ArticlePDF Available

Contrasterende (standaard)taalideologieën bij Vlaamse leerkrachten: een Gentse casestudy

Authors:

Abstract and Figures

Flanders, the northern, Dutch-speaking part of Belgium, is facing a growing intra-and interlingual diversity. On the intralingual level, tussentaal ('in-between-language') emerged as a cluster of intermediate varieties between the Flemish dialects and Standard Dutch, gradually becoming the colloquial language. At the same time, Flemish language-in-education policy strongly propagates Standard Dutch as the only acceptable language (variety) in the classroom, demonstrating the vigour of standard language ideology (SLI) in Flanders. This paper analyses the distinct ways in which teachers try to make sense of the gap between policy and practice, and how they act upon what is expected from them in a classroom context. By analysing interview data of eight teachers from a secondary school in the city of Ghent (East Flanders), I make an attempt at mapping their 'personal ideological frameworks', in order to uncover the ways in which teachers respond to language-in-education policies and strong standard language ideologies.
Content may be subject to copyright.
A preview of the PDF is not available
... They mostly speak tussentaal (literally 'interlanguage' or 'in-betweenlanguage'), an umbrella term for the extensive array of intermediate language varieties in between (Belgian) Standard Dutch and the dialects (Absillis et al. 2012b). Tussentaal is increasingly used: it is not only dominantly present in daily (private) life (see, among others, Vandekerckhove 2004, Plevoets 2008, but also in public domains: Tussentaal features are used by politicians (Van Laere 2003, Auman 2009) and teachers (Delarue 2013(Delarue , 2014, in TV and radio commercials (Van Gijsel et al. 2008) and in TV fiction . Alongside tussentaal, dialects are also spoken. ...
... For the analyses in this paper, interview data from the Corpus of Flemish Teachers' Language (CFTL) are used (see Delarue 2014). The CFTL corpus was compiled between October 2012 and February 2014 by the first author of this paper, and it contains speech data of 82 Flemish teachers, teaching in 21 primary and secondary schools in 10 different cities: the five Flemish province capitals (Bruges, Ghent, Antwerp, Leuven, and Hasselt), as well as five smaller regional cities (Ypres, Eeklo, Turnhout, Vilvoorde, and Beringen), which attract people from the surrounding communities for school, work, shopping, or leisure activities (see figure 1). ...
... 15 Related to this argument of professionalism is the need for teachers to meet linguistic expectations. During the interviews, nearly all teachers talk about how well they are aware that Standard Dutch is expected from them (see Delarue 2014, Delarue & Van Lancker 2016, and these expectations serve as a strong incentive to adhere to the standard norm as closely as possible. In extract 7, Dutch language teacher Nathan feels that pupils expect their teachers to use Standard Dutch, pointing out that teachers serve as an example on different levels: Expertise, behavior, and language use. ...
Article
As a starting point, this paper offers a theoretical discussion of a number of widely used yet diversely conceived concepts: (standard) language ideology, identity, agency, and indexicality. Using these concepts, we analyze a number of illustrative interview extracts from a corpus of sociolinguistic interviews with Flemish primary and secondary school teachers. Our goal is twofold. First, we discuss how Flemish teachers perceive (the importance of) Standard Dutch and other, nonstandard varieties of Dutch. Second, we show how these perceptions discursively shape teacher identities of authenticity, authority, and professionalism.
Thesis
Full-text available
De schrijftaal in Vlaanderen lijkt tegenwoordig in de richting van tussentaal op te schuiven in bepaalde contexten en situaties. In dit onderzoek wordt het taalgebruik van Vlaamse personages in het tweede deel van de roman Het Belgisch huwelijk door Marc Reugebrink (2014) onderzocht. De passages in directe rede werden overgenomen in twee corpora, een tussentalig en een standaardtalig corpus, waarna een kwalitatieve en een kwantitatieve casestudie van deze corpora volgde. Voor de kwalitatieve casestudie werden dertien tussentaalkenmerken geselecteerd en de frequentie ervan in de corpora werd onderzocht. Zowel de gerealiseerde als de potentiële attestaties werden geteld. De passages in directe rede, gesproken door Vlaamse personages in de roman kenden een tussentaalindex van 47,1%. Daarnaast werd ook nog een kwantitatieve casestudie uitgevoerd, waarbij code-switching in de roman onderzocht werd. Meerdere voorbeelden van code-switching werden teruggevonden die elk afzonderlijk werden besproken. De resultaten werden vergeleken met eerder onderzoek naar geschreven tussentaal door De Cock (2013) en ze bleken voor het merendeel in dezelfde lijn te liggen.
Article
For a couple of decades now, in Flanders, the functional elaboration of what is generally called tussentaal, i.e. mesolectal language use situated in between (‘tussen’) acrolectal Standard Dutch and basilectal Flemish dialects, has caused increasing concern about the position of Standard Dutch relative to other recognized ways of speaking. This has provoked intense debate about the proper characterization of this evolution. This paper focuses on the daily language practices and overt attitudes of six girls at a Flemish secondary school to illustrate that it is relatively easy to find evidence that suggests this evolution is properly characterized as a type of destandardization. Yet by zooming in on the covert SLI-influenced language attitudes of the girls, I will argue that a close ethnographic study of daily language use is able to go beyond the surface appearances of larger-scale ideologies and can demonstrate the continuing influence of standardization. Sociolinguistic ethnography may therefore have a vital role to play in the ongoing debate about language variation in Flanders.
Thesis
De schrijftaal in Vlaanderen lijkt tegenwoordig in de richting van tussentaal op te schuiven in bepaalde contexten en situaties. In dit onderzoek wordt het taalgebruik van Vlaamse personages in het tweede deel van de roman Het Belgisch huwelijk door Marc Reugebrink (2014) onderzocht. De passages in directe rede werden overgenomen in twee corpora, een tussentalig en een standaardtalig corpus, waarna een kwalitatieve en een kwantitatieve casestudie van deze corpora volgde. Voor de kwalitatieve casestudie werden dertien tussentaalkenmerken geselecteerd en de frequentie ervan in de corpora werd onderzocht. Zowel de gerealiseerde als de potentiële attestaties werden geteld. De passages in directe rede, gesproken door Vlaamse personages in de roman kenden een tussentaalindex van 47,1%. Daarnaast werd ook nog een kwantitatieve casestudie uitgevoerd, waarbij code-switching in de roman onderzocht werd. Meerdere voorbeelden van code-switching werden teruggevonden die elk afzonderlijk werden besproken. De resultaten werden vergeleken met eerder onderzoek naar geschreven tussentaal door De Cock (2013) en ze bleken voor het merendeel in dezelfde lijn te liggen.
Article
Full-text available
The ideological position of Standard Dutch in Flanders: the standard language ideology under pressure? In this paper, the results of a perception study in Flanders are reported. 80 informants were subjected to a qualitative interview, to gain insight in the way Flemish language users judge on the situational appropriacy of several Dutch language varieties. The reported beliefs of the informants were compared to language ideological frameworks and they show an evolution in the standard language ideology (Milroy & Milroy, 1985), an ideology in which the standard language is considered to be the ideal and to be the only appropriate variety for formal and public situations. The informants still consider the standard language to be important and to be superior, but the variety according to them is not necessary for formal and public situations. Instead Tussentaal, lit. ‘in-between language’, has gained a position in the situational spectre.
Article
Full-text available
‘Elke leraar is een taalleraar’, stelde voormalig Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke toen hij in 2007 zijn taalbeleid uitwerkte. In zijn talenbeleidsnota (en die van zijn opvolger, Pascal Smet) werd het Standaardnederlands naar voren geschoven als de enige taalvariëteit die geschikt is om de problemen van taalachterstand en sociale ongelijkheid op school aan te pakken. Van Vlaamse leerkrachten wordt dan ook verwacht dat ze enkel standaardtaal gebruiken op school, niet alleen door het beleid, maar ook door de samenleving. Dat bleek recent nog toen de resultaten van de taaltest 'Hoe Vlaams is uw Nederlands?' (zie ook Over taal, januari-februari 2015) lieten zien dat leraren vrij tolerant zijn voor 'Vlaamse' elementen in de standaardtaal, en leerkrachten werden weggezet als ‘laks’, ‘slordig’, ‘onkundig’ en ‘taalamateurs’. Tegelijk worden leerkrachten wel vaak beschouwd als de handhavers van de standaardtaalnorm. Hoe zit het nu precies met dat standaardtaalgebruik van leerkrachten? Spreken zij inderdaad het ‘beste Nederlands’? In deze bijdrage proberen we op die vraag een antwoord te vinden, alsook op de vraag of er daarbij een verschil bestaat tussen leraren Nederlands en leraren van andere vakken.
Article
In this paper, Grondelaers and Van Hout's statement that "the highest nonvirtual stratum of Belgian Dutch is documented by the speech of Belgian teachers" (2011, p. 219) is put to the test. Using production data from two corpora of contemporary spoken Dutch, mixed models binary logistic regression was carried out, focussing on 11 phonological and morpho-syntactic variables. The results show that teachers indeed use significantly less nonstandard variants than other highly educated professionals. Moreover, there is also a difference between teachers of Dutch and teachers of other school subjects. By means of an exploratory content analysis of the sociolinguistic interviews, a few possible explanatory factors are discussed: teacher training, hypocorrection, and a difference in linguistic expectations. Especially the latter factor seems to be in play: teachers feel more pressured to adhere to the standard norm than the informants from the 'laymen' corpus.
Article
The ideological position of Standard Dutch in Flanders: the standard language ideology under pressure? In this paper, the results of a perception study in Flanders are reported. 80 informants were subjected to a qualitative interview, to gain insight in the way Flemish language users judge on the situational appropriacy of several Dutch language varieties. The reported beliefs of the informants were compared to language ideological frameworks and they show an evolution in the standard language ideology (Milroy & Milroy, 1985), an ideology in which the standard language is considered to be the ideal and to be the only appropriate variety for formal and public situations. The informants still consider the standard language to be important and to be superior, but the variety according to them is not necessary for formal and public situations. Instead Tussentaal, lit. ‘in-between language’, has gained a position in the situational spectre. Link to publication: http://www.ingentaconnect.com/contentone/aup/tet/2015/00000067/00000001/art00003
Book
Taalbeleid inzake Nederlands staat al een tijd op de agenda in het hoger onderwijs en in de politiek. Veel hogeronderwijsinstellingen zijn intussen op verschillende manieren aan de slag gegaan. Vaak werd gestart met aparte bijspijkercursussen en/of taaltoetsen maar geleidelijk aan evolueren veel instellingen naar een taalbeleid dat in de opleiding geïntegreerd is. Maar werpt het ook vruchten af? Of is taalbeleid al de hype voorbij? Het boek bestaat uit drie delen: taaltesten in het hoger onderwijs, taalbeleid in het hoger onderwijs in de praktijk en ten slotte kritische reflecties bij taalbeleid in het hoger onderwijs. In 15 hoofdstukken biedt dit boek een uitgebreid overzicht van wat er de laatste jaren inzake taalbeleid in het hoger onderwijs in Vlaanderen en Nederland gerealiseerd is maar plaatst er ook kritische kanttekeningen bij. Verschillende thema’s komen aan bod: ontwikkeling van taaltoetsen, het nut van oriënterende en diagnostische taaltoetsen, het uitvoeren van een behoefteanalyse, ontwikkeling van taalondersteuningsmateriaal, het opstarten van taalgericht vakonderwijs of taalonderwijs geïntegreerd in het curriculum en taalbeleid in de lerarenopleiding. Naast een stand-van-zaken werpt het boek ook een blik op de toekomst. Het boek biedt beleidsmensen, taalcoördinatoren, docenten en lectoren concrete tips om zelf met taalbeleid aan de slag te gaan of nieuwe ideeën op te doen.
Book
This book examines how language ideologies are manifested in newspaper media. Using the Spanish press as a case study it considers how media discourse both from and about the Real Academia Española constitutes a set of 'language ideological debates' in which the institution represents a vision of what the Spanish language is and what it should be like. The book covers recent research on language ideologies, standardisation and CDA and considers the application of these to three ore discursive themes: language unity and a concept of a 'panhispanic' speech community; the RAE's construction of its authority, and institutional ideologies and management of language on a global scale.