuur feitelijk in handen is van de eigenaar van
een café, dat zich tegenover het kamerverhuurbedrijf bevindt. De eigenaar van het café
was voorheen ook de eigenaar van het kamerverhuurbedrijf, maar heeft zijn vergunning
verloren in verband met de verhuur van kamers aan minderjarige prostituees. Hier
komen informele diensten van pas: een nieuwe vergunning wordt aangevraagd op
naam van een soort ‘loopjongen’ van het kamerverhuurbedrijf. Deze loopjongen is op
papier de exploitant van het kamerverhuurbedrijf, terwijl uit verhalen van prostituees
naar voren komt dat de eigenaar van het café feitelijk de touwtjes in handen heeft.
Daarnaast biedt het café (dat tegenover de ramen is gelegen) pooiers de mogelijkheid
om op een onopvallende en gecamoufleerde wijze dicht in de buurt van prostituees te
verblijven en van daaruit gemakkelijk en snel naar hen toe te kunnen lopen. Het café
speelt ook een faciliterende rol doordat er een beveiligingscamera aan de buitenkant van
het café hangt. Die maakt het mogelijk dat mensen binnen aan de bar van het café via
een monitor zicht hebben op de straat en op een deel van de prostitutieramen. Verder
bevindt de kamerverhuurder zich zeer geregeld in het café. Vooral in de avonduren is hij
daar te vinden, waardoor afspraken over kamerhuur ten dele in deze horecagelegenheid
worden gemaakt. De betreffende kamerbeheerder doet soms rechtstreeks zaken met
pooiers die een kamer voor een prostituee willen boeken, en het is in de praktijk dus niet
nodig dat de prostituee zelf haar werkkamer regelt. In deze zaak verklaren verschillende
prostituees dat de loopjongen (op papier de kamerverhuurder) nieuwe vrouwen zou
dwingen seks met hem te hebben, in ruil voor de verhuur van een werkkamer. Het café
en kamerverhuurbedrijf, beide ‘legaal’ opererend dankzij een exploitatievergunning van
de gemeente, zijn dus verweven met de criminele en informele activiteiten van pooiers
en loopjongens uit het prostitutiegebied.
Meer in het algemeen zijn in de helft van de bestudeerde zaken signalen te vinden
van het feit dat vrouwen niet altijd zelf hun kamer regelen, maar dat ook pooiers dat
voor hen doen. De pooiers bellen hiervoor bijvoorbeeld met kamerverhuurders en de
prostituee gaat dan zelf de sleutel ophalen. Er zijn ook voorbeelden te vinden in de
bestudeerde opsporingsonderzoeken van kamerverhuurders die niet rechtstreeks zaken
willen doen met pooiers.
Boekhouders en administratiekantoren
Andere informele diensten die binnen de raamprostitutie plaatsvinden zijn die van
boekhouders en administratie- of advieskantoren. Deze dienstverleners verrichten
reguliere taken, zoals ondersteuning bij het voeren van een boekhouding, maar lijken
daarnaast ook informele diensten te leveren zoals de advisering van klanten over het
omzeilen van regelgeving of het ontwijken van belasting. De boekhouding van het
hiervoor besproken kamerverhuurbedrijf en het café wordt bijvoorbeeld verzorgd door
een administratiekantoor dat gevestigd is op steenworpafstand. Het opsporingsteam is
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 123 29/11/13 13:37
124 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
diverse keren gestuit op de bemiddelende rol van de boekhouder. De boekhouder advi-
seert de kamerverhuurder en de leiding van het café over administratieve constructies
en ondersteunt ze bij het behouden of verkrijgen van vergunningen. Ook bestaat het
vermoeden dat hij meewerkt aan de ‘schaduwboekhouding’ van de kamerverhuurder.
Het kamerverhuurbedrijf betaalt bijvoorbeeld wel belasting, maar geeft een bezet-
tingsgraad van 50% op, terwijl een aangetroffen schaduwboekhouding laat zien dat de
bezetting 100% is. Het is de vraag of de betreffende boekhouder zich bewust is van zijn
faciliterende rol bij de criminele praktijken van de verdachten.
Andere diensten die geleverd worden door advieskantoren voor het omzeilen van
wetgeving of het faciliteren van fraude, zijn het regelen van een aantal administratieve
zaken voor prostituees die nodig zijn om in de vergunde sector aan het werk te kunnen
gaan, onder meer het aanvragen van een Burgerservicenummer (BSN) en inschrijving bij
de Kamer van Koophandel en in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Opvallend
was dat in een opsporingsonderzoek zowel het kantoor als de prostituees in de GBA
stonden ingeschreven op hetzelfde adres. Verder komen administratiekantoren soms
naar voren bij het fingeren van dienstverbanden: er worden gefingeerde loonbewijzen
en werkgeversverklaringen verstrekt aan pooiers. Uit de opsporingsonderzoeken wordt
de precieze reden hiervan niet duidelijk.
Beveiliging
Een andere informele dienst die wordt geleverd in de raamprostitutiesector, is die van
beveiliging. Pooiers en bodyguards dienen zich aan om prostituees te beschermen. Voor
deze bescherming betalen de prostituees een vergoeding. De reden voor het aanbieden
van beveiliging lijkt tweeledig. Enerzijds is een prostituee kwetsbaar: ze staat alleen achter
het raam; is alleen met een klant in een kamer, er bevindt zich contant geld in de werk-
kamer; klanten zijn mogelijk onder invloed van drank of drugs; en werktijden beginnen of
eindigen geregeld in de nachtelijke uren. Anderzijds is het aanbieden van beveiliging een
middel om te kunnen profiteren van de verdiensten van de vrouwen en wordt het inhuren
van bescherming afgedwongen. Deze beveiligers houden bijvoorbeeld ook in de gaten of
er geen andere pooiers in de buurt komen die willen profiteren van de verdiensten van
de prostituees. Daarnaast kan deze bescherming een rol spelen bij het controleren, het
uitbuiten of afpersen van de vrouwen zelf (verg. Kleemans, 2009, 418). De scheidslijn tussen
‘beschermen’, ‘controleren’ en ‘uitbuiten’ is immers dun. In die zin is de prostitutie kwetsbaar
voor afpersing en gedwongen bescherming, ook als de betrokken vrouwen in strikte zin
geen enkele bescherming nodig hebben in een gelegaliseerde sector. Het Wallengebied is
immers een druk gebied, met ramen naast en tegenover elkaar en de meeste ramen hebben
een alarmknop, waarmee vrouwen hulp kunnen inroepen.
Het beveiligen houdt in dat de omgeving en de gang van zaken rondom de werkkamer
continu in de gaten wordt gehouden. Soms wordt zelfs bijgehouden hoe lang het gordijn
dicht is, c.q. een klant binnen is. De jongens die dit voor hun rekening nemen, hangen
rond in het gebied, lopen rond, of rijden rond in auto’s en hebben regelmatig telefonisch
contact met de te beschermen vrouwen. Het komt ook voor dat een bodyguard met een
vrouw meeloopt als ze haar kamer verlaat. Het beveiligingswerk kan worden gedaan
door pooiers zelf, maar er zijn ook voorbeelden in de dossiers dat dit wordt uitbesteed
aan bodyguards of ‘oppassertjes’, zoals een prostituee ze noemt. In dat geval worden
de pooiers door de bodyguards op de hoogte gehouden.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 124 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 125
De bedragen die met het beveiligen worden verdiend variëren. In de dossiers komen
bedragen voor van 50,- euro beschermingsgeld per dag of 100,- tot 150,- euro per
week. Een voorbeeld uit één van de zaken illustreert de hiërarchie tussen pooiers en
bodyguards. In deze zaak wordt elke vrijdagnacht bij verschillende prostituees het
protectiegeld (100,- tot 150,- euro) opgehaald door bodyguards. De bodyguards leveren
het opgehaalde geld in bij de vriendin van de pooier. Op aanwijzing van die pooier, betaalt
zijn vriendin vervolgens het loon van de bodyguards uit. In feite betalen de vrouwen
dus aan de pooier en de pooier aan de bodyguards. In andere zaken wordt gewerkt
aan de hand van een soort package deal, daar wordt het door de prostituees verdiende
geld fifty-fifty gedeeld met een pooier, in ruil voor het wegwijs maken in de prostitutie,
huisvesting en bescherming.
Vervoer
Verbonden aan het beveiligen van de vrouwen die werkzaam zijn in het gebied is
het verzorgen van het vervoer van de vrouwen. Hoewel sommigen met het openbaar
vervoer naar hun werk gaan, worden veel vrouwen opgehaald, naar hun werk gebracht
en weer thuisgebracht. Naast pooiers of bodyguards die vrouwen wel eens wegbrengen,
spelen zogenaamde snorders een rol bij het vervoer van de vrouwen. Snorders zijn
taxichauffeurs die betalende passagiers vervoeren zonder taxivergunning. De jongens
die de vrouwen vervoeren doen dit soms in opdracht van pooiers, of in opdracht van
bodyguards. Soms bellen de vrouwen zelf met een chauffeur. De strafdossiers bevatten
aanwijzingen dat sommige vrouwen een vaste snorder hebben die ze naar huis brengt.
Ook Sanders (2008) geeft aan dat taxichauffeurs vaak zijn verbonden aan prostituees
en dat vertrouwensrelaties zijn opgebouwd zodat discretie gegarandeerd is. Zij stelt dat
deze relaties in de loop van de tijd zijn opgebouwd in lokale stedelijke netwerken van
informele schaduweconomieën (2008, 711).
Boodschappen, klusjes en loopjongens
Verschillende informele klusjes van velerlei aard worden uitgevoerd door personen die
als zogenaamde ‘loopjongens’ kunnen worden aangeduid. Dit zijn jongens die hand- en
spandiensten verrichten ter ondersteuning van prostituees, pooiers of kamerverhuur-
ders. Het gaat bijvoorbeeld om het regelen of reserveren van een werkkamer voor een
prostituee, vaak in opdracht van een pooier; het ophalen van het geldbedrag voor de
kamerhuur bij de vrouwen die aan het werk zijn, in opdracht van de kamerverhuurder;
of het ophalen van het geldbedrag voor bijvoorbeeld protectie, in opdracht van pooiers.
Andere klusjes zijn het brengen van boodschappen naar prostituees, zodat zij hun
werkkamer niet hoeven te verlaten. Het gaat dan bijvoorbeeld om eten, drinken, sigaret-
ten, condooms, beltegoed of kleding. De opsporingsonderzoeken laten zien hoe dat
in de praktijk gaat. Zo ontvangt een loopjongen sms’jes van verschillende pooiers en
bodyguards met opdrachten als: ‘blondje jus d’orange brengen’. Ook wordt hij gebeld
met de vraag of hij even een snorder kan betalen, of hij geld wil gaan halen bij de
vrouwen en of hij wil controleren of ze nog beltegoed hebben. Een andere loopjongen
die in een opsporingsonderzoek naar voren komt, zegt dat hij geen contact heeft met
pooiers, maar alles op verzoek doet van de meisjes. Hij vertelt tijdens een verhoor tegen
de politie dat hij klusjes doet voor zo’n twintig tot vijfentwintig Hongaarse prostituees.
Daarmee verdient hij naar eigen zeggen tussen de 1500,- en 2000,- euro per maand.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 125 29/11/13 13:37
126 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
Andere klusjes die we tegenkomen in de dossiers zijn het wegbrengen of overmaken
van contant geld, meestal naar het buitenland. Dit gebeurt bijvoorbeeld door contant
geld via een money transferkantoor te laten overmaken naar de rekening van een pooier
of naar een familielid van een pooier. Op deze manier komt degene van wie het geld
afkomstig is niet in beeld als verzender van het geld. Een loopjongen uit één van de
onderzoeken krijgt een vergoeding van 10% van het verzonden bedrag voor het op deze
manier versturen van contante bedragen. In een andere zaak komt naar voren dat een
loopjongen – naast het vervoer van de vrouwen – tevens hand- en spandiensten verricht,
zoals het wegbrengen van geld naar Turkije. Hij wordt op Schiphol aangetroffen met
7000,- euro in zijn onderbroek.
Uit de verschillende dossiers komt naar voren dat een verscheidenheid aan werk-
zaamheden wordt verricht door loopjongens. Deze loopjongens zitten soms dicht
tegen de pooiers aan, maken onderdeel uit van hun netwerk, zijn vrienden of familie.
Soms lijken de loopjongens wat verder van de pooiers af te staan, en is te zien dat
ze werkzaam zijn voor pooiers en prostituees uit andere prostitutienetwerken. Het
komt ook voor dat ‘loopjongens’ vrouwen zijn. In de meeste gevallen gaat het dan
om het ophalen van bedragen bij andere prostituees. Maar er is ook wel eens sprake
van het regelen van werkkamers of het wegbrengen van geld (naar het buitenland)
door vrouwen.
Subcultuur dienstverleners
De vraag is waarom degenen die zich met deze informele activiteiten of werkzaamheden
bezighouden dit doen, en bijvoorbeeld niet kiezen voor regulier werk of juist voor
illegale activiteiten. Als het gaat om de kenmerken die bekend zijn over deze informele
dienstverleners, valt op dat een aantal personen verschillende criminele antecedenten
hebben, niet altijd ingeschreven staan in de GBA en geen legale inkomsten hebben.
Sanders (2008) stelt hierover dat het kenmerk van prostitutiewerk – het is verborgen of
anoniem – zorgt voor een bepaald ondernemerschap voortkomend uit opportunisme
of noodzaak. Vanwege het verborgen of anonieme karakter zijn vrouwen afhankelijk
van andere niet-wettelijke faciliteerders. Dit ondernemerschap biedt mogelijkheden om
geld te verdienen voor degenen voor wie de ‘normale’ reguliere economie geen optie is
(verg. Sanders, 2008, 712, zie ook Bovenkerk, Van San, Boone, Boekhout van Solinge &
Korf, 2006). Voor de beweegredenen van informele dienstverleners om in deze sector te
werken, kan ook aansluiting worden gezocht bij het begrip ‘hosselen’ zoals dat door de
antropoloog Sansone wordt beschreven. Met ‘hosselen’ doelt hij op het ontplooien van
informele, economische activiteiten. Het gaat dan om een breed scala aan activiteiten,
legaal of niet, die een extra inkomen opleveren (Sansone, 1992, 73). Sansone (1992)
beschrijft hoe binnen de subcultuur van Creoolse jongeren het hosselen (met vrouwen)
kan fungeren als alternatief voor regulier werk. Voor veel van de door hem onderzochte
jongens zijn vrouwen een potentiële inkomstenbron (Sansone, 1992, 107). De jongens
proberen om zich door een vriendin (of meerdere) te laten ‘sponseren’(onderhouden)
of hanteren een hardere manier, het ‘pooieren’, soms naast andere activiteiten om ‘geld
te maken’, zoals helen of dealen. De strafdossiers bevatten nagenoeg geen informatie
over het perspectief van de informele dienstverleners, maar aannemelijk is dat de
bevindingen van Sanders en Sansone ook van toepassing zijn op de ‘jongens’ die actief
zijn in de informele economie van de legale raamprostitutie.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 126 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 127
6. Conclusie
Dit artikel richt zich op het bestaan van een informele economie binnen de gelegali-
seerde en gereguleerde raamprostitutie in Nederland. Hiervoor is gebruik gemaakt van
data afkomstig uit opsporingsonderzoeken van de politie. Hoewel politie-informatie is
verzameld met een ander doel, namelijk de opsporing en vervolging van criminaliteit
en alleen in beeld brengt wat door de politie is onderzocht, geeft het (mede door versla-
gen van afgeluisterde telefoons, observaties en verhoren) een inkijk in de (verborgen)
wereld van de prostitutie. Aan de hand van deze data komt een verscheidenheid aan
economische activiteiten naar voren waarbij het niet opvallen, en het buiten beeld van
de overheid blijven, een belangrijke rol spelen. De activiteiten zijn niet geregistreerd
of vinden zonder (de benodigde) vergunningen plaats. Daarnaast laten de resultaten
zien dat bij deze economische activiteiten niet (of niet geheel) wordt voldaan aan fiscale
verplichtingen. Het gaat bij deze activiteiten om zowel de prostitutie zelf als om neven-
bedrijvigheid ter ondersteuning van de prostitutie. Voorbeelden zijn het niet betalen
van belasting door prostituees, de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf waarbij de
vergunning op naam van een katvanger staat, boekhouders die advies geven over het
omzeilen van regelgeving en belasting, pooiers en bodyguards die informele beveiliging
verzorgen, snorders die zonder vergunning vervoer verzorgen, en loopjongens die
informele hand- en spandiensten verrichten. Alles bij elkaar vormen deze economische
activiteiten een levendige informele bedrijvigheid in een legale sector. De informele
activiteiten zijn verbonden met zowel legale als illegale activiteiten. In die zin komt dit
overeen met de theorie van Sanders (2008), waarin zij stelt dat ook in systemen waarin
prostitutie legaal is, informele economieën bestaan buiten de legitieme kaders. Redenen
hiervoor kunnen gezocht worden in het gebrek aan maatschappelijke acceptatie van
prostitutie zoals Felson stelt, waardoor grote waarde wordt gehecht aan anonimiteit
door prostituees en klanten. Het gebruik van cash geld hangt hiermee samen, en is
tegelijkertijd ook de enige manier om te betalen in deze branche. In deze cash economie
zijn anonimiteit en dus het buiten beeld van de overheid blijven belangrijke kenmerken
en blijven financiële geldstromen voor de overheid verborgen. Dit maakt dat het niet
betalen van belasting eenvoudig of zelfs voor de hand liggend is (vanuit het oogpunt
van anonimiteit, of wanneer pooiers er belang bij hebben dat hun vrouwen niet in beeld
van de overheid komen), waardoor een informele economie ontstaat.
Daar komt bij dat eisen die gesteld zijn binnen de regulering van de branche alleen
betrekking hebben op kamerverhuurders (de vergunning) en prostituees (belasting
betalen). Bij de regulering van de prostitutiebranche lijkt geen rekening te zijn gehouden
met andere rollen dan die van kamerverhuurder en prostituee. In de praktijk blijken
echter nog vele anderen een rol te spelen. Dit zou voor een deel te maken kunnen hebben
met de omstandigheid dat er doorgaans weinig belasting wordt betaald door prostituees.
Hierdoor is de prostitutie een lucratieve business, en proberen uiteenlopende mensen
een graantje mee te pikken van de hoge verdiensten. De rol van pooiers wordt veelal
vergeten in het ideaalplaatje van de legalisering. Dit artikel laat echter zien dat juist
pooiers een spil zijn binnen verschillende prostitutie ondersteunende activiteiten in
de raamprostitutie. Zij hebben nu ongestoord de gelegenheid om te zorgen voor de
ondersteuning van prostituees en vormen een schakel tussen verschillende andere
ondersteunende activiteiten (zoals administratie, beveiliging en vervoer). Toekomstig
onderzoek zou zich kunnen richten op de vraag hoe de rol van pooiers, die verant-
woordelijk zijn voor de uitbuiting van prostituees, zich verhoudt tot de behoeften van
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 127 29/11/13 13:37
128 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
prostituees aan bescherming; en op de vraag welke rol de overheid zou kunnen of
moeten spelen bij de bestrijding van het pooierschap. Ook de wisselwerking tussen het
niet betalen van belasting door prostituees en de aanzuigende werking op verschillende
‘dienstverleners’ in de sector verdient verdere bestudering.
Als we de mate van informaliteit binnen de Amsterdamse raamprostitutie vergelijken
met het continuüm van Sanders (2008) betekent dit dat de Nederlandse geformaliseerde
prostitutiebranche in de praktijk niet zo formeel is als wel wordt verondersteld. Hierdoor
schuift het Nederlandse systeem op Sanders’ continuüm wat meer op in de richting van
informaliteit. Prostituees hebben belang bij een bepaalde mate van informaliteit (geen
belasting betalen en anonimiteit) en ook de ondersteunende dienstverleners profiteren
hiervan. Tegelijkertijd laat de overheid de sector grotendeels ongemoeid. Deze zaken
versterken elkaar waardoor de informele economie binnen de Nederlandse raampros-
titutie kan floreren. Het is goed voorstelbaar dat, zolang de raamprostitutiesector in de
praktijk vooral een cash economie is waar niet of nauwelijks belasting wordt betaald,
de sector een sterke aantrekkingskracht blijft uitoefenen op informele economische
bedrijvigheid. Het gaat in deze context om vraag en aanbod van informele diensten
en om uiteenlopende personen die deze bedrijvigheid mogelijk maken: vrouwen in
een financieel nijpende positie die graag geld willen verdienen, illegalen, mensen met
weinig kansen op de reguliere arbeidsmarkt, mensen met criminele antecedenten,
verslaafden, et cetera. En het gaat om mensen die worden aangetrokken door de sub-
cultuur van de raamprostitutiewereld, die gelegen is binnen andere subculturen van
uitgaan, drugshandel, toerisme, coffeeshops, seksindustrie, et cetera. Dit alles maakt dat
de Nederlandse prostitutiewereld in de praktijk kan afwijken van het ideaalplaatje van
de gelegaliseerde prostitutie, waarin vrouwen seksuele diensten aanbieden, belasting
betalen en zo hun brood verdienen, zonder inmenging van anderen. In de praktijk blijkt
het lastig voor prostituees om onafhankelijk van anderen werkzaam te zijn. Dit betekent
dat prostituees in een gelegaliseerde prostitutiesector nog steeds op zoek moeten naar
een leefbaar compromis, ergens tussen werk en uitbuiting in.
Bibliografie
Biesma, S., Nijkamp, R., Tromp, N. & Bieleman, B. (2010). Evaluatie opheffing bordeel-
verbod Nijmegen. Groningen/Rotterdam: Intraval.
Biesma, S., Van der Stoep, R., Naayer, H. & Bieleman, B. (2006). Verboden bordelen.
Evaluatie opheffing bordeelverbod: Niet-legale prostitutie. Groningen: Intraval.
Bovenkerk, F., San, M. van, Boone, M., Boekhout van Solinge, T. & Korf, D. (2006).
Loverboys of modern pooierschap. Amsterdam: Augustus.
Bunt, H. van de (2011). In het hart van de vergunde sector. Justitiële Verkenningen,
33(7), 78-81.
Bunt, H. van de, & Kleemans, E.R. (2007). Georganiseerde criminaliteit in Nederland.
Derde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Reeks Onderzoek
en beleid 252. Den Haag: WODC/Boom Juridische Uitgevers.
Brants, C. (1998). The Fine Art of Regulated Tolerance: Prostitution in Amsterdam.
Journal of Law and Society, 25(4), 621-635.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 128 29/11/13 13:37
Legale sector, informele praktijken
CPS 2013-4, nr. 29 129
Brents, B. & Hausbeck, K. (2005). Violence and Legalized Brothel Prostitution in
Nevada: Examining Safety, Risk, and Prostitution Policy. Journal of Interpersonal Violence,
20(3), 270-295.
Centeno, M. & Portes, A. (2006). The informal economy in the shadow of the state.
In O. Fernandéz-Kelly & J. Shefner (Eds.), Out of the shadows: The informal economy
and political movements in Latin America. Pennsylvania: Penn State University Press.
Daalder, A.L. (2002). Het bordeelverbod opgeheven, Prostitutie in 2000-2001. Reeks
Onderzoek en beleid 200. Den Haag: WODC/Boom Juridische Uitgevers.
Daalder, A.L. (2007). Prostitutie in Nederland na opheffing van het bordeelverbod.
Reeks Onderzoek en beleid 249. Den Haag: WODC/Boom Juridische Uitgevers.
Day, S. (2007). On the Game. Women and Sex Work. Londen: Pluto Press.
Dekker, H., Tap, R. & Homburg, G. (2006). Evaluatie opheffing bordeelverbod: de sociale
positie van prostituees. Regioplan Beleidsonderzoek.
Emergo (2011). De gezamenlijke aanpak van de zware (georganiseerde) misdaad in het
hart van Amsterdam. Amsterdam: Boom.
Felson, M. (2006). Crime and Nature. Thousand Oaks, CA: Sage.
Flight, S., Hulshof, P., Someren, P. van & Soorsma, P. (2006). Evaluatie opheffing
bordeelverbod, gemeentelijk beleid. Amsterdam: DSP-groep BV.
Gemeente Amsterdam, Bestuursdienst (2007). Oud beroep, nieuw beleid. Nota prosti-
tutie 2007 – 2010. Amsterdam: Bestuursdienst Gemeente Amsterdam.
Goderie, M., Spierings, F. & Woerds, S. ter (2002). Illegaliteit, onvrijwilligheid en min-
derjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod. Utrecht/Den
Haag: Verwey-Jonker Instituut/WODC.
Kleemans, E. (2009). Human Smuggling and Human Trafficking. In M. Tonry (Ed.),
Oxford Handbook on Crime and Public Policy. Oxford: Oxford University Press.
Knight, R. (2011). Onderzoek openen bankrekening door prostituees. Proeftuin Mensen-
handel Alkmaar: Facilitators van de schone schijn. Geconsulteerd op 26 april 2013, from
http://www.veiligheidshuisalkmaar.nl/uploaded/downloads/1329497698-Onderzoek_
openen_bankrekening_prostituees.pdf
Lier, L. van, Naber, P., Verheij, M., Zandhuis, E., Daniëls, M. & Haverkamp, A.
(2002). Handhaving prostitutiebranche door gemeentelijke diensten, evaluatie van de pre-
ventie, controle en handhavingsactiviteiten van gemeentelijke diensten. Den Haag: ES&E/
NIPO Consult.
Naber, P. & Lier, L. van (2002). Handhaving prostitutiebranche door Politiekorpsen, Be-
lastingdienst, Arbeidsinspectie en UWV/GAK. Den Haag: ES&E.
Outshoorn, J. (2012). Policy Change in Prostitution in the Netherlands: from Legali-
zation to strict control. Sexuality Research and Social Policy, 9(3), 233-243.
Pels, D. & Lacroix, M. (2011). Preutsheid en prostitutie. Vrijzinnig paternalisme in
het seksdebat. In D. Pels & A. van Dijk (Eds.), Vrijzinnig paternalisme. Naar een groen
en links beschavingsproject. Amsterdam: Bert Bakker, 70-93.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 129 29/11/13 13:37
130 CPS 2013-4, nr. 29
Maite Verhoeven, Barbra van Gestel & Edward Kleemans
Sanders, T. (2008). Selling sex in the shadow economy. International Journal of Social
Economics, 35(10), 704-716.
Sansone, L. (1992). Schitteren in de schaduw: overlevingsstrategieën, subcultuur en etnici-
teit van Creoolse jongeren uit de lagere klasse in Amsterdam 1981-1990. Amsterdam: Het
Spinhuis.
Shapland, J. & Ponsaers, P. (2009). Introduction. In J. Shapland & P. Ponsaers (Eds.),
The informal economy and connections with organised crime: The impact of national social
and economic policies. Den Haag: Boom Legal Publishers.
Spapens, T. (2013). XTC Production and Trafficking in Women for the Purpose of Sexual
Exploitation: Crime Problems and Multi-Agency Approaches in the Netherlands. In U.
Töttel, G. Bulanova-Hristova & H. Büchler (Eds.), Research conferences on organised
crime at the Bundeskriminalamt in Germany (vol. II). Organised Crime, research and
practice in Western and Northern Europe 2011-2012. Keulen: BKA/Wolters Kluwer, 67-80.
Slot, B.M.J. (2010). Informele economie: oorsprong, oorzaak en ontwikkeling. Justitiële
Verkenningen 36(7), 9-24.
Smallenbroek, A.J.H. & Smits E.C.M. (2001). Gemeentelijk prostitutiebeleid na opheffing
van het algemeen bordeelverbod. Inventarisatie van de stand van zaken. Den Haag: SGBO.
Spapens, T. (2013). XTC production and trafficking in women for the purpose of sexual
exploitation: crime problems and multi-agency approaches in the Netherlands. BKA. (Nog
te verschijnen).
Vanwesenbeeck, I., Höing, M. & Vennix, P. (2002). De sociale positie van prostituees
in de gereguleerde bedrijven, een jaar na wetswijziging. Utrecht/Den Haag: Rutgers Nisso
Groep/ WODC.
Veldkamp Marktonderzoek bv (2002a). De prostitutiebranche, acceptatie door dienstver-
lenende instellingen. Amsterdam.
Veldkamp Marktonderzoek bv (2002b). Het imago van de prostitutie. Amsterdam.
Verhoeven, M.A., Gestel, B. van & Jong, D. de (2011). Mensenhandel in de Amsterdamse
raamprostitutie. Een onderzoek naar de aard en opsporing van mensenhandel. Den Haag:
Boom Juridische Uitgevers. Onderzoek en Beleid 295.
Wijk, A. van, Nieuwenhuis, A., Tuyn, D. van, Ham, T. van, Kuppens, J. & Ferwerda,
H. (2010). Kwetsbaar beroep. Een onderzoek naar de prostitutiebranche in Amsterdam.
Bureau Beke.
CPS 29 Illiegale en informele economie.indd 130 29/11/13 13:37
... In contradiction to the findings of Verhoeven et al. (2013), the window prostitutes interviewed claimed pimps do not sabotage their own work directly (e.g., by demanding protection money or by barring clients from entering). Apart from taking money from them, some respondents attribute a protective role to pimps. ...
... In line with previous research on prostitution and informality (Sanders 2008; Verhoeven et al. 2013), several ancillary activities regarding prostitution exist in Ghent: real estate and horeca; shopping services; accounting and advertising. Unfortunately, as a number of investigations were running during the empirical phase of our study, little information on this topic was shared by enforcers for fear of undermining the investigations. ...
... Near the RLD, some regular cafés are renowned for the presence of pimps. In line with the findings of Verhoeven et al. (2013), these cafés offer the perfect opportunity for pimps to stay close to 'their' prostitutes while they are working. As also found by Verhoeven et al. (2013), shopping boys offer their services to prostitutes in the RLD in exchange for a (small) remuneration. ...
Article
Full-text available
An extensive body of literature exists on sex work and prostitution, covering a variety of topics. The relation between prostitution and the informal economy, however, has not been widely studied. This article aims to contribute to this under-researched domain. Furthermore, it empirically contributes to the current topical policy debate on prostitution by offering insights into the perceptions of prostitutes and other stakeholders in the prostitution business and policy towards it in Ghent, Belgium. The empirical results draw on a qualitative research design, using a combination of semi-structured interviews with prostitutes, policymakers and social workers, document analyses and dossier analyses. These methods indicate that although sexual exploitation exists, prostitution can certainly not, by definition, be equated with exploitation, coercion or male domination. Furthermore, in contradiction to the current mainstream European point of view, no support was offered by the respondents for the criminalisation of clients. However, no full consensus was found regarding legalization and regularization of prostitution and its related activities. As different stakeholders have varying interests and preferences, more broad empirical research is needed to identify all their needs.
... Finally, Dekker et al. [12] reported that 70 % of the interviewed prostitutes claimed not to pay taxes. In fact, Verhoeven et al. reviewed the available evidence and concluded that the legalized Dutch window prostitution sector retains many characteristics of an illegitimate market [13]. ...
... As Felson [29: 166] put it, a society may legalize prostitution, "but often continues to hold it in some disdain". Many clients and prostitutes still rely on anonymity, secrecy, and cash transfers, whether prostitution is legalized or not, as is concluded in a review of the available evidence on the Dutch legalized prostitution market [13]. As a consequence, the prostitution business retains many characteristics of an illegitimate market (see also [30]), although the local government and the tax authority try to deal with brothel owners and prostitutes as 'legitimate entrepreneurs'. ...
... Legalizing prostitution means that the offence of human trafficking remains the only criminal act for which people can be prosecuted, while much police capacity has to be used for 'monitoring' activities (see above). On the other hand, the tax authority is obliged to raise taxes for activities which-by their very nature-are extremely difficult to check, as long as anonymity, secrecy and cash transfers are so dominant in the prostitution sector [13]. ...
Article
Full-text available
In 2000, the Dutch authorities lifted the ban on brothels in the Netherlands. The essence of their approach was to regulate prostitution. People of legal age could now voluntarily sell and purchase sexual services. Brothels which complied with certain licensing conditions were legalized. This paper critically assesses the logic of a position that argues that human trafficking is reduced when actors in the legalized prostitution sector are made responsible for what happens on their premises (using licensing conditions). This idea is confronted with empirical evidence about the Netherlands in general and the city of Amsterdam in particular. Furthermore, the paper addresses two questions. What are consequences of the regularization of prostitution for the criminal investigation and prosecution of sex trafficking? How do criminal justice agencies collaborate with regulatory authorities in the regulated and non-regulated sectors of the prostitution market? The main conclusion is that the screening of brothel owners and the monitoring of the compliance of licensing conditions do not create levels of transparency that enable sex trafficking to be exposed. The prostitution business retains many characteristics of an illegitimate market and the legalization and regulation of the prostitution sector has not driven out organized crime. On the contrary, fighting sex trafficking using the criminal justice system may even be harder in the legalized prostitution sector.
... Nevertheless, in practice, trafficking still occurs in the Dutch sex industry. Since 2000, several criminal cases have been conducted in the Netherlands in which trafficking suspects have been prosecuted and sentenced for the exploitation of sex workers (Maite Verhoeven, Barbra van Gestel, and Deborah de Jong 2011;Maite Verhoeven, Barbra van Gestel, and Edward Kleemans 2013). ...
... We chose to study police files because our research question was focused primarily on the nature of human trafficking and on police investigation strategies. Insight into the gathered empirical data, however, gradually led to other interesting research topics and questions; for example, findings about the intimate relationships between sex workers and pimps and questions about the role of the informal economy for sex workers (Verhoeven, van Gestel, and Kleemans 2013;Maite Verhoeven, Barbra van Gestel, Deborah de Jong, and Edward Kleemans 2015). This contribution addresses the last question. ...
Article
Full-text available
This study examines informal services within the sex industry in the Red Light District of Amsterdam, the Netherlands and how these affect the autonomy of sex workers. Data were obtained from the police files of twelve criminal investigations into human trafficking in Amsterdam between 2006 and 2010. The empirical data show that sex workers are intermeshed in a network of people who intercede with them and their work: pimps, bodyguards, errand boys, drivers, brothel owners, and accountants. While these informal players offer services to facilitate sex work, they simultaneously create a network of control around the sex workers and profit from the latters’ earnings. The existence of this informal network and its activities both supports sex workers, but also undermines the autonomy of self-employed sex workers in the studied cases.
Chapter
This last empirical chapter reports on the case of prostitution in Ghent. The results of this case are based on 38 semi-structured interviews conducted between the summer of 2013 and the winter of 2013–2014, document analyses and case file analyses. In line with previous research (see Chap. 2), interviews were conducted with both prostitutes (22 interviews) and experts/key informants (i.e., regulators, enforcers and social workers; 16 interviews) active in Ghent. Given the hard-to-reach character of prostitutes, a gatekeeper willing to facilitate access was found. As this sampling strategy entails a selection bias, I additionally searched for respondents on my own account and through snowball sampling (see Chap. 2). The sampled prostitutes were of various nationalities and between them represented all the different prostitution sectors found in Ghent. Four settled case files at the level of the Office of the Public Prosecutor were analysed. The chapter begins with a brief description of the case, after which the regulatory stipulations concerning prostitution are exposed. Subsequently, it moves to a discussion of the informal activities and the enforcement of the regulation. Before explaining the influence of the policy on informality, the chapter offers more insights into the perceptions of prostitutes regarding their work. The chapter ends with a conclusion, in which further support for the book’s main arguments are summarised.
Chapter
The aim of this chapter is to introduce the concept of the informal economy, and its manifestation in Western Europe. Therefore, I start by discussing the most influential definitions and taxonomies of the informal economy. This overview is far from exhaustive and does not cover definitions of related terms such as informal employment, informal work and so on. It is aimed more at illustrating the problematic nature of the conceptualisation and at stimulating the use of broad working definitions for empirical purposes than at offering an exhaustive overview. After clarifying the working definition, I problematise the measurement of the informal economy and offer some recent findings regarding its size and prevalence in Western Europe. Subsequently, I explore the underlying causes and determinants of the informal economy. Having done this, I proceed with a European literature review of the informal economy and seasonal work, street selling and prostitution (i.e., the three cases covered in the remainder of the book). The chapter ends with an overview of the methodology used in this book.
Book
Full-text available
Sinds 2000 kunnen gemeenten zelf hun prostitutiebeleid inrichten. Een aantal grote gemeenten met een aanzienlijke prostitutiebranche heeft de afgelopen jaren op lokaal niveau een contactmoment voor prostituees ingevoerd. Personen die in deze gemeenten in de prostitutie willen werken, dienen met de gemeente, de politie, of de exploitant in contact te treden alvorens ze aan het werk mogen. Op deze manier zouden misstanden in de prostitutiebranche kunnen worden gesignaleerd en voorkomen. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van manieren waarop contactmomenten met prostituees in Utrecht, Den Haag en Amsterdam zijn ingericht, het in beeld brengen van de praktijkervaringen van betrokkenen met deze contactmomenten en het verschaffen van inzicht in manieren waarop contactmomenten kunnen bijdragen aan het voorkomen van misstanden in de prostitutiesector.
Article
Full-text available
The Netherlands legalized prostitution in 1999 and is currently debating a new bill, the ‘Law regulating prostitution and suppressing abuse in the sex industry’. The legalization made a distinction between voluntary sex work, which is legal, and forced prostitution, which remains a criminal offence. In the 2000s, evaluations showed that, while there is a reasonably working legal prostitution sector, abuse, bad working conditions and trafficking still occur. The media have played an important role in reframing the issue, and politicians have successfully set the revision of the legalization on the agenda, resulting in a new bill at the end of the decade. With this proposal and its framing of fighting human trafficking and organized crime, the Netherlands is reneging on its original progressive legalization by adopting a strict regulation of all prostitution. Sex workers will have to register with the authorities; the age to work in the sex industry will be raised to 21 years and clients have to check whether the sex worker is registered and not an undocumented worker. This article accounts for these two major shifts in prostitution policy in the Netherlands and discusses the consequences for sex workers.
Article
Full-text available
This article examines violence in legalized brothels in Nevada. Debates over prostitution policies in the United States have long focused on questions of safety and risk. These discourses inevitably invoke the coupling of violence and prostitution, though systematic examinations of the relationship between the two are sparse. This article explores the issue of violence in the Nevada brothel industry. By drawing on interviews with prostitutes, managers, and policy makers, this article examines both prostitutes' perceptions of safety and risk and brothel managers' practices designed to mitigate violence. Discourses relate to three types of violence: interpersonal violence against prostitutes, violence against community order, and sexually transmitted diseases as violence. The authors conclude by arguing that the legalization of prostitution brings a level of public scrutiny, official regulation, and bureaucratization to brothels that decreases the risk of these 3 types of systematic violence.
Article
This paper addresses two types of organized crime in the Netherlands: ecstasy production and trafficking, and the trafficking of women for sexual exploitation in the Amsterdam Red Light District. These illegal activities are particularly interesting because the police, the public prosecution service, the Tax and Customs Administration and the administrative authorities have developed multi-agency approaches in response. The different agencies exchange information and intelligence including personal data based on a framework agreement. They discuss and execute coordinated responses by applying criminal law, fiscal law and administrative law to tackle both the perpetrators and the legitimate infrastructure they use to commit crimes.
Chapter
Human smuggling and human trafficking are phenomena that require different policy responses. This article summarizes data, figures, and patterns concerning human smuggling and human trafficking. In practice, the two different phenomena may be intertwined. Human smuggling basically involves mutual consent between illegal immigrants, their families, and smugglers. In combating human trafficking, involuntary prostitution, helping victims, and prosecuting offenders are key issues. A much discussed element in forced prostitution is the involvement of criminal groups and organized crime. This article is devoted to policy measures and interventions and highlights research priorities for the coming decade. An important area for research is the method by which different prostitution and enforcement policies affect the opportunities and restrictions of various parties: clients, owners, pimps, and prostitutes.
Article
I explore the idiosyncrasies of Dutch policy with regard to prostitution, placing them in the broader framework of criminal justice and policy debates in general. More especially, I shall be looking at recent developments towards, on the one hand, legalization of prostitution, and on the other a crackdown by the (criminal justice) authorities on the organized criminal networks that would appear to have gained the upper hand in Amsterdam's red-light district.
Article
Purpose – This paper aims to examine, from a global macro perspective, the relationships between commercial sex, regulatory system and shadow economies. Design/methodology/approach – The paper draws on eight years of research in the sex industries and literature from other sources that explore the nuances of the economic and social organisation of the sex markets in different countries. Findings – First, a four point continuum is presented, based on the following types of economies: legal formal; legal informal; illegal informal and illegal criminal. Second, challenging principles that the sex industry is only “demand” driven, this paper looks at the nature of the sex industry, examining the dynamics of supply in the context of a prolific global shadow sex economy. Third, the concept of “supply” is broadened out to refer not only to women involved in selling direct and indirect sexual services but the legitimate and illegitimate service industries that are ancillary to the sex industry: namely: advertising, marketing, leisure industries, security, policing and welfare. Originality/value – Contributing to the cultural analysis of the sex industry and drawing on original ethnographic observations, this paper stresses the relevance of the “supply” side of the sex industry, including ancillary industries that support the sex markets in the shadow economies.
Evaluatie opheffing bordeelverbod Nijmegen
  • S Biesma
  • R Nijkamp
  • N Tromp
  • B Bieleman
Biesma, S., Nijkamp, R., Tromp, N. & Bieleman, B. (2010). Evaluatie opheffing bordeelverbod Nijmegen. Groningen/Rotterdam: Intraval.