ArticlePDF Available

Regelmatig en zorgvuldig tandenpoetsen met fluoridetandpasta is de basis van preventie

Authors:

Abstract

Voor de gebitsverzorging door ouder en kind worden in Nederland veelal de adviezen van het Ivoren Kruis gehanteerd. De basis van dit advies is plaqueverwijdering met fluoridetandpasta. Wanneer dit onvoldoende bescherming biedt, is er meestal sprake van onregelmatig en onzorgvuldig gebruik. Voorlichting en instructie over dagelijkse en zorgvuldige mondhygiëne dient een eerste prioriteit te zijn bij de zorgverlener. Als zelfzorg niet of niet meteen op peil kan worden gebracht, kan (tijdelijke) ondersteuning plaatsvinden met professionele preventieve behandelingen. Alleen professionele preventieve behandeling zonder aandacht voor verbetering van zelfzorg is onvoldoende en moet als een kunstfout in de behandelingsstrategie worden gezien.
N
ederlands Ti
j
dschrift voor Tandheelkunde 161
117
| m
aa
r
t
2010
Thema: Kindertandheelkunde en cariës
Regelmatig en zorgvuldig poetsen met
fluoridetandpasta is de basis van preventie
C
. van Loveren, W.H. van Pa
l
enstein He
ld
erman
V
oor de
g
ebitsverzor
g
in
g
door ouder en kind worden in Nederland
vee
l
a
l
d
e a
d
viezen van
h
et Ivoren Kruis o
pg
evo
lgd
. De
b
asis van
dit advies is plaqueverwijdering met fluoridetandpasta. Wanneer
dit onvoldoende beschermin
g
biedt, is er meestal s
p
rake van
onre
g
e
l
mati
g
e en onzor
g
vu
ld
i
g
e mon
dhyg
iëne. Voor
l
ic
h
tin
g
en
instructie over dagelijkse en zorgvuldige mondhygiëne dient de
h
oo
g
ste
p
rioriteit te
k
ri
jg
en van
d
e mon
d
zor
g
ver
l
ener. A
l
s ze
lf
zor
g
niet o
niet meteen op pei
an wor
en ge
rac
t,
an (tij
e
ij
e)
ondersteuning plaatsvinden met professionele preventieve be
-
h
an
d
e
l
in
g
en. A
ll
een
p
ro
f
essionee
l
p
reventie
f
b
e
h
an
d
e
l
en zon
d
er
a
andacht voor verbetering van zelfzorg moet als een kunstfout in
de behandelin
g
sstrate
g
ie worden
g
ezien.
Loveren C van, Palenstein Helderman WH van. Regelmatig en zorgvuldig poetsen
met fluoridetandpasta is de basis van preventie
Ned Tijdschr Tandheelkd 2010; 117: 161-165
Inleiding
Voor de gebitsverzorging door ouder en kind worden in
N
ederland veelal de adviezen van het Ivoren Kruis o
pge
-
v
o
l
g
d
. De
b
asis van
d
it a
d
vies is
h
et ge
b
rui
k
van
uori
de
-
t
andpasta (tab. 1). Wat de advisering van fluoridetandpasta
v
oor
j
on
g
e
k
in
d
eren
b
etre
, wor
d
en in Euro
p
a 2 strate
g
ieën
g
evo
l
g
d
. In een aanta
l
l
an
d
en wor
d
t gea
d
viseer
d
om oo
k
v
oor het zesde
j
aar te
p
oetsen met tand
p
asta met 1.100
-
1.500
pp
m
uori
d
e, maar
d
an met een ‘smear’ o
f
een
h
o
e
-
v
eelheid tandpasta ter grootte van een erwt. In andere
l
anden, waaronder Nederland, wordt
g
eadviseerd tot het
v
ij
fd
e jaar een peuterpasta (500-750 ppm
uori
d
e) te ge
b
rui
-
k
en, waarbij geen nader advies geldt voor de hoeveelheid.
D
eze a
d
viezen
k
omen voort uit
d
e
h
istorie van
d
e ric
h
t
l
i
j
nen
o
ver
uori
d
e in
d
e
d
es
b
etre
en
d
e
l
an
d
en en uit een versc
h
i
l
v
an inschattin
g
van het risico o
p
fluorose van
g
ebitselemen
-
t
en. Een tweeta
l
kl
inisc
h
e on
d
erzoe
k
en
l
aat
b
i
j
tan
dp
asta’s
m
et een lage (500 ppm) fluorideconcentratie een lagere
e
ectiviteit zien
(
Reed
,
1973
;
Lima et al
,
2008
)
. Uit het
l
aatstgenoem
d
e on
d
erzoe
k
bl
ee
k
d
e geconstateer
d
e
l
agere
e
ectiviteit van de tandpasta met een lage fluorideconcen
-
t
ratie voora
l
o
p
te tre
d
en
b
i
j
k
in
d
eren met een
h
o
g
e carië
s
-
a
ctiviteit
(
Lima et al
,
2008
)
. Uitkomsten van ander klinisch
on
d
erzoe
k
l
aten
g
een versc
h
i
l
zien tussen
d
e
l
a
g
e en
d
e
hogere concentratie (1.000 ppm fluoride) (Winter et al,
1
989; Ammari et al, 2003; Biesbrock et al, 2003; Stooke
y
et
al
, 2004; Do en S
p
encer, 2007). We
l
is aan
g
etoon
d
d
at
t
andpasta met 1.500 ppm fluoride eectiever is dan de
t
an
dp
asta’s met
l
a
g
ere
uori
d
econcentraties (Marin
h
o et a
l
,
2
003). Daar
b
ij moet wor
d
en aangete
k
en
d
d
at in
d
eze o
n
-
de
r
zoe
k
e
n ni
et
h
et
e
ect
va
n
ee
n
s
m
ea
r
o
f
ee
n h
oevee
lh
e
i
d
t
an
dp
asta ten
g
rootte van een erwt wer
d
on
d
erzoc
h
t.
U
itspra
k
en over
d
e e
ectiviteit van tan
d
pasta’s wor
d
en
b
emoeili
j
kt doordat het in
g
ewikkelde
p
roducten zi
j
n. Door
b
estan
dd
e
l
en o
f
extra toevoe
g
in
g
en
k
an
d
e e
ectiviteit van
de fluoride worden verminderd of juist verhoogd. Zo bleek
een tand
p
asta van 500
pp
m fluoride waaraan trimetafosfaat
was toegevoeg
d
in een
i
n vitr
o
-
on
d
erzoe
k
aanzien
l
ij
k
e
ec
-
t
iever dan een controletandpasta met 1.100 ppm fluoride
(
Ta
k
es
h
ita et a
l
, 2009). Aan
h
et ve
l
e
in
vit
r
o
-o
n
de
r
zoek
n
aa
r
d
e e
ectiviteit van tan
d
pasta’s wor
d
en c
l
aims ont
l
een
d
d
ie
echter
g
een
g
arantie
g
even dat de
g
eclaimde meerwaarde
oo
k
i
n vivo va
l
t aan te tonen. Het is onmo
g
e
l
i
jk
d
e e
ectiviteit
van iedere tandpasta in een gerandomiseerd gecontroleerd
k
linisch onderzoek aan te tonen en daarom is een uits
p
raak
over ‘we
lk
e tan
d
pasta
d
e
b
este is’ niet moge
l
ij
k
. Het tan
d
-
heelkundige advies zou zich meer moeten richten op een
j
uist
g
e
b
rui
k
van
d
e tan
dp
asta
d
an o
p
h
et
g
e
b
rui
k
te t
yp
e,
mits
d
at
uori
d
e
b
evat
.
Als het basisadvies niet werkt
Patiënten
p
oetsen
d
e
d
entitie voor
d
at ze naar
d
e tan
d
arts
g
aan en zeggen dat ze dagelijks poetsen. Oudere patiënten
vallen bi
j
hun bezoek aan de tandarts door de mand, omdat
d
e
g
in
g
iva er on
g
ezon
d
uitziet, maar
b
i
j
k
in
d
eren is
d
at vee
l
minder evident. Stel
,
er komt een kind met veel cariës in een
tan
d
arts
p
ra
k
ti
jk
. De
d
entitie ziet er re
d
e
l
i
jk
sc
h
oon uit en
d
e
g
ingiva is gezon
d
. Het
k
in
d
zegt 2 maa
l
per
d
ag te poetsen.
Mondzorgverleners zijn in zo’n geval te snel geneigd te den
-
k
en aan een ver
h
oo
gd
cariësrisico
d
oor on
g
unsti
g
e voe
d
in
g
of door onvoldoende bescherming ten gevolge van speeksel
-
p
roblemen. Maar de vraa
g
is of dit kind werkeli
j
k 2 maal
p
er
d
a
g
zor
g
vu
ld
i
g
p
oetst. Het
p
oetsen van
d
it
k
in
d
k
an onvo
l
-
doende zijn doordat het onregelmatig poetst, doordat het
s
l
ec
h
t en te
k
ort
p
oetst (
d
e
b
orste
l
k
omt niet overa
l
in
d
e
mon
d
) en
d
oor
d
at
h
et onvo
ld
oen
d
e vaar
d
ig
h
ei
d
h
ee
(
h
et
p
oetsen is nooit goed aangeleerd).
E
en
g
ezon
d
e
d
entitie is
g
eassocieer
d
met
h
et o
p
vroe
g
e
leeijd beginnen met tandenpoetsen en dat 2 maal daags te
doen (Chesters et al, 1992; Do en S
p
encer, 2007). Er wordt
b
eter
g
e
p
oetst a
l
s
d
it on
d
er toezic
h
t
g
e
b
eurt en a
l
s ou
d
ers
helpen. Op jonge leeijd aangeleerd poetsgedrag is stabiel,
-
0 en 1 jaar: vanaf de doorbraak: 1 x per dag poetsen met
uori
de
p
eutertan
dp
asta met 500-750
pp
m
uori
d
e
-
2 tot en met 4 jaar: 2 x per dag poetsen met fluorid
e
-
p
eutertan
dp
asta met 500-750
pp
m
uori
d
e
-
5 jaar en ouder: 2 x per dag poetsen met gewone fluorid
e
-
t
an
dp
asta met 1.000-1.500
pp
m
uori
de
-
V
oor alle leeijden: Extra maatregelen op individueel advies van
e
en consu
l
tatie
b
ureau-arts o
f
een mon
d
zor
g
ver
l
ene
r
Tabel
1
.
Het fluoride-basisadvies van het Ivoren Kruis.
Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde 162 117 | maart 2010
Van Loveren en Van Palenstein Helderman: Fluoridetandpasta basis van
preventie
Thema: Kindertandheelkunde en cariës
dat wil zeggen dat goede poetsers over het algemeen goede
poetsers blijven (Kuusela et al, 1997; Åstrøm, 2004).
Veelal wordt ouders aangeraden kinderen 2 maal daags
gedurende ten minste 2 minuten (na) te poetsen, waarbij het
hoofd van het kind goed wordt gefixeerd. In een onderzoek
waarin bij 18 families de poetsprocedure op video mocht
worden vastgelegd, bleek dat de gemiddelde sessie inder-
daad ruim 2 minuten duurde, maar dat gemiddeld slechts
56 seconden daadwerkelijk aan poetsen werd besteed (Zee-
dyk et al, 2005).
Misschien ten overvloede nog een kritische kanttekening
over flossen. Adviezen aan ouders en kinderen over flossen
van het kindergebit zijn zinloos. Onderzoek hee uitgewezen
dat zelfzorg met flossen door kinderen geen eect hee op
de cariësactiviteit (Hujoel et al, 2006).
Minuut naspoelen met een beetje water
Onderzoek naar het eect van veel naspoelen na het tanden-
poetsen hee geleid tot het advies: ‘niet naspoelen, alleen
maar uitspugen’. De eectiviteit van dit specifieke advies is
echter nooit in prospectief onderzoek vastgesteld. Een regiem
dat wel is onderzocht, luidde als volgt: spuug tijdens het
poetsen zo weinig mogelijk uit en spuug ook niet uit na het tan-
denpoetsen, maar neem een klein slokje water, vermeng dit met
de aanwezige tandpasta en spoel hiermee gedurende 1 minuut
de mond”. Toepassing van dit advies gee minder cariës
(Sjögren et al, 1995). Er zijn aanwijzingen dat het spoelen
met een fluorideoplossing na het tandenpoetsen een vergelijk-
baar eect hee (Van Strijp et al, 1999).
Voedingsadvies
Er ontstaat geen cariës als er geen suikers of vergistbare
koolhydraten in de mond komen. Dat is echter niet te voor-
komen, omdat vergistbare koolhydraten en suikers nu een-
maal in het voedsel zitten. Het feit dat veel mensen geen
cariës ontwikkelen, toont aan dat het gebruik van suikers
gepaard kan gaan met een gezonde dentitie. Het gaat dan
om een beperkt aantal suikermomenten (zuurstoten) waar-
door de dentitie tussendoor de gelegenheid krijgt om te her-
stellen. Het is niet precies te zeggen hoeveel zuurstoten per
dag uiteindelijk tot caviteiten leiden. Wel is duidelijk dat
door poetsen met fluoridetandpasta meer zuurstoten per
dag kunnen worden verdragen. Wanneer patiënten zich met
cariës aandienen, moet het tandheelkundig onderzoek dui-
delijk maken of verbetering kan worden verkregen door een
verbeterde mondhygiëne met fluoridetandpasta of door een
vermindering van het aantal suikermomenten. In verreweg
de meeste gevallen lukt het de cariësactiviteit te beteugelen
door het opvolgen van het basisadvies: 2 maal daags poet-
sen met fluoridetandpasta. Men moet zich hierbij realiseren
dat reductie van het aantal suikermomenten weinig eectief
zal zijn als de mondhygiëne met fluoridetandpasta te wen-
sen overlaat. Het verdient aanbeveling om bij patiënten met
cariës eerst de aandacht te richten op het opvolgen van het
basisadvies, zelfs als in de anamnese blijkt dat overmatig
suikergebruik aan de orde is. Het simultaan aanpakken van
beide problemen, de mondhygiëne en het eetgedrag, in een
eerste zitting betekent voor de patiënt te veel gedragsveran-
dering in 1 keer. Er bestaat bovendien bij de tandheelkundige
professie een overspannen verwachting over de invloed van
voedingsadviezen bij het terugdringen van cariës. Voedings-
adviezen voor het beteugelen van cariësactiviteit hebben
alleen zin bij duidelijk aanwijsbaar ongewenst eetgedrag.
Ondersteuning zelfzorg
De eerste en belangrijkste taak van professionele preventie
is het op peil brengen en houden van de zelfzorg. Hierin
moet bij de patiënt op zo jong mogelijke leeijd worden ge-
investeerd (a. 1). De standaardzin: je moet beter poetsen”
doet geen recht aan de individuele vaardigheid in het poet-
sen en gaat voorbij aan verschillen in het motivatieniveau
van patiënten om het poetsgedrag te verbeteren. Na een eer-
ste bezoek zou de mondzorgverlener de volgende 3 vragen
moeten kunnen beantwoorden:
1. Wat is het niveau van de gebitsverzorging?
2. Hoe is het gesteld met het bewustzijn en de bekwaamheid
ten aanzien van gebitsgezondheid en gebitsverzorging?
3. Wat is de prognose ten aanzien van de gebitsgezondheid?
Op basis van de antwoorden kan een traject worden uitge-
stippeld om de gebitsverzorging op peil te brengen en te
houden. Zoals nu nog vaak het geval is, dient het accent niet
te liggen op een standaardinstructie over mondhygiëne, maar
op het zichtbaar maken van de specifieke problemen van de
individuele patiënt. Als die duidelijk zijn, kan een beroep
worden gedaan op de verantwoordelijkheid van de patiënt
(kind en ouders), om nieuw gedrag aan te leren en te conti-
nueren. Een techniek waarmee kan worden gewerkt, is de
zogenoemde ‘motivational interviewing’-techniek. Hierbij
worden geen directieven gegeven, maar wordt de patiënt
ondersteund en gestimuleerd om eigen beslissingen te nemen
en eigen oplossingen te bedenken en deze uit te voeren (Van
Gemert-Schriks en Van Amerongen, 2010).
Preventieve behandelingen
Als zelfzorg niet of niet meteen op peil kan worden gebracht,
kan (tijdelijke) ondersteuning plaatsvinden door professio-
neel preventief behandelen.
Professionele gebitsreiniging
Een optie voor professioneel preventief behandelen is profes-
sionele gebitsreiniging (Axelsson en Lindhe, 1981). Echter,
A. 1. Zo gauw de tanden doorbreken dienen zij te worden gepoetst.
Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde 163 117 | maart 2010
Van Loveren en Van Palenstein Helderman: Fluoridetandpasta basis van
preventie
Thema: Kindertandheelkunde en cariës
de frequentie waarmee dit zou moeten gebeuren is hoog en
daarom lijkt dit niet de meest realistische optie.
Fluorideapplicatie
Een andere optie is het gebruik van geconcentreerde fluori-
delak, -vloeistof of –gel (a. 2). Uit een recent gepubliceerde
Cochrane meta-analyse blijkt 2 tot 4 maal per jaar applice-
ren van fluoridegel een cariësreductie van 28% op te leveren
(Marinho et al, 2002a). Voor de fluoridevloeistofapplicatie
mag op een vergelijkbaar eect gerekend worden. Fluoride-
lak lijkt eectiever dan fluoridegel, gezien de resultaten van
een recent gepubliceerde Cochrane meta-analyse over het
eect van 2 tot 4 maal per jaar applicatie van fluoridelak (in
bijna alle onderzoeken wordt Duraphat
®
, 22600 ppm fluo-
ride gebruikt): een cariësreductie van 46% (Marinho et al,
2002b). Bifluoride is een andere fluoridelak met een hoge
concentratie fluoride, maar over deze lak is weinig weten-
schappelijke documentatie beschikbaar. Nog een andere
fluoridelak, Fluor Protector, hee een lagere fluoridecon-
centratie en is daarom waarschijnlijk minder eectief. Tooth
Mousse
®
is geen fluoridelak of -gel. Het bevat slechts 900
ppm fluoride, maar zou door de aanwezigheid van calcium-
fosfaatcomplexen (CPP-ACP) eectiever zijn dan een tand-
pasta met 1.000 ppm fluoride. Er is echter nog te weinig
klinisch resultaat om Tooth Mousse
®
nu al aan te bevelen.
De werkzaamheid van lokale fluorideapplicatie kan wor-
den verklaard door de vorming van CaF
2
op het oppervlak
van de gebitselementen. Geadsorbeerd fosfaat en eiwit aan
het CaF
2
beperken de oplosbaarheid ervan. Bij een pH-da-
ling in de plaque (biofilm) zullen de fosfaten en de eiwitten
van het CaF
2
loskomen, waardoor het CaF
2
kan oplossen
(Rølla en Øgaard, 1986). Een fluorideapplicatie van een gel,
vloeistof of lak met een hoog fluoridegehalte creëert als het
ware een fluoridedepot, waaruit bij elke pH-daling in de
plaque fluoride vrijkomt. Deze vrijgekomen fluoride vermin-
dert de demineralisatie en bevordert de remineralisatie.
Omdat onbekend is na hoeveel tijd het CaF
2
-depot uitgeput
raakt, wordt aanbevolen 2 tot 4 maal per jaar een fluoride-
applicatie uit te voeren. De vorming van CaF
2
vindt niet goed
plaats op gezond glazuur, maar slaagt veel beter op licht
ontkalkt glazuur (Weatherell et al, 1977). De consequentie
hiervan is dat fluoride alleen geappliceerd hoe te worden
op reeds ontkalkte oppervlakken van de dentitie. Dikwijls
wordt gevraagd of het nodig is de plaque te verwijderen
voorafgaand aan de fluorideapplicatie. Gebleken is dat de
vorming van een CaF
2
-depot ook plaatsvindt bij aanwezige
plaque. Sommige mondzorgverleners vinden professionele
gebitsreiniging noodzakelijk om de patiënt de sensatie van
schone dentitie te laten voelen en hopen daarmee een im-
puls te geven aan een betere mondverzorging.
Sinds kort wordt er in de literatuur weer aandacht be-
steed aan zilverdiaminefluoride, Ag(NH3)
2
F (44.800 ppm F)
(Rosenblatt et al, 2009). Dit bevat 2 maal zoveel fluoride als
Duraphat
®
. Zilverdiaminefluorideapplicatie beoogt niet al-
leen cariës te voorkomen, maar ook reeds gecaviteerde ca-
riës te stoppen. Carieus dentine, al dan niet na excavatie,
wordt aangestipt met zilverdiaminefluoride waardoor zich
zilverfosfaat- en CaF
2
-neerslag vormt. Deze neerslag is
zwart, dus niet zo aantrekkelijk, maar bij de tijdelijke denti-
tie kan het cosmetisch aspect minder zwaar wegen. Geran-
domiseerde klinische onderzoeken laten zien dat 1 tot 2
maal per jaar zilverdiaminefluorideapplicatie meer dan 50%
van de actieve dentinelaesies in de tijdelijke dentitie veran-
dert in niet-actieve laesies (Chu en Lo, 2008).
Chloorhexidine
Chloorhexidinegel (1% CHX) is met succes toegepast bij de
preventie van cariës door 4 maal per jaar bij professionele
gebitsreiniging de gel approximaal te spuiten en vervolgens
de ruimten goed te flossen (Gisselsson et al, 2005). Ook
werd cariës voorkomen als elke 3 maanden chloorhexidine-
gel (1% CHX) werd aangebracht in individuele lepels (Lind-
quist et al, 1989). Deze behandeling was echter bijzonder
arbeidsintensief omdat de gel enkele malen achter elkaar
moest worden aangebracht. Om de chloorhexidinetoepas-
sing minder arbeidsintensief te maken, zijn er chloorhexidi-
nelakken ontwikkeld, te weten EC40 en Cervitec. In een
systematisch literatuuronderzoek wordt door Zhang et al
(2006) geconcludeerd dat er een matig tot gering cariësrem-
mend eect is van 4 maal per jaar applicatie van chloorhexi-
dinelak. De mate van eectiviteit van chloorhexidine tegen
cariës hangt af van de aantallen mutans streptokokken in de
mond. Zijn er veel mutans streptokokken die door de
chloorhexidine worden geremd, dan neemt de cariësactivi-
teit af. Toepassen van chloorhexidine op juiste indicatie be-
tekent dat eerst een test op mutans streptokokken moet
worden gedaan, hetgeen omslachtig is. Als een mondzorg-
verlener een keuze moet maken tussen chloorhexidine en
fluoride, zal de keuze vallen op fluoride omdat fluoride altijd
helpt en chloorhexidine alleen in specifieke gevallen.
Sealants
Het aanbrengen van sealants vermindert de cariësactiviteit
in de mond niet. De werking van sealants is gebaseerd op
het aanbrengen van een fysieke barrière om te voorkomen
dat bacteriën de fissuur kololoniseren. De fissuur is be-
schermd zolang de sealant goed afsluit. Als bacteriën wor-
den ingesloten, voorkomt de fissuurverzegeling dat zij nog
A. 2. Onzorgvuldigheid bij lokale applicatie van fluoride kan ertoe leiden
dat niet alle plekken waar cariës zich kan ontwikkelen ook daadwerkelijk
worden bereikt.
Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde 164 117 | maart 2010
Thema: Kindertandheelkunde en cariës
voeding krijgen. De sealant dient na aanbrengen en bij peri-
odieke controles zorgvuldig visueel te worden gecontroleerd
en te worden afgetast met een sonde. De eectiviteit van
sealants hangt nauw samen met de kwaliteit van de afslui-
ting (geen lekkage) en de retentie. Een Cochrane meta-ana-
lyse rapporteert dat sealants in de fissuren van eerste
blijvende molaren na 1 jaar 86% en na 4 jaar 57% van nieu-
we cariës voorkomen (Ahovuo-Saloranta et al, 2008). Bij
deze reductiegetallen moet men zich wel realiseren dat in
deze onderzoeken naar sealants geen pogingen waren on-
dernomen om de cariësactiviteit met een causale cariësthe-
rapie terug te dringen. De eectiviteit van sealants neemt
met de tijd af en het blij onduidelijk wat het eect van
sealants op de langere termijn is als de cariësactiviteit
onverminderd aanwezig blij. Het opnieuw aanbrengen en
repareren van sealants kan de eectiviteit verhogen. Als in-
tussen de cariësactiviteit is afgenomen, verandert de indica-
tie voor het vervangen van een sealant die verloren is
gegaan.
Ter illustratie van de stelling dat alleen professioneel
preventief behandelen de cariësactiviteit niet beïnvloedt,
wordt verwezen naar een klinisch onderzoek van Heyduck
et al (2006). Bij 12-jarigen met een hoge cariësactiviteit die
sealants hadden gekregen in de fissuren van de eerste mola-
ren, verschilde de totale cariëstoename over 3 jaar statis-
tisch gezien niet van die bij leeijdsgenoten met een hoge
cariësactiviteit die niet met sealants waren behandeld.
Voor bescherming van de tweede blijvende molaren, de
premolaren en de tijdelijke dentitie is onvoldoende bewijs
beschikbaar om het gebruik van sealants aan te bevelen
(Mèjare et al, 2003).
Glasionomeercementsealants zijn gemakkelijker aan te
brengen dan kunstharssealants omdat het glazuur niet ge-
etst hoe te worden en de techniek minder vochtgevoelig is.
Glasionomeercementsealants hebben een mindere retentie
dan de kunstharssealants, maar bij de nieuwe hoogviskeuze
glasionomeercementsealants is de retentie aanmerkelijk
verbeterd (Van ’t Hof et al, 2006). Verondersteld wordt dat
de fluorideafgie van het glasionomeercement additionele
bescherming biedt tegen cariës, maar klinisch is hierover
weinig bekend.
Slot
Alle professionele preventieve behandelingen, inclusief het
aanbrengen van sealants, moeten onderdeel zijn van een goed
en zorgvuldig preventieplan. Het is een kunstfout om profes-
sioneel preventief te behandelen zonder de strategie te richten
op het verbeteren en in stand houden van goede zelfzorg. In 2
andere bijdragen in dit nummer wordt verder ingegaan op de
causale en preventieve cariëstherapie (Van Gemert-Schriks en
Van Amerongen, 2010; Gruythuysen, 2010).
Literatuur
*
Ahovuo-Saloranta A, Hiiri A, Nordblad A, Mäkelä M, Worthington HV.
Pit and fissure sealants for preventing dental decay in the permanent
teeth of children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev 2008;
4: CD001830.
* Ammari AB, Bloch-Zupan A, Ashley PF. Systematic review of studies
comparing the anti-caries ecacy of children’s toothpaste containing
600 ppm of fluoride or less with high fluoride toothpastes of 1.000
ppm or above. Caries Res 2003; 37: 85-92.
* Astrøm AN. Stability of oral health-related behaviour in a Norwegian
cohort between the ages of 15 and 23 years. Community Dent Oral
Epidemiol 2004; 32: 354-362.
* Axelsson P, Lindhe J. Eect of oral hygiene instruction and professional
toothcleaning on caries and gingivitis in schoolchildren. Community
Dent Oral Epidemiol 1981; 9: 251-255.
* Biesbrock AR, Bartizek RD, Gerlach RW, Jacobs SA, Archila L. Eect of
three concentrations of sodium fluoride dentifrices on clinical caries.
Am J Dent 2003; 16: 99-104.
* Chesters RK , Huntington E, Burchell CK, Stephen KW. Eect of oral care
habits on caries in adolescents. Caries Res 1992; 26: 299-304.
* Chu CH , Lo ECM. Promoting caries arrest in children with silver
diamine fluoride: a review. Oral Health Prev Dent 2008; 6: 315-321.
* Do LG, Spencer AJ. Risk-benefit balance in the use of fluoride among
young children. J Dent Res 2007; 86: 723-728.
* Gemert-Schriks MCM van, Amerongen JP van. Cariësmanagement.
Ned Tijdschr Tandheelkd 2010; 117: 167-171.
* Gisselsson H, Emilson CG, Birkhed D, Björn AL. Approximal caries
increment in two cohorts of schoolchildren aer discontinuation of
a professional flossing program with chlorhexidine gel. Caries Res
2005; 39: 350-356.
* Gruythuysen RJM. Niet-restauratieve caviteitsbehandeling. Cariësac-
tiviteit beteugelen in plaats van maskeren. Ned Tijdschr Tandhheelkd
2010; 117: 173-180.
* Heyduck C, Meller C, Schwahn C, Splieth CH . Eectiveness of sealants
in adolescents with high and low caries experience. Caries Res 2006;
40: 375-381.
* Hof MA van ’t, Frencken JE, Palenstein H elderman W H van. The
atraumatic restorative treatment (ART) approach for managing dental
caries: a meta-analysis. Int Dent J 2006; 56: 345-351.
* Hujoel PP, Cunha-Cruz J, Banting DW, Loesche W J. Dental flossing and
interproximal caries: a systematic review. J Dent Res 2006; 85:
298-305.
* Kuusela S, Honkala E, Rimpelä A, K arvonen S, Rimpelä M. Trends in
toothbrushing frequency among Finnish adolescents between 1977
and 1995. Community Dent Health 1997; 14: 84-88.
* Lima TJ, Ribeiro CCC, Tenuta LMA, Cury JA. Low-fluoride dentifrice
and caries lesion control in children with dierent caries experience:
a randomized clinical trial. Caries Res 2008; 42: 46-50.
* Lindquist B, Edward S, Torell P, Krasse B. Eect of dierent caries
preventive measures in children highly infected with mutans
streptococci. Scand J Dent Res 1989; 97 :330-337.
* Marinho VCC, Higgins JPT, Logan S, Sheiham A. Fluoride gels for
preventing dental caries in children and adolescents. Cochrane
Database Syst Rev 2002a; 2: CD002280.
* Marinho VCC, Higgins JPT, Logan S, Sheiham A. Fluoride varnishes
for preventing dental caries in children and adolescents. Cochrane
Database Syst Rev 2002b; 3: CD002279.
* Marinho VCC, Higgins JPT, Logan S, Sheiham A. Fluoride toothpastes
for preventing dental caries in children and adolescents. Cochrane
Database Syst Rev 2003; 1: CD002278.
* Reed MW. Clinical evaluation of three concentrations of sodium fluo-
ride in dentifrices. J Am Dent Assoc 1973; 87: 1401-1403.
Van Loveren en Van Palenstein Helderman: Fluoridetandpasta basis van
preventie
Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde 165 117 | maart 2010
Thema: Kindertandheelkunde en cariës
*
Rølla G, Øgaard B. Studies on the solubility of calcium fluoride in
human saliva; in Leach SA (ed.). Factors relating to demineralisation
and remineralisation of the teeth. Oxford: IRL Press, 1986: 45-50.
* Rosenblatt A, Stamford TC, Niederman R. Silver diamine fluoride: a
caries “silver-fluoride bullet”. J Dent Res 2009; 88: 116-125.
* Sjögren K , Birkhed D, Rangmar B. Eect of a modified toothpaste tech-
nique on approximal caries in preschool children. Caries Res 1995;
29: 435-441.
* Stookey GK, Mau MS, Isaacs RL, Gonzalez-Gierbolini C, Bartizek RD,
Biesbrock AR. The relative anticaries eectiveness of three fluoride-
containing dentifrices in Puerto Rico. Caries Res 2004; 38: 542-550.
* Strijp AJP van, Buijs MJ, Cate JM ten. In situ fluoride retention in
enamel and dentine aer the use of an amine fluoride dentifrice and
amine fluoride/sodium fluoride mouthrinse. Caries Res 1999; 33:
61-65.
* Takeshita EM, Castro LP, Sassaki K T, Delbem AC.In vitro evaluation of
dentifrice with low fluoride content supplemented with trimetaphosp-
hate. Caries Res 2009; 43: 50-56.
* Weatherell JA, Naylor G, Hallsworth AS. Measurement of topical
fluoride acquired by sound human enamel. Caries Res. 1977; 11:
231-236.
* Winter GB, Holt RD, Williams BF. Clinical trial of a low-fluoride tooth-
paste for young children. Int Dent J 1989; 39: 227-235.
* Zeedyk MS, Longbottom C, Pitts NB. Tooth-brushing practices of pa-
rents and toddlers: a study of home-based videotaped sessions. Caries
Res 2005; 39: 27-33.
* Zhang Q, Palenstein H elderman W H van , Hof MA van ’t, Truin GJ.
Chlorhexidine varnish for preventing dental caries in children, adoles-
cents and young adults: a systematic review. Eur J Oral Sci 2006; 114:
449-455.
Summary
Regular and careful brushing with fluoride toothpaste is the basis
of prevention
For the dental care of parents and children, people in the Netherlands rely
especially on the advice of the Ivory Cross. The basis of this advice is plaque
remo val withuoride toothpaste. W hen this oers insucient protection,
one usually finds irregular and careless dental hygiene. Information and
instruction concerning daily and careful dental hygiene should receive the
highest priority of dental care professionals. If a patient’s own dental care
cannot be brought up to standard or if this cannot be done immediately, then
(temporary) support can be provided by dental professionals in the form of
preventive treatment. Doing this, however, without improving the self care o f
patients has to be regarded an inadequate treatment modality.
Bron
C. van Loveren
1
, W.H van Palenstein Helderman
2
Uit
1
de afdeling Cariologie, Endodontologie, Pedodontologie en Orale
Microbiologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
(ACTA) en
2
de vakgroep Internationale Mondgezondheid van het Universitair
Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen
Datum van acceptatie: 1 februari 2010
Adres: prof. dr. C. van Loveren, ACTA, Louwesweg 1, 1066 EA Amsterdam
c.van.loveren@acta.nl
Van Loveren en Van Palenstein Helderman: Fluoridetandpasta basis van
preventie
Article
De kindertandheelkunde in Nederland laat vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw een sterke afname zien van caries in het kindergebit. Deze afname wordt door deskundigen toegeschreven aan de verbeterde mondhygiene en aan de invoering van fluoridetandpasta vanaf deze periode. Aan deze ontwikkeling lijkt een einde te zijn gekomen. De huidige situatie laat helaas zien dat de meeste carieuze caviteiten in de tijdelijke dentitie onbehandeld blijven. De stellingname dat de vigerende restauratieve verzorgingsgraad omhoog moet, is derhalve goed verdedigbaar. Op basis van nieuwe inzichten in de cariologie van de laatste decennia wordt een lans gebroken om het oude paradigma van de restauratieve benadering te verlaten ten gunste van een preventieve benadering bij de behandeling van caries.
Article
Full-text available
The antimicrobial use of silver compounds pivots on the 100-year-old application of silver nitrate, silver foil, and silver sutures for the prevention and treatment of ocular, surgical, and dental infections. Ag(+) kills pathogenic organisms at concentrations of <50 ppm, and current/potential anti-infective applications include: acute burn coverings, catheter linings, water purification systems, hospital gowns, and caries prevention. To distill the current best evidence relative to caries, this systematic review asked: Will silver diamine fluoride (SDF) more effectively prevent caries than fluoride varnish? A five-database search, reference review, and hand search identified 99 human clinical trials in three languages published between 1966 and 2006. Dual review for controlled clinical trials with the patient as the unit of observation, and excluding cross-sectional, animal, in vitro studies, and opinions, identified 2 studies meeting the inclusion criteria. The trials indicated that SDF's lowest prevented fractions for caries arrest and caries prevention were 96.1% and 70.3%, respectively. In contrast, fluoride varnish's highest prevented fractions for caries arrest and caries prevention were 21.3% and 55.7%, respectively. Similarly, SDF's highest numbers needed to treat for caries arrest and caries prevention were 0.8 (95% CI=0.5-1.0) and 0.9 (95% CI=0.4-1.1), respectively. For fluoride varnish, the lowest numbers needed to treat for caries arrest and prevention were 3.7 (95% CI=3.4-3.9) and 1.1 (95% CI=0.7-1.4), respectively. Adverse events were monitored, with no significant differences between control and experimental groups. These promising results suggest that SDF is more effective than fluoride varnish, and may be a valuable caries-preventive intervention. As well, the availability of a safe, effective, efficient, and equitable caries-preventive agent appears to meet the criteria of both the WHO Millennium Goals and the US Institute of Medicine's criteria for 21st century medical care.
Article
Full-text available
Although there has been a decrease in the prevalence and the severity of dental caries in children over the past few decades, the benefits have not been equally shared by many low-income or underserved children in many industrialised countries, or children in developing countries. Dental caries is still the most common and challenging dental disease in children for a clinician to treat. Silver diamine fluoride (SDF) has been in use to arrest dental caries in many countries. A 38% (44,800 ppm fluoride ions) SDF solution is commonly used to arrest caries in primary teeth of children, especially those children who are young and difficult to manage. Application of SDF to arrest dental caries is a non-invasive procedure that is quick and simple to use. However, it stains the carious teeth and turns the arrested caries black. It also has an unpleasant metallic taste that is not liked by patients, especially children. The low cost of SDF and its simplicity in application suggest that SDF is an appropriate therapeutic agent for use in community dental health projects. Reports of available studies found no severe pulpal damage after SDF application. The current literature suggests that SDF can be an effective agent in preventing new caries and in arresting dental caries in the primary teeth of the children. It can be used to arrest caries progression in very young children who are less cooperative, and it allows definitive restoration to be performed when they grow older and become more receptive to dental procedures.
Article
One way to reduce dental fluorosis is by reducing the fluoride (F) concentration in dentifrice, but low-F dentifrice should be as effective as a standard dentifrice. This study evaluated in vitro whether the supplementation with sodium trimetaphosphate (TMP) of a dentifrice with low F content (500 microg/g) would provide a similar effect to that of a standard dentifrice. Bovine enamel blocks were submitted to a pH cycling regime incorporating daily exposures to a slurry of dentifrice: a low-F dentifrice with or without 0.1-3.0% TMP; an F-free, phosphate-free dentifrice (negative control), or a dentifrice with 1,100 microg/g F (positive control). The addition of TMP to dentifrice with or without F was associated with higher surface hardness and decreased loss of integrated subsurface hardness after pH cycling. The combination of 1% TMP and 500 microg F/g had a greater effect than the positive control dentifrice. It is concluded that the addition of TMP to the 500-microg F/g dentifrice allowed a similar or larger effect as compared with a standard dentifrice in this in vitro model.
Article
The paper discusses a particular aspect of the measurement of fluoride incorporation into sound enamel. Difficulties created by the high and variable fluoride concentration in the natural tooth surface are considered, and ways of overcoming this when attempting to measure the uptake or retention of small amounts of fluoride are discussed.Copyright © 1977 S. Karger AG, Basel
Article
Data on toothbrushing habits were collected during a 3-year caries clinical trial of sodium monofluorophosphate toothpastes in Lanarkshire, Scotland, involving 3,005 schoolchildren of mean age 12.5 years at baseline. Stated normal brushing frequency and oral rinsing method after brushing were recorded. Half the panel indicated they rinsed their mouths after toothbrushing using a beaker. The proportion of the panel brushing once per day or more increased during the trial. Differences in oral habits were observed between the sexes, with 42% of girls and 52% of boys being non-beaker rinsers and 73% of girls, but only 44% of boys, brushing their teeth at least twice per day. Twice-a-day brushers had a consistently lower caries increment than less frequent brushers. This was also seen in the baseline prevalence data, but did not account for all incremental differences noted. Subjects using beakers had consistently higher increments than non-beaker rinsers. Again, this difference could not be explained by variations in baseline prevalence. Differences in the caries increment were also observed between boys and girls, these appearing to be linked both to the cumulative effect of male/female habit variations plus a difference in the baseline caries prevalence. A dose response to the three fluoride levels, i.e 1,000, 1,500, and 2,500 ppm F, was seen for the different habit combinations which again could not be explained by differences in the baseline caries prevalence.
Article
In this double-blind trial, the anticaries effectiveness of a test toothpaste formulated for young children with 550 ppm F was compared with that of a positive control toothpaste containing 1055 ppm fluoride. More than 3000 2-year-old children were enrolled in the study and after 3 years of toothpaste use, 2177 (72 per cent) were examined. From a clinical and radiographic assessment, more than half the children were found to be caries free and only 32 (1.5 per cent) had evidence of rampant caries. There appeared to be little or no difference between children who had used test or control pastes, either in caries or in plaque levels. On the basis of this clinical trial the experimental toothpaste with 550 ppm fluoride would appear to have a similar anticaries efficacy to that of the control toothpaste. Differences were seen in relation to sex of the child and to social class. Girls had lower levels of plaque than boys but more carious teeth. Children from families in higher social classes had fewer carious teeth and lower levels of plaque.
Article
The caries preventive effect of topical application of fluoride varnish (Duraphat), ferric-aluminum-fluoride solution (FeAlF) and chlorhexidine gel was compared in 2-yr clinical study. Children with more than 10(6) mutans steptococci per ml saliva were selected and a total of 189 13-yr-old children participated in the study. The children in the fluoride groups were treated every third month with either Duraphat or FeAlF-solution. In the chlorhexidine group children with more than 2.5 x 10(5) mutans streptococci per ml of saliva were treated every third month. The mean number of new decayed and filled tooth surfaces was 3.06 in the chlorhexidine group, 5.88 in the Duraphat group, 5.33 in the FeAlF group, and 6.34 in the control group. Thus supervised antimicrobial treatment can significantly reduce the incidence of dental (caries) in children with high numbers of mutans streptococci.
Article
The anticaries efficacy of three levels of sodium fluoride incorporated in dentifrices was compared with that of a control dentifrice. DMFT and DMFS increments after one and two years show that all three levels of sodium fluoride reduce caries Incidence.
Article
A 3-year, double-blind caries trial was conducted to evaluate the caries-reducing effect of a modified technique to use toothpaste. At the outset, 369 children, 4 years of age, were randomly assigned to four groups. At the end of the study, when the children were 7 years old, 281 (76%) had completed the trial. Two of the groups (test groups, n = 131) were given the following instructions regarding 'toothpaste technique': (1) to spread the paste evenly on the teeth prior to brushing, (2) not to expectorate more than necessary during brushing, (3) to filter the remaining dentifrice foam in the dentition, together with a sip of water, by active cheek movements for 1 min before expectorating, and (4) not to carry out any further water rinsings afterwards, and not to eat or drink for 2 h after brushing. The children in the other two groups (control groups, n = 150) were not given any instruction how to use the dentifrice and how to rinse after the brushing, but were, as the children in the test groups, encouraged to use the test dentifrice and to brush their teeth twice daily. Two commercial fluoride dentifrices (A and B) were compared: one of the test groups and one of the control groups used each product. Approximal carious lesions were scored on bite-wing radiographs at baseline and at the end of the study on the distal surface of the first and on the mesial surface of the second primary molars. No difference in caries increment was found between toothpastes A and B. The children in the two test groups developed a mean of 1.14 new dfs during the 3 years compared to 1.55 in the two control groups (p < 0.05). Thus, the results indicate that the modified toothpaste technique reduced approximal caries in preschool children by an average of 26%.
Article
To analyse trends in development of the toothbrushing frequency of Finnish adolescents and the socio-economic factors associated with these trends between 1977 and 1995. The data were collected as part of a nation-wide research programme, the Adolescent Health and Lifestyle Survey, which started in 1977. Since then a 12-page questionnaire has been sent every other year. Dental health behaviour was studied from the outset. The sample represented 12-, 14-, 16- and 18-year-old children and adolescents in Finland. The sample size varied between 3,205-10,626, making a total of 66,687 participants. The recommended toothbrushing frequency, twice-a-day, was studied. The socio-economic factors included age, gender, self-assessed school performance, level of education, socio-economic status of the householder, and socio-economic category of the residential area. Among boys, daily toothbrushing increased from 1977 to 1995, but among girls it remained stable. Among boys, the prevalence of twice-a-day toothbrushing frequency varied from 13 per cent to 25 per cent between the ages of 12 and 18 years, and among girls from 32 per cent to 60 per cent, respectively. Among 12- to 14-year-old boys, the socio-economic differences almost disappeared. There were no changes among 12- to 14-year-old girls but there was an unexpected declining trend in toothbrushing among 16- to 18-year-old girls. Apparently further improvement in the toothbrushing frequency of girls had stopped. Although there was a clear trend towards improvement of toothbrushing frequency among boys, their toothbrushing frequency still lagged far behind that of girls.