ArticlePDF Available

Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie

Authors:
Article

Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie

NOGMAALS AANDACHT
VOOR BEWONERSPARTICIPATIE
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
2
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
3
Nogmaals aandacht voor
bewonersparticipatie
Een tweede meting van de bevordering
van bewonersparticipatie in de krachtwijkenaanpak
november 2009
dr. M.J. van Hulst, N. Karsten MSc MA,
J.C.H.C. Geurtz MSc BA, B. Boluijt MSc, prof. dr. F. Hendriks
m.m.v. dr. L. Schaap en D.A.J. Wassink BA
Universiteit van Tilburg - Tilburgse School voor Politiek en Bestuur
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
4
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk Samenwerkingsverband
Aandachtswijken (LSA). Het is uitgevoerd door Merlijn van Hulst, Niels Karsten, Bram
Boluijt, Casper Geurtz en Frank Hendriks, allen werkzaam bij de Tilburgse School voor
Politiek en Bestuur (TSPB). Linze Schaap heeft aan het begin van het onderzoek als
projectleider een belangrijke rol gespeeld. Denise Wassink heeft meegeholpen met het
bellen van informanten. Sabine van Zuydam verrichtte onderzoeksassistentie. Laurens de
Graaf heeft commentaar geleverd op een eerste versie van de vragenlijst. Het onderzoek
is begeleid door een begeleidingscommissie, waarin Arjen Verweij (namens het Ministerie
van Wonen, Wijken en Integratie -WWI-) en Henk Cornelissen (namens het LSA) plaats
namen. Els Tieman en Thijs van Mierlo waren hun respectievelijke plaatsvervangers. De
visies en conclusies weergegeven in dit rapport komen niet noodzakelijkerwijs overeen
met die van de opdrachtgever.
ISBN 978-90-79911-04-2 (PDF-versie)
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
5
Inhoudsopgave
1. Samenvatting 7
2. Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie 9
De bevordering van participatie: de eerste meting 9
De bevordering van participatie: de tweede meting 11
Onderzoeksvraag 12
3. Bevorderende omstandigheden 15
4. Aanpak van het onderzoek 19
De vragenlijst 19
Pilot-onderzoek 19
Dataverzameling 20
5. Bevordering van de bewonersparticipatie in beeld 25
Dimensies 25
Resultaten per wijk 30
6. Bevindingen: het algemene beeld 73
Uitvoering van de wijkactieplannen 73
Bevordering van bewonersparticipatie door gemeenten 76
7. Reflectie op bevindingen 83
Referenties 87
Bijlage 1: Het CLEAR-model 89
Bijlage 2: De onderzochte wijken 91
Bijlage 3: De vragenlijst 93
Eindnoten 103
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
6
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
7
1. Samenvatting
Dit rapport geeft antwoord op de vraag in hoeverre en op welke wijze in de uitvoeringsfase
van de krachtwijkenaanpak de door de gemeente direct of indirect aangestuurde
bewonersparticipatie geborgd is in de 40 door de voormalige minister voor WWI Vogelaar
aangewezen aandachtswijken. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk
Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA). De informatie is verkregen door middel
van het afnemen van een telefonische vragenlijst bij gemeenten en bewonersorganisaties
in alle wijken. De onderzoeksperiode liep van de vaststelling van de wijkactieplannen tot 1
augustus 2009.
Zonder uitzondering kunnen bewoners in alle onderzochte wijken participeren in de
uitvoering van de wijkactieplannen. Het betreft niet alleen leden van bewonersorganisaties
of anderszins georganiseerde bewoners. In de overgrote meerderheid van de wijken
kunnen ook individuele wijkbewoners participeren. Daarmee lijken gemeenten invulling te
geven aan de doelstelling van de krachtwijkenaanpak om bewoners actief bij de
wijkvoering van de wijkactieplannen te betrekken, zij het dat er in de ene wijk meer
mogelijkheden tot participatie worden geboden dan in de andere. De mate waarin en de
wijze waarop individuele en georganiseerde wijkbewoners kunnen participeren verschillen
namelijk aanzienlijk. Adviseren door bewoners komt bijvoorbeeld grofweg in twee smaken
voor: of er wordt met de bekende bewonersorganisaties gewerkt of er wordt een breed
inspraakmoment gehouden dat open is voor iedereen.
Ook de manier waarop bewoners kunnen participeren verschilt sterk. In de meeste wijken
is er, in wat voor vorm dan ook, een overleg waarin bewoners toezien op de uitvoering
van het wijkactieplan, in die zin dat ze er minimaal advies over kunnen uitbrengen. Daarop
is slechts een handvol uitzonderingen. In een aantal gevallen nemen individuele bewoners
in wisselende samenstelling deel aan zo’n overleg. In andere gevallen is een vaste
klankbordgroep geformeerd, of wordt gewerkt met bestaande wijkraden. Een dergelijk
overleg heeft soms een meer informeel karakter. Ook hier geldt in algemene zin dat de
status van de inbreng van deze overleggen, vooraf en achteraf, niet altijd even duidelijk is.
De tweede vorm van participatie in de uitvoering is samenwerking bij de uitvoering
van concrete projecten tussen bewoners, gemeenten en eventueel andere partners. Deze
vorm komt minder vaak voor dan het overleg. Bewoners nemen daarbij deel aan de
uitvoering van projecten waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de
instanties. Dat doen ze ofwel op uitnodiging van uitvoerende instanties, ofwel op eigen
initiatief. Vaker ligt het initiatief bij de gemeente die vervolgens bewoners actief vraagt te
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
8
participeren. In de meeste wijken is samenwerking slechts op een aantal onderdelen van
het wijkactieplan mogelijk.
De derde en laatste hoofdvorm van participatie die in het onderzoek is
onderscheiden, uitvoering van een deel van het wijkactieplan door bewoners, komt relatief
veel voor. Daarvoor worden verschillende systematieken gebruikt, die onder verschillende
namen bekend staan, zoals bewonersbudgetten, bewonersinitiatieven, vouchers e.d. De
kern van deze participatievorm is dat bewoners zelf verantwoordelijkheid dragen voor de
uitvoering van een deel het wijkactieplan. Hoewel het daarbij ook gaat om plannen of
projecten die zijn opgesteld door anderen dan de bewoners, zien we in de praktijk vrijwel
alleen vormen van eigen verantwoordelijkheid van bewoners bij plannen of projecten die
door bewoners zelf zijn ingediend of aangedragen. In sommige wijken worden in principe
alle voorstellen gehonoreerd, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, in andere
wijken wordt een brede groep van bewoners betrokken bij de keuze tussen verschillende
initiatieven.
Het onderzoek laat verder zien dat er ten behoeve van de bevordering van
bewonersparticipatie, op een aantal punten nog mogelijkheden tot verbetering zijn voor
meerdere gemeenten. Afspraken met bewoners zouden vaker en beter kunnen worden
vastgelegd. Bewoners zouden beter ondersteund kunnen worden om hun bijdrage te
kunnen leveren en bewoners zouden door middel van meer communicatiekanalen kunnen
worden uitgenodigd om mee te doen. Ten slotte zou er uitgebreider en gerichter kunnen
worden teruggekoppeld aan bewoners over de stand van zaken in de uitvoering van de
wijkactieplannen en specifiek over hun inbreng daarin.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
9
2. Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
In het kader van het Actieplan Krachtwijken zijn tweeënhalf jaar geleden 40 Nederlandse
wijken geselecteerd die gedurende tien jaar een extra (beleids)impuls krijgen (Ministerie
van VROM, 2007). In een eerste fase zijn er wijkactieplannen opgesteld, die vervolgens in
de meeste wijken zijn omgezet in uitvoeringsplannen. Terugkijkend op de start van de
krachtwijkenaanpak meende Elly van Kooten (2009:22), programmadirecteur Wijken, ‘dat
de nieuwe aanpak beweging genereert; de wijkenaanpak krijgt zaken voor elkaar, geeft
druk op lokale partijen om zaken sneller voor elkaar te krijgen.’ Terwijl wetenschappelijke
discussie over de zin en onzin van de krachtwijkenaanpak wordt gevoerd (Musterd en
Ostendorf, 2009) en terwijl dhr. Van der Laan als een nieuwe minister voor Wonen, Wijken
en Integratie (WWI) is aangetreden, belandt de aanpak zelf in een nieuwe fase: die van de
uitvoering.
In het Actieplan Krachtwijken werd gesteld dat de inventiviteit en kracht die de
bewoners en lokale (bewoners)organisaties gezamenlijk inzetten, essentieel is voor het
slagen van de wijkaanpak. De bewoners individueel en georganiseerd vormen een
belangrijke partij in het opstellen en uitvoeren van de wijkactieplannen (Ministerie van
VROM, 2007:8,10,15). Als de participatie van bewoners wezenlijk wordt geacht voor
draagvlak en kwaliteit van de wijkactieplannen en de uitvoering ervan, is het zaak om zicht
te krijgen op de wijze waarop bewonersparticipatie wordt bevorderd. De vorige minister
(mevr. Vogelaar) heeft de taak om te komen tot wijkactieplannen in eerste instantie aan
de gemeenten toebedeeld. Tegelijkertijd was de verwachting dat andere partijen
inclusief bewoners hieraan intensief zouden bijdragen. Ook in de uitvoering van de
wijkactieplannen is voor bewoners (idealiter) een belangrijke rol weggelegd. Maar hoe de
participatie van bewoners in de 40 wijken rondom die uitvoering van de wijkactieplannen
wordt bevorderd en daadwerkelijk gestalte krijgt, is nog onvoldoende bekend. Vandaar dit
(vervolg)onderzoek.
De bevordering van participatie: de eerste meting
In 2008 heeft de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur een eerste meting gedaan van
de bevordering van bewonersparticipatie door gemeenten. Hierbij lag de focus op de
totstandkoming van de wijkactieplannen in de 40 wijken.
1
De vraag was op welke wijze en
in hoeverre gemeenten bewonersparticipatie in de totstandkoming van de
wijkactieplannen hadden bevorderd. De informatie voor dit onderzoek werd verkregen
door middel van het telefonisch afnemen van een vragenlijst bij gemeenten en
bewonersorganisaties in alle wijken.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
10
Bij het merendeel van de wijkactieplannen waren bewoners betrokken bij de
totstandkoming. Grofweg bleken er drie strategieën te onderscheiden: in iets meer dan
een derde van de wijken zijn bewoners niet, of zeer beperkt, betrokken geweest bij de
totstandkoming van het wijkactieplan; in iets minder dan een derde van de wijken verliep
de participatie via reguliere, reeds bestaande bewonersoverleggen en in iets meer dan
een derde van de wijken is een nieuw, breed participatietraject opgezet voor het
wijkactieplan. Vooral in de grote steden waren de mogelijkheden voor bewoners om te
participeren beperkt; in kleinere steden hebben gemeenten de participatie over het
algemeen actiever bevorderd.
Concluderend stelden we toen dat gemeenten bewoners in de meeste gevallen wel de
mogelijkheid hebben geboden te participeren, maar dat de reikwijdte en de diepgang niet
in alle gevallen even groot waren. Daar waar bewoners konden participeren, hadden zij in
de meeste gevallen wel de gelegenheid aan te geven welke problemen er volgens hen in
de wijk spelen, maar bewoners hadden minder vaak de gelegenheid oplossingen aan te
dragen. De inventarisatie en keuze van oplossingen was vaak in handen van
professionals. De beslismacht van bewoners was over het algemeen beperkt. Wel konden
ze in veel gevallen advies uitbrengen over het wijkactieplan.
Gemeenten hebben individuele en georganiseerde bewoners relatief vaak gevraagd te
participeren. Het bereik van de invitatie was in veel gemeenten groot (het ‘net’ werd
tamelijk breed uitgeworpen). Niet zelden zijn alle wijkbewoners gevraagd te participeren.
De intensiteit van de invitatie verschilde echter sterk. Gemeenten hadden zich over het
algemeen geconcentreerd op enkele kanalen (er werden weinig verschillende ‘netten’
uitgeworpen) en er was relatief weinig moeite gedaan moeilijk bereikbare groepen te
betrekken. Wat de terugkoppeling over het wijkactieplan en de weg daar naartoe betreft,
werd er relatief laag gescoord. Bewoners waren tussentijds niet intensief op de hoogte
gehouden van de stand van zaken met betrekking tot het wijkactieplan. Ook was er naar
bewoners beperkt teruggekoppeld over wat er met hun inbreng was gedaan. Bovendien
werd daarbij gebruikt gemaakt van maar een select aantal kanalen.
Verder werd geconcludeerd dat op geen van de drie onderzochte aspecten van de
bevordering van bewonersparticipatie - gelegenheid, invitatie en respons - de
bewonersoriëntatie overheerste. De aanpak die gemeenten hanteerden was over het
algemeen meer professionalsgeoriënteerd dan bewonersgeoriënteerd. Dit betekent dat de
inhoud van het wijkactieplan veeleer aan professionals wordt overgelaten, dat bewoners
over het algemeen niet intensief gevraagd worden te participeren en dat er slechts via een
beperkt aantal kanalen wordt teruggekoppeld.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
11
De belangrijkste redenen die gemeenten destijds aandroegen om bewonersparticipatie
beperkt te bevorderen waren de beschikbare tijd voor en de timing van het nieuwe beleid,
het feit dat er al veel andere projecten lopen die gericht zijn op de door de minister
benoemde thema’s, de angst om bewoners te overvragen en de wens om geen valse
verwachtingen te wekken. Ook gaven een aantal gemeenten dat bewonersparticipatie
beperkt hadden bevorderd aan in de uitvoering hier meer aan te zullen gaan doen.
De bevordering van participatie: de tweede meting
De Tilburgse School voor Politiek en Bestuur is door het LSA het Landelijk
Samenwerkingsverband Aandachtswijken gevraagd om na het onderzoek naar de
bevordering van de bewonersparticipatie bij de totstandkoming van de wijkactieplannen te
kijken naar de manier waarop bewonersparticipatie, al dan niet structureel, geborgd is in
de uitvoeringsfase van de wijkaanpak tot aan 1 augustus 2009 (zie Figuur 1).
2
Figuur 1: Focus meting 2009
Het doel van dit tweede onderzoek is om inzicht te krijgen in de manier waarop de
bewonersparticipatie wordt bevorderd in de uitvoering van de wijkactieplannen. We
hebben in dit onderzoek gekeken naar de manier waarop de bewonersparticipatie in de
uitvoering van de wijkactieplannen door de gemeente is geborgd. Hierbij hebben we niet
alleen naar de wijze waarop gekeken, maar ook naar de mate waarin. Centraal
aandachtspunt is de manier waarop de bewonersparticipatie in de uitvoering van de
wijkactieplannen is georganiseerd. We hebben gekeken naar in hoeverre bewoners
kunnen participeren en naar de wijze waarop ze dit kunnen. In deze twee dimensies
vatten we de activiteiten van gemeenten en andere betrokken partijen die tot doel hebben
de bewonersparticipatie te bevorderen, door haar op een bepaalde manier te organiseren.
Bij de activiteiten van andere betrokken partijen gaat het ons om die activiteiten die in het
kader van de krachtwijkenaanpak worden uitgevoerd en waar de gemeente - door middel
Zomer 2007
Wijkactieplannen
Uitvoerings-
programma’s
Planningsfase Uitvoeringsfase
Voorjaar 2008
Actieplan
Uitvoering programma’s Verdere uitvoering WAP’s
Focus tweede meting
1 augustus 2009
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
12
van richtlijnen of concrete afspraken over de inrichting van bewonersparticipatie - enige
mate van sturing heeft op de bevordering van bewonersparticipatie.
Onderzoeksvraag
De onderzoeksvraag die in dit onderzoek centraal stond is de volgende:
In hoeverre en op welke wijze is in de uitvoeringsfase van de krachtwijkenaanpak (tot
aan 1 augustus 2009) de door de gemeente direct of indirect aangestuurde
bewonersparticipatie geborgd?
Met het begrip ‘borging’ bedoelen we de wijze waarop en de mate waarin het toedelen
van een participatieve rol in de uitvoering van de krachtwijkenaanpak plaats heeft
gevonden: kunnen zij in de uitvoering participeren? En welke rol hebben ze daarbij? Het
waarborgen van de mogelijkheid tot participatie is bij uitstek een middel om participatie te
bevorderen. Voor het kùnnen participeren in de uitvoering van de wijkaanpak (en dat is
één van de centrale uitgangspunten van de wijkaanpak!), is het belangrijk dat die
participatie ook een zekere inhoud heeft. Bewoners moeten daarvoor een gegarandeerde
plek hebben in de uitvoering. Borging van bewonersparticipatie in de uitvoering is dus
essentieel. Zoals het ministerie van WWI aangeeft: als je goed wilt samenwerken aan
wijkvernieuwing, dan is het verstandig afspraken hierover tussen de verschillende partijen
vast te leggen.
3
Ter verduidelijking: het bovenstaande betekent dat we, net als in de eerste meting,
uitdrukkelijk niet de uiteindelijke participatie van bewoners in kaart brengen; de focus is
gericht op de georganiseerde activiteiten ingezet ter bevordering van de
bewonersparticipatie. We hebben bijvoorbeeld niet uitgezocht welk percentage van de
bewoners er in de uitvoering van de wijkactieplannen heeft geparticipeerd. Net als in de
eerste meting, die in 2008 is verricht, hebben we ons exclusief gericht op de organisatie
van de bewonersparticipatie in de uitvoering van de wijkaanpak in het kader van het
Actieplan Krachtwijken. Waar in het geval van de eerste meting nog een aanwijsbaar
wijkactieplan ter beschikking stond, als focuspunt van alle aandacht, is dat in de
uitvoeringsfase niet het geval. Bovendien is de uitvoering van de wijkactieplannen nauw
verbonden met de uitvoering van andere (al bestaande) plannen in het kader van
wijkverbetering.
4
Dat maakt het onderzoek niet minder interessant, maar wel
ingewikkelder.
Tegen deze achtergrond hebben we de uitvoering van de wijkactieplannen en de
rol die bewoners in die uitvoering hebben als onderzoeksobject gedefinieerd en
geanalyseerd. Hierbij hebben we constant getracht het onderscheid tussen de
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
13
krachtwijkenaanpak (= de uitvoering van de wijkactieplannen) en de voor 2007 al
bestaande wijkaanpak vast te stellen (zie Hoofdstuk 4 voor verdere uitleg hierover).
Daarnaast hebben we (analytisch) drie vormen van participatie onderscheiden. Om te
beginnen kunnen bewoners, al dan niet georganiseerd, deelnemen aan overleggen die
toezicht houden op de uitvoering van het wijkactieplan. Dit zijn dus geen overleggen op
projectniveau, maar vormen van overleg die gericht zijn op, dan wel een bijdrage leveren
aan, het monitoren en (bij)sturen van de uitvoering. Ten tweede kunnen er diverse
samenwerkingsverbanden zijn waarin bewoners(organisaties) en andere partijen werken
aan de uitvoering van het wijkactieplan. Ten slotte zijn er mogelijkheden voor bewoners
om zelf een leidende rol te hebben in de uitvoering. Onder deze categorie scharen we de
verschillende vormen van participatie waarin bewoners onder eigen verantwoordelijkheid
delen van het wijkactieplan kunnen uitvoeren.
In tegenstelling tot bij de eerste meting die in het kader van dit onderzoek is verricht, is de
hoofdvraag in deze tweede meting niet exclusief gericht op de activiteiten die door
gemeenten zijn verricht. Dit omdat, zo bleek uit een eerste verkenning van de manier
waarop de uitvoering van de wijkactieplannen ten uitvoering wordt gebracht, ook andere
partijen, zoals woningcorporaties, een bijdrage leveren aan de bevordering van
bewonersparticipatie. Participatie bevorderende activiteiten worden dan niet direct door de
gemeente ontplooid, al gebeurt dat doorgaans wel in afstemming en wisselwerking met de
gemeente. Niet langer kunnen we daarom uitspraken doen over wat alleen gemeenten
hebben gedaan aan participatiebevordering. Daarmee zouden we een belangrijk
onderdeel van de organisatie van de bewonersparticipatie onderbelicht laten. Het is echter
wel zo dat we alleen uitspraken doen over participatiebevorderende activiteiten die direct
of indirect binnen de invloedssfeer liggen van de gemeente, die onverminderd
hoofdverantwoordelijk is (gemaakt) voor de bevordering van de bewonersparticipatie bij
de krachtwijkenaanpak.
5
De opbouw van deze rapportage is als volgt. In het volgende hoofdstuk gaan we in het
gehanteerde theoretische kader. In Hoofdstuk 3 gaan we in op de gehanteerde methode
van onderzoek. Vervolgens presenteren we in Hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten per
wijk zowel in de vorm van een tweetal figuren als in de vorm van een korte tekstuele
weergave. In Hoofdstuk 5 geven we een overkoepelende analyse van de bevindingen,
waarna we in Hoofdstuk 6 reflecteren op de bevindingen en op de meting zelf.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
14
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
15
3. Bevorderende omstandigheden
In dit hoofdstuk zullen we het theoretisch kader dat we hebben gehanteerd uit de doeken
doen. We bouwen hier voort op het in ons vorige onderzoek ontwikkelde theoretisch kader
(zie Van Hulst et al., 2008). De afgelopen jaren hebben verschillende onderzoeken
bijgedragen aan de kennis over de bevorderende omstandigheden voor burgerparticipatie.
Het zogenaamde CLEAR-model, zoals dat is ontwikkeld door Lowndes, Pratchett en
Stoker (2006)
6
combineert resultaten uit eerdere onderzoeken en biedt een recent en
helder overzicht van bevorderende omstandigheden voor burgerparticipatie in de lokale
context. Dit model onderscheidt vijf cruciale factoren (zie ook bijlage 1):
Can do – kunnen bewoners participeren, i.e. zijn zij competent, hebben zij zelf
genoeg capaciteiten om te participeren; spreken ze bijvoorbeeld de taal?
Like to willen bewoners participeren; d.w.z.: zien bewoners voor zichzelf voldoende
redenen of nut om zich in te spannen, zijn zij gemotiveerd?
Enabled to worden bewoners in staat gesteld om te participeren, i.e. wordt hun de
mogelijkheid geboden om te participeren, krijgen zij de kans?
Asked to – worden bewoners gevraagd om te participeren: is er een externe positieve
stimulans tot participatie?
Responded to wordt er naar bewoners teruggekoppeld, over zowel de inhoud als
het proces?
We gebruiken in deze meting van het eerste deel van de uitvoeringsfase, net als het
onderzoek naar de totstandkoming van de wijkactieplannen, het CLEAR-model als
inspiratiebron.
7
We haken daarvoor wederom met name aan bij de laatste drie factoren
die het (CL)EAR-model benadrukt: enabled to, asked to en responded to. Voor de eerste
twee aspecten, can do en like to, geldt dat die amper te beïnvloeden zijn, en zeker niet
binnen het tijdsbestek van ons onderzoek. We laten ze daarom buiten beschouwing en
richten ons alleen op die factoren waar de gemeente op korte termijn met concrete
activiteiten invloed op kan uitoefenen.
Uit het CLEAR-model leiden we dus drie aspecten af (zie Van Hulst et al., 2008):
gelegenheid, invitatie, respons. Tabel 1 laat zien hoe de drie aspecten en twee dimensies
van bevordering bij elkaar zes te onderzoeken onderdelen opleveren.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
16
Mate waarin Wijze waarop
1. Gelegenheid 1-M 1-W
2. Invitatie 2-M 2-W
3. Respons 3-M 3-W
Tabel 1: Aspecten en dimensies van participatiebevordering
Passen we de verschillende aspecten en dimensies toe op de hoofdvraag van het
onderzoek, dan komen we tot de volgende vragen:
1. Gelegenheid: In hoeverre en op welke wijze hadden bewoners de gelegenheid om
te participeren in de uitvoering van de wijkactieplannen tot aan 1 augustus 2009?
Mate waarin:
1-M: Welke (kringen van) bewoners (of bewonersorganisaties) kunnen
participeren in de uitvoering van het wijkactieplan? Bij de uitvoering van welke
onderdelen van het uitvoeringsplan konden bewoners participeren? Gedurende
welke periode is participatie mogelijk? Zijn er afspraken gemaakt over de manier
waarop bewoners kunnen participeren in de uitvoering van de wijkactieplannen?
Wijze waarop:
1-W: In welke rol konden bewoners participeren in de uitvoering van het
wijkactieplan? In welke vormen van uitvoering konden de bewoners een rol
spelen: toeziend overleg op uitvoering, samenwerking in de uitvoering en/of
zelfstandige uitvoering? Is de inbreng structureel van aard of meer ad hoc? We
vragen ons hierbij ook af of, hoe en waar die rol formeel is vastgelegd. Kregen
bewoners een beslissende of slechts een marginale rol in het proces? Anders
gezegd, speelden ze een hoofdrol of een bijrol?
2. Invitatie: In hoeverre en op welke wijze zijn bewoners gevraagd te participeren in
de uitvoering van het wijkactieplan tot aan 1 augustus 2009?
Mate waarin:
2-M: Welke (kringen van) bewoners (of bewonersorganisaties) zijn gevraagd
te participeren in de uitvoering van het wijkactieplan? Hoe ver hebben
gemeenten en andere organisaties onder regie van de gemeente hun net
uitgegooid’?
Wijze waarop:
2-W: Op welke wijze (in welke vorm) zijn bewoners gevraagd te participeren in
de uitvoering van het wijkactieplan? Is er bijvoorbeeld gekozen voor een
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
17
‘lichte’ vorm van vragen via een algemene oproep, of is gekozen voor een
meer intensieve wijze van invitatie?
3. Respons: In hoeverre en op welke wijze heeft vanuit de gemeente en andere
organisaties onder regie van de gemeente terugkoppeling richting en overleg met
bewoners plaatsgevonden over de resultaten van de uitvoering van de wijkactieplannen
tot aan 1 augustus 2009 en de inbreng van bewoners daarin?
Mate waarin:
3-M: Aan welke (kringen van) bewoners en op welke momenten vond
terugkoppeling en/of overleg plaats over de afspraken die zijn gemaakt
aangaande de uitvoering van het wijkactieplan en over de resultaten van de
wijkaanpak? Terugkoppeling kan vanzelfsprekend verschillende vormen
aannemen.
Terugkoppeling kan aan alle bewoners, aan betrokken bewoners, aan
bewonersorganisaties of in reguliere overlegvormen waarin bewoners
plaatshebben. Daarnaast vragen we ook of gemeenten en andere organisaties
onder regie van de gemeente aan bewoners of bewonersorganisaties hebben
aangeven wat er met hun inbreng is gedaan. Als partijen met elkaar samenwerken
aan stedelijke vernieuwing, is dat echter idealiter geen eenrichtingsverkeer. Zoals
het ministerie aangeeft in haar stappenplan voor samenwerking in stedelijke
vernieuwing: “Zorg steeds voor afstemming. Blijf tijdens de uitvoering met elkaar in
gesprek. Wees helder over verwachtingen.”
8
Wijze waarop:
3-W: Op welke wijze vond terugkoppeling en overleg plaats aan bewoners
over de resultaten van de uitvoering van de wijkactieplannen tot aan 1
augustus 2009 en de inbreng van bewoners daarin? Is er sprake van een
periodieke terugkoppeling of worden bewoners ad hoc geïnformeerd?
Het bovengenoemde analysemodel vormt de basis voor de dataverzameling en voor de
analyse van de onderzoeksgegevens. Aan de hand van de bovenstaande vragen is een
vragenlijst opgesteld die de drie onderzochte aspecten van bevordering dekt, zowel wat
betreft de mate waarin als de wijze waarop. Aan de antwoordcategorieën zijn scores
toegekend. Die worden in Hoofdstuk 4 per wijk weergegeven.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
18
Daarbij geldt wat betreft het aspect gelegenheid hoger scoort naarmate de borging van de
bewonersparticipatie steviger en langduriger is. Een duurzame hoofdrol scoort beter dan
een tijdelijke bijrol. Centraal staat de plaats die bewoners hebben gekregen in de
uitvoering van de wijkactieplannen en de ruimte die door gemeenten in de plannen aan
bewoners is gelaten. Uiteraard verliezen we daarbij de belangen van de gemeente en
andere organisaties niet uit het oog. Meer participatie is niet altijd beter. Maar in de
uitvoering van de wijkactieplannen zouden, gelet op de doelstellingen van het ministerie
en de gemeenten zelf, wel mogelijkheden moeten zijn voor een zekere mate van (borging
van) bewonersparticipatie.
Daar waar sprake is van participatie zou in alle gevallen sprake moeten zijn van een wijde
en intensieve invitatie en een wijde en intensieve terugkoppeling, door de gemeente, of
door andere organisaties onder regie van de gemeenten. Hoe beter aan die voorwaarden
wordt voldaan, hoe hoge de score voor de betreffende wijk.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
19
4. Aanpak van het onderzoek
In dit hoofdstuk bespreken we op welke manier het onderzoek is uitgevoerd. Hierbij
komen aan bod welke methode en techniek we hebben gebruikt, de pilot die we hebben
uitgevoerd, welke informanten we hebben geselecteerd en op welke manier de gegevens
zijn verwerkt en geanalyseerd. Ook wordt aandacht besteed aan de manier waarop we
met onverwachte antwoorden en/of situaties om zijn gegaan.
De vragenlijst
Voor dit onderzoek hebben we een vragenlijst opgesteld (zie Bijlage 3). De aspecten van
de bevordering van bewonersparticipatie in de uitvoering van de wijkactieplannen
gelegenheid, invitatie en respons en de dimensies daarbinnen mate waarin en wijze
waarop leidden tot de vragen. De focus op de borging van de bewonersparticipatie
betekent dat het onderzoek zich uitdrukkelijk niet richt op de feitelijke participatie van
bewoners (bijv. Hoeveel bewoners hebben er geparticipeerd, hoeveel initiatieven zijn er
ingediend?) maar op de mate waarin en de wijze waarop gelegenheid geboden wordt tot
participatie van bewoners. De vragenlijst richtte zich op de uitvoering van het wijkactieplan
in de periode die loopt vanaf het vaststellen van het wijkactieplan tot aan 1 augustus
2009. Na 1 augustus zijn er in diverse wijken nieuwe initiatieven opgestart. Die nieuwe
initiatieven zijn in dit onderzoek niet meegenomen.
Pilot-onderzoek
Alvorens we zijn begonnen met de telefonische enquête in alle wijken hebben we een kort
pilot-onderzoek uitgevoerd in 5 wijken. Het betrof hier de wijken Overdie (Alkmaar), De
Kruiskamp (Amersfoort), Rivierenwijk (Deventer), Amsterdam Noord en Woensel West
(Eindhoven). Naar aanleiding van de bevindingen in de pilot hebben we de vragenlijst op
enkele punten aangepast en vervolgens hebben we de vragenlijst telefonisch afgenomen
in de andere wijken. Omdat het pilot-onderzoek in juni en juli is uitgevoerd, hebben de
betreffende onderzoekers in september en oktober de informanten in de pilot-wijken
nogmaals benaderd met de vraag of zich in de tijd tussen het eerste gesprek en 1
augustus 2009 nog zaken hadden voorgedaan die van belang waren voor de
bewonersparticipatie in de uitvoering van het wijkactieplan in de betreffende wijken.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
20
Dataverzameling
Wijkenindeling
Een algemeen probleem voor het verzamelen van de data was dat de door het ministerie
(met behulp van postcodes) gedefinieerde wijken niet altijd overeenkomen met de
indelingen zoals die door de gemeenten en de bewoners zelf worden gehanteerd. Daar
komt nog bij dat in Rotterdam en Amsterdam niet in alle door het ministerie gedefinieerde
wijken met één enkel plan werd gewerkt. Een belangrijk gevolg hiervan is dat er in totaal
meer wijkactieplannen (en dus ook uitvoeringstrajecten) zijn dan de 40 aangewezen
Krachtwijken. Het onderzoek richtte zich dan ook op 45 uitvoeringstrajecten (zie Bijlage 2
voor een overzicht).
Informanten
Voor alle wijken zijn voorafgaand aan het afnemen van de telefonische vragenlijst de
wijkactieplannen en (indien opgesteld) de uitvoeringsplannen door de betreffende
onderzoekers bestudeerd. Hierna hebben we data verzameld bij twee typen informanten.
Voor de meeste wijken hebben we de vragenlijst afgenomen bij een goed geïnformeerde
medewerker van de betreffende gemeente en bij een goed geïnformeerd lid van een
bewonersorganisatie in de wijk. In een aantal gevallen is noodgedwongen een
uitzondering gemaakt op deze regel. De vragenlijst is in de maanden september en
oktober 2009 afgenomen bij in totaal 87 goed in de krachtwijkenaanpak ingevoerde
informanten. Dit aantal is lager dan 90 (45 x 2), omdat aan gemeentezijde informanten in
enkele gevallen voor meerdere wijken antwoord konden geven. Ook hebben we in een
aantal wijken geen voldoende geïnformeerde bewoners kunnen spreken, omdat zelfs erg
goed geïnformeerde bewoners soms onvoldoende kennis bezaten om onze vragen te
beantwoorden (zie hieronder). In een aantal wijken hebben we daarentegen aan
bewonerszijde en/of aan gemeentezijde meerdere informanten gesproken.
In de Rotterdamse wijken Noord en Oud Zuid hebben we per wijk twee
gemeenteambtenaren gesproken: voor elke deelgemeente in die wijken één. Dit omdat in
één en dezelfde krachtwijk soms twee deelgemeentes actief waren. De scores van deze
informanten zijn per wijk gemiddeld. Ook hebben we in een aantal wijken geen voldoende
geïnformeerde bewoners kunnen spreken, omdat er geen bewoners waren die voldoende
overzicht hadden over de uitvoering van het wijkactieplan om al onze vragen te
beantwoorden. In andere wijken konden de best geïnformeerde bewoners de meeste,
maar niet alle vragen beantwoorden. Daarom zijn in een aantal wijken de antwoorden van
de gemeenten deels of volledig leidend geweest in de berekening van de scores. Het gaat
hier om de wijken Schiedam Nieuwland, Amsterdam Bos en Lommer, Amsterdam
Overtoomse Veld, Amsterdam Zuid-Oost en Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer. In die
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
21
laatste wijk hebben we overigens twee bewoners gesproken; één uit Geuzenveld en één
uit Slotermeer. Desondanks konden ook zij niet alle vragen afdoende beantwoorden, en is
bij een handvol vragen het antwoord van de gemeente gevolgd.
In drie gevallen hebben we er voor gekozen om twee krachtwijken samen te
voegen in de analyse. Dit hebben we gedaan met de twee wijken in Groningen, De
Hoogte en Korrewegwijk, omdat in de uitvoering van het wijkactieplan en de bevordering
van bewonersparticipatie de wijken (door de gemeente en bewoners) als één geheel
worden beschouwd. Ook de wijken Zuilen en Ondiep in Utrecht, de wijken Stationsbuurt
en Rivierenwijk in Den Haag en de wijken Geuzenveld en Slotermeer in Amsterdam zijn
om die reden door ons in de analyse samengevoegd. De overeenkomsten in aanpak
bleken toen zodanig groot dat besloten is om de wijken samen te voegen in de analyse.
De antwoorden van de bewoners zijn waar mogelijk gemiddeld. Aan gemeentezijde in
Geuzenveld en Slotermeer is contact geweest met vier medewerkers om de antwoorden
voor deze wijken compleet te krijgen, in Amsterdam Noord met twee.
Net als vorig jaar is er voor gekozen om per wijk op zoek te gaan naar een
vertegenwoordiger van een bewonersorganisatie die actief is in de wijk en goed op de
hoogte is van de uitvoering van het wijkactieplan, zonder dat het noodzakelijkerwijs een
bewonersorganisatie is die de hele wijk vertegenwoordigt. We hebben hierbij net als vorig
jaar gebruik gemaakt van de contacten die het LSA heeft in de verschillende wijken. Het
LSA heeft voor ons het eerste contact met bewoners gelegd om een moment te vinden
waarop de vragenlijst kon worden afgenomen. Deze zogenaamde ‘belafspraken’ met de
informanten hebben de onderzoekers aan gemeentezijde zelf gemaakt. In de meeste
gevallen betreft het hier de personen die ook vorig jaar meegewerkt hebben aan het
onderzoek. Maar in een aanzienlijk aantal gevallen bleken deze mensen niet meer
werkzaam bij de gemeente, of hadden zij geen zicht (meer) op de uitvoering van het
wijkactieplan. In sommige van deze gevallen konden zij ons doorverwijzen naar collega’s
die ons van de juiste informatie konden voorzien. Een aantal keer zijn de onderzoekers
zelf op zoek gegaan via beschikbare telefoonnummers en de ter hand gestelde informatie
over de wijkaanpak. In een beperkt aantal gevallen bleek het erg moeilijk om de juiste
persoon te pakken te krijgen binnen de gemeentelijke organisatie; dit was vooral het geval
in de grote steden.
De gesprekken
Bij de meeste vragen liet de interviewer de beantwoording van de vragen in eerste
instantie open. Vervolgens was het mogelijk voor de interviewer om de nog niet door de
informant genoemde antwoordcategorieën na te lopen met de informant om er zeker van
te zijn dat alle antwoordopties overwogen werden. De vragenlijst stelde ons in staat de
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
22
feitelijke inzet van gemeenten in kaart te brengen wat betreft het bevorderen van
burgerparticipatie in de uitvoering van de wijkactieplannen. In de vragenlijst zaten geen
vragen aangaande de waardering van de bevordering van die participatie. We
inventariseren immers de inzet van gemeenten in termen van activiteiten, niet in termen
van kwalificaties als ‘goed’ of ‘slecht’ (dat is in dit onderzoek niet aan de orde). We
hebben dus net als vorig jaar primair aan ‘fact-findinggedaan en zijn niet op zoek gegaan
naar de diversiteit in interpretaties van en oordelen over hoe de uitvoering van de
wijkactieplannen is verlopen tot 1 augustus 2009. Het verzamelen van gegevens die nodig
zijn om een gewogen beeld te krijgen van de normatieve waardering van de inzet van
gemeenten om bewoners te betrekken bij die uitvoering gaat uit van een andere
onderzoeksvraag en een andere manier van meten.
Vouchers en bewonersinitiatieven
In beginsel richtte het onderzoek zich op de participatiemogelijkheden die betrekking
hebben op de uitvoering van de wijkactieplannen. In de gesprekken met onze informanten
bleek dat het vaak moeilijk is om het wijkactieplantraject los te zien van vigerend beleid.
Twee onderwerpen kwamen hierbij regelmatig terug. In de eerste plaats krijgen wijken
naast het budget voor het wijkactieplantraject extra geld voor een door het door het LSA
ontwikkelde en door het Ministerie van VROM in de krachtwijkenaanpak geïntegreerde
Vouchersysteem. Door middel van het vouchersysteem (of een vergelijkbare, door de
gemeenten zelf opgezette methodiek) is er geld beschikbaar voor bewonersinitiatieven.
Hoewel dit geld formeel soms los staat van de uitvoering van het wijkactieplan is in de
praktijk deze scheiding niet zo strak te maken. Het bevorderen van bewonersinitiatieven is
in veel gevallen een doelstelling in het wijkactieplantraject en tevens worden veel
bewonersinitiatieven ontplooid op terreinen waar ook het wijkactieplan zich op richt. We
hebben er dan ook voor gekozen om de bewonersinitiatieven, daar waar ze redelijkerwijs
een verbinding met het wijkactieplan hebben, te scharen onder dat wat bewoners onder
eigen verantwoordelijkheid kunnen bijdragen aan de uitvoering van het wijkactieplan.
Uiteenlopende antwoorden
De antwoorden van verschillende informanten liepen soms meer uiteen dan vorig jaar. We
hebben hier twee verklaringen voor. Ten eerste was het proces rond de totstandkoming
van het wijkactieplan destijds nog redelijk overzichtelijk en was het daarmee zowel voor
de gemeenten als voor goedgeïnformeerde bewoners mogelijk om zicht te houden op het
hele proces. In de uitvoeringsfase is dit lastiger. De omvang en de complexiteit van de
uitvoering maakt dat met name bewoners niet altijd in staat zijn het gehele traject te
overzien. Maar dat geldt niet alleen voor bewoners, zo bleek tijdens onze gesprekken.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
23
Vooral in de grote steden is het soms zelfs voor de gemeente lastig om de
krachtwijkenaanpak te overzien.
Ten tweede zijn er ook onenigheden tussen informanten te bespeuren in wat
bijvoorbeeld samenwerken aan de uitvoering’ inhoudt. We hebben als onderzoekers zo
helder mogelijk uitgelegd wat we in zulke gevallen voor ogen hadden met de verschillende
antwoordcategorieën. Daarnaast hebben we onderling veel overleg gehad over de
verschillen in antwoorden die we kregen en de interpretatie daarvan. Vergelijkbare
verwarring ontstond bijvoorbeeld ook bij de vraag of de gemeente acties heeft
ondernomen om moeilijk bereikbare bewonersgroepen bij de uitvoering van het
wijkactieplan te betrekken. Hierbij was de neiging bij sommigen om de bewoner als
onderwerp van het beleid en de bewoner als beleidsmaker te verwarren. Bijvoorbeeld: het
inzetten van wijkcoaches om moeilijk bereikbare groepen achter de voordeur de helpende
hand toe te steken, is in dit onderzoek niet het laten participeren van moeilijk bereikbare
bewonersgroepen. Het gaat ons om de pogingen die gedaan worden om bewoners actief
te laten worden in de uitvoering van het wijkactieplan.
In de gevallen waarin de verschillen tussen wat bewoners antwoordden en de
antwoorden van de gemeente te groot bleven, ook na het raadplegen van meerdere
respondenten aan de kant van de gemeente en aan de kant van de bewoners, zijn we op
zoek gegaan naar een derde bron, zoals een uitvoeringsplan, een verslag van een
bijeenkomst of een derde informant. In totaal hebben we dat voor 15 wijken gedaan. In
een achttal gevallen hebben we onze informanten daarbij verzocht aanvullende
documentatie ter beschikking te stellen. Waar de antwoorden niet zodanig uiteenlopen dat
er onverklaarbare verschillen waren, hebben we de antwoorden gemiddeld.
Verwerking en analyse
De verwerking van de vragenlijsten bestond uit het toekennen van waarden aan de
gegeven antwoorden en het weergeven van die waarden in een overzichtelijke vorm (zie
Hoofdstuk 4). We hebben de scores die de twee vraaggesprekken voor elke wijk
opleverden gemiddeld. Vervolgens is er voor elke wijk een tweetal figuren opgesteld.
Samen met de samenvattingen per wijk van de gesprekken vormden de scores de input
voor de analyse. Een vergelijking van de uitvoeringstrajecten per wijk leverde inzicht in het
patroon voor de 45 trajecten samen (zie Hoofdstuk 5).
Na het afnemen van de vragenlijst werd door de betreffende onderzoeker ook een korte
samenvatting van het gesprek geschreven om een beeld te geven van de uitvoering van
het wijkactieplan in de betreffende wijk. Deze samenvatting was niet alleen gebaseerd op
de antwoorden die de informanten gaven op de vragen in de vragenlijst, maar op het
gehele telefoongesprek.
9
Daarnaast bood het de kans om één of twee opvallendheden
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
24
van een proces vast te leggen. De beschrijving is daarna nog op herkenbaarheid getoetst
bij de informanten. In de gevallen waarbij die herkenbaarheid niet aanwezig bleek te zijn is
de tekst aangepast, waarbij rekening gehouden werd met zowel de opmerkingen van de
betreffende informant als de antwoorden en/of opmerkingen van de tweede informant. De
tekstjes zijn over het algemeen per email verstuurd (in één geval per post). Wanneer er
niet gereageerd werd op deze mails is later een herhalingsmail verstuurd met het verzoek
alsnog te reageren. Dit leverde in een groot aantal gevallen een alsnog een reactie op.
Begeleidingscommissie
Het onderzoek is begeleid door een commissie met Henk Cornelissen, namens het LSA
en drs. Arjen Verweij namens van het ministerie van WWI. We zijn in totaal drie keer met
de begeleidingscommissie samengekomen om verschillende producten van de hand van
de onderzoekers te bespreken (onderzoeksaanpak, vragenlijst en conceptrapportage).
Tussentijds is er ook contact geweest over verschillende aspecten van het onderzoek.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
25
5. Bevordering van de bewonersparticipatie in beeld
In dit hoofdstuk presenteren we de bevindingen van ons onderzoek. Per wijk wordt de
bevordering van bewonersparticipatie door de gemeente in de totstandkoming van het
wijkactieplan in kaart gebracht.
Let wel: het gaat hier om de mate waarin en de wijze waarop betrokken gemeenten
(zelfstandig en in wisselwerking met derden) de bewonersparticipatie bevorderen bij de
uitvoering van de wijkactieplannen voor de ‘aandachtswijken’. De hieronder
gepresenteerde bevindingen gaan specifiek híer over, niet over de stand van de
bewonersparticipatie in de wijk in den brede, en ook niet over de aandacht van betrokken
gemeenten voor bewonersparticipatie in het algemeen.
We hebben bij de meting nadrukkelijk het vizier gericht op de uitvoering van de
wijkactieplannen. Hierbij is bewonersparticipatie in de daaraan voorafgaande beleidsfase,
de opzet van de wijkactieplannen, dus expliciet niet meegenomen. Als steden in die fase
veel werk hebben gemaakt van de bevordering van bewonersparticipatie dan was dat in
de vorige meting zichtbaar. Hieronder zijn de beleidsfasen nogmaals weergegeven (zie
ook Hoofdstuk 1).
Dimensies
Hieronder laten we zien hoe we per wijk tot de resultaten zijn gekomen. Zoals in de vorige
hoofdstukken is aangegeven wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de mate waarin
gemeenten bewonersparticipatie hebben bevorderd en de wijze waarop zij dit hebben
gedaan. Daarbij worden in de weergave de verschillende aspecten die van belang zijn bij
het bevorderen van bewonersparticipatie gelegenheid, invitatie en respons van elkaar
gescheiden.
Zomer 2007
Wijkactieplannen
Uitvoerings-
programma’s
Planningsfase Uitvoeringsfase
Voorjaar 2008
Actieplan
Uitvoering programma’s Verdere uitvoering WAP’s
Focus tweede meting
1 augustus 2009
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
26
Gelegenheid
InvitatieRespons
Mate waarin
De dimensie mate waarin’ wordt weergegeven in een zogenaamd radardiagram. Daarin
wordt per aspect een score toegekend. Deze totaalscore is gebaseerd op de scores die
gemeenten hebben behaald op de verschillende onderdelen van de vragenlijst.
De score op het aspect gelegenheid is opgebouwd uit de volgende elementen:
o De betrokkenheid van bewoners bij het opstellen van de uitvoeringsplannen
en de manier waarop deze plannen zijn vastgelegd
o Welke bewoners de gelegenheid kregen betrokken te raken
o Hoe de gelegenheid tot participatie bij verschillende onderdelen van de
uitvoeringsplannen is geregeld
o De periode waarin participatie mogelijk is
De score op het aspect invitatie is opgebouwd uit de volgende elementen:
o De media die gebruikt zijn om bewoners uit te nodigen voor participatie bij
overleg over, samenwerking met, en zelf uitvoeren van onderdelen van het
uitvoeringsplan.
o De ondersteuning die bewoners konden krijgen bij hun participatie.
De score op het aspect respons is opgebouwd uit de volgende elementen:
o De media die gebruikt zijn om bewoners op de hoogte te stellen van de
voortgang van de uitvoering
o De media die gebruikt zijn om betrokken bewoners te informeren wat er met
hun bijdrage is gedaan
Aan de verschillende antwoordcategorieën die betrekking hebben op deze elementen zijn
voor elk van de drie dimensies scores toegekend. Deze antwoordcategorieën zijn
gewogen en de behaalde score is voor elke gemeente afgezet tegen de maximaal
haalbare scores. Ook de verschillende elementen per aspect zijn gewogen. Zo komen we
tot een percentuele score op de betreffende as. In het onderstaande voorbeeld scoort de
betreffende gemeente bijvoorbeeld 50% van het totaal haalbare aantal punten op alle
aspecten.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
27
Wijze waarop
Bij de dimensie ‘wijze waarop’ duiden we de aard van de door de gemeente gehanteerde
aanpak in termen van bewonersgeoriënteerd dan wel professionalsgeoriënteerd. In een
bewonersgeoriënteerde aanpak staan de bewoners voorop, in een
professionalsgeoriënteerde aanpak staan professionals (ambtenaren, medewerkers van
welzijnsinstanties, woningcorporaties en scholen, agenten) voorop. Daarbij geldt op
hoofdlijnen:
- Een bewonersgeoriënteerde aanpak op het aspect gelegenheid laat bewoners
meebeslissen over uitvoering van het wijkactieplan; een professionalsgeoriënteerde
aanpak op het aspect gelegenheid laat (beslissingen over) de uitvoering van het
wijkactieplan veeleer over aan professionals.
- Een bewonersgeoriënteerde aanpak op het aspect invitatie benadert bewoners
intensief en via verschillende kanalen en poogt daarbij moeilijk bereikbare groepen te
bereiken; bij een professionalsgeoriënteerde aanpak op het aspect invitatie nodigt een
gemeente bewoners beperkt uit aan tafel bij de professionals.
- Een bewonersgeoriënteerde aanpak op het aspect respons koppelt intensief en via
verschillende kanalen terug aan bewoners; bij een professionalsgeoriënteerde aanpak
op het aspect respons vindt terugkoppeling via een beperkt aantal kanalen plaats
(procesinzicht blijft als het ware in het domein van de professionals steken).
Van de verschillende antwoordcategorieën die op het betreffende aspect betrekking
hebben, is bepaald of ze duiden op een bewonersgeoriënteerde of een
professionalsgeoriënteerde aanpak. Vervolgens is er een relatieve waarde aan
toegekend. Elk antwoord dat van toepassing is op de ‘wijze waarop’ doet de balans
tussen bewonersgeoriënteerdheid en professionalsgeoriënteerdheid dus verschuiven. Die
balans geven we weer in het staafdiagram; we werken niet met dichotomieën. Een
aanpak is niet bewonersgeoriënteerd óf professionalsgeoriënteerd. We laten de
mengverhouding tussen deze twee oriëntaties zien, door ze grafisch weer te geven zoals
in het voorbeeld hieronder (waarin een gemeente op alle aspecten een aanpak hanteert
waarin bewonersgeoriënteerdheid en professionalsgeoriënteerdheid precies in evenwicht
zijn).
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
28
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
Respons
Invitatie
Gelegenheid
Ook op de dimensie ‘wijze waarop’ maken we dus onderscheid naar aspect van
bevordering van bewonersparticipatie (gelegenheid, invitatie, respons). Het hanteren van
dit onderscheid verrijkt het inzicht in de wijze waarop gemeenten bewonersparticipatie
hebben bevorderd, omdat het verschillen per bevorderingsaspect aan het licht brengt. De
gemeente kan bijvoorbeeld een bewonersgeoriënteerde invitatieaanpak hanteren, maar
een professionalsgeoriënteerde responsaanpak. Heeft de gemeente, bijvoorbeeld
intensief en via verschillende kanalen, bewoners benaderd voor deelname bij de
uitvoering, dan duidt dit op een bewonersgeoriënteerde invitatieaanpak. Konden
bewoners bijvoorbeeld wel feitelijke onjuistheden aangeven in het uitvoeringsplan, maar
maakte de gemeente (al dan niet in samenspraak met maatschappelijke partners)
uiteindelijk de keuzes, dan duidt dat op een deels professionalsgeoriënteerde aanpak op
het onderdeel ‘gelegenheid’. Ook kunnen er verschillen zijn tussen de ‘mate waarin’ en de
‘wijze waarop’: zo kan een gemeente bijvoorbeeld op de ‘mate waarin’ laag scoren op het
aspect respons, omdat er maar naar een beperkte groep bewoners is teruggekoppeld,
maar wel een sterke bewonersgeoriënteerde responsaanpak hanteren, omdat er aan
deze (zij het beperkte) groep intensief is teruggekoppeld.
Let wel: Een hoge score op één van de aspecten van de ‘mate waarin’ levert dus niet een
bewonersgeoriënteerde of professionalsgeoriënteerde aanpak op. Met de aanpak meten
we iets anders, namelijk de ‘wijze waarop’. De mate waarin en wijze waarop hangen niet
per definitie samen. Zodoende kan het zijn dat een gemeente hoog scoort op de mate
waarin ze bewoners heeft gevraagd te participeren en ze tegelijkertijd een
professionalsgeoriënteerde aanpak hanteert. Er zijn dan wel veel bewoners gevraagd,
maar dat is niet intensief gedaan. Vergelijkbare gevallen zijn mogelijk op de aspecten
gelegenheid en respons. We spreken overigens geen oordeel uit over de vraag of een
professionalsgeoriënteerde aanpak beter is dan een bewonersgeoriënteerde aanpak of
andersom. Het gaat hier om verschillende strategieën die vanuit verschillende
perspectieven verschillend beoordeeld worden.
10
Datzelfde geldt voor de wijze van
invitatie en respons. Gemeenten kunnen ook daar, afhankelijk van hun doelstellingen,
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
29
kiezen voor een meer bewonersgeoriënteerde aanpak of een meer
professionalsgeoriënteerde aanpak.
Hieronder hebben we per wijk een korte kwalitatieve beschrijving toegevoegd van de wijze
waarop de uitvoering in de betreffende wijk vorm is gegeven, hoe bewoners daaraan
hebben kunnen bijdragen en hoe bewonersparticipatie door de betreffende gemeente is
bevorderd. De grafische weergaves zijn daarop overigens niet gebaseerd. Die zijn
namelijk opgesteld op basis van de vragenlijst.
Na de presentatie per wijk volgt, in Hoofdstuk 5, een overkoepelende beschrijving van de
manier waarop de 45 wijkactieplannen tot stand zijn gekomen, hoe bewoners daarin
konden participeren en hoe dit door de gemeenten is bevorderd.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
30
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Resultaten per wijk
Hieronder worden de wijken, per stad, op alfabetische volgorde gepresenteerd.
Alkmaar
Overdie
De uitwerking van het uitvoeringsplan op basis van het wijkactieplan krijgt momenteel nog
vorm maar is in een afrondende fase. Er loopt al wel een aantal projecten dat opgaat in
het bredere uitvoeringsplan. De wijkraden hebben uit zichzelf aangegeven graag advies te
geven over het wijkactieplan. Dit is gehonoreerd en de uitkomsten daarvan zijn
meegenomen in het uitvoeringsplan. De uitvoering wordt aangestuurd door een
stuurgroep waarin corporaties en B&W zitten. Bewoners hebben een stevige adviserende
rol, soms zelfs initiërend. Bewoners kunnen vanuit verschillende hoedanigheden
participeren: als individu of vanuit een organisatie. Voor het proces is er een
kwaliteitsteam met (vaste) betrokkenen vanuit de wijkraden en
huurdersbelangenverenigingen, voor concrete uitvoering worden er direct geraakte
bewoners/gebruikers betrokken. Bewoners werken samen met andere partijen aan de
uitvoering, maar zien soms ook toe of voeren uit (vouchers). Betrokkenheid is bij vrijwel
alles mogelijk, maar het ligt ook aan de initiatieven die burgers zelf nemen. De
communicatie met individuele bewoners verloopt vaak via bewonersorganisaties, maar de
herstructureringsnieuwsbrief wordt ook gebruikt en de gemeente zet sleutelfiguren in om
in contact te komen met ‘onbereikbare’ groepen.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
31
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Amersfoort
De Kruiskamp
De algemene regie over de uitvoering van het wijkactieplan van de Amersfoortse wijk De
Kruiskamp ligt bij de programmaorganisatie Amersfoort Vernieuwt, waarin de gemeente
en woningcorporaties vertegenwoordigd zijn. Ook de Stichting Welzijn Amersfoort (SWA)
is nauw betrokken. Fysieke projecten worden veelal getrokken door de woningcorporaties
en sociale projecten door gemeente en SWA. In het wijkactieplan wordt aangegeven
welke projecten opgezet worden en op welke manier de bewoners daarbij betrokken
worden. Het uitvoeringsplan is opgesteld in samenwerking met bewoners die door middel
van het plakken van stickers hun prioriteiten voor de wijk aan hebben gegeven. Bewoners
konden zo advies geven. Daarnaast zijn bewoners betrokken bij de feitelijke uitvoering
van de plannen: via onder andere de zogenaamde wijktafel en de bewonerscommissies
worden bewoners geïnformeerd en wordt ze gevraagd mee te werken. De betrokkenheid
van bewoners verschilt per plan/project. Daar waar bewoners betrokken worden in de
uitvoering in termen van coproductie gaat het vooral om de praktische uitvoering van
projecten in de eigen directe leefomgeving. Bewoners die zelf ideeën hebben over de
uitvoering van het wijkactieplan kunnen bij de wijktafel een beroep doen op een daarvoor
bestemd budget. De informatievoorziening is naar buurt gedifferentieerd, maar er is op
wijkniveau de nieuwsbrief “Kruiskamp Vernieuwt”.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
32
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Amsterdam
Amsterdam Noord
In Amsterdam Noord kunnen bewoners zogenaamde bewonersinitiatieven indienen.
Daarvan werden er begin augustus 2009 ruim 100 door bewoners uitgevoerd. In totaal is
er voor de vier buurten van Amsterdam Noord voor 2009 ongeveer 1,2 miljoen euro
beschikbaar. Ingediende initiatieven worden maandelijks door een Wijkdenktank, die voor
meer dan de helft uit bewoners bestaat, getoetst aan de criteria die door het Rijk zijn
gesteld aan de bewonersinitiatieven en beoordeeld op passendheid in de wijk. De inhoud
van de initiatieven wordt zo veel mogelijk aan bewoners gelaten. Bewoners zijn
vervolgens zelf verantwoordelijk voor de uitvoering. Daarbij kunnen ze gebruik maken van
ondersteuning door in de wijk actieve organisaties. Bij de uitvoering van de andere
onderdelen van de krachtwijkenaanpak zijn bewoners, gedurende de onderzoeksperiode
(tot 1 augustus 2009), beperkt betrokken. Het uitvoeringsprogramma en de
bewonersinitiatieven zijn twee losse trajecten. Het stadsdeel voert samen met de
woningbouwcorporaties de regie over de uitvoering van de buurtuitvoeringsplannen. Wel
overlegt het stadsdeel met vertegenwoordigers van huurders- en bewonersorganisaties
over de hoofdlijnen van de uitvoering. Tevens organiseert zij bewonersavonden om
geïnteresseerden mee te laten denken over onderwerpen die spelen in de wijk.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
33
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Amsterdam Zuid-Oost – EGK Buurt
In Amsterdam Zuid-Oost is de regie over de uitvoering van het wijkactieplantraject in
handen van het stadsdeel. In de voorbereiding van het uitvoeringstraject is een
bewonersavond georganiseerd waar bewoners hun ideeën voor de wijkaanpak konden
uiten. Deze input is meegenomen in het uitvoeringsplan. Bewoners kunnen op twee
manieren een bijdrage leveren aan die uitvoering. In de eerste plaats kunnen ze gevraagd
worden door bijvoorbeeld het stadsdeel via de reguliere bewonersoverleggen waar ze in
participeren om deel te nemen aan verschillende uitvoeringsprojecten. Daarnaast kunnen
bewoners ook zelf initiatief nemen. Bewoners met een eigen idee kunnen contact
opnemen met de zogenaamde participatiemakelaar die hen helpt om hun idee in een
uitvoerbaar project om te zetten. Terugkoppeling naar bewoners toe gebeurt via de EGK-
krant die twee keer per jaar verschijnt en verder via de website www.eengoudenkans.nl.
Voor bewoners is het niet mogelijk om het wijkactieplantraject te overzien. Bewoners zijn
betrokken bij projecten, maar hoe die zich verhouden tot de overkoepelende aanpak is
voor hen moeilijk te zien.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
34
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
De Baarsjes
In de Baarsjes is de regie over de uitvoering van het wijkactieplan in handen van het
stadsdeel. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan 2008-2009 zijn in eerste instantie geen
bewoners betrokken omdat er net een groot stedelijk vernieuwingsplan gemaakt was
waarbij input van bewoners gevraagd werd. Het uitvoeringsplan is wel gepresenteerd aan
bewoners en zij konden daarop nog aanpassingen voorstellen. Participatie in de
uitvoering van projecten kan in de Baarsjes op drie manieren: informeren, interactie en
dialoog & partnership. Bewoners kunnen in een overleg zoals bijvoorbeeld een
klankbordgroep de voorbereiding van de uitvoering van projecten volgen en
verbetervoorstellen doen. Daarnaast zijn er zogenaamde workshops waarin bewoners
gevraagd worden om als ‘buurtdeskundige’ mee te denken over de plannen voor diverse
projecten. In de derde plaats kunnen bewoners zelf verantwoordelijk zijn voor een deel
van de uitvoering door middel van bewonersiniatieven. De bewoner die we gesproken
hebben maakte zich echter wel zorgen om die laatste categorie: er worden vooral veel
feestjes georganiseerd die niet echt een structurele meerwaarde hebben voor de wijk: de
Baarsjes is al een erg sociale wijk. Onze informant hoopt dat ook dat de beloofde
structurele projecten snel van start gaan. Naast participatie in de uitvoering is er ook een
overkoepelende vorm van participatie mogelijk: tijdens Buurtoverleggen wordt aan de
hand van een bepaald thema met bewoners besproken hoe de voortgang van de
wijkaanpak verloopt. Voor deze Buurtoverleggen worden alle bewoners uitgenodigd.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
35
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Bos en Lommer
In Bos en Lommer wordt de uitvoering van het buurtuitvoeringsplan procesmatig gestuurd
door het stadsdeel. Wie inhoudelijk de regie voert over de uitvoering verschilt per project.
Ook de manier waarop bewoners betrokken zijn bij de uitvoering verschilt. Zo kunnen zij in
sommige projecten toezien op de uitvoering via al bestaande overlegstructuren. Maar in
een aantal projecten is het ook mogelijk om samen met andere partijen actief mee te
werken aan de uitvoering. Ook is het mogelijk om op eigen initiatief een project uit te
voeren. Voor bewoners in Bos en Lommer is het wijkactieplantraject moeilijk te overzien.
De wijkaanpak is ingewikkeld georganiseerd en is moeilijk uit te leggen aan bewoners. Via
de site www.uitvoeringsmonitor.nl kunnen bewoners wel de uitvoering volgen, maar het
gaat om heel veel informatie en in de uitvoering is het onderscheid tussen regulier beleid
en activiteiten vanuit de wijkaanpak niet altijd relevant. Voor bewoners is de focus op de
buurt als geheel al snel te groot: mensen kennen de bewoners drie straten verder niet en
richten zich meer op de eigen leefomgeving. Waar bewoners participeren is het vooral in
projectvorm en gaat het vooral om concrete acties: via het bewonersoverleg wordt het
stadsdeel aangespoord om problemen in de wijk aan te pakken. De rol van bewoners is
daarin vooral sturend en adviserend. Via de actiepuntenlijst van het bewonersoverleg en
rechtstreeks via het openbaar Meldpunt en contactpersonen zoals de buurtmanager waar
bewoners misstanden kunnen melden, waarop het stadsdeel actie onderneemt.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
36
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Geuzenveld-Slotermeer
In Geuzenveld-Slotermeer is de regie over de uitvoering van de buurtuitvoeringsplannen
in handen van het stadsdeel. Bewoners zijn op twee manieren betrokken: ze werken
samen met anderen in concrete projecten of ze voeren op eigen initiatief en onder eigen
verantwoordelijkheid in het kader van de bewonersinitiatieven een eigen project uit. Hierbij
worden zij ondersteund door het stadsdeel. In Geuzenveld-Slotermeer is er veel actie op
het gebied van stedelijke ontwikkeling: er wordt veel gesloopt en gebouwd. In het kader
van de zogeheten Koers Nieuw West is er veel informatie bij bewoners op gehaald over
de wijk. Om bewoners niet te overvragen is diezelfde input gebruikt bij het opstellen van
de uitvoeringsprogramma’s. Terugkoppeling van behaalde resultaten en de voortgang van
de wijkaanpak gebeurt alleen wanneer er mijlpalen bereikt worden: deze verschijnen dan
in het Stadsnieuws en via internet. Er is door de gemeente afgezien van een continue
terugkoppeling specifiek over het wijkactieplantraject. Resultaten van die uitvoering van
het wijkactieplan worden samen met andere resultaten teruggekoppeld aan bewoners,
zonder onderscheid in processen te maken. Dat verklaart mogelijk waarom bewoners in
Slotermeer bij ons aangaven dat de uitvoering aldaar langs bewoners heen gaat.
Bewoners merken pas iets als de sloophamer voor de deur staat, aldus een bewoner.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
37
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Indische Buurt
De sturende rol in de uitvoering van het wijkactieplan in de Indische Buurt wordt vervuld
door het stadsdeel en de woningcorporaties. De participatie van bewoners in die
uitvoering geschiedt vooral door middel van bewonersinitiatieven. Participatie in andere
projecten, dus die van het stadsdeel of de corporaties is er nauwelijks. Het stadsdeel heeft
bij aanvang van de uitvoering een manager ingehuurd die bewoners actief heeft weten te
krijgen. Zijn boodschap is: “Het is jullie wijk, en jullie plan: bewonersparticipatie moet dus
ook vanuit jullie komen.” Het initiatief voor participatie moet dus deels bij bewoners
vandaan komen. Bewoners zijn in groepjes aan de slag om onderdelen van het
wijkactieplan zelf uit te voeren. Hiertoe kunnen ze hulp krijgen van een door het stadsdeel
ingehuurde organisatie die zich richt op het bieden van ondersteuning aan actieve
bewoners. Opvallend in de resultaten is dat vooral de terugkoppeling naar de bewoners
toe wekelijks gebeurt, zowel wat betreft de algemene voortgang als wat betreft de
individuele bijdrage van betrokken burgers.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
38
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Overtoomse Veld
In Overtoomse Veld is de uitvoering van het wijkactieplan zoveel mogelijk ingevuld met al
bestaande projecten en initiatieven, dit om het geheel niet nog ingewikkelder te maken.
Overtoomse Veld is vooral in de ban van de Stedelijke Vernieuwing, waar bijna iedereen
wel mee te maken heeft of krijgt. Bewoners worden op twee manieren betrokken bij de
uitvoering van het wijkactieplan. In de eerste plaats zijn er zogenaamde
participatietrajecten waarin de opzet en uitvoering van projecten opgezet wordt. Bewoners
worden gevraagd om hieraan een bijdrage te leveren en op die manier hun mening en
advies geven aan andere partijen. Deze participatietrajecten zijn nog niet zo ver dat er al
een strategie is ontwikkeld waarin bewoners ook meebeslissen.
Naast de ontwikkelgroepen zijn bewoners ook vaak uitvoerder, dat betekent dat bewoners
in de praktische uitvoering samen met andere partijen hun steentje bijdragen. Soms ook
letterlijk, zoals bij de aanleg van een nieuw plein of park. Opvallend in Overtoomse Veld is
dat getracht wordt om alle verschillende projecten en trajecten te integreren. Het
wijkactieplantraject is niet als nieuw traject of plan naar buiten gebracht, maar wordt
gebruikt als extra impuls voor al bestaande trajecten.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
39
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersge.Respons
Invitatie
Gelegenheid
Osdorp Midden
Bewonersparticipatie in Osdorp Midden is vooral via de bewonersinitiatieven geregeld
hoewel ze ook een adviserende rol bij de uitvoering van projecten in het kader van het
wijkactieplan kunnen hebben. De bewonersinitiatieven kennen af en toe wel een overlap
met het wijkactieplantraject (dezelfde gebieden, dezelfde onderwerpen en dezelfde
mensen), maar vormen toch een apart traject. Het verschil is gelegen in het feit dat bij het
wijkactieplan het initiatief bij het stadsdeel ligt om bewoners te betrekken, waar bij
Bewonersinitiatieven, het juist de bewoners zijn die met een voorstel of een plan komen.
Daarna zijn het ook de bewoners zelf die bepalen of een bepaald initiatief geld vanuit het
budget moet krijgen. Het stadsdeel checkt of de initiatieven niet in strijd zijn met het door
de centrale stad opgelegde kader. Zo mag een initiatief niet strijdig zijn met de wet en het
beleid van het betrokken stadsdeel of de betrokken woningcorporatie.
Voor het opstellen van het wijkactieplan is een zogenaamde ‘Vragenbrigade’
opgezet die de wijk in trok om in kaart te brengen welke wensen bewoners hebben. In de
uitvoering gebeurt dit niet. Er wordt relatief weinig aandacht besteed aan
(terugkoppelings)communicatie naar bewoners toe.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
40
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Transvaalbuurt
In de Transvaalbuurt is een speciaal programmateam opgericht dat zich bezighoudt met
de uitvoering van het wijkactieplan. De bewoners zijn betrokken via Buurtbeheer - een
bewonersgroep die het stadsdeelbeleid volgt - maar ook via de zogeheten
wijkaanpakcommissie. Tevens onderhouden ze een directe lijn met de programma-
coördinator. Bewoners kunnen zowel op uitnodiging als op eigen initiatief deelnemen aan
de uitvoering van het wijkactieplan. Welke bewoners benaderd worden om deel te nemen
is afhankelijk van de doelgroep van een project, maar het staat iedereen in de wijk vrij om
met een eigen idee te komen. Er zijn verschillende instellingen (Zoals een
contactambtenaar, een opbouwwerker en Steunpunt) waar bewoners binnen kunnen
lopen met hun idee. De terugkoppeling naar de bewoners vindt onder meer plaats door
middel van buurtagenda’s: op 30 plaatsen in de wijk worden posters gehangen waarop de
voortgang in de wijkaanpak te vinden is. Drie keer per jaar wordt er ook een huis-aan-
huis-krant bezorgd en een keer per jaar is er een grote bewonersbijeenkomst met
informatie en vorderingen over de wijkaanpak en hoe bewoners mee kunnen doen.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
41
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Arnhem
Het Arnhemse Broek
In Arnhemse Broek is er een uitvoeringsplan opgesteld aan de hand van het wijkactieplan.
Hiervoor zijn speciale avonden georganiseerd waarin allereerst met professionals werd
gesproken, vervolgens een avond voor het Wijkplatform en tenslotte een algemene avond
voor alle wijkbewoners. De bewoners konden weliswaar kritisch kijken en verbeterpunten
voor het uitvoeringsplan aangegeven, maar er is naar bewoners niet gecommuniceerd wat
er uiteindelijk met hun inbreng is gedaan. De bewonersparticipatie in de wijk loopt vooral
via het Wijkplatform. Individuele bewoners kunnen hun stem via de opbouwwerkers laten
horen. Deze hebben een belangrijke taak in de wijk omdat ze input uit de wijk verzamelen
om in te brengen in het overleg dat toeziet op de uitvoering. De individuele bewoners
kunnen onder andere participeren op het gebied van groen en andere fysieke
veranderingen. Moeilijk bereikbare bewonersgroepen worden aangespoord om te
participeren door het organiseren van bijeenkomsten voor een specifieke groep bewoners
in de wijk samenwerken met andere partijen. Samen met de opbouwwerker kunnen ze
ideeën bedenken waarna de gemeente kijkt of ze binnen de uitvoeringsplannen passen.
De gemeente kiest er voor om op andere gebieden als handhaving de bewoners niet te
betrekken. De individuele bewoners worden op de hoogte gehouden van het verloop van
de uitvoering. Verder is er een terugkoppeling, de frequentie is afhankelijk van het thema,
en van wat er met de inbreng van individuele bewoners wordt gedaan.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
42
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Klarendal
In de Arnhemse wijk Klarendal hadden individuele bewoners veel mogelijkheden tot
inspraak in de uitvoeringsplannen van het wijkactieplan. De gemeente staat voor veel
open en is ook bereid om daar uitvoerig over te praten. In overleg met de bewoners
worden er bijvoorbeeld speciale avonden georganiseerd om bepaalde plannen toe te
lichten. Leden uit de bewonersgroep nemen plaats in het overleg dat toezicht op de
uitvoering. Zij hebben daarin een adviserende rol. Er wordt van hen verwacht dat ze de
geluiden uit de omgeving opvangen en deze ook in het overleg naar voren brengen. De
wijkwinkel heeft een lage drempel waardoor individuele bewoners makkelijk hun ideeën
kwijt kunnen. Er wordt van hen wel gevraagd om een draagvlak voor hun plannen te
ontwikkelen. Een voorbeeld van het zelf uitvoeren van onderdelen van het wijkactieplan is
op het gebied van kunst. Twee vrouwen hebben de mogelijkheid aangegrepen om een
eigen georganiseerde theatervoorstelling op te zetten. De gemeente heeft aan de
opbouwwerker gedelegeerd om moeilijk bereikbare bewonersgroepen te betrekken. Door
goed te luisteren naar verhalen van mensen worden deze groepen bewoners extra
betrokken. In de gemeente is ook een speciale plaats weggelegd voor de
ontmoetingswerker, de sport- en spel werker en de cultuurscout. Samen met de
opbouwwerker proberen zij de bewoners zoveel mogelijk te ondersteunen en te helpen
met hun ideeën.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
43
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Malburgen-Immerloo
Er zijn veel mogelijkheden voor individuele bewoners om te participeren in de Arnhemse
wijk Malburgen-Immerloo. Niet alleen de gemeenteraad, maar ook de
bewonersorganisatie en individuele bewoners sturen de uitvoering van het wijkactieplan
aan. Bewoners zijn in verschillende groepen geclusterd om op verschillende manieren in
de uitvoering te kunnen participeren. Daarnaast zijn er kerngroepen die toezien op de
uitvoering. Deze kerngroepen bewaken de voortgang en de resultaten van de uitvoering
en kunnen zelf tot op een bepaalde hoogte beslissingen nemen ten aanzien van de
uitvoering. De thematische werkgroepen werken op diverse thema’s nauw samen met
andere partijen. In de werkgroepen zijn naast de bewoners ook beroepskrachten en
professionals vertegenwoordigd. De wijkbeheergroepen kunnen onder eigen
verantwoordelijkheid een deel van het wijkactieplan uitvoeren. Bij elke vorm van
participatie staat gelijkheid en gedeelde verantwoordelijkheid nadrukkelijk centraal.
Bewoners kunnen op verschillende manieren ideeën aandragen. Er wordt wel gekeken of
het plan uitvoerbaar is en of het past binnen de thematische aanpak van de
Vogelaarthema’s. Er is zowel een speciaal budget als specifieke ondersteuning
beschikbaar voor het leveren van een bijdrage aan de uitvoering van het wijkactieplan. Zo
worden er cursussen gegeven om de deskundigheid van bewoners op bepaalde vlakken
te vergroten.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
44
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Presikhaaf
In Presikhaaf zijn de bewoners actief betrokken bij het wijkuitvoeringsplan. Ze hebben een
adviserende rol gehad in de totstandkoming van het uitvoeringsplan. De gemeente heeft
het plan aan de bewoners gepresenteerd en vervolgens hebben de bewoners door middel
van een brief de knelpunten aangegeven. Samen met de bewoners is nu een nieuwe
datum afgesproken om nogmaals het uitvoeringsplan door te nemen. In principe kunnen
ook alle bewoners participeren in de uitvoering. In samenspraak met de bewoners zijn hier
afspraken over gemaakt en er zijn verschillende klankbordgroepen,
bewonersoverleggroepen en werkgroepen ingesteld. Moeilijk bereikbare
bewonersgroepen worden vooral door de opbouwwerkers ook zoveel mogelijk betrokken.
Ze gaan bijvoorbeeld, om bewoners enthousiast te maken voor participatie in een project
met een koek & zopie wagen de straat op om mensen uit huis te lokken om vervolgens
een praatje te kunnen maken. Er zijn verschillende lopende projecten waarbij bewoners
zelf het initiatief kunnen nemen in de uitvoering. Voorbeelden hiervan zijn de projecten
Buitengewoon beter en de Top 5 veiligheid. In beide gevallen kunnen de bewoners zelf
ideeën bij de gemeente aandragen. De gemeente toetst de ideeën van bewoners met een
quick-scan aan het gemeentelijk beleid.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
45
Den Haag
In Den Haag is op 17 april 2008 een zogeheten Raamovereenkomst afgesloten tussen de
gemeente en de woningcorporaties. Hierin is vastgelegd dat de gemeente en
woningcorporaties via zogeheten Business Cases uitvoering gaan geven aan de
wijkactieplannen, waarbij rekening gehouden wordt met al eerder gemaakte afspraken. De
term Business Case is een interne benaming. De projecten zijn onder andere namen
bekend bij bewoners. Er zijn 77 Business Cases opgesteld, verdeeld over de vier
Krachtwijken in Den Haag. Voor een groot deel gaat het om dezelfde onderwerpen, zoals
'Schoon, Heel en Veilig' en 'Bewonersparticipatie'; dit zijn Business Cases die in elk van
de vier wijken opgezet zijn. Daarnaast zijn er ook wijkspecifieke Business Cases zoals
'Campus Transvaal' in Transvaal en 'Imagocampagne' in de Schilderswijk. Per Business
Case wordt een plan van aanpak opgesteld waarin de ambities van het betreffende
project verwoord worden, alsmede de organisatie, opzet en financiering er van. Ook de rol
die bewoners spelen in de uitvoering is per Business Case verschillend. Sommige
onderwerpen lenen zich beter voor bewonersparticipatie dan anderen. De
bewonersparticipatie kan over alle Cases gezien op drie manieren plaats vinden: advies
geven, meebeslissen en onder eigen verantwoordelijkheid uitvoeren. De mate waarin
deze rollen ingevuld worden door bewoners in Den Haag verschilt per wijk. Sommige van
onze informanten aan de kant van de bewoners hadden niet het overzicht over de
participatie in alle vormen en in alle cases. In een aantal gevallen is daarom dan ook uit
gegaan van de antwoorden van de informanten van de stadsdelen, die veelal een beter
overzicht hebben over de spreiding van de cases en de participatie daarin.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
46
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Professionalsge.
Respons
Invitatie
Gelegenheid
Schilderswijk
Ook in de Schilderswijk is een Wijkteam opgericht met daarin vertegenwoordigers van het
stadsdeel en de woningcorporaties. De Schilderswijk kent geen traditionele
samenlevingsopbouw: er is een grote diversiteit aan bevolkingsgroepen die niet met
(alleen) een flyertje in de bus te bereiken zijn. Door het stadsdeel wordt dan ook op tal van
manieren geprobeerd om bewoners aan te spreken en te bereiken. Daarbij wordt vooral
aangesloten bij bestaande activiteiten en overleggen, maar er wordt bijvoorbeeld ook
langs de deuren gegaan om mensen te interesseren voor participatie in de Business
Cases. De Schilderswijk kent één formele bewonersorganisatie, maar daarnaast zijn er tal
van andere clubjes en overleggen waar bewoners in betrokken zijn. Desalniettemin is het
ook in de Schilderswijk moeilijk om mensen echt te betrekken: er zijn ook veel mensen die
vinden dat juist de gemeente meer moet doen, niet de bewoners.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
47
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Stationsbuurt & Rivierenbuurt
1
In de Stationsbuurt en Rivierenbuurt zijn bewoners volop betrokken bij het opzetten van
de Brede Buurtschool, een van de Business Cases in de Rivierenbuurt. Door middel van
bijeenkomsten in de wijk worden bewoners aangespoord te participeren. De
bijeenkomsten worden ook gebruikt voor een terugkoppeling van de resultaten van de
participatie naar bewoners. De mate waarin en de manier waarop bewoners participeren
is afhankelijk van het onderwerp van het betreffende project. De bewonersorganisatie
heeft een stichting in het leven geroepen die bewoners ondersteunt bij het leveren van
een bijdrage aan hun wijk en dus ook bij de uitvoering van het wijkactieplan.
1
Omdat het ons niet gelukt is om een bewoner te vinden die een goed overzicht heeft van zowel de
Rivierenbuurt als de Stationsbuurt is de reactie van de kant van de bewoners beperkt tot de
Rivierenbuurt.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
48
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Transvaal
In Transvaal is een Wijkteam opgericht met daarin vertegenwoordigers van het stadsdeel,
OCW, Woningcorporatie Staedion en de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Dit Wijkteam
voert de regie over de uitvoering van de Business Cases en zorgt per Business Case dat
de juiste belanghebbenden betrokken worden bij de uitvoering. Per wijk is een
zogenaamd Wijkperspectief opgesteld waarin vastgelegd is hoe die uitvoering er uit gaat
zien en op welke terreinen de nadruk gelegd wordt. In de Business Cases hebben
bewoners veelal een adviserende rol, maar in een aantal, zoals in de Business Case
Bewonersparticipatie hebben zij ook zeggenschap gehad over het plan van aanpak en
kunnen ze zelf initiatieven nemen. Verder is er in Transvaal een Klankbordgroep die eens
in de zes weken bij elkaar komt. Voor deze bijeenkomsten worden bewoners uitgenodigd
die zich hier kunnen laten informeren over de voortgang van de projecten en tevens hun
mening hierover kenbaar kunnen maken.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
49
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Den Haag Zuid-West
In Den Haag Zuid-West zijn de Business Cases onder hun projectnaam bekend bij de
bewoners. Vooral bij het project dat moet leiden tot een Brede School zijn veel bewoners
intensief betrokken zijn. In Zuid-West worden de bewoners door de bewonersorganisatie
op de hoogte gehouden van de voortgang van de wijkaanpak. Als zij nieuws tegenkomt,
zet ze het in de wijkkrant. De terugkoppeling over de voortgang vanuit het stadsdeel is
niet breed opgezet. Daarnaast zijn er bijeenkomsten in de wijk gehouden door het
stadsdeel om belanghebbenden te informeren over de uit te voeren projecten.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
50
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Deventer
Rivierenwijk
De woningcorporatie heeft in Deventer de regie over de wijkaanpak. Dat is vrij
uitzonderlijk. Samen met de gemeente en de bewoners zijn er daarmee drie partners in
deze wijkvernieuwing (die overigens veel breder is dan de wijkaanpak, het wijkactieplan
wordt uitgevoerd binnen het zogenaamde sociaal programma). In Deventer hebben de
bewoners een zogenaamde kopgroep geformeerd. Die kopgroep is partner in de
wijkvernieuwing. Over details wordt in de kopgroep niet al te veel gesproken. Dit laten de
bewoners aan de professionals over. Op het sociaal programma wordt toegezien door een
vierkoppig coördinatieteam met daarin twee bewoners uit de kopgroep.
Elk half jaar wordt er uit verschillende deelprojecten teruggekoppeld over voorgang en
over tevredenheid bij bewoners. Maandelijks is er overleg en daarnaast zijn er extra
bijeenkomsten, op onderdelen, tijdens welke overleg plaatsvindt (met vertegenwoordigers
van de kopgroep). De kopgroep legt ook namens de bewoners verantwoording af aan de
bewoners op druk bezochte bewonersavonden. Zelfstandige uitvoering van plannen was
voor de komst van het wijkactieplan reeds het geval en is geen nieuw onderdeel
geworden. Wel is onlangs een via een door de kopgroep uitgezette enquête vouchergeld
bestemd voor een verbinding tussen rivierenwijk en een aan de andere kant van het spoor
gelegen natuurgebied. Opmerkelijk is dat terugkoppeling onder andere via een wekelijks
televisieprogramma plaatsvindt. Hoewel er al veel participatie is wordt er actief gestuurd
op de verbetering van participatie waar het nog niet goed gaat.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
51
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Professionalsgeoriën.
Respons
Invitatie
Gelegenheid
Dordrecht
Wielwijk-Crabbehof
In Dordrecht Wielwijk-Crabbehof wordt de uitvoering van het wijkactieplan gestuurd door
een projectbureau met een projectmanager waarin de gemeente en corporaties
samenwerken. Op dit projectbureau wordt toegezien door een stuurgroep waarin
wethouders en directeuren van corporaties zitten, en een klankbordgroep waarin
gemiddeld genomen zo’n 40 tot 60 bewoners zitten. De invloed van bewoners bij het tot
stand komen van de uitvoeringsplannen ging verder dan adviseren, de plannen zijn in
samenspraak tot stand gekomen. Bewoners kunnen vanuit de klankbordgroep in de gaten
houden hoe het staat met de uitvoering van de plannen. Ze kunnen ook samen met
andere partijen aan de uitvoering werken. Tenslotte kunnen ze ook onder eigen
verantwoordelijkheid een deel van het wijkactieplan uitvoeren, bijvoorbeeld bij de
bewonersinitiatieven. De uitnodiging om mee te doen wordt in Dordrecht heel breed
uitgezet. Op veel verschillende manieren (van persoonlijk uitnodigen tot wijkkrantjes)
worden burgers benaderd om mee te doen. Laagdrempelig is ook het feit dat bijna alle
organisaties van belang op één plek in de wijk (‘de plint’) aanwezig zijn. Bewoners kunnen
ondersteuning krijgen voor hun activiteiten doordat er een budget beschikbaar is.
Terugkoppeling over wat er allemaal gebeurt in het kader van de wijkactieplannen en met
de specifieke bijdrage van bewoners is wat selectiever: als je betrokken bent weet je toch
al hoe het er voor staat met het project.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
52
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Eindhoven
De Bennekel
In De Bennekel kunnen bewoners op verschillende manieren in de uitvoering van het
wijkactieplan participeren. Individuele en georganiseerde bewoners kunnen in de eerste
plaats bewonersinitiatieven indienen, waarvoor budget beschikbaar is, en die ze
vervolgens zelf (eventueel met ondersteuning) uitvoeren. Daarnaast werken bewoners in
een aantal gevallen samen met vooral woningcorporaties aan de uitvoering van
verschillende projecten. Ook neemt er een aantal bewoners zitting in een stuurgroep met
kernpartners, die toeziet op de gang van zaken rond de uitvoering. De afspraken tussen
bewoners en andere partijen zijn vastgelegd in een jaarlijks 'Buurtcontract'. De gemeente
informeert bewoners jaarlijks over de voortgang van de projecten in de vorm van een
evaluatie die inzichtelijk maakt hoe het staat met de uitvoering van de verschillende
projecten. Daarbij wordt o.a. aangeven waarom wel of geen voortgang is gemaakt. Bij de
invitatie en de terugkoppeling spelen bewonersorganisaties een belangrijke rol,
bijvoorbeeld bij het betrekken van moeilijk bereikbare bewonersgroepen. Individuele en
georganiseerde bewoners kunnen gebruik maken van verschillende vormen van
ondersteuning (technisch, sociaal, of door opbouwwerk) door een professional, die wordt
betaald door de gemeente en/of de woningcorporaties.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
53
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Doornakkers
In Doornakkers kunnen bewoners op verschillende manieren participeren in de uitvoering
van het wijkactieplan. De afspraken over bewonersparticipatie worden, naast allerlei
andere zaken, jaarlijks vastgelegd in een buurtcontract. Er is een 'breed wijkoverleg'
waarin bewoners advies kunnen uitbrengen over de uitvoering van de plannen, maar ook
geïnformeerd worden over relevante zaken. Voor de deelname daaraan worden alle
bewoners uitgenodigd: de leden van het buurtplatform en ongeorganiseerde bewoners.
Het buurtplatform speelt een rol in de wijk voor het faciliteren en (financieel) ondersteunen
van activiteiten en is aanspreekpunt voor de gemeente. Het buurtplatform heeft een
adviserende en controlerende rol in de uitvoering van het wijkactieplan. Daarnaast kunnen
bewoners, afhankelijk van de aard van het project, samenwerken met vooral
woningcorporaties aan de uitvoering van verschillende projecten. Ook kunnen zij via de
zogenaamde voucher systematiek initiatieven indienen. De participatie is zo opgezet dat
er sprake is van een proces waarin bewoners eerst onder begeleiding van professionals
meedoen in de uitvoering. Vervolgens kunnen ze onder eigen verantwoordelijkheid hun
eigen initiatieven uit gaan voeren. Bij alle vormen van participatie kunnen bewoners
gebruik maken van aangeboden ondersteuning, veelal in de persoon van een
opbouwwerker die helpt bij het opzetten van het betreffende project of uitvoeringstraject.
De terugkoppeling is breed opgezet.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
54
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Woensel West
In Woensel-West is de uitvoering van het wijkactieplan anders georganiseerd dan in de
andere wijken in Eindhoven. Er is een Buurtonderneming opgezet die de regie voert in de
uitvoering van het Wijkactieplan. Hierin zijn de gemeente, woningcorporaties en de
bewoners vertegenwoordigd. De Buurtonderneming is een stichting waarin bewoners een
statutair vastgelegde rol vervullen in de vorm van een bewonersraad. De uitvoering van
het wijkactieplan wordt jaarlijks geregeld in het zogenaamde Buurtcontract: een bestuurlijk
document dat wordt getekend door de belangrijkste partijen, met daarin de in dat jaar uit
te voeren plannen. Per project wordt bekeken of, en op welke manier, bewoners
betrokken kunnen worden, en of een project onder verantwoordelijkheid van bewoners
uitgevoerd kan worden. De bewonersraad heeft instemmingsrecht bij de vaststelling van
het buurtcontract. In het buurtcontract worden ook afspraken gemaakt over de
betrokkenheid van bewoners bij de uitvoering. De voortgang van de projecten wordt
bewaakt door een vier keer per jaar gehouden bewonersraad en verder één keer in de
zes weken in een kerngroep bespreking met vertegenwoordigers van de verschillende
projecten. Om mensen te motiveren een bijdrage te leveren aan de uitvoering is een
particuliere opbouwwerker aangesteld die mensen probeert te activeren en ze
ondersteunt in de uitvoering. Voor fysieke projecten is er ook professionele, inhoudelijk,
ondersteuning voor participanten door experts. Deze ondersteuning wordt door de
bewonersorganisatie zelf ingehuurd. Participatie in de uitvoering in Woensel West gebeurt
vooral door mensen die via (bewoners)organisaties al betrokken zijn of waren bij de
wijkaanpak.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
55
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Enschede
Velve-Lindenhof
De aansturing van de uitvoering gebeurt door een stuurgroep met daarin een afvaardiging
van de gemeente en van de woningcorporatie. Daarnaast is er een afstemmingsoverleg
waarin diverse partijen zitten, waaronder georganiseerde bewoners. Dat
afstemmingsoverleg bestaat echter al heel lang. Met name de wijkraad levert een actieve
bijdrage aan het wijkwerk. Een bijzondere vorm van participatie is het zogenaamde
werkatelier, waarin bewoners meedenken over de invulling van de openbare ruimte (bv.
een plein) in de wijk. Andere opvallende projecten zijn het zogeheten ‘pimp my blok’
project, een project waarin jongeren worden uitgenodigd om in hun leefomgeving
veranderingen aan te brengen. Moeilijk bereikbare groepen worden benaderd door
wijkcoaches die zich op zorg richten. Er wordt wel bij gelegenheid naar de bewoners
teruggekoppeld over wat er met hun inbreng wordt gedaan, maar dit is zeker nog geen
standaard praktijk.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
56
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Groningen
2
De Hoogte & Korrewegwijk
In de wijken De Hoogte en de Korrewegwijk in Groningen wordt wat betreft de
bewonersparticipatie in de uitvoering van het wijkactieplan één en dezelfde aanpak
gehanteerd, omdat de wijken als één geheel worden beschouwd. Bewoners kunnen
daarin op verschillende manieren participeren. Zo zijn zij, voor 2009 weliswaar in een
relatief laat stadium, betrokken bij de planvorming. Bewoners kunnen in zogenaamde
‘Heel de buurt’-overleggen advies uitbrengen over de jaarplannen die door gemeenten en
corporaties worden opgesteld. Ze hebben daarbij primair een signaalfunctie: zo kunnen ze
het aangeven als ze vinden dat bepaalde plannen niet of anders zouden moeten worden
uitgevoerd. Daarnaast kunnen wijkbewoners jaarlijks voor in totaal ongeveer 400.000 euro
aanvullende initiatieven indienen. De ideeën worden op passendheid getoetst door een
zogenaamd Wijkteam. Vervolgens wordt er op ‘wijkstemdagen’ door de wijkbewoners
gestemd welke projecten er uitgevoerd moeten worden. De uitvoering van de projecten is
primair in handen van de gemeente en woningcorporaties, in een aantal gevallen in
samenwerking met bewoners (bijvoorbeeld initiatiefnemers, of specifieke doelgroepen),
afhankelijk van de aard van het project. Voor de invitatie maakt de gemeente gebruik van
sleutelfiguren en verschillende media. Dat laatste geldt ook voor de terugkoppeling. Zo
heeft de gemeente de lokale omroep ingehuurd om een wekelijks tv-programma te maken
waarin de uitvoering van het wijkactieplan centraal staat.
2
Er is voor de twee Groningse wijken slechts met één bewoner gesproken, omdat de
bewonersorganisatie in de Korrewegwijk vanwege drukte niet wilde meewerken. De TSPB, het LSA en
de gemeente hebben allen geen alternatieve goed bij de krachtwijkenaanpak betrokken informant
kunnen vinden. Voor De Hoogte is wel een bewoner gesproken. Omdat sprake is van één en dezelfde
aanpak is, levert dit geen vertekening in de resultaten op.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
57
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Heerlen
Meezenbroek - MSP
De Klankbordgroep die betrokken was bij het opstellen van het wijkactieplan en het
bijbehorende communicatieplan van MSP in Heerlen is opgeheven op het moment dat het
wijkactieplan en het communicatieplan voor het WAP werden vastgesteld. In de aanloop
naar de volgende fase: de uitvoering van het wijkactieplan, die op dit moment grotendeels
nog gestalte krijgt, is gewerkt met een overbruggingsoverleg, bestaande uit het bestuur
van de buurtorganisatie, aangevuld met een aantal allochtone sleutelfiguren. Dit overleg
kan advies uitbrengen over de verdere uitwerking en uitvoering van het wijkactieplan. In
de uitvoering van concrete projecten kunnen bewoners, afhankelijk van de aard van het
project, op verschillende manieren participeren. Ze werken daarbij samen met uitvoerende
instanties. Een van de projecten in Heerlen waarbij wijkbewoners actief betrokken zijn, is
bijvoorbeeld de inrichting van zogenaamde ‘pocket parks’. Voor de invitatie zijn onder
andere verschillende organisaties met vragenlijsten langs de deur gegaan om bewoners
te bevragen en te stimuleren mee te doen. Verder kunnen bewoners via de
bewonersorganisatie op eigen initiatief projecten uitvoeren. Daarbij maken ze gebruik van
de ‘Kan wél!’ systematiek. In Heerlen is het buurtgericht werken in uitvoering. In dat kader
kunnen bewoners ondersteuning krijgen bij hun activiteiten voor de buurtontwikkeling,
bijvoorbeeld door inzet van een opbouwwerker of een buurtcontactambtenaar. Ook voor
hun bijdrage aan de uitvoering van het wijkactieplan kunnen bewoners gebruik maken van
deze ondersteuning. Terugkoppeling over de voortgang van de uitvoering is opgenomen
in een apart met bewoners ontwikkeld communicatieplan. Middelen zijn onder andere een
‘Nieuwsflits’ en een website. De terugkoppeling over de inbreng van bewoners loopt op dit
moment hoofdzakelijk via het voortgangsoverleg, het reguliere overleg in de buurt waar de
buurtontwikkeling wordt besproken.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
58
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Leeuwarden
Heechterp-Schieringen
Op verschillende manieren kunnen bewoners participeren in de wijk. Bij bijna alle
onderdelen van het wijkactieplan is een samenwerking tussen bewoners en gemeente
mogelijk. Bijvoorbeeld wanneer bewoners met plannen komen. Als het haalbaar is kunnen
bewoners deze zelfs onder eigen verantwoordelijkheid uitvoeren. Daarnaast hebben
wijkbewoners nog andere mogelijkheden om te participeren. Zo probeert de gemeente
startende ondernemers te helpen die een impuls aan de wijk kunnen gegeven. Verder
worden onder andere fotografen en schrijvers benaderd om ze de participatie in beeld te
laten brengen. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om bewoners in de wijk actief te
betrekken. Afgelopen jaar is dit onder andere geprobeerd door een grote partytent in de
wijk op te zetten en bewoners uit te nodigen voor een gesprek. Er is ook aandacht voor de
moeilijk bereikbare bewonersgroepen. Deze worden intensief benaderd door ze huis aan
huis te bezoeken en door bij mooi weer buiten een koffietafel te organiseren en een
gesprek aan te gaan. Alle bewoners worden op de hoogte gehouden van het verloop van
de uitvoering van het wijkactieplan en ze worden geïnformeerd over wat er met hun
inbreng is gedaan.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
59
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Maastricht
Maastricht Noordoost
De bewoners van de wijk Noord-Oost hebben de mogelijkheid om te participeren in de
uitvoering van de wijkactieplannen. De participatie vindt voornamelijk plaats via een
georganiseerd overleg waarbij ook de gemeente en woningcorporaties betrokken zijn. De
gemeente probeert de bewoners zo intensief mogelijk te betrekken, maar vanuit beide
kanten is het lastig om goed in contact te komen. Bewoners kunnen al hun initiatieven
voorleggen aan de gemeente, maar hier zijn wel een tweetal randvoorwaarden aan
verbonden. Zo moet het initiatief ondersteund worden door handtekeningen uit de buurt
en moet er een draagvlak voor zijn. De terugkoppeling naar bewoners vormt niet het
belangrijkste onderdeel van de aanpak. De bewoners worden ook betrokken bij het
ondertunnelingsproject van de A2. Ze hebben hierbij geen beslissingsbevoegdheid, maar
ze worden wel geraadpleegd. Alle bewoners worden op de hoogte gehouden van de
uitvoering door bijvoorbeeld het organiseren van een markt waar de bewoners informatie
kunnen inwinnen. Actieve en niet actieve bewoners worden alleen geïnformeerd over wat
er met de inbreng van bewoners is gedaan als ze hebben aangegeven daar behoefte aan
te hebben.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
60
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
Professionalsgeoriën.
Respons
Invitatie
Gelegenheid
Nijmegen
Hatert
In Hatert zijn de bewoners nauw betrokken bij de uitvoering van het wijkactieplan. Het
plan kent zes verschillende ‘sporen’, en in twee daarvan hebben de bewoners een
leidende functie, namelijk bij integratie en veiligheid. Ze kunnen daarbij samenwerken met
andere partijen in de uitvoering, maar ook een deel onder eigen verantwoordelijkheid
uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is de herinrichting van twee parken. De omwonenden
hebben zich hier actief voor ingezet en samen met de gemeente deze parken opnieuw
ingericht Bij de overige vier sporen geldt dat de uitvoering net pas op gang begint te
komen. De gemeente heeft de bewoners gevraagd in welke mate zij betrokken zouden
willen worden. Hierop gaven de bewoners aan dat ze op dit moment vooral op de hoogte
willen worden gehouden van de voortgang. Ze kunnen te allen tijde aan de bel trekken als
ze meer zouden willen participeren. De gemeente probeert meer participatie zoveel
mogelijk te stimuleren. Moeilijk bereikbare bewonersgroepen probeert het wijkplatform
extra te betrekken door gebruik te maken van buurtvaders en twee samenwerkende
basisscholen in de wijk.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
61
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Rotterdam
Bergpolder
In Bergpolder werken veel organisaties mee aan de uitvoering van de wijkactieplannen,
maar met name de ambtelijke organisatie van de deelgemeente stuurt de uitvoering aan.
Een belangrijke uitzondering is de aansturing van de uitvoering door de
Krachtwijkcommissie waarin ook bewoners zitten. Deze commissie is het aanspreekpunt
voor de bewonersinitiatieven. Er is geen uitvoeringsplan opgesteld aan de hand van het
wijkactieplan, Bewoners kunnen participeren in de uitvoering. Het gaat dan meer
structureel om de bewonersinitiatieven en meer incidenteel (op het moment dat het speelt)
om de projecten in het kader van het wijkactieplan. In principe alle bewoners kunnen
participeren. Er is overleg tussen de deelgemeente en bewoners, maar hoewel de
wijkactieplannen wel aan de orde komen – dit is geen overleg dat toezien op de uitvoering
als doel heeft. Communicatie geschiedt op veel manieren, maar de gedachte is dat
directer contact meer wordt gewaardeerd dan glimmende folders. Er wordt een breed
spectrum aan communicatiemiddelen ingezet, mede omdat er al veel liep voor het begin
van de wijkactieplannen. Hun eigen bijdrage moeten bewoners zelf uit de, al dan niet
directe, communicatie vissen. Bewoners kunnen in principe ondersteuning krijgen bij
hun activiteiten in het kader van het wijkactieplan.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
62
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Noord
3
In Rotterdam Noord moeten we eigenlijk van twee aanpakken spreken, omdat de
krachtwijk Noord in twee deelgemeenten ligt: Noord en Kralingen-Crooswijk.
Deelgemeenten zijn leidend in de Rotterdamse wijkaanpak. Een verschil is bijvoorbeeld
dat er in Noord wel bewoners betrokken waren bij het opstellen van de uitvoeringsplannen
(wat in beide gevalleen geen integraal plan is maar een verzameling van projecten) en in
Kralingen-Crooswijk niet omdat er kort ervoor een uitgebreid participatietraject was
geweest om tot een wijkvisie te komen. In beide deelgemeenten kunnen in principe alle
bewoners participeren in de uitvoering van de wijkactieplannen. In bepaalde wijken wordt
er hierbij vooral naar de bewonersorganisaties gekeken. In de deelgemeente Noord
bestaan er wel reguliere overlegmomenten die een mogelijkheid bieden om toe te zien op
de uitvoering van de wijkactieplannen. In Noord bestaat er de mogelijkheid om samen aan
de uitvoering te werken, maar in die gevallen die van tevoren zijn geselecteerd. Dit geldt
grotendeels ook voor Kralingen-Crooswijk, maar er is daar iets meer ruimte voor eigen
initiatief. Er wordt op verschillende manieren getracht bewoners te bereiken. Bij de
zelfstandige uitvoering zijn ze juist in Noord weer wat ruimhartiger. Waar in Kralingen-
Crooswijk bewoners zelf initiatief moeten nemen, is er in Noord in principe geen beperking
op de verantwoordelijkheid van bewoners. Als bewoners zelf een inrichtingsplan voor een
plein willen maken kan dat. In Kralingen-Crooswijk is er voor bewoners ondersteuning in
de vorm van het opbouwwerk en het wijkorgaan Crooswijk, in Noord is er in principe
budget beschikbaar voor de bewonersorganisatie om hun eigen ondersteuning te regelen.
In beide gevallen staat die ondersteuning open voor iedereen.
3
De Vogelaarwijk Noord is verdeeld over twee deelgemeenten. Zodoende is de score voor deze wijk
bepaald door vanuit beide deelgemeenten iemand te interviewen en de daaruitvolgende scores te
middelen.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
63
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Oud Zuid
Rotterdam Oud Zuid is een wijk die twee deelgemeenten (Charlois en Feijenoord)
bestrijkt. In beide gevallen is de deelgemeente leidend en zijn er uitvoeringsplannen
opgesteld die specifieker ingaan op concrete projecten. Bewoners hadden in Oud Zuid
vooral een adviserende rol bij de totstandkoming van de uitvoeringsplannen, in de buurt
Bloemhof zijn hiertoe bijvoorbeeld gesprekken met bewoners gehouden. Een verschil
tussen de twee deelgemeenten is dat in Charlois bewonersparticipatie in de uitvoering
gericht is op alle bewoners, terwijl dit in Feijenoord meer de bewonersorganisaties een
meer centrale rol innemen. In zowel Feijenoord als Charlois zijn er overleggen die mede
toezien op de voortgang van de uitvoering van de (integrale)wijkactieplannen. In beide
deelgemeenten kunnen bewoners samenwerken aan de uitvoering en onder eigen
verantwoordelijkheid een deel van het wijkactieplan uitvoeren. Een verschil zit er in de
samenwerking en uitvoering onder eigen verantwoordelijkheid. In Feijenoord gebeurt dit
allebei via de bewonersinitiatieven: bewoners kunnen bijvoorbeeld aangeven dat ze
samen iets willen oppakken, of geld vragen voor een eigen plan. In Charlois is de filosofie
bij alle projecten: bewoners uitnodigen. Dit gebeurt dan ook via vrijwel alle mogelijke
kanalen, waaronder het interviewen van bewoners. Bewoners kunnen in Charlois dan ook
onder eigen verantwoordelijkheid een deel van de uitvoering voor hun rekening nemen
buiten bewonersinitiatieven om. In Feijenoord worden de bewonersorganisaties op de
hoogte gehouden van de voortgang van de uitvoering van de wijkactieplannen, en moeten
bewoners zelf herleiden wat er met hun inbreng is gedaan. In Charlois gebeurt dit iets
anders, daar werken ze met een cirkel van betrokkenheid: diegenen die geraakt worden
door een project worden op de hoogte gehouden en geïnformeerd over hun bijdrage.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
64
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Overschie
In Rotterdam Overschie zijn veel partijen betrokken bij de uitvoering van de
wijkactieplannen, maar de regie ligt bij de deelgemeente. Bewoners hadden een
adviserende rol in de totstandkoming van de uitvoeringsplannen. Er zijn ook afspraken
gemaakt over de rol die bewoners kunnen hebben bij de uitvoering. Op dit moment lopen
er 14 projecten van verschillende aard en bij 10 daarvan zijn bewoners betrokken. Het
meest in het oog springt het ‘prachthuis’, waar bewoners allerlei activiteiten kunnen
ontplooien. Maar ook ‘Paradie Overschie’, een jaarlijks festival met activiteiten, cultuur, en
sport waar bewoners (vrijwilligers) een belangrijke rol hebben in de totstandkoming, is een
belangrijke exponent van de aanpak. Bewoners kunnen toezien op de uitvoering van de
actieplannen en samenwerken aan de uitvoering. Er bestaan ook mogelijkheden tot onder
eigen verantwoordelijkheid uitvoeren, met name in de vorm van bewonersinitiatieven. Het
toezicht dat bewoners kunnen uitoefenen verschilt; per project zijn er verschillende
(soorten) toezichthoudende organen. Hoewel veel betrokkenheid van bewoners via de
bewonersorganisatie verloopt, wordt er wel een brede communicatiestrategie gehanteerd.
Zo zijn er verschillende websites in de lucht en wordt er actief gebruik gemaakt van
Twitter, Youtube, en worden er zelfs films uitgezonden. Deze communicatie is vooral
algemeen gericht, de voortgang in algemene zin of de resultaten van de bijdragen van
burgers moet men daaruit zelf destilleren of achterhalen tijdens het participeren zelf.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
65
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
West
Er zijn veel partijen betrokken bij de uitvoering van het wijkactieplan maar de aansturing
van de uitvoering ligt vooral bij de (deel)gemeente. Bewoners konden betrokken zijn bij
het opstellen van de uitvoeringsplannen. Alle bewoners hebben in principe ook de
mogelijkheid te participeren. In principe, want niet iedereen wordt altijd uitgenodigd: als
het om de aanpak van een plein gaat worden bijvoorbeeld alleen de omwonenden
uitgenodigd. Bewoners hebben ook de mogelijkheid om middels overleg de vinger aan de
pols te houden bij de voortgang van de uitvoering van de wijkactieplannen. Ook
samenwerken aan de uitvoering behoort tot de mogelijkheden. Hierbij ligt de nadruk meer
op ‘zelforganisaties’ dan de bewonersorganisaties; de gemeente gebruikt deze ook om
moeilijk te bereiken groepen toch te bereiken. Het zijn vooral de bewonersinitiatieven die
in het oog springen bij de bewoners als een participatiemogelijkheid waar de bewoners
echte macht hebben. De communicatie over de participatiemogelijkheden en
terugkoppeling gebeurt vooral aan de hand van gemeentelijke nieuwsbrieven.
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
66
Gelegenheid
InvitatieRespons
Professionalsgeoriënteerd
Professionalsgeoriënteerd
ProfessionalsgeoriënteerdBewonersgeoriënteerd
Bewonersgeoriënteerd
BewonersgeoriënteerdRespons
Invitatie
Gelegenheid
Vreewijk
De belangrijkste partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van de wijkactieplannen zijn
de (deel)gemeente, woningbouwcorporatie, en bewonersorganisaties (bijvoorbeeld ook de
huurdersvereniging). De deelgemeente heeft de regie. Het omzetten van het actieplan
naar een uitvoeringsplan (‘integraal wijkactieplan’) was een ‘formaliteit’ waarbij bewoners
aanvankelijk niet betrokken zijn geweest. Mede gezien het feit dat er een
participatietraject was gehouden om tot een wijkvisie te komen voor Vreewijk kort voordat
er wijkactieplannen gemaakt moesten worden. Bewoners kunnen wel betrokken raken bij
de uitvoering van de wijkactieplannen, maar er zijn daarover nog geen bindende
afspraken gemaakt. Betrokkenheid staat open voor alle bewoners, maar dit zou wel via de
bewonersorganisaties moeten. Er is onder andere een overlegstructuur voor de
herstructurering van Vreewijk waarin, in de werkgroepen voor specifieke projecten,
bewoners mee kunnen over de uitvoering zoals deze geschiedt door anderen. Daarnaast
kunnen ze samen met anderen werken aan de uitvoering van onderdelen van het
wijkactieplan, hiertoe zijn in principe alle bewoners welkom. Tenslotte is er
bewonersinitiatievengeld waar bewoners zelf ideeën over projecten kunnen indienen en
de leiding in de uitvoering mee kunnen nemen. Het opbouwwerk speelt hier een rol in als
begeleidend instituut bij de verschillende onderdelen van het wijkactieplan, maar met
name die waar bewoners meer verantwoordelijkheid dragen. Het opbouwwerk heeft ook
een rol bij het bereiken van moeilijk te bereiken groepen. Bewoners worden niet uitgebreid
op de hoogte gehouden over het verloop van de uitvoering van de wijkactieplannen,
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur – Nogmaals aandacht voor bewonersparticipatie
67
Gelegenheid
InvitatieRespons